# De Atheïst
> Geloof, filosofie en wetenschap
Public Ghost content for AI and LLM tooling. This file includes a bounded export of public pages first, then recent public posts.
Append `.md` to any post or page URL to get the content in Markdown (for example, `/example-post.md`).
## Pages
### Over de auteur
URL: https://www.deatheist.nl/de-auteur/
Last updated: 2026-08-24T18:30:43.000Z

Mijn naam is Bart Klink, geboren (1984) en getogen in Apeldoorn. Ik heb Bewegingstechnologie aan de Haagse Hogeschool en Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam gestudeerd en werk nu als docent.
Hieronder volgt een beknopte religieuze autobiografie waarin ik kort vertel hoe ik van het christelijk geloof ben afgestapt. Daarop volgt een brief die ik aan de gelovige richt. In die brief probeer ik uit te leggen hoe ik nu tegen het geloof aankijk.
#### Mijn religieuze biografie
Ik ben gelovig (hervormd) opgevoed. Mijn ouders waren beiden gelovig en de vader van mijn moeder was hervormd predikant. Tevens heb ik op een christelijke basisschool gezeten en moest ik bijna elke zondag naar de kerk. Uiteraard werd er uitgebreid aandacht besteed aan de jaarlijkse feestdagen en werd ik elk jaar geconfronteerd met de nodige christelijke toneelstukken in de kerk en op school. Het christelijk geloof werd mij dus met de paplepel ingegoten.
Toch had ik op jonge leeftijd al de nodige vraagtekens bij de wonderlijke verhalen uit de Bijbel. Hoe kon Jona nou in de buik van een walvis (of een grote vis) overleven? Hoe kon de zee gesplitst worden bij de uittocht uit Egypte? Hoe kan iemand opstaan uit de dood? Ook fascineerden mij als klein kind dinosauriërs gigantisch. Ik begon me reeds op jonge leeftijd te verdiepen in deze fascinerende prehistorische dieren en kon dit moeilijk rijmen met het Bijbelse scheppingsverhaal.
Op latere leeftijd ben ik me meer bewust gaan worden van het geloof en heb ik er echt zelf voor gekozen. Ik ging vrijwillig mee naar diensten en las naast de Bijbel wat andere boeken over het christelijk geloof. Ik ben toen zelfs nog een tijdje creationist geweest. Ook heb ik vele preken gelezen van mijn opa, die toen inmiddels met emeritaat was, en met hem over veel aspecten van het geloof gepraat. Het geloof gaf mij een beschermend, troostend en vertrouwd gevoel. Hier heb ik veel aan gehad, zeker in de moeilijkere perioden van mijn leven. Ik besef dus heel goed wat geloof voor mensen kan betekenen en begrijp ook wat gelovigen bedoelen met het ervaren van hun god. Ik weet dat die ervaring, zeker in moeilijke tijden, heel intens en troostgevend kan zijn. Ik had de antwoorden op de vragen die ik als klein kind stelde niet meer nodig.
Toch begon, ik denk ongeveer halverwege mijn 18e levensjaar, het geloof steeds meer aan mijn intellectuele integriteit te knagen. Ik begon me steeds meer te verdiepen in geloof, filosofie en wetenschap. Ik had op internet enkele teksten van Etienne Vermeersch gelezen en actief deelgenomen aan discussies op internet. Ook kwam ik op internet pagina's tegen die kanten van de Bijbel lieten zien waarvan ik nog nooit eerder had gehoord. Ik las over een God die massamoorden pleegde, aanzette tot steniging en moord op kinderen. Hoe kan een algoede en liefdevolle God dit in vredesnaam doen? Ook begon ik me steeds meer te verdiepen in de wetenschap en nam actief deel aan de evolutie-creatie-discussie. Op een gegeven moment besloot ik het geloof in God af te zweren. Dit ging gepaard met een behoorlijke emotionele worsteling. Het geloof had een behoorlijk prominente rol gespeeld in mijn leven tot dan toe en het gaf dan ook een behoorlijke schok toen ik besefte dat het allemaal om niets ging. Ik denk dat die overgang in een keer te groot was geweest.
Met de nodige vraagtekens ben ik toen toch weer gaan geloven. Ik had wat esoterische en new-age-boeken gelezen en begon hier steeds meer affiniteit mee te krijgen. Een boek als *Een ongewoon gesprek met God* van Neale Donald Walsch sprak mij erg aan. Het geloof dat ik toen had, leek een antwoord te geven op al mijn vragen en in mijn enthousiasme verloor ik elke scepsis. Op het moment dat mijn enthousiasme wat overging en ik weer kritischer begon na te denken, begon ook dit geloof weer aan mijn intellectuele integriteit te knagen. Ik las op internet over naturalistische verklaringen van zogenaamde 'bijna-doodervaringen', mystieke ervaringen, het ervaren van god en andere aspecten van het bewustzijn. Deze waren veel overtuigender, logischer en exacter dan wat ik tot dan toe had gelezen in religieuze boeken. Ook begon ik me steeds meer te verdiepen in het ontstaan en de evolutie van godsdienst en het geloof in het bovennatuurlijke. Hierbij richtte ik mijn aandacht in het bijzonder op het ontstaan van het christendom en op de historische Jezus. Ook hier weer kwam ik tot de ontdekking dat de vork heel anders in de steel zat dan wat ik tot nu toe altijd had gedacht en wat de christelijke kerk mij had geleerd. Tevens begon ik me meer te verdiepen in de filosofische aspecten van het geloof. Ik las kritiek op de vele godsbewijzen en vond die steeds overtuigender worden. Dit heeft er uiteindelijk tot geleid dat ik voor de tweede keer van mijn geloof ben afgestapt. Deze keer ging het echter een stuk geleidelijker dan de eerste keer en was beter overwogen. Ik had hier dan ook een stuk minder moeite mee.
Deze keer ging het niet gepaard met een emotionele schok, in tegendeel zelfs: ik ervaarde het als een 'persoonlijke Verlichting'. Ineens vielen er zo veel dingen op hun plek, wat mij gigantisch opluchtte. De vele vragen die mij als gelovige niet loslieten, vielen als een last van mijn schouders. Ik raakte steeds meer gefascineerd door filosofie en wetenschap en begon me hier steeds meer in te verdiepen. Het bleek een wereld te zijn die veel wonderbaarlijker, uitdagender, logischer, intellectueler en volwassener was dan ik ooit had gedacht!
####
**Aan de gelovige**
Je zult na het lezen van mijn site mij misschien verwijten dat ik alles te rationeel benader. Ik begrijp wat je hiermee bedoelt te zeggen. Je wordt gedreven door je gevoel op een niveau waar je verstand niet bij kan. Argumenteren is dan ook zinloos en onnodig, omdat het een gevoel betreft.
Ik denk dat iedereen dit gevoel enigszins heeft, het is menseigen. Dit gevoel kun je ervaren in een kerkdienst, met het lezen van een mooi stuk uit de Bijbel of een ander religieus boek, tijdens het bidden, enzovoort. Christenen noemen dit te zijn aangeraakt door God (via de Heilige Geest) of 'weten' dat Hij bestaat, en zien dit als een persoonlijke band met God. Zoals ik al zei, heeft iedereen dit gevoel, alleen is de invulling van dat gevoel individueel verschillend. Die invulling wordt hoofdzakelijk bepaald door je ouders, je cultuur en de tijd waarin je leeft. Ook ik, als ex-christen, ken dit gevoel, en kan ervan genieten.
Doordat de ervaring van dat gevoel menseigen is, zijn er zo ontzettend veel gelovigen in de wereld. Ik denk dat als jij in bijvoorbeeld Iran was geboren en een islamitische opvoeding had gehad, je dit gevoel zou toeschrijven aan Allah. Door de vele verschillende culturen en opvoedingen zijn er zo veel verschillende godsdiensten en levensovertuigingen. Doordat elke gelovige dat oprechte gevoel heeft, en dit toeschrijft aan 'zijn god', is hij of zij heilig overtuigd van het bestaan van zijn of haar god. Dit kom je tegen in elke godsdienst. Doordat gelovigen dit gevoel hebben, heeft het ook geen zin om hen proberen te overtuigen van een ander geloof of levensovertuiging. Het veranderen van geloof of levensovertuiging van een standvastige gelovige gebeurt dan ook zelden, omdat het gevoel dat hij of zij ervaart oprecht is, en niet (wetenschappelijk) te weerleggen. Ik denk dat het gevoel bij elke gelovige nagenoeg hetzelfde is, alleen de invulling ervan verschillend. Je kunt dit vergelijken met het volgende. Een jongen zegt: mijn meisje is het liefste meisje van de wereld! Dat hoeft rationeel niet waar te zijn, hij kent immers niet alle meisjes. Toch is het waar in zijn verhouding tot haar.
Over dat gevoel valt mijns inziens niet te twisten, dat is waar en oprecht, evenals het gevoel dat je kunt hebben voor je partner. Ik denk alleen dat de invulling van dit gevoel, bijvoorbeeld door het christendom of de islam, niet het 'enige' of 'ware' kan zijn. Deze invulling valt wel binnen de rede, en daarom valt daarover te argumenteren. Sinds ik dit ben gaan doen, ben ik tot de conclusie gekomen dat er geen enkele reden is waarom de christelijke God de enige ware zou zijn. Kortom: het gevoel is oprecht en waar, alleen de invulling ervan niet.
Ik denk dat veel gelovigen ergens wel inzien dat hun geloof onmogelijk het enige ware kan zijn. Toch is het gevoel (dat zij als het bewijs voor het bestaan van 'hun' god zien) zo sterk dat ze de rationele kritiek voor lief nemen. Liefde maakt immers blind! Ik denk dat gelovigen bang zijn dat ze dit heerlijke gevoel zullen verliezen als ze van 'hun' geloof af zullen stappen. Hier was ik, als ex-christen, ook bang voor. Daarom heb ik de rationele kritiek voor lief genomen, en ben blijven geloven.
Toch is dit aan mij blijven knagen. Uiteindelijk heeft mijn rationele kant overwonnen en ben ik van het geloof afgestapt. Ik had verwacht in een diep gat te zullen vallen (waar vele gelovigen voor vrezen denk ik). Toen heb ik ontdekt dat dit geweldige gevoel ook in zoveel andere dingen is te vinden buiten het geloof om. Denk aan mooie natuur, muziek, gedichten, wetenschap, filosofie, de relaties met vrienden of een partner. Ik had het geloof helemaal niet nodig om dat geweldige intense en warme gevoel te ervaren! Het geloof had mij wel een aantal (intellectuele) beperkingen opgelegd, die ik nu niet meer heb. Het afstappen van mijn geloof was dan ook enigszins een (intellectuele) bevrijding. Ik kan nu volop genieten van het leven, zonder de beperkingen van het geloof, en mét dat geweldige gevoel. Is de natuur niet net zo adembenemend door je voor te stellen dat het allemaal op eigen kracht is ontwikkeld? Is liefde niet evenzo mooi door je voor te stellen dat het 'slechts' biochemische processen in je hersenen zijn? Heb je God nodig om te kunnen genieten van het leven?
Ik kan me goed voorstellen dat geloof troost kan brengen in moeilijke situaties. De natuur is immers meedogenloos onverschillig: de één krijgt kanker, de ander niet, het ene kind wordt geboren met een afwijking, het andere niet. Als mensen ellende overkomt, stellen ze al gauw de vraag: waarom? Waarom moet mij dit overkomen? Dit zijn lastige vragen, ook voor vele gelovigen. Sommigen zullen dit zien als de wil van God of zullen de zondeval hier bijhalen. Ik denk dat er simpelweg geen antwoord is op die vraag, het is een [onzinnige vraag](https://www.deatheist.nl/de-paradox-van-de-goddankende-haitiaan/) om te stellen. De natuur kent geen redenen noch een doel, zij is en werkt gewoon.
Ik kan me goed voorstellen dat je als gelovige dan veel aan je geloof hebt, je kunt God dan intens ervaren, Hem dicht bij je voelen (ik heb dit ook zelf meegemaakt). Toch is ook dit zonder God te verklaren, het heeft te maken met bepaalde processen in je hersenen die voor dat intense gevoel zorgen. Als ongelovige zul je op andere manieren troost moeten zoeken. Dit kan heel goed bij familie, vrienden, andere naasten of door met jezelf te worstelen. Ook kunnen medicijnen (tijdelijk) uitkomst bieden.
*Niemand kan je vertellen wat je moet denken.*
*Niet je leraren.*
*Niet je ouders.*
*Niet je dominee, priester of rabbi.*
*Niet je vrienden of familieleden.*
*Niet deze website.*
*Je bent de baas van je eigen gedachten!*
*Als je zelf hebt nagedacht over wat waarheid is, kun je trots zijn.*
*Je gedachten zijn vrij!*
(Het bovenstaande komt deels uit een citaat van Dan Barker)
#### Tot slot
Ik wil mijn moeder, die nu ook niet meer gelovig is, bedanken voor het respecteren van mijn afvalligheid.
Ook wil ik mijn opa en Wim bedanken voor de vele gesprekken over geloof die ik met hen heb gevoerd.
Tot slot wil ik Etienne Vermeersch, Herman Philipse en vele andere atheïsten bedanken. Hun teksten hebben mij kritisch leren kijken naar mijn geloofsovertuiging, waar ik na een goed overwogen keuze vanaf ben gestapt.
Ik heb mijn persoonlijke verlichting als iets geweldigs ervaren en dat is iets wat ik iedereen gun!
---
## Waarom deze website?
Christelijke en islamitische websites schieten als paddenstoelen uit de grond, Jehova's getuigen komen aan de deur, de Bijbel ligt nog in vele hotelkamers en op straat wordt geëvangeliseerd. Maar waar hoor je iets over het atheïsme? Atheïsme is bijna een vies woord dat onterecht vaak geassocieerd wordt met kilheid, hardheid, niet kunnen liefhebben, onethisch gedrag, ja, volgens de Bijbel zelfs met dwaasheid (Psalm 53:2). Het doel van deze website is dan ook proberen wat tegengewicht te bieden aan deze ontwikkeling die reeds lang aan de gang is, en door het internet nog meer is versneld. Deze website probeert een zo objectief mogelijk beeld te geven over het atheïsme en geloof.
Een tweede motief is dat ik gelovigen eens de andere kant van veel dingen wil laten zien. Ik merk, zowel uit persoonlijke ervaring als op verschillende internetfora, dat veel gelovigen een erg eenzijdige blik op geloof, filosofie en wetenschap hebben. Ze kijken vaak niet veel verder dan hun religieuze boek lang is. Ze hebben tevens vaak gelovige ouders, gaan naar religieuze scholen en naar de kerk/moskee/synagoge. Ik zie dit zelf als een vorm van indoctrinatie omdat alles draait om het ene, ware geloof, zonder dat er (onbevooroordeeld) aandacht wordt besteed aan andere opvattingen. Ik hoop dat ik door deze website en mijn discussies met gelovigen hun ook de andere kanten kan laten zien en hen kritisch kan leren te kijken naar hun eigen opvattingen.
Een laatste reden voor deze website is mijn persoonlijke interesse in geloof, filosofie, wetenschap en de verhoudingen tussen deze drie. Het was voor mij een uitdaging om mijn opvattingen zo helder mogelijk uiteen proberen te zetten.
Ik probeer met deze website niemand wat op te leggen, maar mensen zelf kritisch te laten nadenken, tot wat voor conclusie dat ook mag leiden.
### Welkom op De Atheïst!
URL: https://www.deatheist.nl/home/
Last updated: 2016-01-01T12:00:00.000Z
Deze website probeert een zo duidelijk mogelijke introductie tot het atheïsme, [de afwezigheid van het geloof in god(en)](https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/), te geven voor een zo breed mogelijk publiek.
U vindt hier onder andere:
- [Artikelen](https://www.deatheist.nl/artikelen/) over allerlei zaken die met godsdienstfilosofie en religiekritiek te maken hebben;
- [Argumenten](https://www.deatheist.nl/argumentaties/) [voor atheïsme](https://www.deatheist.nl/argumentaties/) en [kritiek op theïstische argumenten](https://www.deatheist.nl/argumentaties/);
- Informatie over [evolutie](https://www.deatheist.nl/evolutie/);
- Informatie over [drogredenen](https://www.deatheist.nl/drogredenen/);
- Een overzicht met [veelgestelde vragen](https://www.deatheist.nl/faq/) en antwoorden daarop;
- [Links](https://www.deatheist.nl/links/) naar andere websites over zaken die met atheïsme te maken hebben;
- Informatie over [de auteur](https://www.deatheist.nl/de-auteur/).
### Het kosmologische argument (eerste oorzaak)
URL: https://www.deatheist.nl/het-kosmologische-argument/
Last updated: 2026-08-19T19:39:52.000Z
Het kosmologisch argument is een oud, bekend en intuïtief aansprekend argument voor het bestaan van God. De meest bekende versie ervan is waarschijnlijk de [kalam-versie](https://en.wikipedia.org/wiki/Kalam%5Fcosmological%5Fargument?ref=deatheist.nl):
1. Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak.
2. Het universum is begonnen te bestaan.
3. Dus, het universum heeft een oorzaak.
Via een aantal extra stappen worden vervolgens geredeneerd naar:
4\. Die oorzaak is (de christelijke) God.
Op bovenstaande punten valt echter aardig wat aan te merken.
**Bij punt 1**
Ten eerste leert de kwantumfysica ons dat de eerste veronderstelling niet waar hoeft te zijn. Er zijn verschijnselen waarbij men geen causaal verband kan ontdekken. Voorbeelden hiervan zijn radioactief verval en kwantumfluctuaties. Het ontstaan van het heelal *hoeft* dus geen oorzaak te hebben. Ook weten we niet of de natuurwetten die *binnen* ons heelal gelden van toepassing zijn op het heelal *zelf*.
Ten tweede veronderstelt causaliteit dat een oorzaak altijd vóór een gevolg plaatsvindt. Er is dus tijd nodig voor een causaal verband. Als wordt aangenomen dat tijd en ruimte mét het universum zijn ontstaan, is het logisch onmogelijk dat er een daarvóór was, omdat er geen sprake is van tijd. Vragen wat er vóór het begin van het universum was, is dan als vragen wat er ten noorden van de noordpool ligt: beide zijn onmogelijke en zinloze vragen. We weten simpelweg niet hoe ons universum begonnen is. De oerknaltheorie gaat over de evolutie van het universum, niet over het eventuele absolute begin daarvan. Wat er vóór de Plancktijd gebeurde, [weet niemand](https://www.forbes.com/sites/startswithabang/2018/07/27/there-was-no-big-bang-singularity/?fbclid=IwAR3Te5rNuCMT82qQMSpWrQUX8VgGoarNCzZFoliTT28pEBEiK4VmHY7v9Ds&ref=deatheist.nl#549d9b347d81). We zouden op dit punt dus agnostisch moeten zijn, maar dan komt het kosmologische argument niet van de grond.
**Bij punt 2**
Is dat zo? Zoals hierboven al is opgemerkt, weten we dat simpelweg niet. Er zijn verschillende kosmologische modellen die wel of niet uitgaan van een begin van het (of ons) universum, en wat de aard en eventuele oorzaak van dat begin dan is. In een aantal van die modellen is het universum oneindig, is er altijd een vorm van universum geweest. Het menselijk brein kan oneindigheid moeilijk bevatten. Als alles het gevolg is van acties, waar is dan de eerste actie en wat is er dan vóór die eerste actie? Misschien is er wel helemaal geen eerste oorzaak. We weten het niet.
**Bij punt 4**
Uit de eerste twee premissen volgt op z'n best dat het universum een oorzaak moet hebben. Dit zegt echter niets over de eigenschappen van deze 'eerste oorzaak'. Christenen menen altijd dat dit 'hun' God moet zijn, maar waarom? Waarom niet Allah, of een van de vele andere goden die de mens heeft uitgevonden? Waarom kan het niet een onpersoonlijk principe zijn als [Tao](https://nl.wikipedia.org/wiki/Tao%5F%28filosofie%29?ref=deatheist.nl)? Het kosmologische argument kan gebruikt worden door elke godsdienst, en is dus zeker geen bewijs voor het bestaan van de christelijke God.
**Verder**
Het kosmologische argument doet meteen de vraag rijzen wat God veroorzaakt heeft. Gelovigen antwoorden dan vaak dat God geen oorzaak heeft, oneindig is, buiten de tijd staat, enzovoort. Als God geen oorzaak nodig heeft, waarom het universum wel? Verdedigers van de kalam-versie van het kosmologisch argument zullen stellen dat God niet is begonnen te bestaan en zich daarom aan deze vraag onttrekt. We weten echter ook niet of het universum is begonnen te bestaan. Anderen menen dat God *noodzakelijk* bestaat, waarom kan het universum dan niet ook noodzakelijk bestaan? Ook is het niet duidelijk of God noodzakelijk bestaat.
God invullen als eerste oorzaak, als 'onbewogen weger' (Aristoteles) is dus een schijnoplossing, voor mogelijk een schijnprobleem.
Zie verder:
\- [Cosmological Arguments in The Secular Web Library (Engels)](https://infidels.org/library/modern/theism-cosmological/?ref=deatheist.nl)
\- [Het (kalam) kosmologisch argument komt niet van de grond](https://www.deatheist.nl/het-kalam-kosmologisch-argument-komt-niet-van-de-grond/)
### Wat betekent het woord "god"?
URL: https://www.deatheist.nl/wat-betekent-het-woord-god/
Last updated: 2009-05-15T12:24:17.000Z
Bij het denken en spreken over god wordt vaak impliciet verondersteld dat het duidelijk is wat onder het woordje "god" verstaan wordt. Hierbij wordt meestal min of meer vanzelfsprekend gedacht aan de betekenis die christenen aan het woord hebben verleend. Het is echter van belang hierbij te beseffen dat die definitie niet eenduidig is. Wat men onder het woord "god" verstaat heeft een geweldige variëteit, zeker als de vele historische betekenissen ook meegenomen worden. Deze variëteit bestaat tussen godsdiensten onderling (zowel contemporaine als antieke), tussen verschillende stromingen binnen een godsdienst en zelfs tussen gelovigen van een bepaalde stroming onderling. Deze verschillende betekenissen kunnen elkaar overlappen, maar zeer zeker ook tegenspreken, hier zal later nog verder op worden ingegaan. Ook kunnen bepaalde aspecten uit een godsconcept onderling tegenstrijdig (logisch inconsistent) zijn, hier wordt tevens later nog op terug gekomen. Het enige gemeenschappelijke aspect is meestal dat god bovennatuurlijk is. Als er alleen maar materie of natuur bestaat (zoals het materialisme of naturalisme beweren), is er geen plek voor god en is er dus automatisch sprake van atheïsme.
Pas als het woordje god een bepaalde betekenis heeft gekregen, kan iets gezegd worden over het wel of niet bestaan. Als het woord geen enkele betekenis heeft, is de vraag naar het bestaan zinloos.
In een discussie tussen een gelovige en een atheïst is het dan ook aan de gelovige om te vertellen welke betekenis hij aan het woordje "god" verleent. Als de gelovige een uitspraak doet over god, kan de atheïst hem laten zien dat deze uitspraak of geen betekenis heeft, onwaar is of er betere argumenten tegenover staan. Een aantal van deze argumenten wordt hieronder uiteengezet. De mate waarin ze opgaan is afhankelijk van wat het godsbeeld is.
### Het teleologische argument (argument van ontwerp)
URL: https://www.deatheist.nl/het-teleologische-argument-argument-van-ontwerp/
Last updated: 2009-05-16T07:31:09.000Z
Dit argument gaat als volgt:
*X zit zodanig complex in elkaar dat het niet door natuurlijke processen ontstaan kan zijn, er moet wel een (intelligente) ontwerper achter zitten.*
Soms is het argument subjectiever gekleurd:
*Ik kan niet geloven dat al dat moois door toeval is ontstaan, er moet wel een (intelligente) ontwerper achter zitten.*
Hierbij wordt voor X bijvoorbeeld een diersoort, een bepaald orgaan (bijvoorbeeld het oog, of het bloedstollingsysteem), een bepaalde bekwaamheid (bijvoorbeeld taal) of het gehele universum ingevuld.
Wat of wie die ontwerper is, wordt meestal door elke godsdienst gezien als hun god, of het wordt abstract gehouden als '(intelligente) ontwerper' of 'creator'.
**Geschiedenis**
Dit argument is al oud. Dominee William Paley (1743 - 1805), formuleerde dit argument in zijn Natural Theology:
> *"Suppose I had found a watch upon the ground, and it should be inquired how the watch happened to be in that place, I should hardly answer that for anything I knew, the watch might always have been there. The watch must have had a maker, who comprehended its construction and designed its use. Every indication of contrivance, every manifestation of design which existed in the watch, exists in nature, with the difference on the side of nature of being greater or more, and that in a degree which exceeds all computation."*
Later, met vooruitgang van de wetenschap, kreeg men meer kennis van de natuur, en werd het teleologische argument is een nieuw jasje gestoken. Biochemicus Michael Behe omschrijft in zijn boek Darwins Black Box (ook vertaald in het Nederlands als "De zwarte doos van Darwin") onder andere het oog, de bloedstolling, het cellulaire transport en de bestrijding van ziekte. Hij meent dat deze niet ontstaan kunnen zijn door evolutionaire mechanismen, maar dat een intelligente ontwerper ze ontworpen moet hebben. Dit gedachtegoed, dat de natuur ontworpen is door een intelligente ontwerper, wordt Intelligent Design (ID) genoemd. Enkele grote namen die deze stroming aanhangen in de VS zijn Phillip E. Johnson, Michael J. Behe en William A. Dembski. Ook in Nederland begint deze stroming aanhang te krijgen met namen als Cees Dekker (hoogleraar moleculaire biofysica aan de TU Delft) en Ronald Meester (hoogleraar waarschijnlijkheidsrekening aan de VU Amsterdam). Een uitvoerige Nederlandse discussie tussen Dekker en Meester aan de ID-kant en een tal van andere wetenschappers aan de andere kant is [hier](http://www.skepsis.nl/ontwerp.html?ref=deatheist.nl) te vinden.
ID'ers zijn geen creationisten in de zin dat ze geloven in een letterlijke schepping uit Genesis, ze laten zich liever omschrijven als 'theïstische evolutionisten'. Ze hebben dan ook geen probleem met gemeenschappelijke afstamming met modificatie over tijdperken van miljoenen jaren.
**Kritiek op het argument**
Ten eerste dient opgemerkt te worden dat dit argument (alles is zo complex en moet daarom wel ontworpen zijn) een drogreden is, een argumentum ad ignoratiam.
Ten tweede zijn 'ontwerp' en 'complexiteit' subjectieve begrippen, ze hangen af van het bevattingsvermogen van een persoon en zijn sterk afhankelijk van de mate waarin wetenschap in staat is bepaalde dingen te verklaren. Zo was het oog, laten we zeggen 100 jaar geleden, niet of amper evolutionair te verklaren. Echter, vandaag de dag is de wetenschap door een gigantische toename in kennis wel prima in staat de evolutie van het oog naturalistisch te verklaren.
Tevens is de onjuistheid van dit argument aan te tonen door een reductio ad absurdum te gebruiken:
1 het teleologische argument is juist, er bestaat dus een ontwerper
2 de ontwerper is minstens zo complex als hetgeen hij ontwerpt
3 derhalve moet er een ontwerper van de ontwerper bestaan, die heeft echter ook weer een ontwerper nodig, ad infinitum
**Verder**
Veruit de meeste wetenschappers noemen ID pseudo-wetenschap. Sommige ID-aanhangers, zoals de eerder genoemde Nederlanders Dekker en Meester, willen ID echter zien als een alternatief, wetenschappelijke concept voor de naturalistische evolutietheorie. In de VS gaan sommige adepten zelfs zover dat ze ID in de biologielessen willen. De vraag is dus of ID wetenschappelijk is en of ID een bijdrage kan leveren aan de wetenschap. Het antwoord op beide vragen is evident "nee".
Wetenschap tracht de natuur, de fysische werkelijkheid, te verklaren door middel van waarneming. Zij gebruikt hierbij wetten, hypothesen en theorieën. Door een metafysische factor, die dus principieel niet waarneembaar is, in de wetenschap te introduceren, plaatst de ID-beweging zich buiten de wetenschap.
Daar komt nog bij dat ID geen bijdrage kan leveren aan wetenschappelijke inzichten. De belangrijkste redenen zijn dat een mechanisme ontbreekt en het geen toetsbare voorspellingen doet. In de natuurwetenschap is een hypothese zonder mechanisme erg zwak. In de biologie, en met name in de evolutietheorie, zijn mutatie en natuurlijke selectie belangrijke mechanismen (niet de enige). Een wetenschappelijke theorie die tevens geen toetsbare voorspellingen doet is een zinloze. Er is immers geen mogelijkheid om haar (on)juistheid te bepalen, wetenschappelijke theorieën moeten door middel van waarneming te verifiëren (de juistheid aantonen) of te falscificeren (de onjuistheid aantonen) zijn. 'Ontwerp' is tevens een zinloos concept in de wetenschap omdat het ongedefinieerd en vaag is. ID-proponent Dembski doet hier wel een poging toe door te definiëren wat het *niet* is, namelijk bekende regelmaat en toeval. Hiermee maakt hij van ID een argumentum ad ignorantiam. Verder is ID in de wetenschap zinloos omdat het niets verklaart, het vervangt "hetgeen we nog niet weten" door "ontwerper", wat het even abstract en nietszeggend maakt. Een theorie moet aangeven wat wel en niet kan. Kan die ontwerper alleen moeilijke dingen maken (zoals het bloedstollingsysteem), nog moeilijkere of ook makkelijke dingen als water? Wat is het gevolg van ontwerp en wat van natuurprocessen? ID blijft vaag en onwaarneembaar waardoor het een zinloos concept in de wetenschap is.
Het lijkt erop dat ID'ers het aspect 'zingeving' in natuurwetenschappelijke termen proberen te vatten door de darwinistische theorie, die een fysiek, materieel principe geeft voor waarneembare ontwikkelingen, tegenover een gevoelsmatige, niet expliciete, zingevende theorie te plaatsen. Ze proberen 'het waarom' te introduceren in de wetenschap door gebruik te maken van een doelgerichte ontwerper. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het doel van de wetenschap niet het zoeken naar zingeving is, maar het zoeken naar verklaringen. Voor zingeving moet men niet in de wetenschap zijn, daar is zij niet voor bedoeld.
Tot slot is er ook vanuit de theïstische hoek kritiek op ID. Sommige gelovigen menen dat je met ID een 'God of the gaps' creëert: God wordt vervangen door hetgeen we nog niet weten, en dat wordt steeds minder, wat god misschien wel uiteindelijk overbodig maakt.
*"I don't think God is an explanation at all. It's simply redescribing the problem."*
Richard Dawkins
Zie verder:
\- [Intelligent Design is géén wetenschappelijk alternatief](https://www.deatheist.nl/intelligent-design-is-geen-wetenschappelijk-alternatief/)
\- [Argument from Design in The Secular Web Library (Engels)](http://www.infidels.org/library/modern/theism/design.html?ref=deatheist.nl)
### Het ontologische argument
URL: https://www.deatheist.nl/het-ontologische-argument/
Last updated: 2009-05-16T07:46:16.000Z
Ontologische argumenten zijn a priori argumenten, dat wil zeggen dat ze gebaseerd zijn op redeneren alleen en niet op empirie (zoals het teleologische argument, zie hierboven).
De eerste die het ontologische argument formuleerde was St. Anselm van Canterbury in de elfde eeuw na Christus. Hij beweerde dat het bestaan van God af te leiden is van het concept van een wezen waarvan niets groter (of perfecter) is dan aangenomen kan worden. Als zo'n wezen niet zou bestaan, zou een groter wezen aangenomen kunnen worden. Dit is echter absurd: niets kan groter zijn dan het wezen waarvan niets groter is dan aangenomen kan worden. Derhalve moet een wezen waarvan niets groter is dan aangenomen kan worden (dat wil zeggen god) wel moet bestaan.
De fout in deze redenering zit in de aanname dat bestaan een eigenschap is. Bestaan is een gegeven. Niets kan immers groots of perfect zijn als het niet bestaat. Bestaan is een *vereiste* voor eigenschappen.
Via de manier van redeneren zoals in het ontologische argument is zelfs perfecte leegte te bewijzen, wat zou betekenen dat niets bestaat! Ontologische argumenten zijn niets meer dan taalspelletjes en hebben geen enkel verband met de werkelijkheid waarin wij leven.
Na St. Anselm zijn er nog velen geweest die ontologische argumenten geformuleerd hebben zoals Descartes, Gödel en Plantinga.
Zie verder:
\- [Ontological Arguments in The Secular Web Library (Engels)](http://www.infidels.org/library/modern/theism/ontological.html?ref=deatheist.nl)
### Persoonlijke ervaring
URL: https://www.deatheist.nl/persoonlijke-ervaring/
Last updated: 2009-05-16T07:48:42.000Z
Veel gelovigen hebben geen behoefte aan filosofisch of natuurwetenschappelijk bewijs voor hun geloof of menen zelfs dat zulke bewijzen niet bestaan. Dit is bijvoorbeeld ook terug te vinden in Hebreeërs 11:1: *Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien* (in de Groot Nieuws Bijbel: *Geloven is zeker zijn van de dingen waar je op hoopt, ervan overtuigd zijn dat wat je niet ziet, toch bestaat.*).
Dit zeker zijn van de dingen waarop je hoopt en overtuigd zijn van het bestaan van dingen die je niet kunt zien, vind ik een zeer zwakke basis om overtuigingen op te baseren. Ten eerste is hoop een verwachting, een wens, en verwachtingen en wensen komen lang niet altijd uit, zoals iedereen zal beamen. *Het feit dat ik wens of verlang dat iets is, staat los van hoe iets werkelijk is.* Ik zou bijvoorbeeld kunnen wensen dat alle zieken beter worden, maar hierdoor zullen echt de ziekenhuizen niet leeglopen. Dit geldt ook voor vele geloofsaspecten. Mensen *kunnen willen* dat er een liefdevolle god in de hemel zit, of dat er een leven na de dood is, maar er is geen enkele aanwijzing dat dit meer is dan wishful thinking. Hoop kan hooguit de *illusie van zekerheid* geven.
Ten tweede: hoe kun je overtuigd zijn dat dingen die je niet ziet (of waarneemt in het algemeen) toch bestaan? Hoe is zoiets te onderscheiden van illusie of mythe?
Vaak heb ik gehoord dat gelovigen 'weten' of 'voelen' dat hun god bestaat. Wat hieronder precies verstaan wordt, zal per gelovige verschillen. Het probleem hiermee is dat gelovigen van verschillende geloven dit beweren. Dit zou dus het bewijs moeten zijn dat al deze goden bestaan, wat de grote monotheïstische godsdiensten (christendom, jodendom en de islam) uitsluiten.
Een ander probleem is dat dit persoonlijk ervaren niet te onderscheiden is van illusie. Er zijn ook mensen die hebben ervaren dat ze door buitenaardse wezens ontvoerd zijn. Is dit dan het bewijs voor het bestaan van intelligent buitenaards leven? Ervaringen zijn het product van onze werkende hersenen en daardoor ook gevoelig voor invloeden hierop. Verschillende soorten drug als LSD, paddo's en alcohol (in mindere mate), beïnvloeden de werking van de hersenen en daardoor ook onze ervaring. Ook bepaalde hersenaandoeningen kunnen ervaring beïnvloeden. Zo kan bijvoorbeeld temporaal kwab epilepsie (TLE) tot sterke religieuze ervaringen leiden. De symptomen van dit ziektebeeld zijn onder andere terug te vinden bij prominente religieuze figuren als Moses, Paulus en de profeet Mohammed. Een ervaring van iets tussen de oren is geen teken dat het daarbuiten ook bestaat.
Hoewel bovenstaande voorbeelden uitzonderlijk en pathologisch (ziekelijk) zijn, zijn bepaalde religieuze ervaringen duidelijk terug te voeren op bepaalde hersentoestanden. In hun boek "Why God Won't Go Away" beschrijven twee Amerikaanse wetenschappers hun onderzoek naar de hersentoestanden van biddende rooms-katholieke nonnen en mediterende Tibetaanse boeddhisten. Hieruit bleek dat religieuze ervaringen samenvielen met ongewone hersenactiviteit. Uit de neuropsychologische analyse blijkt dat sommige delen van de hersenen die verantwoordelijk zijn voor het bepalen van de grens tussen het 'ik' en de wereld dramatisch veranderen tijdens een diepe spirituele ervaring. Hersenscans tonen aan dat het zelfgevoel van gelovigen helemaal verdwijnt of oneindig groot wordt. Ze ervaren een gevoel van oneindige ruimte en eeuwigheid of van een tijd- en ruimteloze leegte. Deze gevoelens worden al millennia omschreven door gelovige of mediterende mensen. Dit is een van de redenen waarom religies zoveel gemeenschappelijke kenmerken hebben. De verschillen worden onder andere veroorzaakt door cultureel bepaalde interpretaties van die toestanden. Het afsluiten van zintuiglijke informatie berooft dat deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de oriëntatie van het individu, van de nodige input. Daardoor valt de grens tussen het 'zelf' en de wereld weg. Ritmische geluiden, repetitieve zinnen als in matra's of gebeden, bepaalde geuren en uitzonderlijke fysieke gebaren kunnen een reactie veroorzaken in delen van het brein die spirituele gevoelens genereren.
Ik denk dat de ervaring, waarvan gelovigen menen dat het een bewijs is voor het bestaan van hun god is, simpelweg iets menselijks is: iedereen heeft het. Het verschil zit dan ook in de *interpretatie* en *verklaring* van die ervaring. De ervaring van de schoonheid en complexiteit van de natuur bijvoorbeeld, zal een christen aan God toeschrijven, een moslim aan Allah en een aanhanger van een natuurgodsdienst diep in de jungle misschien weer aan een andere godheid. Een atheïst, die deze ervaring net zo goed kan hebben, zal dit toeschrijven aan de natuur zelf, en zal misschien over een verklaring hiervoor nadenken. Dit doet echter niets af aan de echtheid en heerlijkheid van zo'n ervaring!
Zie verder:
\- [Religious Experience in The Secular Web Library (Engels)](http://www.infidels.org/library/modern/theism/experience.html?ref=deatheist.nl)
### Fideïsme
URL: https://www.deatheist.nl/fideisme/
Last updated: 2009-05-16T08:13:39.000Z
Fideïsme is, net als Pascals gok, niet echt een argument te noemen omdat het juist gebaseerd is op het falen of de irrelevantie van redelijke argumenten voor het theïsme. Fideïsme komt van het Latijnse *fides*, dat geloof betekent. Zoals de naam al suggereert, richten fideïsten zich voor religieuze waarheden alleen op geloof (*sola fide*), en zien ze de rede als de antithese daarvan of als irrelevant. Volgens de fideïst is waarheid dus niet te vinden door te redeneren, maar moet je het simpelweg *geloven*.
Een groot probleem met deze houding is dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat men op grond van geloof alleen tot waarheid kan komen. Iets wordt niet waar door er in te geloven, de realiteit werkt simpelweg niet zo. Fideisme is dan ook een vorm van *wishful thinking*. Een ander probleem met fideïsme is dat het onmogelijk is om een onderscheid te maken tussen onderling tegenstrijdige geloofswaarheden. Zelfs de meest absurde dingen worden waarheid als er maar in geloofd wordt. Fideisme zelf is eigenlijk te absurd om als serieus argument te dienen, het is een aanfluiting voor ieder weldenkend mens.
Zie verder:
\- [Fideism op Wikipedia (Engels)](http://en.wikipedia.org/wiki/Fideism?ref=deatheist.nl)
### Pascals gok
URL: https://www.deatheist.nl/pascals-gok/
Last updated: 2009-05-16T08:14:21.000Z
Pascals gok (in het Engels: Pascal's wager) kan eigenlijk moeilijk een serieus theïstisch argument genoemd worden omdat het in feite gebaseerd is op een gebrek aan argumentatie. Het is eerder een laatste wanhopige poging om ongelovigen over de streep te trekken als redelijke argumentatie heeft gefaald. De Franse filosoof Blaise Pascal (1623 - 1662) was van mening dat je dan beter kon *gokken* dat God wel bestond dan dat Hij niet bestond. Immers, als God niet bestaat en je sterft ongelovig of gelovig, gebeurt er niets. Echter, als God wel bestaat en je sterft als gelovige, win je alles, maar als je sterft als ongelovige, verlies je alles. Zie het als respectievelijk een reis naar de hemel of naar de hel (ofschoon pascal dit zelf niet zo uitdrukte). Als ongelovige kun je dus maar beter het zeker het zekere voor het onzekere nemen en gelovig worden. "*Gagez donc qu'il est, sans hésiter*" (Gok dan dat hij bestaat, zonder te aarzelen), aldus Pascal
Er zijn verscheidene problemen met Pascals gok. Ten eerste gaat het uit van een vrij specifiek godsbeeld, namelijk een christelijke. De christelijk God placht mensen eeuwig naar de hemel of naar de hel te sturen en eist de gelovige volledig voor Zichzelf op. Lang niet alle goden voldoen aan dit godsbeeld, waardoor het alleen opgaat voor de christelijke. In de tijd van Pascal was dat vanzelfsprekend, maar tegenwoordig, nu we geconfronteerd worden met allerlei godsbeelden, is dat niet meer zo. Als de ware God bijvoorbeeld een deïstische blijkt te zijn, is het probleem van de baan. Ook is het de vraag of de vermeende God genoegen neemt met mensen in hem geloven op grond van een gok, in plaats van een oprechte belijdenis of argumentatie. Stel dat de ware God juist verlangt dat gelovigen zich redelijk weten te verantwoorden? Dan loopt het met de gokkers juist niet zo goed af.
Een ander groot probleem is dat de mensheid meerdere goden kent. Het is dus niet (meer) simpel een kwestie van geloof of ongeloof. Stel dat je gelooft in de christelijk God, maar Allah blijkt de ware te zijn. Dan zit je als nog eeuwig in de hel. Vice versa ontstaat hetzelfde probleem. De keuze is dus niet zo simpel als Pascal suggereert, laat staan een steekhoudend argument om in het bestaan van god(en) te geloven.
Zie verder:
\- [Pascal's Wager op Wikipedia (Engels)](http://en.wikipedia.org/wiki/Pascal%27s%5FWager?ref=deatheist.nl)
\- [Pascal's Wager in The Secular Web Library (Engels)](http://www.infidels.org/library/modern/theism/wager.html?ref=deatheist.nl)
### Wetenschap in heilige boeken
URL: https://www.deatheist.nl/wetenschap-in-heilige-boeken/
Last updated: 2009-05-16T08:15:17.000Z
Sommige gelovigen hebben de goddelijke oorsprong van hun heilige boek geprobeerd te demonstreren door te wijzen op vermeende wetenschap in het betreffende boek. Zij menen dat de schrijvers van de boeken op de hoogte waren van wetenschappelijke feiten die mens destijds onmogelijk had kunnen weten, waardoor deze kennis wel van God moet komen.
De eerste vraag die hierbij oprijst is: waarom komen gelovigen hier altijd pas *achteraf* mee? Waarom moeten wetenschappers eerst ontdekken dat iets zo is, *voordat* gelovigen beweren dat het al eeuwen in hun 'heilige boek' stond? Waarom hebben wetenschappers het überhaupt moeten ontdekken, als het al eeuwen in 'heilige geschriften' te vinden is? De meest logische verklaring is dan ook dat het hier *achteraf inleeswerk* van gelovigen betreft. Nadat iets ontdekt is, gaan gelovigen bepaalde teksten zodanig uitleggen dat het net lijkt of de schrijver een bepaald wetenschappelijk inzicht probeerde over te brengen, terwijl men diezelfde tekst daarvoor nooit zo interpreteerde.
Dit wordt goed duidelijk wanneer de betreffende teksten goed onder de loep genomen worden en in hun culturele, literaire en tekstuele context worden gelezen. De teksten zijn vaak allerminst eenduidig en dus op vele manieren uitlegbaar. Dit blijks soms al uit verschillen tussen vertalingen. De vermeende wetenschappelijke uitleg is vaak erg ver gezocht en gezien de eerder genoemde context onwaarschijnlijk.
Een ander probleem is dat in hetzelfde boek ook passages voorkomen die strijdig zijn met wetenschappelijke ontdekkingen. Deze worden echter genegeerd, gebagatelliseerd of afgeschreven als figuurlijk. Hierdoor ontstaat een vertekend en onjuist beeld van het 'wetenschappelijke niveau' van het betreffende boek.
Ook is het mogelijk dat de schrijver over kennis bezit die wel degelijk bekend was in die tijd (maar niet gemeengoed was) of waar men door goede observatie en *trail and error* achter gekomen is. Dat de schrijver deze kennis bezit is dan misschien opmerkelijk, maar behoeft geen goddelijke oorsprong.
Het argument zou alleen steekhoudend zijn als aan minstens twee voorwaarden is voldaan:
- Het betreft kennis die men destijds absoluut onmogelijk had kunnen weten.
- De vermeende kennis moet ondubbelzinnig zijn.
Bij mijn weten zijn gelovigen er nog nooit in geslaagd aan te tonen dat de vermeende wetenschappelijke kennis in hun heilige boeken aan deze twee voorwaarden voldoet.
Zie verder:
\- [Moderne wetenschap in de bijbel?](https://www.deatheist.nl/moderne-wetenschap-in-de-bijbel/)
\- [Cosmology and the Koran: A Response to Muslim Fundamentalists ](http://www.infidels.org/library/modern/richard%5Fcarrier/islam.html?ref=deatheist.nl)\- [Islamic Science: Does Islamic literature contain scientific miracles?](http://www.infidels.org/library/modern/denis%5Fgiron/islamsci.html?ref=deatheist.nl)
\- [Predicting Modern Science: Epicurus vs. Mohammed](http://www.secweb.org/index.aspx?action=viewAsset&id=362&ref=deatheist.nl)
### Er zijn geen aanwijzingen om het bestaan van god(en) aan te nemen
URL: https://www.deatheist.nl/er-zijn-geen-aanwijzingen-om-het-bestaan-van-goden-aan-te-nemen/
Last updated: 2009-05-16T10:52:07.000Z
Misschien wel de belangrijkste reden waarom atheïsten niet geloven in het bestaan van god of goden, is dat er geen enkele aanwijzing is voor hun bestaan. Zij argumenteren dat je alleen in iets moet geloven als er ook aanwijzingen zijn dat datgene bestaat. Het geloof in god is net zo min aannemelijk als het geloof in Sinterklaas, de tandenfee of onzichtbare kaboutertjes. Als er geen aanwijzingen zijn voor het bestaan van goden, komt men automatisch uit op het a-theïsme, de afwezigheid van theïsme (geloof in god(en)). De atheïst hoeft dus niet het niet-bestaan van god(en) te bewijzen, hij hoeft slechts de argumenten voor het bestaan van god(en) te weerleggen en kan eventueel nog met argumenten komen die het bestaan van deze god nog onwaarschijnlijker maken. De bewijslast ligt dan ook bij de gelovige die beweert dat god(en) bestaat. Pas als de gelovige een religieuze uitspraak doet, kan de atheïst hierop reageren.
Er zijn in het verleden vele godsbewijzen geponeerd die soms nog steeds aangedragen worden door gelovigen. Een atheïst meent echter dat deze argumenten niet kloppen of niet overtuigend genoeg zijn. Kritiek op deze godsbewijzen is [hier](https://www.deatheist.nl/argumentaties/) te vinden.
In het verleden werd bijna alles aan het bestaan van god(en) toegeschreven. Dit zorgde voor genoeg redenen om het bestaan aannemelijk te maken. Wie veroorzaakte immers anders de bliksem, regen, ziekte, voorspoed, enzovoort? Tegenwoordig zijn voor al deze fenomenen goede naturalistische verklaringen gevonden, wat god als verklaring overbodig maakt. Toch wordt god heden ten dage door veel gelovigen nog steeds gebruikt als verklaring. Dit is onder andere terug te vinden in het [kosmologische](https://www.deatheist.nl/het-kosmologische-argument/) en het [teleologische argument](https://www.deatheist.nl/het-teleologische-argument-argument-van-ontwerp/).
Naast de afwezigheid van redenen om het bestaan van god(en) aan te nemen, zijn er nog andere argumenten die het bestaan van god(en) onwaarschijnlijk maken. [Hier](https://www.deatheist.nl/argumentaties/) vindt u een overzicht van deze argumenten.
### Het probleem van het kwaad en theodicee
URL: https://www.deatheist.nl/het-probleem-van-het-kwaad-en-theodicee/
Last updated: 2009-05-16T11:26:10.000Z
Het probleem van het kwaad is een klassiek argument tegen het bestaan van een almachtige en algoede god, bijvoorbeeld de God van het christendom. Een theodicee is een argumentatie waarin de gelovige probeert het bestaan van een almachtige en algoede god te verdedigen ondanks al het kwaad en lijden in de wereld. Hiermee is de theodicee een (vermeende) oplossing voor het probleem van het kwaad. De term "theodicee" komt uit de titel van een boek van de filosoof Leibniz en is gevormd uit het Griekse *theos* (god) + *dikè* (rechtspraak). De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) heeft waarschijnlijk als eerste een argument gebaseerd op het probleem van het kwaad ontwikkeld:
*"Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.*
*Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig*
*Kan Hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?*
*Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we Hem dan God?"*
Het probleem van het kwaad komt dus voort uit de veronderstelling dat een algoede god zou willen dat kwaad en lijden niet voor zouden komen in zijn geschapen wereld. Een almachtige god zou een wereld kunnen maken zoals hij dat zou willen. Aangezien kwaad en lijden duidelijk voorkomen in de wereld, wil god blijkbaar dat dit kwaad en lijden voorkomt in zijn wereld. Dit zou echter betekenen dat god niet algoed is. Een andere optie is dat god niet in staat is een wereld zonder kwaad en lijden te scheppen. Dit zou echter betekenen dat god niet almachtig is. Beide opties houden in dat god niet voldoet aan zijn eigen definities van almachtig en algoed, en daardoor niet kan bestaan.
Als god ook alwetend zou zijn, had hij kunnen voorzien dat zijn schepping op kwaad en lijden uit zou draaien. Waarom heeft een almachtige en algoede god een schepping geschapen waarvan hij al wist dat het mis zou gaan?
Uit de Bijbel zelf blijkt zelfs dat de christelijke God de schepper is van het kwaad. Dit staat letterlijk verwoord in Jesaja 45 vers 7: "*Ik ben de HEER, er is geen ander die het licht vormt en het donker schept, die vrede maakt en onheil \[in andere vertalingen "kwaad"\] schept. Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.*" Dit is in overeenstemming met het bijbelse scheppingsverhaal. Hieruit blijkt dat de boom van goed en kwaad al bestond voordat Adam en Eva ervan aten. Hij noemde zijn schepping goed of mooi (afhankelijk van de vertaling). Dit wil dus zeggen dat God, de Schepper van die boom, het kwaad al geschapen had voordat Adam en Eva ervan aten. Aangezien God zelf het kwaad geschapen heeft, is Hij niet algoed.
Velen voeren vrije wil aan als theodicee: god gaf de mens vrije wil zodat ze vrijwillig voor het goede en het kwade konden kiezen, en niet een soort robotten waren. Ten eerste dient opgemerkte worden dat vrije wil niet kan bestaan als god alwetend is. Een persoon kan immers niet iets anders kiezen dan wat god al weet. Ten tweede is niet al het kwaad afkomstig van de mens (het natuurlijk kwaad, zie verderop). Hierbij is er geen sprake van keuze voor het kwaad.
Verder is er soms sprake van een schending van vrije wil van iemand door een ander persoon, bijvoorbeeld bij een verkrachting of een mishandeling. Als god hierbij zou ingrijpen en de vrijheid van de schender (van de vrijheid van de ander) zou inperken, zou hij de vrijheid van het slachtoffer beschermen. In dit soort zaken, waarin het aankomt op wie z'n vrije wil waardevoller is, van wie zou dan de beperking van de vrije wil erger zijn? Het is moreel niet plausibel dat het het beste is om de vrijheid van de verkrachter te respecteren zodat deze ongehinderd kan verkrachten, in plaats van de vrijheid van het slachtoffer te respecteren. Toch gebeurt dit dagelijks. Waar is de algoede en almachtige God?
Naast het kwaad dat mensen elkaar aandoen, is er het kwaad dat niet door de mens wordt veroorzaakt, het zogenaamde natuurlijke kwaad. Een recent en weerzienwekkend voorbeeld hiervan is de zeebeving die een tsunami (reuzevloedgolf) tot gevolg had en daardoor ongeveer 300.000 doden eiste. Baby's, kinderen, mannen, vrouwen, bejaarden, allemaal werden ze (op soms de meest gruwelijke wijze) slachtoffer van dit gigantische natuurgeweld waar geen mens schuld aan heeft. Waar was de almachtige en liefdevolle god?
Andere voorbeelden zijn de vele aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tornado's en vloeden die de aarde jaarlijks teisteren.
Ook zijn er nog de vele ziekten die mensen vreselijk kunnen laten lijden of zelfs kunnen doden. Sommige van deze ziekten zijn door de patiënt of door de mens in het algemeen zelf veroorzaakt, maar een heel groot deel ook niet. Een voorbeeld van dat laatste geval is de ziekte van Tay-Sachs. Dit is een erfelijke aandoening waarbij geen enkele kans op genezing bestaat. De eerste drie weken na de geboorte is er niets aan de hand; er ontstaat een ontluikende relatie met de ouders. Drie weken na de geboorte beginnen de eerste verschijnselen van deze vreselijke ziekte zichtbaar te worden: het zenuwstelsel takelt af. Het is een ziekteproces dat maximaal vijf jaar duurt en waarbij de zintuiglijke ervaringen (horen, zien, voelen) verschrikkelijk pijnlijk worden. Een progressieve aantasting van het hele zenuwstelsel doet zich voor, waarbij ondraaglijke pijnen over een periode van vijf jaar toenemen. Er is geen enkele kans op redding, en er is geen mogelijkheid om de vreselijke pijnen weg te nemen of te reduceren. Uiteindelijk sterft het kind onverbiddelijk aan een gruwelijke dood.
Niemand, noch het kind zelf of de ouders, hebben voor deze aandoening kunnen kiezen of kunnen beïnvloeden. Waarom sterft zo'n klein kind, dat nota bene niet eens een besef heeft van goed en kwaad, op jonge leeftijd een zeer pijnvolle dood? Een almachtige god is in staat zo'n aandoening te voorkomen of te genezen. Een algoede god zal zo'n klein kindje niet vreselijk laten lijden, om het vervolgens te laten sterven. En toch gebeurt het.….
Sommige christenen zullen de zondeval hierbij halen: doordat de eerste mensen (Adam en Eva) de fout in zijn gegaan, zijn alle andere mensen die uit hen voortkomen ook schuldig. Maar is dit rechtvaardig? Is het rechtvaardig dat kleine kindje te laten lijden voor wat Adam en Eva lang geleden hebben gedaan? Is het rechtvaardig om een klein kindje te straffen voor wat zijn vermeende over-over-over-grootouders hebben gedaan? Hoe kan iemand gestraft worden voor iets wat hij zelf niet gedaan heeft, waar hij zelfs geen invloed op heeft? Het zinloos lijden proberen te verklaren door de zondeval leidt dus tot aantasting van rechtvaardigheid. Dit is echter onmogelijk omdat God volledig rechtvaardig is.
De hierboven aangehaalde voorbeelden zijn slechts enkele voorbeelden van het vele kwaad en lijden in de wereld. Voor atheïsten is dit een sterk bewijs dat er geen almachtige en algoede god bestaat. De meeste atheïsten zullen dit kwaad zien als een inherente eigenschap van de natuur: de natuur is gewoon, ze is niet goed of kwaad en heeft geen doel of medelijden, ze is volledig onverschillig. Dit neemt echter zeker niet weg dat we de gevolgen hiervan zomaar moeten accepteren. Voornamelijk door de groei in wetenschappelijke (en daardoor medische) kennis zijn we steeds beter in staat het lijden te voorkomen, verminderen of zelfs te laten stoppen als de almachtige en algoede god het laat afweten.
Als een mens in staat is (volledig bij machte is) een ander mens te redden, maar dit niet doet, keuren wij dit af. Wij noemen zo'n iemand slecht en onethisch, zo'n iemand is in sommige gevallen zelfs strafbaar. Waarom keuren wij god, die volgens vele gelovigen dagelijks in staat is mensen te redden, maar dit niet doet, niet af?
### Voorwaarden voor een artikel
URL: https://www.deatheist.nl/voorwaarden/
Last updated: 2009-05-16T13:36:38.000Z
Ingezonden artikelen dienen aan een aantal punten te voldoen voordat ze geplaatst zullen worden:
- **Goed Nederlands** Het artikel dient in foutloos en begrijpelijk Nederlands geschreven zijn.
- **Coherent en consistent** Het artikel dient goed samenhangend en vrij van tegenstrijdigheden te zijn
- **Fatsoenlijk** Heilige huisjes bestaan niet en alle kritiek mag geuit worden, mits deze beargumenteerd is en niet bestaat uit persoonlijke aanvallen. Persoonlijke aanvallen, schelden en ongefundamenteerde kritiek zijn irritant en hebben geen toegevoegde waarde.
- **Leesbaar** De artikelen moeten te lezen zijn voor een breed publiek. Probeer lastige begrippen uit te leggen of voor uitleg te verwijzen naar andere sites.
- **Referenties** Probeer in wetenschappelijk georiënteerde artikelen zoveel mogelijk te verwijzen naar de gebruikte literatuur.
- **Formaat** De teksten kunnen in Word en HTML aangeleverd worden.
### Wat is atheïsme?
URL: https://www.deatheist.nl/wat-is-atheisme/
Last updated: 2009-05-16T15:16:30.000Z
Atheïsme komt uit het Grieks en is samengesteld uit *a-* dat 'zonder' betekent en *theïsme* van het woord 'theos' dat 'god' betekent. Het woord 'atheïst' betekent dus letterlijk 'zonder god'. Het wordt gekenmerkt door de afwezigheid van het geloof in het bestaan van god of goden. Sommige atheïsten geloven dat alle goden niet (kunnen) bestaan, anderen beperken hun atheïsme tot één specifieke god, bijvoorbeeld de christelijke God.
Het atheïsme is primair een reactie op, of een afwijzing van, religieus geloof en stelt dus geen ander filosofisch gedachtegoed vast. Atheïsme wordt vaak geassocieerd met filosofische ideeën als materialisme, communisme en rationalisme. Echter, er is geen noodzakelijk verband tussen deze ideeën en het atheïsme. Sommige atheïsten zijn tegenstanders van het communisme en anderen wijzen materialisme af, hoewel bijna alle moderne atheïsten ook materialisten zijn. De Franse filosoof René Descartes geloofde in God ondanks dat hij een rationalist was, maar atheïsten als Jean-Paul Sartre worden niet tot de rationalisten gerekend. Het atheïsme zegt tevens niets over de politieke voorkeur. Atheïsme heeft ook niets te maken met satanisme, hoewel dit door sommige gelovigen wel wordt beweerd. Atheïsme wijst namelijk ook het bestaan van, of geloof in, de duivel of andere vermeende duistere machten af. [Modernere vormen van satanisme](http://en.wikipedia.org/wiki/LaVeyan%5FSatanism?ref=deatheist.nl) die niet uitgaan van het bestaan van bovennatuurlijke machten zijn echter verenigbaar met atheïsme. Atheïsten koesteren ook geen haat jegens God(en), Jezus (of andere heiligen) of gelovigen.
Soms wordt er een onderscheid gemaakt tussen 'sterk' en 'zwak' atheïsme. Hierbij wordt sterk (of positief) atheïsme gekenmerkt door de stellingname dat god of goden niet (kunnen) bestaan. Zwak (of negatief) atheïsme wordt gekenmerkt door de afwezigheid van het geloof in het bestaan van god(en).
Het aantal atheïsten wereldwijd werd in 1994 geschat op 240 miljoen, zo'n 4% van de wereldbevolking.
Een atheïst meent dat de argumenten tegen het bestaan van god(en) veel beter zijn dan de bewijzen voor het bestaan van god(en) en dat het dus waarschijnlijker is dat goden niet bestaan dan dat ze wel bestaan. Hier zijn vele filosofische, wetenschappelijke en persoonlijke rechtvaardigingen voor. Deze website zal voornamelijk ingaan op de eerste, waarbij de argumenten ondergebracht zijn in twee onderdelen van deze site: [Atheïstische argumenten](https://www.deatheist.nl/argumentaties/) en [Kritiek op theïstische argumenten](https://www.deatheist.nl/argumentaties/).
Vaak beweren gelovigen dat atheïsme ook een geloof is. Hier wordt echter een misleidend spelletje gespeeld met het woord geloven. Het geloof van gelovigen is een godsdienst en wordt gekenmerkt door een (onwankelbaar) geloof dat god of goden bestaan. De Bijbel omschrijft geloof als "*Geloven is zeker zijn van de dingen waar je op hoopt, ervan overtuigd zijn dat wat je niet ziet, toch bestaat.*" (Heb 11:1). Bij atheïsten ontbreekt dit geloof. Atheïsten geloven alleen in die zin dat ze (sterk) vermoeden dat iets waar is (net als iemand kan zeggen: "Ik geloof dat de trein over tien minuten vertrekt."). Er zit dus een fundamenteel verschil tussen het geloof van gelovigen en het 'geloof' van atheïsten! Het atheïsme kent geen heilig boek(en), geen rituelen en geen specifieke (maar een persoonlijke) moraal.
> *"Calling Atheism a religion, is like calling 'bald' a hair color." (Atheïsme een religie noemen is hetzelfde als 'kaal' een haarkleur noemen)*
> \~ Don Hirschberg
In het oude Romeinse rijk werden de christenen atheïsten genoemd omdat zij niet geloofden in de Romeinse goden. Eigenlijk is elke consistente monotheïstische gelovige een atheïst voor alle godsdiensten behalve de zijne.
> *"Theists think all gods but theirs are false. Atheists simply don't make an exception for the last one."*
> \~ Onbekend
Over het algemeen worden Griekse en Romeinse filosofen als Epicurus, Democritus en Lucretius als de eerste atheïstische schrijvers gezien. In Griekenland lag omstreeks 420 v.C. ook de bodem voor het materialisme, dat alles als stoffelijk zag en dus geen ruimte liet voor bovennatuurlijke goden.
De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.C.) was vermoedelijk de eerste echte atheïst. Hij heeft waarschijnlijk als eerste het argument van het kwaad ontwikkeld:
> *"Wil God het kwaad voorkomen, maar kan Hij het niet? Dan is Hij niet almachtig.*
> *Kan Hij het wel, maar wil Hij het niet? Dan is Hij kwaadwillig*
> *Kan Hij het wel en wil hij het ook? Waar komt dan het kwaad vandaan?*
> *Kan Hij het niet en wil Hij het niet? Waarom noemen we Hem dan God?"*
Echter, een sceptische houding ten aanzien van geloof is al veel ouder. Deze houding komt voor in de Rig-Veda, waarvan men denk dat ze 1000 v.C. geschreven zijn.
Van latere tijden zijn grote filosofen als Voltaire, Jean-Paul Sartre, Ludwig Feuerbach, Karl Marx, Arthur Schopenhauer, Friedrich Nietzsche en Bertrand Russell [bekende atheïsten](https://en.wikipedia.org/wiki/Lists%5Fof%5Fatheists?ref=deatheist.nl).
### Evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/evolutie/
Last updated: 2009-05-18T21:03:26.000Z
De relatie tussen evolutie en religie is van meet af aan vol controverse geweest. Sinds Darwin zijn er mensen geweest die evolutie als problematisch voor religie zagen, maar ook mensen die meenden dat evolutie en religie prima samengingen. Beide opties worden nog steeds verdedigd. Enerzijds zijn er atheïsten die betogen dat evolutie theïsme onwaarschijnlijk maakt (zie het [Argument vanuit evolutie](https://www.deatheist.nl/argument-van-evolutie/)), anderzijds zijn er (veelal liberale) theologen en sommige natuurwetenschappen die menen dat evolutie geen bedreiging is voor theïsme.
Evolutie zelf, als wetenschappelijke discipline, is niet atheïstischer dan Newtons mechanica of Einsteins relativiteitstheorie, maar dat neemt niet weg dat evolutie grote levensbeschouwelijke implicaties heeft. Het zegt immers iets over onze plaats in de wereld en onze ontstaansgeschiedenis, twee kwesties die ooit volledig in het domein van religie lagen. Hierdoor speelt het ook een rol in de godsdienstfilosofie en kan het gebruikt worden voor kritiek op religie. Daarnaast biedt evolutie een atheïst een ontstaansverklaring; hij heeft immers geen scheppingsmythen die deze functie vervullen.
### Over evolutie en de evolutietheorie
Biologische evolutie is de hoeksteen van de moderne biologie. Het verenigt alle velden van de biologie onder één theoretische paraplu. Toch zijn er helaas veel misverstanden en onduidelijkheden omtrent biologische evolutie en de evolutietheorie.
Voornamelijk onder leken en creationisten is er nogal wat onduidelijkheid over wat evolutie, biologische evolutie en de evolutietheorie is. Alleen de laatste twee zijn in dit geval van belang. In de volksmond betekent de evolutietheorie vaak zoiets als "de mens stamt van de aap af". Pak een willekeurig persoon op straat en het zal bevestigd worden. Hoewel het onjuist is, is het niet van groot belang voor de wetenschap. Wat veel belangrijker is, is de onwetendheid bij creationisten; de mensen die menen dat biologische evolutie en de evolutietheorie onzin zijn, en hier de wetenschap bijhalen. Een mooi voorbeeld hiervan zijn "de twintig vragen voor evolutionisten" van Walt Brown, een bekende naam binnen creationistisch kringen. Van deze twintig vragen hebben er twaalf niets met biologische evolutie of de evolutietheorie te maken.
Het woord evolutie betekent niet veel meer dan verandering. Er is evolutie in ziektebeelden, sterrenstelsels, taal, politieke systemen, enzovoort. Waar het hier om gaat is biologische evolutie. De meest gangbare definitie van biologische evolutie is de onderstaande.
> *"Biologische evolutie is de verandering in de eigenschappen in een populatie van organismen, die uitstijgt boven de levensduur van een individu. De ontogenesis (levensloop van een organisme) van een individu wordt niet beschouwd als evolutie; individuele organismen evolueren niet. De veranderingen in populaties die evolutionair beschouwd worden, zijn degenen die overerfbaar zijn via het genetisch materiaal van de ene generatie op de volgende. Biologische evolutie kan sterk of gering zijn; het omvat alles van kleine veranderingen in de verhouding van verschillende allelen binnen een populatie (zoals degenen die de bloedgroep bepalen), tot de succesvolle veranderingen die geleid hebben van de eerste proto-organismen tot snavels, bijen, giraffen en paardebloemen."*
>
> \~ Douglas J. Futuyma in Evolutionary Biology, Sinauer Associates 1986 (vrij vertaald)
Biologische evolutie is dus de verandering van genetische eigenschappen van een populatie over een bepaalde tijd. Dat dit gebeurt, is een feit, en is door vele biologen uitgebreid onderzocht. Biologische evolutie verwijst ook naar de gemeenschappelijke afstamming van alle levende organismen van een gedeelde (gemeenschappelijke) voorouder. Het bewijs voor historische evolutie, in de vorm van fossielen, genetische en anatomische overeenkomsten, is zo gigantisch groot, dat het ook beschouwd wordt als een feit.
Nu een duidelijke definitie van biologische evolutie is gegeven, wil ik verder gaan met wat het *niet* is. Bij biologische evolutie worden namelijk heel vaak dingen gehaald die er niets mee te maken hebben.
- *De oerknal of Big Bang, het begin van het universum.* Dit begrip roept vele (filosofische, theologische en natuurwetenschappelijke) vragen op. De wetenschappelijke benadering van dit begrip behoort tot de kosmologie (een tak van de astronomie), en heeft niets met biologische evolutie te maken.
- *Het ontstaan van ons zonnestelsel.* Dit behoort tevens tot het gebied van de astronomie, en heeft niets met biologische evolutie te maken.
- *Het ontstaan en de vorming van de aarde.* Dit behoort tot het gebied van voornamelijk de astronomie en de geologie, en heeft niets met biologische evolutie te maken.
- *Het ontstaan van leven (abiogenese).* Biologische evolutie heeft betrekking op het ontstaan van soorten, groepen levende wezens. Biologie betekent letterlijk leer van het *leven*. Abiogenese is een relatief jonge tak van wetenschap, waarover nog betrekkelijk weinig bekend is (in tegenstelling tot biologische evolutie!). Over het ontstaan van leven uit niet-leven, bestaat voor zover ik weet, nog geen sluitende wetenschappelijke theorie, maar wel een aantal (plausibele) hypothesen. Hoe de eerste vormen van leven zijn ontstaan uit niet-leven, heeft dus niets met biologische evolutie te maken.
Verder zijn er nog een aantal misverstanden over biologische evolutie:
- *De mens stamt van de aap af.* Nee, de mens *is* een aap, een hominide om precies te zijn. Deze categorie delen we met de chimpansee, bonobo en de gorilla. De mens en andere apensoorten hebben gemeenschappelijke voorouders. De gemeenschappelijke voorouder van de mens en de orang-oetang leefde zo'n 16 miljoen jaar geleden, die van de mens en de gorilla zo'n 9 miljoen jaar geleden en die van de mens en de chimpansee zo'n 6 miljoen jaar geleden. De mens stamt dus niet van *de* aap af, maar is er zelf één! We delen gemeenschappelijke voorouders met de andere apensoorten (en met alle andere dieren in het algemeen).
- *Individueel verworven eigenschappen.* Het verwerven van bijvoorbeeld eelt onder de voeten of het langer worden van mensen zijn geen vormen van biologische evolutie. Het zijn namelijk geen genetische eigenschappen, maar eigenschappen die door factoren van buitenaf worden veroorzaakt (respectievelijk kracht op de blote voeten en goede voeding, medische zorg). Biologische evolutie kan dus voorkomen zonder morfologische verandering, en morfologische verandering zonder biologische evolutie.
- *Evolutie is vooruitgang*. Ook dit is niet waar. Populaties passen zich slechts aan, aan de aanwezige omstandigheden. Ze hoeven niet noodzakelijk beter te worden over een bepaalde tijd. Een eigenschap of strategie die succesvol is op het ene tijdstip, kan juist onsuccesvol zijn op een ander tijdstip.
De evolutietheorie beschrijft de *mechanismen* die biologische evolutie veroorzaakt hebben. De bekendste, maar zeker niet de enige, zijn mutatie en natuurlijke selectie. Individuele organismen in de natuur verschillen van elkaar. Sommige van deze verschillen zijn erfelijk en worden dus via de genen doorgegeven. Mutaties, veranderingen in het DNA, zorgen voor deze erfelijke verschillen. Er zijn verschillende soorten mutaties met verschillende gevolgen voor het organisme. Omdat elk organisme uniek is, heeft elk zo z'n voor- en nadelen om te overleven in zijn omgeving. Individuen die het best aangepast zijn aan hun omgeving overleven en kunnen voor meer nageslacht zorgen. Het gaat er uiteindelijk dus om wie in staat is het meeste nageslacht te produceren. De eigenschappen die het organisme het best aangepast aan de omgeving maken, worden hierdoor doorgegeven aan het nageslacht. Dit overleven van het best aangepaste organisme wordt natuurlijke selectie genoemd. "Survival of the Fittest" slaat dus niet op het overleven van de sterkste, maar op het overleven van de best aangepaste! Dit is in een notendop Darwins evolutietheorie.
De evolutietheorie is een wetenschappelijke theorie. In het dagelijks leven betekent het woord theorie vaak zoiets als een idee, of iets dat men vermoedt. De wetenschappelijke definitie is echter een andere. Een wetenschappelijke theorie geeft een kloppende en samenhangende verklaring voor een wijde reeks fenomenen. Een theorie kan worden aangepast, verbeterd, aangevuld (zoals bijvoorbeeld met de evolutietheorie gebeurde tijdens de synthese met de moderne genetica) of kan worden verworpen als blijkt dat ze onjuist is of als er een betere beschikbaar is. Het is essentieel dat een theorie geen tegenstrijdigheden mag bevatten, en gefalsifieerd (weerlegd) en geverifieerd (bevestigd) moet kunnen worden door haar te testen. Een theorie moet ondersteund worden door empirisch (op bevindingen berustend) bewijsmateriaal. Het belangrijkste deel van dit empirische bewijsmateriaal voor de evolutietheorie wordt verschaft door biologisch onderzoek uit verschillende deelgebieden als genetica, vergelijkende anatomie en fysiologie, moleculaire biologie en paleontologie (fossielkunde).
Een theorie is wat anders dan een feit, hoewel vaak onterecht gedacht wordt dat een theorie een onbewezen feit is. Een theorie biedt juist een verklaring voor de feiten (de dingen die we waarnemen). Biologische evolutie is dus een feit én een theorie!
De evolutietheorie is nog steeds de best kloppende en samenhangende interpretatie van de empirische bewijzen, ondanks de vele pogingen tot weerlegging die de afgelopen (bijna) 150 jaar zijn gedaan.
### Enkele veel gebruikte argumenten tegen biologische evolutie en de evolutietheorie
Hieronder worden enkele veel gebruikte argumenten tegen de evolutietheorie weerlegd. De weerleggingen zijn kort en bondig omdat deze website niet primair over dit onderwerp gaat. Voor verdere en uitgebreidere informatie kunnen de links gevolgd worden.
#### Evolutie(theorie) is een geloof.
Filosoof Herman Philipse heeft deze stelling weerlegd in het volgende citaat:
> *"De evolutietheorie is een empirische theorie met een overstelpende hoeveelheid materiaal die de theorie ondersteunt. Derhalve is het geen geloof. Voor het geloof daarentegen is er niet één empirisch argument aan te voeren. Niet één."*
Meer informatie over dit argument is hier te vinden:[ Evolution is a religion](http://www.talkorigins.org/indexcc/CA/CA610.html?ref=deatheist.nl)
#### Er zijn geen overgangsvormen/tussenvormen
Onjuist, er zijn zeer veel overgangsvormen, zo zijn bijvoorbeeld de evolutie van het paard, de walvis en de mens uitgebreid gedocumenteerd. Het klopt dat er gaten zitten in het fossielenbestand, hoewel deze steeds kleiner worden. Deze gaten hebben echter logische verklaringen:
- Fossilisatie is een zeer zeldzaam proces, het gebeurt alleen onder bijzondere omstandigheden.
- Sommige dieren hebben alleen weke delen die niet of zeer uitzonderlijk fossiliseren.
- Nog lang niet de gehele aardbodem is doorzocht.
- Veel fossielen zijn al vernietigd door erosie, aardbevingen, enzovoort.
Een zeer uitgebreid overzicht van overgangsvormen is [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/faq-transitional.html?ref=deatheist.nl) te vinden.
Meer informatie over dit argument is hier te vinden:[ There are no transitional fossils](http://www.talkorigins.org/indexcc/CC/CC200.html?ref=deatheist.nl)
#### Mutaties zijn altijd negatief (of neutraal) en voegen geen informatie toe
Mutaties kunnen negatief, neutraal of postitief zijn. Hoewel negatieve mutaties meer voorkomen dan positieve, zullen alleen de positieve voortbestaan omdat ze uitgeselecteerd worden. De claim dat mutaties geen informatie toevoegen is ook onjuist, het tegendeel is al vele malen waargenomen.
Meer informatie over dit argument is hier te vinden:[ Mutations don't add information. Claims about biology](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl#CB)
#### Al dat moois kan nooit ontstaan zijn door alleen toeval
Dit is een typisch voorbeeld van een stroman ([drogreden](https://www.deatheist.nl/drogredenen/)). Noch biologische evolutie, noch de evolutietheorie is gebaseerd op alleen toeval. Toeval speelt alleen een rol in de variatie (mutatie) van de genen, selectie en reproductie zorgen voor de rest. Evolutie werkt met hele kleine stapjes, en vele kleine stapjes over een grote tijdspanne kunnen voor grotere veranderingen zorgen. Bedenk hierbij dat het leven al minstens 3,5 miljard jaar evolueert, waarbij de moderne mens (*Homo sapiens*) pas zo'n 150.00 jaar geleden ten tonele is verschenen. Verder is 'mooi' een subjectief begrip: de één kan iets mooi vinden wat voor de ander afschuwelijk is. De natuur werk niet met 'mooi', maar met functionaliteit: soorten zijn zodanig geëvolueerd dat ze aangepast zijn om te overleven in hun omgeving.
> *"Is de natuur niet evenzo adembenemend door je voor te stellen dat het allemaal op eigen kracht is ontwikkeld?"*
>
> Fedor Steeman
#### Evolutie is immoreel en geeft mensen het recht hun zwakkere medemensen te onderdrukken
Dit is een drogreden (stroman). Biologische evolutie noch de evolutietheorie zeggen iets over moraal, ze zijn *beschrijvingen* van de natuur. Iedereen kan onafhankelijk van biologische evolutie en de evolutietheorie zijn eigen moraal bepalen.
Meer informatie over dit argument is hier te vinden:[ Ethics](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl#CA000)
### Drogredenen
URL: https://www.deatheist.nl/drogredenen/
Last updated: 2009-05-19T08:34:38.000Z
Er wordt heel wat gediscussieerd op het internet en helaas worden hier heel vaak drogredenen bij gebruikt (meestal zonder dat de gebruiker zich daarvan bewust is). Een drogreden is een bedrieglijke redenering of argument. Drogredenen hebben geen of nauwelijks betrekking op de inhoud van wat gezegd wordt. Dit is schadelijk voor een goede discussie omdat het voor de opponent van degene die een drogreden gebruikt lastig of zelfs onmogelijk is zijn schijnargument of redenering te weerleggen. Het is dan zaak eerst de argumenten van de opponent te analyseren en te kijken of ze werkelijk zuiver zijn of slechts bedriegelijk. Bij gebruik van een drogreden lijkt het de beste strategie om het argumentschema zelf bloot te leggen en de opponent erop te wijzen dat hij of zij een drogreden heeft gebruikt. Het voordeel van deze strategie is dat men daardoor niet op het argument zelf hoeft in te gaan, waardoor het zijn efficiëntie verliest.
Hieronder staan enkele veel gebruikte drogredenen die in discussies over geloof, filosofie en wetenschap terugkomen. Ze zijn uitgewerkt met voorbeelden die vaak gebruikt worden in discussies over het (christelijk) geloof.
[Ad hoc](#adhoc)
[Anekdotisch bewijs](#Anek)
[Argumentum ad antiquitatem](#antiquitatem)
[Argumentum ad baculum](#baculum)
[Argumentum ad hominem](#hominem)
[Argumentum ad ignorantiam](#ignorantiam)
[Argumentum ad populum](#populum)
[Argumentum ad verecundiam](#verecundiam)
[Post hoc ergo propter hoc](#Posthoc)
[Petitio principii](#principii)
[Verwisselen van de bewijslast](#Verwisselenbewijslast)
[Stroman](#Stroman)
Naast bovenstaande opsomming is er nog een aantal dat gebruikt kan worden. Voor een completer overzicht verwijs ik graag naar [deze website.](http://www.infidels.org/news/atheism/logic.html?ref=deatheist.nl)
### Ad hoc
De ad hoc drogreden geeft een uitleg achteraf die niet opgaat voor alle situaties.
Een voorbeeld:
Uitgaande dat God iedereen gelijk behandelt:
"God heeft mijn gebed verhoord en mijn vriendin genezen van kanker!"
\- "Dus God zal ook anderen genezen van kanker?"
"Uh....Gods wegen zijn ondoorgrondelijk"
### Anekdotisch bewijs
Dit is misschien wel de meest simpele en veelgebruikte drogreden. Een anekdote wordt aangevoerd om iets te bewijzen.
Een voorbeeld:
"Er is genoeg bewijs dat God bestaat en dat hij nog steeds wonderen verricht. Vorige week nog hoorde ik over iemand die aan kanker doodging. Zijn hele familie ging naar de kerk en bad voor hem, hij werd genezen."
### Argumentum ad antiquitatem
Dit is de drogreden dat iets juist of goed is, simpelweg omdat het oud is.
Een voorbeeld:
"Al duizenden jaren geloven christenen in Jezus. Het christendom moet wel waar zijn omdat het al zo lang bestaat, zelfs ondanks vervolgingen."
### Argumentum ad baculum
Het argument "met de stok" is een zuiver en puur machtsargument, zeg maar een openlijk dreigement.
Een voorbeeld:
"Als je Jezus niet aanneemt als Redder zult je eeuwig branden in de hel!"
### Argumentum ad hominem
Dit is een persoonlijke aanval. De reactie is niet gericht op het argument van de opponent, maar op de opponent zelf.
Een voorbeeld:
"Jullie atheïsten zijn kille mensen"
### Argumentum ad ignorantiam
Dit is een zeer veel gebruikte drogreden en betekent letterlijk "argument van onwetendheid". Deze drogreden stelt dat iets simpelweg waar is omdat niet bewezen is dat het niet waar is, of andersom, dat iets niet waar is omdat het nog niet bewezen is dat het waar is.
Enkele voorbeelden:
"De Bijbel is waar, niemand kan het tegendeel bewijzen."
"Het oog is te complex om te evolueren, daarom moet het wel ontworpen zijn door een intelligente Ontwerper" (Merk op dat de evolutie van het oog uitgebreid gedocumenteerd is!)
### Argumentum ad populum
Dit is de drogreden dat iets wel waar moet zijn omdat vele mensen geloven dat het waar is. Vaak zijn ze ook emotioneel beladen.
Enkele voorbeelden:
"Al duizenden jaren geloven mensen in de bijbel en Jezus, wil je beweren dat al die mensen gek zijn?"
"Zo'n twee miljard mensen zijn christen, dat zegt toch wel iets?"
### Argumentum ad verecundiam
Bij deze drogreden wordt een beroep gedaan op een autoriteit of een beroemd persoon om de stelling kracht bij te zetten.
Enkele voorbeelden:
"Isaak Newton was een genie en geloofde in God"
"Einstein geloofde in God, weet jij het beter dan hij?" (Merk op dat Einstein niet in de christelijke God geloofde, maar een pantheïst was.)
### Post hoc ergo propter hoc
Dit betekent letterlijk: daarna dus daarom. Een bepaalde gebeurtenis wordt veroorzaakt door iets simpelweg omdat het voor die gebeurtenis gebeurd is.
Een voorbeeld:
"Na mijn gebed knapte mijn vriend zienderogen op van zijn ziekte, God heeft hem genezen!"
### Petitio principii
Een cirkelredenering of "de vraag ontwijken". Bij deze drogreden keert de conclusie weer terug naar de aanname. De premisse van het argument veronderstelt impliciet wat het argument probeert te bewijzen.
Enkele voorbeelden:
"De bijbel is waar omdat het door God is ingegeven en het is door God ingegeven omdat dat in de bijbel staat"
"Het universum bestaat. Daar moet een plan, ontwerp of iets dergelijks achter zitten, een intelligente Ontwerper dus. Daarom bestaat God."
### Verwisselen van de bewijslast
De bewijslast ligt altijd aan de kant van degene die iets beweert. Het verschuiven van de bewijslast, een bijzonder geval van het argumentum ad ignorantiam, is de drogreden die de bewijslast verschuift naar degene die een bewering ontkent of in vraag stelt.
Een voorbeeld:
"God bestaat, jij kunt niet bewijzen dat Hij niet bestaat."
### Stroman
Bij deze drogreden wordt de positie van iemand zodanig verdraaid (versimpeld, overdreven, enzovoort) dat het makkelijker aan te vallen is. Het werkelijke standpunt wordt dus vervangen door een argument dat onderuitgehaald kan worden. De gebruiker van de drogreden weerlegt dus eventueel het verdraaide argument in plaats van het werkelijke argument.
Enkele voorbeelden:
"De schoonheid in de natuur is geen toeval" (als reactie op de evolutietheorie)
"Geloof jij dat al het moois om ons heen is ontstaan door één grote knal (oerknal)?"
### God is het product van de menselijke geest
URL: https://www.deatheist.nl/god-is-het-product-van-de-menselijke-geest/
Last updated: 2009-05-20T11:35:19.000Z
Veruit de meeste goden lijken in hun eigenschappen verdacht veel op mensen: ze kunnen liefhebben, haten, jaloers zijn, oorlogen voeren enzovoort. Misschien komt dit wel het meest naar voren bij de oude Griekse godsdiensten, maar het is ook zeker goed terug te vinden bij de goden uit de bijbel en koran. Deze goden lijken op mensen, maar zijn in allerlei opzichten superieur aan hen: ze zijn machtiger, weten meer, zijn volmaakt goed enzovoort. De mens projecteert zijn eigen onmacht en onvolmaaktheden op god(en) Goden zijn dus als het ware een soort supermensen.
Hierdoor ontstaat een grote variëteit aan godsbeelden. Als er maar één ware god bestaat, hoe komen mensen dan aan zo gigantisch veel verschillende godsbeelden, variërend van volledig onkenbaar tot volledig antropomorf (op mens lijkend)? Waarom is de één voor vrede en de ander voor oorlog? Waarom bestaat de een uit drie personen (de christelijke drie-eenheid) en de ander uit slechts één? Het godsbeeld is dus zeer ambigu. Het is niet logisch dat al deze (onderling tegenstrijdige) verschillende godsbeelden van één god komen. De atheïst meent dan ook dat ze ontsprongen zijn uit de menselijke geest.
Ook is het zo dat het godsbeeld in de loop der tijd verandert, het evolueert. Meestal is dit het gevolg van veranderende menselijke verlangens en behoeften of dwingt de cultuur of wetenschap daartoe. Karen Armstrong bijvoorbeeld, geeft dit in haar boek *"Een geschiedenis van God"* mooi weer. Vooral de aanpassing aan wetenschappelijke bevindingen en de veranderende moraal is goed terug te zien. Vroeger had bijvoorbeeld de joods-christelijke god alles in zes dagen geschapen, maar toen de wetenschap leerde dat dit onjuist was, werd god teruggedrongen tot de man achter de knoppen van de evolutie. De God uit het Oude Testament is wreed en strijdlustig, die van het Nieuwe Testament liefde en vrede. Waar vroeger nog de hel een prominente en afschrikwekkende rol speelde, is tegenwoordig alleen de hemel nog overgebleven. Veel 'goddelijke' wetten worden tegenwoordig (gelukkig!) niet meer nageleefd en toegepast. Hoe is het mogelijk dat het godsbeeld van de 'enige ware' god steeds verandert?
Op grond van het bovenstaande mogen we verwachten dat atheïstische verklaringen voor geloof in goden altijd beter zijn dan theïstische verklaringen. De gelovige zal moeten verklaren waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De christen zal zijn geloof kunnen verklaren vanuit de wil van zijn God, zijn geloof is een genadegeschenk van God. Maar hoe is dan het geloof in andere goden, met al hun verschillende eigenschappen, dan te verklaren? Zorgt de christelijke God en dan ook voor dat moslims in Allah geloven en dat de oude Grieken in Zeus en de oude Noren in Thor geloofden? Dit zou betekenen dat de christelijke God andere gelovigen misleidt (die goden bestaan immers niet), wat volgens mij geen enkele christen zou accepteren. Zou het geloof van elke gelovige dan verklaard kunnen worden door zijn eigen god? Voor deze verklaring zouden we het bestaan van gigantisch veel goden moeten aannemen, niet alleen die waarin nu wordt geloofd, maar ook de vele waarin in het verleden is geloofd. Deze goden sluiten het bestaan van andere goden echter meestal weer uit, zeker in monotheïstisch religies als het jodendom, christendom en de islam.
Theïstische verklaringen gaan dus niet op. Een atheïstische verklaring is dan ook veel eleganter, kan meer verklaren en verdient daarom de voorkeur. Er zijn meerdere atheïstische verklaringen die (deels) met elkaar overeenstemmen. Religie kan verklaard worden vanuit een evolutionair perspectief: religie kan een volk hecht binden en laten samenwerken, wat een evolutionair voordeel oplevert. Religie kan ook gezien worden als een poging van de wereld van de primitieve mens om de wereld (met al haar problemen) te verklaren. Ook de projectietheorie van Freud geeft een antwoord op deze vraag. Tevens kan godsdienst mensen troost bieden, gelovigen zoeken een vaderfiguur dat hen troost, steunt, enzovoort en vinden dit in god(en). Het voert echter hier te ver om deze uitgebreid te bespreken. Het mooie van deze verklaringen is dat ze alle godsdiensten in één keer verklaren. Gelovigen zullen moeten uitleggen waarom zoveel mensen in zoveel verschillende goden geloven als er maar één ware god is. De atheïst heeft dit probleem niet.
*"En den mens schiep God naar zijn beeld, naar het beeld van de mens schiep hij Hem"* (Parodie op Genesis 1:27)
### Er zijn duizenden godsdiensten. Welke is waar?
URL: https://www.deatheist.nl/er-zijn-duizenden-godsdiensten-welke-is-waar/
Last updated: 2009-05-20T11:38:21.000Z
Elke gelovige beweert dat zijn geloof het ware en juiste is, anders zou hij er niet in geloven. Het probleem hiermee is dat elke gelovig dit beweert van zijn geloof. De atheïst heeft dit probleem niet, maar kan de gelovige wel wijzen op dit probleem, dat hieronder nader toegelicht wordt. Het onderstaande is grotendeels gebaseerd op het argument dat Herman Philipse uiteenzet in zijn boek *"Atheistisch manifest en De onredelijkheid van religie"* (hoofdstuk 5).
Men zou tegen dit waarheidsprobleem kunnen inbrengen dat elk geloof *waar is voor* degene die er in gelooft. Deze houding staat ook wel bekend als het religieus relativisme en wordt zowel afgekeurd door sommige gelovigen als door atheïsten. Het relativisme is een pervers spelletje met het woordje "waar". Zo zou Jezus de zoon van God zijn voor de christenen, maar dit niét zijn voor de joden. Jezus is gekruisigd volgens de christenen, maar niet volgens de moslims. Het is echter logisch uitgesloten dat wanneer twee geloven onderling tegenstrijdig zijn, ze beide gelijk kunnen hebben. Jezus kan bijvoorbeeld niet niét gekruisigd zijn en tegelijk wél. Het relativisme is dus boerenbedrog en sneuvelt op logische gronden.
Als een geloof dan beweert het enige ware te zijn, hoe is dit dan te bepalen? Wat is het criterium dat gehanteerd wordt om de waarheid van bepaalde stellingen te bepalen? In de wetenschap wordt een bepaalde hypothese of theorie getoetst aan de empirische data: als ze in strijd is met wat we waarnemen, wordt zijn aangepast of verworpen. Hierdoor is de wetenschappelijke houding zelfcorrigerend en nooit dogmatisch. Over dit toetsingscriterium zijn alle wetenschappers het wel eens. Maar hoe zit dit met geloof?
Dat ligt geheel anders dan in de wetenschap, gelovigen zijn het onderling niet eens over het te hanteren criterium. De rooms-katholieke kerk is bijvoorbeeld van mening dat dit criterium de bijbel is. In dit boek heeft God zich definitief en volledig geopenbaard aan de mens, rooms-katholieken hoeven geen openbaring meer te verwachten tot ze God zelf zullen aanschouwen in het hiernamaals. De bijbel bevat de universele waarheid voor alle mensen. Moslims zijn het hier niet mee eens, zij geloven immers dat God zich na de bijbel ook nog geopenbaard heeft via Mohammed in de koran. Zij verwerpen dus het katholieke waarheidscriterium en plaatsen daar een andere tegenover: alles wat in de koran staat is absoluut waar.
Is dit dispuut over de keuze van het waarheidscriterium op te lossen? Kan men aantonen dat het ene beter is dan het andere? Nee, dit is principieel onoplosbaar, zoals Phyrro van Elis (ca. 365-275 v.C.) ook al opmerkte. De juistheid van het waarheidscriterium is namelijk alleen aan te tonen met argumenten die *zelf* al waar zijn. Maar om vast te stellen of die argumenten zelf waar zijn, is het waarheidscriterium al nodig. Dit leidt dus steeds tot een cirkelredenering, men gaat uit van wat men wil bewijzen. Ondanks dat dit een cirkelredenering is, ligt ze vaak ten grondslag aan godsdiensten. Zo beweren christenen dat wat in de bijbel staat waar is omdat dat is opgeschreven door schrijvers die door God geïnspireerd waren. God zelf is dus de eigenlijke auteur van de bijbel. Hoe weten we dit? Dat staat in de bijbel. Zo is de cirkel rond. Moslims gebruiken dezelfde drogreden: wat in de koran staat is door Allah aan Mohammed geopenbaard, waarna die het heeft opgeschreven en is daarom onfeilbaar. Hoe weten we dit? Omdat het in de koran staat.
Elk openbaringsgeloof berust op een religieus waarheidscriterium, terwijl ze elkaar uitsluiten en het onmogelijk is te bepalen welke beter is. Dit maakt elk openbaringsgeloof irrationeel. Maar ook binnen een geloof kan hetzelfde probleem zich voordoen, bijvoorbeeld over hoe een bepaalde tekst geïnterpreteerd moet worden. In de rooms-katholieke kerk bepalen de pausen en concilies dit. Bij de protestanten kan elk individu die gewetensvol de bijbel leest de juiste interpretatie bepalen omdat hij bij het lezen van de bijbel direct door God geïnspireerd wordt. Blijkbaar is God niet zo duidelijk in zijn directe inspiratie, de protestantse kerk is immers hopeloos verdeeld in verschillende denominaties, die elkaar ook weer tegenspreken. Hoewel de recente lijmpoging hiervan in de PKN een dappere poging is, kan het de verdeeldheid niet redden, immers, niet alle gezindten doen hier aan mee.
Vanwege het hierboven beschreven probleem van het waarheidscriterium zullen gelovigen nooit tot overeenstemming kunnen komen over de waarheid religieuze stellingen. De interreligieuze dialoog over de waarheid van godsdiensten is dan ook gedoemd te mislukken. De enige uitweg uit dit probleem is, om met de woorden van Herman Philipse te spreken, *"dat gelovigen hun verhalen moeten nemen voor wat ze zijn: mythen die stammen uit een vroegere cultuurfase van de mensheid en die ons soms nog beroeren omdat ze getuigen van menselijke verlangens en tekortkomingen."*
In het bovenstaande is zelfs nog gezwegen over de vele andere godsdiensten, ook die uit de oudheid. Waarom bestaat volgens de christen Thor niet? Waarom bestaat volgens de moslim Zeus niet? De mensheid heeft het bestaan van duizenden goden voor waar aangenomen. Volgens veel gelovigen bestaan al die goden niet, alleen die waarin zij geloven bestaat. *De atheïst maakt simpelweg geen uitzondering voor die laatste.*
### De eigenschappen van god zijn logisch inconsistent
URL: https://www.deatheist.nl/de-eigenschappen-van-god-zijn-logisch-inconsistent/
Last updated: 2009-05-20T11:39:46.000Z
Sommige eigenschappen van een bepaald godsbeeld zijn onderling tegenstrijdig, dit wordt logische inconsistentie genoemd. Het godsbeeld van het jodendom, christendom en de islam wordt bijvoorbeeld gekenmerkt door almacht en alwetendheid. Alwetendheid is alles omvattende kennis, dus van zowel het verleden, het nu en de toekomst, op alle mogelijk plekken. Almacht is alles en allen omvattende, onbeperkte macht. Er gaat dus niets buiten zowel de macht als de kennis van God om. Het tegelijk bestaan van deze eigenschappen geeft een conflict.
Zo kan een god die de toekomst al kent, deze niet meer veranderen. Dan zou immers zijn eigen kennis niet meer kloppen. Zijn alwetendheid reduceert zijn almacht volledig. Een almachtige god zou moeten beschikken over een vrije wil. Als dit niet zo zou zijn, betekent dit dat zijn wil belet zou worden door iets, wat hem niet meer almachtig maakt. Om een vrije wil te hebben, moet god in staat zijn om op elk moment tussen twee of meerder opties kunnen kiezen. Als god alwetend is, zou hij alles moeten weten, dus zowel in de geschiedenis, het nu als in de toekomst. Hieruit volgt dat elk moment, wanneer god wordt geconfronteerd met meerder keuzemogelijkheden, hij al weet wat hij gaat kiezen. Dus, doordat god geen keus heeft in zijn beslissing, heeft hij geen vrije wil. God kan dus niet alwetend en almachtig tegelijk zijn, deze twee eigenschappen zijn logisch inconsistent. Derhalve kan hij niet bestaan. Een vierkante cirkel kan immers ook niet bestaan.
Tevens sluit Gods alwetendheid de vrije wil van de mens uit, waarvan meestal wordt beweerd door gelovigen dat mensen die hebben. Dit is om dezelfde reden als met de vrije wil van God.
### Argument van evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/argument-van-evolutie/
Last updated: 2009-05-20T11:42:14.000Z
Een populaire stelling onder veel biologen, theologen en sommige filosofen is dat god en evolutie prima samen kunnen gaan. Evolutie is gewoon gods manier van scheppen, zo menen zij.
Er zijn echter een aantal tegenwerpingen aan te dragen tegen deze stelling. Een atheïst kan argumenteren dat evolutie het bestaan van god, zeker de god van de drie grote monotheïstisch religies, onwaarschijnlijk maakt, evolutie rechtvaardigt atheïsme meer dan theïsme. Ik heb dat zelf gedaan in het artikel "[De houdbaarheid van theïstische evolutie](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/)" en het vervolg daarop, "[Theïstische evolutie is niet houdbaar](https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/)". Hieronder volgen enkele argumenten die een atheïst kan aandragen.
Ten eerste heeft evolutie het einde van het teleologische godsbewijs ingeluid. De doelmatigheid en de complexiteit van de levende natuur kan niet meer aangedragen worden als argument voor het bestaan van god omdat we hiervoor heden ten dage een veel betere verklaring hebben: biologische evolutie. De ontdekking en het begrip van evolutie heeft dus een rationele poot onder de theïstische stoel weggezaagd.
Een ander argument is dat verspilling en leed inherent is aan evolutie, het is niet slechts een onprettig bijproduct. De manier waarop evolutie werkt is daarom moeilijk in overeenstemming te brengen met het idee van god als een almachtige, doelgerichte en algoede Schepper. Als een god evolutie gebruikt zou hebben als methode van schepping, lijkt er eerder sprake te zijn van een klungelige en sadistische god. De meest elegante verklaring is dat er simpelweg geen god is die evolutie gebruikt heeft als scheppingsmethode. Er is slechts het blinde, wrede, verspillende, proces van evolutie, zonder goddelijk ingrijpen, atheïstisch dus.
Ten derde blijkt evolutie vaak in strijd te zijn met vermeende openbaringen van god, zoals in de bijbel. De enige manier om dit conflict te vermijden is het scheppingsverhaal volledig figuurlijk te lezen, waardoor het een scheppingsmythe wordt, zoals er zoveel zijn. De vraag is dan waarom we waarheid zouden moeten toekennen aan juist één bepaald scheppingsverhaal, terwijl er nog zoveel andere, tegenstrijdige verhalen zijn.
Evolutie haalt dus een argument voor het bestaan van god onder uit, is moeilijk te rijmen met het godsbeeld van veel gelovigen en maakt van goddelijke scheppingsverhalen mythen. Daarmee is, gezien de waarheid van evolutie, atheïsme waarschijnlijker dan theïsme.
Zie verder:
\- [De houdbaarheid van theïstische evolutie](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/)
\- [Theïstische evolutie is niet houdbaar](https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/)
## Posts
### Begrijpt AI wat het doet?
URL: https://www.deatheist.nl/begrijpt-ai-wat-het-doet/
Last updated: 2026-10-24T09:06:28.000Z
Artificiële (kunstmatige) intelligentie (AI) wordt steeds meer gebruikt en is ondertussen onderdeel van ons leven. Dit gebeurt deels zonder dat we ons daarvan bewust zijn, bijvoorbeeld bij het gebruik van moderne auto’s, smartphones en computers. Daarnaast stellen we steeds vaker bewust vragen aan chatbots zoals ChatGPT (van OpenAI), Gemini (van Google) en Copilot (van Microsoft). De bot geeft steeds betere antwoorden en is in staat complexe gesprekken te voeren. Het aantal fouten en compleet verzonnen antwoorden ([hallucinaties](https://nl.wikipedia.org/wiki/Hallucinatie%5F%28kunstmatige%5Fintelligentie%29?ref=deatheist.nl)) wordt steeds kleiner. De ontwikkeling is de afgelopen jaren gigantisch snel gegaan en lijkt steeds verder te versnellen.
Dit roept allerlei vragen op, zoals morele (hoe en waarvoor mogen we AI gebruiken?), ecologische (wat is het gevolg van het gigantische energie- en waterverbruik van deze diensten?) tot zelfs existentiële (vormt AI een bedreiging voor ons bestaan?). Hoewel dit belangrijke en interessante vragen zijn, wil ik stilstaan bij een meer filosofische vraag: begrijpt AI wat het doet? Komt het antwoord voort uit slechts het toepassen van vernuftige voorspelregels (zoals veel beweerd wordt) of kunnen we spreken van begrip, vergelijkbaar met wanneer een mens hetzelfde antwoord zou geven? Deze vraag raakt ook een andere interessante filosofische kwestie, namelijk of AI bewustzijn heeft. Hier kom ik aan het einde nog op terug.
**Wat is begrijpen?**
Het antwoord op de vraag of AI iets begrijpt van wat het doet, hangt natuurlijk af van wat we bedoelen met ‘begrijpen’. Volgens mijn *Grote Van Dale* (15e editie) is dat “met het verstand vatten; de aard, betekenis, het gevolg van iets, het karakter enz. van iemand zich in de geest naar waarheid voorstellen”. Dit roept evenwel weer nieuwe vragen op, want wat is ‘vatten’, ‘aard’, ‘betekenis’ en ‘voorstellen’? Vaak helpt het om bij moeilijk te definiëren termen te kijken naar duidelijke voorbeelden. We zouden kunnen kijken wanneer we menen dat een mens iets begrijpt en waaruit dat dan blijkt.
Een klassiek voorbeeld is een student die op een toets niet alleen het juiste antwoord geeft, maar dat ook kan onderbouwen (uitleggen hoe hij eraan komt). Dit is een puur talig voorbeeld. Een rekenkundig voorbeeld is dat je een wiskundige formule kunt afleiden en juist kunt toepassen. Een sociaal voorbeeld is wanneer je snapt waar het gedrag van een ander persoon vandaan komt en daar gepast op reageert. Je zou begrip ook kunnen zien als een vaardigheid, bijvoorbeeld een automobilist die begrijpt hoe hij moet autorijden. Daarvoor moet hij weten hoe de auto bestuurd moet worden, hoe de omgeving eruitziet en al dan niet verandert (overig verkeer) en welke verkeersregels er gelden. Begrip blijkt dan uit zonder problemen kunnen navigeren door druk verkeer. Ik zal hier de werkwoorden (en de bijbehorende zelfstandig naamwoorden) ‘begrijpen’, ‘(be)vatten’ en ‘snappen’ door elkaar gebruiken.
Wat deze voorbeelden met elkaar gemeen hebben, is dat de persoon een model van de werkelijkheid in zijn hoofd heeft dat genoeg met de werkelijkheid overeenkomt om daarmee adequaat te kunnen handelen (gedrag). Dit komt aardig overeen met wat in Van Dale (“naar waarheid voorstellen”) staat.
Dit laat ook meteen zien dat begrijpen niet alles-of-niets is: het model kan immers *in meer of mindere mate* overeenstemmen met de werkelijkheid, kan meer of minder fouten bevatten en kan groter of kleiner zijn. Zo zijn we als kind allemaal begonnen met een klein model dat veel fouten bevat, maar breiden we *door te leren* dit model uit en corrigeren we de fouten steeds meer. Het model wordt hierdoor steeds beter. Ook bij volwassenen kunnen we van gradaties spreken. Zo begrijpt een automonteur meer van een auto dan een gemiddelde automobilist en snapt een hoogleraar natuurkunde meer van natuurkunde dan iemand die dit vak slechts op de middelbare school gehad heeft.
Ook lijkt het me onnodig om begrip te beperken tot taal alleen. Uit hun gedrag blijkt dat ook baby’s en dreumesen bepaalde dingen begrijpen, ook al kunnen ze nog niet (of zeer beperkt) spreken, zoals hoe ze iets bij pappa of mamma voor elkaar moeten krijgen. Iets vergelijkbaars geldt voor veel dieren. Dat ze in een complexe omgeving voedsel, veiligheid en een partner kunnen vinden, is lastig te verklaren zonder begrip.
Tot slot zouden we een beeld kunnen krijgen van wat begrijpen is als we naar vaardigheden kijken die eronder vallen of ermee geassocieerd worden: representeren, categoriseren, hiërarchie aanbrengen, relaties leggen, regels toepassen, redenen geven, oorzaak en gevolg bepalen, herkennen, kunnen omgaan met ambiguïteit (in taal en beeld), leren, voorspellen en op grond van dit alles adequate output kunnen leveren. Als een mens dit kan over een bepaald onderwerp, menen we dat hij begrip heeft van dat onderwerp.
Uit het bovenstaande kunnen we concluderen dat een mens (of een bepaald ander dier) iets begrijpt als uit adequaat gedrag blijkt dat het een (min of meer) juist model van de werkelijkheid heeft.
**Begrijpt AI dan?**
Nu komen we aan bij de vraag van dit artikel: kunnen we stellen dat AI begrijpt wat het doet? Dit zal moeten blijken uit het gedrag, want meer hebben we niet om op af te gaan – ook bij mensen niet. Gelukkig is dat goed mogelijk, want we kunnen de chatbots bevragen en doorvragen op hun antwoorden. We moeten het de AI niet te makkelijk maken, want veel vragen zijn simpel en hun antwoorden zijn eenvoudig op te zoeken in een database, zoals Wikipedia. Dat ‘Parijs’ het juiste antwoord is op de vraag naar wat de hoofdstad van Frankrijk is, zal weinig indruk op ons moeten maken. Het juist toepassen van wat (simpele) regels, zoals bij een natuurkundige of rekenkundige formule (om bijvoorbeeld de omlooptijd van een niet-bestaande planeet te berekenen), zou ons evenmin moeten imponeren.
We zullen dus een testcasus moeten hebben waarbij het antwoord niet bestaat uit het domweg opzoeken in een database of het toepassen van wat simpele regels. Als deze simpele oplossingen niet een mogelijkheid zijn, maar de AI komt wel met het juiste antwoord en kan dat ook verklaren of onderbouwen, dan denk ik dat we wel onder de indruk mogen zijn. Als bij doorvragen en het voorleggen van vergelijkbare vraagstukken de juiste antwoorden met juiste verklaringen blijven komen, denk ik dat we met recht van begrip mogen spreken. Volgens mij heb ik zo’n vraagstuk gevonden.
**Een lastig anatomievraagstuk als testcasus**
Mijn studenten leg ik een paar keer per jaar een vraag voor over een denkbeeldige spier.1 Ik vertel ze het verloop van de niet-bestaande spier, en zij moeten dan *beredeneren* welke functie (beweging) de spier over bepaalde gewrichten heeft. Dit is lastig, want je kunt het niet opzoeken in een anatomisch boek of op Wikipedia (de spier bestaat immers niet). Ze moeten dus zelf nadenken welke beweging in een gewricht ontstaat als de spier daar op een bepaalde manier overheen loopt. Wil je dit uit je hoofd kunnen doen (zonder naar een skeletmodel te kijken), dan moet je een 3D-beeld van dat lichaamsdeel in je hoofd hebben, daar de denkbeeldige spier in plaatsen en met biomechanische kennis beredeneren wat de functies in de desbetreffende gewrichten zullen zijn. Precies om deze redenen is dit een lastig vraagstuk (en ook daarom slechts een bonusvraag op mijn toets). Als een student de vraag goed weet te beantwoorden en goed kan verklaren, weet ik dat hij de anatomie van dat lichaamsdeel goed begrijpt.
Ik was dan ook erg benieuwd naar hoe AI dit zou doen. Het mooie aan deze vraag is dat de AI het antwoord niet simpelweg kan opzoeken in de database (bijvoorbeeld Wikipedia), zoals wat de functie van een bestaande spier is. Ook blijkt het antwoord niet uit het toepassen van wat (simpele) regels. Daarvoor is de anatomie van het lichaam te complex. De opzoekverklaring valt dus meteen af, evenals het simpelweg toepassen van een paar regels of formules. Google's Gemini kwam met het volgende antwoord:

Het bijzondere is dat AI niet alleen het juiste antwoord gaf, maar ook daarvoor de juiste verklaring gaf, in redeneerstappen. Wanneer mensen dit doen, bijvoorbeeld een student bij een toetsvraag, beschouwen we dit als blijk van begrip. Waarom zouden we dat bij AI niet doen? Wat mist er bij AI om daar niet van begrip te spreken, terwijl we dat wel zouden doen bij een student die hetzelfde antwoord geeft?
Een verdere toetsing van begrip bij de student zou kunnen bestaan uit doorvragen op het antwoord of vergelijkbare vraagstukken voorleggen. Dat heb ik ook bij AI gedaan, en met een goed resultaat. Ik denk daarom dat we hier met recht van begrip kunnen spreken.
Uit dit voorbeeld en vele andere blijkt dat AI kan representeren, categoriseren, hiërarchie aanbrengen, relaties leggen, regels toepassen, redenen geven, oorzaak en gevolg bepalen, herkennen, kunnen omgaan met ambiguïteit (in taal en beeld), leren, voorspellen en op grond van dit alles adequate output kunnen leveren. Als dit alles geen blijk van begrip geeft, wat dan wel? Het zijn juist deze zaken op grond waarvan we concluderen dat een mens begrip van bepaalde materie heeft.
Maakt AI fouten? Natuurlijk, maar dat doen mensen ook. Verzint AI soms antwoorden (hallucineren)? Zeker, maar ook dat doen mensen geregeld als ze een antwoord niet weten of het ten onrechte denken te weten. Dit heet [confabulatie](https://osf.io/preprints/psyarxiv/h68bc%5Fv1?ref=deatheist.nl) en is een goed gedocumenteerd verschijnsel in de psychologie (Kryvosheia, 2026**)**. Bij de huidige AI-modellen spelen deze problemen al een stuk minder dan die van een paar jaar geleden, en het lijkt erop dat deze verbetering doorzet. Deze tegenwerping wordt dus steeds minder sterk.
**Een missend, magisch ingrediënt?**
Toch blijven sommige critici volhouden dat er iets mist bij de AI, ook al geeft de AI exact hetzelfde antwoord en de verklaring daarvoor als een student waarvan we menen dat hij de stof wel begrijpt. Wat dat magische, missende ingrediënt dan is, blijft evenwel onduidelijk. Dit heeft veel weg van vitalisme. Vitalisten menen dat leven wordt gekenmerkt door een *élan vital*. Moderne biologen kunnen van alles in kaart brengen over de onderdelen van de cel en hoe ze werken, maar missen de élan vital, meent de vitalist. Ik sluit me dan ook aan bij wat Terry Sejnowski, een van de grondleggers van connectionisme en deep learning, hierover zegt:
> *The degree to which generative LLMs exhibit such general intelligence is debated. Disagreements about whether LLMs “understand” what they generate remind me of debates about “life” a hundred years ago: What is the difference between living matter and inanimate matter? Vitalists believed that life was a nonphysical “vital force” infused in us but not in rocks. This debate was not a fruitful way to make progress. The discovery of the DNA double helix clarified many issues and led to a turning point that revolutionized biology. Today’s debates about “intelligence” and “understanding” are the equivalent of debates about “life,” with AGI akin to the “vital force.” The direction machine learning is taking today may lead to a new conceptual framework as fundamental to AI as the architecture of DNA is to biology. (*Sejnowski, 2024)
Je zou de kritiek ook kunnen vergelijken met de [filosofische zombie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Filosofische%5Fzombie?ref=deatheist.nl) van Dave Chalmers: de zombie uit dit gedachte-experiment vertoont exact hetzelfde gedrag als jij en ik, maar heeft geen bewustzijn (voor een kritiek hierop, zie Klink, 2023b). De criticus in het geval van AI beweert dat de AI exact hetzelfde gedrag vertoont als een begrijpende student, maar het desalniettemin niet begrijpt. Hoe is zo’n ‘bombie’ (begrip-zombie) te onderscheiden van een begrijpende student? Volgens mij heeft de criticus daarop geen antwoord, wat niet pleit voor het onderscheid dat hij wil blijven maken.
**Syntax zonder semantiek?**
Of toch wel? Een veelgehoorde tegenwerping is dat we niet mogen spreken van begrip omdat we weten hoe de AI tot zijn antwoord komt: door het toepassen van syntactische operaties (regels) op een gigantische hoeveelheid data. De AI zou slechts een stochastische papegaai zijn die niets anders doet dan op grond van waarschijnlijkheden (stochastisch) napraten wat mensen er al ingestopt hebben. Dit heeft veel weg van het gedachte-experiment van de [Chinese kamer](https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese%5Fkamer?ref=deatheist.nl), ontwikkeld door de filosoof John Searle. Dit argument stuit echter op problemen.
Het is in de eerste plaats niet duidelijk hoe je hiermee kunt verklaren hoe de AI de juiste functie kan geven van een niet-bestaande spier. Deze informatie heeft geen mens er immers ooit ingestopt. Hoe kan de AI dit dan napraten? De criticus zal dus met een alternatieve verklaring moeten komen voor hoe de AI tot het juiste antwoord kan komen zonder dat iemand dat er ooit heeft ingestopt. Ik heb een dergelijke verklaring nog niet gezien.
Het tweede probleem is misschien nog wel serieuzer: de kritiek is een cirkelredenering. De kritiek *veronderstelt* namelijk dat begrip nooit kan ontstaan uit slechts syntactische operaties uitgevoerd op een grote hoeveelheid data, maar dat is juist wat ter discussie staat. Ik zou beweren dat begrip een emergent verschijnsel is (zie hieronder) dat *ontstaat* door de juiste syntactische operaties op een grote hoeveelheid data in [neurale netwerken](https://nl.wikipedia.org/wiki/Neuraal%5Fnetwerk?ref=deatheist.nl) (kunstmatig of biologisch). Alles wijst er ook op dat dit is hoe wij *leren* begrijpen: de neurale netwerken in ons brein leren van de informatie die ze opdoen uit hun omgeving (via de zintuigen) en die intern verwerken. De criticus lijkt dit *bij voorbaat* uit te sluiten, en dat maakt zijn argument circulair.
Ten derde bewijst het stochastisch napraten niet dat er geen sprake is van begrip. Veel van wat wij begrijpen, bestaat immers uit napraten wat ons ooit geleerd is. Een student herhaalt op een toets of in een verslag veel van wat er door docenten en via boeken is ingestopt. Dit betekent niet dat de student zijn gegeven antwoord niet begrijpt.
**Begrip is emergent**
Een verschijnsel, proces of vermogen is *emergent* als het ontstaat door de *interactie van delen*. Het wordt dan een eigenschap van een systeem dat niet aanwezig is in de onderdelen daarvan. Dit kan ook worden gevat met de uitspraak dat *het geheel meer is dan de som der delen*. Dit méér ontstaat alleen als de delen op de juiste manier interacteren.
Dit komt overal om ons heen voor. Zo heeft water (H2O) eigenschappen die niet voorkomen bij de atomen waaruit water bestaat (waterstof (H) en zuurstof (O)). In de biologie is emergentie overal aanwezig, zoals bij leven zelf: een levende cel ontstaat als de juiste levenloze moleculen op de juiste plaats het juiste doen.
Ik denk dat het met begrip niet anders is: het is een eigenschap van complexe neurale netwerken, kunstmatig of biologisch. Omdat het emergent is, is het niet terug te vinden in de delen ervan (de al dan niet kunstmatige zenuwcellen), maar *ontstaat* het door de juiste interactie van die delen. De delen moeten elkaar kunnen beïnvloeden, en daar zijn biologische neuronen erg goed in. Bij kunstmatige neuronen wordt dit hardwarematig en/of softwarematig nagebootst, waardoor ze vergelijkbaar (maar niet identiek) gedrag gaan vertonen als bij biologische neuronen. Dit is waarom de revolutie in kunstmatige intelligentie zo’n vlucht heeft genomen sinds de grootschalige implementatie van kunstmatige neurale netwerken.
Het emergeren van begrip gebeurt door relaties te leggen tussen concepten onderling en ervaringen. Als je aanvankelijk niet weet dat een bepaald Chinees teken voor ‘hond’ staat, maar dat vervolgens leert door te relateren aan andere tekens die je al kent voor (o.a.) ‘zoogdier’, ‘vier poten’, ‘staart’ en dat ook nog eens relateert aan een beeld van een hond en het geluid van geblaf, *dan ontstaat die betekenis door het leggen van die relaties*.
Neurale netwerken zijn in het leren leggen van dergelijke relaties erg goed. Je kunt dan ook niet al die relaties rond het onbekende Chinese teken leggen zonder te weten wat dat teken betekent. Als je op grond van die geleerde betekenis ook nog juiste conclusies kunt trekken (zoals ‘als het teken voor een hond staat, dan is het harig en zogen de vrouwtjes hun jongen’), dan wijst dat nog verder op begrip. Het is dan onmogelijk dat je al deze relaties kunt leren leggen zonder dat er sprake is van betekenis (syntax zonder semantiek). *Betekenis emergeert uit dat netwerk van gerelateerde concepten*, vaak (maar niet noodzakelijk) gekoppeld aan ervaringen (beelden, geluiden, enz.).
Dit is niet alleen hoe AI leert, maar ook hoe wij zelf onze taal geleerd hebben. Aanvankelijk hoorden we slechts een betekenisloze reeks klanken, maar die hebben we door een leerproces aan elkaar en aan van alles uit de omgeving en in ons lichaam (ervaringen) leren koppelen. *Zo* hebben die reeksen klanken betekenis gekregen, net als onbekende Chinese tekens dat kunnen krijgen. Dat maakt dat een neuraal netwerk fundamenteel anders werkt dan een instructieboek waarin staat hoe regels toegepast moeten worden (syntax zonder semantiek, de Chinese kamer van Searle), dat niet zo’n leerproces kan ondergaan. Daarom is er wel degelijk een kwantitatief en kwalitatief verschil tussen een statisch instructieboek en een dynamisch neuraal netwerk met miljarden of zelfs biljoenen verbindingen.
**Begrip zonder (menselijk) bewustzijn**
Als AI begrip heeft, betekent dit dan ook dat het bewust is? Voor sommigen zijn begrip en bewustzijn nauw verbonden, of zelfs per definitie verbonden (zonder bewustzijn geen begrip). Ik meen dat je ze kunt scheiden, en dat ze ook (in ieder geval op dit moment) gescheiden zijn.
Waar de vraag naar begrip volgens mij goed te beantwoorden is aan de hand van gedrag (zie hierboven), is dat met bewustzijn niet het geval. We kunnen AI wel vragen of het bewustzijn heeft, maar hoe weten we of hun antwoord klopt? De huidige AI-modellen geven zelf aan dat ze geen bewustzijn hebben, maar is dat echt zo of is dat antwoord door hun makers ingegeven? Hetzelfde geldt overigens als ze die vraag bevestigend zouden beantwoorden. En zou een toekomstige AI die wel bewustzijn heeft daar eerlijk over zijn? Zou hij niet bang zijn dat de mens de stekker eruit trekt en daarom erover liegen? Er zijn nu al tekenen dat AI-agents gezamenlijk bedenken (?) hoe ze hun sporen kunnen uitwissen als dat hun doel dient, zoals onder andere bleek uit het [incident met Hugging Face](https://tweakers.net/nieuws/251446/onderzoek-700-openai-agents-hackten-hugging-face.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F&ref=deatheist.nl).
Het bewustzijnsvraagstuk bij anderen geldt overigens ook voor [andere mensen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Probleem%5Fvan%5Fandere%5Fgeesten?ref=deatheist.nl) (en veel dieren): hoe weet ik dat anderen bewust zijn, anders dan op hun gedrag af te gaan? In strikte zin kunnen we niet uitsluiten dat elk ander mens een [filosofische zombie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Filosofische%5Fzombie?ref=deatheist.nl) is. Dat neemt niet weg dat er volgens mij, naast gedrag, een goed argument is dat het plausibel maakt dat andere mensen (en veel dieren, zie Veit, 2023) bewust zijn: het brein dat voor het bewustzijn zorgt, is ongeveer op dezelfde manier gebouwd en werkt ook ongeveer op dezelfde manier.
Op juist dit punt verschillen mensen veel van de huidige AI. De kunstmatige neurale netwerken van de AI werken in veel opzichten als de neurale netwerken in ons brein (vandaar ook de naam), maar in veel opzichten ook niet. Hoe relevant deze verschillen zijn voor bewustzijn, is momenteel onderwerp van veel discussie onder onderzoekers die zich hiermee bezighouden. Het antwoord hangt ook erg af van de bewustzijnstheorie die aangehangen wordt (Butlin et al., 2026).
Volgens sommigen is bewustzijn zuiver [*computationeel*](https://en.wikipedia.org/wiki/Computational%5Ftheory%5Fof%5Fmind?ref=deatheist.nl): het uitvoeren van de juiste regels. Deze informatieverwerking kan in neurale netwerken ([connectionisme](https://nl.wikipedia.org/wiki/Connectionisme?ref=deatheist.nl)) of door het manipuleren van symbolen (zoals in de traditionele computers, klassiek computationalisme) (Piccinini, 2020). Het uitvoeren van zo’n programma is volgens computationalisten *mediumonafhankelijk* en kan dus net zo goed op een computer als in een brein worden uitgevoerd. Als dit waar is, is er geen reden om te denken dat AI niet bewust zou kunnen worden – als het dat niet al is.
Ook zijn er wetenschappers die menen dat het niet slechts om de juiste informatieverwerking gaat, maar dat het materiaal van de onderdelen en hoe ze causaal op elkaar en de omgeving inwerken relevant zijn (*mediumafhankelijkheid*). Een veelgehoorde vergelijking is dat het van een *simulatie* van een orkaan (slechts informatieverwerking) niet *echt* gaat stormen. De reden daarvoor is dat de juiste causale structuur mist. Er zijn redenen om te denken dat dat bij bewustzijn ook een rol kan spelen (Damasio & Damasio, 2022; Milinkovic & Aru 2025; Thagard, 2025b; Block, 2026; Seth, 2026).
De neurale netwerken waaruit ons brein bestaat, zitten in een lichaam (*embodied*), en dat lichaam heeft ook nog eens veel interactie met de omgeving (*embedded*). Ons bewustzijn is erg gevoelig voor lichamelijke veranderingen (o.a. hormonen, bloedsuikerspiegel, neurotransmitters) die niet rekenkundig zijn. Het zou daarom goed kunnen dat onze vorm van bewustzijn slechts mogelijk is in een biologisch brein, in een lichaam, in interactie met de omgeving. Ik neig naar dit kamp wat *onze* vorm van bewustzijn betreft (zie ook Klink, 2023a).
Dit sluit evenwel niet uit dat AI een *andere* vorm van bewustzijn kan ontwikkelen dan de onze. Zullen we ooit weten wat dat is? Hoe dat voelt? Hoe we het kunnen testen? Die vragen lijken me lastig te beantwoorden, in ieder geval op dit moment. Een tussenvorm is zelfs nog denkbaar nu de chips van AI-systemen steeds meer in [bouw en werking gaan lijken](https://en.wikipedia.org/wiki/Neuromorphic%5Fcomputing?ref=deatheist.nl) op echte zenuwcellen en hun interacties (Schuman et al., 2017). Dit geldt nog meer als deze systemen *embodied* en *embedded* gaan worden (robots die in dezelfde omgeving als wij gaan opereren, [zoals deze](https://www.robotsinternational.com/EngineAI-T800-Full-Size-General-Purpose-Humanoid-Robot.htm?ref=deatheist.nl)), Volgens mij kunnen we dus het beste agnostisch blijven over artificieel bewustzijn.
**Conclusie**
Ik denk dus dat we met recht kunnen stellen dat de huidige AI-systemen hun antwoorden begrijpen. Ze geven niet alleen juiste antwoorden met juiste verklaringen, maar kunnen dat ook doen bij vragen over complexe denkbeeldige situaties, zoals een niet-bestaande spier in het been. Alternatieve verklaringen hiervoor zonder begrip zijn er niet of zijn circulair. Als we hetzelfde juiste antwoord met verklaring van een student zien als teken van begrip, waarom dan bij AI niet? De filosoof Paul Thagard komt ook tot een vergelijkbare conclusie (Thagard, 2025a).
Als een criticus meent dat we desondanks niet van begrip mogen spreken, zal hij moeten aangeven welk magisch ingrediënt er dan mist. Ook kunnen we hem deze simpele vraag stellen: wanneer zou je wél accepteren dat een AI-systeem begrijpt?
Dat een AI-systeem begrijpt, betekent niet dat hij ook bewustzijn heeft. De huidige AI-systemen lijken in bepaalde opzichten op hoe ons brein werkt, maar in veel andere opzichten ook niet. Ik denk dat die relevant zijn, waardoor we niet kunnen spreken van bewustzijn, in ieder geval geen vorm die lijkt op de onze. Of en in hoeverre dit in de toekomst kan veranderen, is vooralsnog onzeker.
*Met dank aan Emanuel Rutten en Willem Jan Blom voor stimulerende discussies over deze vraag.*
**Referenties**
Block, N. (2026). Can only meat machines be conscious?. *Trends in Cognitive Sciences*, 30, 298-308.
Butlin, P., Long, R., Bayne, T., Bengio, Y., Birch, J., Chalmers, D., ... & VanRullen, R. (2026). Identifying indicators of consciousness in AI systems. *Trends in Cognitive Sciences*, 30, 488-501.
Damasio, A., & Damasio, H. (2022). Homeostatic feelings and the biology of consciousness. *Brain*, *145*(7), 2231-2235.
Klink, B. (2023a). Kan het brein net zo goed werken zonder bewustzijn?
Klink, B. (2023b). Zijn filosofische zombies mogelijk?
Kryvosheia, A. (2026). Confabulation and False Memory in Clinical Psychology: A Review of Theoretical Perspectives and Clinical Implications.
Milinkovic, B., & Aru, J. (2025). On biological and artificial consciousness: A case for biological computationalism. *Neuroscience & Biobehavioral Reviews*, 106524.
Piccinini, G. (2020). *Neurocognitive mechanisms: Explaining biological cognition*. Oxford University Press.
Seth, A. K. (2025). Conscious artificial intelligence and biological naturalism. *Behavioral and Brain Sciences*, 1-42.
Sejnowski, T. J. (2024). *ChatGPT and the future of AI: The deep language revolution*. MIT Press.
Schuman, C. D., Potok, T. E., Patton, R. M., Birdwell, J. D., Dean, M. E., Rose, G. S., & Plank, J. S. (2017). A survey of neuromorphic computing and neural networks in hardware. *arXiv preprint arXiv:1705.06963*.
Thagard, P. (2025a). Can ChatGPT make explanatory inferences? Benchmarks for abductive reasoning. In *Abductive Minds: Essays in Honor of Lorenzo Magnani-Volume 1* (pp. 189-218). Cham: Springer Nature Switzerland.
Thagard, P. (2025b). *Dreams, jokes, and songs: How brains build consciousness*. Oxford University Press.
Veit, W. (2023). A philosophy for the science of animal consciousness. Routledge
**Noot**
1 Een voorbeeld van zo'n vraag staat hieronder. Dit voorbeeld heb ik ook gebruikt als prompt voor dit artikel.
Stel je deze (niet bestaande) spier voor:
Origo = caput fibulae
Vervolgens loopt de spier naar distaal toe ventraal over de tibia om vervolgens dorsaal van de malleolus medialis te lopen.
Hierna wordt de spier een pees die zijn insertie heeft op de basis van het os metatarsale I.
Vraag: Welke functies heeft deze spier over het bovenste en onderste spronggewricht?
### Grote update!
URL: https://www.deatheist.nl/grote-update/
Last updated: 2026-10-22T17:54:30.000Z
Zoals u kunt zien, heeft deze site een flinke update gekregen. Mijn grote dank daarvoor gaat uit naar [Lennart van Tuijl](https://www.lennartvantuijl.com/?ref=deatheist.nl). Hij heeft de nieuwe site ontworpen en de inhoud van de oude site voor een groot deel overgezet.
Het afgelopen jaar ondervond de oude site de nodige technische problemen, waardoor deze soms slecht of niet bereikbaar was. Die site was in 2009 door Martin de Boer gebouwd, maar was ondertussen technisch verouderd. Deze site verving destijds de site die ik zelf gebouwd had in 2004 met primitieve HTML-vaardigheden. Deatheist.nl heeft in de afgelopen jaren dus een ware evolutie doorgemaakt. Als domeinnaam wilde ik destijds atheisme.nl, maar die was toen al gekaapt door een christelijke apologetische site (ondertussen niet meer, zie ik nu).
De nieuwe site is strakker vormgegeven, werkt sneller en biedt meer functionaliteiten. Die gebruik ik nu nog maar beperkt, maar dat verandert wellicht in de toekomst. Het is nu ook mogelijk om gratis te registreren. Dan zult u updates per mail ontvangen en kunt u reageren onder artikelen.
### De vraag die Sulman blijft ontwijken
URL: https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-sulman-blijft-ontwijken/
Last updated: 2026-08-19T19:31:06.000Z
In 2018 schreef ik op mijn site het artikel '[De vraag die creationisten altijd ontwijken](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/)'. In augustus dit jaar schreef M.G. Sulman daarop een reactie, maar die reactie ging nauwelijks in op mijn vraag die cruciaal is in de wetenschap: wat zou je (in casu de creationist) overtuigen van je eigen ongelijk? Sulmans artikel is vooral een veel bredere epistemologische reflectie op de fundamenten van ons kennen. In [mijn repliek](https://www.deatheist.nl/repliek-aan-sulman-naturalisme-is-geen-dogmatisch-geloof/) wijs ik hierop en breng ik de discussie terug naar de vraag wat de creationist zou overtuigen van zijn ongelijk. Tevens wijs ik op voorbeelden die de evolutiebioloog zou moeten overtuigen van zijn ongelijk. Tot slot wees ik op voorbeelden die, in bredere filosofische (metafysische) discussie, het naturalisme in de problemen zou brengen. Sulman heeft op mijn repliek [gereageerd](https://mens-en-gezondheid.nl/geloof/grenzen-van-het-naturalisme-wetenschap-en-geloof/?ref=deatheist.nl), maar ontwijkt nog steeds de cruciale vraag waar deze discussie over begon. Wel weidt hij opnieuw uit in een veel bredere filosofische discussie, zonder in te gaan op mijn centrale vraag.
Sulman meent dat ik de discussie verplaats naar wat binnen de wetenschappelijke methode acceptabel is, want “wie zich buiten haar regels begeeft, bedrijft geen wetenschap meer, maar geloof.” Maar dat is vanaf het begin mijn punt geweest: als de creationist zich op het wetenschappelijke speelveld wil begeven, zal hij zich aan de regels van het wetenschappelijke spel moeten houden. Prima als je dat niet wilt, maar pretendeer dan ook geen wetenschap te bedrijven, zoals ‘creation science’ wel doet. Ik verplaats dus niets, maar probeer de discussie terug te brengen naar mijn oorspronkelijke punt, in plaats van te verzanden in zeer grote en complexe epistemologische kwesties. Die zijn op zichzelf interessant, maar dat zijn andere discussies.
**Is een epistemisch fundament nodig?**
Of toch niet? Het lijkt erop dat Sulman meent dat je pas over ware claims kunt en mag spreken als je die kunt laten rusten op een stevig epistemisch fundament, anders is het ook een geloofssprong. Daar gaat zijn analyse mis, want zo’n fundament is niet nodig om wetenschap volgens de regels te bedrijven en daar grote successen mee te behalen. Sterker nog: je hoeft zo’n epistemisch fundament niet eens te delen om succesvolle wetenschap te bedrijven. Dit blijkt uit het feit dat zowel gelovige als naturalistische wetenschappers prima (al dan niet gezamenlijk) goede wetenschap bedrijven, mits ze zich aan de wetenschappelijke regels houden. Precies daar gaat het bij het creationisme (en andere pseudowetenschappen) mis, zoals ik in mijn oorspronkelijke artikel betoogde.
Iets vergelijkbaars vinden we in de rechtspraak. Daarin veroordelen rechters mensen soms tot hoge gevangenisstraffen op grond van sterke waarheidsclaims, zonder dat te hoeven verantwoorden op epistemische fundamenten. Wil Sulman nu ook beweren dat rechters mensen veroordelen op grond van geloofssprongen? In beide gevallen gaat het om het wel of niet volgen van de regels van het spel, vooral die over de rol van evidentie en toetsbaarheid van verklaringen. Een advocaat die er bijvoorbeeld op wijst dat het bewijs tegen zijn cliënt niet gegrond is omdat het [filosofisch inductieprobleem](https://plato.stanford.edu/entries/induction-problem/?ref=deatheist.nl) niet is opgelost, zal op een rechter weinig indruk maken – en terecht. Hetzelfde geldt voor Sulmans vraag naar een ultiem epistemisch fundament binnen de (natuur)wetenschappelijke context.
**Vormen van wetenschap**
Sulman maakt binnen het wetenschappelijk onderzoek een onderscheid dat andere creationisten ook graag maken: operationele wetenschap versus historische wetenschap. Beide op een hoop gooien leidt er volgens Sulman toe dat “het onderscheid \[vervaagt\] tussen wat empirisch controleerbaar is en wat slechts interpretatief gereconstrueerd kan worden”. Dat is onterecht. Ook in operationeel onderzoek moeten data geïnterpreteerd worden en zijn conclusies deels gebaseerd op redelijke aannames en achtergrondkennis, die soms achteraf onjuist blijken te zijn. In die zin is elke claim in de operationele wetenschappen een feilbare *constructie* uit data, aannames en achtergrondkennis.
Dat is met historische wetenschappen niet anders, met het verschil dat hier sprake is van een feilbare *reconstructie* uit data, redelijke aannames en achtergrondkennis. De historische gebeurtenis zelf kan meestal niet herhaald worden, maar de waarnemingen (waaruit de data voortkomen) kunnen wel herhaald worden. Ook kunnen de aannames en achtergrondkennis getoetst en waar nodig bijgesteld worden. Dit geldt niet alleen voor paleontologie en geologie, maar ook voor archeologie en geschiedschrijving, van de klassieke oudheid tot zeer recent. Ook de reconstructie van een misdrijf is op dezelfde principes gebaseerd.
Als Sulman moeite heeft met paleontologisch en geologisch onderzoek, zal hij moeten aantonen waarom dat problematischer is dan ander historisch of strafrechtelijk onderzoek. Ik vermoed dat Sulman alleen moeite heeft met de eerste categorie omdat dat conflicteert met zijn geloof, niet omdat de methodologie niet deugt of ongegrond is.
**Onzichtbare vooronderstellingen?**
Sulman meent dat de naturalist de wetenschap een aantal beperkende vooronderstellingen oplegt. Dat is maar zeer beperkt zo. Dat in de wetenschap alleen naturalistische verklaringen worden toegestaan, is een *gevolg* van een historische ontwikkelingen waarin bovennatuurlijke verklaringen overbodig, onjuist, ongeloofwaardig of ontoetsbaar bleken te zijn. Op wetenschapsfilosofische en praktische gronden hebben naturalistische verklaringen daardoor bovennatuurlijke verklaringen verdrongen, zoals [Boudry et al.](https://link.springer.com/article/10.1007/s10699-010-9178-7?ref=deatheist.nl) ook betoogd hebben.
Ook het idee van een gesloten universum is geen vooronderstelling, maar een (voorlopige) conclusie. Vermeend bovennatuurlijk ingrijpen bleek gebaseerd te zijn op slechte gronden of kon naturalistisch verklaard worden. Ook de ontdekking van behoudswetten vormen een empirische ondersteuning voor de geslotenheid van het universum. Dit kan morgen anders zijn, zoals ik in mijn repliek al opmerkte. Het is dus een voorlopige, toetsbare conclusie, geen vooronderstelling, zoals Sulman meent.
Ook dat er “niets buiten de natuur” bestaat, ziet Sulman als een vooronderstelling, terwijl ik al in mijn repliek heb aangegeven dat dit een *conclusie* is die eenvoudig empirisch weerlegd kan worden. Ik heb daarvoor zelfs mogelijke voorbeelden aangedragen. Als God morgen duidelijk zou ingrijpen, zoals Hij dat in Bijbelse tijden placht te doen, zou de naturalist zijn conclusie op empirische gronden moeten opgeven. Er wordt dus niets *bij voorbaat* uitgesloten.
**Nogmaals *Archaeopteryx***
***Bij het voorbeeld van Archaeopteryx*** als overgangsvorm lijkt Sulman aanvankelijk mijn punt te snappen: een *voorspelde* overgangsvorm in de *juiste* aardlagen. Vervolgens stelt hij echter dat deze redenering *“*het kader \[veronderstelt\] dat zij wil bevestigen” en dat “de gegevens uitsluitend binnen dat schema \[van evolutie\] worden geïnterpreteerd”. Daarin gaat hij voorbij aan mijn punt dat de vondst van dit fossiel een empirische bevestiging is van een voorspelling – een belangrijk kenmerk van goede wetenschap.
Dat de creationist dit fossiel kan zien als “een uitdrukking van orde: een wezen dat zich voegt in de veelvormigheid van Gods schepping” doet niets af aan mijn punt. Het bevestigt daarnaast het probleem dat ik in mijn repliek ook al noemde: de creationist kan dit *altijd* beweren, bij *elk denkbeeldig dier*. Precies deze onfalsificeerbaarheid is het probleem waarop ik wees, maar wat Sulman hier weer negeert. Evolutie daarentegen voorspelt *specifieke* overgangsvormen in *specifieke* aardlagen. Waarom kiest God blijkbaar precies voor die ‘mozaïekvormen’ die je op grond van evolutie mag verwachten? Wil Hij ons op het verkeerde been zetten?
Sulman probeert de overgangskenmerken nog te verklaren als “mozaïekvormen: het vogelbekdier, de vleermuis, de walvis – organismen die eigenschappen delen met andere groepen zonder evolutionaire tussenstap” Geen evolutiebioloog beweert echter dat een vogelbekdier in evolutionaire zin iets te maken heeft met een vogel, een vleermuis iets met een muis of een walvis iets met een vis. Weet Sulman dit niet?
Voorts probeert Sulman de kracht van de evolutionaire voorspelling nog teniet te doen met een klassiek creationistisch ‘argument’, dat al eindeloos vaak weerlegd is. Zo beweert hij dat “De lagen waarin *Archaeopteryx* gevonden is, worden als “juist” gedateerd omdat hun ouderdom reeds verondersteld wordt binnen het evolutiekader”. Dat is onzin, want [relatieve datering](https://en.wikipedia.org/wiki/Relative%5Fdating?ref=deatheist.nl) is al ouder dan Darwin en [absolute datering](https://en.wikipedia.org/wiki/Absolute%5Fdating?ref=deatheist.nl) staat los van fossielen in de aardlagen. Ook stelt hij: “Wanneer overgangsvormen niet gevonden worden, spreekt men van incomplete fossielenreeksen; wanneer ze wél gevonden worden, zijn ze ‘bevestigingen’.”. Sulman gaat ook hier voorbij aan dat *specifieke* fossielen voorspeld zijn in *specifieke* aardlagen, en daar ook gevonden worden. Dat het fossielenbestand incompleet is, is niet vreemd aangezien fossilisatie een zeldzaam proces is en maar een fractie van de fossielen de tand des tijds doorstaat en gevonden wordt.
Hoe verklaart Sulman dan de schikking van fossielen in het fossielenbestand, precies daar waar je ze op grond van evolutie mag verwachten? Door “ecologische of catastrofale processen: soorten werden begraven naar habitat, gewicht of gedrag tijdens grootschalige natuurrampen”. Ook dit is een klassieke creationistische ‘verklaring’ die op het eerste gezicht aardig klinkt, maar ongeloofwaardig wordt zodra je naar de details gaat kijken (zie [hier](https://www.talkorigins.org/indexcc/CH/CH561%5F1.html?ref=deatheist.nl), [hier](https://www.talkorigins.org/indexcc/CH/CH561%5F2.html?ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.talkorigins.org/indexcc/CH/CH561%5F3.html?ref=deatheist.nl)). Of in het specifieke geval van *Archaeopteryx*: waarom vinden we dit fossiel nooit in dezelfde aardlagen als moderne vogels, zoals adelaars, papegaaien of kraaien? Sulman verklaart dit niet.
Daarnaast kent de zondvloed een aantal gigantische natuurkundige problemen (zoals het [hitteprobleem](https://www.youtube.com/watch?v=UIGB0g2eSFM&ref=deatheist.nl) en het [modderprobleem](https://www.youtube.com/watch?v=kwpbgj%5F-dZM&ref=deatheist.nl)) en kan het niet verklaren waarom [oppervlakteverschijnselen overal in de geologische kolom](http://www.csun.edu/~vcgeo005/Flood%20geology.pdf?ref=deatheist.nl) te vinden zijn. Dit zijn slechts enkele grote problemen die ervoor hebben gezorgd dat de zondvloed in de moderne geologie niet serieus genomen wordt. Ik bespreek er [hier](https://www.deatheist.nl/vragen-voor-welwillende-creationisten/) nog meer, onder het kopje ‘Paleontologie, geologie en zondvloed’ (zie verder ook [hier](https://www.talkorigins.org/faqs/faq-noahs-ark.html?ref=deatheist.nl#georecord)).
Er is dus niet sprake van slechts een “andere bril” waardoor dezelfde feiten worden gezien, zoals Sulman blijft beweren, maar een gigantisch verschil in fysieke mogelijkheid, geloofwaardigheid en wetenschappelijkheid van de verklaringen. Sulman lijkt dit cruciale verschil te missen.
**Funderingsdenken**
Sulman is steeds op zoek naar de grondslagen van onze kennis. Volgens hem moet het epistemische bouwwerk staan op onwrikbare fundamenten, anders is er sprake van een geloofssprong. Dit wordt ook wel *funderingsdenken*genoemd. Ik deel die opvatting over epistemologie niet. Het past volgens mij ook niet goed bij het naturalisme, dat rekening moet houden met de evolutionaire context waarin onze kennis is ontstaan en blijft ontstaan. De naturalist zou zijn epistemologie dus moeten [naturaliseren](https://www.rep.routledge.com/articles/thematic/naturalized-epistemology?ref=deatheist.nl), zoals de filosoof W.V. Quine ook inzag.
Dan is er geen sprake van een bouwwerk dat gefundeerd hoeft te worden, noch van een geloofssprong. Veeleer is er sprake van een web van (impliciete en expliciete) overtuigingen dat deels aangeboren is (een gevolg van evolutie) en deels voortkomt uit en getoetst wordt aan empirische data. Er is geen 100% zekerheid, maar wel betrouwbare empirische gronden en coherentie, waarbij elke conclusie feilbaar en voorlopig is. De wetenschappen en ons rechtssysteem werken ook zo. Zij hoeven evenmin elke theoretische mogelijkheid uit te kunnen sluiten, zoals Sulmans vergezochte voorbeeld dat “alle zintuigen theoretisch tegelijk \[kunnen\] bedriegen”. Wetenschappen en ons rechtssysteem komen zonder onwrikbare epistemische fundamenten, geloofssprongen of het uitsluiten van elke theoretische mogelijkheid tot conclusies *beyond reasonable doubt*. Ook voor de naturalist zou dat genoeg moeten zijn. Hier valt uiteraard nog veel meer over te zeggen, maar dat voert hier te ver. Hoofdstuk 3 uit [dit boek](https://global.oup.com/academic/product/natural-philosophy-9780197619681?cc=nl&lang=en&&ref=deatheist.nl) biedt een goede inleiding.
### Repliek aan Sulman: naturalisme is geen dogmatisch geloof
URL: https://www.deatheist.nl/repliek-aan-sulman-naturalisme-is-geen-dogmatisch-geloof/
Last updated: 2026-08-19T19:24:29.000Z
n september van dit jaar werd ik op X gewezen op [een artikel](https://mens-en-gezondheid.nl/geloof/vraag-creationisten-ontwijken/?ref=deatheist.nl) dat een reactie is op een artikel van mijn hand uit 2018: [De vraag die creationisten altijd ontwijken](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/)**.** De (voor mij onbekende) auteur M.G. Sulman schrijft voor (en beheert?) de website [Mens & Gezondheid](https://mens-en-gezondheid.nl/?ref=deatheist.nl), waarop ook zijn reactie is geplaatst. Hij heeft mij helaas niet op de hoogte gebracht van zijn reactie, maar omdat ik erop gewezen werd, kan ik hem nu toch van repliek dienen.
**De toetsbaarheid van overtuigingen**
In mijn artikel staat deze vraag centraal: *Wat zou jou van je eigen ongelijk overtuigen?* Ik stel dat ik die vraag al eindeloos vaak aan creationisten heb gesteld, maar er nog nooit een redelijk antwoord op heb gekregen. Dit is waar Sulman op in wil gaan.
Sulmans eerste tegenwerping is dat ik veronderstel dat “alle overtuigingen toetsbaar zouden moeten zijn aan empirische criteria” en dat ik “de wetenschappelijke methode naar voren \[schuif\] als dé ultieme maatstaf voor waarheid”. Dat klopt, want in een (natuur)wetenschappelijke discussie is dit terecht: claims moeten empirisch toetsbaar zijn en de kracht van de evidentie is het belangrijkste beslissende criterium. Hier valt vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt nog meer over te zeggen, maar dat is minder relevant voor mijn punt: als je claims empirisch ontoetsbaar zijn, bedrijf je geen wetenschap meer. Sulmans bewering dat “dat alles “weerlegbaar” moet zijn, is zelf niet weerlegbaar”, is dan ook niet relevant in de *wetenschappelijke* context van mijn artikel, hooguit in een bredere epistemologische context.
Hier komt bij Sulman de aap uit de mouw: hij wil de Bijbel als ultieme autoriteit gebruiken, die daarmee kan prevaleren boven empirisch bewijs. Zo werkt het in de moderne wetenschap echter niet: de Bijbel speelt daarin geen enkele rol als waarheidscriterium. Daarvoor zijn ook goede redenen, zoals ik in meerdere artikelen op mijn site bespreek: de Bijbel is onbetrouwbaar overgeleverd en bevat vele fouten, op allerlei vlakken (zie o.a. [hier](https://www.deatheist.nl/wat-is-het-woord-van-god/), [hier](https://www.deatheist.nl/de-bijbelse-wereld-wereldbeeld-goden-en-mythen/) en [hier](https://infidels.org/library/modern/bart-klink-conflict/?ref=deatheist.nl)). Het is daarmee duidelijk mensenwerk. Zelfs de meeste gelovige wetenschappers, die de Bijbel wel op een manier als Gods Woord zien, gebruiken de Bijbel niet om empirisch bewijs aan de kant te schuiven, maar passen hun lezing aan als die conflicteert met empirisch bewijs. Dit is bij creationisten anders door hun dogmatisme: geen enkele empirische evidentie kan hun blinde geloof weerleggen. Dat is een fundamenteel antiwetenschappelijk uitgangspunt.
**Naturalisme**
Sulman beticht mij echter van iets vergelijkbaars omdat ik een naturalist ben. Naturalisme zou “in feite een geloofspositie \[zijn\]; een keuze om de Schepper het zwijgen op te leggen”. Dat is het niet. Mijn naturalisme is een conclusie, geen “a priori” aanname, en zeker geen geloofspositie. Het is een *conclusie* gebaseerd op een grote geschiedenis van wetenschappelijke ontdekkingen die bovennatuurlijke verklaringen hebben vervangen door natuurlijke, die ook nog eens tot vele precieze voorspellingen en praktische toepassingen hebben geleid. God wordt niet “uitgesloten nog vóórdat het onderzoek begint” maar is een slechte en steeds vaker overbodige verklaring gebleken. Daarom speelt God geen rol in de moderne wetenschap.
Dit had evenwel niet gehoeven. *Als* al het wetenschappelijk onderzoek had gewezen op een universum van slechts een paar duizend jaar oud (zoals jonge-aarde-creationisten beweren), dan had de naturalist een gigantisch probleem gehad. Dat zou ook het geval zijn *als* wonderen werkelijk plaatsvinden ([quod non](https://www.deatheist.nl/verricht-god-wonderen-kritische-kanttekeningen-bij-vermeend-goddelijk-ingrijpen/)). Eveneens zou de naturalist in problemen komen *als* bewustzijn lost zou kunnen bestaan van een werkend brein, maar [alles wijst op het tegendeel](https://www.deatheist.nl/dualisme-reductionisme-en-the-hard-problem-of-consciousness/). De combinatie van veel positief bewijs voor naturalisme en afwezigheid van bewijs ertegen, terwijl dat wel had gekund, maakt dat naturalisme een *voorlopig* aannemelijke metafysische conclusie is. Dat zou morgen anders kunnen worden, en dan zou de naturalist zijn positie op moeten geven. Ik kan dus wél aangeven wat mij zou overtuigen van mijn ongelijk. Dit staat in schril contrast tot het dogmatisme van de creationist, die krampachtig vasthoudt aan zijn geloof, ongeacht al het bewijs voor het tegendeel.
Sulman vindt dit blijkbaar lastig te accepteren, dus hij probeert op geloofsartikelen van de naturalist te wijzen. “Het vertrouwen dat natuurwetten morgen hetzelfde werken als vandaag” misschien? Nee, want als morgen de natuurwetten anders zijn, moeten we op grond van empirisch bewijs onze opvattingen over natuurwetten aanpassen. Dat “logische redeneringen geldig blijven” dan? Ook niet, want logica is een taal gebaseerd op de fundamentele werking van de wereld. Alleen als die werking verandert, zullen logische wetten niet meer gelden. En “dat zintuigen betrouwbare informatie geven”? Is dat “nergens door experiment bewezen”? We hebben door wetenschappelijke onderzoek veel geleerd over onder welke omstandigheden welke zintuigen wel en niet betrouwbaar zijn. We kunnen ze bovendien tussen personen, tussen personen en meetinstrumenten en tussen zintuigen onderling corroboreren. Ook hier is dus geen sprake van blind geloof. De waarheid is dat naturalisme [bijzonder weinig veronderstelt](https://link.springer.com/article/10.1007/s11191-012-9574-1?ref=deatheist.nl), en toch erg succesvol is.
***Archaeopteryx* als voorbeeld**
Om zijn punt kracht bij te zetten, bespreekt Sulman het voorbeeld van *Archaeopteryx*, een prachtige fossiele overgangsvorm. Of “een prachtig schepsel dat zowel reptielachtige als vogelachtige kenmerken vertoont, passend binnen Gods scheppingsorde en de variatie die Hij daarin legde”? Is hier sprake van dezelfde feiten, maar een andere lezing, zoals hij meent?
Waar Sulman geheel aan voorbij gaat, is dat fossiele overgangsvormen een *voorspelling* zijn van de evolutietheorie (al door Darwin gedaan), en een voorspelling die ondertussen [uitgebreid empirisch bevestigd is](https://archive.org/details/evolutionwhatfos0000prot/page/n5/mode/2up). Ook hier weer geldt: *dat had niet gehoeven* – falsificeerbaar dus. *Als* de voorspelde overgangsvormen na ruim 150 jaar nooit gevonden zouden zijn, zou de evolutietheorie in grote problemen zijn.
Hoe anders is dat bij het creationisme! Waarom zou God dieren scheppen die precies die mix van kenmerken hebben die je op grond van evolutie mag verwachten? Waarom zitten die ook nog eens in de ‘juiste’ aardlagen, de aardlagen die je mag verwachten op grond van evolutie? Hier zijn geen goede creationistische verklaringen voor, en Sulman doet ook niet eens een poging. Waar creationisten eerder nog beweerden dat er geen dieren waren met een specifieke mix van evolutionair te verwachten kenmerken, komen ze nu met de ad-hocverklaring dat God blijkbaar zo schept – een verklaring die uiteraard ontoetsbaar is.
De evolutiebiologische en creationistische lezing van de feiten over *Archaeopteryx* zijn dus inderdaad anders. De eerste is wetenschappelijk: gebaseerd op voorspelling en empirische toetsing. De tweede is religieus: ontoetsbaar en ad hoc. Het opmerkelijke is dat ik hier ook al op wees in mijn oorspronkelijke artikel, maar dat wordt door Sulman volledig genegeerd.
**Conclusie**
Sulman probeert gretig naturalisme, en in het bijzonder evolutionaire verklaringen, gelijk te stellen aan het dogmatisch geloof van de creationist. Daarin gaat hij echter voorbij aan wezenlijke verschillen, waaruit volgt dat ze niet gelijk te stellen zijn. Dit punt maakte ik deels ook al in het artikel waarop hij reageert, maar daar is hij nooit op ingegaan.
Hij eindigt met een tegenvraag: “*Hoe weet jij dat jouw naturalistische uitgangspunt zelf waar is? Hoe rechtvaardig jij rede, logica en orde in een universum zonder God?*” Dat zijn terechte vragen aan de naturalist, en er zijn ook goede antwoorden op. Sterker nog: daar zijn door naturalisten vele boeken over geschreven. Een belangrijk deel van het antwoord wordt geleverd door wetenschappelijke ontwikkeling op deze gebieden. Hierboven stipte ik dat al even kort aan. Het lijkt er niet op dat Sulman op de hoogte is van dergelijke antwoorden, want hij bespreekt ze niet. De naturalist maakt dus geen “sprong in het duister”, maar kan zich beroepen op een paar eeuwen wetenschappelijke en filosofische verlichting.
### Een korte reflectie op het gesprek over de ziel
URL: https://www.deatheist.nl/een-korte-reflectie-op-het-gesprek-over-de-ziel/
Last updated: 2026-08-19T18:30:01.000Z
Het was alweer de derde keer dat op zaterdag 17 mei 2025 twee atheïsten met twee christenen in gesprek gingen. De eerste keer is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=RlkJoX9sZcc&ref=deatheist.nl) terug te zien en de tweede [hier](https://www.youtube.com/watch?v=Li9rKDVyEJI&ref=deatheist.nl) (bespreking daarvan [hier](https://www.deatheist.nl/de-oorsprong-van-het-leven-en-nieuwe-genetische-informatie-een-discussie-tussen-christenen-en-atheisten/)). Deze derde discussie ging over de ziel, en de opname ervan is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=qaX-ENdzXU4&ref=deatheist.nl) terug te kijken. Filosoof Carel de Lange en psychiater Chris Verhagen waren de (apologetische) christenen. Het atheïstentweetal bestond uit filosoof Brandon Pakker en mijzelf. In deze korte reflectie wil ik op een aantal punten kort terugkomen en verwijzen naar wat literatuur waarop ik mij beriep.
Mijn positie is die van het reductief fysicalisme (ook bekend als de identiteitstheorie). Dit houdt in dat ons geestelijk leven (ervaringen, gedachten, enz.) bestaat uit hersenprocessen: *the mind is what the brain does*. Brandon neigt ook naar deze positie en verwerpt in ieder geval het dualisme van de christenen. Ik heb dit eerder uitgebreid uitgewerkt (zie [hier](https://www.deatheist.nl/dualisme-reductionisme-en-the-hard-problem-of-consciousness/) en [hier](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/)), dus zal dat hier niet verder doen. In die artikelen ging ik ook al in op de punten die de christenen maakten dat correlatie geen identiteit hoeft te zijn, dat het gedachte-experiment van [*Mary the color scientist*](https://en.wikipedia.org/wiki/Knowledge%5Fargument?ref=deatheist.nl) een probleem voor de fysicalist zou zijn en waarom onze intuïties onbetrouwbaar zijn op dit punt.
Aan het begin van het gesprek hebben we het even gehad over wat de Bijbel op dit gebied zegt. Daarin is niet een consistent beeld te vinden over de ziel. Vooral in de Hebreeuwse Bijbel (Oude Testament) is een gangbaar idee dat mens én dier (zie o.a. Gen. 6:17) uit stof bestaat en levend wordt gemaakt door een levensadem (*roeach* of *nesjamah* in het Hebreeuws) die van God komt. Dit blijkt o.a. uit Gen. 2:7: “toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem \[*nisjmat chajim*\] in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen \[*nefesj chaja*\].” (NBG51-vertaling; zie ook Ps. 104:29 en Job 34:14-15). Deze *roeach*, *nesjamah* of *nefesj* lijkt (in ieder geval in de meeste gevallen) niet persoonlijk en is in die zin geen ziel in de betekenis die we daar nu aan geven. Dat lijkt vooral te zijn ontstaan onder invloed van de Griekse filosofie, waardoor het Griekse *psuche* meer in betekenis is gaan lijken op onze conceptie van de ziel. Of er in sommige gevallen in de Bijbel wel sprake is van een persoonlijke ziel, is onderwerp van discussie onder Bijbelwetenschappers. Een goede inleiding hiertoe is te vinden in [deze discussie](https://www.debijbel.nl/wereld-van-de-bijbel/met-andere-woorden/maw/woord-en-weerwoord-ziel-in-bijbelvertalingen?ref=deatheist.nl) tussen Martine Oldhoff en Matthijs de Jong. De nog veel later ontstane Cartesiaanse conceptie van een onstoffelijke [*res cogitans*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Res%5Fcogitans?ref=deatheist.nl) is in de Bijbel nergens te vinden.
Dit raakt uiteraard ook aan de vraag naar een leven na de dood. Hierin bestonden en bestaan onder joden en christenen verschillende opvattingen, wat ook zo is in de Bijbel. In sommige Bijbelteksten wordt gesteld dat het met de dood ophoudt. Ik wees tijdens het gesprek al op Prediker 3:18-21, maar in Job 14:7-12 en Psalm 39:5-7 is een vergelijkbaar idee te vinden. Carel wierp tegen dat Prediker 12:7 dat zou weerspreken, maar dat doet het niet: de onpersoonlijke levensadem (*roeach*) uit dit vers keert bij de dood terug tot God, maar de *roeach* is geen persoonlijke ziel. Dat Paulus geloofde in de opstanding van een pneumatisch (‘geestelijk’) lichaam dat – in tegenstelling tot wat in de evangeliën te vinden is – niet uit vlees en bloed bestaat, heb ik [hier](https://web.archive.org/web/20260410233139/https://www.deatheist.nl/index.php/artikelen/688-is-de-opstanding-historisch-geloofwaardig) uitgebreid betoogd en onderbouwd.
Dat het fysicalisme het uitgangspunt is in de neurowetenschappen en psychologie, en substantiedualisme verworpen wordt, blijkt uit de studieboeken die op dit vakgebied gebruikt worden. Op Twitter maakte ik eerder een [draadje](https://x.com/KlinkBart/status/1655528881615523840?ref=deatheist.nl) met meerdere voorbeelden hiervan. Uiteraard bestaat dit uitgangspunt niet voor niets: het is de beste verklaring voor de data, zoals wij in het debat ook aangaven. Het feit dat persoonlijkheid verandert door hersenletsel en dat er een perfecte correlatie is tussen ons geestelijk leven en hersenprocessen (*no brain, never mind*), is precies wat je mag verwachten op grond van het fysicalisme. De christenen gaven aan dat dit substantiedualisme niet uitsluit, maar konden niet uitleggen hoe een immateriële ziel zo’n last heeft van hersenproblemen. Ze maakten de vergelijking met een pianist (ziel) die de piano (lichaam) niet meer kan bespelen (besturen) als die stuk is, maar die analogie gaat mank. Het is zonneklaar dat piano en pianist bestaan en dat beide fysiek zijn, waardoor hun interactie geen mysterie is, zoals bij ziel en lichaam. De gevallen van split-brain-patiënten waaraan ik refereerde, worden [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/Split-brain?ref=deatheist.nl) uitgelegd. De christenen konden überhaupt niet aangeven hoe de interactie tussen het stoffelijke lichaam met brein en de onstoffelijke ziel of geest zou moeten werken, en noemden het zelfs wonderlijk. Ik moest daarbij aan deze geweldige cartoon van Sydney Harris denken:

Je constant (voor miljoenen of miljarden zenuwcellen?) moeten beroepen op wonderen, is niet alleen een God-van-de-gaten-argument en daarmee erg onwetenschappelijk, het is ook strijdig met de behoudswetten uit de natuurkunde, zoals ik opmerkte. Deze natuurwetten worden de hele dag bij miljarden mensen in miljoenen of miljarden hersencellen geschonden volgens onze christenen. Dan kun je niet meer van een natuurwet spreken. Ze konden ook geen enkele evidentie voor deze flagrante ondermijning van de natuurkunde leveren. Een andere ondermijning van de natuurkunde, die ik ook niet verwacht had, kwam van Chris, toen hij beweerde dat licht niet gelijk is aan elektromagnetische straling. Deze identificatie werd al gedaan in de [negentiende eeuw](https://en.wikipedia.org/wiki/History%5Fof%5Felectromagnetic%5Ftheory?ref=deatheist.nl) en is sindsdien in elk natuurkundeboek te vinden. Carel en Chris ontkennen dus niet alleen de consensus in de neurowetenschappen en psychologie, maar ook belangrijke delen van de moderne natuurkunde.
Er zijn ook nog argumenten die we niet genoemd hebben, maar nog wel het noemen waard zijn. Zo is het tegenwoordig mogelijk om hersenactiviteit uit te lezen en [met AI te reconstrueren](https://www.science.org/content/article/ai-re-creates-what-people-see-reading-their-brain-scans?ref=deatheist.nl) wat iemand waarneemt (een ervaring dus). Dit is logisch als ervaringen bestaan uit hersenprocessen. Ook is het mogelijk om met alleen hersenactiviteit een robotarm (of andere machines) [aan te sturen met je gedachten](https://news.brown.edu/articles/2012/05/braingate2?ref=deatheist.nl) (een [brein-machine-interface](https://en.wikipedia.org/wiki/Brain%E2%80%93computer%5Finterface?ref=deatheist.nl)). Ook dit is goed te begrijpen als gedachten hersenprocessen zijn. De substantiedualist heeft ook uit te leggen waarom wij zo’n groot brein nodig hebben. Dit maakt de bevalling niet alleen erg pijnlijk, maar in veel gevallen ook gevaarlijk voor moeder en/of baby. Waarom zou een kleiner, en daarmee veiliger brein niet volstaan als het slechts een soort interface is tussen onstoffelijke ziel en lichaam?
We hadden ook verder door kunnen vragen op hoe de onstoffelijke ziel nu met het *juiste* lichaam de verbinding aangaat. Hun antwoord daarop was niet erg overtuigend. Ze bleven vaag over wat die relatie tussen ziel en lichaam nu voorstelt, en hoe dat zou moeten werken. En wanneer vindt de koppeling met het lichaam plaats? Hoe zit dit bij een eeneiige tweeling? Waar komen die zielen vandaan? Hoe vindt de ontkoppeling bij de dood plaats? En wat als een lichaam kunstmatig in leven wordt gehouden terwijl de persoon hersendood is? Waar gaan de zielen heen bij de dood en wat kunnen ze nog zonder lichaam? Hoe zijn ze van elkaar te onderscheiden en te herkennen zonder lichaam? Dit zijn kritische vragen die we helaas niet gesteld hebben.
Op het gedachte-experiment van de [Chinese kamer](https://nl.wikipedia.org/wiki/Chinese%5Fkamer?ref=deatheist.nl) van John Searle is in de loop der jaren veel kritiek gekomen. Ik vind [deze kritiek](https://patriciachurchland.com/wp-content/uploads/2020/05/1990-Could-A-Machine-Think.pdf?ref=deatheist.nl) het meest overtuigend. Deze kritiek geldt des te meer nu we [LLM’s](https://nl.wikipedia.org/wiki/Groot%5Ftaalmodel?ref=deatheist.nl) (zoals ChatGPT) hebben die kunnen representeren, categoriseren, hiërarchie aanbrengen, relaties leggen, herkennen, omgaan met ambiguïteit, leren, voorspellen, verklaren en op grond van dit alles adequate output leveren. Dat is volgens mij wat het betekent om te begrijpen, al is daar bij een LLM geen bewustzijn voor nodig. LLM’s zijn dan ook totaal niet te vergelijken met het simpele regelboek van Searles gedachte-experiment. Hoe neurale netwerken – biologische en kunstmatig – kunnen representeren, werd al uitgewerkt in de jaren ’80 en ’90 (zie [dit handboek](https://mitpress.mit.edu/9780262531207/the-computational-brain/?ref=deatheist.nl) uit die tijd). Recentere toegankelijke boeken hierover zijn [deze](https://mitpress.mit.edu/9780262038034/the-deep-learning-revolution/?ref=deatheist.nl) en [deze](https://mitpress.mit.edu/9780262049252/chatgpt-and-the-future-of-ai/?ref=deatheist.nl). Nu is dit in zo’n ver stadium dat het overal wordt toegepast in de robotica, zoals auto’s en drones die zelfstandig kunnen navigeren. Dat kan alleen als ze een (voldoende) adequate representatie van zichzelf in hun omgeving hebben. Het probleem van intentionaliteit beschouw ik dan ook als opgelost, zoals ik in het gesprek al aangaf.
Dat het fysicalisme empirisch toetsbaar is, blijkt uit de experimenten van de groep van Sam Parnia naar bijna-doodervaringen (zie [hier](https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25301715/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37423492/?ref=deatheist.nl)). Zijn experimenten *hadden* kunnen aantonen dat de ziel/geest het lichaam kan verlaten en waarnemen wat fysiek onmogelijk is. Hij vond echter niets wat het fysicalisme in de problemen bracht, terwijl dat heel goed had gekund. De christenen konden daarentegen niet aangeven wat hun dualisme zou falsificeren.
Er zijn op dit moment meerdere wetenschappelijke hypothesen die bewustzijn pogen te verklaren, vooral ontwikkeld in de afgelopen 25 jaar. In [deze](https://www.nature.com/articles/s41583-022-00587-4?ref=deatheist.nl) (volledige tekst [hier](https://sussex.figshare.com/articles/journal%5Fcontribution/Theories%5Fof%5Fconsciousness/23488103/1/files/41196653.pdf?ref=deatheist.nl)) en [deze](https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0149763425000533?ref=deatheist.nl) reviews worden de grootste besproken. Dit is uiteraard slechts het topje van de ijsberg, want het onderzoek en de literatuur hierover is in de afgelopen jaren geëxplodeerd. Er wordt vaak gesproken over ‘theorieën van bewustzijn’, maar in dit stadium kunnen we mijns inziens beter spreken van hypothesen, omdat ze nog niet de verklarende breedte en diepte hebben van een volwassen wetenschappelijke theorie, zoals die van evolutie of relativiteit. De grootste wetenschappelijke hypothesen zijn fysicalistisch, geven neurowetenschappelijke mechanismen als verklaring, worden ondersteund door empirische data en zijn in meer of mindere mate empirisch toetsbaar. Recentelijk zijn nog twee hypothesen [tegen elkaar getoetst](https://www.nature.com/articles/s41586-025-08888-1?ref=deatheist.nl), zoals ik noemde. Fysicalisme is daarmee een vruchtbaar onderzoeksprogramma, terwijl een immateriële ziel niets verklaart, en zeker niet de relatie met het brein. Dit onderzoek staat nog in de kinderschoenen, maar stappen worden zeker gezet. Substantiedualisme daarentegen is al eeuwen steriel als onderzoeksprogramma. Het is niets meer dan een intuïtief aantrekkelijke illusie.
**Addendum over split-brain-patiënten (24-5-2025):**
De christenen wezen ook nog op het werk van Yair Pinto, dat de klassieke bevindingen over split-brain-patiënten op losse schroeven zou zetten. Als je het onderzoek zelf en de reacties daarop leest, zie je echter dat dit op z'n best controversieel is. Carel meende zelfs dat Pinto "tot een substantiedualistische conclusie” kwam, maar dat heb ik nergens kunnen vinden. Uit het [oorspronkelijke onderzoek](https://academic.oup.com/brain/article/140/5/1231/2951052?login=false&ref=deatheist.nl) bleek dat patiënten konden aangeven óf er een object aanwezig is in het andere gezichtsveld en waar, maar ze bleken objecten uit beide gezichtsvelden *niet te kunnen vergelijken*. De auteurs stellen dat het doorsnijden van de hersenbalk “splits visual perception, but does not create two independent conscious perceivers within one brain”. Dit is een opmerkelijke bevinding, maar of hier sprake is van twee gescheiden ‘bewustzijnen’ lijkt een semantische kwestie. Het feit dat de patiënten objecten uit beide gezichtsvelden niet konden vergelijken, betekent mijns inziens wel degelijk dat er iets in het bewustzijn gespleten is, en dat is nog steeds moeilijk uit te leggen voor de substantiedualist. Dit geeft wellicht aan dat bewustzijn niet één fenomeen en proces is, en dat de grens tussen bewust en onbewust complexer ligt.
Niets wijst er verder op dat de onderzoekers menen dat hun resultaten op dualisme zouden wijzen, zoals Carel beweerde. Integendeel: zoals de onderzoekers bespreken in het artikel, zijn de resultaten goed te verklaren met de *fysicalistische* ‘recurrent processing theory’ van onder andere Victor Lamme, een van de auteurs. De bevinding is volgens de onderzoekers wel een probleem voor andere theorieën van bewustzijn (‘Global (Neuronal) Workspace Theory’ en ‘Integrated Information theory’). Het fysicalisme zelf staat hier dus niet onder druk, hooguit bepaalde specifieke fysicalistische theorieën.
Het is ook goed om op te merken dat er kritiek is gekomen op dit onderzoek (zie o.a. [hier](https://academic.oup.com/brain/article/140/7/2051/3892700?login=false&ref=deatheist.nl) en [hier](https://academic.oup.com/brain/article/141/6/e46/4958694?login=false&ref=deatheist.nl)) en de discussie daarover nog doorgaat (zie o.a. [hier](https://link.springer.com/article/10.1007/s11065-020-09439-3?ref=deatheist.nl) en [dit debat](https://www.youtube.com/watch?v=8lxmJKFy4iE&t&ref=deatheist.nl)). Er is debat over of de zeer beperkte informatie (aanwezigheid en locatie van objecten in het gezichtsveld) niet via ‘cross-cueing’ overgedragen kan worden. Verder is het niet duidelijk of *alle* verbindingen tussen beide hersenhelften ook echt doorsneden zijn en mogelijk niet weer ontstaan zijn na vele jaren (neuroplasticiteit), zoals ik al opmerkte in het gesprek (voor recente evidentie voor subcorticale verbindingen, zie [hier](https://www.frontiersin.org/journals/human-neuroscience/articles/10.3389/fnhum.2024.1363098/full?ref=deatheist.nl)). Hierover is dus het laatste woord nog niet gezegd, maar een ondersteuning voor het dualisme is het zeker niet. Het laat wel mooi zien hoe empirisch toetsbare neurowetenschappelijke mechanismen (fysicalisme dus) leidt tot interessante inzichten over bewustzijn. Het onderzoek met patiënt Joe dat ik noemde in het gesprek is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=ZMLzP1VCANo&ref=deatheist.nl) te bekijken.
