Artikelen

Op deze pagina staat een aantal atheïstische en skeptische artikelen. Iedereen is vrij artikelen in te sturen, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Artikelen kunnen gestuurd worden naar: contact[at]deatheist.nl (vervang [at] door @, anti-spam-maatregel).

Op de site van Logos heeft Radagast (een pseudoniem) een uitgebreide reactie geschreven op mijn eerdere stuk waarin ik betoog dat de Bijbelse beesten Behemot en Leviathan mythologische wezens zijn en geen dinosauriërs, zoals sommige creationisten beweren, inclusief Radagast. Omdat Radagasts reactie deels een herhaling van zetten is en de onderhavige teksten zelf niet één dwingende lezing hebben, wil ik me hier beperken tot een paar algemene punten.

De Bijbel zit vol raadselachtige passages. De teksten zijn in een cultuur ontstaan die ver van de onze ligt, zowel in tijd, plaats, taal als wereldbeeld. Daar komt nog bij dat vertalen soms lastig is omdat de grammaticale constructies niet duidelijk zijn, we niet weten wat woorden (precies) betekenen of woorden en zinnen dubbelzinnig zijn. Vertalingen lopen dan (sterk) uiteen. Ook verschillen de manuscripten soms en weten we niet wat de oorspronkelijke tekst was. Dit alles maakt dat het gissen blijft naar de betekenis van sommige passages. Een voorbeeld van zo’n problematische passage is de beschrijving van Behemot en Leviathan in het boek Job.

Lees verder in de pdf-versie.

In 2009 schreef ik een artikel waarin ik betoogde dat het christelijk geloof onverenigbaar is met de moderne evolutiebiologie. De poging om die twee te combineren, theïstische evolutie, is dan ook niet houdbaar. De gelovige die zich wil verzoenen met de evolutiebiologie, staat volgens mij dan ook voor een dilemma: óf hij accepteert de evolutiebiologie tout court, maar dan wordt zijn geloof ongeloofwaardig, óf hij houdt vast aan zijn geloof, maar moet daarvoor (delen van) de evolutiebiologie verwerpen. Veel atheïsten zien de eerste optie als meest overtuigend, terwijl veel orthodoxe gelovigen (in verschillende varianten) kiezen voor de laatste optie.

Christenen die hun geloof en de evolutiebiologie serieus willen nemen, willen dus de kool en de geit sparen. Bekende voorbeelden daarvan zijn de biologen Francis Collins (The language of God) en Kenneth Miller (Finding Darwins God), en in ons eigen land René Fransen (Gevormd uit Sterrenstof). Nu is daar een uitgebreide studie van de VU-theoloog Gijsbert van den Brink bijgekomen. In zijn boek En de aarde bracht voort (Boekencentrum, 2017) gaat hij uit van de vraag: wat als evolutie waar is? Wat voor gevolgen heeft dit voor het christelijk geloof en kan men dat nog aanvaarden als evolutiebiologen het bij het juiste eind hebben? Zijn conclusie is dat beide te verenigen zijn. Moet ik mijn dilemma uit 2009 dus herzien?

Lees verder in de pdf-versie.

Het Logos Instituut is naar eigen zeggen "een instituut op het terrein van geloof en wetenschap dat het vertrouwen in de historiciteit en betrouwbaarheid van de Bijbel wil bevorderen." Het is de belangrijkste creationistische club in Nederland. Omdat mijn reacties op hun site regelmatig gecensureerd en bewerkt zijn, schrijf ik hen de onderstaande open brief. Ik heb een link naar deze brief ook naar hun redactie gestuurd en ben benieuwd of ze hem zullen plaatsen. Mocht er een antwoord op komen, dan zal ik deze plaatsen op deze site - uiteraard ongecensureerd!

Ooit was het simpel: God schiep de mens afzonderlijk van de dieren, naar Zijn beeld en gelijkenis. Ook werden alle dieren volgens Genesis geschapen “naar hun aard”, waardoor creationisten evolutionaire overgangen tussen diergroepen (overgangsvormen) niet kunnen accepteren (zij spreken van duidelijk te onderscheiden ‘baramins’). Ook voor veel moderne mensen – gelovig of niet – is de mens onmiskenbaar van een andere orde dan de dieren. Volgens antropologen denken mensen wereldwijd zo. De chimpansees, evolutionair gezien onze naaste verwanten, lijken in een aantal opzichten op ons, maar zijn toch evident geen mensen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een duidelijke grens lijkt te bestaan tussen de wijze mens (Homo sapiens) en het dierenrijk. Volgens paus Johannes Paulus II is er sprake van een “ontological difference”.

De Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg kwam vorige week met het voorstel om een hoofddoek toe te staan als onderdeel van het politie-uniform. Het idee hierachter is dat zo meer moslima’s zich zullen aanmelden en het politiekorps dus diverser zou worden. Met het idee dat de politie het beste een afspiegeling van de samenleving kan zijn, lijkt mij niets mis. Dat hiervoor het dragen van religieuze symbolen wordt toegestaan, lijkt me evenwel geen goed idee: de politie dient zo neutraal mogelijk te zijn in haar uitstraling.

We leven in een tijd waarin informatie toegankelijker is dan ooit. Via het internet kan iedereen bij informatie die voorheen niet of lastig te bereiken was, en ook nog eens razendsnel. Desalniettemin lijkt ook de waarheid meer onder vuur te liggen dan ooit: nepnieuws,  alternatieve feiten, factchecken, allerhande complotten, wantrouwen jegens de overheid en de traditionele media. Voor elk feit lijkt een tegengesteld feit te bestaan, voor elk argument een tegenargument. Hierdoor leiden zelfs ogenschijnlijk simpele zaken als het aantal bezoekers bij Trumps inauguratie tot felle discussies. De toegankelijkheid van informatie leidt paradoxaal genoeg tot een informatiecrisis: hoe weten we nog wat waar is?

Op deze vraag proberen Edwin Bakker (hoogleraar terrorismestudies) en Peter Grol (islamoloog) een antwoord te geven in hun boek Nederlandse Jihadisten (Hollands Diep, 2017). Het is een vraag waarop het antwoord van groot belang is om het islamitisch terrorisme de kop in te drukken, niet alleen in IS-gebied, maar ook in het Westen. Het is ook een vraag waarop vaak gemakkelijk antwoorden gegeven worden, die niet juist, of op z’n best gedeeltelijk juist zijn. Jihadisten zijn lang niet altijd werkeloos of laaggeschoold, gefrustreerde of avontuurlijke pubers, of psychisch zieke figuren. Wat jihadisten wél delen, is een zeer radicale interpretatie van de islam, waarin geweld gelegitimeerd is.

Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dat goed voorstellen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, speciaal voor ons! Het mensbeeld is antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. 

Dinodino.nl is een nieuwe site over dinosauriërs, speciaal gericht op kinderen. Zij zullen daar echter niet de reguliere wetenschappelijke kennis over dino’s vinden, maar dat de Flintstones écht zijn: mensen en dino’s hebben samengeleefd. Dit moet wel zo zijn, want God schiep volgens de auteurs van deze site mensen en dino’s in dezelfde week, een paar duizend jaar geleden. Dat weten ze omdat dat zo in de Bijbel staat, dus is het waar – ook al zijn er bergen bewijs voor het tegendeel. Dus geen miljoenen jaren, geleidelijke evolutie en een asteroïde-inslag 66 miljoen jaar geleden, maar Adam & Eva, de zondeval, en natuurlijk Jezus. De dino’s zijn uitgestorven door de zondvloed, die de gehele aarde bedekt zou hebben. Dat is althans wat deze christenfundamentalisten kinderen wijs willen maken.

Het idee dat wetenschap en religie met elkaar in conflict zijn, is een idee dat onder veel mensen leeft. Het wordt verkondigd door wetenschappers als Richard Dawkins en Dick Swaab in populairwetenschappelijke werken, maar ook doorwrochter door filosofen als Herman Philipse (2012). Ook ik heb deze stelling verdedigd (Klink, 2012). Volgens de invloedrijke christelijke godsdienstfilosoof Alvin Plantina is deze stelling echter onhoudbaar. Het conflict tussen religie en wetenschap is volgens hem oppervlakkig en ogenschijnlijk; het échte conflict zit tussen wetenschap en naturalisme, de filosofische opvatting dat het bovennatuurlijke niet bestaat – God incluis. Dit verdedigt hij in Where the Conflict Really Lies: Science, Religion, and Naturalism (Oxford UP, 2011), in het Nederlands vertaald als Het echte conflict: wetenschap, religie en naturalisme (Buijten en Schipperheijn, 2014). Citaten in deze recensie komen uit deze vertaling. De Nederlands filosoof en aanhanger van Plantinga’s gedachtegoed René van Woudenberg schrijft in het Ten geleide dat het boek glashelder, argumentatief en analytisch erg sterk, goed gedocumenteerd en met humor en gratie geschreven is. Ik denk daar anders over.  

