We leven in een tijd waarin we in West-Europa meer met de islam te maken hebben dan ooit. Het islamitisch terrorisme is een groeiend probleem dat steeds dichter bij huis komt. Islamitische staat (IS) heeft naar eigen zeggen een kalifaat gesticht, en dat heeft grote gevolgen voor de wereldpolitiek. Mede daardoor komen grote groepen vluchtelingen naar Europa, veelal met een islamitische achtergrond. Het is daarom van belang om het nodige te weten over deze islam: wat zijn de bronnen van deze godsdienst, wat geloven moslims en in hoeverre is dat te rijmen met mensenrechten en een democratische rechtsstaat? Dit zijn onderwerpen waarover zeer veel geschreven is, van orthodoxe moslims tot ongelovige westerse academici, en van populistische politici tot genuanceerde opiniemakers. Hierdoor is een zeer groot veld aan opvattingen ontstaan, waarvan vaak de uitersten de meeste (media-)aandacht krijgen. Wat is hiervan waar? Is deze religie echt zo problematisch als zij soms wordt voorgesteld? In hoeverre is de islam te verenigen met democratie en mensenrechten?
 
Het is lastig een goed en genuanceerd beeld te vormen van wat de islam inhoudt. Sommigen menen zelfs dat je niet kunt spreken van de islam. In een zekere zin is dat ook zo: net als in elke andere religie is er een grote verscheidenheid aan opvattingen in tijd en plaats. Deze grote variëteit onder moslims leidt niet zelden tot gewelddadige religieuze conflicten binnen de moslimwereld, waaronder de eeuwenoude strijd tussen sjiieten en soennieten. Sommige moslims doen zelfs aan takfir onder hun geloofsbroeders en -zusters: ze verklaren andere moslims tot kuffar, ongelovigen. Niet alleen doen fundamentalistische moslims dat bij hun liberale geloofsgenoten, maar ook liberale moslims menen vaak dat het geweld dat fundamentalisten gebruiken hen tot kuffar maakt. Opmerkelijk genoeg doen zelfs niet-islamitische westerse politici aan takfir als ze menen dat IS-strijders onislamitisch zijn. Blijkbaar menen zij met autoriteit hierover te kunnen spreken. 
 
Desalniettemin meen ik dat je, ondanks de verscheidenheid binnen de islamitische wereld, in een aantal opzichten kunt spreken van de islam. De Koran neemt voor alle moslims een belangrijke plaats in als een openbaring van God. De profeet Mohammed wordt niet alleen gezien als de laatste gezant van God, maar door veel moslims ook als een navolgenswaardig persoon. De overleveringen (Hadith) en vroege biografieën (sira) vormen daarom belangrijke bronnen voor moslims, naast de Koran. Op grond van de Koran en de Hadith is er een islamitisch recht ontstaan: de sharia. Binnen de islamitische wereld zijn er verschillende rechtsscholen die verschillende varianten van de sharia hebben ontwikkeld, en als zodanig nog steeds in meer of mindere mate in islamitische landen worden toegepast. Dit geeft dus een aardig beeld van hoe islamitische geleerden de Koran en de Hadith vandaag de dag toepassen. Ook geeft de daadwerkelijk wetgeving en toepassing daarvan in islamitische landen een beeld van hoe de islam vandaag toegepast wordt. Tot slot zijn er nog de uitkomsten van enquêtes onder moslims, gehouden in het Westen of wereldwijd, die een goed beeld schetsen van wat hedendaagse moslims geloven. Al deze bronnen vormen gezamenlijk een goede indruk van de islam, zowel historisch als vandaag de dag. In wat ik hieronder schrijf over de islam, zal ik mij steeds beroepen op deze bronnen. Desalniettemin is dit niet het enige beeld van de islam, en zeker niet het enig mogelijke. Elke moslim blijft een individu met eigen opvattingen, ook al maakt hij deel uit van een veel grotere gemeenschap en oudere traditie.

Dit stuk is niet bedoeld als een inleiding tot de gehele islam, in al zijn historische, geografische, politieke, doctrinaire en rituele facetten. Daarvoor zijn goede inleidingen te vinden, waaronder de gedegen en uitgebreide bundel In het huis van de Islam, onder de redactie van Henk Driessen. Ook ontken ik niet dat er positieve kanten aan de islam zitten, zoals de zakat (aalmoezen), gemeenschapszin en het Arabisch van de Koran dat erg mooi schijnt te zijn. Hier wil ik vooral ingaan op die aspecten van de islam die problematisch zijn in de huidige wereld, in het bijzonder in het westerse deel daarvan. Aan het einde bespreek ik de vraag of een islam mogelijk is die verenigbaar is met de moderne beschaving.
 
 
Bronnen
De twee belangrijkste religieuze bronnen voor de islam zijn de Koran en de Hadith. De sharia is daarop gebaseerd. De Koran, een woord dat 'oplezing' betekent, bestaat uit een verzameling van 114 soera's (hoofdstukken) die bestaan uit ayat (verzen). De soera's staan niet op chronologische volgorde in de Koran, maar min of meer van lang naar kort (de eerste soera uitgezonderd). De soera's worden wel opgedeeld in Medinaanse (geopenbaard in Medina) en Mekkaanse (geopenbaard in Mekka), waarbij de Medinaanse later zijn geopenbaard en intoleranter zijn dan de eerdere Mekkaanse. In geval van tegenstrijdigheden overschrijven de latere verzen (of Hadith) meestal de eerdere, een principe dat naskh of abrogatie wordt genoemd. Sommige verzen vormen gezamenlijk een verhaal, maar andere hebben geen duidelijke context, waardoor het lastig of onmogelijk wordt een vers 'in context' te lezen. Hierdoor is het soms een kwestie van interpretatie of een vers alleen geldt in een bepaalde historische context of nu nog steeds. Dit is vooral problematisch bij intolerante verzen. Zo zullen jihadisten in bepaalde verzen een aansporing en legitimering van geweld vinden, waar andere moslims menen dat die verzen nu niet meer gelden. Sommige vertalingen bieden voetnoten die enige context verschaffen als de tekst dat zelf niet doet, maar dit blijft interpretatie. 

Volgens het traditionele islamitische verhaal openbaarde Allah (simpelweg het Arabische woord voor 'God') vanaf het jaar 610 n.C. via de engel Djibriel (Gabriël) de woorden van de Koran letterlijk aan de profeet Mohammed (ca. 570 - 632 n.C.). Al in vroege tijden zijn deze woorden verzameld en gerangschikt tot de huidige Koran. Doordat God de woorden van de Koran letterlijk aan Mohammed geopenbaard heeft, heeft de Koran een zeer gezaghebbende status binnen de islam. Vertalingen hebben dan ook minder gezag dan het Arabische origineel. Ook nu nog nemen zeer grote delen van de wereldwijde islamitische gemeenschap de Koran letterlijk. Deze status en lezing van de Koran is hiermee wezenlijk anders dan hoe moderne joden en christenen de (Hebreeuwse) Bijbel lezen. De Bijbel verschilt op een aantal wezenlijke punten van de Koran: de Koran is over een kortere tijd geschreven, is literair minder divers, bevat veel minder verhalen, is wettischer, bevat meer herhalingen en meer directe aansporingen en toespraken door Allah (God) zelf. De Koran kan met al deze verschillen zeker niet gezien worden als een 'islamitische Bijbel'. Ook de positie ervan binnen het geloof is anders dan die van de Bijbel bij christenen. De vergelijking wordt wel gemaakt dat wat Jezus voor de christenen is, de Koran voor de Moslims is: het Woord van God. Daarom ligt kritiek op en ontheiliging van de Koran ook zo gevoelig bij moslims. Het verbranden van een koran door de christelijke voorganger Terry Jones in 2010 leidde tot ophef en geweld in de moslimwereld. De heilige status van de Koran maakt ook historisch-kritisch onderzoek naar het ontstaan van de Koran lastig, zoals dat wel uitgebreid gedaan is naar het ontstaan van de Bijbel. Dergelijk seculier en kritisch onderzoek wordt door moslims met argusogen bekeken, als godslasterlijk ervaren of actief tegengewerkt. Het bovengenoemde traditionele verhaal over het ontstaan van de Koran is verwijl zeker met mythe doorspekt, maar een goed uitgewerkte seculiere geschiedenis is er vooralsnog niet. 

Met de Hadith worden de overleveringen bedoeld die verhalen over wat Mohammed zei en deed. Ze werden een tijd na Mohammeds dood verzameld tot collecties. Logischerwijs is er de nodige discussie onder moslimgeleerden over welke Hadith het meest betrouwbaar zijn, en verschillende stromingen binnen de islam beroepen zich op hun eigen collecties. Door de soennieten, veruit de grootste stroming binnen de islam (85-90% van alle moslims), worden zes Hadithcollecties als canoniek gezien, waarbij die van Al-Bukhari en Muslim de hoogste status genieten. Op grond van de Hadith kent men de soenna, de manier van leven van Mohammed in allerlei aspecten (omgang met anderen, kleding, haardracht, manier van eten enz.). De soennieten danken hun naam hieraan. Orthodoxe moslims willen deze soenna zo veel mogelijk navolgen omdat ze Mohammed zien als een perfect mens. 