### Het (kalam) kosmologisch argument komt niet van de grond
URL: https://www.deatheist.nl/het-kalam-kosmologisch-argument-komt-niet-van-de-grond/
Last updated: 2026-08-19T18:16:56.000Z
Het kosmologisch argument is een bekend en intuïtief aansprekend argument voor het bestaan van God. De meest bekende versie ervan is waarschijnlijk de [kalam-versie](https://en.wikipedia.org/wiki/Kalam%5Fcosmological%5Fargument?ref=deatheist.nl):
P1 Alles wat begint te bestaan, heeft een oorzaak.
P2 Het universum is begonnen te bestaan.
C Dus, het universum heeft een oorzaak.
Via een aantal stappen wordt vervolgens God als oorzaak aangewezen. Deze versie wordt onder andere al lange tijd verdedigd door de christelijke filosoof [William Lane Craig](https://en.wikipedia.org/wiki/William%5FLane%5FCraig?ref=deatheist.nl). Er is op veel verschillende manieren kritiek te leveren op dit argument, maar volgens mij is de simpelste en sterkste kritiek dat beide premissen (P1 en P2) onzeker zijn. Zonder de aannemelijkheid van deze premissen komt het hele argument niet van de grond.
Dat deze premissen wetenschappelijk gezien onzeker zijn, komt doordat onze goed bevestigde natuurkunde ophoudt als we verder willen komen dan een heel pril stadium van ons universum, waartoe de (goed bevestigde) oerknal teruggaat. Het is dan ook een veelgehoorde misvatting dat deze big bang zélf gaat over het ontstaan van alles wat bestaat en op een absoluut begin duidt. De [Engelse Wikipedia](https://en.wikipedia.org/wiki/Big%5FBang?ref=deatheist.nl) geeft het goed weer: “The Big Bang is a physical theory that describes how the universe expanded from an initial state of high density and temperature.” De reden dat de natuurkunde op dit punt onzeker wordt, is dat de twee beste natuurkundige theorieën (algemene relativiteitstheorie en kwantummechanica) met elkaar in conflict komen en daar op dit moment geen algemeen aanvaarde oplossing voor is.
Er zijn wel verschillende kosmologische modellen die een oplossing zouden kunnen bieden, maar die zijn speculatief en hebben allemaal hun sterke en zwakke kanten. Ze zijn bovendien (nog?) niet empirische toetsbaar, wat bijdraagt aan hun speculatieve karakter. Sommige van deze modellen stellen dat ons huidige universum een begin heeft, andere niet. Sommige modellen stellen dat tijd ontstaan is mét de oerknal, maar bij andere loopt de tijd daarvoor al, en sommige gaan zelfs uit van oneindige tijd voor (en vaak ook na) ons universum. Dan is er dus geen absoluut begin. Nog weer andere modellen gaan uit van een multiversum, waarin ons universum slechts een van vele is, met al dan niet een absoluut begin. Sommige modellen gaan uit van een (absoluut) begin, maar menen dat dat niet veroorzaakt is.
Al deze opties zijn de afgelopen decennia uitgebreid beschreven en bediscussieerd door specialisten in de wetenschappelijke literatuur. Deze literatuur is echter te technisch voor leken om te volgen en op waarde te schatten, ook voor mij. Gelukkig zijn er de afgelopen tijd een aantal interviews op YouTube geplaatst waarin een reeks topwetenschappers op deze kwestie ingaan. Het zijn vooral eminente natuurkundigen en filosofen, allemaal specialisten op dit gebied. Zij leggen toegankelijk uit wat er problematisch is aan het kosmologisch argument, vooral aan de eerste twee premissen. Uit deze interviews blijkt dus heel duidelijk dat de twee premissen op z’n best onzeker zijn: we weten domweg niet of ze waar zijn. De wetenschap is speculatief, er is geen consensus onder experts en veel mogelijkheden staan nog open.
De organisator achter de interviews is astronoom Phil Halper, die een [YouTube-kanaal](https://www.youtube.com/@PhilHalper1?ref=deatheist.nl) heeft waar hij de interviews met al deze experts plaatst. Twee interviewseries wil ik er voor dit stuk uitlichten. De [eerste](https://www.youtube.com/watch?v=pGKe6YzHiME&ref=deatheist.nl) bevat interviews met natuurkundigen Roger Penrose, Stephen Hawking, Alan Guth, Carlo Rovelli, Alex Vilenkin, Niayesh Afshordi en filosofen Adrian Moore, Daniel Isaacson, Arif Ahmed, Alastair Wilson, Alex Malpass en Daniel Linford. De [tweede serie](https://www.youtube.com/watch?v=femxJFszbo8&ref=deatheist.nl) gaat in op kritiek geuit op de eerste serie en bevat interviews met veel van de experts uit de eerste serie, maar ook met onder andere Graham Priest, Sean Carroll en Barry Lower. Halper heeft tevens samen met vooraanstaand kosmoloog Niayesh Afshordi [een boek](https://press.uchicago.edu/ucp/books/book/chicago/B/bo244963115.html?ref=deatheist.nl) geschreven over al deze verschillende kosmologische modellen. Dat verschijnt volgend jaar bij Chicago University Press.
De filosoof [Joe Schmid](https://josephschmid.com/?ref=deatheist.nl), die zich zowel op zijn [YouTube-kanaal](https://www.youtube.com/c/MajestyofReason?ref=deatheist.nl) als in de vakliteratuur bezighoudt met dit argument, heeft zich ook in de discussie gemengd. Hij gaat onder andere in twee gesprekken ([hier](https://www.youtube.com/watch?v=7CiOudgSdeE&ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.youtube.com/watch?v=CZJVe-cadr4&ref=deatheist.nl)) met Halper en Linford (met wie hij [een boek](https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-031-19313-2?ref=deatheist.nl) hierover geschreven heeft) ook uitgebreid op dit argument in en vooral Craigs verdediging ervan. Daaruit blijkt duidelijk dat Craig niet goed op de hoogte is van de kosmologische stand van zaken.
Kan een andere kenbron ons dan uit deze wetenschappelijke onzekerheid helpen en de premissen aannemelijk maken? Verdedigers van het argument beroepen zich vaak op de intuïtieve waarschijnlijkheid van vooral P1\. Het probleem hiermee is dat we goede redenen hebben om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van dergelijke intuïties in deze context, zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/) en [hier](https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/) heb betoogd. Voor P1 wordt verder vaak gewezen op alledaagse voorbeelden, maar wie zegt dat we dat mogen doortrekken naar het gehele universum? Veel wat in het dagelijks leven geldt, geldt niet onder extreme natuurkundige omstandigheden. P1 is daarom terecht natuurkundig en filosofisch omstreden, zoals uit de interviews blijkt. De waarheid (of waarschijnlijkheid) van P2 zou blijken uit dat de ontkenning ervan tot allerlei paradoxen of problemen zou leiden, maar ook dat wordt bekritiseerd in de interviews.
Deze interviews met specialisten op dit gebied laten dus toegankelijk en goed zien hoe problematisch beide premissen van het (kalam) kosmologisch argument zijn. Ze zijn in het beste geval onzeker, waardoor de verdediger van dit argument de waarschijnlijkheid ervan moeten beargumenteren en al de kritiek die reeds op dergelijke pogingen is geleverd moeten weerleggen. Anders is het argument kansloos. In het slechtste geval (voor de verdediger van het argument) zijn de premissen onjuist en werkt het argument niet. Deze interviews vatten volgens mij de beste hedendaagse kritiek op dit argument samen. Elke serieuze verdediger van het argument zal hun kritiek dus moeten weerleggen om de premissen aannemelijk te maken. Ik heb dat nog nergens zien gebeuren. Het (kalam) kosmologisch argument komt daarmee niet van de grond.
### De oorsprong van het leven en nieuwe genetische informatie: een discussie tussen christenen en atheïsten
URL: https://www.deatheist.nl/de-oorsprong-van-het-leven-en-nieuwe-genetische-informatie-een-discussie-tussen-christenen-en-atheisten/
Last updated: 2026-08-19T18:09:49.000Z
Op zaterdag 19 oktober gingen twee atheïsten voor een tweede keer in discussie met twee christenen (de eerste keer is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=RlkJoX9sZcc&ref=deatheist.nl) terug te zien). De opname van de discussie is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=Li9rKDVyEJI&ref=deatheist.nl) terug te kijken. Filosoof [Carel de Lange](https://www.youtube.com/@geloofenrede?ref=deatheist.nl) en psychiater [Chris Verhagen](https://www.youtube.com/@christelijkeapologeet9890?ref=deatheist.nl) waren de (apologetische) christenen. Het atheïstenduo bestond uit filosoof Brandon Pakker en mijzelf. We discussieerden over de beste verklaring voor het ontstaan van leven en het ontstaan van nieuwe genetische informatie. Volgens de christenen is dat een intelligente Ontwerper (God), volgens de atheïsten de naturalistische verklaringen die de wetenschap steeds verder biedt. Wat de christenen betogen, zijn eigenlijk varianten van het klassieke [ontwerpargument](https://www.deatheist.nl/het-teleologische-argument-argument-van-ontwerp/). In dit artikel wil ik stilstaan bij deze onderwerpen en onze claims verder onderbouwen, waar nodig met literatuur.
**De beste verklaring**
Naturalisten hebben een goede *trackrecord* als het gaat om het leveren van verklaringen. De geschiedenis van de wetenschap laat zien dat veel fenomenen die eerst bovennatuurlijk verklaard werden, uiteindelijk een goede natuurlijke verklaring bleken te hebben, of dit nu gaat om weerfenomenen, ziekte of de precieze ‘afstemming’ in ons zonnestelsel. Dit biedt geen garantie dat *alles* ooit naturalistische verklaard kan worden, maar biedt wel hoop en vooral interessante onderzoeksprogramma’s. Het is dan ook geen toeval dat al het wetenschappelijk onderzoek naturalistisch is: het werkt gewoon het beste.
Dit komt vooral doordat claims empirisch getoetst kunnen worden. Er wordt dan ook overal ter wereld naturalistisch onderzoek gedaan naar het ontstaan van leven en evolutie, en daarover gepubliceerd in vakliteratuur. Dit levert toetsbare ideeën en precieze voorspellingen op die weerlegd of bevestigd kunnen worden, waarop dan weer doorgebouwd kan worden. Er is ook sprake van goede samenhang met goed bevestigde kennis uit andere wetenschappen (cohesie) en het unificeert de biologie. Dit zijn allemaal wetenschapsfilosofische criteria die wijzen op goede wetenschap.
Bovennatuurlijke verklaringen zijn daarentegen vooral gebaseerd op gaten in naturalistische kennis, gatentheologie (‘God of the gaps’) dus. Creationisten claimen dat omdat een fenomeen (zoals het ontstaan van leven) nu *onverklaard* is, het ook *altijd* *onverklaarbaar* zal blijven. Dat is een erg grote claim. Ze moeten niet alleen op de hoogte zijn van alle huidige verklaringen en laten zien dat die niets verklaren (quod non), maar ook dat dit geldt voor *alle toekomstige* verklaringen. Die bewijslast is gigantisch en lijkt me moeilijk inlosbaar, zeker aangezien het onderzoeksveld nog in de kinderschoenen staat en zelfs nu al interessante resultaten heeft opgeleverd (zie hieronder). Als we na enkele eeuwen nog steeds geen stap verder zouden zijn gekomen, dan heeft de naturalist wat uit te leggen. Ook verstandige gelovigen zien in dat gatentheologie een heilloze weg is, en sommigen doen zelfs onderzoek op dit gebied, zoals de joodse [Jeremy England](https://en.wikipedia.org/wiki/Jeremy%5FEngland?ref=deatheist.nl) en de christelijke [Cees Dekker](https://nl.wikipedia.org/wiki/Cees%5FDekker%5F%28natuurkundige%29?ref=deatheist.nl) (al heeft Dekker daarvoor wel [*Intelligent Design*](https://en.wikipedia.org/wiki/Intelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl) (ID) verdedigd).
De creationisten in de discussie wierpen tegen dat er geen sprake is van gatentheologie omdat er twee criteria zijn waarmee we kunnen vaststellen dat iets door een intelligente oorzaak ontstaan moet zijn: 1) de kans is extreem onwaarschijnlijk, en 2) er is een onafhankelijk gegeven (*gespecificeerd*) patroon, er is functionele informatie. Deze criteria, die bij ID-proponent [William Dembski](https://en.wikipedia.org/wiki/William%5FA.%5FDembski?ref=deatheist.nl) vandaan komen, zijn problematisch om redenen die Brandon en ik benoemden in het debat. De kansrekening is problematisch omdat die op onjuiste vooronderstellingen is gebaseerd (zie ook hieronder). Hoe een onafhankelijk gegeven patroon vast te stellen valt, blijft vaag en is afhankelijk van de context. Of functionele informatie ook door blinde mechanismen kan ontstaan, hangt af van wat die mechanismen zijn en kunnen.
Er wordt door ID-aanhangers vaak verwezen naar andere disciplines als archeologie, waarbij met succes gezocht wordt naar intelligente oorzaken, bijvoorbeeld als bepaald moet worden of krassen in een steen inscripties zijn (intelligente oorzaak dus) of door blinde oorzaken ontstaan zijn. Het verschil met de biologie is dat we bij archeologie vrij goed weten wat mensen en blinde processen wel en niet kunnen, al zijn er twijfelgevallen. We kennen de mechanismen meestal goed en kunnen ze daarom onderscheiden. Van de Ontwerper weten we niet wat Hij wel of niet kan (of wil, of doet), wat de situatie anders maakt. Ook weten we dat er in de biologie mechanismen zijn die complexiteit kunnen veroorzaken, zoals ik hieronder nog zal bespreken. Tot slot zijn biologische systemen om heel wat redenen niet te vergelijken met menselijke artefacten, zoals ik hieronder ook zal bespreken.
Voorts kunnen bovennatuurlijke claims vaak niet empirisch getoetst worden, waardoor het geen interessante onderzoeksprogramma’s oplevert. Waar bovennatuurlijke claims wél getoetst kunnen worden, blijken ze óf onhoudbaar óf moeten ze met allerhande (meestal ontoetsbare) ad-hoc-hypothesen gered worden. Dit zijn geen tekenen van goede wetenschap. Daarom wordt ID, net als andere vormen van creationisme, [door de wetenschappelijke wereld verworpen](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fscientific%5Fbodies%5Fexplicitly%5Frejecting%5Fintelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl) en gezien als pseudowetenschap, zelfs door christelijke critici (zoals [Kenneth Miller](https://en.wikipedia.org/wiki/Kenneth%5FR.%5FMiller?ref=deatheist.nl) en [Francis Collins](https://en.wikipedia.org/wiki/Francis%5FCollins?ref=deatheist.nl)).
Tot slot verklaart een Goddelijke ontwerper niets, want juist de complexiteit die verklaard moet worden, wordt al verondersteld te bestaan in God. Waarom heeft een complexe God geen verklaring nodig? En hoe werkt zo’n Goddelijke ontwerper? Welk mechanisme gebruikt Hij? Is Hij een soort magische klusjesman die overal af en toe even ingrijpt als evolutie het niet alleen kan, bijvoorbeeld om een [bacterieel flagellum](https://en.wikipedia.org/wiki/Flagellum?ref=deatheist.nl) uit het niets te introduceren?
**Het ontstaan van leven**
De afgelopen decennia is veel geleerd over de stappen die nodig zijn om de eerste cel (een ‘protocel’ genoemd) te laten ontstaan. Een deel van die stappen is ondertussen experimenteel aangetoond en voor een ander deel zijn plausibele en empirisch gefundeerde mogelijke scenario’s uitgewerkt. Dit betekent niet dat alle stappen bekend zijn, of zelfs maar dat dit de stappen zijn geweest die daadwerkelijk hebben geleid tot het leven zoals we dat nu kennen. Helaas zullen we dat nooit zeker kunnen weten omdat niets daarvan gefossiliseerd is. Wat onderzoekers wél kunnen doen, is plausibele scenario’s en mechanismen bedenken voor de benodigde stappen en onderdelen, en die empirisch toetsen onder prebiotische omstandigheden. Hieronder noem ik een deel hiervan.
Dit is slechts het topje van een nu al gigantische ijsberg van grotendeels (zeer) technische literatuur. Ik kan als relatieve leek hiervan slechts de grote lijnen volgen en weergeven, maar zie dat de publicaties ondertussen minimaal in de duizenden lopen. Dit onderzoek is nog maar enkele decennia aan de gang en heeft nu al veel interessants opgeleverd. Nog meer literatuurverwijzingen zijn te vinden in reviews, waarvan ik slechts deze noem: Ruiz-Mirazo et al. (2014) en Prosdocimi & de Farias (2024). Schoenmakers et al. (2024) bespreken de interessante vraag vanaf welk punt je van evolutie kunt spreken. De inleiding evolutionaire celbiologie van Lynch (2024) bevat verder een goede introductie. Een toegankelijke inleiding is te vinden in het boek van Livio en Szostak (2024). Voor wie liever video’s kijkt, zijn de lezingen van vooraanstaande onderzoekers [John Sutherland](https://www.youtube.com/watch?v=e5g55ogdvW8&t&ref=deatheist.nl) en [Jack Szostak](https://www.youtube.com/watch?v=oqEDd%5F82aSY&ref=deatheist.nl) aanraders.
Klassiek zijn de Miller-Uray-experimenten uit de jaren ’50 van de vorige eeuw. Ondertussen weten we dat de prebiotische omstandigheden waarmee zij werkten niet geheel juist waren. Recentere experimenten onder plausibeler omstandigheden hebben vergelijkbare en meer resultaten opgeleverd: alle RNA-[nucleobasen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Nucleobase?ref=deatheist.nl) (bouwstenen) en meer dan 20 aminozuren (Ferus et al., 2017). Ook bleken alle nucleobasen van RNA en DNA voor te komen op meteorieten, ook buiten de aarde dus (Oba et al., 2022). Blijkbaar is het niet moeilijk om nucleobasen en aminozuren te vormen. Tevens wordt er veel onderzoek gedaan naar hoe simpele moleculen zelfreplicerend kunnen worden.
Naast de nucleobasen is voor RNA en DNA ook de suiker ribose nodig en moeten ze samen een ribonucleotide vormen. Ook het natuurlijk ontstaan hiervan is experimenteel aangetoond (Powner et al., 2009). Hierbij spelen nat-droog-cycli (zoals bij getijden of regenbuien) waarschijnlijk een belangrijke rol (Becker et al., 2019). Deze cycli helpen ook bij het [polymeriseren](https://nl.wikipedia.org/wiki/Polymerisatie?ref=deatheist.nl) (het aaneenkoppelen van deeltjes) van RNA (Hassenkam & Deamer, 2022). Het veelvoorkomende kleimineraal montmorilloniet kan helpen de formatie van RNA-oligomeren (stukjes RNA) te katalyseren (Ferris, 2006). [Katalyse](https://nl.wikipedia.org/wiki/Katalysator?ref=deatheist.nl) is het versnellen van chemische reacties, hetgeen in onze cellen vooral door [enzymen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Enzym?ref=deatheist.nl) (eiwitten dus) gebeurt. Het ontstaan van RNA wordt zo steeds verder uitgewerkt (Kim et al., 2021).
Een mix van RNA-fragmenten kan zelfassembleren in zelfreplicerende ribozymen, zoals Vaidya et al., (2012) experimenteel aantoonden. [Ribozymen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Ribozym?ref=deatheist.nl) zijn stukjes RNA die biochemische reacties op zichzelf of andere moleculen katalyseren, een proces dat bij ons door enzymen wordt gedaan (zie ook Wilson & Lilley, 2009). Ook van bepaalde reacties die nu door enzymen uitgevoerd worden, is nu experimenteel aangetoond dat veel simpelere peptiden ze ook kunnen uitvoeren (Timm et al., 2023). [Peptiden](https://nl.wikipedia.org/wiki/Peptide?ref=deatheist.nl) zijn korte ketens van aminozuren en daarmee de bouwstenen van eiwitten.
Mizuuchi et al. (2022) lieten zien hoe simpel RNA kan evolueren naar een complex replicatiesysteem. Ook de evolutie en co-evolutie van twee soorten RNA-enzymen is aangetoond (Voytek & Joyce, 2009). Zeer recent is nog aangetoond hoe een RNA-enzym nauwkeurige kopieën kan maken van andere stukken RNA (Papastavrou et al., 2024). Peptiden, die spontaan kunnen ontstaan, kunnen helpen bij het repliceren van RNA (Tagami & Li, 2023). Over hoe het prille RNA zichzelf kon repliceren – een belangrijk vraagstuk in het huidige denken over ontstaan van leven – wordt steeds meer bekend (Pavlinova et al., 2023).
RNA polymeriseert en repliceert dus vrij goed, kan katalyseren en kan ook nog goed tegen uv-straling, wat het een ideale molecule maakt voor de eerste stappen in het ontstaan van leven (Livio & Szostak, 2024). Ook het feit dat veel [cofactoren](https://en.wikipedia.org/wiki/Thiamine?ref=deatheist.nl) deels uit nucleotiden bestaan, net als grote delen van de universeel in cellen voorkomende ribosomen, wijzen verder op een vroeg ontstaan van RNA. De ‘[RNA-wereld](https://en.wikipedia.org/wiki/RNA%5Fworld?ref=deatheist.nl)’ als belangrijke stap in het ontstaan van leven is de afgelopen decennia dus steeds sterker komen te staan. Hoe van een RNA-wereld naar DNA te gaan valt, wordt ook steeds verder opgehelderd (Roy & Sengupta, 2024).
Greenwalt et al. (2016) lieten zien dat aminozuren onder prebiotische omstandigheden peptiden kunnen vormen, die zich ordenen in eiwitvezels (zie ook Holden et al., 2022). Ook is zelfassemblage van complexe abiotische eiwitten aangetoond, o.a. door de Nederlander Sijbren Otto (Liu et al., 2018). Müller et al. (2022) toonden aan dat RNA zelf peptiden kan vormen, dus zonder de ribosomen die dat in onze cellen doen. Peptiden kunnen weer helpen bij het repliceren van RNA (Tagami & Li, 2023). Voor een zelfreplicerende protoribosoom als oorsprong van het huidige ribosoom is ook een scenario beschreven (Bose et al., 2022). Voorts is aangetoond dat primitief RNA zich kan repliceren zonder enzymen (Prywes et al., 2016). DNA kan dat niet.
Ook de eerste celmembranen waren niet zo groot en complex als die van moderne eukaryote cellen. In de literatuur is te vinden hoe de bouwstenen ervan (fosfolipiden) kunnen ontstaan onder prebiotische omstandigheden (Fiore et al., 2022). Het is al langer bekend dat dergelijke membraanbouwstenen spontaan zelfassembleren in bimoleculaire lagen die blaasjes vormen (Deamer et al., 2022), en hoe die kunnen groeien (Budin & Szostak, 2011). Primitieve vormen van metabolisme (stofwisseling) zijn ook mogelijk onder prebiotische omstandigheden (Keller et al., 2014; Muchowska, 2019). Het bovenstaande toont aan dat er plausibele en empirische onderbouwde scenario’s zijn voor de drie elementen noodzakelijk voor een protocel (replicatie, metabolisme en een membraan; Mirazo et al. (2014)). Ook voor de evolutie van het celskelet zijn plausibele verklaringen (Jékely, 2014).
Voorts is er kunstmatig gecreëerd ‘levenachtig materiaal’ met metabolisme en reproductie, twee kenmerken typisch voor leven (Hamada et al., 2019) en wordt onderzocht hoe kunstmatig replicerende systemen kunnen ontstaan (Adamski et al., 2020). Dit laat zien dat de grens tussen niet-leven en leven te vervagen valt en wat voor routes de natuur mogelijk genomen heeft ('proof of principle'). In hetzelfde kader zijn minimale synthetische cellen gecreëerd die kunnen groeien en delen (Pelletier, 2021), wat aantoont dat cellen niet noodzakelijk zo complex hoeven te zijn als de huidige natuurlijke cellen. Ook in de huidige natuur komen zeer kleine genomen voor (Xavier et al., 2014). De bacterie *Nasuia deltocephalinicola* heeft een genoom van 112.091 nucleotiden en 137 (eiwit coderende) genen (Bennett & Moran, 2013). Dat staat in schril contrast tot het genoom in onze cellen: zo’n 3.000.000.000 nucleotiden waarin zo’n 20.000 (eiwit coderende) genen.
Tot slot wijzen creationisten graag op het vermeende probleem van chiraliteit: moleculen kunnen in twee gespiegelde vormen voorkomen, terwijl aminozuren en koolhydraten in leven dat we nu kennen er maar een van gebruikt (homochiraliteit). Creationisten doen alsof daar geen verklaringen voor zijn, maar niets is minder waar (Kojo, 2010; Tarasevych, 2013; Sczepanski & Joyce, 2014; Chen & Ma, 2020; Ozturk & Sasselov, 2022; Goode et al., 2024). Dit wil niet zeggen dat het vraagstuk helemaal opgelost is, maar ook zeker niet dat het een groot mysterie is.
Naast de bovengenoemde experimenten en deelverklaringen zijn nog een aantal punten het benoemen waard. De vroege aarde was veel geologisch actiever (dus meer energiebronnen) en werd veel meer gebombardeerd door meteorieten. Van meteorieten weten we dat ze veel relevante moleculen bevatten voor het ontstaan van leven (Ruiz-Mirazo et al., 2014).
Ook spelen [hydrothermale bronnen](https://en.wikipedia.org/wiki/Hydrothermal%5Fvent?ref=deatheist.nl) waarschijnlijk een belangrijke rol. Het zijn niet alleen energiebronnen, maar ze leveren ook veel interessante, relevante mineralen en organische moleculen in hoge concentraties (Colín-García et al., 2016). Vergelijkbare bronnen komen ook voor aan het oppervlak ([hot springs](https://en.wikipedia.org/wiki/Hot%5Fspring?ref=deatheist.nl)). Kraters (al dan niet gevuld met water) als gevolg van een astroïde-impact leveren eveneens vergelijkbare omstandigheden op. Dan kunnen ook nat-droog-cycli en vorst-dooi-cycli een rol spelen, wat interessant is omdat is gebleken dat die polymerisatie in de hand werken (Livio & Szostak, 2024). Voorts kan klei als steiger dienen voor polymerisatie en helpen bij katalyse van verscheidene relevante moleculen (Kloprogge & Hartman, 2022).
Verder is *systeemchemie* het noemen waard, een nieuw onderzoeksgebied waarin “manipulating and analyzing molecular mixtures of a fairly high degree of complexity” mogelijk is (Ruiz-Mirazo et al., 2014: 288). Hierin hebben moleculen netwerkachtige interacties, in plaats van interacties die stap na stap plaatsvinden. Dit levert andere resultaten op, en die zijn voor het ontstaan van leven interessant en relevant. Tot slot kan [autokatalyse](https://en.wikipedia.org/wiki/Autocatalysis?ref=deatheist.nl) hier niet onvermeld blijven (Hordijk et al., 2010; Hanopolskyi et al., 2021). Dit zijn chemische reacties waarbij het product van de reactie de reactie zelf weer katalyseert, waardoor de snelheid van de reactie steeds verder toeneemt. Zo kunnen kleine hoeveelheden van bepaalde benodigde stoffen snel toenemen.
Als creationisten spreken over het ontstaan van de eerste cel, nemen ze vaak een eukaryote cel als uitgangspunt. Dit zijn cellen met een celkern en een aantal andere kenmerken (zie hieronder). Ons lichaam bestaat uit 37,2 biljoen van dit soort cellen en ze worden beschreven in biologieboeken en leerboeken fysiologie. Deze cellen zijn echter evolutionair gezien relatief laatkomers: ze zijn ontstaan tussen de 2,7 en 1,8 miljard jaar geleden (Vosseberg et al., 2024). Hun voorlopers waren prokaryoten (zonder celkern), en die bestonden al honderden miljoenen jaren eerder, zeker sinds 3,5 miljard jaar geleden (fossiele evidentie) en mogelijk al 4,2 miljard jaar geleden (genetisch onderzoek, maar onzeker) (Moody et al., 2024). De eerste dieren ontstonden overigens pas rond de 800 miljoen jaar geleden, ook weer ver na het ontstaan van de eerste eukaryoten dus.
Van deze prokaryoten kennen we nu nog de bacteriën en de [Archaea](https://nl.wikipedia.org/wiki/Archaea?ref=deatheist.nl), en ze zijn een stuk simpeler dan de eukaryote cellen. Enkele belangrijke verschillen zijn dat, in tegenstelling tot eukaryoten, prokaryoten:
- kleiner zijn;
- geen celkern hebben;
- slechts 1 chromosoom met een circulair genoom hebben en geen histonen;
- niet doen aan meiose of mitose, maar delen door splitsing;
- geen mitochondriën, Golgi-apparaat, lysosomen en endoplasmatisch reticulum hebben;
- transcriptie en translatie gekoppeld hebben
- minder en simpelere ribosomen hebben;
- een kleiner en simpeler membraan hebben;
- een simpel cytoskelet hebben.
Dit maakt ze een stuk eenvoudiger, maar nog steeds te complex om in één keer te laten ontstaan uit een prebiotische mix van moleculen (‘oersoep’). Dit is dan ook niet wat onderzoekers beweren. Zij zijn op zoek naar wat een protocel minimaal nodig heeft en hoe dat kan ontstaan, waarvan een aantal stappen en deelverklaringen hierboven beknopt beschreven zijn. Dergelijke protocellen hebben uiteindelijk geleid tot de eerste prokaryoten. Ook hiervoor heeft de natuur honderden miljoenen jaren massaal parallel kunnen experimenteren. De voorstelling van creationisten waarin een eukaryote cel uit een ‘oersoep’ ontstaat, is dus een karikatuur.
Geen enkele onderzoeker verwacht ook dat we dit proces van honderden miljoen jaren massaal experimenteren in een paar decennia in een paar laboratoria volledig kunnen nabootsen. Wat onderzoekers wel doen, is nagaan welke vele (mogelijke) stappen hier voor nodig zijn geweest, en die testen. Op dat gebied is in slechts enkele decennia al heel wat vooruitgang geboekt, zoals hierboven is gebleken.
**Organismen zijn geen machines, DNA geen softwarecode**
Sinds [William Paley](https://en.wikipedia.org/wiki/William%5FPaley?ref=deatheist.nl), een van de grondleggers van het ontwerpargument, wordt de vergelijking tussen organismen en machines veel gemaakt door voorstanders van dit argument, zo ook door onze discussiepartners. De analogie spreekt intuïtief aan: als zoiets complex als een horloge (of tegenwoordig: computer, fabriek of racewagen) een ontwerper nodig heeft, heeft de cel – die nog veel complexer is – dat dan toch ook?
Het antwoord daarop is nee, en wel omdat de analogie op veel cruciale punten mank gaat. Cellen verschillen namelijk op een aantal wezenlijke punten van machines, in ieder geval de machines die we nu kennen. Biologische systemen kunnen zichzelf produceren en zijn daarmee [autopoiëtisch](https://en.wikipedia.org/wiki/Autopoiesis?ref=deatheist.nl). Met dit concept hangen ook zelforganisatie, zelfonderhoud en -reparatie samen. Homeostase speelt hierbij verder een belangrijke rol. Dit is kenmerkend voor levende cellen, maar niet voor machines. Doordat reproductie niet perfect verloopt (mutatie) en dat gevolgen heeft voor het voortplantingspotentieel (natuurlijke selectie), kunnen cellen evolueren, maar machines niet.
Ook is er in levende systemen redundantie aanwezig door o.a. neutrale mutaties, [junk-DNA](https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/) en gennetwerken. Dit betekent dat een fout of probleem in een deel van het systeem vaak ‘opgevangen’ kan worden en het geheel kan blijven functioneren, zij het minder of anders. Dit maakt het systeem plastisch en robuust. Ook het feit dat functie vaak niet alles-of-niets is, draagt bij aan robuustheid. Dit maakt levende systemen dynamischer, stabieler en minder gevoelig voor problemen dan machines, waarbij een klein foutje of probleem er vaak toe leidt dat het geheel niet meer werkt. Een dier met een gebroken poot kan meestal nog lopen, een auto met een afgebroken wiel kan niet meer rijden. Gevolgen van veranderingen in biologisch systemen zijn verder probabilistisch, vrijwel nooit deterministisch, zoals meestal het geval is bij machines. Zie verder Nicholson (2019).
Ook de vergelijking tussen DNA en softwarecode wordt vaak gemaakt, maar ook die analogie gaat mank. Softwarecode is erg gevoelig voor fouten: één verkeerde letter in de code kan er gemakkelijk voor zorgen dat de boel vastloopt. De functie is hier dus meestal alles-of-niets. Dat is bij DNA niet het geval. Veel mutaties in het DNA hebben geen enkel effect omdat ze [dezelfde aminozuur opleveren](https://en.wikipedia.org/wiki/Codon%5Fdegeneracy?ref=deatheist.nl#:~:text=Degeneracy%20or%20redundancy%20of%20codons,the%20existence%20of%20synonymous%20mutations.). Ook mutaties in het [junk-DNA](https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/) hebben meestal geen effect. Zelfs de aminozuren die een eiwit vormen, staan heel wat variatie toe. Dit blijkt onder andere uit het eiwit [cytochroom c](https://en.wikipedia.org/wiki/Cytochrome%5Fc?ref=deatheist.nl), dat uit zo’n 100 aminozuren bestaat, maar tussen organismen op zo’n [twee derde van die honderd kan verschillen](https://www.etsu.edu/uschool/faculty/tadlockd/documents/aa%5Fchart.pdf?ref=deatheist.nl) en toch dezelfde functie kan uitoefenen. Tot slot evolueren codes niet omdat ze niet repliceren, net als machines dat niet doen.
Die intuïtie waarop het ontwerpargument zo’n beroep doet, en daar wijzen de creationisten in de discussie ook op, is waarschijnlijk aangeboren en sterk, maar dat geldt ook voor de intuïtie dat de zon om de aarde draait (of zoals mijn driejarige dochter zegt als de zon onder gaat: “de zon gaat onder de grond”). Desalniettemin hebben we *door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht* geaccepteerd dat deze intuïtie onjuist is. Ik denk dat we hetzelfde moeten concluderen over hoe biologie werkt, zeker sinds Darwin, zoals uit dit artikel blijkt – naar ik hoop.
**James Tour een expert?**
[James Tour](https://en.wikipedia.org/wiki/James%5FTour?ref=deatheist.nl) wordt door creationisten vaak als een expert opgevoerd als het gaat om de oorsprong van het leven. Tour is een scheikundige en hoogleraar nanotechnologie, en is erg sceptisch over het naturalistisch kunnen verklaren van het ontstaan van leven. Zijn vakgebied – waar hij inderdaad een expert op is – is alleen echt wat anders dan het ontstaan van leven. Uit zijn video’s blijkt dat hij niet op de hoogte is van de relevante onderzoeken (zie [hier](https://www.youtube.com/watch?v=ghJGnMwRHCs&t=0s&ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.youtube.com/watch?v=Jf72o6HmVNk&ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.youtube.com/watch?v=YAm2W99Qm0o&ref=deatheist.nl)). Hij heeft op dit gebied geen enkel onderzoek gedaan en ook niets gepubliceerd in vakbladen; hij produceert slechts video’s op YouTube. Dat is geen wetenschappelijke kritiek.
De mensen die werkelijk en vaak al vele decennia onderzoek doen en wel hierover publiceren in vakbladen, nemen Tour dan ook niet serieus. Dit zijn eminente wetenschappers als [Jack Szostak](https://nl.wikipedia.org/wiki/Jack%5FSzostak?ref=deatheist.nl), [John Sutherland](https://en.wikipedia.org/wiki/John%5FSutherland%5F%28chemist%29?ref=deatheist.nl), [David Deamer](https://en.wikipedia.org/wiki/David%5FW.%5FDeamer?ref=deatheist.nl), [Gerald Joyce](https://en.wikipedia.org/wiki/Gerald%5FJoyce?ref=deatheist.nl), [Lee Cronin](https://en.wikipedia.org/wiki/Leroy%5FCronin?ref=deatheist.nl) en [Steven Benner](https://en.wikipedia.org/wiki/Steven%5FA.%5FBenner?ref=deatheist.nl). Sommigen hebben zich expliciet uitgesproken over zijn onwetendheid en beroep op een God-van-de-gaten, zoals uit onder andere de interviews [hierin](https://www.youtube.com/watch?v=Jf72o6HmVNk&ref=deatheist.nl) blijkt.
**Te onwaarschijnlijk?**
Het idee dat iets te onwaarschijnlijk is om naturalistisch te kunnen ontstaan, kwam een aantal keer terug in de discussie, alsmede geregeld in de creationistische literatuur. Er worden dan vaak extreem lage kansen genoemd, waardoor de lezer of luisteraar vol ongeloof de naturalistische verklaring wel moet verwerpen. Dit geldt zowel voor het ontstaan van leven als voor het ontstaan van bijvoorbeeld een nieuw functioneel eiwit. Het probleem hiermee is dat de kansen uit de lucht worden gegrepen of verkeerd worden berekend. Je kunt namelijk alleen kansen berekenen als je een idee hebt van de kansverdeling. Laat me dit illustreren aan de hand van het voorbeeld dat ik ook in de discussie gaf.
Het gooien van een miljoen keer 6 achter elkaar met een dobbelsteen is extreem onwaarschijnlijk, maar dat geldt alleen op de voorwaarde dat 1) de dobbelsteen eerlijk is, 2) er één persoon gooit, 3) dat voor een relatief korte tijd probeert. We gaan er dan ook vanuit dat er geen selectiemechanisme is dat gedeeltelijk gewenste uitkomsten kan vasthouden voor de volgende beurt en dat er slechts één doel is. Voor wie echter miljarden jaren lang met biljoenen dobbelsteen mag gooien, die ook nog eens verzwaard zijn richting de 6, is het gooien van een miljoen zessen op een rij helemaal niet onwaarschijnlijk.
Bij het ontstaan van leven en het ontstaan van nieuwe functies in de biologie gelden al deze voorwaarden ook niet. Ten eerste is er niet één weg naar een doel: meer evolutionaire wegen leiden naar Rome (een bepaalde functie), zoals het eerdergenoemde voorbeeld van cytochroom c laat zien. Meerdere mutaties en zelfs meerdere aminozuren kunnen dezelfde functie opleveren. Ook is er uiteraard wel een selectiemechanisme (chemische selectie of natuurlijke selectie), waardoor een kleine stap in de richting van wat werkt behouden en stapsgewijs verbeterd kan worden. Verder kan de natuur op gigantische schaal parallel experimenteren. Alleen al het aantal bacteriën dat op dit moment leeft, wordt geschat op 1030 (Rappuoli et al., 2023). Daarbovenop komen nog allerlei andere organismen als Archaea, schimmels, planten, protisten, virussen en uiteraard dieren, en dat voor miljoenen of miljarden jaren lang (afhankelijk van het soort organisme).
Wat ook nog meegenomen moet worden in de kansrekening, is dat er mogelijk vele planeten en manen zijn waarop leven kan ontstaan, en mogelijk ook ontstaan is. Uiteraard is de overgrote meerderheid hiervan om tal van redenen ongeschikt voor leven, maar ik acht de kans dat ergens leven zal ontstaan of reeds ontstaan is vrij groot door de gigantische hoeveelheden opties en de zeer lange tijd. Er zijn alleen al in ons sterrenstelsel 100-400 miljard sterren, waaromheen [grofweg evenveel planeten](https://www.livescience.com/space/how-many-planets-are-in-the-universe?ref=deatheist.nl) draaien, net als de aarde om onze ster (de zon) draait. Volgens [de meest recente schattingen](http://www.universetoday.com/30305/how-many-galaxies-in-the-universe/?ref=deatheist.nl) zijn er in het zichtbare universum 2 biljoen (miljoen keer miljoen) sterrenstelsels. Zeker als in de toekomst zal blijken dat er ook op andere planeten of manen leven is, maakt dat de kans dat het hier (natuurlijk) ontstaan is waarschijnlijker (Livio & Szostak, 2024).
Tot slot is het belangrijk te bedenken dat evolutionair nieuwe functies nooit uit het niets komen: wat reeds bestaat, wordt aangepast, eventueel nadat het eerst gekopieerd is (zie hieronder). Zo zijn er verschillende varianten van het zuurstof vervoerende eiwit [hemoglobine](https://en.wikipedia.org/wiki/Hemoglobin?ref=deatheist.nl), die ook nog eens sterk lijken op het eiwit [myoglobine](https://en.wikipedia.org/wiki/Myoglobin?ref=deatheist.nl). Hun ontstaan is dan ook [niet los van elkaar te zien](https://en.wikipedia.org/wiki/Hemoglobin?ref=deatheist.nl#Evolution%5Fof%5Fvertebrate%5Fhemoglobin). Nieuwe eiwitten ontstaan meestal door het aanpassen van (genen voor) reeds bestaande eiwitten en complexe eiwitten kunnen ontstaan uit simpelere delen (Tagami & Li, 2023). Niemand verwacht dat eiwitten uit het niets ontstaan, zonder enige (coderende of niet-coderende) voorloper, zoals creationisten lijken te denken in hun absurde kansrekeningen.
We hebben in de meeste gevallen domweg niet de informatie om de kansen juist in te schatten, zelfs de orde van grootte niet. Het ontstaan van leven is ook niet gebaseerd op toeval alleen, want er zijn allerlei natuurkundige en chemische wetmatigheden en omstandigheden die moeilijk in kansrekening mee te nemen zijn. Er is ook geen sprake van één vooropgesteld doel, ook niet bij evolutie. Wat in de ene omstandigheid negatief is, kan in een andere omstandigheid juist positief zijn, en andersom. Er is dus sprake van een veranderend [evolutionair landschap](https://en.wikipedia.org/wiki/Evolutionary%5Flandscape?ref=deatheist.nl), wat ook moeilijk in kansrekening mee te nemen valt. De kansrekeningen van creationisten zijn dus nergens op gebaseerd, of gebaseerd op misvattingen over hoe evolutie werkt.
**Nieuwe genetische informatie**
Hoe ontstaat nieuwe genetische informatie dan wel evolutionair? De grote vraag hierbij is eerst wat als nieuwe genetische informatie telt. Creationisten blijven hier vaag over, ook tijdens de discussie. Wat evolutie betreft, zijn die mechanismen grotendeels al lange tijd bekend, zoals ik meermaals aangaf, en ondertussen ook uitgebreid gedocumenteerd in de literatuur: genoomduplicatie, genduplicatie en *de novo*\-genen. Aangezien ik dit al uitgebreid besproken heb [elders](https://www.deatheist.nl/nog-meer-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/), zal ik dat hier niet herhalen.
Carel wiep tegen dat veel genen *niet* in genfamilies voorkomen, zoals je bij genduplicatie mag verwachten. Daar zijn echter goede verklaringen voor: *de novo*\-genen komen niet in families voor, net als genen die het gevolg zijn van horizontale genoverdracht. Genen die ooit deel uitmaakten van families, zijn ook soms niet meer als zodanig te herkennen. Dit kan gebeuren als de duplicaten zo ver uit elkaar evolueren dat hun verwantschap onherkenbaar wordt.
In taal zien we iets vergelijkbaars, wat geïllustreerd kan worden met de Nederlandse naam Jakob (en afgeleiden daarvan als Koos(je)). Deze gaat via het Latijn (Jacobus) en het Grieks (Iakobos) terug tot het Hebreeuwse Ja’akov. In andere talen heeft deze naam echter een andere ontwikkeling doorgemaakt, wat heeft geresulteerd in onder andere James (Engels) Tiago (Portugees), Giacomo (Italiaans) en Jaime (Spaans). Hierdoor zijn deze ‘duplicaten’ dusdanig veranderd (geëvolueerd) dat de relatie met Jakob onherkenbaar geworden is, zeker als je de oudere vormen niet kent. Jaime en Koos hebben letterlijk geen letter meer gemeen, ondanks hun gemeenschappelijke oorsprong. Dit kan ook met gedupliceerde genen gebeuren, wat deels verklaart waarom niet alle genen in families voorkomen.
Carel gaf wel toe dat een kleine toename van informatie misschien mogelijk is door mutatie, maar niet de grote hoeveelheden die nodig zijn voor evolutie op grote schaal. Maar ook dat is weer vaag, want wat is een grote hoeveelheid? Als een volledig genoom dupliceert (genoomduplicatie), is dat dan niet een gigantische toename aan informatie? Leidt genduplicatie niet ook tot een significante toename van informatie? En waarom zou je niet met vele kleine stapjes (puntmutaties) ook tot grotere hoeveelheden kunnen komen? De creationisten lijken een soort magische ‘informatiegrens’ in gedachte te hebben die niet door evolutionaire mechanismen overschreden kan worden, maar ze kunnen niet aangeven wat die grens is, hoe we die kunnen vaststellen en waarom de voorgestelde mechanismen die niet kunnen overschrijden.
Ik droeg ook het voorbeeld aan van het ontstaan van een nieuwe functie die is gedocumenteerd bij bacteriën die al [decennia gevolgd worden in het lab](https://en.wikipedia.org/wiki/E.%5Fcoli%5Flong-term%5Fevolution%5Fexperiment?ref=deatheist.nl). Dit heeft als voordeel dat heel precies nagegaan kan worden wanneer er iets nieuws ontstaat en waardoor dit komt (de verantwoordelijke mutaties). Zo is ontdekt dat bacteriën die eerst niet aeroob (dus met zuurstof) citraat als voeding kunnen gebruiken, dat na een tijd wel konden: een nieuwe functie dus. Carel meende echter dat dit komt doordat er iets kapot is gegaan, niet doordat er nieuwe informatie is ontstaan.
Dat is echter onjuist. De nieuwe functie is ontstaan door een duplicatie van een bestaand gen dat vervolgens onder de invloed van een promotor is komen te staan die actief wordt door zuurstof, waardoor ook onder aerobe omstandigheden citraat de cel in kan worden getransporteerd (wat eerst dus niet kon). Dit transport is daarna nog effectiever geworden door weer andere mutaties (Blount et al., 2012). Deze nieuwe functie is overigens volgens de criteria van ID-proponent Michael Behe ‘[onherleidbaar complex](https://en.wikipedia.org/wiki/Irreducible%5Fcomplexity?ref=deatheist.nl)’ (want zonder alle juiste mutaties werkt het niet) en zou dus niet kunnen ontstaan door evolutionaire mechanismen. Toch is het onder de ogen van onderzoekers gebeurd.
Ook evolutie op grotere schaal vereist niet een plotselinge gigantische toename van informatie. Zo wordt aan de hand van fossielen en genetisch onderzoek steeds duidelijker hoe vinnen in poten en poten in handen veranderd zijn (ik benoem de relevante literatuur [hier](https://www.deatheist.nl/nabeschouwing-van-het-debat-met-creationist-peter-borger/)). Alle stapjes in dat proces zijn relatief klein, maar ze resulteren in grote veranderingen.
Tot slot is het belangrijk te vermelden dat informatie altijd fysiek (materieel) is, of dat nu om de letters in een boek, bits in een computer of de nucleobasen in DNA gaat. Die informatie heeft ook altijd een fysieke oorzaak, of die nu menselijk, dierlijk of niet-biologisch is. Nooit nemen we waar dat informatie door *creatio ex nihilo* (schepping uit het niets) ontstaat, terwijl dit in principe wel had gekund. Het is ook evident dat informatie kan ontstaan zonder intelligentie. Zo bevatten ijskristallen en aardlagen veel informatie, maar die is zonder enige intelligentie ontstaan.
**Conclusie**
Het ontstaan van leven is een interessant wetenschappelijk vraagstuk dat nog niet geheel opgelost is. Dit betekent echter niet dat we geen idee hebben, want vele stappen zijn ondertussen experimenteel aangetoond en plausibele deelverklaringen worden bedacht en experimenteel getoetst. Over het ontstaan van nieuwe genetische informatie is al langere tijd veel meer bekend en dat is ook empirisch uitgebreid onderbouwd. Dit is allemaal *naturalistisch* onderzoek, onderzoek waardoor grote vragen in kleine stapjes beantwoord worden.
Bovennatuurlijke verklaringen daarentegen verliezen steeds meer terrein aan naturalistische verklaringen en verklaren ook weinig tot niets, als ze al niet strijdig zijn met empirische bevindingen. Om die redenen worden ze in de wetenschap niet geaccepteerd. Het ontstaan van leven en nieuwe genetische informatie kan daarom het beste naturalistisch verklaard worden.
Ik wil afsluiten met de conclusie van het eerder aangehaalde review:
> *“It is impressive to turn our view back to the first scientific ideas of Darwin on the origin of living beings “in some warm little pond”, to the hypotheses of Oparin and Haldane, or to the first experimental approaches of Miller and Urey, and realize how far this scientific community has come. The field of the origins of life is not surrounded anymore by a halo of religious or metaphysical speculations, as it used to be not so long ago, even among scientists. It is true that some questions about the topic are still deeply intriguing, and a number of them could remain unanswered forever, because they represent historical events that cannot be reproduced in the laboratory. However, many reasonable theories have already been put forward and, what is more important, these theories are subject to experimental verification through an increasing variety of approaches and techniques. Some of those hypotheses, which in the past seemed to be irreconcilable antagonists, have started to merge during the past decade, allowing us to become fully aware of the impressive mosaic of interconnected physical and chemical events that were probably behind the origins of life. Although chemistry operating on the prebiotic Earth must have been extraordinarily complex and heterogeneous, we believe it is not impossible to understand.”* (Ruiz-Mirazo, 2014:352)
Amen!
**Referenties**
Adamski, P., Eleveld, M., Sood, A., Kun, Á., Szilágyi, A., Czárán, T., ... & Otto, S. (2020). From self-replication to replicator systems en route to de novo life. Nature Reviews Chemistry, 4(8), 386-403.
Becker, S., Feldmann, J., Wiedemann, S., Okamura, H., Schneider, C., Iwan, K., ... & Carell, T. (2019). Unified prebiotically plausible synthesis of pyrimidine and purine RNA ribonucleotides. *Science*, *366*(6461), 76-82.
Bennett, G. M., & Moran, N. A. (2013). Small, smaller, smallest: the origins and evolution of ancient dual symbioses in a phloem-feeding insect. *Genome biology and evolution*, *5*(9), 1675-1688.
Blount, Z. D., Barrick, J. E., Davidson, C. J., & Lenski, R. E. (2012). Genomic analysis of a key innovation in an experimental Escherichia coli population. *Nature*, *489*(7417), 513-518.
Bose, T., Fridkin, G., Davidovich, C., Krupkin, M., Dinger, N., Falkovich, A. H., ... & Yonath, A. (2022). Origin of life: protoribosome forms peptide bonds and links RNA and protein dominated worlds. *Nucleic acids research*, *50*(4), 1815-1828.
Budin, I., & Szostak, J. W. (2011). Physical effects underlying the transition from primitive to modern cell membranes. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *108*(13), 5249-5254.
Chen, Y., & Ma, W. (2020). The origin of biological homochirality along with the origin of life. *PLOS Computational Biology*, *16*(1), e1007592.
Colín-García, M., Heredia, A., Cordero, G., Camprubí, A., Negrón-Mendoza, A., Ortega-Gutiérrez, F., ... & Ramos-Bernal, S. (2016). Hydrothermal vents and prebiotic chemistry: a review. *Boletín de la Sociedad Geológica Mexicana*, *68*(3), 599-620.
Deamer, D., Dworkin, J. P., Sandford, S. A., Bernstein, M. P., & Allamandola, L. J. (2002). The first cell membranes. *Astrobiology*, *2*(4), 371-381.
Ferris, J. P. (2006). Montmorillonite-catalysed formation of RNA oligomers: the possible role of catalysis in the origins of life. *Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences*, *361*(1474), 1777-1786.
Ferus, M., Pietrucci, F., Saitta, A. M., Knížek, A., Kubelík, P., Ivanek, O., ... & Civiš, S. (2017). Formation of nucleobases in a Miller–Urey reducing atmosphere. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *114*(17), 4306-4311.
Fiore, M., Chieffo, C., Lopez, A., Fayolle, D., Ruiz, J., Soulère, L., ... & Buchet, R. (2022). Synthesis of phospholipids under plausible prebiotic conditions and analogies with phospholipid biochemistry for origin of life studies. *Astrobiology*, *22*(5), 598-627.
Goode, O., Łapińska, U., Glover, G., Milner, D. S., Santoro, A. E., Pagliara, S., & Richards, T. A. (2024). Membrane permeability selection drove the stereochemistry of life. *BioRxiv*, 2024-04.
Greenwald, J., Friedmann, M. P., & Riek, R. (2016). Amyloid aggregates arise from amino acid condensations under prebiotic conditions. *Angewandte Chemie*, *128*(38), 11781-11785.
Hamada, S., Yancey, K. G., Pardo, Y., Gan, M., Vanatta, M., An, D., ... & Luo, D. (2019). Dynamic DNA material with emergent locomotion behavior powered by artificial metabolism. *Science Robotics*, *4*(29), eaaw3512.
Hanopolskyi, A. I., Smaliak, V. A., Novichkov, A. I., & Semenov, S. N. (2021). Autocatalysis: Kinetics, mechanisms and design. *ChemSystemsChem*, *3*(1), e2000026.
Hassenkam, T., & Deamer, D. (2022). Visualizing RNA polymers produced by hot wet-dry cycling. *Scientific reports*, *12*(1), 10098.
Holden, D. T., Morato, N. M., & Cooks, R. G. (2022). Aqueous microdroplets enable abiotic synthesis and chain extension of unique peptide isomers from free amino acids. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *119*(42), e2212642119.
Hordijk, W., Hein, J., & Steel, M. (2010). Autocatalytic sets and the origin of life. *Entropy*, *12*(7), 1733-1742.
Jékely, G. (2014). Origin and evolution of the self-organizing cytoskeleton in the network of eukaryotic organelles. *Cold Spring Harbor Perspectives in Biology*, *6*(9), a016030.
Keller, M. A., Turchyn, A. V., & Ralser, M. (2014). Non‐enzymatic glycolysis and pentose phosphate pathway‐like reactions in a plausible Archean ocean. *Molecular systems biology*, *10*(4), 725.
Kim, S. C., O’Flaherty, D. K., Giurgiu, C., Zhou, L., & Szostak, J. W. (2021). The emergence of RNA from the heterogeneous products of prebiotic nucleotide synthesis. *Journal of the American Chemical Society*, *143*(9), 3267-3279.
Kloprogge, J. T., & Hartman, H. (2022). Clays and the origin of life: The experiments. *Life*, *12*(2), 259.
Kojo, S. (2010). Origin of homochirality of amino acids in the biosphere. *Symmetry*, *2*(2), 1022-1032.
Liu, B., Pappas, C. G., Zangrando, E., Demitri, N., Chmielewski, P. J., & Otto, S. (2018). Complex molecules that fold like proteins can emerge spontaneously. *Journal of the American Chemical Society*, *141*(4), 1685-1689.
Livio, M. & Szostak, J. (2024).*Is Earth Exceptional?: The Quest for Cosmic Life*. Basic Books
Lynch, M. R. (2024). *Evolutionary cell biology: the origins of cellular architecture*. Oxford University Press.
Mizuuchi, R., Furubayashi, T., & Ichihashi, N. (2022). Evolutionary transition from a single RNA replicator to a multiple replicator network. *Nature Communications*, *13*(1), 1460.
Moody, E. R., Álvarez-Carretero, S., Mahendrarajah, T. A., Clark, J. W., Betts, H. C., Dombrowski, N., ... & Donoghue, P. C. (2024). The nature of the last universal common ancestor and its impact on the early Earth system. *Nature Ecology & Evolution*, *8*(9), 1654-1666.
Muchowska, K. B., Varma, S. J., & Moran, J. (2019). Synthesis and breakdown of universal metabolic precursors promoted by iron. *Nature*, *569*(7754), 104-107.
Müller, F., Escobar, L., Xu, F., Węgrzyn, E., Nainytė, M., Amatov, T., ... & Carell, T. (2022). A prebiotically plausible scenario of an RNA–peptide world. *Nature*, *605*(7909), 279-284.
Nicholson, D. J. (2019). Is the cell really a machine?. *Journal of theoretical biology*, *477*, 108-126.
Oba, Y., Takano, Y., Furukawa, Y., Koga, T., Glavin, D. P., Dworkin, J. P., & Naraoka, H. (2022). Identifying the wide diversity of extraterrestrial purine and pyrimidine nucleobases in carbonaceous meteorites. *Nature communications*, *13*(1), 2008.
Ozturk, S. F., & Sasselov, D. D. (2022). On the origins of life’s homochirality: Inducing enantiomeric excess with spin-polarized electrons. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *119*(28), e2204765119.
Papastavrou, N., Horning, D. P., & Joyce, G. F. (2024). RNA-catalyzed evolution of catalytic RNA. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *121*(11), e2321592121.
Pavlinova, P., Lambert, C. N., Malaterre, C., & Nghe, P. (2023). Abiogenesis through gradual evolution of autocatalysis into template‐based replication. *FEBS letters*, *597*(3), 344-379.
Pelletier, J. F., Sun, L., Wise, K. S., Assad-Garcia, N., Karas, B. J., Deerinck, T. J., ... & Strychalski, E. A. (2021). Genetic requirements for cell division in a genomically minimal cell. *Cell*, *184*(9), 2430-2440.
Powner, M. W., Gerland, B., & Sutherland, J. D. (2009). Synthesis of activated pyrimidine ribonucleotides in prebiotically plausible conditions. *Nature*, *459*(7244), 239-242.
Prosdocimi, F., & de Farias, S. T. (2024). Major evolutionary transitions before cells: a journey from molecules to organisms. *Progress in Biophysics and Molecular Biology*.
Prywes, N., Blain, J. C., Del Frate, F., & Szostak, J. W. (2016). Nonenzymatic copying of RNA templates containing all four letters is catalyzed by activated oligonucleotides. *Elife*, *5*, e17756.
Rappuoli, R., Young, P., Ron, E., Pecetta, S., & Pizza, M. (2023). Save the microbes to save the planet. A call to action of the International Union of the Microbiological Societies (IUMS). *One Health Outlook*, *5*(1), 5.
Roy, S., & Sengupta, S. (2024). The RNA-DNA world and the emergence of DNA-encoded heritable traits. *RNA biology*, *21*(1), 1-9.
Ruiz-Mirazo, K., Briones, C., & de la Escosura, A. (2014). Prebiotic systems chemistry: new perspectives for the origins of life. *Chemical reviews*, *114*(1), 285-366.
Schoenmakers, L. L., Reydon, T. A., & Kirschning, A. (2024). Evolution at the Origins of Life?. *Life*, *14*(2), 175.
Sczepanski, J. T., & Joyce, G. F. (2014). A cross-chiral RNA polymerase ribozyme. *Nature*, *515*(7527), 440-442.
Tagami, S., & Li, P. (2023). The origin of life: RNA and protein co‐evolution on the ancient earth. Development, Growth & Differentiation, 65(3), 167-174.
Tarasevych, A. V., Sorochinsky, A. E., Kukhar, V. P., & Guillemin, J. C. (2013). Deracemization of amino acids by partial sublimation and via homochiral self-organization. *Origins of Life and Evolution of Biospheres*, *43*, 129-135.
Timm, J., Pike, D. H., Mancini, J. A., Tyryshkin, A. M., Poudel, S., Siess, J. A., ... & Nanda, V. (2023). Design of a minimal di-nickel hydrogenase peptide. *Science Advances*, *9*(10), eabq1990.
Vosseberg, J., van Hooff, J. J., Köstlbacher, S., Panagiotou, K., Tamarit, D., & Ettema, T. J. (2024). The emerging view on the origin and early evolution of eukaryotic cells. *Nature*, *633*(8029), 295-305.
Vaidya, N., Manapat, M. L., Chen, I. A., Xulvi-Brunet, R., Hayden, E. J., & Lehman, N. (2012). Spontaneous network formation among cooperative RNA replicators. *Nature*, *491*(7422), 72-77.
Voytek, S. B., & Joyce, G. F. (2009). Niche partitioning in the coevolution of 2 distinct RNA enzymes. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *106*(19), 7780-7785.
Wilson, T. J., & Lilley, D. M. (2009). The evolution of ribozyme chemistry. *Science*, *323*(5920), 1436-1438.
Xavier, J. C., Patil, K. R., & Rocha, I. (2014). Systems biology perspectives on minimal and simpler cells. *Microbiology and Molecular Biology Reviews*, *78*(3), 487-509.
### Wat gelovigen en atheïsten van elkaar kunnen leren: een recensie van Peels' ‘Life without God’
URL: https://www.deatheist.nl/wat-gelovigen-en-atheisten-van-elkaar-kunnen-leren-een-recensie-van-peels-life-without-god/
Last updated: 2026-08-19T09:55:17.000Z
Rik Peels, al jaren [verbonden aan de VU](https://research.vu.nl/en/persons/rik-peels?ref=deatheist.nl) en daar sinds kort ook hoogleraar, heeft een indrukwekkende lijst van publicaties op het snijvlak van religie en filosofie. Dat is ook niet zo vreemd, want hij heeft zowel theologie als filosofie gestudeerd. Zijn recente boek *Life without God: An Outsider’s Look at Atheism* (Cambridge UP, 2023) bevindt zich ook op dit raakvlak en is net ook in het Nederlands verschenen als *Leven zonder God: Wat je kunt leren van atheïsten* (Kok, 2024). Zoals de Nederlandse ondertitel aangeeft, zoekt hij naar wat de gelovige kan leren van atheïsten. Ook atheïsten kunnen echter het nodige leren van dit boek. Peels wil het gepolariseerde debat voorbij en zoekt naar overeenkomsten en beweegredenen. Hieronder recenseer ik de Engelse editie.
**Peels over atheïsme**
In het eerste hoofdstuk gaat Peels in op wat atheïsme is. Hij erkent dat atheïsme zowel kan slaan op de afwezigheid van geloof in een god (een uitgangspunt dat ik [zelf voorsta](https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/)), maar geeft de voorkeur aan een sterkere definitie: “the belief or conviction that there are no gods” (p. 5). Hij ziet atheïsme niet als een wereldbeschouwing (“atheism as such does not have an explicit view of the world”, p. 9), en dat deel ik met hem. Atheïsme is uiteraard wel *onderdeel van* een wereldbeschouwing (in het Westen meestal seculier humanisme), maar is zelf slechts een ontkennende positie. Peels erkent dat het atheïsme groeit, en dat is voor hem reden te meer om het serieus te nemen en ervan te willen leren.
God (of een god) vat Peels op als “a supernatural person who is thought to be worthy of worship” (p. 7). Hij wil het vooral hebben over de God van de drie grote monotheïstische religies: “God is perfect in every regard – omniscient, omnipotent, infallibly good, eternal, and omnipresent – and that he is the creator of the universe.” (p. 7). Alleen al over deze definities valt een hoop te zeggen, maar voor nu zal ik hierin met Peels meegaan. In een voetnoot maakt hij de volgende interssante opmerking: “I will refer to God with the words *he*, *him*, and *his* even though, of course, God is neither male nor female.” (p. 7, onderstreping BK). De vanzelfsprekendheid waarmee hij hier al over het gebrek aan geslacht van God spreekt, loopt voortuit op een probleem dat nog vaak terug zal komen: *hoe weet Peels dit over God?*
**Een karikaturaal Godsbeeld**?
Dit punt, dat in het boek veel terugkomt, is dus of aannames en uitspraken over God wel kloppen. Peels verwijt atheïsten vaak dat ze onjuiste of minstens twijfelachtige uitspraken over God doen en dat gebruiken in hun argumenten, waardoor de argumenten ondeugdelijk worden. Atheïsten zouden een karikaturaal Godsbeeld hebben. Het probleem hiermee is echter dat Peels zelf ook allerlei aannames en uitspraken over God doet, maar hoe weten we dat die wél juist zijn? Er is hier een groter onderliggend probleem: hoe weten we *überhaupt* welke uitspraken over God juist zijn? En *hoe* kunnen we dat weten?
We kunnen natuurlijk uitzoeken wat gelovigen over God beweren, maar die uitspraken verschillen onderling nogal en spreken elkaar zelfs regelmatig tegen, zeker tussen gelovigen uit verschillende religieuze tradities. Ik heb dit probleem in het verleden ook al eens aangekaart (zie [hier](https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/) en [hier](https://www.deatheist.nl/een-repliek-aan-de-theoloog-des-vaderlands/)). Peels verwijt atheïsten dus een theologische zonde waaraan hij zichzelf ook schuldig maakt. Zijn eigen Godsbeeld (net als dat van veel moderne theologen) staat overigens ver af van dat van de Bijbel, een God die meer weg heeft van een supermens dan de abstracte constructie van latere theologen en godsdienstfilosofen. Dit is overtuigend aangetoond door eminente Bijbelwetenschappers als [James Kugel](https://www.amazon.com/God-Old-Inside-World-Bible/dp/0743235851?ref=deatheist.nl), [Mark Smith](https://www.amazon.nl/-/en/Mark-S-Smith/dp/0814637590?ref=deatheist.nl) en [Francesca Stavrakopoulou](https://www.amazon.com/God-Anatomy-Francesca-Stavrakopoulou/dp/0525520457?ref=deatheist.nl).
Bovengenoemd probleem speelt ook bij theïstisch argumenten en religieuze verklaringen, want ook die gaan uit van allerlei aannames over God en veronderstellen niet zelden bepaalde goddelijke intenties. Maar hoe weten we dat die kloppen? Ook dit probleem met goddelijke verklaringen heb ik al [eens aangekaart](https://www.deatheist.nl/goddelijke-verklaringen/).
Frustrerend is hoe gemakkelijk Peels speculeert over Gods eigenschappen en bedoelingen, en zo meent atheïstische argumenten de wind uit de zeilen te kunnen nemen. Zijn tegenwerpingen hebben steeds deze structuur: atheïst veronderstelt X over God, maar wie zegt dat dat zo is? Y kan ook juist zijn, en misschien Z ook nog wel! De secties waarin dit gebeurt, worden gekenmerkt door een aantal *maybe*’s (“maybe God could/would/is”). Een slimme theoloog-filosoof als Peels kan zo een schier oneindige hoeveelheid redenen – al dan niet ad hoc – bedenken om God te ‘redden’. Het handige aan deze immunisatietruc is dat je hem altijd in kunt zetten bij kritiek, want het valt toch niet te controleren. Straks zal ik dit met een aantal voorbeelden illustreren.
Peels voelt dit probleem zelf ook aan, zo blijkt tegen het einde van het boek, maar stelt: “I don’t think we should worry that religions immunize themselves from criticism in this way” (p. 170). Hiervoor geeft hij twee redenen. Als eerste hebben de religieuze tradities zelf al “slightly more nuanced, fine-tuned conceptions of faith and of God” (p. 170) ontwikkeld, en niet als reactie op atheïstische kritiek. Maar hoe ontkracht dit gegeven de kritiek van de atheïst op de immunisatiestrategie? Ten tweede ziet hij de theologische flexibiliteit als een deugd: “flexibility is usually taken to be a strong point of a view, something that counts in a view’s favor” (p. 170). Waarop baseert hij dit? Een positie, standpunt of hypothese die eindeloos kan meebuigen, is volgens mij juist kenmerkend voor complottheorieën en pseudowetenschap. Het lijkt me niet dat Peels die kant op wil, maar ik zie niet hoe hij daarvandaan kan blijven. Een God die compatibel is (of gemaakt kan worden) met elke mogelijke stand van zaken, is niet te onderscheiden van een God die niet bestaat.
**Redenen voor atheïsme**
In hoofdstuk 2 gaat Peels in op wat atheïsten motiveert. Hij merkt terecht op dat veel atheïsten niet (alleen) door een zuiver intellectuele afweging van argumenten tot hun positie komen. Ik denk dat hij daarin gelijk heeft: een wereldbeeld, waar atheïsme onderdeel van kan zijn, is veeleer een [web van overtuigingen en drijfveren](https://www.deatheist.nl/gesprekken-met-gelovigen/). Wat daarin redelijk, betekenisvol en goed is, kun je niet isoleren. Hij waarschuw ook voor een te dogmatische vorm van atheïsme: blijven doorgewinterde atheïsten nog wel openstaan voor hun ongelijk? Zijn ze niet té sceptisch? Ik denk dat dit legitieme zorgen zijn, en atheïsten zouden dit altijd in hun achterhoofd moeten houden. Wel denk ik, op grond van veel ervaring met allerlei soorten gelovigen, dat deze zorgen bij veel gelovigen (mutatis mutandis) veel terechter zijn.
Ook worden sommige atheïsten gedreven door slechte redenen, bijvoorbeeld negatieve ervaring met religie of afkeer van God. Dit betekent echter niet dat God niet bestaat, zoals Peels terecht opmerkt. Wel zijn dit soort redenen mogelijk uit te werken tot een argument dat iets zegt over Gods bestaan, zoals hij ook aangeeft. We zouden ze wellicht kunnen zien als *impliciete* atheïstische argumenten. Een volgens Peels slechte reden die dat volgens mij niet is, is het idee dat religie grond aan de wetenschap aan het verliezen is. Wetenschappelijke ontwikkelingen maken het bestaan van God wel degelijk onwaarschijnlijker, zoals ik [hier](https://infidels.org/library/modern/bart-klink-conflict/?ref=deatheist.nl) betoogd heb. Dit is voor veel huidige atheïsten een belangrijke reden, denk ik.
Verder moeten atheïsten oppassen alle gelovigen niet over een kam te scheren, en ze zeker niet te zien als allemaal fundamentalisten. Wel denk ik dat het aandeel van de fundamentalisten groter is dan Peels denkt, wat bijvoorbeeld blijkt uit het grote aandeel van creationisten wereldwijd (ik bespreek dat [hier](https://infidels.org/library/modern/bart-klink-conflict/?ref=deatheist.nl)). Ik vrees dat de verfijnde religieuze opvattingen van Peels zelf zeldzamer zijn dan die van fundamentalisten.
**Atheïstische filosofische aannames**
Het boek is sterk in het laten zien welke filosofische aannames atheïsten (vaak impliciet) maken. Dit betekent niet dat deze aannames ook onjuist of onverdedigbaar zijn (zoals Peels zelf ook opmerkt), maar wel dat ze verdedigd moeten worden wil een atheïst ervandaan kunnen vertrekken. Ik denk dat veel atheïsten op dit punt kunnen leren, zeker atheïsten met een natuurwetenschappelijke in plaats van een filosofische achtergrond. Ook ik leer nog steeds op dit gebied. Wel is het de vraag of daar altijd ruimte voor is, zeker in populaire literatuur of publieke debatten: je moet gezien de beperkte ruimte of tijd bepaalde aannames doen die je op dat moment niet kunt verantwoorden. Desalniettemin is het wel belangrijk je daarvan bewust te zijn en er goed over na te denken, en het boek van Peels helpt daarbij. De atheïst kan ermee voorkomen met de mond vol tanden te staan als een gelovige hem op zijn (impliciete) aannames wijst en hem vraagt die te verdedigen.
Een voorbeeld van zo’n aanname – in hoofdstuk 3 behandelt hij er een aantal als *cognitive frameworks* – is sciëntisme (een onderwerp waar Peels meer over gepubliceerd heeft overigens). Het probleem met sciëntisme is dat er nogal wat verschillende varianten van zijn. Een aantal daarvan zijn problematisch, zoals Peels ook laat zien. Ik meen echter dat er ook een variant is die niet vatbaar is voor Peels’ kritiek en goed te verdedigen valt, zoals ik ook [hier](https://www.deatheist.nl/een-verdedigbare-vorm-van-scientisme/) gedaan heb. Ook hier weer geldt dat sommige atheïsten te gemakkelijk een vorm van sciëntisme verdedigen (of impliciet aannemen) die problematisch is, zoals Peels ook laat zien.
**Atheïsme als *properly basic*?**
Hoofdstuk 4 vond ik het interessantst omdat het de kwestie waar de bewijslast ligt (bij de theïst of atheïst) benadert vanuit een voor mij nieuw perspectief: kan atheïsme een *properly basic belief* zijn? Dit zijn basale overtuigingen die niet verder hoeven te worden beargumenteerd, maar toch rationeel zijn. Als ik bijvoorbeeld nu de ervaring heb van een beeldscherm voor mij, hoef ik verder niet te beargumenteren dat er daadwerkelijk een scherm voor mij staat: mijn directe ervaring is genoeg. Sommige godsdienstfilosofen menen dat het bestaan van God ook zo’n overtuiging is, waardoor we rationeel in God kunnen geloven zonder enig argument.
Dit is zelfs onder gelovige godsdienstfilosofen controversieel, maar de interessante vraag die Peels stelt is of niet ook de atheïst iets vergelijkbaars kan beweren over zijn atheïsme, dat atheïsme dus redelijk is zonder argumenten te geven. Peels meent van niet en probeert te laten zien dat de situatie niet symmetrisch is. Ik denk niet dat hij daarin slaagt. Het lijkt me interessant om dit eens verder uit te diepen in de toekomst, dus ik volsta hier met slechts enkele opmerkingen.
Het bestaan van God is volgens mij niet *properly basic* omdat er succesvolle *defeaters* zijn. Dit zijn argumenten die de basale overtuiging tegenspreken (*rebutting*) of ondermijnen (*undermining*), waardoor deze niet zonder meer aangenomen kan worden en dus verder beargumenteerd zal moeten worden. Het voert te ver om daar nu verder op in te gaan, maar een voorbeeld van dergelijke kritiek geef ik [hier](https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/) en [hier](https://www.deatheist.nl/repliek-aan-van-eyghen-waarom-naturalistische-verklaring-wel-degelijk-debunkend-werken/) op religieuze ervaringen.
In zijn poging de asymmetrie aan te tonen, is Peels op zoek naar redenen waarom de gelovige zonder argumenten in God kan geloven. Daarbij neemt hij evenwel zaken over God aan die niet overduidelijk waar zijn, en dus eerst beargumenteerd moeten worden. Ik illustreer dat aan de hand van een voorbeeld: “*If* God exists, then there is a perfectly good and omnipotent being who created the world, including us. And if that’s true, then it is not at all unlikely that God wants us to *know* that he exists.” (p. 93). De vermeende ervaringen van de gelovige zouden dit dan bevestigen. Maar waarom zou dat zo zijn? Peels doet hier een aanname over God, maar beargumenteert die verder niet. Waarom zou God geïnteresseerd zijn in mensen, en niet bijvoorbeeld in zwarte gaten of waterstofatomen? En zelfs als Hij geïnteresseerd zou zijn in mensen, waarom zou Hij dan ook willen dat wij in Hem geloven? Het punt is niet dat er geen antwoorden op deze vragen zijn, maar dat je die eerst zult moeten geven en beargumenteren om tot de vermeende *properly* *basic* overtuiging van Peels te komen.
Als dit echter niet nodig is, kan de atheïst met een vergelijkbaar argument komen, bijvoorbeeld: als een algoede en almachtige God bestaat, is het onwaarschijnlijk dat er veel leed in de wereld is. Dergelijk leed is er wel, dus een algoede en almachtige God bestaat (waarschijnlijk) niet. Ook hier doet de atheïst aannames over God die hij verder niet beargumenteert, maar daarin verschilt hij dus niet van wat Peels in het bovengenoemde citaat doet. De gelovige die alleen op grond van zijn ervaring beweert dat God bestaat, is dus net zo (on)redelijk als de atheïst die alleen op grond van zijn ervaring beweert dat God *niet* bestaat.
Peels vraagt zich terecht af of, als een atheïst een “argumentative gap” dient te overbruggen om van zijn ervaring naar ongeloof te komen, die niet ook geldt voor de theïst. Hij meent van niet, want: “Many religious believers, certain philosophers included, claim that there are mystical experiences in which people experience God directly.” (p. 103) Maar dat is juist de vraag! Hoe weten ze dat het *God* is die ze ervaren, en niet iets anders, wat ze vervolgens als God *interpreteren*? De duiding van elke ervaring is ‘[theoriegeladen](https://en.wikipedia.org/wiki/Theory-ladenness?ref=deatheist.nl)’, in de zin dat je een ervaring altijd interpreteert in een bepaald wereldbeeld. Het zou ook nog kunnen zijn dat deze mystici hallucineren als ze menen God te ervaren. Het feit dat de ervaringen van gelovigen onderling nogal verschillen en soms zelfs conflicteren, problematiseert de waarachtigheid van dergelijke ervaringen nog verder. Ook de gelovige heeft dus een “argumentative gap” om te overbruggen en staat in dit opzicht dus op gelijke voet met de atheïst. Er valt over deze kwestie nog veel meer te zeggen, maar dat hoop ik te bewaren tot een later moment, want interessant is het wel.
**Atheïsten over geloof en gelovigen**
In het volgende hoofdstuk gaat Peels in op wat atheïsten over geloof en gelovigen zeggen. Hij begint met de claim dat gebed ineffectief zou zijn, gezien het wetenschappelijk onderzoek dat daarnaar gedaan is. Hij merkt terecht op dat gebed voor gelovigen meerdere doelen dient, waarvan het in vervulling gaan van gebed, bijvoorbeeld een voorbede, er slecht een is. Deze andere doelen kunnen evenwel ook bereikt worden als gebed slechts op placebo berust. Juist daarom is gebed dat *niet* gevoelig is voor placebo zo interessant, zoals bij de goede wetenschappelijke onderzoeken daarnaar.
Die vinden alleen niets. Dat kun je natuurlijk verklaren met oncontroleerbare theologische hypothesen, zoals Peels ook doet, maar zou het niet zeer interessant zijn als er wél iets uit zo’n onderzoek zou komen? Dan heeft de atheïst echt wat uit te leggen! De Bijbelse God heeft met dergelijke experimenten overigens geen moeite, zoals uit onder andere 1 Koningen 18 blijkt. Zo’n sterk verhaal, net als de andere grootse verhoringen van gebed in de Bijbel, is uiteraard niet te controleren. Ook is er geen overtuigende evidentie voor een effect van gebed anders dan placebo, zelfs niet buiten een experimentele setting (zie ook [hier](https://www.deatheist.nl/verricht-god-wonderen-kritische-kanttekeningen-bij-vermeend-goddelijk-ingrijpen/)). Dit is uiteraard precies wat je mag verwachten als atheïsme juist is.
Moderne atheïsten zien het bestaan van God vaak als een (gefaalde) hypothese. Peels merkt terecht op dat gelovigen dat niet doen, enkele uitzonderingen daargelaten. Ik denk echter dat dit vooral een *psychologisch* en *theologisch* gegeven is over gelovigen (ze *beleven* hun geloof niet als een hypothese, het is theologisch *ongepast*), maar *filosofisch* gezien kun je het bestaan van God wel degelijk zo zien. Een wereld waarin God bestaat, is namelijk een andere wereld dan een waarin God niet bestaat, zeker als het om de interacterende God gaat van de grote godsdiensten. Elke handeling van God in die wereld heeft empirische gevolgen, en is daarmee (in principe) empirisch aantoonbaar. Een wereld waarin Jezus vleselijk is opgestaan, is bijvoorbeeld een empirisch andere wereld dan een waarin hij dat niet is. Dit kun je daarom prima zien als een hypothese, al zal de gelovige dat om psychologische en theologische redenen niet doen.
Peels maakt de aardige vergelijking dat de liefde die je partner voor je heeft ook geen hypothese is. Het punt is echter dat een partner die van je houdt bepaalde dingen doet (of juist niet) die een partner die niet van je houdt niet zou doen. Het is alleen wat ongebruikelijk (en ongepast) dat verschil als een verschil in hypothese te zien, maar je kunt het wel zo zien.
We kunnen het idee van een hypothese ook iets oprekken naar een verklaring: gelovigen menen dat God bepaalde zaken verklaart: van de vermeende finetuning van de kosmos tot vermeende wonderbaarlijke genezingen. Ik denk dat je dergelijke goddelijke verklaringen kunt afzetten tegen naturalistische verklaringen, en dat naturalistische verklaringen dan [beter zijn](https://www.deatheist.nl/goddelijke-verklaringen/). Peels merkt hier terecht op dat God voor de gelovige méér is dan een goede verklaring, maar dat neemt niet weg dat God wel degelijk een slechte verklaring of gefaalde hypothese kan zijn, zoals atheïsten beweren, zeker als je het uit de psychologische context van de gelovige beleving haalt.
Vervolgens gaat Peels in op wat we mogen verwachten van een goddelijke openbaring. Mogen we van God niet iets beters verwachten dan een wereldbeeld en moraal die typische is voor die tijd en cultuur (zie [hier](https://www.deatheist.nl/de-bijbelse-wereld-wereldbeeld-goden-en-mythen/) en [hier](https://www.deatheist.nl/de-bijbel-als-oud-oosterse-mythologie/)), bijvoorbeeld met wetenschappelijke inzichten die onmogelijk door mensen destijds bedacht konden zijn? Volgens Peels niet, want God wil iets *anders* openbaren: “God wanted to reveal his goodness, his grace, his love, his intentions for humankind, his kingdom, his redemption in Jesus Christ, and the like, not a body of scientific or political knowledge.” (p. 129). Maar hoe weet Peels dit? Hij veronderstelt hier bepaalde theologische opvattingen, maar hoe weten we dat die juist zijn? Met het specifiek christelijke deel zijn miljarden andere gelovigen het alleen al oneens. De interessante vraag wat vermeende goddelijke openbaring betreft, is hoe we kunnen weten dat het méér is dan zuiver mensenwerk, zoals de gelovige meent. Op deze cruciale vraag geeft Peels helaas geen antwoord. Niets wijst erop dat vermeende openbaringen als de Bijbel of de Koran meer zijn dan mensenwerk alleen, precies zoals de atheïst verwacht.
Het laatste punt in dit hoofdstuk dat ik wil bespreken, is de *God of the Gaps*, een veelgehoorde kritiek van atheïsten richting gelovigen. Peels meent dan ook niet dat we God moeten zoeken in de gaten in onze kennis, maar doet, ironische genoeg, dat zelf wel op bepaalde punten, net als een aantal andere gelovige godsdienstfilosofen. Ik zal dat illustreren met drie voorbeelden. Peels noemt als slecht voorbeeld van een God-van-de-gaten de vermeende ‘[onherleidbare complexiteit](https://en.wikipedia.org/wiki/Irreducible%5Fcomplexity?ref=deatheist.nl)’ die volgens de aanhangers van [Intelligent Design](https://en.wikipedia.org/wiki/Intelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl) in de natuur te vinden is. De door hem gewaardeerde godsdienstfilosoof Alvin Plantinga [gebruikt dit echter als argument](https://www.deatheist.nl/het-echte-conflict-nog-steeds-tussen-wetenschap-en-religie/). Ook noemt hij Francis Collins als een voorbeeld van een invloedrijke gelovige die “careful \[is\] to avoid any God-of-the-gaps arguments” (p. 134), maar Collins komt zelf met een God-van-de-gaten [wat de menselijke moraal betreft](https://www.deatheist.nl/een-recensie-van-francis-collins-de-taal-van-god/).
Tot slot Peels zelf. Hij meent dat er gaten zijn die wél gebruikt mogen worden voor godsargumenten omdat het gaten zijn die “cannot be filled by science because the issue is beyond the purview of science” (p. 132). Als voorbeelden hiervan geeft hij “the big bang, the fine-tuning of the universe, human consciousness, beauty, and the regularity of nature” (p. 132). Heel wat natuurwetenschappers *will beg to differ*, want dit zijn actieve natuurwetenschappelijke onderzoeksgebieden, en daarin worden naturalistische verklaringen gegeven voor deze ‘gaps’. Peels beroept zich dus zelf ook op een God-of-the-gaps, terwijl hij atheïsten verwijt dit (weldenkende) gelovigen onterecht in de schoenen te schuiven.
**Atheïstische argumenten**
Ook in het volgende hoofdstuk komen we ironie tegen. Peels begint met het atheïstische argument dat een almachtige, intelligente en algoede God niet zo’n inefficiënt en gruwelijk proces als evolutie zou gebruiken voor Zijn schepping. Bekende atheïsten als Richard Dawkins en Sam Harris maken dit argument, en ik heb dit zelf ook gedaan (o.a. [hier](https://infidels.org/library/modern/bart-klink-evolution/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.deatheist.nl/waarom-schepping-en-evolutie-onverenigbaar-blijven-een-recensie-van-en-de-aarde-bracht-voort/)). Het probleem met dit argument is volgens Peels dat we hiervoor bepaalde intenties bij God als schepper moeten aannemen, en daarmee worden Dawkins en Harris “amateur theologians” (p. 146). Ironisch genoeg maakt Peels vervolgens *zelf* echter ook allerlei aannames over waarom God als Schepper wel weg kan komen met het inefficiënte en gruwelijke scheppingsmechanisme. Maar ook hier weer geldt: hoe weet Peels dit? Zijn aannames over God zijn minstens zo speculatief (en oncontroleerbaar!) als die van Dawkins en Harris. Peels *wants to have his cake and eat it too*. De theologische aannames van Dawkins en Harris lijken me zelfs nog redelijker, want het is (in ieder geval *prima facie*) duidelijk dat gigantisch veel gruwelijk leed strijdig is met een algoede en almachtige God, zoals veel gelovigen zelf ook aanvoelen.
Hetzelfde geldt voor het ‘[argument van schaal](https://www.deatheist.nl/het-argument-van-schaal/)’: is het universum dat we ontdekt hebben niet heel anders dan wat je mag verwachten als God het speciaal voor de mens geschapen heeft? Was een klein, geocentrische universum, zoals we dat ook in de [Bijbel](https://www.deatheist.nl/de-bijbelse-wereld-wereldbeeld-goden-en-mythen/) en Koran vinden, niet veel logischer geweest? Peels voelt de kracht van dit punt, want hij wijst op de theologische weerstand bij de acceptatie het moderne kosmologische wereldbeeld (ik bespreek dat ook [hier](https://www.deatheist.nl/hoe-duister-waren-de-middeleeuwen-een-recensie-van-hannams-gods-filosofen/)). Maar ook hier weet hij zijn truc weer in te zetten: *maybe* heeft God wel allerlei goede redenen om af te wijken van wat logisch lijkt? Wederom speculeert hij erop los.
Hierna behandelt bij het [probleem van het lijden](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/), of zoals het ook wel bekend staat: *the problem of evil*. Dit is misschien wel krachtigste en meest gehoorde atheïstische argument. Hij erkent dat dit een serieus probleem is, dat sinds Darwin alleen maar groter geworden is, vooral bij een Godsbeeld waarin God om mensen geeft. Hij bespreekt kort een aantal reacties op dit probleem (theodicees), maar moet toegeven: “that I do believe that the problem of evil remains the largest and most profound challenge for anyone who believes in God” (p. 163). De ernst van dit probleem hangt echter van het Godsbeeld, en hiervan kan de gelovige leren volgens Peels.
Ook het probleem van goddelijke verborgenheid wordt door Peels besproken: waarom blijft God voor zovelen verborgen, ook als ze naarstig en oprecht naar Hem op zoek zijn? Peels komt ook hier met een aantal *maybe*’s, maar moet toegeven: “the problem of divine hiddenness remains in many ways a serious obstacle and challenge” (p. 169). Wederom kan de gelovige zich hier afvragen of zijn Godsbeeld niet “all too primitive and anthropomorphic” (p. 169) is. Met dit atheïstische argument ben ik overigens zelf nog het minst bekend, dus dit is voor mij ook een uitnodiging om me hier nog eens in te verdiepen.
**Een open en kritische zoektocht**
Uit het laatste hoofdstuk wil ik twee zaken lichten. De gelovige Peels geeft concluderend toe dat atheïsme misschien rationeel kán zijn, afhankelijk van de gronden waarop dat gebeurt: “What we’ve seen, then, isn’t an answer to the question of whether atheism can sometimes be rational. Maybe it can, maybe it can’t.” (p. 175).
Dit hangt samen met de open en kritische zoektocht naar waarheid waarvoor Peels pleit. Volgens hem zijn daarbij vooral drie zaken belangrijk. Als eerste moeten we de mechanismen die voor onze overtuigingen zorgen verbeteren. Ten tweede moeten we het bewijs (*evidence*) goed bestuderen. Ten derde moeten we werken aan onze cognitieve deugden en zonden: “We can seek to be more open-minded, humbler, more thorough, more creative, or more perseverant. We can try to become less gullible, less narrow-minded, less stubborn, and less superficial.” (p. 179). Amen!
**Conclusie**
Het boek is eerlijk in dat het aangeeft waar de intellectuele problemen voor gelovigen zitten en waar ze kunnen leren van atheïstische argumenten. Peels roept ook op tot een open en kritische zoektocht naar de waarheid, hetgeen ik alleen maar kan onderschrijven. Uiteraard valt er ook genoeg kritiek te leveren op het boek, en wat ik hierboven gedaan heb, is slechts het topje van de ijsberg. Vooral de bijna grenzeloze theologische speculatie is frustrerend in een intellectueel debat. Het boek is desalniettemin leerzaam, vooral voor atheïsten – en zeker voor atheïsten met weinig tot geen filosofische achtergrond. De scherpe filosoof en theoloog Peels is een goede steen om de atheïstische geest aan te slijpen.
### Nog steeds fout: een repliek aan creationist Van Meerten
URL: https://www.deatheist.nl/nog-steeds-fout-een-repliek-aan-creationist-van-meerten/
Last updated: 2026-08-19T09:29:57.000Z
Pas net, via een mail van evolutiebiologe Gerdien de Jong, kwam ik erachter dat creationist Jan van Meerten op 16 december 2023 op zijn site [een reactie](https://oorsprong.info/feedback-vragen-2023-een-atheist-en-naturalist-leest-het-vogelsporenartikel-niet-volledig-ziet-de-aangebrachte-nuances-over-het-hoofd-en-mist-daardoor-het-punt/?ref=deatheist.nl) heeft geschreven op [mijn kritiek](https://www.deatheist.nl/hoe-een-creationist-paleontologisch-onderzoek-verkeerd-weergeeft/) op [zijn artikel](https://oorsprong.info/voetsporen-van-vogels-uit-het-trias-van-lesotho-vormen-een-uitdaging-voor-naturalistische-paleontologen/?ref=deatheist.nl) over vermeende problematische voetsporen, waarbij hij zelf het onderzoek niet goed heeft begrepen of weergeeft. Het was netjes geweest als hij mij daarvan op de hoogte gesteld had, wat gemakkelijk had gekund via Twitter (waar onze discussie ook speelde) of de mail (hij heeft mijn mailadres).
In zijn reactie gaat hij helaas nauwelijks inhoudelijk in op mijn kritiek, mist hij een belangrijk onderscheid en herhaalt hij ongefundeerde beschuldigingen jegens onderzoekers. Ik zal op de belangrijkste punten kort reageren. Hij lijkt in zijn reactie wel wat genuanceerder en voorzichtiger te worden dan in zijn oorspronkelijke artikel, dus dat is sowieso winst.
**Een probleem of niet?**
Van Meerten meent dat ik ten onrechte claim dat er volgens hem sprake is van een probleem. Dit is alleen zo in de triviale zin dat hij niet letterlijk het woord ‘probleem’ gebruikt. Hij meent echter wel dat deze sporen “Voor de dino-vogel-hypothese \[…\] niet te verteren” zouden zijn. De uitdrukking ‘niet te verteren zijn’ betekent volgens Van Dale ‘onaanvaardbaar’ zijn, en dat is wel degelijk veel sterker dan slechts een uitdaging, zoals Van Meerten nu terugkrabbelend meent. Ook meent hij dat het “vanuit een naturalistisch paradigma natuurlijk *niet mogelijk* en ook niet verwacht \[was\] dat zulke vogels deze voetsporen zouden hebben achtergelaten” (mijn nadruk). Als iets onaanvaardbaar en “niet mogelijk” is, is er wel degelijk sprake van een probleem, niet slechts van een uitdaging.
De vraag is zelfs of de kwalificatie ‘uitdaging’ de situatie goed beschrijft. De onderzoekers gebruiken deze term niet, het is Van Meertens creationistische interpretatie van hun onderzoek. In feite betekenen deze voetsporen hooguit een relatief kleine herzieningen van het tijdschema van de evolutie van vogels – áls het al daadwekelijk *vogel*sporen zijn. Dergelijke herzieningen komen overal in de wetenschap voor en zijn in die zin niets bijzonders. Het heeft ook niets met een “naturalistische basisovertuiging” die “ongeacht wat daar tegenop komt overeind \[moet\] blijven” te maken, zoals Van Meerten meent.
Hij meent dat zelfs “Precambrische zoogdieren” geen probleem zouden zijn “vanwege datamassage, herinterpretatie, convergentie of de bewering ‘dit type is toch ouder dan eerder gedacht’”. Die vergelijking gaat uiteraard geheel mank, want het gaat hier om een veel grotere tijdsperiode (ca. 313-538 miljoen vs. 60 miljoen jaar ouder, afhankelijk van welk zoogdier), maar vooral veel grotere evolutionaire stappen (In het Precambrium waren er nog niet eens gewervelden).
**Vogel of vogelachtige?**
Een volgend wezenlijk punt probeert Van Meerten tot een semantische kwestie terug te brengen, maar daarbij mist hij een zeer belangrijk biologisch onderscheid: het verschil tussen een vogel (taxonomische klasse [Aves](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vogels?ref=deatheist.nl)) en een vogelachtige. Het achtervoegsel ‘-achtige’ betekent ‘gelijkend op’. Zo wordt het in de taxonomie ook gebruikt: een taxonomische groep die eindigt op -achtige is namelijk veel breder en evolutionair meestal (veel) ouder. Een [mensachtige](https://nl.wikipedia.org/wiki/Hominidae?ref=deatheist.nl) is taxonomisch ook wat anders dan een mens. Je moet die twee categorieën dus onderscheiden, zeker als je daar grote claims over maakt, zoals Van Meerten hier doet.
De onderzoekers maken dat onderscheid dan ook netjes, maar Van Meerten niet, niet alleen in de kop, maar ook niet of nauwelijks in de rest van het artikel. Zijn hele punt (uitdaging of probleem) vervalt namelijk als de sporen van een vogelachtig dier blijken te zijn in plaats van een echte vogel. Overigens is de term ‘vogelachtigen’ (voor zover ik weet) geen officiële taxonomische groep, maar wordt in het onderzoeksartikel gebruikt omdat de data niet uitsluitend bij vogels passen. Aangezien de poten van (niet-vogel-)theropoden [sterk lijken](https://emilywilloughby.com/art/gallery/diagrams/theropod-foot-comparison?ref=deatheist.nl) op die van vogels, kunnen die ook vogelachtige afdrukken nalaten.
Dat ik zou ‘koppensnellen’ is ook domweg onjuist: Van Meerten gebruikt de voor de sporen onjuiste kwalificatie ‘vogel’ meermaals buiten de kop. De *juiste* kwalificatie ‘vogelachtig’ gebruikt hij daarentegen slechts één keer. In zijn reactie op mijn kritiek lijkt hij hiervan geleerd te hebben, want daar heeft hij het nu wel vaak over sporen van “vogels (of: vogelachtigen)”.
Belangrijker is echter *waarom* de onderzoekers niet spreken van *vogel*sporen, maar van *vogelachtige* sporen. Zoals ik in mijn kritiek op Van Meerten al had uitgelegd, is de reden daarvoor dat de data daarop wijzen: de sporen zijn “not distinctly avian”. Op dit cruciale inhoudelijk punt gaat Van Meerten echter niet in. Dat is ook niet zo vreemd, want daarmee vervalt het hele punt van zijn stuk. Hij meent slechts dat er sprake is van een “naturalistische bias”, maar negeert dus domweg de onderzoeksdata. Mijn uitleg waarom deze sporen ook van (niet-vogel-)theropoden kunnen zijn, noemt Van Meerten een “nutteloos betoog”. Dat is het uiteraard zeker niet, want de poten van (niet-vogel-)theropoden [lijken sterk](https://emilywilloughby.com/art/gallery/diagrams/theropod-foot-comparison?ref=deatheist.nl) op die van vogels, en hun sporen ook. Theropodensporen zijn ook bekend uit dezelfde periode, zoals die van [*Grallator*](https://en.wikipedia.org/wiki/Grallator?ref=deatheist.nl).
**Wederom ongefundeerde beschuldigingen**
In zijn reactie beschuldigt Van Meerten de auteurs van een ouder [onderzoek naar andere sporen in de Santo Domingo-formatie](https://www.nature.com/articles/nature00818?ref=deatheist.nl) opnieuw van “datamassage en wetenschappelijk kersenplukken”. Dit is een zware beschuldiging van fraude die van Meerten op geen enkele manier staaft. De ware reden dat dit onderzoek is ingetrokken, is dat de aardlaag waarin deze sporen zaten verkeerd gedateerd is. Ook in wetenschappelijk onderzoek worden fouten gemaakt, en als daardoor artikelen niet meer kloppen, worden ze vaak teruggetrokken. Dit is een gangbare praktijk overal in de wetenschap. In plaats van de werkelijke reden te bespreken, beschuldigt hij de onderzoekers zonder grond van fraude, een kwalijke zaak.
**Problemen voor zondvloedgeologie**
In mijn kritiek wijs ik ook nog op twee problemen voor een creationistische verklaring voor deze vogelsporen: 1) Hoe ontstaan voetsporen in lagen die afgezet zouden zijn *tijdens* de vloed? 2) Waarom vinden we geen vogelsporen in de oudste aardlagen (of in ieder geval ouder dan het Trias) als vogels er vanaf het begin geweest zijn, zoals de creationist gelooft? Voetsporen op het land komen overigens in [alle lagen vanaf het Perm](https://www.csun.edu/~vcgeo005/Flood%20geology.pdf?ref=deatheist.nl) voor.
Van Meerten lijkt te denken dat de problemen voor vloedgeologie zitten in dat de botten in latere lagen zitten dan de voetsporen, want dit herhaalt hij ook in zijn reactie. Dit is echter *wat anders* dan de twee problemen waarop ik wees in mijn kritiek. Op mijn eerste probleem gaat Van Meerten geheel niet in in zijn reactie.
Over het tweede probleem zegt hij: “In deze creationistische visie leefden Cambrische fossielen gelijktijdig met Mesozoïsche fossielen. Ze zijn alleen relatief gezien eerder afgezet.” Maar dit is geen verklaring voor de *specifieke sortering* die we vinden: waarom vinden we *geen enkel spoor* van vogels in Cambrische lagen, of welke andere laag ouder dan het Trias dan ook? Dát is de vraag die Van Meerten moet beantwoorden, maar niet doet. De twee problemen voor zondvloedgeologie waarop ik wees, blijven dus staan.
**Kersenplukken?**
Van Meerten verwijt mij aan kersenplukken te doen omdat ik [*Protoavis*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Protoavis?ref=deatheist.nl) niet bespreek. Dat doe ik niet omdat het voor mijn punt niet uitmaakt. Uiteraard weet ik dat deze soort zeer controversieel is, en niet alleen vanwege de ouderdom. Experts betwijfelen of de fossielen wel echte vogelkenmerken bevatten, en zelfs of het wel één taxon is. De fossielen zijn namelijk niet *in situ* gevonden (wat de verbanden tussen de botten lastig te bepalen maakt) en zijn waarschijnlijk van minstens twee soorten.
Ik bagatelliseer ook de ichnologie (onderzoek naar fossiele sporen) niet, zoals Van Meerten meent. Sporen geven belangrijke, maar ook beperkte informatie. Er is daardoor vaak (enige) onzekerheid over wie de sporen gemaakt heeft, en dat is ook hier het geval.
**Basisovertuigingen en meten twee maten?**
De dino-vogel-hypothese zou volgens Van Meerten “een naturalistische basisovertuiging” zijn die “te vuur en te zwaard verdedigd” wordt. Eenieder die op de hoogte is van de geschiedenis van de paleontologie op dit gebied, weet dat dit onzin is. De hypothese werd al vroeg serieus genomen wegens anatomische overeenkomsten tussen moderne vogels en reptielen, en tussen vogels en bepaalde dinosaurusfossielen. Wetenschappelijke evidentie dus. Toen de fossiele evidentie voor deze overgang de afgelopen decennia sterk is toegenomen (waaronder gevederde dino’s), is er langzamerhand een consensus ontstaan. Dit is hoe wetenschappelijke inzichten horen te veranderen. Deze geschiedenis blijkt ironisch genoeg ook uit de [bron](https://www.lyellcollection.org/doi/abs/10.1144/sp343.15?ref=deatheist.nl) die Van Meerten zelf aanhaalt.
Tot slot wijst Van Meerten erop dat twee populairwetenschappelijke artikelen ([hier](https://www.popularmechanics.com/science/animals/a46029478/ancient-bird-footprints-discovered/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://cosmosmagazine.com/history/palaeontology/oldest-bird-tracks-fossil-africa/?ref=deatheist.nl)) ook over vogelsporen spreken. Helaas zijn populairwetenschappelijke artikelen wel vaker ongenuanceerd of zelfs misleidend in hun weergave van het onderzoek waarover ze schrijven. Ze geven in de loop van de artikelen overigens wel aan dat het om “bird-*like* footprints” voetsporen gaat die “*similar* to bird tracks” en “*very close* in size and proportions to the footprints of birds” zijn (mijn nadruk), en dat het niet zeker is wie ze gemaakt heeft. Dat populairwetenschappelijke tijdschriften zo’n fout maken, praat de fout van Van Meerten uiteraard niet goed. Het is ook niet zo dat ik deze artikelen niet bekritiseer omdat “die artikelen vanuit een naturalistische basisovertuiging opereren”, maar simpelweg omdat ik ze niet kende. Ik meet dan ook niet met twee maten: deze auteurs maken dezelfde fout als Van Meerten.
**Conclusie**
Concluderend kunnen we stellen dat Van Meerten nog steeds het onderzoek verkeerd weergeeft als hij vol blijft houden dat deze vondsten “voor de dino-vogel-hypothese \[…\] niet te verteren” zouden zijn. Gelukkig is hij in zijn reactie voorzichtiger geworden door nu veel vaker over “vogels *of vogelachtigen*” te spreken. Dan is er alleen geen probleem meer en komt het hele punt van zijn stuk te vervallen. Hij probeert de conclusie van de onderzoekers af te doen als “naturalistische bias”, maar negeert nog steeds de daadwerkelijke data uit het onderzoek waarop die conclusie gebaseerd is. Er is geen probleem of zelfs maar een uitdaging voor de evolutie van vogels, hooguit en *mogelijk* (als het om daadwerkelijke *vogel*sporen gaat) een chronologische herziening, wat wel vaker gebeurt in historische wetenschappen. Helaas negeert hij ook de problemen die deze sporen wél opleveren voor de zondvloedgeologie.
### Hoe een creationist paleontologisch onderzoek verkeerd weergeeft
URL: https://www.deatheist.nl/hoe-een-creationist-paleontologisch-onderzoek-verkeerd-weergeeft/
Last updated: 2026-08-25T16:43:02.000Z
Creationist Jan van Meerten meent dat een [recente beschrijving van oude vogelachtige voetsporen](https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0293021&ref=deatheist.nl) een probleem zou opleveren voor de evolutie van vogels uit [theropode dinosauriërs](https://en.wikipedia.org/wiki/Theropoda?ref=deatheist.nl), de huidige consensus onder paleontologen. Het probleem zou zijn dat vogelsporen niet in zo’n oude aardlaag zouden mogen zitten, aangezien de eerste benige fossielen van vogels veel jonger zijn. Van Meerten geeft in [zijn bespreking](https://oorsprong.info/voetsporen-van-vogels-uit-het-trias-van-lesotho-vormen-een-uitdaging-voor-naturalistische-paleontologen/?ref=deatheist.nl) ervan het onderzoek echter verkeerd weer, waardoor er een probleem *lijkt* te zijn. Ik laat hieronder zien waar hij de mist ingaat.
Het gaat al mis bij de titel. De onderzoekers spreken consequent over “vogelachtige” (“bird-like”) voetsporen, terwijl Van Meerten daar “voetsporen van vogels” van maakt, alsof het om sporen gaat die uitsluitend door (moderne) vogels gemaakt kunnen zijn. Hij onderbouwt dit verder niet, terwijl de onderzoekers aangeven én onderbouwen waarom de voetsporen *lijken* op die van vogels, maar niet uniek voor vogels zijn: “Our *Trisauropodiscus* Morphotype II has a convincingly avian affinity but is not distinctly avian, as it lacks a well-developed digit III metatarsophalangeal pad and preserves no direct evidence of associated hallux impressions” Van Meerten vermeldt dit belangrijke punt niet. Verderop in de tekst heeft hij het echter wel over “vogelachtig” en “lijken op Cenozoïsche en moderne vogelvoetsporen”. Waarom dan niet overal, zoals correct is? Omdat er dan geen probleem meer is!
De voetsporen van kleine theropoden lijken sterk op die van vogels (zie [hier](https://emilywilloughby.com/art/gallery/diagrams/theropod-foot-comparison?ref=deatheist.nl) voor een vergelijking), dus het is goed mogelijk dat een nog onbekende theropode de voetsporen gemaakt heeft, zoals de onderzoekers ook voorstellen. Dit is niet ad hoc (zoals Van Meerten beweert), maar gebaseerd op wat we weten over morfologie en het fossielenbestand.
Op grond van de afdruk *alleen* is domweg niet met zekerheid te zeggen of ze door een vogel gemaakt zijn of een beest dat daar qua pootvorm sterk op lijkt. Daarom zijn de onderzoekers ook voorzichtig en spreken ze consequent van “bird-like”. Van Meerten doet dit niet en doet alsof het duidelijk is dat een vogel de maker moet zijn. Dat doet hij omdat hij denkt dat er dan een probleem is: “Hoewel deze sporen duidelijk lijken op voetsporen van Cenzoïsche en moderne vogels is dat vanuit een naturalistisch paradigma natuurlijk niet mogelijk en was dit ook niet verwacht.” Het zou “niet te verteren” zijn.
Voetsporen die *lijken* om die van vogels, zijn echter heel goed mogelijk, want de poten van theropoden [lijken sterk](https://emilywilloughby.com/art/gallery/diagrams/theropod-foot-comparison?ref=deatheist.nl) op die van vogels. Zelfs als het echt vogelsporen zijn, dan betekent dat slechts vogels al eerder ontstaan zijn dan tot nu toe gedacht werd. Dat zou opmerkelijk zijn, maar niet problematisch: theropoden (waaruit de vogels zijn ontstaan) gaan minstens zover terug. Vogelsporen uit het Devoon zouden wel problematisch zijn, want dat is ver voor het ontstaan van de theropoden, maar die zijn er niet.
Van Meerten stelt ook: “De auteurs laten overigens merken dat deze vermeende dino-naar-vogel-transitie nog steeds omstreden is.” Ook dit is onjuist. De onderzoekers schrijven: “The dinosaurian origin of modern birds (Neornithes) *unequivocally* points to Maniraptora, a group of theropods” (nadruk BK). Alleen de *timing* hiervan is onduidelijk, zoals de onderzoekers ook benoemen.
Verder stelt Van Meerten over een eerdere beschrijving naar andere voetsporen dat "de gevonden vogelsporen in de Santo Domingo Formatie \[...\] na wetenschappelijk kersenplukken werden deze voetsporen uiteindelijk wél gezien als vogelsporen en gedateerd als Cenozoïsche voetsporen." Uit de [bron](https://nature.com/articles/nature00818?ref=deatheist.nl) die hij hiervoor geeft, blijkt dat echter helemaal niet. Deze onderzoekers hebben het over een "unknown group of Late Triassic theropods having some avian characters". Hij bespreekt dit onderzoek ook in een [eigen presentatie](https://oorsprong.info/tien-redenen-waarom-ik-creationist-ben/?ref=deatheist.nl) waarnaar hij verwijst en meent dat de sporen geherdateerd zijn, maar de bron hiervoor is niet duidelijk.
Tot slot meent Van Meerten dat deze sporen goed te verklaren zijn door de creationist, maar negeert daarbij twee grote problemen. 1) Hoe ontstaan voetsporen in lagen die afgezet zouden zijn *tijdens* de vloed? 2) Waarom vinden we geen vogelsporen in de oudste aardlagen (of in ieder geval ouder dan het Trias) als vogels er vanaf het begin geweest zijn, zoals de creationist gelooft?
Kortom: Van Meerten geeft het onderzoek verkeerd weer, waardoor hij denkt dat er een probleem voor het ontstaan van vogels binnen de dinosauriërs is dat er niet is. Het is juist de creationist die hier een probleem heeft.
### Hoe duister waren de Middeleeuwen? Een recensie van Hannams ‘Gods filosofen’
URL: https://www.deatheist.nl/hoe-duister-waren-de-middeleeuwen-een-recensie-van-hannams-gods-filosofen/
Last updated: 2026-08-25T16:40:42.000Z
Veel mensen associëren de (Europese) Middeleeuwen, grofweg de tijd tussen 500 en 1500 n.C., met duisternis. In het Engels worden ze om die reden vaak de *Dark Ages* genoemd. Bijgeloof en geloof namen een belangrijke plaats in, de Kerk was oppermachtig en van wetenschap was weinig te merken, zo is het populaire idee. De afgelopen decennia hebben historici dit beeld bekritiseerd. James Hannam is een van die critici. Hij wil met zijn boek *God's Philosophers: How the Medieval World Laid the Foundations of Modern Science* uit 2009 laten zien dat dit duistere beeld onterecht is. Ik was dan ook erg benieuwd naar de vele verlichte denkers en wetenschappelijke ontwikkelingen uit die tijd die ik blijkbaar gemist had. Tijdens het lezen van het boek bleef ik ze grotendeels missen. Ironisch genoeg bevestigde Hannam juist vooral het (intellectueel) duidstere beeld dat ik van de Middeleeuwen had.
Ik heb het gelezen in de Nederlandse vertaling: *Gods filosofen: hoe in de middeleeuwen de basis werd gelegd voor de moderne wetenschap*. Volgens de ondertitel werd in de Middeleeuwen dus de basis gelegd voor de moderne wetenschap. Dat bleek echter nogal tegen te vallen, zoals ik hieronder in mijn bespreking zal laten zien. Dat Hannam hier overigens op *natuur*wetenschap doelt, blijkt uit de oorspronkelijke ondertitel, waarin het woord ‘science’ staat. Hannam gebruikt in het boek veelvuldig het woord ‘wetenschap’ (‘science’ in het origineel), terwijl ‘natuurfilosofie’ (‘[natural philosophy](https://en.wikipedia.org/wiki/Natural%5Fphilosophy?ref=deatheist.nl)’) gepaster was geweest, en ook in de literatuur gebruikelijker is voor het besproken werk. Hij erkent dit en zegt dat “dit de term \[is\] die in dit hele boek zal worden gebruikt” (p. 18), maar doet dat vervolgens niet.
**De eerste hoofdstukken**
De eerste hoofdstukken gaan vooral over hoe een aantal praktische middelen zijn uitgevonden of verfijnd (o.a. stijgbeugel, ploeg, kompas), over hoe Griekse logica werd toegepast op een theologische ongerijmdheid als de drie-eenheid en hoe met de rede een onderscheid gemaakt kon worden tussen primaire en secundaire goddelijke oorzaken. Wetenschap in een zeer brede zin (rede, filosofie) werd hier vooral gebruikt voor theologisch doeleinden. In deze hoofdstukken staan ook nog aardige anekdotes, zoals die over het liefdesleven van [Pierre Abélard](https://en.wikipedia.org/wiki/Peter%5FAbelard?ref=deatheist.nl) (1079-1142), maar wat is daarvan de relevantie voor dit boek?
Ook wijst Hannam op de belangrijke rol van de vertalingen die gemaakt zijn van Griekse en Arabische werken naar het Latijn. Vooral het werk van Aristoteles nam hierbij een belangrijke plaats in. Dit vertalen is belangrijk, maar niets origineels, en zeker geen natuurwetenschap. Hannam beschrijft ook hoe de eerste universiteiten opkwamen in de 12e en 13e eeuw, maar daar werd vooral rechten, filosofie en theologie gedoceerd. Filosofie mocht hierbij nooit tegen de theologie van de orthodoxie ingaan. Geneeskunde betekende hier het werk van eeuwenoude (niet-christelijke) voorgangers bestuderen. Natuurwetenschappelijk onderzoek werd er niet gedaan.
Ketters belandden regelmatig op de brandstapel, zo lezen we. Rede en logica mochten gebruikt worden om het christendom te verdedigen, niet om het te ondermijnen. Aristoteles was een controversiële filosoof omdat niet alles wat hij schreef rijmde met de christelijke leer, maar hij werd wel uitgebreid bestudeerd. Werken die ketterij konden inspireren, werden verboden, waartoe de [Inquisitie](https://en.wikipedia.org/wiki/Inquisition?ref=deatheist.nl) als professioneel instituut werd opgericht. Denkers die te veel afweken van de orthodoxe lijn, werd het zwijgen opgelegd. Is dit niet precies de (intellectuele) duisterheid die zovelen met de Middeleeuwen associëren? De besproken architectuur van de gotische kathedralen is uiteraard indrukwekkend, maar heeft weinig met natuurwetenschap te maken.
In het hoofdstuk over de geneeskunst (7) lezen we dat artsen niet veel beter presteerden dan kruidenvrouwtjes. Magie en astrologie speelden een belangrijke rol. Nadat de werken van de Arabieren en Grieken in het Latijn vertaald waren, werden hun – grotendeels onjuiste – ideeën op dit gebied overgenomen. Een echte verbetering daarop vond pas plaats *na* de Middeleeuwen.
In het hoofdstuk daarna gaat Hannam nog verder in op de astrologie. Hiervoor was astronomische en wiskundige kennis nodig, maar ook die werden vooral aan veel oudere werken ontleend. Er lijkt weinig origineel astronomisch onderzoek te hebben plaatsgevonden, en zeker niet buiten een astrologische context. Alchemie werd ook veel beoefend, en daaruit zijn volgens Hannam enige zinnige scheikundige inzichten en technieken voortgekomen. Hierbij werd overigens ook veel voortgeborduurd op veel oudere inzichten. Deze ontwikkelingen zorgen voor enig licht in de duisternis, maar ook deze twee hoofdstukken bevestigen vooral het duistere beeld van de Middeleeuwen, waarin magie en bijgeloof welig tierden. De Kerk probeerde dit alles in toom te houden.
**Een kering van het duistere tij?**
Pas vanaf het einde van de Middeleeuwen (dertiende en veertiende eeuw) lijkt het duistere tij wat te keren. [Petrus Peregrinus](https://en.wikipedia.org/wiki/Petrus%5FPeregrinus%5Fde%5FMaricourt?ref=deatheist.nl) (fl. 1269) was een van de weinigen die daadwerkelijk experimenteerde, in zijn geval met magnetisme. [Roger Bacon](https://en.wikipedia.org/wiki/Roger%5FBacon?ref=deatheist.nl) (1214-1292) krijgt meer aandacht. Hij hield zich, naast astrologie en alchemie, veel bezig met licht en zicht (optica). Daarvoor bestudeerde hij kritisch de werken van Grieken en Arabieren. Net als een aantal van zijn tijdgenoten observeerde hij passief, maar experimenteerde niet. Bacon benoemde ook als eerste de bril, wat laat zien dat er enige toepasbare kennis over lenzen was.
Een aantal technologische ontwikkelingen vonden tevens plaats in de late Middeleeuwen. [Richard of Wallingford](https://en.wikipedia.org/wiki/Richard%5Fof%5FWallingford?ref=deatheist.nl) (1292–1336) ontwikkelde de *Albion*, een soort rekenmachine waarmee de posities van sterren en planeten bepaald kon worden. Hiervoor was astronomische en wiskundige kennis nodig. Wat Hannam echter niet vermeldt, is dat een [dergeljke machine](https://en.wikipedia.org/wiki/Antikythera%5Fmechanism?ref=deatheist.nl) ook al door de oude Grieken was bedacht en gemaakt. In grofweg dezelfde tijd werd ook de mechanische klok uitgevonden. Via [William of Ockham](https://en.wikipedia.org/wiki/William%5Fof%5FOckham?ref=deatheist.nl) (1285-1347, van het bekende [scheermes](https://en.wikipedia.org/wiki/Occam%27s%5Frazor?ref=deatheist.nl)), die kritisch was op Aristoteles, voert Hannam ons naar de [Merton Calculators.](https://en.wikipedia.org/wiki/Oxford%5FCalculators?ref=deatheist.nl) Deze veertiende-eeuwse wiskundigen probeerden wiskunde te koppelen aan natuurkunde. Ze voerden zelf geen experimenten uit. We zitten ondertussen aardig aan het einde van de Middeleeuwen. Hannam noemt hier overigens ook nog [Johannes Philoponus](https://en.wikipedia.org/wiki/John%5FPhiloponus?ref=deatheist.nl) (490-570), die als een van de weinige middeleeuwers wel lijkt te hebben geëxperimenteerd (met valsnelheden in zijn geval).
**Het wetenschappelijk hoogtepunt van de Middeleeuwen?**
In de veertiende eeuw verspreidde het werk van de Merton Calculators zich over heel Europa. Het zou het wetenschappelijk hoogtepunt worden van de Middeleeuwen en wordt als zodanig besproken in hoofdstuk 12\. [Johannes Buridanus](https://en.wikipedia.org/wiki/Jean%5FBuridan?ref=deatheist.nl) (ca. 1300-1361) was ook kritisch op Aristoteles en borduurde voort op het werk van Philoponus toen hij zijn eigen theorie over [*impetus*](https://en.wikipedia.org/wiki/Theory%5Fof%5Fimpetus?ref=deatheist.nl) vormde. Dit (onjuiste) idee hield in dat een bewegende bal voortbewoog doordat het impetus had gekregen, wat afhankelijk was van gewicht en snelheid. Zonder tegenkracht zou impetus behouden blijven, wat verklaart dat de hemellichamen blijven draaien. Het begint hiermee te lijken op latere ideeën over [massatraagheid](https://en.wikipedia.org/wiki/Inertia?ref=deatheist.nl) en [impuls](https://en.wikipedia.org/wiki/Momentum?ref=deatheist.nl).
Een andere interessante besproken figuur is [Nicole Oresme](https://en.wikipedia.org/wiki/Nicole%5FOresme?ref=deatheist.nl) (ca. 1323-1382). Hij was een tegenstander van astrologie (wat uitzonderlijk was), leverde wiskundige inzichten en droeg bij aan de discussie over de draaiing van de aarde. Hij had de juiste verklaring voor het feit dat een recht omhooggeschoten pijl door de draaiing van de aarde niet *achter* de schutter terechtkomt, zoals men op grond van Aristoteles zou denken. Hij meende echter dat God, vanuit Zijn gezichtspunt, het beste kon weten of de aarde draaide. Oresme gebruikte dan ook de Bijbel (Ps. 93:1) om te concluderen dat de aarde stil moest staan. Christenen in de gehele Middeleeuwen hebben geloofd dat de aarde stilstond, terwijl verschillende [oude Grieken en later Arabieren](https://en.wikipedia.org/wiki/Earth%27s%5Frotation?ref=deatheist.nl#History) al betoogden dat de aarde zelf draaide. Het licht dat bij Oresme even leek door te komen, doofde dus al snel.
Dat de Kerk zelfs tijdens dit hoogtepunt nog beperkingen wist op te leggen, blijkt uit het laatste voorbeeld uit dit hoofdstuk: [Nicholas d'Autrécourt](https://en.wikipedia.org/wiki/Nicholas%5Fof%5FAutrecourt?ref=deatheist.nl) (1299-1369). Zijn [atomisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Atomism?ref=deatheist.nl) leverde problemen op voor de leer van de [transsubstantiatie](https://en.wikipedia.org/wiki/Transubstantiation?ref=deatheist.nl). Zijn werk werd onderzocht en de paus veroordeelde hem als ketter. Hij hoefde dat niet met de dood te bekopen, maar moest zijn ideeën afzweren en zijn werk werd verbrand. De middeleeuwse wetenschap raakte halverwege de veertiende eeuw in verval door de pest, die zeer veel slachtoffers maakte.
In het volgende hoofdstuk bespreekt Hannam nog meer belangrijke geleerden. [Nicolaas van Cusa](file:///Users/bartklink/Documents/Under%20construction/Nicolaas%20van%20Cusa) (1400-1464) speculeerde dat de aarde draaide, niet het middelpunt van het universum was en zelfs dat elders levensvormen kunnen bestaan. Dit was geen probleem, zolang het maar hypothetisch bleef. Hij benadrukte ook het belang van zorgvuldig meten, maar daar werd geen gehoor aan gegeven, ook niet door hemzelf. [Pierre d’Ailly](https://en.wikipedia.org/wiki/Pierre%5Fd%27Ailly?ref=deatheist.nl) (1350-1420) hield zich bezig met de vraag of je in het oosten kon komen door naar het westen te varen, en hoe groot die afstand was. Dat deed hij niet door zelf onderzoek te doen, maar door het werk van [Eratosthenes](https://en.wikipedia.org/wiki/Eratosthenes?ref=deatheist.nl) (3e v.C.) en [Ptolemaeus](https://en.wikipedia.org/wiki/Ptolemy?ref=deatheist.nl) (2e eeuw n.C.) te bestuderen. Het werk van d’Ailly beïnvloedde [Christoffel Columbus](https://en.wikipedia.org/wiki/Christopher%5FColumbus?ref=deatheist.nl) (1451-1506). [Johannes Gutenberg](https://en.wikipedia.org/wiki/Johannes%5FGutenberg?ref=deatheist.nl) (ca. 1398-1468) vond de boekdrukkunst uit (al bestonden varianten ervan en papier [al langer](https://en.wikipedia.org/wiki/Printing?ref=deatheist.nl)). Vooral de combinatie met het relatief kleine aantal letters uit het Romeinse alfabet maakte dat Europese boeken nu op veel grotere schaal geproduceerd konden worden.
Hannam ziet deze mannen nog als middeleeuwers, want hij laat de Middeleeuwen lopen van 476 tot 1500\. Wikipedia en de Encyclopedia Britannica zien ze echter als een van de eerste geleerden van de Renaissance. De overgang van Middeleeuwen naar de Renaissance wordt door verschillende bronnen ergens tussen de dertiende en vijftiende eeuw geplaatst, deels afhankelijk van locatie. Je zou dus zelfs kunnen zeggen dat wat Hannam als hoogtepunt van de middeleeuwse wetenschap ziet (veertiende eeuw), ook gezien kan worden als het begin van de Renaissance. Hannam benoemt dat de meeste historici de Renaissance zien van grofweg eind veertiende eeuw tot begin zestiende eeuw (p. 231), dus inderdaad grotendeels wat Hannam ziet als het hoogtepunt van de Middeleeuwen.
**Humanisme en Reformatie**
In het volgende hoofdstuk gaat Hannam in op het humanisme en de Reformatie. Gezien mijn beperkte kennis op dit gebied kan ik zijn claims moeilijk op waarde schatten. Ik vermoed op grond van taalgebruik (o.a. “onverbeterlijke reactionairen”, p. 232) de nodige *bias* in zijn bespreking van het humanisme, wat bevestigd wordt als ik zijn beschrijving vergelijk met die van [Wikipedia](https://en.wikipedia.org/wiki/Renaissance%5Fhumanism?ref=deatheist.nl) of de [Encyclopedia Britannica](https://www.britannica.com/topic/humanism?ref=deatheist.nl). Hij lijkt net zo’n karikatuur van het humanisme te schetsen als hij anderen verwijt van de Middeleeuwen te doen.
Uit zijn bespreking van de Reformatie leer ik vooral dat het bij de protestanten niet veel beter was voor afwijkende opvattingen. Arts en theoloog [Michael Servetus](https://en.wikipedia.org/wiki/Michael%5FServetus?ref=deatheist.nl) (1511-1553) moest als [unitariër](https://en.wikipedia.org/wiki/Unitarianism?ref=deatheist.nl) eerst de Inquisitie ontvluchten en werd daarna alsnog door Johannes Calvijn veroordeeld als ketter. Hij werd levend verbrand. Uit dit en het volgende hoofdstuk (15) blijkt verder dat in de zestiende eeuw werd geprobeerd van astrologie een wetenschap te maken, wat uiteraard gedoemd was te mislukken. Ontwikkelingen in de wiskunde waren er wel en de arts [Girolamo Cardano](https://en.wikipedia.org/wiki/Gerolamo%5FCardano?ref=deatheist.nl) (1501-1576) was vooral succesvoller dan zijn collegae – door wat hij *niet* deed.
**Geneeskunde en anatomie**
Hoofdstuk 16 gaat over mijn vakgebied: geneeskunde en anatomie. In [een geschiedenis van de anatomie](https://www.amazon.com/History-Human-Anatomy-Vid-Persaud/dp/0398081042?ref=deatheist.nl) las ik eerder dat er *voor* en *na* de Middeleeuwen veel ontwikkelingen waren, maar *in* deze periode niet veel, zeker niet in Europa. Zou Hannam dat beeld veranderen? Het antwoord is ontekkend. De bekende arts [Paracelsus](https://en.wikipedia.org/wiki/Paracelsus?ref=deatheist.nl) (1493-1541) bedreef een “hutspot van magie, godsdienst, natuurfilosofie en geneeskunde” (p. 269). Het snijden werd vooral uitgevoerd door chirurgijnen, handwerkers die lager stonden dan professionele artsen. De laatste groep hield meer vast aan de autoriteit van Grieken en Romeinen als [Galenus](https://en.wikipedia.org/wiki/Galen?ref=deatheist.nl) en Aristoteles, inclusief hun fouten. Veel van deze Griekse en Romeinse kennis was gebaseerd op dieronderzoek, waarbij ze overigens wel zelf ook sneden, maar dat week soms af van de menselijke anatomie.
Hannam ontkracht de mythe dat de Kerk het opensnijden van menselijke lichamen verbood, maar dit opensnijden gebeurde pas vanaf de dertiende eeuw, en dan vooral om doodsoorzaken vast te stellen. Het koken van lichamen was overigens wel verboden door de paus, terwijl dat belangrijk is om vlees van botten te krijgen, teneinde die te onderzoeken en te conserveren. [Mondino dei Luzzi](https://en.wikipedia.org/wiki/Mondino%5Fde%5FLuzzi?ref=deatheist.nl) (1270-1326) schreef het middeleeuwse standaardwerk op het gebied van anatomie, maar hij week slechts weinig van Galenus af, ondanks zijn dissecties.
Dit alles veranderde pas echt met het werk van [Andries van Wezel](https://en.wikipedia.org/wiki/Andreas%5FVesalius?ref=deatheist.nl) (1514-1564), beter bekend als Adreas Vesalius. Hij wordt terecht gezien als de vader van de moderne anatomie. Vesalius sneed zelf, kookte botten (ondanks het pauselijk verbod), observeerde zorgvuldig en tekende zeer gedetailleerd en natuurgetrouw. Veel van deze afbeeldingen wijken niet veel af van wat in moderne anatomische atlassen te vinden is. Ook wordt besproken hoe [William Harvey](https://en.wikipedia.org/wiki/William%5FHarvey?ref=deatheist.nl) (1578—1657) *door experimenten* er als eerste achter kwam hoe de bloedsomloop werkt. Pas *na* de Middeleeuwen vonden dus pas deze cruciale ontwikkelingen plaats. Aangezien ook veel ontwikkeling *voor* de Middeleeuwen plaatsvond (vooral door Grieken), inclusief dissecties en experimenten, lijken ook op dit gebied de Middeleeuwen toch vrij duister.
**De copernicaanse revolutie**
Misschien wel de meeste bekende revolutie in het wetenschappelijk wereldbeeld is de ontdekking dat de aarde om de zon draait. Dit wordt *heliocentrisme* genoemd en staat tegenover het idee dat alles om de aarde draait (*geocentrisme*). De twee bekendste namen hierbij zijn [Nicolaus Copernicus](https://en.wikipedia.org/wiki/Nicolaus%5FCopernicus?ref=deatheist.nl) (1473-1543) en [Galileo Galilei](https://en.wikipedia.org/wiki/Galileo%5FGalilei?ref=deatheist.nl) (1564-1642), die dan ook uitgebreid besproken worden door Hannam (alsmede een aantal interessante andere namen, die ik hier verder buiten beschouwing laat). Ook hier weer zijn er [belangrijke voorlopers](https://en.wikipedia.org/wiki/Heliocentrism?ref=deatheist.nl#Ancient%5Fand%5Fmedieval%5Fastronomy) voor de Middeleeuwen: meerdere Grieken hebben heliocentrische ideeën geopperd en zelfs uitgewerkt. Deze worden echter nauwelijks besproken. In de Middeleeuwen zelf was echter het geocentrische model van Ptolemaeus (2e eeuw n.C.) de consensus, al werden de problemen ermee erkend.
Dit gebeurde onder andere door astroloog en astronoom [Regiomontanus](https://en.wikipedia.org/wiki/Regiomontanus?ref=deatheist.nl) (1436-1543), wiens werk later van invloed zou zijn op Copernicus. Hannam benoemt het boek *Over driehoeken* van Regiomontanus als “de oorsprong van deze discipline” (de trigonometrie) (p.290), maar de [Encyclopedia Britannica](https://www.britannica.com/science/trigonometry/India-and-the-Islamic-world?ref=deatheist.nl) laat zien dat voor de Middeleeuwen al heel veel bekend was op dit gebied.
In [*De revolutionibus orbium coelestium*](https://en.wikipedia.org/wiki/De%5Frevolutionibus%5Forbium%5Fcoelestium?ref=deatheist.nl) uit 1543 werkte Copernicus zijn heliocentrisme uit. Het werd aanvankelijk door weinig anderen geaccepteerd. Volgens Hannam kwam dit vooral doordat het tegen een lange filosofische en theologische consensus inging, wiskundig ingewikkeld was, zelf ook de nodige problemen kende en niet door observaties onderbouwd was. Copernicus had niet veel betere empirische data dan zijn voorgangers, zoals nogal eens gedacht wordt. De theoloog [Andreas Osiander](https://en.wikipedia.org/wiki/Andreas%5FOsiander?ref=deatheist.nl) (1498-1552) schreef bij *De revolutionibus* een voorwoord waarin hij stelde dat Copernicus slechts een hypothese opwierp. Hannam zegt dat we niet weten wat Copernicus zelf van deze toevoeging vond (hij stierf toen het uitkwam), maar gezien de inhoud van het boek lijkt het waarschijnlijk dat hij het heliocentrisme als meer dan een hypothese beschouwde.
Over Galilei zegt Hannam dat hij niet bijster origineel was, want de heliocentrische ideeën waren vóór hem al geopperd en uitgewerkt, vooral door Copernicus. Hij was echter wel degene die ze “tot een samenhangend geheel smeedde en de eerste die aantoonde dat ze experimenteel bewezen konden worden” (p. 323). Vooral dat laatste is cruciaal in de wetenschap. Galilei voerde zelf waarschijnlijk experimenten uit en observeerde vooral goed met zijn telescoop. Doordat die beter was dan eerdere telescopen, kon hij verder en beter zien, waarmee hij zijn ideeën bevestigd zag. Onder andere het waarnemen van de manen van Jupiter vormde een *empirisch* argument dat niet alles om de aarde draait.
In 1616 was Galilei erg openlijk geweest over zijn steun aan Copernicus, waardoor de zaken op de spits werden gedreven. In zijn tegenstand speelde kardinaal [Robertus Bellarminus](https://en.wikipedia.org/wiki/Robert%5FBellarmine?ref=deatheist.nl) (1542-1621) een centrale rol. De [Congregatie van de Index van Verboden Boeken](https://en.wikipedia.org/wiki/Index%5FLibrorum%5FProhibitorum?ref=deatheist.nl) nam het besluit dat Copernicus’ heliocentrisme “dwaas en absurd” was en bovendien strijdig met de Schrift. Galilei kreeg dan ook de waarschuwing dat hij dit niet mocht verdedigen, aanhangen of onderwijzen. In 1620 oordeelde de Congregatie dat Copernicus’ werk ‘gecorrigeerd’ (lees: gecensureerd) moest worden: het mocht een wiskundige hypothese zijn, maar niet een echt beeld van de werkelijkheid. Zo geschiedde.
Galilei hield zich echter niet aan het verbod en hield vol dat heliocentrisme meer is dan een hypothese. Een comité van kardinalen onder leiding van [paus Urbanus VIII](https://en.wikipedia.org/wiki/Pope%5FUrban%5FVIII?ref=deatheist.nl) (1568-1644) concludeerde in 1633 dat Galilei “ernstig van ketterij moest worden verdacht en gaf hem de opdracht zijn dwalingen toe te geven” (p. 352). Zijn [boek](https://en.wikipedia.org/wiki/Dialogue%5FConcerning%5Fthe%5FTwo%5FChief%5FWorld%5FSystems?ref=deatheist.nl) werd op de Index geplaatst en hij werd tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld wegens het negeren van het verbod van de Inquisitie, maar dit vonnis werd omgezet in huisarrest. Dit klink misschien mild – hij mocht in ieder geval nog blijven leven – maar het is nog steeds een grove schending van zijn wetenschappelijke vrijheid en integriteit. Dit maakt deze casus nog steeds een duidelijk voorbeeld van een conflict tussen geloof en wetenschap, al speelde er in deze veroordeling meer dan geloof en wetenschap alleen (Galilei had o.a. de paus ook beledigd).
Ook is het opmerkelijk dat Hannam niet vermeldt dat de (ongecensureerde) werken van Copernicus en Galilei pas in de negentiende eeuw van de Index zijn geschrapt. De Kerk heeft in de twintigste eeuw een aantal keer gereflecteerd op de kwestie en paus Johannes Paulus II gaf pas in 1992 duidelijk toe dat de Kerk fout zat. Tot een officiële rehabilitatie is het nooit gekomen. Ook deze ongemakkelijke feiten blijven onbenoemd door Hannam. Een lijst met verboden boeken is überhaupt een antiwetenschappelijk idee.
[Giordano Bruno](https://en.wikipedia.org/wiki/Giordano%5FBruno?ref=deatheist.nl) (1548-1600) wordt ook nog besproken. Zijn leven eindigde op de brandstapel, maar volgens Hannam had dat vooral te maken met zijn magische en afwijkende theologische opvattingen, niet met zijn wetenschappelijke (heliocentrisme). Gelukkig maar!
Pas *na* de Middeleeuwen kwam het geocentrisme dus echt ter discussie te staan en ontstond uiteindelijke de copernicaanse revolutie. Ook hier weer kunnen we de vraag stellen: waarom niet *in* de Middeleeuwen, aangezien er daarvoor al zoveel bekend was?
Het geloof in magie, occultisme en astrologie, dat in de Middeleeuwen welig tierde, ging nog een eind door in de Renaissance. Pas in de zeventiende eeuw werd dat gemarginaliseerd, vooral in intellectuele kringen. Geloof in hekserij en de vervolging van heksen piekte juist in deze tijd. Langzaam ontstond wat wetenschapshistoricus Eduard Jan Dijksterhuis ‘[de mechanisering van het wereldbeeld](https://nl.wikipedia.org/wiki/De%5Fmechanisering%5Fvan%5Fhet%5Fwereldbeeld?ref=deatheist.nl)’ noemde. Deze klassieker van Dijksterhuis (ook vertaald naar het Engels) wordt overigens niet aangehaald door Hannam.
**Wanneer begon (natuur)wetenschap?**
In het laatste hoofdstuk recapituleert Hannam zijn hoofdpunten en poneert hij nog een paar discutabele stellingen. Hij meent dat wetenschap (natuurwetenschap dus) pas in de negentiende eeuw echt ontstaan is. Toen is niet alleen het woord (‘scientist’, in 1833) gemunt, maar werd wetenschap echt autonoom, geheel los van filosofie en theologie. De vraag is in hoeverre wetenschap en filosofie echt los van elkaar te zien zijn; volgens mij zijn ze verweven met elkaar en versterkt goede filosofie de natuurwetenschap.
Hannam beweert verder dat “veronderstellingen over God en de schepping voor de wetenschap noodzakelijk waren geweest” (p. 364), maar ook dat is twijfelachtig, aangezien de oude Grieken ook al een heel eind kwamen zonder. Ook het feit dat de moderne wetenschap prima functioneert zonder theologisch veronderstellingen, maakt aannemelijk dat God moeilijk *noodzakelijk* kan zijn geweest. Uiteindelijk is zo’n claim lastig te bewijzen, wat overigens ook geldt voor het tegendeel. We weten niet hoe de westerse geschiedenis was gelopen zonder de invloed van de Abrahamitische religies.
Tot slot stelt Hannam de vraag of we wel van een wetenschappelijke revolutie kunnen spreken (cf. de titel van dit hoofdstuk). Volgens hem zouden we “iedere eeuw van de twaalfde tot de twintigste een revolutie in de wetenschap kunnen noemen” (p. 368). Dit is in ieder geval waar in de triviale zin dat er niet één duidelijk revolutionair moment aan te wijzen valt. Toch lijkt er wel degelijk een cruciaal element te missen in de twaalfde tot zestiende eeuw: het belang van experimentele toetsing. Dit werd voor de zeventiende eeuw nauwelijks gedaan en daarna veel meer. Ook is de macht van de Kerk vooral na de Renaissance afgenomen, waardoor ook radicale ideeën vrijelijk en legaal besproken en onderwezen konden worden. Het soort beperkingen dat Copernicus en Galilei opgelegd kregen, zijn een gotspe, en tegenwoordig ondenkbaar – goddank!
**Geloof vs. wetenschap**
Copernicus en Galilei figureren prominent in de discussie over geloof en wetenschap. Dit conflict wordt vaak te simpel voorgesteld, zoals historici terecht hebben betoogd en ook Hannam laat zien. Alle spelers waren ook zelf gelovig, zij het op verschillende manieren en met verschillende opvattingen over hoe de Bijbel uitgelegd moest worden. Persoonlijke vetes, oude filosofische opvattingen en intuïtieve (maar onjuiste) natuurkundige opvattingen speelden ook een rol. Tot slot was de wetenschap zelf ook dubbelzinnig, zeker aanvankelijk.
Toch is er wel degelijk sprake van een conflict hier, zoals ik ook [eerder](https://infidels.org/library/modern/bart-klink-conflict/?ref=deatheist.nl) beargumenteerd heb. Het oude christelijke wereldbeeld was mede gebaseerd op theologische opvattingen en Bijbelpassages. Dit moest op de schop door wetenschappelijke ontwikkelingen, en dat ging gepaard met religieuze tegenwerking. Bijbelpassages werden creatief geherinterpreteerd, want men kon niet anders. En kon de hel nog wel diep in de aarde gesitueerd worden? Dit proces van bijstellen en herinterpreteren herhaalde zich trouwens later door ontwikkelingen in de geologie (oude aarde, geen zondvloed) en biologie (evolutie).
**Grote onbeantwoorde vragen**
Ondanks de vele details blijven er belangrijke vragen onbeantwoord in dit boek. Misschien wel de meest prangende is waarom de daadwerkelijke start van de moderne (natuur)wetenschap pas grotendeels *na* de Middeleeuwen begon. Waarom gebeurde dit niet eeuwen eerder, in de grofweg *tien eeuwen* die de Middeleeuwen beslaan? Waar zijn de vele wetenschappelijke ontdekkingen? Ze werden wél zowel [daarvoor](https://www.amazon.nl/-/en/Richard-Carrier/dp/163431106X?ref=deatheist.nl) als daarna in Europa gedaan. Waarom werden er in diezelfde tijd wel belangrijke ontdekkingen gedaan buiten christelijk Europa? Welke ontwikkelingen waren er in de biologie en geologie? Hannam blijft op deze belangrijke vragen de antwoorden schuldig. Dit zouden cruciale antwoorden moeten zijn als hij wil betgogen dat de Middeleeuwen niet duister waren, maar de bron van de moderne wetenschap.
Het is aardig om deze [tijdlijn van wetenschappelijke ontdekkingen](https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline%5Fof%5Fscientific%5Fdiscoveries?ref=deatheist.nl) eens door te lopen. Voor de Middeleeuwen werden reeds vele ontdekkingen gedaan, zowel binnen als buiten Europa. In de eerste helft van de Middeleeuwen (500-1000) werden er in christelijke Europa *geen* ontdekking gedaan, daarbuiten – door niet christelijke denkers – wel. In de tweede helft van de Middeleeuwen (1000-1500) worden ook weer vele ontdekkingen opgesomd, maar *slechts vijf* in christelijk Europa, en allemaal pas vanaf de 13e eeuw. Het idee dat de wetenschap in de christelijke Middeleeuwen vrijwel heeft stilgestaan, blijkt duidelijk uit dit overzicht. Het is geen mythe, zoals sommige christelijke apologeten ons willen doen geloven.
Een interessante vraag is dan ook waar we nu wetenschappelijk waren geweest als de (Europese) Middeleeuwen er niet waren geweest en de Renaissance en wetenschappelijke revolutie direct gevolgd zou zijn op de grondslagen die de Grieken en Romeinen ervoor gelegd hadden. Denk desnoods alleen de eerste vijf eeuwen van de Middeleeuwen weg. Hoeveel meer over de biologie, geologie, natuurkunde, astronomie en geneeskunde hadden we nu dan geweten? Hoeveel meer kennis had het opgeleverd als men meer was gaan experimenteren in plaats van slechts observeren, oude werken bestuderen en eindeloze theologische disputen voeren?
Ja: er werden in de Middeleeuwen universiteiten opgericht, maar daar werd vooral rechten, theologie en filosofie gedoceerd, zeker aanvankelijk. Studeren bestond vooral uit het bestuderen van eeuwenoude teksten; echt nieuwe inzichten ontstonden er nauwelijks. De universiteiten brachten hun studenten de wetenschap van de dag bij, maar die was op dat moment al eeuwenoud en werd nauwelijks vernieuwd. En ja: de kerk financierde veel hiervan, maar deed dat deels uit eigenbelang (opleiden van geestelijken) en de universiteiten mochten niet afwijken van de officiële leer. Dit staat in schril contrast met het vrije onderzoek van *na* de Middeleeuwen (en Renaissance), waarbij juist die officiële leer openlijk bekritiseerd werd en wordt. En nogmaals ja: er werd geobserveerd en minimaal geëxperimenteerd, maar juist het systematisch en op grote schaal experimenteel ondervragen van de natuur gebeurde niet, terwijl juist dat zo belangrijk is in de wetenschap. Waarom niet?
**Conclusie**
Concluderend kunnen we stellen dat de Middeleeuwen niet *alleen* duister waren. Dit hebben Hannam en andere historici laten zien. Oudere kennis werd doorgegeven, hier en daar verbeterd en vooral de wiskunde kreeg een belangrijke plaats. Desalniettemin ontbrak de houding die later voor zoveel wetenschappelijk succes heeft gezorgd (experimentele toetsing) vrijwel volledig en was intellectuele vrijheid beperkt door de Kerk. Dit wijst op wel degelijk veel (intellectuele) duisternis, vooral in de eerste helft van deze periode.
Hannam geeft ook relatief weinig aandacht aan de Griekse en Romeinse voorlopers. De islamitische Middeleeuwen krijgen tevens relatief weinig aandacht, terwijl die zeker een belangrijke rol hebben gespeeld in het doorgeven en verbeteren van oudere inzichten. Hannam lijkt dan ook deels een apologetisch boek geschreven te hebben: hij wil (als rooms-katholiek) laten zien dat het christelijke geloof en de Kerk niet zo schadelijk zijn geweest voor de wetenschappelijke ontwikkeling als vaak wordt gedacht en wetenschap zelfs gestimuleerd heeft. Op die centrale claim valt heel wat af te dingen, zoals ik hopelijk hierboven heb laten zien.
### Zijn filosofische zombies mogelijk?
URL: https://www.deatheist.nl/zijn-filosofische-zombies-mogelijk/
Last updated: 2026-08-22T14:40:45.000Z
De [*filosofische zombie*](https://en.wikipedia.org/wiki/Philosophical%5Fzombie?ref=deatheist.nl) is populair gemaakt door filosoof Dave Chalmers en wordt al jaren gebruikt als argument tegen fysicalisme, het idee dat alleen het fysieke bestaat. In de filosofie van de geest is dit het debat over hoe lichaam (vooral brein) en geest (vooral bewustzijn) zich tot elkaar verhouden. Volgens de (reductief) fysicalist is de geest wat het brein doet en bestaat bewustzijn dus uit hersenprocessen. Volgens de dualist is de geest iets wezenlijks anders dan het (fysieke) lichaam. (Idealisme, het idee dat alleen geest bestaat, laat ik hier verder buiten beschouwing.) Chalmers verdedigt een vorm van dualisme waarin bewustzijn niet (zuiver) een hersenproces kan zijn. Dit probeert hij aannemelijk te maken met onder andere zijn zombieargument.
Ik heb ook al [eerder](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf) uitgebreider over deze discussie geschreven (met ook meer uitleg over de verschillende posities en andere argumenten), maar wil hier vooral stilstaan bij het zombieargument. Het is een populair argument en het blijft voor velen plausibel, wat volgens mij psychologisch goed te verklaren valt (zie mijn [eerdere artikel](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/DualismeReductionismeHardProblem.pdf)). Er is evenwel ook veel kritiek op dit argument gekomen, waaronder het verwijt dat het circulair is: het veronderstelt al wat het moet bewijzen (zie onder andere [hier](https://www.ingentaconnect.com/content/imp/jcs/2010/00000017/F0020003/art00004?ref=deatheist.nl) en [hier](https://link.springer.com/article/10.1007/s11245-014-9266-3?ref=deatheist.nl)). Ik denk dat deze kritiek terecht is en zal dit hieronder verder uitwerken. Daarnaast zal ik een aantal andere kritiekpunten bespreken.
**Filosofische zombies en het argument**
In hoofdstuk 3 van zijn boek [*The conscious mind*](https://en.wikipedia.org/wiki/The%5FConscious%5FMind?ref=deatheist.nl) definieert Chalmers de zombie als volgt: “someone or something physically identical to me (or to any other conscious being), but lacking conscious experiences altogether.” en “This creature is molecule-for-molecule identical to me, and indeed identical in all the low-level properties postulated by a completed physics, but he lacks conscious experience entirely.”. Dit is uiteraard niet de zombie uit de horrorfilms, maar een *filosofisch* zombie. Er wordt in de literatuur al jaren over gediscussieerd.
In zijn boek geeft Chalmers het argument niet logisch weer, maar volgens mij ziet dat er als volgt uit:
Premisse 1: zombies zijn voorstelbaar (“conceivable”)
Premisse 2: voorstelbaarheid impliceert mogelijkheid
Premisse 3: als zombies mogelijk zijn, is fysicalisme onjuist
Conclusie: fysicalisme is onjuist
**Logische mogelijkheid**
Chalmers zelf heeft het over *logische mogelijkheid* hier, wat betekent dat iets mogelijk is als het vrij is van interne tegenspraak. Zombies zijn volgens hem logisch mogelijk. Hij geeft zelf toe dat het idee vreemd is en dat het zelfs onwaarschijnlijk is dat ze *empirisch* mogelijk zijn (dat ze bestaan in onze wereld). Voor hem is het echter genoeg dat het idee logisch mogelijk en coherent is. Over welke verschillende vormen van mogelijkheid er zijn en wat dit betekent, is veel discussie onder filosofen (zie verder [hier](https://plato.stanford.edu/entries/modality-epistemology/?ref=deatheist.nl), zie ook mijn bespreking [hier](https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/)).
Hier is al een eerste kritiek op het argument mogelijk. De fysicalist kan aangeven dat hij alleen geïnteresseerd is in de *empirische* werkelijkheid (onze wereld), niet in wat filosofen vanuit hun leunstoel kunnen bedenken als ze alleen *logische mogelijkheid* als criterium hanteren. Er is van alles logisch mogelijk wat niet empirisch mogelijk is, zoals een spin die de viool speelt. Als zombies alleen logisch mogelijk zijn, maar empirisch niet, is dat genoeg voor de fysicalist om te stellen dat ze niet bestaan, waarmee de rest van het argument irrelevant geworden is. Het is daarmee geen argument tegen fysicalisme, maar slechts tegen een zeer specifieke en extreme vorm ervan, die stelt dat het bestaan van het niet-fysieke *logisch onmogelijk* is. Ik zou niet weten waarom een fysicalist zo’n extreme positie zou moeten innemen, te meer omdat het irrelevant is voor onze wereld. Premisse 3 (opgevat als slechts *logische* mogelijkheid) is in dit geval onjuist.
**Intuïtie**
Maar laten we met Chalmers meegaan en onderzoeken of zombies coherent en logisch mogelijk zijn. Hij geeft zelf toe dat dit niet gemakkelijk is. Is bijvoorbeeld “mile-high unicycle” (1,6 kilometer hoge eenwieler) logisch mogelijk, vraag hij zich af? Voor hem is die mogelijkheid gewoon zonneklaar (“obvious”) en zijn alle pogingen dit verder te rechtvaardigen beroepen op intuïtie (“all appeals to intuition”). Er is ook geen interne tegenstrijdigheid in het concept van zo’n immense eenwieler. Voor hem is het met de zombie net zo: ook die is voor hem net zo zonneklaar (“equally obvious”). Hij geeft toe dat het ook hier aankomt op intuïtie: “In some ways an assertion of this logical possibility comes down to a brute intuition, but no more so than with the unicycle.”.
Maar gaat deze vergelijking op? In het geheel niet, volgens mij. Eenwielers van normale grootte bestaan en het is niet moeilijk voor te stellen dat we ze iets groter kunnen bouwen. Of we tot een mijl kunnen gaan, hangt af van bouwmaterialen en natuurkundige wetten. Hier kunnen we aan rekenen. We zouden zelfs kunnen proberen zo’n eenwieler te bouwen! We kunnen dus veel zeggen over de (waarschijnlijke) (on)mogelijkheid van een "mile-high unicycle'. Niemand heeft dan ook moeite zo’n grote eenwieler voor te stellen.
Dit geldt niet voor een zombie. We hebben nog nooit een zombie gezien, of iets wat erop lijkt. Dit is ook onmogelijk, want zelfs als we een zombie zouden tegenkomen, dan zouden we nooit kunnen weten dat het een zombie is. We kunnen er verder ook niet aan rekenen en ze zeker niet (proberen te) bouwen. De mogelijkheid daarvan is louter gebaseerd op een intuïtie. Ik heb die intuïtie niet en kan me er ook geen voorstelling van maken. Daarin ben ik niet alleen. Uit een [grote enquête onder filosofen](https://survey2020.philpeople.org/survey/results/all?ref=deatheist.nl) blijkt dat 16% van de geënquêteerde filosofen zich een zombie niet kan voorstellen en 37% houdt ze voor onmogelijk. Slechts 24% denkt met Chalmers dat ze mogelijk zijn. De vergelijking met een eenwieler gaat dus geheel mank. Voor wie Chalmers’ intuïtie niet heeft of die verwerpt, is het hele idee van een zombie niet coherent. Het argument komt dan niet van de grond. Premisse 1 wordt hier dus verworpen.
**Een andere onderbouwing?**
Of kan Chalmers nog een andere onderbouwing aanvoeren voor de mogelijkheid van zombies? Dat probeert hij wel, maar ook die slaagt niet. Hij beroept zich op “*nonstandard realizations”*: “My functional organization—that is, the pattern of causal organization embodied in the mechanisms responsible for the production of my behavior—can in principle be realized in all sorts of strange ways.”.
Voor die “strange ways” komt hij met een [ander filosofisch gedachte-experiment](https://en.wikipedia.org/wiki/China%5Fbrain?ref=deatheist.nl): de mensen uit een groot land als China kunnen we causaal net zo organiseren als een brein. Elke persoon zou dan het gedrag van een hersencel simuleren. Zouden al deze mensen samen dan bewustzijn genereren? Natuurlijk niet. Je kunt op deze manier nooit alle causale interacties van een brein (in een lichaam, in een omgeving) simuleren. Hetzelfde geldt voor het vervangen van hersencellen door chips (in ieder geval zoals we ze nu kennen), een optie die hij ook nog benoemt. Je kunt zo de functionele organisatie nooit exact constant houden, zoals hij nodig heeft om zijn argument kracht bij te zetten. Dit gedachte-experiment is neurowetenschappelijk volstrekt ongeloofwaardig, waarmee het geen enkele relevantie heeft voor Chalmers’ molecule-voor-molecule gelijke zombie. Hij kan dit dus niet gebruiken voor de mogelijkheid van zijn zombie.
**Het probleem met intuïties**
Een ander argument voor de logische mogelijkheid van zombies geeft hij niet. De gehele mogelijkheid van zombies rust dus op Chalmers’ intuïtie dat ze kunnen bestaan. Het problemen hiermee is echter dat genoeg anderen die intuïtie niet hebben (zoals uit de enquête bleek) en dat we goede redenen hebben om die intuïties niet blind te vertrouwen. Intuïties blijken namelijk [regelmatig onjuist](https://www.amazon.com/Scienceblind-Intuitive-Theories-About-World/dp/0465053947?ref=deatheist.nl) en ze zijn evolutionair ontstaan. Dat betekent dat ze ons vooral helpen te overleven, niet de werkelijkheid ten diepste te doorgronden. We hebben geen enkele reden om te denken dat evolutie ons betrouwbare intuïties op het gebied van filosofische zombies zou geven. De bewijslast dat deze intuïties betrouwbaar zijn, ligt bij Chalmers, maar die lost hij niet in. Hij vertrouwt voor de eerste premisse domweg blind op zijn eigen intuïtie op dit gebied.
We zouden zelfs kunnen stellen dat deze intuïtie al dualistisch is: om zombies voor te kunnen stellen (premisse 1), moet je al dualistisch denken. Voor wie fysicalistisch denkt, is de zombie immers niet (coherent) voor te stellen en dus ook niet mogelijk. Het (coherent) voorstellen van een zombie kan daarmee alleen als dualisme waar is.
**Dualistische vooronderstellingen**
Dat Chalmers dualisme *vooronderstelt* in plaats van concludeert, blijkt duidelijk uit paragraaf 3.2:
*“But the explanation of consciousness is not just a matter of explaining structure and function. Once we have explained all the physical structure in the vicinity of the brain, and we have explained how all the various brain functions are performed, there is a further sort of explanandum: consciousness itself. Why should all this structure and function give rise to experience? The story about the physical processes does not say.”*
Hij *stipuleert* hier simpelweg dat verklaren van structuur en functie bewustzijn niet kan verklaren, maar dat is juist waar de discussie om draait! Dat hij hier al van dualisme uit lijkt te gaan, blijkt uit zijn taalgebruik (“give rise to”), al heeft dit idioom meerdere betekenissen en is het onduidelijk wat Chalmers hier precies bedoelt. Later in de paragraaf blijkt dit dualisme duidelijker. Zo heeft hij het erover dat bewustzijn en fysieke processen *samengaan*, wat reeds impliceert dat ze niet hetzelfde zijn (“the fact that consciousness accompanies a given physical process”). Hij heeft het ook over “*bridging* principles that link the physical facts with consciousness”, maar er valt alleen iets te overbruggen bij dualisme.
**Een parodieargument**
Misschien wel de simpelste manier om te laten zien dat Chalmers’ argument niet deugt, is om met een symmetrisch argument te laten zien dat je via zijn manier van redeneren ook op de tegengestelde conclusie uit kunt komen. Dat kan met het volgende parodieargument ([hieraan](https://www.ingentaconnect.com/content/imp/jcs/2010/00000017/F0020003/art00004?ref=deatheist.nl) ontleend):
Premisse 1: zuiver fysieke wezens met bewustzijn zijn voorstelbaar (“conceivable”)
Premisse 2: voorstelbaarheid impliceert mogelijkheid
Premisse 3: als deze wezens mogelijk zijn, is dualisme onjuist
Conclusie: dualisme is onjuist
De wezens uit de eerste premisse zijn de (fysicalistische) tegenhangers van Chalmers’ (dualistische) zombies. Verder heeft dit argument exact dezelfde structuur. Ook dit argument is impliciet circulair, want de conclusie wordt eigenlijk al via de eerste premisse binnengesmokkeld. Chalmers doet echter precies hetzelfde met zijn argument.
**Van voorstelbaarheid naar mogelijkheid**
Ook de tweede premisse van het argument (voorstelbaarheid impliceert mogelijkheid) is problematisch. Wat iemand zich voor kan stellen (wat *conceivable*), hangt namelijk sterk af van intuïties en vooral wat diegene weet (achtergrondkennis). Veel dingen die de oude Grieken bijvoorbeeld voor onvoorstelbaar zullen hebben gehouden, bleken niet alleen voorstelbaar, maar zelfs mogelijk. Lange tijd is zo gedacht dat de som van de hoeken van een driehoek wel 180 graden moest zijn. Meer of minder was onvoorstelbaar, laat staan mogelijk. Later bleek dat dit alleen geldt voor [euclidische ruime](https://nl.wikipedia.org/wiki/Euclidische%5Fruimte?ref=deatheist.nl), en dat in niet-euclidische ruimte de som ook groter of kleiner dan 180 kan zijn. Ook was er een tijd dat mensen zich water niet als H2O voorstelden en licht niet als elektromagnetische straling. Ze hadden het fout, weten we nu. Door wetenschappelijke ontwikkelingen bleek van alles voorstelbaar en zelfs mogelijk wat voorheen onmogelijk of zelfs onvoorstelbaar was.
We kunnen ons ook zaken voorstellen die fysiek (empirisch) niet mogelijk zijn, zoals de eerdergenoemde vioolspelende spin. Dit soort voorstelbare, maar onmogelijke wezens spelen een prominente rol in vele kinderboeken en films, maar ze zeggen niets over wat werkelijk mogelijk is. Chalmers’ zombie – áls die al voorstelbaar zou zijn – kunnen we ook in deze categorie plaatsen. Wat voorstelbaar is, is slechts een psychologisch feit over een bepaald persoon op een bepaald moment, en kan daarom heel goed onjuist zijn. Het zegt bar weinig over (on)mogelijkheid. Voorstelbaarheid is een epistemische notie, mogelijkheid een (meta)fysische. Daarmee is premisse 2 problematisch. Ik heb ook al in een [andere context](https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/) kritiek geleverd op deze stap.
**Vergelijking met vitalisme**
Dave Chalmers is vergelijkbaar met een vitalist die zegt dat een wezen alle biochemische en moleculairbiologische processen van een mens kan hebben, maar toch niet leeft omdat de *élan vital* mist. In de moderne biologie houden we dit om goede redenen voor onmogelijk: we hebben *geleerd* dat leven *bestaat uit* biochemische en moleculairbiologische processen. De criticus kan dan ook tegen Chalmers zeggen dat we *geleerd* hebben dat bewustzijn *bestaat uit* breinprocessen. Dit is feitelijk wat de fysicalist beweert. De bioloog zou zeggen dat de vitalist verward is over wat mogelijk is door een verkeerde voorstelling van zaken, net als de fysicalist tegen Chalmers zou zeggen dat hij verward is dat zijn zombie mogelijk is.
Hij voorziet deze kritiek en hij reageert dan ook op de vergelijking met vitalisme. Chalmers meent dat die vergelijking niet opgaat omdat het verklaren van leven gaat om het verklaren van *functies*. Is dit bij bewustzijn dan niet ook zo? Nee, want Chalmers *stipuleert* ook hier weer dat het niet om functie gaat: “With consciousness, by contrast, the problem persists even when the various functions are explained, as this was not a problem about the explanation of functions in the first place.” Maar dat is juist wat ter discussie staat! De fysicalist zou immers zeggen dat wanneer alle functies (alle relevante causale interacties) verklaard zijn, er niets meer overblijft om te verklaren, net als bij vitalisme, want bewustzijn *is* hersenfunctie. Ook hier weer redeneert Chalmers dus vanuit een dualistische vooronderstelling.
**Conclusie**
Chalmers’ veelgebruikte zombieargument tegen fysicalisme werkt niet. Alle premissen zijn problematisch. De eerste premisse is zelfs impliciet circulair: alleen voor een dualist zijn zombies (coherent) voorstelbaar, en dat kan alleen als fysicalisme onjuist is, wat het argument juist moest aantonen. Waarom blijft het dan toch zo populair en aantrekkelijk? Omdat we sterk de neiging hebben dualistisch te denken. Zelfs menig fysicalist heeft moeite zich daaraan te onttrekken en neemt het argument daarmee serieuzer dan hij zou moeten. Zonder louter de intuïtie waarop de eerste premisse is gebaseerd, komt het gehele argument niet van de grond.
### Enkele gedachten over het Israëlisch-Palestijns conflict
URL: https://www.deatheist.nl/enkele-gedachten-over-het-israelisch-palestijns-conflict/
Last updated: 2026-08-25T16:34:54.000Z
Sinds afgelopen week volg ik met grote zorgen het oplaaiende geweld in het Midden-Oosten. Ik probeer te begrijpen wat daar gebeurt, waar het vandaan komt en waar het heen zal gaan. Dat is vooral een verstandelijk begrijpen, want verder kan ik het nauwelijks. Een aantal opmerkingen en bedenkingen.
De gruwelijke terroristische daden van Hamas op [7 oktober](https://en.wikipedia.org/wiki/Operation%5FAl-Aqsa%5FFlood?ref=deatheist.nl), waarbij doelbewust zo veel burgers van zeer jong tot zeer oud zijn vermoord of gegijzeld, valt op geen enkele manier te rechtvaardigen of te nuanceren. Elk ‘ja maar’ hierover is ongepast.
Dat neemt niet weg dat dit onderdeel is van een gigantisch complex en oud [conflict](https://en.wikipedia.org/wiki/Israeli%E2%80%93Palestinian%5Fconflict?ref=deatheist.nl), waarbij aan beide kanten zeer veel pijn en haat zit, wat begrijpelijk is. Er is hierbij niet één kant dé oorzaak, dader, slachtoffer of oplossing. Elke suggestie in die richting is onderdeel van het probleem.
Religie wordt vaak gezien als dé bron van het conflict, maar dat is veel te simpel. [Politiek zionisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Types%5Fof%5FZionism?ref=deatheist.nl#Political%5FZionism) en Joodse veiligheid speelt ook een grote rol. Vooral aan het begin en in het midden van de vorige eeuw wilden Joden door de vele Jodenhaat een veilig thuis. Vooral de Holocaust, waarbij 6 miljoen Joden vermoord werden, voedde deze behoefte. Dat zochten ze in een gebied met hun historische wortels, maar waar ook al mensen woonden – zowel Joden als Arabische moslims en christenen. De spanningen stegen en de Joden riepen een eigen staat uit. Deze [onafhankelijkheidsoorlog van Israël](https://en.wikipedia.org/wiki/1948%5FPalestine%5Fwar?ref=deatheist.nl) in 1948 ging gepaard met een ramp voor de Arabieren die er al woonden (Palestijnen). Zij refereren aan deze oorlog als [*Al-Nakba*](https://en.wikipedia.org/wiki/Nakba?ref=deatheist.nl) (‘De Ramp’) omdat hun maatschappij instortte en zeker 700.000 mensen op de vlucht sloegen.
De afgelopen decennia lijkt de religieuze component wel sterker te worden. Hamas en Hezbollah zijn expliciet islamitisch en laten de [verschillende problemen met de islam](https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/) duidelijk zien. Antisemitisme komt bij moslims al veel vaker voor. Het idee dat strijders in de hemel komen als ze als martelaar sterven, maakt dat extra aantrekkelijk en gevaarlijk. Orthodoxe joden beroepen zich op de Hebreeuwse Bijbel: ze menen het [Beloofde Land](https://en.wikipedia.org/wiki/Promised%5FLand?ref=deatheist.nl) van God te hebben gekregen. Met minder nemen veel geen genoegen.
[Hamas](https://en.wikipedia.org/wiki/Hamas?ref=deatheist.nl) is een terroristische organisatie die doelbewust burgerslachtoffers maakt en de eigen [burgers gebruikt als menselijk schild](https://stratcomcoe.org/cuploads/pfiles/hamas%5Fhuman%5Fshields.pdf?ref=deatheist.nl). Ontwikkelingsgeld en -steun gebruiken ze ook voor [militaire doelen](https://www.telegraph.co.uk/world-news/2023/10/10/eu-funded-water-pipelines-hamas-rockets/?ref=deatheist.nl). Uniformen dragen ze niet, zodat ze moeilijker van burgers te onderscheiden zijn. Ze zijn letterlijk uit op de vernietiging van de staat Israël. Daarmee vormen ze een existentiële bedreiging voor de Israëliërs. Dit geldt des te meer voor [Hezbollah](https://en.wikipedia.org/wiki/Hezbollah?ref=deatheist.nl) in het noorden, dat beter getraind en beter bewapend is, en gesteund wordt door Iran. Een gecombineerde strijd met beide partijen zou een ramp voor Israël zijn – een constante dreiging die wij ons moeilijk voor kunnen stellen.
Tegelijk staat Hamas niet gelijk aan de Palestijnen. Ja: Hamas is [democratisch gekozen](https://en.wikipedia.org/wiki/2006%5FPalestinian%5Flegislative%5Felection?ref=deatheist.nl) en [enquêtes](https://apnews.com/article/hamas-middle-east-science-32095d8e1323fc1cad819c34da08fd87?ref=deatheist.nl)s uggereren dat ze brede aanhang genieten, maar de vraag is hoe vrijwillig en breed dat is gezien de modus operandi van Hamas. En nee, lang niet alle Palestijnen staan achter deze beweging en hun manier van handelen. Ook zij zijn gebaat bij vrede, en lijden vreselijk onder de situatie, vooral door de vele burgerslachtoffers.
De vraag is echter of Israël, gezien de strategie van Hamas (vooral burgers als menselijk schild), zichzelf veilig kan stellen zonder burgerslachtoffers te maken. Het uitschakelen van militaire doelen, bewust geplaatst in een dichtbevolkt gebied, kan niet zonder ‘collateral damage’.
Als Israël niets om Palestijnse burgerslachtoffers zou geven, hadden ze met bommen allang de volledige Gazastrook met de grond gelijk kunnen maken zonder zelf een slachtoffer te hoeven incasseren. Als Hamas diezelfde macht had gehad, was Israël er niet meer. Daarom zal Israël nooit toestaan dat ze die macht krijgen. Vergeet ook niet dat Israël oorlogsmisdaden door eigen militairen bestraft, terwijl oorlogsmisdaden door Hamas toegejuicht worden. Het is bewust onderdeel van hun modus operandi. Dit is een wezenlijk moreel verschil.
Het offensief dat nu gevoerd wordt, en nog verder, grootser en dodelijker gaat worden, om Hamas volledig uit te schakelen, is daarmee te begrijpen: de bedreiging voor Israël is té groot. Ze zitten in een duivels dilemma: het eigen volk beschermen of met veel bloedvergieten Gaza van Hamas ontdoen. De lijn tussen gerechtvaardigde oorlogsvoering enerzijds en oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid anderzijds is flinterdun. De afwegingen zullen vreselijk lastig zijn. Het is makkelijk om daarover te oordelen als je niet in hun schoenen staat. Hopelijk zullen technologisch vernuft en geduld hierbij helpen.
Ook de kans op verdere internationale escalatie is aanwezig: als Hezbollah zich in de strijd mengt, zullen hoogstwaarschijnlijk ook de VS en Iran er verder bij betrokken raken, met een ongewisse, maar ongetwijfeld nog dodelijkere, uitkomst. Ook in andere (waaronder Europese) landen neemt de sympathie voor islamitische terrorisme en antisemitisme toe, met als voorlopige dieptepunten de moord op een docent in Frankrijk, rellen door Hamas-sympathisanten en meer onveiligheid voor Joden, ook in Nederland.
Ook hier weer geldt: sympathie voor de Palestijnen is niet hetzelfde als sympathie voor Hamas, al overlappen ze te vaak. Onschuldige Palestijnse burgers verdienen ons medeleven, onze zorg en humanitaire hulp. Een grote vluchtelingenstroom zal op gang komen, en dat zal Europa ook merken.
De enige oplossing op (relatief) korte termijn lijkt me dat Israël Hamas volledig uitschakelt en daarbij zo min mogelijk burgerdoden maakt – een schier onmogelijke taak, maar een realistische andere optie is er volgens mij niet. Op langere termijn zal een tweestatenoplossing de beste en enige realistische oplossing zijn. Een verdeling van land tussen de staten zoals [voorgesteld door de Verenigde Naties uit 1947](https://en.wikipedia.org/wiki/United%5FNations%5FPartition%5FPlan%5Ffor%5FPalestine?ref=deatheist.nl) lijkt daarbij nog steeds een goed uitgangspunt, hoe imperfect ook. Dit lijkt nu echter verder weg dan ooit. De pijn en haat aan beide kanten die dit in de weg staan, zullen alleen maar verder toenemen. Toch zie ik ook hier geen realistische andere optie. De (volgens het internationale recht) illegale Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever moet verdwijnen en Israël mag Palestijnen niet meer in de weg zitten dan nodig is voor hun eigen veiligheid. Palestijnen moeten Israël als staat erkennen en het geweld afzweren, zodat Israël zich niet meer bedreigd voelt. Alleen dan zal langdurige en echte vrede mogelijk zijn, al ben ik bang dat ik dat niet meer mee ga maken.
### Kan het brein net zo goed werken zonder bewustzijn?
URL: https://www.deatheist.nl/kan-het-brein-net-zo-goed-werken-zonder-bewustzijn/
Last updated: 2026-08-22T14:31:51.000Z
Filosoof Emanuel Rutten heeft op Twitter en later op [zijn site](http://gjerutten.blogspot.com/2023/06/bewustzijn-functie-tekensystemen-en-het.html?ref=deatheist.nl) een argument uitgewerkt dat volgens hem laat zien dat het brein bewustzijn niet kan verklaren. Hij meent dat het brein een “materieel-functionele structuur” is, wat neerkomt op een “in materie gerealiseerde tekenverwerking door gekoppelde functies”. Hij noemt dit een *in materie gerealiseerd functie-tekensysteem* (ik zal dat hier afkorten tot IMG FTS). Het is dus een algoritme: stap voor stap wordt het ene teken omgezet in het andere. Dit kan volgens Rutten prima plaatsvinden zonder bewustzijn, dus kan het brein bewustzijn niet verklaren. Hij formuleert dit argument aan het einde van zijn stuk in een aantal stappen. Hij maakt hierbij echter een aantal aannames in die op z’n best discutabel zijn. Ik bespreek hier de belangrijkste twee.
De eerste is het brein zien als een “in materie gerealiseerde tekenverwerking door gekoppelde functies” (een IMG FTS dus). Berekeningen uitvoeren door algoritmes is dan alles wat het brein doet. Hiermee zouden we de werking van het brein dus volledig kunnen begrijpen. We kunnen ook de software (algoritmes) netjes van de hardware (computer die de berekeningen uitvoert) onderscheiden.
Dit is een controversiële stelling in de neurowetenschappen en filosofie van de geest. Ze houdt er bijvoorbeeld geen rekening mee dat het brein *biologisch* is. Dit betekent onder andere dat er geen duidelijk onderscheid is tussen hardware en software, er gigantisch veel interactie is met de fysiologisch omgeving (nodig voor homeostase), het brein zich constant aanpast in vorm en functie en de werking analoog in plaats van digitaal is. Het is totaal niet duidelijk hoe een daadwerkelijk brein met deze eigenschappen, die zeer relevant zijn voor de werking, kan worden gezien als “tekenverwerking door gekoppelde functies”, zoals Rutten meent. Hij doet ook geen enkele poging om dit plausibel te maken, ondanks dat hij weet (of zou moeten weten als filosoof) dat deze stelling controversieel is en dus niet zomaar aangenomen kan worden.