Recentelijk is de uitkomst van een groot onderzoek verschenen over het geloof in Nederland in het boek God in Nederland (Ten have, 2016). De onderzoekers Ton Bernts (Radboud Universiteit) en Joantine Berghuijs (Vrije Universiteit) hebben gekeken naar godsdienstige veranderingen in Nederland tussen 1966 en 2015. Ze hebben zich hierbij vooral gericht op de christelijke godsdienst. De 5% moslims en 1,5% hindoes of boeddhisten zijn niet verder onderzocht. Wel merken de onderzoekers hierover op dat onder moslims nauwelijks secularisering optreedt en dat boeddhisme aan populariteit wint onder autochtone Nederlanders. Het boek bevat een schat aan informatie over de godsdienstige veranderingen. Ik beperkt me hier tot de belangrijkste conclusies.

We leven in een tijd waarin we in West-Europa meer met de islam te maken hebben dan ooit. Het islamitisch terrorisme is een groeiend probleem dat steeds dichter bij huis komt. Islamitische staat (IS) heeft naar eigen zeggen een kalifaat gesticht, en dat heeft grote gevolgen voor de wereldpolitiek. Mede daardoor komen grote groepen vluchtelingen naar Europa, veelal met een islamitische achtergrond. Het is daarom van belang om het nodige te weten over deze islam: wat zijn de bronnen van deze godsdienst, wat geloven moslims en in hoeverre is dat te rijmen met mensenrechten en een democratische rechtsstaat? Dit zijn onderwerpen waarover zeer veel geschreven is, van orthodoxe moslims tot ongelovige westerse academici, en van populistische politici tot genuanceerde opiniemakers. Hierdoor is een zeer groot veld aan opvattingen ontstaan, waarvan vaak de uitersten de meeste (media-)aandacht krijgen. Wat is hiervan waar? Is deze religie echt zo problematisch als zij soms wordt voorgesteld? In hoeverre is de islam te verenigen met democratie en mensenrechten?

Beroemd en berucht zijn de woorden van Fjodor Dostojevski in zijn roman De gebroeders Karamazov dat zonder God alles geoorloofd is. Gelovigen verwijten atheïsten regelmatig dat we zonder God geen moraal kunnen hebben of dat onze normen voor goed en kwaad volstrekt willekeurig zijn. Vooral conservatieve gelovigen menen dat het (in hun ogen) morele verval te danken is aan de secularisering van de samenleven, waarin de mens maar doet wat hem goeddunkt. Zij denken dat we religie nodig hebben om ons goed te gedragen. Is dat werkelijk zo? Is zonder God echt alles geoorloofd? In dit stuk zal ik beargumenteren waarom dat niet het geval is, en dat zelfs gelovigen hun moraal niet (geheel) baseren op heilige geschriften, ook al geloven ze vaak van wel. 

Iedereen is diep geschokt door de terroristische aanslagen in Parijs van 13 november, waarbij jihadisten in koelen bloede 129 onschuldige burgers doelbewust executeerden of in hun martelaarsdood meenamen. Het is helaas de laatste in een reeks bloedige aanslagen op burgers, niet alleen in het westen (Frankrijk, België, Spanje, Engeland, VS), maar ook elders, waar wij hier vaak minder over horen (waaronder Rusland, Turkije, Libanon, Israël en Syrië). Het zijn allemaal aanslagen doelbewust op burgers, niet op militaire of politieke doelen. Nu iedereen is bijgekomen van de ergste verbijstering, verontwaardiging en verschrikking, is het tijd voor bezinning. Ik wil hier vooral stilstaan bij de rol van religie in deze terreur, in het bijzonder die van de islam.