De Koran en de Hadith vormen de belangrijkste bronnen voor de sharia, het islamitisch recht. De sharia is geen recht in de moderne, westerse zin, maar is hoofdzakelijk een religieuze plichtenleer die de gelovige voorschrijft hoe hij moet handelen. Naast religieuze zaken gaat de sharia ook over bepaalde strafrechtelijke (zoals diefstal en moord) en familiaire zaken (als overspel, scheiding, erfrecht). Bij veel mensen is de sharia bekend geworden door de lijfstraffen, zoals het afhakken van ledematen bij diefstal (Koran 5:38) en de doodstraf bij geloofsafval of ontucht (zie hieronder). Ook andere aspecten van de sharia zijn lastig te rijmen met universele mensenrechten, zoals de ongelijkheid van man en vrouw (zie hieronder). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verleden geoordeeld dat de sharia onverenigbaar is met democratie en mensenrechten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat moslims zijn gekomen met hun eigen mensenrechtenverklaring, in overeenstemming met de sharia. Grote delen van de moslimwereld zien de sharia als goddelijke geopenbaard, menen dat ze maar voor één interpretatie vatbaar is, willen haar als wetgeving van het land en ook doen gelden voor niet-moslims. In het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, dat bekend staat als gematigd islamitisch, wil 72% de sharia als officiële wetgeving. Zelfs in West-Europa meent meer dan de helft van de moslims dat religieuze regels belangrijker zijn dan seculiere wetten. Ondanks de goddelijke status van de sharia is er evenwel discussie over de menselijke interpretatie daarvan (fiqh). Op grond van verschillende lezingen van de Koran, verschillende Hadith en verschillende rechtstradities zijn er verschillende rechtsscholen ontstaan. De vier belangrijkste soennitische zijn de Hanafi, Shafi'i, Maliki en Hanbali. Er is dan ook de nodige discussie onder islamitische rechtsgeleerden over hoe de sharia in deze tijd moet worden geïnterpreteerd en toegepast, maar over veel zaken is brede consensus. Een vertaald en uitgebreid shariahandboek (uit de Shafi'i-rechtsschool) dat recentelijk de goedkeuring heeft gekregen van meerdere islamitische autoriteiten, waaronder die van de zeer gezaghebbende Al-Azhar-universiteit, is de Reliance of the Traveller. Op grond van het bovenstaande is het duidelijk hoe serieus de sharia wordt genomen in de moslimwereld, van gewone gelovigen tot theologen en rechtsgeleerden. Het is eveneens duidelijk dat de sharia strijdig is met universele mensenrechten en democratisch gekozen wetten. We kunnen hier dus spreken van een groot probleem met de islam. Een ander probleem is dat de sharia over méér gaat dan religieuze zaken, waardoor de scheiding van kerk en staat in het geding komt. 
 
 
Ongelovigen en de jihad 
In de Koran is Allah geobsedeerd door ongelovigen: alle niet-moslims (kuffar). Soms worden deze ongelovigen gespecificeerd tot afgodendienaars en soms tot de joden en/of christen ('de mensen van het Boek'). Op bijna elke pagina van de Koran blijkt Zijn afkeer van de ongelovigen. Hier is een aardig overzicht te vinden. Volgens Allah zijn ongelovigen onbetrouwbaar, huichelaars, onrein, onwetend, hoogmoedig, kwaaddoeners, zondaars, verleiders en willen ze de gelovige van het rechte pad afleiden. Ongelovigheid wordt vereenzelvigd met alles wat slecht is; het zijn "de slechtsten der schepselen" (soera 98:6). Ongelovigen worden vaak niet voorgesteld als oprecht ongelovig of andersgelovig, maar wijzen volgens de Koran meestal bewust de islam af, vaak tegen beter weten in. Ook wordt zeer vaak vermeld dat hun een pijnlijke bestraffing wacht: het hellevuur. Dit wordt soms heel plastisch beschreven: "Zij die ongelovig zijn aan onze tekenen [de Koran] die zullen Wij [God] braden in een vuur. Telkens wanneer hun huid gebakken is verwisselen Wij dit met een andere huid opdat zij de bestraffing smaken. God is waarlijk geweldig en wijs." (4:56). En in soera 22:19-20 lezen we over de ongelovigen: "voor hen worden klederen van vuur uitgesneden terwijl boven hun hoofden het hellekooksel wordt uitgegoten waardoor gesmolten wordt wat in hun buiken is en ook hun huiden." Allah's afkeer van de niet-moslims en Zijn sadistische straffen voor hen krijgen extra kracht door het uitentreuren herhalende karakter ervan, waaraan iemand niet kan ontkomen als hij de gehele Koran leest. Is het vreemd dat de vrome moslim die de Koran serieus neemt als het woord van God een hekel heeft aan ongelovigen? Een boek dat zo veel intolerantie predikt jegens niet-moslims, is niet alleen niet bevorderlijk voor integratie, maar zorgt juist voor segregatie. Dit is vooral een probleem met de islam in een multiculturele maatschappij. Ook is het niet toevallig dat er zo veel antisemitisme onder moslims voorkomt, en dat is veel ouder dan het uitroepen van de staat Israël (1948), want het is al terug te vinden in de Koran en de Hadith. Ook in West-Europa meent bijna de helft van de moslims dat joden niet te vertrouwen zijn
 
Het wordt moslims verboden een afgodendienaar te trouwen; een gelovige slavin is dan nog beter (2:221). De gelovigen mogen geen ongelovigen tot vriend nemen (3:28, 3:118), ook joden en christenen niet (5:51). Je mag als moslim zelfs niet meer bevriend zijn met je eigen familie als zij niet gelovig zijn (9:23). In een kalifaat (een islamitische staat, geleid door een kalief), waar de sharia geldt, hebben niet-moslims de mogelijkheid zich te bekeren tot de islam, te worden gedood of als dhimmi te leven, een soort tweederangsburger. Dhimmi's waren aanvankelijk de joden en christenen (de mensen van het Boek), maar later ook andere gelovigen. Deze gelovigen worden weliswaar beschermd door de moslims, maar mogen hun geloof niet openlijk belijden, hebben beperkte rechten en moeten een speciaal soort belasting betalen: djizja, gebaseerd op soera 9:29. Omdat het concept van dhimmi alleen geldt in een kalifaat, werd het tot voor kort als verouderd beschouwd (het werd afgeschaft aan het einde van het Ottomanen-kalifaat). In het kalifaat van IS is het echter weer ingevoerd: zij die niet als dhimmi willen leven, zullen zich moeten bekeren of zullen sterven. Deze dhimmi-status geeft ook een andere kijk op het vaak aangehaalde vers dat "er geen dwang is in de godsdienst" (2:256). De niet-moslim hoeft zich immers niet te bekeren: hij kan ook als tweederangsburger leven. Ik vrees dat een atheïst hier evenwel niet veel aan heeft. 
 
Gezien de intolerantie jegens ongelovigen is het niet verwonderlijk dat afvalligheid erg gevoelig ligt in de islamitische wereld. Ex-moslims kennen immers de 'ware religie', maar hebben die moedwillig de rug toegekeerd. Je bekeren tot een andere godsdienst valt hier ook onder. Traditioneel staat op afvalligheid de doodstraf. In de Koran staat over de afvallige onder andere "op hem is toorn vanwege God en voor hen is een ontzaglijke bestraffing" (16:106). In de Hadith, vooral Al-Bukhari, is te vinden dat een afvallige gedood moet worden. In het shariahandboek de Reliance of the Traveler lezen we dat de afvallige "is executed for his unbelief" (f1.3). De vier belangrijkste soennitische rechtsscholen delen deze opvatting. Ook grote aantallen gewone gelovigen in islamitische landen vinden dat afvalligen de dood verdienen. De enige landen ter wereld waar afvalligheid strafbaar is, zijn islamitische landen. In het beste geval moet de afvallige het bekopen met een boete of gevangenisstraf, in het ergste geval met de dood. In het 'gematigde' Indonesië werd nog in 2012 Alexander Aan opgepakt wegens diens afvalligheid en kritiek op de islam. Hij is helaas een van de velen in het recente verleden die zich 'schuldig' hebben gemaakt aan afvalligheid en daarvoor bestraft zijn, ook al is er recentelijk meer discussie onder moslimgeleerden ontstaan over de status en bestraffing van afvalligen. De soep wordt - veelal na westerse kritiek - tegenwoordig gelukkig niet altijd zo heet gegeten als zij wordt opgediend, maar bestraffing gebeurt nog steeds veel te vaak. Een uitgebreidere bespreking van alle bronnen en toepassingen is hier te vinden. Bestraffing voor afvalligheid wordt dus breed gedragen in de islamitische wereld en is strijdig met de vrijheid van godsdienst, een universeel mensenrecht. Ook hier is dus sprake van een fundamenteel probleem met de islam. 
 
De jihad is ook voor de niet-moslim ondertussen een ingeburgerd begrip geworden. Vrijwel dagelijks worden we geconfronteerd met het geweld van jihadisten, ook dicht bij huis, en regelmatig worden aanslagen verijdeld. Gematigde moslims en veel politici menen vaak dat dit niets met de islam te maken heeft. Ook wordt er graag op gewezen dat het woord slechts 'streven' betekent, en dat er naast de gewapende strijd (de kleine of uiterlijke jihad) ook nog een grote of innerlijke jihad bestaat: de strijd tegen verleidingen en het ego. De werkelijkheid is echter zorgwekkender. De gewapende strijd is vooral de oorspronkelijke betekenis en het woord wordt ook als zodanig het meest in de Koran gebruikt. De jihad als gewapende strijd wordt gezien als een religieuze plicht. Het is door deze jihad dat de vroege moslims in staat waren in een relatief korte tijd veel grond te veroveren, ver buiten het Arabisch schiereiland waar de islam ontstond. Dit islamitische rijk reikte ooit van tot ver in Azië tot aan Noord-Afrika, en zelfs Spanje. Tijdens de kruistochten, die vooral een reactie waren op deze islamitische expansiedrift, werden later grote delen heroverd. Dit terugdringen van het islamitische rijk ligt bij sommige moslims nog steeds gevoelig, en zij zien het huidige Westen dan ook nog steeds als kruisvaarders. De moderne jihadisten worden onder andere hierdoor nog steeds gemotiveerd: ze willen het grote islamitische rijk van weleer heroveren op de huidige westerse 'kruisvaarders'. De haat jegens het Westen kent dus een rijke geschiedenis die ver vooraf gaat aan het huidige westerse ingrijpen (vooral vanaf de vorige eeuw) en het uitroepen van de staat Israël (1948). 
 