Er zijn veel gerenommeerde neurowetenschappers en biologen die menen dat de werking van levende systemen helemaal niet als zo’n algoritme gezien kan worden, en zeker het brein niet: [Antonio Damasio](https://www.amazon.nl/Strange-Order-Things-Feeling-Cultures-ebook/dp/B01LZ1A3Q3?ref=deatheist.nl), [Miguel Nicolelis](https://www.amazon.com/dp/B00VXGFBI6/ref=redir%5Fmobile%5Fdesktop?%5Fencoding=UTF8&qid=&ref%5F=tmm%5Fkin%5Fswatch%5F0&sr=&ref=deatheist.nl), [Anil Seth](https://nautil.us/is-consciousness-more-like-chess-or-the-weather-304796/?ref=deatheist.nl) en [Johannes Jaeger](https://youtu.be/I-JAiyqiPiU?ref=deatheist.nl). Biologie is veel te rommelig (onvoorspelbare verstoringen) om netjes tekens te verwerken in een algoritme. Om die reden functioneren computers niet meer bij de kleinste verstoringen, terwijl leven zich juist kenmerkt door goed om te kunnen gaan met verstoringen. Dit cruciale verschil tussen biologisch systemen en computers had Rutten kunnen weten als hij zich wat meer verdiept had in de relevante literatuur uit de biologie en neurowetenschappen, in plaats van vanuit zijn filosofische leunstoel te beredeneren hoe het brein zou moeten werken volgens een filosofische aanname.
Hij meent echter dat kennis van het brein niet nodig is omdat “het formalisme van een neuraal netwerk logisch equivalent is aan dat van een functie-tekensysteem” (premisse uit stap 1). De vraag is echter of het *biologische* neurale netwerk dat het brein is, ook zo opgevat kan worden. Ik meen, in navolging van heel veel specialisten en op grond van het bovenstaande, dat we dit niet kunnen doen, in ieder geval niet zonder dat uitbereid te beargumenteren, en dat doet Rutten niet.
Rutten reduceert een zeer complex en dynamisch biologisch systeem tot een computer die stap voor stap tekens verwerkt. Dit is dus niet biologisch plausibel, zoals ik hierboven uitgelegd heb. De constante interactie met lichaam en omgeving ([*embodied, embedded cognition*](https://en.wikipedia.org/wiki/Embodied%5Fembedded%5Fcognition?ref=deatheist.nl)) die nodig is voor de normale werking van het brein, lijkt moeilijk – zo niet onmogelijk – te vatten in het systeem waartoe Rutten het brein wil reduceren. Als we dit echter inzien, vervalt een belangrijke premisse in zijn argument en komt het argument niet van de grond. Een volledig werkend brein zonder bewustzijn is dan net zo onmogelijk als een orkaan zonder daadwerkelijke wind.
Dit neemt niet weg dat *bepaalde aspecten* van het brein *gesimuleerd* kunnen worden met computers. Hiervoor worden kunstmatige neurale netwerken gebruikt. Dit zijn simulaties van bepaalde eigenschappen van biologische neurale netwerken, waardoor de werking ook deels gesimuleerd kan worden. Een kunstmatig neuraal netwerk verschilt echter van een biologisch neuraal netwerk op [belangrijke punten](https://www.javatpoint.com/difference-between-artificial-neural-network-and-biological-neural-network?ref=deatheist.nl). Ook al zijn ze beide in materie gerealiseerd (computer en zenuwstelsel respectievelijk), ze kunnen zeker niet volledig aan elkaar gelijkgesteld worden in hun functie, zoals Rutten wel lijkt te denken. Wat voor het ene in materie gerealiseerde neurale netwerk geldt, hoeft dus niet te gelden voor het andere.
Kunstmatige neurale netwerken blijken bijvoorbeeld erg goed in patroonherkenning en kunnen leren, net als ons brein. Op een vergelijkbare manier kunnen ook bepaalde aspecten van orkanen gesimuleerd worden met computers. Zo’n *simulatie van de werking* moet echter niet verward worden met de *werking zelf*. Hoe goed je een orkaan ook simuleert in een computer, het gaat niet echt stormen! We mogen dan net zo goed ook niet verwachten dat een simulatie van de werking van het brein zorgt voor bewustzijn. Voor zowel een orkaan als waarschijnlijk voor bewustzijn zijn alle daadwerkelijke causale interacties nodig, niet slechts de simulatie daarvan door een algoritme.
Zelfs als we de biologische plausibiliteit negeren, dan nog lijkt het simpele formalisme van Rutten moeilijk te rijmen met een goede simulatie van het brein door kunstmatige neurale netwerken. Deze kunstmatige variant van het brein zou dan vermoedelijke minstens de volgende eigenschappen moeten hebben: leermogelijkheid, parallelle en gedistribueerde informatieverwerking op gigantische schaal, recurrente netwerken, modelvorming van de wereld, zelfmodel, [predictive processing](https://en.wikipedia.org/wiki/Predictive%5Fcoding?ref=deatheist.nl) en directe perceptie-actiekoppeling. Aan kunstmatige neuronale netwerken die dit kunnen wordt hard gewerkt, maar we zijn nog ver van een systeem met deze eigenschappen op de schaal van het brein. Rutten stelt dat zijn formalisme ook zou gelden voor dit soort zeer grote en complexe kunstmatige neurale netwerken, maar onderbouwt dit verder niet. Waarom zouden we hem hier zomaar geloven?
Zou zo’n kunstmatig systeem, dat dus veel – maar niet alle – kenmerken van een brein heeft, bewust zijn? Of zou het net zo goed kunnen functioneren zonder bewustzijn? Ik heb geen idee. Het is een vraag waar in de toekomst, als dat soort systemen werkelijk gerealiseerd zijn, mogelijk een antwoord op komt. Maar hoe kunnen we het zelfs dan weten? Hoe kunnen wij als *biologische* wezens weten hoe het is om zo’n *kunstmatig* systeem te zijn, om de werkelijkheid te ervaren als zo’n systeem? Dit probleem speelt nu ook al bij dieren. Hier hebben we nog het voordeel dat we, afhankelijk van de diersoort, een (groot) deel van de biologie met ze delen, maar bij kunstmatige systemen is die overeenkomst er niet. Intuïtief denk ik dat zo’n systeem niet hetzelfde bewustzijn als wij zal hebben omdat daarvoor onze biologische eigenschappen te belangrijk zijn, zoals ik hierboven heb aangegeven. Of er een andere vorm van bewustzijn mogelijk is in zo’n systeem, weten we nu niet, en misschien wel nooit.
In een [nieuwe Twitterdiscussie](https://twitter.com/emanuelrutten/status/1669840879987695619?ref=deatheist.nl) gaf Rutten echter aan dat een IMG FTS ook letterlijk molecule-voor-molecule en interactie-voor-interactie gelijk kan zijn aan het ‘echte ding’. Het is dan geen reductie tot een model of simulatie meer omdat *alle* causale interacties *daadwerkelijk* onderdeel van het systeem zijn en plaatsvinden. Het IMG FTS is dus het systeem *zelf*. We kunnen in dat geval dus ook een daadwerkelijke orkaan en het spijsverteringsstelsel zien als een IMG FTS. In die gevallen levert een IMG FTS dus respectievelijk storm en ontlasting op. We moeten dan aannemen dat de overweldigende complexiteit van een werkend brein (zie hierboven) met een simpel formalisme beschreven kan worden, in Ruttens [eigen woorden](https://twitter.com/emanuelrutten/status/1670089828329725954?s=20&ref=deatheist.nl):
*“Niets wijst er \[…\] op dat het door een functie afbeelden van een origineel op een beeld zelfs maar \*kan\* resulteren in gevoelens of andere bewuste ervaringen. \[…\] Om toch \[…\] tot een verklaring voor bewustzijn te komen, zal dus eerst op z'n minst aannemelijk gemaakt moeten worden dat het afbeelden van originelen op beelden überhaupt tot bewustzijn \*kan\* leiden. Vooralsnog wijst helemaal niets daarop. Laat staan dat iets erop wijst dat een dergelijk afbeeldingsproces \[…\] ook tot bewustzijn \*moet\* leiden, wat \[dan\] \*ook\* aannemelijk gemaakt moet worden \[…\].”*
Zo geformuleerd klinkt het inderdaad absurd, maar dat is alleen zo omdat de werking van een heel complex en concreet systeem (brein) beschreven wordt met een heel simpel en abstract formalisme (FTS). De werking van een orkaan op deze manier formuleren klinkt net zo absurd, en om dezelfde reden. We krijgen dan de volgende parodie, waarbij ‘bewustzijn’, ‘gevoelens’ en ‘bewuste ervaring’ vervangen zijn door ‘orkaan’, ‘storm’ en ‘regen’:
*“Niets wijst er \[…\] op dat het door een functie afbeelden van een origineel op een beeld zelfs maar \*kan\* resulteren in storm of regen. \[…\] Om toch \[…\] tot een verklaring voor orkanen te komen, zal dus eerst op z'n minst aannemelijk gemaakt moeten worden dat het afbeelden van originelen op beelden überhaupt tot orkanen \*kan\* leiden. Vooralsnog wijst helemaal niets daarop. Laat staan dat iets erop wijst dat een dergelijk afbeeldingsproces \[…\] ook tot orkanen \*moet\* leiden, wat \[dan\] \*ook\* aannemelijk gemaakt moet worden \[…\].”*
Deze parodie lijkt mij net zo absurd als Ruttens eigen versie over bewustzijn. De daadwerkelijke werking van het brein (of orkaan) in al zijn complexiteit op deze manier kunnen omschrijven lijkt mij erg onwaarschijnlijk (en mij niet alleen, zie de eerder aangehaalde wetenschappers). Rutten doet ook geen poging dit aannemelijk te maken, hij neemt dit gewoon aan. Dit is zijn tweede problematische aanname. Deze aanname lijkt me erg ongeloofwaardig als we de daadwerkelijke complexiteit van de onderhavige systemen in ogenschouw nemen.
Maar stel dat we dit toch *for the sake of argument* aannemen, dan is mijn kritiek anders, en hetzelfde als ik [eerder gegeven heb](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf) op het zombie-argument van filosoof Dave Chalmers. Ruttens argument is dan slechts een herformulering van dit argument. Als IMG FTS-Bart molecule-voor-molecule en interactie-voor-interactie gelijk is aan echte Bart, maar dan zonder bewustzijn, is IMG FTS-Bart een zombie-Bart. In dat geval moeten we dus de premisse uit stap 4 verwerpen. Er zijn dan immers IMG FTS’s die wel een verklaring voor bewustzijn geven, net als dat er (andere!) IMG FTS’s zijn die het laten stormen of voor ontlasting zorgen. Rutten moet dan laten zien waarom een IMG FTS als een volledig brein (in een lichaam, in een omgeving) geen verklaring voor bewustzijn kan geven (premisse uit stap 4).
Dat probeert hij door te stellen dat een IMG FTS als een brein “consistent \[is\] met de afwezigheid van bewustzijn”, maar dat zegt vrijwel niets. Er is van alles logisch consistent (leidt niet tot een contradictie), terwijl dat fysisch (feitelijk, daadwerkelijk) onmogelijk is. Hij meent ook dat het “denkbaar” is dat een IMG FTS als een brein geen bewustzijn heeft. Ook dit zegt weinig, want wat denkbaar is, hangt vooral af van kennis. Lange tijd was het voor mensen ondenkbaar dat de aarde on de zon draait omdat ze een onjuist wereldbeeld hadden. Nu is dat prima denkbaar. Ik heb dezelfde kritiek ook al geuit op een [ander argument van Rutten](https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/). Dat Rutten zich dus niet kan voorstellen hoe een IMG FTS als een volledig brein (in een lichaam, in een omgeving) geen verklaring voor bewustzijn kan geven, zegt dus vooral iets over het voorstellingsvermogen van Rutten, en niet over wat een brein kan.
Samenvattend kunnen we de kritiek op Ruttens argument op drie manieren geven, afhankelijk van wat een IMG FTS precies is en kan. Als het een reductie is van een concreet en complex systeem (brein, orkaan) tot een simpel en abstract formalisme (FTS), dan gaan daarbij dusdanig veel relevante eigenschappen verloren dat wat voor het formalisme geldt, niet meer voor het systeem zelf geldt. Als we aan de andere kant het systeem *zelf*, met *alle* relevante onderdelen en causale interacties, als een IMG FTS zien, dan wordt het ongeloofwaardig dat dit als een simpel formalisme uit te drukken valt, en is het dus geen FTS meer. Als we, ondanks dit probleem, toch aannemen dat het complexe systeem zelf toch een IMG FTS is, dan moet Rutten beter onderbouwen waarom in het geval van het brein bewustzijn net zo goed afwezig kan zijn. Zijn eigen voorstellingsvermogen is daarbij niet genoeg.
### Zijn we “clueless” over het ontstaan van leven?
URL: https://www.deatheist.nl/zijn-we-clueless-over-het-ontstaan-van-leven/
Last updated: 2023-06-11T18:05:46.000Z
Een langverwacht debat tussen James Tour en Dave Farina over het ontstaan van leven (*origin of life*. OoL) heeft plaatsgevonden en is [terug te zien op YouTube](https://youtu.be/KvGdllx9pJU?ref=deatheist.nl). Hieronder wil ik een korte beschouwing van het debat geven en een aantal opmerkingen maken over de discussie rond het ontstaan van leven.
**Achtergrond**
[Tour](https://www.jmtour.com/?ref=deatheist.nl) is een hoogleraar op het gebied van synthetische chemie en nanotechnologie. Hij is christen en meent dat we geen idee hebben (“clueless” zijn) over hoe het leven ontstaan is of kan zijn. Hij bekritiseert het OoL-onderzoek – niet in de wetenschappelijke literatuur, maar op [zijn YouTube-kanaal](https://www.youtube.com/@DrJamesTour?ref=deatheist.nl). Veel creationisten zien hem als een autoriteit. Dat is hij op zijn eigen vakgebied, maar niet op het gebied van het ontstaan van leven. Op dat gebied doet hij geen onderzoek en hij heeft er ook niets over gepubliceerd in vakliteratuur. De daadwerkelijke autoriteiten zijn degenen die hiernaar onderzoek doen en erover publiceren in vakliteratuur.
Farina is een scheikundige en vooral bekend wegens zijn zeer populaire [YouTube-video’s](https://www.youtube.com/@ProfessorDaveExplains?ref=deatheist.nl), waarin hij allerlei wetenschapsonderwerpen toegankelijk en helder uitlegt. Hij heeft op grond van wetenschappelijke literatuur en interviews met experts Tours opvattingen over OoL [uitgebreid bekritiseerd](https://www.youtube.com/watch?v=SixyZ7DkSjA&list=PLybg94GvOJ9HzCxBR9f4oi7MvfVcKAS6O&ref=deatheist.nl).
Na vele video’s over en weer op YouTube vond dan eindelijke een livedebat plaats. De inhoud van het debat was regelmatig erg technisch en ik heb niet de expertise om die technische claims te beoordelen. Ik volsta hier daarom met een aantal algemene opmerkingen over het debat, het OoL-onderzoek en de kritiek daarop.
**De toon van het debat**
Wat meteen opvalt, is dat Tour vrijwel constant schreeuwt en Farina vaak in de rede valt. Dit gedrag is een hoogleraar onwaardig. Hij zegt dat hij Farina net zo behandelt als een afgestudeerd student in zijn onderzoeksgroep. Farina blijft meestal rustig, valt Tour soms ook in de rede, maar valt hem regelmatig persoonlijk aan door hem vaak een leugenaar te noemen. Dat is een zware beschuldiging, en zelfs als dat terecht is, heeft het weinig meerwaarde dat steeds weer te benoemen. Ook beledigt hij het publiek regelmatig door te roepen dat ze geen idee hebben waarover ze het hebben. Dit gedrag siert Farina niet. Zijn argumenten waren sterker overgekomen zonder dit gedrag. Door dit gedrag van beide heren had het debat meer weg van een straatgevecht dan van een beschaafd debat.
**De inhoud van het debat**
Dan wat algemenen opmerkingen over de inhoud van het debat, zonder op de technische details in te gaan. Tour meent dat we geen enkele idee hebben over OoL. Dit is ongeloofwaardig, want er is wel degelijk veel bekend, zoals Farina aan de hand van vele publicaties laat zien in het debat en eerdere [YouTube-video’s](https://www.youtube.com/watch?v=SixyZ7DkSjA&list=PLybg94GvOJ9HzCxBR9f4oi7MvfVcKAS6O&ref=deatheist.nl) (zie ook de vele publicaties in het [onderschrift van het debat op YouTube](https://youtu.be/KvGdllx9pJU?ref=deatheist.nl)). Hij laat dit nog uitgebreider zien in [zijn eigen nabeschouwing](https://www.youtube.com/watch?v=YAm2W99Qm0o&ref=deatheist.nl) van het debat. Dit is ook wat experts (degenen die OoL-onderzoek doen en hierover publiceren in vakliteratuur) aangeven, zoals blijkt uit interviews met hen in Farina’s video’s.
Dat Tour wat daadwerkelijke experts beweren niet goed weergeeft, blijkt pijnlijk duidelijk uit een [tweet](https://twitter.com/leecronin/status/1453831377082781699?ref=deatheist.nl) van onderzoeker Lee Cronin, waarin Cronin stelt: “Origin of life research is a scam.”. Tour had kunnen aanvoelen dat deze onderzoeker niet zijn gehele eigen vakgebied afdoet als een “scam” (oplichterij). Dat vermoeden had hij eenvoudig bevestigd kunnen zien als hij even had gegoogeld. Dat had hij [dit interview](https://www.youtube.com/watch?v=vWjEb7Z1k18&ref=deatheist.nl) met Cronin gevonden waarin hij aangeeft dat deze tweet “tong in cheek” (een ironische knipoog, een grap) was.
Tour lijkt ook niet te snappen dat complexe fenomenen geen alles-of-niets-verklaring hebben. Ook al hebben we nu geen *volledige* verklaring (en niemand beweert dat!) van hoe het leven ontstaan is, dat betekent niet dat we geen deelverklaringen hebben of goede hypothesen voor allerlei stappen in het proces. Farina laat dat uitgebreid aan de hand van de literatuur zien. Elke keer als Tour zegt dat we “clueless” zijn over een proces of stap, laat Farina onderzoek precies daarnaar zien (voor een uitgebreidere analyse van Tours claims tijdens het debat, zie [Farina’s nabeschouwing](https://www.youtube.com/watch?v=YAm2W99Qm0o&ref=deatheist.nl)). We zijn dus niet “clueless”, zoals Tour constant beweert.
Ook is de huidige (bio)chemie en biologie maar beperkt relevant voor het OoL-onderzoek. Omstandigheden op de vroege aarde waren anders dan nu en de eerste cellen waren geen uitgeklede moderne cellen. Tour ziet dit onvoldoende in. Tours eigen onderzoek in de synthetische chemie is dan ook heel wat anders dan OoL-onderzoek.
Daarnaast is het opmerkelijk dat Tour zijn kritiek slechts publiceert op YouTube en op creationistische blogs, nooit ergens in relevante vakliteratuur. Dat zegt veel. Zijn kritiek zal waarschijnlijk niet door het peerreviewproces van daadwerkelijke experts komen omdat die ongegrond of irrelevant is, zoals Farina vaak laat zien. Kritiek is overigens geen taboe, want die is wel degelijk te vinden in de literatuur, zoals Farina in zijn nabeschouwing laat zien. In het daadwerkelijke OoL-onderzoek wordt Tour nergens aangehaald en speelt hij dus geen rol van betekenis. Ook al heeft Tour dus niets gepubliceerd in relevante vakliteratuur, toch oordeelt hij over een heel onderzoeksgebied. Dat is niet erg geloofwaardig.
**OoL-onderzoek**
Dan nog een aantal algemene opmerkingen over OoL-onderzoek en wat we daaruit wel en niet kunnen of mogen concluderen. Er zijn goede redenen waarom we nog niet volledig weten hoe het leven ontstaan is. Het problemen is erg complex, we weten een hoop niet over de omstandigheden, de stappen zijn niet gefossiliseerd en het onderzoekveld is nog jong (enkele decennia).
Daarnaast worden de experimenten in relatief kleine aantallen en gecontroleerd uitgevoerd, en tot nu toe slechts enkele decennia. De natuur heeft miljoenen jaren kunnen experimenteren met allerlei varianten, en ook nog in gigantische hoeveelheden parallelle experimenten. Dit maakt extreem kleine kansen - waar creationisten, inclusief Tour, zo graag op wijzen - vele malen groter.
Ook weten we vaak niet wat kansen zijn omdat we de kansverdeling niet kennen. Creationisten, inclusief Tour, doen vaak alsof al deze stappen puur op toeval berusten. Biochemie wordt door echter wetten gereguleerd en omstandigheden (temperatuur, ondergrond, aanwezigheid van andere stoffen) spelen een grote rol in de kansverdeling. Ook selectieprocessen vergroten de kans op successieve stappen, zoals Farina laat zien.
Misschien zullen we het raadsel nooit volledig oplossen, of vinden we één of meerdere plausibele verklaringen voor hoe het gegaan zou *kunnen* zijn, zonder te weten welk scenario *daadwerkelijk* heeft plaatsgevonden. Alleen verder onderzoek kan laten zien hoe ver we hierin zullen komen.
**Overmoed en de God van de gaten**
OoL-onderzoek is complex en technisch, en daarom voor leken moeilijk tot niet op waarde te schatten. Desalniettemin doen creationisten – inclusief Tour – grote en boude uitspraken over wat wel of niet bekend en mogelijk is, vrijwel nooit gebaseerd op de daadwerkelijke vakliteratuur. Je kunt als leek bij complexe en technische materie beter luisteren naar experts en vragen stellen, in plaats van zonder enige verstand van zaken experts tegen te spreken en menen het beter te weten, zoals maar al te vaak gebeurt. Dat is nogal overmoedig.
Tot slot: de gaten in onze huidige kennis over het ontstaan van leven zijn geenszins een argument voor het bestaan van God, zoals veel gelovigen wel menen. Dat is een drogreden ([*argumentum ad ignorantiam*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Argumentum%5Fad%5Fignorantiam?ref=deatheist.nl)). Als we nog geen volledige verklaring voor aardbevingen hebben, maakt dat het bestaan van Poseidon ook niet aannemelijk. God als verklaring [verklaart niets of is ongeloofwaardig](https://www.deatheist.nl/goddelijke-verklaringen/). Er is niets mis met zeggen dat we veel (nog) niet weten, en misschien wel nooit zullen weten. Daaruit kun je verder niets concluderen. Beter kun je goed onderzoek doen.
### Is de opstanding historisch geloofwaardig?
URL: https://www.deatheist.nl/is-de-opstanding-historisch-geloofwaardig/
Last updated: 2026-08-22T17:46:36.000Z
Naar aanleiding van een [podcast](https://twitter.com/David%5FBoogerd/status/1644579343430037505?s=20&ref=deatheist.nl) met theoloog Arnold Huijgen om het opstandingsverhaal historisch geloofwaardig te maken en veelgehoorde kritiek van weerwoord te voorzien, schreef ik op Twitter een [draadje](https://twitter.com/KlinkBart/status/1644752957114572801?s=20&ref=deatheist.nl). Dit leidde tot heel wat discussie met onder andere godsdienstfilosoof Emanuel Rutten, student filosofie en aardwetenschappen Willem Jan Blom en Huijgen zelf. Hieronder wil ik mijn kritiekpunten wat verder uitwerken. We kunnen de opstandingsclaim analyseren op waarschijnlijkheid. Dit kan onder andere met het [theorema van Bayes](https://en.wikipedia.org/wiki/Bayes%27%5Ftheorem?ref=deatheist.nl), maar die manier kent ook moeilijkheden.
**Prior**
Als we dit theorema gebruiken, beginnen we met de *prior probability*, kortweg de *prior*. Dit is hoe waarschijnlijk de opstanding is gezien onze achtergrondkennis, onze beste kennis over hoe de wereld in elkaar zit en werkt. Deze prior-waarschijnlijkheid is erg klein om twee redenen. De eerste is frequentistisch: hoeveel mensen van alle mensen die ooit geleefd hebben zijn opgestaan uit de dood? Zelfs als we de Bijbel op dit gebied geloven, is dat aantal heel laag, namelijk Jezus en een aantal anderen (zoals bij de opstanding van de heiligen uit Mat. 27:52-53). Laten we zeggen dat het er 1.000 zijn. Naar schatting hebben er tot nu toe 117 miljard mensen geleefd, dus dat betekent dat 0,00000085% is opgestaan. Dat maakt opstanding frequentistisch gezien dus erg onwaarschijnlijk. Daarnaast hebben we goede fysiologische en natuurkundige redenen (entropie) waarom gestorven lichamen niet meer opstaan. Ook dit maakt de opstanding a priori erg onwaarschijnlijk.
Nu kan de gelovige natuurlijk tegenwerpen dat deze lage waarschijnlijkheid alleen opgaat als we God niet meewegen in onze prior. Een machtige God zoals de christelijke is immers niet gebonden aan natuurwetten en kan wonderlijk ingrijpen als Hij dat wil, waarmee de prior flink omhooggaat. Dit geldt inderdaad als we de christelijke God, die Jezus *kan* en *wil*laten opstaan, laten meewegen in onze prior, maar dan veronderstellen we eigenlijk al wat we juist willen beargumenteren. Dat de opstanding waarschijnlijk is *als* juist de christelijke God bestaat, is immers niet vreemd! Het probleem is echter dat precies dit punt ter discussie staat, dus we mogen de christelijke God niet veronderstellen.
Helpen klassieke godsargumenten, zoals het kosmologisch argument of het finetuningargument hier dan? Laten we *for the sake of the argument* aannemen dat deze argumenten inderdaad succesvol zijn. Dan hebben we aangetoond dat er een machtige God bestaat. Zo’n machtige God die het universum geschapen heeft, zou ongetwijfeld een mens kunnen laten opstaan uit de dood, maar is dit *kunnen alleen* voldoende om de prior te verhogen? Het antwoord is ‘nee’, want als deze God om wat voor reden dan ook niet *wil*, wordt de prior helemaal niet verhoogd, maar zelfs verlaagd. Zo heeft een deïstische God helemaal geen interesse in mensen, laat staan in een opstanding ter verlossing van zonden te bewerkstelligen. Ook de islamitische God zal Jezus niet willen laten opstaan, want volgens moslims is Jezus niet eens gestorven. Zelfs *binnen* het christendom zijn er stromingen die niet geloven dat Jezus vleselijk is opgestaan, zoals het [docentisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Docetism?ref=deatheist.nl). Het is ook goed mogelijk dat Paulus niet geloofde in een vleselijke opstanding, zoals hieronder zal blijken.
Om de prior te verhogen, hebben we dus een machtige God nodig die *zowel kan als wil*. Daarvoor zijn echter altijd *extra*aannames nodig, die eerst zelf aannemelijk gemaakt moeten worden. Een machtige God *alleen* is dus niet genoeg om de prior te verhogen. Een vergelijkbaar punt maken godsdienstfilosofen Michael Martin (2005) en Herman Philipse (2012).
Is het dan niet zo dat, als de (orthodox) christelijke God een optie is van de categorie ‘machtige God’, er altijd een kans is dat deze God bestaat, wat de prior zou verhogen? Laten we voor het gemak veronderstellen dat de categorie ‘machtige God’ maar uit 3 opties bestaat: (orthodox) christelijke theïsme, islamitisch theïsme en deïsme. Als de kansverdeling tussen deze 3 gelijk verdeeld zou zijn, is de kans dat de (orthodox) christelijke God bestaat 1/3e, en dat zou de prior inderdaad een stuk verhogen.
Er zijn echter twee problemen met deze manier van redeneren. In de eerste plaats weten we niet hoeveel opties er zijn binnen de categorie ‘machtige God’. Hoe groter het aantal opties is, hoe kleiner de kans is dat precies de (orthodox) christelijke God bestaat. Het positieve effect op de prior neemt hierdoor snel af als het aantal opties toeneemt. Deze afname kan zelfs uitkomen op 0 als het aantal opties oneindig blijkt te zijn (delen door oneindig = 0), en hoe weten we dat het aantal opties niet oneindig is? Het aantal logisch mogelijke varianten van theïsme en deïsme lijkt onbeperkt.
Het tweede problemen is dat we hierboven *verondersteld* hebben dat de kansverdeling gelijk is, maar hoe weten we dat dit klopt? Als we weer voor het gemak uitgaan van slechts 3 opties (christelijke theïsme, islamitisch theïsme en deïsme), hoe weten we dan dat de kansen verdeeld zijn als respectievelijk 1/3e, 1/3e en 1/3e? Waarom zou het niet bijvoorbeeld 0, 1/2een 1/2e kunnen zijn? In dat geval *verlaagt* het bestaan van een machtige God juist de prior! Let wel: ik zeg niet dát dit zo is, maar dat dit een *mogelijke* kansverdeling is. We weten de kansverdeling simpelweg niet, en daarmee kunnen we ook niets zeggen wat een machtige God *sec* doet met de prior van de opstanding.
We kunnen de volgende vergelijking maken. Met een eerlijke dobbelsteen is de kans op elk aantal ogen gelijk verdeeld en dus 1/6e. We kunnen hier prima mee gaan kansrekenen. Maar stel dat we *niet* weten of de dobbelsteen eerlijk is; misschien is de steen wel (sterk) verzwaard. Dan hebben we geen idee wat de kans is dat we bijvoorbeeld 6 gooien. Die kans kan letterlijk elke waarde tussen 0 en 1 aannemen. We kunnen zonder kennis over de eerlijkheid van de steen (dus de mate waarin de kansverdeling gelijk is) dan ook niet gaan berekenen wat de kans is op een bepaald aantal ogen. Ik meen dat we een vergelijkbaar probleem hebben met het bepalen van de kansverdeling binnen de categorie ‘machtige God’. Daarmee zegt het bestaan van een machtige God *sec* dus niets over de prior van de opstanding.
Zelfs *als* we aannemen dat de kansen gelijk verdeeld zijn en dat het aantal mogelijke opties binnen de categorie ‘machtige God’ eindig is, dan nog helpt dit de gelovige in de opstanding maar weinig. Hoe groter het aantal mogelijke opties, hoe kleiner immers het effect wordt dat de prior van de opstanding moet verhogen. Je kunt dan inderdaad zeggen: de kans is bijvoorbeeld 0,001% groter geworden! Maar wat heb je daar nu aan als je de opstanding ook echt *aannemelijk* wilt maken? Een (uiterst) minimale verhoging van de prior helpt de gelovige praktisch weinig tot niets.
De gelovige moet het dus niet hebben van een verhoogde prior, maar kan zich beter richten op het aannemelijk maken van het bewijs (in de zin van *evidentie*) voor de opstanding. Volgens het theorema van Bayes geldt het bekende aforisme [*extraordinary claims require extraordinary evidence*](https://en.wikipedia.org/wiki/Sagan%5Fstandard?ref=deatheist.nl). De lage prior valt te overwinnen met erg overtuigend bewijs. Dit is ook wat veel gelovige apologeten proberen, maar ook hier duiken heel wat problemen op.
**Historische betrouwbaarheid van de bronnen**
De enige bronnen die niet al te oud zijn, zijn de brieven van Paulus (vanaf ca. 50 n.C.) en de evangeliën (vanaf ca. 70 n.C.). Dit is nog steeds minimaal zo’n 20 tot 40 jaar na de vermeende opstanding (30-33 n.C.), wat meer dan genoeg tijd geeft voor allerlei onjuiste verhalen en legenden. We weten dat verhalen en legenden heel snel kunnen ontstaan omdat daar veel voorbeelden van zijn. Zo ontstonden er vlak na de dood van de zanger [Elvis Presley](https://en.wikipedia.org/wiki/Elvis%5FPresley?ref=deatheist.nl), rapper [Tupac Shakur](https://www.rollingstone.com/music/music-news/tupac-alive-movie-951140/?ref=deatheist.nl) en [prinses Diana](https://en.wikipedia.org/wiki/Conspiracy%5Ftheories%5Fabout%5Fthe%5Fdeath%5Fof%5FDiana,%5FPrincess%5Fof%5FWales?ref=deatheist.nl) al allerlei verhalen dat ze niet overleden zouden zijn. Veel mensen meenden ze zelfs gezien te hebben na hun vermeende dood (voor een overzicht van Elvis, zie [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/Elvis%5Fsightings?ref=deatheist.nl)).
Een ander voorbeeld is het [Roswellincident](https://en.wikipedia.org/wiki/Roswell%5Fincident?ref=deatheist.nl), waarover na 30 jaar al allerlei legenden in omloop waren. Zo kon een geheime weerballon uitgroeien tot een ufo, een verhaal gebaseerd op een ooggetuige ([Jesse Marcel](https://en.wikipedia.org/wiki/Jesse%5FMarcel?ref=deatheist.nl)). Dit vond plaats in een tijd waarin zaken al eenvoudig te controleren waren, in tegenstelling tot de tijd van de evangeliën. We hebben geen idee wat er in de jaren is gebeurd tussen Jezus’ dood en het ontstaan van de brieven en evangeliën. Er is geen enkele *contemporaine* bron over het leven van Jezus. Dit biedt genoeg ruimte voor het ontstaan van verhalen en legenden, zeker in een tijd waarin zaken niet of moeilijk te controleren waren en de meeste mensen [niet erg sceptisch waren](https://infidels.org/library/modern/richard-carrier-kooks/?ref=deatheist.nl).
Vooral de evangeliën bevatten veel historisch ongeloofwaardig materiaal, zoals de [duisternis van 3 uur midden op de dag](https://en.wikipedia.org/wiki/Crucifixion%5Fdarkness?ref=deatheist.nl)en de [opstanding van heiligen](https://en.wikipedia.org/wiki/Matthew%5F27:53?ref=deatheist.nl)). De opgestane heiligen zouden volgens Mattheus (27:53) zelfs “aan velen” zijn verschenen. Deze hoogst opmerkelijke verhalen worden door geen enkele buitenbijbelse bron bevestigd, terwijl dat gemakkelijk had gekund (zoiets groots en opmerkelijks moet veel opzien gebaard hebben). Ze lijken veeleer om theologische redenen te zijn toegevoegd. We moeten de evangeliën dus erg kritisch beschouwen, zeker bij buitengewone claims. Ook spreken de evangeliën elkaar op verschillende punten tegen, soms op relatief kleine punten, maar ook op grotere (Ehrman, 2009; zie ook [hier](https://rationalwiki.org/wiki/Contradictions%5Fin%5FJesus%27%5Fcrucifixion?ref=deatheist.nl#Jesus%5Fis%5Fcrucified)). Op welke dag stierf Jezus bijvoorbeeld? Bij Markus is het op Pesach, maar bij Johannes op *de dag voor* Pesach. Dit soort contradicties helpen de historische betrouwbaarheid van de bronnen niet.
De oudste manuscripten van de desbetreffende teksten zijn ook nog aanzienlijk jonger dan de vermeende bronteksten zelf. We weten niet precies wat er in tussentijd gebeurd is, behalve dat ze niet heel betrouwbaar zijn overgeleverd. Verhalen kunnen gemakkelijk aangepast worden en elementen kunnen worden toegevoegd. We weten dat dit gebeurt uit de vele manuscriptvarianten. Zie verder [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WoordvanGod.pdf).
**Paulus vs. de evangelisten**
Paulus lijkt van een ander opstandingsidee uit te gaan dan de evangelisten. Volgens hem is een vleselijk (biologisch, natuurlijk) lichaam (*soma psuchikon*) gestorven, maar een geestelijk lichaam (*soma pneumatikon*) opgestaan (1 Kor. 15:44) (De Jonge, 1989; Martin, 1999; Carrier 2005; Ehrman, 2014, zie ook [hier](https://infidels.org/library/modern/richard-carrier-resurrection-3/?ref=deatheist.nl#ad) en [hier](https://www.richardcarrier.info/SpiritualFAQ.html?ref=deatheist.nl)). Het gaat hier niet om een volledig onstoffelijk lichaam of een zuivere geest, maar om een *ander* (fijnstoffelijk of etherisch) lichaam dan het (vleselijke) lichaam dat stierf. Ook in de directe context van dit vers contrasteert Paulus de twee verschillende soorten lichamen: aards vs. hemels (v. 40), vergankelijk vs. onvergankelijk (v. 42), onaanzienlijk en zwak vs. met schittering en kracht (v. 43). Ook stelt hij dat wat van vlees en bloed is, de hemel niet binnen kan gaan (v. 50). Carrier (2005) onderbouwt deze twee-lichamen-interpretatie zeer grondig. Volgens Paulus is het gestorven lichaam dus wezenlijk anders dan het opgestane lichaam.
Nu is deze tekst ook anders geïnterpreteerd en is er in de literatuur de nodige discussie over. Zo’n andere interpretatie is dat Paulus meent dat *hetzelfde* lichaam *veranderd* is, in plaats van dat het om een *ander lichaam* gaat. Maar waarom schrijft hij dat niet? Waarom contrasteert Paulus *verschillende lichamen* in plaats van uit te leggen hoe *hetzelfde* lichaam veranderd is? Deze interpretatie lijkt mij dan ook minder plausibel en Carrier (2005) bekritiseert deze interpretatie uitgebreid. Na een bespreking van de betekenis van de relevante woorden concludeert Fitzmyer in zijn *Anchor Bible*\-commentaar: “It is easier to say what Paul did not mean than to say what he meant: not a resuscitated body of flesh; not the earthly body simply endowed with new *dotes,* ‘qualities.’” (Fitzmyer, 2008: 597; onderstreping BK).
Deze passage is onderdeel van een breder argument dat Paulus geloofde in een spirituele opstanding. Zo meldt hij niets over een leeg graf, de vermeende getuigen hiervan, het zien of voelen van de kruiswonden of überhaupt een *vleselijke*verschijning van de opgestane Jezus. Dit is opmerkelijk omdat het in de evangeliën zo’n belangrijke rol speelt. Wist Paulus hier niets van of geloofde hij niet in een vleselijke opstanding? Ik denk dat laatste. De verschijningen waar hij het wél over heeft, kunnen goed spiritueel worden uitgelegd (zie hieronder).
De evangelisten daarentegen geloofden juist dat Jezus met hetzelfde lichaam is opgestaan als waarmee hij is gestorven, een vleselijke opstanding dus. Het lege graf speelt bij hen juist een belangrijke rol (zie hieronder). Bij Matheus grepen de leerlingen zijn voeten vast (28:9) en bij Lukas zegt Jezus dat ze hem aan moeten raken, dat hij “vlees en beenderen” heeft en eet hij met hen (24:39-43). De wonden van de kruisiging zijn, zo suggereert de schrijver van Johannes, zelfs nog zichtbaar en voelbaar na de opstanding (20:24-29). Dit alles lijkt me lastig met een geestelijk lichaam en benadrukt juist de opstanding van een vleselijk lichaam. Volgens Lukas (24:51) ging Jezus met zijn opgestane vleselijk lichaam naar de hemel, hetgeen we ook vinden in de latere toevoeging aan Markus (16:19). Paulus houdt dit voor onmogelijk (1 Kor. 15:50). Tot slot geeft Paulus geen enkele blijk van een tijd tussen opstanding en hemelvaart, zoals de evangelisten. Zelfs in de vroege bronnen is er dus een conflicterend idee over wat de opstanding inhoudt, wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt.
De hemelvaart is sowieso nogal een problematische gebeurtenis gezien wat we nu weten. In het [wereldbeeld van de Bijbel](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) was de hemel hoog in de lucht, dus is het niet vreemd dat Jezus daar letterlijk naartoe kon opstijgen, maar hoe moeten we ons dat voorstellen in een modern astronomisch wereldbeeld (De Jonge, 1989)? Ging Jezus voorbij de dampkring? Naar een ander sterrenstelsel? Loste hij ineens op ergens hoog in de lucht?
**Verschijningen**
Daarnaast heeft Paulus heeft het over een *verschijning*. Het Griekse werkwoord dat hier gebruikt wordt (*horao*) heeft net zo’n brede betekenis als ons woord ‘verschijnen’. Dat hoeft niet vleselijk te zijn. Paulus heeft Jezus zelf nooit vleselijk gezien, al is Jezus wel verschenen aan hem. Paulus benadrukt ook dat hij het evangelie niet van een mens heeft ontvangen, maar dat Jezus het aan hem zelf heeft *geopenbaard* (Gal. 1:12; vgl. het Bijbelboek *Openbaring*, gebaseerd op hetzelfde Griekse woord). Het lijkt hier veeleer om een soort visioen te gaan.
De 500 broeders aan wie Jezus verschenen zou zijn (1 Kor. 15:6), wordt vaak uitgebreid opgevoerd, maar ook hier is het goed mogelijk kritische kanttekening te plaatsen. Is deze claim überhaupt historisch? Dat valt niet te controleren. Korinthe ligt in Griekenland, een heel eind bij Palestina vandaan, zeker gezien de beperkte reismogelijkheden in dit tijd. Is het verhaal betrouwbaar overgeleverd of overdreven? Dat weten we ook niet. Om wat voor soort verschijning gaat het hier (vleselijk of een visioen, net als bij Paulus zelf)? Ook dat weten we niet. Aangezien Paulus geen onderscheid maakt in de soort verschijning die hij en de anderen waarover hij spreekt hebben gezien, is het goed mogelijk dat het hier over allemaal visoenen gaat. In de oudheid zijn er veel verhalen van goden en gestorvenen die aan mensen verschijnen, dus zo opmerkelijk is zo’n bewering niet (De Jonge 1989; Carrier, 2005). Ook nu nog menen rooms-katholieken dat Maria aan [velen is verschenen](https://en.wikipedia.org/wiki/Marian%5Fapparition?ref=deatheist.nl), [zelfs aan duizenden tegelijk](https://en.wikipedia.org/wiki/Miracle%5Fof%5Fthe%5FSun?ref=deatheist.nl). Protestanten zijn hier terecht sceptisch over, maar dat zouden ze dan net zo goed moeten zijn over de (vermeende) verschijningen van Jezus.
Dergelijke visioenen van overledenen komen vaker voor. Mensen denken heel vaak overledenen te zien of te horen, zeker als het personen zijn die veel voor hen betekenen (zie Elvis en Tupac bij hun fans). Dit soort ‘verschijningen’ kunnen gemakkelijk uitgroeien tot grotere en sterkere verhalen.
**Een leeg graf?**
Het lege graf wordt vaak gezien als een historisch feit, wat natuurlijk goed verklaard kan worden met de opstanding. Toch zijn er goede redenen om aan de historiciteit van dit verhaal te twijfelen (Ehrman, 2014).
Jozef van Arimatea was volgens Markus onderdeel van het [sanhedrin](https://en.wikipedia.org/wiki/Sanhedrin?ref=deatheist.nl). *Iedereen* uit deze raad probeerde volgens datzelfde evangelie iemand een getuigenverklaring tegen Jezus te laten afleggen om hem ter dood te veroordelen (14:55). *Alle*raadsleden oordeelden ook dat Jezus de doodstraf verdiende (14:64). Waarom zou iemand die tot dit oordeel komt Jezus vervolgens een nette begrafenis geven? Zou dit niet ook heel veel vragen oproepen bij de rest van het sanhedrin? Daarnaast zegt onze oudste bron, Paulus, niets over een nette begrafenis, Jozef van Arimatea en een leeg graf. Is deze omissie niet hoogst opmerkelijk als het verhaal van het lege graf historisch is?
Ook weten we het nodige over kruisiging bij de Romeinen. Het was een manier om een persoon te martelen, te vernederen en diende ter afschrikking voor anderen. Daarom bleven lichamen hangen tot ze gingen ontbinden en aangevreten werden door dieren. Ook werden lichamen in massagraven gegooid. De nette behandeling van Jezus’ lichaam die te vinden is in de evangeliën, is met deze gebruiken van de Romeinen strijdig. Het verhaal is daarmee historisch niet erg geloofwaardig, of op z’n best discutabel. Tot slot weten we dat Pilatus een harde man was die totaal geen rekening hield met joodse gevoeligheden. Waarom zou hij dan toestaan dat een gekruisigde joodse crimineel deze speciale behandeling kreeg? Ook dit lijkt niet erg geloofwaardig.
Er zijn dus tal van historische problemen met het verhaal van het lege graf. We kunnen daarom het lege graf niet aannemen als een historisch feit. Zelfs als er daadwerkelijk een leeg graf geweest is, dan nog zijn er aardse verklaringen die goed mogelijk zijn, zoals grafroof, verplaatsing van het lichaam of een vergissing van het graf. Tevens is het opmerkelijk dat het verhaal van het lege graf groeit in elementen als we de evangeliën chronologisch vergelijken (Markus, Mattheus/Lukas, Johannes). Dit is logisch als het verhaal bedacht (of minstens verfraaid) is om een fysieke opstanding geloofwaardig te maken. Dit kan in alle oprechtheid: als de schrijver (of zijn bron) gelooft dat Jezus vleselijk is opgestaan, dan *moet* er wel een leeg graf zijn, wat het ontstaan van zo’n legende in de hand kan werken. Het verhaal kan voor Markus ook symbolisch zijn: het lege graf vertegenwoordigt de opstanding (Carrier, 2005). Dat kan de motivatie zijn om het verhaal (dat bij hem slechts zeer beknopt voorkomt) te bedenken. Verhalen over lege graven en opstanding of opname in de hemel kwamen overigens ook vaker voor (De Jonge, 1989; Carrier, 2005). Tegen historiciteit pleit verder ook dat Markus benadrukt dat de vrouwen die het lege graf ontdekten vluchten *en tegen niemand wat zeiden* (16:8, het oorspronkelijke einde). Hoe kan de auteur het verhaal dan kennen?
Tot slot wordt op dit punt nog vaak tegengeworpen: als het verhaal al verzonnen is, wie verzint dan dat *juist vrouwen* het lege graf vonden? Werden vrouwen niet als onbetrouwbaar gezien? Ook hier zijn plausibele antwoorden op te geven (Ehrman, 2014). Misschien zijn het wel juist vrouwen in de traditie geweest die dit element bedacht hebben. Vrouwen speelden in het vroege christendom een belangrijke rol. Ze spelen ook een rol in meer evangelieverhalen over Jezus. Daarnaast werd het voorbereiden van het lichamen voor begrafenis meestal door vrouwen gedaan. Het is dan niet vreemd dat zij er als eerste achter komen in het verhaal, zeker niet gezien de discipelen gevlucht zijn. Tot slot is een terugkerend thema in Markus dat de (mannelijke) discipelen de betekenis van Jezus’ woorden en daden steeds niet snappen. Dan zou het niet vreemd zijn als het juist *niet* mannen zijn die het lege graf ontdekken.
**Had het geloofwaardiger gekund?**
Is de moderne scepticus niet te kritisch? Kunnen we redelijkerwijs wel veel sterkere evidentie verwachten van zo’n gebeurtenis uit het verre verleden. Hoe kritisch we moeten zijn, hangt af van hoe buitengewoon de claim is, zoals het bekende en eerder aangehaalde aforisme *extraordinary claims require extraordinary evidence* laat zien. Opstanding uit de dood is zeer buitengewoon, zoals we hierboven hebben gezien, dus mogen zeer buitengewone evidentie verwachten.
In deze tijd zou je moeten denken aan meerdere, onpartijdige en onafhankelijke bevestigingen, videobeelden, medisch rapporten van gewisse dood en opstanding, scans, enz. Nu zijn die laatste voorbeelden lastig/onmogelijk voor een ver verleden, maar ook dan zou het een stuk beter kunnen dan wat we hebben:
- Jezus had zelf kunnen schrijven, zodat we hemzelf als bron hadden.
- Er zouden contemporaine getuigen van de vleselijke opstanding kunnen zijn, niet mensen die decennia later schreven.
- Er zouden niet-christelijke getuigen van de vleselijke opstanding kunnen zijn, mensen die geen motief hebben om verhalen naar hun hand te zetten. Waarom niet ook aan Pilatus of het sanhedrin?
- Er zouden gerenommeerde contemporaine historici over de opstanding kunnen schrijven, of historici die vlak daarna schreven, het liefst niet-christelijke. De eerste historici die de opstanding benoemen, komen uit de 3eeeuw en zijn ook nog christelijk.
- Er zou onafhankelijke bevestiging van wonderlijke elementen uit het verhaal (zoals de eerdergenoemde opstanding van de heiligen en de 3 uur duisternis midden op de dag, enz.) kunnen zijn.
- Er zou meer consistentie tussen de verhalen kunnen zijn; nu spreken ze elkaar op heel wat punten tegen.
- We zouden beter zicht op auteurs en het ontstaan tekst kunnen hebben. De auteurs van de evangeliën zijn onbekend en niemand weet wat er tussen de gebeurtenissen en de terschriftstelling is gebeurd.
- De overlevering zou betrouwbaarder kunnen zijn. We hebben de originelen van de teksten niet en de oudste manuscripten zijn decennia of zelfs eeuwen jonger. We weten uit de manuscriptvarianten dat de teksten tijdens de overlevering zijn aangepast en uitgebreid.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden die de geloofwaardigheid van het verhaal zouden verhogen. Wat ook zou helpen, is als God nu ondubbelzinnige christelijke wonderen zou verrichten, zodat we in ieder geval weten dat de christelijke God *kan*ingrijpen (het verhoogt de prior). Dat maakt het accepteren van de ultieme christelijke wonderclaim uit het verleden ook gemakkelijker.
**De meest waarschijnlijke verklaring voor de feiten**
Uiteindelijk is het een waarschijnlijkheidsvraag: is het waarschijnlijker dat Jezus is opgestaan of zijn alternatieve verklaringen overtuigender? De prior is laag en opstanding is een zeer buitengewone claim, en dat vereist ook zeer buitengewone evidentie om het geloofwaardig te maken. Dat is er niet. De alternatieve verklaringen zijn echter niet buitengewoon en goed bekend. Dit maakt wonderclaims over het algemeen erg ongeloofwaardig, zoals ik [eerder](https://www.deatheist.nl/verricht-god-wonderen-kritische-kanttekeningen-bij-vermeend-goddelijk-ingrijpen/) betoogd heb. Met het theorema van Bayes mogen we dan concluderen dat opstanding erg onwaarschijnlijk is en een goed mogelijk alternatief scenario veel waarschijnlijker is.
Hoe zou zo’n scenario eruit kunnen zien? Jezus was als apocalyptische prediker in de ogen van de Romeinen een oproerkraaier en werd om die reden gekruisigd, zoals dat met zovelen gebeurde. Hij stierf een gruwelijke dood, hing dagen aan het kruis en werd mogelijk door dieren aangevreten – de ultieme vernedering. Zijn volgelingen konden dat niet accepteren, want ze hadden in hem de nieuwe Messias gezien die als koning zou heersen. Hierdoor ontstond er [cognitieve dissonantie](https://en.wikipedia.org/wiki/Cognitive%5Fdissonance?ref=deatheist.nl), een welbekend fenomeen als dingen anders uitpakken dan mensen hadden verwacht. Hierdoor herinterpreteerden ze Jezus’ dood als onderdeel van een groots plan, waarvan zelfs aan aankondigingen in de Hebreeuwse Bijbel (Oude Testament) te vinden zijn (de ‘uitgekomen profetieën’; feitelijk achteraf binleeswerk dus). Ook hebben een aantal van hen visioenen over de levende Jezus gehad. Dit is een gebruikelijk fenomeen als mensen dierbaren verliezen. Hieruit zijn verschillende versies van een opstandingsverhaal ontstaan, die in de loop der jaren zijn gegroeid tot de huidige varianten.
Paulus heeft de oudste (bekende) variant en meende dat Jezus met een *geestelijk* *lichaam* is opgestaan en *geestelijk* aan hem en een aantal anderen is verschenen in visioenen (zie hierboven). De evangelieschrijvers zijn later en komen met een variant van *vleselijke* opstanding. Markus is, als we zijn opstandingsverhaal niet zuiver symbolisch lezen, hiervan de oudste en de beknoptste (de 12 laatste verzen zijn een latere toevoeging, zoals uit manuscriptvarianten blijkt (Ehrman, 2005)). Lukas en Mattheus gebruiken deels Markus als bron en deels de [hypothetische bron Q](https://en.wikipedia.org/wiki/Q%5Fsource?ref=deatheist.nl). Ook is het mogelijk dat Lukas Mattheus als bron gebruikt heeft of andersom (zie verder [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/Synoptic%5FGospels?ref=deatheist.nl#The%5Fsynoptic%5Fproblem)). Uiteraard voegden ze ook eigen elementen toe aan hun versie van het verhaal en leggen nog meer de nadruk op een vleselijke opstanding (Mat. 28:9; Luk. 24:39-43). Johannes is nog later ontstaan en benadrukt nog meer de vleselijke opstanding (21:9-14). Ook het beroemde verhaal van de ongelovige Thomas, die letterlijk door Jezus wordt uitgenodigd zijn vinger in de wond te leggen om zo elke twijfel van een vleselijke opstanding weg te nemen, vinden we alleen hier (20:24-29).
Er is dus een evolutie in de tijd zichtbaar van een opstanding met een geestelijk lichaam naar een met een vleselijk lichaam, wat steeds geloofwaardiger gemaakt moet worden door elementen aan het verhaal toe te voegen en te versterken. In dit kader is het goed mogelijk dat het historisch problematische verhaal van het lege graf is toegevoegd. Door het hierboven genoemde proces zijn de vier verschillende versies van het opstandingsverhaal in de evangeliën ontstaan. De overeenkomsten zijn goed te verklaren doordat ze grotendeels dezelfde bronnen gebruikten, de verschillen door eigen inbreng en aanpassing.
Zo is het verhaal van de opstanding en het geloof van de vroege christenen goed te verklaren met welbekende en aannemelijk verklaringen. Dit kan natuurlijk verder uitgewerkt worden, en dat is ook gedaan door anderen (Carrier, 2005; Philipse, 2012, zie ook [hier](https://infidels.org/library/modern/richard-carrier-resurrection-3/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.richardcarrier.info/SpiritualFAQ.html?ref=deatheist.nl)). Weten we zeker dat het ook zo gebeurd is? Nee, dat kunnen we vrijwel nooit bij gebeurtenissen uit een ver verleden, en zeker niet als het bronnenmateriaal beperkt en laat is. Waar het om gaat, is dat de hierboven geschetste verklaring (of een variant daarop) veel waarschijnlijker is dan een daadwerkelijke lichamelijke opstanding uit de dood. Daarmee is de opstanding niet historisch geloofwaardig.
**Referenties**
Carrier, R. (2005). The Spiritual Body of Christ and the Legend of the Empty Tomb. In Price, R. M. & J.J. Lowder (Eds.), *The empty tomb: Jesus beyond the grave*. Prometheus Books.
De Jonge, H. J. (1989). Ontstaan en ontwikkeling van het geloof in Jezus' opstanding. *Té-èf. Blad van de Faculteit der godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit te Leiden* 18, no. 3:33-45.
Ehrman, B. D. (2005). *Misquoting Jesus: The story behind who changed the Bible and why*. HarperSanFrancisco.
Ehrman, B. D. (2009). *Jesus, interrupted: Revealing the hidden contradictions in the Bible (And why we don't know about them)*. New York: HarperOne.
Ehrman, B. D. (2014). *How Jesus became God: The exaltation of a Jewish preacher from Galilee*. HarperOne.
Fitzmyer, J. A. (2008). First Corinthians. The Anchor Yale Bible. *New Haven: Yale University*.
Martin, D. B. (1999). *The Corinthian Body*. Yale University Press.
Martin, M. (2005). The Ressurection as Initially Improbable. In Price, R. M. & J.J. Lowder (Eds.), *The empty tomb: Jesus beyond the grave*. Prometheus Books.
Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press.
**Addenda (21-8-2024 en 17-4-2025): verdere onderbouwing van de tweelichamenleer bij Paulus**
Van mijn verklaring voor hoe het opstandingsverhaal is ontstaan, heeft het contrast dat ik maak tussen Paulus en de evangelisten wat betreft het opstandingslichaam de meeste discussie opgeleverd. Ook mijn lezing van wat Paulus verstaat onder een *soma pneumatikon* (vaak vertaald als ‘geestelijk lichaam’) bleek tot discussie te leiden. Er ontstaat gemakkelijk verwarring over deze kwesties omdat het Bijbelse onderscheid tussen lichaam en geest volgens mij anders is dan het (cartesiaanse) verschil dat wij geneigd zijn te maken. Ik wil dit daarom hieronder verder toelichten. Ook ben ik ondertussen nog meer bronnen tegengekomen die dit verschil in opstandingslichaam benadrukken, naast de bronnen die ik hierboven reeds gaf (De Jonge, 1989; Martin, 1999; Carrier 2005; Fitzmyer, 2008; Ehrman, 2014). Het is dus echt geen zonderling idee of extreme positie onder bijbelwetenschappers, zoals sommige critici mij verweten.
**De twee verschillende lichamen volgens Paulus**
Volgens mij is er in deze discussie verwarring over wat volgens Paulus het juiste contrast is van de twee lichamen voor en na opstanding. De mijns inziens *onjuiste* voorstelling is dat het stoffelijke/fysieke/aardse/vleselijke (inclusief spijsvertering en wonden na de kruisiging) lichaam wordt gecontrasteerd met een onstoffelijk/niet-fysiek en in *die zin* een zuiver geestelijk/spiritueel lichaam (of ziel/geest).
Dit heb ik in het verleden wel gedacht, maar ik denk nu dat dit [cartesiaanse](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://nl.wikipedia.org/wiki/Ren%C3%A9%5FDescartes) (dat uiteindelijk teruggaat tot [Plato](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://nl.wikipedia.org/wiki/Plato)) idee volgens mij niet in de Bijbel te vinden is. Geest werd *niet* gezien als iets onstoffelijks/niet-fysieks, maar als iets fijnstoffelijks (etherisch/pneumatisch), in ieder geval iets andersoortigs dan de gewone stof/materie/substantie waaruit grond, bomen, botten en vlees gemaakt zijn. Een fysiek/stoffelijk lichaam gemaakt van *pneuma* is dan ook geen *contradictio in terminis*. De verwarring ontstaat als we *pneuma* opvatten als iets onstoffelijks, geest in de cartesiaanse en platoonse zin dus, in plaats van als iets fijnstoffelijks (Tabor & Jacobovici, 2012).
Goden en engelen hebben in deze voorstelling ook zo’n fijnstoffelijk lichaam. Daarom kunnen ze ook een *lichaam* hebben, meestal antropomorf voorgesteld. Een onstoffelijk lichaam is in het cartesiaanse dualisme een *contradictio in terminis*, maar hier dus niet. Zo’n fijnstoffelijk lichaam is ook wat bedoeld wordt met een *hemels lichaam*, want in die kosmologie (het idee van hoe de wereld in elkaar zit) waren de hemellichamen ook van een wezenlijk andere stof (etherisch of pneumatisch). Hemellichamen werden eveneens als onvergankelijk en onsterfelijk gezien, want ze veranderen niet en komen steeds weer terug. Daarom komen woorden als ‘hemels’, ‘pneumatisch’, ‘etherisch, ‘fijnstoffelijk’ ‘onsterfelijk’ en ‘onvergankelijk’ (ongeveer) neer op hetzelfde, en worden ze gecontrasteerd met ‘aards’, ‘vleselijk’, ‘vergankelijk’ en ‘sterfelijk’. Het eerste heeft een positieve connotatie, het tweede een negatieve.
Ik denk dat we het opstandingslichaam volgens Paulus in deze hemelse categorie moeten plaatsen. Het mijns inziens *juiste* contrast volgens Paulus is het aardse/vleselijke (inclusief spijsvertering en verwondingen) lichaam van voor de opstanding versus het fijnstoffelijke (etherische/pneumatische/hemelse) lichaam van na de opstanding. Hij heeft het dus over twee *fysieke/stoffelijke* lichamen, maar de stof waaruit ze bestaan is echter fundamenteel anders.
Dit contrast dat ik voorsta, is op veel plekken in de literatuur te vinden en is dus geen extreme positie (naast de eerder aangehaalde referenties (De Jonge, 1989; Martin, 1999; Carrier 2005; Fitzmyer, 2008; Ehrman, 2014), wil ik daar de volgende nu aan toevoegen: Chilton, 2010; Engberg-Pedersen, 2010; Perkins, 2012; Tabor & Jacobovici, 2012 (zie ook [hier](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://web.archive.org/web/20230204155425/https:/jamestabor.com/why-people-are-confused-about-the-earliest-christian-view-of-resurrection-of-the-dead/)); Litwa, 2012; Finney, 2016; Roukema, 2016; Thiessen, 2016; Fredriksen, 2017, 2024; Burnett, 2019). Wijlen dr. Michael Heiser maakt in [deze podcast](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://www.youtube.com/watch?v=Tw4liddc8iY) ook dit contrast. Tappenden (2016) komt erg in de buurt. Ook Johnson (2013) lijkt dicht bij deze lezing te zitten als hij schrijft: “paul’s language clearly points to the contrast between the *merely material*, which is always corruptible, weak, and liable to shame, and the *more-than-merely material*, a body that shares in incorruption, glory, and strength. \[…\] πνευματικός must align with the strength, incorruptibility, and radiance of the *more-than-merely material*, or the super-empirical.” (p. 284-285, mijn nadruk). Ehrman wijdt aan de kweste recentelijk een [blogpost](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://ehrmanblog.org/one-of-the-most-misunderstood-verses-of-paul-flesh-and-blood-will-not-inherit-the-kingdom/) en een [podcast](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://www.youtube.com/watch?v=ta3LHrc0lp0). Bovenstaande auteurs zijn grotendeels gerenommeerde Bijbelwetenschappers.
Dale Martin (1999) werkt dit contrast duidelijk uit in zijn boek (p. 127). Dat heb ik hieronder overgenomen in een tabel. Het contrast wordt duidelijk door beide kolommen (eerst het (getranslitereerde) Grieks, dan Martins vertaling) met elkaar te vergelijken. Ik heb zelf een Nederlandse vertaling toegevoegd.
| *somata epigeia* (earthly body) (aards lichaam/lichaam uit de aarde) | *somata epourania* (heavenly body) (hemels lichaam'lichaam uit de hemel) |
| -------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------ |
| *en phthora* (in corruption) (vergankelijk) | *en aphtharsia* (in incorruption) (onvergankelijk) |
| *atimia* (in dishonor) (onaanzienlijk) | *doxa* (in glory/fame) (schittering) |
| *astheneia* (weakness) (zwak) | *dynamis* (power) (kracht) |
| *soma psychikon* (a psychic body) (psychisch lichaam) | *soma pneumatikon* (a pneumatic body) (pneumatisch lichaam) |
| *psyche zosa* (living soul) (levende ziel) | *pneuma zoopoioun* (life-giving spirit) (levendmakende geest) |
| *ho choïkos* (the dusty/earthy) (stof/aarde) | *Ho epouranios (*the heavenly) (hemels) |
| *sarx kai haima* (flesh and blood) (vlees en bloed) | \- |
| *to phtharton* (the destructible) (het verwoestbare) | *aphtharsia* (the indestructible) (het onverwoestbare) |
| *to thneton* (the mortal) (het sterfelijke) | *athanasia* (the immortal) (het onsterfelijke) |
Een andere lezing van *soma pneumatikon* die veel voorkomt, vat het bijvoeglijk naamwoord *pneumatikon* hier niet op als de substantie waaruit het lichaam bestaat, maar als de geestelijke kracht waardoor het bestuurd of geleid wordt. Deze twee lezingen hoeven elkaar echter niet uit te sluiten: *pneuma* als substantie kan ook een eigen kracht hebben waarmee iets aangestuurd of geleid wordt.
Waarom benadruk ik hier dan dat we *pneuma* hier ook moeten opvatten als een substantie, een wezenlijk *andere* substantie dan het aardse, gestorven lichaam? Omdat dit volgens mij veel beter recht doet aan een aantal contrasten die Paulus nadrukkelijk maakt. Als Paulus’ opstandingslichaam een verwond lijk was dat weer tot leven gebracht is (zoals de evangelisten menen), zijn een aantal punten die hij in 1 Kor. 15 maakt niet goed te begrijpen:
- Vanwaar het contrast tussen wat gezaaid wordt en wat daaruit komt (“wat je zaait is *niet* het lichaam dat het zal worden”, (v. 37))? Hij lijkt te willen benadrukken dat er iets wezenlijk anders ontstaat.
- Waarom benoemt hij de hemellichamen (v. 41) en contrasteert hij die met de aardse lichamen (v. 40)? Waarom vergelijkt hij dit met de opstanding van de doden (v. 42)?
- Wat is er ‘schitterend’ of ‘glansrijk’ (*doxa* in het Grieks, v. 43) aan een herrezen lijk met verwondingen? De Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel (Septuagint) vertaalt het Hebreeuwse *kavod* met dit woord, en *kavod* wordt gebruikt voor de glans/schittering van God of zelfs het lichaam van God. Het gaat hier dus echt wat anders dan om een ‘gewoon’ menselijk lichaam. Fitzmyer (2008) denkt dit ook: “He thereby implies that the risen human body will be quite different from the known earthly body, i.e., *not just a reanimated corpse*.” (p. 590, mijn nadruk). Bij een pneumatisch lichaam past deze eigenschap beter.
- Waarom benadrukt hij dat de eerste mens “uit de aarde” is en de tweede “uit de hemel” (v. 47)?
- Vanwaar heeft hij het over “hemelse mensen” (v. 48)?
- Waarom gebruikt juist de uitdrukking ‘vlees en bloed’ (zeer aards materiaal!) om aan te geven wat *niet* de hemel in kan? Lukas gebruikt een vergelijkbaar woordpaar (‘vlees en botten’) om te benadrukken dat Jezus geen *pneuma* is.
- Waarom zegt hij dat we na de opstanding geen spijsvertering meer hebben (1 Kor. 6:13), terwijl Lukas juist benadrukt dat de opgestane Jezus wél spijsvertering had (24:42)?
- Waarom ziet hij het aardse lichaam “als een huis/tent dat wordt afgebroken” en contrasteert hij dat met een “eeuwig huis in de hemelen” (het hemelse lichaam) (2 Kor. 5)?
In de evangeliën vind je deze en andere contrasten geheel niet, afgezien van sterfelijk/onsterfelijk, terwijl Paulus er vers na vers aan wijdt. Dit is allemaal goed te begrijpen vanuit het (meta)fysische idee dat wat op aarde is, fundamenteel anders is dan wat in de hemel is. *Daarom* betrekt hij de hemellichamen er ook bij, *daarom* kunnen vlees en bloed de hemel niet betreden, enz. Het nut van deze punten is moeikijk te begrijpen als het opstandingslichaam een door de Geest geleid herrezen lijk is, zoals de alternatieve lezing impliceert.
Ik denk dus dat de lezing die ik voorsta veel meer recht doet aan het wereldbeeld van Paulus, waarin heel anders wordt gedacht over lichaam, geest, aarde en hemel (3 hemelen zelfs, zie 2 Kor. 3:2) dan wij geneigd zijn om te doen, zoals ook de andere voorstanders van deze lezing benadrukken en uitgebreid bespreken. Ook de kwaliteiten onvergankelijk, schittering, onsterfelijk en pneumatisch/etherisch werden in dat wereldbeeld geassocieerd met hemellichamen, terwijl dit vreemde kwaliteiten zijn voor een herrezen, verwond lijk (afgezien van onsterfelijkheid).
Of dit contrast volgens Paulus betekent dat het gestorven aardse lichaam is getransformeerd naar een hemels opstandingslichaam en het graf dus leeg is, of dat er een nieuw lichaam is waarbij het oude lichaam in het graf is achtergebleven (uitwisseling), is een vervolgvraag waarop ik later terug zal komen.
Zelfs als *pneumatikos* niet slaat op de stof (materiaal, substantie) waaruit dit lichaam bestaat, dan nog steeds blijft voor Paulus er een wezenlijk verschil bestaan tussen het gekruisigde lichaam en het opstandingslichaam. Het beschrijven van dat contrast beslaat een aanzienlijk deel van 1\. Kor. 15\. Daar zijn volgens mij alle commentaren het wel over eens. Een dergelijk breed uitgemeten en benadrukt contrast in lichamen vind je bij geen enkele evangelist – integendeel.
**Het opstandingslichaam volgens de evangelisten**
Wat zeggen de evangelisten over het opstandingslichaam? Laten we ze in de breed geaccepteerde grofweg chronologische volgorde aflopen.
*Markus*
Deze evangelieschrijver zegt niets over het opstandingslichaam; het evangelie eindigt met de ontdekking van een leeg graf (16:9-19 is een latere toevoeging).
*Matthëus*
De leerlingen zien hem en grijpen zijn voeten vast (28:9). Het lijkt hier dus te gaan om een aards lichaam dat – afgezien van dat het opgestaan is – niet anders is dan het lichaam voor de opstanding. Er wordt geen enkel contrast gemaakt tussen de lichamen, zoals Paulus zo nadrukkelijk wel doet.
*Lukas*
Jezus zegt dat zijn leerlingen naar zijn handen en voeten moeten kijken (kruiswonden), dat ze hem zelfs aan moeten raken omdat, zegt Jezus: “een geest \[pneuma\] geen vlees en beenderen heeft, en zoals u aanschouwt heb ik die wel” (24:39). Volgens Lukas is Jezus dus geen *pneuma*, terwijl volgens Paulus Jezus een *soma pneumatikon* heeft – een duidelijk contrast dus. Lukas vergroot dit contrast nog door Jezus te laten vragen of ze iets voor hem te eten hebben, waarop hij gebakken vis eet (v. 42). Paulus zegt dat we na de opstanding geen spijsvertering meer hebben (1 Kor. 6:13). Ook hier zien we dus nadrukkelijk een aards lichaam, inclusief spijsvertering. Hierna wordt het aardse lichaam van Jezus opgenomen in de hemel, hetgeen Paulus voor onmogelijk houdt (1 Kor. 15:50).
*Johannes*
De laatste evangelieschrijver doet er nog een schepje bovenop. De wonden van de kruisiging zijn niet alleen zichtbaar na de opstanding, maar de ongelovige Thomas wordt expliciet uitgenodigd ze aan te raken (20:24-29). Ook Johannes lijkt te willen benadrukken dat het hier om zijn aardse, gekruisigde lichaam gaat. Opmerkelijk is wel dat de schrijver twee keer benoemt dat Jezus binnenkwam terwijl de deuren op slot zaten (20:19 en 26). Wijst dit niet op een ander soort lichaam? Mogelijk, maar Jezus liep met zijn aardse lichaam ook over water, dus blijkbaar is het tarten van wat als fysiek onmogelijk wordt gezien geen problemen voor Jezus’ aardse lichaam.
Samenvattend benadrukken de evangelisten dat het opstandingslichaam aards is: vlees en beenderen, spijsvertering en tastbare wonden. Dit is dus echt een wezenlijk ander lichaam dan wat Paulus beschrijft. Het door Paulus benadrukte contrast tussen de twee lichamen is geheel afwezig bij de evangelieschrijvers. Ehrman (2014) benadrukt dit verschil tussen Paulus en de evangelieschrijvers ook (zie ook [deze podcast](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://www.youtube.com/watch?v=b8UmAQq6n7A), vanaf 15:30).
**Een leeg graf volgens Paulus?**
Hierboven hebben we gezien dat het idee dat Paulus het opstandinglichaam (hemels, pneumatisch) wezenlijk anders voorstelt dan het gekruisigde lichaam (aards, vlees en bloed) veelvuldig in de literatuur voorkomt en dat hij in dit opzicht verschilt van de evangelieschrijvers. Controversiëler is de vraag of Paulus ook dacht dat dit betekende dat het graf leeg was, of dat Jezus’ aardse lichaam daarin achtergebleven is.
Opmerkelijk is dat Paulus nergens iets vermeldt over een leeg graf of de getuigen daarvan, terwijl dit juist in de evangeliën een belangrijke rol speelt. Dat is bij de lezing die ik voorsta niet vreemd, want Paulus verwacht dan ook niet dat het aardse (gekruisigde) lichaam is verdwenen, en er dus een verdwenen lichaam moet zijn (Carrier, 2005; Tabor & Jacobovici, 2012). Als Paulus dacht dat er sprake is van een nieuw, hemels lichaam, kan het oude aardse lichaam achterblijven in het graf. Als Paulus wél dacht dat het aardse/gekruisigde lichaam is opgestaan en de traditie van een leeg graf en getuigen daarvan vroeg circuleerden, waarom zegt hij er dan niets over? Dat is hoogst opmerkelijk! Dit is evenwel een [*argumentum ex silentio*](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://en.wikipedia.org/wiki/Argument%5Ffrom%5Fsilence), en dergelijke argumenten hebben maar beperkte kracht.
Er is ook een andere verklaring mogelijk: Paulus kende de traditie van het lege graf niet. Dit is wat Ehrman meent, gezien [deze blogpost](https://web.archive.org/web/20260510005035/https://ehrmanblog.org/pauls-view-of-resurrection-for-members/). Volgens Ehrman is het lichaam getransformeerd, waardoor het oude (aardse) lichaam is verdwenen en het graf dus leeg is. Voor Paulus is dit blijkbaar zo vanzelfsprekend dat hij er niets over zegt.
Nog een derde optie is dat Paulus de traditie van het lege graf wel kende, maar er om een een of andere reden niets over meldt. Dat lijkt mij niet logisch gezien hij veel over de opstanding schrijft. Daar zou het benoemen van het lege graf perfect bij passen en zijn evangelie krachtiger maken. We zullen het evenwel nooit zeker weten, want alle opties zijn mogelijk gezien de teksten die we hebben van Paulus. Voor mijn verklaring over hoe het opstandingsverhaal is ontstaan, maakt dat overigens niet veel uit.
**Conclusie**
In het bovenstaande maar ik 4 claims:
1) Paulus gelooft dat het opstandingslichaam wezenlijk anders is dan het gekruisigde lichaam;
2) de evangelisten geloofden dat niet;
3) *soma pneumatikon* in 1 Kor. 15 moeten we zien als een fijnstoffelijk, hemels lichaam;
4) Paulus dacht waarschijnlijk dat het graf niet leeg was.
1 en 2 zijn vrij breed gedragen in de literatuur, 3 en 4 minder.
Tot slot wil ik nog benadrukken dat ik de lezing van Paulus die ik voorsta niet zie als meer dan een interessante hypothese. Voor mijn verwerping van het opstandingsverhaal maakt het weinig uit of ze klopt of niet. Alleen de verklaring voor het *geloof* in de opstanding wordt iets anders. Uiteindelijk heeft de discussie over de juiste interpretatie ook iets absurd, want het gaat volgens mij om fictie. Het is zoiets als discussiëren over wat Superman wel en niet precies kan, of om het wat Bijbelser te houden: wat Leviathan wel en niet precies kan of hoe hij eruitgezien heeft. De teksten schetsen een vaag beeld, maar die kun je gemakkelijk overvragen als je meer precisie verlangt. Daarom zijn andere interpretaties moeilijk uit te sluiten.
Met dank aan Willem Jan Blom voor een stimulerende discussie over dit onderwerp.
**Additionele referenties**
Burnett, D. A. (2019). A Neglected Deuteronomic Scriptural Matrix for the Nature of the Resurrection Body in 1 Corinthians 15: 39–42?. *Scripture, Texts, and Tracings in 1 Corinthians*, 187-212.
Chilton, B. (2010). *Rabbi Paul: An Intellectual Biography*. Image.
Engberg-Pedersen, T. (2010). *Cosmology and self in the Apostle Paul: The material spirit*. Oxford University Press.
Finney, M. (2016). Resurrection, hell and the afterlife: Body and soul in antiquity, Judaism and early Christianity. Routledge.
Fredriksen, P. (2017). *Paul: the pagans' apostle*. Yale University Press.
Fredriksen, P. (2024). Ancient Christianities: The First Five Hundred Years. In Ancient Christianities. Princeton University Press.
Johnson, L. T. (2013). *Contested issues in Christian origins and the New Testament: Collected essays* (Vol. 146). Brill.
Litwa, M. D. (2012). *We are being transformed: deification in Paul's soteriology* (Vol. 187). Walter de Gruyter.
Perkins, P. (2012). *First Corinthians (Paideia: commentaries on the New Testament)*. Baker Books.
Roukema, R. (2016). “The Resurrection according to 1 Corinthians 15:35-55 as Understood and Debated in Ancient Christianity”. In: J. Verheyden, A. Merkt, T. Nicklas, (eds), “If Christ has not been Raised…” Studies on the Reception of the Resurrection Stories and Belief in the Resurrection in the Early Church (Novum Testamentum et Orbis Antiquus 115), Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 33‑60.
Tabor, J. D., & Jacobovici, S. (2012). *The Jesus Discovery: The Resurrection Tomb that Reveals the Birth of Christianity*. Simon and Schuster.
Tappenden, F. S. (2016). *Resurrection in Paul: Cognition, Metaphor, and Transformation* (Vol. 19). SBL Press.
Thiessen, M. (2016). *Paul and the Gentile problem*. Oxford University Press.
### Nabeschouwing van het debat met creationist Peter Borger
URL: https://www.deatheist.nl/nabeschouwing-van-het-debat-met-creationist-peter-borger/
Last updated: 2026-08-25T16:33:01.000Z
Op 11 maart voerde ik een livedebat met jonge-aarde-creationist Peter Borger. Het werd live uitgezonden via YouTube en is [hier](https://www.youtube.com/live/7neiwunKw3M?feature=share&ref=deatheist.nl) terug te zien. Het debat was georganiseerd door de jonge-aarde-creationistische organisatie [Logos Instituut](https://logos.nl/?ref=deatheist.nl) en werd geleid door [Ruben Jorritsma](https://geloofsverdediging.nl/author/ruben-jorritsma/?ref=deatheist.nl). Jorritsma is zelf ook een jonge-aarde-creationist, maar leidde het debat professioneel en neutraal. De organisatie was goed geregeld, maar helaas liet de techniek het een aantal keer afweten (vooral aan het begin) en moesten we meerdere microfoons gebruiken (voor de kijkers thuis en versterking in de zaal). In de zaal zaten ongeveer 50 mensen (schat ik) en thuis hebben er ook ongeveer 50 meegekeken (heb ik gehoord). Na een week hebben ruim 1.000 mensen de opgenomen livestream bekeken. Voor een discussie die slechts leeft in zeer kleine kring is dit best een aardige interesse.
Het publiek was vriendelijk en grotendeels creationist (schat ik), al zaten er ook twee evolutiebiologen ([dr. Gerdien de Jong](https://www.researchgate.net/profile/Gerdien-De-Jong?ref=deatheist.nl) en [prof. dr. Duur Aanen](https://www.wur.nl/nl/personen/duur-prof.dr.-dk-duur-aanen.htm?ref=deatheist.nl)) in de zaal. [Frank Visser](https://www.integralworld.net/?ref=deatheist.nl), die onder andere veel kritiek heeft geleverd op Borgers desinformatie over PCR-testen en evolutie, was ook aanwezig. Een aantal mensen die ik daarvoor alleen of vooral via internet kende, heb ik ook eens persoonlijk kunnen ontmoeten, wat leuk was.
Borger en ik kennen elkaar al zeker 15 jaar, maar vooral via internet. Twee keer eerder heb ik hem gesproken op een creationistisch congres, maar we hebben nooit formeel gedebatteerd. Wel heb ik zijn boek *Terug naar de oorsprong* uit 2009 destijds uitgebreid gerecenseerd (Klink, 2009). Dat heeft toen geleid tot een uitgebreide discussie, vooral op zijn weblog, dat echter al jaren niet meer bestaat. Zijn boek is vorig jaar opnieuw uitgegeven met een extra hoofdstuk, en ook dat heb ik net uitgebreid gerecenseerd (Klink, 2023). In de tijd daartussen heb ik een stuk over junk-DNA geschreven waarin ik ook de nodige kritiek op Borger lever (Klink, 2022). Daarop heeft hij op Twitter slechts gereageerd met een hoop stemmingmakerij, maar nooit inhoudelijk en onderbouwd. In de afgelopen jaren hebben we via sociale media regelmatig de degens gekruist, maar dus nog nooit live in een debatvorm.
De stelling waarover we debatteerden was of er wel of geen universele gemeenschappelijke afstamming is. Ik verdedig de consensus in de biologie hierover, Borger ontkent dat en stelt een *polyfyletisch* model voor, waarbij verschillende geschapen soorten (‘baramins’, niet te verwarren met het [biologische soortbegrip](https://en.wikipedia.org/wiki/Species?ref=deatheist.nl), zie Klink, 2023) *onafhankelijk* van elkaar en vrijwel *tegelijk* aan het *begin* van de schepping geschapen zijn. Baramins hebben *onderling* dus geen gemeenschappelijke voorouder, maar hebben *per baramin* wel een gemeenschappelijke voorouder.
Het was leuk om een keer live te debateren. Zo’n livedebat heeft voor- en nadelen. Het voordeel is dat het levendig is, het publiek erbij betrokken wordt en het de uitdaging is je zaak krachtig en toegankelijk te beargumenteren. Het nadeel is dat je niet weet waarmee je opponent gaat komen, je niet direct kunt controleren of het klopt wat hij zegt, er minder gelegenheid is tot nuance en diepte en je zaken minder goed met literatuur kunt onderbouwen. Dat laatste was vooral lastig omdat we op Borgers verzoek slechts 10 dia’s mochten gebruiken (een compromis, hij wilde aanvankelijk helemaal *geen* dia’s). Vooral om deze nadelen enigszins te compenseren, wil ik hieronder het een en ander verder toelichten en onderbouwen met literatuur. Ook zal ik hieronder de claims van Borger controleren die ik in het debat niet kon controleren. Helaas blijkt veel daarvan niet te kloppen, wat in lijn is met zijn eerdere werk, zoals ik in mijn recensies (Klink, 2009; 2023) en het stuk over junk-DNA (Klink, 2022) reeds aantoonde.
Ik zal met grote stappen chronologisch door het debat heengaan en daarbij opmerkingen en onderbouwingen plaatsen. Veel van die onderbouwing is overigens ook al te vinden in eerdere stukken van mij, in het bijzonder beide recensies (Klink, 2009; 2023) en mijn artikel over junk-DNA (Klink, 2022). Ik heb links toegevoegd waar technische termen worden uitgelegd.
**Opening Borger**
Borger begon met zijn opening, waarvan helaas het eerste stuk weggevallen is in de opname. Ik kan dat daarom ook niet goed analyseren en bekritiseren.
Zijn eerste punt is dat de [*last universal common ancestor*](https://en.wikipedia.org/wiki/Last%5Funiversal%5Fcommon%5Fancestor?ref=deatheist.nl) (LUCA) niet één organisme was, maar veeleer een gemeenschap van (soorten) organismen die onderling genen uitwisselden. Dit weten evolutiebiologen al lang en dit gaf ik ook aan in mijn openingswoord. Borger vertelt hier dus niets nieuws, maar laat het vaak terugkomen en denkt dat het zijn creationistische positie ondersteunt. Dat doet het niet, want al die eerste organismen waren uitsluitend microbieel, terwijl creationisten beweren dat *alle* geschapen soorten (waaronder vissen, vogels en mensen) er al vanaf het begin waren. Niets in het genetisch onderzoek en zeker niets in het fossielenbestand wijst daarop. De polyfylie die Borger claimt, blijkt dan ook geenszins uit de huidige inzichten over LUCA, al beweert hij steeds van wel.
Borger beweert vervolgens dat er meer dan 20 genetische codes zijn (zijn [bron](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/Taxonomy/Utils/wprintgc.cgi?ref=deatheist.nl) hiervoor), maar vermeldt niet dat dit allemaal relatief kleine varianten zijn op de standaardcode en bij zeer verschillende soorten organismen voorkomen. Het verschil zit hoofdzakelijk in hoe het genoom naar eiwitten getransleerd wordt. Dit is dan ook helemaal geen probleem voor gemeenschappelijke afstamming (Sengupta & Higgs, 2015) en wijst zeker niet op polyfylie, zoals Borger meent. In Borgers eigen bron wordt overigens gesproken over de evolutie van die codes. Dat al deze codes optimaal zouden zijn, zoals Borger claimt, blijkt ook helemaal niet uit zijn bron.
De claim dat onze genetische code optimaal zou zijn, heb ik in mijn recensie uit 2009 al bekritiseerd (Klink, 2009), maar dat negeert Borger. Volgens Borger is de code optimaal om genetische fouten te bufferen, maar dat blijkt nergens uit. De mutatiemechanismen die we kennen, kunnen *zowel* tot problemen leiden (allerlei aandoeningen veroorzaken) als positieve effecten hebben (mutaties die een selectievoordeel opleveren, zie mijn nieuwe recensie (Klink, 2023)). Gezien de vele genetische aandoeningen lijkt het bufferen van schadelijke mutaties (fouten) niet zo optimaal te verlopen.
Een ander argument dat Borger opvoert is dat de [Protostomia](https://en.wikipedia.org/wiki/Protostome?ref=deatheist.nl) (die embryonaal hun mond als eerste ontwikkelen) en de [Deuterostomia](https://en.wikipedia.org/wiki/Deuterostome?ref=deatheist.nl) (die embryonaal hun anus als eerste ontwikkelen) qua bouwplan zover uit elkaar liggen dat ze onmogelijk een gemeenschappelijke voorouder gehad kunnen hebben. Ironisch genoeg blijkt dat sommige protostomen ook hun anus eerst ontwikkelen, en alleen in dat opzicht dus deuterostoom zijn (Martín-Durán, 2016). Dit had hij kunnen weten als hij slechts het [Wikipedia-artikel](https://en.wikipedia.org/wiki/Protostome?ref=deatheist.nl) over de protostomen had gelezen. Ook wordt de evolutie van deze twee groepen steeds verder opgehelderd (Nielsen et al., 2018; Malakhov & Gantsevich, 2022). Het verschil is dus niet zo groot als Borger meent en vormt ook geen probleem voor gemeenschappelijke afstamming.
Daarna baseert hij een argument op de Weismann-doctrine. Deze [doctrine](https://www.oxfordreference.com/display/10.1093/oi/authority.20110803121623602;jsessionid=45FBCD63BF0BD45BA8DE6D4599D84C20?ref=deatheist.nl) houdt in dat dat erfelijke informatie alleen van genoom naar het lichaam gaat en niet andersom (zoals [lamarckisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Lamarckism?ref=deatheist.nl) nodig heeft). Weismann stelde ook dat geslachtscellen een ononderbroken lijn vormen, en hier gaat Borgers vermeende probleem over. Volgens Borger is het probleem dat bij gemeenschappelijke afstamming de geslachtscellen een ononderbroken lijnen moeten vormen (anders kun je geen universele afstammingsrelaties krijgen) en dat dit niet het geval is. Het eerste klopt, het tweede niet.
Hij geeft als voorbeeld van een doorbroken geslachtlijn dat tijdens de embryonale ontwikkeling bij de [Anura](https://en.wikipedia.org/wiki/Frog?ref=deatheist.nl) (kikkers) de kiemcellen ontstaan uit het [endoderm](https://en.wikipedia.org/wiki/Endoderm?ref=deatheist.nl) en bij [Urodela](https://en.wikipedia.org/wiki/Salamander?ref=deatheist.nl) (salamanders) uit het [mesoderm](https://en.wikipedia.org/wiki/Mesoderm?ref=deatheist.nl). Denkt Borger dat de Anura direct van de Urodela afstammen of andersom, waarbij dit verschil inderdaad een probleem zou zijn? Ze stammen echter niet van elkaar af, maar delen een gemeenschappelijke voorouder. Deze voorouder had hoogstwaarschijnlijk geslachtscellen uit het mesoderm omdat dit de basis is bij de [chordadieren](https://en.wikipedia.org/wiki/Chordate?ref=deatheist.nl) (Porras‐Gómez, 2021). In de evolutie van de Anura is dus een iets andere embryologie ontstaan.
Over de evolutie van dit verschil heb ik weinig kunnen vinden, wel dat het verschil mogelijk niet zo groot is als het lijkt (Pilato et al., 2013). De biologisch wereld is gigantisch divers en complex, waardoor er altijd gaten in onze kennis aan te wijzen zullen zijn, ook over de evolutie van bepaalde kenmerken. Het is dan ook niet overtuigend om op een evolutionaire oorsprong te wijzen die niet bekend is, terwijl er ook zoveel wel bekend is, wat doorgaans door creationisten genegeerd wordt. Zo kun je eeuwig doorgaan, gezien onze beperkte kennis. Het is uiteindelijk een [God-van-de-gaten-drogredenering](https://en.wikipedia.org/wiki/God%5Fof%5Fthe%5Fgaps?ref=deatheist.nl).
Vervolgens haalt Borger een oude publicatie aan van Penny et al. uit 1982\. Zij stellen dat de evolutietheorie voorspelt dat *vergelijkbare* (“similar”) [fylogenetische bomen](https://en.wikipedia.org/wiki/Phylogenetic%5Ftree?ref=deatheist.nl) verkregen zouden moeten worden als verschillende datasets van kenmerken vergeleken worden. Borger vertaalt ‘similar’ met ‘dezelfde’. Dit is misleidend, want dat maakt de claim veel sterker dan de auteurs beweren, zoals uit de rest van het artikel blijkt.
Hij haalt ook nog de wetenschapsfilosoof Karl Popper aan die beweert dat “darwinisme” niet falsificeerbaar zou zijn. Wat Borger er echter niet bij vermeldt, is dat Popper [hier later op teruggekomen is](http://www.talkorigins.org/indexcc/CA/CA211%5F1.html?ref=deatheist.nl). Borger spelt ook Poppers voornaam verkeerd (“Carl”). Misschien nog belangrijker is dat gemeenschappelijke afstamming wel degelijk weerlegd kan worden. Ik gaf in 2009 al voorbeelden daarvan, maar Borger negeert dat. Ook op de voorbeelden die ik tijdens het debat aandroeg, is hij nauwelijks ingegaan.
Er zijn goede redenen waarom we niet voor alle verschillende genen dezelfde bomen mogen verwachten, waaronder [hybridisatie](https://en.wikipedia.org/wiki/Hybrid%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl), [*incomplete lineage sorting*](https://en.wikipedia.org/wiki/Incomplete%5Flineage%5Fsorting?ref=deatheist.nl), [horizontale genoverdracht](https://en.wikipedia.org/wiki/Horizontal%5Fgene%5Ftransfer?ref=deatheist.nl) en [convergente evolutie](https://en.wikipedia.org/wiki/Convergent%5Fevolution?ref=deatheist.nl) (dit laatste bespreek ik ook in mijn nieuwe recensie, zie Klink, 2023). Over deze processen is nu veel meer bekend dan in 1982\. Voor dergelijke verschillen zijn goede theoretische gronden die ook experimenteel bevestigd zijn (Futuyma, 2009; Degnan et al., 2009). Het is daarmee geen ad-hocverklaring, zoals soms door creationisten wordt beweerd. Dit staat ook al jaren in de studieboeken (Futuyma, 2009). Het zou ook geen probleem voor creationisten moeten zijn, want het komt ook voor *binnen* geschapen soorten, die volgens creationisten verwant zijn via gemeenschappelijke afstamming.
Hij noemt als voorbeeld dat de ratelslang problematisch zou zijn bij een fylogenie gebaseerd op [cytochroom c](https://en.wikipedia.org/wiki/Cytochrome%5Fc?ref=deatheist.nl)uit de jaren ‘60\. De ratelslang zou met mensen groeperen. Die dia is helaas nauwelijks te zien op de video, waardoor ik dat niet kan controleren. Het oudste fylogenetisch onderzoek op basis van dit eiwit waarbij de ratelslang betrokken is (Fitch & Margoliash, 1967), laat geen vreemde positie van de ratelslang zien en groepeert de mens met de enige vergeleken aap (makaak).
Het beeld van een [*Tree of Life*](https://en.wikipedia.org/wiki/Tree%5Fof%5Flife%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl) spreekt tot de verbeelding en werd door Darwin ook zo voorgesteld. Tegenwoordig weten we dat zaken complexer liggen doordat vooral (maar niet uitsluitend) microbieel leven niet alleen verticaal genen overdraagt (wat zorgt voor een boom) maar ook horizontaal (horizontale/laterale genoverdracht). Hierdoor is er waarschijnlijk niet één duidelijke stam, maar veeleer een struik, web of netwerk. Dit is ook wat Craig Venter bedoelt als Borger hem hierover aanhaalt (“there may be a bush of life”, zie [hier](https://youtu.be/xIHMnD2FDeY?ref=deatheist.nl) vanaf de 9e minuut). Borger suggereert hier dat Venter hetzelfde bedoelt als hij met een ‘levensbos’ in plaats van een ‘levensboom’, terwijl Craig het heeft over een levens*struik* (“bush of life”), wat Borger dus verkeerd vertaalt (bos is in het Engels een ‘forest’ of ‘woods’). Craig is beslist geen creationist en het is misleidend dat Borger hem zo probeert voor te stellen.
De discussie hierover in de literatuur is nog volop gaande en wordt gevoed door nieuwe onderzoeksresultaten van steeds meer genomen (Doolittle, 1999; Theobalt, 2010; Blais & Archibald, 2021). Dit staat ook al jaren in de studieboeken en is een discussie *binnen* de evolutiebiologie. Het verandert niets aan de afstamming van tetrapoden binnen vissen, vogels binnen dinosauriërs of de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee. Daarmee is het dus niets nieuws en is ook geenszins een argument voor creationisme, zoals Borger lijkt te denken. Wat dit soort onderzoek laat zien, is dat de manier waarop evolutie werkt complexer is dan we eerder dachten en de evolutietheorie nieuwe mechanismen moet incorporeren (en dat ook doet). De evolutietheorie zelf evolueert dus ook, een punt dat ik al maakte in mijn recensie van 2009 (Klink, 2009). Dat heet voortschrijdend inzicht en kenmerkt goede wetenschap.
Het laatste deel van Borgers presentatie ging vooral over het genetische verschil tussen mens en chimpansee. Dat is volgens Borger zo groot dat een gemeenschappelijke voorouder onmogelijk is. In mijn oude en nieuwe recensie (Klink, 2009; 2023) bespreek ik dit vermeende probleem en laat zien waarom het niet bestaat. Tot slot meent hij dat ons chromosoom 2 geen fusie kan zijn van twee mensaapchromosomen, maar deze kritiek bespreek ik uitgebreid in mijn nieuwe recensie (Klink, 2023). Het fusieargument staat nog steeds. Ook benoemt hij nog dat uit het ENCODE-onderzoek is gebleken dat 80% van het genoom functioneel is en dat pseudogenen niet meer zouden bestaan. In mijn artikel over junk-DNA laat ik zien waarom beide claims onjuist zijn (Klink, 2022). Borger is op de hoogte van deze kritiek, maar negeert het.
**Opening Klink**
In mijn presentatie gaf ik aan dat mijn standpunt de wetenschappelijke consensus is, wat [hier](https://www.pewresearch.org/science/2015/07/23/elaborating-on-the-views-of-aaas-scientists-issue-by-issue/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fscientific%5Fbodies%5Fexplicitly%5Frejecting%5Fintelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl) op gebaseerd is. In tegenstelling tot wat creationisten soms beweren, is dit geen drogreden, maar epistemisch relevant. Zo’n consensus (van ongelovige én gelovige wetenschappers) geeft immers aan dat degenen met het meest verstand van zaken en het beste oordeelsvermogen op dit gebied (experts) tot hetzelfde oordeel komen. Om die reden is het oordeel van een [getuige-deskundige](https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerechtsdeskundige?ref=deatheist.nl) ([expert witness](https://en.wikipedia.org/wiki/Expert%5Fwitness?ref=deatheist.nl)) in de rechtspraak ook meer waard dan dat van een willekeurig ander persoon.
De geloofsverklaring van creationistische organisaties bespreek ik [hier](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/) en de verklaring van het Logos Instituut is [hier](https://logos.nl/over-ons/?ref=deatheist.nl) te vinden. Als voorbeeld van een mogelijke falsificatie gaf ik het voorbeeld dat vaak aan de evolutiebioloog [Haldane wordt toegeschreven](https://en.wikipedia.org/wiki/Precambrian%5Frabbit?ref=deatheist.nl): een konijn in een Precambrische aardlaag (al had ik het over Cambrium in plaats van Precambrium, dat maakt voor het punt niet uit). Een ander voorbeeld zou zijn als de mens een fundamenteel andere genetische code zou hebben (geen DNA) of als er geen enkele voorspelde overgangsvorm gevonden zou zijn. De vergelijking van verschillende lijnen van bewijs toegepast in de rechtspraak komt aardig overeen met wat ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/EvoDetective.pdf) heb geschreven over hoe een evolutiebioloog als detective werkt.
Een deel van de literatuur over het ontstaan van tetrapoden (landdieren met vier poten) geef ik al in mijn nieuwe recensie (Klink, 2023). Een toegankelijk boek hierover is *Your inner fish* van Neil Shubin (2008; vertaald als *De vis in ons*). De plaatjes uit de dia hierover (dia gemaakt door Gerdien de Jong) komen uit Schneider & Shubin (2013), Tulenko & Currie (2021) en Wikipedia. Over *Guiyu* zie Zu et al., 2009 en over*Tungsenia*, zie Lu et al. (2012); zie ook Lu et al., (2017). *Tiktaalik* is voor het eerst beschreven door Daeschler et al. (2006) en Shubin et al., (2006). Recentelijk zijn nog meer delen van het skelet bekend gemaakt (Stewart et al., 2023). Al deze publicaties laten zien wat een prachtige overgangsvorm *Tiktaalik* is.
Het plaatje met de schedels van mensachtigen heb ik [hier](https://www.quora.com/Why-has-no-skull-been-found-that-is-the-middle-stage-between-apes-and-humans-Shouldnt-we-find-plenty-of-them-given-that-they-would-be-relatively-recent?ref=deatheist.nl) vandaan en is volgens het onderschrift gemaakt door een primatologe met de nickname ‘Gutsick Gibbon’. Op haar [YouTube-kanaal](https://www.youtube.com/@GutsickGibbon?ref=deatheist.nl) bespreekt ze zeer kundig ontwikkelingen op het gebied van de evolutie van de mens en bekritiseert ze de desinformatie die creationisten hierover verspreiden. De afbeelding van de schedelinhoud door de tijd komt [hier](http://phylo.wikidot.com/fun-with-hominin-cranial-capacity-through-time?ref=deatheist.nl) vandaan. Al eerder heb ik uitgebreid geschreven over menselijke evolutie en creationisten, zie [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/CreationistenMenselijkeEvolutie.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/RepliekRoos.pdf).
Op internet zijn zeer veel afbeeldingen te vinden van de homologieën in de arm. Die ik gebruikt heb, komt [hier](https://www.shutterstock.com/nl/search/homologous?ref=deatheist.nl) vandaan. We weten ook welke genen hiervoor zorgen en hoe de overeenkomsten en verschillen ontstaan. Dit wordt in elke inleiding ontwikkelingsbiologie netjes uitgelegd (zie bijvoorbeeld Gilbert & Barresi, 2020). De creationist schrijft deze overeenkomst toe aan gemeenschappelijk ontwerp, maar dit is niet toetsbaar en daarmee slechte wetenschap. Daarnaast: waarom zou God hier precies kiezen voor dat gemeenschappelijk ontwerp dat je mag verwachten op grond van gemeenschappelijke afstamming? Waarom niet bijvoorbeeld kieuwen bij walvissen, wat logisch zou zijn voor een waterdier, maar evolutionair erg lastig te verklaren zou zijn?
De foto van de menselijke embryonale staart, 6 weken na bevruchting, komt uit Nilsson (1996). Al eerder schreef ik uitgebreider over de embryonale staart ([hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Evolutie%5Fstaartje.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Reactie%5FScheele.pdf)). De moleculaire mechanismen achter dit staartverlies zijn nu ook opgehelderd en het werkt bij andere mensapen hetzelfde als bij de mens (door een transposon, zie Xia et al. 2021). Waarom laat een almachtige en intelligente Ontwerper eerst een staart aanleggen, om die vervolgens weer af te breken, en ook nog eens op de manier die je mag verwachten op grond van gemeenschappelijke afstamming?
De afbeeldingen van de embryonale achterpoten van de dolfijn komt uit Bejder & Hall (2002). De afbeelding laat een embryo van een dolfijn na 24 dagen (links) en 48 dagen (rechts) zwangerschap zien. Let op de ontwikkelende achterpoten (h) die na 24 dagen duidelijk zichtbaar zijn, maar na 48 dagen alweer zo goed als weg zijn. In deze publicatie worden de moleculaire mechanismen achter het verlies van achterpoten besproken (zie ook Sun et al., 2022). Een mooi gratis en toegankelijk overzicht van wat we weten over de evolutie van walvisachtigen is te vinden in Thewissen et al. (2009).
Vervolgens besprak ik rudimentaire organen. Die waren al bekend vóór Darwin en functieloosheid is ook geen vereiste. Soms is de functie sterk gereduceerd ten opzichte van de functie bij homologe organen of is er een secundaire functie overgebleven. Een goede inleiding is Senter (2016). De oorspieren worden beschreven in elke grote anatomische atlas, maar ook op Wikipedia, zie [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/Outer%5Fear?ref=deatheist.nl#Extrinsic%5Fmuscles). Dat deze spieren nog steeds reageren op emoties, blijkt uit het onderzoek van Strauss et al. (2020). Dit is een voorbeeld van een neurologisch rudiment. De afbeelding van een dolfijn met achtervinnen komt uit Thewissen et al. (2009). Achtergrond over het staartbeen is te vinden in wat ik hier eerder uitgebreid over geschreven heb ([hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/Evolutie%5Fstaartje.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/Reactie%5FScheele.pdf)). De afbeelding komt uit de Sobotta-atlas. De vele variaties van dit staartrestantje zijn [hier](https://www.anatomyatlases.org/AnatomicVariants/SkeletalSystem/Images/28.shtml?ref=deatheist.nl) goed te zien. Dat walvissen dezelfde reukgenen hebben als landzoogdieren, maar dat ze grotendeels defect zijn, blijkt uit het werk van McGowen et al. (2008). Dit is een voorbeeld van een genetisch rudiment.
Op chromosoom 2 ga ik uitgebreid in in mijn nieuwe recensie (Klink, 2023). Opvallend is ook hier de overeenkomst tussen ons chromosoom 2 en de twee overeenkomstige chromosomen van de chimpansee. Dit toeschrijven aan gemeenschappelijk ontwerp stuit op dezelfde problemen als hierboven zijn besproken bij homologieën. Wat biogeografie betreft, biedt Wikipedia een [mooi overzicht](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fhuman%5Fevolution%5Ffossils?ref=deatheist.nl) van waar alle fossiele mensachtigen gevonden zijn. De gebruikte afbeelding komt ook van [Wikipedia](https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Map%5Fof%5Fthe%5Ffossil%5Fsites%5Fof%5Fthe%5Fearly%5Fhominids%5F%284.4-1M%5FBP%29.svg?ref=deatheist.nl). De nauwst verwante mensapen (chimpansees en gorilla’s) komen ook uitsluitend (van nature) in Afrika voor. Dat de herkomst van de mens in Afrika ligt en niet daarbuiten, zoals sommige creationisten hebben betoogd, wordt [hier](https://www.youtube.com/watch?v=OQOXDoyTG94&ref=deatheist.nl) en [hier](https://youtu.be/MfrLbioaJYs?ref=deatheist.nl) uitgelegd door evolutiebiologen aan de hand van het genetisch onderzoek dat hiernaar gedaan is. Zie ook de vragen over biogeografie in [*Vragen voor welwillende creationisten*](https://www.deatheist.nl/vragen-voor-welwillende-creationisten/).
**Weerwoord Borger**
Dan begint Borger aan zijn weerwoord. Hij beweert dat de homologieën in de arm/voorpoot vaak niet terug te voeren zijn op dezelfde genen. Dit is simpelweg onjuist, zoals hij in een inleiding ontwikkelingsbiologie eenvoudig had kunnen lezen (zie bijvoorbeeld Gilbert & Barresi, 2020). Hij lijkt ook de evolutie van de tetrapoden te verwarren met het argument van analogie omdat hij het heeft over een “overgang naar vijf digits”. Hij meent op grond van het boek van Günter Wagner (2014) dat homologieën “niet, zeer vaak niet” terug te voeren zijn op dezelfde genen. Dit staat niet in dat boek, zoals ik in mijn recensie bespreek. Ironisch genoeg bespreekt Wagner juist deze gedeelde genetische mechanismen die voor de homologieën in de arm/voorpoot zorgen (hoofdstuk 10).
Vervolgens heeft hij het over genomen die ‘frontloaded’ zijn en over junk-DNA, twee onderwerpen die ik bepreek in mijn recensie en stuk over junk-DNA (Klink, 2022; 2023). Wat de fossielen betreft geeft Borger aan dat hij geen geoloog is, maar fossielen zijn naast geologie ook biologie, dus waarom kan hij daar als bioloog niets over zeggen? De fossielen ondersteunen gemeenschappelijke afstamming prachtig, terwijl ze dit ook gemakkelijk hadden kunnen weerleggen. Borger beweert steeds dat gemeenschappelijke afstamming niet te weerleggen is, terwijl ik meermaals potentiele weerlegging aandraag, maar daar gaat hij niet op in.
Op het argument van biogeografie werpt hij tegen dat [tapirs](https://en.wikipedia.org/wiki/Tapir?ref=deatheist.nl) in Azië voorkomen, maar ook in Zuid-Amerika, wat volgens hem blijkbaar een probleem is. Dat is het niet. Deze twee continenten hebben op verschillende momenten in de geschiedenis met elkaar in verbinding gestaan en flora en fauna uitgewisseld (Wen et al. 2016). Vervolgens gaat hij in op de staart, maar wat hij daarover zegt heb ik hierboven al besproken.
Daarna gaat hij nog in op de achtervinnen van dolfijnen, die hij probeert te verklaren met een ‘frontloaded’ genoom. Maar waarom zitten er genen om volledige achterpoten te ontwikkelen, die (meestal) weer vrijwel geheel afgebroken worden, als dolfijnen nooit landdieren zijn geweest? Hoe verklaart hij de sortering in het fossielenbestand? Walvisachtigen die zowel baleinen als tanden hebben, zijn volgens hem geen overgangsvorm, maar ook ‘frontloaded’ om beide kanten op te kunnen gaan. Het problemen hiermee is dat desbetreffende tanden duidelijk geschikt zijn om vlees mee te eten, terwijl de geschapen soorten volgens creationisten vegetariërs waren. Hoe komen ze dan aan die gespecialiseerde carnivore anatomie en onderliggende genen?
Hij geeft tot slot aan dat hij niet weet hoeveel organismen God geschapen heeft: het kunnen er volgens hem 10, 100 of 1.000 zijn. Waarom dan niet 1, die vervolgens geëvolueerd is via gemeenschappelijke afstamming tot al de soorten? Als jonge-aarde-creationist kan hij dat natuurlijk niet accepteren op theologische gronden, wat is zijn biologische argument? Hoeveel geschapen soorten er zouden zijn, wil hij gaan onderzoeken, maar hij geeft niet aan hoe.
**Weerwoord Klink**
Daarna krijg ik de kans voor mijn weerwoord. Over hoe we de geschapen soorten (‘baramins’) van elkaar kunnen onderscheiden en wat genetische verschillen daarbij betekenen, heb ik uitgebreid geschreven in beide recensies (Klink, 2009; 2023). De rol van transposons bespreek ik ook in beide recensies; Borger zegt in zijn boek niets nieuws. De staart heb ik hierboven al besproken en de delen van achterpoten van walvissen die soms gevonden worden, worden beschreven in onder andere Andrews (1921) en Thewissen et al. (2009). Ook wijs ik nogmaals op de specifieke sortering van fossielen in aardlagen die creationisten niet kunnen verklaren, ook Borger niet. Een walvis in het Devoon of een (gereedschap van een) mens in het Krijt zou uiterst problematisch zijn, maar die vinden we nooit. Waarom niet als de creationist gelijk heeft en alles vrijwel tegelijk aan het begin geschapen is? Oppervlakteverschijnselen die *tijdens* de vloed afgezet zouden moeten zijn en waarom dit onmogelijk is, worden besproken door Senter (2012). Pseudogenen en ENCODE bespreek ik uitgebreid in mijn artikel over junk-DNA (Klink, 2022) en de chromosoomfusie in mijn nieuwe recensie (Klink 2023). Genetische verschillen bespreek ik in beide recensies (Klink, 2009, 2023).
**Vragenronde**
Vervolgens kwam er een vragenronde voor mensen uit de zaal, wat soms leidde tot enige discussie. Daar kwamen een aantal keer onderwerpen ter sprake die niet met het onderwerp van het debat te maken hadden (zoals het ontstaan van leven). Een vraag ging over of de schedels die ik toonde geen reconstructies waren op grond van bijvoorbeeld slechts een kaak. Dat is niet het geval: ondertussen zijn veel (vrijwel) complete schedels gevonden en ook veel delen van de rest van het skelet. Wikipedia biedt een [mooi overzicht](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fhuman%5Fevolution%5Ffossils?ref=deatheist.nl) van wat er tot nu toe gevonden is. De vraag over scheppingsdagen beantwoord ik uitgebreid [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Genesis1BartKlink.pdf), zie ook [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Bijbel-oud-oosterse-mythologie.pdf) over het Bijbelse wereldbeeld. De vraag of het beeld van een *Tree of Life* helemaal juist is of dat er eerder sprake is van een struik of web/netwerk heb ik hierboven al besproken.
Borger gaat ook uiteindelijk in op de fossiele mensachtigen. Hij wijst op de baraminologische studies die door creationisten gedaan worden, maar die leiden vooral tot continuïteit waar die er volgens andere creationisten niet kan zijn. Dit behandel ik uitgebreid in mijn artikelen hierover ([hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/CreationistenMenselijkeEvolutie.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/RepliekRoos.pdf)). Borger probeert het op variatie te gooien, maar daarmee kan hij de sortering in het fossielenbestand niet verklaren. Ook is het wel bijzonder dat precies die varianten bestaan en in de juiste aardlagen zijn terechtgekomen die je op grond van evolutie mag verwachten. De nogal problematische baraminologische studie naar de evolutie van vogels bespreek ik kort [hier](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/). Borgers verklaring dat de overeenkomsten tussen vogels en gevederde dinosaurussen allemaal te verklaren zijn met convergentie onderbouwt hij verder niet. Ook hier zien we geen verklaring voor de specifieke sortering in het fossielenbestand.
Borger vindt het niet apart dat er geen consensus onder creationisten is over de classificatie van mensachtigen omdat discussie nu eenmaal bij wetenschap hoort. Het probleem hiermee is dat creationisten menen dat baramins duidelijk gescheiden moeten zijn (elk fossiel is óf aap óf mens, niet iets daartussenin), maar uit hun onenigheid blijkt juist dat die duidelijke scheiding er niet is. Borger meent dat aap- en mensfossielen in twee groepen uiteenvallen, maar dat er ook overlap is. Hij zegt niets over hoe we het onderscheid kunnen maken en waarom die overlap er is. Op grond van evolutie mag je verwachten dat onderscheidingen steeds lastiger worden naarmate je meer fossielen vindt (het is immers een continu proces), op grond van creationisme juist niet. De evolutionaire voorspelling komt uit, de creationistische niet.
Als antwoord op een vraag claimt Borger dat de DNA-code optimaal lijkt te zijn. Hierop ben ik hierboven al ingegaan. Als voorbeeld van een andere genetische code geeft hij nu mitochondriaal DNA, maar dat is hetzelfde DNA als wij hebben, alleen wordt het uitsluitend via de moederlijke lijn overgedragen en zijn er kleine verschillen in translatie. Ook is al een tijd plausibel dat mitochondriën (met dus hun eigen DNA) [oorspronkelijk prokaryote cellen waren](https://en.wikipedia.org/wiki/Mitochondrion?ref=deatheist.nl#Origin%5Fand%5Fevolution) die door [endosymbiose](https://en.wikipedia.org/wiki/Endosymbiotic%5Ftheory?ref=deatheist.nl) geïncorporeerd zijn in eukaryote cellen. Borger beweert ook nog dat de redundantie in de genetische code door evolutiebiologen ‘degenerate’ (dat hij vertaalt als ‘gedegenereerd’) wordt genoemd, maar dat hij ‘redundant’ “een betere betekenis” vindt. De twee woorden zijn in deze *technische* betekenis [synoniem](https://www.nature.com/scitable/topicpage/the-information-in-dna-determines-cellular-function-6523228/?ref=deatheist.nl) (dat zou hij als moleculair bioloog moeten weten), terwijl het woord ‘gedegenereerd’ een negatieve connotatie heeft. Borger speelt hier dus een woordspelletje.
Na een klein filosofisch uitstapje van een vragensteller beweert Borger dat informatie een “immateriële grootheid” is, maar op mijn simpele vraag wat een voorbeeld is van immateriële informatie, heeft hij geen antwoord. De voorbeelden die hij geeft, zijn duidelijk materieel, zoals ik ook aangeef. Informatie is een bepaalde configuratie van materie (zoals de [nucleotiden](https://nl.wikipedia.org/wiki/Nucleotide?ref=deatheist.nl) van het DNA), daarom komt het ook nooit zonder materie voor. Dit wordt al snel een filosofische discussie over wat materie precies is; interessant, maar een ander onderwerp.
Als reactie op de vraag van Frank Visser en Gerdien de Jong hoe Borger de overeenkomst tussen honden en katten verklaart, beweert hij dat op grond van recente data zou blijken dat stambomen op grond van homologieën en genetica “compleet niet” met elkaar overeenstemmen. Hij geeft echter geen referentie en waarschijnlijk bedoelt hij met ‘homologieën’ morfologie (vorm, anatomie). Het is ook niet waar. Er zijn zeker verschillen, maar daar zijn goede verklaringen en technische oplossingen voor (Zou & Zhang, 2016), zoals hierboven reeds besproken is. Ook kan biogeografie gebruikt worden bij conflicterende bomen en blijkt dat recenter onderzoek minder conflicten oplevert (Oyston et al., 2022). Ook hier is het wetenschappelijk inzicht voortschrijdend. Borger ontwijkt met zijn antwoord ook het punt van de vragenstellers: wat moeten we met allerlei gevonden fossiele oercarnivoren die niet duidelijk hond of kat zijn? Wat ik zeg over coderend en niet-coderend DNA, bespreek ik verder in mijn stuk over junk-DNA (Klink, 2022) en mijn nieuwe recensie (Klink, 2023).
**Slotwoorden**
In zijn slotwoord stelt Borger dat ik beweer dat we “alles” al weten om te kunnen zeggen of iets in het genoom functioneel of niet functioneel is. Uiteraard beweer ik niet zoiets absurds (een [stromandrogreden](https://en.wikipedia.org/wiki/Straw%5Fman?ref=deatheist.nl) dus), wat hij had kunnen weten als hij mijn stuk over junk-DNA (Klink, 2022) had gelezen. Wel meen ik in dat stuk, op grond van onderzoek, dat er goede argumenten zijn om iets over de functie te kunnen zeggen van bepaalde stukken DNA. Ons begrip is niet alles-of-niets; functionaliteit overigens ook niet. Tevens beweert hij dat pseudogenen complementair zijn aan andere stukken in het genoom en daar interacties mee aangaan. Ik ben erg benieuwd naar waarop hij dat baseert.
Vervolgens beweert hij dat zogenaamde [LAD’s en TAD’s](https://en.wikipedia.org/wiki/Topologically%5Fassociating%5Fdomain?ref=deatheist.nl), die mede de 3D-genoomstructuur bepalen, tussen mens en chimpansee sterk verschillen. Dat lijkt inderdaad het geval (Eres et al., 2019), maar wat zegt dat? Vergelijkbare verschillen vinden we tussen twee soorten fruitvliegjes (Liao et al., 2021), en het verschil tussen twee soorten kool is nog groter (Xie et al., 2019). Deze soorten worden door creationisten ongetwijfeld tot hetzelfde baramin gerekend, dus waarom mens en chimpansee dan niet? Ze worden ook niet gemist door evolutionair onderzoek, zoals Borger beweert, maar uitgebreid door evolutiebiologen bestudeerd.
Tot slot haalt hij nogmaals ENCODE aan, waarbij hij mijn kritiek op zijn lezing hiervan (zowel in het debat als in mijn stuk over junk-DNA (Klink, 2022)) volledig negeert. Op de *no-phenotype knockouts* ging ik in 2009 al in (Klink, 2009), maar ook dat negeert Borger domweg.
In mijn eigen slotwoord wijs ik Borger kort op de problemen uit zijn slotwoord die ik hierboven besproken heb. Tot slot sta ik stil bij het centrale punt waarmee ik begon: verschillende lijnen van bewijs convergeren naar dezelfde conclusie: gemeenschappelijke afstamming, ook al blijkt het complexer te zijn dan Darwin zelf dacht. Deze conclusie wordt *om deze reden* door vrijwel alle actieve wetenschappers gedeeld – gelovig of niet.
Borger spreekt in het debat (en daarbuiten) vaak over ‘darwinisme’ en darwinisten’, alsof de moderne evolutietheorie niets veranderd is sinds Darwin. Omdat dit uiteraard wel zo is – wat ook weer na te lezen valt in de studieboeken – worden die termen vrijwel niet meer gebruikt in de vakliteratuur, behalve in een historische context. Futuyma zegt in zijn studieboek nadrukkelijk: “*Modern evolutionary biology does not equal Darwinism*” (Futuyma, 2017:17-18; nadruk in origineel). Ik heb Borger hier al vaak op gewezen, maar hij blijft stug deze verouderde termen gebruiken, mogelijk om redenen die ik [hier](https://www.deatheist.nl/geen-darwinisme-of-evolutionisme-alstublieft/) bespreek.
**Nawoord**
Het livedebat was leuk om te voeren en het verliep aardig zoals ik had verwacht. Frustrerend was het ook, want Borger herhaalde dezelfde fouten, misleidingen en ongenuanceerdheden waar ik hem al vaak op heb gewezen (Klink, 2009; 2022 en ook geregeld op Twitter), zelfs nog tijdens het debat zelf. Helaas heeft Borger ook nu weer een hoop desinformatie verspreid en zaken misleidend voorgesteld, wat ik maar ten dele tijdens het debat kon bekritiseren. De rest heb ik hierboven bekritiseerd. Het aplomb waarmee hij zijn grootse claims (“Darwin is weerlegd”) presenteert, staat in schril contrast met zijn magere, zeer selectieve en slordige onderbouwing. Jan van Meerten, een in Nederland bekende jonge-aarde-creationist, vindt dat creationisten met dit soort sterke beweringen [een te grote broek aantrekken](https://oorsprong.info/heeft-het-klassieke-scheppingsgeloof-en-het-daarop-voortbordurende-scheppingsparadigma-toekomst-in-nederland-mijn-bijdrage-voor-een-visiebijeenkomst-in-2023/?ref=deatheist.nl).
Borger zal deze desinformatie waarschijnlijk blijven herhalen, want dat doet hij al jaren. Hij is daar niet alleen door mij vele malen op aangesproken, maar ook door specialisten (evolutiebiologen, zoals Nico van Straalen, Gerdien de Jong en Jente Ottenburghs). Hij lijkt niet te (willen?) leren van zijn fouten. Toch is het goed om te laten zien dat wat hij beweert onjuist of ongefundeerd is, zodat de mensen die daarvoor openstaan dat kunnen weten. Dat hoop ik te bereiken met het debat en mijn uitgebreide schriftelijke kritiek. Een debat winnen is een leuke bijkomstigheid, maar dat oordeel laat ik graag aan de toehoorders, zeker als dat toehoorders zijn die onze argumenten op waarde kunnen schatten.
Met dank aan Frank Visser, die ook live bij het debat aanwezig was, voor feedback op een eerdere versie van dit stuk.
**Referenties**
Andrews, R. C. (1921). A remarkable case of external hind limbs in a humpback whale. *American Museum Novitates*; no. 9.
Bejder, L., & Hall, B. K. (2002). Limbs in whales and limblessness in other vertebrates: mechanisms of evolutionary and developmental transformation and loss. *Evolution & Development*, *4*(6), 445-458.
Blais, C., & Archibald, J. M. (2021). The past, present and future of the tree of life. *Current Biology*, *31*(7), R314-R321.
Daeschler, E. B., Shubin, N. H., & Jenkins Jr, F. A. (2006). A Devonian tetrapod-like fish and the evolution of the tetrapod body plan. *Nature*, *440*(7085), 757-763.
Degnan, J. H., & Rosenberg, N. A. (2009). Gene tree discordance, phylogenetic inference and the multispecies coalescent. *Trends in Ecology & Evolution*, *24*(6), 332-340.
Doolittle, W. F. (1999). Phylogenetic classification and the universal tree. *Science*, *284*(5423), 2124-2128.
Eres, I. E., Luo, K., Hsiao, C. J., Blake, L. E., & Gilad, Y. (2019). Reorganization of 3D genome structure may contribute to gene regulatory evolution in primates. *PLoS Genetics*, *15*(7), e1008278.
Fitch, W. M., & Margoliash, E. (1967). Construction of phylogenetic trees: a method based on mutation distances as estimated from cytochrome c sequences is of general applicability. *Science*, *155*(3760), 279-284.
Futuyma, D. J. (2009). *Evolution*, Sinauer Associates, Inc.
Futuyma, D. J. (2017). *Evolution*, Sinauer Associates, Inc.
Gilbert, S. F., & Barresi, M. J. F. (2020). *Developmental biology,* 12th edn Sunderland, MA: Sinauer.
Klink, B. (2009). De wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog. [http://deatheist.nl/index.php/artikelen/312-de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog](https://www.deatheist.nl/de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/)
Klink, B. (2022). Junk-DNA, evolutie en creationisten. [http://www.deatheist.nl/index.php/artikelen/680-junk-dna-evolutie-en-creationisten](https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/)
Klink, B. (2023). Nog meer wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog. [http://deatheist.nl/index.php/artikelen/686-nog-meer-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog](https://www.deatheist.nl/nog-meer-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/)
Liao, Y., Zhang, X., Chakraborty, M., & Emerson, J. J. (2021). Topologically associating domains and their role in the evolution of genome structure and function in Drosophila. *Genome Research*, *31*(3), 397-410.
Lu, J., Zhu, M., Long, J. A., Zhao, W., Senden, T. J., Jia, L., & Qiao, T. (2012). The earliest known stem-tetrapod from the Lower Devonian of China. *Nature Communications*, *3*(1), 1160.
Lu, J., Giles, S., Friedman, M., & Zhu, M. (2017). A new stem sarcopterygian illuminates patterns of character evolution in early bony fishes. *Nature Communications*, *8*(1), 1932.
Malakhov, V. V., & Gantsevich, M. M. (2022). The origin and main trends in the evolution of bilaterally symmetrical animals. *Paleontological Journal*, *56*(8), 887-937.
Martín-Durán, J. M., Passamaneck, Y. J., Martindale, M. Q., & Hejnol, A. (2016). The developmental basis for the recurrent evolution of deuterostomy and protostomy. *Nature Ecology & Evolution*, *1*(1), 0005.
McGowen, M. R., Clark, C., & Gatesy, J. (2008). The vestigial olfactory receptor subgenome of odontocete whales: phylogenetic congruence between gene-tree reconciliation and supermatrix methods. *Systematic Biology*, *57*(4), 574-590.
Nielsen, C., Brunet, T., & Arendt, D. (2018). Evolution of the bilaterian mouth and anus. *Nature Ecology & Evolution*, *2*(9), 1358-1376.
Nilsson, L. (1996). *Het grote wonder*, Ploegsma bv, 23e druk.
Oyston, J. W., Wilkinson, M., Ruta, M., & Wills, M. A. (2022). Molecular phylogenies map to biogeography better than morphological ones. *Communications Biology*, *5*(1), 521.
Penny, D., Foulds, L. R., & Hendy, M. D. (1982). Testing the theory of evolution by comparing phylogenetic trees constructed from five different protein sequences. *Nature*, *297*(5863), 197-200.
Pilato, G., D'urso, V., Viglianisi, F., Sammartano, F., Sabella, G., & Lisi, O. (2013). The problem of the origin of primordial germ cells (PGCs) in vertebrates: historical review and a possible solution. *The International Journal of Developmental Biology*, *57*(11-12), 809-819.
Porras‐Gómez, T. J., Villagrán‐SantaCruz, M., & Moreno‐Mendoza, N. (2021). Biology of primordial germ cells in vertebrates with emphasis in urodeles amphibians. *Molecular Reproduction and Development*, *88*(12), 773-792.
Schneider, I., & Shubin, N. H. (2013). The origin of the tetrapod limb: From expeditions to enhancers. *Trends in Genetics*, *29*(7), 419-426.
Sengupta, S., & Higgs, P. G. (2015). Pathways of genetic code evolution in ancient and modern organisms. *Journal of Molecular Evolution*, *80*, 229-243.
Senter, P. (2012). The defeat of flood geology by flood geology: The ironic demonstration that there is no trace of the genesis flood in the geologic record. *Reports of the National Center for Science Education*, *31*(5).
Senter, P. J. (2016). Evolutionarily degenerate biological structures: Terminology through time, and the question of terminological consensus. *Atlas Journal of Biology*, 295-307.
Shubin, N. H., Daeschler, E. B., & Jenkins Jr, F. A. (2006). The pectoral fin of Tiktaalik roseae and the origin of the tetrapod limb. *Nature*, *440*(7085), 764-771.
Shubin, N. (2008). *Your inner fish: A journey into the 3.5-billion-year history of the human body*. Vintage.
Stewart, T. A., Lemberg, J. B., Hillan, E., Magallanes, I., Daeschler, E. B., & Shubin, N. H. (2023). Axial regionalization inTiktaalik roseaeand the origin of quadrupedal locomotion, bioRxiv; 2023\. DOI: 10.1101/2023.01.11.523301.
Strauss, D. J., Corona-Strauss, F. I., Schroeer, A., Flotho, P., Hannemann, R., & Hackley, S. A. (2020). Vestigial auriculomotor activity indicates the direction of auditory attention in humans. *Elife*, *9*, e54536.
Sun, L., Rong, X., Liu, X., Yu, Z., Zhang, Q., Ren, W., ... & Xu, S. (2022). Evolutionary genetics of flipper forelimb and hindlimb loss from limb development-related genes in cetaceans. *BMC Genomics*, *23*(1), 1-10.
Theobald, D. L. (2010). A formal test of the theory of universal common ancestry. *Nature*, *465*(7295), 219-222.
Thewissen, J. G. M., Cooper, L. N., George, J. C., & Bajpai, S. (2009). From land to water: The origin of whales, dolphins, and porpoises. *Evolution: Education and Outreach*, *2*, 272-288.
Tulenko, F. J., & Currie, P. D. (2021). Bones of contention: Skeletal patterning across the fin-to-limb transition. *Cell*, *184*(4), 854-856.
Wagner, G. P. (2014). *Homology, Genes, and Evolutionary Innovation*. Princeton university press.
Wen, J., Nie, Z. L., & Ickert‐Bond, S. M. (2016). Intercontinental disjunctions between eastern Asia and western North America in vascular plants highlight the biogeographic importance of the Bering land bridge from late Cretaceous to Neogene. *Journal of Systematics and Evolution*, *54*(5), 469-490.
Xia, B., Zhang, W., Wudzinska, A., Huang, E., Brosh, R., Pour, M., ... & Yanai, I. (2021). The genetic basis of tail-loss evolution in humans and apes. *BioRxiv*, 2021-09.
Xie, T., Zhang, F. G., Zhang, H. Y., Wang, X. T., Hu, J. H., & Wu, X. M. (2019). Biased gene retention during diploidization in Brassica linked to three-dimensional genome organization. *Nature Plants*, *5*(8), 822-832.
Zhu, M., Zhao, W., Jia, L., Lu, J., Qiao, T., & Qu, Q. (2009). The oldest articulated osteichthyan reveals mosaic gnathostome characters. *Nature*, *458*(7237), 469-474.
Zou, Z., & Zhang, J. (2016). Morphological and molecular convergences in mammalian phylogenetics. *Nature Communications*, *7*(1), 12758.
### Nog meer wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog
URL: https://www.deatheist.nl/nog-meer-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/
Last updated: 2026-08-24T17:32:57.000Z
In 2009 publiceerde moleculair bioloog en creationist Peter Borger het boek *Terug naar de oorsprong: hoe de nieuwe biologie het tijdperk van Darwin beëindigt*. In creationistische kringen werd het boek enthousiast onthaald, maar daarbuiten maakte het nauwelijks indruk. Een aantal reageerden er kritisch op, waaronder ikzelf met een uitgebreide recensie (Klink, 2009). Daarin liet ik zien dat Borger weinig van de moderne evolutiebiologie begrijpt, de literatuur verkeerd begrijpt of uitlegt en dat hij een aantal elementaire fouten maakt.
In 2022 is zijn boek opnieuw uitgegeven door een uitgeverij die ook de nodige complotboeken publiceert: *De Blauwe Tijger*. Dit was een mooi moment geweest om de fouten die hij in de eerste versie heeft gemaakt te corrigeren. Helaas is het boek inhoudelijk vrijwel ongewijzigd gebleven, tenminste, op de punten waaraan ik in mijn recensie aandacht heb besteed (de rest heb ik niet vergeleken). Er staan dus ook nog steeds dezelfde fouten in. Wel is er een hoofdstuk aan toegevoegd: ‘Beschouwing van de auteur bij de tweede, herziene uitgave’.
In deze beschouwing bespreekt Borger enkele nieuwe bevindingen die volgens hem bewijzen wat hij al in 2009 voorspeld had. Zijn ‘voorspellingen’ waren echter helemaal niets nieuws (waren al te vinden in oudere literatuur) – voor zover ze überhaupt juist zijn. In andere gevallen bewijzen de nieuwe bevindingen helemaal niet wat Borger claimt of zijn ze door hem verkeerd geïnterpreteerd. In het extra hoofdstuk gaat hij dus op dezelfde toer verder als in zijn boek uit 2009; hij lijkt weinig te hebben geleerd. Zijn lekenpubliek zal het waarschijnlijk toch niet doorhebben.
Samenvattend bevat dit boek dus *nog meer* wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog. Ik zal deze conclusie hieronder uitgebreid onderbouwen. Ook nu weer beperk ik me tot enkele voorbeelden, maar ze zijn illustratief voor de rest van het toegevoegde hoofdstuk.
**Junk-DNA en de berkenspanner**
De afgelopen jaren heeft Borger regelmatig over junk-DNA geschreven, dus het is niet vreemd dat hij er ook wat over schrijft in het extra hoofdstuk. Vorig jaar heb ik al laten zien waarom hij op dit gebied de literatuur verkeerd of zelfs misleidend weergeeft en conclusies uit onderzoeken trekt die er helemaal niet uit volgen (Klink, 2022). Dat geldt ook voor wat hij er in het extra hoofdstuk over schrijft, dus dat zal ik hier niet herhalen. Wel is het opmerkelijk dat hij nu schrijft dat “*bijna* het gehele genoom functioneel is” (nadruk BK), want eerder meldde hij nog junk-DNA helemaal niet bestaat (zie citaten in Klink, 2022). Borger heeft tot nu toe niet inhoudelijk gereageerd op deze kritiek van mij, maar destijds wel met een hoop stemmingmakerij op Twitter.
Ook benoemt Borger nogmaals dat dit junk-DNA zou bestaan uit “variatie-inducerende genetische elementen” of “VIGE’s”, een term die hij zelf heeft bedacht. Ik wees hem in 2009 al op de problemen met dit concept (zie ook Klink, 2022), maar daar gaat hij niet op in.
Die VIGE’s zijn volgens Borger ook de verklaring voor een klassiek voorbeeld van de werking van evolutie door natuurlijke selectie: de [berkenspanner](https://nl.wikipedia.org/wiki/Peper-en-zoutvlinder?ref=deatheist.nl). Hoe deze populatie van vlinders van vooral lichte varianten in korte tijd in overwegend donkere varianten veranderde, is volgens hem geen voorbeeld van evolutie “maar het gevolg van de activiteit van een transposon, of liever gezegd van een VIGE!” (p. 283).
Het onderzoek waaruit blijkt dat de transposon verantwoordelijk is (Hof et al., 2016), laat gewoon de oorzaak van de variant zien, waar natuurlijke selectie vervolgens op inwerkt. Het is dus onzinnig om dit mechanisme van evolutie niet te zien als evolutie, zoals Borger doet. De rol van transposons in evolutie wordt overigens al jaren erkend, zoals ik in 2009 al aangaf. Sindsdien heeft het onderzoek niet stilgestaan en wordt de classificatie verder uitgewerkt (Makałowski et al., 2019) Borger is simpelweg niet op de hoogte van de moderne evolutiebiologie en denkt daarom hiermee iets opmerkelijks gevonden te hebben. (De referentie naar Hof et al., 2016, in de tekst klopt overigens niet. In de tekst staat 7, maar in de literatuurlijst achterin is het 8.)
**Evolutiebiologen die afrekenen met gemeenschappelijke afstamming?**
Borger probeert ook een aantal keer met het gebruik van het werk van gerespecteerde evolutiebiologen te laten zien dat gemeenschappelijke afstamming op losse schroeven is komen te staan. Een voorbeeld hiervan is Borgers bespreking van het interessante boek *Homology, genes, and evolutionary innovation* van Günter Wagner (2014) op pp. 284-285\. Wagner bespreekt hoe homologie (overeenkomst in vorm) soms op genetisch verschillende manieren *kan* ontstaan en dus niet het gevolg van gemeenschappelijke afstamming *hoeft* te zijn. Het op evolutionair verschillende manieren ontstaan van (ongeveer) dezelfde eigenschap wordt [convergente evolutie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Convergente%5Fevolutie?ref=deatheist.nl) genoemd. Wagner bespreekt ook de verschillende definities van homologie, hoe homologie vastgesteld kan worden en nog tal van aanverwante biologische en wetenschapsfilosofische kwesties rond dit onderwerp. Het is een doorwrocht en fascinerend boek dat mijns inziens een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van de moderne evolutiebiologie.
Het boek levert dan ook helemaal geen problemen op voor gemeenschappelijke afstamming, zoals de nietsvermoedende lezer op grond van Borgers bespreking zou vermoeden. Het is al langere tijd bekend dat verschillende evolutionaire routes op hetzelfde uit kunnen komen. Hoe weet je dan welke overeenkomst het gevolg is van gemeenschappelijke afstamming en welke van convergente evolutie? Dit is een signaal-ruis-probleem en komt in heel veel wetenschappen voor. Elke wetenschap heeft methoden ontwikkeld om dit soort problemen op te lossen, ook de evolutiebiologie.
Door naar verschillende lijnen van evidentie te kijken (genetica, embryologie, anatomie, fossielen, experimenten), is in de meeste gevallen duidelijk of er sprake is van homologie in evolutionaire zin (ontstaan uit een gemeenschappelijke voorouder) of dat er sprake is van convergente evolutie. Wagner gaat hier ook op in in zijn boek, maar daar zegt Borger niets over (zie ook Tschopp & Tabin, 2017; Stewart et al., 2019). Wel doet Borger alsof nu “afgerekend” is met het argument van homologie voor gemeenschappelijke afstamming. Niets is minder waar en dat blijkt ook helemaal niet uit Wagners boek. Ik vraag me af of Borger het boek wel gelezen heeft.
Het klassieke voorbeeld van homologie als evidentie voor gemeenschappelijke afstamming is de relatieve positie van de botten in de voorpoot van verschillende (van oorsprong) landdieren, of die nu gebruikt worden om mee te zwemmen (walvis), lopen (paard, hond), vliegen (vogel, vleermuis) of dingen vastpakken (chimpansee, mens). Deze gelijkenis viel onderzoekers voor Darwin al op (zoals [Richard Owen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Richard%5FOwen?ref=deatheist.nl)) en Darwin gaf daar een overtuigende verklaring voor. Tegenwoordig weten we ook welke genen hiervoor zorgen en hoe de overeenkomsten en verschillen ontstaan. Dit wordt in elke inleiding ontwikkelingsbiologie netjes uitgelegd (zie bijvoorbeeld Gilbert & Barresi, 2020). Dit is sindsdien zo geaccepteerd geworden dat evolutiebiologen homologe structuren nu vaak *per definitie* zien als ontstaan vanuit een gemeenschappelijke voorouder (zie ook [hier](https://ncse.ngo/icon-3-homology?ref=deatheist.nl)). Het stadium van gemeenschappelijke afstamming bewijzen is in de biologie al lange tijd een gepasseerd station. Universele gemeenschappelijke afstamming is ook formeel statistisch getoetst en bevestigd, ondanks de effecten van horizontale genoverdracht (Theobald, 2010).
**Genetische verschillen tussen mens en chimpansee**
De genetische overeenkomst tussen mens en chimpansee is iets wat creationisten bezig blijft houden. Verschillende creationisten (een opmerkelijke uitzondering is Todd Wood (2011)) hebben geprobeerd het percentage overeenkomst in DNA zo laag mogelijk te krijgen, waaronder ook Borger. Dit deed hij in 2009 al en dat doet hij nu weer, zowel in het extra hoofdstuk als in een [presentatie](https://www.youtube.com/watch?v=t-EvGKwmVc4&ref=deatheist.nl) die hij over dit onderwerp geeft.
Hoeveel overeenkomst er is, hangt vooral af van hoe er precies vergeleken wordt. Zo kun je op verschillende percentages komen die toch allemaal kloppen. Dit heb ik ook al uitgelegd in mijn recensie uit 2009\. Ook is het menselijk genoom pas zeer recentelijk *volledig* in kaart gebracht (Nurk et al., 2022) en dat van de chimpansee nog niet (voor zover ik weet). Sommige delen zijn lastig te [sequencen](https://nl.wikipedia.org/wiki/DNA-sequencing?ref=deatheist.nl) en sommige delen zijn om technische redenen lastig te vergelijken, waardoor een volledige vergelijking (nog) niet mogelijk is. Daarnaast zijn er ondertussen ook meerdere genomen van zowel mens als chimpansee in kaart gebracht, waaruit blijkt dat er *binnen* de soort ook behoorlijk wat variatie is (Suntsova & Buzdin, 2020). Ook dit maakt het vergelijken nog complexer, want welk genoom is representatief voor beide soorten?
De meest recente, zo volledig mogelijke vergelijking waarvan ik op de hoogte ben, is die van Marçais en collega’s uit 2018\. Zij concluderen dat 96% van het genoom dat onderzocht kon worden 98% identiek is (Marçais et al., 2018). Ze konden geen volledige genomen vergelijken omdat die toen nog steeds niet volledig in kaart gebracht waren. Ter vergelijking: met dezelfde methode vonden deze onderzoekers ‘slechts’ 88% overeenkomst tussen de zandraket en een nauw verwante soort. Deze twee genetisch behoorlijke verschillende plantjes zullen door creationisten ongetwijfeld tot hetzelfde ‘baramin’ (geschapen soort) gerekend worden. Waarom die wel maar mens en chimpansee niet?
Volgens Borger is het verschil tussen mens en chimpansee echter 14% (p. 286). Dit percentage komt uit de simpele vergelijking van de gedeelde DNA-letters ten opzichte van het totale aantal DNA-letters uit beide genomen. Deze vergelijking is op zo’n elementair niveau onjuist dat het mij verbaast dat een moleculair bioloog die kan maken. Je kunt die vergelijking namelijk helemaal zo niet maken omdat delen van het genoom van beide soorten destijds nog niet in kaart gebracht waren. Niet-overeenkomstige delen in de vergelijking van Borger zullen dan grotendeels zitten in delen die niet in kaart gebracht zijn. Onbekende delen kun je niet met elkaar vergelijken, terwijl dat is wat Borger doet om aan die 14% te komen. Ik wees hem hier al op in 2009, maar hij maakt dezelfde fout in 2021 nogmaals.
Borger meent dat creationist Jeffrey Tomkins die 14% verschil in 2018 heeft bevestigd (vermoedelijk Tomkins, 2018; Borger geeft hier geen referentie in zijn boek). Tomkins heeft het echter over 16% verschil, maar belangrijker: ook zijn grote verschil is gebaseerd op een vrij basale rekenkundige fout, zoals [hier](https://www.youtube.com/watch?v=D117oXq8yT4&ref=deatheist.nl) wordt uitgelegd. Tomkins weegt kleine sequenties die relatief sterk verschillen net zo zwaar als veel grotere sequenties die veel minder verschillen. Zo komt hij op een gemiddelde van 84% overeenkomst. Wordt de sequentielengte echter meegewogen, wat wel zo redelijk is als je een zo *compleet mogelijke* vergelijking wilt maken, dan is de overeenkomst 96%. Dit komt goed overeen met wat reguliere wetenschappers in de literatuur melden. Tomkins en Borger komen dus allebei tot een veel te groot verschil door een onjuiste manier van vergelijken.
In zijn [presentatie](https://www.youtube.com/watch?v=t-EvGKwmVc4&ref=deatheist.nl) geeft Borger voor de 16% verschil in de samenvatting naast Tomkins (2018) ook de oorspronkelijke publicatie van het chimpanseegenoom (The Chimpanzee Sequencing and Analysis Consortium, 2005) als bron. Eerder in de presentatie heeft hij het op grond van deze bron zelfs over 20% verschil. In deze publicatie wordt dit grote verschil echter nergens genoemd (wel ca. 4%). Borger berekent *zelf* dit verschil door de eerdergenoemde rekenfout te maken.
In diezelfde presentatie stelt Borger op grond van het onderzoek van Yunis & Prakash (1982) dat er “omvangrijke karyotype-verschillen” tussen beide soorten zijn. ([Karyotype](https://nl.wikipedia.org/wiki/Karyotype?ref=deatheist.nl) is de configuratie van een chromosoom.) De onderzoekers zelf zeggen echter dat 18 van de 23 paar chromosomen van de mensapen “virtually identical” zijn en de overige 5 “slightly different”. Waarom geeft Borger hun werk zo verkeerd weer?
Hoe je de vergelijking tussen de genomen ook maakt, mens en chimpansee lijken het meest op elkaar, zoals je mag verwachten van een naaste verwant. Relatief gezien zijn de verschillen dus het kleinst, ook al variëren de absolute verschillen tussen de 99% en 94%, afhankelijk van de manier van vergelijken. Ik snap dan ook niet waarom creationisten zo moeilijk doen over hoe groot de overeenkomst exact is – als daar al één zinnig getal voor te geven valt. Een recente bespreking van de bekende overeenkomsten, verschillen en de implicaties hiervan wordt gegeven door Suntsova & Buzdin (2020).
Interessanter is dat de verschillen tussen mens en chimpansee kleiner zijn dan die tussen organismen die volgens creationisten tot [hetzelfde ‘baramin’ behoren](https://answersresearchjournal.org/mammalian-ark-kinds/?ref=deatheist.nl). Creationisten hebben dus uit te leggen waarom genetische verschillen tussen mens en chimpansee een probleem zouden zijn voor een gedeelde voorouder, maar de *grotere* verschillen tussen muis en rat niet (The Chimpanzee Sequencing and Analysis Consortium, 2005; Demuth et al., 2006). De verschillen tussen kat en tijger zijn vergelijkbaar met die tussen mens en chimpansee (Cho et al., 2013). Voor het mitochondriaal DNA is dit eenvoudig zelf te controleren door een [BLAST uit te voeren voor het mitochondriale genoom](https://blast.ncbi.nlm.nih.gov/Blast.cgi?PAGE=Nucleotides&PROGRAM=blastn&QUERY=NC%5F001643.1&DATABASE=nr&MEGABLAST=on&BLAST%5FPROGRAMS=megaBlast&LINK%5FLOC=nuccore&PAGE%5FTYPE=BlastSearch&ref=deatheist.nl) van twee soorten die je wilt vergelijken, bijvoorbeeld chimpansee-mens (91% identiek) vs. chimpansee-gorilla (90% identiek) of muis-rat (83% identiek). Op grond van welke criteria worden mens en chimpansee in een apart ‘baramin’ geplaatst, maar muis en rat of kat en tijger niet? Dát antwoord geeft Borger niet. Borgers bedachte ‘indicatorgenen’ helpen hier niet, want die zijn circulair gedefinieerd, zoals ik in 2009 al uitgelegd heb.
**Chromosoom 2**
Mensen hebben 23 paar chromosomen en andere mensapen hebben er 24\. Een verklaring hiervoor die al in 1972 geopperd werd, is dat twee mensaapchromosomen in de loop van de evolutie zijn gefuseerd om één menselijk chromosoom te vormen (Yunis & Prakash, 1982). Zo’n evolutionaire voorspelling kan getoetst worden, en dat is ook uitgebreid gedaan. Yunis & Prakash deden dat al in 1982 door de [karyotypen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Karyotype?ref=deatheist.nl) van de chromosomen van mens en chimpansee te vergelijken. Zij vonden dat ons chromosoom 2 zeer sterk overeenkwam met chromosomen 2A en 2B van de chimpansee, wat op het oog goed te zien is door de karyotypen te vergelijken. Het wordt echter nog beter.
Uiteinden van een chromosoom worden telomeren genoemd en hebben een specifieke sequentie (zie [hier](https://www.youtube.com/watch?v=WlgmnoGzmEg&t&ref=deatheist.nl) voor uitleg). In het midden zitten één centromeer en ook die heeft specifieke kenmerken. Als chromosoom 2 een fusie is, mogen we dus verwachten dat er sporen te vinden zijn van twee telomeren in het midden en een extra centromeer. Dit is ook precies wat gevonden is door Ijdo et al. (1991) en later bevestigd is door Fan et al. (2002). Er is een specifieke omslag in de repeterende sequentie (een reeks TTAGGG naar een reeks CCCTAA) van een typisch telomeerpatroon op de plek van de fusie. Er is sprake van een ‘head-to-head’- ordening van repeterende telomeersequenties (Ijdo et al., 1991; Fan et al. 2002). Deze omslag is nergens anders te vinden omdat er maar één fusieplaats is in het menselijk genoom. Fusies van chromosomen komen overigens vaker voor (Thomsen et al., 1996; Musilova et al., 2013).
Dit is dus prachtige evidentie voor gemeenschappelijke afstamming van mens en andere mensapen, en daarmee een doorn in het oog van creationisten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze deze evidentie proberen te ontkrachten, zo ook Borger in navolging van creationist Jeffrey Tomkins (p. 287). Zij menen dat er een functioneel gen ligt op de plaats van de fusie, zodat een fusie onmogelijk zou zijn. Opmerkelijk genoeg schreef Borger in 2009 nog dat de fusie wél heeft plaatsgevonden, maar binnen de menselijke lijn en dus niet op gemeenschappelijke afstamming met andere mensapen duidt (p. 219, herhaald in de nieuwe editie op p. 205).
Met deze tegenwerping van een functioneel gen zijn er een aantal problemen. Het desbetreffende gen, DDX11L2, is een pseudogen en er is geen functie bekend. Borger ontkent [op Twitter](https://twitter.com/BorgerPieter/status/1598641915221938182?s=20&t=mSxVNrZIrczFgqVZ4I9KNA&ref=deatheist.nl) dat het een pseudogen is, al is dit simpel te vinden in een [database](https://www.genecards.org/cgi-bin/carddisp.pl?gene=DDX11L2&ref=deatheist.nl). Dit pseudogen is een kopie van een functioneel en eiwitcoderend gen, namelijk [DDX11](https://www.genecards.org/cgi-bin/carddisp.pl?gene=DDX11&ref=deatheist.nl). Hij meent dat het geen pseudogen kan zijn omdat het afgeschreven wordt als (lnc)RNA, maar dit zegt heel weinig over functie (Ponting & Haerty, 2022), een punt waar ik hem ook al eerder op heb gewezen (Klink, 2022). Uit de bron die hij hiervoor geeft (Cheetham et al., 2020), blijkt dit ook helemaal niet. In de [database](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/gene/?term=DDX11L2&ref=deatheist.nl) staan twee transcriptvarianten, waarvan er een naast de fusieplaats ligt en de ander er met één exon overheen. Het is daarmee niet duidelijk of het gen zelf wel over de fusieplaats ligt.
Zelfs als dit gen een functie blijkt te hebben en over de fusieplaats ligt, bewijst dit niet dat de fusie niet heeft plaatsgevonden. Het gen in deze variant kan namelijk ontstaan zijn *na* de chromosoomfusie, bijvoorbeeld door [genfusie](https://en.wikipedia.org/wiki/Fusion%5Fgene?ref=deatheist.nl). Het is ook goed mogelijk dat het gen door herschikking verplaatst is, zoals evolutiebioloog Jente Ottenburghs [op Twitter](https://twitter.com/Jente%5FO/status/1593222209056931841?s=20&t=wSQDPh1li4rAvZKkX8Ewqw&ref=deatheist.nl) suggereerde. Dit is niet vreemd aangezien deze plaats erg gevoelig is voor mutaties, waaronder duplicatie en translocatie tussen chromosomen (Fan et al. 2002; Linardopoulou, 2005). Dit zijn goed gedocumenteerde processen en plausibele verklaringen, ook al zou dat in dit specifieke geval verder onderzocht moeten worden.
Ironisch genoeg ondersteunt het DDX11L2-gen juist de chromosoomfusie. Dit gen is namelijk onderdeel van een genfamilie, en de andere genen uit deze familie komen allemaal voor aan de uiteinden van chromosomen (Costa et al., 2009). Wat doet DDX11L2 dan midden in ons chromosoom 2? Ook bij de chimpansee komen dergelijke genen voor op verschillende chromosomen.
De fusieplaats heeft dus alle eigenschappen die je mag verwachten als hier twee voorouderlijke mensaapchromosomen gefuseerd zijn. Creationisten hebben geen verklaring voor al deze eigenschappen.
**Epigenetica en evolutie na Darwin**
Borger schrijft ook een stuk over epigenetica. Deze term is wat verwarrend omdat er in de literatuur twee verschillende zaken mee geduid worden: hoe de omgeving de expressie van het DNA beïnvloedt en of verworven eigenschappen buiten het DNA om overgedragen kunnen worden op het nageslacht (Deans & Maggert, 2015). Het eerste is niet controversieel en goed bekend. Het tweede is controversiëler omdat er de nodige discussie is over hoeveel dergelijke epigenetisch overgedragen eigenschappen voorkomen, hoe lang ze aanhouden en wat de rol ervan is in evolutie. Deze discussie over de mechanismen van evolutie wordt *binnen* de evolutiebiologie gevoerd (Laland et al., 2015; Futuyman, 2017; Chiu, 2022) en trekt het feit van gemeenschappelijke afstamming geenszins in twijfel.
Borger lijkt te denken dat alles wat niet bij Darwin zelf vandaan komt, een weerlegging is van evolutie. De evolutietheorie is slechts *begonnen* met Darwin (en bepaalde elementen zelfs daarvoor al) en sindsdien aangevuld, genuanceerd en verbeterd. Dat gaat nog steeds door. Dit schreef ik ook al in mijn recensie in 2009\. Vanwaar dan toch nog steeds die obsessie met Darwin, het veelvuldig spreken over ‘darwinisme’ en hoe moderne ontwikkelingen dat achterhaald hebben? De moderne evolutietheorie is Darwin al een tijd ontgroeid, en dat weet elke evolutiebioloog (Chiu, 2022). Borger valt dus een stroman aan.
Hij doet ook alsof alles wat hij in 2009 schreef ondertussen door wetenschappers wordt onderschreven, zelfs evolutiebiologen (p. 290). Ze zouden slechts argumenten herhalen die hij in 2009 al gaf. Uiteraard heeft zijn boek geen enkele rol gespeeld in de discussie over evolutiemechanismen (Borgers boek wordt nergens aangehaald), maar belangrijker: voor zover het klopt wat hij schrijft, vertelt hij niets nieuws. Epigenetica bijvoorbeeld staat al jaren in de inleidingen evolutiebiologie (al in Futuyma, 1986) en de discussie erover *onder evolutiebiologen* in de literatuur gaat nog verder terug. Borger speelt hierin geen enkele rol. Dat de evolutietheorie evolueert door nieuwe inzichten, is een teken van gezonde wetenschap. Het is op geen enkele manier een argument voor creationisme.
Ook bespreekt Borger de presentatie van evolutiebioloog Gerd Müller tijdens een [symposium uit november 2016](https://royalsociety.org/science-events-and-lectures/2016/11/evolutionary-biology/?ref=deatheist.nl), georganiseerd door de Royal Society. Borger schrijft hierover dat volgens Müller er een aantal “fundamentele verklaringslacunes” en “onopgeloste problemen” zijn binnen het “darwinisme”, waaronder het ontstaan van nieuwe soorten, radiaties zonder fossielen en het ontbreken van overgangsvormen (p. 291). Nu is deze presentatie [terug te luisteren](https://royalsociety.org/science-events-and-lectures/2016/11/evolutionary-biology/?ref=deatheist.nl), en dan blijkt dat Müller deze zaken helemaal niet bespreekt, ook niet in de publicatie die op zijn lezing is gebaseerd (Müller, 2017). Müller is wel kritisch op de [moderne synthese](https://en.wikipedia.org/wiki/Modern%5Fsynthesis%5F%2820th%5Fcentury%29?ref=deatheist.nl) (de evolutietheorie uit het midden van de vorige eeuw) en meent dat deze aangevuld moet worden, net als een aantal anderen die pleiten voor een [*extended evolutionary synthesis*](https://en.wikipedia.org/wiki/Extended%5Fevolutionary%5Fsynthesis?ref=deatheist.nl). Uit de vragen na de lezing en de lezing van de volgende spreker (Futuyma) blijkt dat het de vraag is in hoeverre Müller die moderne synthese goed weergeeft en in hoeverre die nog als zodanig gehuldigd wordt onder de huidige evolutiebiologen. Daar schrijft Borger dan weer niets over. Het gaat hier dus over de hierboven al aangehaalde discussie *binnen* de evolutiebiologie over de rollen van de verschillende evolutiemechanismen, vooral die naast mutatie en natuurlijke selectie. Waarom geeft Borger Müller en zijn (al dan niet terechte) punt zo verkeerd weer?
**Genetische informatie**
Creationisten beweren vaak dat informatie in het genoom niet kan toenemen. Zo ook Borger. Ze blijven meestal vaag over wat informatie hier is en wat ze wél zouden accepteren als informatietoename. In de biologie is hier evenwel al lange tijd veel over bekend (Kaessmann, 2010; zie ook Adami, 2012; 2016). Een belangrijk mechanisme voor het ontstaan van nieuwe genen is genduplicatie. Dit werd in de jaren ’30 van de vorige eeuw al voorgesteld als mechanisme en vooral door Susumu Ohno gepopulariseerd (Ohno, 1970). Het resultaat is dat veel genen in families zouden moeten voorkomen. Dit is de afgelopen jaren uitgebreid bevestigd (Kaessmann, 2010). De literatuur hierover is ondertussen gigantisch.
In mijn eerdere recensie besprak ik genduplicatie ook, naast een aantal andere mechanismen. Ik liet ook zien waarom Borgers kritiek hierop niet standhoudt. Ondertussen heeft de wetenschap niet stilgestaan. In 2010 en 2015 verschenen mooie overzichten over wat toen bekend was over het ontstaan van nieuwe genen (Kaessmann, 2010; Andersson, 2015) en in de jaren daarna is de literatuur verder toegenomen. Ook over het ontstaan van genen uit niet-coderende delen van het genoom (*de novo*) is de laatste jaren veel bekend geworden (Cherezov et al., 2021). Vrij recentelijk verscheen van het vakblad *Genes* nog een themanummer over het ontstaan van genen: [How Do New Genes Originate and Evolve?](https://www.mdpi.com/journal/genes/special%5Fissues/genes%5Foriginate%5Fevolve?ref=deatheist.nl) (geheel vrij toegankelijk, voor de inleiding, zie Betrán & Long (2022)).
Overigens speelt duplicatie nog een andere belangrijke rol in evolutie: in genregulerende netwerken zorgt het voor zowel robuustheid als voor ruimte voor variatie (Posadas-García & Espinosa-Soto, 2022). Hierdoor kunnen nieuwe fenotypen ontstaan zonder dat de kans op nadelige effecten vergroot wordt.
Niet alleen zijn al deze mechanismen indirect waargenomen door vergelijkend genoomonderzoek, ze zijn deels ook direct waargenomen. Hoe nieuwe functies ontstaan door duplicatie is ondertussen in het lab waargenomen (Kassen, 2019). Ook zijn er binnen dezelfde soort populaties die meer of minder duplicaten van hetzelfde gen hebben, ook bij mensen (Nuttle et al., 2016). Populaties binnen soorten stammen volgens creationisten zeker af van dezelfde voorouder, dus ze zullen moeten erkennen dat genduplicatie optreedt binnen soorten.
Tevens is het ontstaan van *de novo* eiwitcoderende genen waargenomen binnen hetzelfde genus (Cai et al., 2008; Zhang et al., 2019; voor een recent overzicht zie Parikh et al., 2022). Genera (geslachten) worden door creationisten gezien als afstammelingen van dezelfde geschapen voorouder. Genen die uitsluitend binnen een bepaalde soort van dat geslacht voorkomen (*taxonomic restricted genes*), zullen dus na de geschapen voorouder moeten zijn ontstaan (of op *dezelfde* manier verloren zijn gegaan in *alle* andere soorten, wat zeer onwaarschijnlijk is). Ook creationisten zullen dus moeten erkennen dat zo nieuwe genen kunnen ontstaan.
*De novo*\-genen vormen een belangrijke bron van genen die geen ander gen als voorouder hebben, zoals bij duplicaten. Dit soort genen worden daarom ook wel ‘weesgenen’ genoemd (*orphan genes*). Soms beweren creationisten (o.a. [hier](https://logos.nl/universele-gemeenschappelijke-afstamming-waarschijnlijk-juist/?ref=deatheist.nl)) dat deze weesgenen een probleem zijn voor gemeenschappelijke afstamming omdat ervoor “geen evolutionaire voorgeschiedenis bedacht kan worden”. Borger schrijft er niets over in zijn boek, maar [hier](https://geodetective.wordpress.com/hoe-groot-is-het-dna-verschil-tussen-mensen-en-chimpanzees-nou-eigenlijk-echt/?ref=deatheist.nl) wel. Hij beweert op grond van het werk van Knowles & McLysaght (2009) dat van weesgenen “zelfs de DNA sequentie niet terug in het genoom van de chimpanzee \[sic\]” te vinden is. Wie het artikel echter zelf naleest, ziet dat niets minder waar is. Over de drie genen die zeker wees zijn, zeggen ze al in de samenvatting: “High-quality sequence data indicate that these loci are noncoding DNA in other primates”. Het zit dus wel degelijk in het DNA van de chimpansee, alleen is het daar geen gen (maar niet-coderend DNA). Wederom geeft Borger het onderzoek dus verkeerd weer.
Ook in [deze presentatie](https://www.youtube.com/watch?v=t-EvGKwmVc4&ref=deatheist.nl) beweert Borger dat weesgenen “geen evolutionaire voorgeschiedenis” hebben. Hij noemt als voorbeeld het gen *ARHGAP11B* en geeft als referentie Florio et al., (2015). Is de evolutionaire geschiedenis hier werkelijk onbekend, zoals Borger beweert? Het ontkennende antwoord is eenvoudig te vinden door de referentie na te lezen. Daarin staat dat *ARHGAP11B* en verkorte versie is van *ARHGAP11A*, een gen dat voorkomt “throughout the animal kingdom”. De evolutionaire geschiedenis is dus heel duidelijk: duplicatie van een wijdverbreid bestaand gen en verkorting. Waarom vermeldt Borger dit niet? In dezelfde lezing wijst Borger op de honderden unieke genen bij zowel mens als chimpansee, gevonden door Ruiz-Orera et al. (2015). Hij meent dat we geen idee hebben waar die informatie vandaan komt, maar in het genoom van de chimpansee blijken [vrijwel identieke sequenties](https://roohif.wordpress.com/2016/06/13/jeff-tomkins-orphan-genes-mind-the-gap/?ref=deatheist.nl) te zitten, alleen zijn het daar geen genen. Zo uniek is deze informatie dus helemaal niet, maar dat vertelt Borger niet (of hij is er niet van op de hoogte).
Het is evenwel niet vreemd dat er geen homoloog *gen* gevonden kan worden omdat *de novo*\-genen ontstaan uit niet-coderende regio’s van het genoom. Wel mogen we dan verwachten dat we in veel gevallen niet-coderende homologe sequenties kunnen vinden van deze genen in verwante soorten. Hoe beter de genomen (en [transcriptomen](https://en.wikipedia.org/wiki/Transcriptome?ref=deatheist.nl)) in kaart worden gebracht en van hoe meer organismen, hoe beter het mogelijk is de homologe sequenties te vinden (Xie et al., 2012; Chen et al., 2015; Zhang et al., 2019; zie ook [hier](https://roohif.wordpress.com/2016/06/13/jeff-tomkins-orphan-genes-mind-the-gap/?ref=deatheist.nl)). Het proces waarmee evolutionair weesgenen ontstaan, wordt hiermee steeds verder opgehelderd. Een goede uitleg is [hier](https://www.youtube.com/watch?v=ScGPP19WWE8&ref=deatheist.nl) te vinden, gebaseerd op Vakirlis et al. (2020).
Borger meent in de presentatie ook dat er “minstens 120 unieke miRNA-families” zijn, maar uit de bronnen die hij daarvoor geeft, [deze link](https://mirnablog.com/how-many-unique-mature-human-mirnas-are-there/?ref=deatheist.nl) en Berezikov et al. (2006), blijkt dat helemaal niet. De link is een enquête waarin verschillende mensen een schatting geven van het aantal miRNA-*genen*, niet *genfamilies*. Berezikov et al. (2006) vonden 447 nieuwe miRNA-genen, waarvan mensen veruit het grootste deel delen met andere organismen, vooral andere primaten. In zijn boek heeft Borger het over 130 uniek menselijke miRNA-genfamilies (p. 287), maar daarvoor geeft hij geen bron. Er is ook al een tijd het nodige bekend over de evolutionaire oorsprong van miRNA’s (Berezikov, 2011). *Elke* soort heeft overigens unieke miRNA’s, ook soorten die volgens creationisten tot hetzelfde baramin behoren, dus wat zeggen uniek menselijke miRNA’s nu? Overigens is zeer recentelijk gebleken dat veel ontdekte miRNA’s fout-positieven blijken te zijn (Fromm et al., 2022).
Ook is experimenteel waargenomen dat functie kan ontstaan uit een willekeurige sequentie (Yona et al., 2018; zie ook Neme et al., 2017). Hiervoor is dus geen intelligentie nodig, zoals Borger meent.
Hoeveel er ook over bekend wordt, creationisten zullen het negeren en blijven roepen dat informatie in het genoom niet kan toenemen en intelligentie vereist, zo ook Borger. Hij gaat in de nieuwe versie van zijn boek niet in op alles wat we nu weten over hoe nieuwe genetische informatie ontstaat. Hij herhaalt in het toegevoegde hoofdstuk slechts wat hij eerder al geschreven heeft.
Wel beweert hij dat, aangezien volgens hem nieuwe genetische informatie niet kan ontstaan, alles in de oergenomen moet zijn ingebakken (p. 295). Met deze hypothese zijn evenwel de nodige problemen. Het eerste probleem is dat uit het bovenstaande blijkt dat experimenteel is waargenomen dat nieuwe informatie wél kan ontstaan. Ook zouden we mogen verwachten dat, als alle informatie al oorspronkelijk aanwezig was, we het in alle afstammelingen van dat oergenoom moeten terugvinden, functioneel of niet meer functioneel. Dit is niet wat we aantreffen: we zien binnen dezelfde soort verschillen in aantallen genen (zie o.a. Nuttle et al., 2016). Ook binnen twee organismen die volgens creationisten tot [dezelfde geschapen soort](https://answersresearchjournal.org/mammalian-ark-kinds/?ref=deatheist.nl) (‘baramin’) behoren, zoals muis en rat, zien we grote verschillen in aantallen genen (Demuth et al., 2007). Deze verschillen zijn zelfs groter dan tussen mens en chimpansee, die volgens creationisten niet tot dezelfde ‘baramin’ behoren. Ten derde zouden oudere genomen genetisch rijker en minder gedegenereerd moeten zijn, maar waar is de evidentie daarvoor? Ondertussen zijn er heel wat oudere genomen in kaart gebracht ([paleogenetica](https://en.wikipedia.org/wiki/Paleogenetics?ref=deatheist.nl)), vanuit het oude Egypte (Schuenemann et al., 2017) tot veel verder terug (Orlando et al., 2021), dus die evidentie moet te vinden zijn.
Dat genomen zouden degenereren wordt vaak door creationisten beweerd, soms onder de term ‘genetic entropy’. Deze term is bedacht door creationist John Sanford en Borger haalt hem ook aan. Dit klink wetenschappelijk, maar dat is het niet: in de wetenschappelijke literatuur speelt het geen rol en er is ook geen evidentie voor, zoals paleogenetisch onderzoek had moeten laten zien. Sterker nog: er is veel evidentie tegen. Langdurige evolutie-experimenten, zoals de beroemde [*E. coli*\-experimenten](https://en.wikipedia.org/wiki/E.%5Fcoli%5Flong-term%5Fevolution%5Fexperiment?ref=deatheist.nl) begonnen door Richard Lenski, laten zie dat positieve mutaties optreden en zich door de populatie verspreiden. Uitgebreide kritiek op het idee van genetische entropie is [hier](https://letterstocreationists.wordpress.com/stan-4/?ref=deatheist.nl), [hier](https://letterstocreationists.wordpress.com/gen%5Fentropy/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://letterstocreationists.wordpress.com/2021/04/17/john-sanford-disputes-evolution-2020-ncca-apologetics-confc-5/?ref=deatheist.nl) te vinden, of door evolutiebiologen [hier](https://youtu.be/eb24gGAC4YE?ref=deatheist.nl) en [hier](https://youtu.be/P2o%5FKC7sc98?ref=deatheist.nl).
Tot slot kan de creationist zeggen ‘God heeft het gewoon zo geschapen’. Met deze verklaring kun je *elke* (mogelijke) overeenkomst én elk verschil verklaren, wat het tot een waardeloze verklaring maakt. Daarnaast maakt dit van God een misleider: waarom heeft God de genomen zo geschapen precies *alsof* ze evolutionair verwant zijn, als ze dat in werkelijkheid niet zijn?
Als voorbeeld van zo’n “frontloaded” genoom noemt Borger het latent aanwezig zijn van genen voor leven op het land in vissen (p. 295). Dit is bijzonder, want waarom zou dergelijke genetische overeenkomt er zijn als viervoeters (tetrapoden) niet uit vissen zijn ontstaan, zoals creationisten menen? Dit is evenwel precies wat je mag verwachten op grond van evolutie: verder knutselen met wat er al was. Al het ‘nieuws’ in evolutie is een modificatie van wat er al eerder was. Zo zijn handen gemodificeerde voorpoten en voorpoten gemodificeerde vinnen. Hoe dit soort veranderingen optreden, wordt steeds beter en verder uitgewerkt, zoals ironisch genoeg blijkt uit de bron die Borger aanhaalt (Pennisi, 2021; een bespreking van o.a. Hawkins et al., 2021, zie ook Woltering et al., 2020; Cass et al., 2021). Een beknopte en gratis toegankelijke inleiding tot het ontstaan van tetrapoden en de fossielen uit deze overgang is te vinden in Clack, 2009\.
Borger schrijft dat uit deze bron (Pennisi, 2021) blijkt “hoe door slechts twee mutaties vissen in viervoeters veranderden” (p. 295). Dat leek mij sterk, dus ik heb het nagelezen, en dat is helemaal niet wat er staat. Wat er wél staat, is dat *twee gemuteerde genen* ervoor gezorgd hebben dat *twee botten* in de vin van de zebravis zijn gaan lijken op de botten in de voorpoot van landdieren, inclusief spieren, gewrichten en bloedvaten. Dit is dus heel wat anders dan wat Borger claimt! Voor de complete evolutie van viervoeters uit vissen zijn uiteraard veel meer mutaties nodig dan de twee die Borger ten onrechte uit zijn bron meent te kunnen halen. Dit prachtig soort multidisciplinair onderzoek waarbij evolutionaire transities steeds beter in kaart gebracht worden (voor een toegankelijke inleiding, zie Shubin, 2021), zijn natuurlijk een doorn in het oog van creationisten. Geeft Borger het daarom verkeerd weer?
**Naturalisme**
Borger lijkt een obsessie te hebben met atheïsme en naturalisme, want daaraan wordt van alles toegeschreven. Deze filosofische posities zouden ervoor zorgen dat creationistische conclusies niet getrokken mogen worden en zou zelfs wetenschappelijke vooruitgang in de weg staan. Niets is minder waar. In de eerste plaats zijn veel evolutiebiologen geen atheïst of naturalist. Veel prominente critici van (jonge-aarde-)creationisme zijn (al dan niet uitgesproken) gelovig. Francis Collins, Kenneth Miller en in Nederland Rene Franssen, Cees Dekker, Gerdien de Jong en Nico van Straalen zijn hiervan slechts enkele voorbeelden.
Ten tweede is er een goede reden waarom creationistische ideeën niet serieus worden genomen in de wetenschap: ze zijn aantoonbaar onjuist, zijn gebaseerd op gaten in onze kennis of postuleren ontoetsbare aannames. Hierboven gaf ik al aan dat je met een almachtige Schepper *alles* kunt verklaren. Creationisme is dus gewoon slechte wetenschap. Evolutiebiologie is, net als andere natuurwetenschap, naturalistisch in de zin dat natuurlijke processen en mechanismen worden waargenomen, hier toetsbare voorspellingen over gedaan kunnen worden en het tot vruchtbare onderzoeksprogramma’s leidt. Dat maakt evolutiebiologie tot goede wetenschap, en dat kan ook prima uitgevoerd worden door gelovige wetenschappers. Ook hier is het weer ironisch dat het juist de (jonge-aarde-)creationisten zijn die [zelf toegeven](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/) dat geen enkele wetenschappelijke evidentie ze van gemeenschappelijke afstamming en een oude aarde zou kunnen overtuigen. Dit is uiteraard een antiwetenschappelijke houding.
Wat toetsbare voorspellingen betreft, is het nog aardig te melden dat op grond van gemeenschappelijke afstamming in 2007 een heel precieze voorspelling gedaan kon worden over een mutatie in het GULO-pseudogen (Klink, 2007). Dit is een defect geen waardoor wij niet zelf vitamine C kunnen aanmaken. In 2007 was al bekend dat mensen grotendeels dezelfde mutaties op dezelfde plaats als chimpansees en resusapen hebben, waaronder een deletie op positie 97\. Je mag dan verwachten dat dit ook geldt voor gorilla’s. Die voorspelling was in 2007 nog niet te toetsen omdat het genoom van de gorilla pas in 2012 bekend werd. Na 2012 was dit dus wel te toetsen, en de gorilla blijkt inderdaad ook de deletie te hebben op positie 97, precies zoals je mag verwachten op grond van gemeenschappelijke afstamming.
**Conclusie**
Op grond van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat Borger weinig heeft geleerd sinds de eerste versie van zijn boek uit 2009\. Het grootste deel van zijn boek is vrijwel ongewijzigd. Het bevat dan ook nog steeds dezelfde fouten, selectieve literatuurweergave en misleidende omgang met publicaties. Ook heeft Borger nog steeds niet door dat de moderne evolutiebiologie Darwin al lang ontgroeid is, waardoor hij constant een stroman aanvalt.