De afgelopen jaren heb ik veel gesproken en gediscussieerd met gelovigen van allerlei pluimage. Persoonlijk, tijdens debatten, via de mail of op internetfora, in binnen- en buitenland, in verschillende culturen. Van hoogopgeleide intellectuelen die rationeel willen schermen tot ‘gewone’ gelovigen die vanuit een oprechte zorg mij willen behoeden voor de hel. Met ‘new age’ of ‘spirituele’ gelovigen die weinig moeten hebben van rationele argumenten en liever willen varen op hun intuïtie en ervaringen. Van gelovigen die er heel zeker van zijn dat zij de Universele Waarheid in pacht hebben tot oprecht twijfelende gelovigen, of zij die menen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. 

Aan de andere kant heb ik ook atheïsten gezien die menen het summum van rationaliteit te zijn, gelovigen soms afschilderen als dom, naïef en onwetend en met dedain over hen spreken. Ook ik heb me daaraan schuldig gemaakt en zal dat soms misschien nog steeds wel doen. Hoe kunnen al die mensen toch (blijven) geloven in iets wat zo duidelijk onwaar is?, heb ik mezelf vaak afgevraagd. Hoe kan het dat twee erudiete en intelligente hoogleraren als René van Woudenberg en Herman Philipse, die beiden goed thuis zijn in de (godsdienst)filosofie, zulke verschillende opvattingen hebben over het bestaan van God? Al deze ervaringen met gelovigen en ongelovigen hebben mij aan het denken gezet over wat mensen – gelovigen en atheïsten – drijft, waarom ze geloven wat ze geloven en overtuigd zijn van wat zij als waarheid zien. Hieronder wil ik een aantal van die overpeinzingen delen.

 

Wie zijn er online?

We hebben 175 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Paul CliteurPaul Cliteur, columnist, essayist, filosoof, hoogleraar encyclopedie van het recht aan de Universiteit Leiden.

Citaat

Theologen zouden eigenlijk verplicht moeten worden een cursus logica te volgen. De meest elementaire regels voor gezond nadenken worden door hen met voeten getreden.

~ Herman Philipse

Artikelen

Op deze pagina staat een aantal atheïstische en skeptische artikelen. Iedereen is vrij artikelen in te sturen, mits ze aan een aantal voorwaarden voldoen. Artikelen kunnen gestuurd worden naar: contact[at]deatheist.nl (vervang [at] door @, anti-spam-maatregel).

Op de site van Logos heeft Radagast (een pseudoniem) een uitgebreide reactie geschreven op mijn eerdere stuk waarin ik betoog dat de Bijbelse beesten Behemot en Leviathan mythologische wezens zijn en geen dinosauriërs, zoals sommige creationisten beweren, inclusief Radagast. Omdat Radagasts reactie deels een herhaling van zetten is en de onderhavige teksten zelf niet één dwingende lezing hebben, wil ik me hier beperken tot een paar algemene punten.

De Bijbel zit vol raadselachtige passages. De teksten zijn in een cultuur ontstaan die ver van de onze ligt, zowel in tijd, plaats, taal als wereldbeeld. Daar komt nog bij dat vertalen soms lastig is omdat de grammaticale constructies niet duidelijk zijn, we niet weten wat woorden (precies) betekenen of woorden en zinnen dubbelzinnig zijn. Vertalingen lopen dan (sterk) uiteen. Ook verschillen de manuscripten soms en weten we niet wat de oorspronkelijke tekst was. Dit alles maakt dat het gissen blijft naar de betekenis van sommige passages. Een voorbeeld van zo’n problematische passage is de beschrijving van Behemot en Leviathan in het boek Job.

Lees verder in de pdf-versie.

In 2009 schreef ik een artikel waarin ik betoogde dat het christelijk geloof onverenigbaar is met de moderne evolutiebiologie. De poging om die twee te combineren, theïstische evolutie, is dan ook niet houdbaar. De gelovige die zich wil verzoenen met de evolutiebiologie, staat volgens mij dan ook voor een dilemma: óf hij accepteert de evolutiebiologie tout court, maar dan wordt zijn geloof ongeloofwaardig, óf hij houdt vast aan zijn geloof, maar moet daarvoor (delen van) de evolutiebiologie verwerpen. Veel atheïsten zien de eerste optie als meest overtuigend, terwijl veel orthodoxe gelovigen (in verschillende varianten) kiezen voor de laatste optie.