De Koran bevat de nodige verzen die oproepen tot de 'heilige oorlog', zoals de jihad onder niet-moslims ook wel bekend staat. Waarschijnlijk het meest bekend is het 'zwaardvers' (soera 3:5), waarop ook Osama bin Laden zich beriep: "Doch wanneer de gewijde maanden zijn verstreken doodt dan de genotengevers [afgodendienaren] waar gij hen aantreft en grijpt hen en belemmert hen en bezet elke uitkijkpost tegen hen. Doch indien zij zich berouwvol bekeren [...] laat hen dan vrij hun weegs gaan. God is vergevend en barmhartig." Het afhakken van de hoofden van ongelovigen wordt gerechtvaardigd met o.a. soera 47:4: "Wanneer gij dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op hun nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien." In soera 9:29 lezen we: "Bestrijdt hen die niet geloven in God". Merk op dat in deze verzen niet wordt gesproken over 'je vijanden' of 'zij die jou aanvallen', maar over afgodendienaren en ongelovigen, waardoor de militaire en religieuze strijd vereenzelvigd wordt. Dit onderscheid tussen moslim en niet-moslim blijkt ook uit soera 48:29: "Muhammad is de boodschapper Gods en zij die met hem zijn[,] zijn heftig tegen de ongelovigen en barmhartig onder zichzelf". Een oproep tot de jihad wordt ook gevonden in onder andere soera 2:216: "u is voorgeschreven te strijden ook al is het met tegenzin" en 2:244: "strijd op de weg Gods". Vaak wordt gezegd dat deze verzen uit hun context gehaald worden, maar er is geen context die deze verzen nuanceert tot iets toleranters, als er überhaupt al sprake is van een context. Wel kunnen deze verzen historiserend gelezen worden, een punt dat later nog aan bod zal komen. Merk ook op dat deze jihad-verzen Medinaans (jonger) zijn, en dus de over het algemeen meer tolerante (oudere) Mekkaanse verzen (zoals soera 109) abrogeren (overschrijven, zie hierboven). Hier is een uitgebreid overzicht te vinden van islamitische bronnen die de jihad als gewapende strijd rechtvaardigen. 
 
Er is onder moslims veel discussie over in hoeverre de jihad ook offensief gebruikt mag worden. In 2:190 staat bijvoorbeeld "bestrijd op de weg Gods hen die u bestrijden" en in het vers daarop "dood hen waar gij hen aantreft". Dit lijkt op een defensieve beperking te wijzen en wordt door veel moslims ook als zodanig geïnterpreteerd: strijd alleen als jij bestreden wordt. Maar andere moslims zien elk westers militair ingrijpen tegen moslims, ook tegen bijvoorbeeld Hamas of IS, als voldoende aanleiding voor een actieve strijd tegen het Westen. Ook is de beperking tot een defensieve strijd lastig te rijmen met soera 2:193: "bestrijd hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst aan God behoort" (vgl. ook 8:39). Niet-moslims kunnen moslims immers altijd verzoeken om de islam te verlaten, en "verzoeking is erger dan de doodslag" (2:190). Blijkbaar is Allah nogal jaloers en is Hij erg bang dat zijn aanhangers er met een andere God vandoor gaan. Ook is er discussie over in hoeverre de jihad een zaak is die de individuele moslim aangaat, in tegenstelling tot in een collectief onder leiding van een kalief. Het kalifaat van IS heeft daarom zo'n grote aantrekkingskracht op jihadisten: ze kunnen weer strijden onder een kalief. Volgens de Koran zijn jihadisten die sterven niet dood maar levend (2:154), zullen zij "een ontzaglijk loon" krijgen (4:74) en in het paradijs komen (9:111). Het is niet verwonderlijk dat dit aantrekkingskracht uitoefent op fanatieke moslims. De meerderheid der moslims interpreteert de genoemde jihad-verzen gelukkig niet als een oproep nu de wapenen te grijpen, en maar een relatief klein deel vindt dat zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd zijn. Helaas is maar een relatief klein dat dit wél gelooft nodig om op wereldwijde schaal heel veel ellende te veroorzaken. Hun rechtvaardiging daarvoor vinden ze in de Koran en in andere islamitische bronnen, ook al houden gelukkig de meeste moslims er een andere interpretatie op na. Dit probleem van religieus geweld is binnen de islam veel meer aanwezig dan in welke andere godsdienst ook, en dat is ook niet zo vreemd gezien de bronnen en de islamitische geschiedenis. Ook dit is een serieus probleem met de islam. Een moslim die afstand neemt van de jihad is overigens niet meteen een tolerante moslim, want veel van deze moslims willen wel de inhumane en gewelddadige sharia.
 
 
Vrouwenrechten
De gelijkwaardigheid van man en vrouw is niet alleen vastgelegd in de Nederlandse wet, maar ook in de universele mensenrechten. Binnen de islam wordt hier echter anders over gedacht. In de Koran staat "De mannen zijn opzichters over de vrouwen voor wat God aan de een meer gegeven heeft dan aan de ander" (4:34). Vrouwen worden vergeleken met een akker waar een man mee kan doen wat hij wil: "Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt" (2:223). De ongelijkheid blijkt verder uit het feit dat twee vrouwelijke getuigen evenveel waard zijn als één mannelijke (2:282) en dat van de erfenis de zoon het dubbele krijgt van de dochter (4:11). Daarnaast mag een man - naast zijn seksslavinnen - tot vier vrouwen hebben, mits hij ze redelijkerwijs kan onderhouden (4:3). Opstandige vrouwen mogen "vermaand" en "geslagen" worden (4:34), ook al is er enige discussie over hoe dit vers precies vertaald en geïnterpreteerd moet worden. Het moge duidelijk zijn dat vrouwen deze rechten niet hebben. De Koran predikt dus niet bepaald gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Dat dit geen dode letter is, blijkt uit een enquête onder moslims wereldwijd: de overgrote meerderheid der moslims vindt dat vrouwen altijd hun man moeten gehoorzamen, grote aantallen vinden dat de vrouw niet mag scheiden (de man wel) en dat zonen en dochters geen gelijke erfrechten hebben. 

Kindhuwelijken worden mogelijk in de Koran verondersteld (65:4) en uit de Hadith weten we dat Mohammed trouwde met Aïsja (een van zijn vrouwen) toen ze 6 was en dat huwelijk consumeerde toen ze 9 was. Op grond hiervan noemde Ayaan Hirsi Ali de profeet "naar westerse maatstaven een perverse man" en een "pedofiel". Daarin heeft ze dus feitelijk gelijk. Dergelijke kindhuwelijken vinden helaas nog steeds navolging in de moslimwereld. In Iran bijvoorbeeld worden elk jaar nog steeds tienduizenden meisjes die jonger zijn dan 15 (de officiële huwelijksleeftijd voor meisjes daar) uitgehuwelijkt. De foto genomen voor het huwelijk van de Afghaanse Faiz (40) en Ghulam (11) ging de hele wereld over. Een Saoedische rechter weigerde een huwelijk tussen een meisje van 8 en een man van 47 nietig te verklaren. De grootmoefti van dat land, de hoogste religieuze rechtsgeleerde, verklaarde hierover: "A girl aged 10 or 12 can be married. Those who think she's too young are wrong and they are being unfair to her.".  
 
 
Homoseksualiteit
Net als onder orthodoxe christenen wordt homoseksualiteit in de islamitische wereld over het algemeen gezien als een zonde. Een verschil met de (moderne) christelijke wereld is dat homo's in een groot deel van de moslimwereld gestraft moeten worden. In vrijwel alle islamitische landen is homoseksualiteit taboe of verboden, en in veel van die landen strafbaar, soms zelfs met de dood. De Koranverzen voor de afkeer van homoseksualiteit komen vooral uit het verhaal van Lot, waarin over de mannen die Lots (mannelijke) gasten benaderen wordt gezegd: "Gij nadert immers de mannen in wellustige begeerte in plaats van de vrouwen" (7:81, zie ook 27:55 en 26:165). Dit wordt gezien als "zedeloosheid" en "het verwerpelijke" (in een andere vertaling: "gruweldaad") (29:28-29). Deze mannen werden vervolgens door God "verdelgd" (26:172). Een andere interpretatie van dit verhaal is echter dat het hier niet om homoseksualiteit per se gaat, maar over het onjuist bejegenen van Lots gasten. Homoseksualiteit wordt vaak gezien als een vorm van ontucht (zina), en daarop staat volgens de Koran 100 zweepslagen (24:2). Volgens de sharia gelden deze zweepslagen echter alleen voor ongehuwden; gehuwden verdienen namelijk steniging (Reliance of the Traveler, o12.2). Deze straf staat overigens ook in de Bijbel (Lev. 20:10 en Deut. 22:22-27). Er zijn voor deze 'ontuchtige misdaad' echter wel vier mannelijke getuigen nodig als de ontuchtpleger niet vrijwillig bekent. Hierdoor wordt de doodstraf in de praktijk relatief weinig uitgevoerd. Ondanks dat er onder moslimgeleerden brede consensus is dat homoseksualiteit een zonde is, is er wel de nodige discussie binnen de verschillende rechtsscholen over wanneer er precies sprake is van homoseksualiteit en wat de gepaste straf is.
 
Desalniettemin hebben homoseksuelen een groot probleem in de islamitische wereld. Op dit moment staat in zeven islamitische landen de doodstraf op homoseksualiteit, en dat wordt regelmatig ook uitgevoerd. In veel andere landen is de straf een boete of gevangenisstraf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel islamitische landen weigerden een verklaring van de VN over homerechten te tekenen. In islamitsiche landen is de sociale acceptatie bedroevend laag. Uit internationaal onderzoek blijkt dat slechts een zeer kleine minderheid van de moslims wereldwijd homoseksualiteit maatschappelijk acceptabel vindt. Er is over het algemeen een sterke correlatie tussen hoe religieus een land is en de afwijzing van homoseksualiteit. Zelfs in West-Europa zegt meer dan de helft van de moslims geen homo als vriend te willen. Gelukkig is het in het Westen wel mogelijk om als moslim openlijk homoseksueel te zijn, ook al wordt daar zelfs hier vaak met argusogen naar gekeken door andere moslims. Hier is meer achtergrondinformatie te vinden over de islam en homoseksualiteit. De zeer lage acceptatie en zelfs bestraffing van homoseksualiteit in de islamitische wereld is dus een ander groot probleem met de islam. 
 