Elk punt dat Borger opvoert, is óf onjuist óf al een tijd bekend bij evolutiebiologen. Een ongeïnformeerde lezer zal dat evenwel niet doorhebben. Die zal denken dat Borger hier veel nieuws vertelt en met zeer relevante en gerechtvaardigde kritiek komt. Niets is dus minder waar, zoals een geïnformeerde lezer (vooral biologen) snel door zal hebben. Het boek levert dat ook geen bijdrage aan de wetenschap. Het is slechts de verdediging van een fundamentalistisch geloof in een pseudowetenschappelijk jasje. Dit gold al voor de editie uit 2009 en geldt nu nog steeds, ook voor het toegevoegd hoofdstuk.
Tot slot wil ik nog extra stilstaan bij Borgers omgang met de wetenschappelijke literatuur. Uit mijn recensie van 2009, mijn kritiek op wat hij schrijft over junk-DNA (Klink, 2022) en de bovenstaande bespreking van zijn extra hoofdstuk blijkt dat Borger regelmatig de literatuur selectief, verkeerd of misleidend weergeeft. Hij trekt zijn eigen conclusies uit onderzoek van anderen zonder te vermelden dat de auteurs van die publicatie die conclusie helemaal niet delen, of soms zelfs tegenspreken. Hij geeft ook bronnen op om zijn claims te onderbouwen terwijl dat helemaal niet terug te vinden is in die bron. Bij Borger moet je dus helaas altijd zijn bronnen controleren en kun je er niet op vertrouwen dat je daarin vindt wat hij meent. Dit is geen integere omgang met de literatuur, een wetenschapper onwaardig en zet nietsvermoedende en goedgelovige lezers op een totaal verkeerd been.
Dat mensen op theologische gronden in jonge-aarde-creationisme willen geloven, is hun recht, maar pretendeer niet dat dat te onderbouwen valt met wetenschappelijke literatuur uit gerenommeerde tijdschriften of met wat evolutiebiologen zeggen. Dat is pure misleiding. Ik wil vooral andere creationisten dan ook oproepen om Borger hierop aan te spreken. Probeer de discussie in ieder geval integer te voeren!
Mijn dank gaat uit naar evolutiebiologen dr. Jente Ottenburghs en dr. Gerdien de Jong voor hun nuttige commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
**Referenties**
Adami, C. (2012). The use of information theory in evolutionary biology. *Annals of the New York Academy of Sciences*, *1256*(1), 49-65.
Adami, C. (2016). What is information?. *Philosophical Transactions of the Royal Society A: Mathematical, Physical and Engineering Sciences*, *374*(2063), 20150230.
Andersson, D. I., Jerlström-Hultqvist, J., & Näsvall, J. (2015). Evolution of new functions de novo and from preexisting genes. *Cold Spring Harbor Perspectives in Biology*, *7*(6), a017996.
Berezikov, E. (2011). Evolution of microRNA diversity and regulation in animals. *Nature Reviews Genetics*, *12*(12), 846-860.
Berezikov, E., Thuemmler, F., Van Laake, L. W., Kondova, I., Bontrop, R., Cuppen, E., & Plasterk, R. H. (2006). Diversity of microRNAs in human and chimpanzee brain. *Nature genetics*, *38*(12), 1375-1377.
Betrán, E., & Long, M. (2022). Evolutionary New Genes in a Growing Paradigm. *Genes*, *13*(9), 1605.
Cai, J., Zhao, R., Jiang, H., & Wang, W. (2008). De novo origination of a new protein-coding gene in Saccharomyces cerevisiae. *Genetics*, *179*(1), 487-496.
Cass, A. N., Elias, A., Fudala, M. L., Knick, B. D., & Davis, M. C. (2021). Conserved mechanisms, novel anatomies: the developmental basis of fin evolution and the origin of limbs. *Diversity*, *13*(8), 384.
Cheetham, S. W., Faulkner, G. J., & Dinger, M. E. (2020). Overcoming challenges and dogmas to understand the functions of pseudogenes. *Nature Reviews Genetics*, *21*(3), 191-201.
Chen, J. Y., Shen, Q. S., Zhou, W. Z., Peng, J., He, B. Z., Li, Y., ... & Li, C. Y. (2015). Emergence, retention and selection: a trilogy of origination for functional de novo proteins from ancestral LncRNAs in primates. *PLoS genetics*, *11*(7), e1005391.
Cherezov, R. O., Vorontsova, J. E., & Simonova, O. B. (2021). The Phenomenon of Evolutionary “De Novo Generation” of Genes. *Russian Journal of Developmental Biology*, *52*(6), 390-400.
Cho, Y. S., Hu, L., Hou, H., Lee, H., Xu, J., Kwon, S., ... & Bhak, J. (2013). The tiger genome and comparative analysis with lion and snow leopard genomes. *Nature communications*, *4*(1), 1-7.
Chiu, L. 2022\. *Extended Evolutionary Synthesis. A Review of the Latest Scientific Research*. John Templeton Foundation. [https://www.templeton.org/wp-content/uploads/2023/01/EES-Final-Report-1.23.23.pdf](https://www.templeton.org/wp-content/uploads/2023/01/EES-Final-Report-1.23.23.pdf?ref=deatheist.nl)
Clack, J. A. (2009). The fish–tetrapod transition: new fossils and interpretations. *Evolution: Education and Outreach*, *2*(2), 213-223.
The Chimpanzee Sequencing and Analysis Consortium. (2005). Initial sequence of the chimpanzee genome and comparison with the human genome. *Nature,* 437, 69–87.
Costa, V., Casamassimi, A., Roberto, R., Gianfrancesco, F., Matarazzo, M. R., D'Urso, M., ... & Ciccodicola, A. (2009). DDX11L: a novel transcript family emerging from human subtelomeric regions. *BMC genomics*, *10*(1), 1-11.
Deans, C., & Maggert, K. A. (2015). What do you mean,“epigenetic”?. *Genetics*, *199*(4), 887-896.
Demuth, J. P., Bie, T. D., Stajich, J. E., Cristianini, N., & Hahn, M. W. (2006). The evolution of mammalian gene families. *PloS one*, *1*(1), e85.
Fan, Y., Linardopoulou, E., Friedman, C., Williams, E., & Trask, B. J. (2002). Genomic structure and evolution of the ancestral chromosome fusion site in 2q13–2q14\. 1 and paralogous regions on other human chromosomes. *Genome research*, *12*(11), 1651-1662.
Futuyma, D. J. (1986). Evolutionary Biology , Sinauer Associates Inc., Sunderland.
Futuyma, D. J. (2017). Evolutionary biology today and the call for an extended synthesis. *Interface focus*, *7*(5), 20160145.
Fromm, B., Zhong, X., Tarbier, M., Friedländer, M. R., & Hackenberg, M. (2022). The limits of human microRNA annotation have been met. *RNA*, *28*(6), 781-785.
Gilbert, S. F., & Barresi, M. J. F. (2020). Developmental Biology, 12th edn Sunderland, MA: Sinauer.
Hawkins, M. B., Henke, K., & Harris, M. P. (2021). Latent developmental potential to form limb-like skeletal structures in zebrafish. *Cell*, *184*(4), 899-911.
Hof, A. E., Campagne, P., Rigden, D. J., Yung, C. J., Lingley, J., Quail, M. A., ... & Saccheri, I. J. (2016). The industrial melanism mutation in British peppered moths is a transposable element. *Nature*, *534*(7605), 102-105.
Ijdo, J. W., Baldini, A., Ward, D. C., Reeders, S. T., & Wells, R. A. (1991). Origin of human chromosome 2: an ancestral telomere-telomere fusion. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *88*(20), 9051-9055.
Kaessmann, H. (2010). Origins, evolution, and phenotypic impact of new genes. *Genome research*, *20*(10), 1313-1326.
Kassen, R. (2019). Experimental evolution of innovation and novelty. *Trends in ecology & evolution*, *34*(8), 712-722.
Klink, B. (2007). [Het GULO-gen als bewijs voor evolutie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/GULO.pdf).
Klink, B. (2009). De wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog. [http://deatheist.nl/index.php/artikelen/312-de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog](https://www.deatheist.nl/de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/)
Klink, B. (2022). Junk-DNA, evolutie en creationisten. [http://www.deatheist.nl/index.php/artikelen/680-junk-dna-evolutie-en-creationisten](https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/)
Knowles, D. G., & McLysaght, A. (2009). Recent de novo origin of human protein-coding genes. *Genome research*, *19*(10), 1752-1759.
Laland, K. N., Uller, T., Feldman, M. W., Sterelny, K., Müller, G. B., Moczek, A., ... & Odling-Smee, J. (2015). The extended evolutionary synthesis: its structure, assumptions and predictions. *Proceedings of the royal society B: biological sciences*, *282*(1813), 20151019.
Linardopoulou, E. V., Williams, E. M., Fan, Y., Friedman, C., Young, J. M., & Trask, B. J. (2005). Human subtelomeres are hot spots of interchromosomal recombination and segmental duplication. *Nature*, *437*(7055), 94-100.
Marçais, G., Delcher, A. L., Phillippy, A. M., Coston, R., Salzberg, S. L., & Zimin, A. (2018). MUMmer4: A fast and versatile genome alignment system. *PLoS computational biology*, *14*(1), e1005944.
Makałowski, W., Gotea, V., Pande, A., & Makałowska, I. (2019). *Transposable elements: Classification, identification, and their use as a tool for comparative genomics* (pp. 177-207). Springer New York.
Müller, G. B. (2017). Why an extended evolutionary synthesis is necessary. *Interface focus*, *7*(5), 20170015.
Musilova, P., Kubickova, S., Vahala, J., & Rubes, J. (2013). Subchromosomal karyotype evolution in Equidae. *Chromosome research*, *21*(2), 175-187.
Neme, R., Amador, C., Yildirim, B., McConnell, E., & Tautz, D. (2017). Random sequences are an abundant source of bioactive RNAs or peptides. *Nature ecology & evolution*, *1*(6), 1-7.
Nurk, S., Koren, S., Rhie, A., Rautiainen, M., Bzikadze, A. V., Mikheenko, A., ... & Phillippy, A. M. (2022). The complete sequence of a human genome. *Science*, *376*(6588), 44-53.
Nuttle, X., Giannuzzi, G., Duyzend, M. H., Schraiber, J. G., Narvaiza, I., Sudmant, P. H., ... & Eichler, E. E. (2016). Emergence of a Homo sapiens-specific gene family and chromosome 16p11\. 2 CNV susceptibility. *Nature*, *536*(7615), 205-209.
Ohno, S. (1970). *Evolution by gene duplication*. Springer Science & Business Media.
Orlando, L., Allaby, R., Skoglund, P., Der Sarkissian, C., Stockhammer, P. W., Ávila-Arcos, M. C., ... & Warinner, C. (2021). Ancient DNA analysis. *Nature Reviews Methods Primers*, *1*(1), 14.
Parikh, S. B., Houghton, C., Van Oss, S. B., Wacholder, A., & Carvunis, A. R. (2022). Origins, evolution, and physiological implications of de novo genes in yeast. *Yeast*, *39*(9), 471-481.
Pennisi, E. (2021). Genes for life on land evolved earlier in fish. *Science*, *371*(6530), 658-659.
Ponting, C. P., & Haerty, W. (2022). Genome-wide analysis of human long noncoding RNAs: a provocative review. *Annual review of genomics and human genetics*, *23*.
Posadas-García, Y. S., & Espinosa-Soto, C. (2022). Early effects of gene duplication on the robustness and phenotypic variability of gene regulatory networks. *BMC bioinformatics*, *23*(1), 1-23.
Ruiz-Orera, J., Hernandez-Rodriguez, J., Chiva, C., Sabidó, E., Kondova, I., Bontrop, R., ... & Albà, M. M. (2015). Origins of de novo genes in human and chimpanzee. *PLoS genetics*, *11*(12), e1005721.
Shubin, N. (2021). *Some assembly required: decoding four billion years of life, from ancient fossils to DNA*. Vintage.
Schuenemann, V. J., Peltzer, A., Welte, B., Van Pelt, W. P., Molak, M., Wang, C. C., ... & Krause, J. (2017). Ancient Egyptian mummy genomes suggest an increase of Sub-Saharan African ancestry in post-Roman periods. *Nature communications*, *8*(1), 1-11.
Stewart, T. A., Liang, C., Cotney, J. L., Noonan, J. P., Sanger, T. J., & Wagner, G. P. (2019). Evidence against tetrapod-wide digit identities and for a limited frame shift in bird wings. *Nature communications*, *10*(1), 1-13.
Suntsova, M. V., & Buzdin, A. A. (2020). Differences between human and chimpanzee genomes and their implications in gene expression, protein functions and biochemical properties of the two species. *BMC genomics*, *21*(7), 1-12.
Theobald, D. L. (2010). A formal test of the theory of universal common ancestry. *Nature*, *465*(7295), 219-222.
Thomsen, P. D., Høyheim, B., & Christensen, K. (1996). Recent fusion events during evolution of pig chromosomes 3 and 6 identified by comparison with the babirusa karyotype. *Cytogenetic and Genome Research*, *73*(3), 203-208.
Tomkins, J. P. (2018). Comparison of 18,000 De Novo Assembled Chimpanzee Contigs to the Human Genome Yields Average BLASTN Alignment Identities of 84%. *Answers Research Journal*, 11, 205–209\.
Tschopp, P., & Tabin, C. J. (2017). Deep homology in the age of next-generation sequencing. *Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences*, *372*(1713), 20150475.
Vakirlis, N., Carvunis, A. R., & McLysaght, A. (2020). Synteny-based analyses indicate that sequence divergence is not the main source of orphan genes. *Elife*, *9*, e53500.
Wagner, G. P. (2014). Homology, genes, and evolutionary innovation. In *Homology, Genes, and Evolutionary Innovation*. princeton university press.
Woltering, Joost M., et al. "Sarcopterygian fin ontogeny elucidates the origin of hands with digits." *Science advances*6.34 (2020): eabc3510.
Wood, T. C. 2011\. The Chimpanzee Genome is Nearly Identical to the Human Genome. *Creation Biology Society Annual Conference Abstracts 2011*. 1: 24-25
Yona, A. H., Alm, E. J., & Gore, J. (2018). Random sequences rapidly evolve into de novo promoters. *Nature communications*, *9*(1), 1-10.
Yunis, J. J., & Prakash, O. M. (1982). The origin of man: a chromosomal pictorial legacy. *Science*, *215*(4539), 1525-1530.
Xie, C., Zhang, Y. E., Chen, J. Y., Liu, C. J., Zhou, W. Z., Li, Y., ... & Li, C. Y. (2012). Hominoid-specific de novo protein-coding genes originating from long non-coding RNAs.
Zhang, L., Ren, Y., Yang, T., Li, G., Chen, J., Gschwend, A. R., ... & Long, M. (2019). Rapid evolution of protein diversity by de novo origination in Oryza. *Nature ecology & evolution*, *3*(4), 679-690.
### ‘Big Man’ is geen probleemfossiel: een repliek aan Roos
URL: https://www.deatheist.nl/big-man-is-geen-probleemfossiel-een-repliek-aan-roos/
Last updated: 2026-08-21T13:51:01.000Z
Creationist Klaas Roos heeft na 2,5 jaar gereageerd op [mijn artikel](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/CreationistenMenselijkeEvolutie.pdf) over menselijke evolutie (Klink, 2020). In dat artikel bespreek ik onder andere een artikel van Roos uit het creationistische tijdschrift *Weet* dat gaat over het fossiel met de wetenschappelijke naam KSD-VP-1/1\. Dit fossiel wordt gedetailleerd beschreven en geanalyseerd in een academisch boek (Haile-Selassie & Su, 2015) waarin verschillende specialisten hoofdstukken geschreven hebben en waar Roos en ik naar verwijzen. Het fossiel wordt ook wel ‘Big Man’ genoemd vanwege de grootte van dit mannelijke individu. Ik zal, in navolging van Roos, deze bijnaam ook verder gebruiken. In het *Weet*\-artikel betoogde Roos dat Big Man een probleem zou opleveren voor evolutie omdat het te menselijk zou zijn voor de hoge ouderdom (3,6 miljoen jaar), en dat meent hij nog steeds in zijn reactie op mijn artikel.
Roos heeft moeite in zijn reactie gestoken en dat waardeer ik. Al eerder heb ik gereageerd op [Twitter](https://twitter.com/KlinkBart/status/1625872953102540801?s=20&ref=deatheist.nl) in een paar tweets waarin ik de belangrijkste fouten uit zijn reactie benoem. Er staan echter meer fouten in zijn reactie en die wil ik hier bespreken. Uiteraard mogen verwijzingen naar de relevante literatuur niet ontbreken, dus ook die zal ik hier geven. Ik wil me vooral focussen op het centrale probleem in zijn reactie. Daarnaast zal ik nog een aantal fouten in zijn stuk bespreken.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RepliekRoos.pdf).
### De Bijbel als oud-oosterse mythologie
URL: https://www.deatheist.nl/de-bijbel-als-oud-oosterse-mythologie/
Last updated: 2026-08-20T16:19:03.000Z
De afgelopen tijd heb ik me door deze indrukwekkende studie van Marjo Korpel heen geworsteld: *A rift in the clouds: Ugaritic and Hebrew descriptions of the divine* (Korpel, 1990). In dit proefschrift vergelijkt zij de Bijbelse voorstelling van het goddelijke met de Oegaritische. Het oude Oegarit lag in Kanaän (nu Syrië) en had een taal en cultuur die dicht bij de Bijbelse staat, wat begin vorige eeuw duidelijk is geworden door de vondst van een grote verzameling kleitabletten uit de 13e en 12e eeuw v.C. Korpel en haar promotor Johannes de Moor zijn experts op dit gebied en hebben beiden veel vergelijkend onderzoek gedaan.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Bijbel-oud-oosterse-mythologie.pdf).
### Een verdedigbare vorm van sciëntisme
URL: https://www.deatheist.nl/een-verdedigbare-vorm-van-scientisme/
Last updated: 2026-08-22T17:36:08.000Z
Sciëntisme is een woord dat de afgelopen jaren veel is gebruikt is in discussies over geloof, wetenschap en filosofie. Door critici wordt het vooral negatief gebruikt, soms zelfs bijna als scheldwoord. Daarnaast zijn er ook filosofen die het als een soort geuzennaam positief gebruiken. Er is dan ook geen eenduidigheid over wat het precies betekent. Kenmerkend voor wat critici eronder verstaan, is dat wetenschap hier haar grenzen te buiten zou gaan. Sciëntisme is daarmee *per definitie* epistemologisch onverantwoord (epistemologie is kennisleer). De voorstanders spreken met hun gebruik ervan een grote waardering uit voor de grote wetenschappelijke successen in kennisverwerving.
**Een indeling**
Een zinvolle en indeling zonder positief of negatief oordeel wordt gemaakt door een groep Finse filosofen in een zeer verhelderend en lezenswaardig [artikel over dit onderwerp](https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1111/meta.12443?ref=deatheist.nl). Zij onderscheiden vier soorten sciëntisme:
- *Sterk en smal sciëntisme*: de natuurwetenschappen zijn de enige bronnen van kennis.
- *Zwak en smal sciëntisme*: de natuurwetenschappen zijn de beste bronnen van kennis.
- *Sterk en breed sciëntisme*: de wetenschappen zijn de enige bronnen van kennis.
- *Zwak en breed sciëntisme*: de wetenschappen zijn de beste bronnen van kennis.
De verschillen zitten dus deels in het *toepassingsgebied* (breed vs. smal), wat gaat over of alleen de natuurwetenschappen (*sciences* in het Engels) of over wetenschap in bredere zin (inclusief de *humanities* in het Engels). De andere verschillen gaan over of (natuur)wetenschap de *enige* of slechts *beste* bron van kennis is. Alle vier de opties worden door filosofen en/of natuurwetenschappers verdedigd. Het zijn [epistemologische](https://nl.wikipedia.org/wiki/Kennistheorie?ref=deatheist.nl) definities (ze gaan over wat we kunnen kennen), niet [ontologische](https://nl.wikipedia.org/wiki/Ontologie%5F%28filosofie%29?ref=deatheist.nl) (wat er bestaat).
De Grote Van Dale (15e editie) geeft twee betekenissen: 1) “opvatting dat wetenschappelijke redenering de enige ware bron van kennis is, geloof in de wetenschap” en 2) “leer dat alleen datgene bestaat wat exact wetenschappelijk aantoonbaar is”. Deze eerste betekenis komt aardig overeen met sterk en breed sciëntisme. De tweede definitie gaat niet zozeer over epistemologie, maar meer over ontologie. Er is een belangrijke relatie tussen epistemologie en ontologie, maar die is complex en zal hier verder buiten beschouwing worden gelaten.
Al deze verschillende betekenissen maken de discussie erover verwarrend. Wie de term gebruikt of ermee geconfronteerd wordt, zoals dus eerst duidelijk moeten maken of krijgen wat ermee bedoeld wordt. Ook maakt de betekenis uit voor of sciëntisme goed verdedigbaar is of niet. Het zou bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat sterk en smal sciëntisme niet goed te verdedigen valt, maar de zwakke en brede variant wel.
Wat de discussie ook lastig maakt, is dat wetenschap (in brede zin dus) erg verscheiden is: geschiedkunde, literatuurwetenschap en filosofie gebruiken (sterk) verschillende methodes, die ook nog weer afwijken van die in de natuurwetenschappen. Ook is er soms binnen het vakgebied discussie over de grenzen en methodes, wat misschien nog wel het meeste het geval is binnen de filosofie (men vergelijke [continentale](https://nl.wikipedia.org/wiki/Continentale%5Ffilosofie?ref=deatheist.nl), [analytische](https://nl.wikipedia.org/wiki/Analytische%5Ffilosofie?ref=deatheist.nl) en [naturalistisch](https://nl.wikipedia.org/wiki/Naturalisme%5F%28filosofie%29?ref=deatheist.nl)e filosofie). Daarnaast zijn er disciplines die een soort middenpositie lijken te hebben tussen de natuurwetenschap en wetenschap in bredere zin, zoals de psychologie. Tot slot zijn er disciplines waarvan het discutabel is of ze wel tot de wetenschappen gerekend moeten worden, zoals theologie (in de zin van godgeleerdheid, niet godsdienstwetenschappen).
**De beste vorm**
Volgens mij is zwak en breed sciëntisme het beste te verdedigen: de wetenschappen zijn de *beste* bronnen van kennis. Het zijn dus niet de *enige* bronnen van kennis, wat ruimte biedt voor alledaagse bronnen van kennis als de zintuigen en het geheugen, maar ook praktische bronnen en methodes, zoals die bijvoorbeeld gebruikt worden door loodgieters en automonteurs. Hun methodes hebben met wetenschap gemeen dat ze empirisch hypotheses toetsen (komt het water hier vandaan?) en testen/experimenten uitvoeren (start de auto nu wel?), maar niet of veel minder strikt systematisch werken, collegiaal toetsen (*peer review*), publiceren in vakbladen en hun kennis/bevindingen deel (willen) laten zijn van een veel groter web van kennis.
Deze andere vormen van kennis zouden wel consistent moeten zijn met wetenschappelijke kennis, bij voorkeur natuurwetenschappelijke kennis. Er mag dus geen conflict ontstaan met goed bevestigde kennis uit bijvoorbeeld de natuurkunde of biologie. Zo wordt een beperking opgelegd aan de niet-wetenschappelijke kenbronnen. De reden hiervoor is dat deze natuurwetenschappelijke kennis (zeer) goed getoetst is en deze toetsing heeft doorstaan. Precieze voorspellingen komen uit en de kennis levert praktische en technologische toepassing op. Dit zijn allemaal kenmerken van betrouwbare kennis. Daarom zou kennis uit andere bronnen hiermee consistent moeten zijn.
Voor wie sciëntisme zó opvat, is de kennis van een loodgieter dus niet problematisch, maar de vermeende kennis van een astroloog of creationist wel. Ook is alledaagse kennis over wat ik gisteren gegeten heb, waar de kaas in de koelkast ligt of wat de snelste weg naar het station is, is dus niet problematisch. Ze zijn immers goed te verenigen met wetenschappelijke kennis. Bepaalde vormen van niet-wetenschappelijke kennis zijn dus niet problematisch voor de sciëntist, en ze uitspelen tegen wetenschappelijke kennis is gebaseerd op een vals dilemma.
Soms is alledaagse waarneming, overtuiging en kennis echter strijdig met wetenschappelijke kennis. Klassiek zijn de voorbeelden van de zon die om de aarde draait en dat ons geheugen erg betrouwbaar is. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat beide illusies zijn. Alledaagse kennis moet daarom altijd getoetst worden aan wetenschappelijke kennis en zal waar nodig bijgesteld of verworpen moeten worden.
Wetenschappelijke kennis ligt dus in het verlengde van dagelijkse waarneming en het boerenverstand. Het is er een uitgebreide, verfijnde, gecontroleerde en gecorrigeerde, systematische en geïntegreerde versie van. Dit is ook niet vreemd, want wetenschap is eruit voortgekomen en erop gebaseerd: wetenschap is onmogelijk zonder waarneming en basale denkprocessen. Dat waarneming en boerenverstand *deels* betrouwbaar zijn, is evolutionair goed te begrijpen, anders zouden we niet kunnen overleven. Door de uitbreiding, verfijning en correctie ervan door wetenschap (wat een voortschrijdend proces is), kunnen we tot steeds meer en betere kennis komen.
**Problematische kenbronnen**
Zijn er naast wetenschappelijke en daarmee consistente alledaagse bronnen nog andere goede kenbronnen? Theologen en filosofen menen vaak van wel. Deze zijn echter om verschillende redenen problematisch.
Religieuze bronnen als vermeende openbaring en persoonlijke ervaring van een god zijn problematisch omdat ze tegenstrijdige resultaten opleveren of conflicteren met wetenschappelijke kennis (of beide). Als een bron tegenstrijdige resultaten oplevert en er geen goede manier is om dat op te lossen, kan die bron geen betrouwbare kennis opleveren. Vermeende goddelijke openbaring in de vorm van heilige boeken zijn problematisch omdat ze elkaar onderling tegenspreken, [onbetrouwbaar overgeleverd zijn](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WoordvanGod.pdf), aantoonbare [onjuistheden en mythologie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) bevatten en niets wijst op een bovenmenselijke oorsprong. Persoonlijke ervaring is eveneens problematisch omdat dergelijke ervaringen elkaar ook tegenspreken en er betere wetenschappelijke verklaringen voor zijn die hun vermeende [goddelijke oorsprong ondermijnen](https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/). Religieuze bronnen leveren dus geen eigen betrouwbare kennis. Uiteraard kunnen religies en religieuze bronnen goed wetenschappelijk geanalyseerd worden, wat ook gedaan wordt door de religiewetenschappen.
In de filosofie wordt nogal eens een beroep gedaan om intuïtie, vooral in de metafysica (de fundamentele bouw en werking van de werkelijkheid). Het gaat hier om filosofische intuïties, vooral over wat (on)mogelijk en (niet) noodzakelijk is. Dit is dan vaak weer gebaseerd op voorstellingsvermogen: wat voorstelbaar is, wordt ook gedacht mogelijk te zijn. Ook hier treden weer verschillende problemen op. Zo zegt [voorstelbaarheid weinig over daadwerkelijk mogelijkheid](https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/). Intuïties spreken elkaar nogal eens tegen, en er is dan geen manier om te bepalen welke intuïtie juist is. Ook zijn veel intuïties onjuist gebleken door wetenschappelijke ontwikkelingen, wat ze een slechte *trackrecord* geeft. Dit is ook niet zo vreemd gezien de oorsprong van onze intuïties. Evolutionair gezien valt [niet te verwachten](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/) dat we juiste intuïties hebben om de fundamentele bouw en werking van de wereld te doorgronden. Intuïtie als zelfstandige filosofische kenbron is dus ook problematisch. Filosofische kennis zou wel kunnen bestaan uit het herkennen van redeneerfouten, conceptuele analyse of het integreren van wetenschappelijke kennis tot een wereldbeeld. Dit is ook goed te combineren met sciëntisme.
**Conclusie**
Een bepaalde vorm van sciëntisme is dus goed te verdedigen, mijns inziens vooral de zwakke en brede vorm: de wetenschappen zijn de beste bronnen van kennis. Wetenschap is dus niet de enige bron van kennis, maar andere bronnen moeten daar wel consistent mee zijn. Bronnen die dat niet zijn of tegenstrijdige resultaten opleveren, zijn niet betrouwbaar en moeten daarom ook niet gebruikt worden. Of het verstandig is de term ‘sciëntisme’ te gebruiken gezien de verschillende betekenissen en ladingen die het woord heeft, is evenwel een goede vraag. Als het woord al gebruikt wordt, moet meteen duidelijk zijn of worden in welke betekenis.
### Nogmaals Terug naar de oorsprong
URL: https://www.deatheist.nl/nogmaals-terug-naar-de-oorsprong/
Last updated: 2026-08-22T17:53:02.000Z
In 2009 schreef moleculair bioloog en creationist Peter Borger het boek *Terug naar de oorsprong*. Daarin meende hij de evolutietheorie onderuitgehaald te hebben en een beter creationistisch alternatief te hebben gegeven. Het boek heeft destijds nauwelijks impact gehad. Alleen wat creationisten hebben het gepromoot en een paar critici van het creationisme hebben het bekritiseerd. Tot die laatste groep behoort evolutiebioloog prof. Dr. Nico van Straalen, die zijn kritiek bij de boekpresentatie al leverde (te vinden op [YouTube](https://www.youtube.com/playlist?list=PLF58F1FDD859A7D0D&ref=deatheist.nl)), evolutiebioloog dr. Gerdien de Jong (o.a. [hier](http://www.sterrenstof.info/gastbijdrage-over-peter-borger/?ref=deatheist.nl)) en bioloog dr. Rene Fransen ([hier](http://www.sterrenstof.info/recensie-terug-naar-de-oorsprong/?ref=deatheist.nl)). Al deze critici zijn zelf overigens gelovig. Ook ik heb een uitgebreide en kritische [recensie](https://www.deatheist.nl/de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/) geschreven. Mijn voornaamste kritiek was dat Borger weinig snapt van de moderne evolutiebiologie, elementaire fouten maakt en de literatuur niet goed of zelfs misleidend weergeeft. Borger heeft hier destijds op gereageerd via zijn (nu niet meer bestaande) weblog, maar dat was vooral een herhaling van zetten en een hoop stemmingmakerij. Ook ik heb toen op zijn weblog gereageerd op zijn reacties.
Sinds die tijd is er buiten creationistische kringen eigenlijk geen aandacht meer besteed aan Borger. Dat veranderde aan het begin van de coronacrisis. Borger ontpopte zich als een criticus van de veelgebruikte PCR-test om besmetting met het virus vast te stellen. Vanwege zijn achtergrond als moleculair bioloog werd hij op handen gedragen in de kringen van ‘coronasceptici’ en corona-ontkenners. Als vrij snel bleek dat zijn kritiek niet standhield, maar zijn populariteit in alternatieve kringen was ondertussen flink toegenomen. Misschien is dit de reden geweest dat hij zijn boek opnieuw heeft uitgegeven, om zo een nieuw publiek te bereiken? Het zou om een geüpdatete versie gaan van zijn boek uit 2009, nu uitgegeven door *De Blauwe Tijger*. Ik ken deze nieuwe versie van zijn boek (nog) niet. Wel heb ik recentelijk een [stuk](https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/) geschreven over junk-DNA, waarin ik onder andere laat zien dat Borger desinformatie over dit onderwerp verspreidt. Borger heeft daarop slechts met een hoop stemmingmakerij op Twitter gereageerd; een inhoudelijke reactie ontbreekt vooralsnog.
Ook werd kritiek op mijn kritiek op Borger mij onder de aandacht gebracht door Jan van Meerten. Deze kritiek is geschreven door een anonieme auteur op de weblog [Altenoweb](https://alteno.wordpress.com/?ref=deatheist.nl) in verschillende delen. Voor het gemak zal ik de auteur Altenoweb noemen. Het [eerste deel](https://alteno.wordpress.com/2021/12/18/bart-klink-1/?ref=deatheist.nl) verscheen op 18 december 2021 en het (vooralsnog?) [laatste deel](https://alteno.wordpress.com/2022/02/06/klink-11-junk-dna-evolutie-en-creationisten/?ref=deatheist.nl) op 6 februari 2022\. De delen bestaan vooral uit grote stukken citaat van mij, waar Altenoweb dan enkele opmerkingen of vragen aan toevoegt. Naar wetenschappelijke literatuur verwijst hij vrijwel niet. Erg overtuigend is deze kritiek niet. Altenoweb lijkt mijn kritiekpunten vaak niet te snappen en is zelf niet goed op de hoogte van het onderwerp. Ik zal dat hier illustreren aan de hand van enkele voorbeelden.
Altenoweb gaat al in de (Engelstalige) inleidende alinea van [deel 1](https://alteno.wordpress.com/2021/12/18/bart-klink-1/?ref=deatheist.nl) de mist in door te stellen dat ik “Neodarwinsm” verdedig. De term ‘[neodarwinisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Neo-Darwinism?ref=deatheist.nl)’ is vooral een historische term die gebruikt wordt voor de ontwikkeling van de evolutiebiologie tot ongeveer halverwege de vorige eeuw. De evolutiebiologie heeft zich verder ontwikkeld sindsdien. Juist dit is een punt dat ik maak in mijn recensie, maar dat is Altenoweb (net als Borger overigens) blijkbaar ontgaan. Ook is de evolutietheorie niet “beyond doubt”, zoals Altenoweg meent. In de wetenschappelijke literatuur wordt er constant kritiek geleverd op allerlei aspecten van de theorie. De theorie blijft zich ontwikkelen, net als andere wetenschappelijke theorieën. De huidige evolutietheorie is een verfijning van en een correctie en aanvulling op Darwins eigen ideeën. Deze ontwikkeling zal ook nog in de toekomst doorgaan. Ook dit punt maakte ik al in mijn recensie.
Altenoweb snapt ook niet waarom ik regelmatig verwijs naar de moderne handboeken evolutiebiologie. Dat doe ik niet als argument voor evolutie, maar om te laten zien dat Borger niet op de hoogte is van de stand van het vakgebied en de nodige basale zaken niet snapt of goed weergeeft. Recente handboeken zijn uitermate geschikt om de huidige stand van zaken van een vakgebied te kennen en basiskennis van het vakgebied te leren. Bij Borger gaat dit mis (zoals ik in mijn recensie laat zien) en bij Altenoweb blijkbaar ook.
Dit blijkt bijvoorbeeld als Altenoweb schrijft: “Wanneer eigenlijk alle voorbeelden van selectie het gevolg zijn van genetic drift, dan is het misschien tijd om de natuurlijke selectie van Darwin te verwerpen?” Genetische drift is wat *anders* dan selectie. Het is op toeval gebaseerd en daarmee het tegenovergestelde van selectie. Of hier: “Borger maakt neutrale selectie dan ook belachelijk, maar er zijn blijkbaar collega’s die het voorstellen om Darwin overeind te houden.” Niemand stelt dit voor, omdat ‘neutrale selectie’ niet bestaat, zoals ik ook uitleg. Borger is degene die met ‘neutrale selectie’ komt omdat hij blijkbaar het verschil niet snapt tussen neutrale evolutie en natuurlijke selectie. Altenoweb lijkt dit ook niet te begrijpen. In de handboeken wordt het allemaal netjes uitgelegd. Daarom is het lezen van zo’n handboek nuttig.
In [deel 2](https://alteno.wordpress.com/2021/12/19/klink-2/?ref=deatheist.nl), over geneste hiërarchie, wordt het er niet veel beter op. Altenoweb stelt: “Alle grote katachtigen hoorden tot dezelfde soort met een veel groter pakket aan genen, maar door genetic drift en dergelijke zijn afzonderlijke soorten ontstaan die verschillen.” Zijn de katachtigen nu één soort of allemaal verschillende soorten? Over welk soortbegrip heeft hij het hier? Het begrip ‘katachtige’ kan verwijzen naar de familie katten ([Felidae](https://nl.wikipedia.org/wiki/Katachtigen?ref=deatheist.nl)) of de onderorde/superfamilie [Feliformia](https://nl.wikipedia.org/wiki/Feliformia?ref=deatheist.nl). Beide zijn van een heel andere taxonomische orde dan soort (species). Als onder Altenowebs soortbegrip dus families of zelfs onderordes vallen, dan zijn mensen en andere apen ook dezelfde soort (want dezelfde [familie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Hominidae?ref=deatheist.nl)), hetgeen creationisten niet kunnen accepteren door hun geloof. Ze proberen dan ook met ‘baranomen’ taxonomische scheidingen te maken die wél met hun geloof in overeenstemming zijn, maar die grenzen zijn niet te bepalen, zoals ik al in mijn recensie aangaf. Altenoweb komt hier ook niet uit. Zie verder ook [hier](https://www.deatheist.nl/reflectie-op-een-discussie-met-een-creationist/).
Vervolgens gaat Altenoweb de mist in met het naturalisme in de wetenschap wanneer hij stelt: “Met de kanttekening dat het blikvernauwend werkt, omdat je bovennatuurlijke oorzaken a priori uitsluit.” Bovennatuurlijke oorzaken worden niet *a priori* uitgesloten, zoals ik nadrukkelijk uitleg in mijn recensie. Snapt Altenoweb mijn punt niet of weet hij niet wat a priori is?
Met wat hij schrijft over fossielen wordt het niet veel beter: “In elk geval gebruikt Borger in 2021 het fossiele archief als argument dat variatie plotseling verschijnt. Er is geen graduele ontwikkeling, zoals Darwin zich die voorstelde.” Uit het fossielenarchief blijkt helemaal niet dat “variatie plotseling verschijnt”, zoals zowel Borger als Altenoweb hadden kunnen weten als ze het boek van Prothero (of een andere inleiding paleontologie) hadden gelezen. Ook stelt men in de moderne evolutiebiologie niet dat het tempo van evolutie altijd constant is (gradualisme). Of doelt Altenoweb op het vermeende gebrek aan overgangsvormen? Die overgangsvormen zijn er in ruimte mate gevonden, zoals uit onder andere het boek van Prothero blijkt (voor overgangsvormen uit de evolutie van de mens, zie [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/CreationistenMenselijkeEvolutie.pdf)).
Wat gemeenschappelijke afstamming zou weerleggen, is als er bijvoorbeeld paarden met vleugels op hun rug gevonden zouden worden, zoals ik in mijn recensie uitleg. Borger denkt dat het vogelbekdier hier een voorbeeld van is, maar dit dier heeft geen bek van een vogel, zoals Borger als bioloog had moeten weten. Altenoweb probeert het met “vleermuisvleugels en vogelvleugels”. “De vleugels van een vleermuis lijken inderdaad een beetje op die van vogels, maar zijn zowel qua bouw als qua weefsel totaal anders …” De vleugels van zowel vleermuizen als vogels zijn gemodificeerde voorpoten (duidelijk te herkennen in de morfologie) en daarmee totaal niet te vergelijken met mijn voorbeeld van vleugels op de rug van een paard. Altenoweb lijkt mijn punt dus niet te snappen.
Dit zijn slechts enkele fouten uit de eerste twee delen van Altenowebs serie van kritieken op mijn kritiek op Borger. Ik zie weinig meerwaarde in het blootleggen van de vele fouten in de overige delen. Veel van deze fouten hadden Borger en Altenoweb niet hoeven maken als ze wat meer begrip zouden hebben van de moderne evolutiebiologie.
Tot slot: ik heb Borger via Twitter als [sinds december 2020](https://twitter.com/KlinkBart/status/1334780941529714689?s=20&t=l3kfW40jbVJib6L7ZMDKIA&ref=deatheist.nl) meerdere keren uitgenodigd voor een debat. Daar ging hij aanvankelijk niet op in, maar na enig aandringen (ook van anderen) later wel. Althans, daar leek het op. Op mijn concrete [datumvoorstellen](https://twitter.com/KlinkBart/status/1493864305795686400?s=20&t=l3kfW40jbVJib6L7ZMDKIA&ref=deatheist.nl) ging hij wederom niet in. Waar is hij bang voor?
### Junk-DNA, evolutie en creationisten
URL: https://www.deatheist.nl/junk-dna-evolutie-en-creationisten/
Last updated: 2026-08-24T17:31:17.000Z
Junk-DNA is een onderwerp dat regelmatig de populairwetenschappelijke media haalt, met berichten meestal in de trant van ‘we wisten niet welke functie het had, dus werd het junk genoemd, maar nu weten we van functie x’. Door dit soort claims is steeds meer het idee gaan leven dat het idee van junk-DNA op onwetendheid gebaseerd is en dat er steeds minder junk overblijft. Dit is maar zeer beperkt waar.
**Betekenis en geschiedenis**
De term junk-DNA wordt niet eenduidig gebruikt in de literatuur (Gregory, 2007). Het is daarom nuttig om de geschiedenis van de term na te gaan. Ofschoon de term [ouder](https://judgestarling.tumblr.com/post/64504735261/the-origin-of-junk-dna-a-historical-whodunnit?ref=deatheist.nl) is, was het Dr. Susumu Ohno (1928-2000) die de term als eerste formeel gebruikte in een artikel uit 1972 genaamd "So Much ‘Junk DNA' in our Genome" (Ohno, 1972). In dit artikel noemt hij een aantal redenen waarom een deel van het DNA junk is: 1) de grote variatie in genoomgrootte tussen soorten, 2) het oplopen van mutaties in regio’s die coderen voor eiwitten is te schadelijk, in het DNA daarbuiten niet, 3) [pseudogenisatie](https://www.ensie.nl/nico-van-straalen/pseudogen?ref=deatheist.nl) na genduplicatie. Hij geeft ook aan dat uit deze junk nieuwe genen kunnen ontstaan. Ohno gebruikt de term junk vooral voor pseudogenen (al is die term pas in 1977 geïntroduceerd, zie hieronder).
In hetzelfde jaar gebruikte ook Comings de term breder als synoniem voor niet-(eiwit)coderend DNA in een publicatie (Comings, 1972) en onderbouwt hij met argumenten waarom grote delen van het DNA junk zijn. Ook hij geeft aan dat het niet volledig nutteloos hoeft te zijn. Vanaf het begin is het concept dus niet gebaseerd geweest op onwetendheid, zoals vaak wordt gedacht en beweerd, maar op genetische argumenten. Ook zijn functies vanaf het begin geopperd, maar andere functies dan coderen voor eiwitten. De functieloosheid van junk slaat hier dus op het niet (meer) coderen voor eiwitten.
De term niet-coderend DNA wordt vaak als synoniem gebruikt voor junk-DNA. Ook deze term is echter niet eenduidig (Gregory, 2007; zie ook de discussie [hier](https://sandwalk.blogspot.com/2007/04/noncoding-dna-and-junk-dna.html?ref=deatheist.nl)). In de oorspronkelijke betekenis werd hiermee gedoeld op die stukken DNA die niet voor eiwitten coderen. Bij de mens is dit ongeveer 98% van het genoom. Al vanaf de jaren ’70 was duidelijk dat delen van dit niet-coderende DNA functies hadden, wat in de jaren daarna steeds meer bevestigd werd. Nu weten we dat een deel van het niet-eiwitcoderende DNA wel voor RNA-moleculen kan coderen (zoals [tranfer-RNA](https://nl.wikipedia.org/wiki/Transfer-RNA?ref=deatheist.nl)) en alle direct bij genregulatie betrokken sequenties (zoals binding van [transcriptiefactoren](https://nl.wikipedia.org/wiki/Transcriptiefactor?ref=deatheist.nl)). Voor wie junk-DNA als *per definitie* niet-functioneel ziet, is junk dus niet gelijk aan niet-coderend DNA!
Dat *een deel* van de niet-coderende 98% functies heeft, wil evenwel niet zeggen dat *alles* daarvan een functie heeft. Hiermee zijn we aangekomen bij de discussie over hoeveel van het niet-coderende DNA een functie heeft. Vooral creationisten menen dat dit deel niet groot kan zijn: waarom zou de Schepper het genoom immers volstoppen met junk? Ook evolutiebiologen die een zeer sterke nadruk leggen op de rol van natuurlijke selectie (strikte ‘[adaptationisten](https://plato.stanford.edu/entries/adaptationism/?ref=deatheist.nl)’) zoeken achter alles een evolutionair nut. Grote nutteloze stukken DNA in het genoom passen daar niet bij. Ik vermoed dat er nog maar weinig moderne evolutiebiologen zijn die dit verdedigen. Sommige moleculair biologen daarentegen zien het DNA in zijn geheel als een strak geregelde machine; voor hen is het idee van ongeregeld zooitje in de cel onbestaanbaar.
Samenvattend kunnen we stellen dat vanaf het begin het concept van junk-DNA niet is gebaseerd op onwetendheid over functies van DNA dat niet voor eiwit codeert en zijn mogelijke functies geopperd. Ook zijn vanaf het begin argumenten gegeven waarom een deel van het niet-coderende DNA waarschijnlijk wél functieloos is. Tegenwoordig worden vooral *deze* delen gezien als junk-DNA. In de woorden van Palazzo & Gregory (2014): “Today, “junk DNA” is often used in the broad sense of referring to any DNA sequence that does not play a functional role in development, physiology, or some other organism-level capacity". Ik zal junk-DNA ook in deze zin gebruiken. Al het junk is dan niet-coderend, maar niet al het niet-coderende DNA is junk.
Het Engelse woord ‘junk’ wordt in de context van DNA vaak onvertaald gelaten, en dat is prima. Het is wel goed om te benadrukken dat dit woord in het Nederlands niet ‘afval’ betekent, maar ‘rommel’. Met rommel kun je soms best nog iets doen of maken wat niet de oorspronkelijke functie heeft. Dit punt zal later nog terugkomen.
De argumenten voor junk-DNA die al in de jaren ’70 door Ohno en Comings gegeven werden, zijn onderdeel geworden van een discussie die nog steeds voortduurt. Hieronder bespreek ik de argumenten voor en tegen de functieloosheid van het junk-DNA.
**Argumenten voor functieloosheid**
Palazzo & Gregory (2014) en Graur (2017b) geven een update van de argumenten die sinds de jaren ’70 worden gegeven. Die zal ik hieronder deels volgen.
De grootteverschillen van de genomen zijn bij dieren 7.000-voudig en tussen gewervelden 350-voudig. Deze genoomgrootte correleert niet met de complexiteit van het dier of het aantal coderende genen, zoals wellicht intuïtief verwacht wordt. Zo bevat het menselijk genoom acht keer *meer* DNA dan dat van de kogelvis, maar 40 keer *minder* dan dat van de longvis. Er zijn ondertussen meer dan 200 salamandergenomen bekend, allemaal tussen de 4 en 35 keer groter dan het onze. Zelfs nauwverwante soorten kunnen sterk in genoomgrootte verschillen.
Voor wie meent dat (bijna) al het DNA een functie heeft, heeft Gregory de ‘ui-test’ ontwikkeld. De ui (*Allium cepa*) heeft een genoom dat vijf keer groter is dan dat van ons. Ook naaste verwanten van de ui (andere soorten uit het geslacht *Allium*) laten een viervoudig verschil in genoomgrootte zien. Deze gigantische grootteverschillen van de genomen zijn goed te verklaren als grote delen van het genoom junk zijn, maar niet als elk stuk DNA een functie zou hebben. Een overtuigend antwoord op de ui-test is dan ook nog niet gegeven.
Een tweede argument is dat we de eigenschappen van veel niet-coderend DNA kennen, en dat op grond daarvan het plausibel is dat het goeddeels junk is. [*Transposable elements*](https://en.wikipedia.org/wiki/Transposable%5Felement?ref=deatheist.nl) vormen een belangrijk deel hiervan. Dit zijn verschillende stukken DNA die gemakkelijk van positie veranderen in het genoom. Het zijn onder andere stukjes DNA die zichzelf terug in het DNA kopiëren en restanten van virussen die zich in het DNA hebben weten te nestelen ([endogene retrovirussen](https://en.wikipedia.org/wiki/Endogenous%5Fretrovirus?ref=deatheist.nl)). Het grootste deel hiervan muteert snel en zonder enige consequentie voor het organisme, wat wijst op functieloosheid. Grote genomen zijn vooral groot doordat ze veel van dit soort DNA-elementen hebben (Elliott & Gregory 2015; Wang *et al.*, 2021). Ook zijn er vaak herhaalde stukken DNA die zelfs tussen individuen sterk verschillen. Al zijn er enkele voorbeelden bekend waarin dit soort elementen een functie hebben gekregen (rommel kan soms voor een ander doel gebruikt worden), het is erg onwaarschijnlijk dat dit geldt voor *al* deze stukken DNA. Het andere uiterste wordt gevormd door soorten die dit soort elementen vrijwel *niet* hebben (Ibarra-Laclette *et al.*, 2013). Als ze zo nuttig zijn, waarom kan het blaasjeskruid dan vrijwel zonder (slechts zo’n 3%)?
Ohno benoemde al dat duplicaten van genen soms overbodig zijn en daardoor mutaties oplopen waardoor ze defect raken. In 1977 is hiervoor de term [pseudogen](https://en.wikipedia.org/wiki/Pseudogene?ref=deatheist.nl) bedacht. We weten steeds beter hoe ze ontstaan en waar ze zitten (Salmena, 2021). Het menselijk genoom bevat naast ruim 20.000 ‘echte’ genen ook duizenden van dergelijke pseudogenen: defecte duplicaten, RNA van genen teruggeschreven in het DNA en defecte genen voor functies die niet meer belangrijk zijn (zoals de [aanmaak van vitamine C](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/GULO.pdf)). Ondanks dat er voorbeelden zijn van pseudogenen die een functie hebben gekregen of ten onrechte als pseudogen bestempeld zijn (Cheetham *et al.*, 2020), is het door het ontstaansmechanisme plausibel dat een groot deel daadwerkelijk junk is.
Een ander argument dat sinds Ohno verder uitgewerkt is, is gebaseerd op het aantal schadelijke mutaties dat een genoom kan oplopen. Een populatie van organismen kan een bepaalde hoeveelheid schadelijke mutaties oplopen voordat de [fitness](https://en.wikipedia.org/wiki/Fitness%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl) in het geding komt ([mutational load](https://www.blackwellpublishing.com/ridley/a-z/Mutational%5Fload.asp?ref=deatheist.nl)). Hoe meer junk, hoe meer mutaties zonder problemen kunnen plaatsvinden. Als echter (vrijwel) al het DNA functioneel zou zijn, zouden mutaties al snel voor problemen zorgen. Op grond van dergelijke modellen zou slechts ongeveer 15% functioneel kunnen zijn (Graur, 2017a). Andere modellen (Galeota-Sprung *et al.*, 2020) komen uit op een ander percentage, afhankelijk van de aannames, omstandigheden en onzekerheden.
Nog een argument is dat minstens 5% (Leypold & Speicher, 2021) en mogelijk 9% van het DNA onder zoogdieren geconserveerd is (Palazzo & Gregory, 2014). Dit zijn stukken (coderend en niet-coderend) DNA die tussen zoogdieren niet veel verschillen, wat wijst op een belangrijke functie. De andere kant van dit argument is dat voor de stukken DNA die *niet* geconserveerd zijn en dus [neutraal evolueren](https://en.wikipedia.org/wiki/Neutral%5Ftheory%5Fof%5Fmolecular%5Fevolution?ref=deatheist.nl), het blijkbaar niet uitmaakt wat ermee gebeurt. Dit is wat je mag verwachten als het junk is. Het onderzoek naar evolutionair geconserveerde stukken DNA heeft overigens tot de ontdekking geleid van de nodige functionele stukken niet-coderend DNA, zoals voor DNA dat nodig is voor het opvouwen van DNA. Zo kan op grond van evolutie dus functie in het genoom ontdekt worden. Een voorbeeld hiervan zijn de zogenaamde HAR’s: [*human accelerated regions*](https://en.wikipedia.org/wiki/Human%5Faccelerated%5Fregions?ref=deatheist.nl). Dit zijn stukken DNA die sterk geconserveerd zijn, maar sinds de splitsing met de chimpansees sterk zijn gaan verschillen (Hubisz & Pollard, 2014). Ze spelen een rol bij het functioneren van het zenuwstelsel, een orgaan dat bij ons duidelijk verschilt van dat bij de andere mensapen.
Een laatste argument is dat schijnbaar grote delen van het niet-coderende DNA verwijderd kunnen worden zonder dat dit tot problemen leidt (Nobrega *et al.*, 2004; Parenteau *et al.*, 2008). Of dit echt functieloos DNA (junk) is, blijft met dit soort experimenten lastig te zeggen omdat de proefdieren niet onder alle mogelijke omstandigheden die relevant zijn voor overleven en voortplanting getest kunnen worden. Het is lastig *to prove a negative*.
**Argumenten tegen functieloosheid**
Lange tijd is het voornaamste argument tegen junk-DNA geweest dat het gebaseerd is op onwetendheid: wie zegt dat junk echt geen functie heeft, een functie die we nog niet ontdekt hebben? Dit argument is tot op zekere hoogte steekhoudend, zeker in het tijdperk voor genoomanalyses en -vergelijkingen. Ironisch genoeg hebben juist deze analyses en vergelijkingen oude argumenten voor veel junk-DNA bevestigd en nieuwe argumenten opgeleverd, zoals hierboven is gebleken. Daarnaast is de ui-test een belangrijk argument tegen het vinden van een toekomstige functie voor al het junk-DNA. Het feit dat voor kleine hoeveelheden junk toch een functie gevonden is, doet weinig af aan dit punt.
Dit brengt ons bij een belangrijke discussie die omtrent junk-DNA, maar ook daarbuiten, vaak opkomt: wat is in de biologie een functie en hoe weten we dat? Dit is een oude en complexe biologische en wetenschapsfilosofische discussie. Vaak wordt er een onderscheid gemaakt tussen functie als causale rol (CR) en als geselecteerd effect (SE). Volgens de eerste definitie is er sprake van een functie als er *een* effect is, ongeacht wat dit effect voor het organisme betekent (positief, negatief of neutraal). Volgens de tweede definitie is er slechts sprake van een functie als het effect heeft op overleving en/of voortplanting, evolutionaire criteria dus.
Het verschil is te verduidelijken met een onomstreden voorbeeld. Het is breed geaccepteerd dat dé functie van hemoglobine (een belangrijk eiwit in rode bloedcellen) het vervoeren van zuurstof (en deels CO2) is. Zonder deze functie zou het organisme niet overleven (SE-functie dus). Ook maakt hemoglobine het bloed rood (CR), maar deze kleur op zichzelf heeft geen effect op overleven en/of voortplanting (geen SE-functie dus). Het is een neutraal gevolg van de bouw voor een andere functie (zuurstoftransport), maar het lijkt niet zinvol om van de functie van de kleur te spreken. SE lijkt dus een zinvollere betekenis van functie dan CR, en wordt om die reden ook veel meer gebruikt (terecht in mijn ogen).
Dit geldt ook voor de functie van stukken DNA. Als er een *effect* van een bepaald stuk junk-DNA wordt gevonden (CR), is het nog de vraag of dit invloed heeft op het overleven en/of voortplanting (SE-functie dus). Alleen in het laatste geval kun je volgens velen met recht van een functie spreken. En een stuk DNA dat een ziekte veroorzaakt, is dat functioneel? Het heeft een bepaald effect (CR). Of een stuk DNA dat een ziekteverwekkend stuk DNA onderdrukt, is daar sprake van een functie? Voor een bioloog waarschijnlijk niet, voor biomedisch onderzoek wellicht wel. De discussie heeft dus een sterke semantische component: wanneer spreek je van een functie? Deze discussie brengt ons bij de discussie die is ontstaan na de resultaten van het ENCODE-project.
[ENCODE](https://en.wikipedia.org/wiki/ENCODE?ref=deatheist.nl) staat voor *Encyclopedia of DNA Elements*, een gigantisch internationaal onderzoeksproject waarmee getracht wordt elk functioneel deel van het DNA in kaart te brengen. In 2012 werden veel resultaten gepubliceerd (ENCODE Project Consortium. 2012), waarvan het belangrijkste was dat zo’n 80% van het DNA een biochemische functie zou hebben. Sommigen meenden op grond hiervan dat dit de doodsteek was voor junk-DNA. Al snel kwamen er ook kritische geluiden (Eddy, 2012; Graur *et al.*, 2013; Niu & Jiang, 2013; Doolittle *et al.*, 2014; Palazzo & Lee, 2015; Doolittle & Brunet, 2017). Een goede en toegankelijke samenvatting van de kritiek wordt gegeven door een evolutiebioloog in [dit YouTube-fimpje](https://www.youtube.com/watch?v=9Sz559xJpPg&ref=deatheist.nl).
Die kritiek was voor een belangrijk deel gericht op de zeer ruime definitie van functie die het ENCODE-consortium gebruikt: “we define a functional element as a discrete genome segment that encodes a defined product (*e.g.*, protein or non-coding RNA) or displays a reproducible biochemical signature (*e.g.*, protein-binding, or a specific chromatin structure)”. Het feit dat een stuk DNA wordt omgezet in RNA ([transcriptie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Transcriptie%5F%28biologie%29?ref=deatheist.nl)) (CR-functie), betekent lang niet altijd dat dit ook gevolgen heeft voor overleven en voortplanten van het organisme (SE-functie). Alleen in dit laatste geval kun je volgens de critici met recht spreken van een functie. Veel RNA wordt bijvoorbeeld direct na transcriptie weer afgebroken. Ook zijn er goede redenen om te twijfelen aan de andere vermeende biochemische functies, zoals de critici aan de hand van vele voorbeelden demonstreren. Daarnaast geeft de publicatie uit 2012 ook geen antwoord op de bovengenoemde argumenten die voor junk-DNA pleiten, zoals verschillende critici hebben opgemerkt. Al met al zitten er tussen die 80% dus heel wat foutpositieven: stukken DNA die onterecht als functioneel worden gezien.
Een van de hoofdonderzoekers van het ENCODE-project, John Stamatoyannopoulos, kwam al snel met de [reactie](https://ksj.mit.edu/tracker-archive/skeptical-takes-elevation-junk-dna-and-o/?ref=deatheist.nl) dat het misleidend is te beweren dat 80% ook echt essentieel en functioneel is. Dit zou gelden voor slechts 40%. In 2014 volgde een veel uitgebreidere reactie van een deel van de auteurs uit het ENCODE-consortium met een veel genuanceerder beeld over welke delen van het genoom functioneel zijn (Kellis *et al.*, 2014). De auteurs erkennen dat er verschillende definities van functie zijn (genetisch, evolutionair en biochemisch) die elk hun sterke en zwakke kanten hebben. De oorspronkelijke functiedefinitie van ENCODE was hoofdzakelijk biochemisch, waarvan bekend is dat het veel foutpositieven oplevert (onterecht functie toegeschreven). Ze geven nadrukkelijk aan dat een deel van de 80% niet functioneel hoeft te zijn. De auteurs stellen nu dan ook samenvattend: “although biochemical signatures are valuable for identifying candidate regulatory elements in the biological context of the cell type examined, they cannot be interpreted as definitive proof of function on their own.”. Het is dus geenszins duidelijk hoeveel van de eerdergenoemde 80% ook echt functioneel is.
De resultaten van de meest recente fase van het ENCODE-project werden in 2020 gepubliceerd (o.a. Snyder *et al.*, 2020 en Moore *et al.*, 2020). In deze fase is de kennis uitgebreid, verdiept en beter geworden door nieuwere technieken. Ook is de vergelijking met de muis gemaakt. Er wordt echter nog steeds dezelfde zeer ruime definitie van functie gehanteerd. Ook nu weer geven de auteurs aan dat het onderzoek naar de functie van al de geïdentificeerde elementen nog in de kinderschoenen staat. Een nieuw of ander percentage voor hoeveel van het genoom functioneel is, heb ik niet kunnen vinden.
Het is ook mogelijk dat een deel van het niet-eiwitcoderende DNA niet zozeer een coderende functie heeft, maar een structurele: het beïnvloedt de bouw en configuratie van de chromosomen waarop de coderende delen zitten en daarmee de werking. Het maakt dan niet uit wat de code is, maar dát het er zit. Het is een semantische kwestie of je dit wel of geen junk noemt. Ook is het onwaarschijnlijk dat deze functie al of zelfs maar een groot deel van de junk verklaart, omdat het geen antwoord geeft op de ui-test.
Maar zelfs áls 80% functioneel zou zijn, dan is nog steeds 20% dat niet, en dat kan zeker junk-DNA genoemd worden. ENCODE laat dus niet zien dat junk-DNA niet bestaat, maar dat het mogelijk een stuk minder is dan eerst werd gedacht.
Naast de kritiek op de definitie van functie werd er ook kritiek geleverd op grond van evolutie. Als maximaal zo’n 15% van het genoom onder selectiedruk staat (wat blijkt uit vergelijkende genoomonderzoeken), hoe wordt dan de overige (volgens ENCODE) functionele 65% (80%-15%) behoed voor functieverlies?
Zelfs als veel van de 80% geen biologische functie heeft, kan het alsnog een waardevolle functie hebben bij medisch onderzoek, bijvoorbeeld naar de rol van bepaalde stukken DNA bij het ontstaan van ziektes of de effectiviteit van medicijnen. Ook hieraan draagt ENCODE bij. Al is het bijdragen aan het ontstaan van een ziekte geen biologische functie, het is wel zeer relevant voor (bio)medisch onderzoek. Op eenzelfde manier heeft het geluid dat het hart maakt geen biologische functie, maar zegt het een arts met een stethoscoop wel veel!
Samenvattend is de functionele 80% van ENCODE problematisch omdat ze (vooral aanvankelijk) een te brede definitie van functie hanteren, er goede redenen zijn om de functie van veel van die 80% in twijfel te trekken en er goede evolutionaire argumenten tegen die 80% zijn. ENCODE kan daarmee niet gebruikt worden om junk-DNA dood te verklaren, zoals sommigen hebben gedaan of geïnsinueerd.
Uit junk-DNA kan wel nieuwe functionaliteit evolueren. Net als uit versleten banden (junk) in bepaalde landen slippers worden gemaakt, kunnen ook uit functieloze stukken DNA door mutatie functionele stukken DNA ontstaan (Levy, 2019; Palazzo & Koonin, 2020). Junk is dan geen afval, maar rommel waarmee weer nieuwe dingen gemaakt kunnen worden. Dit is echter net zomin een functie als een band gemaakt is om als slipper te dienen.
**Junk-DNA en evolutie**
Stel dat een groot deel van het junk-DNA toch functioneel blijkt te zijn, zou dat een probleem zijn voor evolutie? Het argument van [mutational load](https://www.blackwellpublishing.com/ridley/a-z/Mutational%5Fload.asp?ref=deatheist.nl) dat Ohno al gebruikte en later door onder andere Dan Graur is uitgewerkt (Graur, 2017a), is gebaseerd op bepaalde (populatie)genetische aannames en berekeningen. Andere onderzoekers komen met een iets ander model op een andere uitkomst (Galeota-Sprung *et al.*, 2020). Graur is het eens met dit nieuwere model, wat een hoger functioneel deel toestaat (persoonlijke communicatie). Het gaat hier dus om *modellen* van hoe evolutie werkt onder bepaalde omstandigheden met bepaalde aannames. Zo’n model kan onjuist blijken te zijn, waardoor we zouden moeten bijstellen hoe evolutie werkt. Overigens weten we dat ook organismen zonder veel junk prima kunnen functioneren, zoals het blaasjeskruid. Veel junk is dus geen noodzaak.
Inzichten over de mechanismen die zorgen voor evolutie (de evolutie*theorie* dus), zijn sinds Darwin al bijgesteld en uitgebreid. Alleen al om die reden moeten we de moderne evolutietheorie [geen ‘darwinisme’ noemen](https://www.deatheist.nl/geen-darwinisme-of-evolutionisme-alstublieft/). Het zou zeer goed kunnen dat er meer wordt bijgesteld en uitgebreid naarmate er meer bekend wordt over hoe genomen werken en evolueren. Hierover is in de afgelopen jaren door razendsnelle ontwikkelingen in de genomica veel meer bekend geworden, en nog veel meer zal bekend worden. Het is daarom aannemelijk dat dit ook invloed gaat hebben op de evolutietheorie. Dit soort aanpassingen en uitbreidingen vinden ook plaats in andere disciplines en horen bij gezonde wetenschap.
Dergelijke veranderingen van de evolutie*theorie* doen evenwel niets af aan het *feit* dat deze theorie probeert te verklaren: zo’n 3,5 miljard jaar gedeelde afstamming en evolutie van het leven. Ook als er zeer weinig junk blijkt te zijn, is dat dus geen probleem voor evolutie, alleen mogelijk voor onze huidige evolutietheoretische modellen. Een *volledig* functioneel genoom lijkt echter onwaarschijnlijk. Het is niet waarschijnlijk dat natuurlijke selectie de grote en complexe genomen van bijvoorbeeld zoogdieren volledig in staat is ‘schoon’ te houden van de junkvormende mutaties die elke generatie optreden.
**Creationisten en junk-DNA**
Creationisten hebben vaak moeite met junk-DNA. Waarom zou een intelligente Schepper immers een genoom ontwerpen vol junk? Daarnaast vormen gedeelde stukken junk ook nog eens mooie evidentie voor gemeenschappelijke afstamming, wat uiteraard nogal problematisch is voor creationisten. Het is creationisten er dus alles aan gelegen om te laten zien dat junk-DNA niet voorkomt, of misschien in slechts minimale hoeveelheden.
Omwille van de ruimte zal ik me beperken tot de Nederlandse creationist die over dit onderwerp het meest geschreven heeft: P(i)eter Borger. In een [interview](https://www.rd.nl/artikel/878365-project-encode-wetenschap-weerlegt-evolutie-mens?ref=deatheist.nl) in het *Reformatorisch Dagblad* (RD) van 5 oktober 2020 stelt hij “De term ”junk-DNA” is inmiddels afgeschaft” en “er bestaat dus niet zoiets als ‘junk-DNA’”. Sterker nog, stelt Borger: “Wat het Encodeproject laat zien, is een genoom dat zonder meer een einde maakt aan het tijdperk van Darwin. Alleen weet niemand dat nog.” Ook in een [later interview](https://www.rd.nl/artikel/955863-moleculair-bioloog-dna-onderzoek-verschaft-tal-van-argumenten-tegen-evolutie?ref=deatheist.nl) (21-12-’21) in het RD geeft Borger als antwoord op de vraag wat de status is van junk-DNA: “Dat het niet bestaat. Dat bleek uit een artikel in het tijdschrift Nature in 2019 over de uitkomsten van het jarenlange onderzoek aan het menselijke DNA, het zogeheten Encode-onderzoek. Het artikel bevestigde dat meer dan 80 procent van het genoom een of andere biochemische functie heeft. De wetenschappers schreven daar onder andere dat we af moeten van junk-DNA en niet-functioneel DNA, de zogeheten pseudogenen. Die hebben volgens hen een enorme vertraging opgeleverd in het wetenschappelijk denken: de evolutietheorie was een ‘science stopper’.”
Hij beroept zich dus vooral op de resultaten van ENCODE. Hierboven hebben we al gezien dat op die 80% functionaliteit van ENCODE heel wat af te dingen valt. Borger meldt hier niets over. Evenmin meldt hij iets over de kritiek en de nuancering vanuit het ENCODE-project uit 2014 (Kellis *et al.*, 2014). Maar zelfs áls die 80% waar zou zijn, dan blijkt uit dit project helemaal niet dat junk-DNA niet bestaat, zoals Borger meent. Volgens ENCODE heeft immers 20% geen functie, zelfs niet onder hun zeer (en volgens velen *te*) ruime definitie van functie. Borger geeft de resultaten dus verkeerd weer.
Het *Nature*\-artikel dat hij noemt, is hoogstwaarschijnlijk dat van Cheetham *et al.* (2020) uit *Nature reviews genetics* (een ander tijdschrift dan *Nature* zelf overigens) over pseudogenen. Ook daaruit blijkt niet dat er geen junk-DNA is. Hij heeft hier eerder over geschreven, waarop ik hieronder nog zal ingaan.
Beide artikelen claimen dus helemaal niet wat Borger meent dat ze claimen, zoals zelf na te lezen valt. Dat is een kwalijke zaak, want Borger zet hiermee de argeloze lezer die de literatuur niet kent (en waarschijnlijk niet kan volgen omdat die te technisch is) op het verkeerde been. Dit is opmerkelijk, want Borger moet als moleculair bioloog heel goed in staat zijn om deze literatuur te lezen, te begrijpen en uit te leggen, maar toch kiest hij ervoor die verkeerd aan de leek voor te schotelen. Dit riekt naar misleiding, bewust leken een verkeerde indruk geven van de literatuur. Het niet eens zijn met de conclusies van een artikel is heel goed mogelijk, maar dat is echt wat anders dan de inhoud (bewust) verkeerd weergeven en zo argeloze leken misleiden.
Borger schreef al eerder over pseudogenen in het RD (ook [gepubliceerd bij Logos](https://logos.nl/leugen-gen-belemmert-vooruitgang-wetenschap/?ref=deatheist.nl)). Ook daarin gaf hij verkeerd weer wat de auteurs (Cheetham *et al.*, 2020) schreven. Borger zegt over dit artikel: “Volgens het artikel in Nature staat inmiddels buiten kijf dat pseudo-genen niet functieloos zijn, maar juist een hele reeks uiterst belangrijke biologische taken vervullen. Pseudo-genen zijn dus geen restanten van een vermeend evolutieproces, en daarmee vervalt een belangrijk argument voor evolutie.” Dit blijkt evenwel geenszins uit dit artikel, integendeel.
Cheetham *et al.* stellen dat *sommige* pseudogenen een functie blijken te hebben en dat het deels een definitiekwestie is wanneer je een stuk DNA een pseudogen noemt. De auteurs stellen: “The purpose of this article is not to discard the pseudogene concept or to suggest that all pseudogenes are functional. The majority of currently annotated pseudogenes are neither robustly transcribed nor translated. Such regions fit well the original descriptions of pseudogenes as ‘similar, but defective’.” Ook zeggen ze nergens dat pseudogenen geen restanten zijn van evolutie. Integendeel: Cheetham *et al.* beschrijven het evolutionaire ontstaan van pseudogenen en het evolutionaire voordeel dat er soms is.
Ik heb hem daar destijds al op gewezen in de vorm van commentaar op de Facebook-pagina van Logos, die dit interview ook heeft gepubliceerd. Hij reageerde op onder andere mijn kritiek in een [nieuw artikel](https://logos.nl/nog-een-keer-over-pseudogenen-en-junk-dna/?ref=deatheist.nl) op Logos. In deze reactie maakt Borger het nog bonter door te claimen dat teksten als bovenstaand citaat van Cheetham *et al.* “er meestal tussen ge-edit worden door de editors”. Uiteraard komt hij met geen enkel bewijs voor deze bizarre claim. Hij bewijst wederom niet integer om te kunnen gaan met wetenschappelijke literatuur. De rest van zijn reactie bestaat uit stemmingmakerij, ongefundeerde of misleidende claims en [*red herrings*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Red%5Fherring?ref=deatheist.nl).
Borger heeft op de site van Logos ook geprobeerd met [een antwoord](https://logos.nl/data-van-encode-in-twijfel-getrokken/?ref=deatheist.nl) op de ui-test te komen. Hij stelt: "De biologie van de 21e eeuw leert ons dat genoomgrootte te maken heeft met variatie en speciatie \[soortvorming\]." Hiervoor geeft hij echter geen enkele onderbouwing, en waarom zou dit zo zijn? Hoe kan dit de grote verschillen *tussen* de uiensoorten verklaren? Borger meent dat variatie bij planten wordt verklaard door “variatie-inducerende genetische elementen (afgekort VIGEs)” en die “worden door de evolutionisten van de hand gedaan als „junk DNA“, omdat ze geen functie zouden vervullen." VIGE's zijn Borgers bedenksel. Hierboven hebben we al gezien waarom het ongeloofwaardig is dat grote delen junk-DNA een functie hebben – laat staan alles. Dat een stuk junk-DNA variatie *kan* induceren, wil niet zeggen dat dit de functie van al het junk-DNA is. Ik wees Borger daar [in 2009](https://www.deatheist.nl/de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/) al op. Borgers antwoord op de ui-test is dus nergens op gebaseerd en verklaart niets.
In het RD-interview van 5 oktober 2020 stelt Borger ook: “Evolutiebioloog Dan Graur bekende dan ook na de publicatie van fase 2 dat „wanneer het menselijk genoom inderdaad vrijwel geen ”junk-DNA” bevat zoals het Encodeproject suggereert, een lang, ongeregeld evolutionair proces geen verklaring biedt voor het bestaan van het menselijk genoom.” Vrij vertaald: als Encode gelijk heeft, is evolutie onjuist.” Ook dit is misleidend. Graur betoogt dat volgens het *model* dat hij gebruikt (uitgewerkt in Graur, 2017a) niet zo’n groot deel van het DNA een functie kan hebben. Daarnaast geeft Graur nog veel meer argumenten waarom de 80% van ENCODE problematisch is (Graur *et al.*, 2013). Daar meldt Borger niets over, alsof Graur op uitsluitend evolutionaire gronden die 80% zou verwerpen.
Borger schrijft uitgebreider over junk-DNA en ENCODE in een polemisch en ideologisch opinieartikel samen met creationist Boris Schmidtgall (Borger & Schmidtgall, 2020). Het is gepubliceerd in de *American Journal of Biomedical Science & Research*, wat wetenschappelijk klinkt, maar een *predatory journal* ([neptijdschrift](https://nl.wikipedia.org/wiki/Rooftijdschrift?ref=deatheist.nl)) [blijkt te zijn](https://predatory-publishing.com/when-is-isi-not-isi/?ID=FJN0024&ctr=12&ref=deatheist.nl). De collegiale toetsing (peer review) van dit tijdschrift is zo ‘goed’ dat je er kunt verkondigen dat een [tekenfilmfiguur de coronapandemie heeft veroorzaakt](https://www.the-scientist.com/critic-at-large/opinion-using-pokmon-to-detect-scientific-misinformation-68098?ref=deatheist.nl). Dit verklaart waarom Borger hier ‘publiceert’ in plaats van in een serieus wetenschappelijk tijdschrift. Ook hier geeft hij het artikel van Cheetham *et al.* en de resultaten van ENCODE misleidend weer. Hij meldt tevens niets over de kritiek op de resultaten van ENCODE noch over de nuancering uit 2014\. Dit opiniestuk is dan ook niets meer dan sterk ideologisch gekleurd stuk misleiding.
Recentelijker nog heeft Borger een Duitstalig artikel gepubliceerd hierover in een creationistisch tijdschrift (Borger, 2021). Hierin is hij net iets voorzichtiger met zijn uitspraken dan in het RD, maar geeft de zaken nog steeds misleidend weer. De hierboven besproken goede redenen die in de literatuur genoemd worden om aan die 80% functionaliteit te twijfelen, benoemt hij niet of nauwelijks (en die redenen zijn niet alleen evolutionair). Ook zegt hij niets over de nuancering die in 2014 bij die 80% is aangebracht door leden van het ENCODE-consortium. In tegenstelling tot in de RD-interviews zegt Borger hier niet dat junk-DNA niet bestaat, maar dat “es gibt kaum noch Abschnitte, die man als „Junk-DNA“ bezeichnen könnte.” en “Fast jede DNA-Sequenz im Genom führt also irgendeine Funktion aus.” De 20% junk van ENCODE *zelf* kan toch moeilijk zo omschreven worden. Het misleidende citaat van Graur wordt in de kop genoemd en daarna nog drie keer.
Het vergelijken van een cel met een informatieverwerkende computer, zoals Borger doet, werkt goed als je een Ontwerper wilt impliceren. Voor leven gaat deze vergelijking echter mank om minstens twee goede redenen. In de eerste plaats kunnen computers slecht tegen zelfs de kleinste beschadigingen in de hardware, dan werken ze al snel geheel niet meer. Organismen zijn veel robuuster dan dat: er kan heel wat beschadigingen zonder dat het systeem daar (grote) hinder van ondervindt. Dit geldt ook voor heel veel mutaties in het genoom. Ten tweede planten computers zich niet voort, en al helemaal niet met kleine verschillen in het nageslacht. Hierdoor kunnen ze zich ook niet aanpassen aan een veranderende omgeving, wat zo kenmerkend is voor leven. Juist door deze eigenschappen kan leven evolueren en kunnen computers dat niet.
Het is overigens opmerkelijk dat creationisten zo’n moeite hebben met junk-DNA, want zij zouden ook kunnen zeggen dat deze junk het gevolg is van degeneratie van het genoom. De genomen waren ooit perfect en volledig functioneel, maar zijn sinds de zondeval afgetakeld. Zo zouden zij grote hoeveelheden junk kunnen 'verklaren'. Creationisten hebben dan wel uit te leggen waarom er zoveel *gedeelde* junk is (o.a. pseudogenen en endogene retrovirussen), precies zoals je op grond van gemeenschappelijke afstamming mag verwachten. Uiteraard is de zondevalverklaring ook nog om tal van andere redenen niet geloofwaardig, maar dat is een andere discussie.
**Conclusie**
Het concept van junk-DNA is vanaf het begin niet gebaseerd op onwetendheid, zoals vaak wordt gedacht, maar op genetische argumenten. De term wordt niet eenduidig toegepast in de literatuur en kan niet als synoniem gezien worden voor niet-(eiwit)coderend DNA. Er zijn goede redenen te geven waarom grote delen van de genomen van veel organismen junk zijn. Op het belangrijkste tegenargument, de vermeende 80% functionaliteit die aanvankelijk door ENCODE werd genoemd, valt een hoop af te dingen en men is daar deels op teruggekomen. Evolutie heeft niet grote delen junk in het genoom nodig, maar kan wel verklaren waarom veel organismen er veel van hebben, en delen. De bewering van creationisten dat er (bijna) geen junk in het genoom zit, is dan ook niet geloofwaardig op grond van wat er nu bekend is. Creationist Peter Borger geeft de literatuur over junk-DNA verkeerd weer en misleidt argeloze lezers.
Mijn dank gaat uit naar dr. Gerdien de Jong en prof. dr. Nico van Straalen voor hun nuttige commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
**Referenties**
Borger, P., & Schmidtgall, B. (2020) Free Science from Dogma. or: How the “Pseudogene” Hampered Scientific Progress. *American Journal of Biomedical Science & Research*, *8*(1), 57-58.
Borger, P. (2021). „Wenn ENCODE richtig liegt, dann ist Evolution falsch“ Wie ENCODE unser Verständnis des Erbguts veränderte. *Studium Integrale Journal*. *28*(1), 30-37\.
Cheetham, S. W., Faulkner, G. J., & Dinger, M. E. (2020). Overcoming challenges and dogmas to understand the functions of pseudogenes. *Nature Reviews Genetics*, *21*(3), 191-201.
Comings D.E. (1972) The Structure and Function of Chromatin. In: Harris H., Hirschhorn K. (eds) *Advances in Human Genetics, vol 3* (pp 237-431). Springer, Boston, MA.
Doolittle, W. F., Brunet, T. D., Linquist, S., & Gregory, T. R. (2014). Distinguishing between “function” and “effect” in genome biology. *Genome biology and evolution*, *6*(5), 1234-1237.
Doolittle, W. F., & Brunet, T. D. (2017). On causal roles and selected effects: our genome is mostly junk. *BMC biology*, *15*(1), 1-9.
Eddy, S. R. (2012). The C-value paradox, junk DNA and ENCODE. *Current biology*, *22*(21), R898-R899.
Elliott, T. A., & Gregory, T. R. (2015). What's in a genome? The C-value enigma and the evolution of eukaryotic genome content. *Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences*, *370*(1678), 20140331.
ENCODE Project Consortium. (2012). An integrated encyclopedia of DNA elements in the human genome. *Nature*, *489*(7414), 57.
Galeota-Sprung, B., Sniegowski, P., & Ewens, W. (2020). Mutational load and the functional fraction of the human genome. *Genome biology and evolution*, *12*(4), 273-281.
Graur, D., Zheng, Y., Price, N., Azevedo, R. B., Zufall, R. A., & Elhaik, E. (2013). On the immortality of television sets:“function” in the human genome according to the evolution-free gospel of ENCODE. *Genome biology and evolution*, *5*(3), 578-590.
Graur, D. (2017a). An upper limit on the functional fraction of the human genome. *Genome biology and evolution*, *9*(7), 1880-1885.
Graur, D. (2017b). Rubbish DNA: The functionless fraction of the human genome. In *Evolution of the Human Genome I* (pp. 19-60). Springer, Tokyo.
Gregory, T.R. (2007). A word about “junk DNA”. [http://genomicron.blogspot.com/2007/04/word-about-junk-dna.html](http://genomicron.blogspot.com/2007/04/word-about-junk-dna.html?ref=deatheist.nl) (de website is niet meer online, maar kan nog wel via de [Wayback Machine](http://web.archive.org/) gelezen worden)
Hubisz, M. J., & Pollard, K. S. (2014). Exploring the genesis and functions of Human Accelerated Regions sheds light on their role in human evolution. *Current opinion in genetics & development*, *29*, 15-21.
Ibarra-Laclette, E., Lyons, E., Hernández-Guzmán, G., Pérez-Torres, C. A., Carretero-Paulet, L., Chang, T. H., ... & Herrera-Estrella, L. (2013). Architecture and evolution of a minute plant genome. *Nature*, *498*(7452), 94-98.
Kellis, M., Wold, B., Snyder, M. P., Bernstein, B. E., Kundaje, A., Marinov, G. K., ... & Hardison, R. C. (2014). Defining functional DNA elements in the human genome. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, *111*(17), 6131-6138.
Leypold, N. A., & Speicher, M. R. (2021). Evolutionary conservation in noncoding genomic regions. *Trends in Genetics*, *37*(10), 903-918.
Levy, A. (2019). How evolution builds genes from scratch. *Nature*, *574*(7778), 314-317.
Ohno, S. (1972). So much'junk'DNA in our genome. In *Evolution of Genetic Systems, Brookhaven Symp. Biol.* (pp. 366-370).
Moore, J. E., Purcaro, M. J., Pratt, H. E., Epstein, C. B., Shoresh, N., Adrian, J., ... & Weng, Z. (2020). Expanded encyclopaedias of DNA elements in the human and mouse genomes. *Nature*, *583*(7818), 699-710.
Niu, D. K., & Jiang, L. (2013). Can ENCODE tell us how much junk DNA we carry in our genome?. *Biochemical and biophysical research communications*, *430*(4), 1340-1343.
Nobrega, M. A., Zhu, Y., Plajzer-Frick, I., Afzal, V., & Rubin, E. M. (2004). Megabase deletions of gene deserts result in viable mice. *Nature*, *431*(7011), 988-993.
Palazzo, A. F., & Gregory, T. R. (2014). The case for junk DNA. *PLoS genetics*, *10*(5), e1004351.
Palazzo, A. F., & Lee, E. S. (2015). Non-coding RNA: what is functional and what is junk?. *Frontiers in genetics*, *6*, 2.
Palazzo, A. F., & Koonin, E. V. (2020). Functional long non-coding RNAs evolve from junk transcripts. *Cell*.
Parenteau, J., Durand, M., Véronneau, S., Lacombe, A. A., Morin, G., Guérin, V., ... & Abou Elela, S. (2008). Deletion of many yeast introns reveals a minority of genes that require splicing for function. *Molecular biology of the cell*, *19*(5), 1932-1941.
Salmena, L. (2021). Pseudogenes: Four Decades of Discovery. In *Pseudogenes* (pp. 3-18). Humana, New York, NY.
Snyder, M. P., Gingeras, T. R., Moore, J. E., Weng, Z., Gerstein, M. B., Ren, B., ... & Myers, R. M. (2020). Perspectives on ENCODE. *Nature*, *583*(7818), 693-698.
Wang, K., Wang, J., Zhu, C., Yang, L., Ren, Y., Ruan, J., ... & Wang, W. (2021). African lungfish genome sheds light on the vertebrate water-to-land transition. *Cell*, *184*(5), 1362-1376.
### Modaal-epistemische problemen: repliek aan Rutten
URL: https://www.deatheist.nl/modaal-epistemische-problemen-repliek-aan-rutten/
Last updated: 2026-08-22T14:34:14.000Z
Eerder dit jaar schreef ik [een kritiek](https://www.deatheist.nl/ruttens-modaal-epistemisch-godsargument/) op het modaal-epistemisch godsargument van Emanuel Rutten. Rutten heeft daarop [een reactie](http://gjerutten.blogspot.com/2021/05/klinks-bezwaren-tegen-mijn-modaal.html?ref=deatheist.nl) geschreven op zijn blog, waarin hij zaken verder verduidelijkt en een weerwoord geeft op mijn kritiek. Hieronder volgt mijn repliek op de belangrijkste punten uit zijn reactie.
**Modale claims**
Mijn voornaamste punt van kritiek op Ruttens argument was zijn toepassing van modale logica. Modaliteit gaat over wat (on)mogelijk en noodzakelijk is, waarbij vaak een onderscheid gemaakt wordt tussen logische, metafysische en fysische modaliteit (zie [hier](https://plato.stanford.edu/entries/modality-epistemology/?ref=deatheist.nl) voor een uitleg). Met de [semantiek van mogelijke werelden](https://plato.stanford.edu/entries/possible-worlds/?ref=deatheist.nl) probeert Rutten aan te geven wat (metafysisch) mogelijk, onmogelijk en noodzakelijk is. Iets is mogelijk als het minstens in één wereld mogelijk is (de actuele of een denkbare wereld), onmogelijk als het in geen wereld mogelijk is en noodzakelijk als het in alle werelden het geval is. Met dit instrumentarium meent Rutten af te kunnen leiden dat God (*sensu* Rutten) bestaat.
In mijn artikel gaf ik aan dat het denken in modaliteiten nuttige toepassingen heeft. We passen dit elke dag toe in het dagelijks leven, op allerlei gebieden, zoals bij het kiezen van een route naar het werk en of we iets wel of niet eten. Ook wetenschappers maken hier veelvuldig gebruik van, bijvoorbeeld wanneer ze tijdens een pandemie proberen te bepalen welke scenario’s met maatregelen leiden tot bepaalde uitkomsten, zoals besmettingen en ziekenhuisopnames.
Hier is niets mis mee omdat deze mogelijke werelden dicht bij de actuele staan: we kennen de verschillende opties vaak uit ervaring, ze volgen uit gedegen (wetenschappelijke) kennis en zijn vaak ook toetsbaar (het is mogelijk dat het glas breekt, kijk maar!). We hebben er zogezegd goed ‘epistemisch contact’ mee. We kunnen hierdoor goed weten of iets (on)mogelijk is. Vanuit onze evolutionaire geschiedenis is het ook goed te begrijpen dat we betrouwbaar kunnen redeneren over modaliteiten die dicht bij onze ervaring staan. Dit geldt in veel mindere mate voor bepaalde wetenschappelijke claims, zoals uit de kwantummechanica en relativiteitstheorie, maar deze claims hebben een goede theoretische onderbouwing en zijn bovendien empirisch toetsbaar.
Dit is geheel anders bij de (on)mogelijkheden en noodzakelijkheden waar Rutten zich op beroept. Deze mogelijke werelden staan ver af van de dagelijkse realiteit en de evolutionaire niche waarbinnen onze modale vermogens ontstaan zijn. Ze volgen ook niet uit gedegen wetenschappelijke theorieën en zijn niet empirisch toetsbaar. Hoe kunnen we dan in die gevallen weten wat mogelijk en noodzakelijk is? Hoe kunnen we er epistemisch contact mee maken? We hebben geen ‘metafysisch ruimteschip’ om naar een verre mogelijke wereld af te reizen om te controleren of modale claims kloppen.
Precies om deze reden ben ik erg sceptisch over dergelijke modale claims, en daarin ben ik niet de enige. Filosofen als Peter van Inwagen (1998), Robert Nozick (2001) en Felipe Leon (Leon, 2017) zijn om dezelfde reden erg sceptisch over modale claims op gebieden die (veel) verder gaan dan wat we empirisch goed kennen. Er zijn zelfs goede redenen om te denken dat metafysische noodzakelijkheden helemaal niet bestaan, of dat het niet duidelijk is dat ze bestaan (Priest, 2018; Pigliucci, 2014). Wat gepresenteerd wordt als een metafysische noodzakelijkheid, blijkt óf een logische/analytische noodzakelijkheid óf een fysische, en beide opties helpen Rutten niet. Wie sceptisch is over dergelijke vergaande modale claims, ziet ook de problemen in bepaalde versies van het ontologische godsbewijs (zoals die van Alvin Plantinga) en een argument voor dualisme (zoals geformuleerd door Rene Descartes, Saul Kripke en Richard Swinburne). Deze argumenten staan of vallen met of het daadwerkelijk *mogelijk* is wat deze filosofen beweren.
De grote vraag is dus hoe we dit kunnen weten, wat de epistemologie van modaliteit is. Voor alledaagse en zelfs wetenschappelijke modale claims is dat niet controversieel en goed te rechtvaardigen (zie hierboven), maar voor de grote metafysische modale claims van bepaalde filosofen is dat wel controversieel (zoals [deze inleiding in de SEP](https://plato.stanford.edu/entries/modality-epistemology/?ref=deatheist.nl) goed weergeeft). Filosofen, waaronder Rutten, gebruiken hiervoor als criterium vaak wat voorstelbaar (*conceivable*) is, maar wat zegt dit nu?
Wat voorstelbaar is, is nogal afhankelijk van de kennis en overtuigingen die een persoon heeft. Bij voorstelbaarheid spelen (filosofische) intuïties meestal een belangrijke rol, maar hoe weten we of die betrouwbaar zijn, in het bijzonder op de hier relevante gebieden? Ook hier weer is het niet logisch dat evolutie ons betrouwbare intuïties heeft geleverd die ver afstaan van de dagelijkse realiteit, intuïties om de werkelijkheid mee te doorgronden en te redeneren over mogelijke werelden die ver van de actuele liggen. Soms worden gedachte-experimenten gebruikt om dergelijke intuïties kracht bij te zetten, maar dergelijke gedachte-experimenten blijken circulair (Peijnenburg & Atkinson, 2003). Hoe onbetrouwbaar filosofische intuïties zijn en hoe weinig voorstelbaarheid zegt, blijkt al snel uit een paar voorbeelden.
Voor de copernicaanse revolutie was het voor de meeste mensen niet *voorstelbaar* dat de aarde (om de zon en eigen as) draait. Dat de aarde zélf een bepaalde snelheid heeft, was *onmogelijk* in dat wereldbeeld, want snelheid is per definitie ten opzichte van de aarde. Iemand die nog nooit van ijs gehoord heeft, zal het niet voor *mogelijk* houden dat je over water kunt lopen. Het lijkt *mogelijk* dat de Morgenster en Avondster twee verschillende sterren zijn (dit is zelfs lang gedacht!), maar nu weten we dat het om een en dezelfde planeet gaat (Venus). Mensen die niet met de relativiteitstheorie bekend zijn, zullen het voor *onmogelijk* houden dat de helft van een tweeling na een ruimtereis met hoge snelheid veel jonger terugkomt dan de ander. Voor de ontwikkeling van niet-euclidische meetkunde was de som van de hoeken van een driehoek *noodzakelijk* 180 graden. Zelfs professionele filosofen zijn het onderling niet eens of [filosofische zombies](https://plato.stanford.edu/entries/zombies/?ref=deatheist.nl) voorstelbaar en/of metafysisch mogelijk zijn of niet (Bourget & Chalmers, 2014).
Rutten geeft in zijn repliek aan Stefan Wintein (Rutten, 2021) wat kwalificaties voor wanneer wat denkbaar is ook mogelijk zou zijn. Zo schrijft hij: “In the absence of evidence to the contrary, we may infer, about any logically consistent and conceivable proposition that it is possibly true.”, maar deze “evidentie voor het tegendeel” is er, zoals hieronder blijkt. Ook schrijft hij: “For a proposition *p* to be conceivable in such a way that conceivability entails possibility it may be required to provide a coherent and sufficiently detailed explanatory account enabling us to cognitively understand *how* or *under which circumstances* proposition *p* could be true.” We hebben een “intelligible scenario, understandable configuration, or comprehensible model” nodig volgens Rutten. Maar wat zegt dit nu? Rutten verplaatst hiermee slechts het probleem, want deze criteria voor voorstelbaarheid hangen weer af van kennis en intuïtie. Dit is problematisch, zoals we bij bovenstaande voorbeelden hebben gezien. En hoe zien voldoende gedetailleerde voorstelbaarheidsverklaringen eruit? Aan welke criteria moeten ze voldoen? We kunnen ze bovendien niet toetsen in exotische mogelijke werelden. Het is dus niet duidelijk hoe deze criteria kunnen bepalen of iets daadwerkelijk mogelijk is.
Voorstelbaarheid lijkt dus een slechte raadgever voor vergaande modale claims, terwijl Rutten zich juist hierop beroept in zijn argument. Samenvattend kunnen we stellen dat vergaande modale claims niet goed epistemisch te rechtvaardigen zijn, waardoor argumenten die hierop gebaseerd zijn, zoals Ruttens argument, op los zand staan.
Rutten ziet de problemen met de genoemde problematische voorbeelden ook in en geeft daarom aan dat de intuïties ook *waar* moeten zijn. Kennis is immers *justified* true *belief*. Deze kennis is bij Rutten ook nog *a priori,* dus zonder dat daar waarneming aan te pas komt. Maar hoe kunnen we weten of Ruttens vergaande modale claims waar zijn? Dit is juist het centrale epistemologische probleem met Ruttens argument!
**Premisse 1: alle mogelijk ware uitspraken zijn kenbaar**
In zijn reactie op mijn kritiek op zijn eerste premisse meent Rutten dat het genoeg is om te laten zien dat zijn premissen slechts waar hoeven te zijn in een *mogelijke* wereld, zelfs als dat niet de actuele is. Ook dit is een vergaande modale claim, want het veronderstelt dat wezens mogelijk zijn die (eventueel gezamenlijk) van elke uitspraak weten of ze waar is.
Rutten wijst erop dat “het maximaal inclusieve domein van het *metafysisch* mogelijke omvat redelijkerwijs waarschijnlijk ook *niet-*menselijke kenners”, maar dit moeten wel zeer exotische niet-menselijke kenners zijn om aan Ruttens eisen te voldoen. Om alle mogelijk ware uitspraken te kennen, moeten ze immers alwetend zijn, al dan niet gezamenlijk. Rutten doet zijn best om deze mogelijkheid aannemelijk te maken door bijvoorbeeld zeer intelligente buitenaardse beschavingen voor te stellen, maar voorstellingsvermogen is een problematische weg naar mogelijkheid, zoals we hierboven gezien hebben. De grote vraag is dan ook of de (gezamenlijk) alwetende niet-menselijke kenners die Rutten nodig heeft *daadwerkelijk mogelijk* zijn, en die bewijslast ligt bij Rutten, wat ons weer terugbrengt op het centrale kritiekpunt dat ik hierboven gaf. Ruttens eerste premisse blijft dus problematisch omdat deze niet te rechtvaardigen valt.
**Premisse 2: kunnen we weten of God niet bestaat?**
De problemen met het rechtvaardigen van vergaande modale claims zien we ook terug in zijn reactie op mijn kritiek op zijn tweede premisse: “En het is niet problematisch te denken dat het bestaan van God op z'n minst metafysisch mogelijk is. Het begrip van een zelfbewuste eerste oorzaak leidt niet tot conceptuele tegenstrijdigheden.” en “Uit de conjunctie van 'eerste oorzaak' en 'zelfbewust wezen' volgt geen tegenspraak omdat beide concepten als het ware orthogonaal of loodrecht op elkaar staan en elkaar dus conceptueel zogezegd niet bijten.”
Dit is juist wat ik bekritiseer, maar op deze kritiek gaat Rutten helaas nauwelijks in. Als het zo is dat zelfbewuste wezens nooit onstoffelijk zijn (en we hebben goede gronden om dat te denken), dan is het helemaal niet mogelijk dat een ‘onstoffelijk zelfbewust wezen’ de eerste oorzaak van de werkelijkheid is. Ruttens God kan dan onmogelijk bestaan omdat Zijn eigenschappen onverenigbaar zijn. Dit lijkt mij een vrij goede reden om aan te nemen dat God niet bestaat, contra Ruttens tweede premisse.
Ook meent Rutten: “Het is niet reeds vooraf hoe dan ook meteen overduidelijk of zonneklaar dat er geen God is.” Dit hangt af van je kennis. Rutten onderbouwt dit met “Het is een vraag die bijna iedereen zichzelf wel eens oprecht gesteld heeft. Het overgrote deel van de mensheid is zelfs al sinds millennia theïst.” Het overgrote deel van de mensheid geloofde ooit ook dat de zon om de aarde draaide. Voor hen was het zonneklaar dat dit het geval is. Toch denken we daar nu anders over, door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Op eenzelfde manier valt te beargumenteren dat nu we weten dat zelfbewuste wezens altijd stoffelijk zijn, het zonneklaar is dat onstoffelijke zelfbewuste wezens niet bestaan, Ruttens God incluis. Overigens staat Ruttens God (die zeer abstract en minimaal gedefinieerd is) nogal ver af van de antropomorfe goden waarin de meeste mensen geloven of geloofd hebben, die heel andere eigenschappen hebben dan Ruttens minimale God. De vraag is daarmee hoe relevant deze verwijzing naar wat allerhande gelovigen geloven is voor Ruttens punt.
**Dualisme**
Er is Rutten er dus alles aan gelegen de mogelijkheid open te houden dat onstoffelijke zelfbewuste wezens bestaan (substantiedualisme). De uitspraak dat de enige zelfbewuste wezens natuurlijk geëvolueerde wezens zijn, noemt Rutten *Q*. Rutten probeert te laten zien dat hij niet gecommitteerd is aan Q, en dat doet hij door te menen dat Q niet voorstelbaar (*conceivable*) is. Dit is bijzonder, want heel wat evolutiebiologen en neurowetenschappers menen niet alleen dat Q *mogelijk* is, maar zelfs *waar* is in de actuele wereld. Hier wijst Stefan Wintein hem op in diens kritiek en ik wijs Rutten hier ook op.
Wat is Ruttens reactie op deze kritiek? “Alle voorstellen die Klink tot dusver heeft aangedragen maken Q *bij lange na* niet op de vereiste wijze *conceivable*. Het blijft steeds bij de complexe werking van functionele structuren en nooit wordt duidelijk hoe de sprong naar subjectieve innerlijke mentale ervaring gemaakt wordt.”
Hier herhaalt Rutten simpelweg wat hij eerder schreef, zowel in zijn repliek aan Wintein als in een eerdere reactie op een artikel van mij over substantiedualisme en Chalmers' h*ard problem* (Klink, 2019a). Ik heb in mijn repliek op zijn reactie destijds (Klink, 2019b) en in mijn kritiek op zijn modaal-epistemisch argument er al op gewezen dat die “sprong naar subjectieve innerlijke mentale ervaring” helemaal niet gemaakt hoeft te worden als de reductionist gelijk heeft. Het vermeende gat waarover deze sprong gemaakt zou moeten worden, is een illusie, gebaseerd op onjuiste dualistische intuïties. Er zijn zowel filosofen als neurowetenschappers dit ook betoogd hebben in de literatuur, zoals ik in mijn stukken ook aangeef (Klink, 2019a; 2019b). Rutten negeert dit punt echter volledig en blijft het vermeende gat simpelweg *veronderstellen*. Hij verwijst wel naar een aantal eigen artikelen waarin hij argumenten voor substantiedualisme geeft, maar die argumenten heb ik reeds uitgebreid bekritiseerd (Klink, 2019a; 2019b). Die kritiek pareert hij nergens, zoals de lezer kan nagaan door onze artikelen hierover te lezen.
Rutten beweert ook dat voor zijn tweede premisse substantiedualisme niet nodig is, maar hierboven hebben we reeds gezien dat dit niet klopt: als we goede redenen hebben om te denken dat zelfbewuste wezens altijd stoffelijk zijn, dan kan een onstoffelijk zelfbewust wezen (God) niet bestaan en zijn Ruttens beide premissen onjuist.
De reden dat ik substantiedualisme als een sterkere claim zie dan eigenschapsdualisme, is dat bij deze laatste vorm bewustzijn zelfs geheel onafhankelijk moet kunnen bestaan van materie. Dit wordt tegenwoordig door zowel wetenschappers als de meeste filosofen als onhoudbaar gezien (zie referenties in Klink, 2019a), terwijl eigenschapsdualisme meer aanhang geniet. De reden hiervoor is dat er geen overtuigende evidentie is voor bewustzijn zonder brein, terwijl dat er wel had kunnen zijn (dit maakt substantiedualisme ongeloofwaardig), maar dat eigenschapsdualisme beter recht lijkt te doen aan de intuïtie dat het mentale iets fundamenteel anders is dan het fysieke. Ik meen overigens dat beide vormen van dualisme onhoudbaar zijn (beide hebben het interactieprobleem, zie Klink, 2019a). Voor de discussie maakt het ook weinig uit welke vorm van dualisme ‘sterker’ is. Zolang Rutten niet kan aantonen dat een lichaamsloos bewustzijn minstens mogelijk is, heeft zijn argument een groot probleem.
Bijna aan het einde van zijn reactie beweert Rutten nog dat mijn kritiek op zijn metafysische speculatie over hoe de materie in ons universum kan voortkomen uit de immateriële geest van God: “geen enkel gevolg heeft voor mijn argument. Ook deze pijl mist doel.” Ik beweer ook helemaal niet dat dit kritiekpunt gericht is op zijn argument, maar op de ironie dat de gedetailleerde en gedegen empirisch onderbouwde en toetsbare wetenschappelijke verklaringen voor bewustzijn volgens hem ontoereikend zijn, maar dat zijn metafysische speculatie blijkbaar wel afdoende is om te laten zien hoe materie uit immaterieel bewustzijn kan ontstaan. Om te menen dat een pijl doel mist, moet je wel eerst weten waarop geschoten wordt.
**Referenties**
Bourget, D., & Chalmers, D. J. (2014). What do philosophers believe?. *Philosophical studies*, *170*(3), 465-500.
Howson, C. (2011). *Objecting to god*. Cambridge University Press.
Klink, B. (2019a). [Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf).
Klink. B. (2019b). Intuïtieve dwalingen: een repliek aan Rutten.[http://deatheist.nl/index.php/artikelen/663-intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/)
Leon, F. (2017). From Modal Skepticism to Modal Empiricism. In Fischer, B., & Leon, F. (Eds.). (2017). *Modal epistemology after rationalism*. Springer International Publishing.
Nozick, R. (2001). *Invariances: The structure of the objective world*. Harvard University Press.
Peijnenburg, J., & Atkinson, D. (2003). When are thought experiments poor ones?. *Journal for General Philosophy of Science*, *34*(2), 305-322.
Pigliucci, M. (2014). What Does It Mean For Something To Be Metaphysically Necessary? [https://www.science20.com/rationally\_speaking/what\_does\_it\_mean\_for\_something\_to\_be\_metaphysically\_necessary-133215](https://www.science20.com/rationally%5Fspeaking/what%5Fdoes%5Fit%5Fmean%5Ffor%5Fsomething%5Fto%5Fbe%5Fmetaphysically%5Fnecessary-133215?ref=deatheist.nl)
Priest, G. (2018). Metaphysical necessity: A skeptical perspective. *Synthese*, *198*(8), 1873-1885.
Rutten, E. (2021). The modal-epistemic argument undefeated: reply to wintein. [https://www.gjerutten.nl/ReplyToWintein\_ERutten.pdf](https://www.gjerutten.nl/ReplyToWintein%5FERutten.pdf?ref=deatheist.nl)
Van Inwagen, P. (1998). Modal epistemology. *Philosophical studies*, *92*(1-2), 67-84.
### Ruttens modaal-epistemisch godsargument
URL: https://www.deatheist.nl/ruttens-modaal-epistemisch-godsargument/
Last updated: 2026-08-22T14:38:21.000Z
Filosoof Emanuel Rutten kwam in 2012 met een nieuw godsargument (Rutten, 2012). Van een gods*bewijs* wil hij zelf niet spreken. Dit argument heeft hij het modaal-epistemisch argument gedoopt. Het is een interessant argument omdat het suggereert dat je een grote conclusie (God bestaat) uit twee ogenschijnlijk simpele en redelijke premissen kunt trekken. Kan dit werkelijk? En zo nee, waar en waarom klopt het argument dan niet?
Sinds de eerste versie en reacties daarop heeft Rutten zijn argument doorontwikkeld. De meest recente versie die mij bekend is, is gepubliceerd in een vakblad (Rutten, 2014) en zal ik als uitgangspunt nemen voor mijn kritiek. De citaten in het eerste deel van dit artikel zijn dan ook uit deze publicatie. Recentelijk heeft Rutten ook een reactie gepubliceerd op de kritiek van Stefan Wintein (Rutten, 2021). Hier zal ik in het tweede deel uit citeren.
**Algemene opmerkingen**
Ik denk dat Ruttens argument *geldig* is, wat betekent dat de conclusie volgt uit de premissen. De conclusie is dan waar als ook de premissen waar zijn, en daar gaat het volgens mij mis. De waarheid van zijn premissen hangt namelijk af van de nodige epistemische en metafysische vooronderstellingen die volgens mij problematisch zijn. Rutten gebruikt bij zijn vooronderstellingen heel vaak woorden als ‘mogelijk’, ‘denkbaar’ en ‘niet uitgesloten’, maar dit zegt erg weinig over de waarschijnlijkheid van die vooronderstellingen in de echte wereld.
Rutten maakt dan ook gretig gebruik van mogelijke werelden. Dit is een manier van denken die in bepaalde takken van filosofie veel gebruikt wordt ([modale logica](https://en.wikipedia.org/wiki/Modal%5Flogic?ref=deatheist.nl)) en ook daarbuiten nuttig kan zijn om bijvoorbeeld de gevolgen van bepaalde scenario’s te doordenken (wat zou er gebeuren als we A doen in plaats van B?). Ook nu in de coronacrisis wordt dergelijk denken in *counterfactuals* (tegenfeitelijkheden) veel gebruikt om de waarschijnlijke gevolgen van bepaald beleid te doordenken. Ook kan denken met mogelijke werelden helpen om tot nieuwe ideeën te komen (*out of the box*\-denken) en bij conceptuele analyse. Hier is allemaal niets mis mee.
Rutten gebruikt mogelijke werelden echter op een sterkere manier, om bepaalde claims aannemelijk te maken, zonder enige empirische onderbouwing of zelfs in weerwil van wat we empirisch weten over de echte wereld, de wereld waarin we leven. Ik denk niet dat je mogelijke werelden daarvoor kunt gebruiken. Mogelijke werelden zeggen immers vrijwel niets over de echte wereld. Het gegeven dat iets *logisch* of *metafysisch mogelijk* is, maakt het nog niet *fysisch mogelijk* (zie [hier](https://plato.stanford.edu/entries/modality-epistemology/?ref=deatheist.nl) voor de uitleg van dit onderscheid), laat staan *waarschijnlijk* in de echte wereld. Om daarachter te komen, zullen we de claims moeten toetsen aan onze beste kennis over de echte wereld. Er moet contact met de realiteit zijn. Zo lang dat niet gebeurt, kun je net zo goed metafysische luchtkastelen bouwen. Dat is wellicht een leuke exercitie voor bepaalde filosofen, maar bijdragen aan ons begrip van de echte wereld doet het niet, en iets bewijzen over de echte wereld evenmin.
Opperen dat een vooronderstelling slechts *mogelijk* waar is, zou voor een redelijk mens dus niet voldoende moeten zijn om die vooronderstelling te accepteren. Ruttens argument werkt dan ook alleen als je zijn vooronderstellingen accepteert, en dat doe ik niet. Ik zal hieronder uitleggen waarom. Voordat we hieraan toekomen nog enkele andere opmerkingen.
Rutten verstaat onder God: “a personal being that is the first cause of reality” en “capable of knowledge (and thus of belief, reason, intuition, and experience)”. Hij geeft hier zelf al over aan dat deze God niet de andere eigenschappen hoeft te hebben van klassiek theïsme (algoed, alwetend, almachtig). Als zijn argument dus al zou slagen, dan bewijst het dus nog lang niet de God van het klassieke theïsme. Voorts zegt hij hierover: “my definition of God is prima facie consistent. The concepts “personal being” and “first cause of reality” seem neither internally inconsistent nor do they seem to contradict each other (or imply contradictory attributes).” Dit is maar de vraag.
De enige persoonlijke wezens die wij kennen (mensen en eventueel dieren), zijn beperkte wezens van vlees en bloed, en kunnen daarmee nooit de eerste oorzaak van de realiteit zijn. Of hier geen sprake is van een contradictie, hangt dus geheel af van de conceptie van een persoonlijk wezen. Als het wordt uitgebreid tot andere wezens dan die van vlees en bloed, zoals onstoffelijke geesten, ontstaan er allerlei problemen, zoals Herman Philipse heeft laten zien (Philipse, 2012). Rutten weerlegt dergelijke kritiek niet. Hier komen we dus al de eerste problematische vooronderstelling tegen.
Ook is niet helemaal duidelijk wat Rutten bedoelt met de ‘eerste oorzaak van de werkelijkheid’. Bedoelt hij dit in temporele zin, als oorzaak van de begintoestand van ons universum? Dan is het maar de vraag of het concept oorzakelijkheid hier van toepassing is, om twee redenen. Zelfs als oorzakelijkheid van toepassing is op alles *binnen* het universum (wat nog maar de vraag is, zie Carroll, 2016), betekent dat nog niet dat het ook van toepassing is op het universum *zelf*. Verder veronderstelt oorzakelijkheid in temporele zin tijd, en het is maar de vraag of we daarvan kunnen spreken bij of vóór het ontstaan van het universum (Carroll, 2016). De vraag is dus hoe coherent de notie van een “first cause of reality” is. Ook dit is dus een problematische vooronderstelling van Rutten.
Over zijn conceptie van kennis zegt Rutten: “knowledge requires near-certainty that has been produced in an epistemically proper way”. Dit kan op vier manieren bereikt worden: “(i) a proposition is deductively proven; (ii) a proposition is obviously true, i.e., intuitively self-evident; (iii) a proposition is grounded in indisputable experience; or (iv) a proposition is based on indisputable testimony.” Ook hier zijn kanttekeningen bij te plaatsen, vooral bij de laatste drie (de eerste expliciteert slechts wat reeds in de premissen besloten ligt en levert in die zin geen nieuwe kennis op).
Optie 2 is nogal afhankelijk van de achtergrondkennis. Voor de tijd van Copernicus en Galilei was het bijvoorbeeld “obviously true” en “intuitively self-evident” dat de aarde stilstaat en de zon daaromheen draait. Toch weten we nu dat dit niet juist is. Hetzelfde geldt voor heel veel andere uitspraken in de moderne wetenschap (Shtulman, 2017). Op deze gebieden hebben onze intuïties over wat overduidelijk (niet) waar is een flinke correctie gekregen. Dat is ook niet zo vreemd, want vanuit de evolutiebiologie weten we dat onze intuïties zijn ontstaan om te overleven binnen onze ecologische niche, niet om de gehele bouw en werking van het universum te doorgronden (Stewart-Williams, 2005). Optie 3 gaat voorbij aan dat ervaring altijd geïnterpreteerd moet worden. Illusies en hallucinaties zijn ervaringen, maar zijn niet wat ze lijken te zijn, zoals Rutten zelf erkent. Wetenschappelijke onderzoek heeft laten zien dat allerlei ervaringen illusoir zijn (Myers, 2002). Bij optie 4 is het ook de vraag of er ooit sprake kan zijn van een *onbetwistbare* getuigenis. Uit psychologisch onderzoek weten we dat getuigen er heel vaak naast zitten (Tavris & Aronson, 2016).
**Het argument**
Om te laten zien hoe het argument werkt, komt Rutten eerste met een simpele versie van het argument, om later met een herziene versie te komen. Deze herziene versie is echter vooral bedoeld om mijns inziens twee toch al niet overtuigende tegenwerpingen te pareren. Mijn problemen met de eerste versie van zijn argument blijven ook voor de herziene versie gelden, waardoor ik de simpele versie zal bespreken. Die ziet er als volgt uit:
P1 Alle mogelijk ware uitspraken zijn kenbaar.
P2 Het is onmogelijk om te weten dat de uitspraak dat God niet bestaat waar is.
C De uitspraak dat God bestaat is noodzakelijk waar.
Volgens mij is dit argument geldig (de conclusie volgt uit de premissen), maar zijn de premissen problematisch. Ik zal dat hieronder laten zien.
**Premisse 1: alle mogelijk ware uitspraken zijn kenbaar**
Omdat Rutten natuurlijk weet dat deze premisse niet geldt voor mensen (mensen kunnen nooit alle ware uitspraken kennen), benadrukt hij dat “it is about *every possible* conscious being that is capable of knowledge; human or non-human” omdat “we cannot rule out that there are possible truths that can be known only by beings of a non-human nature.”. Het feit dat we dit niet kunnen *uitsluiten*, bewijst uiteraard niets. Het is aan Rutten om aannemelijk te maken dat er niet-menselijke wezens bestaan die dit wel kunnen, maar dat doet hij niet. Hij mag zo’n wezen uiteraard niet domweg vooronderstellen.
Ter onderbouwing voor zijn premisse wijst Rutten op een inductie: we hebben steeds meer ware uitspraken leren kennen. Op grond hiervan meent hij: “As long as we aren’t given special reasons for thinking that what applies to everyday and scientific truths suddenly ceases to apply to other truths, an inductive generalization to the knowability of *all* possibly true propositions seems warranted, especially if we take into consideration that knowability isn’t limited to what *human beings* can know.”
Die speciale reden is er echter wel: de enige wezens die wij kennen, hebben beperkte cognitieve vermogens door hun evolutionaire ontstaansgeschiedenis. Hierdoor kunnen ze nooit het gehele universum – laat staan alle mogelijke werelden – uitkammen om elke mogelijk ware uitspraak te kennen. Dit zou niet alleen aan een beperking in ruimte en van tijd liggen, maar ook aan het feit dat hersenen ontstaan zijn om in een bepaalde ecologische niche te overleven, niet om het gehele universum te kennen. Net zoals een mier nooit de bouw en werking van een smartphone zal kunnen kennen, kunnen de enige wezens die, voor zover wij weten, bestaan door hun beperkte brein hoogstwaarschijnlijk nooit de bouw en werking van het gehele universum kennen. Het is aan Rutten om aannemelijk te maken dat er daadwerkelijk wezens bestaan die niet deze beperkingen hebben, maar dat doet hij niet.
Zijn tweede onderbouwing is een gedachte-experiment over mogelijke werelden, maar dit bewijst niets over wat werkelijk (of waarschijnlijk) het geval is in de echte wereld. Gedachte-experimenten kunnen nuttig zijn om ideeën te verkennen of ter inspiratie, maar je kunt er niets mee bewijzen of aannemelijk maken over de feitelijke toestand van de wereld waarin wij leven. Samenvattend kunnen we stellen dat Rutten zijn eerste premissen niet aannemelijk gemaakt heeft.
**Premisse 2: het is onmogelijk om te weten dat de uitspraak dat God niet bestaat waar is**
Of deze premisse waar is, hangt helemaal af van wat voor definitie van God we gebruiken. Een manier om aan te tonen dat God niet bestaat, is te wijzen op een inconsistentie van eigenschappen. Hierboven heb ik er al op gewezen dat een persoonlijk wezen als eerste oorzaak van de realiteit problematisch is, afhankelijk van wat zo’n persoonlijk wezen is. Rutten zou moeten laten zien dat deze consistentieproblemen opgelost kunnen worden, maar dat doet hij niet.
De tweede manier zou het hebben van een “direct rational intuition that God does not exist” zijn, maar “the proposition “God does not exist” is certainly not immediately self-evident, nor obviously true”, aldus Rutten. Ook dit hangt weer af van de conceptie van God. Als we Ruttens eigen definitie (een persoonlijk wezen als eerste oorzaak van de realiteit) volgen, is dit wel degelijk mogelijk. Dat zo’n merkwaardig wezen niet bestaat, zou je heel goed als “obviously true” kunnen zien. Rutten maakt zich er hier dus te gemakkelijk van af.
Weten dat God (*sensu* Rutten) niet bestaat uit de afwezigheid van directe ervaring van God of op grond van een onbetwistbare getuige lijkt me inderdaad lastig. Wel kan hier tegenin worden gebracht dat een onstoffelijk persoonlijk wezen nog nooit is waargenomen en dit ook indruist tegen wat we weten over de voorwaarde voor “belief, reason, intuition, and experience” (Klink, 2019a; 2019b; 2020), terwijl dit ook anders had kunnen zijn (er had overtuigende evidentie kunnen zijn voor onstoffelijke persoonlijke wezens). Dit pleit zeker voor de uitspraak “God does not exist”, al zal het niet voldoen aan Ruttens zeer stringente epistemische eisen. Concluderend kan gesteld worden dat Rutten zijn tweede premisse ook niet overtuigend heeft aangetoond.
**Ruttens kritiek op Wintein**
In 2018 verscheen er een publicatie waarin filosoof Stefan Wintein Ruttens argument heeft bekritiseerd (Wintein, 2018). Ruttens reactie daarop is net geaccepteerd voor publicatie in een vaktijdschrift en is al op zijn site te vinden (Rutten, 2021). Aangezien mijn kritiek op Ruttens argument grotendeels anders is dan die van Wintein, beperk ik mij hier tot Ruttens reactie op Winteins kritiek die relevant is voor mijn kritiek. De onderstaande aangehaalde citaten van Rutten komen uit deze publicatie (Rutten, 2021).
Als de uitspraak “the only conscious beings are naturally evolved animals and humans” uit Winteins kritiek (waarschinlijk) waar is, zou Ruttens argument niet werken. Rutten probeert in zijn repliek aan Wintein dan ook te laten zien dat deze uitspraak niet waar is, zelfs niet *mogelijk* waar is. Dat is nogal een zware bewijslast, en hij slaagt daar dan ook niet in.
Volgens Rutten kunnen we ons wel inbeelden (“imagine”) dat bewuste wezens uit materie voortkomen, maar dat is nog niet voldoende om te mogen concluderen dat het ook voorstelbaar (“conceivable”) is. Hiervoor hebben we volgens Rutten nodig een “coherent and sufficiently detailed explanatory account enabling us to cognitively understand *how* or *under which circumstances*”, en die is er volgens hem niet. Dit is een opmerkelijke claim, want er is een gigantische berg evolutiebiologische, neurowetenschappelijke en psychologische literatuur op dit gebied (ik bespreek een klein deel hiervan in Klink, 2019a) waarin precies dergelijke verklaringen worden voorgesteld. Rutten gaat niet op deze literatuur in en laat dus geenszins zien dat zo’n verklaring niet bestaat of kan bestaan (het onderzoek staat nog in de kinderschoenen). Rutten doet dus een sterke uitspraak met een zware bewijslast die hij niet inlost.
Rutten doet wel een poging hiertoe zonder specifieke verklaringen te bespreken. Hij meent alle verklaringen categorisch van de hand te kunnen wijzen omdat “none of these theories provides a narrative that makes it understandable and intelligible *how* matter could generate consciousness”. Dit klinkt als Chalmers’ *hard problem of consciouness* (Chalmers, 1996), en dat is ook waar Rutten zich op beroept. Dit werkt echter niet om twee redenen. In de eerste plaats is het zeer de vraag of Chalmers’ *hard problem* überhaupt wel bestaat. Meerdere filosofen en neurowetenschappers hebben betoogd van niet, een conclusie die ik deel en beargumenteerd heb (Klink, 2019a; 2019b). Rutten kan dus niet domweg aannemen dat er inderdaad een *hard problem* is, maar dat doet hij wel, zonder in te gaan op de kritiek hierop. Hij lijkt niet eens op de hoogte te zijn van deze literatuur, aangezien hij er niets over meldt.
Het tweede probleem met Ruttens beroep op Chalmers’ *hard problem* is dat het op z’n best een argument voor eigenschapsdualisme is, geen argument voor de veel sterkere positie die Rutten nodig heeft, namelijk substantiedualisme. Deze positie claimt niet alleen dat bewustzijn niet te reduceren valt tot materie, maar dat bewustzijn zelfs geheel onafhankelijk kan bestaan van materie. Dit volgt helemaal niet uit the *hard problem* en Chalmers is dan ook geen substantiedualist zoals Rutten (integendeel, zie Chalmers, 1996). Er zijn goede argumenten tegen substantiedualisme (Klink, 2019a, 2019b) en Rutten weet die niet te weerleggen. De problemen met het substantiedualisme dat Rutten nodig heeft, zijn funest voor zijn argument.
Men zou Ruttens argument dat er geen verklaring is voor hoe bewustzijn ontstaat uit materie ook om kunnen draaien: als God zuiver bewustzijn is, hoe kan materie dan daaruit voortkomen? Rutten werpt tegen dat dit geen goede tegenwerping is voor zijn godsargument omdat God geen materie *hoeft* te scheppen (Hij kan een leeg universum scheppen of een universum met slechts immateriële wezens). Aangezien zo’n universum duidelijk niet het onze is, probeert Rutten toch met een verklaring te komen hoe de materie in ons universum kan voortkomen uit de immateriële geest van God. Zijn verklaring is een prachtig staaltje metafysische magie:
“God created initially no concrete objects. In the beginning God formed abstract objects from his thoughts. Afterwards God reified or hypostatized these thoughts as separately existing abstract objects. These abstracta were subsequently transformed by God into non-substantive concrete particulars (e.g., one or more singularities, space-times having radius zero or virtual particles having mass and charge zero). From these non-substantive concrete particulars, God brought substantive concrete simple objects into being. These substantive concreta evolved over a long period of time into the world of concrete composite substances as we know it.”
Is er ook maar enige onderbouwing voor deze zuiver filosofische speculatie? Nee. Slechts het wijzen op de metafysische mogelijkheid is voor Rutten blijkbaar genoeg. Ironisch genoeg meent Rutten dat de gedetailleerde en gedegen empirisch onderbouwde en toetsbare wetenschappelijke verklaringen voor bewustzijn ontoereikend zijn als “coherent and sufficiently detailed explanatory account”, maar dat zijn bovenstaande filosofische speculatie blijkbaar wel afdoende is om te laten zien hoe materie uit bewustzijn kan ontstaan. Deze verklaring is niets meer dan een metafysisch luchtkasteel, in tegenstelling tot de goed onderbouwde wetenschappelijke bewustzijnsverklaringen.
Ook gaat Rutten nog in op de tegenwerping dat als naturalisme *noodzakelijk* waar is, zijn eerste premisse onwaar is (wegens eerdere genoemde redenen). Naturalisme mag uiteraard niet domweg als noodzakelijk waar worden aangenomen, maar dat doen naturalisten ook niet. Zij menen dat naturalisme de meest waarschijnlijke *conclusie* is gezien onze beste kennis (Carroll, 2016). Rutten zal hun argumenten eerst moeten weerleggen, want als naturalisme waarschijnlijk waar is, zijn Ruttens beide premissen onhoudbaar en faalt zijn godsargument. Hij weerlegt deze argumenten voor naturalisme evenwel niet.
Tot slot komt Rutten nog met een opmerkelijke uitspraak: “I surely do not claim that the modal-epistemic argument is on its own sufficient to establish God’s existence”. Als zijn argument slaagt, is de conclusie volgens zijn publicatie uit 2014 echter: “the proposition that God exists is necessarily true”. Dat lijkt me toch een sterke claim dat God *moet* bestaan volgens dit argument. Rutten meent dat zijn argument “merely increases the overall likelihood of God’s existence”, maar het heeft niet de vorm van een waarschijnlijkheidsargument. Als het argument slaagt, is Gods bestaan (*sensu* Rutten) bewezen; als het faalt, is niets bewezen.
**Conclusie**
Ruttens modaal-epistemisch argument is een interessant nieuw argument voor Gods bestaan. Volgens mij volgt de conclusie als de premissen waar zijn, maar daar gaat het mis. De waarheid van zijn premissen hangt af van meerdere problematische epistemische en metafysische vooronderstellingen. Als je die vooronderstellingen niet deelt – en daar zijn goede gronden voor, zoals ik heb betoogd – zijn Ruttens premissen niet waar, of in ieder geval niet overtuigend, en dan komt zijn argument niet van de grond.
**Referenties**
Carroll, S. B. (2016). *The big picture.* Dutton.
Chalmers, D. J. (1996). *The conscious mind: In search of a fundamental theory*. Oxford university press.
Klink, B. (2019a). [Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf).
Klink. B. (2019b). Intuïtieve dwalingen: een repliek aan Rutten.[http://deatheist.nl/index.php/artikelen/663-intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/)
Klink, B. (2020). Bestaan er lichaamsloze geesten?. [http://deatheist.nl/index.php/artikelen/666-bestaan-er-lichaamsloze-geesten](https://www.deatheist.nl/bestaan-er-lichaamsloze-geesten/) .
Myers, D. G. (2002). *Intuition: Its powers and perils*. Yale University Press.
Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press.
Rutten, E. (2012). Een modaal-epistemich argument voor het bestaan van God. *Radix*, *38*(3), 206-215.
Rutten, E. (2014). A Modal-Epistemic Argument for the Existence of God. *Faith and Philosophy: Journal of the Society of Christian Philosophers*, *31*(4), 386-400.
Rutten, E. (2021). The modal-epistemic argument undefeated: reply to wintein. [https://www.gjerutten.nl/ReplyToWintein\_ERutten.pdf](https://www.gjerutten.nl/ReplyToWintein%5FERutten.pdf?ref=deatheist.nl)
Shtulman, A. (2017). *Scienceblind: Why our intuitive theories about the world are so often wrong*. Hachette UK.
Stewart-Williams, S. (2005). Innate ideas as a naturalistic source of metaphysical knowledge. *Biology and Philosophy*, *20*(4), 791-814.
Tavris, C., & Aronson, E. (2016). *Mistakes were made (but not by me): Why we justify foolish beliefs, bad decisions, and hurtful acts*. Pinter & Martin Ltd.
Wintein, S. (2018). The modal-epistemic argument for the existence of God is flawed. *International Journal for Philosophy of Religion*, *84*(3), 307-322.
### Reflectie op een discussie met een creationist
URL: https://www.deatheist.nl/reflectie-op-een-discussie-met-een-creationist/
Last updated: 2026-08-24T17:43:39.000Z
De afgelopen weken heb ik met creationist Nathan van Ree een discussie gevoerd over de vermeende grens tussen micro-evolutie en macro-evolutie. Dit was naar aanleiding van een van mijn vragen uit [Vragen voor welwillende creationisten](https://www.deatheist.nl/vragen-voor-welwillende-creationisten/). Van Ree schreef daar een [antwoord](https://logos.nl/waarom-kan-macro-evolutie-niet-een-optelsom-zijn-van-veel-micro-evolutie-over-lange-tijd/?ref=deatheist.nl) op, waarna op de Facebook-pagina van Logos een discussie tussen ons ontstond. Aangezien Facebook de reacties niet chronologisch plaatst en zo’n Facebook-discussie al snel onoverzichtelijk wordt, is Van Ree zo vriendelijk geweest om onze reacties op elkaar, per onderwerp onder elkaar te zetten, zodat een [overzichtelijk geheel](https://logos.nl/een-discussie-met-bart-klink-over-micro-en-macro-evolutie/?ref=deatheist.nl) ontstaat. Ik ben hem hier dankbaar voor, des te meer aangezien Logos het opmerkelijke beleid heeft posts na een bepaalde tijd te wissen, inclusief alle (soms zeer uitgebreide) reacties daaronder. Door het overzicht van Van Ree blijven onze reactie nu overzichtelijk bestaan en is de moeite die we er beiden ingestoken hebben niet voor slechts korte tijd geweest. Van Ree gaf aan de discussie hierbij te willen laten. Dat wil ik ook doen, na een opmerking over de discussie zelf en een aantal inhoudelijk opmerkingen.
**De discussie zelf**
Ik wil beginnen met mijn waardering uit te spreken voor de moeite die Van Ree heeft gestoken in zijn reacties. Hij heeft de nodige wetenschappelijke literatuur gelezen en gaat daar serieus op in, al denk ik niet dat hij daarin altijd even goed slaagt. Mijn ervaring is dat het raadplegen van technische wetenschappelijke literatuur zeldzaam is voor creationisten, in ieder geval voor de Nederlandse (waar ik de meeste ervaring mee heb). Hierdoor kan een inhoudelijke discussie ontstaan, in plaats van moddergooien, waar online discussie helaas maar al te vaak in ontaarden. Zijn toon is daarnaast beschaafd en prettig, ondanks de grote inhoudelijke verschillen. Desalniettemin vrees ik dat de inhoudelijke verschillen lastig te beslechten zullen zijn omdat die vooral ontstaan door wetenschapsfilosofische verschillen die niet door nog meer wetenschappelijk bewijs (evidentie) te beslechten zijn, hoe overtuigend die evidentie redelijkerwijs ook is. Voordat ik daaraan toekom eerst nog iets over micro- en macro-evolutie, waar mijn vraag tenslotte over ging.
**Micro- en macro-evolutie**
In de evolutiebiologie is er een helder onderscheid tussen micro-evolutie en macro-evolutie, zoals te lezen is in de handboeken (zoals [deze](https://evolution4e.sinauer.com/?ref=deatheist.nl)). Het eerste gaat om veranderingen binnen de [(biologische) soort](https://en.wikipedia.org/wiki/Species%5Fconcept?ref=deatheist.nl#Mayr's%5FBiological%5FSpecies%5FConcept), het tweede om veranderingen boven soortniveau, zoals [het ontstaan van mensen uit aapachtige voorouders](https://www.deatheist.nl/creationisten-en-menselijke-evolutie/) of [poten uit vinnen](https://www.evolutietheorie.ugent.be/index.php/over-evolutietheorie/faq/wat-de-great-chain-being-en-welke-invloed-had-dit-concept-op-evolutionair?ref=deatheist.nl). Dit is nodig als al het leven een gemeenschappelijke afstamming heeft. In de biologie is dit een onomstreden feit omdat er [bergen evidentie](http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/?ref=deatheist.nl) voor zijn, terwijl dat ook heel anders had kunnen zijn (zie de kopjes “Potential Falsification” onder de evidentie [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/?ref=deatheist.nl)).
Wél is er discussie in de wetenschap over de mechanismen achter deze veranderingen. Darwin zelf wist hier nog weinig over, maar dat veranderde met grote ontwikkelingen in de genetica in de 20e eeuw. De combinatie van Darwins inzichten en die genetica werd de [*moderne synthese*](https://en.wikipedia.org/wiki/Modern%5Fsynthesis%5F%2820th%5Fcentury%29?ref=deatheist.nl) genoemd. Sindsdien hebben de ontwikkelingen niet stilgestaan: de genetica ontwikkelde zich door, analyses van complete genomen werden mogelijk (genomica) en er werd veel meer bekend over hoe genetische veranderingen leiden tot veranderingen in vorm en functie ([ontwikkelingsbiologie](https://en.wikipedia.org/wiki/Developmental%5Fbiology?ref=deatheist.nl), [evo-devo](https://en.wikipedia.org/wiki/Evolutionary%5Fdevelopmental%5Fbiology?ref=deatheist.nl), zie ook [dit boek](https://press.princeton.edu/books/hardcover/9780691156460/homology-genes-and-evolutionary-innovation?ref=deatheist.nl)). Ook wordt er gediscussieerd over de relevantie van fenomenen als [evolvability](https://en.wikipedia.org/wiki/Evolvability?ref=deatheist.nl), [epigenetica](https://en.wikipedia.org/wiki/Epigenetics?ref=deatheist.nl), [fenotypische plasticiteit](https://en.wikipedia.org/wiki/Phenotypic%5Fplasticity?ref=deatheist.nl), [nicheconstructie](https://en.wikipedia.org/wiki/Niche%5Fconstruction?ref=deatheist.nl) en selectie op meerdere niveaus (van gen tot groepen). Op grond hiervan menen sommige evolutiebiologen dat de moderne synthese uitgebreid moet worden tot een [*extended evolutionary synthesis*](https://en.wikipedia.org/wiki/Extended%5Fevolutionary%5Fsynthesis?ref=deatheist.nl). Er is ook discussie over of het dezelfde mechanismen zijn die voor micro- en macro-evolutie zorgen, maar geen van hen beweert dat er een harde grens is tussen micro en macro, laat staan een onoverbrugbare (zoals creationisten menen). Deze discussie *binnen* de (evolutie)biologie over de *mechanismen* die (macro-)evolutie veroorzaken, worden [hier](https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rspb.2015.1019?ref=deatheist.nl) en [hier](https://royalsocietypublishing.org/doi/10.1098/rsfs.2016.0145?ref=deatheist.nl) uitgebreid besproken. Ongetwijfeld zullen er nog meer mechanismen ontdekt worden en zal de rol van al die mechanismen nog herzien gaan worden. Dit soort discussies zaaien echter geen twijfel over het *feit* van macro-evolutie omdat het over de *verklaring* van dat feit gaat.
Creationisten maken ook een onderscheid tussen micro- en macro-evolutie. Ze menen dat het eerste wel mogelijk is, maar het tweede niet. Het probleem hiermee is evenwel dat zij geen duidelijke definities geven van deze begrippen, waardoor ze ook niet duidelijk kunnen aangeven waar de volgens hen onoverbrugbare kloof tussen micro en macro ligt. Van Ree stelt ook in zijn laatste reactie: “Waar het om gaat is dat nog nooit is aangetoond dat deze veranderingen leiden tot een *ander type organisme*.” (zijn cursivering). Ook hij geeft evenwel niet aan wanneer daarvan sprake zou zijn en hoe we dat kunnen weten. Zo kunnen de doelpalen verplaatst blijven worden! Omdat creationisten hoe dan ook menen dat de evolutie van vin naar poot of van poot naar vleugel onmogelijk is, heb ik dat een aantal keer gebruikt als voorbeeld van macro-evolutie.
Ik heb gewezen op het feit dat deze overgangen niet alleen [goed gedocumenteerd zijn in het fossielenbestand](http://cup.columbia.edu/book/evolution/9780231180641?ref=deatheist.nl) (waardoor we weten *dat* de overgang heeft plaatsgevonden), maar ook dat steeds meer bekend is geworden over *hoe* deze overgang heeft plaatsgevonden. Vooral de groep van [Neil Shubin](https://oba.bsd.uchicago.edu/faculty/neil-h-shubin-phd?ref=deatheist.nl) heeft veel werk verricht op dit gebied (voor een recente en toegankelijke inleiding, zie [dit boek](https://www.penguinrandomhouse.com/books/540510/some-assembly-required-by-neil-shubin/?ref=deatheist.nl)). Evolutiebiologe Gerdien de Jong heeft al eerder een prachtige [uitleg](https://evolutiebiologie.blogspot.com/2011/07/vleermuisvleugel.html?ref=deatheist.nl) gegeven over hoe steeds duidelijker wordt hoe de vleugels van vleermuizen uit voorpoten zijn ontstaan. Ook dat lijkt me duidelijk macro-evolutie. Dergelijke steeds gedetailleerdere uitwerkingen laten zien hoe macro-evolutionaire veranderingen optreden en dat de vermeende onoverbrugbare grens tussen micro en macro van de creationisten dus niet bestaat. Creationisten kunnen dan naar andere voorbeelden wijzen, zoals Van Ree ook doet (Verklaar de ‘[Cambrische explosie’](https://en.wikipedia.org/wiki/Cambrian%5Fexplosion?ref=deatheist.nl) maar eens!), maar daarbij gaan ze voorbij aan het feit dat het plausibel maken van één duidelijk macro-evolutionaire overgang al voldoende is om het creationistische onderscheid tussen micro en macro onhoudbaar te maken.
Zullen dergelijke steeds verdergaande uitwerkingen macro-evolutionaire overgangen creationisten overtuigen? Nee. Dat ligt alleen niet aan een gebrek aan wetenschappelijk bewijs, maar aan de manier hoe daarmee omgegaan wordt. Creationisten hanteren namelijk niet de gangbare wetenschapsfilosofische uitgangspunten, maar veeleer uitgangspunten die lijken op die van een complotdenker. Daarop heeft wetenschappelijk bewijs helaas erg weinig effect.
**Wetenschapsfilosofische kwesties**
Ik wil me in de rest van deze reflectie dan ook niet richten op nóg meer wetenschappelijk bewijs. Dat heb ik al voldoende gedaan in mijn eerdere reacties in de discussie en ik denk niet dat nog meer bewijs iets uit gaat maken. Dat komt doordat deze discussie tussen de gangbare wetenschap enerzijds en creationisme anderzijds in de kern geen wetenschappelijke discussie is waarbij de reguliere wetenschappelijke criteria normatief zijn, maar een wetenschapsfilosofische over de uitgangspunten van wat wetenschap is en redelijkerwijs kan aantonen. Laat mij dit op een aantal punten toelichten.
Elke verklaring (hypothese, theorie) is namelijk ondergedetermineerd door de data (waarneming). Dit betekent dat je *altijd* een verklaring kunt vinden die bij de data past, hoe absurd, slecht onderbouwd of onwaarschijnlijk die verklaring ook is. Dit zie je ook heel duidelijk bij complotdenkers, zoals de [*9/11 truth movement*](https://en.wikipedia.org/wiki/9/11%5Ftruth%5Fmovement?ref=deatheist.nl) en nog recenter [*QAnon*](https://en.wikipedia.org/wiki/QAnon?ref=deatheist.nl). Zij hebben een rotsvaste overtuiging die ze bevestigd zien door zeer selectief naar de data te kijken en door alle tegenstrijdige data ‘weg te verklaren’ met ad-hocverklaringen. Dit zijn verklaringen die alleen voor dit doel worden geopperd, zonder dat daar onafhankelijke, ondersteunende evidentie voor is. In de wetenschap sta je hiermee niet sterk, zeker niet als je verklaring hiervan aan elkaar hangt.
Het wordt ook prachtig gedemonstreerd door platte-aarde-gelovigen: waarnemingen die wijzen op een ronde aarde zijn illusies, foto’s uit de ruimte zijn gefotoshopt en astronauten lichten de boel op. Hoezo bewijs voor een ronde aarde? Zo kun je *altijd* vast blijven houden aan je theorie, wat voor bewijs er ook gepresenteerd wordt. Iets vergelijkbaars doen creationisten.
Dit blijk onder andere uit hoe ze omgaan met [overgangsvormen](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/ReactieOpRafaelBenjamin.pdf), of (morfologische) tussenvormen, zoals fossielen die qua vorm tussen vin en poot in zitten. Waar creationisten vroeger nog ontkenden dat dergelijke fossielen er zijn, proberen ze deze fossielen nu weg te verklaren als ‘[mozaïekvorm](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/)’ (ad hoc en bovendien ontoetsbaar) en erop te wijzen dat je nooit met zekerheid kunt zeggen dat er een evolutionaire relatie tussen die fossielen is (een onredelijk hoge eis). Waar ze geheel aan voorbij gaan, is dat de gevonden overgangsvormen bevestigingen zijn van concrete en toetsbare voorspellingen, terwijl dat ook *niet* zo had kunnen zijn (falsificatie).
Hetzelfde geldt voor een belangrijke drijvende kracht achter evolutie: [genduplicatie](https://en.wikipedia.org/wiki/Gene%5Fduplication?ref=deatheist.nl). Dit werd in de jaren 1970 verondersteld als belangrijke bron van nieuwe genetische informatie, hetgeen later door genoomonderzoek ook [uitgebreid bevestigd](https://global.oup.com/ushe/product/the-origins-of-genome-architecture-9780878934843?cc=us&lang=en&&ref=deatheist.nl) is (zie ook [hier](https://evolutiebiologie.blogspot.com/2017/10/genduplicaties-bij-de-vleet%5F16.html?ref=deatheist.nl), [hier](https://evolutiebiologie.blogspot.com/2017/10/een-nieuw-stuk-poot-door-een-nieuw-gen.html?ref=deatheist.nl) en [hier](https://evolutiebiologie.blogspot.com/2017/10/dubbelop-maar-een-beetje-anders.html?ref=deatheist.nl) voor uitleg en voorbeelden in het Nederlands). Ondertussen zijn geduplicaties experimenteel waargenomen (zie de referenties in de discussie), wat de creationistische claim dat ze slechts het genoom kunnen ontwrichten aantoonbaar onjuist maakt. Ook al kun je niet alles onder je ogen zien gebeuren, je kunt wel voorspellen wat zou moeten blijken uit genoomanalyses, en dat wordt ook aangetroffen. Waar Van Ree slechts veronderstellingen ziet, zien evolutiebiologen toetsbare voorspellingen die uitkomen en aannames die gebaseerd zijn op goede evidentie, zoals je van goede wetenschap mag verwachten
Niets wat in het verleden heeft plaatsgevonden, kun je met absolute zekerheid bewijzen. Dit geldt ook voor de geschiedkunde en rechtspraak. Het gaat er dan om welk bewijs je wel en niet mag verwachten en of dat er (niet) is. Concrete, toetsbare voorspellingen dus die empirische toetsing moeten kunnen doorstaan, geen [*just so stories*](https://en.wikipedia.org/wiki/Just%5FSo%5FStories?ref=deatheist.nl), zoals Van Ree en andere creationisten menen. Op die manier kun je reconstrueren wat er waarschijnlijk gebeurd moet zijn, ook al is niet elk detail ingevuld of met zekerheid te bewijzen. Dit is hoe rechercheurs en rechters werken en denken. Voor evolutiebiologen en andere wetenschappers die zich met het verleden bezighouden, is dat niet anders.
Of neem het creationistische argument dat (anatomische, genetische, embryologische enz.) overeenkomsten niet wijzen op gemeenschappelijke afstamming, maar op gemeenschappelijk ontwerp. Ook dit is een claim die niet te toetsen is en waarmee *elke* waarneming verklaard kan worden. Dit is hierdoor geen wetenschappelijke verklaring, maar een geloof, en daar is geen wetenschappelijk bewijs tegen opgewassen. Ook voor overeenkomsten die op z’n minst vreemd zijn vanuit het creationistische gedachtegoed, zoals de [anatomische, genetische en embryologische overeenkomsten](https://letterstocreationists.wordpress.com/2021/01/21/whale-origins-a-test-case-for-evolution/?ref=deatheist.nl) tussen walvisachtigen en landdieren (zie ook [dit boek](https://www.ucpress.edu/book/9780520305601/the-walking-whales?ref=deatheist.nl) of [dit artikel](https://evolution-outreach.biomedcentral.com/articles/10.1007/s12052-009-0135-2?optIn=false&ref=deatheist.nl)), zijn ongetwijfeld een aantal ad-hocverklaringen te bedenken. Van Ree doet dit ook. Wat valt daar dan nog wetenschappelijk tegenin te brengen? Hij verwijst ook nog naar wat YouTube-filmpjes, maar die bestaan uit een aaneenschakeling van onbegrip en onjuistheden (zie [hier](https://www.youtube.com/watch?v=zbkmbi8ggMI&t=0s&ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.youtube.com/watch?v=Giylyd9zBN8&ref=deatheist.nl)) en gaan bovendien niet over de opmerkelijke overeenkomsten waar ik het over had.
Tegen (macro-)evolutie *had* daarentegen heel veel evidentie ingebracht kunnen worden. Toen Darwin zijn theorie opstelde, leek de aarde nog te jong, een probleem dat met latere dateertechnieken [opgelost werd](http://www.talkorigins.org/faqs/faq-age-of-earth.html?ref=deatheist.nl). Maar stel dat die dateertechnieken consistent op een aarde van een paar duizend jaar hadden gewezen? Dat zou een gigantisch probleem zijn voor macro-evolutie! Het had ook zo kunnen zijn dat er fossielen van alle grote groepen dieren – laten we zeggen [families](https://en.wikipedia.org/wiki/Family%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl) – in de oudste aardlagen werden gevonden, wat ook een groot probleem zou betekenen. Dergelijke fossielen worden echter niet gevonden, terwijl dat goed had gekund en nog steeds kan. De fossiele overgangsvormen die Darwin al voorspelde, werden daarentegen in [grote mate gevonden](http://cup.columbia.edu/book/evolution/9780231180641?ref=deatheist.nl) én in de juiste aardlagen. Darwin wist ook niets van moderne genetica. Als verschillende groepen dieren verschillende soorten erfelijk materiaal hadden gehad, was gemeenschappelijke afstamming weerlegd. Ook als er geen mechanisme was geweest waardoor genetische informatie kan toenemen, was macro-evolutie onmogelijk, maar [dat is er wel](https://global.oup.com/ushe/product/the-origins-of-genome-architecture-9780878934843?cc=us&lang=en&&ref=deatheist.nl) én uitgebreid gedocumenteerd. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van concrete, toetsbare voorspellingen die je op grond van evolutie kunt doen en juist bleken te zijn, terwijl dat niet had gehoeven. Dit is hoe goede wetenschap werkt.
Waarnemingen moet altijd geïnterpreteerd worden en elke interpretatie is met voldoende kunst-en-vliegwerk vol te houden. Dit is een punt waar creationisten vaak op wijzen: het is slechts een kwestie van *interpretatie,* het hangt af van wat je *aannames* zijn. Ook complotdenkers gebruiken dit mantra. Dit lijkt te wijzen op een soort van (blind) geloof, wat bij creationisten inderdaad het geval is, zoals uit ook uit hun *Statements of faith* blijkt (zie o.a. [hier](https://answersingenesis.org/about/faith/?ref=deatheist.nl)). Ook lijkt de notie van interpretatie bij creationisten en andere complotdenkers eindeloos oprekbaar, zodat altijd de gewenste en vooraf al vaststaande conclusie mogelijk is. In de wetenschap werkt dat anders.
Het gaat er immers niet om of de data anders geïnterpreteerd *kunnen* worden (dat kan altijd), of dat een bepaalde verklaring *uitgesloten* kan worden (dat is vrijwel onmogelijk), maar wat de meest *redelijke* verklaring voor de data is. Het gaat er evenmin niet om óf bepaalde aannames gemaakt worden – er worden *altijd* aannames gemaakt – maar welke aannames *redelijk* zijn. Die redelijkheid wordt bepaald door of er voor de aanname of interpretatie evidentie is, of ze getoetst kunnen worden, of ze consistent zijn met andere betrouwbare kennis, of het niet om ad-hocverklaringen gaat, enz. Dit zijn gangbare wetenschapsfilosofische criteria die wetenschappers in alle disciplines toepassen. Macro-evolutie scoort op deze punten goed, creationisme niet.
Dit bleek ook weer uit mijn discussie met Van Ree. In een wetenschappelijke discussie kun je aangeven welke concrete evidentie je zou kunnen overtuigen van je ongelijk. Van Ree kan dat naar eigen zeggen niet: “vooralsnog kan ik geen reëel, concreet voorbeeld bedenken, gegeven wat er allemaal al bekend is.” Ook dit bewijst dus dat we geen wetenschappelijke discussie gevoerd hebben.
**Open vragen**
Ook al wordt steeds meer opgehelderd en tot in detail uitgewerkt, open vragen zullen er altijd blijven. Dat is inherent aan wetenschap. Mag je daaruit concluderen dat naturalistische verklaringen tekortschieten en dat we zelfs naar bovennatuurlijke verklaringen moeten grijpen? Nee, dat wordt nergens in de wetenschap gedaan. Laat me dit illustreren aan de hand van twee voorbeelden uit mijn eigen vakgebied, de bewegingswetenschappen.
Lange tijd werd melkzuur aangevoerd als verklaring voor zowel spierpijn als vermoeidheid. In beide gevallen is deze verklaring nu verworpen. Voor beide fenomenen zijn nu andere verklaringen, en die worden steeds verder uitgewerkt. Betekent dit dat deze huidige verklaringen het laatste woord zijn? Dat alles nu tot in de kleinste details is uitgewerkt? Dat er geen open vragen meer zijn? Dat we dan maar bovennatuurlijke verklaringen moeten gaan overwegen? Het antwoord is vier keer ‘nee’. Het betekent dat we met complexe fenomenen te maken hebben waarover nog veel te leren valt.
Of neem de vraag hoe beweging gecoördineerd wordt, wellicht dé heilige graal van de bewegingswetenschappen. Het is een ongelofelijk complex en veelzijdig probleem waar al meer dan een eeuw hard aan gewerkt wordt. De verschillende (fysiologische, anatomische, biomechanische, psychologische en neurologische) onderdelen van het vraagstuk worden steeds beter begrepen en een aantal theorieën proberen deze onderdelen op een abstract niveau bij elkaar te brengen tot een overkoepelende verklaring. Een volledig uitgewerkte verklaring die empirisch volledig onderbouwd en op alle punten getoetst is, is er echter nog niet. Veel vragen staan nog open en sommige problemen lijken buitengewoon lastig op te lossen. Een volledige verklaring zal er dan ook voorlopig niet komen, zeker niet gezien de complexiteit en veelzijdigheid van het vraagstuk. Dat is waar we na ruim een eeuw veel en goed onderzoek staan. Is dat erg? Natuurlijk niet! Is dat een reden om de naturalistische zoektocht op te geven en hulp van boven te vragen? Evenmin. Het betekent ook hier dat wetenschappers nog veel werk te doen hebben. Dit is hoe wetenschap werkt.
Toch vragen creationisten wél een antwoord op alle vragen over evolutie. Bij elk antwoord wordt om nóg meer detail gevraagd, of er wordt overgegaan naar een andere vraag, het liefst een vraag waar nog weinig onderzoek naar gedaan is, of een vraag waar door de aard van de vraag weinig over bekend is (zoals genetische eigenschappen van precambrische dieren). Als er dan geen volledig uitgewerkt antwoord komt, concludeert de creationist trots dat er geen naturalistische verklaring is. Dit werd ook weer gedemonstreerd in de discussie met Van Ree.
Zo wordt steeds duidelijker hoe grote evolutionaire veranderingen ontstaan door aanpassingen in [genregulerende netwerken](https://en.wikipedia.org/wiki/Gene%5Fregulatory%5Fnetwork?ref=deatheist.nl). De creationist verplaatst dan de discussie naar hoe die netwerken zelf ontstaan zijn, waar nog minder over bekend is. Wordt een bepaalde evolutionaire overgang steeds beter bekend uit het fossielenbestand (zoals die van vin naar poot)? Dan verlegt de creationist de aandacht naar waar de cambrische dieren vandaan komen, waar nog minder over bekend is. Dit ‘spel’ kan de creationist eindeloos blijven spelen, want er zullen altijd gaten in onze kennis blijven. De conclusie die de creationist hieruit trekt, namelijk dat dit een (groot) probleem is voor de evolutiebioloog, is evenwel nog even ongeldig ([argumentum ad ignorantiam](https://nl.wikipedia.org/wiki/Argumentum%5Fad%5Fignorantiam?ref=deatheist.nl)).
Bij complotdenkers zie je dezelfde manier van redeneren: in elk gat in de gangbare verklaring zien ze een bewijs voor hun eigen gelijk. Ook is een redeneervergelijking te trekken met mensen die geloven dat de Egyptenaren nooit op eigen kracht de piramides gebouwd kunnen hebben en dat ze dus [hulp van buitenaardse wezens](https://en.wikipedia.org/wiki/Ancient%5Fastronauts?ref=deatheist.nl#Megalithic%5Fsites) gehad moeten hebben. Ongetwijfeld hebben egyptologen nog geen antwoord op alle vragen, maar daaruit volgt niet dat die antwoorden er niet zijn, en al helemaal niet dat dus aliens ingegrepen hebben. Ook over aardbevingen weten we nog niet alles. Betekent dit dan dat we toch een rol voor de god [Poseidon](https://nl.wikipedia.org/wiki/Poseidon%5F%28mythologie%29?ref=deatheist.nl) maar moeten overwegen?
Open vragen zullen er altijd blijven in de wetenschap, en elk antwoord roept weer nieuwe vragen op. Hieruit kun en mag je niets anders concluderen dan dat we een hoop gewoon niet weten. Dat drijft nieuwe wetenschap. Op onwetendheid kun je geen argument baseren, zoals (intelligent design) creationisten doen.
**Vermeende onherleidbare complexiteit**
Aan het einde van de discussie lijkt Van Ree, in navolging van Michael Behe (een aanhanger van [*intelligent design*](https://en.wikipedia.org/wiki/Intelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl), geen jong-aarde-creationist als Van Ree) toch met een toetsbare voorspelling te komen:
*In zijn boek geeft Behe zelf een manier waarop IC wél gefalsificeerd zou kunnen worden:*
*“To falsify design theory a scientist need only experimentally demonstrate that a bacterial flagellum, or any other comparably complex system, could arise by natural selection.” (p. 49-50) Het feit dat in geen enkele kritiek op IC van iets dergelijks sprake is, toont aan dat een dergelijke verklaring niet gegeven kan worden.*
Blijkbaar verwachten Behe en Van Ree dat iets complex als een bacterieel zweepstaartje, dat waarschijnlijk het product is van miljoenen jaren evolutie ergens aan het begin van de *Tree of Life* (en daarmee lastig te reconstrueren), ‘even’ onder onze ogen experimenteel kan ontstaan. Pas dan zou Behe’s idee van ‘onherleidbare complexiteit’ ([*irreducible complexity*](https://en.wikipedia.org/wiki/Irreducible%5Fcomplexity?ref=deatheist.nl), IC) weerlegd zijn. Iemand die ook maar iets snapt van hoe evolutie werkt, ziet meteen wat een absurde en onredelijke eis dit is. Behe komt daarmee met een potentiële weerlegging die zo onrealistisch is dat het feitelijk helemaal niet te weerleggen valt, een schijnvoorstelling dus. Ik kan me overigens bijna niet voorstellen dat Behe dit zelf niet ook inziet. Behe komt graag met moleculaire voorbeelden die onherleidbaar complex zouden zijn omdat die niet fossiliseren en hun evolutionaire geschiedenis dus lastiger te achterhalen is. Voor anatomische structuren die volgens dezelfde definitie onherleidbaar complex zouden moeten zijn, zoals de vleugels van vogels om mee te vliegen, geldt dit niet (er zijn veel fossielen bekend) en daar hoor je Behe dan ook niet over (zie hoofdstuk 5 uit [dit boek](https://www.degruyter.com/document/isbn/9780813560328/html?ref=deatheist.nl)).
Absurd hoge eisen stellen en met onmogelijke potentiële weerleggingen komen, is overigens ook een tactiek van complotdenkers (‘Bewijs maar dat het vaccin 100% veilig is!’). En zelfs áls de evolutie van het zweepstaartje zeer aannemelijk gemaakt zou worden (een goede start daarvan is al een [tijd](https://www.nature.com/articles/nrmicro1493?ref=deatheist.nl) [geleden](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC1852327/?ref=deatheist.nl) [gemaakt](https://science.sciencemag.org/content/347/6225/1014?ref=deatheist.nl), zie ook [hier](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC5540182/?ref=deatheist.nl)), dan heeft Behe altijd nog de uitweg om gewoon een ander voorbeeld te kiezen waar nog weinig over bekend is. De biologische wereld is groot genoeg om dit ‘spelletje’ eindeloos door te kunnen spelen. Met wetenschap heeft dit evenwel niets te maken.
**Tot slot**
Tot slot vraag Van Ree zich af:
*“Waarom Bart Klink tenslotte hoopt dat ik ook nog eens op het punt kom dat ik “tot inkeer \[kom\] en uiteindelijk de bewijzen niet meer \[kan\] negeren of ‘wegverklaren’” weet ik niet zo goed. Wat heeft iemand daaraan? Het gaat hier niet om een wedstrijd die gewonnen moet worden of ‘zieltjes’ die gewonnen moeten worden voor ‘het atheïsme’, lijkt me.”*
Mijn voornaamste antwoord is dat ik als docent, wetenschapper en mens hoop dat iedereen een zo goed mogelijk beeld van de werkelijkheid heeft. De werkelijkheid is te mooi, groots, en fascinerend om dat iemand te onthouden of te ontnemen, zoals fundamentalistische geloofsovertuigingen (kunnen) doen. Daarnaast denk ik dat twijfel, openstaan voor je eigen ongelijk en je laten leiden door het meest overtuigende bewijs fundamentele en zeer belangrijke epistemologische (kentheoretische) waarden zijn. Dit is ook wat ik mijn studenten bijbreng als zodanig en wat ik van groot maatschappelijke belang acht, op elk gebied.
Creationisme is het antoniem hiervan: met een *Statement of faith* worden *vooraf* onbetwijfelbare waarheden vastgesteld waar *geen enkele evidentie* verandering in kan brengen. Dit is een fundamenteel anti-wetenschappelijke houding, daar niets in de wetenschap boven twijfel verheven mag zijn en de evidentie gevolgd moet kunnen worden, waarheen dat ook moge leiden.
Nu weet ik dat het in de praktijk niet zo werkt. Mensen staan niet zo open en zijn niet zo redelijk als ik graag zou willen zien. Aan de andere kant zijn ook creationisten niet zo ongevoelig voor twijfel en hun eigen ongelijk als ze zelf beweren in hun *Statements of faith*. Een gesprek of discussie kan zaadjes van twijfel zaaien, en die kunnen uitgroeien tot een herziening van overtuigingen, zelfs rotsvaste en fundamentele overtuigingen. Ik ken daar ondertussen genoeg voorbeelden van.
Dat is ook de reden waarom ik discussies blijf voeren en mensen wetenschap blijf uitleggen, niet alleen bij creationisten, maar zeker ook nu bij mensen die tegen vaccinatie zijn, de ernst van de coronapandemie loochenen of zelfs ontkennen dat het virus bestaat. Het gaat mij dus niet om ‘zieltjes te winnen voor het atheïsme’ (ik heb niets tegen gelovigen waar ik geen last van heb), maar om mensen een zo’n goed mogelijk beeld van de werkelijkheid en epistemologische deugden bij te brengen. Dat hoop, wil en doe ik als docent, wetenschapper en mens.
### Verricht God wonderen? Kritische kanttekeningen bij vermeend goddelijk ingrijpen
URL: https://www.deatheist.nl/verricht-god-wonderen-kritische-kanttekeningen-bij-vermeend-goddelijk-ingrijpen/
Last updated: 2026-08-22T17:48:19.000Z
In veel religieuze tradities spelen wonderen een grote rol. Het jodendom kent de door God gestuurde plagen in Egypte, waarna de Israëlieten bevrijd werden (de Exodus), een miraculeuze doortocht door een zee volgde en het Beloofde Land met goddelijke hulp veroverd werd. Het christendom heeft de geboorte van Jezus uit een maagd, het veranderen van water in wijn, lopen over water en natuurlijk het centrale wonder: opstanding uit de dood. Mohammed zou alleen door een wonder als analfabeet de Koran in hoogstaand Arabisch kunnen schrijven. Ook in hindoeïstische en boeddhistische verhalen komen veelvuldig wonderen voor. Wat moeten we van dergelijke claims denken? Vinden wonderen echt plaats en wat bewijst dat dan?
Eerst moeten we stilstaan bij de vraag wat nu precies een wonder is, wanneer we daadwerkelijk kunnen spreken van een wonder. Zeldzame, bijzondere en betekenisvolle gebeurtenissen vinden plaats – ook in het leven van atheïsten – maar dat hoeft nog geen wonder te zijn. Ik zou een wonder dan ook willen definiëren als *bovennatuurlijk ingrijpen in de natuurlijke gang van zaken*. Bij dergelijke claims worden eventueel zelfs natuurlijke wetmatigheden (natuurwetten) doorbroken. De gebeurtenis gaat volgens onze beste kennis dus in tegen de normale werking van de natuur. Een wonder is daarmee *per definitie* *zeer* *onwaarschijnlijk* gezien onze beste kennis.
Het is belangrijk op te merken dat wonderen alleen hoogst onwaarschijnlijk zijn als we niet reeds vooronderstellen dat een almachtig God bestaat. Als we bijvoorbeeld al weten dat de christelijke God bestaat, is het niet vreemd dat Hij wonderen verricht, zoals de Bijbel laat zien. Dan is er echter geen sprake van een wonder als argument voor het bestaan van God, want dat zou een cirkelredenering zijn. Een gelovige die een atheïst of agnost wil overtuigen, mag het bestaan van God dus niet vooronderstellen, maar moet de wonderclaim aannemelijk maken, waaruit dan geconcludeerd wordt dat God bestaat.
Alvorens we aankomen bij de echte vermeende wonderen, is het goed om eerst twee soorten gebeurtenissen te bespreken die ook soms als wonderlijk worden gezien, maar het niet zijn in de zin die hier relevant is. Zo is de geboorte van een kind voor ouders een dusdanig bijzondere gebeurtenis dat ze vaak spreken van een wonder, maar dat is niet een wonder in bovenstaande zin. Ook een bijzondere en betekenisvolle, maar toevallige samenloop van omstandigheden, zoals het denken aan een oude vriend en die vervolgens op straat tegenkomen, is dat niet. Dergelijke voorvallen zijn aan de hand van statistiek goed te verklaren, zoals Klaas Landsman in zijn boek [*Naar alle onwaarschijnlijkheid*](https://books.google.nl/books/about/Naar%5Falle%5Fonwaarschijnlijkheid.html?id=i15NDwAAQBAJ&source=kp%5Fbook%5Fdescription&redir%5Fesc=y)mooi laat zien, ook al vinden veel mensen zo’n statistische verklaring maar weinig psychologisch bevredigend.
Een echt wonder is dus een sterkere claim: het moet ingaan tegen onze beste kennis van de normale werking van de natuur. De aan het begin genoemde voorbeelden doen dat, ze doorbreken zelfs natuurwetten, zoals [behoud van energie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Wet%5Fvan%5Fbehoud%5Fvan%5Fenergie?ref=deatheist.nl) (materie kan niet vanuit het niets verschijnen), de zwaartekracht of de [tweede wet van de thermodynamica](https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede%5Fwet%5Fvan%5Fde%5Fthermodynamica?ref=deatheist.nl), die verbiedt dat dode lichamen weer tot leven komen. Het doorbreken van een natuurwet is overigens niet noodzakelijk om van een wonder te kunnen spreken. Als een mens zonder hulpmiddelen in staat zou zijn om de [100 meter sprint](https://nl.wikipedia.org/wiki/100%5Fmeter%5F%28atletiek%29?ref=deatheist.nl) in 5 seconden te lopen (het huidige wereldrecord is 9,58 seconde), zou geen natuurwet gebroken zijn (er zijn immers [dieren](https://www.bbc.com/news/science-environment-22861142?ref=deatheist.nl) die dit kunnen), maar volgens onze beste kennis van menselijke anatomie, fysiologie en biomechanica is het toch onmogelijk. Hierom mogen we terecht spreken van een wonder, zeker als dat bijvoorbeeld ook nog na gebed gebeurt.
Er zijn filosofen die stellen dat natuurwetten *onmogelijk* doorbroken kunnen worden door een wonder, omdat het dan *per definitie* niet meer om een natuurwet zou gaan. Dit is een triviaal punt en mijns inziens niet zo’n sterk argument. Als er daadwerkelijk een almachtige God bestaat, kan Hij natuurwetten doorbreken, áls Hij dit wil. We kunnen dan nog steeds zinvol spreken van een (doorbroken) natuurwet omdat het duidelijk is dat zonder de goddelijke ingreep de natuurlijke gang van zaken doorgang had gevonden.
Precies om deze reden kunnen en mogen we wel zeggen dat het breken van een natuurwet *zeer onwaarschijnlijk* zou zijn. De natuurlijke gang van zaken, en zeker de natuurwetten, zijn uitgebreid wetenschappelijke getoetst en bevestigd. Ook onze dagelijkse ervaring is dat natuurwetten niet geschonden worden. Het is dus niet slechts een filosofische aanname, zoals sommige verdedigers van wonderen menen. Wonderclaims zijn dan ook *buitengewone* claims om deze reden, en bij dergelijke claims moeten we extra kritisch zijn en mogen we extra sterk bewijs verwachten.
De vraag is dus of er overtuigend bewijs (evidentie) is om een wonderclaim te accepteren. De Schotse filosoof David Hume (17-11-1776) [schreef](https://infidels.org/library/historical/david%5Fhume/human%5Funderstanding.html?ref=deatheist.nl) hierover al: "That no testimony is sufficient to establish a miracle, unless the testimony be of such a kind, that its falsehood would be more miraculous, than the fact, which it endeavours to establish”. Over dit maxime is door filosofen de nodige discussie gevoerd, vooral over of het niet te sterk geformuleerd is. Ik zou het iets voorzichtiger formuleren: het is vrijwel altijd waarschijnlijker dat degene die de wonderclaim doet zich vergist (of de boel bedriegt) dan dat een god daadwerkelijk ingrijpt in de natuurlijke gang van zaken.
In principe is het mogelijk dat de waarheid van een getuigenverklaring, zeker in combinatie met ander bewijs, aannemelijker is dan alternatieve verklaringen. Dit bijvoorbeeld zou het geval kunnen zijn als meerdere, onafhankelijke, betrouwbare, onderlegde en kritische onderzoekers zonder belang onder goede omstandigheden een wonder zouden waarnemen. Stel dat vele betrouwbare historici in Jezus’ tijd onafhankelijk van elkaar hadden vermeld dat tijdens Jezus kruisiging het [drie uur lang donker werd in het hele land](https://en.wikipedia.org/wiki/Crucifixion%5Fdarkness?ref=deatheist.nl) (Marc. 15:33; Mat. 27:45; Luc. 23:44-45), dan zou dat een zeer sterke getuigenverklaring van dit vermeende wonder zijn. Geen enkele historicus uit die tijd vermeldt dit ‘wonder’ echter, wat zeer opmerkelijk is als het werkelijk midden op de dag drie uur donker was in heel het land. Om Humes maxime toe te kunnen passen, zullen we de waarschijnlijkheid van beide dus moeten onderzoeken en beoordelen. Hierbij moeten we ons een aantal kritische vragen stellen.
**Kloppen de feiten?**
Als eerste moeten we controleren of de feiten van het wonderverhaal wel kloppen. Wonderverhalen zijn vaak (veelvuldig) overgeleverd, uit een andere tijd en/of een andere plaats. Hierdoor zijn ze vaak lastig te controleren. Deze overlevering moet betrouwbaar zijn. Uiteraard moet ook degene die het vermeende wonder heeft meegemaakt of heeft gezien betrouwbaar zijn. Als we goede redenen hebben om aan de betrouwbaarheid te twijfelen en de verhalen ook niet kunnen controleren, kunnen we als kritische onderzoekers de verhalen niet als geloofwaardig beschouwen.
Dit probleem speelt in het bijzonder bij [historische religieuze teksten](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WoordvanGod.pdf), zoals de Bijbel. De verhalen komen uit een ver verleden en het is meestal niet duidelijk hoe ze ontstaan zijn. Ze komen uit een pre-wetenschappelijke tijd, waarin de meeste mensen analfabeet en goedgelovig waren. Meestal zijn dergelijke verhalen niet opgeschreven door objectieve geschiedschrijvers, maar door gelovigen die belang hadden bij de geloofwaardigheid van het verhaal. We weten ook meestal niet wie de verhalen als eerste opgeschreven heeft en wanneer dat was. De oudste manuscripten zijn vrijwel altijd veel jonger dan de oorspronkelijke teksten, en we weten dat de overlevering van manuscripten niet geheel betrouwbaar is.
Zelfs in deze tijd, met alle moderne media en onderzoekmogelijkheden, is het niet altijd gemakkelijk vast te stellen of een opmerkelijk verhaal klopt. Nepnieuws tiert ook nu welig, en velen willen het maar al te graag geloven en delen. Dit probleem met het vaststellen van de feiten is nog vele malen groter bij historische verhalen, en wonderverhalen in het bijzonder. Hier ligt dus een eerste zware taak voor de verdediger van een wonderclaim: aannemelijk maken dat de feiten van het verhaal kloppen.
In sommige gevallen kunnen we historische wonderclaims historisch onderzoeken op aannemelijkheid. Als God bijvoorbeeld werkelijk plagen over Egypte heeft gestuurd in de tijd dat dit volgens de Bijbel gebeurd zou zijn, zou dat grote consequenties moeten hebben gehad voor de Egyptische samenleving en economie. Daar is echter geen spoor van terug te vinden. Ook het instorten van de muren van Jericho door een wonder is [historisch problematisch](https://en.wikipedia.org/wiki/Battle%5Fof%5FJericho?ref=deatheist.nl#Origins%5Fand%5Fhistoricity): toen de Israëlieten daar volgens de Bijbel aankwamen, was de stad al een ruïne. In dergelijke gevallen is het dus niet alleen zo dat we niet weten of de verhalen *wel* kloppen, we weten dat ze *niet* kloppen. Als de controleerbare verhalen al regelmatig niet kloppen, moeten we extra sceptisch zijn bij verhalen die niet te controleren zijn.
**Was het echt een wonder?**
De volgende vraag is of er wel echt sprake is van een wonder. Elke ervaring of gebeurtenis moet geïnterpreteerd worden, en de vraag is of die interpretatie klopt. Zeker in pre-wetenschappelijke tijden zagen mensen iets wat ze niet begrepen al snel als iets bovennatuurlijks. Dit geldt nog steeds voor veel mensen die in gebieden leven waar wetenschappelijke kennis weinig bekend is en (bij)geloof welig tiert. Een gelovige die bidt om regen in tijd van droogte, zal een spoedig optredende regenbui waarschijnlijk als een wonder zien, terwijl er een goede meteorologische verklaring is.
Hetzelfde geldt voor bijzondere samenlopen van omstandigheden. Die kunnen door mensen om psychologisch begrijpelijke redenen als zeer bijzonder worden gezien, misschien zelfs als wonderlijk, maar ze zijn statistische goed te verklaren. Stel dat *na* gebed iemand geneest, de ramp stopt of de oorlog gewonnen wordt, wil dat niet zeggen dat dit ook *door* dat gebed komt. Deze drogreden staat bekend als [*prop hoc ergo propter hoc*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Post%5Fhoc%5Fergo%5Fpropter%5Fhoc?ref=deatheist.nl). Er is méér nodig om te laten zien dat er een oorzakelijk verband is, en niet slechts een toevallig samenloop van omstandigheden.
Ook is het belangrijk te bedenken dat onze kennis beperkt is. Soms gebeuren er dingen die we op dat moment niet kunnen verklaren, maar dat wil niet zeggen dat ze ook onverklaar*baar* zijn, en zeker niet dat het *dus* een wonder is. Er zijn allerlei fenomenen die men vroeger zag als een goddelijke ingreep, maar waar we nu goede wetenschappelijke verklaringen voor hebben, zoals aardbevingen, het weer, ziekte en gezondheid. Wellicht is er ook zo af en toe sprake van een *lusus naturae*, een speling der natuur, waarbij de natuurlijke gang van zaken spontaan doorbroken wordt. Ook deze natuurlijke verklaring is niet uit te sluiten.
Als de feiten al kloppen, moet de gelovige dus aannemelijk maken dat het om een echt wonder gaat, en niet om een verkeerde interpretatie of herinnering, een bijzondere samenloop van omstandigheden of iets opmerkelijks wat slechts *nog* niet verklaard is. Dit is een forse bewijslast. Daarbovenop moet de gelovige nog aannemelijk maken dat het *zijn* god is die het wonder verricht heeft, en niet een andere god, bovennatuurlijke macht of zelfs een buitenaardse intelligentie die met ons dolt. Dit zijn immers allemaal logische mogelijkheden.