Christenen die hun geloof en de evolutiebiologie serieus willen nemen, willen dus de kool en de geit sparen. Bekende voorbeelden daarvan zijn de biologen Francis Collins (The language of God) en Kenneth Miller (Finding Darwins God), en in ons eigen land René Fransen (Gevormd uit Sterrenstof). Nu is daar een uitgebreide studie van de VU-theoloog Gijsbert van den Brink bijgekomen. In zijn boek En de aarde bracht voort (Boekencentrum, 2017) gaat hij uit van de vraag: wat als evolutie waar is? Wat voor gevolgen heeft dit voor het christelijk geloof en kan men dat nog aanvaarden als evolutiebiologen het bij het juiste eind hebben? Zijn conclusie is dat beide te verenigen zijn. Moet ik mijn dilemma uit 2009 dus herzien?

Lees verder in de pdf-versie.

Het Logos Instituut is naar eigen zeggen "een instituut op het terrein van geloof en wetenschap dat het vertrouwen in de historiciteit en betrouwbaarheid van de Bijbel wil bevorderen." Het is de belangrijkste creationistische club in Nederland. Omdat mijn reacties op hun site regelmatig gecensureerd en bewerkt zijn, schrijf ik hen de onderstaande open brief. Ik heb een link naar deze brief ook naar hun redactie gestuurd en ben benieuwd of ze hem zullen plaatsen. Mocht er een antwoord op komen, dan zal ik deze plaatsen op deze site - uiteraard ongecensureerd!

Ooit was het simpel: God schiep de mens afzonderlijk van de dieren, naar Zijn beeld en gelijkenis. Ook werden alle dieren volgens Genesis geschapen “naar hun aard”, waardoor creationisten evolutionaire overgangen tussen diergroepen (overgangsvormen) niet kunnen accepteren (zij spreken van duidelijk te onderscheiden ‘baramins’). Ook voor veel moderne mensen – gelovig of niet – is de mens onmiskenbaar van een andere orde dan de dieren. Volgens antropologen denken mensen wereldwijd zo. De chimpansees, evolutionair gezien onze naaste verwanten, lijken in een aantal opzichten op ons, maar zijn toch evident geen mensen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een duidelijke grens lijkt te bestaan tussen de wijze mens (Homo sapiens) en het dierenrijk. Volgens paus Johannes Paulus II is er sprake van een “ontological difference”.

De Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg kwam vorige week met het voorstel om een hoofddoek toe te staan als onderdeel van het politie-uniform. Het idee hierachter is dat zo meer moslima’s zich zullen aanmelden en het politiekorps dus diverser zou worden. Met het idee dat de politie het beste een afspiegeling van de samenleving kan zijn, lijkt mij niets mis. Dat hiervoor het dragen van religieuze symbolen wordt toegestaan, lijkt me evenwel geen goed idee: de politie dient zo neutraal mogelijk te zijn in haar uitstraling.

We leven in een tijd waarin informatie toegankelijker is dan ooit. Via het internet kan iedereen bij informatie die voorheen niet of lastig te bereiken was, en ook nog eens razendsnel. Desalniettemin lijkt ook de waarheid meer onder vuur te liggen dan ooit: nepnieuws,  alternatieve feiten, factchecken, allerhande complotten, wantrouwen jegens de overheid en de traditionele media. Voor elk feit lijkt een tegengesteld feit te bestaan, voor elk argument een tegenargument. Hierdoor leiden zelfs ogenschijnlijk simpele zaken als het aantal bezoekers bij Trumps inauguratie tot felle discussies. De toegankelijkheid van informatie leidt paradoxaal genoeg tot een informatiecrisis: hoe weten we nog wat waar is?

Op deze vraag proberen Edwin Bakker (hoogleraar terrorismestudies) en Peter Grol (islamoloog) een antwoord te geven in hun boek Nederlandse Jihadisten (Hollands Diep, 2017). Het is een vraag waarop het antwoord van groot belang is om het islamitisch terrorisme de kop in te drukken, niet alleen in IS-gebied, maar ook in het Westen. Het is ook een vraag waarop vaak gemakkelijk antwoorden gegeven worden, die niet juist, of op z’n best gedeeltelijk juist zijn. Jihadisten zijn lang niet altijd werkeloos of laaggeschoold, gefrustreerde of avontuurlijke pubers, of psychisch zieke figuren. Wat jihadisten wél delen, is een zeer radicale interpretatie van de islam, waarin geweld gelegitimeerd is.

Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dat goed voorstellen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, speciaal voor ons! Het mensbeeld is antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. 

Dinodino.nl is een nieuwe site over dinosauriërs, speciaal gericht op kinderen. Zij zullen daar echter niet de reguliere wetenschappelijke kennis over dino’s vinden, maar dat de Flintstones écht zijn: mensen en dino’s hebben samengeleefd. Dit moet wel zo zijn, want God schiep volgens de auteurs van deze site mensen en dino’s in dezelfde week, een paar duizend jaar geleden. Dat weten ze omdat dat zo in de Bijbel staat, dus is het waar – ook al zijn er bergen bewijs voor het tegendeel. Dus geen miljoenen jaren, geleidelijke evolutie en een asteroïde-inslag 66 miljoen jaar geleden, maar Adam & Eva, de zondeval, en natuurlijk Jezus. De dino’s zijn uitgestorven door de zondvloed, die de gehele aarde bedekt zou hebben. Dat is althans wat deze christenfundamentalisten kinderen wijs willen maken.

Het idee dat wetenschap en religie met elkaar in conflict zijn, is een idee dat onder veel mensen leeft. Het wordt verkondigd door wetenschappers als Richard Dawkins en Dick Swaab in populairwetenschappelijke werken, maar ook doorwrochter door filosofen als Herman Philipse (2012). Ook ik heb deze stelling verdedigd (Klink, 2012). Volgens de invloedrijke christelijke godsdienstfilosoof Alvin Plantina is deze stelling echter onhoudbaar. Het conflict tussen religie en wetenschap is volgens hem oppervlakkig en ogenschijnlijk; het échte conflict zit tussen wetenschap en naturalisme, de filosofische opvatting dat het bovennatuurlijke niet bestaat – God incluis. Dit verdedigt hij in Where the Conflict Really Lies: Science, Religion, and Naturalism (Oxford UP, 2011), in het Nederlands vertaald als Het echte conflict: wetenschap, religie en naturalisme (Buijten en Schipperheijn, 2014). Citaten in deze recensie komen uit deze vertaling. De Nederlands filosoof en aanhanger van Plantinga’s gedachtegoed René van Woudenberg schrijft in het Ten geleide dat het boek glashelder, argumentatief en analytisch erg sterk, goed gedocumenteerd en met humor en gratie geschreven is. Ik denk daar anders over.  

Recentelijk is de uitkomst van een groot onderzoek verschenen over het geloof in Nederland in het boek God in Nederland (Ten have, 2016). De onderzoekers Ton Bernts (Radboud Universiteit) en Joantine Berghuijs (Vrije Universiteit) hebben gekeken naar godsdienstige veranderingen in Nederland tussen 1966 en 2015. Ze hebben zich hierbij vooral gericht op de christelijke godsdienst. De 5% moslims en 1,5% hindoes of boeddhisten zijn niet verder onderzocht. Wel merken de onderzoekers hierover op dat onder moslims nauwelijks secularisering optreedt en dat boeddhisme aan populariteit wint onder autochtone Nederlanders. Het boek bevat een schat aan informatie over de godsdienstige veranderingen. Ik beperkt me hier tot de belangrijkste conclusies.

We leven in een tijd waarin we in West-Europa meer met de islam te maken hebben dan ooit. Het islamitisch terrorisme is een groeiend probleem dat steeds dichter bij huis komt. Islamitische staat (IS) heeft naar eigen zeggen een kalifaat gesticht, en dat heeft grote gevolgen voor de wereldpolitiek. Mede daardoor komen grote groepen vluchtelingen naar Europa, veelal met een islamitische achtergrond. Het is daarom van belang om het nodige te weten over deze islam: wat zijn de bronnen van deze godsdienst, wat geloven moslims en in hoeverre is dat te rijmen met mensenrechten en een democratische rechtsstaat? Dit zijn onderwerpen waarover zeer veel geschreven is, van orthodoxe moslims tot ongelovige westerse academici, en van populistische politici tot genuanceerde opiniemakers. Hierdoor is een zeer groot veld aan opvattingen ontstaan, waarvan vaak de uitersten de meeste (media-)aandacht krijgen. Wat is hiervan waar? Is deze religie echt zo problematisch als zij soms wordt voorgesteld? In hoeverre is de islam te verenigen met democratie en mensenrechten?