 
Problemen en oplossingen?
Uit het bovenstaande blijkt dat een aantal aspecten van de islam problematisch zijn in een vrije, beschaafde wereld, waarin wetten democratisch gekozen worden en mensenrechten universeel zijn. De Koran bevat veel intolerantie jegens ongelovigen, de sharia is ondemocratisch, inhumaan en gewelddadig, en daardoor onverenigbaar met universele mensenrechten. Vrouwen zijn in de islam niet gelijkwaardig aan mannen en homoseksualiteit wordt gezien als een zonde die bestraft moet worden. De jihad als gewapende strijd kent een rijke geschiedenis en kan gelegitimeerd worden vanuit de Koran en de Hadith, ook al interpreteert gelukkig maar een kleine minderheid deze teksten zo. Deze problemen zijn geen randverschijnselen van een doorgaans tolerante godsdienst, of uitingen van slechts een handvol zeloten. De feiten laten duidelijk zien dat de bovengenoemde problematische aspecten van de islam een rijke geschiedenis hebben in de islam, uitgebreid terug zijn te vinden in de bronnen (Koran en Hadith) en ook nu nog worden onderschreven door miljoenen moslims wereldwijd, van geleerden tot gewone moskeebezoekers. Deze aspecten zijn daarmee onderdeel van de orthodoxe islam, of een fundamentalistische islam (omdat ze teruggaan tot de fundamenten van het geloof), en die wordt aangehangen door een groot deel van de wereldwijde islamitische gemeenschap. Dit wil evenwel niet zeggen dat dit de 'ware' islam is of de enig mogelijke. Het geeft wel aan dat deze mainstreamopvattingen een serieus probleem vormen voor de beschaafde wereld.
 
Geen enkele andere religie levert in deze tijd structureel zo veel problemen op voor de wereldvrede en mensenrechten als de islam. In bijvoorbeeld de huidige christelijke wereld is het fundamentalisme hoofdzakelijk beperkt tot lieden die hun scheppingsmythe in de biologieles willen of tegen het homehuwelijk en abortus zijn. Geweld dat duidelijk christelijk gemotiveerd is, is gelukkig relatief uitzonderlijk (zoals aanslagen op abortusartsen in de VS en geweld tegen homoseksuelen en vermeende heksen in bepaalde Afrikaanse gebieden) en wordt door elke grote christelijke organisatie afgekeurd. Geweld door boeddhisten of taoïsten bestaat vrijwel niet, en dat is geen toeval. De problemen met de islam zijn dieper en breder geworteld in de traditie, zijn qua omvang veel groter en zijn veel bedreigender voor de wereldvrede en mensenrechten. Dit is voor veel mensen een ongemakkelijke waarheid die vaak uit alle macht ontkend of gebagatelliseerd wordt, vaak uit angst om als 'islamofoob', racist of extreemrechts uitgemaakt te worden. Deze ontkenning of bagatellisering gebeurt niet alleen door politici die de lieve vrede willen bewaren, maar ook door naïeve en vaak goedbedoelende niet-moslims en liberale moslims die niet (willen) begrijpen wat hun meer orthodoxe geloofsgenoten drijft. Of men is bang dat het erkennen en begrijpen van deze problemen met de islam ook betekent dat men ze vergoelijkt of goedkeurt. Uiteraard is niets minder waar: wie een probleem wil oplossen, moet het eerst eerlijk onder ogen durven zien en het proberen te begrijpen.
 
Het is belangrijk te benadrukken dat een groot deel van de moslims, zeker in het Westen, in meer of mindere mate hun oplossingen hebben gevonden voor de bovengenoemde problemen. Ze zijn niet uit op een invoering van de sharia en gelukkig zijn nog minder bereid de jihad aan te gaan tegen de ongelovigen. Het is evenwel ook belangrijk te benadrukken dat er vele schakeringen moslims bestaan tussen de jihadist en de waarlijk liberale moslim. Niet elke moslim die zijn afkeuring uitspreekt over jihadisten is ook voor een volledige vrijheid van religie, democratisch gekozen wetten en gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. Een land als Saoedi-Arabië veroordeelt de aanslagen in Parijs, maar doodt wel homo's en afvalligen. Zelfs in het Westen denken veel moslims niet best over homo's, joden, afvalligen en ongelovigen. Echt liberale moslims hebben een vorm van hun geloof gevonden die goed samengaat met de huidige beschaving. Dat is lovenswaardig, want dat is de enige vorm van de islam die het mogelijk maakt voor moslims om met niet-moslims in vrede en gelijkwaardigheid te kunnen samenleven. Dit vereist echter een radicale herinterpretatie van hun geloof, en daar zit ook meteen de moeilijkheid. De liberale moslim heeft grofweg twee opties om hiermee om te gaan.
 
Een eerste optie is te gaan 'kersenplukken' in de bronnen en de geschiedenis: kies die verzen uit de Koran, die Hadith en die stromingen binnen de islam die te verenigen zijn met de moderne beschaving en roep dat uit tot de 'ware' islam. Dit is een populaire strategie onder veel westerse, liberale moslims. Dit selectief winkelen heeft echter een groot nadeel: de orthodoxe - en zelfs de jihadistische - moslim kan hetzelfde doen met andere Koranverzen, andere Hadith en andere stromingen om tot zijn 'ware' islam te komen. Daar komt nog bij dat de orthodoxe moslim zich uitgebreider kan beroepen op bronnen en de islamitsiche geschiedenis. Dergelijke theologische disputen over wie de ware islam in pacht heeft, zijn dan ook zelden vruchtbaar en hebben geleid tot zeer veel sektarisch geweld. 
 
Een betere optie lijkt het laten varen van de absolute en universele pretenties van de islam. De moslim zal dan moeten erkennen dat wat de Koran voorschrijft niet altijd en overal geldt. Hij zal de Koran historiserend moeten lezen, als geldend uitsluitend binnen een bepaalde historische context. De meeste joden en christenen lezen hun geschriften nu zo. De moslim zal ook moeten erkennen dat Mohammed in zijn tijd misschien een navolgenswaardig voorbeeld was, maar dat hij dat vandaag de dag niet meer is, in ieder geval niet in elk opzicht. De Koran en de soenna zijn dan niet meer geheel of direct toepasbaar op het moderne leven en kunnen ook niet dienen als een absolute morele toetssteen, maar kunnen misschien wel inspireren tot het goede (het omkijken naar de armen bijvoorbeeld). Dit ondermijnt echter wel de morele status van religieuze geschriften en personen, en dat is juist wat voor veel gelovigen hun religieuze moraal beter maakt dan die van de niet-gelovigen. Een reformatie in de christelijke zin (sola scriptura, terug naar de Schrift alleen), waar het salafisme in feite op neerkomt, is dan ook geen optie. Het is precies deze bron die het probleem vormt. Een islamitische reformatie zal juist de absolute status van de bronnen moeten loslaten of ze radicaal moeten gaan herinterpreteren en historiseren. De vraag is of dat gaat lukken als de orthodoxie zo groot en dominant blijft. In het Westen lijkt een dergelijke liberale islam gemakkelijker en meer voet aan de grond te krijgen dan in de rest van de wereld. Het is de plicht van de beschaafde wereld om vrijheid en veiligheid te bieden aan een dergelijke liberale islam, net als aan elke andere levensovertuiging die niet strijdig is met universele mensenrechten en democratie. Hierbij is humanitair, politiek, economisch een soms militair ingrijpen onontkoombaar. We kunnen niet tolerant zijn jegens intolerantie.
 
Misschien nog wel van het meest fundamentele belang is kritiek te kunnen uiten op de islam, ook als die kritiek kwetsend is voor sommigen. Dit is geen 'islamofobie' en al helemaal geen racisme (de islam is geen ras), maar simpelweg kritiek op een ideologie. Geen enkele ideologie, godsdienstig of niet, is boven kritiek verheven, ook niet als die iemand na aan het hart ligt. Dat betekent dat we de Koran of Mohammed op bijvoorbeeld morele gronden mogen bekritiseren, zelfs als dat in de ogen van sommigen neerkomt op bespotting. We kunnen en mogen de Koran een verwerpelijk of achterlijk boek noemen en Mohammed een perverse tiran (zeker naar huidige maatstaven). We moeten die discussie aangaan, ook als die gevoelige snaren raakt en soms op het scherp van de snede gevoerd wordt. Het betekent daarnaast dat bijvoorbeeld historisch bronnenonderzoek mogelijk moet zijn, ook als dat conflicteert met het traditionele verhaal of dierbare overtuigingen. We moeten kunnen erkennen dat bepaalde aspecten van de islam problematisch zijn, want alleen dan is discussie en hopelijk een duurzame oplossing mogelijk. 
 
 
Literatuur 
De hierboven aangehaalde citaten uit de Koran komen uit de vertaling van Kramers, die bewerkt is door Jaber en Jansen (1997, De Arbeiderspers). Dit is een vrij letterlijke vertaling in wat ouder Nederlands en met hier en daar idiosyncratisch woordgebruik ('wereldwezen', 'genotengevers'), hetgeen op de moderne lezer wat vreemd over kan komen. Het voordeel van deze uitgave is dat ze voorzien is van een vrij uitgebreide inleiding, veel verhelderende kopjes en voetnoten en een uitgebreid register. Dit maakt de Koran wat beter te begrijpen, zeker voor de niet-ingewijden. Een goede, genuanceerde en zeer brede inleiding tot de islam is de bundel In het huis van de Islam, onder de redactie van Henk Driessen (1997, SUN). Een kritischere kijk op de islam wordt gegeven door Robert Spencer in onder andere The Politically Incorrect Guide to Islam (and the Crusades) (2005, Regnery Publishing). Deze auteur is vanwege zijn islamkritiek controversieel, maar zijn boek is goed gedocumenteerd.   
 
 

Wie zijn er online?

We hebben 119 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Rudy KousbroekRudy Kousbroek, publicist, essayist, eredoctor filosofie Universiteit Groningen

Citaat

Het moet toch voor ieder welingelicht mens duidelijk zijn wie de wedloop tussen de theologie en de empirische wetenschappen, die aanvankelijk nog onbeslist was, heeft gewonnen. Maar dat wensen theologen natuurlijk niet te zien. Dat is ook de reden dat ze vrijwel nooit kennis nemen van bijvoorbeeld de sterrenkunde, de evolutiebiologie, de neurowetenschap; ze zijn er niet eens in geïnteresséérd.