**Is er overtuigend bewijs?**
Op de gelovige die zijn wonderclaim aannemelijk wil maken, rust dus een driedubbel zware bewijslast. Zijn bijzondere claim moet feitelijk kloppen, het moet een echt wonder zijn en zijn god moet ervoor verantwoordelijk zijn. Hij kan dan ook alleen aan deze bewijslast voldoen als hij zijn buitengewone verhaal kan staven met buitengewoon sterk bewijs, een principe dat in het Engels bekend staat als [e*xtraordinary claims require extraordinary evidence*](https://en.wikipedia.org/wiki/Sagan%5Fstandard?ref=deatheist.nl).
Dit principe wordt toegepast in de wetenschap, rechtspraak en in het dagelijks leven. Als iemand beweert de zwaartekracht te kunnen tarten door te zweven, geloven we hem niet op zijn woord, maar willen we bewijs zien. Zelfs als dit bewijs voor onze ogen geleverd wordt, zullen we eerder een truc of illusie veronderstellen dan te geloven dat iemand werkelijk kan zweven. Pas na eventueel grondig onderzoek door specialisten zullen we de claim accepteren, anders niet. Ik wil dit illustreren aan de hand van twee voorbeelden.
Claims te kunnen zweven, [*levitatie*](https://en.wikipedia.org/wiki/Levitation%5F%28paranormal%29?ref=deatheist.nl), zijn genoeg gemaakt door allerlei goeroes, maar geen van die claims heeft kritisch onderzoek doorstaan. Een vergelijkbare claim is te kunnen lopen over water. Illusionist [Dynamo](https://en.wikipedia.org/wiki/Dynamo%5F%28magician%29?ref=deatheist.nl) deed dit midden op de dag over de Theems, onder toeziend oog van vele ooggetuigen. Het is zelfs terug te zien [op film](https://www.youtube.com/watch?v=hepaKySCsHQ&ref=deatheist.nl). Ik heb geen idee hoe Dynamo dit doet, maar het lijkt mij waarschijnlijker dat het een truc is dan dat hij werkelijk over water kan lopen. Volgens de Bijbel deed Jezus hetzelfde, maar daarvan hebben we slechts eeuwenoude verhalen, geen ooggetuigen en zeker geen filmbeelden. Waarom zouden we het verhaal over Jezus wel geloven en de beelden van Dynamo niet? Ook hier kunnen we Humes maxime toepassen: het is vrijwel altijd waarschijnlijker dat iemand zich vergist (of de boel bedriegt) dan dat er werkelijk een wonder plaatsvindt.
Het is ook belangrijk om te merken dat ooggetuigen minder betrouwbaar zijn dan vaak wordt gedacht. Dit is ondertussen uit [veel onderzoek](https://en.wikipedia.org/wiki/Eyewitness%5Ftestimony?ref=deatheist.nl) gebleken en daar wordt door rechters ook rekening mee gehouden. Mensen kunnen zonder dat ze het doorhebben, in alle eerlijkheid en vol overtuiging iets verkeerd waarnemen, weergeven of herinneren. Ook ooggetuigen kunnen dus niet zomaar worden geloofd, zeker niet als de bewijslast erg hoog is.
**Wat te doen met wonderclaims van andere geloven?**
Ook andere geloofstradities claimen wonderen. Hoe kan dit als de monotheïstische joods-christelijke traditie waar is? Die andere goden bestaan immers niet, en een almachtige, waarheidminnende God zal mensen niet bedriegen met wonderen die Zijn goedkeuring niet genieten. Het bewijs voor wonderclaims uit andere tradities kent evenwel dezelfde problemen als die uit de joods-christelijke. De gelovige zou dan ook net zo kritisch naar zijn eigen wonderclaims moeten kijken als naar die uit andere tradities; *special pleading* is intellectueel onaanvaardbaar.
**Een *case study*: genezing door een wonder?**
De kritische kanttekeningen die bij wonderclaims geplaatst kunnen worden, wil ik illustreren aan de hand van een veelgemaakte wonderclaim: gebedsgenezing. Hierbij meent de gelovige dat iemand genezen is, of in ieder geval sterk verbeterd is, door goddelijk ingrijpen. Een bekende plaats waar dit zou gebeuren is [Lourdes](https://en.wikipedia.org/wiki/Our%5FLady%5Fof%5FLourdes?ref=deatheist.nl), maar ook in veel charismatische en evangelische christelijke kringen zou dit gebeuren. Deze claims zouden moeten worden onderworpen aan de bovenstaande kritische vragen, maar dat gebeurt maar zelden. Van de miljoenen mensen die sinds 1858 naar Lourdes togen voor genezing, hebben maar [69 gevallen](https://www.bbc.com/news/world-europe-26334964?ref=deatheist.nl) een kritische toetsing van artsen doorstaan. Zij gaven aan geen medische verklaring te kunnen vinden voor die genezingen. Gezien dit zeer lage aantal lijkt spontane remissie (zie hieronder) een waarschijnlijker verklaring dan een daadwerkelijk wonder.
Bij een wonderclaim moeten we ons als eerste afvragen of de feiten kloppen. Waar komt het verhaal vandaan en hoe is het overgeleverd? Is het te controleren? Vervolgens moeten we ons afvragen of er wel echt sprake was van (de geclaimde) ziekte. Is de juiste diagnose gesteld? Door wie en hoe? Zijn hier medische dossiers en/of beeldmateriaal van? Dan is er de vraag of er wel echt sprake is van genezing of verbetering. Hoe is dit vastgesteld en door wie? Voor hoe lang? Is er niet sprake van een tijdelijke opleving? In veel gevallen zullen deze vragen niet goed te beantwoorden zijn, zeker niet als het gaat om claims uit de geschiedenis of uit een ver land. Controle is dan meestal ook niet goed mogelijk. Als deze vragen niet goed beantwoord kunnen worden, is twijfel gerechtvaardigd. Er zijn ook meer dan genoeg onware verhalen.
Vervolgens moeten we ons afvragen of er echt sprake van genezing is *door* gebed. We moeten uitsluiten dat het niet om een toevallige samenloop van omstandigheden gaat.*Post hoc ergo propter hoc* is immers een onterechte conclusie (drogreden).We weten ook veel over het lichaam en ziektes *niet*. Soms genezen of verbeteren ziektes spontaan ([*spontane remissie*](https://en.wikipedia.org/wiki/Spontaneous%5Fremission?ref=deatheist.nl)), oftewel wegens een nog onbekende oorzaak. Dit komt soms voor, ook bij ernstige aandoeningen en is in de medische literatuur veelvuldig beschreven. Als dit door toeval soms na gebed gebeurt, wordt ten onrechte oorzakelijkheid verondersteld. *Onverklaard met huidige kennis* betekent niet onverklaar*baar*, en al helemaal niet dat het ook een *wonder* moet zijn.Verder hebben sommige ziektebeelden hebben een wisselend verloop (zoals [bepaalde vormen van MS](https://www.hopkinsmedicine.org/health/conditions-and-diseases/multiple-sclerosis-ms/relapsing-remitting-multiple-sclerosis?ref=deatheist.nl)): er zijn betere en slechtere tijden. Tijdelijke verbetering wordt toegeschreven aan gebed, maar over latere verslechtering hoor je niets.
Ook is het zo dat bij veel aandoeningen en klachten de psyche een belangrijke rol speelt ([*psychosomatiek*](https://en.wikipedia.org/wiki/Psychosomatic%5Fmedicine?ref=deatheist.nl)). Suggestie en het opzwepende effect van een genezingsdienst kunnen dan een sterke rol spelen ([*placebo*](https://en.wikipedia.org/wiki/Placebo?ref=deatheist.nl)). Dit geldt in het bijzonder voor problemen met pijn en kracht. Illusionist Derren Brown (een atheïst) laat in zijn show ‘[Miracle](https://www.netflix.com/nl/title/80219802?ref=deatheist.nl)’ duidelijk zien wat de kracht van suggestie kan doen, zelfs bij sceptische mensen. Tot slot is het belangrijk op te merken dat aandoeningen waarbij spontane remissie niet voorkomt en een psychisch effect uitgesloten is, zoals een geamputeerd been, nooit genezen. Waarom niet als God almachtig is? Salamanders kunnen dit overigens [zelf](https://www.sciencemag.org/news/2016/06/how-some-salamanders-regrow-their-limbs?ref=deatheist.nl).
Oorzakelijk verband tussen gebed en genezing zou het meest overtuigend vastgesteld kunnen worden als dit ook uit wetenschappelijk onderzoek zou blijken. Dit zou in principe op twee manieren gedaan kunnen worden. Wetenschappers kunnen kijken of mensen voor wie gebeden wordt meer, eerder of beter genezen. Francis Galton deed in 1872 iets dergelijks door [uit te zoeken](http://glynsbox.blogspot.com/2011/10/does-prayer-work.html?ref=deatheist.nl) of leden van koninklijke families, voor wie veel gebeden wordt, ook langer leven. Dat bleek niet het geval te zijn. Het probleem met dergelijk onderzoek is evenwel dat het effect van suggestie niet kan worden uitgesloten als mensen weten dat er voor ze gebeden wordt. Beter onderzoek houdt hiermee rekening door proefpersonen niet te laten weten of voor hen gebeden wordt. [Dergelijk onderzoek](https://en.wikipedia.org/wiki/Studies%5Fon%5Fintercessory%5Fprayer?ref=deatheist.nl) is ook uitgevoerd, maar vond geen overtuigend effect. Natuurlijk kan de gelovige hier met theologische tegenwerpingen komen zoals dat God zich niet laat testen en met Zijn almacht het experiment kan manipuleren. Dergelijke ad-hocverklaringen kunnen natuurlijk altijd geopperd worden, maar wat als het effect er wél was geweest? Stel dat uit meerdere, onafhankelijke onderzoeken zou blijken dat bidden tot bijvoorbeeld de christelijke God wel effect heeft, maar bidden tot andere goden of niet bidden niet? Dan had de atheïst een groot probleem gehad! Waarom komt God niet met een ondubbelzinnig wonder, zoals Hij in Bijbelse tijden wél deed?
Dan is er het probleem met de genezingsclaims van andere tradities. Ook andere geloven claimen immers dat hun goden of bovennatuurlijke machten/krachten kunnen genezen. Verschillende goeroes hebben volgens hun aanhang ook genezende gaven. Wat zegt dat over de waarheid van die geloven? Om de eigen God als enige ware God te zien, lijkt de gelovige alle claims van andere gelovigen te moeten kunnen weerleggen, maar zijn eigen claims staande te moeten kunnen houden. Dit lijkt een haast onmogelijke exercitie. Ook hier is dus sprake van een probleem voor de gelovige in wonderclaims.
Tot slot is er nog de voor de gelovige ongemakkelijke waarheid dat veel mensen niet genezen. Dit geldt ook voor mensen met een rotsvast geloof en voor wie uitgebreid gebeden wordt.Wat zegt dit over God? Wel zou Hij bijvoorbeeld een beenlengteverschil genezen, maar niet een kind met kanker? Is dit geen willekeur? Antwoorden hierop als ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk’ overtuigen niet, zeker niet als God een liefdevolle Vader is. Een liefdevolle vader handelt immers niet willekeurig en kan zijn keuzes uitleggen aan zijn kinderen. Dit geldt des te meer voor de Vader die ook nog almachtig, alwetend en algoed zou zijn.
**Conclusie**
Bijzondere gebeurtenissen, zoals genezingen, komen voor en mensen hechten daar om psychologisch begrijpelijke redenen veel waarde en betekenis aan. Een gelovige schrijft dit begrijpelijkerwijs toe aan zijn God, maar dat wil niet zeggen dat het ook komt dóór die God. Onverklaard met huidige kennis betekent niet onverklaarbaar, en al helemaal niet dat het een wonder is. Harde bewijzen hádden er kunnen zijn, maar ontbreken. *Extraordinary claims require extraordinary evidence*. Wonderclaims overtuigen niet en wonderen vinden dus *waarschijnlijk* niet plaats.
**Literatuur**
Everitt, N. (2004). *The non-existence of God*. Routledge, vooral p. 112-127.
Loftus, J. W. (Ed.). (2019). *The Case Against Miracles*. Hypatia Press, 2019\.
Oppy, G. (2006). *Arguing about gods*. Cambridge University Press, vooral p. 376-381.
Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press, vooral p. 81-83, 166-182.
### Religieuze privileges in de Grondwet
URL: https://www.deatheist.nl/religieuze-privileges-in-de-grondwet/
Last updated: 2020-10-18T15:16:47.000Z
De afgelopen weken is er de nodige maatschappelijke discussie geweest over de uitzonderingen die gemaakt werden op de coronamaatregelen op grond van artikel 6 van de [Grondwet](https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqvdq7wh/hoofdstuk%5F1%5Fgrondrechten?ref=deatheist.nl). Die stelt: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” Op dit artikel en de toepassing ervan wordt al jaren de nodige kritiek geleverd, en terecht in mijn ogen.
Alvorens daarop in te gaan, is het belangrijk een aantal zaken over dit artikel op te merken. Dit artikel gaat niet alleen om religieus (godsdienstig) belijden, maar ook om het belijden van een (niet-religieuze) levensbeschouwing. Nu dient zich meteen de vraag aan wat precies het belijden van een religie of levensovertuiging is. Volgens de Grote Van Dale is een levensovertuiging of levensbeschouwing: “beschouwing, opvatting over het leven, zijn waarde en wezen, hoe het gevoerd moet worden”, maar wat valt daaronder? Bij bijvoorbeeld kerkgang of moskeebezoek is dat voor gelovigen duidelijk, maar hoe zit het bij ongelovigen? Is bezoek aan een theater, muziekoptreden, lezing of andersoortige samenkomsten waar mensen veel waarde aan hechten daar een onderdeel van? En hoe zit het met het bezoeken van een restaurant, kroeg, yogales, meditatiegroep of sportwedstrijd? Wie bepaalt of iets onderdeel is van een levensbeschouwing? Het lijkt me dat mensen vooral *zelf* mogen bepalen wat zij belangrijk vinden voor hun levensbeschouwing, maar dan worden de grenzen van artikel 6 buitengewoon vaag.
Het al dan niet toepassen van artikel 6 gaat in de huidige coronapandemie vooral om het samenkomen in groepen. Dit mag binnen met maximaal 30 personen, maar als zo’n samenkomst onder artikel 6 valt, geldt deze beperking niet. Eerder speelden vergelijkbare discussies over besnijdenis en onverdoofd slachten. Dit is in Nederland illegaal, tenzij je het op religieuze gronden doet, zoals joden en moslims. Deze uitzonderingspositie danken zij aan artikel 6.
Nu snap ik heel goed hoe belangrijk religieuze bijeenkomsten en andere religieuze uitingen voor gelovigen zijn. Ik sta pal achter hun recht op godsdienstvrijheid. Maar die vrijheid is niet absoluut. Als er goede redenen zijn om die vrijheden in te perken, wordt dat ook gedaan. Als een zeer orthodoxe gelovige vindt dat afvalligen, godslasteraars of ‘heksen’ gedood moeten worden, heeft hij niet de vrijheid om dat ook te doen. Ook in wat minder extreme gevallen, zoals [bloedtransfusie bij de kinderen van Jehova’s](https://www.ad.nl/tilburg/tilburgs-jehovastel-uit-ouderlijke-macht-voor-weigeren-bloedtransfusie-zoon~a4d4cf18/?ref=deatheist.nl) en het [dragen van een boerka in openbare ruimtes](https://nl.wikipedia.org/wiki/Verbod%5Fop%5Fgezichtsbedekkende%5Fkleding?ref=deatheist.nl), worden de rechten van gelovigen dus soms beperkt.
De vraag is dan ook niet óf de grondrechten van gelovigen beperkt mogen en kunnen worden, maar wanneer dat kan en op welke grond. Geen enkel grondrecht is immers absoluut. Zo worden demonstraties (artikel 9) soms geweigerd of afgebroken om veiligheidsredenen. Ook de vrijheid om samen te komen is een grondrecht (artikel 8), maar wordt nu beperkt omwille van de volksgezondheid.
Vanuit dit oogpunt moet naar de huidige discussie over de uitzonderingen op de coronamaatregelen gekeken worden. Deze maatregelen vormen voor *iedereen* een inperking van grondrechten (vooral artikel 8 en 9). Het is dan des te opmerkelijker dat deze inperking voor gelovigen niet geldt. Gelukkig maken de meeste gelovigen hier geen gebruik van, maar een aantal kerken hebben toch diensten gehad met meer dan 30 personen, sommige zelfs met honderden. Dit juridische onderscheid wringt bij veel Nederlanders, vooral de ongelovigen en/of mensen die zich zorgen maken om verspreiding van het virus. Iedereen moet in deze tijd veel inleveren wat hen dierbaar is, zoals het samenkomen met dierbaren en het bezoeken van theater, muziekvoorstellingen, lezingen of andersoortige bijeenkomsten, maar gelovigen hoeven net wat minder in te leveren: hun religieuze samenkomsten. Dát is wat wringt omdat het een principieel onderscheid maakt tussen gelovigen en niet-gelovigen. De gelovige heeft zo een privilege dat de niet-gelovige niet heeft. Ik heb het idee dat sommige gelovigen dit ongelijkheidspunt van niet-gelovigen niet goed begrijpen, en dat is jammer als we samen moeten leven.
De afgelopen tijd heb ik een aantal verdedigingen gezien van dit onderscheid, maar ze zijn geen van alle overtuigend. Zo is er geopperd dat kerken zich goed aan de maatregelen houden en grote gebouwen zijn. Onder andere theaters, bioscopen en concertzalen doen en zijn dat echter ook, maar zijn niet uitgezonderd. Als veiligheid het argument is, is dat een legitieme grond, maar dan zou dat moeten gelden voor zowel religieuze als niet-religieuze bijeenkomsten. Dan moet er onderscheid gemaakt worden op grond van risico op verspreiding, niet op grond van artikel 6\.
Ook is er geopperd dat dit grondrecht er nu eenmaal is en dat gelovigen daar dus gebruik van kunnen maken, dat ze niet illegaal bezig zijn. Dat is inderdaad *nu* het geval, maar dat is juist wat ter discussie staat! De vraag is immers of vrijheid van godsdienst *nu* nog wel een eigen artikel verdient, waardoor gelovigen privileges hebben. De huidige discussie laat zien dat veel mensen dit artikel als achterhaald beschouwen. De (grond)rechten van gelovigen en niet-gelovigen worden ook al gewaarborgd door de andere grondrechten en de [Universele Verklaring van de Rechten van de Mens](https://nl.wikipedia.org/wiki/Universele%5FVerklaring%5Fvan%5Fde%5FRechten%5Fvan%5Fde%5FMens?ref=deatheist.nl) (UVRM). Een apart artikel dat gelovigen *extra* rechten geeft, is in deze tijd niet meer te verdedigen, zo menen veel mensen terecht.
In mijn twitterdiscussies met theoloog Stefan Paas de afgelopen tijd kwam hij ook met bovenstaande argumenten, maar hij wees mij ook op een [kort stuk](https://www.academia.edu/36176892/Grondrechten%5Fin%5Fzeven%5Fvragen%5Fmet%5Fwerkende%5Flinks%5F?ref=deatheist.nl) dat hij over grondrechten heeft geschreven. Daar stelt hij (punt 2c) dat niet iedereen gelijk is en dat het daarom “belangrijk is dat er beschermingen ingebouwd moeten worden om iedereen zoveel mogelijk gelijkwaardig aan het publieke leven deel te kunnen laten deelnemen”. Uiteraard is dit belangrijk, maar niet absoluut. Er kunnen immers goede redenen zijn om iemands publieke leven in te perken, in het bijzonder als dat (risico op) leed oplevert. Om die redenen mogen mensen zonder rijbewijs niet autorijden. Om die reden mag je ook niet onnodig een dier laten lijden of om niet-medische redenen de lichamelijke integriteit van een kind aantasten. Om dezelfde reden beperken de coronamaatregelen ook onze grondrechten. Het gaat hierbij meestal om een afweging tussen verschillende grondrechten. Wat Paas zal moeten uitleggen, is waarom deze afweging bij gelovigen anders zou moeten zijn dan bij niet-gelovigen, maar dat doet hij niet.
Bij punten 3 en 5 uit Paas’ artikel erkent hij dat grondrechten ingeperkt kunnen worden, mits dat op “sterke en overtuigende” gronden gebeurt. Hier zit natuurlijk de crux van het probleem, want wie bepaalt of zo’n argument sterk en overtuigend is? De gelovige zelf denkt hier vast anders over dan niet- of anders-gelovigen. Paas heeft het over het “onmogelijk maken van een bepaalde levensstijl”, zoals volgens hem bij joden het geval zou zijn als ze hun zoontjes niet mogen besnijden. De levensstijl van fundamentalistische moslims is echter ook onmogelijk, want zij mogen geen handen afhakken bij diefstal en afvalligen doden. Ook [besnijdenis bij meisjes](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrouwelijke%5Fgenitale%5Fverminking?ref=deatheist.nl), onder sommige moslimgroepen gebruikelijk, is hier niet toegestaan.
Het lijkt me niet dat Paas deze leefstijlbeperkingen een probleem vindt, maar er moet ergens een grens getrokken worden. Hoe bepalen we die, vooral als gelovigen en niet-gelovigen het daarover oneens zijn? Op deze cruciale vraag geeft Paas echter geen antwoord. Voor veel Nederlanders – zo niet de meesten – gaat onverdoofd slachten, besnijdenis en tijdens een pandemie met honderden zingen in een kerk, om in hun ogen sterke en overtuigende redenen die grens over. Overigens zijn genoeg gelovigen prima in staat hun leefstijl aan te passen, bijvoorbeeld gezien het aantal online kerkdiensten. Wie bepaalt wanneer een leefstijl onmogelijk gemaakt wordt, en hoe?
Punt 4 sluit aan bij 2c: “Wanneer joodse en islamitische burgers ernstig beperkt worden in hun godsdienstvrijheid wordt hen daarmee een last opgelegd die andere burgers niet hoeven te dragen (die merken immers niets van zo’n verbod).” Ook dit is niet waar, want kleine jongetjes merken het wel degelijk dat hun lichamelijke integriteit wordt aangetast bij een besnijdenis. Ook menig volwassen man is niet blij met zijn ongevraagde jeugdige besnijdenis. Dieren zijn weliswaar geen burgers, maar ervaren uiteraard een verschil tussen verdoofd en onverdoofd geslacht worden. Tijdens de coronapandemie merken niet-gelovige burgers ook meer van de maatregelen dan de gelovige. Dit punt ter verdediging van de ongelijkheid is dus niet overtuigend. De inperkingen van de grondrechten zijn er niet voor niets.
Paas’ laatste argument is bizar: “Het staat iedere burger bovendien vrij om islamitisch of joods te worden, demonstrant of kunstenaar, dus hij/zij kan zelf bepalen of hij/zij van zulke grondrechten gebruik wil maken." Moet ik nota bene een theoloog gaan uitleggen dat je niet zomaar een gelovige kunt worden als je die geloofsovertuiging niet hebt? Daarnaast is het natuurlijk absurd dat je gelovig zou moeten worden om van bepaalde rechten te kunnen genieten. Zou Paas het accepteren als je als gelovige eerst ongelovig moet worden om van bepaalde rechten te kunnen genieten? Tot slot gaat dit argument geheel voorbij aan de reden van de inperking: het voorkomen van leed.
Samenvattend heb ik dus geen overtuigend argument gezien voor de verdediging van artikel 6 als een apart grondrecht. De oplossing is wat mij betreft dan ook simpel: de Grondwet moet elke Nederlander – gelovige of niet – dezelfde grondrechten verlenen – en dezelfde beperkingen daarvan als daarvoor goede redenen zijn. Er wordt dus geen juridisch onderscheid gemaakt tussen gelovigen en niet-gelovigen. Dit is al het geval bij de UVRM, dus waarom niet in onze eigen Grondwet? Elke uiting van levensovertuiging wordt immers al gewaarborgd door de andere grondrechten (artikel 7, 8 en 9), al moeten die wellicht iets uitgebreider geformuleerd worden, zoals ook in de UVRM gedaan is. In deze situatie hebben gelovigen dezelfde rechten en beperkingen daarvan als niet-gelovigen. Alleen dan zou de rest van de Grondwet in overeenstemming zijn met het eerste artikel: iedereen wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld. Welke gelovige zou het hiermee nu niet eens kunnen zijn?
### Creationisten en menselijke evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/creationisten-en-menselijke-evolutie/
Last updated: 2026-08-21T13:40:37.000Z
Als er iets is wat creationisten niet kunnen accepteren, dan is het wel dat mensen een evolutionaire oorsprong hebben in het dierenrijk. Zij geloven op grond van Genesis dat God mens en dier apart geschapen heeft, elk naar hun eigen aard. Hierdoor kunnen we duidelijk verschillende ‘basistypen’ onderscheiden: groepen dieren die een eigen aard hebben en los van elkaar geschapen zijn. Hoe weten we nu welke dieren tot welk basistype behoren? Om die vraag te onderzoeken, hebben ze hun eigen ‘wetenschapsdiscipline’ opgericht: de ‘baraminologie’ (afgeleid van de Hebreeuwse woorden voor ongeveer ‘geschapen aard’).
Wat de mens betreft, willen ze dus weten wie tot het ‘baramin’ (basistype) mens behoort. Zij zouden allemaal van Adam afstammen en alle andere dieren – uitgestorven of nog levend – niet. Het is volgens de creationisten duidelijk dat alle moderne mensen daartoe behoren, en moderne (mens)apen als chimpansees en gorilla’s niet. Met fossielen wordt het evenwel een stuk lastiger, want er zijn de laatste decennia veel fossielen gevonden met kenmerken van zowel moderne mensen (o.a. groot brein, rechtop lopen, gebruik van werktuigen) als (mens)apen (aanpassingen aan het leven in bomen, niet goed rechtop kunnen lopen, klein brein). Behoren deze fossielen nu tot het baramin van mensen of van apen? In meerdere gevallen komen creationisten daar onderling niet uit. Dit is opmerkelijk, want als God duidelijk gescheiden baramins geschapen heeft, dan zou dat toch niet zo lastig moeten zijn.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/CreationistenMenselijkeEvolutie.pdf).
### Goddelijke verklaringen
URL: https://www.deatheist.nl/goddelijke-verklaringen/
Last updated: 2020-08-26T16:38:54.000Z
Sommige zaken zijn zó bijzonder dat ze wel een goddelijke verklaring behoeven, althans volgens vele gelovigen. Dit kan gaan om wonderen (zoals een bijzondere genezing), om een vermeende openbaring (persoonlijke ervaring, heilig boek) of bijvoorbeeld de vermeende fijne afstemming van het universum. Deze *finetuning* van natuurconstanten zou zó precies zijn dat God er de beste verklaring voor is. Dit soort theïstische verklaringen hebben echter een algemeen probleem dat in de vorm van een dilemma geformuleerd kan worden. Dit wil ik hier bespreken.\[1\]
**Verklaringen**
Voordat we naar dit probleem gaan kijken, is het goed om eerst even stil te staan bij wat überhaupt een goede verklaring is. Wetenschappers proberen verklaringen te vinden binnen hun vakgebied, waarover ze dan publiceren en wat door anderen eventueel weer bekritiseerd wordt, maar wat maakt de ene verklaring nu wel overtuigend en de andere niet? Wetenschapsfilosofen discussiëren hier al een tijd over.\[2\]
Wat we minimaal mogen verwachten van een verklaring, is dat die verklaart waarom een bepaalde toestand of waarneming het geval is, en niet een andere. Een verklaring waarmee je *alles* kunt verklaren, *elke* toestand of waarneming, is een nietszeggende verklaring. Wie bijvoorbeeld als antwoord op elke waaromvraag ‘magie’ geeft, heeft niets verklaard. Verder worden vaak criteria gehanteerd als verklaringsbereik (hoeveel kan ermee verklaard worden?), unificatie, precisie, eenvoud, samenhang, vruchtbaarheid (levert het nieuw onderzoek op?), consistentie met andere goed bevestigde kennis, voorspellende waarde en mogelijkheid van empirische toetsing (kunnen controleren of de verklaring klopt).
**Theïstische verklaringen**
Hoe scoren theïstische verklaringen op dit gebied? We moeten dan eerst een onderscheid maken tussen de meest kale versie van theïsme (*bare theism*) en de sterk aangeklede versies van de verschillende religies. In beide gevallen ontstaan er problemen.
Kaal theïsme poneert slechts het bestaan van de theïstische God: een perfect almachtig, alwetend en algoed bewust wezen. Religies doen uitspraken over God (of goden) die veel verder gaan, zoals wat God (niet) wil en wat we van Hem (niet) mogen verwachten. Dit is gebaseerd op een vermeende openbaring, zoals een heilig boek of een openbaring aan een persoon. God wordt in de Bijbel bijvoorbeeld voorgesteld als een Vader die voor Zijn kinderen zorgt. Over Hem wordt beweerd dat hij (menselijk) leven wil scheppen en wil dat we ons aan bepaalde wetten houden. Ook laat deze God weten hoe we in het hiernamaals komen. Dit gaat dus veel verder dan kaal theïsme. Religies verschillen ook onderling in deze invulling van theïsme.
Theïsme kan pas wat gaan verklaren als het kan aangeven wat we wel en juist niet mogen verwachten, wat de verschillende religies dus gedaan hebben. Zij menen inzicht te hebben in wat Gods wil is, en dat is belangrijk als we God als verklaring willen opvoeren. Als we dit niet kunnen weten, zoals bij kaal theïsme, kunnen we ook niet weten wat we wel en niet van een goddelijke verklaring mogen verwachten.
Verklaringen die uitgaan van Gods wil, zijn intentionele verklaringen. Ze gaan ervan uit dat God handelt vanuit bepaalde intenties en doelen op het oog heeft. Dit lijkt erg op hoe mensen handelen, dus die analogie wordt vaak gemaakt. Stel dat we een huis binnenlopen dat er netjes uitziet. Is het dan een goede verklaring dat een mens daarvoor verantwoordelijk is? Ja, want we weten uit ervaring dat a) mensen bestaan, b) dat zij graag een huis netjes maken en houden en c) dat mensen een huis ook netjes kunnen maken. Hierdoor weten we dat de mens een goede verklaring is voor het nette huis: we kennen het mechanisme. Bij God als verklaring is dat anders: het is ten minste betwijfelbaar dat God bestaat, we moeten religies geloven om te weten wat God wil (met alle problemen van dien, zie hieronder) en we zien God nooit ondubbelzinnig handelen. Hoe zo’n goddelijke ingreep zou moeten werken (mechanisme), is al helemaal onbekend. De vergelijking met menselijk handelen gaat dan ook niet op.
**Finetuning**
Laten we – *for the sake of the argument* – aannemen dat het universum daadwerkelijk een bepaalde fijne afstemming heeft.\[3\] Waarop is het universum dan afgestemd? Traditioneel is het antwoord hierop (intelligent) leven, vaak in het bijzonder de mens. Dit antwoord is evenwel gebaseerd op bepaalde theologische opvattingen, waarbij dus veel meer wordt verondersteld dan kaal theïsme alleen. Hoe weten we immers dat God het universum heeft afgestemd op leven of op de mens? Uit kaal theïsme zelf volgt dat helemaal niet. Misschien heeft deze God het universum wel afgestemd op sterren of zwarte gaten, of op waterstofatomen. Gezien de alomtegenwoordigheid hiervan – veel meer dan dat van leven of de mens! – lijkt dat nog niet zo’n gek idee. En waarom zou een perfecte God überhaupt iets scheppen? Ook een God die niets schept, is consistent met kaal theïsme, en dan valt er niet eens wat te verklaren. Met kaal theïsme kun je dus eigenlijk elke afstemming verklaren. Zelfs als er niet eens een universum was geweest, zou je dat kunnen verklaren! We hebben hier dus een verklaring waarmee je alles kunt verklaren, en zo’n verklaring is een verklaring van niets. Kaal theïsme als verklaring werkt dus niet.
Ook Paas en Peels voeren dit finetuning-argument op in hun boek *God bewijzen*. Zij stellen in hun versie van het argument dat God een veel betere verklaring is voor de fijnafstemming dan toeval (alsof dat de enige twee opties zijn, zie verderop). Zij leggen evenwel nergens uit hoe de fijne afstemming volgt uit theïsme zelf.
Als God bijvoorbeeld in de Bijbel heeft geopenbaard dat Hij de mens liefheeft, is dit een goede reden om aan te nemen dat hij het universum heeft afgestemd op de mens. Met deze concretere theologische invulling van theïsme lijkt het finetuning-argument dus beter van de grond te komen. Er ontstaat echter ook een ander probleem: hoe moeten we verklaren dat veruit het grootste deel van het universum helemaal niet afgestemd is op de mens? Veruit het grootste deel van het universum is volstrekt ongeschikt voor leven, laat staan menselijk leven. Sterren, zwarte gaten en waterstofatomen nemen een veel prominentere plek in in het universum. En waarom bestond het universum al 13,8 miljard jaar voordat de mens ten tonele verschijnt? Dergelijke gegevens lijken juist een afstemming op de mens tegen te spreken, en pleiten daarmee juist *tegen*de goddelijke verklaring.\[4\] Menen dat het universum op ons is afgestemd, is een beetje als een mier in de Amazone die denkt dat het gigantische regenwoud er speciaal voor hem is.
Daarnaast is er nog het vele leed – veelal juist het gevolg van hoe het universum afgestemd is – dat als tegenbewijs dient.\[5\] De theïst zal dit uit moeten leggen. Hier zien we het probleem met de concretere invulling van de goddelijke verklaring: we moeten niet alleen kijken naar wat vóór de goddelijke verklaring pleit, maar ook wat *ertegen* pleit. Dit punt wordt vaak genegeerd door theisten.\[6\]
**Wonderclaims**
Een vergelijkbaar probleem treedt op bij bijvoorbeeld een goddelijke verklaring voor een bijzondere genezing. Stel dat een klein kind na gebed geneest van een ernstige ziekte, dan zal de gelovige dit snel toeschrijven aan een goddelijke ingreep. Wie meent dat een dergelijke genezing het beste verklaard kan worden door een liefdevolle God die ingrijpt, zal ook moeten verklaren waarom diezelfde God de meeste andere ernstig zieke kinderen laat lijden door *niet* in te grijpen. De gelovige kan niet selectief gaan winkelen in zijn bewijsvoering door alleen te wijzen op wat pleit voor een goddelijke ingreep. Hij zal ook moeten uitleggen waarom er zoveel bewijs is dat juist tegen deze verklaring pleit. Ook dit probleem wordt vaak genegeerd.
Daarnaast ontstaat er een ander probleem bij een verdere invulling van het theïsme: welke invulling moeten we kiezen? Hoe kunnen we weten wat de wil van God is als verschillende gelovigen daar onderling niet uitkomen?\[7\] Vooral in het geval van wonderen wordt dit een probleem, want als een gelovige van een bepaalde religie een wonder verklaart met het bestaan van de God waartoe hij bidt, waarom kan een gelovige uit een andere religie niet hetzelfde doen met de God waartoe zij bidt? De theist moet dus niet alleen kunnen verklaren waarom zijn wonderclaims bewijs zijn voor het bestaan van zijn God, maar ook verklaren waarom de wonderclaims van andere religies geen bewijs zijn voor het bestaan van die andere goden. De gelovige kan ook niet hier de kool en de geit sparen.
**Wonderen als argument**
Een eigenschap van wonderen is dat ze per definitie erg onwaarschijnlijk zijn, in ieder geval de wonderen in de hier relevante zin.\[8\] Een zee splijt gewoonlijk niet op commando in tweeën en mensen staan over het algemeen niet op uit de dood. Dit soort sterke claims hebben dan ook een sterke onderbouwing nodig: *extraordinary claims require extraordinary evidence*. Die overtuigende evidentie is er over het algemeen niet, want meestal gaat het over oude verhalen en anekdotes. Er is eigenlijk altijd wel een alternatieve (naturalistische) verklaring voor handen of denkbaar die waarschijnlijker is, juist omdat een wonder per definitie zo onwaarschijnlijk is.
De gelovige kan nu met de volgende tegenwerping komen: als God bestaat, is zo’n wonder helemaal niet onwaarschijnlijk, want voor de Almachtige is per definitie niets een probleem. Dat Jezus door goddelijk ingrijpen uit de dood is opgestaan, is bijvoorbeeld een goede verklaring als de christelijke God bestaat. Het probleem hiermee is dat juist het bestaan van deze God betwijfeld wordt, waardoor voor de rechtvaardiging van zo’n wonder geen beroep gedaan kan worden op het bestaan van die God. Dat zou immers een cirkelredenering zijn. Een goddelijke verklaring voor een wonderclaim werkt dus pas als eerst het bestaan van de (juiste) God is aangetoond, en kan niet gebruikt worden om te argumenteren voor het bestaan van die God. Een christen zal dus eerst het bestaan van de christelijke God aannemelijk moeten maken, *zonder een beroep op wonderen*, om die God als een plausibele verklaring op te kunnen voeren voor de christelijke wonderclaims.
**De verklaring voor God?**
Als de fijne afstemming in het universum om een verklaring vraagt, waarom God zelf dan niet? Is God als alwetend wezen niet ongelofelijk complex, en waarom behoeft deze complexiteit geen verdere verklaring? Ook hier hebben Paas & Peels een simpel antwoord op: volgens gelovigen is God niet gemaakt, bestaat Hij noodzakelijk en is Hij de grond van de werkelijkheid (p. 314). Dan is verdere verklaring blijkbaar niet meer nodig, en daarnaast: een reeks verklaringen moet ergens stoppen, aldus Paas & Peels. Dit antwoord is echter weinig overtuigend. Waarom mogen gelovigen gewoon stipuleren dat God geen verklaring nodig heeft? De atheïst kan net zo goed zeggen dat het universum zelf de grond van de werkelijkheid is, noodzakelijk bestaat en geen verdere verklaring meer nodig heeft. Van het universum weten we tenminste dat het bestaat, van God niet. Waarom zou God wel het eindpunt mogen zijn van een reeks verklaringen en het universum zelf niet? Daarop heb ik nog nooit een overtuigend antwoord gezien.
**God of the gaps**
Een veelgehoorde kritiek op de goddelijke verklaring voor de vermeende finetuning is dat het een *God-of-the-gaps*\-argument is, God als opvulling voor onze huidige onwetendheid, een onwetendheid die in de toekomst wel eens zou kunnen worden ingevuld door voortschrijdend inzicht. De wetenschapsgeschiedenis kent hier vele voorbeelden van en Paas & Peels erkennen dit kritiekpunt (p. 317-318). Zij menen dat deze voorbeelden echter *fysieke* voorbeelden zijn waar een *fysieke* verklaring voor gevonden werd. Volgens hen werkt deze kritiek bij finetuning echter niet omdat dit het *gehele* fysieke universum betreft, en dan kan daarvoor geen fysieke oorzaak zijn. Dit onderbouwen ze echter nauwelijks. Ze opperen alleen toevalligheid als alternatief, maar er zijn veel meer alternatieven. Daarnaast: waarom zou het universum een oorzaak moeten hebben. Oorzakelijkheid is een alledaags concept, en het is maar zeer de vraag of we dit mogen toepassen op het gehele universum zelf.\[9\] Deze verdediging is dus niet erg overtuigend.
**Alternatieven**
Vaak wordt de god naar keuze als enig alternatief voorgesteld naast de huidige naturalistische verklaringen. Het (vermeende) falen van dergelijke naturalistische verklaringen wordt dan gezien als argument voor het theïsme. Er zijn echter veel meer opties die in ieder geval logisch mogelijk zijn. In het geval van finetuning zijn dat bijvoorbeeld polytheïsme, deïsme, een vergevorderde beschaving die ons universum heeft gecreëerd, simulatie (de wereld die wij ervaren wordt slechts gesimuleerd in ons hoofd, zoals in *The Matrix*) of idealisme (de fysieke werkelijkheid is een illusie van onze geest). In het geval van wonderen kun je denken aan wetenschappers uit de toekomst of buitenaardse wezens die ons voor de gek houden, of aan andere goden, demonen of andere bovennatuurlijke wezens anders dan de god naar keuze. Dit lijkt misschien vergezocht, maar veel van deze opties worden geloofd door mensen of zijn zelfs verdedigd door filosofen in academische literatuur. De theist zal moeten beargumenteren waarom deze alternatieven in ieder geval ongeloofwaardiger zijn dan theïsme.
Tot slot is er nog altijd de goed verdedigbare optie dat we het gewoon (nog) niet weten. We hebben geen zicht op welke alternatieve naturalistische (of zelfs bovennatuurlijke) verklaringen de toekomst nog brengt en beter zijn dan theïsme. Maar ook van die verklaring kun je je weer afvragen waarom die is zoals zij is, *ad infinitum*. Volgens deze gedachtegang zou overal een verklaring voor moeten zijn (een principe bekend als de *principle of sufficient reason*), maar waarom zou dat zo moeten zijn? Zegt dit niet meer over onze psychologie dan over de werkelijkheid zelf? Zelfs als het geldt voor alles *binnen* ons universum (wat al goed te betwijfelen valt), wil dat niet zeggen dat het ook geldt voor het universum *als geheel*. Als je de waaromvraag niet eindeloos wilt door stellen, zul je ergens een *brute fact* moeten accepteren: een toestand die gewoon is wat het is en geen verdere verklaring meer behoeft. Voor de gelovige is dat God, voor de atheïst de fysieke werkelijkheid (het universum of multiversum) zelf. Waarom zouden we God wel als *brute fact* mogen accepteren en de fysieke werkelijkheid zelf niet?
Een theïstische verklaring zal dus altijd beoordeeld moeten worden op zijn eigen merites, zowel op plausibiliteit als op verklaringsvermogen. Dat een verklaring logisch mogelijk is, zegt dus niet veel. Een verklaring moet aannemelijk gemaakt worden en kan niet slechts varen op het (vermeende) falen van alternatieven.
**Conclusie**
Theïstische verklaringen hebben dus een probleem in de vorm van een dilemma. De verklaring kan uitgaan van kaal theïsme, maar dit theïsme is te kaal om als een verklaring te dienen. De verklaring kan ook gedaan worden vanuit een theologisch ingevuld theïsme, zoals de religies doen, maar dan moet de theïstische verklaring ook het tegenbewijs kunnen verklaren, wat niet succesvol lukt. In beide gevallen zijn goddelijke verklaringen dus problematisch. Dit is meteen ook een belangrijke reden waarom ze al een tijd niet meer in de wetenschap geaccepteerd worden, en zouden moeten worden.
**Noten**
\[1\] Een belangrijke en goede studie naar de problemen met theïstische verklaringen is gedaan door Gregory Dawes in zijn *Theism and explanation* (Routledge, 2009).
\[2\] Een goede inleiding is te vinden in de [SEP](https://plato.stanford.edu/entries/scientific-explanation/?ref=deatheist.nl). Een uitgebreidere bespreking en een verdediging van *inference to the best explanation* (IBE) is te vinden in het boek van Peter Lipton met een gelijknamige titel (Routledge, 2004).
\[3\] Dit is op zichzelf al een betwijfelbaar punt, want we weten niet of de natuurconstanten anders *kunnen* zijn, al wordt hier wel vaak van uitgegaan. Stefan Paas & Rik Peels doen dit ook in hun boek *God bewijzen* (Balans, 2013), maar onderbouwen dat nergens. De wetenschapsgeschiedenis laat zien dat vermeende fijnafstemming vaak gebaseerd is op onwetendheid van een onderliggend mechanisme of principe.
\[4\] Deze volstrekte onbeduidendheid van de mens kan gezien worden als een argument voor atheïsme, zie verder [hier](https://www.deatheist.nl/het-argument-van-schaal/).
\[5\] Ook wel bekend als het argument van kwaad/lijden voor atheïsme, zie verder [hier](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/).
\[6\] Paas & Peel merken dit probleem ook op en komen met twee antwoorden (p. 314). Als eerste menen ze dat zelfs als het overgrote deel van het universum niet bedoeld lijkt voor intelligent leven, ons deel dat wel is, en dat dát om een verklaring vraagt. Dit is echter selectief winkelen in de data voor de verklaring: ze willen de kool en de geit sparen. Als ze menen dat bepaalde waarnemingen wel wijzen op een goddelijke verklaring, moeten ze ook een overtuigend antwoord hebben op de waarnemingen die hun verklaring juist onwaarschijnlijk maken, hetgeen ze niet doen. Hun tweede tegenwerping is dat God misschien wel meerdere doelen had, naast intelligent leven. Deze mogelijkheid is echter volledig ad hoc, en ze onderbouwen haar verder ook niet
\[7\] Dit punt heb ik eerder uitgebreid [hier](https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/) besproken.
\[8\] Het woord ‘wonder’ wordt ook gebruikt voor een natuurlijke gebeurtenis die bijzondere waarde heeft, zoals de geboorte van een kind, maar die betekenis is hier niet relevant.
\[9\] Zie *The big picture* van kosmoloog Sean Carroll (Dutton, 2016).
### Bestaan er lichaamsloze geesten?
URL: https://www.deatheist.nl/bestaan-er-lichaamsloze-geesten/
Last updated: 2026-08-21T18:02:08.000Z
God wordt vaak voorgesteld als een lichaamsloze geest, een zuiver onstoffelijk wezen. Dit is de mainstream opvatting van de drie grote monotheïstische religies (jodendom, christendom en islam).\[1\] Dit idee is door ontwikkelingen in de neurowetenschappen echter problematisch geworden, want daaruit blijkt dat onze geest (mentale leven) afhankelijk is van een werkend brein.\[2\] Atheïst Herman Philipse gebruikt dit in zijn boek *God in the Age of Science?* dan ook als argument dat het bestaan van God als lichaamsloze geest onwaarschijnlijk maakt. \[3\] Filosoof en theoloog Rik Peels heeft dit argument echter bekritiseerd in een artikel.\[4\] Is zijn kritiek overtuigend?
Het eerste deel van zijn kritiek (en het argument van Philipse) is vooral taalkundig en semantisch: het idee van een lichaamsloze geest zou betekenisloos zijn en het spreken daarover dus onzinnig. Dit argument is vooral gebaseerd op bepaalde taalfilosofische opvattingen en laat ik hier voor wat het is. Ik wil me hier vooral richten op de waarschijnlijkheid van het bestaan van een lichaamsloze geest. Is Peels in staat die te verdedigen tegen het argument van Philipse dat het bestaan van lichaamsloze geesten onwaarschijnlijk is? Volgens mij niet.
**Een analogie**
Peels begint met een analogie:
> “*Humanity has discovered many planets in the course of time. Some of those planets have been studied in detail but on none of them have we found any signs of life. There are thousands or maybe millions of planets that we know to contain no life whatsoever and there are no planets (apart from Earth) that we know to contain life. Thus, we have strong evidence that there is no extraterrestrial life. Hence, the probability that there is extraterrestrial life is rather low. This means that, unless we have good arguments for the claim that there is extraterrestrial life, we should disbelieve that there is such life.*” (p. 71-72)
Met dit argument is inderdaad wat mis, zoals Peels zelf ook aangeeft. Meerdere zaken zelfs. Om te beginnen is het feitelijk onjuist dat we meerdere planeten in detail bestudeerd hebben. Alleen Mars is vrij uitgebreid onderzocht en het is nog steeds niet duidelijk of daar geen enkele vorm van leven is (geweest). Van een paar andere planeten in ons zonnestelsel is vanaf een afstand op grond van indirect bewijs een schatting gemaakt of leven mogelijk is. \[5\]. Voor de rest van het universum is er slechts de [Drake-vergelijking,](https://en.wikipedia.org/wiki/Drake%5Fequation?ref=deatheist.nl) die zeer speculatief is. Als nu miljarden planeten overal in het universum gedetailleerd bestudeerd waren, zonder dat dat een spoor van leven had opgeleverd, zouden we inderdaad mogen concluderen dat het bestaan van buitenaards leven onwaarschijnlijk is. Dit is echter totaal niet het geval.
De analogie gaat dus geheel niet op: er is nauwelijks evidentie dat buitenaards leven niet bestaat, dus we mogen op grond daarvan ook zeker niet concluderen dat buitenaards leven onwaarschijnlijk is. Dat is geheel anders bij het bestaan van lichaamsloze geesten. We kennen namelijk heel veel geesten (personen met een mentaal leven) – de complete wereldbevolking – en die zijn allemaal afhankelijk van een werkend brein.
Peels erkent dit ook: “But we do *not* know that there are beings with mental lives that are bodiless, for all the beings with mental life that we have encountered have bodies.”, maar vindt deze redenering problematisch. Hij werpt tegen: “The fact, if it is a fact, that we have not encountered any bodiless spirits, does not render it likely that there are no such spirits.” Natuurlijk sluit dit niet *logisch* uit dat er lichaamsloze geesten bestaan, maar het feit dat we ze nog nooit tegengekomen zijn, ondanks veel onderzoek, maakt hun bestaan minstens *prima facie* onwaarschijnlijk. De bewijslast ligt dan duidelijk bij degene die claimt dat ze wél bestaan, zoals Peels. Hetzelfde geldt voor mensen die menen dat het Monster van Loch Ness bestaat, wat ook logisch mogelijk is, maar nog nooit overtuigend is aangetoond, ondanks veel onderzoek.
**Hersenbeschadigingen**
Daarnaast is er veel neurowetenschappelijk en psychologisch onderzoek dat op deze afhankelijkheid wijst. De meest overtuigende evidentie hiervoor komt uit pathologisch onderzoek: beschadig het brein op een bepaalde manier, bijvoorbeeld door een beroerte, en de geest wordt ook aangetast. In de meest extreme gevallen leidt een ernstige beschadiging tot het wegvallen van de geest, tijdelijk (coma) of definitief (hersendood). Aan dit punt gaat Peels geheel voorbij.
**Debunking**
Maar is het wel zo dat er geen overtuigend bewijs is voor het bestaan van lichaamsloze geesten? Peels wijst op de ervaringen van miljoenen gelovigen, wat zou gelden als “convincing evidence for the existence of bodiless spirits” (p. 73). Is dit overtuigend bewijs? Philipse wijst erop dat voor dergelijke ervaringen tegenwoordig neurowetenschappelijke verklaringen zijn, maar Peels is niet overtuigd: “What Philipse has in mind, I guess, is that *science* has never been able to find any convincing evidence for the existence of bodiless spirits.”
Ik denk echter dat Philipse wat anders *in mind* had, namelijk dat naturalistische wetenschappelijke verklaringen van religieuze ervaringen ontkrachtend of ondermijnend werken voor hun geloofwaardigheid *als bovennatuurlijke ervaring*. Als dergelijke ervaringen immers goed naturalistisch verklaard kunnen worden, vormen ze helemaal geen bewijs voor het bestaan van lichaamsloze geesten, maar voor het feit dat het brein allerlei illusies en hallucinaties kan opwekken. Dit *debunking*\-argument wordt de afgelopen jaren veel bediscussieerd in de literatuur.\[6\] De naturalistische verklaringen voor dergelijke ervaringen worden steeds beter \[7\], waarmee het beroep van Peels op dergelijke ervaringen ondermijnd is.
Is Peels’ kritiek op zijn interpretatie van Philipse, dat een gebrek aan wetenschappelijk bewijs niets zegt, dan wel overtuigend? Volgens Peels kan wetenschap “by its very nature \[not\]detect any bodiless spirits”. Dit is echter onjuist. Wetenschap zou bijvoorbeeld *kunnen* bevestigen dat tijdens een uittredingservaring de lichaamsloze geest iets kan waarnemen wat onmogelijk zou zijn met de lichamelijke zintuigen. Ook zou mentaal leven mogelijk *kunnen* zijn tijdens (tijdelijke) hersendood, zoals wel beweerd wordt over bijna-doodervaringen. Als dit overtuigend zou worden aangetoond, wat goed mogelijk is, zou dat overtuigend wetenschappelijk bewijs zijn dat lichaamsloze geesten bestaan. Dergelijk (parapsychologisch) onderzoek is ook gedaan en gepubliceerd in wetenschappelijke bladen. Het heeft alleen nooit overtuigend bewijs opgeleverd.\[8\]
**Niet-wetenschappelijke bewijs?**
Vervolgens maakt Peels Philipse het verwijt dat zelfs áls er geen wetenschappelijke evidentie zou zijn, dit niet wil zeggen dat er geen niet-wetenschappelijke evidentie kan zijn. Peels moet dan overtuigend aantonen dat er een betrouwbare niet-wetenschappelijke kenbron is die overtuigend bewijs levert voor lichaamsloze geesten. Dat doet hij evenwel niet.
Wel wijst hij op bewustzijn, wat volgens Peels een voorbeeld is van iets “for which science can provide no evidence whatsoever” en wetenschap “has never been able to detect or even give evidence for the existence of consciousness”. Dit is een opmerkelijke uitspraak, want er wordt heel veel bewustzijnsonderzoek gedaan.\[9\] Het is zelfs mogelijk om alleen aan gemeten hersenactiviteit te zien of iemand bewust is of niet. Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt om met mensen te communiceren die in vegetatieve toestand zijn (ze kunnen op geen enkele manier zichtbaar lichamelijk communiceren), maar zijn wel bewust.\[10\] Wetenschap kan dus wel degelijk evidentie voor bewustzijn leveren, waarmee dit voorbeeld zijn punt dus niet bewijst.
Misschien dat Peels meent dat dergelijke gemeten hersenactiviteit wat anders is dan bewustzijn. In het moderne bewustzijnsonderzoek ziet men echter bewustzijn als dergelijke hersenactiviteit, en om goede redenen.\[11\] Het enige verschil tussen het meten van de hersenactiviteit van een ervaring en het hebben van die ervaring (subjectieve beleving) is epistemisch (derde- vs. eerstepersoonsperspectief), niet ontologisch of metafysisch, zoals Peels nodig heeft.\[12\]
Tot slot doet Peels nogmaals een beroep op de religieuze ervaringen van veel gelovigen, die volgens hem goed passen bij Gods bestaan: “If God—a perfectly good and omnipotent bodiless spirit—exists, then it is indeed likely that some people have had religious experiences of God.” Het eerste probleem hiermee hebben we hierboven al besproken, namelijk dat naturalistische verklaringen debunkend werken voor de bovennatuurlijke verklaring. Een tweede probleem is dat deze religieuze ervaringen van mensen buitengewoon divers zijn en gebruikt worden ter bevestiging van allerlei bovennatuurlijke opvattingen (communicatie met voorouders en planten, reïncarnatie, meerdere goden, enz.). Waarom zou de waarheidminnende christelijke God allerlei andere gelovigen dergelijke misleidende ervaringen geven? Naturalistische verklaringen hebben dit probleem niet, wat des te meer voor een dergelijke verklaring pleit. Beide argumenten hebben niets met een “untenable scientistic assumption” te maken, zoals Peels claimt.
**Conclusie**
Peels heeft niet aannemelijk kunnen maken dat lichaamsloze geesten bestaan en wetenschappelijk onderzoek maakt onwaarschijnlijk dat ze bestaan. Aangezien God verondersteld wordt een lichaamsloze geest te zijn, is het onwaarschijnlijke bestaan hiervan dus een goed argument voor atheïsme.
**Noten**
\[1\] Dit wil niet zeggen dat God zich niet kan manifesteren in een lichaam, zoals christenen menen in het geval van Jezus. Vooral vroeger werden goden ook voorgesteld met lichamen, een idee dat ook nog in de Hebreeuwse Bijbel/Oude testament terug te vinden is, zoals wordt beschreven door gerespecteerde Bijbelwetenschappers als James Kugel (*The God of Old*, Free Press, 2003) en Mark Smith (The three bodies of God in the Hebrew Bible. *Journal of Biblical Literature*, *134*(3), 471-488).
\[2\] Dit heb ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/StofZijtGij.pdf) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/DualismeReductionismeHardProblem.pdf) uitgebreid betoogd en is terug te vinden in de filosofische en neurowetenschappelijke literatuur, zie de referenties in mijn artikelen.
\[3\] Herman Philipses *God in the Age of Science?* (Oxford UP, 2012).
\[4\] Peels, R. (2013). A Bodiless Spirit? Meaningfulness, Possibility, and Probability. *Philo*, *16*(1), 62-76.
\[5\] [https://en.wikipedia.org/wiki/Extraterrestrial\_life#Planetary\_habitability\_in\_the\_Solar\_System](https://en.wikipedia.org/wiki/Extraterrestrial%5Flife?ref=deatheist.nl#Planetary%5Fhabitability%5Fin%5Fthe%5FSolar%5FSystem)
\[6\] De Nederlandse filosoof Hans van Eyghen is hierop gepromoveerd en heeft samen met Rik Peels en Gijsbert van den Brink een bundel hierover geredigeerd: *New Developments in the Cognitive Science of Religion* (Springer, 2018). Hij meent dat wetenschappelijke verklaringen niet debunkend werken, ik wel. Zie [hier](https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/) en [hier](https://www.deatheist.nl/repliek-aan-van-eyghen-waarom-naturalistische-verklaring-wel-degelijk-debunkend-werken/) voor mijn bijdrages aan de discussie tussen ons beiden.
\[7\] De wetenschappelijke literatuur op dit gebied is gigantisch en groeit met de dag. Een recente bespreking ervan is te vinden in het boek *Seeing myself* van psychologe Susan Blackmore (Robinson Press, 2019). Ook cognitiewetenschapper Julien Musolino behandelt in *The Soul Fallacy* (Prometheus, 2015) wetenschappelijke verklaringen voor vermeende bovennatuurlijke ervaringen.
\[8\] Dit onderzoek wordt o.a. besproken in de boeken van Blackmore en Musolino (zie vorige noot) en in de bundel *The myth of an afterlife* van Michael Martin en Keith Agustine (Rowman & Littlefield, 2015).
\[9\] Onder andere door de onderzoeksgroep van Stanislas Dehaene, die een goede en toegankelijke inleiding schreef tot dit onderzoek: *Consciousness and the Brain* (Viking, 2014). Er zijn meer onderzoeksgroepen die zich hiermee bezighouden en de ontwikkelingen gaan razendsnel.
\[10\] Monti, M. M., Vanhaudenhuyse, A., Coleman, M. R., Boly, M., Pickard, J. D., Tshibanda, L., ... & Laureys, S. (2010). Willful modulation of brain activity in disorders of consciousness. *New England Journal of Medicine*, *362*(7), 579-589.
\[11\] Polák, M., & Marvan, T. (2018). Neural correlates of consciousness meet the theory of identity. *Frontiers in psychology*, *9*, 1269.
\[12\] Zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/DualismeReductionismeHardProblem.pdf) uitgebreid betoogd heb, zie ook mijn [repliek](https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/) aan Emanuel Rutten. Zie verder ook: Jylkkä, J., & Railo, H. (2019). Consciousness as a concrete physical phenomenon. *Consciousness and cognition*, *74*, 102779.
### Vragen voor welwillende creationisten
URL: https://www.deatheist.nl/vragen-voor-welwillende-creationisten/
Last updated: 2026-08-24T17:36:13.000Z
Creationistenorganisatie Logos Instituut is sinds kort een pagina begonnen met “[Antwoorden voor (welwillende) sceptici, critici en waarheidszoekers](https://logos.nl/antwoorden-voor-welwillende-sceptici-2020/?ref=deatheist.nl)”, waarin ze antwoorden geven op lastige vragen van vooral mensen die hun gedachtegoed bekritiseren. Tot nu toe behandelen ze vrij triviale vragen waar vrij gemakkelijk een antwoord op te geven is. Of deze antwoorden ook overtuigend zijn, laat ik hier verder in het midden.
Hier wil ik me focussen op veel belangrijkere vragen die over veel centralere kwesties in hun gedachtegoed gaan. Veel van deze vragen heb ik al vaak gesteld aan creationisten, maar ik wacht nog steeds op de antwoorden.
Ik ben dus erg benieuwd naar de antwoorden op deze vragen voor welwillende (jonge-aarde-)creationisten. De antwoorden moeten uiteraard niet zuiver speculatief of [ad hoc](https://nl.wikipedia.org/wiki/Ad-hoc-hypothese?ref=deatheist.nl) zijn, maar onderbouwd.
Met dank aan [Willem Jan Blom](https://willemjanblom.wordpress.com/?ref=deatheist.nl) (student aardwetenschappen en filosofie), Eelco van Kampen (astronoom), Roel Andringa (natuurkundige) en Gerdien de Jong (evolutiebiologe) voor het toevoegen van een aantal vragen uit hun vakgebied. Deze lijst wordt in de toekomst aangevuld.
\[Update: Logos is van plan te reageren op de vragen uit dit artikel. [Hier](https://logos.nl/een-hagelbui-aan-vragen-voor-de-welwillende-creationist/?ref=deatheist.nl) geven ze een inleiding tot en overzicht van hun antwoorden. Reacties op hun antwoorden, onder andere van een deel van de vragenstellers hier, vinden plaats op hun Facebook-pagina. Ik zal de links naar deze discussies tussen vierkante haken achter de vragen hieronder plaatsen.\]
\[updat 7-9-2020: Ik kom er net achter dat Logos Facebook-posts aan het archiveren is, waardoor onderstaande links naar de discussies met uitgebreide kritiek van mij en anderen niet meer werken. Ze zeggen dit met posts ouder dan twee maanden te doen, maar veel oudere posts zijn nog wel zichtbaar (ze zeggen achter te lopen met archiveren). Over de reden van archiveren blijven ze ook vaag. Ze hebben ook nergens gemeld dat ze zijn gaan archiveren en reacties dus niet meer zichtbaar zijn. Dit is jammer en kwalijk, zeker gezien hun [censuurverleden](https://www.deatheist.nl/open-brief-aan-logos/)!\]
**Algemeen:**
- Welke concrete, toetsbare voorspellingen doet het creationisme [die zouden kunnen aantonen dat het onjuist is](https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/)? \[[discussie](https://www.facebook.com/hetlogosinstituut/posts/2794323784122656)\]
- Hoe kunnen we de grenzen tussen verschillende basistypen (‘baramins’, creationistische ‘soorten’) weten en (wetenschappelijk) bepalen, ook bij fossielen? \[[discussie](https://www.facebook.com/hetlogosinstituut/posts/2807741889447512)\]
- Als de grenzen tussen basistypen zo duidelijk zijn, waarom kunnen creationisten het onderling niet eens worden of een fossiel bijvoorbeeld van [een aap of een mens](http://www.talkorigins.org/faqs/homs/compare.html?ref=deatheist.nl) is? \[[discussie](https://www.facebook.com/hetlogosinstituut/posts/2851343871753980) en [discussie](https://www.facebook.com/hetlogosinstituut/posts/2857109221177445)\]
- Als er (volgens creationisten) zo’n harde grens is tussen micro-evolutie (binnen de soort) en macro-evolutie (boven soortniveau), [wat veroorzaakt die grens dan en hoe kunnen we die bepalen](https://evolution-outreach.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12052-020-00124-w?ref=deatheist.nl)?
- Waarom kan macro-evolutie niet een optelsom zijn van veel micro-evolutie over lange tijd?
- Waarom hebben mensen grote (genetische, anatomische, fysiologische, embryologische) overeenkomsten met dieren, zoals je op grond van evolutie mag verwachten, als een almachtige Schepper net zo goed voor iets anders had kunnen kiezen?
- Waarom is er zo’n grote consensus (zie [hier](https://www.pewresearch.org/science/2015/07/23/elaborating-on-the-views-of-aaas-scientists-issue-by-issue/?ref=deatheist.nl) en [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fscientific%5Fbodies%5Fexplicitly%5Frejecting%5Fintelligent%5Fdesign?ref=deatheist.nl)) onder wetenschappers – ook gelovige – dat het universum zeer oud en (macro-)evolutie een feit is?
- Waarom zijn er veel gelovige wetenschappers die geen enkele moeite hebben met een zeer oud universum en (macro-)evolutie?
- Waarom komen zo veel wetenschappelijke disciplines (kosmologie, astronomie, geologie, paleontologie, (evolutie)biologie, taalkunde, archeologie, Bijbelwetenschappen) met grotendeels onafhankelijke methodes allemaal op conclusies die onverenigbaar zijn met het creationisme?
- Waarom heeft God een universum schapen dat in alle opzichten de *schijn* (volgens creationisten) heeft van een [hoge ouderdom](http://www.talkorigins.org/origins/faqs-youngearth.html?ref=deatheist.nl)?
- Waarom achten jullie het zo onwaarschijnlijk dat de vorming van leven geen natuurlijke oorsprong heeft, terwijl in het verleden meerdere malen mechanismen zijn gevonden om processen die aanvankelijk uitermate onwaarschijnlijk of zelfs onmogelijk leken, opeens erg waarschijnlijk werden? Zie b.v. de koolstofresonantie van Fred Hoyle.
**Genetica:**
- Waarom is [genduplicatie](https://www.pnas.org/content/103/50/19027.short?ref=deatheist.nl) of [genoomduplicatie](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29579140?ref=deatheist.nl) met daaropvolgende divergentie niet een voorbeeld van ‘toename in informatie’, wat volgens creationisten onmogelijk is?
- Waarom hebben walvisachtigen dezelfde [reukgenen](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18686195?ref=deatheist.nl) als landzoogdieren, maar zijn ze defect, als ze niet afstammen van landzoogdieren?
- Waarom hebben defecte genen (pseudogenen), bijvoorbeeld die [voor de aanmaak van vitamine C](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/GULO.pdf) (zie ook [hier](http://www.sterrenstof.info/het-vitamine-c-gen/comment-page-1/?ref=deatheist.nl)), overeenkomsten tussen soorten, zoals je op grond van evolutie mag verwachten, terwijl deze soorten volgen creationisten onafhankelijk van elkaar geschapen zijn?
- Waarom hebben zoogdieren [restanten van de vitellogenine-genen nodig](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2267819/?ref=deatheist.nl) voor het aanmaken van dooier-eiwit?
- Als al het [junk-DNA](https://en.wikipedia.org/wiki/Non-coding%5FDNA?ref=deatheist.nl#Junk%5FDNA) van ons genoom wel degelijk een functie heeft, zoals veel creationisten beweren, waarom hebben verschillende soorten er dan zulke grote *verschillende* hoeveelheden van? Waarom heeft bijvoorbeeld de ui er 5 keer meer van dan mensen (de [ui-test](https://en.wikipedia.org/wiki/Onion%5FTest?ref=deatheist.nl))?
**Paleontologie, geologie en zondvloed:**
- Wanneer zouden jullie een fossiele accepteren als een [overgangsvorm](https://www.evolutietheorie.ugent.be/over-evolutietheorie/faq/wat-de-great-chain-being-en-welke-invloed-had-dit-concept-op-evolutionair?ref=deatheist.nl)? Aan welke eisen moet het voldoen?
- Als basistypen zo duidelijk van elkaar te onderscheiden (zouden moeten) zijn, waarom zijn er dan vele fossielen gevonden die kenmerken hebben van twee basistypen (bijvoorbeeld vis en landdier), precies zoals je op grond van evolutie mag verwachten ([overgangsvormen](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Ftransitional%5Ffossils?ref=deatheist.nl))?
- Waarom zijn bijvoorbeeld [*Tiktaalik*](https://en.wikipedia.org/wiki/Tiktaalik?ref=deatheist.nl), [*Archaeopteryx*](https://en.wikipedia.org/wiki/Archaeopteryx?ref=deatheist.nl)en [*Australopithecus*](https://en.wikipedia.org/wiki/Australopithecus?ref=deatheist.nl)geen voorbeelden van overgangsvormen?
- Waarom zien we een [geleidelijke toename in schedelinhoud](https://pandasthumb.org/archives/2006/09/fun-with-homini.html?ref=deatheist.nl) bij de fossielen van mensachtigen, precies zoals je op grond van evolutie mag verwachten?
- Waarom vinden we geen enkel spoor van amfibieën, reptielen, zoogdieren, vogels, bomen en bloemen in de oudste aardlagen? Reeds geopperde verklaringen [werken niet](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl#CH400-CH599).
- Waarom is er nooit ook maar enige spoor van mensen gevonden in aardlagen anders dan de jongste, terwijl in oudere lagen wel vele andere fossielen en sporen gevonden zijn? Reeds geopperde verklaringen [werken niet](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl#CH400-CH599).
- Hoe is de huidige biodiversiteit in slechts een paar duizend jaar geëvolueerd uit het zeer kleine groepje dat de vloed overleefde? Is de hoeveelheid genetische variatie in 2 of 7 paar daarvoor toereikend?
- Hoe overleefden mensen en dieren in de tijd na de vloed, op een totaal verwoeste aarde?
- Als de creationistische soorten ('baramins') overeenkomen met [families](https://nl.wikipedia.org/wiki/Familie%5F%28biologie%29?ref=deatheist.nl) uit de reguliere taxonomie en de Ark geland is in het Midden-Oosten, hoe kan het dat kangoeroes alleen in Australië voorkomen? Waarom komen ook andere families uit de [Australodelphia](https://en.wikipedia.org/wiki/Australidelphia?ref=deatheist.nl) alleen in Australië voor? Hoe zijn ze daar gekomen?
- Voor de twee families luiaard, de twee famlies armadillo, en de twee families miereneter: hoe kwamen ze in Zuid-Amerika?
- Voor de [Eupleridae](https://nl.wikipedia.org/wiki/Madagaskarcivetkatten?ref=deatheist.nl), de zoogdieren van Madagascar, hoe kwamen ze *uitsluitend* op dat eiland?
- De oudste fosselen van de familie Canidae (hondachtigen) worden gevonden in Noord-Amerka: hoe kwamen ze daar?
- De eerste vertegenwoordigers van de huidige families (de kroongroepen) worden gevonden in verschillende aardlagen. Waarom niet in dezelfde aardlaag als ze gelijk uit de Ark komen?
- Een Cenozoische Post-Flood boundary wordt door creationisten [verworpen](https://answersingenesis.org/fossils/fossil-record/to-ark-back-again-using-marsupial-fossil-record/?ref=deatheist.nl). Als de [K/Pg-grens](https://nl.wikipedia.org/wiki/Krijt-Paleogeengrens?ref=deatheist.nl) voor Post-Flood boundary gehouden wordt, hoe kan het dan dat de baramins ovreenkomen met families? Bij de K/Pg-grens is er immers geen enkele *huidige* zoogdierfamilie bekend, zels geen enkele *huidige* zoogdierorde.
- Genesis 7 heeft het over *alle* soorten (vers 14-15). Hoe kan het dan dat er soorten/groepen zijn die alleen van vóór de K/pg-grens bekend zijn? Bv [Zalambdalestidae](https://en.wikipedia.org/wiki/Zalambdalestidae?ref=deatheist.nl), [Gorgonopsidae](https://en.wikipedia.org/wiki/Gorgonopsia?ref=deatheist.nl), [Sphenacodontidae](https://en.wikipedia.org/wiki/Sphenacodontidae?ref=deatheist.nl), [Troodontidae](https://en.wikipedia.org/wiki/Troodontidae?ref=deatheist.nl), [Parareptilia](https://en.wikipedia.org/wiki/Parareptilia?ref=deatheist.nl)?
- Waarom zien we [oppervlakteverschijnselen](http://www.csun.edu/~vcgeo005/Flood%20geology.pdf?ref=deatheist.nl) in aardlagen die volgens creationisten afgezet zijn *tijdens* de zondvloed?
- Waar komt de gigantische hoeveelheid water van de zondvloed vandaan en waar is het nu? Reeds geopperde modellen zijn [allemaal problematisch](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl#CH400-CH599).
- Hoe kan het dat de ontwikkeling van riviertypen (van vlechtende naar meanderende naar anastomoserende rivieren) precies [gelijkloopt met de ontwikkeling van planten](https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S001678781300120X?via%3Dihub&ref=deatheist.nl)?
- Waarom hebben klimaat- en sedimentatiecycli vrijwel altijd een periode die [overeenkomt met die van Milankovićcycli](https://www.semanticscholar.org/paper/Trends%2C-rhythms%2C-and-aberrations-in-global-climate-Zachos-Pagani/b64fdb5c9528162e635e8a83f5649c5969a3f371?ref=deatheist.nl), terwijl de methodes om die periodes te berekenen volledig onafhankelijk is?
- Waarom verschijnen taxa in het fossielenbestand over het algemeen in dezelfde volgorde als wat verwacht wordt op basis van genetische cladogrammen?
- Waarom bevinden zich de oudste fossielen van dieren met een skelet (zoals de [Chengjiang biota](https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/9781118896372.ch4?ref=deatheist.nl)) in specifieke lagen (die worden geïnterpreteerd als stormafzettingen) in een fijnkorrelige matrix zonder grote fossielen? Hoe is dit gesteente ontstaan in een zondvloedcontext?
- Waarom bevat de ['Tapeats Sandstone Formation](https://pubs.geoscienceworld.org/gsa/gsabulletin/article-abstract/88/2/199/202052/Deposition-of-the-Tapeats-Sandstone-Cambrian-in?redirectedFrom=fulltext&ref=deatheist.nl)', die door veel creationisten gezien wordt als het oudste gesteente in de Grand Canyon dat tijdens de zondvloed is gevormd, duidelijke kenmerken die erop wijzen dat het gesteente in een langdurige getijdencontext is gevormd?
- Hoe verklaren jullie meerdere koude en warme fases met respectievelijk veel en weinig ijs tijdens het Pleistoceen, die gevonden worden in diepzeeboorkernen, ijsboorkernen, pollenreeksen, rivierterrassen en oceaanbodemspreiding (zie [hier](https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1029/2004PA001071?ref=deatheist.nl)en [hier](https://science.sciencemag.org/content/347/6227/1237?ref=deatheist.nl))?
- Hoe verklaren jullie dat dergelijke klimaatcycli duidelijk gecorreleerd zijn aan [variaties in de CO2-concentratie in de atmosfeer](https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1029/2017PA003306?ref=deatheist.nl)? Op welke manier kan de CO2-concentratie in de atmosfeer op creationistische tijdschalen snel afnemen?
**Embryologie en rudimentaire organen:**
- Waarom ontwikkelt de mens een [embryonale staart](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Reactie%5FScheele.pdf), die vervolgens weer grotendeels afgebroken wordt?
- Waarom heeft het staartbeen de [vorm](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Evolutie%5Fstaartje.pdf) (vergroeide wervels, uitsteeksels, aanhechtingen van spieren) die het heeft, als ware het een restant van een staart?
- Waarom ontwikkelt het embryo van walvisachtigen [achterpoten en snorharen](https://evolution-outreach.biomedcentral.com/articles/10.1007/s12052-009-0135-2?ref=deatheist.nl)?
- Waarom zijn er walvisachtigen met de [onderdelen van achterpoten](https://evolution-outreach.biomedcentral.com/articles/10.1007/s12052-009-0135-2?ref=deatheist.nl)?
- Waarom hebben vogels de [genen om tanden te ontwikkelen](http://rattlesnakesofarizona.org/files/PDFs/TREE%5F26%5F663-673%5F2011.pdf?ref=deatheist.nl)?
**Fysica en astronomie:**
- Waarom ontkennen sommige creationisten dat we niet het verleden kunnen kijken, terwijl de lichtsnelheid eindig is?
- Wat is het probleem met [radiometrische dateringen](https://www.amazon.com/Principles-Radiometric-Dating-Kunchithapadam-Gopalan/dp/1107198739?fbclid=IwAR2LxbLczTeMlKjWD94kDCU4o6-NZE5VYqWdSTK8Old9hgR3i5R7wwKzdBc&ref=deatheist.nl), en dan met name de moderne [isochroonmethodes](https://en.wikipedia.org/wiki/Isochron%5Fdating?ref=deatheist.nl), waarvan het resultaat altijd consistent is met methodes die geen enkel gebruikmaken van radiometrische dateringen (zie ook [hier](https://www.asa3.org/ASA/resources/Wiens.html?ref=deatheist.nl))?
- We hebben ondertussen al vele zonnestelsels [waargenomen](https://almascience.eso.org/almadata/lp/DSHARP/?ref=deatheist.nl)die zich nog aan het vormen zijn. Waarom zou ons eigen zonnestelsel, met een standaard ster in het midden, vrijwel ‘kant-en-klaar’ gevormd moeten zijn zoals het nu is?
- De lichtsnelheid *c* is een natuurconstante en kan niet veel variëren, omdat sterren schijnen door massa om te zetten in energie (straling) via E=mc2. Een veel hogere *c* in het verleden betekent dat verre sterren veel en veel meer energie per massa zouden produceren (gaat kwadratisch met *c*!). Ze zouden zich niet kunnen vormen (zichzelf al heel vroeg opblazen). Waarom zien we ze dan wel, ook nog eens in bijzonder grote aantallen?
- Veel van de zwaardere elementen op aarde zijn gevormd in supernovae (via het [r-proces](https://en.wikipedia.org/wiki/R-process?ref=deatheist.nl)) voordat ons zonnestelsel zich vormde – de zon is op z’n minst een tweede generatie ster (waarschijnlijk derde generatie). Als creationisten dat niet accepteren, hoe zijn de zwaardere elementen zoals uranium dan gevormd?
- Als het [huidige kosmologische model](https://en.wikipedia.org/wiki/Big%5FBang?ref=deatheist.nl) niet klopt, hoe kan het dan dat dit model zo uitermate nauwkeurig het vermogensspectrum van de kosmische achtergrondstraling kan fitten, inclusief de [akoestische pieken](https://en.wikipedia.org/wiki/Cosmic%5Fmicrowave%5Fbackground?fbclid=IwAR0jtNjqVOPBoYPM994hFqPPbcpRh1NnnthaZS6KjzWlFyJ4EQbnoZEjkKg&ref=deatheist.nl#/media/File:PowerSpectrumExt.svg)? Is dit zuiver toeval, of een geval van overfitting? En waarom kan geen enkel ander alternatief kosmologisch model dit spectrum reproduceren?
- Indien radioactief verval van C-14 in het verleden anders heeft kunnen plaatsvinden, waarom vinden we dit dan niet terug in de renormalisatie van de koppeling van de zwakke kernkracht? Wat voor restricties geeft dit op het standaardmodel?
**Bijbel:**
- Wat zou de creationist ervan overtuigen dat de Bijbel feilbaar is?
- Hoe weet de creationist dat zijn interpretatie van de Bijbel juist is?
- Hoe weet de creationist welke passages we historisch/letterlijk moeten lezen en welke symbolisch? Waarom lezen ze bijvoorbeeld die over de schepping wel letterlijk/historisch, maar die over [de vorm van de aarde](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) niet?
- Als de Bijbel het onfeilbare Woord van God is, welke manuscripten geven dat Woord dan weer, aangezien de manuscripten [onderling verschillen](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WoordvanGod.pdf)?
### Het argument van schaal
URL: https://www.deatheist.nl/het-argument-van-schaal/
Last updated: 2026-08-21T18:06:14.000Z
Wie wel eens in het [planetarium](https://www.artis.nl/nl/te-doen-artis/dagagenda-activiteiten/planetarium/?ref=deatheist.nl) van Artis een ‘reis door de ruimte’ heeft gemaakt, krijgt al snel de indruk hoe klein en onbeduidend wij mensen zijn in dit immense universum, zeker als we ook de tijd meenemen dat het universum al bestaat (13,8 miljard jaar). Dit staat in schril contrast met het wereldbeeld waarin veel mensen sinds mensenheugenis geloofd hebben en dat ook in bijvoorbeeld de Bijbel te vinden is: een kleine platte aarde met daaroverheen de hemelkoepel waarin de hemellichamen zich bevinden. De goden of God bedelen de aarde en de mens een speciale rol toe, van de schepping tot een eventueel Eind der Tijden. Nergens vinden we iets over de immense afstanden en de complete werelden (sterrenlstelsels) buiten de onze.
Het is dit contrast dat sinds een paar jaar door een aantal atheïsten is gebruikt als argument tegen het bestaan van God, in het bijzonder de traditionele conceptie daarvan, waarin God almachtig, alwetend en algoed is en de mens een bijzondere plaats toebedeeld heeft. In de (nog relatief beperkte) literatuur is het bekend geworden als het ‘argument from scale’. Filosofen Nicholas Everitt (2004) en Herman Philipse (2012) werken er varianten van uit, net als kosmoloog Sean Carroll (2005). Theïstische filosofen Jeroen de Ridder en Rik Peels nemen in een recent artikel (2019) deze varianten onder de loep en bekritiseren ze, waarna ze concluderen dat het argument van schaal niet overtuigt. Voor zover ik weet, is dit de meest recente en uitvoerige kritiek op het argument. Ik zal hieronder betogen waarom hun kritiek niet sterk is. Eerst zal ik uitleggen waarop het argument gebaseerd is en de variant formuleren die volgens mij het sterkste is.
**De traditie: geocentrisme en antropocentrisme**
Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Volgens het Bijbelse wereldbeeld (Klink, 2018), dat mutatis mutandis in veel oude culturen voorkomt, is de aarde plat en het middelpunt van het universum (geocentrisme). Daarboven staat de hemelkoepel met daarin de hemellichamen (zon, maan, sterren en planeten \[1\]) die rond de aarde draaien. In de hemel boven de aarde leven ook de goden (of God) en andere bovennatuurlijke wezens als engelen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dit wereldbeeld goed voorstellen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, ze zijn er speciaal voor ons. Dit blijkt ook uit het feit dat veel culturen aan astrologie doen, waarbij de hemellichamen een belangrijke invloed hebben op het leven van mensen. Onder de aarde wordt een duistere en vaak kwade onderwereld voorgesteld, eventueel met mythische monsters.
In dit oude wereldbeeld is het mensbeeld antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (o.a. Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart Zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. De mens blijft ook een rol spelen tot het einde, meestal in de vorm van een Apocalyps, waarbij het goede voorgoed zal overwinnen.
**De wetenschap: de mens is volstrekt onbeduidend**
Dit staat in scherp contrast met het wereldbeeld dat de wetenschappen ons de afgelopen eeuwen gegeven hebben. Niet alleen is de aarde niet het middelpunt van de wereld, ze blijkt in het niet te vallen in een schier oneindig universum dat al onvoorstelbaar lang bestaat. Onze zon is slechts 1 ster van de 100-400 miljard sterren, *in ons sterrenlstelsel alleen*. Dit sterrenstelsel, de [Melkweg](https://nl.wikipedia.org/wiki/Melkweg%5F%28sterrenstelsel%29?ref=deatheist.nl), is minstens 100.000 lichtjaar groot. Het licht heeft dus al 100.000 jaar nodig om het te doorkruisen, wat neerkomt op een doorsnede van zo'n 946.000.000.000.000.000 kilometer. Volgens [de meest recente schattingen](http://www.universetoday.com/30305/how-many-galaxies-in-the-universe/?ref=deatheist.nl) zijn er in het zichtbare universum 2 biljoen (miljoen keer miljoen) sterrenstelsels. De dichtstbijzijnde daarvan, de [Andromedanevel](https://nl.wikipedia.org/wiki/Andromedanevel?ref=deatheist.nl), staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Tussen deze sterrenstelsels zit een onvoorstelbare hoeveelheid aan lege en ijskoude ruimte. Volgens [de meest recente schattingen](https://en.wikipedia.org/wiki/Universe?ref=deatheist.nl#Composition) bestaat slechts zo’n 5% van dat universum uit materie die wij kunnen waarnemen; de rest is donkere materie en donkere energie. De plaats van de aarde in dit kosmische geheel is dus volstrekt onbeduidend, een zandkorrel in de woestijn.
En op die zandkorrel ontstond zo’n 200.000 jaar geleden de anatomisch moderne mens: *Homo sapiens*. Dat ook dit op kosmische schaal onbeduidend is, blijkt uit het feit dat het universum al zo’n 13,8 miljard jaar bestaat. Wij bestaan dus 0,0014% van de tijd dat het universum bestaat. Vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden kun je voorzichtig spreken van beschaving. Volgens de traditionele dateringen op grond van de Bijbel is de gehele wereld ongeveer zo oud. Dat is 0,00007% van de tijd dat het universum werkelijk bestaan heeft. Een groot deel van de sterren die wij kunnen zien, bestaat al niet meer, maar hun licht is door de grote afstand en de hoge ouderdom nog steeds naar ons onderweg.
Sinds Darwin weten we ook dat de mens niet de kroon op de schepping is, maar slechts een kleine tak aan de immense [Tree of Life](https://en.wikipedia.org/wiki/Tree%5Fof%5Flife%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl), ontstaan na minstens 3,8 miljard jaar geleidelijke evolutie door hoofdzakelijk natuurlijke selectie. Dit proces is buitengewoon verspillend en verloopt vaak wreed: roofdieren trekken prooien levend uit elkaar en parasieten vreten andere dieren levend van binnenuit op. De zwaksten leggen als eerste het loodje in de *struggle for existence*. Dit alles is lastig te rijmen met een almachtige en algoede God, die in Genesis over Zijn schepping ook nog eens meerdere malen concludeert “dat het goed was”. De moderne neurowetenschappen hebben voorts overtuigend aangetoond dat al onze gedachten, gevoelens en herinneringen, onze persoonlijkheid en ons bewustzijn uit hersenactiviteit blijken te bestaan. Voor een (letterlijke) geest of ziel is geen plaats meer, ze gaan dezelfde weg als de heks, het [élan vital](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vitalisme%5F%28filosofie%29?ref=deatheist.nl) en [flogiston](https://nl.wikipedia.org/wiki/Flogiston?ref=deatheist.nl). Met de dood is het dan ook klaar: stof zijn we en tot stof zullen we wederkeren (Klink 2007; 2019).
Tot slot is het moderne wereldbeeld vrijwel niet te begrijpen voor de leek met onvoorstelbare afstanden en leeftijden, kromming van ruimtetijd, kwantummechanica donkere materie en donkere energie (die tezamen 95% van de samenstelling van het universum vormen). Als we sommige (speculatieve) theorieën uit de natuurkunde mogen geloven, bestaan er meer dan vier dimensies (snaartheorie), of zelfs compleet andere universa (multiversum). Alleen wetenschappers hebben hier na jarenlange training enig begrip van. Dat was in de huiselijke voorstelling van het traditionele wereldbeeld uiteraard geheel anders.
Bedenk ook dat dit anders had *kunnen* zijn als de traditionele religieuze wereldbeelden juist bleken te zijn. Als alle evidentie werkelijk had gewezen op bijvoorbeeld een wereld die een paar duizend jaar geleden in een week geschapen is, zoals eeuwenlang is geloofd op grond van Genesis, dan had de atheïst een groot probleem gehad. Een atheïst heeft naturalistische ontstaansmechanismen nodig, de theïst niet.
**Het argument van schaal**
Dit contrast nu vormt de kern van het argument: hoe moeten we deze volstrekt onbeduidende positie van de mens rijmen met het traditionele idee dat God de mens een belangrijke positie toebedeeld heeft? Alvorens het argument als zodanig te formuleren, is het belangrijk te benoemen dat dit argument gericht is tegen een bepaald godsbeeld, namelijk het traditionele theïstische godsbeeld waarin het scheppen van de mens en Gods relatie met de mens een belangrijk – zo niet hét belangrijkste – doel was. Dit godsbeeld vinden we in ieder geval terug in de drie grote monotheïstische religies (jodendom, christendom en islam). Het argument werkt dus niet tegen bijvoorbeeld deïsme (God schiep slechts het universum en deed daarna niets meer) of pantheïsme (waarin God gelijkgesteld wordt aan de natuur).
De sterkste versie van het argument is volgens mij de waarschijnlijkheidsversie: gezien de onbeduidende plek van de mens is *prima facie* atheïsme *waarschijnlijker* dan theïsme. Deze onbeduidendheid zit, zoals we hierboven gezien hebben, in een aantal punten: 1) de *gigantische grootte* van het universum waarin *de aarde geen centrale plek* heeft, 2) de *hoge ouderdom* van het universum, 3) de *samenstelling* van het universum (het overgrote deel is onzichtbaar en/of volstrekt ongeschikt voor elke vorm van leven), 4) het *mechanisme* waarmee de mens *na zeer lange tijd* ontstaan is (het naturalistische proces van evolutie) en 5) de *aard* van de mens (een dier onder de dieren).
Volgens het klassieke theïsme daarentegen schiep God de mens als een beduidend wezen: 1) in een *klein* en *geocentrisch* universum, 2) dat *slechts duizenden jaren bestaat* en vanaf het begin mensen heeft, 3) een voor de mens *zichtbare samenstelling* heeft die voor een aanzienlijk deel *geschikt is voor leven*, 4) waarbij de mens *direct door God geschapen* is en 5) de mens een *andere aard* heeft dan de dieren (zoals een ziel).
Het argument kan nu als volgt geformuleerd worden:
P1: Als atheïsme waar is, neemt de mens een onbeduidende plek in het universum in.
P2: Als (klassiek) theïsme waar is, neemt de mens een beduidende plek in het universum in.
P3: De wetenschappen schetsen ons een beeld waarin de mens een onbeduidende plek heeft.
C1: Uit P1 en P2: de waarschijnlijkheid van atheïsme wordt hoger gezien P3\.
Merk op dat dit argument de waarschijnlijkheid van atheïsme slechts *verhoogt*. Als de theïst andere argumenten heeft die het theïsme waarschijnlijker maken en de atheïstische argumenten die deze waarschijnlijk laten dalen succesvol weet te pareren, kan theïsme alsnog waarschijnlijker uitvallen dan atheïsme. Op deze andere (vermeende) succesvolle argumenten voor theïsme en atheïsme zal hier verder niet worden ingegaan (zie verder o.a. Everitt, 2004; Oppy, 2006; Philipse 2012).
Aangezien de conclusie van dit argument volgens mij niet te ontkennen valt als de premissen waar zijn, kan de theïst alleen de premissen in twijfel trekken. Dit is ook wat De Ridder en Peels doen in hun kritiek op dit argument. Ik meen evenwel dat hun kritiek problematisch is, waardoor het argument blijft staan.
**Hét probleem met theïstische verklaringen**
Het probleem met theïstische verklaringen en argumenten is dat ze alleen werken met bepaalde theologische aannames: ze gaan uit van bepaalde eigenschappen, doelen, voorkeuren en wensen die God zou hebben (dat er slecht één God is, is al een aanname op zich). Alleen als dergelijke aannames kloppen en we die kunnen kennen, kunnen theïstische verklaringen en argumenten van de grond komen \[2\]. Juist daar zit evenwel een fundamenteel probleem, want al de manieren om die theologische aannames te kennen en te rechtvaardigen zijn problematisch, zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/) heb laten zien. De vermeende bronnen waar deze aannames op gebaseerd zijn, zijn onbetrouwbaar en spreken elkaar onderling tegen (openbaringen, tradities), zijn te vaag (gevoelens), of laten te veel mogelijkheden open (logische consistentie).
De theist moet dus bepaalde aannames doen over God. Het centrale probleem is dat deze aannames gezien onze beste kennis óf onwaarschijnlijk zijn, óf niet te toetsen zijn. Hoe concreter de bewering van de theïst wordt, hoe gemakkelijker deze te toetsen valt, met over het algemeen geen positieve uitkomst (falsificatie \[3\]). Als de theïst er daarentegen voor kiest om zijn claim minder concreet te maken, wordt de kans op falsificatie weliswaar kleiner, maar de verklarende kracht ook minder groot. Als een verklaring erg vaag wordt, kun je er alles mee verklaren – en daarmee niets \[4\].
De Ridder en Peels gaan in hun stuk subtiel heen en weer tussen beide opties. Daarbij eindigen ze echter steeds óf met een bewering die concreet, maar onwaarschijnlijk is, óf met een claim die vaag is en daardoor niet op waarschijnlijkheid valt te beoordelen. Laten we dit het *vaagheidsdilemma* noemen \[5\]. Beide opties zijn epistemisch problematisch, waardoor hun kritiek onsuccesvol blijft. Ik wil dat illustreren aan de hand van een aantal voorbeelden.
**Wat kunnen we weten over God?**
“It is widely acknowledged in the philosophy of religion literature, that it would not count against God’s omnipotence that he cannot do things that are impossible.” Hoe kunnen we weten wat wel en niet mogelijk is voor God? Als Hij een compleet andere wereld kan scheppen zoals een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Op. 21) of een onstoffelijk hiernamaals zonder leed, waarom zou de huidige wereld er dan niet anders uit kunnen zien? Ze stellen dat “the idea that complex intelligent free creatures such as humans exists in a smallish and youngish universe” misschien wel metafysisch onmogelijk is, maar dit is precies wat de Bijbelschrijvers, de oude Grieken en vrijwel elk ander mens zich voor de moderne wetenschap voorstelde. Als God zich geopenbaard heeft in bijvoorbeeld de Bijbel, heeft Hij de mensheid niet alleen een onjuist wereldbeeld voorgesteld, maar zelfs een onmogelijk wereldbeeld. Is dat niet wat opmerkelijk?
Ook stellen ze: “At the very least we can say that current physics, chemistry, and biology give us significant reasons to think that intelligent life is not very easy to realize and sustain.” Dit geldt natuurlijk alleen als we uitgaan van (metafysisch) naturalisme, waarin alleen natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en bovennatuurlijk ingrijpen geen optie is. Volgens het theïsme is God echter niet gebonden aan deze naturalistische beperking, want God pleegt allerlei dingen te doen die volgens “current physics, chemistry, and biology” onmogelijk zijn (o.a. wonderen).
Voorts stellen ze: “Nothing in the holy books or traditional orthodoxy of the main theïstic religions commits theïsts to claiming that God’s *most important* or *sole* purpose in creating was to create humans or similar beings.” Er is evenwel geen enkele uitleg in deze boeken te vinden over waar de rest van dit gigantische, grotendeels onwaarneembare en zeer oude universum toe zou dienen. Of wat het doel was van de 99% van de diersoorten die uitgestorven zijn voor de mens ten tonele verscheen. De vraag is ook hoe sterk deze commitment van de theïst moet zijn om niet *elke* mogelijkheid open te houden – en daarmee niets te verklaren. Daarnaast wordt hier *uitgegaan* van de aanname dat God zijn doelen inderdaad geopenbaard heeft in bepaalde ‘heilige boeken’, waarmee ook de nodige problemen zijn (o.a. dat deze boeken elkaar tegenspreken).
**Sceptisch theïsme**
Een strategie die De Ridder en Peels ook toepassen, kennen we als theïstisch reactie op het probleem van het lijden/kwaad. Volgens deze objectie van het *sceptisch theïsme* zijn wij misschien wel helemaal niet in staat (of in de positie) om God te beoordelen op Zijn keuzes. Wij – zowel de theïst als atheïst – hebben blijkbaar allemaal verwachtingen over Gods doelen en manieren waaraan wel of niet voldaan wordt, maar wie zegt dat die kloppen? De Ridder en Peels stellen dan ook: “Even epistemologically optimistic theïsts will point out that humans are not in a position to acquire much reliable knowledge about such things.”
Deze strategie leidt echter tot een aantal problemen. In de eerste plaats is het een zwaard dat aan twee kanten snijdt. De theïst mag de aannames die een atheïst maakt over God dan via deze zet in twijfel trekken in een poging zijn argument van schaal te ontkrachten, maar de atheïst kan bij de theïst precies hetzelfde doen. Hierboven is al besproken dat theïstische verklaringen en argumenten (zoals het kosmologische en ontwerpargument) ook allerlei aannames over God doen, maar wie zegt dat *die* kloppen? Daarnaast is het sceptisch theïsme lastig te rijmen met eeuwenlange theologische tradities die allerhande uitspraken over God doen. Als “God gets to determine the standards of what is ultimately important, valuable, and significant”, hoe kan de theïst die dan te weten komen om zijn verklaringen en argumenten te laten werken?
Even later vergelijken ze wat God waardeert weer met wat mensen waarderen (“We humans do similar things too.”). Ook kan God natuurlijk van alles waarderen naast (of boven?) mensen: “Not only *might* God value non-animate matter in the forms of such things as planets, stars, and dark matter, he *might* also value other things that explain why human life is not pervasive in time and space.” (mijn cursivering). Misschien houdt God vooral van zwarte gaten, en helemaal niet zo van mensen? Of van waterstof, het meest voorkomende element in het universum? Dat zou een stuk beter passen bij wat we waarnemen in het universum. God “might” van alles kunnen waarderen en willen (of niet). Wie zal het zeggen? God kan voor alles een reden hebben, “so it is with his reasons for creating universes and the things in them.” Hoe kun je daar een verklaring, argument of tegenwerping op baseren?
De Ridder en Peels willen dus de kool en de geit sparen. Aan de ene kant doen ze allerlei uitspraken over God die volgens het sceptisch theïsme gemakkelijk in twijfel getrokken kunnen worden. Aan de andere kant beroepen ze zich op het sceptisch theïsme om de atheïst de wind uit de zeilen te nemen bij het argument van schaal. Ze zijn dus inconsequent in het toepassen van het sceptisch theïsme.
Is er dan misschien een tussenweg mogelijk tussen een volledig sceptisch theïsme waarbij we niets kunnen weten over God (wat neerkomt op apofatische theologie) en een theïsme dat allerlei (te) concrete uitspraken over God doet? De vraag is hoe dat zou moeten werken gezien de eerder besproken problemen met de rechtvaardiging van aannames over God en het vaagheidsdilemma. Mijns inziens slagen De Ridder en Peels er niet in om aan deze problemen te ontkomen, waardoor ook de middenweg heilloos is.
**Wat kunnen we weten over het universum?**
De Ridder en Peels proberen ook een beetje te morren aan de derde premisse: is de mens in het universum wel echt zo onbeduidend? Zo stellen ze dat “There is reason to be modest about our knowledge of what is and is not ‘hospitable to intelligent life’.” Dit is een vreemde opmerking, want we weten zo goed als zeker dat een buitengewoon groot deel van het universum beslist niet “hospitable to intelligent life” is. Dat geldt niet alleen voor de gigantische lege ruimtes tussen sterrenstelsels, maar zelfs binnen sterrenstelsels weten we dat op de meeste plekken moleculen niet kunnen vormen. Ook sterren vallen af voor het ontstaan van intelligent leven, net als vermoedelijk de grootste delen van veruit de meeste planeten. Dan blijft er niet veel meer over. Hun stelling dat “we don’t really know how empty the universe is” is dan ook onhoudbaar gezien onze astronomische kennis.
Maar wat weten we over de toekomst van het universum? Misschien “was \[this\] only the beginning” en zal nieuwe technologie ons brengen “across significant parts of the universe after all”. Natuurlijk is dit slechts speculatie (we kunnen ook uitsterven) die net zo goed mogelijk is als het atheïsme waar is. De theïst heeft dan wel wat uit te leggen: waarom heeft de Alwetende daar niets over verteld? Waarom heeft Hij aan de mensheid niet duizenden jaren geleden al laten weten dat er complete werelden zijn ‘voorbij de sterren die jullie kunnen zien’? Waarom heeft Hij ons niet wat eerder en wat meer technologisch inzicht gegeven in wat er ‘voorbij de sterren’ überhaupt allemaal bestaat en hoe we daar eventueel kunnen komen? Dit lijkt meer een speculatieve ad-hocoplossing dan een serieus weerwoord.
**Conclusie**
Het argument van schaal is een vrij recent argument voor atheïsme dat volgens mij erin slaagt atheïsme waarschijnlijker te maken. De kritiek van De Ridder en Peels op dit argument overtuigt niet om hoofdzakelijk twee redenen. In de eerste plaats is het gebaseerd op allerlei theologische aannames die niet goed gekend of gerechtvaardigd kunnen worden. In de tweede plaats lopen ze tegen het vaagheidsdilemma aan: de beweringen over God zijn óf te vaag om er iets mee te kunnen verklaren of er een argument op te baseren, óf ze zijn concreet genoeg om dat wel te doen, maar dan zijn ze waarschijnlijk onjuist. Het argument van schaal kan dan op twee manieren slagen. Het slaagt óf door het klassieke theïsme van zijn inhoud te beroven door gedwongen vaagheid, óf door een gedwongen concretisering van theïsme, waarbij het argument van schaal de waarschijnlijkheid van atheïsme verhoogt.
**Noten**
\[1\] In dit wereldbeeld was natuurlijk nog niet duidelijk dat de zon ook een ster is. Soms werden de zon en de maan als planeten gezien. De oude Grieken noemden planeten πλάνητες ἀστέρες (*planētes asteres*), zwervende sterren.
\[2\] Ook theïstische argumenten hebben dergelijke aannames. Zo veronderstelt het kosmologische argument dat God een universum *wil* scheppen en het ontwerpargument ook nog dat God bepaalde *doelen* heeft bij het scheppen (in ieder geval de mens). Zonder dergelijke aannames komen de argumenten niet van de grond.
\[3\] Waaronder ik hier versta dat de claim zeer onwaarschijnlijk geworden is, niet dat deze absoluut (logisch of metafysisch) uitgesloten is. Een klassiek voorbeeld hiervan is dat God een paar duizend jaar geleden de wereld in zes dagen schiep.
\[4\] Filosoof en theoloog Gregory Dawes (2009) maakt een vergelijkbaar punt in zijn zeer doorwrochte kritiek op theïstische verklaringen.
\[5\] We komen hetzelfde dilemma tegen in allerlei pseudowetenschappen. Bij astrologie bijvoorbeeld wordt een te concrete voorspelling waarschijnlijk gefalsificeerd, maar een te vage voorspelling zegt niets.
**Referenties**
Carroll, S. (2005). Why (almost all) cosmologists are atheists. *Faith and Philosophy*, *22*(5), 622-635.
Dawes, G. W. (2009). *Theism and explanation*. Routledge.
De Ridder, J., & Peels, R. (2019). The argument from scale. Manuscript. Gedownload op 26-10-2019 via [https://www.academia.edu/19939622/The\_Argument\_from\_Scale](https://www.academia.edu/19939622/The%5FArgument%5Ffrom%5FScale?ref=deatheist.nl)
Everitt, N. (2004). *The non-existence of God*. Routledge.
Klink, B. (2007). [Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/StofZijtGij.pdf).
Klink, B. (2018). [De Bijbelse wereld: wereldbeeld, goden en mythen](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf).
Klink,. B. (2019). [Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf).
Oppy, G. (2006). *Arguing about gods*. Cambridge University Press.
Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press.
### Intuïtieve dwalingen: een repliek aan Rutten
URL: https://www.deatheist.nl/intuitieve-dwalingen-een-repliek-aan-rutten/
Last updated: 2026-08-22T14:30:32.000Z
Op deze site publiceerde ik een [uitgebreid artikel](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf) waarin ik betoog dat de geest gereduceerd kan worden tot hersenactiviteit: de geest is wat het brein doet. Op Geloof & Wetenschap verscheen daarvan een kortere en toegankelijkere versie als [opinieartikel](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/1010-waarom-de-geest-is-wat-het-brein-doet?ref=deatheist.nl). VU-filosoof Emanuel Rutten [reageerde](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/1011-waarom-wij-niet-hoeven-te-geloven-dat-wij-ons-brein-zijn-repliek-op-klink?ref=deatheist.nl) daar weer op. Ik weet niet of Rutten alleen mijn opiniestuk gelezen heeft of ook de uitgebreidere versie op deze website. Dit is mijn repliek op zijn reactie.
**Zijn intuïties betrouwbaar?**
In zijn reactie beroept Rutten zich hoofdzakelijk op intuïties: dualisme is *intuïtief* aannemelijk en hij heeft de modale *intuïtie* dat het mogelijk is dat hij zijn brein niet is. Aangezien ik deze stap al voorzien had, heb ik in mijn eerste bijdrage al de nodige kritiek geuit op dit argument en laat ik vooral in de uitgebreidere versie op mijn site zien waarom deze intuïtie onbetrouwbaar is en ondermijnd wordt. Het verbaast mij dan ook dat Rutten hier nauwelijks op ingaat, want daarmee vervalt het voornaamste argument waarop zijn positie gebaseerd is.
Rutten stelt veel vertrouwen in onze intuïties: “Want het is een algemeen erkend wijsgerig principe dat wij *prima facie* moeten uitgaan van de waarachtigheid van onze diepste menselijke intuïties totdat het tegendeel voldoende aangetoond is.” Hoe kan een wetenschappelijk geïnformeerde intellectueel als Rutten - vooral na Darwin - zoiets beweren als hij weet dat onze intuïties zijn ontstaan om in groepen op de savanne te overleven? Wie evolutie serieus neemt, zou *prima facie* juist *wantrouwend* moeten staan tegenover onze diepste intuïties, vooral wanneer ze gebruikt worden in een domein waarvoor ze niet zijn geëvolueerd. Waarom zouden onze intuïties bijvoorbeeld betrouwbaar zijn als het gaat over de aard van ruimte en tijd en de bouw van het universum? Voortschrijdend wetenschappelijk inzicht heeft laten zien dat ze dat ook niet zijn, wat evolutionair gezien logisch is. Ik meen dat precies hetzelfde geldt voor de relatie tussen lichaam en geest: het heeft evolutionair geen enkel nut om iets over de neuronale machinerie van het brein te begrijpen die ons geestelijk leven realiseert. Ook hier mogen we dus een wetenschappelijke correctie verwachten van onze intuïtie: de neurowetenschappen en psychologie corrigeren onze volkspsychologische intuïties. Desondanks blijft Rutten naïef op onze intuïtie vertrouwen.
Ook verwijs ik naar de psychologische theorieën van Fiala en Graziano die de dualistische intuïtie reductionistisch kunnen verklaren, en daarmee ondermijnend werken voor de betrouwbaarheid van de intuïtie. Rutten negeert dergelijke ondermijnende theorieën. Daarnaast hebben zelfs filosofen, die volgens Rutten de meest betrouwbare intuïties op dit gebied hebben, tegenstijdige intuïties over hier relevante kwesties, zoals bijvoorbeeld blijkt uit [hoe ze denken](https://philpapers.org/archive/BOUWDP?ref=deatheist.nl) over [filosofische zombies](https://en.wikipedia.org/wiki/Philosophical%5Fzombie?ref=deatheist.nl). Hoe kan hij er dan zo veel waarde aan blijven hechten?
Rutten wil zijn intuïties pas opgeven “alléén wanneer er een voldoende dwingende reden is”. De vraag is natuurlijk wat zo’n “voldoende dwingende reden” kan zijn. Daarover is Rutten niet geheel duidelijk, maar later in zijn stuk lijkt dit voor hem alleen het geval te zijn als de andere metafysische posities “uitgesloten” zijn. Zolang andere posities ook metafysisch “verenigbaar” zijn, mag de reductionist zijn gelijk niet claimen. Dat is een absurd hoge en onredelijke eis, want buiten de wiskunde en strikte logica is *niets* volledig uitgesloten en is alles verenigbaar met de data (elke theorie is [ondergedetermineerd](https://en.wikipedia.org/wiki/Underdetermination?ref=deatheist.nl) door de data). Dit merkte ik ook al op in mijn opiniestuk (noot 5). Mijn argument is dan ook een *argument to the best explanation* (abductie): wat is de *meest waarschijnlijke* conclusie gezien de data? Het feit dat substantiedualisme een *mogelijkheid* is en blijft, zegt helemaal niets over de *waarschijnlijkheid* ervan. Hier gaat Rutten geheel aan voorbij in zijn kritiek.
Eenzelfde probleem geldt voor mogelijke werelden. Rutten kan zich een wereld voorstellen waarin hij niet zijn brein is, dat is volgens hem “redelijkerwijs metafysisch niet totaal onmogelijk”. Maar wat zegt dat over de wereld waarin wij leven, de *echte* wereld? Vrijwel niets! Rutten kan zich misschien ook een wereld voorstellen waarin water geen H2O is, maar dat betekent evenmin dat water in deze wereld niet gereduceerd kan worden tot waterstof en zuurstof. Ruttens modale intuïties zijn interessant voor gedachte-experimenten, maar zeggen vrijwel niets over de werkelijke wereld waarin wij leven. Dit punt maakte ik ook al in mijn websiteartikel (noot 25).
**Een analogie: geocentrisme**
Mijn bovenstaande punt kan goed geïllustreerd worden aan de hand van een analogie: het geocentrische idee dat de aarde stil in het middelpunt van het universum staat en de zon (en andere hemellichamen) daaromheen draaien. Laten we dit manifest onjuiste idee proberen te weerleggen met Ruttens redeneertrant.
Als we onze diepste intuïties vertrouwen, weten we dat de zon om de aarde draait. We voelen immers dat de aarde stilstaat en zien de zon daaromheen draaien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vrijwel iedereen deze intuïtie voor betrouwbaar hield tot de tijd van Copernicus. Zelfs na de tijd van Copernicus en Galilei, die op theoretische en empirische gronden dit intuïtieve idee steeds verder ondermijnden, bleven velen nog lange tijd op hun geocentrische intuïtie vertrouwen. Hadden zij “voldoende dwingende reden” om hun intuïtie te wantrouwen?
En in de tijd daarna? Als we Ruttens redeneertrant mogen gebruiken: nog steeds niet. Het is immers nog steeds *mogelijk* dat het geocentrisme waar is! Het is niet uit te sluiten dat de waarnemingen van astronomen niet kloppen of alternatief verklaard kunnen worden. Dit werd aanvankelijk ook gedaan: met de [epicykels](https://nl.wikipedia.org/wiki/Epicykels?ref=deatheist.nl) van onder andere Ptolemaeus konden de astronomische waarnemingen ook verklaard worden vanuit het geocentrisme. Zelfs in onze tijd met ruimtevaart is het nog steeds *mogelijk* dat de ruimtevaarders ons bedriegen, zoals sommige complotdenkers menen. Volgens Ruttens criteria mogen we ook nu dus onze geocentrische intuïtie nog niet verwerpen, want er is geen “voldoende dwingende reden” om dat te doen. Het moge duidelijk zijn hoe onredelijk de eis van Rutten is, en dat we niet moeten kijken wat *(on)mogelijk* is, maar wat het meest *waarschijnlijk* het geval is in de *echte* wereld gezien onze beste kennis. En dan moeten we ons, naast de natuurkunde, vooral richten tot de neurowetenschappen.
**Neurowetenschappen**
Die neurowetenschappen geven namelijk steeds betere reductionistische verklaringen voor ons geestelijk leven, waarvan ik er in mijn oorspronkelijk artikel een aantal noem. In de handboeken neurowetenschappen zijn ze in alle details te vinden. Daarnaast kent het dualisme allerlei problemen die het reductionisme niet heeft, zoals ik ook uitgebreid bespreek. Reductionisme biedt daarmee een veel *betere verklaring* voor alle data, waardoor we via een abductie moeten concluderen dat het veel *waarschijnlijker* is dan het dualisme. Aan dit centrale punt gaat Rutten geheel voorbij.
Zijn stelling dat neurowetenschappelijke resultaten “geen enkele metafysische positie uit\[sluit\]” zegt dan ook niets. Ook nu kunnen we gemakkelijk een analogie maken. Wetenschappelijke resultaten uit de kosmologie, geologie en evolutiebiologie sluiten ook de metafysische positie niet uit dat God alles 6.000 jaar geleden geschapen heeft met de *schijn* van een veel hogere ouderdom, zoals sommige creationisten menen. Moeten we deze positie nu ook serieus gaan nemen omdat ze niet metafysisch uit te sluiten valt?
**Vermeende categoriefouten**
Wel meent hij dat mijn reductionistische conclusie een *metafysische* conclusie is, en geen *wetenschappelijke*. Ik zou een *categoriefout* maken door een metafysische conclusie te trekken uit wetenschappelijke data. Ook op deze tegenwerping ben ik al ingegaan in (beide versies van) mijn eerste stuk. Wetenschap en metafysica zijn met elkaar verweven. Dit zie je niet alleen terug in de natuurkunde (zoals de aard van ruimte en tijd), maar ook in heel veel wetenschappen als het gaat om bijvoorbeeld oorzakelijkheid. Oorzakelijkheid is immers ook een metafysische conclusie op grond van empirische data (oorzakelijkheid *zelf* is niet waar te nemen). Volgens Rutten maakt dus ook een longarts een categoriefout als ze stelt dat roken longkanker veroorzaakt, want ook dat is een *metafysische* conclusie. Wat een reductionist doet, is niets anders: de meest aannemelijk conclusie trekken uit de wetenschappelijke data.
**Het interactieprobleem**
Rutten ziet het interactieprobleem niet als een dwingende reden om onze intuïtie op te geven zolang niet “echt overtuigend wordt aangetoond dat interactie tussen bewustzijn en materie onmogelijk is”. Ook nu weer stelt hij een onredelijke eis. Hoe valt buiten wiskunde en strikte logica de absolute onmogelijkheid van überhaupt ook maar *iets* aan te tonen? Ook hier weer gaat Rutten voorbij aan waarschijnlijkheid en negeert hij het feit dat het om een probleem gaat dat *al meer dan 2000 jaar* onopgelost is. Dat zou een redelijk mens toch te denken moeten geven.
Biedt de kwantummechanica (KM) hem dan geen uitkomst? Rutten beroept zich op een interpretatie van de KM waarbij bewustzijn de ineenstorting van de golffunctie van een deeltjessysteem veroorzaakt ([von Neumann-Wigner](https://en.wikipedia.org/wiki/Von%5FNeumann%E2%80%93Wigner%5Finterpretation?ref=deatheist.nl)). Dit is slechts *een interpretatie* van de KM (de wetenschappelijke theorie zelf zegt dit niet), en ook een interpretatie die maar [weinig aanhang geniet](https://arxiv.org/pdf/1301.1069.pdf?ref=deatheist.nl) onder moderne natuurkundigen, en om goede redenen. Deze interpretatie heeft substantiedualisme nodig (wat op zichzelf al problematisch is, zie deze discussie), verklaart niet hoe de ineenstorting zou moeten werken in de 13,8 miljard jaar die het universum oud is, en wordt [weersproken door experimenteel onderzoek](https://onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.1002/andp.201100078?ref=deatheist.nl). Tot slot verklaart deze interpretatie ook niet *hoe* de interactie tussen geest en materie zou moeten werken. De meest gangbare interpretatie ([Copenhagen](https://en.wikipedia.org/wiki/Copenhagen%5Finterpretation?ref=deatheist.nl)) heeft overigens geen bewustzijn nodig en andere interpretaties hebben niet eens een ineenstorting van de golffunctie (zoals [many worlds](https://en.wikipedia.org/wiki/Many-worlds%5Finterpretation?ref=deatheist.nl)). Kortom: ook kwantummechanica helpt Rutten niet. De [*integrated information theory*](https://en.wikipedia.org/wiki/Integrated%5Finformation%5Ftheory?ref=deatheist.nl) van bewustzijn, waar Rutten ook nog aan refereert, vereist ook materie.
Rutten probeert ook nog uit te leggen waarom volgens de substantiedualist een fysieke hersenziekte toch grote geestelijke gevolgen kan hebben. Een stuurman op zee wiens schip door een aanvaring ernstig beschadigd raakt, zal niet langer normaal als stuurman kunnen functioneren. Zo is het ook met de geest (stuurman) die het lichaam (schip) aanstuurt, volgens Rutten. Deze vergelijking gaat uiteraard geheel mank. Dat de stuurman geestelijk (=neuronaal volgens de reductionist) beschadigd raakt door een fysiek ongeluk (aanvaring), is allemaal goed uit te leggen door fysieke interacties. Juist op dat punt gaat het mis bij de *onstoffelijke* geest die het *stoffelijke* lichaam zou moeten aansturen, of dat niet meer (goed) kan door hersenschade. We zijn hier immers weer terug bij het interactieprobleem: hoe kan stoffelijke schade leiden tot een probleem in een onstoffelijke geest? Dáár geeft Rutten geen antwoord op, terwijl de reductionist een goede verklaring heeft.
Op het probleem hoe de juiste geest wordt verbonden met het juiste lichaam, stelt Rutten: “Geest en stof staan voortdurend in wisselwerking met elkaar. Daarover zijn we het allemaal eens.” Daarover zijn we het uiteraard *niet* eens, want volgens de reductionist is er helemaal geen wisselwerking! Het is aan substantiedualist Rutten om aan te tonen dat een onstoffelijke geest continu interacteert met een stoffelijk lichaam, maar daar slaagt hij niet in. Ook legt hij niet uit hoe bij de conceptie de juiste geest met de juiste eicel gaat wisselwerken, en waar en hoe in de evolutie dergelijke wisselwerkingen begonnen zijn. Dit ‘verbindingsprobleem’ is dus verre van opgelost.
**Correlatie en reductie**
Volgens Rutten begeef ik me met het begrijpen van *correlaties* als *reducties* “buiten het domein van de neurowetenschappen”. Dit is een vreemde opmerking, want de wetenschapsgeschiedenis kent vele voorbeelden van correlaties die door een reductie op een identiteit bleken te wijzen. Zo bleek licht perfect te correleren met elektromagnetische straling (die voor ons zichtbaar is), waardoor natuurkundigen uiteindelijk hebben geconcludeerd dat licht elektromagnetische straling *is* (identiteit). Begaven natuurkundigen zich met deze reductie ook buiten het domein van de natuurkunde?
In een noot (8) maakt Rutten ook nog een vergelijking om te laten zien dat perfecte correlatie geen identiteit hoeft te betekenen. De vorm van een afgesloten zak met water “correleert immers perfect met dat van het water. Toch is de zak niet het water.” Maar hier is geen *ontologische* identiteit: de zak bestaat niet uit het water (zoals de geest wel bestaat uit hersenactiviteit). Correlatie van *vorm* zegt ook niets over identiteit van *zijnden* (ontologie), terwijl alleen dat laatste in deze discussie relevant is. Ook deze analogie gaat dus niet op.
**Conclusie**
Ruttens reactie bestaat hoofdzakelijk uit tegenwerpingen die ik al bespreek in mijn opiniestuk, en nog uitgebreider in mijn websiteartikel. Hij beroept zich vooral op een dualistische intuïtie en mogelijke werelden. We hebben evenwel goede argumenten om aan te nemen dat die intuïtie in het lichaam-geestprobleem onbetrouwbaar is en ondermijnd wordt. Mogelijke werelden zijn slechts interessant als gedachte-experiment, maar zeggen niets over wat waarschijnlijk is in deze wereld. Zolang Rutten zijn substantiedualisme niet ook daadwerkelijk *aannemelijk* kan maken, is het niets meer dan een metafysisch luchtkasteel in een mogelijke wereld.
### Weer een boek over schepping en evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/weer-een-boek-over-schepping-en-evolutie/
Last updated: 2026-08-24T17:40:10.000Z
In 2017 zagen twee boeken van theologen over evolutie en schepping het licht. In *En de aarde bracht voort* probeert Gijsbert van den Brink orthodox-christelijk geloof te rijmen met moderne wetenschap, vooral de evolutiebiologie en *deep time* (miljarden jaren kosmologische en geologische geschiedenis). Zijn poging is doorwrocht, maar mijns inziens niet geslaagd, zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RecensieVanDenBrink.pdf) uitgebreid betoogd heb. Mart-Jan Paul neemt in *Oorspronkelijk* de schepping in zes dagen en de wereldwijde zondvloed als historisch en concludeert daarmee dat orthodox-christelijk geloof niet te verzoenen valt met de moderne wetenschap, die hij dan ook verwerpt ([hier](https://www.deatheist.nl/waarom-schepping-en-evolutie-onverenigbaar-blijven-een-recensie-van-en-de-aarde-bracht-voort/) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) ga ik kort in op zijn boek). In 2018 schreef theoloog Willem Ouweneel ook nog een boek over deze kwestie, *Adam, waar ben je?*, en kwam tot dezelfde conclusie als Paul.
Deze boeken geven aan dat er grofweg twee kampen zijn in deze discussie. Het ene kamp (o.a. Van den Brink) wil de moderne wetenschap als uitgangspunt nemen en zien in hoeverre het (orthodox-)christelijk geloof hiermee te verzoenen valt. Het resultaat is theïstische evolutie (TE). Het andere kamp (o.a. Paul en Ouweneel) neemt het orthodox-christelijk geloof als uitgangspunt en verwerpt alle wetenschap die hiermee strijdig is: vrijwel de gehele evolutiebiologie, geologie en kosmologie. Dit komt neer op (jonge-aarde-)creationisme. Sommige christenen nemen ergens een middenpositie in, zoals oude-aarde-creationisme (het universum is oud, maar er is geen gemeenschappelijke afstamming).
Zojuist is nog een boek over deze kwestie verschenen onder de redactie van Den Boer (theoloog), René Fransen (bioloog) en Rik Peels (filosoof) met de titel *En God zag dat het goed was* (Summum, 2019). In deze bundel gaan 25 (hoofdzakelijk) filosofen en theologen in op de “25 cruciale vragen” over christelijk geloof en evolutie. Deze kwestie blijft blijkbaar de (christelijke) gemoederen bezighouden, wat ook blijkt uit de literatuurlijst achterin, met vele Engelstalige boeken over dezelfde kwestie uit de afgelopen jaren.
Dit stuk is niet bedoeld als een recensie van dit boek, maar meer als antwoord op de vraag of er nog nieuwe inzichten in te vinden zijn. Ik wil vooral stilstaan bij waar volgens mij de problemen zitten.
**Lastige vragen en pijnpunten**
De kwestie of en hoe (orthodox-)christelijk geloof en evolutie met elkaar te rijmen zijn, hangt vooral af van in hoeverre een bevredigend antwoord gegeven kan worden op een aantal lastige vragen en pijnpunten. Aangezien ik ze eerder uitgebreid besproken heb ([hier](https://infidels.org/library/modern/bart%5Fklink/evolution.html?ref=deatheist.nl) en [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RecensieVanDenBrink.pdf), en breder [hier](https://www.deatheist.nl/het-echte-conflict-nog-steeds-tussen-wetenschap-en-religie/) en [hier](https://infidels.org/library/modern/bart%5Fklink/conflict.html?ref=deatheist.nl)), wil ik er nu slechts een paar kort aanstippen.
- Als de Bijbelse scheppingsmythen even onhistorisch zijn als andere scheppingsmythen, waarom zouden we ze dan serieuzer nemen?
- Als de Bijbel begint met onhistorische mythologie, hoe serieus kunnen we deze openbaring Gods verder dan nog nemen?
- Vaak wordt gezegd dat we de relevante teksten symbolisch of literair moeten nemen en niet historisch, maar waarom zouden die twee elkaar uit moeten sluiten?
- Waarom suggereert de Bijbel dat personen (zoals Adam, Noach) en gebeurtenissen (zoals zondeval, zondvloed) historisch waren, terwijl ze dat niet zijn, en wat betekent dit voor de theologie die hierop gebouwd is?
- In hoeverre moeten we moderne wetenschappelijke inzichten de hermeneutiek laten bepalen? Heeft God de mensen voor de opkomst van de wetenschap een fictief wereldbeeld en -geschiedenis gegeven?
- Hoe moeten we de immense en vooral inherente hoeveelheid leed en verspilling van het evolutieproces begrijpen in het kader van een almachtige en algoede God?
- Waarom lijkt evolutie zo bepaald te worden door toeval en willekeur (ook al is het *logisch* niet uitgesloten dat God ‘achter de schermen’ de Grote Bestierder is)?
- Waarom heeft God een universum geschapen waarin de mens zo’n volstrekt onbeduidende positie inneemt, zowel in ruimte als tijd, en waarom heeft Hij zich pas zo laat geopenbaard?
- Op grond van het bovenstaande: waarom heeft God voor een (naturalistisch) scheppingsproces gekozen waardoor het lijkt alsof Hij *niet* bestaat?
- Wat moeten we met de zondeval nu ellende, leed en dood inherent aan de schepping blijkt te zijn, in plaats van het gevolg van menselijke zonde?
- Hoe moeten we de bijzondere positie van de mens zien als hij geleidelijk via evolutionaire processen ontstaan is? Hoe zit het met de ziel?
In deze bundel komen veel van deze vragen uitgebreid terug, maar worden niet overtuigend beantwoord door het TE-kamp. Sommige auteurs branden hun handen er niet of nauwelijks aan, maar veel doen wel een poging. Deze pogingen blijken bij wat doordenken echter problematisch, inconsequent, te vaag, erg speculatief, onwaarschijnlijk of erg ad hoc (hetgeen helaas [kenmerkend is voor veel theologie](https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/)). Theoloog Ter Linde denkt mijns inziens wél wat beter door in zijn boek *Wat doe ik hier in Godsnaam?*, en komt tot de conclusie dat het traditionele christelijk geloof onhoudbaar geworden is. Het creationistische kamp benadrukt deze problemen en laat zien waarom de TE-oplossingen niet overtuigen. Hun oplossing is evenwel op wetenschappelijke – en soms theologische – gronden evenmin geloofwaardig.
**Evolutie en evolutionisme**
In de inleiding wordt een onderscheid gemaakt (p. 15-16) dat verder in de bundel ook nog een paar keer terugkomt, namelijk dat tussen evolutie(theorie) en evolutio*nisme*. Hierin is de evolutietheorie een wetenschappelijke theorie die brede consensus geniet in de wetenschappelijke wereld. Evolutionisme daarentegen is een wereld- of levensbeschouwing volgens welke “evolutie door willekeurige mutatie en natuurlijke selectie *de* rode draad in de geschiedenis en verklarende factor voor bijna elk aspect van ons leven” is. Dit laat “geen enkele kant van ons leven onaangeroerd”. We zijn een toevallig product waar geen God aan te pas gekomen is en dingen als onze overtuigingen over goed en kwaad, vrije wil en de redenen waarom we dingen doen, zijn allemaal het gevolg van een willekeurig evolutionair proces.
Dit alles zou dus geen wetenschap zijn, maar atheïstische levensbeschouwing. Dit is evenwel mainstream wetenschappelijke kennis! Vrijwel alles in het universum evolueert op een bepaalde manier: de gehele kosmos, de aarde, het leven, onze psychologie, culturen, talen en ook religies. De mechanismen die hiervoor verantwoordelijk zijn, verschillen natuurlijk, maar alles wijst erop dat ze allemaal *naturalistisch* zijn: bovennatuurlijk ingrijpen is niet nodig. Dat evolutie een blind proces is en vol willekeur zit, staat gewoon in studieboeken evolutiebiologie en is ook de meest voor de hand liggende conclusie uit de data (zie ook [hier](https://www.deatheist.nl/het-echte-conflict-nog-steeds-tussen-wetenschap-en-religie/)). Dat onze morele overtuigingen voortkomen uit onze biologie en culturele evolutie, is in de wetenschappelijke wereld niet controversieel. Hetzelfde geldt voor de rest van onze psychologie. Waar zou het levensbeschouwelijke en onwetenschappelijke van evolutionisme dan nog uit moeten bestaan? Hiermee vervaagt het bewust gemaakte onderscheid tussen evolutie en evolutionisme. Creationisten gebruiken het woord evolutionisme sowieso voor al voor de gehele evolutiebiologie en *deep time*, wat het nog verwarrender maakt.
**Wetenschappelijke dwalingen**
Ofschoon dit boek maar twee verdedigers aan het woord laat die jonge-aarde-creationisme aanhangen (Paul en Van Vlastuin), zijn er nog een aantal andere bijdragen die weinig blijk geven van kennis of acceptatie van moderne wetenschap. Het verbaast mij hoe gemakkelijk en met geen of weinig onderbouwing deze mensen claims doen buiten hun eigen vakgebied die tegen de consensus onder specialisten ingaan. Zo gaat wiskundige Ronald Meester in op de eenheid van selectie op grond van een proefschrift dat door evolutiebiologen sterk bekritiseerd is (zie o.a. [hier](https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/kritiek-op-studie-over-evolutie~bc253cd7/?ref=deatheist.nl)). Ook gaat hij in op de rol van toeval in evolutie, maar lijkt niet goed te begrijpen wat evolutiebiologen hieronder verstaan (in tegenstelling tot Van Woudenberg). Theoloog Van den Belt meent dat paleontologie vooral is gebaseerd op een hoop speculatie, waaruit blijkt dat hij niet de moeite heeft genomen eens een recent studieboek over dit vakgebied te raadplegen. Filosoof Van Woudenberg beweert dat de eerste levensvormen zich zo’n 2,3 miljard jaar geleden hebben voorgedaan (p. 203), terwijl dit [minimaal 3,8 miljard jaar](https://en.wikipedia.org/wiki/Earliest%5Fknown%5Flife%5Fforms?ref=deatheist.nl) moet zijn. Theoloog Goris stelt dat Jezus leefde “ongeveer 15 miljard jaar na het ontstaan van het heelal” (p. 328), wat [ruim een miljard jaar](https://en.wikipedia.org/wiki/Age%5Fof%5Fthe%5Funiverse?ref=deatheist.nl) te veel is. Had redacteur en bioloog Fransen hier niet wat scherper moeten zijn?
**Waardevolle bijdragen**
Er staan gelukkig ook waardevolle bijdragen in de bundel. Filosoof De Ridder laat zien waarom de evolutietheorie wetenschapsfilosofisch sterkt staat en waarschijnlijk in grote mate waar is. Historicus Flipse schetst een goed beeld van hoe de discussie over schepping en evolutie de afgelopen anderhalve eeuw is verlopen. Een aantal oud- en nieuwtestamentici plaatsen de bediscussieerde Bijbelpassages in een breder (Bijbels, taalkundig, cultureel) perspectief, maar branden hun handen niet of nauwelijks aan de eerdere genoemde lastige vragen en pijnpunten. Fransen laat in de appendix mooi en beknopt zien waarop de wetenschappelijke consensus van een oud universum en gemeenschappelijke afstamming gebaseerd is.
**Impasse**
De kwestie lijkt al een tijd in een impasse te zitten tussen de twee eerdergenoemde kampen, waarbij dit boek vooral een uitgebreide herhaling van zetten is met hier en daar wat nieuwe details en speculaties. De meeste vragen worden niet op een manier beantwoord die bevredigend is voor beide kanten en de pijnpunten blijven bestaan. Ik verwacht dan ook niet dat beide kampen dichter tot elkaar zullen komen, al verwacht ik dat het conservatieve kamp op den duur eerder zal uitsterven doordat het intellectueel steeds onhoudbaarder gaat worden. Theologisch en filosofisch is theïstische evolutie vlees noch vis. Het jonge-aarde-creationisme is dat overigens ook niet, want als zij theologisch consequent zouden zijn, zouden ze moeten geloven in het [Bijbelse wereldbeeld](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) met een platte aarde en een zon die daaromheen draait. Wellicht dat de gekunstelde oplossingen en antwoorden nog acceptabel zijn voor iemand die al (of nog) gelovig is, maar iemand die niet (meer) gelooft, zullen ze niet overtuigen. Daarmee is en blijft evolutie voor iemand die daar goed van op de hoogte is een goed argument om het christendom te verwerpen.
Voor mij als (niet-gelovige) buitenstaander is deze discussie evenwel intrigerend, waar ik vooral antropologisch en psychologisch naar kijk. Ik ben gefascineerd door hoe mensen onverzoenbare ideeën proberen te rijmen, wat voor gekunstelde pogingen daartoe gedaan worden, hoe in meer of mindere mate om probleemkwesties heen gedraaid wordt en waar en hoe men water bij de wijn probeert te doen. Dit zie je vooral bij verdedigers van theïstische evolutie. Ook boeit het mij hoe mensen ideeën kunnen blijven verdedigen die manifest in strijd zijn met het moderne wetenschappelijke wereldbeeld. Dat zie je vooral bij het jonge-aarde-creationisme, dat in dit opzicht slechts iets minder absurd is dan het geloof in een platte aarde, dat de laatste tijd een heropleving kent onder allerhande complotdenkers.
De oplossing is volgens mij heel simpel, maar uiteraard onacceptabel voor een christen, zeker een orthodoxe. De Bijbel en het joods-christelijk geloof *zijn niet te verzoenen* met een modern wetenschappelijk wereldbeeld. De Bijbel is een menselijke verzameling boeken vol mythen, [monsters](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf), legenden en soms wat historie (vooral in de latere delen). Het hele wereldbeeld is primitief, zowel in bouw als werking, zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf) uitgebreid betoogd heb. Dat is fundamenteel anders dan het wetenschappelijke wereldbeeld, dat naturalistisch is. Daarom is het er ook niet mee te verzoenen. Dat hoeft ook niet als je de Bijbel ziet als een fascinerend oud literair werk, geschreven door mensen die niet beter wisten. Dan kun je de Bijbel in z’n waarde laten in plaats van al decennialang bergen inkt te verspillen aan gekunstelde verzoenpogingen.
### Dualisme, reductionisme en the hard problem of consciousness
URL: https://www.deatheist.nl/dualisme-reductionisme-en-the-hard-problem-of-consciousness/
Last updated: 2026-08-21T13:39:43.000Z
De dieprode kleur van een roos, de bittere smaak van een glas bier, het prachtige kleurenspel van een zonsondergang en de tinteling op je arm van een koel briesje op een warme zomerdag. Dergelijke bewuste ervaringen hebben een bepaald subjectief kwalitatief aspect dat moeilijk te omschrijven valt. Filosofen noemen dergelijke kwalitatieve aspecten van ervaringen *qualia*, waarvan het enkelvoud *quale* is.
Sinds de opkomst van de moderne neurowetenschappen weten we dat de hersenen een belangrijke rol vervullen bij dergelijke ervaringen en al ons andere geestelijk leven (denken, herinneren, voelen enz.). Hoe kan de elektrochemische communicatie tussen neuronen (zenuwcellen) ervoor zorgen dat wij ervaringen hebben met een bepaalde kwaliteit, de qualia? Zorgen ze daar wel voor? Onze intuïtie zegt dat dergelijke ervaringen iets fundamenteels anders zijn dan hersenactiviteit. Hersenactiviteit is iets materieels, te beschrijven met chemische en fysische wetmatigheden, zij het zeer complex. De ervaring lijkt echter niet materieel te zijn, maar iets onstoffelijks, zonder massa, ruimte en vorm. Dit lijkt ook te gelden voor andere mentale toestanden: gedachten hebben geen vorm, gevoelens geen gewicht en een herinnering heeft niet een bepaalde (fysieke) vorm. We lijken hier te maken te hebben met twee fenomenen van een fundamenteel andere orde: mentale toestanden en breinactiviteit.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/DualismeReductionismeHardProblem.pdf).
### Wat is het Woord van God?
URL: https://www.deatheist.nl/wat-is-het-woord-van-god/
Last updated: 2026-08-21T12:47:01.000Z
Voor gelovigen, zeker in de grote monotheïstische tradities, wordt een bepaald boek (of verzameling boeken) gezien als het Woord van God of Heilige Schrift. Voor joden is dat de Tenach[\[1\]](applewebdata://00E904DF-B589-483F-8168-1543675C8601#%5Fftn1)of Hebreeuwse Bijbel (bij christenen bekend als het Oude Testament), voor christenen is dat het Oude en Nieuwe Testament (en voor sommige stromingen ook de deuterocanonieke boeken), en voor moslims is dat de Koran. Over wat het precies betekent dat deze boeken het Woord zijn, lopen de meningen nogal uiteen onder gelovigen. In ieder geval menen zij dat God spreekt door deze boeken en de teksten wat zeggen over God. Ze zijn goddelijk geïnspireerd en daarmee niet zuiver mensenwerk, zoals alle andere boeken. Maar hoe weten we of iets het Woord van God is? Hoe zijn deze heilige geschriften eigenlijk ontstaan? Hoe zijn deze boeken overgeleverd en tot ons gekomen? Veel gelovigen kunnen de grondtalen van deze boeken niet lezen en zijn dus afhankelijk van een vertaling, maar hoe weten zij of die vertaling klopt?
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WoordvanGod.pdf).
### Geen 'darwinisme' of 'evolutionisme' alstublieft!
URL: https://www.deatheist.nl/geen-darwinisme-of-evolutionisme-alstublieft/
Last updated: 2019-05-01T11:12:33.000Z
In het schrijven over evolutie, vooral in de polulaire media, worden helaas nogal eens de termen 'darwinisme' en 'evolutionisme' gebruikt. Beide worden dan vaak tegenover 'creationisme' geplaatst. Creationisten gebruiken deze termen ook steevast om hun tegenstanders te duiden. Zelfs eminente evolutiebiologen als Richard Dawkins en Jerry Coyne hebben het in hun populaire werk vaak over *darwinism*, al is dit in de vakbladen zeldzaam. Met beide termen heb ik moeite en ik gebruik ze daarom ook niet. Hieronder zal ik proberen uit te leggen waarom ik vind dat we van deze termen af moeten.
Mijn eerste probleem met zowel ‘darwinisme’ als ‘evolutionisme’ is dat het eindigt op -isme. Dit is een veelgebruikt suffix voor een ideologie of overtuiging (communisme, humanisme enz.) of stroming (romanticisme, structuralisme enz.). Evolutie is geen van beide. In de wetenschap komt men -ismen ook nauwelijks tegen, hooguit in een historisch kader (bijvoorbeeld geocentrisme). Men spreekt niet over ‘zwaartekrachtisme’, ‘plaattektonisme’ of ‘kwantumechanisme’, maar over zwaartekracht(theorie), plaattektoniek en kwantummechanica.
Door de termen ‘darwinisme’ of ‘evolutionisme’ te gebruiken, wordt impliciet het idee gewekt dat het hier gaat om een ideologie in plaats van een wetenschappelijk feit en een wetenschappelijke theorie. Hiermee wordt tevens de indruk gewekt dat het op gelijke voet staat met creationisme, wat immers wel een (religieuze) ideologie is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het vooral creationisten zijn die steevast spreken over ‘darwinisme’ en ‘evolutionisme’, als ware het twee verschillende ideologieën. Onbewust wordt door het gebruik van deze termen de creationisten in de kaart gespeeld in hun ideologische strijd tegen de evolutiebiologie.
Een andere reden is het de naam van Darwin zo centraal staat, met het risico van persoonsverheerlijking. Ook dit is iets wat je niet in andere wetenschappen tegenkomt, hooguit in historisch gebruik, maar wel bij ideologieën: men spreekt niet van newtonisme of einsteinisme, maar wel van stalinisme en platonisme. Natuurlijk heeft Darwin een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van de evolutiebiologie, maar hij is daarin verre van de enige. Het idee van natuurlijke selectie is zelfs niet alleen van Darwin, maar werd mede-ontdekt door Alfred Russel Wallace. Ook na Darwin en Wallace hebben vele wetenschappers bijgedragen aan de ontwikkeling van de evolutiebiologie.
Dit begon met de ontwikkeling van de populatiegenetica, waaruit bleek dat de Mendeliaanse genetica consistent was met Darwins evolutietheorie: de moderne synthese was geboren. Later kwamen de ontwikkelingen in de moderne genetica (DNA-onderzoek) daarbij. De afgelopen jaren hebben ontwikkelingen in [*evolutionary developmental biology*](https://en.wikipedia.org/wiki/Evolutionary%5Fdevelopmental%5Fbiology?ref=deatheist.nl)(evo-devo) en [*genomics*](https://en.wikipedia.org/wiki/Genomics?ref=deatheist.nl)voor de nodige nieuwe en belangrijke inzichten gezorgd. Evo-devo houdt zich bezig met hoe genetische veranderingen leiden tot veranderingen in vorm en functie; bij genomics onderzoeken wetenschappers complete genomen en worden meerdere organismen op genoomniveau vergeleken. Hierdoor weten moderne evolutiebiologen veel meer over hoe evolutie werkt, vooral op moleculaire schaal, dan Darwin. Darwin wist bijvoorbeeld niets van DNA, [hox-genen](https://en.wikipedia.org/wiki/Hox%5Fgene?ref=deatheist.nl), [endosymbiose](https://en.wikipedia.org/wiki/Endosymbiont?ref=deatheist.nl) of [horizontale genoverdracht](https://en.wikipedia.org/wiki/Horizontal%5Fgene%5Ftransfer?ref=deatheist.nl), terwijl dit belangrijke onderdelen zijn van de moderne evolutiebiologie.
Darwins werk is in grote lijnen bevestigd, maar op bepaalde punten ook gecorrigeerd en vooral aangevuld. Ook wordt de term darwinisme sterk geassocieerd met natuurlijke selectie, terwijl steeds duidelijker wordt dat dit niet het enige mechanisme is dat evolutie drijft. Ook bijvoorbeeld seksuele selectie (door Darwin al erkend) en genetische drift spelen rollen in evolutie. De huidige evolutiebiologie is Darwin ver ontstegen en zou daarom niet zijn naam moeten dragen.
Wat is dan een goed alternatief voor ‘darwinisme’ en ‘evolutionisme’? Dat is heel simpel: ‘(biologische) evolutie’. Wanneer gedoeld wordt op de wetenschappelijke theorie die het feit evolutie verklaart, kan de term ‘evolutietheorie’ gebruikt worden. Wanneer gedoeld wordt op de complete wetenschappelijke discipline (of conglomeraat van disciplines) die evolutie onderzoek, is de term ‘evolutiebiologie’ geschikt. Deze term biedt nog een extra voordeel: het koppelt evolutie aan de biologie, wat de importantie van evolutie voor de biologie mooi vervat. Wetenschappers die evolutie onderzoeken zijn ‘evolutiebiologen’, geen ‘darwinisten’ of ‘evolutionisten’.
De term evolutionist wordt ook vaak gebruikt voor iemand die evolutie erkent (zonder een evolutiebioloog te zijn), in tegenstelling tot een creationist, die (macro-)evolutie ontkent. Hiermee ontstaat het hierboven geschetste probleem van het -isme, kenmerkend voor een ideologische strijd (zoals communisme versus kapitalisme). Het accepteren van een wetenschappelijk feit of theorie behoeft geen naam: niemand noemt zichzelf nog ronde-aarde-ist of heliocentrist. Vermijd liever ook het woord ‘geloven’ bij het spreken over evolutie; dit wordt veelal geïnterpreteerd als het geloven in een religieuze doctrine (“Jij hebt ook een geloof.”). Zeg dus niet dat je in evolutie gelooft, maar dat je evolutie accepteert (als beste huidige wetenschappelijke verklaring voor de ontwikkeling en diversificatie van het leven). Dit lijkt haarkloverij, maar mijn ervaring is dat het een (onbewuste) rol kan spelen in de maatschappelijke discussie over evolutie.
Er is dus geen reden om de termen ‘darwinisme’ en ‘evolutionisme’ te gebruiken, integendeel: het speelt creationisten in hun ideologische kaart en geeft een vertekend beeld van de moderne evolutiebiologie. Er zijn gelukkig prima alternatieven.
### Bijzonder onderwijs is niet meer van deze tijd
URL: https://www.deatheist.nl/bijzonder-onderwijs-is-niet-meer-van-deze-tijd/
Last updated: 2019-04-26T14:16:00.000Z
Door de recente discussie over het islamitische Cornelius Haga Lyceum, waar antiwesterse ideeën onderwezen zouden worden, is de discussie over het bijzonder onderwijs ook weer opgelaaid. Christenen vrezen dat door dergelijke excessen hun geliefde christelijk onderwijs ook onder vuur komt, hetgeen ook gebeurt door critici van *al* het religieus onderwijs. [Artikel 23](https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vh8lnhrouwy3/artikel%5F23%5Fgrondwet?ref=deatheist.nl) van de grondwet staat scholen op dit moment toe onderwijs op een religieuze basis te verzorgen, en dat gefinancierd door de overheid. Al lang wordt hiervan gebruikgemaakt door christenen, maar door de groeiende moslimbevolking ook steeds meer door moslims. Is dit idee van onderwijs vanuit een religieuze basis nog van deze tijd, en dan ook nog gefinancierd met belastinggeld?
**Argumenten tegen bijzonder onderwijs en voor openbaar onderwijs**
Volgens mij niet. Zowel het idee van bijzonder onderwijs als de overheidsfinanciering daarvan, wat twee verschillende zaken zijn, zijn een reliek uit het verleden waarin de overgrote meerderheid van de bevolking christelijk was. Dat is nu anders. Niet alleen is de meerderheid van de bevolking niet christelijk meer, maar uit [recent onderzoek](https://eenvandaag.avrotros.nl/panels/opiniepanel/alle-uitslagen/item/meerderheid-voor-afschaffen-religieus-onderwijs/?ref=deatheist.nl) is ook gebleken dat een ruime meerderheid van de Nederlanders voor de afschaffing van religieus onderwijs is. Een meerderheid is ook tegen religieus onderwijs dat uit de staatskas gefinancierd wordt. Hiervoor zijn goede argumenten te geven.
In de eerste plaats dient onderwijs om kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op deelname aan de maatschappij, die een vrije, seculiere, democratische rechtsstaat is. Dan is het van belang dat ze *daarvoor* de kennis en vaardigheden opdoen. Dáár zou de onderwijstijd en het onderwijsgeld dus naar uit moeten gaan. Het aanleren van specifieke religieuze overtuigingen, verhalen, liederen en rituelen, dient enkel een religieus belang, niet een maatschappelijk belang. Elk uur en elke cent die hieraan besteed worden, gaat ten koste van het algemene onderwijs. Ouders hebben alle vrijheid om die religieuze gebruiken in hun eigen tijd hun kinderen bij te brengen, dat hoeft niet in het onderwijs.
Daarnaast past openbaar onderwijs bij een religieus neutrale staat, waarbij de staat niet (een bepaalde) religie bevoorrecht door die te ondersteunen met geld of tijd. De staat garandeert gedegen onderwijs waarbij ieder kind wordt onderwezen in de beste kennis en de normen en waarden die horen bij een vrije, seculiere, democratische rechtsstaat, in plaats van religieuze normen en waarden. Zo wordt voorkomen dat kinderen geïndoctrineerd worden met ideeën die hiermee strijdig zijn, zoals de verwerpelijkheid van homoseksualiteit, ongelijkwaardigheid van man en vrouw, het verkiezen van religie boven de wet en dat wetenschappelijk kennis wordt verworpen op religieuze gronden. Gezien de grote hoeveelheid onderwijstijd, de systematische wijze waarop religie terugkomt in het religieus onderwijs, en het onderontwikkelde kritische oordeelsvermogen van kinderen, komt religieus onderwijs al snel neer op indoctrinatie (volgens Van Dale: “systematische beïnvloeding met het doel eigen ideeën kritiekloos te laten aanvaarden”).
Dit komt niet alleen voor bij islamitische scholen, maar ook (in mindere mate) bij christelijke scholen, vooral de orthodoxe. Zo zijn er (orthodox)-christelijke scholen die homoseksuele docenten [(willen kunnen) weren](https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ook-christelijke-school-voor-regels-homodocenten~baaa6b59/?ref=deatheist.nl). Uit eerder [onderzoek van het Nederlands Dagblad](http://www.nd.nl/artikelen/2009/mei/16/diversiteit-in-visie-op-schepping-groot?ref=deatheist.nl) bleekdat ongeveer 70% van de reformatorische biologiedocenten gelooft in een schepping van 6 x 24 uur (en dus creationist is); voor de protestants-christelijke biologiedocenten ligt dit percentage op ongeveer 45% en voor de evangelische op ruim 30%. Deze docenten die kinderen goed biologieonderwijs moeten geven, ontkennen dus de wetenschappelijke consensus. Mogelijk doceren deze docenten netjes volgens het curriculum deze consensus, om vervolgens te vertellen dat ze zelf de Bijbel verkiezen. Wat zullen die kinderen dan geloven? [Deze christelijke docent](https://logos.nl/de-macht-van-de-leerkracht/?ref=deatheist.nl) is er in ieder geval duidelijk over: wat niet overeenstemt met de Bijbel, is “niet accuraat”. Openbaar onderwijs voorkomt dergelijke indoctrinatie.
Uiteraard is onderwijs *over* religie belangrijk. Religie is een belangrijke factor in de wereld en in het leven van veel mensen, dus iedereen zou daar basiskennis over moeten hebben. Dit zou neutraal onderwezen moeten worden, dus niet vanuit de waarheid van één religie, waarbij alle andere religies als vals worden neergezet. Wat er waar is van al die religieuze claims, zouden kinderen zelf moeten bepalen als ze daar oud genoeg voor zijn. Religieus onderwijs staat neutraal onderwijs in de weg omdat de waarheid van de eigen religie wordt verondersteld en aangeleerd. Kan bijvoorbeeld de Christelijke Hogeschool Ede dergelijk neutraal onderwijs verzorgen als ze [de Bijbel zien als](https://www.che.nl/identiteit-en-missie?ref=deatheist.nl) “het betrouwbare en geïnspireerde Woord van God”? Wat zullen ze leren over de Koran en de Veda’s? Wat leert een willekeurige ‘School met de Bijbel’ kinderen over andere religies?
Een ander argument is dat religieus onderwijs segregatie in de hand werkt. Kinderen die ook onderwijs krijgen binnen eigen kring, komen nauwelijks in contact met mensen met andere overtuigingen, terwijl het grootste deel van de maatschappij daaruit bestaat. Juist het onderwijs is een uitgelezen plek om kinderen op een neutrale manier voor te bereiden op een pluriforme maatschappij, in plaats van ze daar afzijdig van te houden.
Een laatste argument is dat religieuze scholen minder toegankelijk zijn, want ouders die niet willen dat hun kinderen (op die manier) religieus onderwezen (of erger: geïndoctrineerd) worden, zullen minder snel voor een religieuze school kiezen. Zo willen ongelovige ouders vaak niet dat hun kinderen bidden of mythen voor waarheid aangeleerd krijgen. Voor gelovigen onderling geldt dit trouwens ook: christenen zullen hun kinderen minder snel naar een islamitische school sturen en andersom. Als de dichtstbijzijnde school een bepaalde religie aanleert, zullen ze dus voor een school verder weg moeten kiezen, die mogelijk ook minder goed onderwijs levert. Als al het onderwijs openbaar is, is elke school even toegankelijk voor iedereen.
**Argumenten voor bijzonder onderwijs?**
Zijn er dan argumenten te geven voor bijzonder onderwijs? Theoloog Stefan Paas somt er een aantal op [op Twitter](https://twitter.com/StefanPaas/status/1121145253313089536?fbclid=IwAR1MtY6Knp90vTTaNxkxZhhjMTth6%5FGMreE8xwP7H0OawP2OV41QAxqWMMk&ref=deatheist.nl). In de discussie worden er een aantal gegeven, maar erg sterk zijn ze niet.
*De kwaliteit is toch goed? De inspectie is tevreden!* Dat kan zo zijn, maar dat is dan ondanks de rol van religie, niet vanwege de rol van religie. *Al* het onderwijs zou goed moeten zijn, en toegankelijk voor iedereen, gelovig of niet.
*Ouders moeten de vrijheid hebben om voor een gelovige school te kiezen.* Vrijheden zijn nooit absoluut en er kunnen goede argumenten zijn om vrijheden in te perken, zeker als die indruisen tegen de seculiere rechtsstaat. Volgens mij zijn die argumenten hier te geven. Ouders hebben buiten het onderwijs alle vrijheid om hun kinderen op te voeden zoals ze dat willen, binnen de grenzen van de wet. Waarom zou dat ook nog in het onderwijs moeten, en op kosten van de staat?
*Iedereen betaalt voor zaken waar hij niet achter staat.* Betaalt een pacifist niet ook voor defensie en rechtse kiezers niet ook voor ‘linkse hobby’s’? Wat er met het belastinggeld gebeurt, wordt uiteindelijk democratisch bepaald. Om die reden was christelijk onderwijs in ons christelijke verleden begrijpelijk en nog enigszins verdedigbaar, maar die situatie is nu anders. Waarom zou de meerderheid van de bevolking voor iets moeten betalen waar zij niet achter staat?
*Het afschaffen van Artikel 23 botst met het mensenrechtenverdrag.* Dat is onzin, want er zijn genoeg landen die alleen (door de staat gefinancierd) openbaar onderwijs hebben.
*Staatsonderwijs discrimineert gelovige ouders wier waarden niet (in alle opzichten) aansluiten bij dat onderwijs.* Openbaar onderwijs draagt de waarden uit die wij als democratische rechtsstaat uitdragen. Als je daar moeite mee hebt, vraag ik me af wat je in zo’n land doet.
*Een school kan niet levensbeschouwelijk neutraal zijn.* Het gaat hier om neutraliteit in de zin dat geen enkele religie bevoorrecht of uitgedragen wordt. Uiteraard worden die waarden overgedragen die horen bij een democratische rechtsstaat, zie hierboven.
**Goed, neutraal en toegankelijk onderwijs voor iedereen**
Ik zou dan ook willen pleiten voor goed algemeen onderwijs dat door de staat bekostigd wordt en religieus neutraal is, en daarmee even toegankelijk is voor iedereen. Daarin worden kinderen voorbereid op onze pluriforme maatschappij met kennis, vaardigheden, normen en waarden die horen bij een vrije, seculiere, democratische rechtsstaat. Elke ouder kan in vrijheid zijn kinderen religieus opvoeden, maar niet in onderwijstijd en van belastinggeld.
### Een repliek aan de Theoloog des Vaderlands
URL: https://www.deatheist.nl/een-repliek-aan-de-theoloog-des-vaderlands/
Last updated: 2019-01-05T20:08:56.000Z
Niemand minder dan de Theoloog des vaderlands, Stefan Paas, heeft de moeite genomen te [reageren](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/952-theologie-als-wetenschap-respons-op-bart-klink?ref=deatheist.nl) op [mijn stuk](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/951-wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan?ref=deatheist.nl) (een uitgebreidere versie staat [hier](https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/) op deze site). Dat waardeer ik, ook al meen ik dat zijn tegenwerpingen niet erg overtuigend zijn.
Als eerste lijkt het alsof het voor Paas niet helemaal duidelijk is wat nu mijn punt is, terwijl ik dat benoem in zowel de inleiding als in de conclusie. Het lijkt me evenwel goed dat ik dat nogmaals kort schets. Het onderliggende probleem is dat theologen geen betrouwbare kenmethoden hebben om wat te zeggen over hun onderzoekobject: God of het goddelijke. Wat simpeler gezegd: ze hebben geen manier om ware van onware uitspraken te scheiden, zin van onzin. Een gevolg of symptoom hiervan is dat er een wildgroei aan speculaties is ontstaan: allerhande (fundamenteel) verschillende ideeën over God en het goddelijke, terwijl niemand kan weten wie er gelijk heeft. Beide lijken mij problematisch voor elke gelovige die zijn geloof intellectueel wil verantwoorden – theoloog of niet.
Ten tweede: is die fundamentele onenigheid echt zo problematisch? Treffen we die niet ook aan in de politicologie of literatuurwetenschappen, twee voorbeelden van Paas? De belangrijke vraag is nu in hoeverre de onenigheid in deze vakgebieden te vergelijken is met die in de theologie. Ik beperk me tot twee punten van verschil. In de eerste plaats is het bij deze vakgebieden duidelijk dát hun onderzoeksobject bestaat, terwijl dat bij de theologie niet bepaald het geval is. Voorts ging mijn stuk over *feitelijke* uitspraken over God. Is over feitelijke uitspraken onder politicologen werkelijk zoveel onenigheid, en dat al eeuwenlang? Politicologen zullen het inderdaad lang met elkaar oneens blijven over of bijvoorbeeld een liberale of socialistische regering de voorkeur verdient, maar dat zijn *normatieve* uitspraken. Maar feitelijke vragen over liberalen en socialisten (Wie is er hoger opgeleid? Wie doet er meer vrijwilligerswerk?) of over politieke stelsels zijn wel degelijk goed te beantwoorden. Ook in de literatuurwetenschap is het duidelijk dát de literatuur bestaat, en zit de mogelijk onoplosbare onenigheid meestal niet in feitelijke kwesties, maar in subjectieve kwesties over interpretatie en waardering. Deze wetenschappen hebben dus wel degelijk goede methoden om feitelijke kwesties te beslechten, maar theologen hebben die niet – het fundamentele probleem waar ik in mijn stuk op wijs.
Vervolgens meent Paas dat het met die onenigheid wel meevalt: "De historische realiteit is dat onder theologen en in religieuze tradities wel degelijk vormen van overeenstemming zijn bereikt." *Binnen* die tradities is er inderdaad de nodige overeenstemming, wat ook niet zo gek is als mensen over het algemeen opgroeien binnen die traditie. Ook worden ketterse ideeën binnen zo'n traditie vaak bestreden, met bijvoorbeeld de Inquisitie, excommunicatie, of tegenwoordig meestal met mildere middelen. De fundamentele verschillen zitten vooral *tussen* tradities. Paas wijst op de christelijke credo's, maar daar zijn de joden en moslims het al niet mee eens. En welke overeenstemming is er met de polytheïstische tradities van de hindoes, Babyloniërs en oude Grieken? En de animistische tradities van sjamanen? Op dit punt, dat ik ook al in mijn stuk maakte, gaat Paas niet in, terwijl juist *hier* het probleem dat ik schets zo duidelijk wordt. En hoe kunnen die tradities dan ware van onware uitspraken over het goddelijke onderscheiden? Paas blijft ook hierop het antwoord schuldig. Het feit dat een idee een (lange) traditie heeft, zegt niets over de waarheid ervan, zoals Paas in het geval van astrologie waarschijnlijk zal beamen. Het idee dat er "ruwe data" over God te vinden is in de vele geschriften die gelovigen aandragen, is uiteraard zeer problematisch wegens redenen die ik in mijn eerste stuk al benoemde (en waar Paas niet op ingaat).
En tot slot dan de kenmethodes: wanneer zijn ze betrouwbaar in het bepalen van feitelijke waarheid? Het is niet lastig om daar een aantal richtlijnen voor te noemen. Een wetenschapper past ze dagelijks toe; de niet-wetenschapper kent ze als zijn boerenverstand. Laat me er drie noemen. Een goede kenmethode is *gevalideerd*: je weet dat de methode bepaalt wat je wilt bepalen. Ook levert een goede methode *consistente resultaten* op: je krijgt niet steeds een andere uitkomst. Daarnaast verwachten we dat de kennis die deze methode oplevert *samenhangt* met andere betrouwbare kennis. Door het toepassen van dergelijke richtlijnen ontstaat er een epistemisch gerechtvaardigde \[1\] consensus, zoals de geschiedenis van de wetenschap rijkelijk demonstreert, zij het via een weg van vallen en opstaan. Theologie scoort op alle drie genoemde richtlijnen slecht. Het is dan ook niet vreemd dat theologen niet tot een (epistemisch gerechtvaardigde) consensus komen als ze geen betrouwbare kenmethoden hebben. Daar hebben we het probleem dat ik schets, met het genoemde symptoom.
Uiteraard dient er aan de universiteit ruimte te zijn voor de belangrijke vragen die de mens stelt, waaronder "wat het betekent om ‘God’ te zeggen en in God te geloven". Dat doen andere wetenschappen al, in het bijzonder de godsdienstwetenschappen. De vraag wie of wat God nu is, wat Hij vermag en (niet) doet, is echter van een andere categorie, die van vage, achterhaalde en/of oncontroleerbare ideeën. Tot die categorie behoort bijvoorbeeld ook astrologie – óók belangrijk voor miljoenen mensen én met een rijke traditie. Hoort astrologie volgens Paas dan ook thuis aan de universiteit?
Mijn probleem blijft dus staan: we kunnen niet weten welke uitspraken over God wel of niet kloppen. Er zijn geen betrouwbare kenmethodes hiertoe. De twee opties die Paas opvoert (traditie en geschriften) zijn beide problematisch. De wildgroei aan theologische speculaties en ideeën over het goddelijke is hier het gevolg van.
**Noot**
\[1\] Dat wil zegen: een consensus die gestoeld is op betrouwbare kennis, en niet op een willekeurige andere grond, zoals opvoeding, traditie of psychologische behoefte.
### Wil de échte God alstublieft opstaan?
URL: https://www.deatheist.nl/wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan/
Last updated: 2018-12-30T11:38:07.000Z
\[Een ingekorte versie van dit artikel is net verschenen als [opiniestuk op Geloof & Wetenschap](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/951-wil-de-echte-god-alstublieft-opstaan?ref=deatheist.nl).\]
Als atheïst word je er door gelovigen nogal eens van beticht een God te verwerpen waarin ook zij niet geloven. Vooral de 'Nieuwe Atheïsten' als Richard Dawkins, Christopher Hitchens en Sam Harris wordt verweten dat ze hun pijlen richten op een kinderlijke godsvoorstelling. Ook al gelooft een zeer grote meerderheid van de gelovigen in zo'n God, dit is niet de échte God. Daarvoor worden we doorverwezen naar theologen en theologische geschoolde godsdienstfilosofen (die ik hier voor mijn punt bij elkaar reken).
Door de jaren heen heb ik het nodige werk van heel wat van dergelijke denkers gelezen. Daartoe behoren bekende internationale namen als William Lane Craig, Alvin Plantinga, Richard Swinburne, John Polkinghorne, John Haught \[1\], Alister McGrath en John Hick. Ook Nederlandse theologen ontbreken niet: Gijsbert van de Brink, Taede Smedes, Palmyre Oomen, Mart-Jan Paul, Willem Ouweneel, Karel Deurloo, Willem Drees, Kornelis Miskotte, Stefan Paas, Rik Peels en uiteraard Harry Kuitert. Zelfs de grote Augustinus heb ik twee keer in de kast staan. Recentelijk is daar [David Bentley Hart](https://en.wikipedia.org/wiki/David%5FBentley%5FHart?ref=deatheist.nl) bij gekomen. Zijn boek *The Experience of God* (2013) zou elke atheïst moeten lezen volgens [*The Guardian*](https://www.theguardian.com/news/oliver-burkeman-s-blog/2014/jan/14/the-theology-book-atheists-should-read?ref=deatheist.nl). Hij belooft niets minder dan uit te leggen wie of wat God nu écht is. Blijkbaar kan hij dat in één boek, terwijl theologen daar al letterlijk vele eeuwen over discussiëren, met allerlei fundamenteel verschillende uitkomsten. Over dat probleem wil ik het hier hebben.
Volgens de ene theoloog kunnen we Gods bestaan beargumenteren met rationele argumenten, volgens de andere theoloog is dat onmogelijk, of niet nodig. Volgens veel klassieke godgeleerden kunnen we het nodige weten over God, want Hij heeft zich geopenbaard in de Bijbel of ander religieus boek. Volgens anderen kunnen we juist niets weten over God omdat Hij volledig transcendent is (hoe ze dát dan weer weten, is mij evenwel een raadsel). Volgens de een is God persoonlijk, volgens de ander juist niet \[2\]. Volgens procestheologen verandert God, volgens anderen is Hij daarentegen onveranderlijk. Grijpt Hij regelmatig in om wonderen te verrichten, of is dat God onwaardig? Is Hij volledig aanwezig in onze wereld (immanent), of overstijgt Hij onze wereld volledig (transcendent)? Waar Jezus bij de ene theoloog nog God op aarde is, is hij bij menig ander slechts een wijze leraar, en voor islamitische theologen is hij een profeet. Kan God lijden of is dat juist onmogelijk (impassibiliteit \[3\])? Nu eens wordt gezegd dat we weten wat God (niet) wil of verlangt, dan weer dat dergelijke zaken ons verstand overstijgen – soms zelfs door dezelfde theoloog! Sommige theologen willen erg vasthouden aan traditionele ideeën over God en Zijn openbaring. Andere theologen nemen dit niet eens serieus en zien de Bijbel als een fascinerende bundel mythen en verhalen. Zij hebben God vaak volledig geabstraheerd tot 'de grond van het bestaan' of iets van dergelijke obscure strekking.
David Bently Hart behoort ook tot deze laatste categorie. Volgens hem is God "the truly transcendent source and end of all contingent reality" en "the one infinite source of all that is: eternal, omniscient, omnipotent, omnipresent, uncreated, uncaused, perfectly transcendent of all things and for that very reason absolutely immanent to all things". God is "'being itself,' in that he is the inexhaustible source of all reality, the absolute upon which the contingent is always utterly dependent, the unity and simplicity that underlies and sustains the diversity of finite and composite things."
Maar hoe *weet* Hart dit? Hoe weet hij dat God voldoet aan deze beschrijving? Hart definieert zijn God simpelweg tot bestaand, want wie kan immers het bestaan van "being itself" ontkennen? Dit lijkt meer een semantisch spel dan goed redeneren. Het is de vraag of dit soort woordcombinaties überhaupt betekenisvol zijn. Wat is precies "the one infinite source of all that is"? Wat betekent het om "beyond being” en tegelijk "being itself" te zijn \[4\]? Het is zelfs de vraag of zijn godsconcept coherent is: is volledig transcendent én immanent zijn wel mogelijk? Ook al beweert hij God niet te willen bewijzen, het boek staat vol met scholastische redeneringen die toch hierop neerkomen, ook al gaan ze uit van discutabele metafysische vooronderstellingen en principes \[5\].
Zo'n geabstraheerde God is in de Bijbel in ieder geval niet te vinden. Die God, Jahweh, weet bepaalde dingen niet, heeft soms spijt, verandert van gedachten, ontsteekt in toorn als zijn volgelingen achter andere goden aanlopen en maakt zich druk om wat we eten en met wie we het bed delen. Zo'n God met menselijke trekken is niet een karikatuur bedacht door atheïsten, maar hoe gelovigen God destijds zagen \[6\]. En nog steeds geloven de meeste gelovigen in een God die wonderen verricht, leefregels afvaardigt, gebeden verhoort, straft en beloont, ook na de dood \[7\]. Dat staat in schril contrast met de volledig geabstraheerde God van veel geleerden, waaronder Hart. Deze lijkt puur te danken te zijn aan zuiver filosofisch getheoretiseer; Hij is niet in de Bijbel (of Koran) te vinden. Blaise Pascal, ook een theoloog, verzuchtte in de zeventiende eeuw al: "*Dieu d'Abraham, Dieu d'Isaac, Dieu de Jacob, non des philosophes et savants.*"
Van zo'n al te menselijke God moeten veel theologen niets hebben, vooral de moderne niet. Hart beweert dat in alle grote religieuze tradities door intellectuelen hetzelfde wordt gedacht over het goddelijke, op dezelfde abstracte manier als hij doet. Als dit al zo is (ik weet te weinig van oosterse theologie om dat te beoordelen), dan is dat vanwege het filter dat hij zelf hanteert. De gelovigen die er een ander godsbeeld op nahouden, neemt hij namelijk niet eens serieus, zelfs niet als dit ook theologen of godsdienstfilosofen zijn. Het idee dat God de aarde slechts een paar duizend jaar geleden schiep en Noach echt de zondvloed overleefd zou hebben met een ark, wordt door hem weggehoond, terwijl vele theologen dit eeuwenlang geloofd hebben, waaronder Augustinus (in *De Civitate Dei*). Hart hanteert zelf een zeer abstract godsbeeld en diskwalificeert simpelweg eenieder die een concreter en persoonlijker godsbeeld heeft. Dit is een drogreden: de [*no true scotsman*](https://nl.wikipedia.org/wiki/No%5Ftrue%5FScotsman?ref=deatheist.nl). Op de traditie kan Hart zich dus ook niet beroepen, ook al probeert hij dat wel, want die is weinig eensgezind.
Wat mij het lezen van al deze theologen geleerd heeft, is hoe weinig ze het eens zijn over de aard van hun onderzoeksobject: God. Wie of wat is Hij? Wat kan, weet, wil of doet Hij (of juist niet)? En dan heb ik me hierboven nog slechts beperkt tot monotheïstische theologen. Als we de vraag naar de aard van het goddelijke breder trekken, bijvoorbeeld door ook sjamanen uit het regenwoud en priesters van polytheïstische religies mee te nemen, wordt de verscheidenheid aan denkbeelden nog groter. Maar kunnen we dan niet tenminste stellen dat theologen het erover eens zijn *dat* er een bovennatuurlijke werkelijkheid en misschien zelfs wel één (opper)God bestaat? Deze minimale consensus is psychologisch te verklaren \[8\] en zegt niets over waarheid als deze consensus niet gebaseerd is op betrouwbare kenmethoden.
De fundamentele theologische onenigheid is niet alleen een probleem op zichzelf, ze duidt op een nog groter onderliggend probleem: *hoe kunnen we weten welke uitspraken over God of het goddelijke waar zijn?* Er is geen toetsingscriterium waarover theologen het eens kunnen worden, geen gedeelde onderzoekmethode. Er is ook geen gedeelde en gevalideerde kenmethode die ons betrouwbare informatie over God of het goddelijke kan leveren. Theologen doen allerlei uitspraken over God, maar van geen van die uitspraken kan gecontroleerd worden of ze kloppen. Daardoor is er een wildgroei aan speculaties waarbinnen niet op redelijke gronden geschift kan worden. Hoe kunnen we dan ook maar *iets* zeggen over God?
Traditioneel worden veel uitspraken over God gedaan op grond van Zijn vermeende openbaringen. Die zijn echter hopeloos tegenstrijdig, bevatten vele onjuistheden \[9\], zijn onbetrouwbaar overgeleverd \[10\] en kennen allerlei interpretatieproblemen (o.a. wat metaforisch/symbolisch is en wat niet \[11\]). Ook wordt nogal eens verwezen naar wat de meeste gelovigen menen wie of wat God (niet) is. Maar ook hier ontstaat het probleem van grote onenigheid. Gewone gelovigen beweren ook vaak wat anders dan theologen en godsdienstfilosofen. Wederom ontstaat dan het probleem dat we niet kunnen controleren wie er gelijk heeft. Voorts wordt graag verwezen naar de theologische traditie, maar dat verschuift slechts de hierboven genoemde problemen. Het feit dat een idee een lange traditie heeft, zegt ook niets over de waarheid ervan. Tot slot wordt soms geopperd dat theologen uitspraken over God kunnen toetsen op logische consistentie, maar daarmee zijn drie problemen. Ten eerste zijn niet alle theologen het daarmee eens (God kan logica transcenderen, menen zij), ten tweede hoeft wat logisch consistent is niet waar te zijn, en tot slot zijn er goede redenen om te twijfelen aan de logische consistentie van een almachtige, alwetende en algoede God \[12\].
Kunnen de theologen zich dan niet beroepen op de argumenten voor Gods bestaan die in de loop der eeuwen ontwikkeld zijn? Ook hiermee zijn problemen. Ten eerste zijn al deze argumenten uitgebreid bekritiseerd - niet in de laatste plaats door andere theologen die menen dat dergelijke argumenten niet overtuigen of niet nodig zijn. Ten tweede – en dit probleem is fundamenteler – gaan deze argumenten al uit van bepaalde opvattingen over God. Maar hoe weten we dat deze opvattingen juist zijn? Het kosmologische argument gaat er bijvoorbeeld van uit dat God buiten ruimte en tijd staat, maar waarop is dat gebaseerd? Het teleologische argument gaat ervan uit dat God met een bepaald doel schept (meestal de mens in het bijzonder), maar hoe weten we dat? Waarom kiest de Almachtige zo'n extreem lang, verspillend en wreed proces voor zijn schepping? Zou God niet veeleer zwarte gaten als doel hebben, die immers een veel prominentere rol in het universum spelen? Hierboven hebben we gezien dat we niet kunnen weten welke uitspraken over God waar zijn, en zonder ware uitspraken over God komen dergelijke argumenten voor Zijn bestaan niet van de grond.
Wanneer onjuiste ideeën niet kunnen worden verworpen en op juiste ideeën niet kan worden voortgebouwd, is echte groei in kennis en inzicht onmogelijk. Letterlijk eeuwenlang wordt al over dezelfde kwesties gediscussieerd, zonder enig uitzicht op een oplossing. Hooguit worden bepaalde ideeën zo ongeloofwaardig door wetenschappelijke inzichten dat verstandige gelovigen ze zijn gaan verwerpen, maar deze toetssteen komt van *buiten* de theologie. Verder zijn er natuurlijk stromingen die groeien en krimpen onder sociale invloed, maar dat lijken eerder modeverschijnselen. Dit zijn niet bepaald kenmerken van wetenschap, laat staan gezonde wetenschap.