Beroemd en berucht zijn de woorden van Fjodor Dostojevski in zijn roman De gebroeders Karamazov dat zonder God alles geoorloofd is. Gelovigen verwijten atheïsten regelmatig dat we zonder God geen moraal kunnen hebben of dat onze normen voor goed en kwaad volstrekt willekeurig zijn. Vooral conservatieve gelovigen menen dat het (in hun ogen) morele verval te danken is aan de secularisering van de samenleven, waarin de mens maar doet wat hem goeddunkt. Zij denken dat we religie nodig hebben om ons goed te gedragen. Is dat werkelijk zo? Is zonder God echt alles geoorloofd? In dit stuk zal ik beargumenteren waarom dat niet het geval is, en dat zelfs gelovigen hun moraal niet (geheel) baseren op heilige geschriften, ook al geloven ze vaak van wel. 

Iedereen is diep geschokt door de terroristische aanslagen in Parijs van 13 november, waarbij jihadisten in koelen bloede 129 onschuldige burgers doelbewust executeerden of in hun martelaarsdood meenamen. Het is helaas de laatste in een reeks bloedige aanslagen op burgers, niet alleen in het westen (Frankrijk, België, Spanje, Engeland, VS), maar ook elders, waar wij hier vaak minder over horen (waaronder Rusland, Turkije, Libanon, Israël en Syrië). Het zijn allemaal aanslagen doelbewust op burgers, niet op militaire of politieke doelen. Nu iedereen is bijgekomen van de ergste verbijstering, verontwaardiging en verschrikking, is het tijd voor bezinning. Ik wil hier vooral stilstaan bij de rol van religie in deze terreur, in het bijzonder die van de islam.

De afgelopen jaren heb ik veel gesproken en gediscussieerd met gelovigen van allerlei pluimage. Persoonlijk, tijdens debatten, via de mail of op internetfora, in binnen- en buitenland, in verschillende culturen. Van hoogopgeleide intellectuelen die rationeel willen schermen tot ‘gewone’ gelovigen die vanuit een oprechte zorg mij willen behoeden voor de hel. Met ‘new age’ of ‘spirituele’ gelovigen die weinig moeten hebben van rationele argumenten en liever willen varen op hun intuïtie en ervaringen. Van gelovigen die er heel zeker van zijn dat zij de Universele Waarheid in pacht hebben tot oprecht twijfelende gelovigen, of zij die menen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. 

Aan de andere kant heb ik ook atheïsten gezien die menen het summum van rationaliteit te zijn, gelovigen soms afschilderen als dom, naïef en onwetend en met dedain over hen spreken. Ook ik heb me daaraan schuldig gemaakt en zal dat soms misschien nog steeds wel doen. Hoe kunnen al die mensen toch (blijven) geloven in iets wat zo duidelijk onwaar is?, heb ik mezelf vaak afgevraagd. Hoe kan het dat twee erudiete en intelligente hoogleraren als René van Woudenberg en Herman Philipse, die beiden goed thuis zijn in de (godsdienst)filosofie, zulke verschillende opvattingen hebben over het bestaan van God? Al deze ervaringen met gelovigen en ongelovigen hebben mij aan het denken gezet over wat mensen – gelovigen en atheïsten – drijft, waarom ze geloven wat ze geloven en overtuigd zijn van wat zij als waarheid zien. Hieronder wil ik een aantal van die overpeinzingen delen.

Wie zijn er online?

We hebben 175 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Paul CliteurPaul Cliteur, columnist, essayist, filosoof, hoogleraar encyclopedie van het recht aan de Universiteit Leiden.

Citaat

Theologen zouden eigenlijk verplicht moeten worden een cursus logica te volgen. De meest elementaire regels voor gezond nadenken worden door hen met voeten getreden.

~ Herman Philipse