~ Herman Philipse

We leven in een tijd waarin we in West-Europa meer met de islam te maken hebben dan ooit. Het islamitisch terrorisme is een groeiend probleem dat steeds dichter bij huis komt. Islamitische staat (IS) heeft naar eigen zeggen een kalifaat gesticht, en dat heeft grote gevolgen voor de wereldpolitiek. Mede daardoor komen grote groepen vluchtelingen naar Europa, veelal met een islamitische achtergrond. Het is daarom van belang om het nodige te weten over deze islam: wat zijn de bronnen van deze godsdienst, wat geloven moslims en in hoeverre is dat te rijmen met mensenrechten en een democratische rechtsstaat? Dit zijn onderwerpen waarover zeer veel geschreven is, van orthodoxe moslims tot ongelovige westerse academici, en van populistische politici tot genuanceerde opiniemakers. Hierdoor is een zeer groot veld aan opvattingen ontstaan, waarvan vaak de uitersten de meeste (media-)aandacht krijgen. Wat is hiervan waar? Is deze religie echt zo problematisch als zij soms wordt voorgesteld? In hoeverre is de islam te verenigen met democratie en mensenrechten?
 
Het is lastig een goed en genuanceerd beeld te vormen van wat de islam inhoudt. Sommigen menen zelfs dat je niet kunt spreken van de islam. In een zekere zin is dat ook zo: net als in elke andere religie is er een grote verscheidenheid aan opvattingen in tijd en plaats. Deze grote variëteit onder moslims leidt niet zelden tot gewelddadige religieuze conflicten binnen de moslimwereld, waaronder de eeuwenoude strijd tussen sjiieten en soennieten. Sommige moslims doen zelfs aan takfir onder hun geloofsbroeders en -zusters: ze verklaren andere moslims tot kuffar, ongelovigen. Niet alleen doen fundamentalistische moslims dat bij hun liberale geloofsgenoten, maar ook liberale moslims menen vaak dat het geweld dat fundamentalisten gebruiken hen tot kuffar maakt. Opmerkelijk genoeg doen zelfs niet-islamitische westerse politici aan takfir als ze menen dat IS-strijders onislamitisch zijn. Blijkbaar menen zij met autoriteit hierover te kunnen spreken. 
 
Desalniettemin meen ik dat je, ondanks de verscheidenheid binnen de islamitische wereld, in een aantal opzichten kunt spreken van de islam. De Koran neemt voor alle moslims een belangrijke plaats in als een openbaring van God. De profeet Mohammed wordt niet alleen gezien als de laatste gezant van God, maar door veel moslims ook als een navolgenswaardig persoon. De overleveringen (Hadith) en vroege biografieën (sira) vormen daarom belangrijke bronnen voor moslims, naast de Koran. Op grond van de Koran en de Hadith is er een islamitisch recht ontstaan: de sharia. Binnen de islamitische wereld zijn er verschillende rechtsscholen die verschillende varianten van de sharia hebben ontwikkeld, en als zodanig nog steeds in meer of mindere mate in islamitische landen worden toegepast. Dit geeft dus een aardig beeld van hoe islamitische geleerden de Koran en de Hadith vandaag de dag toepassen. Ook geeft de daadwerkelijk wetgeving en toepassing daarvan in islamitische landen een beeld van hoe de islam vandaag toegepast wordt. Tot slot zijn er nog de uitkomsten van enquêtes onder moslims, gehouden in het Westen of wereldwijd, die een goed beeld schetsen van wat hedendaagse moslims geloven. Al deze bronnen vormen gezamenlijk een goede indruk van de islam, zowel historisch als vandaag de dag. In wat ik hieronder schrijf over de islam, zal ik mij steeds beroepen op deze bronnen. Desalniettemin is dit niet het enige beeld van de islam, en zeker niet het enig mogelijke. Elke moslim blijft een individu met eigen opvattingen, ook al maakt hij deel uit van een veel grotere gemeenschap en oudere traditie.

Dit stuk is niet bedoeld als een inleiding tot de gehele islam, in al zijn historische, geografische, politieke, doctrinaire en rituele facetten. Daarvoor zijn goede inleidingen te vinden, waaronder de gedegen en uitgebreide bundel In het huis van de Islam, onder de redactie van Henk Driessen. Ook ontken ik niet dat er positieve kanten aan de islam zitten, zoals de zakat (aalmoezen), gemeenschapszin en het Arabisch van de Koran dat erg mooi schijnt te zijn. Hier wil ik vooral ingaan op die aspecten van de islam die problematisch zijn in de huidige wereld, in het bijzonder in het westerse deel daarvan. Aan het einde bespreek ik de vraag of een islam mogelijk is die verenigbaar is met de moderne beschaving.
 
 
Bronnen
De twee belangrijkste religieuze bronnen voor de islam zijn de Koran en de Hadith. De sharia is daarop gebaseerd. De Koran, een woord dat 'oplezing' betekent, bestaat uit een verzameling van 114 soera's (hoofdstukken) die bestaan uit ayat (verzen). De soera's staan niet op chronologische volgorde in de Koran, maar min of meer van lang naar kort (de eerste soera uitgezonderd). De soera's worden wel opgedeeld in Medinaanse (geopenbaard in Medina) en Mekkaanse (geopenbaard in Mekka), waarbij de Medinaanse later zijn geopenbaard en intoleranter zijn dan de eerdere Mekkaanse. In geval van tegenstrijdigheden overschrijven de latere verzen (of Hadith) meestal de eerdere, een principe dat naskh of abrogatie wordt genoemd. Sommige verzen vormen gezamenlijk een verhaal, maar andere hebben geen duidelijke context, waardoor het lastig of onmogelijk wordt een vers 'in context' te lezen. Hierdoor is het soms een kwestie van interpretatie of een vers alleen geldt in een bepaalde historische context of nu nog steeds. Dit is vooral problematisch bij intolerante verzen. Zo zullen jihadisten in bepaalde verzen een aansporing en legitimering van geweld vinden, waar andere moslims menen dat die verzen nu niet meer gelden. Sommige vertalingen bieden voetnoten die enige context verschaffen als de tekst dat zelf niet doet, maar dit blijft interpretatie. 

Volgens het traditionele islamitische verhaal openbaarde Allah (simpelweg het Arabische woord voor 'God') vanaf het jaar 610 n.C. via de engel Djibriel (Gabriël) de woorden van de Koran letterlijk aan de profeet Mohammed (ca. 570 - 632 n.C.). Al in vroege tijden zijn deze woorden verzameld en gerangschikt tot de huidige Koran. Doordat God de woorden van de Koran letterlijk aan Mohammed geopenbaard heeft, heeft de Koran een zeer gezaghebbende status binnen de islam. Vertalingen hebben dan ook minder gezag dan het Arabische origineel. Ook nu nog nemen zeer grote delen van de wereldwijde islamitische gemeenschap de Koran letterlijk. Deze status en lezing van de Koran is hiermee wezenlijk anders dan hoe moderne joden en christenen de (Hebreeuwse) Bijbel lezen. De Bijbel verschilt op een aantal wezenlijke punten van de Koran: de Koran is over een kortere tijd geschreven, is literair minder divers, bevat veel minder verhalen, is wettischer, bevat meer herhalingen en meer directe aansporingen en toespraken door Allah (God) zelf. De Koran kan met al deze verschillen zeker niet gezien worden als een 'islamitische Bijbel'. Ook de positie ervan binnen het geloof is anders dan die van de Bijbel bij christenen. De vergelijking wordt wel gemaakt dat wat Jezus voor de christenen is, de Koran voor de Moslims is: het Woord van God. Daarom ligt kritiek op en ontheiliging van de Koran ook zo gevoelig bij moslims. Het verbranden van een koran door de christelijke voorganger Terry Jones in 2010 leidde tot ophef en geweld in de moslimwereld. De heilige status van de Koran maakt ook historisch-kritisch onderzoek naar het ontstaan van de Koran lastig, zoals dat wel uitgebreid gedaan is naar het ontstaan van de Bijbel. Dergelijk seculier en kritisch onderzoek wordt door moslims met argusogen bekeken, als godslasterlijk ervaren of actief tegengewerkt. Het bovengenoemde traditionele verhaal over het ontstaan van de Koran is verwijl zeker met mythe doorspekt, maar een goed uitgewerkte seculiere geschiedenis is er vooralsnog niet. 

Met de Hadith worden de overleveringen bedoeld die verhalen over wat Mohammed zei en deed. Ze werden een tijd na Mohammeds dood verzameld tot collecties. Logischerwijs is er de nodige discussie onder moslimgeleerden over welke Hadith het meest betrouwbaar zijn, en verschillende stromingen binnen de islam beroepen zich op hun eigen collecties. Door de soennieten, veruit de grootste stroming binnen de islam (85-90% van alle moslims), worden zes Hadithcollecties als canoniek gezien, waarbij die van Al-Bukhari en Muslim de hoogste status genieten. Op grond van de Hadith kent men de soenna, de manier van leven van Mohammed in allerlei aspecten (omgang met anderen, kleding, haardracht, manier van eten enz.). De soennieten danken hun naam hieraan. Orthodoxe moslims willen deze soenna zo veel mogelijk navolgen omdat ze Mohammed zien als een perfect mens. 