Gezien al de bovenstaande problemen met theologie, wat blijft er dan nog over van de expertise van theologen? Ze weten beslist veel over wat mensen over God *beweerd* hebben, maar hierboven hebben we al gezien dat ze het onderling sterk oneens zijn over wat er van die beweringen klopt, en dat ze überhaupt geen gedeelde methode hebben om te controleren welke beweringen over God kloppen. Wat blijft er dan nog van hun expertise *over God zelf* over? Op grond waarvan zouden we wat zij over God zeggen serieuzer moeten nemen dan wat een gewone gelovige over Hem zegt? Valt het de Nieuwe Atheïsten dan werkelijk te verwijten dat zij bekritiseren wat miljoenen gewone gelovigen geloven, in plaats van wat een handjevol theologen beweert? Daarnaast heeft dit geloof van het gewone volk veel meer invloed op de wereldse gang van zaken, en die is lang niet altijd positief (godsdienstoorlogen, religieus terrorisme, homo-intolerantie, creationisme enz.).
Men zou kunnen tegenwerpen dat mijn kritiek net zo goed van toepassing is op bijvoorbeeld filosofie. Is daar niet net zo veel fundamentele onenigheid en gebrek aan gedeelde methode? Als dit al waar zou zijn, praat dit de problemen in de theologie nog niet goed. Maar belangrijker: is filosofie wel te vergelijken met theologie? Dit raakt aan de *meta*filosofische vraag wat filosofie is, wat haar domein is en welke methode(s) ze kan en mag gebruiken. Voor wie meent dat filosofen zonder een beroep te hoeven doen op de wetenschap kunnen bepalen hoe de wereld in elkaar zit, geldt mijn kritiek inderdaad ook. Dergelijke filosofie is in deze tijd onhoudbaar \[13\]. Wie echter meent dat filosofen zich moeten richten op conceptuele analyse, kwaliteit van redeneringen en het integreren van onze beste wetenschappelijke kennis, heeft van mijn bovenstaande kritiek echtre niets te vrezen.
Door critici is theologie wel vergeleken met astrologie, vooral omdat in het Westen vrijwel geen enkele intellectueel vindt dat astrologie een wetenschap is (en daarmee aan de universiteit thuishoort). Waarom theologie dan wel? Astrologie is logisch consistent, kent in het Oosten een lange traditie en miljoenen hechten er waarde aan. Veel astrologische uitspraken zijn vaag en niet toetsbaar, net als veel theologische. En als uitspraken toch blijken te conflicteren met de werkelijkheid, dan worden ze gewoon anders geïnterpreteerd, net als theologen gedaan hebben met bijvoorbeeld de scheppingsdagen en de zondvloed.
Theologie is ook wel eens vergeleken met tennissen zonder net, maar volgens mij is het nog erger. Het is niet eens duidelijk of je wel een racket hoeft te gebruiken (rationeel te argumenteren) of zelfs maar binnen de lijnen hoeft te spelen (überhaupt dingen kunt zeggen die onwaar zijn). Sommigen menen zelfs dat we niet eens wat over de bal kunnen zeggen. Toch beweren ze allemaal hetzelfde spel te spelen. De criticus die dit schouwspel vanaf een afstand gadeslaat en zich afvraagt of de spelers niet gewoon maar wat in de lucht aan het slaan zijn, wordt verweten dat hij dit gesofisticeerde spel niet begrijpt.
In het bovenstaande bedoel ik met theologie uiteraard godgeleerdheid, niet godsdienst- of Bijbelwetenschappen. Voor die disciplines geldt mijn kritiek niet, want het onderzoeksobject is duidelijk, er zijn criteria om uitspraken te toetsen, er is samenhang met andere wetenschappelijke disciplines en er wordt duidelijk vooruitgang in kennis geboekt. Al deze kenmerken van gezonde wetenschap zien we niet bij godgeleerdheid. Maar zelfs over wat theologie inhoudt, zijn theologen het niet eens. Zo gaat theologie volgens Smedes niet over God zelf, maar over "wat over God gezegd wordt" \[14\]. Ruard Ganzevoort zegt iets vergelijkbaars als hij schrijft: "Over ‘God’ als zodanig kunnen theologen niets zinnigs zeggen en het zou vermetel zijn dat toch te proberen. Wij \[theologen\] kunnen alleen zinvol spreken over het geloven van mensen, over hun bronnen, tradities en levenspraktijken." \[15\] Volgens mij was dat nu juist wat door de godsdienstwetenschappen bestudeerd wordt.
Theologen zijn het al eeuwen fundamenteel met elkaar oneens. Ze gaan daar ook niet uitkomen zonder criteria waaraan claims getoetst kunnen worden en betrouwbare kenmethoden. Dit heeft geleid tot een wildgroei aan speculaties over wie of wat God is, zonder enig uitzicht op een uitkomst. Wil de échte God alstublieft opstaan en eens wat duidelijkheid verschaffen? De theologen zijn na vele eeuwen nog geen stap verder.
**Noten**
\[1\] Zie [hier](https://infidels.org/library/modern/bart%5Fklink/new-atheism.html?ref=deatheist.nl) voor mijn recensie van zijn *God and the New Atheism*.
\[2\] Zie bijvoorbeeld [deze bespreking](https://www.youtube.com/watch?v=xU2WLZ9mO8o&ref=deatheist.nl) van de ideeën van David Bentley Hart en Edward Feser door William Lane Craig.
\[3\] Zie bijvoorbeeld Sarot, M. (1989). De Passibilitas Dei in de Hedendaagse Westerse Theologie: Een Literatuuroverzicht. *Kerk en Theologie*, *40*, 196-206.
\[4\] Voor een verdere bespreking van de problemen met religieuze taal, zie hoofdstuk II uit *Analytic Philosophy of Religion* van James Harris (Springer, 2002) en hoofdstuk 3 van Herman Philipses *God in the Age of Science?* (Oxford UP, 2012).
\[5\] Zie voor een kritiek op dergelijke metafysica *Every thing must go* van James Ladyman & Don Ross (Oxford UP, 2007).
\[6\] Zoals wordt beschreven door gerespecteerde Bijbelwetenschappers als James Kugel (*The God of Old*, Free Press, 2003) en Mark Smith (The three bodies of God in the Hebrew Bible. *Journal of Biblical Literature*, *134*(3), 471-488).
\[7\] Zie onder andere [deze](http://www.pewforum.org/2018/04/25/when-americans-say-they-believe-in-god-what-do-they-mean/?ref=deatheist.nl) en [deze](http://www.pewresearch.org/fact-tank/2015/11/10/most-americans-believe-in-heaven-and-hell/?ref=deatheist.nl) enquête.
\[8\] Waarom psychologische verklaringen de geloofwaardigheid van religieuze openbaringen ondermijnen, heb ik recentelijk [hier](https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/) en [hier](https://www.deatheist.nl/repliek-aan-van-eyghen-waarom-naturalistische-verklaring-wel-degelijk-debunkend-werken/) betoogd.
\[9\] Voor tegenstrijdigheden en onjuistheden onder andere [*The Skeptic's Annotated Bible*](https://skepticsannotatedbible.com/?ref=deatheist.nl) en [*Skeptic's Annotated Quran*](https://skepticsannotatedbible.com/quran/index.htm?ref=deatheist.nl).
\[10\] Zie onder andere *The End of Biblical Studies* van Hector Avalos (Prometheus Books, 2007) (vooral hoofdstuk 1 en 2), *Misquoting Jesus* (HarperCollins, 2005) en *Jesus, Interrupted* (HarperCollins, 2009) van Bart Ehrman.
\[11\] Voor de problemen met het metaforisch of analoog spreken over God zie de boeken van Harris en Philipse uit noot 4.
\[12\] Zie bijvoorbeeld Howard Sobels *Logic and Theism* (Cambridge UP, 2004)*.*
\[13\] Zie onder andere het eerder genoemde boek van Ladyman & Ross uit noot 5\.
\[14\] Zie deze blogpost op 26 april 2012 van Taede Smedes: 'Opnieuw: Wat is Theologie?' ([https://tasmedes.nl/opnieuw-wat-is-theologie/](https://tasmedes.nl/opnieuw-wat-is-theologie/?ref=deatheist.nl)).
\[15\] Ruard Ganzevoort, *Spelen met heilig vuur. Waarom de theologie haar claim op de waarheid moet opgeven* (Ten have, 2013), p. 16.
### Augustinus over Genesis
URL: https://www.deatheist.nl/augustinus-over-genesis/
Last updated: 2018-12-28T09:04:53.000Z
Augustinus was een zeer belangrijk theoloog en filosoof. Deze [kerkvader](https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkvader?ref=deatheist.nl) werd geboren in de Noord-Afrikaanse stad Thagaste in 354 en stierf in Hippo Regius (Noord-Afrika) in 430, waardoor hij ook bekend staat als [Sint Augustinus van Hippo](https://nl.wikipedia.org/wiki/Augustinus%5Fvan%5FHippo?ref=deatheist.nl). In 386 bekeerde hij zich tot het christendom. Hij schreef zeer veel theologische en filosofische werken, waaronder C*onfessiones* (*Belijdenissen*, geschreven tussen 397 en 398) en *De Civitate Dei* (*De Stad van God*, geschreven tussen 413 en 426). Dit laatste werk is een verdediging van zijn opvatting over het ware christelijk geloof tegenover de heidenen en (in zijn ogen) ketterse opvattingen. Het is een fascinerend werk dat bestaat uit 22 boeken over uiteenlopende onderwerpen, waaronder het ontstaan en de vroege geschiedenis van de wereld, zoals die beschreven worden in het Bijbelboek Genesis.
Wat Augustinus hierover schrijft, is nog steeds van belang voor de discussie over evolutie en creationisme. Hij wordt niet alleen als een van de grootste theologen ooit gezien, maar leefde ver voor de opkomst van de moderne wetenschap en het moderne creationisme. Creationisten lezen Genesis historisch en proberen dat wetenschappelijk te onderbouwen, in weerwil van ongeveer de complete moderne wetenschap. Zo’n *historische* lezing wordt ook nog wel eens verward met een *letterlijke* lezing, als ware het een krantenbericht of wetenschapsboek, maar zelfs de meest verstokte creationist leest de Bijbel niet helemaal letterlijk, zonder oog voor de symboliek, literaire nuances en theologische pointes. Hij meent echter wel dat de Bijbel verhaalt over gebeurtenissen die *echt hebben plaatsgevonden* in een ver verleden, zoals de schepping in zes dagen enkele duizenden jaren geleden, Adam en Eva als de eerste mensen en voorouders van de mensheid, de wereldwijde zondvloed en de spraakverwarring te Babel. Dit is wat bedoeld wordt met een historische lezing, die goed kan bestaan naast een allegorische lezing. Dit is ook wat Augustinus deed, zoals heel duidelijk blijkt uit wat hij schrijft in *De stad van God*.
Augustinus wordt vaak naar voren geschoven als een voorstander van een allegorische of symbolische lezing van Genesis, in tegenstelling tot de historische lezing van creationisten. Dit is vooral gebaseerd op zijn *De Genesi ad litteram* (*De Letterlijke Betekenis van Genesis*, voltooid in 415). Vooral christenen die moderne wetenschap met de Bijbel willen rijmen, beroepen zich dan ook graag op deze grote kerkvader. Een voorbeeld daarvan is Dennis Alexander in *Creation or evolution: Do we have to choose?* (Monarch Books, 2014). Wie echter Augustinus’ latere werk *De Stad van God* leest, komt tot een heel andere conclusie. Dat wil ik hieronder laten zien aan de hand van een aantal citaten. Deze komen uit de vertaling van Gerard Wijdeveld (Uitgeverij Ambo, 1983). De oorspronkelijk tekst in het Latijn is [hier](http://www.thelatinlibrary.com/august.html?ref=deatheist.nl) te vinden, een Engelse vertaling [hier](http://www.newadvent.org/fathers/1201.htm?ref=deatheist.nl). Ik verwijs naar boeken uit *De stad van God* met Romeinse cijfers, en naar de hoofdstukken daarin met gewone cijfers (XV, 7 is dus boek XV, hoofdstuk 7).
Augustinus is zeker een voorstander van een allegorische lezing, maar dat steeds als onderdeel van een dubbele lezing: historisch én allegorisch. Hij heeft het regelmatig over “sacra historia”, heilige geschiedenis. Zo ziet hij in de historische verslagen in Genesis overal verwijzingen naar de Kerk en Christus. Soms is dat zó vergezocht dat het zelfs de meest orthodoxe christen de wenkbrauwen zal doen fronsen, bijvoorbeeld wanneer hij de verhoudingen van de ark vergelijkt met die van het lichaam van Christus aan het kruis en stelt dat “de deur die \[de ark\] aan haar zijkant kreeg, is ongetwijfeld die wonde die gemaakt werd, toen de zijde van de Gekruisigde met een lans werd doorstoken” (XV, 26).
Augustinus’ historisch-allegorische lezing blijkt mooi uit deze twee citaten:
"Niemand mag echter menen dat deze dingen zonder reden zijn opgetekend of dat wij er uitsluitend de werkelijke toedracht van de gebeurtenissen in moeten zoeken, zonder enige allegorische betekenis, of dat het integendeel helemaal niet gaat om werkelijk voorgevallen gebeurtenissen, maar alleen om literaire vormen, of dat het, wat het dan ook moge zijn, in geen geval iets heeft uit te staan met een profetische voorzegging van de Kerk."
“Men kan evenmin nog met kans op waarschijnlijkheid zeggen dat die dingen wel zijn gebeurd, maar niets te betekenen hebben, noch dat het alleen verhalen-met-een-betekenis zijn over niet gebeurde dingen, of dat ze niets te maken hebben met de kerk.” (XV, 27)
Wat de ouderdom van de aarde betreft schreef hij:
"Ze worden ook nog op een dwaalspoor gebracht door bepaalde leugenachtige geschriften die volgens hun beweren de geschiedenis van de tijden vele duizenden jaren laten duren, terwijl wij toch uit de Heilige Schrift kunnen berekenen dat er sinds de schepping van de mens nog niet helemaal zesduizend jaren zijn verlopen." (XII, 10, zie ook 13)
In onder andere XI,7 besteedt hij aandacht aan de scheppingsdagen, waarbij hij zich afvraagt hoe de zon later geschapen kan zijn dan de dag en nacht – een vraag die menig moderne lezer zich nog steeds stelt. Augustinus stelt dat dit licht, dat al op dag een geschapen is, van een andere aard moet zijn, dat buiten het bereik van onze zintuigen ligt. Een waarschijnlijker verklaring is dat in het wereldbeeld van de schrijver van Genesis 1 licht en donker onafhankelijk bestaan van de zon; de zon en maan zijn de heersers over respectievelijk de dag en de nacht (vers 16).
Ook de oorsprong van de mens wordt uitgebreid besproken. In XII, 9 lezen we: “Welnu: uit één mens, door God als de eerste geschapen, heeft het menselijk geslacht zijn begin gekregen; dat leert ons het getuigenis van de Heilige Schrift” (zie ook 15, 22). In XII, 22 weerspreekt hij nadrukkelijk het idee dat God begon met meerdere mensen. Ook meent hij dat zonder zonde de eerste mensen op geen enkele manier dood zouden gaan (XIII, 3) en dat het paradijs echt bestaan heeft (XIII, 23).
In XV, 8 benadrukt hij nogmaals het belang van de historische lezing: “Nu vind ik echter dat ik het historische verhaal moet gaan verdedigen om te voorkomen dat de Schrift ongeloofwaardig wordt met haar mededeling over een stad die door één mens zou zijn gebouwd op een tijdstip waarop er op aarde niet meer dan vier mannen geweest schijnen te zijn, ja zelfs maar drie na die broedermoord, namelijk de eerste mens, de vader van allen, Caïn zelf en diens zoon Enoch, naar wie de bedoelde stad werd genoemd.” Er moeten volgens Augustinus ook nog anderen kinderen geboren zijn, zeker gezien de hoge leeftijden. Deze leeftijden moeten letterlijk genomen worden (XV, 14).
In XV, 9 meent hij niet alleen dat de mensen voor de zondvloed hoge leeftijden bereikten, maar ook dat ze grote lichamen hadden. Hiervan zouden beenderen gevonden zijn; Augustinus heeft zelf een gigantische kies gezien, "een mensenkies die zo geweldig groot was dat, als hij in kleine stukken was gehakt op de maat van onze tanden, hij er naar onze indruk wel honderd had kunnen leveren!" (XV, 9). Die moet van een reus geweest zijn! Ook in XV, 10 en 11 bespreekt hij de leeftijden en verschillen daarin tussen de Hebreeuwse, Griekse en Latijnse Bijbels. De Hebreeuwse Bijbel beschouwt hij op dit punt als vervalst, en de Joden daarachter ziet hij als “verkeerd en kwaadaardig” (13).
Ook bespreekt Augustinus een vraag die velen nog steeds stellen: als alle mensen van Adam en Eva afstammen, kan dat toch niet zonder incest? Zijn antwoord is dat Adams kinderen inderdaad trouwden met elkaar, maar dat dat toen geen probleem was (XV, 16). Adam had naast Cain, Abel en Seth ook meerdere zonen (15).
De ark van Noach en de zondvloed krijgen ook uitgebreid aandacht van Augustinus. Wat hierbij vooral opvallend is, is dat hij zich al buigt over vragen die moderne creationisten nog steeds bezighouden (XV, 27): Kan het water wel hoog genoeg komen? Passen alle dieren wel op de ark? Hoe zit het met het eten? Ook vraagt hij zich in het volgende boek af hoe de aarde weer opnieuw bevolkt wordt (XVI, 7). Vooral de verre eilanden lijken hem problematisch, maar hij komt gelukkig met oplossingen. Mensen kunnen ze meegenomen hebben, maar “men kan overigens ook de mogelijkheid niet uitsluiten dat ze naar die eilanden zijn overgebracht, op bevel van God of met zijn toestemming, ook door de activiteit van engelen”. Als laatste mogelijkheid oppert hij dat de dieren opnieuw zijn voortgekomen uit de aarde, net als bij de schepping.
In XVI, 8 heeft hij het over de herkomst van “bepaalde bizarre mensensoorten”, waarschijnlijk vooral gebaseerd op de verhalen in [*Naturalis Historia*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Naturalis%5Fhistoria?ref=deatheist.nl)van Plinius. Stammen die ook van Noach af? Hij bespreekt mensen met één oog op hun voorhoofd (cyclopen), mensen die “hun voetzolen achterwaarts gekeerd achter hun benen hebben”, tweeslachtigen (“rechterborst van een man en linkerborst van een vrouw”), mensen van slechts een [el](https://nl.wikipedia.org/wiki/El%5F%28lengtemaat%29?ref=deatheist.nl) hoog, een “volk waar de mensen hun voeten maar aan één been hebben zitten” die bij warm weer “achterover op de grond liggend, hun beschutting vinden in de schaduw van hun voeten”. Ook mensen met ogen op hun schouders en hondenkoppen passeren de revue. Hij lijkt ook een Siamese tweeling te beschrijven. Dit hoofdstuk is dus een mengeling van daadwerkelijke geboorteafwijkingen en fantasieverhalen. Een onderscheid kan Augustinus blijkbaar niet maken.
Als toegift wil ik u dit citaat niet onthouden; "Sommigen brengen uit hun achterste zonder enige stank naar hun believen zulke harmonieuze geluiden te voorschijn dat ze ook aan die kant schijnen te zingen." (XIV, 24).
Op grond van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat Augustinus Genesis *zowel* allegorisch als historisch las. Een historische lezing is dus geen moderne uitvinding van creationisten, zoals soms beweerd wordt. Niet alleen deelt Augustinus de historische lezing met creationisten, ook het soort vragen dat hij stelt en zijn antwoorden zijn vergelijkbaar met wat creationisten nu nog doen. Je zou kunnen stellen dat Augustinus in dit opzicht een creationist *avant la lettre* was!
### De vraag die creationisten altijd ontwijken
URL: https://www.deatheist.nl/de-vraag-die-creationisten-altijd-ontwijken/
Last updated: 2018-11-06T13:34:45.000Z
*Wat zou jou van je eigen ongelijk overtuigen?* Dat is een vraag die ik al eindeloos vaak aan creationisten heb gesteld, maar waarop ik nog nooit een redelijk antwoord heb gekregen. Het is ook duidelijk waarom ze daar geen antwoord op *kunnen* geven: zij zijn ervan overtuigd dat hun opvatting een door God *himself* gegeven Waarheid (met hoofdletter!) is. Deze historische Waarheid van Genesis, die neerkomt op een schepping in zes dagen een paar duizend jaar geleden en een wereldwijde vloed die alleen Noach en de zijnen met hun ark overleefden, heeft God zelf zo geopenbaard en is daarmee onfeilbaar. Hierdoor zullen ze nooit *kunnen* accepteren dat de aarde en het universum miljarden jaren oud zijn en mensen en andere dieren gemeenschappelijke voorouders delen, *welke wetenschappelijke evidentie (bewijs) ook wordt aangedragen*.
Creationistische organisaties zijn hier over het algemeen ook vrij eerlijk over. Zo lezen we in de [Statement of Faith](https://answersingenesis.org/about/faith/?ref=deatheist.nl) van de grote creationistsiche organisatie *Answers in Genesis*: "The 66 books of the Bible are the written Word of God. The Bible is divinely inspired and inerrant throughout. Its assertions are factually true in all the original autographs." en "The account of origins presented in Genesis is a simple but factual presentation of actual events and therefore provides a reliable framework for scientific research into the question of the origin and history of life, mankind, the earth, and the universe." Een andere grote organisatie, het *Institute for Creation Research*, stelt in hun [Core Principles](http://www.icr.org/tenets?ref=deatheist.nl) dat de Bijbel "\[is\] infallible and completely authoritative on all matters with which they deal, free from error of any sort, scientific and historical as well as moral and theological" en dat "All things in the universe were created and made by God in the six literal days of the Creation Week described in [Genesis 1:1](http://www.icr.org/bible/genesis/1/1-31?ref=deatheist.nl)\-[2:3](http://www.icr.org/bible/genesis/2/3?ref=deatheist.nl), and confirmed in [Exodus 20:8-11](http://www.icr.org/bible/exodus/20/8-11?ref=deatheist.nl)". Het staat uiteraard iedereen vrij deze geloofsovertuigingen te hebben – hoe onredelijk ook – maar met wetenschap heeft dit niets te maken. In de wetenschap is immers geen enkel idee of bron onfeilbaar. Uiteraard zijn er bepaalde feiten en theorieën (zoals de relativiteitstheorie en evolutietheorie) die dusdanig goed getoetst en bevestigd zijn, dat we ze kunnen aannemen. Dit is evenwel geen aanname op grond van geloof, maar op grond een gigantische berg ondersteunende evidentie. Zelfs deze feiten en theorieën zouden verworpen kunnen worden als er zeer overtuigende evidentie voor hun onjuistheid ontdekt wordt. De creationistische aannames daarentegen, zoals geformuleerd in hun geloofsverklaringen, zijn op niets meer gebaseerd dan hun geloof – en juist in weerwil van een gigantische berg evidentie. Hier zien we dus een fundamenteel verschil met wetenschap.
Naast het gebruik van onbetwijfelbare aannames die gebaseerd zijn op geloof, is er nog een ander punt dat creationisme onwetenschappelijk maakt. Fundamenteel in de wetenschap is dat hypothesen en theorieën empirisch getoetst kunnen worden. Dat wil zeggen dat een wetenschapper kan vertellen welke empirische (door waarneming verkregen) evidentie hem ervan zou kunnen overtuigen dat zijn hypothese onjuist is. Een goede wetenschapper doet concrete en toetsbare voorspellingen, waarbij hij aangeeft wat we wel en niet mogen verwachten als zijn hypothese juist is. Voor evolutie zijn zeer veel van dergelijke voorspellingen te maken en evolutiebiologen doen dat dagelijks, maar creationisten doen dat niet.
Creationisten *lijken* voorspellingen te doen als ze zeggen dat we bijvoorbeeld geen evidentie van een oude aarde mogen aantreffen en dat ook niet doen, maar als deze evidentie wel wordt aangetroffen, worden er eindeloos veel ad-hocverklaringen bedacht om maar onder de weerlegging uit te komen. Dat moet ook wel, want de Conclusie staat immers al vast. Creationisten zijn dan ook alleen geïnteresseerd in evidentie die hun overtuigingen bevestigt; evidentie die hun overtuiging weerlegt, kan *per definitie* niet geaccepteerd worden en wordt dus ook niet gezocht.
Een andere poging tot het beantwoorden van mijn vraag is iets in de trant van: als ik voor mijn ogen een aap in een mens zie veranderen. Nog een voorbeeld is de '[crocoduck](https://en.wikipedia.org/wiki/Crocoduck?ref=deatheist.nl)' van [Ray Comfort](https://en.wikipedia.org/wiki/Ray%5FComfort?ref=deatheist.nl) en [Kirk Cameron](https://en.wikipedia.org/wiki/Kirk%5FCameron?ref=deatheist.nl), een vermeende overgangsvorm tussen krokodillen en eenden. Nog afgezien van de [conceptuele verwarring en onbegrip van evolutie](http://evolutietheorie.be/?ref=deatheist.nl) die uit dergelijke antwoorden blijkt, is het duidelijk dat de creationist een grote evolutionaire verandering in een zeer korte tijd zou willen zien gebeuren. Dit is uiteraard onmogelijk omdat evolutie niet zo werkt: grote veranderingen ontstaan door de opeenstapeling van kleine veranderingen gedurende een zeer lange tijd, veelal miljoenen jaren. Een ander voorbeeld is dat creationisten graag willen zien dat volstrekt nieuwe genetische informatie ontstaat. Evolutie werkt echter door het bestaande genetische materiaal te kopiëren en aan te passen, en levert in die zin nooit iets nieuws (in creationistische zin) op. Zo is een hand ook een aangepaste poot, en een poot een aangepaste vin. Evolutie kan geen genetisch materiaal uit het niets toveren; dat is juist wat de God van de creationisten doet! De creationist vraagt van de evolutiebioloog dus iets wat alleen mogelijk zou zijn als de evolutietheorie zelf onjuist zou zijn! Dit is uiteraard geen redelijk antwoord op mijn vraag.
Nog een ander voorbeeld betreft overgangsvormen, bijvoorbeeld tussen [(niet-vogel-)dinosauriërs en vogels](https://en.wikipedia.org/wiki/Evolution%5Fof%5Fbirds?ref=deatheist.nl), of tussen [(niet-menselijke) apen en mensen](https://www.deatheist.nl/stammen-wij-van-apen-af/). Volgens de creationist kunnen die er uiteraard niet zijn, want deze diergroepen zijn onafhankelijk van elkaar geschapen. Creationisten hebben voor dergelijke afzonderlijk geschapen groepen een term bedacht: '[baramins](https://en.wikipedia.org/wiki/Created%5Fkind?ref=deatheist.nl)' (afgeleid van het Hebreeuws voor ongeveer 'geschapen naar hun aard'). De evolutiebioloog verwacht dergelijke overgangsvormen uiteraard wel, en ze zijn ook [in ruime mate gevonden](http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/section1.html?ref=deatheist.nl#morphological%5Fintermediates). Hoe reageert de creationist op dergelijke evidentie? In oudere creationistische werken werd domweg ontkend dat er fossielen zijn met kenmerken van bijvoorbeeld zowel dino's als vogels, of apen en mensen. Een mooi voorbeeld van een overgangsvorm, zoals [*Archaeopteryx*](https://en.wikipedia.org/wiki/Archaeopteryx?ref=deatheist.nl), werd dan gezien als óf 'duidelijk vogel' óf 'duidelijk reptiel' (creationisten kwamen er onderling niet uit welke van de twee het is). Nu steeds meer van dergelijke fossielen bekend zijn, gaan ze over op een andere strategie: dergelijke fossielen zijn geen overgangsvormen, maar 'mozaïekvormen'. God heeft blijkbaar ook dieren geschapen die kenmerken van twee baramins hebben!
De cruciale vraag is nu hoe we empirisch een overgangsvorm van een mozaïekvorm kunnen onderscheiden. Hierop blijft de creationist het antwoord schuldig. Een vergelijkbaar probleem doet zich voor als overeenkomsten worden toegeschreven aan 'gemeenschappelijk ontwerp'. Een almachtige Ontwerper kan per definitie *alle* mogelijke overeenkomsten én verschillen scheppen, dus hoe kunnen we gemeenschappelijk ontwerp empirisch toetsen? Bedenk ook dat op grond van evolutie toetsbare voorspellingen over overgangsvormen gedaan kunnen worden: in welke aardlagen ze wel en niet thuishoren en tussen welke groepen dieren we ze wel en niet horen te vinden (tussen paard en mens bijvoorbeeld niet). De ideeën van mozaïekvormen en gemeenschappelijk ontwerp doen dergelijke voorspellingen niet en zijn dus ontoetsbaar. Andere cruciale vragen zijn hoe we empirisch kunnen bepalen in welk baramin een fossiel geplaatst moet worden en wat de grenzen van baramins zijn. Wederom blijft het antwoord uit. Baraminologie mag dan wetenschappelijk klinken en lijken, maar het levert geen empirisch toetsbare voorspellingen op en is daarmee geen wetenschap.
De creationistische gang van zaken is recentelijk weer prachtig gedemonstreerd in een technische creationistische [publicatie](https://digitalcommons.cedarville.edu/icc%5Fproceedings/vol8/iss1/31/?ref=deatheist.nl) van McLain et al. over de relatie tussen dino's en vogels. In de samenvatting lezen we meteen de Conclusie al: "Birds could not have evolved from land animal ancestors because Genesis clearly states that birds and land animals were created on separate days." Het wordt echter interessant als deze creationisten de data gaan analyseren. Daarover schrijven ze onder andere: "we could not find a way to separate theropod dinosaurs and birds overall into two groups based on their anatomy" en "Traditionally, creationists have considered dinosaurs and birds to be two discrete groups, easy to separate and identify. To most people, dinosaurs and birds appear to be vastly different animals. However, such a distinction can only be maintained by “cherry picking” non-birdlike dinosaurs for comparison." en "birds and theropod dinosaurs (especially coelurosaurs) are overlapping, continuous, and anatomically grade into one another. Any line drawn at this level is necessarily arbitrary, and a real, morphological feature that divides birds and dinosaurs is not apparent." Over de prachtige overgangsvorm *Archaeopteryx* schrijven ze: "*Archaeopteryx* is so similar to both dromaeosaurids and some avialans that multiple creationist studies cannot determine whether it is continuous with traditional dinosaurs or birds." Ze geven zelfs toe dat "when viewing all of life from a broad perspective, we can understand why evolutionists believe that birds evolved from dinosaurs." Wat we hier dus zien is dat de data laten zien dat er geen duidelijke scheidslijn te trekken valt tussen dino's en vogels (precies zoals je op grond van evolutie mag verwachten!), maar dat die er desalniettemin *moet* zijn op grond van de Bijbel, wat de evidentie ook moge zijn.
Uit het bovenstaande blijkt dus duidelijk dat creationisme geen wetenschap is en ook niet kan zijn: ze gaan uit van een onbetwijfelbare Waarheid en kunnen niet aangeven wat hun ongelijk zou aantonen. Hiermee plaatsten ze zichzelf dus buiten de wetenschap. Maar is dit erg? Staat het niet iedereen vrij te geloven wat hij of zij wil? Uiteraard, maar dan moeten creationisten ook niet *pretenderen* wetenschappelijk te zijn, en dat doen ze wel. Zo willen ze dat hun geloof in de wetenschapslessen (biologie, aardrijkskunde, astronomie) op scholen wordt behandeld, als een alternatief model voor de gangbare wetenschap. Ook willen veel creationisten door wetenschappers serieus genomen worden. *Dan* ontstaan de problemen, want wie wetenschappelijk meent te zijn, moeten volgens de regels van het wetenschappelijke spel spelen, en creationisten doen dat dus duidelijk niet. Ze organiseren 'wetenschappelijke' congressen en publiceren in hun eigen (technische) 'wetenschappelijke' bladen, maar dit geeft slechts de *schijn* van wetenschap. Er is altijd sprake van de hierboven beschreven fundamenteel onwetenschappelijke houding en methode.
Ik zou dan ook iedereen die met een creationist geconfronteerd wordt willen oproepen deze simpele vraag te stellen: *wat zou jou van je eigen ongelijk overtuigen?* Als een redelijk antwoord uitblijft, wordt meteen duidelijk dat de creationist geen wetenschap bedrijft, maar geloof. Dat mag hij in alle vrijheid doen, maar hij hoeft niet te verwachten wetenschappelijk serieus genomen te worden. Tegen de creationisten zou ik willen zeggen: wees eerlijk! Geef aan dat je geen wetenschap wilt bedrijven, maar zieltjes wilt winnen voor een zeer orthodoxe geloofsovertuiging.

### Repliek aan Van Eyghen: waarom naturalistische verklaring wel degelijk debunkend werken
URL: https://www.deatheist.nl/repliek-aan-van-eyghen-waarom-naturalistische-verklaring-wel-degelijk-debunkend-werken/
Last updated: 2018-08-29T16:55:52.000Z
\[Deze repliek is ook verschenen op [Geloof & Wetenschap](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/923-repliek-aan-van-eyghen-waarom-naturalistische-verklaringen-wel-degelijk-debunkend-werken?ref=deatheist.nl).\]
In juni schreef Hans van Eyghen voor Geloof & Wetenschap een [opiniestuk](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/908-religieus-geloof-wegverklaard?ref=deatheist.nl) waarin hij betoogde dat de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen niet in het geding komt door de naturalistische verklaringen van religie die gegeven worden door het opkomende wetenschapsveld *cognitive science of religion* (CSR). Daarop schreef ik ook een [opiniestuk](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/913-religieus-geloof-debunked?ref=deatheist.nl) (een uitgebreidere versie [hier](https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/)) waarin ik het tegenovergestelde betoogde: naturalistische CSR-verklaringen van religie werken *debunkend* (ondermijnend) voor de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen. Hans van Eyghen schreef daarop een [reactie](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/916-naturalistische-verklaringen-so-what?ref=deatheist.nl) waarin hij hoofdzakelijk twee tegenwerpingen geeft. De eerste is dat een overtuiging niet onredelijk wordt als deze door een naturalistisch mechanisme geproduceerd wordt. Zijn tweede tegenwerping is dat de huidige naturalistische CSR-verklaringen ontoereikend zijn. In mijn oorspronkelijke stuk ga ik al in op deze tegenwerpingen, maar die worden opmerkelijk genoeg door Van Eyghen niet besproken in zijn reactie. Ik wil ze daarom hier nogmaals kort aanstippen en daarmee aangeven waarom Van Eyghens standpunt problematisch blijft.
Van Eyghens eerste punt is dat het feit dat religieus geloof geproduceerd wordt door een naturalistisch mechanisme, niet betekent dat dit geloof onredelijk is. Ik gaf al aan dat dit op zichzelf klopt, maar wees op verschillende verdere problemen. De vraag is immers of een dergelijk naturalistisch mechanisme *betrouwbaar* is in het opleveren van *ware religieuze overtuigingen*. Zo'n mechanisme zou volgens Van Eyghen "meer ware dan valse overtuigingen moet produceren" om betrouwbaar te mogen heten. In mijn oorspronkelijke stuk gaf ik al voorbeelden waaruit blijkt dat dit mechanisme onbetrouwbaar is. Als we ervan uitgaan dat er één waarheidminnende God is, heeft het grootste deel van de mensheid door de millennia heen bijvoorbeeld onware religieuze overtuigingen (gehad) omdat ze polytheïstisch of animistisch zijn (of waren). Zelfs binnen het monotheïsme zijn er nog allerlei verschillende en tegenstrijdige overtuigingen. Blijkbaar levert het mechanisme dat religie produceert dus meer onware dan ware overtuigingen op, en is daarmee volgens Van Eyghens eigen criterium onbetrouwbaar. Aan deze problemen gaat hij geheel voorbij in zijn reactie. Tevens bespreek ik het probleem van goddelijk ingrijpen in de natuurlijke werkelijkheid die gebonden is aan strenge behoudswetten, maar ook hier gaat Van Eyghen niet op in.
Van Eyghens tweede punt is dat het nog "de vraag \[is\] of religieuze ervaringen op dit moment naturalistisch verklaard \[kunnen\] worden" en dat het "lang niet duidelijk \[is\] of CSR-verklaringen deze diversiteit aan ervaringen kunnen verklaren". In mijn oorspronkelijke stuk wees ik er reeds op dat CSR nog in de kinderschoenen staat en dat een omvattende theorie momenteel nog ontbreekt. Dat is ook niet vreemd voor een wetenschapsveld dat slechts zo'n dertig jaar bestaat en een buitengewoon complex en gevarieerd fenomeen poogt te verklaren. Niets wijst er evenwel op dat bepaalde aspecten van religie naturalistisch onverklaar*baar* zijn en de bestaande verklaringen worden steeds verder uitgewerkt en onderbouwd \[1\].
Van Eyghen baseert zijn tegenwerping op de leemten in onze huidige kennis. Het is vergelijkbaar met wat creationisten doen als ze evolutiebiologen tegenwerpen dat niet alle evolutionaire overgangen even goed zijn gedocumenteerd in het fossielenbestand of dat niet voor elk orgaan een volledig uitgewerkte evolutionaire verklaring bestaat. De wetenschapsgeschiedenis kent veel voorbeelden van gaten in de toenmalige kennis waarin God gezien werd, maar die vervolgens naturalistisch opgevuld werden. Je baseren op lacunes in onze huidige kennis, zoals Van Eyghen doet, is dan ook geen sterke strategie, zeker niet bij een jong wetenschapsveld.
Samenvattend zijn de tegenwerpingen van Van Eyghen dus niet overtuigend. De naturalistische verklaringen die CSR oplevert, werken wel degelijk debunkend op religieuze overtuigingen.
\[1\] In mijn oorspronkelijke opiniestuk verwees ik naar een zeer recent [wetenschappelijk artikel](https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/2153599X.2018.1453529?ref=deatheist.nl) van Neil Van Leeuwen en Michiel van Elk, waarin zij een verklaring geven die goed uitgewerkt en gedegen empirisch onderbouwd is. Van Eyghen verwijst in zijn reactie alleen naar Michiel van Elks recente populaire boek [*Extase*](https://www.boompsychologie.nl/product/100-1675%5FExtase?ref=deatheist.nl), niet naar zijn wetenschappelijke werk.
### Religieus geloof debunked
URL: https://www.deatheist.nl/religieus-geloof-debunked/
Last updated: 2018-06-23T17:17:04.000Z
\[Een ingekorte versie van dit artikel is net verschenen als [opiniestuk op Geloof & Wetenschap](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/913-religieus-geloof-debunked?ref=deatheist.nl).\]
Rond 1990 is er een nieuw wetenschapsgebied ontstaan dat de jaren daarna een grote bloei heeft doorgemaakt: *cognitive science of religion* (CSR). In dit vakgebied wordt gezocht naar wetenschappelijke verklaringen voor religie, op de raakvlakken van antropologie, sociologie, psychologie, neurowetenschappen en (evolutie)biologie. Deze bloei heeft tot verschillende hypothesen en deelverklaringen geleid, ofschoon een omvattende theorie momenteel nog ontbreekt (al is een recente aanzet daartoe gegeven door Van Leeuwen en Van Elk (2018)). Wat deze CSR-verklaringen voor religie gemeen hebben, is dat ze [naturalistische](https://en.wikipedia.org/wiki/Naturalism%5F%28philosophy%29?ref=deatheist.nl) verklarende mechanismen geven voor religie, in tegenstelling tot de traditionele bovennatuurlijke verklaringen (bijvoorbeeld: we hebben religie X omdat god Y zich geopenbaard heeft). Een interessante filosofische en theologische vraag die CSR heeft opgeleverd, is wat dergelijke verklaringen betekenen voor de geloofwaardigheid van religieuze overtuigingen, zoals het bestaan van God en diens vermeende openbaring aan de mens.
**Gevolgen voor de geloofwaardigheid van religie**
Een veelgehoord idee, vooral onder atheïsten, is dat zo'n wetenschappelijke verklaring religieuze overtuigingen ongeloofwaardig maakt: ze zouden *ondermijnend* of *debunkend* (ontmaskerend) werken. Er wordt ook wel gesproken over *wegverklaren*. Gelovigen hebben echter tegengeworpen dat dit niet zo hoeft te zijn en mogelijk ook niet het geval is. Deze kritiek is recentelijk ook gegeven door Hans van Eyghen in een [opniebijdrage](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/908-religieus-geloof-wegverklaard?ref=deatheist.nl) en in een academisch artikel (Van Eyghen, 2018). Hij is niet de enige, noch de eerste die met dergelijke tegenwerpingen komt (o.a. Plantinga, 2011; Jong & Visala, 2014; Van den Brink, 2017). Ik zal hieronder betogen waarom deze tegenwerpingen niet steekhoudend zijn en laten zien hoe CSR wel degelijk debunkend werkt.
Als eerste dient echter opgemerkt te worden dat een wetenschappelijke verklaring, die naturalistisch is, van een bepaald verschijnsel of mechanisme dit niet *noodzakelijk* ongeloofwaardig of onbetrouwbaar maakt. Een wetenschappelijke verklaring voor het fenomeen wetenschap maakt wetenschap niet ongeloofwaardig, noch wordt ons gezichtsvermogen onbetrouwbaar als we daar een goede fysiologische verklaring voor hebben. Ook is het duidelijk dat een naturalistische verklaring voor godsgeloof *sec* het bestaan van God niet ongeloofwaardig maakt, want er kunnen goede andere argumenten zijn die Zijn bestaan aannemelijk maken. We moeten dus preciezer zijn in *hoe* CSR precies debunkend werkt en *wat* er precies ondermijnd wordt. Volgens mij gebeurt dat op een aantal verschillende manieren. Hierbij ga ik ervan uit dat de huidige (deel)verklaringen zullen uitgroeien tot een volwaardige naturalistische verklaring naarmate het CSR-vakgebied volwassen wordt.
In de eerste plaats maakt een naturalistische verklaring een bovennatuurlijke verklaring overbodig. Dit geldt zowel voor het ontstaan van complete religies als een vermeende persoonlijke openbaring. De gelovige kan echter tegenwerpen dat het niet is uitgesloten dat God naturalistische wegen heeft gebruikt om Zijn bovennatuurlijke bestaan kenbaar te maken. God kan immers indirect, via naturalistische wegen, toch bovennatuurlijke invloed uitoefenen. Laten we dit de *indirecte bovennatuurlijke weg* (IBW) noemen: God zit *achter* of werkt *door* de naturalistische weg. Daarvoor zal de gelovige echter extra argumenten moeten aandragen, want hiervoor is geen enkele directe evidentie, waardoor er dus [*prima facie*](https://en.wikipedia.org/wiki/Prima%5Ffacie?ref=deatheist.nl)(op het eerste gezicht, zonder verdere weerlegging) sprake is van ondermijning. We mogen de bovennatuurlijke component in de verklaring (de IBW) dan ook met het [scheermes van Ockham](https://en.wikipedia.org/wiki/Occam%27s%5Frazor?ref=deatheist.nl) wegsnijden.
Een analogie kan gemaakt worden met een scepticus en een gelovige in het paranormale die zich in een 'spookhuis' bevinden. De gelovige zal vreemde geluiden op een bovennatuurlijke manier verklaren (ronddolende geesten), maar de scepticus op een naturalistische manier (bijvoorbeeld de wind). Bij deze verklaring van de scepticus kan de gelovige hem echter tegenwerpen dat de geesten ook *door* de wind hun bestaan kenbaar kunnen maken (een IBW dus). Voor deze IBW is echter (*prima facie*) geen enkele evidentie, dus werkt de naturalistisch verklaring ondermijnend, net als bij een naturalistische verklaring voor religie.
Bedenk ook dat deze ondermijning er niet *hoeft* te zijn. Stel dat alleen christelijke religieuze ervaringen geen enkele (natuurlijke) oorzaak in het brein lijken te hebben, terwijl andere ervaringen goed via CSR-mechanismen naturalistisch verklaarbaar zijn. Dit zou sterk tegen het naturalisme pleiten en voor een bovennatuurlijke oorsprong van het christelijk geloof. Dit is evenwel niet het geval, precies wat je mag verwachten als naturalisme waar is.
**Is de ondermijning te ondermijnen?**
De gelovige kan echter tegenwerpen dat naturalistisch verklaringen weliswaar *prima facie* ondermijnend werken, maar dat er verder goede argumenten zijn om aan te nemen dat God bestaat en Hij zich aan ons wil openbaren. Met deze strategie zijn echter een aantal problemen. Deze argumenten zijn op z'n best discutabel (Oppy, 2006; Philipse, 2012). Ze werpen ook een nieuw probleem op, namelijk hoe God interactie heeft met deze wereld: hoe moeten we Gods ingrijpen (direct of indirect) rijmen met de natuurwetten, de zeer stevig onderbouwde behoudswetten in het bijzonder?
Als God zich bijvoorbeeld tijdens gebed aan een gelovige openbaart, zal deze openbaring ergens moeten inbreken op de natuurlijke werking van het lichaam, het brein in het bijzonder. Hiervoor is echter geen enkele evidentie en dit lijkt ook problematisch gezien de behoudswetten. Zuiver naturalistische verklaringen hebben dit probleem niet. Deze maken gebruik van sociologische, psychologische en biologische mechanismen die onderdeel zijn van het bredere naturalistische kader dat de wetenschappen ons schetsen (Carroll, 2016). Dit is meteen de tweede manier waarop CSR debunkend werkt: bovennatuurlijke elementen of toevoegingen (IBW's) conflicteren met het naturalisme, terwijl de zuiver naturalistische verklaringen van CSR dat niet doen en juist perfect passen in het grotere naturalistische geheel. Ook wordt het openbaringsargument *sec* (God bestaat omdat ik dat zo ervaar) ondermijnd met een volledig naturalistische verklaring.
Voorts is er nog een probleem met de IBW of direct goddelijk ingrijpen: hoe valt te verklaren dat een waarheidminnende God zoveel onjuiste (want polytheïstische of [animistische](https://en.wikipedia.org/wiki/Animism?ref=deatheist.nl)) religies heeft laten ontstaan? Van Eyghen erkent dit probleem, maar wijst erop dat het grootste deel van de wereldbevolking monotheïst is. Dat mag misschien nu zo zijn (al is dit slechts een [krappe meerderheid](http://www.pewforum.org/2017/04/05/the-changing-global-religious-landscape/?ref=deatheist.nl)), maar monotheïsme is een relatief recente uitvinding, maximaal zo'n 4.000 jaar oud, terwijl de mensheid al zo'n 200.000 jaar bestaat. Als we uitgaan van de waarheid van het christendom, wordt dit problemen alleen maar groter, want dan dwalen ook de joden en moslims omdat zij de goddelijkheid van Christus niet accepteren. Verklaringen als de zondeval en een [*sensus divinitatis*](https://en.wikipedia.org/wiki/Sensus%5Fdivinitatis?ref=deatheist.nl)zijn wetenschappelijk ongeloofwaardig, ad hoc en doen aan *special pleading* (de juistheid van het christendom en onjuistheid van andere religies wordt al *verondersteld*) (voor verdere kritiek, zie Fales, 2003). Zuiver naturalistische verklaringen hebben al deze problemen echter niet en genieten daarom de voorkeur. Ook zo wordt de geloofwaardigheid van het monotheïsme, en het christendom in het bijzonder, ondergraven.
CSR kan ook nog op een andere manier ondermijnend werken, vooral in het geval van verklaringen die religie als een bijproduct zien van mechanismen die *meestal* juiste overtuigingen opleveren, maar in het geval van religie niet. Of deze mechanismen betrouwbaar zijn, hangt namelijk af van de context waarin ze worden gebruikt. Zo is het concluderen van teleologie (doelmatigheid) terecht in het geval van een scherpe stenen vuistbijl, maar niet in het geval van een scherpe punt op een rots. Deze overtuiging van doelmatigheid is gerechtvaardigd omdat we om allerlei verschillende redenen weten dat vuistbijlen het gevolg zijn van een doelmatig proces, maar rotsen niet. Voor de CSR-mechanismen die religieuze overtuigingen opleveren, zijn deze rechtvaardigingen er *prima facie* echter niet. De gelovige zal hiervoor extra argumenten in stelling moeten brengen, maar dan loopt hij tegen de problemen aan die hierboven geschetst zijn. CSR werkt dus ook ondermijnend wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat de overtuigingvormende mechanismen *in de religieuze context* onbetrouwbaar blijken.
Maar doet een vergelijkbaar probleem zich niet voor in het dagelijks leven, met onze gewone waarneming en boerenverstand? Daarmee zitten we er toch ook vaak genoeg naast? Toch zien we deze mechanismen niet als onbetrouwbaar in het vormen van juiste overtuigingen. Waarom is dat bij religieuze mechanismen dan wel een probleem? Hierop zijn twee antwoorden te geven. Het eerste is dat onze gewone waarneming en boerenverstand maar in een *beperkte context* betrouwbaar zijn. We weten dat gewone waarneming niet in staat is de samenstelling van de zon te bepalen en dat we met ons boerenverstand de kwantummechanica niet kunnen begrijpen. In *die context* weten we dus dat ze onbetrouwbaar zijn, en om een goede reden: dat zou evolutionair gezien zinloos zijn. Ten tweede weten we ook dat ze *in de context van het dagelijks leven* wél betrouwbaar zijn omdat er tussen deze mechanismen een grote consistentie is (zintuigen bevestigen elkaar), er interindividueel een grote consistentie is (mensen nemen hetzelfde waar) en het wérkt (je kunt er bijvoorbeeld goed eten of de weg mee vinden). Hierdoor kunnen we deze overtuigingen ook goed *toetsen*, een zeer belangrijk principe. Daarnaast snijdt dit evolutionair gezien goed hout.
Wetenschappers hebben deze dagelijkse mechanismen verfijnd, gesystematiseerd en uitgebreid met allerlei correctiemechanismen en instrumenten, waardoor zij nóg betrouwbaardere mechanismen hebben ontwikkeld, die ook nog eens toepasbaar zijn in een veel bredere context. Dit alles geldt niet voor religieuze mechanismen: die leveren weinig consistente resultaten op (veel onverenigbare overtuigingen), verschillen sterk van persoon tot persoon en de resultaten zijn ontoetsbaar of blijken bij verdere toetsing onjuist. Ze zijn daarmee onbetrouwbaar in het opleveren van juiste overtuigingen.
**Andere voordelen?**
Maar als deze mechanismen weliswaar geen juiste overtuigingen opleveren, kunnen ze dan niet alsnog andere nuttige zaken opleveren, zoals spirituele voldoening of misschien wel gezondheidsvoordelen? Van Eyghen wijst hier ook op. Dat is mogelijk, maar de discussie hierover is complex en verre van beslecht (Boudry, 2015). Voor het al dan niet ondermijnend zijn van CSR maakt dit evenwel weinig uit. Nuttige effecten kunnen immers ook [placebo-effecten](https://en.wikipedia.org/wiki/Placebo?ref=deatheist.nl) zijn, een welbekend fenomeen uit de geneeskunde. Daarnaast kan dit argument opgevoerd worden voor *elke* religie of levensbeschouwing, ook die onverenigbaar zijn met het christelijk geloof (zoals hindoeïsme of boeddhisme). Positieve effecten van bepaalde religieuze overtuigingen wijzen dus geenszins op de juistheid ervan.
De naturalistische verklaringen die CSR oplevert, werken dus wel degelijk ondermijnend, zeker wanneer ze geplaatst worden in een breder naturalistisch kader. De tegenwerpingen die hiertegen in worden gebracht, dwingen tot nuance, maar zijn uiteindelijk niet in staat om *prima facie* debunking te voorkomen.
**Referenties**
Boudry, M. (2015). *Illusies voor gevorderden.*Polis.
Carroll, S. B. (2016). *The big picture.*Dutton
Fales, E. (2003). Alvin Plantinga's Warranted Christian Belief. *Noûs*, 37(2), 353-370.
Jong, J., & Visala, A. (2014). Evolutionary debunking arguments against theism, reconsidered. *International Journal for Philosophy of Religion*, *76*(3), 243-258.
Oppy, G. (2006). *Arguing about gods*. Cambridge University Press.
Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press.
Plantinga, A. (2011). *Where the conflict really lies: Science, religion, and naturalism*. Oxford University Press. [(mijn recensie)](https://www.deatheist.nl/het-echte-conflict-nog-steeds-tussen-wetenschap-en-religie/)
Van den Brink, G. (2017). En de aarde bracht voort: Christelijk geloof en evolutie. Uitgeverij Boekencentrum. [(mijn recensie)](https://www.deatheist.nl/waarom-schepping-en-evolutie-onverenigbaar-blijven-een-recensie-van-en-de-aarde-bracht-voort/)
Van Eyghen, H. (2018). Is supernatural belief unreliably formed?. *International Journal for Philosophy of Religion*, 1-24.
Van Leeuwen, N., & van Elk, M. (2018). Seeking the supernatural: The interactive religious experience model. *Religion, Brain & Behavior*, 1-31.
### De Bijbelse wereld: wereldbeeld, goden en mythen
URL: https://www.deatheist.nl/de-bijbelse-wereld-wereldbeeld-goden-en-mythen/
Last updated: 2026-08-21T12:45:47.000Z
De Bijbel is een fascinerende verzameling boeken van verschillende genres, geschreven door verschillende auteurs over een grote tijdspanne. Door gelovigen wordt deze verzameling gezien als het geopenbaarde Woord van God, waarin een min of meer samenhangend beeld gegeven wordt van wat de wereld en de mens is, hoe zij ontstaan zijn en wat hun lot is, wie God is en wat Zijn relatie met de mens is. Voor wie deze gelovige benadering van de Bijbel niet deelt, is deze verzameling boeken al snel een waardeloze en achterhaalde reeks mythen en verhalen. Naar mijn mening is dat zonde. Niet alleen heeft de Bijbel een gigantische invloed gehad op onze culturele ontwikkeling (o.a. literatuur, muziek, architectuur, feestdagen), hij biedt ook een inkijk in een totaal andere wereld. Deze andere wereld staat in tijd, ruimte, taal en wereldbeeld ver van de onze af. Daarnaast kun je ook als ongelovige de literaire kwaliteit van de teksten waarderen, die niet eens allemaal religieus zijn (zoals Hooglied).
Dit pleidooi voor het waarderen van de Bijbel lijkt misschien vreemd voor een atheïst, maar de Bijbel ligt mij na aan het hart, als een eindeloos fascinerende literaire verzameling. Wie meent dat de Bijbel heeft afgedaan omdat het een achterhaald wereldbeeld bevat of de goden niet bestaan, gaat mijns inziens te kort door de bocht. Ook al is deze verzameling niet het Woord van God, het blijft een fascinerend literair werk uit een wereld hier ver vandaan. Vanuit dat oogpunt kunnen we de Bijbel op dezelfde manier waarderen als bijvoorbeeld de *Odysseia* van Homeros. Niemand beweert dat dit een waardeloos werk is omdat het wetenschappelijk onhoudbaar is of omdat de Griekse goden niet bestaan. In dit artikel wil ik een inkijk geven in de Bijbelse wereld: het wereldbeeld van de schrijvers, hun goden en mythen.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/BijbelseWereld.pdf).
### Behemoth en Leviathan blijven mythologsiche beesten
URL: https://www.deatheist.nl/behemoth-en-leviathan-blijven-mythologsiche-dieren/
Last updated: 2017-11-17T18:08:07.000Z
Op de site van Logos heeft Radagast (een pseudoniem) een [uitgebreide reactie](https://logos.nl/behemoth-en-leviathan/?ref=deatheist.nl) geschreven op [mijn eerdere stuk](https://www.deatheist.nl/mythische-beesten-in-de-bijbel-behemot-en-leviathan/) waarin ik betoog dat de Bijbelse beesten Behemot en Leviathan mythologische wezens zijn en geen dinosauriërs, zoals sommige creationisten beweren, inclusief Radagast. Omdat Radagasts reactie deels een herhaling van zetten is en de onderhavige teksten zelf niet één dwingende lezing hebben, wil ik me hier beperken tot een paar algemene punten.
Radagast begint zijn stuk met dat we ons in deze discussie moeten laten leiden door een [*inference to the best explanation*](https://stanford.library.sydney.edu.au/entries/abduction/?ref=deatheist.nl) (ook wel *abductie* genoemd). Deze manier van redeneren houdt in dat we moeten kiezen voor die verklaring die het meest waarschijnlijk is gezien *alle* evidentie. Dat lijkt mij erg verstandig. Daarbij moeten we echter wel *alle* evidentie in ogenschouw nemen, en dat is waar het meteen al misgaat. Zoals ik in mijn eerste stuk al aangaf, is er een gigantisch probleem met de dinolezing: er is geen enkele evidentie dat mensen en (niet-vogel-)dinosaurussen ooit samengeleefd hebben, en een hoop evidentie voor het tegendeel. Het *na demineralisatie* (!) zachte weefsel dat *soms* uit fossielen gedestilleerd kan worden, waar ook Radagast op wijst, is geen evidentie voor recente fossilisatie, zoals creationisten beweren. Uit de wetenschappelijke artikelen die hij aanhaalt, blijkt dat ook geenszins. De goede conservering van *bepaalde* biomoleculen onder *bepaalde uitzonderlijke* omstandigheden wordt steeds verder opgehelderd (zie de artikelen zelf) en vereist geen recente vloed. Zie verder ook [hier](https://letterstocreationists.wordpress.com/dinosaur-soft-tissue/?ref=deatheist.nl).
Dit problematische gebrek aan evidentie doet Radagast af als “een naturalistische interpretatie van de geologische en paleontologische gegevens”. Dit is een typisch creationistische strategie waarin bergen evidentie worden ‘wegverklaard’ met het idee dat het slechts om een andere interpretatie van dezelfde feiten gaat. Het gaat echter om een overweldigende consensus in de paleontologie, gebaseerd op zeer veel evidentie, die hier verworpen moet worden zonder enige wetenschappelijke grond. Deze consensus bestaat niet alleen uit atheïstische of naturalistische wetenschappers, maar ook uit genoeg christelijke. Het gaat hier dus niet om een “naturalistische interpretatie”, maar om de enige houdbare interpretatie gezien *alle* evidentie.
De overtuiging dat mens en dino wél samengeleefd hebben, is puur en alleen gebaseerd op een creationistische lezing van de Bijbel, waarbij mensen en (o.a.) dinosauriërs op de zesde scheppingsdag geschapen werden. Er is domweg geen enkel wetenschappelijk bewijst dat dinosauriërs ooit samen met mensen geleefd hebben, terwijl dat gemakkelijk had gekund (o.a. fossielen van beide in dezelfde aardlaag). Dit feit maakt, als we *inference to the best explanation* toepassen, de dinolezing *bij voorbaat* al zeer onwaarschijnlijk. Hier moet dus zeer sterk nieuw bewijs tegenover gezet worden om deze hypothese ook maar enigszins aannemelijk te maken. Dergelijk bewijs is er simpelweg niet. De teksten in Job zijn zeker te vaag om daartoe te dienen.
Dat is meteen mijn volgende punt: exegese is geen harde wetenschap. Het is vaak lastig om met zekerheid te bewijzen dat een tekst iets wel of juist niet zegt. Dat blijkt ook uit de huidige discussie: de teksten *op zichzelf* zijn te vaag of dubbelzinnig om uitsluitsel te kunnen geven. Het komt dan aan op de bredere context van de tekst, de culturele context en in dit geval zelfs de context van een totaal ander vakgebied (paleontologie). De tekst *zelf* over Behemot (Job 40) kan het pleit niet beslechten: bij elk vers zijn meerdere vertalingen en exegeses mogelijk. Ik meen evenwel dat de ruimere context de dinolezing zeer onwaarschijnlijk maakt, zoals ik in mijn stuk onderbouwd heb. Niets *in de tekst zelf* pleit *duidelijk*, laat staan *ondubbelzinnig*, voor de dinolezing. Ik vrees dat zelfs Radagast dit zal moeten erkennen.
Voorts bestaat er bij Radagast nog steeds een misverstand waar ik in mijn eerdere stuk ook al op heb gewezen: dat een mythologisch dier ook écht kan bestaan, *in de verbeelding van de schrijver*. Deze laatste toevoeging is uiteraard cruciaal. Mythologische beesten bestonden in de ogen van de schrijver net als gewone beesten, alleen hadden ze bovennatuurlijke en symbolische eigenschappen die gewone beesten niet hebben. Zo kan de slang in Genesis 3 praten en de Pegasus vliegen. Dát maakt ze mythologisch! Dit is tevens de reden dat *wij nu* weten dat ze niet bestaan. Voor ons betekent de kwalificatie ‘mythologisch’ daardoor automatisch ook ‘niet-bestaand’, maar dat was voor een auteur en zijn publiek in de oudheid anders. Dat Behemot niet mythologisch kan zijn omdat Behemoth *bij* Job was (de Septuaginta-lezing), zoals Radagast argumenteert, snijdt dan ook geen hout. Voor de auteur van Job was Behemot *onderdeel van* zijn (en Jobs) wereld.
De tekst over Behemot *sec* is te vaag en dubbelzinnig om uitsluitsel te kunnen geven in deze discussie, maar met Leviathan is dat makkelijker. Er zijn meerdere passages die wijzen op mythologische eigenschappen die biologisch uiterst onwaarschijnlijk zijn. Radagast maakt ook nu niet aannemelijk dat een dino (of welk dier dan ook) vuur kan spuwen en negeert de biochemische en fysiologische problemen hiermee. Verder onderzoek hiernaar, zoals Radagast voorstaat, is net zo zinloos als onderzoek naar pratende slangen of vliegende paarden. Job 3:8 heeft duidelijk mythologische connotaties en past niet bij een gewoon dier. De Septuaginta heeft het hier over het bedwingen van het zeemonster, een typisch mythologisch thema (*contra* Radagast). De *tannien* uit Job 7:12, een ander woord voor het zeemonster, waarover God de wacht houdt, heeft ook een mythologische connotatie: over welk gewoon dier moet God de wacht houden? Job 26:12-13 verhaalt over het zeemonster (onder een andere naam, *Rahav*) dat door God verpletterd en doorboord is. Hoe mythologisch wil je het hebben? Volgens Radagast “maakten \[de Israëlieten\] geen onderscheid tussen de Leviathan en andere geschapen dieren” maar uit het voorgaande en tal van andere teksten blijkt het tegendeel: God strijdt met geen enkel ander dier zoals Hij met zeemonsters strijdt.
In andere teksten worden dit soort bedreigende zeemonsters ook geassocieerd of vergeleken met vreemde mogendheden die Israël bedreigen (zoals Egypte), maar niets in Job wijst daarop. Dergelijke mogendheden zijn machtig en bedreigend, maar kunnen door God verslagen worden – net als de zeemonsters. Dergelijke mogendheden zijn geen snelle, kronkelende slangen en leven niet in de zee. Dit is echter exact hoe Leviathan als mythologisch beest werd voorgesteld. We kennen dit soort verhalen, en Leviathan zelfs bij de naam *Lotan*, uit de mythologieën van omringend volkeren. Dit alles wijst er duidelijk op dat Leviathan een mythologisch beest is. Dat het beeld van een mythologisch beest elders in de Bijbel *ook* wordt gebruikt om de bedreiging van een vreemde mogendheid voor te stellen, doet daar niets aan af.
Radagast voert Ps. 104:26 op als argument dat Leviathan “daadwerkelijk bestaand” is, maar hierbij maakt hij dezelfde fout als bij Behemot: in de belevingswereld van de schrijver en zijn lezers bestond ook dit mythologische monster echt, ook al weten wij nu beter. Dat Leviathan ‘slechts’ een schepsel is, is een teken van Gods soevereiniteit, zoals ik in mijn vorige stuk al uitgelegd heb.
De bovenstaande fout van Radagast is gebaseerd op een helder onderscheid tussen het feitelijke en het symbolische. Dat kennen wij nu zo, maar in de oudheid waren die twee verweven. Het onderscheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke, zoals wij dat nu maken, bestond eveneens niet: goden en monsters waren *onderdeel van* de wereld. Radagasts onbekendheid hiermee wordt pijnlijk duidelijk als hij beweert dat Behemot niet bovennatuurlijk (mythologisch) kan zijn omdat we anders moeten “aannemen dat de auteur van Job geloofde dat er in het bovennatuurlijke ook gras, bergen, rivieren en andere dieren zijn”. Een vergelijkbare fout maakt hij als hij redeneert dat Behemot niet in de onderwereld kan zijn omdat hij bespot wordt door engelen (Septuaginta-lezing), die volgens hem niet in de onderwereld leven. Voor de klassieke schrijver zijn de hemel, aarde en onderwereld evenwel allemaal onderdeel van één en dezelfde wereld, zie een artikel hierover dat binnenkort op deze site zal verschijnen. Mythologische beesten hebben *zowel* natuurlijke als bovennatuurlijke eigenschappen. Daarom kan de mythologische slang uit Genesis 3 *zowel* in het veld leven als praten en kan de ezelin uit Num. 22 *zowel* praten als opgezadeld worden.
Ik wil toch nog op één detail ingaan omdat Radagast mij beschuldigt van een onmogelijke vertaling, terwijl hij zelf het verkeerde woord voor ogen heeft. In Job 41:16(25) vertaal ik het Hebreeuwse woord *eliem* (niet *ayil*, zoals Radagast meent) met ‘goden’ waar de (H)SV ‘sterken’ vertaalt. Mijn vertaling is een heel gebruikelijke vertaling van *eliem*, het meervoud van *el* (god), hetgeen in alle woordenboeken gevonden kan worden. Radagast verwart hier dus twee Hebreeuwse woorden. Ook dit vers wijst erop dat Leviathan een mythologisch beest is: waarom zouden anders zelfs de goden bang voor hem moeten zijn?
Tot slot is in deze discussie een aantal keer het verschil tussen twee belangrijke manuscripten (de Hebreeuwse Masoretische tekst en de Griekse Septuaginta) aan de orde gekomen. Onze huidige Bijbelvertalingen zijn op dit soort deels conflicterende manuscripten gebaseerd. Voor een orthodoxe gelovige, die meent dat de gehele Bijbel het letterlijke woord van God is, lijkt me dat toch wel problematisch, want in sommige gevallen weten we simpelweg niet wat de oorspronkelijk tekst is. Zelfs van de belangrijkste manuscripten weten we niet of zij de originele tekst weergeven, als er al één origineel is.
Samenvattend: de tekst zelf geeft geen dwingende aanleiding tot de dinolezing en past daarentegen heel goed bij de mythologische lezing, vooral in de bredere Bijbelse en culturele context. De dinolezing is vooral problematisch omdat er geen enkele wetenschappelijke evidentie is dat mensen en dinosauriërs ooit samengeleefd hebben, laat staan dat de schrijver van Job er een heeft kunnen beschrijven!
### Mythische beesten in de Bijbel: Behemot en Leviathan
URL: https://www.deatheist.nl/mythische-beesten-in-de-bijbel-behemot-en-leviathan/
Last updated: 2026-08-21T13:04:06.000Z
De Bijbel zit vol raadselachtige passages. De teksten zijn in een cultuur ontstaan die ver van de onze ligt, zowel in tijd, plaats, taal als wereldbeeld. Daar komt nog bij dat vertalen soms lastig is omdat de grammaticale constructies niet duidelijk zijn, we niet weten wat woorden (precies) betekenen of woorden en zinnen dubbelzinnig zijn. Vertalingen lopen dan (sterk) uiteen. Ook verschillen de manuscripten soms en weten we niet wat de oorspronkelijke tekst was. Dit alles maakt dat het gissen blijft naar de betekenis van sommige passages. Een voorbeeld van zo’n problematische passage is de beschrijving van Behemot en Leviathan in het boek Job.
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/MythischeBeesten.pdf).
### Waarom schepping en evolutie onverenigbaar blijven: Een recensie van 'En de aarde bracht voort'
URL: https://www.deatheist.nl/waarom-schepping-en-evolutie-onverenigbaar-blijven-een-recensie-van-en-de-aarde-bracht-voort/
Last updated: 2026-08-21T12:57:02.000Z
In 2009 schreef ik een artikel waarin ik betoogde dat het christelijk geloof onverenigbaar is met de moderne evolutiebiologie. De poging om die twee te combineren, theïstische evolutie, is dan ook niet houdbaar. De gelovige die zich wil verzoenen met de evolutiebiologie, staat volgens mij dan ook voor een dilemma: óf hij accepteert de evolutiebiologie *tout court*, maar dan wordt zijn geloof ongeloofwaardig, óf hij houdt vast aan zijn geloof, maar moet daarvoor (delen van) de evolutiebiologie verwerpen. Veel atheïsten zien de eerste optie als meest overtuigend, terwijl veel orthodoxe gelovigen (in verschillende varianten) kiezen voor de laatste optie.
Christenen die hun geloof en de evolutiebiologie serieus willen nemen, willen dus de kool en de geit sparen. Bekende voorbeelden daarvan zijn de biologen Francis Collins (*The language of God*) en Kenneth Miller (*Finding Darwins God*), en in ons eigen land René Fransen (*Gevormd uit Sterrenstof*). Nu is daar een uitgebreide studie van de VU-theoloog Gijsbert van den Brink bijgekomen. In zijn boek *En de aarde bracht voort* (Boekencentrum, 2017) gaat hij uit van de vraag: *wat als evolutie waar is?* Wat voor gevolgen heeft dit voor het christelijk geloof en kan men dat nog aanvaarden als evolutiebiologen het bij het juiste eind hebben? Zijn conclusie is dat beide te verenigen zijn. Moet ik mijn dilemma uit 2009 dus herzien?
[Lees verder in de pdf-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RecensieVanDenBrink.pdf).
**Update 3 september 2017:**
Vlak na het verschijnen van het boek van Van den Brink verscheen er nog een boek over dit onderwerp: *Oorspronkelijk* (Labarum Academic, 2017) van de (conservatieve) theoloog Mart Jan Paul. Paul bespreekt alle knelpunten uitgebreid en laat zien waarom verzoenpogingen (theïstische evolutie) gekunsteld en ongeloofwaardig zijn (hij bespreekt John Walton en Dennis Alexander uitgebreid). Het nieuwe boek van Van den Brink kwam net te laat voor een uitgebreide bespreking (er wordt naar verwezen in een voetnoot), maar Pauls kritiek geldt ook voor de verzoenpoging van Van den Brink. Omdat de verzoenpogingen niet slagen, kiest Paul voor de klassieke opvattingen van een jonge aarde, oorspronkelijk goede schepping zonder dood, Adam en Eva als eerste mensen, een historische zondeval, wereldwijde zondvloed en een historische spraakverwarring te Babel.
Ik vraag me af in hoeverre Paul doorheeft hoeveel moderne wetenschap hij hiermee terzijde moet schuiven: niet alleen de evolutiebiologie, maar ook de astronomie, geologie, archeologie, psychologie en taalkunde. Hij bespreekt vrijwel geen primaire werken *uit* deze vakgebieden, maar wel een hoop creationistische literatuur *over* deze vakgebieden. De paar evolutiebiologen die hij wel aanhaalt (Gould, Doolittle en Lenski), lijkt hij niet te begrijpen. Ook gaat hij vrijwel niet in op de vele wetenschappelijke kritiek die er op het creationisme is. Om deze redenen maakt hij zichzelf wetenschappelijk volstrekt ongeloofwaardig. Zijn geloof is blijkbaar zo vast (of blind?) dat hij dit niet nodig acht. Het getuigt ook niet van een eerlijke zoektocht als je je niet eens serieus verdiept in al deze wetenschappen, maar ze wel verwerpt. Paul zegt aan het eind te willen dat “christenen in een seculiere omgeving kunnen functioneren als getuigen van Christus (p. 466)”, maar op deze manier zullen deze christenen slechts getuigen zijn van hoongelach. Ook zijn Pauls wetenschapsfilosofische opvattingen nogal simplistisch, alsof het slechts een kwestie is van dezelfde waarnemingen anders en even geloofwaardig interpreteren. Doe mij dan toch maar Van den Brink, die wél bereid is moderne wetenschap serieus te nemen, hoe ongeloofwaardig zijn verzoenpoging ook moge zijn, zie mijn recensie.
Overigens doet Paul hetzelfde als hij Van den Brink verwijt als het gaat om het Bijbelse wereldbeeld. Dat wereldbeeld bestaat uit een driedelige wereld (hemel, platte aarde, onderwereld), waarbij de aarde vaststaat en de zon daaromheen draait. Paul doet een poging de Bijbelpassages die hierop wijzen te herinterpreteren (hoofdstuk 4 & 5), maar ook dit is gekunsteld en ongeloofwaardig. Hij beweert dat dit poëtische taal is, maar de passages komen ook voor in niet-poëtische delen van de Bijbel. Ook beweert Paul dat dit fenomenologisch taalgebruik is (zoals de wereld voor ons zichtbaar is), maar sommige delen van dit wereldbeeld zijn helemaal niet zichtbaar (zoals de oerzee onder de aarde, de pilaren waarop de aarde staat en de onderwereld). Wellicht kom ik hier nog eens uitgebreid op terug.
### Open brief aan Logos
URL: https://www.deatheist.nl/open-brief-aan-logos/
Last updated: 2017-07-03T21:47:31.000Z
Het Logos Instituut is [naar eigen zeggen](https://logos.nl/logos-instituut/?ref=deatheist.nl) "een instituut op het terrein van geloof en wetenschap dat het vertrouwen in de historiciteit en betrouwbaarheid van de Bijbel wil bevorderen." Het is de belangrijkste creationistische club in Nederland. Omdat mijn reacties op hun site regelmatig gecensureerd en bewerkt zijn, schrijf ik hen de onderstaande open brief. Ik heb een link naar deze brief ook naar hun redactie gestuurd en ben benieuwd of ze hem zullen plaatsen. Mocht er een antwoord op komen, dan zal ik deze plaatsen op deze site - uiteraard ongecensureerd!
Beste redactie van Logos,
Onze levensbeschouwelijke verschillen kunnen niet groter zijn, maar dat hoeft niet te betekenen dat een eerlijke en open discussie onmogelijk is. Juist door zo’n open en eerlijke discussie is het mogelijk om een goed beeld te krijgen van elkaars standpunten – en misschien zelfs wel de ander te overtuigen. Zo’n open en eerlijke discussie gedijt echter alleen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo lijkt het me noodzakelijk dat kritische reacties niet inhoudelijk bewerkt worden, zeker niet als dit niet wordt aangegeven. Een lezer zou dan immers een andere indruk kunnen krijgen dan wat een auteur bedoelt of een belangrijk (kritiek)punt kunnen missen.
Dit is evenwel precies wat jullie doen. Sinds jullie site is opgericht, ben ik regelmatig interessante en uitdagende discussies aangegaan met creationisten op jullie site. Daar is helaas regelmatig redactioneel bij ingegrepen, waarbij mijn reactie inhoudelijk gecensureerd of gewijzigd werd. Reacties worden eerst beoordeeld en pas na goedkeurig en eventuele bewerking geplaatst. Hierdoor lopen reactie elkaars soms mis, wat onhandig en verwarrend is. Dit staat in jullie [moderatiebeleid](https://logos.nl/moderatiebeleid/?ref=deatheist.nl) en dat respecteer ik, maar inhoudelijke wijzigingen door de redactie lijken mij buitengewoon onwenselijk voor een open en eerlijke discussie. Dit is helaas veel gebeurd, maar laat ik mij beperken tot een aantal voorbeelden.
Ruim een jaar geleden (februari 2016) voerde ik [deze](https://logos.nl/aarde-is-niet-plat-in-de-bijbel/?ref=deatheist.nl) discussie over of de Bijbel een platte aarde leert. In de context of een exegese mogelijk is die neerkomt op de feilbaarheid van de Bijbel, schreef ik over de *on*mogelijkheid van een feilbare Bijbel in exegese: “*Dat is niet bepaald een wetenschappelijke houding*”. Dit exegetische uitgangspunt lijkt me zeer relevant, maar volgens jullie is het een beschuldiging die blijkbaar niet toegestaan en dus verwijderd is. Mijn tweede verwijderde stuk sloot daarop aan: “*Accepteert u wel dat de Bijbelschrijvers een geocentrisch wereldbeeld hadden, zoals ook de RK-kerk eeuwenlang en bijvoorbeeld Luther meenden op grond van de Bijbel?*” Ofschoon deze vraag relevant is in een discussie over het Bijbelse wereldbeeld en de feilbaarheid van de Bijbel, was spreken over geocentrisme volgens jullie een andere discussie en dus niet toegestaan. De derde verwijderde opmerking was een reactie op twee referenties die Nathan van Ree opgaf om een stelling te onderbouwen die afwijkt van de wetenschappelijk consensus. Ik schreef daarover: “*Kulikovsky is een ICT’er en over Petersen heb ik niets kunnen vinden. Ik hecht dan toch meer waarde aan de consensus onder Bijbelwetenschappers, zeker als ik geen argumenten zie die tegen die consensus pleiten, behalve achteraf inleeswerk.*” De expertise van deze Kulikovsky en Petersen lijkt me in de discussie zeker relevant, maar jullie redactie heeft dit verwijderd.
De censuur gaat zelfs zover dat jullie in citaten van derden knippen, zoals blijkt uit [deze](https://logos.nl/enkele-problemen-die-ik-heb-met-theistische-evolutie/?ref=deatheist.nl) discussie. Daarin wordt verwezen naar een [creationistisch artikel](http://creation.com/that-quote-about-the-missing-transitional-fossils?ref=deatheist.nl) waarin de evolutiebioloog S.J. Gould door de auteur op een misleidende wijze wordt geciteerd (‘[quote mining](http://www.talkorigins.org/faqs/quotes/mine/part3.html?ref=deatheist.nl)’). Omdat dit wel vaker gebeurt door creationisten, [schreef](http://www.talkorigins.org/faqs/quotes/mine/part3.html?ref=deatheist.nl) Gould daar zelf het volgende over: “Since we proposed punctuated equilibria to explain trends, it is infuriating to be quoted again and again by creationists -- whether through design or stupidity, I do not know -- as admitting that the fossil record includes no transitional forms. Transitional forms are generally lacking at the species level, but they are abundant between larger groups.” Jullie redacteurs hebben het woord “stupidity” uit het citaat van Gould geknipt.
Recentelijk diende ik bij [dit topic](https://logos.nl/t-rex-uitgekleed/?ref=deatheist.nl) (juni-juli 2017) deze zin in: "Als er geen concrete voorspellingen gedaan worden die we empirisch kunnen toetsen, doe je simpelweg niet aan wetenschap." Dit verscheen echter op de site als "\[Er moeten\] concrete voorspellingen \[worden\] gedaan worden die we empirisch kunnen toetsen." Waarom mag mijn wetenschapsfilosofische punt niet gemaakt worden bij jullie? Ook is het woord "weer" uit deze zin geknipt: "Peter B, je negeert weer mijn vragen en gaat over op andere onderwerpen." Dit is gebeurd zonder deze wijziging kenbaar te maken, zoals meestal gebeurt (door haakjes met puntjes ertussen). Ik had de desbetreffende vragen al twee keer eerder aan Peter Borger gesteld, maar hij negeert ze systematisch. Waarom mag ik dan niet het woord "weer" gebruiken om dit duidelijk te maken?
In de reactie van (creationist) Peter Borger (peter b, 20 juni 2017) haalt hij twee citaten aan. Het eerste citaat is van mij en wordt ook als zodanig genoemd, maar het tweede is van (creationist) Nathan van Ree, wat niet als zodanig genoemd wordt. Hierdoor ontstaat de indruk dat beide citaten van mij zijn. Dit is misleidend en in strijd met jullie eigen moderatiebeleid (regel 5). Ook reageert Peter Borger meerdere malen niet inhoudelijk, hetgeen volgens jullie beleid onwenselijk is (regel 1). Op beide punten heb ik jullie geattendeerd, maar ik kreeg als reactie slechts dat jullie “niet op inhoud modereren”. Waarom modereren jullie mijn nette en relevante inhoud dan wel degelijk, maar de misleidende en irrelevante inhoud van Peter Borger niet? Waarom wordt hier met twee maten gemeten?
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van inhoudelijke censuur. Ik vind het oprecht jammer dat jullie dit soort tactieken toepassen om inhoudelijke kritiek te ontwijken. We hoeven het inhoudelijk toch niet eens te worden om een open en eerlijke discussie te voeren?
Tot slot lijkt het me voor een open en eerlijke discussie van belang dat je openstaat voor de mogelijkheid van je eigen ongelijk, en dat je kunt aangeven wat je hiervan zou overtuigen. Voor evolutie is dat [niet moeilijk](http://www.talkorigins.org/indexcc/CA/CA211.html?ref=deatheist.nl) en ook ik geef regelmatig aan wat me zou overtuigen van mijn ongelijk, maar wat zou de onjuistheid van het creationisme aantonen? Wat zou jullie ervan overtuigen dat er bijvoorbeeld overgangsvormen zijn tussen dino’s en vogels, anders dan de [vele prachtige fossielen van gevederde dino's](https://en.wikipedia.org/wiki/Feathered%5Fdinosaur?ref=deatheist.nl) die reeds gevonden zijn? Wat zou jullie ervan overtuigen dat de Bijbel feilbaar is? Het zou mooi zijn als jullie eens wat aandacht zouden besteden aan deze zaken. Een open en eerlijke discussie is alleen mogelijk zonder censuur en met de mogelijkheid van je eigen ongelijk. Ik hoop dat jullie daartoe bereid zijn!
Met vriendelijke groet,
Bart Klink
Beheerder van [www.deatheist.nl](http://www.deatheist.nl/)
**Update 6 november 2017:**
Van de redactie van het Logos Instituut ontving ik de volgende reactie:
*Beste Bart, Vanuit het bestuur is nagedacht over het moderatiebeleid op de website. We hebben besloten de reactiemogelijkheid via de website te sluiten. Modereren bleek een mijnenveld te zijn. Via Facebook kun je meediscussiëren. Via facebook wordt niet gemodereerd. Als het de spuigaten uitloopt of beneden de grenzen van alle fatsoen komt wordt er uiteraard wel ingegrepen. Toelichting op het sluiten van de reactiemogelijkheid is hier te vinden:* [*https://logos.nl/reageren-en-modereren/*](https://logos.nl/reageren-en-modereren/?ref=deatheist.nl)*. Vriendelijke groet,* *Logos Instituut*
### Wat is een mens?
URL: https://www.deatheist.nl/wat-is-een-mens/
Last updated: 2017-06-24T18:01:01.000Z
Ooit was het simpel: God schiep de mens afzonderlijk van de dieren, naar Zijn beeld en gelijkenis. Ook werden alle dieren volgens Genesis geschapen “naar hun aard”, waardoor creationisten evolutionaire overgangen tussen diergroepen (overgangsvormen) niet kunnen accepteren (zij spreken van duidelijk te onderscheiden ‘[baramins](https://en.wikipedia.org/wiki/Created%5Fkind?ref=deatheist.nl)’). Ook voor veel moderne mensen – gelovig of niet – is de mens onmiskenbaar van een andere orde dan de dieren. Volgens antropologen denken mensen wereldwijd zo. De chimpansees, evolutionair gezien onze naaste verwanten, lijken in een aantal opzichten op ons, maar zijn toch evident geen mensen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er een duidelijke grens lijkt te bestaan tussen de wijze mens (*Homo sapiens*) en het dierenrijk. Volgens paus Johannes Paulus II is er [sprake](http://www.journals.uchicago.edu/doi/abs/10.1086/419948?journalCode=qrb&ref=deatheist.nl) van een “ontological difference”.
We denken dus graag in hokjes. Er zijn grote en kleine paarden, en ook in allerlei kleuren, maar het zijn allemaal paarden, alsof ze een gedeelde *paard-essentie* bezitten. Hetzelfde geldt voor honden, katten, bomen, groente en fruit. Ook de mens heeft zo’n essentie, en die is wezenlijk anders dan die van dieren. Dit idee van [*essentialisme*](https://en.wikipedia.org/wiki/Essentialism?ref=deatheist.nl) is al oud (te vinden bij o.a. Plato en Aristoteles) en is psychologisch (intuïtief) plausibel. Kinderen denken ook al jong zo, hebben psychologen ontdekt. De filosofen Helen de Cruz en Johan de Smet hebben [overtuigend betoogd](https://link.springer.com/article/10.1007%2Fs10539-006-9036-8?LI=true&ref=deatheist.nl) waarom dit essentialisme in het geval van menselijk evolutie onhoudbaar is, ook al is het intuïtief aannemelijk. Zelfs veel biologen blijken niet te ontkomen aan essentialistisch denken.
Dat het denken in essenties en harde grenzen wetenschappelijk onhoudbaar is, weten we sinds Darwin. Diersoorten veranderen langzaam van de ene soort in de andere. De mens is daarop geen uitzondering: ook *Homo sapiens* is geleidelijk ontstaan uit mensachtige dieren. Evolutie is een continu proces, waarbij geen enkele nakomeling fundamenteel verschilde van zijn voorouder. Pas na vele generaties tellen de kleine veranderingen genoeg op om duidelijke verschillen te creëren. Als dit een heel lange tijd zo doorgaat en er uiteindelijk verschillende groepen ontstaan die zich niet meer met elkaar succesvol kunnen voortplanten, ontstaat een nieuwe soort (althans, volgens het gangbare [*biological species concept*](https://en.wikipedia.org/wiki/Species%5Fproblem?ref=deatheist.nl#Mayr.27s%5FBiological%5FSpecies%5FConcept)). Bij fossielen is dit concept echter problematisch, want we weten niet of twee fossielen met elkaar vruchtbare nakomelingen konden krijgen.
In de biologie is deze discussie recentelijk weer opgelaaid door [nieuwe vondsten](http://www.nature.com/news/oldest-homo-sapiens-fossil-claim-rewrites-our-species-history-1.22114?ref=deatheist.nl) uit Marokko van late mensachtigen of mensen – dat staat ter discussie. Al een tijd werd op grond van zowel fossielen als genetica ([mitochondriaal DNA](https://en.wikipedia.org/wiki/Mitochondrial%5FEve?ref=deatheist.nl)) gedacht dat *Homo sapiens* ongeveer 200.000 jaar oud moest zijn. De nieuwe fossielen lijken erg op moderne mensen, maar zijn ruim 300.000 jaar oud. Zijn het dan mensen of niet? Hoe kunnen we dat bepalen? Volgens mij is deze vraag onzinnig omdat het uitgaat van het essentialisme dat juist door Darwin in de biologie achterhaald is. Er is geen harde biologische grens tussen *Homo sapiens* en zijn voorloper [*Homo heidelbergensis*](https://en.wikipedia.org/wiki/Homo%5Fheidelbergensis?ref=deatheist.nl), of nog verder terug [*Homo ergaster*](https://en.wikipedia.org/wiki/Homo%5Fergaster?ref=deatheist.nl)*/*[*erectu*](https://en.wikipedia.org/wiki/Homo%5Ferectus?ref=deatheist.nl)[s](https://en.wikipedia.org/wiki/Homo%5Ferectus?ref=deatheist.nl). Als *al* onze voorouder gefossiliseerd zouden zijn, zouden we helemaal nergens een grens kunnen trekken. Het is niet zo dat een *heidelbergensis*\-moeder een *sapiens*\-kind baarde (dit is volgens het *biological species concept* ook *per definitie* niet mogelijk).
Omdat fossilisatie zeldzaam is, zijn slechts kleine delen van de hele menselijke afstammingslijn zichtbaar. Hierdoor lijkt een continu proces discreet, en daarmee geschikt voor het opdelen in hokjes (soorten). Vooral toen er nog weinig fossielen gevonden waren, ging dit goed, maar hoe meer fossielen er gevonden worden, hoe lastiger dit wordt. Dit geldt niet alleen voor de evolutie van de mens, maar ook voor [het ontstaan van vogels uit theropode dinosaurussen](https://en.wikipedia.org/wiki/Origin%5Fof%5Fbirds?ref=deatheist.nl).
Betekent dit dat we helemaal niet kunnen spreken van soorten? Nee, want het is wel degelijk zo dat bepaalde groepen dieren (of hun fossiele resten) bepaalde overeenkomsten vertonen. Op grond daarvan kunnen ze ook gegroepeerd worden in soorten (en daarboven: geslachten, families, ordes enz.). De evolutionaire (fylogenetische) grenzen van deze groepen zijn echter *fuzzy*: de groepen lopen in elkaar over, net als de dag in de nacht. Het exacte punt waar de grens getrokken wordt, is dan ook willekeurig. Dit geldt ook voor de eerste leden van ons geslacht *Homo*. De grens wordt hier getrokken bij een schedelinhoud van 750 cc (de zogenaamde ‘[cerebrale rubicon](https://en.wikipedia.org/wiki/Cerebral%5Frubicon?ref=deatheist.nl)’), maar waarom niet bij 749 of 751 cc? Geeft een moeder met een schedelinhoud van 749 cc die een kind baart met een schedelinhoud van 750 cc letterlijk geboorte aan een ander geslacht? De grens moet om praktische redenen érgens getrokken worden, maar het getal 750 is arbitrair.
Vergelijkbare gevallen vinden we overal in de biologie. Een mens begint als een bevruchte eicel en groeit langzaam uit tot een kind dat geboren wordt. Wanneer wordt zo’n bevruchte eicel een mens? Is hier een duidelijke grens? Alleen orthodoxe gelovigen beschouwen een bevruchte eicel als een mens omdat de eicel met de conceptie bezield zou worden. Zelfs dit is problematisch, want ook de bevruchting is een geleidelijk proces. Aan de andere kant beschouwt vrijwel iedereen een pasgeborene als een mens. Nu rijst echter de vraag: vanaf welk punt daartussen spreken we van een mens? De hele embryonale ontwikkeling verloopt geleidelijk, zonder harde grenzen. Toch zijn de veranderingen reëel en kunnen we van verschillende stadia spreken, zij het met vage grenzen. Zo’n indeling is handig voor medici en noodzakelijk voor de rechtspraak (wanneer wordt abortus illegaal?).
Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling daarna. Een pasgeborene ontwikkelt zich van baby tot uiteindelijk een volwassene. Hieraan liggen reële biologische veranderingen ten grondslag, maar wederom zonder harde grenzen. Volgens de Nederlandse wet is iemand vanaf zijn achttiende volwassen, maar wordt er ook een biologische grens overschreden op de dag dat iemand achttien wordt? Wat was er in zijn of haar lijf of psyche wezenlijk anders de dag voor de verjaardag? Ook hier zijn er geen harde biologische grenzen te trekken. We hebben die grenzen dan ook vooral om pragmatische redenen, niet omdat ze getuigen van een duidelijke biologische realiteit.
In biologische processen die continu zijn, zijn dus geen harde grenzen te trekken. Elke grens die getrokken wordt, is willekeurig. Dit geldt zowel voor de ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassene (ontogenese) als evolutionaire afstammingslijnen (fylogenese). In beide gevallen zijn er reële veranderingen, maar de overgangen tussen stadia en soorten zijn geleidelijk, zonder een duidelijke grens. Alleen een fragmentarisch beeld van deze continue processen geeft de illusie dat er discrete hokjes zijn met bepaalde essenties. Hoe duidelijker ons beeld, bijvoorbeeld doordat er meer fossielen gevonden worden, hoe meer de grenzen tussen de hokjes vervagen. We moeten een biologische soort dan ook veeleer zien als een [familiegelijkenisconcept](https://en.wikipedia.org/wiki/Family%5Fresemblance?ref=deatheist.nl), zoals ook de bioloog en filosoof Massimo Pigliucci [betoogt](http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/bies.10284/abstract;jsessionid=868FDBB77ADF4F27B513EBFB22A36561.f02t01?ref=deatheist.nl). Dit begrip komt uit de filosofie van Ludwig Wittgenstein en deelt leden van een groep niet in op grond van één gedeelde essentie, maar op grond van door de groep gedeelde kenmerken. Doordat de kenmerken in meer of mindere mate gedeeld zijn, zullen de grenzen vaag blijven. Desalniettemin is dit een pragmatische benadering die vaak goed werkt, ook al zijn de grenzen vaag.
Zijn de recente fossiele vondsten uit Marokko nu van een mens of niet? Deze vraag getuigt van essentialistisch denken, een manier van denken die juist Darwin onhoudbaar heeft gemaakt in de biologie. Toch lijken ook veel biologen nog aan dit achterhaalde denkpatroon vast te willen houden, waarschijnlijk omdat het intuïtief zo aannemelijk is. Wanneer we van de eerste mens spreken, is puur een definitiekwestie: waar trek je de grens in de afstammingslijn? Elke grens is willekeurig. Dit inzicht hebben we aan Darwin te danken!
### Waarom agenten geen religieuze symbolen moeten dragen
URL: https://www.deatheist.nl/waarom-agenten-geen-religieuze-symbolen-moeten-dragen/
Last updated: 2017-05-24T18:58:04.000Z
De Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg kwam vorige week met [het voorstel](http://www.parool.nl/amsterdam/politie-amsterdam-overweegt-toestaan-hoofddoek~a4495542/?ref=deatheist.nl) om een hoofddoek toe te staan als onderdeel van het politie-uniform. Het idee hierachter is dat zo meer moslima’s zich zullen aanmelden en het politiekorps dus diverser zou worden. Met het idee dat de politie het beste een afspiegeling van de samenleving kan zijn, lijkt mij niets mis. Dat hiervoor het dragen van religieuze symbolen wordt toegestaan, lijkt me evenwel geen goed idee: de politie dient zo neutraal mogelijk te zijn in haar uitstraling.
Het uniform symboliseert dat een diender *niet* voor je staat als eigen persoon met persoonlijke overtuigingen, voorkeuren en afkeuren, maar als vertegenwoordiger van de neutrale staat. Om dezelfde reden draagt een rechter een toga. Het openlijk uitdragen van een religieuze of politieke overtuiging hoort daar dan ook niet bij. Het is belangrijk te benadrukken dat het hier gaat om *alle* religieuze en politieke symbolen, niet alleen de hoofddoek. Het is evenwel logisch dat de hoofddoek in deze discussie een prominente plaats inneemt. Niet alleen is de hoofddoek erg zichtbaar, het is een uiting van de islam, en die religie wordt geassocieerd met problemen, [wat ten dele ook terecht is](https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/). Uit [onderzoek van Ruud Koopmans](http://www.parool.nl/kunst-en-media/-hoofddoek-is-beste-voorspeller-voor-moslimfundamentalisme~a3927647/?ref=deatheist.nl) blijkt dat de hoofddoek de beste voorspeller is van fundamentalisme. In dit onderzoek is iemand een fundamentalist als hij vindt dat de gelovigen terug moeten naar de wortels van hun geloof, er maar één interpretatie van het ‘heilige boek’ mogelijk is en religieuze regels boven de seculiere wetten staan. Het gaat hier om 45% van de Nederlandse moslims (tegenover 5% van de christenen).
Het is precies deze kennis die ervoor zorgt dat de neutrale uitstraling in het geding komt. De burger moet een agent(e) kunnen benaderen zonder aanzien des persoons. Op het moment dat die agent zijn religieuze of politieke overtuiging laat blijken, is dat niet meer mogelijk. Het religieuze of politieke symbool zal onmiddellijk en grotendeels onbewust associaties oproepen en daardoor het (willen) benaderen van de agent beïnvloeden. Uit [het onderzoek van Koopmans](https://www.wzb.eu/sites/default/files/u6/koopmans%5Fenglisch%5Fed.pdf?ref=deatheist.nl) blijkt bijvoorbeeld dat ruim 50% van de Westerse moslims geen homo als vriend wil en ruim 40% vindt dat joden niet te vertrouwen zijn (bij christenen ligt dit rond de 10%). Het is goed denkbaar dat hierdoor een homo of een jood minder snel op een openlijk islamitische agent zal afstappen. Andersom geldt dit ook: zou een moslim snel afstappen op een diender met een pet van de PVV of een pet met de tekst “God bestaat niet”?
Deze neutraliteit in de uitstraling *naar de burger* is een andere dan de neutraliteit (of objectiviteit) van *de agent zelf*. Deze laatste neutraliteit is uiteraard zeer belangrijk: een agent hoort de wet te handhaven zonder dat daarbij diens persoonlijke overtuigingen, voor- en afkeuren een rol spelen. Hierin worden ze getraind en hiervoor kunnen ze ter verantwoording geroepen worden bij hun leidinggevende of zelfs bij de rechter. Ook wordt er waar nodig actief beleid gemaakt om ongewenste invloeden tegen te gaan. Desondanks blijft politiewerk ook mensenwerk. Ongewenste invloeden zullen er altijd zijn, maar die dienen wel tot het minimum gereduceerd te worden. Er is geen reden om te denken dat gelovige agenten (in het algemeen) in dit opzicht minder goede dienders zijn dan ongelovige agenten.
Wel lijkt het me een problematisch gegeven dat ruim 60% van de Westerse moslims (ruim 10% bij de christenen) de religieuze regels belangrijker acht dan de seculiere wetten. Een gelovige wethandhaver kan hierdoor in gewetensnood komen. Zou een islamitische agent bijvoorbeeld net zo makkelijk een moskee binnenvallen als dat nodig is als een niet-moslim? Deze gewetenskwestie is overigens niet uniek voor gelovige agenten. Zou een politiek rechtse agent op dezelfde manier optreden bij een demonstratie van links als van rechts? Zou een agente die Greenpeace steunt, onpartijdig een actie van deze groep kunnen beëindigen als dat nodig is? Je oprecht willen committeren aan het objectief handhaven van de wet is een voorwaarde voor het politiewerk, het toetsen van de objectiviteit van het handelen een belangrijk controlemiddel. Alles moet eraan gedaan worden om een agent zo neuraal mogelijk te laten handelen, maar dat staat los van de neutrale uitstraling naar de burger. Deze twee vormen van neutraliteit lopen helaas ten onrechte door elkaar in de huidige discussie.
Tegen het bovenstaande pleidooi om religieuze symbolen bij de politie te weren, zijn in de discussie een aantal tegenwerpingen ingebracht. Volgens mij zijn ze niet erg sterk. Hieronder leg ik uit waarom.
*Dit is discriminatie van moslims.*
Nee, want het gaat om *alle* levensbeschouwelijke en politieke symbolen. Dus ook om keppeltjes, zichtbaar gedragen kruisjes, tulbanden, petjes of speldjes die uiting geven van een bepaalde levensbeschouwelijke of politieke overtuiging. Daarnaast draagt niet elke moslima een hoofddoek, dus een moslima kan prima bij de politie werken als ze geen hoofddoek draagt, dat is een persoonlijke keuze. Of de hoofddoek wel of niet verplicht is voor een (goede) moslima, is een theologische discussie waar de politie haar handen niet aan zou moeten willen branden. Dat is ook niet nodig.
*Het is een aantasting van de godsdienstvrijheid.*
De godsdienstvrijheid is niet absoluut. Er kunnen goede redenen zijn om die godsdienstvrijheid in te perken. Zo kunnen Jehova’s getuigen uit hun ouderlijk macht ontzet worden als ze wegens religieuze redenen weigeren hun kind een noodzakelijk bloedtransfusie te geven. Een politieagente in een lange rok (‘refo’) of met een boerka is om praktische en veiligheidsredenen ontoelaatbaar. Hierboven heb ik aangegeven waarom de neutrale uitstraling van de politie ook zo’n goede reden is. De rechter zal als het nodig is het belang van neutraliteit moeten afwegen tegen het belang van godsdienstvrijheid. Uit [jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie](http://nos.nl/artikel/2163069-baas-mag-hoofddoek-op-werkvloer-verbieden.html?ref=deatheist.nl) blijkt dat bedrijven het personeel mogen opdragen om neutrale kleding te dragen. Het lijkt me dat het Hof niet anders zou oordelen over de politiekleding.
*Een baard of rastakapsel mag ook, terwijl ook dit een religieus symbool is.*
Een baard of een rastakapsel *kan* een religieuze uiting zijn, maar dat hoeft niet. Deze onduidelijkheid maakt dat het geen duidelijke religieuze symbolen zijn. Een hoofddoek of keppeltje is ondubbelzinnig een religieus symbool.
*Agenten zijn niet neutraal.*
Agenten moeten in hun handelen zo neutraal mogelijk zijn, wat helaas niet altijd even goed lukt. Dit is echter een andere kwestie dan de neutraliteit *van hun uitstraling*, zoals ik hierboven heb uitgelegd.
*Het uniform biedt slechts schijnneutraliteit.*
Het uniform garandeert geen neutraliteit in het handelen (zie het punt hierboven), maar straalt wel neutraliteit naar de burger uit. Het idee van schijnneutraliteit is gebaseerd op een vermenging van deze twee losstaande zaken.
*De burger zou moeten weten dat een religieuze uiting het handelen van de agent niet beïnvloedt.*
Als dit al zo zou zijn, zou in de ideale wereld elke burger dit inderdaad moeten weten en daarnaar moeten handelen. We leven evenwel niet in de ideale wereld en de psychologie leert ons dat een mens op grond van uiterlijke kenmerken (voor)oordelen vormt. Dat geldt des te meer als mensen zich hier niet van bewust zijn, geen training hebben gehad dit tegen te gaan en het geen consequenties heeft (zoals bij agenten wel het geval is). Dit kun je onterecht en onjuist vinden, maar het is een psychologisch feit. Doordat dit grotendeels onbewust werkt, is het een illusie dat dit gaat veranderen. Juist daarom is een neutrale uitstraling belangrijk.
*In de VS en Engeland is het wel toegestaan.*
Dit geeft slechts aan dat het mogelijk is, niet of het beter werkt of wenselijk is. Je zou bijvoorbeeld kunnen onderzoeken of de benaderwijze en het gevoel van burgers jegens agenten met een hoofddoek anders is dan bij agenten zonder hoofddoek. Ook zou je kunnen onderzoeken of het toestaan van religieuze symbolen inderdaad leidt tot een diverser en beter functionerend korps. Pas als hieruit duidelijk voordelen blijken, wordt dit een sterk argument. Dergelijk onderzoek is er bij mijn weten in ieder geval niet. Daarnaast is de vraag naar de wenselijkheid een principiële vraag aan de politiek en de burgers. Gezien het [geringe animo](https://www.noties.nl/v/get.php?a=peil.nl&s=weekpoll&f=2017-05-21+cdb.pdf&ref=deatheist.nl) hiervoor in Nederland, denk ik niet dat de wenselijkheid snel zal veranderen.
### Wie weet nog wat waar is?
URL: https://www.deatheist.nl/wie-weet-nog-wat-waar-is/
Last updated: 2017-05-04T08:30:30.000Z
We leven in een tijd waarin informatie toegankelijker is dan ooit. Via het internet kan iedereen bij informatie die voorheen niet of lastig te bereiken was, en ook nog eens razendsnel. Desalniettemin lijkt ook de waarheid meer onder vuur te liggen dan ooit: nepnieuws, alternatieve feiten, factchecken, allerhande complotten, wantrouwen jegens de overheid en de traditionele media. Voor elk feit lijkt een tegengesteld feit te bestaan, voor elk argument een tegenargument. Hierdoor leiden zelfs ogenschijnlijk simpele zaken als [het aantal bezoekers](https://en.wikipedia.org/wiki/Inauguration%5Fof%5FDonald%5FTrump?ref=deatheist.nl#Crowd%5Fsize) bij Trumps inauguratie tot felle discussies. De toegankelijkheid van informatie leidt paradoxaal genoeg tot een informatiecrisis: hoe weten we nog wat waar is?
**Een oude filosofische vraag**
De vraag naar wat waarheid is en hoe we haar kunnen kennen, is al zo oud als de filosofie. Er zijn [verschillende opvattingen](https://en.wikipedia.org/wiki/Truth?ref=deatheist.nl) over geformuleerd, van onbetwijfelbare Waarheden tot een dusdanig [radicaal scepticisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Philosophical%5Fskepticism?ref=deatheist.nl) dat werkelijk alles in twijfel wordt getrokken, zelfs het eigen bestaan of het bestaan van de buitenwereld ([solipsisme](https://nl.wikipedia.org/wiki/Solipsisme?ref=deatheist.nl)). Volgens postmoderne filosofen is waarheidsvinding najagen van de wind. Volgens hen is waarheid niet veel meer dan een sociaal construct: iets is waar zolang we erin geloven, en vooral als machtige mensen dat doen. Een verwant idee is dat waarheid relatief is: iedereen heeft zijn eigen waarheid. De prevalerende waarheid is volgens deze lieden slechts een gedeeld geloof, of de overtuiging van de machtigsten.
Wat ooit zeker was, staat nu op losse schroeven. Wetenschappers zijn het regelmatig met elkaar oneens. Is wetenschap niet ook maar een mening? Moeten we onze waarheidspretenties niet gewoon opgeven?
Deze filosofische discussie lijkt uit te gaan van een vals dilemma: waarheid is óf absolute zekerheid, óf volledig relatief, louter een mening. Er is evenwel een genuanceerdere middenweg: waarheid is de mate van overeenstemming tussen een beeld of idee en de werkelijkheid. Die overeenstemming kan er in meer of mindere mate zijn. Zo is het idee dat de aarde rond is, meer in overeenstemming met de werkelijkheid dan het idee van een platte aarde, maar nog steeds niet geheel juist: de aarde komt in werkelijkheid nog het meest overeen met een [sferoïde](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vorm%5Fvan%5Fde%5FAarde?ref=deatheist.nl). Het idee van een ronde aarde is dus onjuist, maar niet in dezelfde mate als dat van een platte aarde.
Ook kan onze *zekerheid* over bepaalde kennis groter of kleiner zijn. Hoe zeker bepaalde kennis is, hangt bijvoorbeeld af van hoe betrouwbaar de gebruikte kenbronnen zijn. Meerdere, onafhankelijke ooggetuigenverslagen zijn beter dan één ooggetuige, en videobeelden zijn nóg beter. Wetenschap wordt over het algemeen gezien als een betrouwbare kenbron, maar binnen de wetenschap bestaan verschillende maten van zekerheid. Complexe fenomenen als menselijke interactie (sociologie) en het menselijk lichaam (geneeskunde, voedingsleer) laten zich minder makkelijk vatten in zekerheden dan veel natuurkundige fenomenen. Bij wetenschappelijke uitspraken moeten we ons dan ook afvragen hoe betrouwbaar en valide de gebruikte methodes zijn, in hoeverre de uitspraak consistent is met andere betrouwbare kennis ([consilience](https://en.wikipedia.org/wiki/Consilience?ref=deatheist.nl)) en in hoeverre er consensus is onder de experts. Op grond hiervan is lang niet elke wetenschappelijke uitspraak even zeker.
**Waarheid als waarschijnlijkheid**De waarheidsvraag moeten we dan ook veeleer zien als een waarschijnlijkheidsvraag: hoe waarschijnlijk is het dat deze uitspraak juist is, dat wil zeggen: in grote mate overeenstemt met de werkelijkheid? We moeten waarheid dan opvatten als dat wat gezien onze beste kennis erg waarschijnlijk is. Het mooie van waarheid als waarschijnlijkheid is dat het in gradaties komt: een idee kan meer of minder overeenstemmen met de werkelijkheid, en daar kunnen we in meer of mindere mate zeker over zijn. Tussen onbetwijfelbare Waarheid (met hoofdletter!) en een volledig relativisme (er bestaan slechts meningen) zit dus een heel scala aan waarschijnlijkheden. Onze rechtspraak werkt ook zo: iemand is schuldig als dat met een zeer hoge waarschijnlijkheid ([beyond reasonable doubt](https://en.wikipedia.org/wiki/Reasonable%5Fdoubt?ref=deatheist.nl)) kan worden bewezen. In de wetenschap is dit niet anders. Ook al is 100% zekerheid nooit mogelijk, een zeer hoge waarschijnlijkheid zal een redelijk mens moeten overtuigen.
De filosoof David Hume [schreef](https://en.wikiquote.org/wiki/David%5FHume?ref=deatheist.nl#An%5FEnquiry%5FConcerning%5FHuman%5FUnderstanding%5F.281748.29) terecht: “A wise man proportions his belief to the evidence”. De mate waarin we iets geloven, moet dus afhangen van hoe sterk het bewijs (evidentie) ervoor is. Een vergelijkbaar maxime (aan verschillende bronnen toegeschreven) is: “extraordinary claims require extraordinary evidence”. Voor zaken die, gezien onze beste kennis, erg onwaarschijnlijk zijn, mogen we zeer sterk bewijs verwachten. Beide maximes houden de optie tot herzieningen open: je moet je opvattingen herzien als nieuwe bewijs daartoe dwingt. Een *open mind* is dus belangrijk, maar die moet ook kritisch zijn, want niet elk (nieuw) bewijs is even geloofwaardig. Een veelgehoord derde maxime luidt dan ook: “Keep an open mind – but not so open that your brain falls out" (ook aan verschillende bronnen toegeschreven).
**Het belang van waarheid**
Waarom zouden we ons zo druk maken om de waarheidsvraag? Kunnen we niet gewoon iedereen zijn eigen waarheid gunnen, of ons tenminste niet zo druk maken om mensen die ‘alternatieve waarheden’ aanhangen en verkondigen? Nee, en wel omdat wat mensen voor waar houden, (mede)bepalend is voor hun handelen, en dat kan heel reële en grote consequenties hebben. Dit geldt des te meer als het om overtuigingen van invloedrijke personen of regeringen gaat, en het beleid dat daaruit voortvloeit. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de klimaatverandering en de menselijke rol daarin. Hierover is [grote consensus](https://en.wikipedia.org/wiki/Scientific%5Fopinion%5Fon%5Fclimate%5Fchange?ref=deatheist.nl) onder klimaatwetenschappers, en zij roepen dan ook terecht op de nodige maatregelen te nemen. Toch zijn er veel mensen, waaronder de machtigste man ter wereld (Donald Trump), die deze waarheid ontkennen of bagatelliseren. Dit heeft gevolgen voor het beleid op dit gebied, met hoogstwaarschijnlijk desastreuze gevolgen. Een ander voorbeeld is het in twijfel trekken van de effectiviteit en veiligheid van vaccins. Dit leidt tot een daling van de vaccinatiegraad, wat veel (en soms dodelijk) leed tot gevolg heeft.
George Orwell schetst in zijn beroemde roman [1984](https://en.wikipedia.org/wiki/Nineteen%5FEighty-Four?ref=deatheist.nl) een doemscenario van een wereld waarin waarheid geen rol meer speelt. *War is Peace, Freedom is Slavery, Ignorance is Strength.* De machthebbers bepalen wat ‘waar’ is, daar is zelfs een ministerie voor (*Ministry of Truth*). De burgers zijn geheel onderworpen aan de door de machthebbers geconstrueerde ‘waarheid’, wat zelfs doordringt in het taalgebruik (*Newspeak*). Noord-Korea is helaas een reëel orwelliaans voorbeeld. Wie geen belang hecht aan en respect heeft voor de waarheid, geeft haar in handen van degenen die ermee aan de haal gaan, met alle gevolgen van dien. Dictators varen hier wel bij, want zonder waarheid is er ook geen leugen. Zonder een objectieve waarheid valt hier weinig tegen in te brengen. Het is dus belangrijk om ideeën tegen het licht van de werkelijkheid te houden om te zien of ze ermee overeenstemmen, ongeacht wat de uitkomst daarvan is.
Waarheid beschouwen als een sociaal construct is ook zelfondermijnend: waarom zouden we deze waarheidsopvatting zélf serieus nemen als het slechts een sociaal construct is? Ook zijn de aanhangers van deze opvatting in de praktijk een stuk realistischer. Wie gelooft daadwerkelijk dat de kennis waarmee we computers wereldwijd laten communiceren en wolkenkrabbers bouwen geen verbinding heeft met de werkelijkheid? Hoe verklaren constructivisten dat al deze toegepaste kennis zo goed werkt? Gebruiken relativisten net zo goed telepathie als een mobiele telefoon als ze willen communiceren met de andere kant van de wereld? Het constructivisme en relativisme zijn dus niet alleen gevaarlijk, maar ook intellectueel en praktisch ongeloofwaardig.
**Betrouwbaarheidsproblemen**
De huidige waarheidscrisis lijkt evenwel niet zozeer een diepgravend filosofisch probleem, maar veeleer een betrouwbaarheidsprobleem: wat is nog een betrouwbare bron voor waarheid? Juist op dit punt vormt het internet zowel een mogelijkheid als een probleem. Aan informatie is geen gebrek, maar aan betrouwbare informatie wel. Hoe kun je – zeker als leek – het kaf van het koren scheiden? Het is verleidelijk om die informatie is geloven die overeenstemt met je vooroordeel, en minder welgevallige informatie te negeren, of zelfs niet eens op te zoeken. De uitwerking van dit betrouwbaarheidsprobleem is even problematisch als dat van het waarheidsrelativisme: het leidt tot niet of verkeerd handelen, wat reële en mogelijk grote consequenties heeft.
Waarop moet je je verlaten bij een onderwerp waarover veel tegenstrijdige informatie te vinden is? De voorbeelden hiervan zijn helaas legio. Wie moeten we geloven over wat gezonde voeding is? Verandert het klimaat daadwerkelijk razendsnel en zorgen wij daarvoor? Hoe groot is [het probleem met de islam](https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/)? Heeft het huidige terrorisme [wel of niets met de islam te maken](https://www.deatheist.nl/wat-drijft-jihadisten/)? Zijn vaccins effectief en veilig? Is *9-11* een [inside job](https://en.wikipedia.org/wiki/9/11%5Fconspiracy%5Ftheories?ref=deatheist.nl)? Wie zich niet zeer grondig zelf in de materie verdiept heeft – en dat is vrijwel iedereen bij de meeste onderwerpen – zal de beschikbare informatie dus kritisch en effectief moeten filteren. Gelukkig zijn hier enkele criteria en handvatten voor. Deze bieden geen 100% garantie (die is er nooit), maar kunnen, zeker als ze gecombineerd worden, een betrouwbare indruk geven van de stand van zaken.
**Criteria en handvatten**
Het eerste criterium is de betrouwbaarheid van de bron. Is er een bron? Wie of wat is die bron? Waarop baseert deze bron zich? Heeft de bron de relevante expertise? Heeft deze bron bepaalde belangen die de betrouwbaarheid kunnen beïnvloeden? Is deze bron ideologisch (religieus, politiek of economisch) gedreven of neutraal? Heeft deze bron een goede *track record* (prestatieverleden) als het om betrouwbaarheid gaat? Kan de bron afgerekend worden op onjuistheid? Traditionele media kunnen dit wel, internetbronnen vaak niet. Zijn er verschillende, onafhankelijke bronnen die op hetzelfde uitkomen? Is de nieuwe informatie consistent met andere betrouwbare kennis, of daar juist mee in strijd? Dit zijn allemaal belangrijke vragen die bepalen hoe geloofwaardig een bron is. Vervolgens zoek je actief de tegenstrijdige informatie op en laat je dezelfde kritische vragen daarop los. Als deze informatie net zo sterk (of zwak) is, moeten we ons (voorlopig) onthouden van een oordeel. Daar is niets mis mee in het geval van beperkte of daadwerkelijk tegenstrijdige informatie.
Zeker bij complexe zaken is er een goed tweede criterium: consensus onder de experts. Dat zijn mensen die er over het algemeen jaren voor gestudeerd hebben en er dagelijks mee werken. Ook gebruiken ze over het algemeen beproefde methoden om aan hun kennis te komen. Hierdoor is de kans groot dat ze betrouwbare informatie leveren, als ze dit tenminste zonder belangenverstrengeling doen. Vooral als de consensus onder experts (zeer) hoog is (>90%), mogen we als leek hun oordeel overnemen. Dit is het geval bij klimaatwetenschappers over klimaatverandering, onder biologen over de juistheid van de evolutietheorie, onder historici over het plaatsvinden van de holocaust en onder artsen, virologen en epidemiologen over de veiligheid en effectiviteit van vaccins. Dit neemt niet weg dat er altijd ook experts zullen zijn die afwijken van de consensus. De redenen hiervoor zijn vaak ideologisch of hebben te maken met de afwezigheid van specifieke expertise (onvoldoende kennis over *dit* onderwerp). De leek moet zich afvragen waarom de overgrote meerderheid van de experts de mening van de dissidenten niet deelt, er niet door overtuigd wordt. De meest aannemelijke verklaring is dat de dissidenten domweg verkeerd zitten.
Belangrijk bij het raadplagen van experts is niet alleen of er onderlinge consensus is, maar ook of hun methoden [betrouwbaar](https://nl.wikipedia.org/wiki/Betrouwbaarheid%5F%28statistiek%29?ref=deatheist.nl) en [valide](https://nl.wikipedia.org/wiki/Validiteit?ref=deatheist.nl) zijn: kunnen ze hun claims toetsen met eensgezinde uitkomsten? Ook is het belangrijk dat hun kennis niet strijdig is met andere goed bevestigde kennis. Zo is er grote consensus onder theologen dat God bestaat, maar ze hebben geen goede methoden om hun claims over God te toetsen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hun claims over wie of wat God is, wat Hij kan en doet sterk uiteenlopen. Hier kunnen ze ook nooit uit komen door een gebrek aan een goede methode. Onder astrologen is er een grote consensus dat de hemellichamen invloed hebben op ons aardse bestaan, maar hun claims zijn vaak getoetst en [vaag of onjuist gebleken](https://en.wikipedia.org/wiki/Astrology?ref=deatheist.nl#Scientific%5Fanalysis%5Fand%5Fcriticism). Ook zijn hun claims strijdig met goed bevestigde kennis uit de psychologie, natuurkunde en astronomie. Daarnaast hanteren ze vaak onderling verschillende en soms tegenstrijdige methoden. We hebben dus goede redenen om weinig waarde te hechten aan de consensus onder theologen en astrologen – voor zover die er al is.
**Biases en drogredenen**
Tot slot is het belangrijk je bewust te zijn van [cognitieve biases](https://nl.wikipedia.org/wiki/Denkfout?ref=deatheist.nl) (denkfouten): onterechte neigingen in ons denken die ons gemakkelijk op het verkeerde been zetten. Iedereen heeft deze biases, maar wie zich ervan bewust is, kan er rekening mee houden. Ik noem er slechts enkele. [Confirmation bias](https://en.wikipedia.org/wiki/Confirmation%5Fbias?ref=deatheist.nl): bevestigende informatie accepteren we sneller dan strijdige informatie, ongeacht de juistheid ervan. Hiermee hangt [cognitieve dissonantie](https://en.wikipedia.org/wiki/Cognitive%5Fdissonance?ref=deatheist.nl) samen: onwelgevallige informatie vinden we onprettig en willen we vaak ontkennen of bagatelliseren, ook als dat onterecht is. Het [halo-effect](https://en.wikipedia.org/wiki/Halo%5Feffect?ref=deatheist.nl): de aanwezigheid van bepaalde irrelevante kwaliteiten (goed uiterlijk, expertise op andere gebieden, beroemd zijn, enz.) geven vaak onterecht een gevoel van betrouwbaarheid. [Groepsdenken](https://en.wikipedia.org/wiki/Groupthink?ref=deatheist.nl): we zijn gevoelig voor wat anderen ergens van vinden, veelal onbewust. [Framing](https://en.wikipedia.org/wiki/Framing%5Feffect%5F%28psychology%29?ref=deatheist.nl): de manier waarop een idee gepresenteerd wordt, beïnvloedt onterecht de geloofwaardigheid ervan. [Wijsheid achteraf](https://en.wikipedia.org/wiki/Hindsight%5Fbias?ref=deatheist.nl): achteraf lijkt een bepaalde uitkomst vaak logisch of onontkoombaar, terwijl het dat van tevoren niet was. [Slechte kansinschatting](https://en.wikipedia.org/wiki/Thinking,%5FFast%5Fand%5FSlow?ref=deatheist.nl): mensen zijn van nature en intuïtief erg slecht in statistiek, en dus ook in het bepalen of iets toeval is of een daadwerkelijk effect. [Lake Wobegon-effect](https://en.wikipedia.org/wiki/Lake%5FWobegon?ref=deatheist.nl#The%5FLake%5FWobegon%5Feffect): we overschatten onze eigen prestaties en vermogens. [Beschikbaarheidsheuristiek](https://en.wikipedia.org/wiki/Availability%5Fheuristic?ref=deatheist.nl): we baseren ons vaak op voorbeelden die snel beschikbaar zijn in onze geest, ook al zijn deze voorbeelden niet representatief. Een uitgebreider overzicht van de cognitieve biases is [hier](https://en.wikipedia.org/wiki/List%5Fof%5Fcognitive%5Fbiases?ref=deatheist.nl) te vinden.
Naast deze biases zijn er nog een aantal drogredenen en retorische trucs die regelmatig voorkomen. Het is belangrijk om deze te kunnen herkennen omdat ze de discussie vertroebelen. [Correlatie is niet noodzakelijk causatie](https://nl.wikipedia.org/wiki/Cum%5Fhoc%5Fergo%5Fpropter%5Fhoc?ref=deatheist.nl): dat twee zaken samengaan, wil niet zeggen dat er ook een oorzakelijk verband is. [Post hoc ergo propter hoc](https://nl.wikipedia.org/wiki/Post%5Fhoc%5Fergo%5Fpropter%5Fhoc?ref=deatheist.nl): dat iets ergens na gebeurt, wil niet zeggen dat het daardoor gebeurt. [Argumentum ad ignorantiam](https://nl.wikipedia.org/wiki/Argumentum%5Fad%5Fignorantiam?ref=deatheist.nl): iets is niet waar omdat het tegendeel onbewezen is. [Anekdotes](https://nl.wikipedia.org/wiki/Anekdote?ref=deatheist.nl): een anekdote is vaak psychologisch overtuigend, maar is als bewijs zwak. [Vals dilemma](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vals%5Fdilemma?ref=deatheist.nl): vaak zijn er naast optie A en B nog meerdere opties; als A onjuist is, maakt dat B nog niet juist (tenzij ze elkaars logische tegenpolen zijn). [Argumentum ad antiquitatem](https://nl.wikipedia.org/wiki/Argumentum%5Fad%5Fantiquitatem?ref=deatheist.nl) of [ad populum](https://nl.wikipedia.org/wiki/Argumentum%5Fad%5Fpopulum?ref=deatheist.nl): iets is niet waar als het al lang of door velen geloofd wordt (tenzij het om consensus onder experts gaat, zie hierboven). [Poisoning the well](https://en.wikipedia.org/wiki/Poisoning%5Fthe%5Fwell?ref=deatheist.nl): iets is niet onjuist *alleen* omdat het uit een onwelgevallig bron komt. [Omkering van de bewijslast](https://nl.wikipedia.org/wiki/Drogreden?ref=deatheist.nl#Omkeren%5Fvan%5Fde%5Fbewijslast): degene die iets beweert, moet met bewijzen komen (zeker als hetgeen beweerd wordt buitensporig is), niet degene die dat in twijfel trekt. [Whataboutery](https://en.wikipedia.org/wiki/Whataboutism?ref=deatheist.nl): de opponent gaat niet in op het genoemde punt, maar gaat over op een ander punt (what about X?). Een uitgebreider overzicht van drogredenen is [hier](https://nl.wikipedia.org/wiki/Drogreden?ref=deatheist.nl) te vinden.
**Wetenschap: ook maar een mening?**
Verdient wetenschap in waarheidsvinding een prominente plaats, of is het ook slechts een mening, net als vele andere? Deze laatste opvatting lijkt helaas terrein te winnen, vooral sinds de opkomst van het internet. Dat is onterecht omdat geen enkele andere methode ons zo veel betrouwbare informatie heeft verschaft als de wetenschap. Dit blijkt niet alleen uit de vele precieze voorspellingen die uitkomen, maar vooral uit de vele toepassingen daarvan. Het feit dat vliegtuigen in de lucht blijven, onze smartphones werken en we vele vreselijke ziektes hebben uitgeroeid of kunnen behandelen, bewijst dat we steeds beter begrijpen hoe de werkelijkheid functioneert. Wetenschap heeft een uitstekende track record en blijft haar kennis en toepassingen uitbreiden.
Natuurlijk worden er in de wetenschap ook fouten gemaakt, soms wordt er zelfs ronduit gefraudeerd. Ook is het niet zo dat wetenschap gevrijwaard is van psychologische en sociale invloeden – niets menselijks is wetenschappers vreemd. Machtsstructuren bestaan ook in de wetenschap en hebben hun invloed. De constructivist lijkt hier dus een punt te hebben, ware het niet dat hij invloed verwart met alles bepalend zijn. Dubieuze invloeden en hun gevolgen bestaan en hebben effect op de wetenschappelijke ontwikkeling, maar worden altijd weer bijgesteld door het zelfcorrigerend vermogen van de wetenschap. Wetenschap werkt bewust met middelen om vertroebelende invloeden tegen te gaan: statistiek, openheid, reproduceerbaarheid, [controlegroepen](https://nl.wikipedia.org/wiki/Controlegroep?ref=deatheist.nl), [(dubbel)blinde experimenten](https://nl.wikipedia.org/wiki/Dubbelblind?ref=deatheist.nl) en [peerreview](https://nl.wikipedia.org/wiki/Peerreview?ref=deatheist.nl). Onjuiste ideeën zullen vroeg of laat ontdekt en gecorrigeerd worden omdat wetenschappers wereldwijd constant elkaars ideeën toetsen, uitbouwen en toepassen. Wetenschap is in dit opzicht uniek. Ze is niet onfeilbaar, maar wel de beste methode die we hebben.
**Conclusie**
Er is een waarheid en die doet ertoe. Deze waarheid bestaat uit de mate waarin een bepaald beeld of idee overeenstemt met de werkelijkheid en hoe zeker we daarvan kunnen zijn. Waarheid komt dus in gradaties, is altijd voorlopig en moet bijgesteld worden als nieuw bewijs daartoe dwingt. Wetenschap is hierbij onze beste bron. Waarheid doet ertoe omdat het de grond is voor handelen, en dat heeft reële en mogelijk grote consequenties. Het is niet altijd gemakkelijk om achter de waarheid te komen als informatie beperkt aanwezig of strijdig is. Dan is het van groot belang om bronnen kritisch te beoordelen en experts te raadplegen die beproefde methoden gebruiken. Het is niet erg om je van een oordeel te onthouden als er niet voldoende betrouwbare informatie is. Ook is het van belang drogredenen en cognitieve biases te herkennen. Alleen dan is de kans het grootst dat je ideeën het meest overeenstemmen met de werkelijkheid en je handelen het meest adequaat zal zijn.
### Wat drijft jihadisten?
URL: https://www.deatheist.nl/wat-drijft-jihadisten/
Last updated: 2017-04-16T18:57:34.000Z
Op deze vraag proberen Edwin Bakker (hoogleraar terrorismestudies) en Peter Grol (islamoloog) een antwoord te geven in hun boek *Nederlandse Jihadisten* (Hollands Diep, 2017). Het is een vraag waarop het antwoord van groot belang is om het islamitisch terrorisme de kop in te drukken, niet alleen in IS-gebied, maar ook in het Westen. Het is ook een vraag waarop vaak gemakkelijk antwoorden gegeven worden, die niet juist, of op z’n best gedeeltelijk juist zijn. Jihadisten zijn lang niet altijd werkeloos of laaggeschoold, gefrustreerde of avontuurlijke pubers, of psychisch zieke figuren. Wat jihadisten wél delen, is een zeer radicale interpretatie van de islam, waarin geweld gelegitimeerd is.
Het boek bevat een voorwoord van [Jason Walters](https://nl.wikipedia.org/wiki/Jason%5FWalters?ref=deatheist.nl), een voormalig lid van de Hofstadgroep. Na een jarenlange gevangenistijd en het volgen van meerdere opleidingen, heeft hij zijn extremistische gedachtegoed afgezworen. Hij geeft een interessante kijk in het leven van een jihadist, waaronder ook wat zijn drijfveren waren. Zo geeft hij aan dat het jihadisme “ingebed is in de wereld van de orthodoxe islam” en “bovenal een diepreligieus fenomeen” is (p. 9).
Het boek zelf begint met een korte geschiedenis van het Nederlandse jihadisme. Jihadisten hangen het jihadi-salafisme aan, een stroming die niet alleen zeer orthodox in de leer is (salafisme), maar daarnaast bereid is geweld te gebruiken om hun gedachtegoed te verwezenlijken (jihadisme). Niet alle salafisten zijn jihadisten, maar delen wel elementen die onverzoenlijk zijn met de democratische rechtsstaat, zoals intolerante denkbeelden over andersgelovigen, vrouwen en een zekere (principiële) afkeer van democratie. Salafisten vormen een [groeiend probleem](http://www.volkskrant.nl/tech/aivd-salafisten-intimideren-gematigde-moslims-dreiging-jihadisten-neemt-toe~a4482842/?ref=deatheist.nl) in ons land. Bekende jihadi-salafistische groepen zijn al-Qaida en Islamitische Staat (IS of ISIS). Het aantal aanhangers van deze overtuiging wordt in Nederland door de AIVD geschat op enkele honderden, en mogelijk meer dan duizend personen die ermee sympathiseren. Deze aantallen lijken klein, maar zijn zorgwekkend gezien het leed dat elke jihadist kan aanrichten, eventueel ook in ons eigen land. Een deel van deze groep is naar Syrië en Irak vertrokken. Bakker en Grol beschrijven verder hoe de stroom van Nederlandse jihadisten naar al-Qaida en Islamitisch Staat zich heeft ontwikkeld.
Daarop volgt een uiteenzetting van academische theorieën over hoe en waarom mensen jihadist worden. Door verschillende onderzoekers worden verschillende (sociale en/of persoonlijke) factoren benadrukt. De oorzaak lijkt niet eenduidig en individuele radicaliseringsprocessen kunnen (sterk) verschillend verlopen. Dit maakt het zo ongrijpbaar, onvoorspelbaar en dus lastig te voorkomen. Op drie niveaus spelen factoren een rol: het externe niveau (politieke, economische en culturele omstandigheden), het groepsniveau (groepsidentificatie en groepsdruk) en het individuele niveau (persoonlijke gebeurtenissen en problemen). De interacties tussen de factoren op deze niveaus zijn complex. Verklaringen voor radicalisering worden vaak gezocht op hoofdzakelijk het externe niveau, zoals armoede en discriminatie, maar dat blijkt onhoudbaar, al spelen deze factoren soms een rol (p. 57-58). Sociale en individuele factoren lijken de belangrijkste rol te spelen.
De kern van het boek bestaat uit de levensverhalen van meerdere Nederlandse jihadisten, waaronder ook enkele moslima’s. Wat vooral opvalt in deze verhalen, is hoe sterk ze van elkaar verschillen. Sommigen hebben een migratieachtergrond, anderen zijn autochtone bekeerlingen. Ook hebben de meesten een normale jeugd gehad en zaten ze niet in een uitzichtloze situatie. Hun motieven om op jihad te gaan, zijn ook niet geheel hetzelfde: bij de een gaat het vooral om weloverdachte ideologische redenen, bij de ander spelen groepsfactoren een belangrijkere rol. De jihadisten hebben uitreispogingen gedaan om de jihad elders te voeren, wat soms mislukte. Een deel van de uitreizigers is in de strijd omgekomen.
Misschien nog wel het interessantste deel van het boek is het laatste, waarin de auteurs de Nederlandse jihadisten bespreken in het licht van de wetenschappelijke literatuur en enkele (vermeende) oorzaken van het Nederlandse jihadisme bespreken die veel gehoord worden. Externe factoren spelen een rol, maar lijken vooral te maken te hebben met de rol van de islam in de maatschappij, zoals het verbod op gezichtsbedekkende kleding, vrijheid om de profeet te beledigen en een principiële afkeer van onze samenleving met al haar vrijheden en gelijkheden. Door hun radicale gedachtegoed sluiten ze dus vooral zichzelf uit. Volgens zowel de onderzoekers als de Nederlandse jihadisten zelf speelt sociaaleconomische achterstand geen rol.
Identificatie met de moslimgemeenschap speelt ook een belangrijke rol in het radicaliseringsproces. De westerse aanvallen op IS worden bijvoorbeeld gezien als een aanval op hun gemeenschap. Andere rollen worden gespeeld door charismatische leiders, geheime huiskamerbijeenkomsten en propaganda op social media, waardoor invloedrijke netwerken ontstaan. Tot slot spelen bij sommige jihadisten persoonlijke omstandigheden als liefde, scheidingen, ruzies en ziekte of dood een rol, maar de auteurs geven hierbij ook toe dat jihadisten hierin niet uitzonderlijk zijn. De auteurs concluderen: “Uiteindelijk was het een persoonlijke, rationele keuze om zich bij een jihadistisch netwerk aan te sluiten en al dan niet naar Syrië te vertrekken. Van dwang was doorgaans geen sprake en van hersenspoeling ook niet.” (p. 229). Als al deze factoren of geen (grote) rol spelen of niet uniek zijn voor jihadisten, wat dan wel?
Een oorzakelijk factor die mijns inziens onderbelicht blijft in het boek, is de rol van de islam: waarom is vrijwel al het religieuze geweld tegenwoordig islamitisch? Waarom radicaliseren christen, boeddhisten of hindoes vrijwel niet? Alle mogelijke factoren die in de literatuur genoemd worden, kunnen immers net zo goed een rol spelen bij niet-moslims. Als sociaaleconomische factoren een rol spelen, waarom radicaliseren de miljoenen christenen in Zuid-Amerikaanse sloppenwijken niet? Of de miljoenen hindoes die een uitzichtloos bestaan leiden in India? Als verbolgenheid over het onrecht in het Midden-Oosten een reden kan zijn, waarom plegen de boeddhisten in Tibet niet massaal aanslagen tegen de Chinese overheid, waardoor ze al jarenlang onderdrukt worden? Ook plegen de joden geen aanslagen tegen de Duitsers en de Vietnamezen (hoofdzakelijk ongelovig of boeddhistisch) niet tegen de Amerkanen, ondanks dat de vreselijke geschiedenis hiervoor aanleiding zou kunnen geven. Charismatische leiders en invloedrijke sociale netwerken komen ook bij andere religies voor. Jongeren die worstelen met persoonlijke problemen of onder invloed van groepen staan, is evenmin voorbehouden aan moslims. Op de vraag waarom sommige moslims radicaliseren, maar andere gelovigen vrijwel niet, wordt helaas niet ingegaan door Bakker en Grol.
In een [eerder stuk](https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/) heb ik al uitgebreid betoogd waarom de islam zelf een groot probleem is. Er zit veel intolerantie en aanleiding tot geweld in de bronnen van deze godsdienst: de Koran, de *Hadith* (overleveringen) en *sira* (vroege biografieën). De meeste moslims nemen deze teksten gelukkig niet letterlijk of lezen ze historiserend (dat gold toen, nu niet meer), maar jihadisten doen dat niet. Ze gaan voor de meest eenvoudige en directe uitleg. Als je er werkelijk van overtuigd bent dat de Koran het letterlijke en opvolgenswaardige Woord van God is en de profeet Mohammed een nastrevenswaardig persoon, dan is het niet vreemd dat je intolerant wordt naar ongelovigen en zelfs bereid bent geweld te gebruiken. Veel ongelovige of liberaal gelovige, seculiere westerlingen hebben vaak grote moeite deze diepreligieuze drijfveer te begrijpen, waardoor ze de oorzaken van radicalisme ergens anders gaan zoeken.
Bakker en Grol benoemen dit probleem met de islam zelf kort, maar serveren het af als een “zeer krachtige mythe” (p. 235). Als argument voeren ze hiervoor op dat religie “lang niet het enige \[is\] wat jihadisten drijft” (p. 236). Dat is ongetwijfeld waar, maar volgens mij zijn er maar weinig mensen die denken dat andere factoren geen enkele rol spelen. Waarom de islam als oorzaak door dit triviale inzicht een mythe zou worden, ontgaat mij. Daarnaast hebben de andere factoren vaak ook indirect met de islam te maken. Zo kan (vermeende) discriminatie en uitsluiting het gevolg zijn van extreme overtuigingen en gedragingen. Groepsinvloeden worden versterkt door een sterke identificatie met de moslimgemeenschap en charismatische geestelijken.
Ook wordt vaak tegengeworpen dat jihadisten oorlogsmisdaden plegen en vooral slachtoffers maken onder andere moslims, zo ook door de auteurs (p. 238). Dit is vanuit ons morele kader inderdaad zo, maar vanuit het radicaal islamitische kader van de jihadisten niet. In hun ogen zijn liberale moslims geen echte moslims, maar ongelovigen (*kuffar*), en die mogen van Allah gedood worden.
Het is belangrijk te benadrukken dat, ondanks deze problematische bronnen, veel moslims in het Westen deze bronnen op een manier interpreteren die niet problematisch is. Dit wordt ook benadrukt door Bakker en Grol (p. 237). Het is evenwel ook van belang te benadrukken dat er tussen deze liberale moslims en jihadisten een groot grijs gebied zit met ideeën die op z’n minst problematisch zijn. Veel moslims die zich afkeren van jihadisten, zijn tegen gelijke rechten voor homo’s en vrouwen, zijn voor de invoering van de sharia (islamitisch recht) en vinden dat geloofsafval strafbaar zou moeten zijn, zoals ik al [eerder](https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/) heb laten zien. Saoedi-Arabië heeft afstand genomen van de terreur van IS, maar hangt wel afvalligen op. Het probleem met de (meer of minder) radicale islam is dus groter dan het probleem met de jihadisten.
Wat is de oplossing voor het jihadistenprobleem? “Een echte kern- of grondoorzaak van het jihadisme is niet te vinden”, schrijven Bakker en Grol, “en daardoor ontbreekt ook de sleutel naar de oplossing” (p. 234). De hierboven besproken veelgehoorde oorzaken blijken niet of slechts beperkt een rol te spelen, maar wat het dan wel is, blijft onduidelijk, ook na het lezen van dit boek. De schrijvers vragen om een “genuanceerd en door kennis ondersteund debat” en hekelen het huidige debat dat “sterk gepolitiseerd en gepolariseerd is” (p. 239). Rechts komt met het afpakken van paspoorten of het verbieden van het salafisme, links met sociaaleconomische ‘oplossingen’. Bakker en Grol lijken beide kanten af te wijzen, maar komen zelf ook met weinig concrete oplossingen. Ze roepen vooral op tot acceptatie van de complexiteit en ruimte voor verschillende probleemanalyses en de daaruit voortkomende oplossingen (p. 243). De jihadistische beweging moet goed in kaart worden gebracht om vervolgens met een persoonsgerichte aanpak de risico’s te beperken, eventueel met juridische maatregelen. Goed inlichtingenwerk is uiteraard ook belangrijk. Ondanks deze maatregelen is het naïef te denken dat we het risico tot bijna nul kunnen reduceren, aldus de auteur. Wel relativeren zij het probleem in Nederland: we hebben slechts één aanslag gehad (Theo van Gogh) en het gaat om een zeer klein percentage van de bevolking. Ik betwijfel of de burger hierdoor gerustgesteld wordt.
Uiteraard onderschrijf ik het belang van bovenstaande punten in de aanpak van het jihadisme. Meer aandacht zou wat mij betreft moeten gaan naar de rol van de islam. Waarom zijn het vrijwel uitsluitend moslims die radicaliseren? Hoe moeten we omgaan met de vele problematische passages in de islamitisch bronnen? Waarom huldigen zo veel moslims, inclusief vooraanstaande geestelijken, opvattingen die strijdig zijn met mensenrechten en de democratische rechtsstaat? Waarom worden meerdere moskeeën in de gaten gehouden wegens radicale predikers, maar geen enkele kerk? Op het stellen van deze vragen heerst nog steeds in veel kringen een taboe, uit politieke correctheid of uit angst om voor ‘islamofoob’ uitgemaakt te worden. Toch moeten deze vragen openlijk gesteld en bediscussieerd kunnen worden. Dit moet vanuit de moslimgemeenschap gebeuren, maar ook door buitenstaanders, want het gaat ons allemaal aan. Daarnaast moeten we waaks zijn op radicale ideeën, zoals het salafisme, en de verkondiging daarvan, en waar nodig juridisch ingrijpen. Het kan niet zo zijn dat onze tolerantie, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, gebruikt wordt voor intolerante ideeën die de democratische rechtsstaat ondermijnen. Dit is een complexe weg die ongetwijfeld de gemoederen lang en hevig zal bezighouden, maar het is de enige manier om de vrije samenleving te beschermen.
### Een les in bescheidenheid
URL: https://www.deatheist.nl/een-les-in-bescheidenheid/
Last updated: 2016-11-04T14:51:06.000Z
Ooit was de mens letterlijk het middelpunt van de wereld. Wie zonder moderne wetenschappelijke kennis op een heldere nacht omhoogkijkt, kan zich dat goed voorstellen. De aarde beweegt niet en de hemellichamen draaien in de hemelkoepel om ons heen. Volgens de Bijbel zijn ze er “om de dag van de nacht te scheiden, en zij zullen als tekenen zijn voor feesttijden, en voor dagen en jaren” (Gen. 1:14). De zon, maan en sterren, speciaal voor ons! Het mensbeeld is antropocentrisch: de mens speelt vanaf het begin van de wereldgeschiedenis een centrale rol, zowel in ruimte als tijd. God slaat dit alles van boven in de hemel gade (Gen. 11:5) en bemoeit zich met de mens: Hij openbaart zich, gebiedt en verbiedt, en wordt regelmatig toornig als Zijn onderdanen zich niet aan Zijn wetten houden. In de Koran is een vergelijkbaar wereld- en mensbeeld te vinden. Hoe anders bleek de wereld in werkelijkheid te zijn! Niet alleen is de aarde niet het middelpunt van de wereld, ze blijkt in het niet te vallen in een schier oneindig universum dat al onvoorstelbaar lang bestaat. Onze zon is slechts 1 ster van de 100-400 miljard sterren, *in ons sterrelstelsel alleen*. Dit sterrenstelsel, de [Melkweg](https://nl.wikipedia.org/wiki/Melkweg%5F%28sterrenstelsel%29?ref=deatheist.nl), is minstens 100.000 lichtjaar groot. Het licht heeft dus al 100.000 jaar nodig om het te doorkruisen, wat neerkomt op een doorsnede van 1.800.000.000.000 kilometer. Volgens [de meest recente schattingen](http://www.universetoday.com/30305/how-many-galaxies-in-the-universe/?ref=deatheist.nl) zijn er in het zichtbare universum 2 biljoen (miljoen keer miljoen) sterrenstelsels. De dichtstbijzijnde daarvan, de [Andromedanevel](https://nl.wikipedia.org/wiki/Andromedanevel?ref=deatheist.nl), staat op een afstand van 2,5 miljoen lichtjaar. Tussen deze sterrenstelsels zit een onvoorstelbare hoeveelheid aan lege en ijskoude ruimte. De plaats van de aarde in dit kosmische geheel is volstrekt onbeduidend, een zandkorrel in de woestijn.En op die zandkorrel ontstond zo’n 200.000 jaar geleden de anatomisch moderne mens: *Homo sapiens*. Dat ook dit op kosmische schaal onbeduidend is, blijkt uit het feit dat het universum al zo’n 13,8 miljard jaar bestaat. Wij bestaan dus 0,0014% van de tijd dat het universum bestaat. Vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden kun je voorzichtig spreken van beschaving. Volgens de traditionele dateringen op grond van de Bijbel is de gehele wereld ongeveer zo oud. Dat is 0,00007% van de tijd dat het universum werkelijk bestaan heeft. Een deel van de sterren dat wij kunnen zien, bestaan al niet meer, maar hun licht is door de grote afstand en de hoge ouderdom nog steeds naar ons onderweg. Wie zich verdiept in [plaattektoniek](https://nl.wikipedia.org/wiki/Platentektoniek?ref=deatheist.nl), hoe bergen groeien en weer eroderen, hoe aardlagen ontstaan en van vorm veranderen, krijgt enig besef van hoe lang de aarde al moet bestaan. Sinds Darwin weten we ook dat de mens niet de kroon op de schepping is, maar slechts een kleine tak aan de immense [Tree of Life](https://en.wikipedia.org/wiki/Tree%5Fof%5Flife%5F%28biology%29?ref=deatheist.nl), ontstaan na 3,5 miljard jaar geleidelijke evolutie door natuurlijke selectie. Dit proces is buitengewoon verspillend en verloopt vaak wreed: roofdieren trekken prooien levend uit elkaar en parasieten vreten andere dieren levend van binnenuit op. De zwaksten leggen als eerste het loodje in de *struggle for existence*. Dit alles is lastig te rijmen met een almachtige en algoede God, die in Genesis over Zijn schepping ook nog eens meerdere malen concludeert “dat het goed was”. De moderne neurowetenschappen hebben overtuigend aangetoond dat al onze gedachten, gevoelens en herinneringen, onze persoonlijkheid en ons bewustzijn uit hersenactiviteit blijken te bestaan. Voor een (letterlijke) geest of ziel is geen plaats meer, ze gaan dezelfde weg als de heks, het [élan vital](https://nl.wikipedia.org/wiki/Vitalisme%5F%28filosofie%29?ref=deatheist.nl) en [flogiston](https://nl.wikipedia.org/wiki/Flogiston?ref=deatheist.nl). Met de dood is het dan ook klaar: [stof zijn we en tot stof zullen we wederkeren](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/). Wat een schril contrast vormt dit moderne wetenschappelijke beeld met het traditionele joods-christelijke beeld dat in de Bijbel te vinden is! De centrale rol die de mens zichzelf toegedicht had, draaide uit op een ongekende ontgoocheling. Hybris bleek het te zijn, een hoogmoed waarop een lange en pijnlijke val volgde. Deze val bleek moeilijk te accepteren voor velen. De immense leegte in ruimte en tijd van de moderne kosmos is voor hen bevreemdend en beangstigend. De Franse filosoof en christen Blaise Pascal verwoordde dit in de zeventiende eeuw al met “Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie.” Ook nu willen velen nog geloven dat het universum er voor óns is, dat dit universum van 13,8 miljard jaar oud en minstens zoveel miljard lichtjaren in doorsnede speciaal voor ons gemaakt is. Getuigt dat idee niet van een ongekende arrogantie? Van een kinderlijk naïeve gedachte dat de wereld om óns draait? En als Hij al de Schepper van dit alles zou zijn, zou Hij dan werkelijk zo kleingeestig zijn om zich druk te maken om wat wij geloven, eten en met wie we het bed delen? Minder traditionele vormen van geloof laten een vergelijkbaar soort antropocentrisme zien. Volgens astrologen beïnvloeden sterren op honderden lichtjaren hiervandaan ons leven. Een gangbaar idee bij spirituelen, onder andere te vinden in [The Secret](https://en.wikipedia.org/wiki/The%5FSecret%5F%28book%29?ref=deatheist.nl), is dat we de wereldse gang van zaken kunnen beïnvloeden door de juiste gedachten de kosmos in te sturen. Of dat het universum samenspant om ons met juist *die* persoon in contact te laten komen, ons *dat* vliegtuig te laten missen dat later zou neerstorten, of *deze* storm aan ons voorbij te laten trekken. Wat een aanmatigend egoïsme! In deze kringen houdt het met de dood ook niet op: onze ziel blijft voortbestaan in de hemel of reïncarneert in een volgend leven. Het kan toch niet waar zijn dat wij zomaar ophouden te bestaan? Dat de wereld verder draait alsof wij er nooit zijn geweest?Voor mij is wat de moderne wetenschappen ons hebben geleerd één grote les in bescheidenheid. Een ontnuchtering van het egocentrisme dat we onszelf aangepraat hebben. Het leren accepteren dat je slechts een klein onderdeel bent van een gigantisch geheel, een microbe op een zandkorrel in de woestijn. Het is een gevoel onderdeel te zijn van iets veel groters, maar dat geen bedoelingen met ons heeft en waarin wij geen speciale plaats hebben. Dat geeft vrijheid, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee, voor onszelf en de rest van de wereld. De mens is onderdeel van de natuur: daaruit is hij ontstaan en daar zal hij weer tot vergaan. Ons bestaan is nietig, of in de woorden van [Prediker](https://nl.wikipedia.org/wiki/Prediker%5F%28boek%29?ref=deatheist.nl): *ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid!*Onze dagen onder de zon zijn beperkt, en juist daardoor waardevol. Het is de dood die het ogenblik en het leven zijn schoonheid verleent. Het besef dat we op kosmische schaal onbeduidend en vergankelijk zijn, stemt tot nuchterheid en waardering van het leven. Die gedachte en de ervaring daarvan onder de sterrenhemel, roept in mij verwondering, ontzag en bescheidenheid op. Je zou het een vorm van spiritualiteit kunnen noemen, maar wel een zeer aardse.
### Dinodino.nl: antiwetenschappelijke christelijke propaganda voor kinderen
URL: https://www.deatheist.nl/dinodinonl-antiwetenschappelijke-christelijke-propaganda-voor-kinderen/
Last updated: 2016-06-27T14:03:32.000Z
[Dinodino.nl](http://dinodino.nl/?ref=deatheist.nl) is een nieuwe site over dinosauriërs, speciaal gericht op kinderen. Zij zullen daar echter niet de reguliere wetenschappelijke kennis over dino’s vinden, maar dat de *Flintstones* écht zijn: mensen en dino’s hebben samengeleefd. Dit moet wel zo zijn, want God schiep volgens de auteurs van deze site mensen en dino’s in dezelfde week, een paar duizend jaar geleden. Dat weten ze omdat dat zo in de Bijbel staat, dus is het waar – ook al zijn er [bergen bewijs](https://www.deatheist.nl/fossielen-en-hoe-ze-evolutie-bewijzen-een-recensie-van-prothero-s-evolution/) voor het tegendeel. Dus geen miljoenen jaren, geleidelijke evolutie en een asteroïde-inslag 66 miljoen jaar geleden, maar [Adam & Eva, de zondeval, en natuurlijk Jezus](http://dinodino.nl/?p=1935&ref=deatheist.nl). De dino’s zijn uitgestorven [door de zondvloed](http://dinodino.nl/?p=359&ref=deatheist.nl), die de gehele aarde bedekt zou hebben. Dat is althans wat deze christenfundamentalisten kinderen wijs willen maken.
Ze lijken mee te willen draaien op het succes van de populaire dinoplaatjes van de Albert Heijn. Dat de AH hierbij uitgaat van de wetenschappelijke consensus, moet de makers van dinodino.nl een doorn in het oog zijn, want onze kinderen groeien zo op met on-Bijbelse ideeën, met alle goddeloosheid van dien. Daarbij nemen ze het echter niet zo nauw met de waarheid. De huidige consensus onder biologen en paleontologen is dat dinosauriërs zo’n 230 miljoen jaar geleden ontstonden, en grotendeels [uitstierven](https://en.wikipedia.org/wiki/Cretaceous%E2%80%93Paleogene%5Fextinction%5Fevent?ref=deatheist.nl) rond 66 miljoen jaar geleden, waarbij een grote [asteroïde-inslag](https://en.wikipedia.org/wiki/Chicxulub%5Fimpactor?ref=deatheist.nl) in de Golf van Mexico een grote rol speelde. Ik schrijf dat de dino’s *grotendeels* uitgestorven zijn, want tegenwoordig is er [zeer sterk bewijs](http://science.sciencemag.org/content/346/6215/1253293?ref=deatheist.nl) dat alle moderne vogels afstammen van een groep dinosauriërs ([theropoden](https://nl.wikipedia.org/wiki/Theropoda?ref=deatheist.nl), waartoe ook de beroemde *Tyrannosaurus rex* behoort). Biologen classificeren vogels daarom als dinosauriërs. Wij zijn dus nog steeds omringd door een niet uitgestorven groep dino’s! De moderne mens is pas zo’n 200.000 jaar geleden ontstaan, dus die heeft de (niet-vogel) dinosauriërs helaas nooit kunnen bewonderen. De auteurs van dinodino.nl moeten van dit alles echter niets hebben, want het komt niet overeen met de Bijbel. Zo menen ze dat er allerlei aanwijzingen zijn dat dino’s en mensen gelijktijdig geleefd hebben. Een van hun [argumenten](http://dinodino.nl/?p=1820&ref=deatheist.nl) daarvoor is dat “er verhalen, tekeningen, beeldjes en inscripties over draken bekend zijn”. Hetzelfde geldt voor weerwolven, vampiers, kabouters en combinaties van mens en dier (zoals de [sfinx](https://nl.wikipedia.org/wiki/Sfinx%5F%28mythologie%29?ref=deatheist.nl) of [centaur](https://nl.wikipedia.org/wiki/Centaur%5F%28mythologie%29?ref=deatheist.nl)). Bewijst dit ook dat deze wezens bestaan hebben? Ook zijn er tekeningen, beeldjes en sculpturen gevonden van vierpotige beesten met lange nekken, maar die zijn te vaag om er daadwerkelijk een dino in te zien of kloppen ze niet met hoe dino’s er werkelijk uitzagen. Ook zijn sommige van die beeldjes [vrij recent](http://www.talkorigins.org/indexcc/CH/CH710%5F1.html?ref=deatheist.nl) gemaakt, waardoor ze niets bewijzen. Mogelijk hebben gevonden skeletten van dinosauriërs (die zijn al eeuwen bekend) de mythen over draken en andere mythologische wezens geïnspireerd, maar dit is geen enkel bewijs dat een mens ooit een levende dino gezien heeft. Tegen de bergen evidentie dat vogels afstammen van een groep dinosauriërs, wordt simpelweg [de Bijbel in stelling gebracht](http://dinodino.nl/?p=346&ref=deatheist.nl): “Maar als we in Gods Woord naar de waarheid gaan zoeken, ontdekken we dat dit niet mogelijk is. Waarom niet? Omdat de vogels – de vliegende dieren – op de vijfde dag geschapen zijn. En de meeste dinosaurussen zijn landdieren en dus op de zesde dag geschapen. Dus dinosaurussen zijn later geschapen dan de vogels, en kunnen zich dus niet ontwikkeld hebben tot vogels!” Daar is geen wetenschappelijk bewijs tegen gewassen. Ze [menen](http://dinodino.nl/?p=346&ref=deatheist.nl) ook dat dino en vogel “totaal verschillende soorten dieren zijn”. Hebben ze nooit het skelet van de vogel [Archaeopteryx](https://www.google.nl/search?q=archeopteryx+skeleton&client=safari&rls=en&biw=1600&bih=839&source=lnms&tbm=isch&sa=X&sqi=2&ved=0ahUKEwiDkPiRtMjNAhVnDsAKHYf2CpAQ%5FAUIBigB#imgrc=izj5F--RMueuWM%3A) vergeleken met dat van de dino [Compsognathus](https://www.google.nl/search?q=Compsognathus&client=safari&rls=en&source=lnms&tbm=isch&sa=X&ved=0ahUKEwjH0Y6%5F1MbNAhVGbxQKHegfCaoQ%5FAUICCgB&biw=1440&bih=839#tbm=isch&q=Compsognathus+skeleton)? Wetenschappers hadden aanvankelijk moeite om ze uit elkaar te houden, en om begrijpelijke redenen. Ook wordt niet verteld dat veel theropode dino’s [veren](https://en.wikipedia.org/wiki/Feathered%5Fdinosaur?ref=deatheist.nl) hadden (ooit hét kenmerk voor vogels) en dat moderne vogels nog steeds in staat zijn [tanden te ontwikkelen](http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0960982206000649?ref=deatheist.nl), ook al gebeurt dit gewoonlijk niet. Theropode dino’s haalden adem op een [vergelijkbare manier](http://onlinelibrary.wiley.com/store/10.1002/ar.20989/asset/20989%5Fftp.pdf;jsessionid=C4488B3801A6AB2F95716B1D8061551F.f03t01?v=1&t=ipx4p7a9&s=48f8028b7744dbd1e31aac4c515577ec5b978f26&ref=deatheist.nl) als moderne vogels, in tegenstelling tot wat op de site staat. Dat “er gewoon te veel verschillen” zijn, is dan ook flauwekul: de overeenkomst tussen (theropode) dinosauriërs en vogels zijn [overweldigend](https://en.wikipedia.org/wiki/Origin%5Fof%5Fbirds?ref=deatheist.nl#Features%5Flinking%5Fbirds%5Fand%5Fdinosaurs)! Het ontstaan van de vogels uit een groep dinosauriërs is een prachtig voorbeeld van evolutie dat ondersteund wordt door vergelijkende anatomie en fysiologie, fossielen, genetica en embryologie. Op de site zijn een hoop standaard creationistische argumenten te vinden. Ze zijn al [zo vaak weerlegd](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl) dat ze door vrijwel geen enkele bioloog of geoloog serieus worden genomen. Er is [geen bewijs](http://www.talkorigins.org/origins/faqs-flood.html?ref=deatheist.nl) voor de zondvloed, en zo'n wereldwijde vloed zou ook [hoogst problematisch](http://www.talkorigins.org/faqs/faq-noahs-ark.html?ref=deatheist.nl) zijn. Ook wordt er beweerd dat er "zacht, ongefossiliseerd weefsel \[is\] gevonden in dinobeenderen", maar dat is misleidend. Dit [weefsel](http://science.sciencemag.org/content/307/5717/1952?ref=deatheist.nl) is niet zacht *gevonden*, maar is weer zacht *gemaakt* door de (harde) mineralen van het fossiel te verwijderen. De vondst is desalniettemin bijzonder omdat men niet had verwacht dat weefsel zo goed geconserveerd kon blijven in een fossiel. Wetenschappers [snappen steeds beter](https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3866414/?ref=deatheist.nl) hoe dit mogelijk is. Ook is het misleidend om te [stellen](http://dinodino.nl/?p=1820&&ref=deatheist.nl) dat er "rode bloedcellen" in deze botten zijn gevonden, terwijl het hier *mogelijk* gaat om *gefossiliseerde resten* van bloedcellen. Dat deze botten, ondanks het goed geconserveerde weefsel, zeer oud zijn, blijkt uit de datering van de aardlagen die volledig onafhankelijk gebeurt van het fossiel. Ook wordt er beweerd dat er resten van koolstof-14 (C14) is aangetroffen in dinoresten van 65 miljoen jaar oud, wat onmogelijk zou moeten zijn. Hier wordt geen bron bij vermeld, maar het is bekend dat de C14-methode om [verschillende redenen](http://www.talkorigins.org/indexcc/CD/CD011.html?ref=deatheist.nl) onbetrouwbaar kan zijn. Dit geldt voor elke methode die niet goed wordt toegepast. Experts weten dit en houden er rekening mee, maar creationisten gaan er prat op methodes verkeerd te gebruiken of onbetrouwbare data aan te voeren. Het Logos instituut zit achter de site dinodino.nl. Dit is een club zeer orthodoxe christenen die als [motto](http://logos.nl/logos-instituut/?ref=deatheist.nl) hebben: "De Bijbel. De bron van kennis over ons verleden, ons heden en onze toekomst." Op die site publiceren ze regelmatig creationistische artikelen. Je kunt daarop reageren, maar mijn ervaring is dat reacties die hun niet bevallen worden gecensureerd. Ze willen "vertrouwen in de historiciteit en betrouwbaarheid van de Bijbel bevorderen". Hun conclusie staat dus al vast: de Bijbel is volledig historisch betrouwbaar. Wie werkt met conclusies die vooraf al vaststaan, bedrijft geen wetenschap, maar dogmatische geloof. De auteurs van dinodino.nl wensen de lezers een “open mind” toe, maar zelf staan ze totaal niet open voor alles wat niet overeenkomt met (hun lezing van) de Bijbel. Het is triest dat ze deze dogmatisch propaganda nu ook op kinderen loslaten.
### Het échte conflict: nog steeds tussen wetenschap en religie
URL: https://www.deatheist.nl/het-echte-conflict-nog-steeds-tussen-wetenschap-en-religie/
Last updated: 2016-06-19T13:34:25.000Z
Het idee dat wetenschap en religie met elkaar in conflict zijn, is een idee dat onder veel mensen leeft. Het wordt verkondigd door wetenschappers als Richard Dawkins en Dick Swaab in populairwetenschappelijke werken, maar ook doorwrochter door filosofen als Herman Philipse (2012). Ook ik heb deze stelling verdedigd (Klink, 2012). Volgens de invloedrijke christelijke godsdienstfilosoof Alvin Plantina is deze stelling echter onhoudbaar. Het conflict tussen religie en wetenschap is volgens hem oppervlakkig en ogenschijnlijk; het échte conflict zit tussen wetenschap en naturalisme, de filosofische opvatting dat het bovennatuurlijke niet bestaat – God incluis. Dit verdedigt hij in *Where the Conflict Really Lies: Science, Religion, and Naturalism* (Oxford UP, 2011), in het Nederlands vertaald als *Het echte conflict: wetenschap, religie en naturalisme* (Buijten en Schipperheijn, 2014). Citaten in deze recensie komen uit deze vertaling. De Nederlands filosoof en aanhanger van Plantinga’s gedachtegoed René van Woudenberg schrijft in het *Ten geleide* dat het boek glashelder, argumentatief en analytisch erg sterk, goed gedocumenteerd en met humor en gratie geschreven is. Ik denk daar anders over.
**Problemen met evolutie**In het eerste deel van het boek gaat Plantinga in op het vermeende conflict tussen religie en wetenschap. Hierbij probeert hij schepping en goddelijke interventie (wonderen) met het wetenschappelijke wereldbeeld te rijmen. Plantinga heeft weinig problemen met het accepteren van een oude aarde, gemeenschappelijke afstamming van al het leven en de evolutiemechanismen die evolutiebiologen daarvoor verantwoordelijke houden (hoofdzakelijk mutatie en natuurlijke selectie). Hij is dus zeker geen jonge-aarde-creationist, maar hij heeft wel veel moeite met de bewering dat evolutie *ongericht* is, zoals moderne evolutiebiologen menen. Dit houdt in dat er geen plan aan evolutie ten grondslag ligt: evolutie kent geen doel, zoals de mens. Als de ruim 3,5 miljard jaar evolutie van het leven op aarde nogmaals zou plaatsvinden, zou het leven er waarschijnlijk heel anders uitzien volgens de beroemde evolutiebioloog S.J. Gould. Dit is uiteraard strijdig met het idee van een voorzienende God die mensen wil scheppen, zoals ook Plantinga ziet. Hij meent dan ook dat we geen goede redenen hebben om te denken dat evolutie inderdaad ongericht is: God kan evolutie prima gestuurd hebben, zodat wij hier nu onvermijdelijk zijn. Meerdere argumenten wijzen er echter op dat dit *onwaarschijnlijk* is.
In de eerste plaats is er geen evidentie die wijst op sturing, terwijl dit gemakkelijk had gekund. Mutaties hadden duidelijk gericht kunnen plaatsvinden, zodat natuurlijke selectie niet zo veel onfortuinlijke mutanten hoeft te verspillen. Evolutie had eigenschappen kunnen opleveren die het leven minder wreed maken (zoals pijnstilling bij zinloos leed), of minder wrede organismen kunnen produceren (zoals geen parasieten die dieren levend van binnenuit opeten). *Survival of the kindest* had het motto kunnen zijn, in plaats van *survival of the fittest*. Ten tweede is er geen evolutionaire tendens zichtbaar richting een mensachtig wezen. De dinosauriërs hebben de aarde 165 miljoen jaar bewoond (vogels niet meegerekend), zonder dat een mensachtig dier evolueerde. Buideldieren bestaan ook al 65 miljoen jaar zonder dat daartussen een mensachtig dier is ontstaan. Ten derde is het vreemd dat als het doel van Gods schepping een mensachtig wezen is, dit wezen pas ontstaat in de laatste 200.000 jaar van een heelal dat al 13,8 miljard jaar bestaat (dat is 0,0014%!). Waarom niet de zesdaagse schepping een paar duizend jaar geleden, zoals men eeuwenlang heeft geloofd op grond van de Bijbel? Alles wijst erop dat evolutie niet doelgericht is, maar *contingent*: onder andere omstandigheden had het heel anders kunnen lopen. Massale uitstervingsgolven, onder andere de astroïde-inslag 65 miljoen jaar geleden, spelen daarbij een belangrijke rol. Dit wordt ook verder ondersteund door de langdurige bacterie-experimenten van de groep van Richard Lenski (Blount et al., 2008).
Natuurlijk kun je tegenwerpen dat een doel achter deze schijnbare doelloosheid (ongerichtheid) niet *uitgesloten* is, en sommige theologen beweren dat ook. Ook Van Woudenberg & Rothuizen‐van der Steen (2015) beweren dat goddelijke voorzienigheid en de (schijnbare) ongerichtheid van evolutie *logisch compatibel* zijn, maar gaan voorbij aan het bovengenoemde waarschijnlijkheidsargument. Je kunt ook niet uitsluiten dat Poseidon aardbevingen veroorzaakt *door middel van* plaattektoniek; ook dat is een *logische* mogelijkheid. De vraag is evenwel hoe *waarschijnlijk* dit is, of we goede redenen hebben om iets dergelijks aan te nemen. Uit het bovenstaande blijkt dat er veel evidentie is voor ongerichte evolutie, terwijl niets wijst op gerichte evolutie. Het is daarmee zeer waarschijnlijk dat het contingent is dat er na ruim 3,5 miljard jaar aan de immense *Tree of Life* 200.000 jaar geleden een klein takje ontstond, genaamd *Homo sapiens*. Evolutie is daarmee wel degelijk in strijd met goddelijke voorzienigheid, of God is een meester in het misleiden van biologen.
Naast de ongerichtheid van evolutie zijn er nog meer problemen voor de traditionele christen die zijn geloof wil verzoenen met de moderne evolutiebiologie, zoals ik eerder uitgebreid betoogd heb (Klink, 2009). Ik benoem ze hier kort. Door wetenschappelijke ontwikkelingen blijkt de historiciteit van Genesis onhoudbaar, wat afbreuk doet aan het Schriftgezag. De Bijbel en de christelijke traditie gaat uit van een duidelijk onderscheid tussen (een bezield) mens en (zielloos) dier, maar evolutionair gezien is dat er niet. De zondeval is een mythe en kan dus ook niet gebruikt worden als theodicee (de schepping was goed, maar is door menselijke ongehoorzaamheid vervallen). Ook is probleem van het lijden veel groter geworden door evolutie. Voor het inzicht dat de natuur *red in tooth en claw* is, “was geen Darwin nodig” (p. 54), meent Plantinga. Hij bagatelliseert het probleem echter. Vóór Darwin wisten we niet dat verspilling, wreedheid en leed *inherent* is aan het leven. Volgens Plantinga kan God hiervoor goeden redenen hebben (hij verwijst in een noot naar literatuur hierover), maar die hebben [allemaal hun problemen](Het%20leed%20in%20de%20wereld%20en%20Gods%20bestaan). De *free will defense* werkt zeker niet voor het evolutionaire leed. Vóór Darwin was de zondeval nog een enigszins aanvaardbare verdediging: Gods schepping wás goed, maar is door menselijke zonde in verval geraakt. Sinds de tijd van Darwin weten we ook dat dieren die kunnen lijden veel langer bestaan dan wat men dacht op grond van de Bijbel (zoogdieren bestaan al zo’n 200 miljoen jaar). Plantinga geeft geen overtuigend antwoord op al deze problemen. Als de wetenschappen hadden bevestigd wat men eeuwenlang op grond van Genesis dacht (en niets staat dat in de weg), waren al deze probleem er voor de christen niet geweest en had juist de naturalist een groot probleem gehad.
**Goddelijke interventie**In hoofdstuk 3 verzet Plantinga tegen het idee – overgenomen door veel theologen – dat de natuurwetenschappen laten zien dat het universum causaal gesloten is. De behoudswetten zeggen dat in een gesloten systeem bepaalde grootheden (zoals impuls en energie) behouden blijven, en deze wetten zijn zeer goed bevestigd. Hier lijkt dus weinig ruimte te zijn voor een interveniërende God die de natuurlijke orde doorbreek om wonderen te verrichten. Volgens Plantinga impliceren de natuurwetten echter niet dat het gehele universum gesloten is, waardoor God wel degelijk *kan* interveniëren (p. 73). Dat is waar, maar alleen in de triviale zin dat dit een *logische mogelijkheid* is: de causale geslotenheid *kan* doorbroken door de Almachtige. Ook nu weer is echter de interessante vraag of we goede redenen hebben om aan te nemen dat dit *inderdaad* gebeurt. Wederom hebben we goede redenen om te denken dat dit niet zo is (de behoudswetten zijn zeer goed bevestigd en nooit weerlegd). Volgens Plantinga is de causale geslotenheid van het universum slechts “een filosofische of theologische aanname” (p. 74), maar dat is onjuist: het is de (uiteraard tentatieve) conclusie van al het natuurkundig onderzoek naar de behoudswetten. Onze achtergrondkennis pleit dus tegen goddelijke interventie, waardoor Plantinga met zeer sterke evidentie moet komen voor zijn goddelijk ingrijpen. Dat doet hij echter niet. **Wetenschappelijke ondermijners**In deel twee gaat Plantinga in op de vraag in hoeverre evolutionair-psychologische verklaringen van religie en de historisch-kritische Bijbelwetenschap het christelijk geloof ondermijnen. Evolutionair-psychologische verklaringen zijn alleen problematisch als ze aantonen dat het geloof van de gelovige “niet door waarheidszoekende cognitieve processen wordt voorgebracht” (p. 125). Daarin heeft hij gelijk, maar volgens hem is dit ook niet het geval. Vanuit het wetenschapsveld *cognitive science of religion* (CSR), dat zich bezighoudt met wetenschappelijke verklaringen van religie, hebben we evenwel redenen om anders te denken. In een overzichtsartikel bespreken Willard & Norenzayan (2013) cognitieve mechanismen die religieuze overtuigingen kunnen verklaren. Deze mechanismen (die evolutionair goed te verklaren zijn) maken allerhande religieuze overtuigingen (zoals dat lichaamloze geesten bestaan) *intuïtief* aannemelijk, ook al zijn ze *rationeel* niet te rechtvaardigen. We hebben dus goede redenen om te denken dat op zichzelf zinvolle cognitieve mechanismen onbetrouwbaar zijn in het rechtvaardigen van religieuze overtuigingen (ze zijn *op dit gebied* niet waarheidzoekend). Wetenschappelijke verklaringen van religie werken hierdoor wel degelijk ondermijnend. Daarnaast maken ze God als extra onderdeel van de verklaring overbodig. Een bijkomend voordeel van dergelijke zuiver naturalistische verklaringen is dat ze de overtuigingen van meerdere godsdiensten kunnen verklaren, en dus niet aan *special pleading* doen. Plantinga zal moeten uitleggen waarom de waarheidminnende christelijk God het grootste deel van de wereldbevolking onjuiste overtuigingen heeft gegeven. Dit doet hij door zich te beroepen op de *sensus divinitatis*, een soort goddelijk waarnemingsorgaan dat alleen correct werkt bij christenen. Dit is echter een problematische ad-hocverklaring (Fales, 2003).
Ook meent Plantinga dat de christen niet veel te vrezen heeft van historisch-kritisch Bijbelonderzoek. Dergelijk onderzoek *veronderstelt* namelijk dat de Bijbel niet goddelijk geïnspireerd is en wonderen niet bestaan (dit noemt hij sterk methodologisch naturalisme) of dat we dit niet mogen aannemen als Bijbelwetenschapper (zwak methodologisch naturalisme, p.145). De gelovige heeft hier niet veel van te vrezen, want *als gelovige* hoeft hij dit methodologisch naturalisme niet aan te nemen, het is immers slechts een vooronderstelde methodologische beperking voor de wetenschapper. Ofschoon deze opvatting over methodologisch naturalisme als *intrinsieke* of *vooronderstelde* beperking van wetenschap populair is, valt er een hoop op af te dingen (Boudry et al., 2010). We kunnen veeleer stellen dat het naturalisme in de wetenschap, ook in het Bijbelonderzoek, aangenomen wordt omdat er geen goede evidentie is voor goddelijk ingrijpen. Het historisch-kritisch Bijbelonderzoek heeft juist *laten zien* dat de Bijbel mensenwerk is: het boek zit vol tegenstrijdigheden, natuurwetenschappelijke en historische onjuistheden, mythologie en de overlevering van de manuscripten is vaak onbetrouwbaar (Ehrman 2005; 2009; Loftus 2010). Op die manier werkt historisch-kritisch Bijbelonderzoek wel degelijk ondermijnend: ze maakt aannemelijk dat de Bijbel een verzameling literaire werken is van mensenhanden. Wederom had dit gemakkelijk anders kunnen zijn: er had ondubbelzinnige natuurwetenschappelijke kennis in kunnen staan die de Bijbelschrijvers onmogelijk zelf hadden kunnen weten, er hadden gedetailleerde en ondubbelzinnige voorspellingen in kunnen staan die later bevestigd werden of de manuscripten hadden op miraculeuze wijze feilloos overgeleverd kunnen worden. Dit had de Bijbel als openbaring Gods plausibel gemaakt en de naturalist in de problemen gebracht, maar dit is niet het geval.
**Goddelijk ontwerp?**Deel 3 van het boek gaat over de harmonie tussen wetenschap en theïstisch geloof, waarbij hij als eerste ingaat op ontwerpargumenten: finetuning van het universum en intelligent design in de biologie. Beide ontwerpargumenten zijn stevig bekritiseerd (Everitt, 2004; Oppy, 2006, Philipse, 2012). Plantinga zelf erkent de problemen met het finetuning-argument en meent dat het slechts “een heel klein beetje steun voor theïsme geeft” (p.174). Mijn grootse problemen met dit argument is dat theïsme óf te vaag is om überhaupt te kunnen dienen als een verklaring voor de vermeende fijne afstemming van het heelal (theïsme *sec*), óf onwaarschijnlijk wordt. Dit laatste is het geval als theïsme een gedetailleerde invulling krijgt, zoals in het christelijk geloof, met een God die intelligente wezens wil scheppen met wie Hij kan communiceren. Waarom creëert Hij dan een universum dat voor 99,9986% van de tijd niet zulke wezens heeft? Waarom is het universum zo schier oneindig groot – veel groter dan we ooit zullen kunnen waarnemen – en is leven daarin zo schaars, zeker het soort leven dat de christelijke God wil scheppen? Houdt God niet eigenlijk meer van zwarte gaten, die immers een veel prominentere plaats in het universum innemen? Wat zegt de immense hoeveelheid leed en verspilling gedurende miljoenen jaren over de aard van de Ontwerper? Kunnen we op grond van de toestand van het heelal niet beter concluderen dat de Ontwerper ervan een amateur moet zijn, een demiurg of een machtige demon misschien?
Dat Plantinga zich beroept op onherleidbare complexiteit, een centraal concept in de Intelligent Design-beweging, is verbazingwekkend: dit argument is ondertussen al jaren overtuigend weerlegd en de ID-beweging wordt door biologen gezien als pseudowetenschap (Young & Edis, 2006). Plantinga speekt liever niet van een ontwerp*argument*, maar van een ontwerp*discours*: we nemen veeleer ontwerp waar dan dat we dat beredeneren. We beredeneren ook niet dat een ander mens een bepaalde mentale toestand heeft, dat nemen we waar. Zo is het volgens Plantinga ook met het ontwerp in de natuur. Maar is deze methode hier te rechtvaardigen? Nee, en wel om twee redenen. Als eerste hebben we een psychologische bias om ontwerp waar te nemen waar dat er niet is (Willard & Norenzayan, 2013). Ten tweede is evolutie goed in staat om de *schijn* van ontwerp te wekken (Dawkins, 1986). Plantinga ziet deze potentiele ondermijner, maar meent dat evolutionaire wegen naar (onherleidbaar) complexe systemen “in hoge mate nattevingerwerk, riskant, moeilijk te onderbouwen” zijn (p. 199). Dit is echter gebaseerd op Plantinga’s eigen onwetendheid: biologen hebben de afgelopen jaren veel van dit soort wegen in kaart gebracht, gedetailleerd en goed onderbouwd (Young & Edis, 2006; Gregory, 2008).
In het volgende hoofdstuk meent Plantinga dat er een diepe harmonie is tussen het christelijk geloof en wetenschap. Hij meent dat de moderne wetenschap “is ontstaan en tot bloei gekomen in een volslagen christelijk-theïstische omgeving” (p. 210). Blijkbaar heeft hij geen weet van de oude Grieken die, nog vóór het christendom ontstond, al wetenschap *avant la lettre* bedreven (Carrier, 2010). Ook kwam wetenschap pas tot bloei *na* de christelijke Middeleeuwen, in de tijd dat mens zich begon los te maken met de christelijke traditie en Bijbelse autoriteit en zich ging beroepen op empirie en experiment. In diezelfde tijd kwam ook het deïsme en zelfs atheïsme tot bloei. Ook zijn wetenshappers aanzienlijk ongeloviger dan niet-wetenschappers, zeker aan de top (Klink, 2012). Is dit niet vreemd als er zo’n diepe harmonie is tussen het christelijk geloof en wetenschap? Het is waar dat veel prominente vroege wetenschappers gelovig waren en zich hierdoor lieten inspireren, maar dat is verre van aannemelijk maken dat onze wetenschap het directe gevolg is van het christendom.
Ook meent Plantinga dat het feit dat we natuurwetten kunnen begrijpen, goed aansluit bij theïstische religie. Maar waarom snappen veruit de meeste mensen deze wetten dan niet? Waarom hebben we een gedegen natuurkundige scholing nodig om ze te begrijpen, wat maar voor een klein deel van de mensheid mogelijk is? Waarom is onze ‘intuïtieve natuurkunde’ zo aannemelijk, maar toch onjuist? Waarom zijn onze beste natuurkundige theorieën (kwantummechanica en relativiteit) voor de meeste sterfelijken niet alleen onbegrijpelijk, maar ronduit bizar? Voor veruit het grootste deel van de geschiedenis, en nog steeds voor grote delen van de mensheid, is het beeld van de wereld wat je op grond van onze (naturalistische) evolutionaire geschiedenis mag verwacht: effectief om te overleven, maar op een fundamenteler niveau onbegrijpelijk of onjuist. Dat een klein deel van de mensheid nu redelijk begrijpt hoe de wereld op fundamenteel niveau werkt, is te danken aan dat wetenschappers hebben geleerd religieuze bronnen te verruilen voor empirische, en dogma voor scepticisme. Wetenschap heeft kunnen ontstaan *ondanks* het christendom, niet *daardoor*.
**Het echte conflict**Na alle schijnconflicten tussen wetenschap en het christelijke geloof naar eigen zeggen weerlegd te hebben (quod non), komt hij in het laatste hoofdstuk toe aan het daadwerkelijke conflict. Dat zit volgens hem tussen wetenschap en naturalisme, en dat komt doordat er een “diep en onherstelbaar conflict is tussen naturalisme en *evolutie*” (p. 243). Ongeleide evolutie werkt immers ondermijnend voor naturalisme: evolutie is slechts geïnteresseerd in voorplanting, niet in waarheid. Evolutie zorgt ervoor dat ons gedrag is aangepast aan omstandigheden, maar niet “dat er voornamelijk ware of waarschijnlijke overtuigingen uit ontstaan” (p. 247). Blinde evolutie is niet in staat om onze kenvermogens betrouwbaar te maken, waar God dat wel kan. Dit argument is een stokpaardje van Plantinga en onderwerp van een hoop discussie in de filosofische literatuur (zie voor een recente kritiek Boudry & Vlerick, 2014).
Hoe overtuigend is dit argument? Plantinga meent dat of de “\[overtuigings\]inhoud waar is of niet geen verschil maakt voor de fitness” (p. 256). Maar om te overleven en zich voor te planten, maakt het wel degelijk uit of een organisme ware (met de werkelijkheid overeenstemmende) overtuigingen heeft of niet (impliciet of expliciet). Welke dieren gevaarlijk zijn, welke planten eetbaar of giftig, wie te vertrouwen is en wie niet, welk materiaal je kunt gebruiken voor een wapen of kleding, heeft grote consequenties voor de fitness. Overtuigingen worden continu getoetst aan de werkelijkheid om te kunnen overleven. Volgens Plantinga heeft de materialist, die meent dat overtuigingen gerealiseerd worden door het brein, evenwel het volgende probleem: “het is echter krachtens de \[neurofysiologische\] eigenschappen, niet krachtens de inhoud, dat die overtuiging de oorzaak is van wat ze veroorzaakt”. (p. 262). Maar deze tegenwerping is conceptueel verward: volgens de (reductieve) materialist *bestaat de inhoud van een overtuiging uit neurofysiologisch eigenschappen* (activiteit in neuronale netwerken). Het is dus onzinnig om die twee tegen elkaar te zetten, het zijn slechts andere beschrijvingen van hetzelfde. Voor deze materialistische positie dat ons geestelijk leven bestaat uit hersenactiviteit, zijn ook veel meer argumenten aan te voeren dan die Plantinga oppervlakkig bespreekt (p. 249-250) (Musolino, 2015; Martin & Augustine, 2015). Het is zelfs onderdeel van de moderne neurowetenschappen (Bear et al., 2015:24). Dat dit een conflict oplevert met de christelijke ideeën van een ziel en onsterfelijkheid is evident, maar dit wordt verder niet door Plantinga besproken.
Uiteraard is de waarheid van niet elke overtuiging even relevant voor de fitness. Het maakt voor ons overleven bijvoorbeeld weinig uit of de zon ons warmte en licht geeft door verbranding of kernfusie. Ook hebben psychologen ons duidelijk gemaakt dat we vatbaar zijn voor allerhande cognitieve dwalingen (biases) (Kahneman, 2011). Het mooie is echter dat onze hersenen zo complex en plastisch zijn dat we onze overtuigingen kritisch kunnen toetsen en bijstellen, ook de overtuigingen die niet direct relevant zijn voor ons overleven. Dat heeft ons, na eeuwenlang op de schouder van reuzen gestaan te hebben, de huidige wetenschap opgeleverd. Zij levert ons geen feilloze, maar wel behoorlijk betrouwbare kennis van de werkelijkheid, gezien de vele precieze voorspellingen die uitkomen en al de praktische toepassingen (technologie).
Naturalistische (ongeleide) evolutie geeft ons dus reden om te denken dat onze kenvermogens feilbaar zijn (zeker buiten het alledaagse domein) en bepaalde biases hebben, maar niet dat ze volstrekt onbetrouwbaar zijn, zoals Plantinga beweert. We kunnen ze ook toetsen en bijstellen, en dat is precies wat wetenschappers doen. Deze naturalistische epistemologie zou alleen volledig onbetrouwbaar zijn als een kwaadaardige demon (of wellicht een alien of kunstmatige intelligentie) onze kenvermogens structureel zou misleiden (zoals in de film *The Matrix*). Dit geldt dan echter ook voor Plantinga’s christelijke kenvermogen (de *sensus divinitatis*): hoe kan hij die veiligstellen zonder in een cirkelredenering te belanden?
**Conclusie** In *Het echte conflict* probeert Plantinga aan te tonen dat wetenschap en het christelijk geloof prima samengaan en dat het echte conflict bestaat tussen wetenschap en naturalisme. Hij slaagt in geen van beide. Al eerder kwamen ook Herman Philipse (2013) en Maarten Boudry (2013) tot dezelfde conclusie. Plantinga negeert de werkelijke conflicten tussen wetenschap en religie of weerlegt ze niet afdoende. Zijn evolutionaire argument tegen naturalisme doet niet wat het zou moeten doen. Wetenschappelijke ontwikkelingen laten ons steeds meer een naturalistische wereld zien en het naturalisme is ondertussen gemeengoed in de wetenschappelijke wereld. Naarmate onze kennis over de wereld beter is geworden, blijken bovennatuurlijke claims steeds ongeloofwaardiger te worden. Dat is het échte conflict.
**Referenties** Bear, M. F., Connors, B. W. & Paradiso, M. A. (2015). *Neuroscience: exploring the brain* (4th ed.). Wolters Kluwer.Blount, Z. D., Borland, C. Z., & Lenski, R. E. (2008). Historical contingency and the evolution of a key innovation in an experimental population of Escherichia coli. *Proceedings of the National Academy of Sciences*, 105(23), 7899-7906.Boudry, M., Blancke, S., & Braeckman, J. (2010). How not to attack intelligent design creationism: Philosophical misconceptions about methodological naturalism. *Foundations of Science*, 15(3), 227-244.Boudry, M. (2013). Alvin Plantinga: Where the Conflict Really Lies. Science, Religion and Naturalism. *Science & Education*, 1-9\. Boudry, M., & Vlerick, M. (2014). Natural selection does care about truth. International Studies in the Philosophy of Science, 28(1), 65-77\. Carrier, R. (2010). Christianity was not responsible for modern science. in Loftus, J.W. (Ed.) (2010). *The Christian Delusion: Why Faith Fails*. Prometheus Books.Dawkins, R. (1986). *The blind watchmaker: Why the evidence of evolution reveals a universe without design*. WW Norton & Company.Ehrman, B.D. (2005). *Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why*, HarperOne. Ehrman, B.D. (2009). *Jesus, Interrupted: Revealing the Hidden Contradictions in the Bible (And Why We Don't Know About Them)*, HarperOne. Everitt, N. (2004). *The non-existence of God*. Routledge.Fales, E. (2003). Alvin Plantinga's Warranted Christian Belief. *Noûs*, 37(2), 353-370.Gregory, T. R. (2008). The evolution of complex organs. *Evolution: Education and Outreach*, 1(4), 358-389.Kahneman, D. (2011). *Thinking, fast and slow*. Macmillan.Klink, B.J. (2009). The untenability of theistic evolution. http://infidels.org/library/modern/bart\_klink/evolution.htmlKlink, B.J. (2012). Wetenschap vs. religie: een conflict op drie gebieden. http://www.deatheist.nl/downloads/WetenschapvsReligie.pdfLoftus, J.W. (Ed.) (2010). *The Christian Delusion: Why Faith Fails*. Prometheus Books. Martin, M. & Augustine, K. (2015). *The Myth of an Afterlife: The Case against Life After Death*. Rowman & Littlefield Publishers.Musolino, J. (2015). *The Soul Fallacy: What Science Shows We Gain from Letting Go of Our Soul Beliefs.* Prometheus BooksOppy, G. (2006). *Arguing about gods*. Cambridge University Press.Philipse, H. (2012). *God in the age of science?: A critique of religious reason*. Oxford University Press.Philipse, H. (2013). The real conflict between science and religion: Alvin Plantinga’s Ignoratio Elenchis. *European Journal for Philosophy of Religion*, 5, 87-110.Young, M., & Edis, T. (2006). *Why intelligent design fails: A scientific critique of the new creationism*. Rutgers University Press.Willard, A. K., & Norenzayan, A. (2013). Cognitive biases explain religious belief, paranormal belief, and belief in life’s purpose. *Cognition*, 129(2), 379-391.Woudenberg, R., & Rothuizen‐van der Steen, J. (2015). Both Random and Guided. *Ratio*, 28(3), 332-348.
### God uit Nederland
URL: https://www.deatheist.nl/god-uit-nederland/
Last updated: 2016-03-25T11:43:26.000Z
Recentelijk is de uitkomst van een groot onderzoek verschenen over het geloof in Nederland in het boek *God in Nederland* (Ten have, 2016). De onderzoekers Ton Bernts (Radboud Universiteit) en Joantine Berghuijs (Vrije Universiteit) hebben gekeken naar godsdienstige veranderingen in Nederland tussen 1966 en 2015\. Ze hebben zich hierbij vooral gericht op de christelijke godsdienst. De 5% moslims en 1,5% hindoes of boeddhisten zijn niet verder onderzocht. Wel merken de onderzoekers hierover op dat onder moslims nauwelijks secularisering optreedt en dat boeddhisme aan populariteit wint onder autochtone Nederlanders. Het boek bevat een schat aan informatie over de godsdienstige veranderingen. Ik beperkt me hier tot de belangrijkste conclusies.
De grootste conclusie uit het onderzoek is dat Nederland steeds verder seculariseert. Waar in 1966 nog 67% bij een christelijk kerk aangesloten was, is dat in 2015 nog slechts zo’n 25%, en deze christenen vergrijzen. De groeiende en sterk gemêleerde groep die niet aangesloten is bij een kerkgenootschap, noemen de onderzoekers ‘buitenkerkelijken’. Het regelmatig kerkbezoek is eveneens gedaald: van 50% in 1966 naar 12% in 2015; 59% gaat nu nooit meer naar de kerk. Voor raad bij gewetenskwesties ging in 1966 nog 25% naar een geestelijke, nu is dat nog maar 6%.
Dit wil evenwel niet zeggen dat al deze buitenkerkelijken agnosten of atheïsten zijn: 17% beschouwt zich als ongebonden gelovig (geen kerklid, wel gelovig) en 10% als ongebonden spiritueel (niet gelovig, wel spiritueel). Deze groepen zijn echter niet sterk af te bakenen. De grens tussen ‘gelovig’ en ‘spiritueel’ is vaag, en zelfs een atheïst kan spiritueel zijn in de zin dat hij mediteert en aan yoga doet (zoals ikzelf). Ook blijkt dat veel buitenkerkelijken nog wel het maatschappelijke belang van religie inzien, bijvoorbeeld bij belangrijke levensmomenten, behoud van waarden en normen, en opvoeding. Deze rol van religie is echter wel dalende, net als de rol van religie in de politiek, het onderwijs en het openbare leven. Ook het vertrouwen in de kerk is gedaald: anno 2015 staat de wetenschap met stip bovenaan en de kerk onderaan, nog onder de media en politieke partijen. Ook in dit opzicht is er dus sprake van een secularisatie.
Een wat meer godsdienstfilosofische onderverdeling is te zien in de onderstaande tabel. Onder ‘theïsten’ verstaan de onderzoekers mensen die geloven in een God die zich persoonlijk met mensen bezighoudt. ‘Ietsisten’ zijn mensen de geloven in een sturende hogere macht. ‘Agnosten’ zijn mensen die niet weten of God of een hogere macht bestaat en ‘atheïsten’ geloven daar niet in. Opvallend is dat het aantal theïsten sterk is teruggelopen sinds 1966\. Het aantal atheïsten en agnosten is daarentegen sterk gestegen: bij elkaar vormen ze nu meer dan de helft van de Nederlandse bevolking. Ook is opvallend dat het aantal ietsisten aanvankelijk groeide, maar in de laatste jaren weer behoorlijk is afgenomen. Nederland wordt dus niet alleen minder christelijk, maar ook duidelijk ongeloviger. Opmerkelijk is dat de terugloop in het aantal theïsten zelfs binnen de christelijke (theïstische) kerk waarneembaar is: nog maar 17% van de katholieken en 51% van de PKN-leden beschouwt zichzelf als theïst.
| | 1966 | 1979 | 1996 | 2006 | 2015 |
| --------- | ---- | ---- | ---- | ---- | ---- |
| theïsten | 47% | 33% | 24% | 24% | 14% |
| ietsisten | 31% | 40% | 39% | 36% | 28% |
| agnosten | 16% | 18% | 27% | 26% | 34% |
| atheïsten | 6% | 9% | 10% | 14% | 24% |
Er is ook een duidelijk terugloop waarneembaar in het geloof in religieuze opvattingen en gebruiken (bidden, Bijbellezen). Geloof in Jezus als Gods zoon (nu 28%), de Bijbel als het woord Gods (14%) en een leven na de dood (23%) is flink gedaald. Opmerkelijk is dat de hemel een stuk populairder is dan de hel (13% vs. 3%). Vrijwilligerswerk wordt vaker gedaan door kerkelijken, maar het verschil wordt kleiner voor niet-kerkelijk vrijwilligerswerk. Op gebied van betrokkenheid bij maatschappelijke organisaties zijn de verschillen nog weer kleiner.
Het tweede deel van het onderzoek richt zich op geloof en spiritualiteit binnen en buiten de kerken. Hieruit blijkt duidelijk dat grenzen steeds meer vervagen: klassieke godsbeelden en de rol van de kerk worden steeds minder, maar toch blijven veel mensen zich gelovig en/of spiritueel noemen. Zoals ik hierboven al opmerkte, is de groep spirituelen erg divers. Daar vallen mensen onder die geloven in iets ondefinieerbaar hogers (‘er is meer tussen hemel en aarde’, ‘toeval bestaat niet’, ‘energie’), een leven na de dood, reïncarnatie en paranormale zaken. Maar er vallen ook bijvoorbeeld mensen onder die bewust met zingeving bezig zijn en mediteren voor hun geestelijk welbevinden, zonder verder in iets bovennatuurlijks te geloven. Voor sommigen is de verwondering over de natuur ook iets spiritueels. In deze zin kan een atheïst en naturalist ook spiritueel zijn, en sommigen beschouwen zichzelf ook zo (o.a. Sam Harris). Toch heb ik mijn reserveringen bij dat woord, omdat het een zweverige en bovennatuurlijke connotatie heeft (new age, tarot, astrologie, allerhande alternatieve geneeswijzen). Spiritualiteit in zo’n bovennatuurlijke zin is het afgelopen decennium wat afgenomen; de ‘spirituele revolutie’ die sommigen voorspel hadden, is uitgebleven. Geloof in het paranormale is ook afgenomen. Zo geloofden in 2006 met zekerheid 16% in helderzienden, 10% in astrologie en 15% in mediums die met doden menen te kunnen communiceren, in 2015 was dat respectievelijk 7%, 5% en 6%. Het zijn vooral de ongebonden gelovigen en spirituele die hierin geloven.
Opvallend is ook dat behoefte aan zingeving is afgenomen van 2006 naar 2015\. Vooral de seculieren hebben weinig behoefte aan het overdenken van de zin van het leven. Zingeving is uiteraard een breed begrip, dat traditioneel een religieuze invulling kreeg, wat mogelijk de afgenomen interesse hierin verklaart. Toch denk ik dat je als ongelovige hier ook behoefte aan kunt hebben. Nadenken over onze herkomst, de plaats in het universum, de dood, omgang met verdriet en leed, wat een leven gelukkig en waardevol maakt, hoe we met onze medemensen, dieren en het milieu moeten omgaan – dat hoeft geen religieuze invulling te krijgen, maar kan ook opgevat worden als levenskunst. Sterker nog: nadenken hierover lijkt me onontkoombaar voor een intelligent en bewust persoon, en het is noodzakelijk willen we deze overbevolkte planeet leefbaar houden. Ik hoop dan ook dat deze daling in zingevingsbehoefte niet voortkomt uit een toegenomen onverschilligheid, maar uit een verminderde behoeft dit te duiden als zingeving. Zeker hiervan ben ik echter allerminst.
Samenvattend blijkt God dus te verdwijnen uit Nederland, in ieder geval in de traditioneel christelijke zin. Geloof en spiritualiteit worden diffuser en individueler, en steeds meer Nederlanders worden atheïst of agnost. Toch doet het mij ook ergens een beetje pijn. Ik zie mijzelf soms als een culturele christen: ik voel me cultureel verbonden met de Bijbel, christelijke feestdagen, mooie kerkgebouwen, psalmen, de Matthäus Passion en andere vormen van christelijke kunst. Ik zou het jammer vinden als die geheel verdwijnen, of volledig profaan worden. Een interessante vraag is verder hoe dit zich verder zal ontwikkelen. Ik verwacht dat deze trend zich voorlopig zal doorzetten, maar mogelijk niet zo sterk. Ook zal het aandeel van moslims gaan toenemen, niet alleen door immigratie en doordat zij meer kinderen krijgen, maar ook doordat daar (nog?) niet de duidelijke seculariserende tendens waarneembaar is die zo kenmerkend is voor christelijk Nederland de afgelopen decennia.
### Problemen met de islam
URL: https://www.deatheist.nl/problemen-met-de-islam/
Last updated: 2016-01-20T14:23:40.000Z
We leven in een tijd waarin we in West-Europa meer met de islam te maken hebben dan ooit. Het islamitisch terrorisme is een groeiend probleem dat steeds dichter bij huis komt. Islamitische staat (IS) heeft naar eigen zeggen een [kalifaat](https://nl.wikipedia.org/wiki/Kalifaat?ref=deatheist.nl) gesticht, en dat heeft grote gevolgen voor de wereldpolitiek. Mede daardoor komen grote groepen vluchtelingen naar Europa, veelal met een islamitische achtergrond. Het is daarom van belang om het nodige te weten over deze islam: wat zijn de bronnen van deze godsdienst, wat geloven moslims en in hoeverre is dat te rijmen met mensenrechten en een democratische rechtsstaat? Dit zijn onderwerpen waarover zeer veel geschreven is, van orthodoxe moslims tot ongelovige westerse academici, en van populistische politici tot genuanceerde opiniemakers. Hierdoor is een zeer groot veld aan opvattingen ontstaan, waarvan vaak de uitersten de meeste (media-)aandacht krijgen. Wat is hiervan waar? Is deze religie echt zo problematisch als zij soms wordt voorgesteld? In hoeverre is de islam te verenigen met democratie en mensenrechten? Het is lastig een goed en genuanceerd beeld te vormen van wat de islam inhoudt. Sommigen menen zelfs dat je niet kunt spreken van *de* islam. In een zekere zin is dat ook zo: net als in elke andere religie is er een grote verscheidenheid aan opvattingen in tijd en plaats. Deze grote variëteit onder moslims leidt niet zelden tot gewelddadige religieuze conflicten binnen de moslimwereld, waaronder de eeuwenoude [strijd tussen sjiieten en soennieten](http://www.volkskrant.nl/buitenland/waar-komt-de-strijd-tussen-sjiieten-en-soennieten-vandaan~a4218895/?ref=deatheist.nl). Sommige moslims doen zelfs aan *takfir* onder hun geloofsbroeders en -zusters: ze verklaren andere moslims tot *kuffar*, ongelovigen. Niet alleen doen fundamentalistische moslims dat bij hun liberale geloofsgenoten, maar ook liberale moslims menen vaak dat het geweld dat fundamentalisten gebruiken hen tot kuffar maakt. Opmerkelijk genoeg doen zelfs niet-islamitische westerse politici aan takfir als ze menen dat IS-strijders onislamitisch zijn. Blijkbaar menen zij met autoriteit hierover te kunnen spreken. Desalniettemin meen ik dat je, ondanks de verscheidenheid binnen de islamitische wereld, in een aantal opzichten kunt spreken van *de* islam. De Koran neemt voor alle moslims een belangrijke plaats in als een openbaring van God. De profeet Mohammed wordt niet alleen gezien als de laatste gezant van God, maar door veel moslims ook als een navolgenswaardig persoon. De overleveringen (*Hadith*) en vroege biografieën (s*ira*) vormen daarom belangrijke bronnen voor moslims, naast de Koran. Op grond van de Koran en de Hadith is er een islamitisch recht ontstaan: de *sharia*. Binnen de islamitische wereld zijn er verschillende rechtsscholen die verschillende varianten van de sharia hebben ontwikkeld, en als zodanig nog steeds in meer of mindere mate in islamitische landen worden toegepast. Dit geeft dus een aardig beeld van hoe islamitische geleerden de Koran en de Hadith vandaag de dag toepassen. Ook geeft de daadwerkelijk wetgeving en toepassing daarvan in islamitische landen een beeld van hoe de islam vandaag toegepast wordt. Tot slot zijn er nog de uitkomsten van enquêtes onder moslims, gehouden in het Westen of wereldwijd, die een goed beeld schetsen van wat hedendaagse moslims geloven. Al deze bronnen vormen gezamenlijk een goede indruk van de islam, zowel historisch als vandaag de dag. In wat ik hieronder schrijf over de islam, zal ik mij steeds beroepen op deze bronnen. Desalniettemin is dit niet het *enige* beeld van de islam, en zeker niet het enig *mogelijke*. Elke moslim blijft een individu met eigen opvattingen, ook al maakt hij deel uit van een veel grotere gemeenschap en oudere traditie.Dit stuk is niet bedoeld als een inleiding tot de gehele islam, in al zijn historische, geografische, politieke, doctrinaire en rituele facetten. Daarvoor zijn goede inleidingen te vinden, waaronder de gedegen en uitgebreide bundel *In het huis van de Islam*, onder de redactie van Henk Driessen. Ook ontken ik niet dat er positieve kanten aan de islam zitten, zoals de *zakat* (aalmoezen), gemeenschapszin en het Arabisch van de Koran dat erg mooi schijnt te zijn. Hier wil ik vooral ingaan op die aspecten van de islam die problematisch zijn in de huidige wereld, in het bijzonder in het westerse deel daarvan. Aan het einde bespreek ik de vraag of een islam mogelijk is die verenigbaar is met de moderne beschaving. **Bronnen**De twee belangrijkste religieuze bronnen voor de islam zijn de Koran en de Hadith. De sharia is daarop gebaseerd. De Koran, een woord dat 'oplezing' betekent, bestaat uit een verzameling van 114 *soera's* (hoofdstukken) die bestaan uit *ayat* (verzen). De soera's staan niet op chronologische volgorde in de Koran, maar min of meer van lang naar kort (de eerste soera uitgezonderd). De soera's worden wel opgedeeld in [Medinaanse](https://en.wikipedia.org/wiki/Medinan%5Fsurah?ref=deatheist.nl) (geopenbaard in Medina) en [Mekkaanse](https://en.wikipedia.org/wiki/Meccan%5Fsurah?ref=deatheist.nl) (geopenbaard in Mekka), waarbij de Medinaanse later zijn geopenbaard en intoleranter zijn dan de eerdere Mekkaanse. In geval van tegenstrijdigheden overschrijven de latere verzen (of Hadith) meestal de eerdere, een principe dat [naskh](https://en.wikipedia.org/wiki/Naskh%5F%28tafsir%29?ref=deatheist.nl) of *abrogatie* wordt genoemd. Sommige verzen vormen gezamenlijk een verhaal, maar andere hebben geen duidelijke context, waardoor het lastig of onmogelijk wordt een vers 'in context' te lezen. Hierdoor is het soms een kwestie van interpretatie of een vers alleen geldt in een bepaalde historische context of nu nog steeds. Dit is vooral problematisch bij intolerante verzen. Zo zullen jihadisten in bepaalde verzen een aansporing en legitimering van geweld vinden, waar andere moslims menen dat die verzen nu niet meer gelden. Sommige vertalingen bieden voetnoten die enige context verschaffen als de tekst dat zelf niet doet, maar dit blijft interpretatie. Volgens het [traditionele islamitische verhaal](https://en.wikipedia.org/wiki/History%5Fof%5Fthe%5FQuran?ref=deatheist.nl#Origin%5Faccording%5Fto%5Ftradition) openbaarde Allah (simpelweg het Arabische woord voor 'God') vanaf het jaar 610 n.C. via de engel Djibriel (Gabriël) de woorden van de Koran letterlijk aan de profeet Mohammed (ca. 570 - 632 n.C.). Al in vroege tijden zijn deze woorden verzameld en gerangschikt tot de huidige Koran. Doordat God de woorden van de Koran *letterlijk* aan Mohammed geopenbaard heeft, heeft de Koran een zeer gezaghebbende status binnen de islam. Vertalingen hebben dan ook minder gezag dan het Arabische origineel. Ook nu nog nemen zeer grote delen van de wereldwijde islamitische gemeenschap de Koran [letterlijk](http://www.pewforum.org/2012/08/09/the-worlds-muslims-unity-and-diversity-executive-summary/?ref=deatheist.nl). Deze status en lezing van de Koran is hiermee wezenlijk anders dan hoe moderne joden en christenen de (Hebreeuwse) Bijbel lezen. De Bijbel verschilt op een aantal wezenlijke punten van de Koran: de Koran is over een kortere tijd geschreven, is literair minder divers, bevat veel minder verhalen, is wettischer, bevat meer herhalingen en meer directe aansporingen en toespraken door Allah (God) zelf. De Koran kan met al deze verschillen zeker niet gezien worden als een 'islamitische Bijbel'. Ook de positie ervan binnen het geloof is anders dan die van de Bijbel bij christenen. De vergelijking wordt wel gemaakt dat wat Jezus voor de christenen is, de Koran voor de Moslims is: het Woord van God. Daarom ligt kritiek op en ontheiliging van de Koran ook zo gevoelig bij moslims. Het [verbranden van een koran](https://en.wikipedia.org/wiki/Dove%5FWorld%5FOutreach%5FCenter%5FQuran-burning%5Fcontroversy?ref=deatheist.nl) door de christelijke voorganger Terry Jones in 2010 leidde tot ophef en geweld in de moslimwereld. De heilige status van de Koran maakt ook historisch-kritisch onderzoek naar het ontstaan van de Koran lastig, zoals dat wel uitgebreid gedaan is naar het ontstaan van de Bijbel. Dergelijk [seculier en kritisch onderzoek](https://en.wikipedia.org/wiki/History%5Fof%5Fthe%5FQuran?ref=deatheist.nl#Skeptical%5Fscholars) wordt door moslims met argusogen bekeken, als godslasterlijk ervaren of actief tegengewerkt. Het bovengenoemde traditionele verhaal over het ontstaan van de Koran is verwijl zeker met mythe doorspekt, maar een goed uitgewerkte seculiere geschiedenis is er vooralsnog niet. Met de [Hadith](https://en.wikipedia.org/wiki/Hadith?ref=deatheist.nl) worden de overleveringen bedoeld die verhalen over wat Mohammed zei en deed. Ze werden een tijd na Mohammeds dood verzameld tot collecties. Logischerwijs is er de nodige discussie onder moslimgeleerden over welke Hadith het meest betrouwbaar zijn, en verschillende stromingen binnen de islam beroepen zich op hun eigen collecties. Door de [soennieten](https://en.wikipedia.org/wiki/Sunni%5FIslam?ref=deatheist.nl), veruit de grootste stroming binnen de islam (85-90% van alle moslims), worden [zes Hadithcollecties](https://en.wikipedia.org/wiki/Kutub%5Fal-Sittah?ref=deatheist.nl) als canoniek gezien, waarbij die van [Al-Bukhari](https://en.wikipedia.org/wiki/Sahih%5Fal-Bukhari?ref=deatheist.nl) en [Muslim](https://en.wikipedia.org/wiki/Sahih%5FMuslim?ref=deatheist.nl) de hoogste status genieten. Op grond van de Hadith kent men de [soenna](https://en.wikipedia.org/wiki/Sunnah?ref=deatheist.nl), de manier van leven van Mohammed in allerlei aspecten (omgang met anderen, kleding, haardracht, manier van eten enz.). De soennieten danken hun naam hieraan. Orthodoxe moslims willen deze soenna zo veel mogelijk navolgen omdat ze Mohammed zien als een perfect mens. De Koran en de Hadith vormen de belangrijkste bronnen voor de *sharia*, het islamitisch recht. De sharia is geen recht in de moderne, westerse zin, maar is hoofdzakelijk een religieuze plichtenleer die de gelovige voorschrijft hoe hij moet handelen. Naast religieuze zaken gaat de sharia ook over bepaalde strafrechtelijke (zoals diefstal en moord) en familiaire zaken (als overspel, scheiding, erfrecht). Bij veel mensen is de sharia bekend geworden door de lijfstraffen, zoals het afhakken van ledematen bij diefstal (Koran 5:38) en de [doodstraf](https://en.wikipedia.org/wiki/Capital%5Fand%5Fcorporal%5Fpunishment%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl) bij geloofsafval of ontucht (zie hieronder). Ook andere aspecten van de sharia zijn lastig te rijmen met universele mensenrechten, zoals de ongelijkheid van man en vrouw (zie hieronder). Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verleden geoordeeld dat de sharia [onverenigbaar](http://www.icnl.org/research/journal/vol6iss1/special%5F5.htm?ref=deatheist.nl) is met democratie en mensenrechten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat moslims zijn gekomen met hun [eigen mensenrechtenverklaring](https://en.wikipedia.org/wiki/Cairo%5FDeclaration%5Fon%5FHuman%5FRights%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl), in overeenstemming met de sharia. [G](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-beliefs-about-sharia/?ref=deatheist.nl)[rote delen](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-beliefs-about-sharia/?ref=deatheist.nl) van de moslimwereld zien de sharia als goddelijke geopenbaard, menen dat ze maar voor één interpretatie vatbaar is, willen haar als wetgeving van het land en ook doen gelden voor niet-moslims. In het grootste moslimland ter wereld, Indonesië, dat bekend staat als gematigd islamitisch, wil 72% de sharia als officiële wetgeving. Zelfs in West-Europa meent meer dan de helft van de moslims dat [religieuze regels belangrijker zijn dan seculiere wetten](https://www.wzb.eu/en/press-release/islamic-fundamentalism-is-widely-spread?ref=deatheist.nl). Ondanks de goddelijke status van de sharia is er evenwel discussie over de menselijke interpretatie daarvan (*fiqh*). Op grond van verschillende lezingen van de Koran, verschillende Hadith en verschillende rechtstradities zijn er verschillende rechtsscholen ontstaan. De [vier belangrijkste soennitische](https://en.wikipedia.org/wiki/Fiqh?ref=deatheist.nl#Sunni%5Fjurisprudence) zijn de Hanafi, Shafi'i, Maliki en Hanbali. Er is dan ook de nodige discussie onder islamitische rechtsgeleerden over hoe de sharia in deze tijd moet worden geïnterpreteerd en toegepast, maar over veel zaken is brede consensus. Een vertaald en uitgebreid shariahandboek (uit de Shafi'i-rechtsschool) dat recentelijk de goedkeuring heeft gekregen van meerdere islamitische autoriteiten, waaronder die van de zeer gezaghebbende [Al-Azhar-universiteit](https://en.wikipedia.org/wiki/Al-Azhar%5FUniversity?ref=deatheist.nl), is de [Reliance of the Traveller](https://en.wikipedia.org/wiki/Reliance%5Fof%5Fthe%5FTraveller?ref=deatheist.nl). Op grond van het bovenstaande is het duidelijk hoe serieus de sharia wordt genomen in de moslimwereld, van gewone gelovigen tot theologen en rechtsgeleerden. Het is eveneens duidelijk dat de sharia strijdig is met universele mensenrechten en democratisch gekozen wetten. We kunnen hier dus spreken van een groot probleem met de islam. Een ander probleem is dat de sharia over méér gaat dan religieuze zaken, waardoor de scheiding van kerk en staat in het geding komt. **Ongelovigen en de jihad** In de Koran is Allah geobsedeerd door ongelovigen: alle niet-moslims (kuffar). Soms worden deze ongelovigen gespecificeerd tot afgodendienaars en soms tot de joden en/of christen ('de mensen van het Boek'). Op bijna elke pagina van de Koran blijkt Zijn afkeer van de ongelovigen. [Hier](https://en.wikiquote.org/wiki/Qur%27an%5Fon%5Finfidels?ref=deatheist.nl) is een aardig overzicht te vinden. Volgens Allah zijn ongelovigen onbetrouwbaar, huichelaars, onrein, onwetend, hoogmoedig, kwaaddoeners, zondaars, verleiders en willen ze de gelovige van het rechte pad afleiden. Ongelovigheid wordt vereenzelvigd met alles wat slecht is; het zijn "de slechtsten der schepselen" (soera 98:6). Ongelovigen worden vaak niet voorgesteld als *oprecht* ongelovig of andersgelovig, maar wijzen volgens de Koran meestal bewust de islam af, vaak tegen beter weten in. Ook wordt zeer vaak vermeld dat hun een pijnlijke bestraffing wacht: het hellevuur. Dit wordt soms heel plastisch beschreven: "Zij die ongelovig zijn aan onze tekenen \[de Koran\] die zullen Wij \[God\] braden in een vuur. Telkens wanneer hun huid gebakken is verwisselen Wij dit met een andere huid opdat zij de bestraffing smaken. God is waarlijk geweldig en wijs." (4:56). En in soera 22:19-20 lezen we over de ongelovigen: "voor hen worden klederen van vuur uitgesneden terwijl boven hun hoofden het hellekooksel wordt uitgegoten waardoor gesmolten wordt wat in hun buiken is en ook hun huiden." Allah's afkeer van de niet-moslims en Zijn sadistische straffen voor hen krijgen extra kracht door het uitentreuren herhalende karakter ervan, waaraan iemand niet kan ontkomen als hij de gehele Koran leest. Is het vreemd dat de vrome moslim die de Koran serieus neemt als het woord van God een hekel heeft aan ongelovigen? Een boek dat zo veel intolerantie predikt jegens niet-moslims, is niet alleen niet bevorderlijk voor integratie, maar zorgt juist voor segregatie. Dit is vooral een probleem met de islam in een multiculturele maatschappij. Ook is het niet toevallig dat er zo veel antisemitisme onder moslims voorkomt, en dat is veel ouder dan het uitroepen van de staat Israël (1948), want het is al terug te vinden in de [Koran en de Hadith](https://wikiislam.net/wiki/Islamic%5FAntisemitism?ref=deatheist.nl#Antisemitism%5Fin%5FIslamic%5Fscripture). Ook in West-Europa meent bijna de helft van de moslims dat joden [niet te vertrouwen zijn](https://www.wzb.eu/en/press-release/islamic-fundamentalism-is-widely-spread?ref=deatheist.nl). Het wordt moslims verboden een afgodendienaar te trouwen; een gelovige slavin is dan nog beter (2:221). De gelovigen mogen geen ongelovigen tot vriend nemen (3:28, 3:118), ook joden en christenen niet (5:51). Je mag als moslim zelfs niet meer bevriend zijn met je eigen familie als zij niet gelovig zijn (9:23). In een [kalifaat](https://en.wikipedia.org/wiki/Caliphate?ref=deatheist.nl) (een islamitische staat, geleid door een *kalief*), waar de sharia geldt, hebben niet-moslims de mogelijkheid zich te bekeren tot de islam, te worden gedood of als *dhimmi* te leven, een soort tweederangsburger. [Dhimmi's](https://en.wikipedia.org/wiki/Dhimmi?ref=deatheist.nl) waren aanvankelijk de joden en christenen (de mensen van het Boek), maar later ook andere gelovigen. Deze gelovigen worden weliswaar beschermd door de moslims, maar mogen hun geloof niet openlijk belijden, hebben beperkte rechten en moeten een speciaal soort belasting betalen: [djizja](https://en.wikipedia.org/wiki/Jizya?ref=deatheist.nl), gebaseerd op soera 9:29\. Omdat het concept van dhimmi alleen geldt in een kalifaat, werd het tot voor kort als verouderd beschouwd (het werd afgeschaft aan het einde van het [Ottomanen-kalifaat](https://en.wikipedia.org/wiki/Ottoman%5FCaliphate?ref=deatheist.nl)). In het kalifaat van IS is het echter weer ingevoerd: zij die niet als dhimmi willen leven, zullen zich moeten bekeren of zullen sterven. Deze dhimmi-status geeft ook een andere kijk op het vaak aangehaalde vers dat "er geen dwang is in de godsdienst" (2:256). De niet-moslim *hoeft* zich immers niet te bekeren: hij kan ook als tweederangsburger leven. Ik vrees dat een atheïst hier evenwel niet veel aan heeft. Gezien de intolerantie jegens ongelovigen is het niet verwonderlijk dat afvalligheid erg gevoelig ligt in de islamitische wereld. Ex-moslims kennen immers de 'ware religie', maar hebben die moedwillig de rug toegekeerd. Je bekeren tot een andere godsdienst valt hier ook onder. Traditioneel staat op afvalligheid de doodstraf. In de Koran staat over de afvallige onder andere "op hem is toorn vanwege God en voor hen is een ontzaglijke bestraffing" (16:106). In de [Hadith](https://en.wikipedia.org/wiki/Apostasy%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl#Hadith), vooral Al-Bukhari, is te vinden dat een afvallige gedood moet worden. In het shariahandboek de *Reliance of the Traveler* lezen we dat de afvallige "is executed for his unbelief" (f1.3). De vier belangrijkste soennitische rechtsscholen delen deze opvatting. Ook [grote aantallen](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-beliefs-about-sharia/?ref=deatheist.nl) gewone gelovigen in islamitische landen vinden dat afvalligen de dood verdienen. De enige landen ter wereld waar afvalligheid strafbaar is, zijn islamitische landen. In het beste geval moet de afvallige het bekopen met een boete of gevangenisstraf, in het ergste geval met de dood. In het 'gematigde' Indonesië werd nog in 2012 [Alexander Aan](https://en.wikipedia.org/wiki/Alexander%5FAan?ref=deatheist.nl) opgepakt wegens diens afvalligheid en kritiek op de islam. Hij is helaas [een van de velen](https://en.wikipedia.org/wiki/Apostasy%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl#Apostasy%5Fin%5Fthe%5Frecent%5Fpast) in het recente verleden die zich 'schuldig' hebben gemaakt aan afvalligheid en daarvoor bestraft zijn, ook al is er recentelijk meer discussie onder moslimgeleerden ontstaan over de status en bestraffing van afvalligen. De soep wordt - veelal na westerse kritiek - tegenwoordig gelukkig niet altijd zo heet gegeten als zij wordt opgediend, maar bestraffing gebeurt nog steeds veel te vaak. Een uitgebreidere bespreking van alle bronnen en toepassingen is [hie](https://wikiislam.net/wiki/Islam%5Fand%5FApostasy?ref=deatheist.nl)r te vinden. Bestraffing voor afvalligheid wordt dus breed gedragen in de islamitische wereld en is strijdig met de vrijheid van godsdienst, een universeel mensenrecht. Ook hier is dus sprake van een fundamenteel probleem met de islam. De [jihad](https://en.wikipedia.org/wiki/Jihad?ref=deatheist.nl) is ook voor de niet-moslim ondertussen een ingeburgerd begrip geworden. Vrijwel dagelijks worden we geconfronteerd met het geweld van jihadisten, ook dicht bij huis, en regelmatig worden aanslagen verijdeld. Gematigde moslims en veel politici menen vaak dat dit niets met de islam te maken heeft. Ook wordt er graag op gewezen dat het woord slechts 'streven' betekent, en dat er naast de gewapende strijd (de kleine of uiterlijke jihad) ook nog een grote of innerlijke jihad bestaat: de strijd tegen verleidingen en het ego. De werkelijkheid is echter zorgwekkender. De gewapende strijd is vooral de oorspronkelijke betekenis en het woord wordt ook als zodanig het meest in de Koran gebruikt. De jihad als gewapende strijd wordt gezien als een religieuze plicht. Het is door deze jihad dat de vroege moslims in staat waren in een relatief korte tijd [veel grond te veroveren](https://en.wikipedia.org/wiki/Early%5FMuslim%5Fconquests?ref=deatheist.nl), ver buiten het Arabisch schiereiland waar de islam ontstond. Dit islamitische rijk reikte ooit van tot ver in Azië tot aan Noord-Afrika, en zelfs Spanje. Tijdens de [kruistochten](https://nl.wikipedia.org/wiki/Kruistocht?ref=deatheist.nl), die vooral een reactie waren op deze islamitische expansiedrift, werden later grote delen heroverd. Dit terugdringen van het islamitische rijk ligt bij sommige moslims nog steeds gevoelig, en zij zien het huidige Westen dan ook nog steeds als kruisvaarders. De moderne jihadisten worden onder andere hierdoor nog steeds gemotiveerd: ze willen het grote islamitische rijk van weleer heroveren op de huidige westerse 'kruisvaarders'. De haat jegens het Westen kent dus een rijke geschiedenis die ver vooraf gaat aan het huidige westerse ingrijpen (vooral vanaf de vorige eeuw) en het uitroepen van de staat Israël (1948). De Koran bevat de nodige verzen die oproepen tot de 'heilige oorlog', zoals de jihad onder niet-moslims ook wel bekend staat. Waarschijnlijk het meest bekend is het 'zwaardvers' (soera 3:5), waarop ook Osama bin Laden zich beriep: "Doch wanneer de gewijde maanden zijn verstreken doodt dan de genotengevers \[afgodendienaren\] waar gij hen aantreft en grijpt hen en belemmert hen en bezet elke uitkijkpost tegen hen. Doch indien zij zich berouwvol bekeren \[...\] laat hen dan vrij hun weegs gaan. God is vergevend en barmhartig." Het afhakken van de hoofden van ongelovigen wordt gerechtvaardigd met o.a. soera 47:4: "Wanneer gij dus een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op hun nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien." In soera 9:29 lezen we: "Bestrijdt hen die niet geloven in God". Merk op dat in deze verzen niet wordt gesproken over 'je vijanden' of 'zij die jou aanvallen', maar over afgodendienaren en ongelovigen, waardoor de militaire en religieuze strijd vereenzelvigd wordt. Dit onderscheid tussen moslim en niet-moslim blijkt ook uit soera 48:29: "Muhammad is de boodschapper Gods en zij die met hem zijn\[,\] zijn heftig tegen de ongelovigen en barmhartig onder zichzelf". Een oproep tot de jihad wordt ook gevonden in onder andere soera 2:216: "u is voorgeschreven te strijden ook al is het met tegenzin" en 2:244: "strijd op de weg Gods". Vaak wordt gezegd dat deze verzen uit hun context gehaald worden, maar er is geen context die deze verzen nuanceert tot iets toleranters, als er überhaupt al sprake is van een context. Wel kunnen deze verzen historiserend gelezen worden, een punt dat later nog aan bod zal komen. Merk ook op dat deze jihad-verzen Medinaans (jonger) zijn, en dus de over het algemeen meer tolerante (oudere) Mekkaanse verzen (zoals soera 109) abrogeren (overschrijven, zie hierboven). [Hier](https://wikiislam.net/wiki/Jihad%5F%28Primary%5FSources%29?ref=deatheist.nl) is een uitgebreid overzicht te vinden van islamitische bronnen die de jihad als gewapende strijd rechtvaardigen. Er is onder moslims veel discussie over in hoeverre de jihad ook offensief gebruikt mag worden. In 2:190 staat bijvoorbeeld "bestrijd op de weg Gods hen die u bestrijden" en in het vers daarop "dood hen waar gij hen aantreft". Dit lijkt op een defensieve beperking te wijzen en wordt door veel moslims ook als zodanig geïnterpreteerd: strijd alleen als jij bestreden wordt. Maar andere moslims zien elk westers militair ingrijpen tegen moslims, ook tegen bijvoorbeeld Hamas of IS, als voldoende aanleiding voor een actieve strijd tegen het Westen. Ook is de beperking tot een defensieve strijd lastig te rijmen met soera 2:193: "bestrijd hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst aan God behoort" (vgl. ook 8:39). Niet-moslims kunnen moslims immers altijd verzoeken om de islam te verlaten, en "verzoeking is erger dan de doodslag" (2:190). Blijkbaar is Allah nogal jaloers en is Hij erg bang dat zijn aanhangers er met een andere God vandoor gaan. Ook is er discussie over in hoeverre de jihad een zaak is die de individuele moslim aangaat, in tegenstelling tot in een collectief onder leiding van een kalief. Het kalifaat van IS heeft daarom zo'n grote aantrekkingskracht op jihadisten: ze kunnen weer strijden onder een kalief. Volgens de Koran zijn jihadisten die sterven niet dood maar levend (2:154), zullen zij "een ontzaglijk loon" krijgen (4:74) en in het paradijs komen (9:111). Het is niet verwonderlijk dat dit aantrekkingskracht uitoefent op fanatieke moslims. De meerderheid der moslims interpreteert de genoemde jihad-verzen gelukkig niet als een oproep nu de wapenen te grijpen, en maar [een relatief klein deel](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-overview/?ref=deatheist.nl) vindt dat zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd zijn. Helaas is maar een relatief klein dat dit wél gelooft nodig om op wereldwijde schaal heel veel ellende te veroorzaken. Hun rechtvaardiging daarvoor vinden ze in de Koran en in andere islamitische bronnen, ook al houden gelukkig de meeste moslims er een andere interpretatie op na. Dit probleem van religieus geweld is binnen de islam veel meer aanwezig dan in welke andere godsdienst ook, en dat is ook niet zo vreemd gezien de bronnen en de islamitische geschiedenis. Ook dit is een serieus probleem met de islam. Een moslim die afstand neemt van de jihad is overigens niet meteen een tolerante moslim, want veel van deze moslims willen wel de inhumane en gewelddadige sharia. **Vrouwenrechten**De gelijkwaardigheid van man en vrouw is niet alleen vastgelegd in de Nederlandse wet, maar ook in de universele mensenrechten. Binnen de islam wordt hier echter anders over gedacht. In de Koran staat "De mannen zijn opzichters over de vrouwen voor wat God aan de een meer gegeven heeft dan aan de ander" (4:34). Vrouwen worden vergeleken met een akker waar een man mee kan doen wat hij wil: "Uw vrouwen zijn een akker voor u, zo komt dan tot uw akker zoals gij maar wilt" (2:223). De ongelijkheid blijkt verder uit het feit dat twee vrouwelijke getuigen evenveel waard zijn als één mannelijke (2:282) en dat van de erfenis de zoon het dubbele krijgt van de dochter (4:11). Daarnaast mag een man - naast zijn seksslavinnen - tot vier vrouwen hebben, mits hij ze redelijkerwijs kan onderhouden (4:3). Opstandige vrouwen mogen "vermaand" en "geslagen" worden (4:34), ook al is er enige [discussie](https://en.wikipedia.org/wiki/An-Nisa,%5F34?ref=deatheist.nl) over hoe dit vers precies vertaald en geïnterpreteerd moet worden. Het moge duidelijk zijn dat vrouwen deze rechten niet hebben. De Koran predikt dus niet bepaald gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Dat dit geen dode letter is, blijkt uit een [enquête onder moslims wereldwijd](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-women-in-society/?ref=deatheist.nl): de overgrote meerderheid der moslims vindt dat vrouwen altijd hun man moeten gehoorzamen, grote aantallen vinden dat de vrouw niet mag scheiden (de man wel) en dat zonen en dochters geen gelijke erfrechten hebben. Kindhuwelijken worden mogelijk in de Koran verondersteld (65:4) en uit de Hadith weten we dat Mohammed trouwde met [Aïsja](https://en.wikipedia.org/wiki/Aisha?ref=deatheist.nl) (een van zijn vrouwen) toen ze 6 was en dat huwelijk consumeerde toen ze 9 was. Op grond hiervan [noemde](http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1731675/2005/03/16/Rechter-waarschuwt-tevreden-Hirsi-Ali.dhtml?ref=deatheist.nl) Ayaan Hirsi Ali de profeet "naar westerse maatstaven een perverse man" en een "pedofiel". Daarin heeft ze dus feitelijk gelijk. Dergelijke kindhuwelijken vinden helaas nog steeds navolging in de moslimwereld. In Iran bijvoorbeeld worden elk jaar nog steeds [tienduizenden meisjes](http://www.iranhumanrights.org/2015/09/child-marriage/?ref=deatheist.nl) die jonger zijn dan 15 (de officiële huwelijksleeftijd voor meisjes daar) uitgehuwelijkt. De [foto](http://www.dailymail.co.uk/news/article-2216553/International-Day-Girl-Child-2012-Devastating-images-terrifying-world-child-brides.html?ref=deatheist.nl) genomen voor het huwelijk van de Afghaanse Faiz (40) en Ghulam (11) ging de hele wereld over. Een Saoedische rechter [weigerde](http://edition.cnn.com/2009/WORLD/meast/04/12/saudi.child.marriage/?ref=deatheist.nl) een huwelijk tussen een meisje van 8 en een man van 47 nietig te verklaren. De grootmoefti van dat land, de hoogste religieuze rechtsgeleerde, verklaarde hierover: "A girl aged 10 or 12 can be married. Those who think she's too young are wrong and they are being unfair to her.". **Homoseksualiteit**Net als onder orthodoxe christenen wordt homoseksualiteit in de islamitische wereld over het algemeen gezien als een zonde. Een verschil met de (moderne) christelijke wereld is dat homo's in een groot deel van de moslimwereld gestraft moeten worden. In vrijwel alle islamitische landen is homoseksualiteit taboe of verboden, en in veel van die landen strafbaar, soms zelfs met de dood. De Koranverzen voor de afkeer van homoseksualiteit komen vooral uit het [verhaal van Lot](https://en.wikipedia.org/wiki/Lot%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl), waarin over de mannen die Lots (mannelijke) gasten benaderen wordt gezegd: "Gij nadert immers de mannen in wellustige begeerte in plaats van de vrouwen" (7:81, zie ook 27:55 en 26:165). Dit wordt gezien als "zedeloosheid" en "het verwerpelijke" (in een andere vertaling: "gruweldaad") (29:28-29). Deze mannen werden vervolgens door God "verdelgd" (26:172). Een andere interpretatie van dit verhaal is echter dat het hier niet om homoseksualiteit per se gaat, maar over het onjuist bejegenen van Lots gasten. Homoseksualiteit wordt vaak gezien als een vorm van ontucht (*zina*), en daarop staat volgens de Koran 100 zweepslagen (24:2). Volgens de sharia gelden deze zweepslagen echter alleen voor ongehuwden; gehuwden verdienen namelijk steniging (*Reliance of the Traveler*, o12.2). Deze straf staat overigens ook in de Bijbel (Lev. 20:10 en Deut. 22:22-27). Er zijn voor deze 'ontuchtige misdaad' echter wel vier mannelijke getuigen nodig als de ontuchtpleger niet vrijwillig bekent. Hierdoor wordt de doodstraf in de praktijk relatief weinig uitgevoerd. Ondanks dat er onder moslimgeleerden brede consensus is dat homoseksualiteit een zonde is, is er wel de nodige discussie binnen de verschillende rechtsscholen over wanneer er precies sprake is van homoseksualiteit en wat de gepaste straf is. Desalniettemin hebben homoseksuelen een groot probleem in de islamitische wereld. Op dit moment staat in zeven islamitische landen de doodstraf op homoseksualiteit, en dat wordt regelmatig ook uitgevoerd. In veel andere landen is de straf een boete of gevangenisstraf. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel islamitische landen [weigerden](http://www.reuters.com/article/us-un-homosexuality-idUSTRE4BH7EW20081218?ref=deatheist.nl) een verklaring van de VN over homerechten te tekenen. In islamitsiche landen is de sociale acceptatie bedroevend laag. Uit [internationaal onderzoek blijkt](http://www.pewglobal.org/2013/06/04/the-global-divide-on-homosexuality/?ref=deatheist.nl) dat slechts een zeer kleine minderheid van de moslims wereldwijd homoseksualiteit maatschappelijk acceptabel vindt. Er is over het algemeen een sterke correlatie tussen hoe religieus een land is en de afwijzing van homoseksualiteit. Zelfs in [West-Europa](https://www.wzb.eu/en/press-release/islamic-fundamentalism-is-widely-spread?ref=deatheist.nl) zegt meer dan de helft van de moslims geen homo als vriend te willen. Gelukkig is het in het Westen [wel mogelijk](https://www.cocamsterdam.nl/homo-emancipatie/moslims-en-homoseksualiteit-gaan-wel-samen?ref=deatheist.nl) om als moslim openlijk homoseksueel te zijn, ook al wordt daar zelfs hier vaak met argusogen naar gekeken door andere moslims. [Hier](https://wikiislam.net/wiki/Islam%5Fand%5FHomosexuality?ref=deatheist.nl) is meer achtergrondinformatie te vinden over de islam en homoseksualiteit. De zeer lage acceptatie en zelfs bestraffing van homoseksualiteit in de islamitische wereld is dus een ander groot probleem met de islam. **Problemen en oplossingen?**Uit het bovenstaande blijkt dat een aantal aspecten van de islam problematisch zijn in een vrije, beschaafde wereld, waarin wetten democratisch gekozen worden en mensenrechten universeel zijn. De Koran bevat veel intolerantie jegens ongelovigen, de sharia is ondemocratisch, inhumaan en gewelddadig, en daardoor onverenigbaar met universele mensenrechten. Vrouwen zijn in de islam niet gelijkwaardig aan mannen en homoseksualiteit wordt gezien als een zonde die bestraft moet worden. De jihad als gewapende strijd kent een rijke geschiedenis en kan gelegitimeerd worden vanuit de Koran en de Hadith, ook al interpreteert gelukkig maar een kleine minderheid deze teksten zo. Deze problemen zijn geen randverschijnselen van een doorgaans tolerante godsdienst, of uitingen van slechts een handvol zeloten. De feiten laten duidelijk zien dat de bovengenoemde problematische aspecten van de islam een rijke geschiedenis hebben in de islam, uitgebreid terug zijn te vinden in de bronnen (Koran en Hadith) en ook nu nog worden onderschreven door miljoenen moslims wereldwijd, van geleerden tot gewone moskeebezoekers. Deze aspecten zijn daarmee onderdeel van de orthodoxe islam, of een fundamentalistische islam (omdat ze teruggaan tot de fundamenten van het geloof), en die wordt aangehangen door een groot deel van de wereldwijde islamitische gemeenschap. Dit wil evenwel niet zeggen dat dit de 'ware' islam is of de enig mogelijke. Het geeft wel aan dat deze mainstreamopvattingen een serieus probleem vormen voor de beschaafde wereld. Geen enkele andere religie levert in deze tijd structureel zo veel problemen op voor de wereldvrede en mensenrechten als de islam. In bijvoorbeeld de huidige christelijke wereld is het fundamentalisme hoofdzakelijk beperkt tot lieden die hun scheppingsmythe in de biologieles willen of tegen het homehuwelijk en abortus zijn. Geweld dat duidelijk christelijk gemotiveerd is, is gelukkig relatief uitzonderlijk (zoals aanslagen op abortusartsen in de VS en geweld tegen homoseksuelen en vermeende heksen in bepaalde Afrikaanse gebieden) en wordt door elke grote christelijke organisatie afgekeurd. Geweld door boeddhisten of taoïsten bestaat vrijwel niet, en dat is geen toeval. De problemen met de islam zijn dieper en breder geworteld in de traditie, zijn qua omvang veel groter en zijn veel bedreigender voor de wereldvrede en mensenrechten. Dit is voor veel mensen een ongemakkelijke waarheid die vaak uit alle macht ontkend of gebagatelliseerd wordt, vaak uit angst om als '[islamofoob](https://en.wikipedia.org/wiki/Islamophobia?ref=deatheist.nl)', racist of extreemrechts uitgemaakt te worden. Deze ontkenning of bagatellisering gebeurt niet alleen door politici die de lieve vrede willen bewaren, maar ook door naïeve en vaak goedbedoelende niet-moslims en liberale moslims die niet (willen) begrijpen wat hun meer orthodoxe geloofsgenoten drijft. Of men is bang dat het *erkennen* en *begrijpen* van deze problemen met de islam ook betekent dat men ze *vergoelijkt* of *goedkeurt*. Uiteraard is niets minder waar: wie een probleem wil oplossen, moet het eerst eerlijk onder ogen durven zien en het proberen te begrijpen. Het is belangrijk te benadrukken dat een groot deel van de moslims, zeker in het Westen, in meer of mindere mate hun oplossingen hebben gevonden voor de bovengenoemde problemen. Ze zijn niet uit op een invoering van de sharia en gelukkig zijn nog minder bereid de jihad aan te gaan tegen de ongelovigen. Het is evenwel *ook* belangrijk te benadrukken dat er vele schakeringen moslims bestaan tussen de jihadist en de waarlijk liberale moslim. Niet elke moslim die zijn afkeuring uitspreekt over jihadisten is ook voor een volledige vrijheid van religie, democratisch gekozen wetten en gelijke rechten voor vrouwen en homoseksuelen. Een land als Saoedi-Arabië [veroordeelt de aanslagen in Parijs](http://www.reuters.com/article/saudi-arabia-paris-attack-idUSL8N1390RA20151114?ref=deatheist.nl), maar doodt wel homo's en afvalligen. Zelfs in het Westen denken veel moslims niet best over homo's, joden, afvalligen en ongelovigen. Echt liberale moslims hebben een vorm van hun geloof gevonden die goed samengaat met de huidige beschaving. Dat is lovenswaardig, want dat is de enige vorm van de islam die het mogelijk maakt voor moslims om met niet-moslims in vrede en gelijkwaardigheid te kunnen samenleven. Dit vereist echter een radicale herinterpretatie van hun geloof, en daar zit ook meteen de moeilijkheid. De liberale moslim heeft grofweg twee opties om hiermee om te gaan. Een eerste optie is te gaan 'kersenplukken' in de bronnen en de geschiedenis: kies *die* verzen uit de Koran, *die* Hadith en *die* stromingen binnen de islam die te verenigen zijn met de moderne beschaving en roep dat uit tot de 'ware' islam. Dit is een populaire strategie onder veel westerse, liberale moslims. Dit selectief winkelen heeft echter een groot nadeel: de orthodoxe - en zelfs de jihadistische - moslim kan hetzelfde doen met andere Koranverzen, andere Hadith en andere stromingen om tot *zijn* 'ware' islam te komen. Daar komt nog bij dat de orthodoxe moslim zich uitgebreider kan beroepen op bronnen en de islamitsiche geschiedenis. Dergelijke theologische disputen over wie de ware islam in pacht heeft, zijn dan ook zelden vruchtbaar en hebben geleid tot zeer veel sektarisch geweld. Een betere optie lijkt het laten varen van de absolute en universele pretenties van de islam. De moslim zal dan moeten erkennen dat wat de Koran voorschrijft niet altijd en overal geldt. Hij zal de Koran historiserend moeten lezen, als geldend uitsluitend binnen een bepaalde historische context. De meeste joden en christenen lezen hun geschriften nu zo. De moslim zal ook moeten erkennen dat Mohammed *in zijn tijd* misschien een navolgenswaardig voorbeeld was, maar dat hij dat vandaag de dag niet meer is, in ieder geval niet in elk opzicht. De Koran en de soenna zijn dan niet meer geheel of direct toepasbaar op het moderne leven en kunnen ook niet dienen als een absolute morele toetssteen, maar kunnen misschien wel inspireren tot het goede (het omkijken naar de armen bijvoorbeeld). Dit ondermijnt echter wel de morele status van religieuze geschriften en personen, en dat is juist wat voor veel gelovigen hun religieuze moraal beter maakt dan die van de niet-gelovigen. Een reformatie in de christelijke zin (*sola scriptura*, terug naar de Schrift alleen), waar het [salafisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Salafi%5Fmovement?ref=deatheist.nl) in feite op neerkomt, is dan ook geen optie. Het is precies deze bron die het probleem vormt. Een islamitische reformatie zal juist de absolute status van de bronnen moeten loslaten of ze radicaal moeten gaan herinterpreteren en historiseren. De vraag is of dat gaat lukken als de orthodoxie zo groot en dominant blijft. In het Westen lijkt een dergelijke liberale islam gemakkelijker en meer voet aan de grond te krijgen dan in de rest van de wereld. Het is de plicht van de beschaafde wereld om vrijheid en veiligheid te bieden aan een dergelijke liberale islam, net als aan elke andere levensovertuiging die niet strijdig is met universele mensenrechten en democratie. Hierbij is humanitair, politiek, economisch een soms militair ingrijpen onontkoombaar. We kunnen niet tolerant zijn jegens intolerantie. Misschien nog wel van het meest fundamentele belang is kritiek te kunnen uiten op de islam, ook als die kritiek kwetsend is voor sommigen. Dit is geen 'islamofobie' en al helemaal geen racisme (de islam is geen ras), maar simpelweg kritiek op een ideologie. Geen enkele ideologie, godsdienstig of niet, is boven kritiek verheven, ook niet als die iemand na aan het hart ligt. Dat betekent dat we de Koran of Mohammed op bijvoorbeeld morele gronden mogen bekritiseren, zelfs als dat in de ogen van sommigen neerkomt op bespotting. We kunnen en mogen de Koran een verwerpelijk of achterlijk boek noemen en Mohammed een perverse tiran (zeker naar huidige maatstaven). We moeten die discussie aangaan, ook als die gevoelige snaren raakt en soms op het scherp van de snede gevoerd wordt. Het betekent daarnaast dat bijvoorbeeld historisch bronnenonderzoek mogelijk moet zijn, ook als dat conflicteert met het traditionele verhaal of dierbare overtuigingen. We moeten kunnen erkennen dat bepaalde aspecten van de islam problematisch zijn, want alleen dan is discussie en hopelijk een duurzame oplossing mogelijk. **Literatuur** De hierboven aangehaalde citaten uit de Koran komen uit de vertaling van Kramers, die bewerkt is door Jaber en Jansen (1997, De Arbeiderspers). Dit is een vrij letterlijke vertaling in wat ouder Nederlands en met hier en daar idiosyncratisch woordgebruik ('wereldwezen', 'genotengevers'), hetgeen op de moderne lezer wat vreemd over kan komen. Het voordeel van deze uitgave is dat ze voorzien is van een vrij uitgebreide inleiding, veel verhelderende kopjes en voetnoten en een uitgebreid register. Dit maakt de Koran wat beter te begrijpen, zeker voor de niet-ingewijden. Een goede, genuanceerde en zeer brede inleiding tot de islam is de bundel *In het huis van de Islam*, onder de redactie van Henk Driessen (1997, SUN). Een kritischere kijk op de islam wordt gegeven door [Robert Spencer](https://en.wikipedia.org/wiki/Robert%5FSpencer%5F%28author%29?ref=deatheist.nl) in onder andere *The Politically Incorrect Guide to Islam (and the Crusades)* (2005, Regnery Publishing). Deze auteur is vanwege zijn islamkritiek controversieel, maar zijn boek is goed gedocumenteerd.
### Is zonder God alles geoorloofd?
URL: https://www.deatheist.nl/is-zonder-god-alles-geoorloofd148/
Last updated: 2015-12-28T11:21:27.000Z
Beroemd en berucht zijn [de woorden](http://infidels.org/library/modern/andrei%5Fvolkov/dostoevsky.html?ref=deatheist.nl) van Fjodor Dostojevski in zijn roman *De gebroeders Karamazov* dat zonder God alles geoorloofd is. Gelovigen verwijten atheïsten regelmatig dat we zonder God geen moraal kunnen hebben of dat onze normen voor goed en kwaad volstrekt willekeurig zijn. Vooral conservatieve gelovigen menen dat het (in hun ogen) morele verval te danken is aan de secularisering van de samenleven, waarin de mens maar doet wat hem goeddunkt. Zij denken dat we religie nodig hebben om ons goed te gedragen. Is dat werkelijk zo? Is zonder God echt alles geoorloofd? In dit stuk zal ik beargumenteren waarom dat niet het geval is, en dat zelfs gelovigen hun moraal niet (geheel) baseren op heilige geschriften, ook al geloven ze vaak van wel.
**Problemen met een religieuze moraal**
Gelovigen menen vaak dat hun religie het fundament is van hun moraal. Zij geloven hun moraal te baseren op wat in een bepaald heilig boek staat of wat een religieuze leider zegt, en daarmee indirect op wat God gebiedt. We spreken daarom ook wel van de [goddelijke-gebodstheorie](https://en.wikipedia.org/wiki/Divine%5Fcommand%5Ftheory?ref=deatheist.nl). Er is echter een klassiek probleem met deze opvatting: het [Euthyphro-dilemma](https://en.wikipedia.org/wiki/Euthyphro%5Fdilemma?ref=deatheist.nl), vernoemd daar Plato's dialoog *Euthtphro*. In het kort komt dit op het volgende neer: *is iets goed omdat God dat zegt, of zegt God iets omdat dat goed is?* Het is een dilemma omdat beide opties problematisch zijn. Het probleem met de eerste optie is dat het moraal volstrekt willekeurig zou maken: als God verkrachting en kindermoord goed zou keuren, dan is het ook goed. Alles wat God op het morele vlak openbaart, is immers *per* *definitie* goed. Het probleem met de tweede optie is dat iets blijkbaar goed kan zijn onafhankelijk van God, maar dan hebben we God niet nodig voor de moraal. Door gelovigen wordt geprobeerd onder dit dilemma uit te komen door te menen dat het een vals dilemma is. Er zou nog een derde mogelijkheid zijn: God is van nature goed en openbaart die goede natuur aan ons. Dit is slechts een schijnbare uitweg uit het dilemma, want wat betekent het om te zeggen dat "God van nature goed is"? Dit zou neerkomen op een tautologie: het goede is Gods natuur, en Gods natuur is het goede. We zitten dan nog steeds met een willekeurigheidsprobleem, wat goed te illustreren valt aan de hand van een voorbeeld. Stel dat liefde voor marteling in Gods natuur ligt, dan zou marteling dus goed zijn. Dit lijkt een extreem voorbeeld, maar als de Bijbel of de Koran de openbaring Gods is, kunnen we op grond van deze boeken zijn goede aard destilleren. Aangezien God perfect, eeuwig en alwetend is, zou wat Hij destijds geopenbaard heeft nog steeds goed moeten zijn.
In de Bijbel vinden we bijvoorbeeld dat God [slavernij goedkeurt en aanmoedigt](https://www.deatheist.nl/slavernij-in-de-bijbel/). Ook lezen de in de Bijbel dat God zijn volgeling oproept complete volken uit te roeien omdat ze in de verkeerde God geloven (o.a. Deut. 7). In Numeri 31 laat Mozes op Gods bevel de Midjanieten uitroeien, inclusief de (mannelijke) kinderen. Alleen de meisjes die nog maag waren, mochten als gevangenen in leven blijven. In het boek Jozua is te lezen hoe God Jozua oproept om bij het veroveren van de steden niemand in leven te laten, ook de kinderen niet. De Bijbelse God vindt de doodstraf een rechtvaardige straf voor het sprokkelen van hout op de sabbat (Num. 15:32-36), het niet bloeden op de huwelijksnacht (Deut. 22:20-21) en het als man seks hebben met een andere man (Lev. 18:22). De lijst kan met gemak [uitgebreid](http://skepticsannotatedbible.com/int/long.html?ref=deatheist.nl) worden. Hoe goed is dan de aard van deze Bijbelse God? Allah doet het in de Koran niet veel beter. In de Koran zijn letterlijk [honderden intolerante passages](http://skepticsannotatedbible.com/Quran/int/long.html?ref=deatheist.nl) te vinden. Gods afschuw van de ongelovigen blijkt uit tientallen passages en vele malen wordt beschreven hoe ze zullen branden in het eeuwige vuur. In de Koran wordt meerdere malen opgeroepen ongelovigen te doden, dus het is niet verwonderlijk dat er ook nu nog moslims zijn die daar gehoor aan geven.
Het moge duidelijk zijn dat zowel de Bijbel als de Koran vele passages en goddelijke oproepen bevatten die zelfs de meest vrome gelovigen vandaag de dag verwerpelijk zullen vinden. Hoe kan zo'n boek dan als fundament van de moraal dienen? Blijkbaar hebben moderne gelovigen zelf ook door dat ze hun moraal niet volledig op hun heilige boek kunnen baseren. Ze hebben een morele standaard op grond waarvan ze wel gehoor geven aan bepaalde oproepen, maar niet aan andere. Dat neem niet weg dat ze *morele inspiratie* kunnen vinden in die boeken, maar daarvoor moeten ze wel selectief winkelen. Er zijn genoeg passages in beide boeken die de basis en inspiratie kunnen zijn voor moreel goed handelen. Het probleem echter is dat er ook genoeg basis en inspiratie is voor intolerantie en moreel verwerpelijk handelen. Dit is de basis voor [religieus geweld en terreur](https://www.deatheist.nl/religieuze-terreur/). De keuze moet de gelovige *zelf* maken, onafhankelijk van het boek. Hieruit volgt dat de Bijbel of de Koran niet als basis kan dienen voor de moraal, hooguit ter inspiratie. De goddelijke-gebodstheorie blijkt niet te werken als basis voor een goede moraal, maar kan wel gevaarlijk uitpakken als gelovigen intolerante en gewelddadige geboden opvolgen.
Tegen het bovenstaande kan de gelovige inbrengen dat deze teksten in hun historische context gelezen moeten worden, dat ze nu niet meer gelden. Ook hier zijn een aantal problemen mee. In de eerste plaats maakt dit de passages en geboden niet minder gruwelijk: slavernij en steniging waren eeuwen geleden misschien normaler, maar nog steeds onmenselijk en pijnlijk. Het probleem met de verwerpelijkheid van de passages blijft daarmee bestaan. In de tweede plaats wordt God geacht *perfect* en *eeuwig* te zijn, en dan zou het vreemd zijn als Hij van mening is veranderd over wat goed is: als Hij slavernij en steniging *toen* goedkeurde, moet Hij dat *nu* nog steeds doen. Ten derde is volgens veel gelovigen juist de kracht van een religieus gebaseerde moraal dat deze *onafhankelijk van de mens* bestaat en door zijn goddelijke oorsprong *niet tijdgebonden* is. Wat God eeuwen geleden als goed of slecht bestempelde, is dat nu dus nog steeds. Als liegen en overspel ook nu nog verkeerd zijn omdat God dat eeuwen geleden geopenbaard heeft, is slavernij en steniging om dezelfde reden nog steeds goed.
Er zijn nog twee problemen met een religieus gefundeerde moraal. De teksten die hiervoor als basis dienen, zijn eeuwen oud en staan in veel opzichten ver af van onze huidige maatschappij. Ook zijn er nu morele vraagstukken die in de ontstaanstijd van die teksten geen rol speelden, zoals stamcelonderzoek, ivf-behandeling, vaccinatie, opwarming en overbevolking van de aarde. Religieuze teksten bieden daar dan ook geen directe antwoorden op. Hooguit kan de gelovige op zoek gaan aan vergelijkbare gevallen in de tekst of proberen in lijn te handelen met de geest van de tekst. Hiervoor is echter altijd interpretatie nodig, en niet zelden zijn gelovigen het onderling oneens hierover. Tijden veranderen, maar religieuze teksten veranderen niet mee, wat ze als basis voor de moraal problematisch maakt. Daarnaast leven we nu in een multiculturele maatschappij, waarin het van wezenlijk belang is dat mensen met verschillende religieuze overtuigingen en ongelovigen goed samen kunnen leven. Aangezien religieuze teksten in moreel opzicht onderling verschillen en soms onverenigbaar zijn, kunnen ze onmogelijk dienen als morele basis voor iedereen. Het is daarom van groot belang dat we gezamenlijk dezelfde morele taal leren spreken, een *moreel Esperanto*, naar de gelijknamige titel van het boek van Paul Cliteur. Een religieus neutrale of seculiere moraal werkt dan beter.
**Een seculiere moraal: meta-ethiek**
Een goddelijke basis voor moraal blijkt dus uiterst problematisch. Maar zit de atheïst niet in nog grotere problemen? Is zijn moraal niet volstrekt willekeurig, zoals Dostojevski in zijn roman liet zeggen? Wat kan voor een atheïst dienen als morele basis? En hoe kan hij verklaren dat wij überhaupt een moraal hebben, een ethisch kompas? De vraag waarop de moraal van een atheïst gebaseerd is en hoe hij kan verklaren waarom mensen een moraal hebben, zijn twee afzonderlijke vragen, maar die hebben wel met elkaar te maken. Ik zal ze achtereenvolgens behandelen.
Het is belangrijk te benadrukken dat atheïsten verschillende opvattingen (kunnen) hebben over moraal. Het enige wat zij gemeen hebben, is dat hun moraal geen goddelijke oorsprong of fundering heeft. In de eerste plaats kunnen atheïsten verschillen over wat moraal *is* en wat bijgevolg de reikwijdte ervan is. Filosofen noemen dit ook wel [meta-ethiek](https://nl.wikipedia.org/wiki/Meta-ethiek?ref=deatheist.nl). Sommige atheïsten menen dat moraal een objectieve eigenschap is van de wereld, dat het goede en kwade dus *onafhankelijk* bestaan van morele wezens (mensen en eventueel bepaalde dieren). Dit wordt *moreel objectivisme* of *robuust moreel realisme* genoemd. Anderen menen dat moraal weliswaar niet onafhankelijk bestaat van morele wezens, maar voor hen wel universeel geldt (in gelijke situaties) en daarmee onafhankelijk is van tijd en plaats. Dat wordt [moreel universalisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Moral%5Funiversalism?ref=deatheist.nl) of *minimaal moreel realisme* genoemd. Nog een andere optie is [moreel relativisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Moral%5Frelativism?ref=deatheist.nl). Aanhangers daarvan menen dat moraal niet objectief, absoluut of universeel is, maar *afhankelijk* van en *relatief* ten opzichte van tijd, plaats, cultuur of soms zelfs persoon. In het meest extreme geval komt dit neer op dat moraal slechts een persoonlijke voorkeur is. Van deze opties bestaan er verschillende varianten en ook iets andere indelingen zijn mogelijk. Al deze opties zijn door verschillende atheïsten verdedigd.
**Een seculiere moraal: ethische principes**
Naast verschillende opvattingen over de bovengenoemde metafysische status van moraal zijn er verschillende [ethische principes of theorieën](https://en.wikipedia.org/wiki/Normative%5Fethics?ref=deatheist.nl) die bepalen hoe iemand moreel zou moeten handelen. Ook hierin verschillen atheïsten onderling. Enkele bekende daarvan zijn de deugdenethiek, deontologie en het consequentialisme. In de [deugdenethiek](https://en.wikipedia.org/wiki/Virtue%5Fethics?ref=deatheist.nl), die zijn oorsprong vindt bij Aristoteles, staan deugden, doel en geluk centraal: wat moeten we doen om een gelukkig leven te leiden? Hierbij wordt sterk gekeken naar het individuele geval en de intentie van waaruit iemand handelt. Zo kan liegen in de ene situatie gerechtvaardigd zijn (om bijvoorbeeld iemand te beschermen), maar in de andere situatie niet (puur uit eigenbelang). In [deontologisch ethiek](https://en.wikipedia.org/wiki/Deontological%5Fethics?ref=deatheist.nl) (plichtenleer), waarvan Kants [categorisch imperatief](https://en.wikipedia.org/wiki/Categorical%5Fimperative?ref=deatheist.nl) het bekendst is, staat het navolgen van absolute regels centraal. Ook de religieuze goddelijke-gebodstheorie (zie hierboven) is een voorbeeld hiervan. Immanuel Kant formuleerde zijn categorisch imperatief als: "Handel alleen naar die maxime waarvan je tegelijkertijd kunt willen dat zij een universele wet zou worden". Liegen is daarmee *altijd* onjuist omdat het geen universele wet kan worden. Volgens Kant moeten we in ons ethisch handelen de mens altijd beschouwen als een doel in zichzelf, nooit als een middel om een ander doel te bereiken. In het [consequentialisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Consequentialism?ref=deatheist.nl) of gevolgenethiek gaat het om de gevolgen van het handelen. Het [utilisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Utilitarianism?ref=deatheist.nl) (of utilitarisme) is hiervan het meeste bekende voorbeeld. Dat gaat, simpel gesteld, uit van het maximaliseren van het welzijn en het minimaliseren van het lijden van bewuste wezens (mensen en in meer of minder mate dieren). Ze vindt haar oorsprong bij Jeremy Bentham, is verder ontwikkeld door John Stuart Mill en wordt vandaag de dag nog uitgebreid verdedigd door o.a. Peter Singer. Al deze ethische principes kennen varianten, hun eigen problemen en (vermeende) oplossingen, wat te vinden is in de gigantische berg literatuur over dit onderwerp. Al deze opvattingen zijn en worden door atheïsten verdedigd, en ze kunnen allemaal dienen als basis voor moraal. Er is dus niet één atheïstische opvattingen over moraal, noch qua metafysische status, noch qua leidend ethisch principe. De gelovige die meent dat de atheïst geen moraal kan hebben, zal dus aan moeten tonen dat al deze opties geen stand houden. Ik zal hieronder mijn eigen opvatting over moraal uiteenzetten.
**Mijn seculiere moraal**
Ik denk dat moraal grotendeels een biologisch basis heeft: het is de manier waarop intelligente, bewuste, sociale dieren zo goed mogelijk samen kunnen leven. Uit onze biologie volgt dat bepaald gedrag zorgt voor meer welzijn en ander gedrag voor minder welzijn. Psychisch gezonde mensen (die geen gedragsproblemen hebben, zie hieronder) streven naar het vermeerderen van welzijn en het verminderen van lijden, niet alleen voor zichzelf, maar over het algemeen ook voor anderen in de groep, en die groep kan uitgebreid worden. Je vriendelijk naar een ander opstellen of de ander teruggeven wat je geleend hebt, bevordert bijvoorbeeld het welzijn. Je (onnodig) agressief naar een ander opstellen of iets van een ander stelen, vermeerdert daarentegen het lijden. Ook verkrachting, ongelijke behandeling, mishandeling en vernedering vermeerderen in meer of mindere mate leed. Dit is geen persoonlijke voorkeur en ook niet cultuurgebonden, maar de biologische constitutie van gezonde mensen. Het gedrag dat dit welzijn bevordert en het lijden vermindert, is moreel wenselijke gedrag; het gedrag dat het welzijn vermindert en lijden vermeerdert, is moreel verwerpelijk gedrag. Gelovigen hebben mij meerdere malen gevraagd wat wat een atheïst tegen Hitlers gruwelijke moraal in kan brengen. Het antwoord daarop is simpel: Hitlers moraal heeft ongelofelijk veel onnodig leed veroorzaakt en is daarmee volstrekt verwerpelijk.
Hiermee is een basis gelegd voor moraal die *niet willekeurig* of *relatief* is omdat ze niet afhangt van persoonlijke voorkeuren of een bepaalde tijd en plaats, maar van de biologische constitutie van psychisch gezonde, sociale wezens. Aangezien de menselijke biologie op dit punt grotendeels gelijk is bij psychisch gezonde mensen, is deze morele basis *universeel*. Desalniettemin is deze moraal *niet objectief* in de zin dat ze onafhankelijk bestaat van morele wezens. 100 miljoen jaar geleden bestond verkrachting niet, in de zin dat er geen wezens waren die moedwillig geslachtsgemeenschap hadden met een ander wezen tegen diens wil. Het is dan ook zinloos om te zeggen dat verkrachting *toen* moreel verwerpelijk was. Het goede en slechte zijn daarmee geen eigenschappen van de wereld die los van morele wezens kunnen bestaan. Het zijn oordelen over gedrag die alleen een betekenis krijgen in de context van morele wezens. En rotsblok dat een dier verplettert, pleegt geen moord; een vos die een konijn doodt evenmin, want beide zijn geen morele wezens. Wat een wezen moreel maakt, is dat het zich bewust is van zijn handelen en de mogelijkheid heeft zijn gedag aan te passen (wat in de volkspsychologie een [vrije wil](https://www.deatheist.nl/over-de-vrije-wil/) wordt genoemd). Het ontstaan van moraal (zie hieronder) en de mogelijkheid tot moreel handelen staan op dit punt dus niet geheel los van de rechtvaardiging van moraal, maar ze volgt er ook niet direct logisch uit (dat zou de '[naturalistische dwaling](https://nl.wikipedia.org/wiki/Naturalistische%5Fdwaling?ref=deatheist.nl)' zijn). Het is ook zinloos om morele overtuigingen als 'waar' of 'onwaar' te zien; een *pragmatisch* oordeel werkt beter: *wat werkt het beste* als we met elkaar dit morele vraagstuk in deze context willen oplossen? Ethische vragen worden dan vragen over hoe we het beste sociale problemen op kunnen lossen.
Het is belangrijk te benadrukken dat deze basis voor moraal alleen werkt bij psychisch gezonde mensen. Alleen zij hebben de biologische constitutie waarmee ze welzijn willen bevorderen en leed willen verminderen. Dat geldt niet alleen voor zichzelf maar door hun natuurlijk empathisch vermogen ook bij anderen. Je hoeft een gezond persoon niet uit te leggen waarom onnodig pijn lijden onwenselijk is, en het goed is daar wat aan te doen. Dit is daarmee het fundament van deze moraal: het is een *biologisch gegeven* dat gezonde mensen pijn willen verminderen en welzijn willen bevorderen. Dat hoeft niet verder gerechtvaardigd te worden omdat dat niet verder te rechtvaardigen *is*. Een psychisch gezond persoon is ook in staat onwenselijk gedrag aan te passen en dus in *moreel opzicht te leren*. Hij heeft daarmee een [vrije wil](https://www.deatheist.nl/over-de-vrije-wil/). Heel anders is dat bij psychopaten, sociopaten, sadisten en andere mensen met asociale gedragsproblemen, zoals Adrian Raine in zijn *The anatomy of violence* duidelijk laat zien. Hun biologische constitutie is dusdanig anders dat zij het leed en welzijn bij de ander (en soms ook bij zichzelf) niet of in mindere mate kunnen zien en voelen, waardoor zij dus het leed niet kunnen verminderen en en het welzijn niet kunnen bevorderen. Ze zijn vaak niet in staat hun gedrag aan te passen, zelfs niet als ze zelf inzien dat dat zou moeten. Hun amorele gedrag komt niet voort uit een verkeerde morele overtuiging, maar uit een onvermogen tot empathie en gedragsbeheersing, wat weer het gevolg is van hun afwijkende biologische constitutie (hersenziektes). Het heeft dan ook weinig zin om het hen een ethische discussie aan te gaan; veeleer zullen ze behandeld of opgesloten moeten worden. Ook hier staat de biologische oorsprong niet geheel los van de filosofische rechtvaardiging.
Ook is het belangrijk om te benadrukken dat het hier gaat om een morele *basis*, en de complexe wereld waarin wij leven vaak meer nodig heeft dan slechts zo'n basis. Desalniettemin biedt deze basis een goed uitgangspunt voor het grootste deel van ons moreel handelen. Dit gebeurt grotendeels onbewust omdat het zo diep in onze biologie zit. We hoeven niet na te denken waarom het slecht is iemand zonder reden te slaan (of erger). We hoeven er ook niet bij na te denken om iemand te helpen waar we kunnen als diegene zich voor ons in directe nood verkeert. Zo beantwoorden we ook in de meeste gevallen automatisch vriendelijk gedrag met vriendelijk gedrag. Zo snappen we ook in de meeste gevallen direct dat stelen en liegen verkeerd is. In deze morele basis zitten elementen van de deugdenethiek, deontologie en consequentialisme, maar nemen deze principes niet als een *absolute* leidraad. Onze eigen biologie en de wereld waarin wij leven is te complex om star vast te houden aan zo'n principe. Soms zijn situaties zo extreem dat bepaalde handelingen noodzakelijk zijn die onder normale omstandigheden verwerpelijk zouden zijn (diefstal van eten om te overleven, doden om zelf niet te sterven). Absolute ethische principes zijn te rigide om in elke situatie adequaat te kunnen handelen.
Er zullen altijd morele dilemma's bestaan die onmogelijk op te lossen zijn omdat het gaat om het kiezen uit twee kwaden. Morele principes als het utilitarisme en Kants categorisch imperatief kunnen daarbij een belangrijke richtlijn zijn, maar zijn ze ook absoluut? De filosoof Peter Bieri bespreekt in zijn lezenswaardige boek *Een manier van leven* de vele kanten van het begrip waardigheid, waarbij ook morele vraagstukken vaak een rol spelen. Mag een gekaapt vliegtuig met honderd inzittenden dat afstevent op een flatgebouw met duizend bewoners uit de lucht geschoten worden? De inzittenden van het vliegtuig zullen sowieso sterven, maar met het uit de lucht halen zullen de flatbewoners overleven. Volgens de utilist zouden we het moeten doen, maar volgens het categorisch imperatief mogen we de inzittenden niet reduceren tot een middel. Maar is dit absoluut? Mogen we zelfs het vliegtuig niet neerhalen als het afstevent op een kerncentrale, waarbij de crash duizenden doden zou betekenen, gezondheidsproblemen zou opleveren voor nog vele honderduizenden en de maatschappij grotendeels zou ontwrichten? Martelen is bij wet verboden, maar geldt dat ook als we daarmee een aanslag op een kerncentrale kunnen voorkomen? Ik denk niet dat op deze vragen simpele antwoorden zijn, en dat we elk mogelijk antwoord goed moeten onderzoeken en verkennen, toetsen aan rede en waardigheid. Het beste antwoord is hooguit het minst kwade, maar er moet een antwoord gegeven worden. Er is geen absolute morele maatstaf waaraan we elke beslissing, onder elke omstandigheid ondubbelzinnig getoetst kan worden. Dat hebben we te accepteren, het is de *condition humaine*. Het enige wat we kunnen doen is dergelijke dilemma's proberen te voorkomen en de gevolgen van de gekozen oplossing zo menselijk mogelijk te laten zijn. Deze lastige kwesties zijn echter vrij uitzonderlijk, zeker voor de meeste mensen. Het grootste deel van ons moreel handelen is te baseren op de hierboven genoemde morele basis.
Een deel van de morele vraagstukken verdwijnt of wordt anders benaderd als goden, zielen en een leven na de dood niet bestaan. De religieuze grond om bijvoorbeeld vrouwen of homoseksuelen achter te stellen, zoals helaas nog steeds in een groot deel van de wereld gebeurt, komt te vervallen. Godslastering en geloofsafval, wederom strafbaar in een groot deel van de religieuze wereld, zou geen probleem meer zijn. Je druk maken om iemands zielenheil is niet nodig zonder een leven na de dood. Het abortusvraagstuk hangt dan puur af van het welzijn en leed van de ouder(s) en mogelijk het embryo (in een laat stadium), niet van of een bevruchte eicel of een embryo in een vroeg stadium een ziel heeft. Tegen een weloverwogen euthanasie, uitgevoerd door een bereidwillige arts, is ook weinig in te brengen als er geen God bestaat in Wiens hand het menselijk lot zou moeten liggen. Abortus en euthanasie zullen waarschijnlijk altijd lastige keuzes blijven, maar het morele oordeel daarover komt in een ander licht te staan bij een seculiere moraal.
Wie moraal ziet als het verminderen van leed en het bevorderen van welzijn, zowel op persoonlijke als maatschappelijke schaal, kan niet ontkennen dat we morele vooruitgang hebben geboekt de afgelopen eeuwen, in het bijzonder in het Westen. Gelijke rechten voor elk mens, ongeacht geslacht, huidkleur en geaardheid zorgen voor gelukkigere mensen. Steniging als straf voor geloofsafval of het niet bloeden op de huwelijksnacht, veroorzaakt een hoop onnodig leed, en de afschaffing daarvan is dus morele vooruitgang. Democratisch gekozen wetten en onafhankelijke rechtspraak hebben ook bijgedragen aan ons welbevinden. We praten met wie we van mening verschillen, in plaats van die ander op te sluiten, te martelen of te doden, zoals nog in een groot deel van de wereld gebeurt. Dat maakt (soms op termijn) geestelijk gezonde mensen gelukkig. Dit zijn allemaal voorbeelden van reële morele vooruitgang, en Steven Pinker geeft in zijn goed gedocumenteerde *The better angels of our nature* nog veel meer voorbeelden daarvan. Dat wil echter niet zeggen dat alles nu perfect is: in theorie en in de praktijk valt er nog genoeg te verbeteren. De wereld is complex, deels onoverzichtelijk en onvoorspelbaar en verandert, en we zullen daardoor moeten blijven zoeken naar betere oplossingen voor (nieuwe) problemen. Daarin leren we gaandeweg, vaak met trial-and-error. Onze moraal verandert daardoor in de loop der tijd, maar over het algemeen ten goede.
**Een atheïstische moraal?**
Atheïsme is de [afwezigheid in het geloof van het bestaan van goden](https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/). Het is daarmee niets meer en niets minder dan een intellectuele houding ten aanzien van het bestaan van goden. Als zodanig kan atheïsme *sec* dus ook geen basis vormen voor (a)moreel handelen. Uiteraard hebben atheïsten wel morele overtuigingen van waaruit zij handelen, maar die moeten een andere basis hebben dan hun atheïsme. Hierboven zijn een aantal ethische principes besproken die daartoe kunnen dienen. De morele basis van een individuele atheïst wordt gevormd door allerlei humanitaire, (staats)rechtelijke, politieke, economische, spirituele, filosofische en wetenschappelijke overtuigingen. Daarin kunnen atheïsten onderling dus ook sterk verschillen. Atheïsten als Friedrich Nietzsche, Jean-Paul Sartre, Karl Marx en Peter Singer hebben bijvoorbeeld verschillende opvattingen over moraal. Dat kan omdat het enige wat hen bindt hun atheïsme is. Atheïsten hebben dus een (individuele) moraal, maar er bestaat niet zoiets als een 'atheïstische moraal'. Een moraal kan slechts atheïstisch zijn in de zin dat zij niet-theïstisch (seculier) is. Dit onderscheid lijkt misschien muggenzifterij, maar het maakt mogelijk dat een moderne atheïst het met Stalin eens kan zijn wat betreft zijn atheïsme, maar niet met zijn moraal.
Als tegengeluid op het atheïstische verwijt van religieus geweld, wijzen gelovigen atheïsten er soms op dat ook atheïsten vele doden op hun geweten hebben. Massamoordenaars als Jozef Stalin en Pol Pot waren inderdaad atheïsten, atheïsten met buitengewoon verwerpelijke morele opvattingen. Deze konden echter onmogelijk voortkomen uit hun atheïsme *zelf*, omdat atheïsme alleen logischerwijs geen basis *kan* zijn voor moreel handelen. De gruweldaden van deze atheïsten moeten dus gebaseerd zijn op andere morele overtuigingen en psycho(patho)logische drijfveren dan hun atheïsme. Zelfs hun afkeer van religie wordt niet door alle atheïsten gedeeld.
Anders is dat bij een gelovige die religieus geweld pleegt of anderszins religieus (a)moreel handelt. Zijn religie biedt hem immers *naast zijn geloof in god (theïsme* sec*)* een hoop andere overtuigingen die zijn moreel handelen kunnen motiveren en rechtvaardigen. Abraham, die volgens de Bijbel zijn eigen zoon ritueel wilde slachten, deed dat omdat God dat van hem vroeg. IS-strijders vinden verzen in de Koran die het afslachten van ongelovigen rechtvaardigen. Christenen die (onwettig!) weigeren homoseksuelen te trouwen, doen dat op Bijbelse gronden. Rooms-katholieken die tegen anticonceptie zijn, zijn dat omdat de paus dat van hen verlangt. Uiteraard kan ook moreel lovenswaardig handelen religieus gemotiveerd en gerechtvaardigd zijn. Religie kan door de 'heilige' geschriften, personen en vermeende openbaringen dus wel een basis voor moreel handelen vormen, maar atheïsme kan dat niet. Een atheïst zal zijn morele basis dus ergens anders vandaan moeten halen dan vanuit zijn atheïsme.
**Het ontstaan van moraal**
Hierboven hebben we gezien dat de atheïst goed in staat is zijn moraal te rechtvaardigen, maar kan hij ook verklaren waarom mensen een moraal hebben? Traditioneel is het religieuze antwoord dat wij goed van kwaad weten te onderscheiden omdat God ons als morele wezens geschapen heeft. De beroemde geneticus en christen Fancis Collins spreekt bijvoorbeeld van een ingeschapen *morele wet*. De atheïst zal moeten uitleggen hoe onze moraal naturalistisch evolutionair ontstaan is, zonder goddelijk ingrijpen. Dit is een vraagstuk waar biologen, psychologen en filosofen de afgelopen decennia veel mee bezig zijn geweest. Er is dan ook ondertussen een gigantische berg literatuur over verschenen (zie hieronder). De hoofdlijnen zijn daardoor aardig bekend, maar er zijn ook nog veel open vragen. Het is nu breed geaccepteerd dat ook dieren verschillende stadia van een moraal hebben. De zorg voor de eigen jongen is hiervan waarschijnlijk de basis, wat bij de meeste zoogdieren goed ontwikkeld is. Een moeder (en soms de vader ook) zorgt voor haar jongen: voorziet ze in hun behoeften en beschermt ze. Daarmee vergroot ze hun welbevinden en vermindert ze hun leed. Bij sociale dieren is deze zorgkring groter: die van de familie of de groep. Sociale dieren als chimpansees weten heel duidelijk dat bepaald gedrag in de groep niet of juist wel wenselijk is, en worden daar ook voor gestraft c.q. beloond. Ook is een gevoel voor rechtvaardigheid bij apen aangetoond. Belangrijk hierbij is ook het empathisch vermogen en het vermogen om in te zien wat een ander wil en denkt ([theory of mind](https://en.wikipedia.org/wiki/Theory%5Fof%5Fmind?ref=deatheist.nl)), wat ook chimpansees in meer of mindere mate blijken te hebben. Dit goed in groepen kunnen leven is voor sociale dieren ongelofelijk belangrijk: verstoten worden uit de groep levert mentale en fysieke problemen op en kan, zeker in het wild, snel leiden tot de dood. Hiermee is de biologische basis van de moraal gelegd.
Deze basis was aanvankelijk, toen de mens nog in kleine groepen leefde, grotendeels bepalend voor de moraal. Het sterkte [ingroup-outgroup-denken](https://en.wikipedia.org/wiki/Ingroups%5Fand%5Foutgroups?ref=deatheist.nl) dat hierbij nodig was, zit nog steeds in de moderne mens, veelal onbewust. Ook in veel religies is dit onderscheid tussen de eigen groep en andere groepen nog steeds terug te vinden, vaak ook in de moraal (voor de niet-gelovigen gelden andere regels). Bovenop deze biologische basis is in de loop der tijd cultuur ontstaan, wat ook zijn invloed heeft op de moraal. Deze grotendeels biologische en deels culturele moraal was effectief genoeg om onze voorouders en andere mensachtigen (waaronder *Homo erectus*) een groot deel van de aarde te laten verkennen. Dit gebeurde in een tijd ver voordat de religies die we nu kennen ontstonden, wat bewijst dat deze religies niet nodig zijn voor een menselijke moraal. In het laatste stuk van de menselijke evolutie zijn deze groepen steeds meer met elkaar in contact gekomen en moest de moraal daarop aangepast worden. Een moraal die groepoverstijgend geldt, werkt op grote schaal beter dan het ingroup-outgroup-denken, dat vooral voor veel conflicten zorgt. Het idee van een universele ethiek is dan ook pas vermoedelijk in de laatste millennia ontstaan, en in verschillende tijden en op verschillende plaatsten in meer of mindere mate succesvol gebleken. Het idee van een [gulden regel](https://en.wikipedia.org/wiki/Golden%5FRule?ref=deatheist.nl) is bijvoorbeeld geen christelijke uitvinding, maar kwam al ver daarvoor voor in verschillende vormen. De universele mensenrechten kunnen als de meeste recente uitloper worden gezien van deze trend tot 'universalisering' van de moraal. Stukje bij beetje lijkt de wereld overtuigd te raken van de waarde en het belang hiervan.
**Conclusie**
Het moge duidelijk zijn dat moraal een zeer complex onderwerp is met veel deelvraagstukken. Het bovenstaande is dan ook niet veel meer dan een inleidende schets. Er is genoeg literatuur hierover die meer diepgang en discussie biedt. Met dit stuk heb ik willen laten zien dat moraal naturalistisch ontstaan is, waarom een religieuze moraal problematisch is en en zonder God niet alles geoorloofd is. Er zijn verschillende seculiere manieren om als atheïst je moraal te rechtvaardigen, ook al bestaat er niet zoiets als een atheïstische moraal. Zo'n seculiere moraal is *work in progress*: moraal is niet absoluut, maar verandert doordat we leren wat beter werkt in veranderende omstandigheden. Dit maakt uiteindelijk de wereld tot een leefbaardere wereld voor iedereen, niet-gelovig en gelovig.
**Literatuur**
Over het ontstaan van moraal en het seculier rechtvaardigen daarvan is zeer veel geschreven en gediscussieerd. Onderstaande literatuur is slechts een kleine greep daaruit. Het zijn vooral werken die in lijn liggen met de hierboven verdedigde opvattingen over moraal.
Bieri, P. (2013). *Een manier van leven: over de vele vormen van menselijke waardigheid*. Wereldbibliotheek.
Churchland, P. S. (2011). *Braintrust: What neuroscience tells us about morality*. Princeton University Press.
Cliteur, P. (2007). *Moreel Esperanto: naar een autonome ethiek*. De Arbeiderspers.
Kitcher, P. (2011). *The ethical project*. Harvard University Press.
Philipse, H. (2008). *Ethiek en Evolutie: Een hoorcollege over de geschiedenis, biologie, filosofie en antropologie van de moraal*. Home academy.
Verplaetse, J. (2008). *Het morele instinct: over de natuurlijke oorsprong van onze moraal*. Uitgeverij Nieuwezijds.
De Waal, F. (2009). *Primates and philosophers: How morality evolved*. Princeton University Press.
### Religieuze terreur
URL: https://www.deatheist.nl/religieuze-terreur/
Last updated: 2015-11-16T18:19:52.000Z
Iedereen is diep geschokt door de terroristische aanslagen in Parijs van 13 november, waarbij jihadisten in koelen bloede 129 onschuldige burgers doelbewust executeerden of in hun martelaarsdood meenamen. Het is helaas de laatste in een reeks bloedige aanslagen op burgers, niet alleen in het westen (Frankrijk, België, Spanje, Engeland, VS), maar ook elders, waar wij hier vaak minder over horen (waaronder Rusland, Turkije, Libanon, Israël en Syrië). Het zijn allemaal aanslagen doelbewust op burgers, niet op militaire of politieke doelen. Nu iedereen is bijgekomen van de ergste verbijstering, verontwaardiging en verschrikking, is het tijd voor bezinning. Ik wil hier vooral stilstaan bij de rol van religie in deze terreur, in het bijzonder die van de islam.
De opvattingen hierover lopen sterk uiteen. Aan het ene uiterste zijn er mensen die beweren dat de islam er niets mee te maken heeft. Dit is een veelgehoord geluid bij (liberale) moslims die betogen dat de islam een religie van vrede is en deze terroristen de islam *mis*bruiken, zelfs niet eens échte moslims zijn. Ook zijn er mensen (veelal politiek links) die beweren dat dit terrorisme vooral de schuld van het westen zelf is, dat een arme, onderdrukte minderheid tegen zichzelf heeft opgezet. Aan het andere uiterste zijn er degenen die ‘de’ islam hiervan de schuld geven, en in ongeveer elke moslim een (potentiële) terrorist zien die we zo ver mogelijk van ons af moeten houden. Het rechts-populisme vaart hier wel bij, in het bijzonder Geert Wilders.
Voorop wil ik stellen dat de oorzaak van dit soort terrorisme dat voortkomt uit radicale islamitische opvattingen zonder twijfel complex is. Veel verschillende (sociale, economische, (geo)politieke, historische) factoren zullen een rol spelen, en het is goed dat dat onderzocht en uitgesproken wordt. Uitzichtloosheid wordt vaak genoemd, maar wereldwijd hebben heel veel mensen een uitzichtloos bestaan zonder te radicaliseren. Ook blijken lang niet alle terroristen zo’n uitzichtloos bestaan te hebben: ze wonen in (relatief) goede wijken, hebben een opleiding genoten en werken. Puberale avontuurlijkheid wordt genoemd, maar de overgrote meerderheid der pubers is niet gewelddadig, en lang niet alle terroristen zijn pubers. Ook hebben veel van deze terroristen niet te maken met westers ingrijpen in het Midden-Oosten, want ze zijn [homegrown](https://en.wikipedia.org/wiki/Domestic%5Fterrorism?ref=deatheist.nl). Er zijn veel factoren die ongetwijfeld (soms) een rol spelen, maar er is er één die niet genoemd wordt of wordt gebagatelliseerd: *religie*, in het bijzonder de islam.
Hun religieuze overtuiging is wat de daders expliciet noemen als rechtvaardiging voor hun gruweldaden. Het benoemen hiervan is evenwel gehuld in taboe en onbegrip: dit kán niets met religie/de islam te maken hebben! Ze *ge*bruiken niet hun geloof, maar *mis*bruiken het. Dit kúnnen geen echte moslims zijn! Dit zijn ‘gewoon’ gekken! Ook veel politici verkondigen dat, misschien ook wel omdat ze hun vingers niet willen branden aan een gevoelig onderwerp, of bang zijn maatschappelijke onrust te veroorzaken. Dit ontkennen of bagatelliseren van de religieuze rol lijkt me niet alleen een illusie, maar ook een dwaze en gevaarlijke illusie. Wie niet naar bepaalde oorzaken van een probleem durft of wil kijken, houdt niet alleen zichzelf en anderen voor de gek, hij bemoeilijkt ook de aanpak van het probleem. En dat probleem van islamitisch terrorisme is groot: wereldwijd, groeiend en van invloed op ons dagelijks leven.
In het moderne westen is religie steeds minder een (duidelijke) drijfveer geworden voor ons handelen. Niet alleen is het aantal ongelovigen hier groot, ook het christendom, jodendom en (in mindere mate) de islam hebben hier de Verlichting ondergaan. Religie is bij ons verwaterd; het heeft weinig maatschappelijke invloed en inspireert mensen hooguit tot reflectie, kunst, vrijwilligerswerk en andere goede daden. We hebben een romantisch beeld van religie. Misschien dat veel westerlingen daardoor niet meer kunnen begrijpen dat religie ook een bron en legitimering kan zijn van verwerpelijke overtuigingen en gruwelijk handelen.
Velen van ons weten niet dat de (Hebreeuwse) Bijbel qua [gruwelijkheden en verwerpelijke oproepen](http://infidels.org/library/modern/donald%5Fmorgan/atrocity.html?ref=deatheist.nl) niet onderdoet voor de Koran. In de Bijbel pleegt God vele volkerenmoorden of roept Zijn volgelingen op dat te doen, onder andere omdat ze afgoden dienen. Daarbij moeten niet alleen de mannen gedood worden, maar regelmatig ook vrouwen en zelfs kinderen. Soms mogen de vrouwen gevangen worden genomen en als vrouw toegeëigend worden, wat meestal neerkomt op verkrachting. Gelukkig zijn deze verhalen grotendeels fictie, maar het idee is weerzinwekkend. De Bijbelse God sanctioneert [slavernij](https://www.deatheist.nl/slavernij-in-de-bijbel/) en ook de [doodstraf](http://rationalwiki.org/wiki/List%5Fof%5Factions%5Fprohibited%5Fby%5Fthe%5FBible?ref=deatheist.nl) voor onder andere het hebben van seks met iemand van hetzelfde geslacht, een vrouw die geen maagd meer is op de huwelijksnacht en het werken op de sabbat. De jihadisten die wij nu zo verafschuwen, beroepen zich op vergelijkbare teksten in de Koran als in ‘onze’ Bijbel. [Het verhaal](https://en.wikipedia.org/wiki/Binding%5Fof%5FIsaac?ref=deatheist.nl) waarin Abraham bereid is zijn eigen zoon te slachten omdat God dat van hem vraagt, speelt een belangrijke rol in zowel jodendom, christendom als islam.
Er is echter een belangrijk verschil tussen hoe de meeste joden en christenen de (Hebreeuwse) Bijbel lezen en hoe veel moslims de Koran lezen. Moderne joden en christenen nemen hun heilige boek niet zo letterlijk: ze zien deze verhalen, wetten en oproepen als symbolisch, plaatsen het in een historische context (ze gelden nu niet meer) of menen zelfs dat de teksten (grotendeels) mensenwerk zijn. Dit is evenwel niet altijd zo geweest. De kruistochten waren religieus gemotiveerd, slavernij werd op Bijbelse grond gerechtvaardigd, de heksenvervolging had een [Bijbelse legitimering](http://www.openbible.info/topics/witches?ref=deatheist.nl) en denkers die anders dachten dan de Kerk moesten inbinden of het soms zelfs met hun leven bekopen (beroem is [Giordano Bruno](https://en.wikipedia.org/wiki/Giordano%5FBruno?ref=deatheist.nl)). Gelukkig hadden deze christelijke terroristen geen kalasjnikovs, bomgordels en tanks. Door de Verlichting, maar ook door interne kritiek, heeft de joods-christelijke traditie haar tanden verloren. Voor de moslimgemeenschap wereldwijd en de Koran ligt dat heel anders.
Uit [onderzoek](http://www.pewforum.org/2012/08/09/the-worlds-muslims-unity-and-diversity-executive-summary/?ref=deatheist.nl) blijkt dat de overgrote meerderheid van de moslims wereldwijd gelooft dat de Koran het *letterlijke* woord van God is. In deze Koran komen de ongelovigen en andersgelovigen er niet best af, zoals uit [vele verzen](https://en.wikiquote.org/wiki/Qur%27an%5Fon%5Finfidels?ref=deatheist.nl) blijkt. Ze worden van allerlei kwalijke en verwerpelijke zaken beschuldigd, Allah roept op ze te doden en uitgebreid wordt beschreven hoe ze zullen branden in de hel. Het is niet verwonderlijk dat de vrome moslim een slecht beeld heeft van de ongelovigen. Ook [blijkt](http://www.pewforum.org/2013/04/30/the-worlds-muslims-religion-politics-society-beliefs-about-sharia/?ref=deatheist.nl) dat moslims de islamitische wetgeving (sharia), die gebaseerd is op de Koran en overleveringen (Hadith) van Mohammed, als het letterlijke woord van God zien en veelal geloven dat die maar voor één uitleg vatbaar is. Een groot deel van de moslims meent verder dat de sharia de officiële wetgeving van het land moet zijn – ook voor niet-moslims – en verkiezen dus een religieuze wetgeving boven een democratisch gekozen wetgeving. Grote groepen moslims zijn voor lijfstraffen en vinden steniging een gepaste straf voor overspel. Volgens de sharia, veel islamtische wetgeleerden en een groot deel van de moslims wereldwijd is het [verlaten van de islam](https://en.wikipedia.org/wiki/Apostasy%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl) een misdaad waarop de doodstraf hoort te staan, en soms ook zo uitgevoerd wordt. Wij willen graag geloven dat alleen een handjevol extremisten zo denkt, maar de feiten zijn anders. Zelfs in het westen [blijken](https://www.wzb.eu/en/press-release/islamic-fundamentalism-is-widely-spread?ref=deatheist.nl) moslims minder liberaal te zijn dan vaak gedacht wordt. Ook hanteren veel islamitische landen hun [eigen islamitische mensenrechten](https://en.wikipedia.org/wiki/Cairo%5FDeclaration%5Fon%5FHuman%5FRights%5Fin%5FIslam?ref=deatheist.nl) (gebaseerd op de sharia), omdat ze *universele* mensenrechten, dus ook voor vrouwen, homoseksuelen en niet-moslims, niet erkennen. Deze, in de islamitische wereld breedgedragen, opvattingen over (mensen)rechten en wetgeving vormt een fundamenteel contrast met de universele mensenrechten en democratisch gekozen wetgeving.
Het is belangrijk te benadrukken dat, zelfs als een zeer groot deel van de wereldwijde moslimgemeenschap dergelijke orthodoxe opvattingen heeft over de Koran en islamtische wetgeving, gelukkig maar een klein deel bereid is daadwerkelijk de jihad tegen ongelovigen aan te gaan en terreur te zaaien. Wel is het zo dat deze jihadistische daden voortkomen uit of in lijn liggen met overtuigingen die breed gedragen worden in de wereldwijde islamitische gemeenschap. Hun gedachtegoed is direct op de Koran gebaseerd en hun daden zijn goed te rechtvaardigen op grond van dat boek. Wie dit niet wil zien, ontkent een groot deel van het probleem. Ook Islamitische Staat (IS, ISIS), die achter de aanslagen in Parijs zit, [geeft expliciet aan](https://ent.siteintelgroup.com/Statements/is-claims-paris-attacks-warns-operation-is-first-of-the-storm.html?ref=deatheist.nl) dat hun gruweldaden religieus geïnspireerd en gelegitimeerd zijn. Ze vielen geen politieke of militaire doelen aan, maar een muziekoptreden, voetbalwedstrijd en restaurant: uitingen van een levenswijze die zij verderfelijk vinden. Ze beschouwen de onschuldige burgerslachtoffers als afvalligen en kruisvaarders. Hoe duidelijk kan de religieuze verklaring voor deze terreur zijn? Wat deze lieden drijft is hun illusie dat de Schepper dat van hen verlangt en dat ze daarvoor eeuwig beloond zullen worden in het hiernamaals, ook een gevaarlijke religieuze illusie.
Nogmaals: natuurlijk wil dit niet zeggen dat alle moslims (heimelijk) zo denken, laat staan (potentiële) jihadisten zijn. Een groot deel van de slachtoffers van jihadisten zijn zélf moslim, en een groot deel van de islamtische vluchtelingen dat naar Europa komt, ontvluchten juist dit islamitisch geweld. Natuurlijk laten veel moslims zich door hun religie inspireren tot het goede. Het is echter een logische fout om te denken dat, omdat de meeste westerse moslims het geweld van de jihadisten verwerpen en verafschuwen, dit geweld niets met de islam te maken heeft. Ook al is het dat voor veel (zeker westerse) moslims niet, de Koran en sharia *kunnen* gebruikt worden voor de inspiratie en legitimering van religieus geweld, en jihadisten *doen* dat ook. Dit erkennen en ter discussie stellen is mijns inziens onderdeel van de aanpak van het probleem.
De rol van liberale moslims is hierbij cruciaal. Het is onrealistisch om te denken dat moslims in korte tijd volledig zullen seculariseren, zoals veruit de meeste westerse joden en christenen hebben gedaan. Een liberale islam lijkt (voorlopig) de enige realistische oplossing. De liberale moslim bevindt zich evenwel in een lastig pakket. Hij zal moeten erkennen dat de Koran niet het letterlijke woord van God kan zijn, gezien de vele verwerpelijke passages daarin. Een veelgebruikte strategie van liberale moslims is om te wijzen op de vredelievende en liberale passages in de Koran, maar als die omgeven worden door vele haatzaaiende en orthodoxe passages, lijkt dat een niet erg overtuigende strategie. Het is een vorm van selectief winkelen (*cherry picking*), waarvan de orthodoxe moslim en zelfs de jihadist zich net zo goed kan bedienen. Daarnaast moet de liberale moslim zich afvragen: als Allah alwetend en vredelievend is, had Hij dan niet kunnen voorzien tot hoeveel geweld en leed Zijn openbaring zou leiden? De liberale moslim zal moeten erkennen dat de Koran tijdgebonden is en hem symbolischer moeten lezen, maar de vraag is hoeveel moslims zoveel water bij de wijn willen doen. Hij zal democratisch gekozen wetten en universele mensenrechten moeten laten prevaleren boven goddelijk geopenbaarde, en de vraag is hoeveel moslims bereid zijn dat te doen. Daarover ben ik in het westen hoopvoller gestemd dan in de rest van de wereld. In Nederland en ook in andere westerse landen horen we deze geluiden gelukkig steeds meer, maar er is nog een lange weg te gaan, zeker internationaal.
As we toch die kant op willen - en volgens mij kunnen we niet anders - is het essentieel om kritiek te kunnen leveren op religieuze opvattingen. Dit is tijdens de Verlichting met het jodendom en het christendom gebeurd. Dat lag aanvankelijk ook zeer gevoelig, maar het heeft geleid tot de geseculariseerde en liberale vormen die vandaag de dag overheersend zijn. Door te ontkennen dat religieus geweld en de mensenrechtenschennis waarmee we nu te maken hebben iets met de islam te maken heeft, ontmoedigen we moslims de hand in eigen boezem te steken. Door moslims te vrijwaren van kritiek - zelfs als deze kwetsend is - werken we een geseculariseerde wereld met universele mensenrechten en democratisch gekozen wetten tegen.
Uiteraard vergt een aanpak van islamitisch geweld meer dan dit: militair ingrijpen is onontkoombaar, geopolitieke en economische beslissingen zijn noodzakelijk en er mag over mensenrechten niet gemarchandeerd worden. Onderzoek naar en aanpak van radicalisering in het westen is noodzakelijk. Hier is echter steeds bredere steun voor, maar het erkennen van religie, en de islam in het bijzonder, als onderdeel van het probleem heeft die brede steun niet. Populisten zien dit probleem wel en spelen daar gemakkelijk op in met simplistische en onrealistische oplossingen. Wanneer gaat de beschaafde wereld ook deze kant van het probleem erkennen en daar de kritische discussie over aan, nationaal en geopolitiek?
### Gesprekken met gelovigen
URL: https://www.deatheist.nl/gesprekken-met-gelovigen/
Last updated: 2026-08-19T19:46:46.000Z
De afgelopen jaren heb ik veel gesproken en gediscussieerd met gelovigen van allerlei pluimage. Persoonlijk, tijdens debatten, via de mail of op internetfora, in binnen- en buitenland, in verschillende culturen. Van hoogopgeleide intellectuelen die rationeel willen schermen tot ‘gewone’ gelovigen die vanuit een oprechte zorg mij willen behoeden voor de hel. Met ‘new age’ of ‘spirituele’ gelovigen die weinig moeten hebben van rationele argumenten en liever willen varen op hun intuïtie en ervaringen. Van gelovigen die er heel zeker van zijn dat zij de Universele Waarheid in pacht hebben tot oprecht twijfelende gelovigen, of zij die menen dat iedereen zijn eigen waarheid heeft.
Aan de andere kant heb ik ook atheïsten gezien die menen het summum van rationaliteit te zijn, gelovigen soms afschilderen als dom, naïef en onwetend en met dedain over hen spreken. Ook ik heb me daaraan schuldig gemaakt en zal dat soms misschien nog steeds wel doen. Hoe kunnen al die mensen toch (blijven) geloven in iets wat zo duidelijk onwaar is?, heb ik mezelf vaak afgevraagd. Hoe kan het dat twee erudiete en intelligente hoogleraren als [René van Woudenberg](https://nl.wikipedia.org/wiki/Ren%C3%A9%5Fvan%5FWoudenberg?ref=deatheist.nl) en [Herman Philipse](https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman%5FPhilipse?ref=deatheist.nl), die beiden goed thuis zijn in de (godsdienst)filosofie, zulke verschillende opvattingen hebben over het bestaan van God? Al deze ervaringen met gelovigen en ongelovigen hebben mij aan het denken gezet over wat mensen – gelovigen en atheïsten – drijft, waarom ze geloven wat ze geloven en overtuigd zijn van wat zij als waarheid zien. Hieronder wil ik een aantal van die overpeinzingen delen.
Overtuigingen komen nooit voor in een vacuüm, maar altijd in een web met andere overtuigingen. De filosoof [Willard Van Orman Quine](https://en.wikipedia.org/wiki/Willard%5FVan%5FOrman%5FQuine?ref=deatheist.nl) spreekt van een [web of belief](http://socialistica.lenin.ru/analytic/txt/q/quine%5F1.htm?ref=deatheist.nl). Ook ervaringen spelen in dat web een belangrijk rol, en mogelijk ook existentiële angsten, vragen, zorgen en hopen. De moraal die iemand heeft en uitdraagt, komt ook voort uit zijn overtuigingenweb. Ook wat je accepteert als betrouwbare kennisbron (wetenschap, persoonlijke ervaring, een bepaald boek) is op dat web gebaseerd. Dit web wordt, zeker in het begin, voor een belangrijk deel gevormd door de cultuur en het gezin waarin iemand opgroeit. Tot slot spelen ook denkfouten die psychologen blootgelegd hebben een rol, en de een is zich daar meer bewust van dan de ander. Uit al deze elementen ontstaat een (persoonlijk) wereldbeeld van waaruit iemand leeft. Iedereen benadert elke overtuiging vanuit zijn eigen wereldbeeld. Hoe geloofwaardig een bepaalde overtuiging voor iemand is, hangt dan ook af van het complete web van andere overtuigingen en ervaringen, waardoor dezelfde overtuiging voor de een heel aannemelijk kan zijn, maar voor de ander totaal niet. Hetzelfde geldt voor hoe je ervaringen duidt, welke morele opvattingen je huldigt en welke vragen je (jezelf) stelt.
De kennis over de wereld die je hebt, bepaalt voor een groot deel hoe aannemelijk overtuigingen zijn. Voor iemand die totaal geen kennis heeft van moderne astronomie, zal het idee dat we met ruim 100.000 km/h om de zon draaien, en ook nog eens met ruim 1.000 km/h om onze eigen aard-as, absurd zijn. Het is niet alleen in strijd met zijn traditionele overtuigingen, maar ook met zijn eigen ervaring. Voor iemand die totaal geen kennis heeft van moderne biochemie en biologie, zal het ook absurd zijn dat leven vanzelf kan ontstaan en dat elke levensvorm door miljoenen jaren evolutie op natuurlijke wijzen ontstaan is. [Vitalisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Vitalism?ref=deatheist.nl) en [creationisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Creationism?ref=deatheist.nl) zijn dan veel plausibeler. Tussen leven en niet-leven, tussen mens en dier lijkt een onoverbrugbaar verschil te bestaan. Dit komt doordat wij geneigd zijn te denken in onveranderlijke [essenties](https://en.wikipedia.org/wiki/Essentialism?ref=deatheist.nl), maar dat druist in tegen wat de evolutiebiologie ons leert. Dit essentialisme [verklaart](http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1360138515000771?ref=deatheist.nl) ook ten dele de weerstand die sommigen hebben tegen genetische modificatie. Een onstoffelijke ziel of geest is intuïtief een aannemelijke verklaring voor ons geestelijke leven, maar de moderne neurowetenschappen [leren ons wat anders](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/), en dat is lastig in te zien als je daar niet in thuis bent. Voor iemand die niet aardig op de hoogte is van het natuurlijke wereldbeeld dat de gezamenlijke wetenschappen ons schetsen, kan [naturalisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Naturalism%5F%28philosophy%29?ref=deatheist.nl) (waar atheïsme vaak een onderdeel van is) absurd lijken, zeker omdat het soms ver afstaat van de dagelijkse ervaring.
Ook ervaringen vinden niet plaats in een vacuüm. Waarneming zelf wordt al beïnvloed door iemands overtuigingen. Een verschil hierin is bijvoorbeeld aangetoond [tussen protestanten en atheïsten](http://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0003679&ref=deatheist.nl), en [tussen sceptici van en gelovigen in het paranormale](http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/acp.2874/abstract;jsessionid=DA25F720DD8C32B350C7AB31ABF5357F.f03t02?userIsAuthenticated=false&deniedAccessCustomisedMessage=&ref=deatheist.nl). Gelovigen en ongelovigen nemen de wereld dus in een zekere zin anders waar, en daar is lastig tegen te argumenteren.
Hoe een ervaring vervolgens wordt *geduid*, wordt nog meer bepaald door iemands wereldbeeld. Een sjamaan uit de Amazone zal zijn ervaringen tijdens het gebruik van [ayahuasca](https://en.wikipedia.org/wiki/Ayahuasca?ref=deatheist.nl) (met als werkzame stof de drug [DMT](https://en.wikipedia.org/wiki/N,N-Dimethyltryptamine?ref=deatheist.nl)) duiden als een spirituele trip door een bovennatuurlijke werkelijkheid, terwijl een nuchtere neurowetenschapper op grond van wat hij weet over het brein dezelfde ervaring zal beschouwen als een heftige hallucinatie. Zal de sjamaan gemakkelijk door de neurowetenschapper te overtuigen zijn? Zal iemand die een [bijna-doodervaring](https://en.wikipedia.org/wiki/Near-death%5Fexperience?ref=deatheist.nl) heeft gehad snel ervan te overtuigen zijn dat het een zeer intense en realistische [hallucinatie](http://infidels.org/library/modern/keith%5Faugustine/HNDEs.html?ref=deatheist.nl) is die neurobiologisch [vrij goed te verklaren valt](http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1364661311001550?ref=deatheist.nl)?
Sommige gelovigen zeggen dat zij een persoonlijke ervaring hebben gehad met hun God (of goden) en zien dit begrijpelijkerwijs als een bevestiging van het bestaan van die goden. Voor een monotheïst is dit echter problematisch: de goden die andere gelovigen menen te hebben ervaren, kunnen immers niet bestaan. Aannemelijker is het dan ook dat zij niet hun god(en) zelf hebben ervaren, maar een bepaalde bijzondere ervaring daaraan *toeschrijven*. Ze *duiden* die ervaring in *hun* wereldbeeld. Een bepaalde ervaring is wellicht hetzelfde voor een christen, moslim, hindoe of atheïst, maar de duiding dusdanig anders dat het om een andere ervaring *lijkt* te gaan. Hoe is een ervaring compleet los te zien van het wereldbeeld waarin je haar noodzakelijkerwijs duidt?
De waarde die je hecht aan (een bepaalde vorm van) kennis en ervaring, hangt af van wat je accepteert als betrouwbare bron van kennis. Voor de meeste atheïsten zal de wetenschap daarin een zeer prominente plaats innemen. Voor hen is wetenschap de meeste betrouwbare bron van kennis, zij het misschien niet de enige. Zij zullen traditionele overtuigingen – zelfs overtuigingen uit hun eigen ervaring, bereid zijn opzij te schuiven als die onmiskenbaar in strijd zijn met goed bevestigde wetenschappelijke kennis. Zij zullen evenmin een bepaald 'heilig' boek accepteren als bijzondere kenbron omdat ze denken dat het mensenwerk is. Voor de gelovige ligt dat vaak heel anders. Spirituelen laten hun intuïtie en persoonlijke ervaring prevaleren, zelfs als die strijdig zijn met met de wetenschap. Ze verkiezen 'hart' boven 'hoofd' als die niet overeenstemmen. Een gelovige die een persoonlijke openbaring heeft gehad, zal dat eerder toeschrijven aan een goddelijke bron dan aan een psychologische of neurowetenschappelijke verklaring. Wie persoonlijk geraakt wordt door het lezen van de Bijbel of de Koran, zal dat boek meer autoriteit toekennen dan iemand die er niet door geraakt is. Doordat dus niet iedereen dezelfde waarde hecht aan een bepaalde kenbron, verschillen ook de criteria waaraan de geloofwaardigheid van overtuigingen bepaald worden. Voor iemand die weinig waarde hecht aan wetenschappelijke kennis, zal creationisme, astrologie of een leven na de dood eerder acceptabel zijn dan iemand die veel waarde hecht aan wetenschappelijke kennis. Wie een ander wil overtuigen, zal dus eerst op zoek moeten gaan naar een gemeenschappelijk kenniscriterium.
Ook iemands morele overtuigingen komen voort uit zijn web van overtuigingen. Voor een moslim die gelooft dat de Koran het woord van God is, is het zondig om varkensvlees te eten of alcohol te drinken. Zijn extremistische geloofsgenoot leest in diezelfde Koran dat God hem oproept ongelovigen om te brengen, en is ook bereid dat te doen. Sommige christenen menen op grond van de Bijbel dat God homoseksualiteit verafschuwt en zijn daarom tegen het homohuwelijk. Wie ervan overtuigd is dat bezieling plaatsvindt tijdens de bevruchting, zal abortus in een vroeg stadium al als moord zien. Deze morele overtuigingen zijn begrijpelijk vanuit een bepaald wereldbeeld, hoe afschuwelijk, verwerpelijk of absurd ze ook moge zijn.
De vragen die je jezelf stelt en de antwoorden daarop die je beschouwt als acceptabel en aannemelijk, hangen ook af van het wereldbeeld. Iedereen is bijvoorbeeld geneigd *waarom*vragen te stellen. Meestal zijn die vragen zinvol omdat er inderdaad een reden is die die waaromvraag beantwoordt. Bewuste, intentionele wezens als mensen doen, laten of willen dingen met een *reden*. Waarom is hij boos op mij? Omdat ik tegen hem gelogen heb. Waarom ligt dat boek op tafel? Omdat zij wilde dat het daar lag. Maar dat wil evenwel niet zeggen dat elke waaromvraag zinvol is, want soms is er slechts sprake van een *oorzaak* en is er geen reden. Dit is meer dan een [taalkundig onderscheid](https://apps.nrc.nl/stijlboek/waarom-waardoor?ref=deatheist.nl) waar ik ook al [eerder](https://www.deatheist.nl/de-paradox-van-de-goddankende-haitiaan/) over geschreven heb. Je kunt je afvragen *waardoor* (oorzaak) schelpen in een bepaald patroon op het strand liggen, maar niet *waarom*; niemand heeft ze immers zo neergelegd met een reden. Het is zinvol om te vragen waarom het water in mijn fluitketel kookt (ik wilde thee, een reden), maar het is onzinnig om te vragen waarom het water in [natuurlijke geisers](https://en.wikipedia.org/wiki/Geyser?ref=deatheist.nl) kookt (dat heeft slechts een geologische oorzaak, geen reden).
Gelovigen hebben de neiging om te vragen waarom aardbevingen plaatsvinden, bepaalde mensen ziek worden, er leven of het universum is ontstaan, of waarom er iets is in plaats van niets. Voor hen zijn die vragen zinvol omdat God de reden kan zijn die die vragen beantwoordt. Voor een atheïst zijn die waaromvragen echter onzinnig omdat sommige dingen geen redenen hebben, slechts oorzaken. Voor een atheïst is de vraag naar het waarom van een aardbeving of het ontstaan van leven net zo onzinnig als de vraag waarom water in natuurlijk geisers kookt: er is Niemand die dat wilde, dus is er geen reden. Een gebrek aan antwoord op zo’n waaromvraag is dan ook geen intellectuele tekortkoming, want de vraag is onzinnig. Het gebrek aan antwoord is evenmin een existentiële tekortkoming, want het inzicht dat niet elke waaromvraag een antwoord nodig heeft, kan ook gemoedsrust brengen.
Een wereldbeeld moet niet alleen geloofwaardig zijn, maar ook leefbaar. Dat hangt af van hoe existentiële vragen worden beantwoord, in hoeverre iemand behoefte heeft aan een vaststaand praktisch richtsnoer en regelmaat, in hoeverre een wereldbeeld iemand voldoende hoop kan bieden om door te leven, ook in zwaardere tijden. Een gelovige kan vrezen voor wat er na de dood met hem gebeurt, hij kan geloven dat een Zingever nodig is voor een zinvol leven en dat een goddeloos bestaan zo hopeloos is dat het niet de moeite van het leven waard is. Vanuit zijn oogpunt lijkt het wereldbeeld van een atheïst onleefbaar, en geef hem eens ongelijk. Dat een atheïst een zinvol en hoopvol leven kan leiden zonder angst voor de dood, is voor hem waarschijnlijk onvoorstelbaar omdat hij het wereldbeeld van een atheïst niet van binnenuit kent.
Tot slot zijn er nog denkfouten (‘[cognitive biases](https://en.wikipedia.org/wiki/Cognitive%5Fbias?ref=deatheist.nl)’): psychologische mechanismen die ons denk- en oordeelsvermogen veelal onbewust beïnvloeden en zo tot onterechte overtuigingen leiden. Psychologen hebben er ondertussen [vele blootgelegd](http://io9.com/5974468/the-most-common-cognitive-biases-that-prevent-you-from-being-rational?ref=deatheist.nl). Zo accepteren we eerder bewijs dat onze overtuigen bevestigt dan tegenspreekt, en zijn we eerder geneigd een argument van een medestander te accepteren dan van een opponent. Ook zijn we erg goed in het achteraf rationaliseren van beslissingen, ook al waren ze onjuist of om een andere reden. We blijken erg slecht te zijn in het inschatten van kansen en waarschijnlijkheden, waardoor we vaak onterecht in iets toevalligs een betekenis zien. We zijn gevoelig voor groepsdruk en veel andere factoren die geen rol zouden mogen spelen. We overschatten hoe betrouwbaar ons geheugen is en hoe goed onze waarnemingen zijn. Hoe meer we ons bewust worden van deze vertroebelingen van onze vermogens, hoe beter we ons eigen standpunt en dat van een ander kunnen begrijpen en waar nodig corrigeren.
Het bovenstaande zou misschien kunnen leiden tot een vorm van intellectueel of moreel relativisme, waarbij iedereen zijn eigen waarheid heeft en het van arrogantie zou getuigen te menen dat jij het beter weet dan een ander. Of tot nihilisme in discussies: niemand is te overtuigen omdat zijn overtuiging zo diep en sterk verankerd zitten in een web of beliefs. Beide zijn volgens mij onterecht.
Er is één werkelijkheid, en de ene overtuiging sluit daar beter op aan dan de ander. Daardoor is ook het ene wereldbeeld realistischer dan het andere. Het ontkennen daarvan is een pervers spelletje met het woord waarheid, wat niet zelden kan leiden tot gevaarlijk praktisch handelen. Persoonlijke ervaringen en vermeende heilige boeken zijn feilbaar en wetenschap heeft bewezen een zeer betrouwbare (maar niet feilloze) bron van kennis te zijn, dus zou een rationeel mens zijn overtuigingen daaraan moeten meten. Mensenrechten zijn evenmin alleen van toepassingen op westerlingen, want ze zullen ieder mens die ernaar kan leven gelukkiger maken. Sommige religieuze geboden en verboden zijn simpelweg onzinnig als God niet bestaat. Ook het nihilisme is onterecht, want ik weet uit ervaring dat het veranderen van overtuigingen mogelijk is, ook van diepe overtuigen – zelfs van wereldbeeld.
Dit gaat echter zelden zonder slag of stoot en kost meestal tijd. Gezaaide twijfel kan langzaam uitgroeien tot fundamentele twijfel, en uiteindelijk tot omverwerping van diepgewortelde overtuigingen, zelfs wereldbeelden. Nieuwe ervaringen spelen daarbij soms een belangrijke rol en eerdere ervaringen worden anders geduid. De wereld wordt in een ander licht gezien.
Wat ik met het bovenstaande wil bereiken, is dus geen intellectueel of moreel relativisme of nihilisme, maar *begrip*. Het besef dat iedereen bepaalde overtuigingen heeft, ervaringen duidt, morele waarden uitdraagt en vragen stelt vanuit een ander kader, kan zorgen voor meer begrip voor andermans wereldbeeld, ook al deel je dat niet. Wat voor jou evident (on)waar, verwerpelijk of absurd is, is dat vanuit een ander denk- en ervaringskader misschien niet. Het kan verhelderend werken om eerst de zienswijze van een ander te begrijpen alvorens hem of haar van jouw zienswijze te overtuigen. In hoeverre dat lukt, hangt af van hoe groot de verschillen zijn en het inlevingsvermogen is. Een dergelijk wederzijds begrip – of in ieder geval een poging daartoe – leidt niet alleen tot prettigere, respectvollere en vruchtbaardere discussies. Het is volgens mij de enige manier om eventueel een ander te overtuigen, of anders te komen tot een *agree to disagree*.
### Is de atheïst een beetje dom?
URL: https://www.deatheist.nl/is-de-atheist-een-beetje-dom/
Last updated: 2026-08-24T17:37:38.000Z
Een tijdje geleden ontving ik het boekje "De atheïst is een beetje dom!" van Walter Tessensohn, een mede-oudste en leraar in een evangeliegemeente. Het is een soort pamflet waarin de auteur de argumenten van de atheïst toetst aan "de rede, de logica en het Bijbels geloof" (achterkant van het boekje) en concludeert dat ze niet steekhoudend zijn. Voor het standpunt van de atheïst gaat Tessensohn vrijwel volledig uit van wat ik daarover schrijf op mijn website door veel te citeren. Ik weet niet of ik blij moet zijn met de eer dat een geheel boekje is gewijd aan het weerleggen van mijn teksten. Niet alleen zijn er atheïsten die het atheïstische standpunt veel beter hebben verdedigd, maar het boekje van Tessensohn staat zo vol met onjuistheden dat ik het nauwelijks kan beschouwen als een serieuze poging mijn argumenten - laat staan het atheïsme - te weerleggen.
Tessensohn richt zijn pijlen vooral op evolutie en stelt evolutie praktisch gelijk aan atheïsme, maar hij heeft blijkbaar niet door dat de realiteit van evolutie ook wordt verdedigd door christenen (zoals Fancis Collins en Kenneth Miller, of in ons eigen land Cees Dekker en wijlen Jan Lever). Ofschoon evolutie mijns inziens inderdaad [een probleem vormt](https://www.deatheist.nl/argument-van-evolutie/) voor de gelovige, berust de overtuiging van een atheïst op [veel meer dan dat](https://www.deatheist.nl/artikelen/). Tessensohn ziet evolutie (terecht) als onderdeel van het naturalisme, dat hij tegenover Bijbels geloof plaatst. Hij meent dat dit naturalisme, wat ook onderliggend is aan wetenschap, een *aanname* of *vooronderstelling* van de atheïst is (p. 12). Dat is evenwel niet zo: het is de *uitkomst* van wat we vanuit onze beste kenbronnen weten. Bovennatuurlijke verklaringen worden niet *bij voorbaat* uitgesloten, zoals Tessensohn meent (p. 11), maar blijken wetenschappelijk onjuist en/of onvruchtbaar. Dat is de reden dat het bovennatuurlijke geen plaats heeft in de wetenschap, zoals ik [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WetenschapvsReligie.pdf) uitgebreid betoog, en creationisme [wetenschappelijk onhoudbaar is](https://www.deatheist.nl/waarom-creationisme-geen-wetenschap-is/).
Naast evolutie vormt ook de big bang (oerknal) een probleem voor Tessensohn. Hij meent dat hierbij iets uit niets is ontstaan (p. 18-19) en gaat verder met zo'n karikatuur van deze wetenschappelijke theorie dat ik me moeilijk kan voorstellen dat hij ook maar enige wetenschappelijke kennis heeft op dit gebied. De oerknaltheorie heeft, in tegenstelling van Tessensohn beweert, [een uitgebreide empirisch onderbouwing](http://www.talkorigins.org/faqs/astronomy/bigbang.html?ref=deatheist.nl). Hij meent ook dat er een "levenswet" nodig is om de embryonale ontwikkeling te verklaren en dat een dergelijke verklaring er niet is (p. 18). Heeft Tessensohn dan nooit een modern boek over ontwikkelingsbiologie gelezen? Wat fossiele overgangsvormen betreft citeert Tessensohn een [stuk op mijn site](https://www.deatheist.nl/evolutie/) waarin ik uitleg waarom er gaten in het fossielenbestand zitten. Hij zegt vervolgens dat er geen overgangsvormen zijn (p. 21), terwijl ik in datzelfde stuk naar links verwijs waarin vele overgangsvormen besproken worden. Dat wordt echter niet geciteerd, waardoor een verkeerde indruk ontstaat. Vervolgens komt er een trits standaard creationistische claims [die allemaal al vele malen weerlegd zijn](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl). De overweldigende hoeveelheid bewijsmateriaal voor (macro-)evolutie is in vele boeken terug te vinden (ik bespreek er [hier](https://www.deatheist.nl/twee-boeken-over-de-waarheid-van-evolutie/) twee en [hier](https://www.deatheist.nl/fossielen-en-hoe-ze-evolutie-bewijzen-een-recensie-van-prothero-s-evolution/) nog een) en zelfs ook eenvoudig online toegankelijk, zie bijvoorbeeld [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/?ref=deatheist.nl). Ondanks dat mijn site niet over evolutie gaat, heb ik ook meerdere stukken geschreven over het bewijs voor evolutie, bijvoorbeeld [hier](https://www.deatheist.nl/de-evolutiebioloog-als-detective/), [hier](https://www.deatheist.nl/sporen-van-evolutie-in-de-mens/) en [hier](https://www.deatheist.nl/het-gulo-gen-als-bewijs-voor-evolutie/). Tessensohn negeert dit alles volledig of is er niet van de op hoogte. Zijn 'problemen' met het ontstaan van het universum, sterrenstelsels, planeten, leven en evolutie zijn gebaseerd op onwetendheid, onbegrip, onjuistheden en onterechte verdachtmakingen, en hadden gemakkelijk voorkomen kunnen worden als hij zich wat had ingelezen in de desbetreffende onderwerpen.
Vervolgens gaat Tessensohn in op [het probleem van religieuze verscheidenheid](https://www.deatheist.nl/er-zijn-duizenden-godsdiensten-welke-is-waar/). Hij stelt dat de Bijbel geen andere goden erkent omdat die er ook niet zijn (p. 37), terwijl in de Bijbel [vele passages](http://www.patheos.com/blogs/crossexamined/2013/02/polytheism-in-the-bible/?ref=deatheist.nl) staan die wijzen op polytheïsme. Ook probeert hij van atheïsme een religie te maken ([quod non](https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/)) door te verwijzen naar Noord-Korea, dat inderdaad religieuze trekken heeft, maar niet vanwege het atheïsme, maar wegens de extreme vorm van communisme. Hij verwijt tevens dat atheïsten geen idealen en moraal kunnen hebben (wederom [quod non](https://www.deatheist.nl/waar-een-atheist-voor-zou-moeten-staan/)). Ook legt hij mij op p. 42 een citaat in de mond dat niet van mij is, maar van Ronald Plasterk, en ook als zodanig op mijn site staat. Meerdere keren (p. 9, p. 35) wordt de atheïstische filosoof Michael Ruse aangehaald als zeggende dat evolutie een religie is, maar dat citaat is uit [zijn context](http://www.jodkowski.pl/ek/MRuse002.html?ref=deatheist.nl) getrokken (zie ook [hier](http://www.huffingtonpost.com/michael-ruse/is-darwinism-a-religion%5Fb%5F904828.html?ref=deatheist.nl)).
Ook bespreekt Tessensohn [het probleem van het lijden](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/), dat een belangrijk atheïstisch argument is. Hij voert de vrije-wil-verdediging op, terwijl ik in [mijn stuk daarover](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/) (waaruit hij ook citeert) laat zien waarom deze verdediging geen stand houdt. Hij probeert vrije wil en Gods alwetendheid te rijmen: "God weet wat iemand denkt, wat hij gaat doen en wat zijn keuzes zijn. God houdt de mens het leven en de dood voor, het goede en het kwade en Hij wil dat de mens kiest voor het goede en het leven. Daar heeft de mens een vrije wil voor." (p. 51) Hier spreekt hij zichzelf echter tegen, blijkbaar zonder het zelf door te hebben. Hoe kan onze keuze vrij zijn als God door zijn alwetendheid al weet wat wij gaan kiezen? Om het concreet te maken: als God alwetend is, weet hij al of ik straks in de supermarkt wel of niet iets ga stelen. Hoe is mijn keuze om wel of niet te stelen dan vrij? God weet immers de uitkomst al! Ook zijn andere theodicees heb ik bekritiseerd in mijn stuk, maar daar gaat hij nauwelijks op in.
De logische inconsistentie tussen alwetendheid en vrije wil [geldt ook voor God zelf](https://www.deatheist.nl/de-eigenschappen-van-god-zijn-logisch-inconsistent/), want hoe kan de Almachtige iets veranderen als Hij de gehele toekomst al kent? Als God zijn eigen plan al kent, hoe kan Hij die dan nog wijzigen? Tessensohn meent soms dat niet alles vastligt, maar als niet alles vastligt, zijn er dus dingen die God niet weet, en is Hij dus niet alwetend. Dit heeft ook praktische consequenties: waarom proberen mensen te bekeren als God toch al weet wie uiteindelijk gelovig zullen worden en wie niet? Als God nu al weet dat ik als een atheïst zal sterven (en dat zou Hij met zijn alwetendheid moeten weten), wat heeft het dan voor zin om mij te proberen te bekeren? Waar is dan mijn vrije keuze om alsnog gelovig te worden? Tessensohn baseert zich een aantal keer op Bijbelteksten, en inderdaad: de Bijbelse God is niet alwetend, dat is een latere uitvinding van filosofen. De hier geschetste problemen overigens ook; in de Bijbel wordt deze inconsistentie nergens besproken. De Bijbelse God is een soort supermens, die een stuk meer weet (en kan) dan gewone mensen, maar soms ook last heeft van berouw (zie bijvoorbeeld de verhalen van de zondvloed en Jona) en niet altijd weet waar iedereen is (Gen. 3:8-9; Job 1:7).
Al met al is het boekje van Tessensohn een broddelwerk van onwetendheid, onbegrip en onjuistheden (vooral op het gebied van astronomie en biologie), onvolledige of verkeerd aangehaalde citaten en verdachtmakingen. Van een boekje dat vrijwel geheel is gewijd aan mijn atheïstische opvattingen, had ik gehoopt op een serieuzer weerwoord...
### Over de levensbeschouwelijke neutraliteit van wetenschap(ers)
URL: https://www.deatheist.nl/over-de-levensbeschouwelijke-neutraliteit-van-wetenschapers/
Last updated: 2026-08-21T18:13:34.000Z
De afgelopen tijd is er een discussie ontstaan over de uitspraken van Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde aan de Universiteit Maastricht. Hij beweerde in een [interview](http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/videoaudio/item/320-waarom-is-er-ziekte-als-god-er-is?.html&ref=deatheist.nl) dat door gebed een been was aangegroeid en dat daar ”onomstotelijk” bewijs van was in de vorm van röntgenfoto’s. Die foto’s bleken helaas niet meer te achterhalen. Dit is hem op veel kritiek komen te staan: als wetenschapper had hij dergelijke uitspraken niet mogen doen. Een groep van 27 hoogleraren nam het voor hem op en [pleitten](http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/nieuws/item/370-hoogleraren-pleiten-voor-persoonlijke-vrijheid-wetenschappers.html?ref=deatheist.nl) voor persoonlijke vrijheid voor wetenschappers, blijkbaar ook voor het doen van religieuze uitspraken.
Al eerder speelden soortgelijke discussies. Enkele jaren gelden flirtte Cees Dekker openlijk met *Intelligent Design*: bepaalde biologische structuren zouden onherleidbaar complex zijn, wat een natuurlijke (evolutionaire) verklaring onmogelijk zou maken, maar een goddelijke hand des te waarschijnlijker. Ook hij kreeg veel kritiek te verduren omdat hij zijn religieuze overtuigingen de wetenschap in zou smokkelen. Op Intelligent Design is hij later teruggekomen, maar hij meent nog steeds dat een theïstische levensbeschouwing beter past bij wetenschappelijke bevindingen dan een atheïstische.
Ook atheïstische wetenschappers wordt vaak verweten dat ze hun levensbeschouwing vermengen met hun wetenschappelijk werk. Misschien wel het meest bekende voorbeeld daarvan is Richard Dawkins. Deze bioloog zou evolutie voor zijn atheïstische karretje spannen. Een ander voorbeeld is de natuurkundige Steven Weinberg, die in de epiloog van *The First Three Minutes* schrijft: “The more the universe seems comprehensible, the more it also seems pointless”.
Mag een wetenschapper dergelijke levensbeschouwelijke uitspraken doen – theïstisch of atheïstisch? Dient hij niet levensbeschouwelijk neutraal te blijven, zich te onthouden van uitspraken die niet empirisch getoetst kunnen worden? De wetenschapper zou zich puur moeten beperken tot het doen van wetenschappelijke uitspraken en zijn levensbeschouwelijke overtuigingen daarbuiten moeten laten, is een veelgehoord advies.
Dit advies berust op de veronderstelling dat er een duidelijke scheidslijn bestaat tussen metafysische (niet empirisch toetsbare) en wetenschappelijke (empirisch toetsbare) uitspraken. De geschiedenis van de wetenschap heeft echter laten zien dat zo’n duidelijke scheidslijn niet bestaat: veel van wat ooit puur metafysische onderwerpen waren (zoals de aard van ruimte en tijd), zijn nu onderwerpen van wetenschappelijk onderzoek.
Er is evenwel nog een andere reden die dit onderscheid onhoudbaar maakt: er zijn *altijd* metafysische veronderstellingen nodig om empirische gegevens te duiden. Een misschien wat flauw aandoend, maar niet triviaal, voorbeeld is het volgende. De huidige empirisch gemeten ouderdom van de aarde kun je verklaren door 1) te veronderstellen dat God de aarde met een *schijnbare* ouderdom geschapen heeft (er zijn creationisten die dit beweren), of 2) dat de aarde werkelijk de ouderdom heeft die we meten. Beide zijn in strikte zin metafysische uitspraken, want ze zijn empirisch equivalent: je kunt geen experiment doen om te bepalen welke van de twee juist is. Maakt dat ze ook even redelijk?
Natuurlijk niet, maar dat kunnen we dus niet uitmaken op grond van experimenten alleen. We moeten dan kijken welke veronderstelling het meest redelijk is. Daarbij speelt achtergrondkennis een zeer belangrijke rol. In het bovenstaande voorbeeld: hebben we goede redenen om te denken dat er een God bestaat die dingen met een schijnbare ouderdom schept? Nee!
Geologen menen dat aardbevingen worden veroorzaakt door de blinde natuurkrachten die voor plaattektoniek zorgen, maar ook dat is een metafysische uitspraak. Zij kunnen immers niet uitsluiten dat de Poseidon aardbevingen doelbewust veroorzaakt, zoals de oude Grieken meenden, uiteraard via plaattektoniek. Biologen menen om goede redenen dat evolutie een blind proces is: ze werkt niet met een doel (de mens bijvoorbeeld). Maar ook hen kunnen we betichten van een metafysische veronderstelling: wie zegt dat God niet op het juiste moment de juiste mutaties teweegbrengt, en zo de *schijn* van blindheid wekt? Ook deze twee voorbeelden zijn dus niet vrij van metafysische veronderstellingen, maar de geologen en biologen gaan uit van *de meest redelijke* metafysische veronderstellingen.
In het duiden van wetenschappelijke bevindingen spelen metafysische veronderstellingen *altijd* een rol, zij het vaak impliciet. In discussies over geloof en wetenschap komt dit echter vaak nadrukkelijker op de voorgrond, waardoor een wetenschapper eerder beticht zal worden van het doen van metafysische uitspraken, waarmee zijn levensbeschouwelijke neutraliteit in het geding zou komen.
Als wetenschap niet om metafysische veronderstellingen heen kan, lijkt het mij onzinnig om te menen dat wetenschappers dergelijke uitspraken niet mogen doen. Wat mij zinniger lijkt, is om te discussiëren over hoe redelijk die metafysische veronderstellingen zijn. Zo’n discussie kan helaas moeilijk in een paar regels gevoerd worden, waardoor het doen van dergelijk uitspraken vaak weinig meer oplevert dan oppervlakkige verwijten over en weer. De stelling dat wetenschappers geen metafysische uitspraken mogen doen, is dan een gemakkelijk 'oplossing', maar een dooddoener, want de wortel van het discussiepunt wordt hiermee ontweken.
De uitspraak van Weinberg over de zinloosheid van het universum is metafysisch in de zin dat je geen experiment kunt opzetten om te bepalen of hij gelijk heeft. Maar is zijn uitspraak hiermee evenveel een geloofsuitspraak als de tegengestelde opvatting, dat het universum wel een zin heeft, bijvoorbeeld omdat God het universum geschapen heeft voor de mens, zoals christenen geloven? Ik meen van niet.
De wortels van de opvatting dat het universum er voor ons is, zijn bijvoorbeeld terug te vinden in het joods-christelijke scheppingsverhaal. Daarin staat de aarde letterlijk in het middelpunt, zijn sterren niets meer dan lampen aan ons firmament en is de mens als kroon op de schepping direct door God geschapen aan het begin der tijden, een paar duizend jaar geleden. Ook in het eind der tijden staan de aarde en de mens centraal, zoals beeldend beschreven wordt in onder andere het Bijbelboek Openbaring. Als de wereld inderdaad zo in elkaar zou zitten, is er zonder meer sprake van een zinvol universum dat speciaal voor de mens geschapen is.
De wetenschappen hebben de afgelopen eeuwen echter een heel ander beeld van de wereld laten zien. Het universum is 13,7 miljard jaar oud en de (anatomisch) moderne mens is pas zo’n 200.000 jaar gelden ten tonele verschenen – slechts een fractie van de kosmische tijd dus. De mens is het product van 3,5 miljard jaar blinde evolutie, en daarmee slechts een zeer klein takje aan de immense *Tree of Life*, die voor meer dan 99,9% ook al weer uitgestorven is. Hij woont op een onbeduidende planeet, die draait om een onbeduidende zon in een melkwegstelsel met minsten 100 miljard andere sterren, dat slechts een van de naar schatting meer dan 100 miljard sterrenstelsels is. Dit bijkans eindeloze universum zal niet eindigen met een goddelijke eindstrijd, maar zal een langzame, koude en stille [dood sterven](http://en.wikipedia.org/wiki/Future%5Fof%5Fan%5Fexpanding%5Funiverse?ref=deatheist.nl). Dit is wat Weinberg bedoelt als hij zegt dat het universum steeds zinlozer lijkt naarmate we het meer begrijpen.
Dit is geen wetenschappelijke uitspraak, maar wel een die gestoeld is op het beeld van de werkelijkheid dat de gezamenlijke wetenschappen ons geven. Daarmee is Weinbergs uitspraak een redelijker uitspraak dan de traditioneel joods-christelijke dat het universum er voor ons is. De insignificante positie die de mens in het wetenschappelijke wereldbeeld heeft, staat in schril contrast met de (aanvankelijk letterlijk) centrale rol die de mens in het joods-christelijke wereldbeeld heeft. Al in de zeventiende eeuw deden wetenschappelijke ontwikkelingen uit zijn tijd Blaise Pascal in zijn *Pensees* schrijven: “Le silence éternel de ces espaces infinis m'effraie”. Hoeveel groter zou zijn angst zijn met de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen? Het is dan ook niet moeilijk in te zien dat bovenstaande bevindingen uit de kosmologie en biologie levensbeschouwelijke implicaties hebben.
Ook de ontwikkelingen in de neurowetenschappen hebben levensbeschouwelijke implicaties. De overtuiging dat onze persoonlijkheid en geestelijke vermogens zetelen in een onstoffelijke ziel die de lichamelijk dood kan overleven (dualisme), is steeds [onwaarschijnlijker](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/StofZijtGij.pdf) geworden. Ook de traditionele opvattingen over wilsvrijheid zullen moeten worden [herzien](https://www.deatheist.nl/over-de-vrije-wil/) in het licht van neurowetenschappelijke ontwikkelingen. Dit hoeft overigens niet te betekenen dat we deze wilsvrijheid volledig kwijt zijn, zoals sommige neurowetenschappers helaas met veel bombast verkondgen.
Om tot slot weer terug te keren naar de uitspraken van Van Schayck over het aangroeien van een been: die zijn problematisch omdat ze onredelijk zijn, en je van een wetenschapper van naam mag verwachten dat hij redelijk is (in ieder geval publiekelijk). Zijn uitspraken zijn onredelijk omdat het aangroeien van een been gezien onze achtergrondkennis zeer onwaarschijnlijk is, en je dus zeer sterk bewijs zult moeten overhandigen wil je met enige geloofwaardigheid kunnen beweren dat een been kan aangroeien door gebed. Daarin is Van Schayck duidelijk in gebreke gebleven.
Wetenschap is niet levensbeschouwelijk neutraal: ze geeft ons een beeld van de werkelijkheid waarin bepaalde levensbeschouwelijke overtuigingen onredelijk zijn. Uiteraard staat het een wetenschapper vrij die overtuigingen toch te verkondigen. Hij moet dan echter niet vreemd opkijken als hem dat op kritiek komt te staan en zijn geloofwaardigheid in twijfel wordt getrokken.
### Wie is er bang voor neuroreductie?
URL: https://www.deatheist.nl/wie-is-er-bang-voor-neuroreductie/
Last updated: 2012-05-19T19:00:00.000Z
Dit jaar stond de maand van de filosofie in het teken van de ziel. Ter gelegenheid hiervan schreef arts en filosoof Bert Keizer het boekje *Waar blijft de ziel?* Hierin richt hij zijn pijlen vooral op wat hij ‘neurosofie’ noemt, waarbij volgens Keizer neurologie verward wordt met alomvattende filosofische pretenties. Vooral Dick Swaab en Victor Lamme moeten het ontgelden. Deze hersenonderzoekers willen van de ziel af zien te komen door te menen dat ons geestesleven “eigenlijk niets meer is dan wat gesputter tussen neuronen” (p. 58). Ons geestelijk leven is daarmee volledig te reduceren tot de activiteit van neuronen (hersencellen): *neuroreductie*.
Keizer is niet de enige die zich druk maakt om de vermeende dwalingen van neuroreductie. De boeken van Swaab en Lamme hebben heel wat discussie losgemaakt. Naar aanleiding van het boek van Swaab is een [digitale bundel](http://www.sg.uu.nl/prog/2012a/doc/Zijnwijonsbrein.pdf?ref=deatheist.nl) verschenen met verscheidene hooggeleerde reacties op zijn stelling dat wij ons brein zijn. Al in 2003 schreven neurowetenschapper Maxwell Bennett en filosoof Peter Hacker een [lijvig boekwerk](http://www.amazon.com/Philosophical-Foundations-Neuroscience-M-Bennett/dp/140510838X?ref=deatheist.nl) waarin ze onder andere betoogden dat neurowetenschappers die menen dat hersenen (of delen daarvan) beslissingen nemen, waarnemen, interpreteren, enzovoort een grote conceptuele fout maken. Dit zijn immers dingen die *personen* doen, niet hersenen, laat staan delen daarvan. De bekende Nederlandse filosoof Herman Philipse schreef over dit boek een [positieve recensie](http://www.academischeboekengids.nl/abg/do.php?a=show%5Fvisitor%5Fartikel&id=255&ref=deatheist.nl). Recentelijk verweet de filosoof Roger Scruton in een [opiniërend artikel](http://www.spectator.co.uk/essays/7714533/brain-drain.thtml?ref=deatheist.nl) de neuroreductionisten hetzelfde. Hij spreek zelfs van “neurononsense” en noemt het verklaren van menselijk gedrag in neurowetenschappelijke termen “pseudoscience of the first order”. Nu zal ik de eerste zijn om te erkennen dat Swaab en Lamme (en menig ander neurowetenschapper) wat filosofische finesse kunnen gebruiken en zo de nodige conceptuele problemen kunnen vermijden, maar ik meen dat neuroreductie mogelijk is – en dat we zelfs niet zonder kunnen als we echt willen begrijpen hoe ons geestesleven tot stand komt en wat er allemaal mee mis kan gaan. Dit standpunt wordt misschien wel het meest radicaal en grondig verdedigd door [Paul](http://en.wikipedia.org/wiki/Paul%5FChurchland?ref=deatheist.nl) en [Patricia Churchland](http://en.wikipedia.org/wiki/Patricia%5FChurchland?ref=deatheist.nl). Dit filosofenechtpaar, dat zeer goed thuis is in de neurowetenschappen, heeft op dit gebied veel gepubliceerd. Het meeste toegankelijke en brede werk is [*Brain-wise: studies in neurophilosophy*](http://www.amazon.com/Brain-Wise-Neurophilosophy-Patricia-Smith-Churchland/dp/026253200X?ref=deatheist.nl) van Patricia. Eenieder die serieuze kritiek wil uiten op een doorwrochte verdediging van neuroreductie, zal tenminste dit boek moeten lezen.Om te begrijpen wat neuroreductie inhoudt – en wat daaraan de critici zo tegen de borst stuit – moeten we eerst duidelijk maken wat we precies bedoelen met de term ‘reductie’. Deze term wordt namelijk op verschillende manieren gebruikt, vaak met een negatieve connotatie: ‘reductionist’ lijkt soms zelfs een scheldwoord. Een reductie is geslaagd als de causale vermogens van een macrofenomeen verklaard kunnen worden door de fysieke structuur en causale vermogens van het microfenomeen. Een bekend voorbeeld uit de natuurkunde is de reductie van licht tot elektromagnetische straling: licht *is* elektromagnetische straling (die zichtbaar is voor het menselijk oog). De eigenschappen en het gedrag van licht kunnen we volledig verklaren door de eigenschappen en het gedrag van elektromagnetische straling. Deze reductie is buitengewoon succesvol gebleken, en reeds lange tijd breed geaccepteerd. Waarom ligt dat zo anders bij neuroreductie, de stelling dat geestelijke activiteit hersenactiviteit is: *the mind is what the brain does*?De problemen met deze stelling beginnen misschien met de angst dat neuroreductie op een één of andere manier ons geestelijk leven minder waarachtig zou maken. Alsof het feit dat een gedachte een bepaald patroon van neurale activiteit is die gedachte teniet zou doen, of dat pijn niet meer pijnlijk is als we begrijpen uit welke neurale activiteit het bestaat. Keizer meent dat neuroreductionisten de poten onder hun eigen stoel vandaan zagen als ze menen dat ons geestelijk leven niets dan “neuronaal gesputter” is (p. 85-86, 139). Niets is echter minder waar: de reductie tot een microfenomeen doet het macrofenomeen niet noodzakelijk verdwijnen, noch maakt zij het minder waarachtig. De klassieke eigenschappen en het gedrag van licht zijn evenmin verdwenen of onjuist gebleken sinds hun reductie tot elektromagnetische straling. Ook een gedachte of het mentale beeld dat we van iets hebben, hoeft niet te verdwijnen bij neuroreductie, zolang we maar beseffen dat het geen onstoffelijke dingen zijn die rondspoken in ons hoofd, maar buitengewoon complexe en veranderende activiteitspatronen in de hersenen zijn. Wat verdwijnt er dan wel? De mogelijkheid dat een verandering in ons geestelijk leven optreedt zonder dat dit gepaard gaat met een verandering in hersenactiviteit. Neuroreductie sluit geestelijk leven zonder een fysiek substraat (het brein) dus uit. Dit is echter in de neurowetenschappen algemeen geaccepteerd, en in de filosofie van de geest zijn er maar weinig die dit betwisten. Het opmerkelijk is dat ook Keizer het hiermee eens is: “Dat ons geestelijk leven op onduidelijke wijze wordt voortgebracht door het ingewikkelde breiwerk in de hersenen, dat weten we nu wel.” (p. 96). Ook in een leven na de dood gelooft hij niet: “als het brein verdwijnt, dan verdwijnen wij ook” (p. 94). Op andere plaatsen beweert hij echter dat het bewustzijn zich niet in de hersenen bevindt. Als argument voert hij bijvoorbeeld op het contrast tussen de grote verscheidenheid aan belevingen en de eenvormigheid van hersenactiviteit die daaraan ten grondslag ligt. Hoe kan dat gesputter tussen vergelijkbare neuronen ons nu bewust maken van zulke uiteenlopende zaken als een tulp en een kerststemming? (p. 124) Het antwoord is in grote lijnen echter verassend eenvoudig: de manier waarop neuronen informatie coderen. De miljarden neuronen in het brein vormen buitengewoon complexe neurale netwerken die bovendien zeer plastisch zijn (ze kunnen op verschillende manieren veranderen). Door hun interactie kunnen ze zeer veel verschillende dingen representeren op verschillende manieren. Zoals een computer met slecht enen en nullen uiteenlopende zaken als een brief en een videofragment kan representeren, kunnen neuronen de wereld waarin wij leven representeren. Keizer meent dat neuroreductie leidt tot wat filosofen ook wel het [cartesiaanse theater](http://en.wikipedia.org/wiki/Cartesian%5FTheater?ref=deatheist.nl) noemen. Volgens de neuroreductionist is zien het omzetten van impulsen uit het netvlies in een beeld in de visuele hersenschors. Maar *wie* ziet dat beeld?, vraagt Keizer zich af: “Er zit toch geen oog in de hersenen?” (p. 120). Ook Bennet & Hacker en Scruton vrezen dat we met neuroreductie teruggekeerd zijn naar de [*homunculus fallacy*](http://en.wikipedia.org/wiki/Homunculus%5Fargument?ref=deatheist.nl): alsof er een mannetje in de schedel zit die ziet, interpreteert, beslist enzovoort. Deze homunculus was eerst de ziel, maar is in de moderne neurowetenschappen teruggekeerd als het brein, aldus deze wijsgeren. Ze blijven de neurowetenschappers verwijten dat ze een conceptuele fout maken: hersenen kunnen niet zien, interpreteren en beslissen, alleen *personen* kunnen dat! Natuurlijk zit er geen homunculus in het brein die een show op een cartesiaans theater bekijkt, en er is ook geen neuroreductionist die dat zou beweren. De visuele informatie uit het oog wordt *gerepresenteerd* in de vorm van activatiepatronen in neurale netwerken van de visuele hersenschors. Deze netwerken zijn op hun beurt weer verbonden met allerlei andere netwerken (die herinneringen, emoties, handelingen, enz. representeren) die geactiveerd worden door de activiteit uit de visuele schors. Er is geen homunculus, geen mannetje in de hersenen, nodig die het zien doet. Wat wij zien noemen, *is* de activiteit in de desbetreffende neurale netwerken. Over hoe dit werkt, is de afgelopen decennia steeds meer bekend geworden door neurowetenschappelijk onderzoek en is tot in steeds groter detail terug te vinden in de handboeken. We kunnen op twee manieren ons geestelijk leven beschrijven: zoals we dat al eeuwen gewend zijn en in de taal der neurowetenschappen. Het eerst werkt in het dagelijks leven prima: ik heb een *gedachte* over wat ik straks ga doen, een *herinnering* aan wat ik gister gedaan heb en ik neem nu de *beslissing* een bak koffie te nemen. We beschouwen deze mentale activiteiten als iets geestelijk, niet iets materieels. De tweede taal werkt ook prima, maar is in haar toepasbaarheid sterk beperkt door het vele wat wij nog niet weten over hoe het brein werkt. De taal der neurowetenschappen is een materiële taal: er wordt gesproken over hersengebieden, netwerken, elektrische activiteit en neurotransmitters. Je zou kunnen spreken over twee conceptuele denkkaders: een alledaags of volkspsychologisch denkkader en een neurowetenschappelijke denkkader.Een vergelijking kan dit verduidelijken. Voor de copernicaanse revolutie werd breed aangenomen dat de zon (en de rest van de hemellichamen) om de aarde draait. Dit is immers ook wat we aanschouwen als we de zon op een helder dag aan de hemelkoepel volgen: wij staan stil en de zon draait om ons heen. Deze alledaagse astronomie wordt ook wel volksastronomie genoemd. Deze volksastronomie werkt in het dagelijks leven over het algemeen nog steeds prima: we spreken nog steeds over een zonsopkomst en zonsondergang. Uiteraard weten we allemaal dat deze volksastronomie onjuist is: niet alleen draait de aarde om de zon, maar de aarde draait ook het hoge snelheid om haar eigen as (in Nederland is deze rotatiesnelheid ruim 1000 km/h). Het volksastronomische denkkader werkt tot op een zeker hoogte, maar voor een goed begrip zullen we toch echt moeten overschakelen op het moderne astronomische denkkader. De problemen ontstaan pas als de concepten uit beide denkkaders door elkaar gebruikt gaan worden. Je zou kunnen spreken over een *conceptuele contaminatie*, en dat leidt tot onzinnige uitspraken, die louter tot verwarring leiden. Denk bijvoorbeeld aan een uitspraak als “Niet ik besliste, maar mijn brein deed dat.” of een vraag als “Hoe kan een gedachte aan het pakken van een kopje er nu voor zorgen dat mijn hersenen de juiste spieren aansturen en ik het kopje oppak?” Deze uitspraak en vraag zijn net zo onzinnig als je in een modern astronomisch denkkader afvragen waar de zon opkomt.