De Koran en de Hadith vormen de belangrijkste bronnen voor de sharia, het islamitisch recht. De sharia is geen recht in de moderne, westerse zin, maar is hoofdzakelijk een religieuze plichtenleer die de gelovige voorschrijft hoe hij moet handelen. Naast religieuze zaken gaat de sharia ook over bepaalde strafrechtelijke (zoals diefstal en moord) en familiaire zaken (als overspel, scheiding, erfrecht). Bij veel mensen is de sharia bekend geworden door de lijfstraffen, zoals het afhakken van ledematen bij diefstal (Koran 5:38) en de doodstraf bij geloofsafval of ontucht (zie hieronder). Ook andere aspecten van de sharia zijn lastig te rijmen met universele mensenrechten, zoals de ongelijkheid van man en vrouw (zie hieronder). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verleden geoordeeld dat de sharia onverenigbaar is met democratie en mensenrechten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat moslims zijn gekomen met hun eigen mensenrechtenverklaring, in overeenstemming met de sharia. Grote delen van de moslimwereld zien de sharia als goddelijke geopenbaard, menen dat ze maar voor één interpretatie vatbaar is, willen haar als wetgeving van het land en ook doen gelden voor niet-moslims. In het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, dat bekend staat als gematigd islamitisch, wil 72% de sharia als officiële wetgeving. Zelfs in West-Europa meent meer dan de helft van de moslims dat religieuze regels belangrijker zijn dan seculiere wetten. Ondanks de goddelijke status van de sharia is er evenwel discussie over de menselijke interpretatie daarvan (fiqh). Op grond van verschillende lezingen van de Koran, verschillende Hadith en verschillende rechtstradities zijn er verschillende rechtsscholen ontstaan. De vier belangrijkste soennitische zijn de Hanafi, Shafi'i, Maliki en Hanbali. Er is dan ook de nodige discussie onder islamitische rechtsgeleerden over hoe de sharia in deze tijd moet worden geïnterpreteerd en toegepast, maar over veel zaken is brede consensus. Een vertaald en uitgebreid shariahandboek (uit de Shafi'i-rechtsschool) dat recentelijk de goedkeuring heeft gekregen van meerdere islamitische autoriteiten, waaronder die van de zeer gezaghebbende Al-Azhar-universiteit, is de Reliance of the Traveller. Op grond van het bovenstaande is het duidelijk hoe serieus de sharia wordt genomen in de moslimwereld, van gewone gelovigen tot theologen en rechtsgeleerden. Het is eveneens duidelijk dat de sharia strijdig is met universele mensenrechten en democratisch gekozen wetten. We kunnen hier dus spreken van een groot probleem met de islam. Een ander probleem is dat de sharia over méér gaat dan religieuze zaken, waardoor de scheiding van kerk en staat in het geding komt. 
 
 
Ongelovigen en de jihad 
In de Koran is Allah geobsedeerd door ongelovigen: alle niet-moslims (kuffar). Soms worden deze ongelovigen gespecificeerd tot afgodendienaars en soms tot de joden en/of christen ('de mensen van het Boek'). Op bijna elke pagina van de Koran blijkt Zijn afkeer van de ongelovigen. Hier is een aardig overzicht te vinden. Volgens Allah zijn ongelovigen onbetrouwbaar, huichelaars, onrein, onwetend, hoogmoedig, kwaaddoeners, zondaars, verleiders en willen ze de gelovige van het rechte pad afleiden. Ongelovigheid wordt vereenzelvigd met alles wat slecht is; het zijn "de slechtsten der schepselen" (soera 98:6). Ongelovigen worden vaak niet voorgesteld als oprecht ongelovig of andersgelovig, maar wijzen volgens de Koran meestal bewust de islam af, vaak tegen beter weten in. Ook wordt zeer vaak vermeld dat hun een pijnlijke bestraffing wacht: het hellevuur. Dit wordt soms heel plastisch beschreven: "Zij die ongelovig zijn aan onze tekenen [de Koran] die zullen Wij [God] braden in een vuur. Telkens wanneer hun huid gebakken is verwisselen Wij dit met een andere huid opdat zij de bestraffing smaken. God is waarlijk geweldig en wijs." (4:56). En in soera 22:19-20 lezen we over de ongelovigen: "voor hen worden klederen van vuur uitgesneden terwijl boven hun hoofden het hellekooksel wordt uitgegoten waardoor gesmolten wordt wat in hun buiken is en ook hun huiden." Allah's afkeer van de niet-moslims en Zijn sadistische straffen voor hen krijgen extra kracht door het uitentreuren herhalende karakter ervan, waaraan iemand niet kan ontkomen als hij de gehele Koran leest. Is het vreemd dat de vrome moslim die de Koran serieus neemt als het woord van God een hekel heeft aan ongelovigen? Een boek dat zo veel intolerantie predikt jegens niet-moslims, is niet alleen niet bevorderlijk voor integratie, maar zorgt juist voor segregatie. Dit is vooral een probleem met de islam in een multiculturele maatschappij. Ook is het niet toevallig dat er zo veel antisemitisme onder moslims voorkomt, en dat is veel ouder dan het uitroepen van de staat Israël (1948), want het is al terug te vinden in de Koran en de Hadith. Ook in West-Europa meent bijna de helft van de moslims dat joden niet te vertrouwen zijn
 
Het wordt moslims verboden een afgodendienaar te trouwen; een gelovige slavin is dan nog beter (2:221). De gelovigen mogen geen ongelovigen tot vriend nemen (3:28, 3:118), ook joden en christenen niet (5:51). Je mag als moslim zelfs niet meer bevriend zijn met je eigen familie als zij niet gelovig zijn (9:23). In een kalifaat (een islamitische staat, geleid door een kalief), waar de sharia geldt, hebben niet-moslims de mogelijkheid zich te bekeren tot de islam, te worden gedood of als dhimmi te leven, een soort tweederangsburger. Dhimmi's waren aanvankelijk de joden en christenen (de mensen van het Boek), maar later ook andere gelovigen. Deze gelovigen worden weliswaar beschermd door de moslims, maar mogen hun geloof niet openlijk belijden, hebben beperkte rechten en moeten een speciaal soort belasting betalen: djizja, gebaseerd op soera 9:29. Omdat het concept van dhimmi alleen geldt in een kalifaat, werd het tot voor kort als verouderd beschouwd (het werd afgeschaft aan het einde van het Ottomanen-kalifaat). In het kalifaat van IS is het echter weer ingevoerd: zij die niet als dhimmi willen leven, zullen zich moeten bekeren of zullen sterven. Deze dhimmi-status geeft ook een andere kijk op het vaak aangehaalde vers dat "er geen dwang is in de godsdienst" (2:256). De niet-moslim hoeft zich immers niet te bekeren: hij kan ook als tweederangsburger leven. Ik vrees dat een atheïst hier evenwel niet veel aan heeft. 
 
Gezien de intolerantie jegens ongelovigen is het niet verwonderlijk dat afvalligheid erg gevoelig ligt in de islamitische wereld. Ex-moslims kennen immers de 'ware religie', maar hebben die moedwillig de rug toegekeerd. Je bekeren tot een andere godsdienst valt hier ook onder. Traditioneel staat op afvalligheid de doodstraf. In de Koran staat over de afvallige onder andere "op hem is toorn vanwege God en voor hen is een ontzaglijke bestraffing" (16:106). In de Hadith, vooral Al-Bukhari, is te vinden dat een afvallige gedood moet worden. In het shariahandboek de Reliance of the Traveler lezen we dat de afvallige "is executed for his unbelief" (f1.3). De vier belangrijkste soennitische rechtsscholen delen deze opvatting. Ook grote aantallen gewone gelovigen in islamitische landen vinden dat afvalligen de dood verdienen. De enige landen ter wereld waar afvalligheid strafbaar is, zijn islamitische landen. In het beste geval moet de afvallige het bekopen met een boete of gevangenisstraf, in het ergste geval met de dood. In het 'gematigde' Indonesië werd nog in 2012 Alexander Aan opgepakt wegens diens afvalligheid en kritiek op de islam. Hij is helaas een van de velen in het recente verleden die zich 'schuldig' hebben gemaakt aan afvalligheid en daarvoor bestraft zijn, ook al is er recentelijk meer discussie onder moslimgeleerden ontstaan over de status en bestraffing van afvalligen. De soep wordt - veelal na westerse kritiek - tegenwoordig gelukkig niet altijd zo heet gegeten als zij wordt opgediend, maar bestraffing gebeurt nog steeds veel te vaak. Een uitgebreidere bespreking van alle bronnen en toepassingen is hier te vinden. Bestraffing voor afvalligheid wordt dus breed gedragen in de islamitische wereld en is strijdig met de vrijheid van godsdienst, een universeel mensenrecht. Ook hier is dus sprake van een fundamenteel probleem met de islam. 
 
De jihad is ook voor de niet-moslim ondertussen een ingeburgerd begrip geworden. Vrijwel dagelijks worden we geconfronteerd met het geweld van jihadisten, ook dicht bij huis, en regelmatig worden aanslagen verijdeld. Gematigde moslims en veel politici menen vaak dat dit niets met de islam te maken heeft. Ook wordt er graag op gewezen dat het woord slechts 'streven' betekent, en dat er naast de gewapende strijd (de kleine of uiterlijke jihad) ook nog een grote of innerlijke jihad bestaat: de strijd tegen verleidingen en het ego. De werkelijkheid is echter zorgwekkender. De gewapende strijd is vooral de oorspronkelijke betekenis en het woord wordt ook als zodanig het meest in de Koran gebruikt. De jihad als gewapende strijd wordt gezien als een religieuze plicht. Het is door deze jihad dat de vroege moslims in staat waren in een relatief korte tijd veel grond te veroveren, ver buiten het Arabisch schiereiland waar de islam ontstond. Dit islamitische rijk reikte ooit van tot ver in Azië tot aan Noord-Afrika, en zelfs Spanje. Tijdens de kruistochten, die vooral een reactie waren op deze islamitische expansiedrift, werden later grote delen heroverd. Dit terugdringen van het islamitische rijk ligt bij sommige moslims nog steeds gevoelig, en zij zien het huidige Westen dan ook nog steeds als kruisvaarders. De moderne jihadisten worden onder andere hierdoor nog steeds gemotiveerd: ze willen het grote islamitische rijk van weleer heroveren op de huidige westerse 'kruisvaarders'. De haat jegens het Westen kent dus een rijke geschiedenis die ver vooraf gaat aan het huidige westerse ingrijpen (vooral vanaf de vorige eeuw) en het uitroepen van de staat Israël (1948). 
 
De Koran bevat de nodige verzen die oproepen tot de 'heilige oorlog', zoals de jihad onder niet-moslims ook wel bekend staat. Waarschijnlijk het meest bekend is het 'zwaardvers' (soera 3:5), waarop ook Osama bin Laden zich beriep: "Doch wanneer de gewijde maanden zijn verstreken doodt dan de genotengevers [afgodendienaren] waar gij hen aantreft en grijpt hen en belemmert hen en bezet elke uitkijkpost tegen hen. Doch indien zij zich berouwvol bekeren [...] laat hen dan vrij hun weegs gaan. God is vergevend en barmhartig." Het afhakken van de hoofden van ongelovigen wordt gerechtvaardigd met o.a. soera 47:4: "Wanneer gij dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op hun nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien." In soera 9:29 lezen we: "Bestrijdt hen die niet geloven in God". Merk op dat in deze verzen niet wordt gesproken over 'je vijanden' of 'zij die jou aanvallen', maar over afgodendienaren en ongelovigen, waardoor de militaire en religieuze strijd vereenzelvigd wordt. Dit onderscheid tussen moslim en niet-moslim blijkt ook uit soera 48:29: "Muhammad is de boodschapper Gods en zij die met hem zijn[,] zijn heftig tegen de ongelovigen en barmhartig onder zichzelf". Een oproep tot de jihad wordt ook gevonden in onder andere soera 2:216: "u is voorgeschreven te strijden ook al is het met tegenzin" en 2:244: "strijd op de weg Gods". Vaak wordt gezegd dat deze verzen uit hun context gehaald worden, maar er is geen context die deze verzen nuanceert tot iets toleranters, als er überhaupt al sprake is van een context. Wel kunnen deze verzen historiserend gelezen worden, een punt dat later nog aan bod zal komen. Merk ook op dat deze jihad-verzen Medinaans (jonger) zijn, en dus de over het algemeen meer tolerante (oudere) Mekkaanse verzen (zoals soera 109) abrogeren (overschrijven, zie hierboven). Hier is een uitgebreid overzicht te vinden van islamitische bronnen die de jihad als gewapende strijd rechtvaardigen. 
 
Er is onder moslims veel discussie over in hoeverre de jihad ook offensief gebruikt mag worden. In 2:190 staat bijvoorbeeld "bestrijd op de weg Gods hen die u bestrijden" en in het vers daarop "dood hen waar gij hen aantreft". Dit lijkt op een defensieve beperking te wijzen en wordt door veel moslims ook als zodanig geïnterpreteerd: strijd alleen als jij bestreden wordt. Maar andere moslims zien elk westers militair ingrijpen tegen moslims, ook tegen bijvoorbeeld Hamas of IS, als voldoende aanleiding voor een actieve strijd tegen het Westen. Ook is de beperking tot een defensieve strijd lastig te rijmen met soera 2:193: "bestrijd hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst aan God behoort" (vgl. ook 8:39). Niet-moslims kunnen moslims immers altijd verzoeken om de islam te verlaten, en "verzoeking is erger dan de doodslag" (2:190). Blijkbaar is Allah nogal jaloers en is Hij erg bang dat zijn aanhangers er met een andere God vandoor gaan. Ook is er discussie over in hoeverre de jihad een zaak is die de individuele moslim aangaat, in tegenstelling tot in een collectief onder leiding van een kalief. Het kalifaat van IS heeft daarom zo'n grote aantrekkingskracht op jihadisten: ze kunnen weer strijden onder een kalief. Volgens de Koran zijn jihadisten die sterven niet dood maar levend (2:154), zullen zij "een ontzaglijk loon" krijgen (4:74) en in het paradijs komen (9:111). Het is niet verwonderlijk dat dit aantrekkingskracht uitoefent op fanatieke moslims. De meerderheid der moslims interpreteert de genoemde jihad-verzen gelukkig niet als een oproep nu de wapenen te grijpen, en maar een relatief klein deel vindt dat zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd zijn. Helaas is maar een relatief klein dat dit wél gelooft nodig om op wereldwijde schaal heel veel ellende te veroorzaken. Hun rechtvaardiging daarvoor vinden ze in de Koran en in andere islamitische bronnen, ook al houden gelukkig de meeste moslims er een andere interpretatie op na. Dit probleem van religieus geweld is binnen de islam veel meer aanwezig dan in welke andere godsdienst ook, en dat is ook niet zo vreemd gezien de bronnen en de islamitische geschiedenis. Ook dit is een serieus probleem met de islam. Een moslim die afstand neemt van de jihad is overigens niet meteen een tolerante moslim, want veel van deze moslims willen wel de inhumane en gewelddadige sharia.
 
 
Vrouwenrechten
De gelijkwaardigheid van man en vrouw is niet alleen vastgelegd in de Nederlandse wet, maar ook in de universele mensenrechten. Binnen de islam wordt hier echter anders over gedacht. In de Koran staat "De mannen zijn opzichters over de vrouwen voor wat God aan de een meer gegeven heeft dan aan de ander" (4:34). Vrouwen worden vergeleken met een akker waar een man mee kan doen wat hij wil: "Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt" (2:223). De ongelijkheid blijkt verder uit het feit dat twee vrouwelijke getuigen evenveel waard zijn als één mannelijke (2:282) en dat van de erfenis de zoon het dubbele krijgt van de dochter (4:11). Daarnaast mag een man - naast zijn seksslavinnen - tot vier vrouwen hebben, mits hij ze redelijkerwijs kan onderhouden (4:3). Opstandige vrouwen mogen "vermaand" en "geslagen" worden (4:34), ook al is er enige discussie over hoe dit vers precies vertaald en geïnterpreteerd moet worden. Het moge duidelijk zijn dat vrouwen deze rechten niet hebben. De Koran predikt dus niet bepaald gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Dat dit geen dode letter is, blijkt uit een enquête onder moslims wereldwijd: de overgrote meerderheid der moslims vindt dat vrouwen altijd hun man moeten gehoorzamen, grote aantallen vinden dat de vrouw niet mag scheiden (de man wel) en dat zonen en dochters geen gelijke erfrechten hebben. 

Kindhuwelijken worden mogelijk in de Koran verondersteld (65:4) en uit de Hadith weten we dat Mohammed trouwde met Aïsja (een van zijn vrouwen) toen ze 6 was en dat huwelijk consumeerde toen ze 9 was. Op grond hiervan noemde Ayaan Hirsi Ali de profeet "naar westerse maatstaven een perverse man" en een "pedofiel". Daarin heeft ze dus feitelijk gelijk. Dergelijke kindhuwelijken vinden helaas nog steeds navolging in de moslimwereld. In Iran bijvoorbeeld worden elk jaar nog steeds tienduizenden meisjes die jonger zijn dan 15 (de officiële huwelijksleeftijd voor meisjes daar) uitgehuwelijkt. De foto genomen voor het huwelijk van de Afghaanse Faiz (40) en Ghulam (11) ging de hele wereld over. Een Saoedische rechter weigerde een huwelijk tussen een meisje van 8 en een man van 47 nietig te verklaren. De grootmoefti van dat land, de hoogste religieuze rechtsgeleerde, verklaarde hierover: "A girl aged 10 or 12 can be married. Those who think she's too young are wrong and they are being unfair to her.".  
 
 
Homoseksualiteit
Net als onder orthodoxe christenen wordt homoseksualiteit in de islamitische wereld over het algemeen gezien als een zonde. Een verschil met de (moderne) christelijke wereld is dat homo's in een groot deel van de moslimwereld gestraft moeten worden. In vrijwel alle islamitische landen is homoseksualiteit taboe of verboden, en in veel van die landen strafbaar, soms zelfs met de dood. De Koranverzen voor de afkeer van homoseksualiteit komen vooral uit het verhaal van Lot, waarin over de mannen die Lots (mannelijke) gasten benaderen wordt gezegd: "Gij nadert immers de mannen in wellustige begeerte in plaats van de vrouwen" (7:81, zie ook 27:55 en 26:165). Dit wordt gezien als "zedeloosheid" en "het verwerpelijke" (in een andere vertaling: "gruweldaad") (29:28-29). Deze mannen werden vervolgens door God "verdelgd" (26:172). Een andere interpretatie van dit verhaal is echter dat het hier niet om homoseksualiteit per se gaat, maar over het onjuist bejegenen van Lots gasten. Homoseksualiteit wordt vaak gezien als een vorm van ontucht (zina), en daarop staat volgens de Koran 100 zweepslagen (24:2). Volgens de sharia gelden deze zweepslagen echter alleen voor ongehuwden; gehuwden verdienen namelijk steniging (Reliance of the Traveler, o12.2). Deze straf staat overigens ook in de Bijbel (Lev. 20:10 en Deut. 22:22-27). Er zijn voor deze 'ontuchtige misdaad' echter wel vier mannelijke getuigen nodig als de ontuchtpleger niet vrijwillig bekent. Hierdoor wordt de doodstraf in de praktijk relatief weinig uitgevoerd. Ondanks dat er onder moslimgeleerden brede consensus is dat homoseksualiteit een zonde is, is er wel de nodige discussie binnen de verschillende rechtsscholen over wanneer er precies sprake is van homoseksualiteit en wat de gepaste straf is.
 
Desalniettemin hebben homoseksuelen een groot probleem in de islamitische wereld. Op dit moment staat in zeven islamitische landen de doodstraf op homoseksualiteit, en dat wordt regelmatig ook uitgevoerd. In veel andere landen is de straf een boete of gevangenisstraf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel islamitische landen weigerden een verklaring van de VN over homerechten te tekenen. In islamitsiche landen is de sociale acceptatie bedroevend laag. Uit internationaal onderzoek blijkt dat slechts een zeer kleine minderheid van de moslims wereldwijd homoseksualiteit maatschappelijk acceptabel vindt. Er is over het algemeen een sterke correlatie tussen hoe religieus een land is en de afwijzing van homoseksualiteit. Zelfs in West-Europa zegt meer dan de helft van de moslims geen homo als vriend te willen. Gelukkig is het in het Westen wel mogelijk om als moslim openlijk homoseksueel te zijn, ook al wordt daar zelfs hier vaak met argusogen naar gekeken door andere moslims. Hier is meer achtergrondinformatie te vinden over de islam en homoseksualiteit. De zeer lage acceptatie en zelfs bestraffing van homoseksualiteit in de islamitische wereld is dus een ander groot probleem met de islam. 
 
 
Problemen en oplossingen?
Uit het bovenstaande blijkt dat een aantal aspecten van de islam problematisch zijn in een vrije, beschaafde wereld, waarin wetten democratisch gekozen worden en mensenrechten universeel zijn. De Koran bevat veel intolerantie jegens ongelovigen, de sharia is ondemocratisch, inhumaan en gewelddadig, en daardoor onverenigbaar met universele mensenrechten. Vrouwen zijn in de islam niet gelijkwaardig aan mannen en homoseksualiteit wordt gezien als een zonde die bestraft moet worden. De jihad als gewapende strijd kent een rijke geschiedenis en kan gelegitimeerd worden vanuit de Koran en de Hadith, ook al interpreteert gelukkig maar een kleine minderheid deze teksten zo. Deze problemen zijn geen randverschijnselen van een doorgaans tolerante godsdienst, of uitingen van slechts een handvol zeloten. De feiten laten duidelijk zien dat de bovengenoemde problematische aspecten van de islam een rijke geschiedenis hebben in de islam, uitgebreid terug zijn te vinden in de bronnen (Koran en Hadith) en ook nu nog worden onderschreven door miljoenen moslims wereldwijd, van geleerden tot gewone moskeebezoekers. Deze aspecten zijn daarmee onderdeel van de orthodoxe islam, of een fundamentalistische islam (omdat ze teruggaan tot de fundamenten van het geloof), en die wordt aangehangen door een groot deel van de wereldwijde islamitische gemeenschap. Dit wil evenwel niet zeggen dat dit de 'ware' islam is of de enig mogelijke. Het geeft wel aan dat deze mainstreamopvattingen een serieus probleem vormen voor de beschaafde wereld.
 
Geen enkele andere religie levert in deze tijd structureel zo veel problemen op voor de wereldvrede en mensenrechten als de islam. In bijvoorbeeld de huidige christelijke wereld is het fundamentalisme hoofdzakelijk beperkt tot lieden die hun scheppingsmythe in de biologieles willen of tegen het homehuwelijk en abortus zijn. Geweld dat duidelijk christelijk gemotiveerd is, is gelukkig relatief uitzonderlijk (zoals aanslagen op abortusartsen in de VS en geweld tegen homoseksuelen en vermeende heksen in bepaalde Afrikaanse gebieden) en wordt door elke grote christelijke organisatie afgekeurd. Geweld door boeddhisten of taoïsten bestaat vrijwel niet, en dat is geen toeval. De problemen met de islam zijn dieper en breder geworteld in de traditie, zijn qua omvang veel groter en zijn veel bedreigender voor de wereldvrede en mensenrechten. Dit is voor veel mensen een ongemakkelijke waarheid die vaak uit alle macht ontkend of gebagatelliseerd wordt, vaak uit angst om als 'islamofoob', racist of extreemrechts uitgemaakt te worden. Deze ontkenning of bagatellisering gebeurt niet alleen door politici die de lieve vrede willen bewaren, maar ook door naïeve en vaak goedbedoelende niet-moslims en liberale moslims die niet (willen) begrijpen wat hun meer orthodoxe geloofsgenoten drijft. Of men is bang dat het erkennen en begrijpen van deze problemen met de islam ook betekent dat men ze vergoelijkt of goedkeurt. Uiteraard is niets minder waar: wie een probleem wil oplossen, moet het eerst eerlijk onder ogen durven zien en het proberen te begrijpen.
 
Het is belangrijk te benadrukken dat een groot deel van de moslims, zeker in het Westen, in meer of mindere mate hun oplossingen hebben gevonden voor de bovengenoemde problemen. Ze zijn niet uit op een invoering van de sharia en gelukkig zijn nog minder bereid de jihad aan te gaan tegen de ongelovigen. Het is evenwel ook belangrijk te benadrukken dat er vele schakeringen moslims bestaan tussen de jihadist en de waarlijk liberale moslim. Niet elke moslim die zijn afkeuring uitspreekt over jihadisten is ook voor een volledige vrijheid van religie, democratisch gekozen wetten en gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. Een land als Saoedi-Arabië veroordeelt de aanslagen in Parijs, maar doodt wel homo's en afvalligen. Zelfs in het Westen denken veel moslims niet best over homo's, joden, afvalligen en ongelovigen. Echt liberale moslims hebben een vorm van hun geloof gevonden die goed samengaat met de huidige beschaving. Dat is lovenswaardig, want dat is de enige vorm van de islam die het mogelijk maakt voor moslims om met niet-moslims in vrede en gelijkwaardigheid te kunnen samenleven. Dit vereist echter een radicale herinterpretatie van hun geloof, en daar zit ook meteen de moeilijkheid. De liberale moslim heeft grofweg twee opties om hiermee om te gaan.
 
Een eerste optie is te gaan 'kersenplukken' in de bronnen en de geschiedenis: kies die verzen uit de Koran, die Hadith en die stromingen binnen de islam die te verenigen zijn met de moderne beschaving en roep dat uit tot de 'ware' islam. Dit is een populaire strategie onder veel westerse, liberale moslims. Dit selectief winkelen heeft echter een groot nadeel: de orthodoxe - en zelfs de jihadistische - moslim kan hetzelfde doen met andere Koranverzen, andere Hadith en andere stromingen om tot zijn 'ware' islam te komen. Daar komt nog bij dat de orthodoxe moslim zich uitgebreider kan beroepen op bronnen en de islamitsiche geschiedenis. Dergelijke theologische disputen over wie de ware islam in pacht heeft, zijn dan ook zelden vruchtbaar en hebben geleid tot zeer veel sektarisch geweld. 
 
Een betere optie lijkt het laten varen van de absolute en universele pretenties van de islam. De moslim zal dan moeten erkennen dat wat de Koran voorschrijft niet altijd en overal geldt. Hij zal de Koran historiserend moeten lezen, als geldend uitsluitend binnen een bepaalde historische context. De meeste joden en christenen lezen hun geschriften nu zo. De moslim zal ook moeten erkennen dat Mohammed in zijn tijd misschien een navolgenswaardig voorbeeld was, maar dat hij dat vandaag de dag niet meer is, in ieder geval niet in elk opzicht. De Koran en de soenna zijn dan niet meer geheel of direct toepasbaar op het moderne leven en kunnen ook niet dienen als een absolute morele toetssteen, maar kunnen misschien wel inspireren tot het goede (het omkijken naar de armen bijvoorbeeld). Dit ondermijnt echter wel de morele status van religieuze geschriften en personen, en dat is juist wat voor veel gelovigen hun religieuze moraal beter maakt dan die van de niet-gelovigen. Een reformatie in de christelijke zin (sola scriptura, terug naar de Schrift alleen), waar het salafisme in feite op neerkomt, is dan ook geen optie. Het is precies deze bron die het probleem vormt. Een islamitische reformatie zal juist de absolute status van de bronnen moeten loslaten of ze radicaal moeten gaan herinterpreteren en historiseren. De vraag is of dat gaat lukken als de orthodoxie zo groot en dominant blijft. In het Westen lijkt een dergelijke liberale islam gemakkelijker en meer voet aan de grond te krijgen dan in de rest van de wereld. Het is de plicht van de beschaafde wereld om vrijheid en veiligheid te bieden aan een dergelijke liberale islam, net als aan elke andere levensovertuiging die niet strijdig is met universele mensenrechten en democratie. Hierbij is humanitair, politiek, economisch een soms militair ingrijpen onontkoombaar. We kunnen niet tolerant zijn jegens intolerantie.
 
Misschien nog wel van het meest fundamentele belang is kritiek te kunnen uiten op de islam, ook als die kritiek kwetsend is voor sommigen. Dit is geen 'islamofobie' en al helemaal geen racisme (de islam is geen ras), maar simpelweg kritiek op een ideologie. Geen enkele ideologie, godsdienstig of niet, is boven kritiek verheven, ook niet als die iemand na aan het hart ligt. Dat betekent dat we de Koran of Mohammed op bijvoorbeeld morele gronden mogen bekritiseren, zelfs als dat in de ogen van sommigen neerkomt op bespotting. We kunnen en mogen de Koran een verwerpelijk of achterlijk boek noemen en Mohammed een perverse tiran (zeker naar huidige maatstaven). We moeten die discussie aangaan, ook als die gevoelige snaren raakt en soms op het scherp van de snede gevoerd wordt. Het betekent daarnaast dat bijvoorbeeld historisch bronnenonderzoek mogelijk moet zijn, ook als dat conflicteert met het traditionele verhaal of dierbare overtuigingen. We moeten kunnen erkennen dat bepaalde aspecten van de islam problematisch zijn, want alleen dan is discussie en hopelijk een duurzame oplossing mogelijk. 
 
 
Literatuur 
De hierboven aangehaalde citaten uit de Koran komen uit de vertaling van Kramers, die bewerkt is door Jaber en Jansen (1997, De Arbeiderspers). Dit is een vrij letterlijke vertaling in wat ouder Nederlands en met hier en daar idiosyncratisch woordgebruik ('wereldwezen', 'genotengevers'), hetgeen op de moderne lezer wat vreemd over kan komen. Het voordeel van deze uitgave is dat ze voorzien is van een vrij uitgebreide inleiding, veel verhelderende kopjes en voetnoten en een uitgebreid register. Dit maakt de Koran wat beter te begrijpen, zeker voor de niet-ingewijden. Een goede, genuanceerde en zeer brede inleiding tot de islam is de bundel In het huis van de Islam, onder de redactie van Henk Driessen (1997, SUN). Een kritischere kijk op de islam wordt gegeven door Robert Spencer in onder andere The Politically Incorrect Guide to Islam (and the Crusades) (2005, Regnery Publishing). Deze auteur is vanwege zijn islamkritiek controversieel, maar zijn boek is goed gedocumenteerd.   
 

Wie zijn er online?

We hebben 119 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Rudy KousbroekRudy Kousbroek, publicist, essayist, eredoctor filosofie Universiteit Groningen

Citaat

Het moet toch voor ieder welingelicht mens duidelijk zijn wie de wedloop tussen de theologie en de empirische wetenschappen, die aanvankelijk nog onbeslist was, heeft gewonnen. Maar dat wensen theologen natuurlijk niet te zien. Dat is ook de reden dat ze vrijwel nooit kennis nemen van bijvoorbeeld de sterrenkunde, de evolutiebiologie, de neurowetenschap; ze zijn er niet eens in geïnteresséérd.

~ Herman Philipse