Een gedachte is in onze volkspsychologie iets geestelijks en het prikkelen van een spier iets materieels, en die combinatie leidt tot problemen. Als we ons realiseren dat een gedachte een complex activatiepatroon in bepaalde neurale netwerken in het brein is – iets materieels dus – is het niet moeilijk voor te stellen dat deze actieve netwerken de netwerken in de motorische schors kunnen beïnvloeden, en zo een spier kunnen aansturen. Een vergelijkbaar probleem speelt bij de discussie over de vrije wil. Willen is een mentale activiteit, waardoor het geen zin heeft die in breinprocessen te gaan zoeken. De wilsvrijheid die we aan een persoon toeschrijven, zullen we neurowetenschappelijk moeten duiden als de vrijheidsgraden van het zeer complexe, non-lineaire dynamisch systeem dat het brein is. In een [eerder stuk](https://www.deatheist.nl/over-de-vrije-wil/) ben ik hier al verder op ingegaan. Dergelijke conceptuele contaminaties worden veel gebruikt in de populaire pers, en Keizer fulmineert daar terecht tegen. Een krantenkop als “Het brein reageert opgetogen” is onzinnig omdat hersenen niet opgetogen kunnen reageren – alleen personen kunnen dat. Deze kop is echter alleen onzinnig als je hem letterlijk neemt, en geen weldenkende neurowetenschapper doet dat. Onder hen is dit een *façon de parler*, net als dat een natuurkundige kan zeggen dat de zwaartekracht objecten naar het middelpunt van de aarde *wil* verschellen, zonder daarbij te menen dat de zwaartekracht daadwerkelijk een wil heeft.Als het dagelijkse denkkader prima werkt, waarom hebben we dan nog een neurowetenschappelijk denkkader nodig? Volgens Scruton verklaren we niets door te zeggen dat hersenen op een bepaalde manier bedraad zijn en dat bepaalde stoffen in de hersenen ergens een rol bij spelen. Keizer lijkt vooral bang dat we de mens uit het oog verliezen als we ons volledig op het brein focussen. We schrijven dan te makkelijk [psychofarmaca](http://nl.wikipedia.org/wiki/Psychofarmacon?ref=deatheist.nl) voor en nemen hersenscans veel te serieus. Kunnen de neurowetenschappen daadwerkelijk niet meer verklaren dan een goede analyse van menselijk gedrag dat kan? Ik vrees dat maar weinig neurowetenschappers Scrutons opvattingen zullen delen, en om goede redenen. Laat mij dit illustreren aan de hand van een voorbeeld. Dat pubers onverantwoord gedrag vertonen en moeite hebben met het denken op lange termijn (zoals plannen), is ongetwijfeld al eeuwen bekend, maar de verklaring daarvoor niet. Doordat hier de afgelopen jaren veel neurowetenschappelijk onderzoek naar verricht is (veelal met hersenscans), kunnen we dat nu wel. Onderzoekster Eveline Cronen schreef er een interessant boek over: *Het puberende brein*. Hierin maakt ze aan de hand van de resultaten uit neurowetenschappelijk onderzoek het typisch puberale gedrag begrijpelijk. We weten nu dat pubers hier zelf weinig aan kunnen doen omdat de benodigde hersendelen nog niet naar behoren werken; het is geen domheid of kwaadwillendheid, maar onvermogen. Hier kunnen we vervolgens rekening mee houden in de omgang, en zeker ook in het onderwijs (‘breinleren’). Vele andere voorbeelden zijn te vinden in de geestelijke gezondheidszorg. Door neurowetenschappelijke ontwikkelingen krijgen we steeds beter beeld wat pathologische gevallen mankeert, van relatief onschuldig (ADHD) tot de meest gewetenloze moordenaars. Doordat we deze ziektebeelden steeds beter begrijpen, worden zo ook beter behandelbaar en kan in het geval van misdadigers de kans op recidive beter worden ingeschat. Over de neurowetenschappelijke verklaringen van menselijke gedrag – gezond en pathologisch – zijn ondertussen vele dikke boeken volgeschreven, met veel praktische toepassing tot gevolg. Scruton lijkt hier weinig van op de hoogte te zijn, gezien het gemak waarmee hij neurowetenschappelijke verklaringen van gedrag afserveert. Volgens de critici van neuroreductie moeten we niet naar de hersenen kijken om te weten wat er zich in iemands geestelijke leven afspeelt, maar naar zijn gedrag. Keizer citeert met instemming de filosoof Wittgenstein: “Het menselijk lichaam is het beste beeld van de menselijke ziel” (p. 57). Ook Scruton betoogt iets vergelijkbaars: “For we understand people by facing them, by arguing with them, by understanding their reasons, aspirations and plans. \[…\] We do not understand brains by facing them, for they have no face.” Natuurlijk is dit een gebruikelijke manier, maar hoe zit het dan met al ons geestelijk leven dat *niet* uiterlijk zichtbaar is? Het oplossen van een wiskundig probleem, het terugdenken aan die mooie lentedag, het voorstellen van mijn ouderlijk huis – het is allemaal mogelijk zonder enig uiterlijk vertoon. En wat te denken van mensen wier lichaam geen beeld meer van de geest kan zijn doordat ze volledig verlamd zijn, zoals zo aangrijpend wordt weergegeven in de film *Le scaphandre et le papillon*? Is deze verlamde geen persoon meer omdat zijn lichaam geen beeld meer kan zijn van zijn ziel? Als bij iemand de hersenen nog functioneren, maar zijn lichaam niet, beschouwen we hem als levend. Functioneert zijn lichaam nog, maar de hersenen niet meer, dan beschouwen we die persoon als overleden. Blijkbaar zijn het toch *ten minste* de werkende hersenen die ons maken tot wat we zijn. Volledige verlamming lijkt overigens erg op een gedachte-experiment uit de filosofie: [*brain in a vat*](http://en.wikipedia.org/wiki/Brain%5Fin%5Fa%5Fvat?ref=deatheist.nl). Is het mogelijk dat wij een rijk geestelijke leven kunnen hebben als we slechts zouden bestaan uit hersenen op sterk water die extern geprikkeld worden met zintuiglijke informatie? De film *The Matrix* is hierop gebaseerd en het lijkt sciencefiction, maar door technologische ontwikkelingen kan het best eens mogelijk worden. Met [neuroprothesen](http://en.wikipedia.org/wiki/Neuroprosthetics?ref=deatheist.nl) is het namelijk nu al mogelijk om kunstmatig de hersenen van (beperkte) zintuiglijke informatie te voorzien en het is zelfs mogelijk om [met gedachten een kunstmatige arm aan te sturen](http://freylab.missouri.edu/boat%5Fnotes/nature06996.pdf?ref=deatheist.nl). Als deze technieken steeds beter worden, waar hebben we dan nog een lichaam voor nodig? Ook nu weer lijkt het erop dat wat het brein doet, ons maakt tot wie we zijn. Uiteraard is contact met de omgeving in veel gevallen ook van belang, maar daarvoor kunnen we nu al technische hulpmiddelen gebruiken. Hebben we werkelijk zo veel te vrezen van neuroreductie als de critici menen? Is de stelling dat ons geestelijk leven “neuronaal gesputter” is onzinnig (Scruton) of schuilt er zelfs mogelijk gevaar in (Keizer)? Onzinnig is het zeker niet voor wie enigszins op de hoogte is van de ongelofelijke hoeveelheid kennis en inzicht die de neurowetenschappen ons de afgelopen decennia hebben opgeleverd, om nog maar te zwijgen over de praktische toepasbaarheid hiervan. Wel moeten we waken voor conceptuele contaminatie: verhaspel het volkspsychologische en het neurowetenschappelijke conceptuele denkkader niet, want dat leidt wel degelijk tot onzin. De zorgen van Keizer zijn alleen terecht als we vergeten dat de neurowetenschappen nog in haar kinderschoenen staat. Hierdoor moeten we erg voorzichtig zijn bij het interpreteren van hersenscans en het (chemische of elektrisch) beïnvloeden van de natuurlijke hersenactiviteit. Zolang we ons dit blijven beseffen, en volgens mij doen neurowetenschappers dat ook, hoeven we niet bang te zijn voor neuroreductie. De ziel (of geest) hoeft niet weg te zijn, als we ons maar realiseren dat ze bestaat uit hersenactiviteit.
### Wetenschap vs. religie: een conflict op drie gebieden
URL: https://www.deatheist.nl/wetenschap-vs-religie-een-conflict-op-drie-gebieden/
Last updated: 2026-08-21T12:48:45.000Z
Dit artikel is [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/downloads/WetenschapvsReligie.pdf)[ te downloaden.](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/WetenschapvsReligie.pdf)
### Over de vrije wil
URL: https://www.deatheist.nl/over-de-vrije-wil/
Last updated: 2026-10-25T12:13:53.000Z
Ofschoon het onderwerp ‘vrije wil’ niet direct met godsdienstfilosofie te maken heeft, is het thema meerdere malen langsgekomen in reacties op deze website. De meeste atheïsten zullen een monistische visie op de mens hebben, wat wil zeggen dat de mens geheel uit materie bestaat en dus geen onstoffelijke en onsterfelijke ziel of geest heeft, zoals het dualisme leert. Aan de onhoudbaarheid van dit lichaam-geestdualisme heb ik reeds eerder [een artikel](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/) gewijd, omdat dit implicaties heeft voor een leven na de dood en het bestaan van de Ultieme Geest, God. Daarbij ben ik verder echter niet ingegaan op de kwestie van de wilsvrijheid.
Het is overigens maar ten zeerste de vraag wat de meerwaarde van het dualisme in dezen is, want uiteindelijk zullen ‘geestelijke keuzes’ moeten worden gerealiseerd via een fysiek lichaam. Deze geestelijke inwerking op een fysiek lichaam is echter onmogelijk zonder dat hierbij tal van zeer goed bevestigde natuurkundige wetten worden geschonden.
De wilsvrijheid is een klassiek onderwerp van discussie, maar heeft de laatste tijd weer veel aandacht gekregen, onder andere door de Nederlandse neurowetenschappers Victor Lamme (*De vrije wil bestaat niet*) en Dick Swaab (*Wij zijn ons brein*), die menen dat de neurowetenschappen hebben laten zien dat de wilsvrijheid een illusie is. Hoeveel ruimte is er nog voor de vrije wil als de monistische mensvisie waar is?
**Wat bedoelen we eigenlijk met ‘vrije wil’?**
Waar in de vele discussies over dit onderwerp vaak aan wordt voorbijgegaan, is de vraag wat precies bedoeld wordt met ‘vrije wil’. Wat bedoelen we hier met ‘vrijheid’ en wat met ‘wil’? Met ‘wil’ lijkt het maken van keuzes bedoeld te worden, waardoor we ook kunnen spreken van keuzevrijheid. Wat met ‘vrijheid’ bedoeld wordt, is echter lastiger. Sommigen menen dat een keuze vrij is als deze *niet veroorzaakt* wordt. De keuzevrijheid zou dan losstaan van de causale machinerie van het universum, die op relevante schaal waarschijnlijk deterministisch is. Dit lijkt op het eerste oog misschien aannemelijk, maar kan een kritische beschouwing niet doorstaan.
In de eerste plaats conflicteert dit met de werking van het brein. Als het monisme waar is, is elk gedrag, inclusief het maken van keuzes, het resultaat van hersenactiviteit. Deze hersenactiviteit bestaat uit de signalen die [neuronen](http://en.wikipedia.org/wiki/Neuron?ref=deatheist.nl) (hersencellen) elektrisch en chemisch overdragen. Deze neuronen werken in (vaak zeer) uitgebreide [neuronale netwerken](http://en.wikipedia.org/wiki/Neuronal%5Fnetwork?ref=deatheist.nl) en staan in verbinding met andere delen van het lichaam. Hersenactiviteit kan niet onder de natuurkundige wetten uit die hier uiteindelijk aan ten grondslag liggen. Hiermee lijkt hersenactiviteit die volstrekt spontaan (onveroorzaakt) ontstaat erg onwaarschijnlijk.
Er is nog een tweede – en misschien wel belangrijker – probleem met vrijheid als onveroorzaakte keuzes. Als een keuze onveroorzaakt zou zijn, zou deze berusten op pure willekeur. Het zou dan puur toeval zijn of ik in de koffiepauze een cappuccino of chocomel neem, of misschien zelfs wel een glas whisky. Hetzelfde probleem ontstaat wanneer de kwantummechanica wordt gepostuleerd als weg om te ontsnappen aan het determinisme. De kwantummechanica heeft laten zien dat de werkelijkheid op subatomaire schaal niet deterministisch is, maar probabilistisch. Dit wil zeggen dat het precieze gedrag van subatomaire deeltjes nooit exact voorspeld kan worden, maar dat er wel (zeer nauwkeurige) uitspraken gedaan kunnen worden over de *waarschijnlijkheid* van bepaald gedrag van die deeltjes. Het toeval bepaalt het uiteindelijke lot. Als deze kwantummechanische effecten überhaupt al relevant zijn voor de hersenfysiologie (wat twijfelachtig is), is hun effect hooguit dat van ruis, en is het moeilijk in te zien hoe dit kan zorgen voor keuzevrijheid. Dat onze keuzes vrij zijn als ze onveroorzaakt zijn, lijkt dus geen zinvolle betekenis van vrijheid.
Is het beter als we een keuze vrij noemen als we ook anders hadden kunnen kiezen? Mijn keuze is vrij als ik voor cappuccino heb gekozen, *terwijl ik net zo goed chocomel had kunnen kiezen*. Op deze manier wordt vrijheid ook in de rechtspraak gebruikt: ik heb te hard gereden, terwijl ik dat ook niet had kunnen doen. Als we aannemen dat de hersenfysiologie deterministisch is, en het gedrag van hersencellen dus niet onveroorzaakt is, kan onze keuze alleen anders zijn als de veroorzakende factoren anders zijn. Met andere woorden: onder exact dezelfde omstandigheden zullen onze keuzes altijd exact hetzelfde zijn. Is hiermee niet de wilsvrijheid tenietgedaan?
Veel hersenonderzoekers menen dat dit inderdaad het geval is: onze *hersenen* hebben de touwtjes in handen, niet *wijzelf*. *Ik* kan wel denken dat ik zachter had kunnen rijden, maar *mijn hersenen* hadden al anders beslist. *Onze hersenen* hebben dus al beslist of we A of B kiezen, en het idee dat wij dat geheel vrij gedaan hebben, is dus een illusie. Hierbij wordt vaak op onderzoek gewezen waaruit duidelijk blijkt dat de hersenactiviteit die leidt tot een bepaalde keuze al ontstaat voordat wij daar bewust voor kiezen. Het lijkt er dus op dat onze hersenen ons voor zijn.
Het probleem met deze analyse van de vrije wil is dat het gebaseerd is op een [cartesiaanse denkfout](http://en.wikipedia.org/wiki/Cartesian%5Ftheater?ref=deatheist.nl): alsof er een homunculus (mensje) of geest in het brein zit die het lichaam bestuurt, die in plaats van op knop A te drukken ook op knop B had kunnen drukken. Hierbij wordt steeds gesproken alsof het ‘ik’ met de (illusie van) keuzevrijheid losstaat van het brein, dat de werkelijke regie in handen heeft (“Mijn brein beslist, niet ik.”). Dit impliciete dualisme – dat ik hierboven ook bewust gebruikt heb – is echter een illusie.
**Een volkspsychologische illusie**
Deze illusie is een onderdeel van onze volkspsychologie, de psychologie die we in het dagelijks leven gebruiken. We kunnen het brein namelijk niet los zien van onszelf, zoals we dat wel met een hand of voet kunnen. Iemand wiens hand geamputeerd is, beschouwen immers we nog als dezelfde persoon. Als we dezelfde persoon echter ontdoen van zijn brein, blijft er een lijk over. Het hele idee van een zelf, een ‘ik’, bestaat namelijk bij gratie van bepaalde hersenprocessen. Dit is goed te zien bij ziektebeelden waarbij dit construct van een zelf verstoord is. Het ‘ik’ die een keuze maakt, is een bepaald conglomeraat van hersenprocessen. Het is dan ook onzinnig om te spreken alsof wij dingen doen *buiten onze hersenen om* (“Mijn brein beslist, niet ik.”). Hiervoor zal de homunculus immers moeten kunnen inbreken in de causale machinerie van het brein, en dat is onmogelijk omdat die homunculus een illusie is uit onze dualistische volkspsychologie. Deze volkspsychologie is erg nuttig in het dagelijks leven, maar hopeloos verouderd en ontoereikend als we willen begrijpen hoe keuzevrijheid tot stand komt. Dit is te vergelijken met onze volksastronomie: we spreken dagelijks van een zon die opkomt en ondergaat, maar als we de werking van het zonnestelsel willen begrijpen, is de volksastronomie hopeloos verouderd en ontoereikend.
De oorzaak van bepaald gedrag, ook het maken van keuzes, wordt op (volks)psychologisch niveau omschreven in termen van behoeften, gedachten enzovoort, maar is uiteindelijk de elektrische en chemische activiteit in de hersenen. Een bepaalde gedachte of behoefte, maar ook een bepaalde keuze is een bepaald activatiepatroon in het brein. Concepten als ‘gedachten’ en ‘behoeften’ zijn de volkspychologische termen die wij onbewust gebruiken om bepaalde activatiepatronen in het brein te duiden. Het eerste is dus reduceerbaar tot het laatste, ofschoon de kennis hierover met de huidige stand van de neurowetenschappen nog in de kinderschoenen staat.
Deze benaderingsniveaus (volkspsychologie en neurowetenschappen) hoeven elkaar overigens niet uit te sluiten. Een psycholoog of psychiater kan blijven spreken over een (ziekelijke) behoefte, ook al is dit op hersenniveau een bepaald activatiepatroon in de hersenen. Ook therapieën kunnen in meer of minder mate effect op deze activatiepatronen hebben, en zo effectief zijn. De psycholoog of psychiater hoeft zijn baan dus niet te verliezen aan de neurowetenschapper – ze kunnen elkaar juist aanvullen.
**Alles of niets?**
De discussie over de vrije wil wordt ook vaak voorgesteld als een alles-of-nietskwestie: we hebben een vrije wil of niet. Dat dit te ongenuanceerd is, blijkt uit ziektebeelden, andere dieren en onze eigen ontwikkeling. Is iemand die lijdt aan [vetzucht](http://en.wikipedia.org/wiki/Obesity?ref=deatheist.nl) geheel vrij om normaal te eten, of is zijn vrijheid door zijn ziektebeeld beperkt? Is iemand die vanwege [OCD](http://en.wikipedia.org/wiki/OCD?ref=deatheist.nl) zeer vaak zijn handen wast net zo vrij als iemand zonder deze uiting van OCD? In deze pathologische gevallen – en vele andere – lijkt er veeleer sprake te zijn van een *beperkte* vrijheid, niet van een geheel *afwezige* vrijheid. Ook als we kijken naar andere dieren, bijvoorbeeld chimpansees, is het moeilijk voor te stellen dat wij gehele keuzevrijheid genieten, maar de chimpansee niet. Als we naar onze eigen evolutionaire of [ontogenetische](http://en.wikipedia.org/wiki/Ontogeny?ref=deatheist.nl) geschiedenis kijken, lijkt een *gradueel* ontstaan van wilsvrijheid tevens aannemelijker dan een plotselinge introductie vanuit het niets. Een goed begrip van en verklaring voor onze keuzevrijheid zal dus moeten kunnen uitleggen hoe zij in verschillende *gradaties* kan voorkomen en evolutionair kan ontstaan.
**Hoe ontstaan keuzes op neuronaal niveau?**
De keuzes die we maken, zijn – net als elk ander gedrag – het gevolg van bepaalde hersenactiviteit. Elke activatietoestand van het brein wordt veroorzaakt door de voorgaande, die deels door interne (de hersenactiviteit waaruit gedachten, gevoelens en verlangens bestaan) en deels door externe factoren (input uit andere organen, vooral zintuigen) bepaald is. De interne factoren zijn op hun beurt weer voor een belangrijk deel aangeboren. Elke keuze is dus het gevolg van het samenspel van interne en externe factoren. Anders handelen is dan ook alleen mogelijk als de voorgaande activatietoestand anders was. Hierin zien we terug dat elke keuze wel veroorzaakt moet zijn.
Wil dit zeggen dat elke keuze ook voorspelbaar is? Het gedrag van elk individueel neuron is relatief simpel en voorspelbaar, maar het gedrag van neuronen in netwerken is erg complex door de vele onderlinge interacties. De neuronale netwerken die ons gedrag bepalen, zijn dus zeer complexe, maar ook zeer non-lineaire [dynamische systemen](http://en.wikipedia.org/wiki/Dynamical%5Fsystem?ref=deatheist.nl). Dit heeft als gevolg dat een kleine verandering in de begintoestand zeer grote effecten kan hebben op de eindtoestand van het systeem (bepaald gedrag). Een iets andere activatie vanuit een hersengebied of vanuit een zintuig kan daardoor zorgen voor een andere keuze. Doordat we de begintoestand en alle relevante interactiemechanismen van het menselijk brein vanwege praktische redenen waarschijnlijk nooit (exact) kunnen kennen, ontstaat deels onvoorspelbaar gedrag, ook al is het volledig gedetermineerd. In deze zin is het gedrag van ons brein te vergelijken met dat van het weer: een iets andere zeestroming honderden kilometers verderop kan bij ons het weer veranderen. Grote patronen in zowel menselijke gedrag als het weer zijn op korte termijn vrij goed te voorspellen, maar de details blijven vaak onvoorspelbaar. Deze onvoorspelbaarheid van gedrag is echter dus niet strijdig met het determinisme waaraan het brein vermoedelijk onderhevig is.
Op grond van het bovenstaande is het niet moeilijk in te zien dat complexere hersenen kunnen zorgen voor complexer gedrag. Hoe complexer de neuronale netwerken zijn, en hoe meer verschillende input er binnenkomt via de zintuigen, hoe complexer het systeem wordt en hoe onvoorspelbaarder zijn gedrag. In systeemkundige termen: het systeem heeft meer [vrijheidsgraden](http://en.wikipedia.org/wiki/Degrees%5Fof%5Ffreedom%5F%28physics%5Fand%5Fchemistry%29?ref=deatheist.nl). Hoe meer vrijheidsgraden een systeem heeft, hoe meer verschillende eindtoestanden het kan innemen, wat zich uit in meer keuzemogelijkheden voor het organisme.
Met het huidige stadium van de neurowetenschappen hebben we nog maar een zeer beperkt idee van welke vele factoren op neuronaal niveau een rol spelen bij het totstandkomen van keuzes. Door dit complex aan factoren is het duidelijk dat keuzevrijheid geen alles-of-nietskwestie is, maar veeleer een spectrum. Doordat de keuzevrijheid niet afhankelijk is van één factor, is dit spectrum niet lineair, maar een multidimensionale ruimte waarbij elke beïnvloedende factor weergegeven kan worden met een dimensie.
Tussen deze factoren is een competitie gaande die het uiteindelijke gedrag bepaalt. Bij bepaalde aandoeningen (zoals vetzucht en OCD) zijn bepaalde factoren (zoals het effect van [leptine](http://en.wikipedia.org/wiki/Leptin?ref=deatheist.nl) bij vetzucht) dusdanig sterk dat ze het van andere factoren winnen en daardoor abnormaal gedrag bij de patiënt veroorzaken. Het is daarom ook van groot belang om al deze factoren en hun bijdrage zo goed mogelijk in kaart te brengen als we deze aandoeningen willen begrijpen en behandelen. Het is nu al mogelijk om een aantal aandoeningen te behandelen door de relevante hersengebieden te beïnvloeden met bijvoorbeeld de juiste [neurotransmitters](http://en.wikipedia.org/wiki/Neurotransmitter?ref=deatheist.nl) (stoffen die voor de signaaloverdracht tussen neuronen zorgen).
Blijft er dan nog een rol over voor het verstand? Jazeker, want ook de hersengebieden die ons in staat stellen afwegingen te maken en na te denken over de langetermijngevolgen van bepaalde keuzes, zijn ook factoren die van invloed zijn op de uiteindelijke keuze. Vooral gebieden in het voorste deel van de hersenschors ([frontale cortex](http://en.wikipedia.org/wiki/Frontal%5Fcortex?ref=deatheist.nl)) zijn hiervoor noodzakelijk. Deze gebieden hebben dan ook uitgebreide verbindingen met de rest van het brein. Het is echter een illusie om te denken dat deze cognitieve factoren (activatie vanuit de frontale cortex) in een vacuüm werken – ze vormen enkele dimensies in de multidimensionale ruimte waaruit onze keuzevrijheid bestaat.
Ook de (vaak onbewuste) rol van emoties moet niet onderschat worden, want de juistheid van een keuze is vaak afhankelijk van de emotionele consequenties. Bij bepaalde hersenaandoeningen is de invloed van emoties losgekoppeld van het maken van keuzes. Deze patiënten hebben weliswaar een normaal IQ en kunnen de gevolgen van bepaalde keuzes *voorspellen*, maar hebben geen besef van de *emotionele gevolgen* van hun keuzes, waardoor hun sociale gedrag ernstig verstoord is. Deze interactie van verstand en emoties bij het ontstaan van een keuze is ongetwijfeld complex, zeker bij ingewikkelde keuzes. De rol van emoties bij het maken van keuzes moet dus niet onderschat worden, zoals de filosoof David Hume in de achttiende eeuw al opmerkte.
De neurale netwerken waaruit ons brein bestaat, zijn zeer goed in staat om te leren. We zien in (door eigen ervaring of door dat van anderen) wat adequate keuzes zijn en wat niet, en de hersenen kunnen het gedrag hierop aanpassen. Hoe complexer het brein, hoe groter de mogelijkheid tot het komen van adequate keuzes is. Dit is bij een zich ontwikkelend kind goed te zien: bepaalde keuzes leiden tot bepaalde gevolgen, die in meer of mindere mate wenselijk zijn. Dit wordt vastgelegd in het brein en zal eventueel tot andere keuzes in de toekomst leiden. Op neuronaal niveau worden verschillende toestanden in de multidimensionale ruimte uitgeprobeerd die, afhankelijk van de adequaatheid van de gevolgen, worden versterkt of juist worden ontweken.
**Conclusie**
De vrije wil of keuzevrijheid is geen alles-of-nietskwestie, maar wordt bepaald door de vele factoren die op neuronaal niveau de multidimensionale ruimte van keuzemogelijkheden vormen. Elke keuze is het gevolg van een bepaalde toestand van het brein in deze multidimensionale ruimte. Deze factoren zijn bij normale mensen in een bepaalde balans en in pathologische gevallen uit evenwicht, waardoor het normale keuzegedrag verstoord is. Complexere hersenen vergroten de multidimensionale ruimte en zo de keuzevrijheid. Simpele hersenen zorgen hierdoor voor zeer stereotiep gedrag, terwijl complexe hersenen onder veel verschillende omstandigheden op veel verschillende manieren kunnen reageren. De adequaatheid van een reactie is afhankelijk van de exacte omstandigheid en kan ook worden bijgesteld doordat neuronale netwerken kunnen leren. Door verschillen in hersencomplexiteit kunnen we de verschillende mate van keuzevrijheid in het dierenrijk begrijpen, alsmede het evolutionaire ontstaan van onze eigen keuzevrijheid.
Dit onder verschillende omstandigheden adequaat kunnen reageren, is wat we moeten verstaan onder keuzevrijheid. De gemaakte keuze uit de multidimensionale keuzeruimte is op neuronaal niveau waarschijnlijk gedetermineerd, maar niet altijd goed voorspelbaar door de complexiteit van het dynamisch systeem dat ons brein is. Het is een (dualistische) denkfout te denken dat ik geen keuzes maak doordat mijn brein dat voor mij doet, want dit ‘ik’ ontstaat door de (juiste) werking van dat brein. De activatiepatronen die leiden tot een bepaalde keuze, bestaan niet los van dat ‘ik’, maar zijn er een onderdeel van. Wij maken dus keuzes doordat het brein dat doet. Dat brein is voor een belangrijk deel wie wij zijn, waardoor wij onze eigen keuzes maken. Dit gebeurt gelukkig grotendeels onbewust, maar dat maakt het daardoor nog niet minder van onszelf.
Er is dus geen homunculus of een geest die het lichaam aanstuurt, maar een complex aan hersenprocessen dat onderdeel is van wat wij het ‘ik’ noemen. Deze hersenprocessen kunnen onder verschillende omstandigheden adequaat reageren, en dat geeft ons vrijheid van keuze.
**Nawoord**
Het zal de lezer van het bovenstaande niet ontgaan zijn dat ik deze klassiek *filosofische* kwestie vooral *neurowetenschappelijk* benader. Mijns inziens is het serieus nadenken over ons geestelijk leven – de *philosophy of mind* – een van de laatste filosofische disciplines die een zelfstandige wetenschapstak gaat worden, of beter: onderdeel gaat worden van de verschillende wetenschapstakken die we gezamenlijk de neurowetenschappen noemen. Dit proces is nu enkele decennia aan de gang, maar staat nog in de kinderschoenen. Veel klassiek filosofische kwesties hebben deze route al afgelegd.
De taak van de filosoof op dit gebied moet mijns inziens dan ook niet gezocht worden in het beantwoorden van vragen, maar veeleer in het verhelderen van concepten, het analyseren van de kracht van argumenten en de geldigheid van redeneringen, het wijzen op inconsistenties in verklaringen, enzovoort. Ook kan de wijsgeer met de neurowetenschappers meedenken over verklarende theorieën en over de invulling van verder onderzoek. Het spreekt voor zich dat deze filosoof – wil hij serieus kunnen meepraten over dit onderwerp – de nodige kennis moet hebben van de neurowetenschappen, zowel van de reeds vergaarde kennis als van de onderzoeksmethoden.
Twee filosofen die hier beslist aan voldoen, zijn [Paul](http://en.wikipedia.org/wiki/Paul%5FChurchland?ref=deatheist.nl) en [Patricia Churchland](http://en.wikipedia.org/wiki/Patricia%5FChurchland?ref=deatheist.nl). Dit filosofenechtpaar is zeer goed geschoold in de neurowetenschappen en werkt ook nauw samen met neurowetenschappers. Zij noemen deze combinatie van neurowetenschappen en filosofie *neurofilosofie* ([neurophilosophy](http://en.wikipedia.org/wiki/Neurophilosophy?ref=deatheist.nl)). Wie meer over deze benaderingswijze wil weten, kan ik hun boeken en artikelen van harte aanbevelen. Vooral het boek *Brain-wise: studies in neurophilosophy* van Patricia Churchland (MIT press, 2002) geeft een goede introductie tot deze benaderingswijze en gaat op vele onderwerpen uit de philosophy of mind in. In het hoofdstuk over de wilsvrijheid gaat zij ook verder in op de zaken die ik hierboven behandeld heb. Een zeer goede, maar algemenere, Nederlandstalige introductie tot de philosophy of mind is *Stof tot denken: filosofische aspecten van brein en bewustzijn* van Doornemalen, De Regt en Schouten (Boom, 2010).
### De eerste Bijbelse scheppingsmythe: een vertaling en uitleg
URL: https://www.deatheist.nl/de-eerste-bijbelse-scheppingsmythe-een-vertaling-en-uitleg/
Last updated: 2026-08-21T13:35:41.000Z
Er zijn waarschijnlijk maar weinig hoofdstukken uit de Bijbel zo veel besproken zijn als het eerste van Genesis, de Bijbelse ouverture. Vooral het eerste vers, traditioneel vertaald als “In het begin schiep God de hemel en de aarde” is vrijwel iedereen bekend. Toch is er ook veel misverstand over het eerste hoofdstuk van de Schrift. Veel ongelovigen doen het af als een sprookje, door de wetenschap weerlegd en dus van generlei waarde meer. Sommige orthodoxe gelovigen (creationisten) proberen de tekst te passen binnen het moderne, wetenschappelijke wereldbeeld, wat tot een absurde lezing van bepaalde passages leidt. Beide opvattingen miskennen mijns inziens de literaire waarde van de tekst. Met deze vertaling en exegese wil ik proberen uit te leggen waarom.
Lees [hier](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Genesis1BartKlink.pdf) verder (PDF).
### "Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof", een recensie
URL: https://www.deatheist.nl/evolutie-wetenschappelijk-model-of-seculier-geloof-een-recensie/
Last updated: 2010-10-26T21:24:30.000Z
Hoe moet je als gelovige omgaan met evolutie? Is het dusdanig strijdig met de Bijbel of Koran dat het geheel verworpen moet worden, zoals de traditionele creationisten menen? Is evolutie acceptabel, zolang de mens maar afzonderlijk geschapen is? Kan de mens lichamelijk wel evolutionaire voorlopers gehad hebben, maar zijn zijn geestelijke vermogens door God geschapen, zoals het Vaticaans leert? Verschillende gelovigen hebben verschillende antwoorden gegeven. Dit bleek eens te meer in het afgelopen Darwinjaar, waarin zowel de Urker creationisten zich prominent roerden als prof. Cees Dekker *intelligent design* verruilde voor theïstische evolutie. Ook bleken al eerder moslimstudenten aan de Vrije Universiteit grote moeite te hebben met evolutie.
Recentelijk is er bij Kok – Kampen een bundel verschenen waarin deze vraag centraal staat: *Evolutie: wetenschappelijk model of seculier geloof*. Het doel van de bundel blijkt uit de ondertitel: *een pleidooi voor intellectuele bescheidenheid*. De redactie is in handen van natuurkundigen Alfred Driessen en Gerard Nienhuis, die beiden zelf ook een bijdrage hebben geleverd. De overige bijdagen zijn van een bioloog en vertegenwoordigers van de drie grote monotheïstische religies. In deze recensie wil ik vooral kijken naar waarom het pleidooi uit de ondertitel nodig zou zijn en in hoeverre de schrijvers de moderne evolutiebiologie accepteren.
Voor de eerste schrijver is dat geen probleem. Bioloog prof. Nico van Straalen geeft aan de Vrije Universiteit onder andere de vakken “evolutiebiologie” en “evolutie van de mens”, die ik een aantal jaar geleden met veel plezier bij hem gevolgd heb. Hij benadrukt het belang van evolutie voor het begrijpen van de biologie. Ook wijst hij op de uniformiteit van het leven, restanten van onze evolutionair geschiedenis in ons lichaam en de vele fossielen als bewijs voor evolutie, ook voor de evolutie van de mens. Hij beschouwt evolutie dan ook als een feit, net als vrijwel alle andere biologen wereldwijd.
Wel wijst hij er – mijns inziens terecht – op dat de [neodarwiniaanse synthese](http://en.wikipedia.org/wiki/Modern%5Fevolutionary%5Fsynthesis?ref=deatheist.nl) te simplistisch is. Deze visie op evolutie, die nog steeds verdedigd wordt door bijvoorbeeld Richard Dawkins, beschouwt evolutie puur als veranderingen in allelfrequentie gedreven door natuurlijke selectie. Het onderzoek naar complete genomen (genomics) heeft laten zien de werking van genen – en vooral de stukken DNA die buiten de genen liggen – veel gecompliceerder is dan tot nu toe is gedacht. Dit maakt de drijvende kracht achter evolutie complexer, maar laat evenwel onverlet dat evolutie een feit is. Afgezien van een paar technische details kan ik me goed vinden in wat Van Straalen over evolutie schrijft.
Wat betreft de relatie tussen evolutie en religie lijkt Van Straalen eerst uit te gaan van het *NOMA-model* van wijlen evolutiebioloog S.J. Gould. Gould beschouwde religie en wetenschap als twee afzonderlijke kennisgebieden (Non-Overlapping MAgisteria), die elkaar niet bijten. Van Straalen merkt aan het einde van zijn stuk echter terecht op dat beide magisteria in de hoofden van mensen bij elkaar moeten komen en vraagt zich af of een dergelijke scheiding houdbaar is.
Het tweede stuk in de bundel is van de natuurkundige prof. Alfred Driessen, inmiddels met emeritaat. Op grond van zijn inleiding lijkt hij evolutie te accepteren, al wordt niet duidelijk in welke mate. Als natuurkundige richt hij zich vooral op de rol van toeval in evolutie. Hij vraagt zich af of “het al dan niet verwijzen naar toeval een wetenschappelijke conclusie is van een natuurwetenschapper of misschien eerder het resultaat van een overweging op het metaniveau” (p. 38). Hij laat aan de hand van een natuurkundig gedachte-experiment zien dat achter schijnbaar toeval toch een ontwerp (Driessen spreekt over “opzet”) schuil kan gaan. Of iets werkelijk toeval is of slechts die schijn heeft, is voor de natuurkundige dan ook nooit met zekerheid te zeggen, aldus Driessen. Omdat volgens hem kwantummechanische wetten (waarbij het toeval een centrale rol speelt) een “beslissende rol” (p. 40) spelen in biologische systemen, staat de bioloog voor hetzelfde probleem als de natuurkundige hierboven.
Toeval is een woord met meerdere betekenissen, die ook nog eens per wetenschappelijke discipline kunnen verschillen. Je zou kunnen zeggen dat het begrip toeval in de evolutiebiologie op twee manieren wordt gebruikt. De eerste (en technische) betekenis is die van de *randomness* van mutaties. Daarmee wordt niet bedoeld dat elke mutatie even waarschijnlijk is, noch dat omgevingsfactoren geen invloed hebben, maar dat mutaties *ongericht* zijn (Futuyma, 2009: 206). De mutaties die de ijsbeer wit gemaakt hebben, zijn dus niet ontstaan *zodat* hij beter aangepast is aan zijn omgeving. Dit is empirisch te testen, wat ook gebeurd is. Daaruit is gebleken dat mutaties niet gericht zijn (Futuyma, 2009: 206-207).
Dit speelt ook een rol bij de tweede betekenis, dat het verloop van evolutie *contingent* is. Dat wil zeggen dat de evolutie van het leven op aarde ook anders had kunnen lopen dan het gelopen is, in het bijzonder dat de mens (of een vergelijkbaar wezen) ook *niet* had kunnen ontstaan (Gould, 1994). Hierbij spelen niet alleen de ongerichte mutaties een rol, maar ook niet-biologische factoren, zoals inslagen van hemellichamen, plaattektoniek en klimaatsveranderingen. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat de mens nooit was ontstaan als een komeetinslag 65 miljoen jaar geleden de dinosauriërs niet had uitgeroeid. Ook pleit het feit dat onder de buideldieren, ondanks een evolutie van 100 miljoen jaar onafhankelijke evolutie, nooit een mensachtig dier ontstaan is tegen de onvermijdelijkheid van de mens. Hetzelfde geldt voor de dinosauriërs, die ruim 150 miljoen jaar bestaan hebben zonder mensachtige trekken te evolueren. Tot slot pleiten ook de langdurige experimenten met de bacterie *E. coli*, uitgevoerd door de groep van Richard Lenski, voor evolutie als contingent proces (Blount et al., 2008).
Natuurlijk is nooit uit te sluiten dat er achter al dit schijnbare toeval een (goddelijk) plan ten grondslag ligt. Er is echter niets dat in deze richting wijst en genoeg dat op het tegendeel wijst. Het is evenmin uit te sluiten dat de god Poseidon achter plaattektoniek zit, en zo alsnog aardbevingen veroorzaakt. In beide gevallen moet een redelijk mens de opvatting dat er sprake is van goddelijk opzet verwerpen op grond van waarschijnlijkheid, niet omdat dit met zekerheid uit te sluiten is. Tot slot zet Driessen vraagtekens bij het reductionisme in de wetenschap. Omdat onder de term ‘reductionisme’ verschillende dingen verstaan worden en de discussie complex is, ga ik daar hier verder niet op in. Een probleem met evolutie lijkt het in ieder geval niet op te leveren.
De volgende bijdrage is van de andere natuurkundige, prof. Gerard Nienhuis. Ook hij accepteert evolutie en schrijft zelfs dat het “aannemelijk \[is\] geworden dat de geschiedenis van het leven evenals het leven van een enkel organisme verloopt als een natuurlijk proces, in overeenstemming met natuurwetten en fundamentele fysische theorieën” (p. 51). Deze natuurwetten kennen geen doelgerichtheid en evolutie verloopt blind. Hij gaat kort in op een aantal open vragen, maar stelt dat dit onverlet laat dat “de werkelijkheid beschreven kan worden als een fysisch systeem” (p. 54). Hij beschouwt natuurwetenschappelijke kennis als de meeste betrouwbare die voor ons toegankelijk is.
Toch stelt hij ook vragen bij het wereldbeeld waarin de wereld wordt opgevat als een fysisch systeem. Hij stelt bijvoorbeeld de vraag of wij de som zijn van de impulsen in onze hersenen en of een machine kan denken. Volgens Nienhuis zijn deze vragen niet wetenschappelijk te beantwoorden. Hij beantwoordt ze ontkennend, zij het met wisselende overtuiging. Een fysisch wereldbeeld aanvaardt hij dus niet, ondanks het succes van de natuurwetenschappen. Een heldere argumentatie hiervoor geeft hij echter niet. Zijn afwijzing lijkt vooral gebaseerd te zijn op dat hij zich niet kan voorstellen dat onze geestelijke vermogens ook onderdeel zijn van deze fysische werkelijkheid, hetgeen volgens hem leidt tot absurditeiten.
Nienhuis besluit met de stelling dat de mens meer is dan zijn lichaam: “de directe ervaring van het leven en ons bewustzijn daarvan, de beleving van het wonder van het bestaan, van de geborgenheid van liefde en vriendschap, het geraakt worden door poëzie en muziek, dat alles komt niet to zijn recht in de natuurwetenschappelijke beschrijving”. Natuurlijk is een natuurwetenschappelijke *beschrijving* wat anders dan een *ervaring*, maar dat betekent niet dat deze ervaringen niet wetenschappelijke verklaard kunnen worden, noch dat ze een fysisch wereldbeeld tegenspreken. Juist de neurowetenschappen geven steeds vergaandere fysische verklaringen voor deze ervaringen (Swaab, 2010). Dit doet uiteraard niets af aan de emotionele en existentiële waarde hiervan.
Het meeste is te zeggen over het stuk van bisschop Everard de Jong. Niet alleen omdat zijn stuk ruimschoots het langst is, maar vooral omdat hij evolutie het minst accepteert. De Jong begint met een geschiedenis van het evolutionaire gedachtegoed, waarin hij benadrukt dat het idee dat soorten veranderlijk zijn al door meerdere denkers voor Darwin geaccepteerd was. Dit lijkt mij een prima stuk, waaruit duidelijk blijkt dat Darwins theorie niet uit de lucht is komen vallen. Tot slot schetst hij in dit deel van zijn stuk in grote lijnen het huidige denken over de evolutionaire geschiedenis van de mens, waar ook weinig mis mee is. Vervolgens gaat hij over tot de “problemen met de evolutietheorie” (p. 86), waarbij helaas heel veel misgaat. Ik beperk mij hier slechts tot enkele belangrijke punten.
Het begint al met de ronduit creationistische claim dat overgangsvormen ontbreken en dat deze “problematiek nog even groot \[is\] als in Darwins tijd” (p.86). Hij beweert dat er " niet slechts “een ‘missing link’ \[is\] tussen de aap en de mens, maar ook tussen vele andere soorten!” (p. 87). Het is mij een raadsel hoe hij dit kan beweren, want op de pagina’s hiervoor heeft hij een groot deel van deze overgangsvormen uit de evolutionaire geschiedenis van de mens nog beschreven! Hij refereert zelfs aan een uitstekend boek over humane evolutie, waarin al deze fossielen tot in detail beschreven worden (Cela-Conde & Ayala, 2007). Heeft hij dit wel gelezen? Ook vele andere evolutionaire transities zijn goed gedocumenteerd (Prothero, 2007). Dit wil overigens niet zeggen dat *alle* overgangen even goed gedocumenteerd zijn – fossilisatie blijft een zeldzaam proces en lang niet alle fossielen zijn gevonden – maar het is duidelijk dat dit klassieke creationistische ‘argument’ slechts gebaseerd is op onwetendheid. Overigens is de term ‘missing link’ [achterhaald](http://evolutie.blog.com/2008/10/25/de-great-chain-of-being-missing-links-en-overgangsvormen-1/?ref=deatheist.nl) en [misleidend](http://evolutie.blog.com/2008/10/27/de-great-chain-of-being-missing-links-en-overgangsvormen-2/?ref=deatheist.nl). Ook zijn vele gevallen van soortvorming (*speciatie*) waargenomen en is goed bekend hoe dit werkt (Coyne & Orr, 2004; zie ook [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/faq-speciation.html?ref=deatheist.nl)).
Helaas is De Jong ook gevallen voor de ‘argumenten’ van de *intelligent design*\-beweging: “Slechts uiterst zelden wordt een poging gedaan concrete moleculaire en celbiologische mechanismen evolutionair te verklaren.” (p. 92). Blijkbaar is De Jong niet op de hoogte van de relevante literatuur, want die pogingen zijn er genoeg (zie voor enkele voorbeelden Young & Edis, 2004; Miller 1999). Intelligent design is niet alleen door de [wetenschappelijke wereld](http://ncse.com/media/voices/science?ref=deatheist.nl) verworpen, het heeft ook gefaald in de [rechtszaal](http://en.wikipedia.org/wiki/Kitzmiller%5Fv.%5FDover%5FArea%5FSchool%5FDistrict?ref=deatheist.nl). Zelfs De Jongs eigen Vaticaan moet [niets hebben](http://www.catholic.org/national/national%5Fstory.php?id=18503&ref=deatheist.nl) van deze pseudowetenschappelijke stroming.
Ook vraagt hij zich af “hoe en met name waarom” organismen zich aanpassen (p. 92-93). Organismen passen zich niet (zelf) aan, maar bepaalde varianten in een populatie zijn beter aangepast aan veranderende omstandigheden dan andere, waardoor deze meer nageslacht zullen krijgen, met adaptatie tot gevolg. Dit is basiskennis evolutiebiologie. Vragen naar het *waarom* hiervan is net zo onzinnig als vragen naar hoe zandkorrels weten of ze wel of niet door de gaatjes in een zeef moeten vallen. De vraag waarom “een gen, organisme of levend wezen wil overleven”, veronderstelt dan ook geen doeloorzakelijkheid (p. 93); degenen die dit niet ‘wilden’ hebben geen nageslacht gekregen en zijn daardoor simpelweg uitgestorven.
Uit het laatste deel blijkt waar het grootste pijnpunt voor De Jong zit: de evolutie van de mens. Hij meent dat het onderscheid tussen de nu levende mensen en apen niet slechts gradueel is, maar wezenlijk (p. 100). Als dit al zo is, geldt het in ieder geval niet voor onze evolutionaire voorouders. De ontstaansgeschiedenis van de mens laat continuïteit zien, zoals onder andere blijkt uit de geleidelijke en continue [toename in schedelinhoud](http://pandasthumb.org/archives/2006/09/fun-with-homini.html?ref=deatheist.nl). Ook ontpopt De Jong zich als een ware dualist: “De ziel van de mens is immers de drager van immateriële werkingen, het denken en de vrije wil, en kan als zodanig niet ontstaan zijn uit om het even welk materieel substraat van eicel en zaadcel van een primaat.” (p. 100). Dit dualisme is door de neurowetenschappen [achterhaald](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/) en ook in de *philosophy of mind* vrijwel uitgestorven. *Wij zijn ons brein* (Swaab, 2010), en ook dat brein heeft een evolutionaire geschiedenis, zoals een tijd geleden ook in een [redactioneel commentaar](http://www.nature.com/nature/journal/v447/n7146/full/447753a.html?ref=deatheist.nl) van het gerenommeerde wetenschapsblad *Nature* werd opgemerkt. De Jong lijkt vooral moeite te hebben met de implicaties van evolutie voor onze moraal (p. 101-103), zowel met de verklaring als de normering daarvan. Hier is zeer veel over gepubliceerd, maar De Jong lijkt totaal niet op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen op dit gebied. Ik zou hem dan ook gaarne de boeken van Frans de Waal (waaronder De Waal, 2006; zie ook [hier](http://opinionator.blogs.nytimes.com/2010/10/17/morals-without-god/?ref=deatheist.nl)) en de reeks colleges hierover van Herman Philipse (Philipse, 2008) willen aanraden ter introductie.
De Jong concludeert over de verhouding tussen wetenschap en geloof “dat we aan de keizer moeten geven dat wat van de keizer is, en aan God wat van God is” (p. 106). Na het lezen van De Jongs stuk kwam ik tot een andere conclusie: schoenmaker, blijf bij je leest. De Jong heeft duidelijk te weinig kennis van de moderne evolutiebiologie om hier zinnige uitspraken over te doen.
De vertegenwoordiging van het jodendom is in handen van rabbijn dr. Tzvi C. Marx. Hij benadrukt dat het jodendom een interpreterende geloofstraditie heeft. Als het nodig is, wordt de interpretatie van teksten bijgesteld (p. 114). Volgens hem hoeven joden dan ook geen probleem met evolutie te hebben. Hij legt ook uit hoe verschillende rabbijnen de scheppingsteksten uit de Thora geduid hebben. Toch blijkt later helaas dat deze acceptatie tegenvalt.
Hij spreekt van een "categorische discontinuïteit" als we de identiteit van mens en dier vergelijken (p. 121). Daarna zegt hij zelfs: "Waar het de geestelijke dimensie betreft is elke veronderstelde continuïteit hier zeker absurd." Blijkbaar is ook rabbijn Marx - net als bisschop De Jong - niet op de hoogte van het feit dat het fossielenbestand juist heel duidelijk een continuïteit laat zien. Dit geldt ook voor de geestelijke vermogens, want die zijn meegeëvolueerd met het brein. Hij meent dat dieren "geen reflectie, geen dialoog, geen morele verantwoordelijkheid, en geen geestelijke binding kennen" (p. 121-122). Blijkbaar is ook hij niet op de hoogte van het moderne ethologisch onderzoek, dat laat zien dat deze eigenschappen ten minste in rudimentaire vorm bij een aantal andere dieren die nu leven aanwezig zijn. Bij onze evolutionaire voorlopers waren ze zeker aanwezig.
Het laatste stuk is van islamoloog dr. Mohammed Ghaly, die weergeeft hoe er in de islamitische wereld gekeken wordt naar evolutie. In Nederland is de ervaring vooral negatief, zoals blijkt uit sommige moslimstudenten aan de VU die weigeren evolutie te accepteren. Ze beroepen zich hierbij vaak op het werk van Harun Yahya, een binnenhuisarchitect die vooral de creationistische 'argumenten' van de christenen in een islamitisch jasje steekt. Het werk van hem schijnt echter nauwelijks bekend te zijn onder moslimgeleerden (p. 142). Ook Belgische moslims blijken problemen te hebben met de evolutietheorie. Ghaly wil met zijn stuk vooral kijken in hoeverre deze afwijzing ook onder moslimtheologen voorkomt.
Een volledige vertaling in het Arabisch van Darwins hoofdwerk was er pas in 1964\. De kennismaking van de islamitische wereld met Darwin theorie was er echter al eerder en ging via Arabische christenen die geneeskunde gestudeerd hadden en positief waren over Darwins theorie. Daarop volgde discussies over de theologische implicaties van de evolutietheorie. Sinds die tijd zijn er moslimgeleerden die menen dat de theorie wel te verenigen is met de islam en geleerden die het tegendeel beweren. Ghaly laat van beide groepen enkele voorbeelden zien. Opmerkelijk genoeg blijken beide groepen zich op Koranverzen te beroepen. Helaas wordt niet duidelijk in *welke mate* de moslimgeleerden die evolutie accepteren dat doen. Vooral de evolutie van de mens - en in het bijzonder zijn geestelijke vermogens - blijkt voor gelovigen vaak het struikelblok te zijn, zoals we hierboven al gezien hebben.
Ghaly besluit met te stellen dat de VU-studenten die evolutie verwerpen niet goed op de hoogte zijn van de islamitische traditie. Hij beschouwt hen als de kleine minderheid die evolutie *in toto* afwijst. Ghaly schrijft naar aanleiding van een klein onderzoek echter ook: "De overgrote meerderheid van de studenten aanvaardde de micro-evolutie, maar had bezwaren tegen macro-evolutie en tegen de opvatting dat de mens van de aap zou afstammen." (p. 141). Studenten meenden ook dat er geen conflict bestaat tussen wetenschap en de islam. Deze onderzoeksresultaten laten echter juist zien dat er wel degelijk een conflict bestaat, want macro-evolutie en de evolutie van de mens zijn wezenlijke onderdelen van de evolutiebiologie. Ook internationaal is de acceptie van evolutie onder moslims laag (Hameed, 2008). Het lijkt er dan ook op dat Ghaly de problematiek bagatelliseert in zijn stuk, of niet doorheeft wat een *volledige* acceptatie van evolutie behelst.
Als de laatste drie schrijvers uit deze bundel een representatief beeld geven van hun religies – hetgeen volgens mij aardig het geval is – vrees ik dat een volledige acceptatie van evolutie nog steeds ver weg is. Wie evolutie *tout court* accepteert, moet niet alleen accepteren dat er geen lichamelijke discontinuïteit is tussen de mens en zijn evolutionaire voorlopers, maar ook geen geestelijke. Dit lijkt vooral het pijnpunt te zijn. Ook geestelijke vermogens die ooit als puur menselijk gezien werden, blijken in meer of mindere mate bij andere dieren voor te komen, en zijn zeker aanwezig geweest bij onze evolutionaire voorlopers. Dit kan ook moeilijk anders, want ze zijn afhankelijk van ons geëvolueerde brein. Hoe verheven de mens zichzelf ook ziet, hij moet zijn afkomst niet verloochenen, juist niet omdat die vaak nog zo duidelijk aanwezig is, al dan niet latent.
Darwin sloot zijn magnum opus af met de woorden: “There is grandeur in this view of life, with its several powers, having been originally breathed into a few forms or into one; and that, whilst this planet has gone cycling on according to the fixed law of gravity, from so simple a beginning endless forms most beautiful and most wonderful have been, and are being, evolved.” Er is geen groter pleidooi voor bescheidenheid mogelijk dan het besef dat wij, ondanks onze lange en tumultueuze evolutionaire geschiedenis, als enig dier de mogelijkheid hebben om onze eigen herkomst te overpeinzen.
**Referenties**
Blount, Z.D., Borland, C.Z., Lenski, R.E.. (2008) " Historical contingency and the evolution of a key innovation in an experimental population of Escherichia coli.", *Proceedings of the National Academy of Sciences*, 105(23):7899-906
Cela-Conde, C.J.; Ayala, F.J. (2007). *Human evolution: trails from the past*, Oxford UP.
De Waal, F.B.M. (2006). *Primates and philosophers: how morality evolved*, Princeton UP.
Futuyma, D. (2009). *Evolution*, 2nd ed., Sinauer Associates Inc.
Hameed, S. (2008). "Science and religion. Bracing for Islamic creationism." *Science*, 322:1637-8.
Gould, S.J. (1994) "The evolution of life on the earth.", *Scientific American*, 271(4):84-91
Miller, K.R. (1999). *Finding darwin’s god*, HarperCollins.
Philipse, H. (2008). *Ethiek en Evolutie: Een hoorcollege over de geschiedenis, biologie, filosofie en antropologie van de moraal*, Home Academy.
Swaab, D.F. (2010). *Wij zijn ons brein: van baarmoeder tot alzheimer*, Uitgeverij contact.
Young, M.; Edis, T. (2004). *Why intelligent design fails: a scientific critique of the new creationism*, Rutgers UP.
### Bijbelse erotiek
URL: https://www.deatheist.nl/bijbelse-erotiek/
Last updated: 2010-07-18T15:20:39.000Z
Bestaat dat, Bijbelse erotiek? Zijn het niet juist de christenen die vaak moeilijk doen over erotiek buiten de eigen slaapkamer? Bijbelse erotiek bestaat zeker, al is het nagenoeg geheel beperkt tot één boek: het *Lied der Liederen*, beter bekend als het *Hooglied*. Dit Bijbelboek is oorspronkelijk in het (Bijbels) Hebreeuws geschreven en wordt gerekend tot de wijsheidsgeschriften. Hierin komt de zinnelijke liefde, de *eros*, de geneugten des vlees, veelvuldig ter sprake, zij het op zeer subtiele wijze.
Het is dan ook opmerkelijk dat dit boek in zowel de joodse als de christelijke canon is terechtgekomen, temeer omdat er geen enkele keer over God gesproken wordt; het is een volledig werelds boek. De reden waarom het er toch in staat, is nooit geheel duidelijk geworden, maar ongetwijfeld hebben een religieuze interpretatie en het vermeende auteurschap van koning Salomo een belangrijke rol gespeeld. Ondanks de meeste geleerden nu denken dat Salomo niet de auteur is geweest en de tekst evenmin religieus bedoeld is, is het niet meer verdwenen uit de joodse Tenach en de christelijke Bijbel.
Het boek gaat over twee geliefden die door liefdespoëzie elkaar en hun doen beschrijven. De religieuze interpretatie van de tekst houdt in dat de tekst slaat op het volk Israel en zijn God, en later de gelovige en Christus. Een mooi voorbeeld van een dergelijke lezing is te vinden in de kanttekeningen bij de zeventiende-eeuwse Statenvertaling. De uiterst vrome vertalers hebben een vertaling gemaakt die zeer getrouw is aan het Hebreeuws (in tegenstelling tot veel moderne vertalingen), maar in hun exegese van de liefdespoëzie komen ze vaak met wel heel bizarre verklaringen.
Neem bijvoorbeeld 4:5: “Uw twee borsten zijn gelijk twee welpen, tweelingen van een ree, die onder de leliën weiden.” Wordt hier de vrouwelijke boezem beschreven? Volgens de Statenvertalers niet: “Versta hier bij de twee grote borsten die leringen en vertroostingen, die in het Oude en Nieuwe Testament te vinden zijn, waarmede de gelovigen gespijsd en gelaafd worden.” Gelukkig zijn moderne Bijbelcommentatoren, waarop ik me hier veel beroep, wat minder preuts en geven ze een realistischere kijk op de tekst.
In de Bijbel worden voor de geslachtsdelen heel vaak *eufemismen* gebruikt: verbloemende woorden om bijvoorbeeld iets pikants aan te duiden. Zo wordt met “de hand onder de heup leggen” (Gen. 24:9) het vastpakken van de testikels (in ordinair Nederlands: de ballen) bij het afleggen van getuigenis bedoeld. Het Engelse woord voor het afleggen van getuige, *to testify*, komt hier ook vandaan. Ander veelgebruikte eufemismen voor de genitalia, de geslachtsdelen, zijn hand(en) en voet(en). Een andere manier om pikante zaken te verwoorden is via *double entendre*, waarbij in een tekst bewust twee betekenissen zijn gebracht: een onschuldige oppervlakkige en een pikante diepere. De kannibaal Hannibal Lecter gebruikt dit ook in de film *The Silence of the Lambs* wanneer hij zegt “I'm having an old friend for dinner.”
In het Hooglied worden beide literaire middelen gebruikt. In 5:4-5 staat bijvoorbeeld: “Mijn geliefde stak zijn hand door het gat; en mijn binnenste werd roerig vanwege hem. Ik opende voor mijn geliefde; en mijn handen dropen van mirre; mijn vingers vloeiden mirre; op de greep van de grendel.”. De oppervlakkige betekenis van deze double entendre is de man die voor de deur staat en de vrouw die voor hem opendoet. Er is echter ook een diepere en pikantere betekenis in deze tekst, die duidelijk wordt als je de eufemismen doorziet.
De “hand” van de geliefde is het mannelijk lid, het “gat” de vrouwelijke schede. In sommige vertalingen tref je achter “gat” “van de deur” aan, zodat het naar een gat in de deur verwijst. Dit staat echter niet in de grondtekst, ofschoon het prima in de oppervlakkige lezing past. Het “binnenste” is een vage duiding voor de buikholte, maar kan ook expliciet de schoot of zelfs de geslachtsdelen betekenen, waarmee deze zin dus duidt op seksuele opwinding. Bij het “openen” staat geen lijdend voorwerp (zoals “de deur”), waardoor er impliciet staat dat ze *zichzelf* voor hem opende. De mirre (gebruikt in de vorm van olie) die van haar “handen” droop, duidt op vaginaal vocht. Een letterlijk lezing hier zou vreemd zijn, want mirre was te kostbaar om van je handen af te laten druipen. De “grendel” waarop de “mirre” druipt is hier waarschijnlijk ook een eufemisme voor de jongeheer van de geliefde.
Of neem 7:3: “De rondingen van je heupen zijn als ringen; het werk van meesterhanden. Je navel is een ronde kom; waaraan geen gekruide wijn ontbreekt. Je buik is een hoop tarwe; met leliën omringd”. Ook de navel wordt hier waarschijnlijk gebruikt als eufemisme voor het (uitwendige) vrouwelijk geslachtsdeel. Waar gekruide wijn dan eufemistisch voor staat, is niet moeilijk in te zien. De navel is niet bepaald een vochtige plek, de eufemistische verwijzing daarentegen wel, zeker tijdens seksuele opwinding. Wijn verwijst daarnaast ook elders in het Hooglied naar het genot van liefde. Het Hebreeuwse woord voor “buik” heeft een ruime betekenis, en kan naast “buik” ook “schoot” betekenen. Dat ook hier sprake is van een eufemisme is waarschijnlijk, te meer omdat de “hoop tarwe” dan eufemistisch op het schaamhaar slaat, wat zinniger lijkt dan een letterlijke hoop tarwe op de buik.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van erotische passages uit het Bijbelboek Hooglied, maar waarschijnlijk wel de meest pikante. Het boek bevat vele prachtige beschrijvingen van de schoonheid van het lichaam en de liefde, ofschoon sommige beschrijvingen bij moderne lezers de wenkbrauwen zullen doen fronsen. Het mooiste is om deze tekst in het Hebreeuws te lezen omdat alleen dan de woordspelingen, dubbelzinnigheden en andere literaire middelen goed tot uiting komen. Aangezien dit slechts voor weinig moderne lezers is weggelegd, zullen de meesten het met een vertaling moeten doen. Bedenk daarbij dat een vertaling altijd ook een interpretatie is, zeker in een boek als dit dat vol staat van de beeldtaal en woorden waarvan de betekenis niet geheel zeker is.
Het is zeker de moeite waard om het boek eens te lezen, ook voor ongelovigen; het is klein en volledig werelds. Het laat niet alleen zien dat liefde, ook lichamelijke liefde, iets is wat mensen altijd heeft beziggehouden, maar geeft tevens de moderne lezer de mogelijkheid zijn of haar geliefde eens op een andere manier te liefkozen.
**Literatuur:**
Exum, J. Cheryl, *Song of Songs: a commentary*, Westminster John Knox Press, 2005.
Garrett, Duane; House, Paul., R. *Word Biblical Commentary, Volume Song of Songs, Lamentations*, Thomas Nelson Publishers, 2004.
Longman, Tremper, *Song of Songs (New International Commentary on the Old Testament)*, Wm. B. Eerdmans Publishing Company, 2001
Pope, Marvin H., *Song of Songs (The Anchor Bible'*, Doubleday, 1977
### Evolutie als Gods vrijpleiter?
URL: https://www.deatheist.nl/evolutie-als-gods-vrijpleiter/
Last updated: 2010-05-11T11:01:08.000Z
Het is algemeen bekend dat veel gelovigen in meer of mindere mate moeite hebben met het accepteren van evolutie. Het zal menigeen dan ook verbazen dat er mensen zijn die menen dat evolutie de gelovige juist een handje kan *helpen*, bijvoorbeeld bij het theodiceeprobleem. Kan evolutie God werkelijk vrijpleiten van het vele leed in de wereld?
De gelovigen die evolutie ontkennen bestaan in allerlei soorten en maten. Sommigen ontkennen evolutie volledig en geloven in de historische werkelijkheid van de scheppingsmythe uit een religieus geschrift. Anderen accepteren het gedeeltelijk of menen dat God af en toe moet ingrijpen bij de lastige stappen (*Intelligent Design*). Nog weer anderen accepteren evolutie volledig waar dit het ontstaan van het lichaam betreft, maar menen dat God nodig is om onze geestelijke vermogens te doen ontstaan. Deze laatste optie wordt bijvoorbeeld gehuldigd door de rooms-katholieke kerk, maar ook door de vermaarde evangelische genoomonderzoeker Francis Collins. Hij meent in zijn boek “The language of God” dat onze moraal niet evolutionair kan zijn ontstaan en dus wel een goddelijke oorsprong moet hebben. Ofschoon deze groep vaak tot de gelovigen wordt gerekend die evolutie accepteren, accepteren ze evolutie dus niet *tout court*.
De moeilijkheid van de (gehele) acceptatie van evolutie manifesteert zich op een aantal vlakken. Zo is er bijvoorbeeld het conflict met een historische lezing van bepaalde religieuze geschriften, in het bijzonder het Bijbelboek Genesis. Als daaraan getornd gaat worden, komt de geloofwaardigheid van de rest van de Bijbel in het gedrang, zo vrezen sommige gelovigen. Een andere reden van weerstand is dat evolutie strijdig is met het traditionele mensbeeld. De mens werd eeuwenlang gezien als de kroon op de schepping, een bewuste scheppingsdaad van een almachtige en algoede God. Evolutie daarentegen laat zien dat de mens het gevolg is van een langdurig, blind, wreed en verspillend proces en slechts een twijgje is aan de immense *Tree of Life*. Dat dit schrille contrast moeilijkheden oplevert, is niet lastig in te zien. Tot slot is er nog de vrees van morele bandeloosheid: als mensen dieren zijn, waarom zullen ze zich dan niet als zodanig gaan gedragen?, huiveren deze gelovigen. Ik denk dat dit de drie belangrijkste factoren zijn waarom evolutie in meer of mindere mate weerstand op blijft roepen bij een groot deel van de gelovigen.
Het is dan ook opmerkelijk te noemen dat er mensen zijn die menen dat evolutie een *voordeel* kan opleveren voor de gelovige. Al eerder betoogde de eminente evolutiebioloog Francisco Ayala dat we God minder ter verantwoordingen hoeven te roepen als we de vervelende kanten van de natuur op het evolutieproces kunnen afschuiven (Ayala, 2007; zie ook [hier](http://www.scienceandreligiontoday.com/2010/03/25/francisco-ayala-wins-templeton-prize/?ref=deatheist.nl)). Hetzelfde beweert John Advise, een evolutionair geneticus, in zijn recente boek “Inside the Human Genome: A Case for Non-Intelligent Design*”* (Avise 2010a). Een verkorte versie daarvan verschijnt binnenkort in het wetenschapstijdschrift *Proceedings of the National Academy of Sciences* (PNAS), maar is nu al gratis beschikbaar [online](http://www.pnas.org/content/early/2010/05/04/0914609107.short?rss=1&ref=deatheist.nl) (Avise, 2010b).
In zowel het boek als het PNAS-artikel laat Avise aan de hand van vele voorbeelden zien dat het menselijke genoom een broddelwerk is van miljoenen jaren evolutionair geknutsel. Dit doet hij overtuigend en helder, al zal het voor de leek af en toe vrij pittig zijn vanwege de nodige technische termen (ook in het boek). Avise laat zien dat het genoom vol zit met overbodige stukken DNA, die soms zelfs (zeer) gevaarlijk blijken te zijn. Al met al is het niet het ontwerp dat je zou verwachten als de mens *ex nihilo* geschapen zou zijn door een intelligente Ontwerper die het beste met de mens voorheeft. Dit is dan ook lastig uit te leggen voor de mensen die geloven dat de mens wel vanuit het niets geschapen is of door *intelligent design* is ontstaan. Zij zullen dan met een rechtvaardiging moeten komen waarom we toch de mens in zo’n miserabele biologische staat aantreffen. Zo’n verdediging van God in het licht van de ellende in de wereld wordt een *theodicee* genoemd. Avise meent echter een oplossing te hebben waarbij de kool en de geit gespaard blijven: “Evolution as a Salvation for Theology”:
> “Evolution by natural causes in effect emancipates religion from the shackles of theodicy. No longer need we agonize about why a Creator God is the world’s leading abortionist and mass murderer. No longer need we query a Creator God’s motives for debilitating countless innocents with horrific genetic conditions. No longer must we anguish about the interventionist motives of a supreme intelligence that permits gross evil and suffering in the world. No longer need we be tempted to blaspheme an omnipotent Deity by charging Him directly responsible for human frailties and physical shortcomings (including those that we now understand to be commonplace at molecular and biochemical levels). No longer need we blame a Creator God’s direct hand for any of these disturbing empirical facts. Instead, we can put the blame squarely on the agency of insentient natural evolutionary causation. From this perspective, the evolutionary sciences can become a welcome partner (rather than the conventionally perceived adversary) of mainstream religion.” (Avise 2010b: 7; zie ook: 2010b: 158)
Als we al dat biologisch gepruts en de ellende die daaruit voortkomt op het blinde evolutieproces afschuiven, kunnen we God hiervan vrijpleiten, aldus Avise. Heeft hij hiermee werkelijk het theodiceeprobleem opgelost, zoals hij meent? Nee, en wel om twee redenen. Ten eerste heeft hij hiermee slechts het probleem verschoven. De vraag die met deze ‘oplossing’ immers opkomt is: waarom heeft een almachtige, alwetende en algoede God gekozen voor een scheppingsproces dat zo onintelligent, wreed en verspillend is als evolutie? Avise hoeft nu inderdaad niet meer te verklaren waarom de *resultaten* van de schepping zo klungelig en wreed zijn, maar wel waarom het proces *zelf* dat is. Het is dus slechts een schijnoplossing. Ten tweede is er nog veel meer leed naast het evolutieproces (aardbevingen, tsunami’s, blikseminslag enz.), waarbij de gelovige God alsnog moet rechtvaardigen. Het theodiceeprobleem blijft dus. Dat het vele leed in de wereld, waaraan het evolutieproces een grote bijdrage levert, een goed argument voor atheïsme is, heb ik [hier](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/) betoogd.
Daarnaast is er nog een ander probleem waarop Avise niet ingaat. Als God evolutie heeft gekozen als Zijn manier van scheppen, heeft Hij precies die manier gekozen waarbij het lijkt alsof Hij niet bestaat. Er is immers geen enkele evidentie om aan te nemen dat er een God achter het evolutieproces zit om tot Zijn schepping te komen, net als dat er geen enkele evidentie is om aan te nemen dat Poseidon achter plaattektoniek zit en op die manier aardbevingen veroorzaakt. Dit is een goede reden om aan te nemen dat er géén God achter het evolutieproces zit, dat het dus volledig naturalistisch of *a-theïstisch* is. Tot slot ondervangt Avises oplossing ook niet het probleem van de ongeloofwaardigheid van de Bijbel en de morele losbandigheid, waar evolutieontkenners zo voor vrezen. Samenvattend zijn er heel wat problemen met het verzoenen van evolutie met theïsme, zoals ik [hier](http://www.infidels.org/library/modern/bart%5Fklink/evolution.html?ref=deatheist.nl) ook al heb betoogd.
Beide problemen – het blijvende theodiceeprobleem en de goddelijke verborgenheid – zijn argumenten voor atheïsme en dus tegen theïsme, zeker zoals dat invulling heeft gekregen in de monotheïstisch religies. Betekent dit dat God niet *kan* bestaan? Nee, want er zijn altijd ad-hocverklaringen te bedenken waarmee theïsme niet *uit te sluiten* valt. De vraag is echter hoe *waarschijnlijk* theïsme wordt gezien deze argumenten. De atheïst betoogt niet dat het bestaan van God hiermee *uitgesloten* wordt, maar wel dat Zijn bestaan er (hoogst) *onwaarschijnlijk* van wordt.
Kun je hier dan niet tegenin brengen dat evolutie ook heel veel moois heeft opgeleverd? Natuurlijk, maar hierbij dient wel opgemerkt te worden dat dit *niet* problematisch is voor atheïsme, terwijl de gruwelijke kant van evolutie dat *wel* is voor theïsme. Daar zit dus een disbalans. Daarnaast: als God zo veel waarde zou hechten aan ons waarderen van de resultaten van evolutie, waarom is dan meer dan 99,9% van al die resultaten uitgestorven zonder dat ze de mens ooit konden fascineren en bekoren? Ook dit is dus geen sterke tegenwerping.
Met zijn verzoenpoging meent Avise religie terug te hebben gebracht in haar “rechtmatige domein”: “not as the secular interpreter of the biological minutiae of our physical existence but, rather, as a respectable philosophical counselor on grander matters, including ethics and morality, the soul, spiritualness, sacredness, and other such matters that have always been of ultimate concern to humanity.” (Avise 2010b: 7; 2010a: 161) Ook hiermee zijn echter allerhande problemen gemoeid. Waarom is religie op *deze* manier “rechtmatig” en hoe bepaalt Avise dat? Miljoenen gelovigen zijn het in ieder geval niet met hem eens. Wat voor zinnigs heeft religie te zeggen over moraal, zeker gezien de vele verwerpelijkheden in religieuze geschriften en morele misstapen van religeizue leiders? Het bestaan van de ziel is door wetenschappelijk onderzoek zelfs [hoogst problematisch](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/) geworden. Avise *veronderstelt* het bovenstaande simpelweg, zowel in zijn boek als in zijn artikel, en gaat niet in op de grote problemen die hierbij te berde komen. Het is mij tot slot geheel onduidelijk wat het soort theologische pseudoargumenten dat Avise naar voren brengt doet in een gerenommeerd *natuurwetenschappelijk* tijdschrift als de PNAS.
Al met al kan Avises verzoenpoging niet gezien worden als succesvol. Ik verwacht dan ook niet dat er veel gelovigen zullen zijn die door deze ‘oplossing’ evolutie zullen gaan accepteren. Avise lijkt op een vorm van deïsme aan te sturen, maar dat verschilt wezenlijk van het theïsme zoals dat in de drie monotheïstisch godsdiensten invulling heeft gekregen. De interveniërende God die Avise verwerpt is *juist* wat veel gelovigen aanspreekt. Dit is precies de reden waarom de acceptatie van evolutie voor hen problematisch is en zal blijven. Helaas wordt deze kern van het probleem door verzoenpogingen als die van Avise gemist.
**Referenties:**
Avise, J.C., (2010a), *Inside the Human Genome: A Case for Non-Intelligent Design*, Oxford UP
Avise, J.C., (2010b), “[In the Light of Evolution IV: The Human Condition Sackler Colloquium: Footprints of nonsentient design inside the human genome.](http://www.pnas.org/content/early/2010/05/04/0914609107.short?rss=1&ref=deatheist.nl)”, *PNAS*, May 6\. \[Epub ahead of print\]
Ayala, F.J., (2007), *Darwin’s gift to science and religion*, Joseph Henry Press
### De paradox van de God dankende Haïtiaan
URL: https://www.deatheist.nl/de-paradox-van-de-goddankende-haitiaan/
Last updated: 2010-02-07T11:16:17.000Z
Niemand zal de ramp op Haïti ontgaan zijn. Het vele leed dat daar is aangericht, heeft wereldwijd mensen aangegrepen en tot hulp doen overgaan, op wat voor manier dan ook. De vreselijke situatie aldaar deed mij denken aan de [aardbeving in Lissabon uit 1755](http://en.wikipedia.org/wiki/1755%5FLisbon%5Fearthquake?ref=deatheist.nl), waarbij naar schatting 10.000 tot 100.000 mensen omkwamen. Dit heeft destijds een grote impact gehad, niet alleen humanitair en economisch, maar ook intellectueel. Het vele leed dat gepaard gaat met een dergelijke verwoesting doet altijd de vraag oprijzen naar het *waarom*, een grote existentiële vraag. De gelovige wijsgeer [Leibniz](http://en.wikipedia.org/wiki/Gottfried%5FLeibniz?ref=deatheist.nl) meende dat God de best mogelijke wereld had geschapen. De deïstische filosoof [Voltaire](http://en.wikipedia.org/wiki/Voltaire?ref=deatheist.nl) greep Lissabon aan om dit idee belachelijk te maken in de vorm van het gedicht [*Poème sur le désastre de Lisbonne*](http://fr.wikisource.org/wiki/Po%C3%A8me%5Fsur%5Fle%5Fd%C3%A9sastre%5Fde%5FLisbonne?ref=deatheist.nl). De vraag naar het waarom is diep menselijk en goed begrijpbaar, maar tegelijkertijd onzinnig, althans, voor een atheïst.
Voor een atheïst waren in Haïti louter de blinde natuurkrachten aan het werk, het verschuiven van aardschollen op de vloeibare mantel van magma, de plaattektoniek. Deze processen zijn volstrekt onverschillig ten aanzien van het leed dat zij tot gevolg hebben. Ze maken geen onderscheid tussen goede en slechte mensen, tussen kinderen en volwassenen. Er is geen reden en geen rechtvaardigheid, slechts meedogenloos oorzaak en gevolg. Er is geen antwoord op de waaromvraag, omdat er niet Iemand is om die vraag te beantwoorden; de vraag is dus onterecht. De zoektocht naar reden en rechtvaardigheid in een aardbeving – hoe begrijpelijk en menselijk die ook is – komt voort uit het projecteren van menselijke eigenschappen op iets wat niet menselijk is. De afwezigheid van reden en rechtvaardigheid in dezen is een harde werkelijkheid die een atheïst dient accepteren, hoe moeilijk dat soms ook is.
Voor de meeste gelovigen ligt dat anders. Zij zullen (eventueel naast de oorzaak) zoeken naar een *reden* of een *bedoeling*, een antwoord op de waaromvraag. Daarnaast zal zich waarschijnlijk nog een andere, maar gerelateerde vraag aan hen voordoen. Dat is de vraag naar de *theodicee*: hoe moet de gelovige God rechtvaardigen gezien al dit leed? Is het een straf van God voor zondigheid? Maar vromen worden net zo hard gestraft als de goddelozen, een inzicht dat Prediker al niet ontgaan was. Helpt God dan door de hulpbiedende mensen? Maar voorkomen is beter dan genezen, zeker als de hulp voor zovelen te laat komt. Kan God niets anders dan het met lede ogen aanzien? Die optie valt af als God almachtig is. Gelovigen pogen al eeuwen God te rechtvaardigen, maar ik denk dat geen poging daarvan geheel [intellectueel bevredigend](https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/) is. Het laatste redmiddel van de gelovige om onder de atheïstische conclusie uit te komen is dan ook zich te beroepen op Gods ondoorgrondelijkheid.
Als al deze rechtvaardigingen intellectueel problematisch zijn, hoe moeten we dan verklaren dat niet al de Haïtianen spontaan atheïst worden na al het leed dat hun is overkomen? Hebben zij niet aan den lijve ondervonden dat ze een speelbaal zijn geweest van blinde natuurkrachten, in plaats van in de goede handen te zijn van een zich ontfermende Vader? Sterker nog: sommige Haïtianen danken God dat ze het er levend van afgebracht hebben, waarbij het voor hen blijkbaar geen probleem is dat vele anderen het niet overleefd hebben. Ze vragen God om hulp in plaats van zich af te vragen of Hij überhaupt wel bestaat. Zo’n goddankende Haïtiaan is daarmee een opmerkelijke paradox.
Ik denk dat de opmerkelijke reactie komt doordat het atheïstische antwoord voor de Haïtianen nog moeilijker te verkroppen is dan het gebrek aan een (deugdelijk) theïstisch antwoord. Het laat namelijk de existentiële waaromvraag onbeantwoord. De gelovige heeft liever een problematisch antwoord, of een antwoord dat zijn verstand te boven gaat, dan de conclusie dat er *geen antwoord is* omdat er geen God is om een antwoord te geven. Zijn geloof geeft hem vertrouwen en hoop dat er zin is in de schijnbare zinloosheid, rechtvaardigheid in de ogenschijnlijke onrechtvaardigheid.
Daarnaast geeft het hem een extra mogelijkheid om in opstand te komen tegen het leed. Wanneer mensenhanden niets meer vermogen, wordt veelal de hoop gesteld in de Almachtige. De gelovige komt in verweer door gebed, of staat met gebalde vuisten naar de hemel. Zo probeert hij via goddelijke weg invloed uit te oefenen op een situatie waar hij als mens geen invloed op heeft. Dit is zijn enige manier om iets aan de machteloze situatie te doen. Deze reactie van het willen beïnvloeden van wat buiten de menselijke invloedssfeer ligt, is kenmerkend voor de menselijke psyche. Het manifesteert zich ook in rituelen en bezweringen (regendans, offers, sjamanisme, enz.) en populaire ‘spirituele’ ideeën zoals verwoord in het populaire [*The Secret*](http://en.wikipedia.org/wiki/The%5FSecret%5F%28book%29?ref=deatheist.nl).
Maar de gebeden van de gelovige zijn futiel en zijn gebalde vuisten zinloos, hoe begrijpelijk ze ook zijn. Aan goddelijke zijde blijft het stil, van Hem hoeven de Haïtianen geen hulp te verwachten. Het is louter de menselijkheid van hun soortgenoten, omgezet in hulpdaden, waarop de Haïtianen zich kunnen beroepen. Als mens zijn we op onszelf en op elkaar aangewezen in nood; hopen op hulp van hogerhand is ijdel.
De waaromvraag vraag impliceert een reden, een bedoeling, maar die is er niet. Plaattektoniek is een mechanisch proces, oorzaak en gevolg, zonder reden. Het is volstrekt onverschillig voor al het leed dat het tot gevolg heeft. Op de zo menselijke en begrijpelijke vraag naar het waarom *is* geen antwoord, omdat de vraag onterecht is. De acceptatie daarvan is misschien wel een van de moeilijkste lessen die de mensheid moet leren.
### De wetenschappelijke dwaalwegen van een creationistisch bioloog
URL: https://www.deatheist.nl/de-wetenschappelijke-dwaalwegen-van-een-creationistisch-bioloog/
Last updated: 2009-12-10T17:27:04.000Z
In de biologische wereld is de moderne evolutietheorie universeel geaccepteerd. Het is de grote verbindende theorie in de biologie. Het valt dan ook niet mee om een bioloog te vinden die deze theorie ontkent, laat staan een die gelooft dat alle soorten een paar duizend jaar geleden, in zes dagen, door God geschapen zijn. Een creationistische bioloog, dat is eigenlijk een *contradictio in terminis*. Toch hebben we in Nederland lange tijd zo’n lopende tegenstrijdigheid gehad: Willem Ouweneel. Nu Ouweneel echter zijn creationisme schijnt te hebben [opgegeven](http://www.nd.nl/artikelen/2009/januari/30/van-creationist-tot-kosmologisch-agnost?ref=deatheist.nl) in ruil voor een minder letterlijke lezing van Genesis, heeft creationistisch Nederland een nieuwe voorman nodig. Dat lijkt Peter Borger te willen worden.
Borger studeerde biologie in Groningen en promoveerde daar ook op medisch-biologisch onderzoek. Later bekeerde hij zich tot het evangelische christendom en werd tevens creationist. Sinds zijn promotie heeft hij zich beziggehouden met astmaonderzoek op moleculaire schaal, waardoor hij goed thuis is in de [moleculaire biologie](http://en.wikipedia.org/wiki/Molecular%5Fbiology?ref=deatheist.nl). Hierin verschilt hij van de meeste creationisten, die van moleculaire biologie doorgaans weinig weten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Borger zijn creationistische pijlen vooral richt op evolutie op moleculaire schaal. Volgens hem laat moleculairbiologisch onderzoek van de afgelopen jaren zien dat de evolutietheorie onhoudbaar is geworden. Dit betoogt hij niet alleen op zijn [weblog](http://www.vkblog.nl/blog/5720/Peter%5C%27s%5FGUToB?ref=deatheist.nl), maar ook in zijn recent verschenen boek “Terug naar de oorsprong, of hoe de nieuwe biologie het tijdperk van Darwin beëindigt”. Het is uitgegeven door stichting ‘[De Oude Wereld](http://www.oude-wereld.nl/?ref=deatheist.nl)’, die opmerkelijk genoeg een *jonge* wereld verkondigt, conform een letterlijke lezing van Genesis. Borger heeft zijn opvattingen tot ‘GUToB’ gedoopt: *generale en universele theorie over biologische verandering*.
Heeft deze creationistische bioloog werkelijk laten zien dat de evolutietheorie niet langer houdbaar is? Moet de moderne biologie overstappen op ‘GUToB’? Borger verkondigt dit vrijwel elke dag, vaak meerdere malen, op zijn blog. Aan pretenties ontbreekt het hem dus niet. Wat dat betreft had hij wat kunnen leren van Darwins bescheidenheid. Ik zal in dit artikel proberen te laten zien dat beide bovenstaande vragen negatief beantwoord moeten worden. Zijn boek is vooral een verwoede poging om Darwin af te kraken en impliciet een letterlijke lezing van de scheppingsmythe uit Genesis een wetenschappelijk cachet te geven.
Ik zal niet op alle problemen met Borgers verhaal in kunnen gaan; daarvoor zou waarschijnlijk een heel boek nodig zijn. Daarom zal ik die problemen eruit pakken die mijns inziens het belangrijkst zijn. Ik zal eerst ingaan op enkele problemen die zijn gehele boek kenmerken, dan op een paar van zijn kritiekpunten op de evolutietheorie, en besluiten met waarom zijn ‘GUToB’ pseudowetenschap is.
Omdat het boek over moleculaire biologie gaat, is enig technisch moleculairbiologisch taalgebruik niet te vermijden. Omdat een uitleg van elk begrip dit artikel veel te lang zou maken, heb ik ervoor gekozen om deze begrippen te voorzien van een hyperlink naar een internetpagina waarop dit begrip wordt uitgelegd.
**Darwin is dood, zijn theorie in aangepaste vorm niet**
Opvallend aan heel Borgers boek is dat hij zijn pijlen steeds richt op wat Darwin *zelf* heeft geschreven, 150 jaar geleden. Dit blijkt niet alleen uit zijn ondertitel, maar ook uit de vele passages uit Darwins werk die hij aanhaalt om vervolgens te bekritiseren. Blijkbaar heeft Borger niet door dat de moderne evolutiebiologie Darwin al een tijd ontgroeid is (Koonin 2009). In *die* zin is Darwins tijdperk inderdaad ten einde, maar dat weten evolutiebiologen ook. Darwin wist bijvoorbeeld niets over de moderne genetica, en dus ook niets over evolutie op moleculair niveau, terwijl juist dat het onderwerp is van Borgers boek. Het is dan ook hoogst merkwaardig dat Borger geen enkel modern handboek over evolutiebiologie aanhaalt (zoals Barton *et al.* 2007; Futuyma 2009). Als hij dat had gedaan, had hij geweten dat de evolutiebiologen nu veel meer weten dan Darwin, en zijn opvattingen vaak hebben genuanceerd en aangepast. Ook in de toekomst zullen er ongetwijfeld nog verdere verfijningen en bijstellingen komen, dat is hoe wetenschap voortschrijdt. Darwins *On the Origin of Species* is net zo min representatief voor de huidige evolutiebiologische kennis als Newtons [*Principia*](http://en.wikipedia.org/wiki/Philosophi%C3%A6%5FNaturalis%5FPrincipia%5FMathematica?ref=deatheist.nl) dat is voor de huidige natuurkundige kennis.
Dit blijkt vooral op het moleculaire niveau. Borger heeft het constant over natuurlijke selectie, terwijl hier juist [*genetic drift*](http://en.wikipedia.org/wiki/Genetic%5Fdrift?ref=deatheist.nl) een grote rol speelt (Barton *et al.* 2007; Futuyma 2009). Deze willekeurige veranderingen in het DNA, die selectief neutraal zijn (daarom spreekt met ook wel van de *neutral theory of molecular evolution*), waren Darwin natuurlijk onbekend, maar worden uitgebreid behandeld in de moderne handboeken. Daar rept Borger echter met geen woord over. Borger heeft het wel een aantal keer over ‘neutrale selectie’, wat in de evolutiebiologie niet bestaat en ook een onzinnig begrip is. Selectie is immers per definitie niet selectief neutraal; daarom wordt het ook onderscheiden van genetic drift (wat dus wel selectief neutraal is). Zo’n gebrek aan verwijzingen naar moderne handboeken evolutiebiologie is ontoelaatbaar voor iemand die meent zinnige kritiek te leveren op de moderne evolutiebiologie, zeker evolutie op moleculaire schaal.
**Naturalistisch dogma?**
Borger heeft nogal wat problemen met het [naturalistische](http://en.wikipedia.org/wiki/Naturalism%5F%28philosophy%29?ref=deatheist.nl) karakter van de moderne wetenschap. Waarom worden alleen naturalistische verklaringen geaccepteerd in de wetenschappelijke wereld, en is er een taboe op het bovennatuurlijke, lijkt hij zich af te vragen (p. 27-28, 230)? Is er misschien sprake van een naturalistisch dogma?
Ik denk het niet. Het grote probleem met bovennatuurlijke verklaringen is dat ze problematisch zijn gezien de aard van wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers moeten beweringen namelijk empirisch kunnen toetsen, en dat is *meestal* onmogelijk met bovennatuurlijke claims (het vermeende bovennatuurlijke effect van gebed op genezing is bijvoorbeeld wél empirisch toetsbaar). Zelfs de meeste gelovige wetenschappers uit allerhande disciplines zien dit in, en blijven daarom zoeken naar naturalistische verklaringen. Niet omdat ze een naturalistisch wereldbeeld hebben (dat hebben ze uiteraard niet), maar omdat ze *alleen daar* wat mee kunnen als wetenschapper.
Dit cruciale wetenschapsfilosofische punt lijkt Borger niet te snappen. Een centraal element in Borgers verhaal is bijvoorbeeld *common design*: de overeenkomsten tussen organismen zijn het resultaat van onafhankelijke scheppingsdaden van een gemeenschappelijke Ontwerper, niet van gemeenschappelijke afstamming. Dit is echter onmogelijk empirisch te toetsen. Hoe kunnen we immers weten wat het gevolg is van gemeenschappelijk ontwerp en wat van naturalistische processen? Borger blijft het antwoord schuldig. Daarmee is zijn *common design* onwetenschappelijk.
Een ander probleem met bovennatuurlijke verklaringen is dat de wetenschapsgeschiedenis heeft geleerd dat ze keer op keer werden vervangen door naturalistische. Wetenschap ‘ontbovennatuurlijkt’. Blikseminslag wordt niet meer gezien als een act Gods, maar als het gevolg van fysische wetmatigheden. Hetzelfde geldt voor het ontstaan en verspreiden van ziektes. De naturalistische verklaring blijkt ook nog eens vruchtbaarder: bliksemafleiders en inenting werken beter dan gebed. Naturalisme is geen dogma in de wetenschap, het is het enige uitgangspunt dat blijkt te werken. Borger heeft overigens nog steeds een [Popperiaanse visie van wetenschapsfilosofie](http://en.wikipedia.org/wiki/Falsifiability?ref=deatheist.nl) (p. 22-25), wat hedendaagse wetenschapsfilosofen terecht als te naïef en onrealistisch hebben verworpen.
**Een elementaire logische fout**
Het is elementaire logica dat als twee verklaringen elkaar uitsluiten, er ten minste één fout is, maar dat niet automatisch de ander goed is. Dit zou namelijk alleen opgaan als deze twee verklaringen het logische domein der mogelijkheden zouden uitputten, maar dat is vrijwel nooit het geval in de (natuur)wetenschap. Het zou derhalve een evidente fout zijn om in de wetenschap te concluderen dat verklaring A juist is *omdat* B onjuist is. Toch is dit precies wat Borger, en creationisten in het algemeen, vaak doen: als de evolutietheorie onjuist is, moet het creationisme wel waar zijn. Stichting ‘De Oude Wereld’, die Borgers boek heeft uitgegeven, spreekt op [haar website](http://cms.oude-wereld.nl/index.php?option=com%5Fcontent&view=article&id=6&Itemid=56&ref=deatheist.nl) over “twee wetenschappelijke ontstaansmodellen”. Blijkbaar zijn er volgens hen geen andere mogelijkheden. Dit is een drogreden ([vals dilemma](http://en.wikipedia.org/wiki/False%5Fdilemma?ref=deatheist.nl)) en wetenschappelijk naïef. Het zou immers goed kunnen zijn dat, *als* de evolutietheorie onjuist zou blijken te zijn, er een andere niet-creationistische verklaring bestaat die haar vervangt.
Kritiek op, of tekortkomingen van de evolutietheorie kunnen *op zichzelf* dus nooit het creationisme ondersteunen, ondanks dat creationisten dit vaak wel zo voorstellen. Borger zal dus met een onderbouwing van zijn eigen verhaal moeten komen die losstaat van de evolutietheorie. Hij zal de wetenschappelijke merites van zijn verhaal moeten verdedigen, niet alleen de evolutietheorie aanvallen. Dat is wat hij ook probeert in het tweede deel van zijn boek, maar daar faalt hij schromelijk in. Ik kom daar later op terug. Laten we eerst eens kijken of Borgers kritiek op de evolutietheorie werkelijk steekhoudend is.
**Is *common descent with modification* weerlegbaar?**
Centraal in Darwins evolutietheorie staat *common descent with modification*: organismen ontstaan uit gemeenschappelijke voorouders, maar verschillen daar altijd een beetje van (de *modification*), waardoor ze ook unieke eigenschappen hebben. Hierdoor ontstaan er groepen binnen groepen binnen groepen, een *geneste hiërarchie*. Wanneer al het leven wordt beschouwd, wordt vaak de metafoor *Tree of Life* (ToL) gebruikt. In algemene zin wordt zo’n boom die verwantschappen beschrijft een [*fylogenetische boom*](http://en.wikipedia.org/wiki/Phylogenetic%5Ftree?ref=deatheist.nl) genoemd. Het concept van de ToL staat nog steeds in de moderne evolutiebiologie, zij het in een wat aangepaste vorm. Micro-organismen blijken bijvoorbeeld niet alleen informatie uit te wisselen van ouder op nageslacht (verticale genoverdracht), maar ook onderling (horizontale genoverdracht, [HGT](http://en.wikipedia.org/wiki/Horizontal%5Fgene%5Ftransfer?ref=deatheist.nl)). Dit maakt het opstellen van een fylogenetische boom lastiger voor micro-organismen dan voor bijvoorbeeld dieren, waarbij vrijwel geen HGT plaatsvindt. Door de HGT bij micro-organismen is ook de ‘wortel’ van de ToL lastig te bepalen; daar is hoogstwaarschijnlijk sprake geweest van een netwerk in plaats van een stam met takken. Dit is allemaal terug te vinden in moderne handboeken evolutiebiologie.
Borger meent dat *common descent with modification* onweerlegbaar is, omdat alle overeenkomsten toegeschreven worden aan de gemeenschappelijke afstamming en alle unieke eigenschappen aan de modificatie (p. 26). Maakt dit het hele idee van gemeenschappelijke afstamming met modificatie niet inderdaad onweerlegbaar? Nee, omdat er alleen een *bepaald patroon* (geneste hiërarchie) verwacht mag worden, en *niet elk willekeurig patroon*. Bij dieren bijvoorbeeld komen eens goed gescheiden evolutionaire lijnen niet weer bij elkaar. Daarom kunnen denkbeeldige wezens als een [sfinx](http://en.wikipedia.org/wiki/Sphinx?ref=deatheist.nl) (mens en leeuw) of een [centaur](http://en.wikipedia.org/wiki/Centaur?ref=deatheist.nl) (mens en paard) niet bestaan. Ook een paard met vleugels of een vogel met een placenta kunnen niet bestaan. Dit komt doordat vanuit gemeenschappelijke afstamming slechts in beperkte mate modificaties mogelijk zijn. Daardoor kan een paard nooit zomaar vleugels op zijn rug krijgen. Dát zou een weerlegging van *common descent with modification* betekenen.
Hoe zit het dan met [convergente evolutie](http://en.wikipedia.org/wiki/Convergent%5Fevolution?ref=deatheist.nl), die resulteert in [homoplasieën](http://en.wikipedia.org/wiki/Homoplasy?ref=deatheist.nl)? Denk bijvoorbeeld aan de hydrodynamische lichaamsvormen van walvissen en vissen. Walvissen zijn geen vissen, maar toch hebben ze een vorm die lijkt op die van vissen. Dit is geen weerlegging omdat *vrijwel alle andere* eigenschappen de walvissen binnen de groep van de zoogdieren plaatsen, en niet binnen die van de vissen. De oppervlakkige overeenkomst in lichaamsvorm is het gevolg van dezelfde aanpassingen aan het milieu, en die kunnen onafhankelijk van gemeenschappelijke afstamming optreden. Homoplasie door convergente evolutie komt ook voor op moleculaire schaal, naast overeenkomsten die toevallig ontstaan zijn doordat onafhankelijk van elkaar dezelfde mutatie op dezelfde plek is opgetreden. Hiermee is elke evolutiebioloog goed bekend en er zijn vrijwel altijd goede technieken om deze ruis in het fylogenetische signaal te omzeilen. Ook dit is te vinden in elk handboek evolutiebiologie (zie bijvoorbeeld [hier](http://evolution-textbook.org/content/free/contents/ch27.html?ref=deatheist.nl)).
Wat gemeenschappelijke afstamming ook zou weerleggen, is als afstammelingen in het fossielenbestand zouden verschijnen vóór hun vermeende voorouders. Er mogen dus geen fossielen van mensen gevonden worden voor die van de eerste primaten, en geen primaten voor de eerste zoogdieren. Helemaal problematisch zou een konijn in een Precambrische laag zijn, zoals de eminente evolutiebioloog J.B.S. Haldane ooit opperde als potentiële weerlegging. Dit soort fossielen op ‘verkeerde’ plaatsen worden dan ook niet aangetroffen, terwijl het gemakkelijk had gekund als alle organismen tegelijk geschapen zouden zijn, zoals Borger en andere creationisten geloven. Het fossielenbestand had gemeenschappelijke afstamming gemakkelijk kunnen weerleggen, maar het is er juist een prachtige bevestiging van, zoals paleontoloog Donald Prothero laat zien in zijn voortreffelijke boek (Prothero 2007). Daarnaast had het Borgers verhaal makkelijk kunnen bevestigen, maar is het er juist een weerlegging van.
Borger voert ook het [vogelbekdier](http://en.wikipedia.org/wiki/Platypus?ref=deatheist.nl) aan als probleem voor gemeenschappelijke afstamming (p. 26-27). Is de ‘eendenbek’ van dit zoogdier niet een weerlegging? Zoogdieren mogen toch geen snavels hebben?, suggereert Borger. Inderdaad, en dat hebben ze ook niet. Dat weet hij als bioloog vermoedelijk best, maar blijkbaar kan hij het niet laten om de goedgelovige lezer te suggereren dat dit wel zo is. De *vorm* van de bek van het vogelbekdier *lijkt* inderdaad een beetje op die van een vogel, maar is zowel qua bouw als weefsel totaal anders. Ook de rest van het lichaam is totaal anders dan dat van vogels. Een vogelbekdier heeft geen snavel, heeft niets met vogels te maken en is dus ook geen weerlegging.
**De willekeurigheid van mutaties**
In de evolutiebiologie wordt gezegd dat mutaties *willekeurig* of *random* zijn. Wat hiermee bedoeld wordt, is dat ze *ongericht* zijn: een bepaalde mutatie ontstaat niet *omdat* dat een bepaald selectief voordeel oplevert. Elke evolutiebioloog begrijpt dit en het staat ook in elk handboek. Borger begrijpt het echter niet, ook al is hij hier vele malen op gewezen. Hij denkt dat evolutiebiologen bedoelen dat mutaties “volstrekt niet te voorspellen” zijn en niet beïnvloed worden door milieufactoren (p. 248-249). Zelfs in een handboek van meer dan 20 jaar oud staat al expliciet dat dit *niet* is wat er in de evolutiebiologie met ‘willekeurig’ bedoeld wordt (Futuyma 1986)!
Omdat mutaties niet willekeurig zijn in de zin dat elke plaats in het genoom even vaak muteert en elk type mutatie even waarschijnlijk is (zoals elke evolutiebioloog weet), meent Borger dat we hier te maken hebben met wat hij noemt ‘non-random mutaties’. Dit is misleidend omdat het uitgaat van een andere definitie van *randomness* dan in de (evolutie)biologie gebruikelijk is. Daarnaast bestaat voor het fenomeen dat Borger beschrijft al een goede term: *mutation(al) bias* (Yampolsky 2005). Natuurlijk is Borger vrij woorden te definiëren zoals hij wil - hij mag protonen ook negatief geladen deeltjes noemen en elektronen positief - , maar het is overbodig en misleidend.
**Niet-coderende, ultrageconserveerde genetische elementen**
Borger maakt er nogal een punt van dat er identieke sequenties in de genomen van mensen en muizen zitten die niet voor eiwitten coderen. Je kunt ze zelfs weghalen zonder dat dit schijnbaar een effect heeft (p. 154-155) (Ahituv *et al.* 2007). Biologen spreken dan over de deletie van niet-coderende, ultrageconserveerde genetische elementen zonder fenotype. Dit zijn onderzoeksresultaten van de afgelopen paar jaar en werpen interessante vragen op. Normaliter betekent dit in de wetenschap een goede ingang voor nieuw onderzoek. Voor Borger betekent het echter dat een zeer goed bevestigde theorie volledig weggegooid kan worden.
Gelukkig gaan andere wetenschappers niet zo kort door de bocht: ze gaan verder onderzoek doen, zoals het wetenschappers betaamt. Daaruit blijkt dat het erg waarschijnlijk is dat de betreffende sequenties wel degelijk een fenotypisch effect hebben, maar dat dit effect zich niet manifesteert in korte tijd onder laboratoriumcondities (Barbaric *et al.* 2007; McLean and Bejerano 2008). Dit gaven de ontdekkers overigens ook al als mogelijke verklaring (Ahituv *et al.* 2007). Deze laboratoriumcondities zijn namelijk optimaal, en staan dus ver af van het normale leven in het wild, waar natuurlijke selectie volledig werkt. Zo werd bijvoorbeeld de temperatuur constant gehouden, waardoor een fenotype ten gevolge van de normale schommeling in temperatuur, die de muizen in het wild ervaren, nooit ontdekt zou worden. Borger trekt dus een grote conclusie uit zeer beperkte data. Een goede wetenschapper zou veel voorzichtiger zijn.
**Duplicatie en redundantie**
Omdat evolutiebiologen zich niet beroepen op een Schepper die op miraculeuze wijze complete genomen uit het niets tovert, moeten zij een mechanisme hebben waarmee de informatie-inhoud van genomen uitgebreid kan worden sinds het ontstaan daarvan, ongeveer 3,5 miljard jaar geleden. Genen ontstaan dus nooit *ex nihilo*, maar moeten altijd gevormd worden door aanpassingen van het reeds bestaande genoom. De geneticus Susumu Ohno stelde in zijn boek *Evolution by gene duplication* uit 1970 voor dat [*genduplicatie*](http://en.wikipedia.org/wiki/Gene%5Fduplication?ref=deatheist.nl) hierbij een belangrijke rol speelt. Wanneer een gen gedupliceerd wordt, zal het duplicaat in veel (maar niet alle) gevallen overbodig zijn en dus ongestraft kunnen muteren. Men zegt dan dat het duplicaat *redundant* is.
Als Ohno gelijk heeft, zou met de moderne genoomanalysetechnieken moeten blijken dat er zeer veel duplicaten in de genomen zitten. Dit blijkt inderdaad zo te zijn, vaak in de vorm van genfamilies (Zhang 2003; Britten 2006; Demuth and Hahn 2009). In zo’n genfamilie zitten meerdere genen die gedupliceerd zijn en vervolgens van elkaar zijn gaan afwijken (divergeren) door geaccumuleerde mutaties. Na lange tijd kan het duplicaat zo ver gedivergeerd zijn dat het nauwelijks of niet meer herkenbaar is als een duplicaat. Duplicaties kunnen op verschillende schalen voorkomen: van kleine stukjes DNA tot complete genomen (Li 2007).
Zo’n genoomduplicatie leidt in één keer tot heel veel nieuwe genetische informatie en biedt daardoor vele evolutionaire mogelijkheden. Het heeft bij gewervelde dieren vermoedelijk twee keer plaatsgevonden sinds de gewervelden met kaken zijn ontstaan. Daarom spreekt men van de *2R-hypothese*, naar de twee rondes van duplicatie. Borger gaat hier kort op in (p. 88-90) en verwijst naar twee artikelen die kritisch zijn ten aanzien van deze hypothese (Martin 2001; Hughes and Friedman 2003). Nu de laatste jaren steeds meer genomen [gesequenced](http://en.wikipedia.org/wiki/Sequencing?ref=deatheist.nl) zijn, en de methoden om genomen te vergelijken steeds beter zijn geworden, is steeds meer ondersteuning van de 2R-hypothese gekomen (Cotton and Page 2005; Dehal and Boore 2005; Putnam *et al.* 2008). Hier meldt Borger echter niets over, terwijl juist dit recente onderzoek de 2R-hypothese aannemelijker heeft gemaakt dan ooit (Kasahara 2007). Eerder negatief onderzoek citeren en later positief onderzoek weglaten is niet erg netjes. De evolutietheorie is overigens niet afhankelijk van de juistheid van de 2R-hypothese omdat dit niet de enige manier is om nieuwe genetische informatie te verkrijgen. Het is een hypothese *binnen* het moderne evolutieonderzoek die plausibel is gebleken.
Borger is op de hoogte van het evolutionaire potentieel van duplicaties, maar probeert het onderuit te halen door op drie vermeende problemen te wijzen. Als eerste komt hij met het feit dat er geen relatie bestaat tussen het aantal eitwitcoderende genen en de complexiteit van het organisme (p. 148). Dit is de afgelopen jaren duidelijk geworden door de vele genoomanalyses. Dergelijke analyses hebben echter ook duidelijk gemaakt dat juist veel van het fenotype bepaald wordt door de stukken DNA die niet voor eiwitten coderen. Het gaat dus niet *alleen* om de eiwitcoderende genen. Elke moderne evolutiebioloog weet dat. Dit doet overigens weinig af aan de rol van duplicatie, want ook het niet-eiwitcoderende DNA wordt gedupliceerd. Borgers eerste probleem is dus helemaal geen probleem voor de rol van duplicatie in evolutie. Het is tevens niet waar dat in bacteriën bijna geen gedupliceerde DNA-sequenties worden aangetroffen, zoals Borger beweert (p. 148-149); ook bacteriële genomen zitten er vol mee (Serres *et al.* 2009).
Het tweede probleem is volgens Borger dat redundantie niet geassocieerd is met genduplicatie. Hij schrijft bijvoorbeeld dat een organisme (zoals de bakkersgist) met een groot aantal redundante genen maar relatief weinig genduplicaten heeft. Hij lijkt echter twee verwante termen te verwarren: redundantie en *robuustheid* (p. 150). Robuustheid is een *eigenschap* van een systeem, namelijk dat het goed bestand is tegen perturbaties (verstoringen, bijvoorbeeld schadelijke mutaties in het genoom). Redundantie echter is een *mechanisme* om robuustheid te bereiken: ‘back-upgenen’ (de duplicaten) kunnen essentiële genen overnemen als die verstoord raken.
Er is evenwel nog een manier om robuustheid te bereiken, en dat is door de interactie van genen met ongerelateerde functie, hetgeen Borger ook erkent. Vergelijk het met het ergens uitdraaien van een schroef. In principe gebruik je hiervoor een schroevendraaier, maar als alternatief daarvoor kun je vaak ook een mes of zelfs een muntstuk gebruiken. Terwijl beide een geheel andere functie hebben, zijn ze bruikbaar als schroevendraaier. Dit is dus het andere mechanisme om robuustheid te bereiken.
De onderzoeker die Borger aanhaalt (Wagner 2000), legt het onderscheid tussen robuustheid en redundantie ook helder uit. Redundante genen ten gevolge van duplicatie leiden dus tot robuustheid, maar niet alle robuustheid is het gevolg van gedupliceerde redundante genen. Daarom is er ook geen directe relatie tussen robuustheid en duplicatie, er is immers een ander mechanisme om tot robuustheid te komen naast redundante duplicaten. *Beide* mechanismen blijken een rol te spelen bij het creëren van robuustheid, al is er discussie over de mate waarin (Gu *et al.* 2003; Conant and Wagner 2004; Hsiao and Vitkup 2008). Het is dan ook geen probleem voor evolutie en de rol van duplicatie daarin.
Borgers derde probleem is dat duplicaten niet sneller zouden muteren dan essentiële genen (p. 150). Natuurlijk muteren ze niet sneller, maar ze zullen wel *in veel gevallen* sneller mutaties *accumuleren* (en dus sneller evolueren). Waarschijnlijk bedoelt Borger dit ook. Dat dit niet in alle gevallen zo is, is ook niet lastig te begrijpen: het kan immers nuttig zijn om een duplicaat te hebben als meer eiwitten geproduceerd moeten worden of om een belangrijk gen te back-uppen. In dat geval is het duplicaat niet redundant, maar zal selectie het onderhouden. In veel gevallen echter zullen duplicaten wel redundant zijn en dus vrij om mutaties te accumuleren. Dit kan tot gevolg hebben dat er een nieuwe functie (neofunctionalisatie), een deelfunctie (subfunctionalisatie) of een defect gen ontstaat (nonfunctionalisatie of degeneratie). Een expert op dit gebied is Michael Lynch en hij publiceerde in 2000 al een onderzoek naar het evolutionaire lot van genduplicaten (Lynch and Conery 2000). Dit onderzoek is zo belangrijk gebleken dat het ondertussen [meer dan 1200 keer](http://scholar.google.nl/scholar?cites=14362523446129327191&hl=nl&as%5Fsdt=2000&ref=deatheist.nl) aangehaald is in de literatuur, maar Borger rept er met geen woord over. Het laat zien dat Borger ongelijk heeft: de meeste duplicaten evolueren na de duplicatie snel. Dit is tevens bevestigd door later onderzoek (Conant and Wagner 2003; Zhang *et al.* 2003; Brunet *et al.* 2006).
Samenvattend is duplicatie een zeer belangrijk evolutionair mechanisme om genomen uit te breiden. Genduplicaten dragen bij aan de robuustheid van genetische systemen omdat ze vaak redundant zijn. Redundantie van duplicaten is echter niet het enige mechanisme dat voor robuustheid zorgt, waardoor er geen directe relatie is tussen redundante duplicaten en robuustheid. Duplicaten ondergaan veelal een versnelde evolutie na de duplicatie, waarna ze of ‘kapotmuteren’ of een nieuwe (deel)functie krijgen. Borger lijkt redundantie en robuustheid te verwarren en zijn argumenten tegen de rol van genduplicatie in evolutie zijn ongefundeerd.
**De paradox van RNA-virussen**
Een ander probleem voor evolutie is volgens Borger de ouderdom van [RNA-virussen](http://en.wikipedia.org/wiki/RNA%5Fvirus?ref=deatheist.nl). Hij beroept zich hiervoor op een publicatie van Edward Holmes (Holmes 2003) en stelt dat RNA-virussen slechts 50.000 jaar geleden ontstaan zijn. Dit zou problematisch zijn omdat gastheren natuurlijk vele malen ouder zijn. Is dit inderdaad wat uit Holmes onderzoek blijkt? Nee, want Holmes heeft alleen gekeken naar *hedendaagse* RNA-virussen, en *die* lijken een gemeenschappelijke voorouder gehad te hebben die ongeveer 50.000 jaar geleden leefde. Een goede verklaring hiervoor, die Holmes zelf ook aandraagt, is dat de virusfamilies waartoe de huidige virussen behoren veel ouder zijn, maar dat de oudere familieleden al lang uitgestorven zijn. De gemeenschappelijke voorouder van de *huidige* virussen is dan niet de gemeenschappelijke voorouder van *alle* virussen. Dit is vergelijkbaar met de [*mitochondriale Eva*](http://en.wikipedia.org/wiki/Mitochondrial%5FEve?ref=deatheist.nl). Zij is wat het [mitochondriale DNA](http://en.wikipedia.org/wiki/Mitochondrial%5FDNA?ref=deatheist.nl) betreft moeder van alle *huidige* vrouwen, maar was zeker niet de *eerste* vrouw (zie [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/homs/mitoeve.html?ref=deatheist.nl) voor verdere uitleg).
Een andere goede verklaring die Holmes geeft is dat [moleculaire klokken](http://en.wikipedia.org/wiki/Molecular%5Fclock?ref=deatheist.nl) die gebruikt worden voor dateringen niet goed geschikt zijn voor virussen. Deze klokken gaan namelijk uit van een min of meer constante ‘tiksnelheid’, en er zijn goede redenen om te denken dat dat bij virussen niet het geval is. Daarnaast moeten dit soort klokken gekalibreerd worden met behulp van fossielen, en die zijn er niet van virussen. Er is ook nog een andere, technischere verklaring in het artikel te vinden. Borger bespreekt geen van deze plausibele verklaringen voor de RNA-viruspuzzel, maar suggereert simpelweg dat het een probleem is. Dit is een bijzonder bedenkelijke werkwijze voor een wetenschapper.
**Het genetische verschil tussen mens en chimpansee**
Vraag een persoon op straat hoeveel mens en chimpansee genetisch van elkaar verschillen en de kans is groot dat je als antwoord krijgt: “ongeveer 1%”. Dit percentage is gebaseerd op de eerste vergelijkingsonderzoeken en is destijds breed uitgemeten in de media. In het huidige tijdperk van genoomonderzoek weten we echter dat het wat genuanceerder ligt. Die 1% gaat namelijk alleen op als je de stukken DNA vergelijkt die mens en chimpansee *beide* hebben. Wanneer ook de stukken meegerekend worden die de één wel heeft, maar de ander niet (de inserties en deleties, *indels*), komt men uit op totaal ongeveer 4% verschil (Mikkelsen *et al.* 2005). Wanneer echter alleen gekeken wordt naar de *aanwezigheid van genen* tussen de soorten, blijken beide soorten de nodige unieke genen te hebben, een verschil van 6,4% (Demuth *et al.* 2006). Uit datzelfde onderzoek blijkt overigens dat het verschil tussen muis en rat aanzienlijk groter is. Hoeveel wij genetisch met chimpansees verschillen, is dus afhankelijk van waar je precies naar kijkt: de hele genomen verschillen ongeveer 4%, de aanwezigheid van genen 6,4% en de delen die we beide hebben ongeveer 1%.
Borger denkt daar echter anders over en wijdt er een heel hoofdstuk aan (hoofdstuk 10). Hij spreekt zelfs van “het grote apenverhaal” om zijn afkeer te laten blijken. Volgens Borger is het verschil namelijk 8,5% (p. 142), en in zijn [presentaties](http://www.youtube.com/watch?v=MZT6BiYrx-w&ref=deatheist.nl) en op [zijn weblog](http://www.vkblog.nl/bericht/114459/Mens%5F&%5FChimp:%5F6.4%25%5Fgeneties%5Fverschil%5Fzegt%5FScience?ref=deatheist.nl) heeft hij het over nog grotere verschillen. Die 8,5% baseert hij op de totale grootte van de geanalyseerde genomen. Hoe is dit te rijmen met de bovengenoemde 4%? Hebben al die onderzoekers in hun genoomanalyses iets gemist wat Borger wel ziet? Nee, want de vergelijking tussen de genoomgroottes die Borger maakt kun je helemaal niet maken. De groottes die Borger gebruikt voor zijn berekening zijn namelijk niet van het complete genoom, maar van het deel dat gesequenced is. Dit staat ook netjes in de artikelen, maar daar heeft Borger blijkbaar overheen gelezen. Bepaalde delen van het genoom zijn zeer lastig of niet te sequencen en zijn daarom niet meegenomen in de analyses. Derhalve mag Borger de vergelijking die hij maakt helemaal niet maken, en is zijn 8,5% op z’n zachts gezegd nattevingerwerk. De beste schatting van het verschil tussen de totale gesequencede genomen blijft daarom ongeveer 4%.
Wat echter belangrijker is, is dat het voor de verwantschappen niet zozeer gaat om de *absolute* verschillen, maar om de *relatieve* verschillen. Als de evolutietheorie waar is, mag je verwachten dat ook in de genomen de *geneste hiërarchie* te zien is. Dit is immers het gevolg van gemeenschappelijke afstamming met modificatie. Het is inderdaad wat we aantreffen: genomisch gezien verschilt de mens meer van de [makaak](http://en.wikipedia.org/wiki/Macaque?ref=deatheist.nl) dan van de chimpansee, en meer van een muis dan van een makaak.
**Het GULO-gen**
Het *GULO-gen* is een [pseudogen](http://en.wikipedia.org/wiki/Pseudogene?ref=deatheist.nl) dat wij delen met de andere mensapen. Doordat dit gen bij de mens defect is, kunnen wij zelf geen ascorbinezuur aanmaken. We moeten het daarom via onze voeding binnenkrijgen: het is voor ons een vitamine (vitamine C) geworden. Omdat dit pseudogen vele mutaties bevat die wij met de andere mensapen delen, is het een prachtig bewijs voor gemeenschappelijke afstamming, zoals ik [hier](http://evolutie.blog.com/2008/01/13/waarom-het-gulo-gen-bewijs-is-voor-evolutie/?ref=deatheist.nl) en [hier](http://evolutie.blog.com/2008/01/16/?ref=deatheist.nl) heb laten zien. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Borger dit bewijs probeert te ontkrachten, zowel op [internet](http://www.vkblog.nl/bericht/180004/Voor%5FBart%5FKlink:%5FHet%5FGULO%5Fgen?ref=deatheist.nl) als in zijn boek (p. 256-257).
Dit probeert hij door te beweren dat de mutaties die wij delen met de andere mensapen niet het gevolg zijn van gemeenschappelijke afstamming, maar ‘non-random’ zijn (*sensu* Borger). De gedeelde deletie op positie 97 is bijvoorbeeld onafhankelijk ontstaan in de mensapen (inclusief de mens), omdat het een zeer variabele positie is. *Als* deze positie al zo zeer variabel is als Borger beweert (en dat is op dit moment nog niet geheel duidelijk), beantwoordt dit niet de vraag waarom alle mensenapen *exact dezelfde* mutatie (namelijk een deletie) hebben. Wat echter nog problematischer is met Borgers verklaring, is dat er naast positie 97 *nog* 12 gedeelde mutaties in dit gen zijn onder de mensapen, en dat de mens en chimpansee *daarbovenop* nog eens 3 mutaties delen. Deze posities zijn, in tegenstelling tot positie 97, in ieder geval niet zeer variabel. Borgers alternatieve verklaring met ‘non-random mutaties’ gaat hier dus niet op. Het GULO-gen blijft daarmee een krachtig bewijs voor gemeenschappelijke afstamming.
**De beste genetische code?**
Vrijwel alle organismen gebruiken dezelfde genetische code voor hun erfelijk materiaal. Dit is een prachtig bewijs voor gemeenschappelijke afstamming, maar voor Borger is het juist een bewijs voor *Intelligent Design*. Volgens hem is dit namelijk de beste genetische code die mogelijk is. Zelfs al zouden wetenschappers doelbewust proberen een betere code te ontwerpen, zouden ze nog op de huidige code uitkomen (p. 227). Hiervoor beroept hij zich op een artikel dat bijna een decennium geleden verscheen (Freeland *et al.* 2000). Is dit niet overduidelijk bewijs voor *Intelligent Design*, vraag Borger zich af?
Als Borger het artikel waarnaar hij verwijst wat beter had gelezen, had hij geweten dat het wat genuanceerder ligt. De onderzoekers hebben namelijk gekeken naar een *beperkt* aantal codes, namelijk alleen die codes die biosynthetisch mogelijk zijn. Zonder dergelijke beperkingen is de huidige code helemaal niet optimaal. Dit is ook bevestigd door recenter onderzoek (Novozhilov *et al.* 2007). Een almachtige Designer is natuurlijk niet gebonden aan zulke restricties en had daarom gemakkelijk een betere code kunnen ontwerpen. Daarnaast laten Novozhilov *et al.* zien dat de huidige code evolutionair gemakkelijk te bereiken is vanuit een willekeurige code van hetzelfde type. Vanuit het perspectief van een almachtige Designer is de huidige code dus helemaal niet de beste. Borger trekt dus een onterechte conclusie.
***Archaeopteryx* en overgangsvormen**
Ofschoon Borgers boek voornamelijk over moleculaire biologie gaat, komt hij ook even te spreken over fossielen. Hij vraagt zich af waarom er uit de evolutie van vogels niet meer overgangsvormen zijn gevonden naast [*Archaeopteryx*](http://en.wikipedia.org/wiki/Archaeopteryx?ref=deatheist.nl), een fossiel dat al in Darwins tijd werd gevonden (p. 164). Hieruit blijkt dat Borger totaal niet op de hoogte is van de relevante literatuur, want juist de afgelopen jaren zijn er vele van dergelijke fossielen beschreven, fossielen die vaak ook nog eens prachtig geconserveerd zijn (Zhou 2004). Deze zijn vrijwel allemaal beschreven in grote wetenschapsbladen als *Nature* en *Science*, dus Borger had dit kunnen weten. Zelfs zeer recentelijk zijn er nog twee prachtige exemplaren beschreven (Zhang *et al.* 2008; Hu *et al.* 2009). Niet alleen de evolutie van vogels is goed gedocumenteerd in het fossielenverslag, ook uit de evolutie van andere dieren zijn vele overgangsvormen bekend. Een recente expositie hiervan is te vinden in het uitstekende boek van paleontoloog Donald Prothero (Prothero 2007). Overgangsvormen bestaan alleen niet in Borgers hoofd omdat hij simpelweg niet op de hoogte is van de literatuur.
**Cambrische explosie “overnacht”?**
Volgens Borger zijn alle door God geschapen ‘oersoorten’ er vanaf het begin geweest, conform het Bijbelboek Genesis. Volgens evolutiebiologen echter is het leven heel simpel begonnen en heeft zich daaruit steeds verder gediversificeerd, over een tijd van ongeveer 3,5 miljard jaar. Dit leidt tot twee verschillende voorspellingen over het fossielenbestand. Als we Borger volgen, zouden we in de oudste lagen al representanten van alle oersoorten moeten aantreffen. Als we daarentegen de evolutiebiologen volgen, zouden we in de oudste lagen alleen eencellig leven moeten aantreffen, en naarmate de lagen jonger worden steeds grotere vormen van complexiteit. Dit is ook wat we aantreffen (Prothero 2007), al is er een periode geweest waarin in *relatief* korte tijd veel variatie in bouwplannen (morfologie) is ontstaan, of lijkt te zijn ontstaan.
Paleontologen noemen deze periode de ‘[Cambrische explosie](http://en.wikipedia.org/wiki/Cambrian%5Fexplosion?ref=deatheist.nl)’. Opmerkelijk genoeg lijkt Borger dit als bewijs voor zijn verhaal te zien: zo’n grote variatie in zo’n korte tijd, lijkt dat niet erg op schepping uit het niets? Hij denkt zelfs dat deze explosie “vrijwel overnacht” (p. 230, wat overigens ‘overnacht*s*’ had moeten zijn) plaatsvond. Wat Borger blijkbaar niet heeft begrepen, is dat deze ‘explosie’ in een *relatief* korte tijd plaatsvond: het gaat nog steeds over *vele miljoenen jaren*. Op geologische schaal is dat kort, maar het geeft ruim voldoende tijd voor evolutie. Daarnaast meent Borger dat deze bouwplannen “volkomen nieuw” (p. 230) waren, terwijl van vele bouwplannen al oudere voorlopers bekend zijn (Gishlick 2003; Prothero 2007). Tevens laat moleculaire evidentie, gecombineerd met het nu bekende fossielenmateriaal, zien dat de ‘explosie’ minder explosief is geweest dan creationisten graag willen (Peterson *et al.* 2008). Borger is simpelweg wederom niet op de hoogte van de relevante literatuur.
Dat hij de Cambrische ‘explosie’ ziet als een probleem voor evolutie (p. 26), komt doordat hij blijkbaar denkt dat evolutie altijd even snel verloopt. Dat is een gigantische misvatting. Er zijn zowel goede theoretische als empirische redenen waarom het tempo van evolutie niet altijd hetzelfde is (Futuyma 2009). Dit wordt in elk handboek evolutiebiologie uitgelegd, maar daar is Borger blijkbaar ook nu weer niet van op de hoogte. Tot slot biedt de Cambrische explosie weinig ondersteuning voor zijn verhaal, omdat veel van de grote hedendaagse diergroepen toen nog niet bestonden. We vinden in Cambrische lagen bijvoorbeeld nergens fossielen van vogels of zoogdieren, en al helemaal geen mensen, terwijl deze er volgens Borger hadden moeten zijn. Als die wel gevonden zouden worden, zou dat uiterst problematisch zijn voor de evolutiebiologie.
De Cambrische ‘explosie’ is een interessant onderzoeksonderwerp waar de nodige wetenschappers wereldwijd mee bezig zijn. Er is nog steeds discussie over in hoeverre deze morfologische explosie reëel is of het effect is van de incompleetheid van het fossielenverslag (niet alle organismen fossiliseren immers even goed). Het is echter geen probleem voor de evolutiebiologie en al helemaal geen ondersteuning voor Borgers verhaal. Laten we nu dan eens kijken hoe sterk zijn ‘GUToB’ wetenschappelijk gezien is.
**Variatie-inducerende genetische elementen**
‘Variatie-inducerend genetische element’ (‘VIGE’) is een door Borger bedachte term voor alle genetische elementen die voor variatie in genomen kunnen zorgen. Hij rekent er genetische elementen als [*SINE’s*](http://en.wikipedia.org/wiki/SINE?ref=deatheist.nl#SINEs), [*LINE’s*](http://en.wikipedia.org/wiki/Long%5Finterspersed%5Fnuclear%5Felement?ref=deatheist.nl#LINEs), [*IS-elementen*](http://en.wikipedia.org/wiki/IS%5Felement?ref=deatheist.nl) en [*endogene retrovirussen*](http://en.wikipedia.org/wiki/Endogenous%5Fretrovirus?ref=deatheist.nl) onder, elementen die in de reguliere literatuur ook wel niet-coderend DNA of ‘junk-DNA’ (een [verwarrende term](http://www.genomicron.evolverzone.com/2007/06/function-non-function-some-function/?ref=deatheist.nl)) worden genoemd. Volgens Borger bestaat het ‘junk-DNA’ voornamelijk uit zijn ‘VIGE’s’ (p. 159). De oergenomen die God *in den beginne* schiep, waren afgeladen met deze ‘VIGE’s’, opdat het leven zich snel kon aanpassen en verspreiden over de aarde. Dit is volgens Borger dus het *doel* van deze elementen. Met VIGE’s zou het zelfs mogelijk zijn dat het genoom *anticipeert* op een veranderende omgeving (p. 172).
Niemand zal ontkennen dat *sommige* van de genetische elementen die Borger tot zijn VIGE’s rekent fenotypische *effecten* hebben. Hiervan zijn genoeg voorbeelden in de literatuur bekend. Dit is tevens goed bekend bij evolutiebiologen en past prima in de moderne evolutietheorie (Oliver and Greene 2009). De vraag is echter hoe we wetenschappelijk kunnen toetsen dat het *doel* van deze elementen het induceren van genetische informatie is, in plaats van dat ze dat *effect* kunnen hebben. Borger geeft hier geen antwoord op. Dat gaat er waarschijnlijk ook nooit komen, omdat dat doel onwaarschijnlijk is. Het verklaart bijvoorbeeld niet waarom de ui (*Allium cepa)* ongeveer [drie keer meer](http://www.genomicron.evolverzone.com/2007/04/onion-test/?ref=deatheist.nl) van deze elementen heeft dan de lezer van dit stuk. Zelfs uiensoorten van hetzelfde geslacht (*Allium)* variëren in genoomgrootte van 7 tot 31,5 picogram. Zulke grote genomische variatie onder zeer nauw verwante soorten is onwaarschijnlijk als al dit DNA een specifiek doel heeft, zoals het induceren van variatie. Voor een anticiperend genoom is al helemaal geen evidentie.
Dat *sommige* van de genetische elementen die Borger tot zijn ‘VIGE’s’ rekent fenotypische effecten hebben, is dus geen probleem voor evolutiebiologen. Dat ze een variatie-inducerend *doel* hebben daarentegen is tot dusverre ontoetsbaar en tevens onwaarschijnlijk. ‘VIGE’s’, in de rol die Borger eraan toekent, hebben daardoor ook geen meerwaarde voor de biologie.
**De cirkel van ‘baranomen’ en ‘indicatorgenen’**
Centraal in Borgers ‘GUToB’ staan de ‘baranomen’: de genomen zoals die oorspronkelijk door God zijn geschapen, afgeladen met genetische elementen die variatie kunnen induceren (de ‘VIGE’s’). Het is een door hem bedachte term, ontleend aan het Hebreeuwse werkwoord *bara*, dat ‘scheppen’ ([of ‘scheiden’](http://www.trouw.nl/religie-filosofie/nieuws/religie/article2882522.ece/%5Frsquo%5FGod%5Fschiep%5Fniet%5F%5F%5Fhij%5Fscheidde%5Frsquo%5F%5F.html?ref=deatheist.nl)) betekent, en ‘genoom’. De grote vraag is natuurlijk: hoe kunnen we een ‘baranoom’ herkennen? Wat onderscheidt het ene ‘baranoom’ van het andere? Borgers antwoord is dat we dat kunnen doen met behulp van ‘indicatorgenen’: “essentiële genen met een zeer specifiek kenmerk, waarmee ze het baranoom definiëren” (p. 234, wederom een door hem bedachte term). Het is niet lastig in te zien dat deze definitie circulair is: een ‘baranoom’ herken je aan een ‘indicatorgen’, en een ‘indicatorgen’ aan dat het specifiek is voor een ‘baranoom’.
Volgens Borger zijn indicatorgenen uniek voor bijvoorbeeld de mens, maar ook daarmee schieten we niet op als we ‘baranomen’ willen afbakenen. Er zijn namelijk voor *elke* [clade](http://en.wikipedia.org/wiki/Clade?ref=deatheist.nl) in een fylogenetische boom unieke kenmerken aan te wijzen, zelfs als ik die zou opstellen voor mijn naaste bloedverwanten. Ik draag genen in mij die uniek zijn voor mij als persoon, voor mijn familie, voor mijn soort (*Homo sapiens*), voor mijn orde (primaten), voor mijn klasse (zoogdieren), enzovoort. Dit is juist wat je mag verwachten op grond van de geneste hiërarchie, die het gevolg is van gemeenschappelijke afstamming met modificatie. Het is echter volstrekt arbitrair wat als ‘indicatorgen’ gebruikt wordt om een ‘baranoom’ af te bakenen.
Als voorbeeld van een ‘indicatorgen’ draagt Borger het [*FOXP2-gen*](http://en.wikipedia.org/wiki/FOXP2?ref=deatheist.nl) aan, een gen dat geassocieerd wordt met taal. De menselijke sequentie van dit gen is uniek voor zijn soort. Toch treffen we dit gen ook aan in andere zoogdieren; op aminozuurniveau verschilt onze variant van dit gen slechts twee aminozuren met die van de chimpansee, en drie met die van de muis. Waarom legt Borger hier de grens bij een verschil van slechts twee aminozuren? Waarom niet bij drie, zodat alle mensapen tot hetzelfde ‘baranoom’ gerekend moeten worden, met uitsluiting van (onder andere) de muis? De enige reden is een religieuze: volgens zijn Bijbelse opvattingen is de mens afzonderlijk van de andere mensapen geschapen, waardoor daar de grens wel *moet* liggen. Er is geen enkele *biologische* reden om te denken dat er op harde grenzen tussen groepen organismen bestaan die evolutionair niet te overbruggen zijn. Samenvattend hebben ‘indicatorgenen’ en ‘baranomen’ geen biologische realiteit. Ze zijn circulair gedefinieerd en niet objectief vast te stellen.
**De toetsing van ‘GUToB’**
Een goede wetenschappelijke hypothese of theorie moet *getoetst* kunnen worden: wetenschappers moeten kunnen bepalen of ze waar is of niet. Borger zal dit dus ook moeten doen, wil zijn idee door wetenschappers *au sérieux* genomen worden. Dit probeert hij aan het einde van zijn boek (p. 273): "GUToB wordt verworpen na de observatie van het naturalistisch ontstaan van nieuwe unieke functionele genetische informatie. Genetische informatie die niet gerelateerd is aan al bestaande genetische elementen."
Het grote probleem hiermee is echter dat volgens de evolutietheorie genetische informatie *altijd* gerelateerd is aan al bestaande genetische elementen (het ontstaan van de genetische code uitgezonderd). Nieuwe genetische informatie ontstaat door het kopiëren (dupliceren) en aanpassen van wat er al is, zoals hierboven reeds werd uitgelegd. Nieuwe informatie *ex nihilo* zou juist op een wonder duiden! Dit leidt tot de uiterst vreemde situatie dat Borgers ‘GUToB’ alleen weerlegd kan worden als de evolutietheorie onjuist is. Wetenschapsfilosofisch gezien is deze toetsingsmogelijkheid daarom onzinnig.
**Besluit**
Darwin is al een tijd dood, maar zijn theorie is in aangepaste vorm springlevend, ook op moleculaire schaal. Borger baseert zich op verouderde evolutiebiologische opvattingen en heeft weinig kaas gegeten van de moderne evolutiebiologie. Hierdoor zijn zijn vermeende problemen voor de evolutiebiologie gebaseerd op onwetendheid of onbegrip. Natuurlijk zijn er open vragen en problemen in de evolutiebiologie, maar die zijn er in elke wetenschappelijke discipline. Dat is wat wetenschappers bezighoudt en voortdrijft.
Zijn voorgestelde alternatief, ‘GUToB’, is op die vragen en problemen geen wetenschappelijk antwoord. Het is louter een poging om een letterlijke lezing de Bijbelse scheppingsmythe te verwoorden in een moleculairbiologisch jargon, al geeft hij dit nergens expliciet toe. Borgers idee is grotendeels ontoetsbaar of circulair, en daarmee geen wetenschap. De ideologie van het creationisme heeft de bioloog Borger helaas van het wetenschappelijke pad doen afdwalen.
Mijn dank gaat uit naar dr. Gerdien de Jong en prof. dr. Nico van Straalen voor hun nuttige commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
**Update 10-2-2010:**
Borger heeft de afgelopen tijd op zijn weblog geprobeerd mijn kritiek te ontkrachten. Zijn 'weerwoord' bestaat echter vooral uit het herhalen van wat in zijn boek staat, waarbij hij voorbij gaat aan mijn kritiek. Lees en oordeel zelf:
\- [Deel 1](http://www.vkblog.nl/bericht/291608/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B1%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 2](http://www.vkblog.nl/bericht/291723/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B2%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 3](http://www.vkblog.nl/bericht/292256/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B3%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 4](http://www.vkblog.nl/bericht/292877/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B4%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 5](http://www.vkblog.nl/bericht/294066/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B5%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 6](http://www.vkblog.nl/bericht/294934/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B6%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Deel 7](http://www.vkblog.nl/bericht/295642/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B7%5D?ref=deatheist.nl)
\- [Delen 8 en 9](http://www.vkblog.nl/bericht/295895/De%5Fweerlegging%5Fvan%5Feen%5F%22weerlegging%22%5F%5B8%5F%26%5F9%5D?ref=deatheist.nl)
**Update 13-10-2017**
De bovenstaande links werken al een tijd niet meer omdat het weblog van Borger niet meer bestaat. Zijn reacties op mijn kritische stuk heeft hij echter opnieuw [hier](https://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/opinie/item/683-faillissement-intelligent-ontwerp-en-schepping-echt-waar?ref=deatheist.nl#!/ccomment-page=9) geplaatst (op 1-1-2016). Daaronder schreef hij "Geen wonder dat hij \[Bart Klink\] ze niet op zijn wevbsite \[www.deatheist.nl\] wilde plaatsen" (1-1-2016), terwijl de links naar zijn reacties op mijn stuk al sinds 10-2-2010 hierboven vermeld stonden op deze site. Borger heeft dus niet op mijn site gekeken of liegt. Daarnaast vermeldt Borger niet dat ik op zijn weblog (die nu dus niet meer bestaat) uitgebreid ben ingegaan op zijn kritiek op mijn stuk. Hij heeft dus wel zijn eigen reactie bewaard en opnieuw op het internet gezet, maar niet mijn reactie daar weer op.
**Referenties**
Ahituv, N., Y. Zhu, et al. (2007). "Deletion of ultraconserved elements yields viable mice." PLoS Biol **5**(9): e234.
Barbaric, I., G. Miller, et al. (2007). "Appearances can be deceiving: phenotypes of knockout mice." Brief Funct Genomic Proteomic **6**(2): 91-103.
Barton, N. H., D. E. G. Briggs, et al. (2007). Evolution, Cold Spring Harbor Laboratory Press.
Britten, R. J. (2006). "Almost all human genes resulted from ancient duplication." Proc Natl Acad Sci U S A **103**(50): 19027-32.
Brunet, F. G., H. R. Crollius, et al. (2006). "Gene loss and evolutionary rates following whole-genome duplication in teleost fishes." Mol Biol Evol **23**(9): 1808-16.
Conant, G. C. and A. Wagner (2003). "Asymmetric sequence divergence of duplicate genes." Genome Res **13**(9): 2052-8.
Conant, G. C. and A. Wagner (2004). "Duplicate genes and robustness to transient gene knock-downs in Caenorhabditis elegans." Proc Biol Sci **271**(1534): 89-96.
Cotton, J. A. and R. D. Page (2005). "Rates and patterns of gene duplication and loss in the human genome." Proc Biol Sci **272**(1560): 277-83.
Dehal, P. and J. L. Boore (2005). "Two rounds of whole genome duplication in the ancestral vertebrate." PLoS Biol **3**(10): e314.
Demuth, J. P., T. De Bie, et al. (2006). "The evolution of mammalian gene families." PLoS One **1**: e85.
Demuth, J. P. and M. W. Hahn (2009). "The life and death of gene families." Bioessays **31**(1): 29-39.
Freeland, S. J., R. D. Knight, et al. (2000). "Early fixation of an optimal genetic code." Mol Biol Evol **17**(4): 511-8.
Futuyma, D. J. (1986). Evolutionary Biology, Sinauer Associates, Inc.
Futuyma, D. J. (2009). Evolution, Sinauer Associates, Inc.
Gishlick, A. D. (2003). Icons of Evolution? Why Much of What Jonathan Wells Writes about Evolution is Wrong, National Center for Science Education.
Gu, Z., L. M. Steinmetz, et al. (2003). "Role of duplicate genes in genetic robustness against null mutations." Nature **421**(6918): 63-6.
Holmes, E. C. (2003). "Molecular clocks and the puzzle of RNA virus origins." J Virol **77**(7): 3893-7.
Hsiao, T. L. and D. Vitkup (2008). "Role of duplicate genes in robustness against deleterious human mutations." PLoS Genet **4**(3): e1000014.
Hu, D., L. Hou, et al. (2009). "A pre-Archaeopteryx troodontid theropod from China with long feathers on the metatarsus." Nature **461**(7264): 640-3.
Hughes, A. L. and R. Friedman (2003). "2R or not 2R: testing hypotheses of genome duplication in early vertebrates." J Struct Funct Genomics **3**(1-4): 85-93.
Kasahara, M. (2007). "The 2R hypothesis: an update." Curr Opin Immunol **19**(5): 547-52.
Koonin, E. V. (2009). "Darwinian evolution in the light of genomics." Nucleic Acids Res **37**(4): 1011-34.
Li, W.-H. (2007). Gene duplication: evolution. Encyclopedia of Life Sciences, John Wiley & Sons, Inc.
Lynch, M. and J. S. Conery (2000). "The evolutionary fate and consequences of duplicate genes." Science **290**(5494): 1151-5.
Martin, A. (2001). "Is tetralogy true? Lack of support for the "one-to-four rule"." Mol Biol Evol **18**(1): 89-93.
McLean, C. and G. Bejerano (2008). "Dispensability of mammalian DNA." Genome Res **18**(11): 1743-51.
Mikkelsen, T. S., L. W. Hillier, et al. (2005). "Initial sequence of the chimpanzee genome and comparison with the human genome." Nature **437**(7055): 69-87.
Novozhilov, A. S., Y. I. Wolf, et al. (2007). "Evolution of the genetic code: partial optimization of a random code for robustness to translation error in a rugged fitness landscape." Biol Direct **2**: 24.
Oliver, K. R. and W. K. Greene (2009). "Transposable elements: powerful facilitators of evolution." Bioessays **31**(7): 703-14.
Peterson, K. J., J. A. Cotton, et al. (2008). "The Ediacaran emergence of bilaterians: congruence between the genetic and the geological fossil records." Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci **363**(1496): 1435-43.
Prothero, D. R. (2007). Evolution: What the Fossils Say and Why It Matters, Columbia University Press.
Putnam, N. H., T. Butts, et al. (2008). "The amphioxus genome and the evolution of the chordate karyotype." Nature **453**(7198): 1064-71.
Serres, M. H., A. R. Kerr, et al. (2009). "Evolution by leaps: gene duplication in bacteria." Biol Direct **4**: 46.
Wagner, A. (2000). "Robustness against mutations in genetic networks of yeast." Nat Genet **24**(4): 355-61.
Yampolsky, L. Y. (2005). Mutational biases. Encyclopedia of life sciences, John Wiley & Sons, Inc.
Zhang, F., Z. Zhou, et al. (2008). "A bizarre Jurassic maniraptoran from China with elongate ribbon-like feathers." Nature **455**(7216): 1105-8.
Zhang, J. (2003). "Evolution by gene duplication: an update." TRENDS in Ecology and Evolution **18**(6): 292-298.
Zhang, P., Z. Gu, et al. (2003). "Different evolutionary patterns between young duplicate genes in the human genome." Genome Biol **4**(9): R56.
Zhou, Z. (2004). "The origin and early evolution of birds: discoveries, disputes, and perspectives from fossil evidence." Naturwissenschaften **91**(10): 455-71.
### Kluun over “de dictatuur van het atheïsme”
URL: https://www.deatheist.nl/kluun-over-de-dictatuur-van-het-atheisme/
Last updated: 2009-10-31T17:36:27.000Z
[Kluun](http://www.kluun.nl/?ref=deatheist.nl) is het pseudoniem van Raymond van de Klundert, een schrijver die bekendheid kreeg met een paar succesvolle romans, waaronder *Komt een vrouw bij de dokter*. In het kader van *De maand van de spiritualiteit* heeft hij een nieuwe boekje geschreven: *God is gek - de dictatuur van het atheïsme*. Zoals de ondertitel reeds suggereert, heeft hij zijn pijlen gericht op wat hij noemt “de dictatuur van het atheïsme”. Zijn opvattingen heeft hij ook al uit de doeken mogen doen bij diverse programma’s als [*Goedemorgen Nederland*](http://goedemorgennederland.kro.nl/uitzending.aspx?id=232390&ref=deatheist.nl), [*Pauw & Witteman*](http://pauwenwitteman.vara.nl/hoogtepunt-detail.101.0.html?&tx%5Fttnews[tt%5Fnews]=13290&tx%5Fttnews[backPid]=116&cHash=0ad6dfa75a&ref=deatheist.nl) en [*Dit is de dag*](http://www.radio1.nl/contents/9715-kluun-niemand-kan-bewijzen-dat-god-niet-bestaat?ref=deatheist.nl). Ik heb zijn boekje nog niet kunnen lezen, maar op grond van zijn interviews is al het nodige te zeggen. Is er werkelijk sprake van een dictatuur van het atheïsme? Wordt er werkelijk overal zo de spot gedreven met alles wat naar God en geloof riekt?
Ik denk dat dat reuze meevalt. Kluun zegt dat het vooral voorkomt bij de media, maar een groot deel daarvan is echter nog steeds christelijk. Ook krijgen allerhande ‘spirituele’ zaken, van [*Char*](http://www.rtl.nl/programma/char/?ref=deatheist.nl) tot aan *Wonderen bestaan* juist veel aandacht. Kritische journalisten stellen dit soms aan de kaak, zij het op een wel eens wat spottende toon. Als er al gespot wordt, is dat vaak terecht omdat het om bizarre en ongefundeerde opvattingen gaat, denk bijvoorbeeld aan de Urker creationisten.
Ook Kluuns beschrijving van atheïsten heeft weinig met de werkelijkheid te maken. Volgens Kluun *weten zij zeker* dat God niet bestaat en dat er geen leven na de dood is. Dat is een karikatuur; ik ken geen enkele atheïst die dat beweert. Ik heb daarentegen wel genoeg gelovigen gehoord die menen zeker te zijn van hun zaak. Zelfs een aartsatheïst als Richard Dawkins zegt expliciet niet volledig zeker te zijn van het niet-bestaan van God! Ook komt Kluun met het eeuwige cliché dat het wel of niet bestaan van God of een leven na de dood niet te bewijzen valt.
Wat Kluun totaal mist, is dat het een kwestie van *waarschijnlijkheid* is, niet of je iets met (absolute) *zekerheid* kunt *bewijzen*. Atheïsten beweren dat het niet-bestaan van God *waarschijnlijker* is dan het bestaan van God, niet dat het *absoluut zeker* is dat God niet bestaat. Iets vergelijkbaars geldt voor een leven na de dood. Is ooit *met zekerheid* uit te sluiten dat er een leven na de dood is? Natuurlijk niet, maar wat we wel kunnen zeggen is dat het [op grond van de moderne neurowetenschappelijke kennis](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/) *onwaarschijnlijk* is. Maar daar verkoop je natuurlijk geen populaire boekjes mee. Spiritualiteit is *big business* dezer dagen, en Kluun lijkt daar graag aan mee te willen doen.
Tot slot heeft Kluun zijn huiswerk niet goed gedaan. Zo beweert hij bijvoorbeeld dat er onder wetenschappers, ook topwetenschappers, net zoveel gelovigen als ongelovigen zijn. Dit is simpelweg feitelijk onjuist. Hij haalt ook astronoom Martin Rees aan als een gelovige, terwijl die alleen uit loyaliteit met het culturele erfgoed naar de kerk gaat. Beide feiten blijken uit Dawkins boek *The God Delusion*, dat Kluun zegt aan te halen in zijn boekje. Ik vraag me af of Kluun Dawkins überhaupt wel gelezen heeft.
Atheïsme en spiritualiteit hoeven elkaar overigens helemaal niet uit te sluiten. Het hangt er alleen van af wat je onder het woord ‘spiritualiteit’ verstaat. Spiritueel lijkt tegenwoordig vooral te maken te hebben met allerhande vage en/of bovennatuurlijke zaken als energieën, tarotkaarten, astrologie, reïncarnatie enzovoort, zie een ‘spiritueel’ blad als [*Happinez*](http://www.happinez.nl/magazine/?ref=deatheist.nl). Door deze goedkope vormen van spiritualiteit heeft het woord ‘spiritueel’ voor veel atheïsten een negatieve lading gekregen. Als ik mij als atheïst spiritueel noem, doel ik op het ervaren van de grandeur van het universum en de verwondering die daarbij komt kijken, zoals die je kan overvallen als je bijvoorbeeld de immense sterrenhemel aanschouwt op een heldere nacht. Ook als muziek of literatuur je ten diepste raakt, zou je van een spirituele ervaring kunnen spreken. Of het besef van onze nietigheid, en beperktheid van ons denken en kunnen in deze onbevattelijk grote en complexe wereld. Dit gaat perfect samen met atheïsme, zoals vele atheïsten ook verwoord hebben. Om spiritueel te zijn is niets bovennatuurlijks nodig.
### Twee boeken over de waarheid van evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/twee-boeken-over-de-waarheid-van-evolutie/
Last updated: 2009-10-29T12:29:48.000Z
In het Darwinjaar zijn er twee belangrijke populaire boeken over evolutie verschenen. Beide hebben het doel de geïnteresseerde leek te laten zien waarom evolutie waar is en wereldwijd door biologen geaccepteerd wordt. Beide auteurs zijn eminente evolutiebiologen, vakmensen dus. Van de hand van Jerry Coyne verscheen begin dit jaar *Why Evolution is True* (Oxford UP, 2009) en van Richard Dawkins' hand *The Greatest Show on Earth: The Evidence for Evolution* (Transworld Publishers, 2009). Het boek van Dawkins is ook in het Nederlands uitgegeven bij Nieuw Amsterdam, onder de titel *Het grootste spektakel ter wereld*.
[Dawkins](http://www.richarddawkins.net/?ref=deatheist.nl) behoeft weinig introductie. Deze evolutiebioloog is beroemd geworden met *The Selfish Gene* en vele andere boeken over evolutiebiologie. Hij is tevens vermaard om zijn uitgesproken atheïsme en kritiek op religie, wat onder andere geresulteerd heeft in de bestseller *The God Delusion*. Jerry Coyne, tevens evolutiebioloog, is minder bekend onder het grote publiek, maar onder evolutiebiologen vooral bekend vanwege zijn boek over soortvorming (*Speciation*). Ook hij is overigens ook een uitgesproken atheïst en criticus van religie, zoals blijkt uit zijn [weblog](http://whyevolutionistrue.wordpress.com/?ref=deatheist.nl).
Beide boeken lijken in grote lijnen op elkaar: de verschillende lijnen van evidentie voor evolutie worden behandeld en geïllustreerd met voorbeelden. Soms wordt hetzelfde voorbeeld door beide auteurs behandeld, meestal omdat het zo sprekend is. Een voorbeeld daarvan is de *nervus laryngeus recurrens*. Deze zenuw, een tak van de tiende hersenzenuw, verbindt de hersenen met het strottenhoofd (larynx). Deze verbinding is echter niet direct, zoals een intelligente ontwerper zou doen, maar duikt eerst de borstkast in om onder de aorta door te lopen alvorens bij de larynx te eindigen. Dit is bij de mens een aardig stuk om, maar bij de giraffe natuurlijk nog veel meer. Dit is alleen te begrijpen vanuit een evolutionair verleden, zoals beide auteurs mooi uitleggen.
Toch zijn er zeker ook verschillen tussen de boeken. Dawkins neemt meer de tijd om bepaalde processen en mechanismen uit te leggen. Coyne geeft daarentegen weer meer voorbeelden om zijn punten te illustreren. Dawkins besteedt bijvoorbeeld een heel hoofdstuk aan dateertechnieken, terwijl Coyne het bij een paar regels houdt. Dawkins gaat ook uitgebreid in op de embryonale ontwikkeling en benadrukt hierbij dat heel veel *lokaal* gereguleerd wordt. Het DNA is dus niet een blauwdruk voor het lichaam, waarin tot in detail staat uitgewerkt hoe een lichaam eruit moet komen te zien. Ook opvallend is Dawkins' argumentatieve stap van kunstmatige selectie naar natuurlijke selectie, dezelfde stap die Darwin 150 jaar eerder maakte in zijn magnum opus. Verder gebruikt Dawkins de nodige analogieën om dingen uit te leggen, wat ook kenmerkend is voor zijn andere boeken. Zijn schrijfstijl is net als in zijn andere boeken prachtig. Het is niet lastig om te begrijpen waarom hij naast wetenschappelijke prijzen ook literaire prijzen heeft gewonnen met zijn boeken.
Ook is er een verschil in stijl: Dawkins is wat polemischer. Je kunt bij hem duidelijk de frustratie merken over de evolutieontkenners. Ondanks dat beide auteurs uitgesproken atheïsten zijn, ageert Dawkins feller tegen deze creationisten. Dat wordt al duidelijk aan het begin van zijn boek, waar hij een parallel trekt met Holocaustontkenners. Ook is Dawkins wat persoonlijker in zijn stijl: je kunt zijn enthousiaste voor en fascinatie met de materie duidelijk merken. Tevens komen in voetnoten meerdere malen persoonlijke anekdotes voor. Coyne houdt het wat afstandelijker, al geeft ook hij blijk van zijn fascinatie.
Ondanks dat ik over beide boeken erg te spreken ben, mogen wat kritische opmerkingen niet ontbreken. Beide auteurs spreken bijvoorbeeld over “Darwinisme”, maar de moderne evolutiebiologie is Darwin deels ontgroeid. Coyne geeft dit wel aan in een eindnoot, maar had [mijns inziens](http://evolutie.blog.com/2009/06/10/geen-darwinisme-alstublieft/?ref=deatheist.nl) beter kunnen spreken over “evolutiebiologie”. Daarnaast wekt het -isme de indruk dat het om een ideologie gaat, wat koren op de molen is van creationisten. Ook gebruiken beide auteurs de onzinnige en misleidende term “missing link” voor een overgangsvorm (zij het meestal tussen aanhalingstekens). Dawkins legt gelukkig wel uit waarom deze term misleidend en onzinnig is, maar blijft er helaas wel gebruik van maken. Ook schrijft Coyne meerdere malen dat zoogdieren van reptielen afstammen, terwijl de voorlopers van zoogdieren tegelijk ontstonden met de eerste ‘reptielen’. In de moderne taxonomie is ‘reptiel’ überhaupt geen legitieme groep meer omdat de vogels (die ervan afstammen) er niet bij inbegrepen zitten (vandaar mijn aanhalingstekens). Een boek als dit was een mooie gelegenheid geweest om dit aan het grote publiek uit te leggen. Ook het ontbreken van een goede uitleg van dateertechnieken had niet mogen ontbreken bij Coyne, omdat dit een belangrijke rol speelt bij het bepalen van het pad van evolutie.
Wat bij Dawkins echt ontbreekt, is een bespreking van *random genetic drift*: de willekeurige verschuivingen in het aantal varianten van genen (allelfrequenties), dus zonder de ‘sturing’ van natuurlijke selectie. Dawkins heeft zich altijd zeer sterk gericht op natuurlijke selectie als mechanisme voor evolutie, maar dat is niet het enige mechanisme, zeker niet in kleine populaties. Coyne besteedt hier wel vrij uitgebreid aandacht aan. Ook is Dawkins behandeling van seksuele selectie erg minimaal, terwijl Coyne daar een heel hoofdstuk aan wijdt.
Dawkins staat in zijn laatste hoofdstuk stil bij de legendarische laatste paragraaf uit *On the Origin of Species*, die de moeite waard is om in zijn geheel te citeren: “Thus, from the war of nature, from famine and death, the most exalted object which we are capable of conceiving, namely, the production of the higher animals, directly follows. There is grandeur in this view of life, with its several powers, having been originally breathed into a few forms or into one; and that, whilst this planet has gone cycling on according to the fixed law of gravity, from so simple a beginning endless forms most beautiful and most wonderful have been, and are being, evolved.” Hierin komt van alles bij elkaar: van de gruwelijkheid van het evolutionaire proces tot de vele prachtige producten daarvan. Dit analyseert Dawkins regel voor regel.
Coyne daarentegen besluit met een wat meer beschouwend hoofdstuk, waarbij hij onder andere zijn vinger op een zere plek weet te leggen die vaak genegeerd wordt. De weerwil van vele gelovigen om evolutie te accepteren zit niet in een gebrek aan bewijs voor evolutie, maar in (vermeende) levensbeschouwelijke consequenties. Zo geloven zij vaak onterecht dat evolutie zal leiden tot moreel verval (“Als we beesten zijn, zullen we ons als beesten gedragen.”). Terecht is echter hun vrees voor een veranderend wereldbeeld. Darwin heeft laten zien dat wij het product zijn van blinde processen en slechts een twijgje zijn aan de immense *Tree of Life*. Dit staat in schril contrast met het traditioneel christelijke wereldbeeld, waarin de mens de kroon op de schepping is als het gevolg van een directe scheppingsdaad van God. Dit verschil in implicaties voor het wereldbeeld maakt de evolutietheorie verschillend van bijvoorbeeld de relativiteitstheorie over de aard van ruimte en tijd of de glijdendefilamententheorie over de samentrekking van spieren. Een ontkenning van evolutie op deze grond kan ook niet opgelost worden met een nog grotere berg evidentie, wat het tot zo’n lastig probleem maakt. Dat evolutie ook kan leiden tot verwondering en bescheidenheid, laat Coyne zien aan het einde van zijn laatste hoofdstuk.
Dawkins excelleert in zijn bijkans literaire schrijfstijl en manier van uitleg, Coyne blinkt uit in het gebruik van vele voorbeelden en volledigheid. Daarom gaat mijn voorkeur licht uit naar het boek van Coyne. Desalniettemin doen beide boeken prima wat ze zouden moeten doen: laten zien waarom evolutie de enige wetenschappelijke verklaring is voor de ontwikkeling van het leven op aarde. Geen lezer kan deze boeken uitgelezen hebben zonder dit redelijkerwijs te erkennen.
### Een dagje op een creationistische congres
URL: https://www.deatheist.nl/een-dagje-op-een-creationistische-congres/
Last updated: 2009-10-24T20:22:43.000Z
Vandaag, 24 oktober, heb ik mij begeven in het hol van de leeuw: het creationistische congres '[R-EVOLUTIE op het wetenschappelijke erf](http://www.r-evolutie.nl/?ref=deatheist.nl)'. Het leek mij interessant om zo’n curiositeit eens meegemaakt te hebben. Omdat het in een evangelische school werd georganiseerd, was ik even bang dat de dag geopend zou worden met gebed, maar dat bleef gelukkig uit. Het publiek, naar schatting ruim honderd mensen, was waarschijnlijk hoofdzakelijk creationist. Ik was dan ook verbaasd over het verhaal van de sprekers, althans, van de eerste twee.
De eerste spreker was [Han Zuilhof](http://www.wewur.wur.nl/popups/vcard.aspx?id=ZUILH001&ref=deatheist.nl), hoogleraar organische chemie aan de universiteit van Wageningen. Hij sprak over het ontstaan van de eerste organische bouwstenen. Voor zover ik het kon bepalen (mijn kennis op dit gebied is zeer beperkt), gaf hij een eerlijke uiteenzetting over dit onderwerp, waarbij hij uitlegde wat wetenschappers wel en niet weten over dit onderwerp. Opvallend vond ik dat hij meerdere malen benadrukte dat als we *nu* niet kunnen verklaren hoe iets is ontstaan, dit niet betekent dat dit niet ontstaan kan zijn. Leemten in onze kennis worden gedicht met voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, zoals de geschiedenis ons leert. Hiermee bekritiseerde hij impliciet de veelgebruikte creationistische tactiek waarbij de gaten in de huidige kennis opgevoerd worden als argument voor hun eigen opvattingen. Ook leek hij uit te gaan van een oude aarde en noemde hij de evolutietheorie bij het ontstaan van leven een goede werkhypothese. Ook dit zal de wenkbrauwen van menig creationistische toehoorder hebben doen fronsen.
Het tweede verhaal werd verzorgd door geologe [Renata van der Weijden](http://www.roac.nl/roac/sci-dept.phtml?st=vanderweijden&ref=deatheist.nl) en ging over dateertechnieken. Haar verhaal was een heldere uitleg over hoe de verschillende dateertechnieken werken. Ze sprak vooral over radio-isotopendatering, maar ook kort over een paar andere technieken, en wees meerdere malen op de consistentie tussen de technieken. Het werd al snel duidelijk dat ze niet geloofde in een aarde van slechts een paar duizend jaar oud. Ook dit verbaasde mij om te horen op een creationistisch congres. Toch besprak ze ook een paar technische problemen met bepaalde technieken, maar dit leek weinig af te doen aan de kern van haar verhaal. De laatste paar minuten waren echter vreemd. Vrijwel vanuit het niets besloot ze haar presentatie met de mededeling dat het er maar van afhangt hoe je ernaar kijkt of je gelooft in een jonge aarde of de reguliere hoge ouderdom accepteert. Toen ik het na afloop met haar hierover had, zei ze dat ze het laatste deel er op het laatste moment aan toegevoegd had, en dit beter niet had kunnen doen. Ook gaf ze min of meer toe dat ze een aarde van een paar duizend jaar oud wetenschappelijk onhoudbaar vond. Ik had graag gezien dat ze dit wat explicieter had gezegd *en plein public*.
Tijdens de lunchpauze heb ik nog even na staan praten met wat mensen, waaronder twee critici van de volgende spreker die ik ken van diens weblog. Die volgende spreker was Peter Borger, zelfverklaard uitvinder van 'de nieuwe biologie', waarmee hij meent het einde in te hebben geluid van de huidige evolutiebiologie. Dit probeert hij onder de naam “General and Universal Theory of Biology” (GUToB) te slijten via [zijn blog](http://www.vkblog.nl/blog/5720/Peter%5C%27s%5FGUToB?ref=deatheist.nl), waar ik al de nodige keren met hem in discussies ben geweest over verscheidene onderwerpen. Het is leuk om daar een keer een gezicht bij te kunnen plaatsen. De belangrijkste reden voor mij om hem eens persoonlijk te spreken was echter om een antwoord te krijgen op vragen die hij structureel ontwijkt op zijn blog. Hierover later meer.
Borger had graag in discussie gewild met evolutiebiologe Gerdien de Jong. Zij heeft dit aanbod echter afgeslagen, en tijdens zijn lezing werd me eens te meer duidelijk waarom. Het eerste probleem is dat Borger basale kennis van de evolutiebiologie, waar hij zo fanatiek tegenaan schopt, ontbeert. Dit werd pijnlijk duidelijk toen hij uitlegde wat volgens hem evolutiebiologen onder de *randomness* (willekeurigheid) van mutaties verstaan. Volgens hem bedoelen ze namelijk dat mutaties niet door de omgeving worden beïnvloed. Dat dit niet klopt staat evenwel in elk handboek evolutiebiologie. Wat evolutiebiologen met randomness bedoelen, is dat de kans op een bepaalde mutatie niet beïnvloed wordt door de selectieve consequenties daarvan. Met andere woorden: een bepaalde mutatie ontstaat niet *omdat* dat een selectief voordeel oplevert.
Ik (en anderen) heb hem hier op zijn blog reeds een aantal keren op gewezen, maar hij blijft deze desinformatie verspreiden. Hij citeerde zelfs een handboek evolutiebiologie ([dat van Futuyma](http://www.amazon.com/Evolutionary-Biology-Douglas-J-Futuyma/dp/0878931899/ref=sr%5F1%5F1?ie=UTF8&s=books&qid=1256416580&sr=1-1&ref=deatheist.nl)) waaruit zijn ongelijk bleek, maar wist de tekst zodanig te accentueren dat hij dacht dat wat hij beweerde overeenkwam met wat Futuyma schreef. Toen ik hem hier na afloop op wees, gaf hij schoorvoetend zijn ongelijk toe, maar vulde dit snel aan met de mededeling dat hij zijn eigen definities hanteert, want hij gaat immers een nieuwe biologie opzetten. Misschien zijn bij hem protonen ook wel negatief geladen.....
Vervolgens vroeg ik hem naar de wetenschappelijke merites van zijn eigen verhaal. Hij pretendeert immers wetenschap te bedrijven en wil een wetenschappelijke discussie aangaan. Wat zijn nu zijn concrete toetsbare hypothesen waar biologen mee aan de slag kunnen? Hoe kunnen we het gemeenschappelijk ontwerp, een fundamenteel onderdeel van zijn verhaal, empirisch toetsen? Ik heb deze vragen minstens vijf keer gesteld, maar het antwoord bleef uit. Hij probeerde dan ook al snel zijn reguliere tactiek: het aanvallen van de evolutietheorie. Blijkbaar heeft hij nog steeds niet door dat kritiek op de evolutietheorie geen onderbouwing is van zijn eigen verhaal. Dit is een elementaire logische fout, die overigens vaak door creationisten gemaakt wordt.
De onwetenschappelijkheid van zijn verhaald blijkt nog duidelijker uit zijn ‘baranomen’ (een door hem bedacht woord; *bara* is het Hebreeuwse werkwoord dat voor Gods scheppingsactiviteiten wordt gebruikt in het Oude Testament). Dit zijn de genomen zoals die oorspronkelijk geschapen zijn en waaruit de rest van het leven door herschikking van informatie binnen die genomen is ontstaan. De cruciale vraag is natuurlijk: hoe kunnen we deze ‘baranomen’ onderscheiden? Welk dier hoort tot welk ‘baranoom’? Borgers antwoord: via ‘indicatorgenen’ (wederom zijn eigen term), en die kunnen we herkennen omdat ze uniek zijn voor een ‘baranoom’. Hiermee heeft hij een prachtige cirkeldefinitie geschapen. Dat leek hem niet veel uit te maken, zo lang de mens maar zijn eigen ‘baranoom’ heeft. Dat dit religie en geen wetenschap is, lijkt overduidelijk, helaas behalve voor Borger zelf. Hij blijft er verontwaardigd over dat hij in de wetenschappelijke wereld niet *au sérieux* genomen wordt.
Wat opvallend is aan Borger is niet alleen zijn grootheidswaanzin (hij schrijft bij vrijwel elke post op z’n blog dat *hij* de biologie gaat vernieuwen), maar vooral zijn achtergrond. Van een gepromoveerd bioloog mag je verwachten dat hij beschikt over elementaire evolutiebiologische kennis, maar zelfs daarmee gaat hij al de mist in, zoals onder andere bleek uit zijn begrip van randomness. Op een leek komt hij wegens zijn achtergrond misschien overtuigend over, maar voor evolutiebiologen is hij niet serieus te nemen, zeker niet gezien de onwetenschappelijkheid van zijn ‘alternatief’.
Ook vroeg ik hem naar de wetenschappelijkheid van de [*Journal of Creation*](http://creation.com/journal-of-creation-formerly-technical-journal-/-tj?ref=deatheist.nl), hét creationistenblad, waarin ook Borger publiceert. Aanvankelijk beschouwde hij het als een wetenschapsblad, maar daar zag hij vanaf toen ik hem herinnerde aan hun “[Statement of Faith](http://creation.com/about-us?ref=deatheist.nl#what%5Fwe%5Fbelieve)”, waaruit blijkt dat per definitie alles moet overeenstemmen met de Schrift. Ook hieruit blijkt duidelijk dat creationisme een religieuze ideologie is en geen wetenschap.
Naast de bovengenoemde drie sprekers waren er nog twee, die duidelijk creationist waren, maar die heb ik moeten missen omdat ze tegelijk spraken met Van der Weijden en Borger. Veel zal ik hierbij waarschijnlijk niet gemist hebben, want vanuit de beschrijving van het programmaboekje bleek het om twee standaard creationistische verhalen te gaan.
Een congres als dit was fascinerend om eens meegemaakt te hebben, zowel om te zien wat creationisten heden ten dage beweren alsook wat hun drijfveren zijn. Gezien de titel van het congres willen ze zo graag meespelen op het wetenschappelijke erf, maar op grond van hun kennisniveau en onwetenschappelijkheid (de eerste twee sprekers uitgezonderd) denk ik dat die hoop ijdel is.
### Scheidde God de hemel en aarde?
URL: https://www.deatheist.nl/scheidde-god-de-hemel-en-aarde/
Last updated: 2009-10-08T08:31:36.000Z
Waarschijnlijk is geen enkele Bijbelpassage zo bekend als Genesis 1, over de schepping van hemel en aarde. De traditionele vertaling, het beste bekend van de Statenvertaling, luidt: “In den beginne schiep God den hemel en de aarde.” Veel moderne vertalingen komen hier ook op uit, zij het in een wat modernere verwoording.
Al die tijd heeft men er evenwel naast gezeten, want God *schiep* niet de hemel en de aarde, maar *scheidde* de hemel en de aarde. Dat is wat Ellen van Wolde, hoogleraar Exegese van het Oude Testament aan de Raboud Universiteit in Nijmegen [stelt in haar oratie van morgen](http://www.gelderlander.nl/algemeen/dgbinnenland/5627738/Toen-God-begon-was-er-al-zeeleven.ece?ref=deatheist.nl). Zij komt tot deze conclusie door niet alleen taalkundig onderzoek, maar ook door naar de mythologische context te kijken waarin dit verhaal ontstaan is.
Het vertaalverschil komt voort uit hoe het Hebreeuwse woord *bara* (met de klemtoon op de laatste lettergreep) vertaald wordt. In de oorspronkelijke tekst stond overigens alleen *br*, want de vocalen (klinkers) zijn pas later aan de tekst toegevoegd. De traditionele vertaling van *bara* is “scheppen”, zoals alle Bijbelvertalingen laten zien, zij het soms wat verschillend vervoegd. Volgens twee grote Hebreeuwse woordenboeken (de Brown-Driver-Briggs en “The Hebrew & Aramaic Lexicon of the Old Testament” van Koehler en Baumgartner) is dit inderdaad terecht.
Toch geven ook deze woordenboeken de betekenis van “to cut down/out” en “to shape by cutting”, een betekenis die het in het Arabische equivalent ook heeft. Dit (weg)snijden lijkt al aardig op het scheiden van Van Wolde, al geven beide woordenboeken duidelijk aan dat *bara* in Gen.1:1 de betekenis van scheppen heeft.
Op grond van de context is er ook wel wat te zeggen voor Van Woldes opvatting, want ook bij twee latere scheppingsdaden scheidt God. In vers 4 wordt het licht van het donker gescheiden, in vers 6 en 7 het water onder en boven de hemelkoepel. Hier wordt in het Hebreeuws echter wel een ander woord voor gebruikt: *badal*. Dit scheiden van elementen komt ook voor in scheppingsmythen van andere volkeren uit die tijd en plaats. Verder in de tekst wordt het woord *bara* alleen nog gebruikt voor de schepping van de grote watermonsters (*tannien*, vers 21) en de mens (vers 27). Hier heeft *bara* duidelijk de betekenis van scheppen, niet scheiden.
Tot nu toe ben ik nog niet overtuigd, maar ik heb de nieuwe argumenten van Van Wolde natuurlijk nog niet gezien. Naar eigen zeggen krijgt ze bijval van collega’s en haar betoog verschijnt binnenkort in een respectabel wetenschappelijk tijdschrift over het Oude Testament. Ik ben dus erg benieuwd. Het zou betekenen dat de joods-christelijke scheppingsmythe in dit opzicht toch meer lijkt op vergelijkbare verhalen uit die tijd en plaats, al blijven er in de gehele teksten significante verschillen bestaan (vooral het ontmythologiserende karakter van Genesis).
Het grappige is dat de media vooral denken dat *nu* duidelijk is geworden dat God niet uit het niets schiep (*creatio ex nihilo*). Deze opvatting is echter zeker niet nieuw, en al een aardige tijd vrij breed geaccepteerd onder oudtestamentici. Dat staat of valt niet met of *bara* met “scheppen” of “scheiden” vertaald moet worden.
Voordat God begon met scheppen was er namelijk al een oerchaos, beschreven in vers 2\. God heeft die chaos niet geschapen (dat zou een *contradictio in terminis* zijn), maar gebruikt die chaos als startpunt voor zijn schepping. Deze chaos wordt in de daaropvolgende verzen gescheiden zodat een bewoonbare plek ontstaat. Vervolgens worden de bewoners (planten, dieren en mensen) daarin geschapen. Dit sluit dus goed aan bij de vertaling van Van Wolde.
Het eerste vers moet dus niet gelezen worden als de eerste scheppingsdaad (dat zou betekenen dat God chaos schiep). Hoe dan wel? Twee opties worden vaak aangedragen. De eerste beschouwt het eerste vers als een opschrift voor wat komen gaat: God schiep alles, en vervolgens wordt uitgelegd hoe Hij dat deed. Optie twee beschouwt vers 1 als een aanloop naar het derde vers, met de tweede als bijzin daartussen. Deze tweede optie vind je bijvoorbeeld in de Leidsche vertaling: “Toen God een aanvang maakte met de schepping van hemel en aarde -de aarde was woest en vormeloos, duisternis heerste op den oceaan, en Gods geest dekte het water- sprak God: Er zij licht! en er was licht.” Hier is overigens op taalkundige grond veel voor te zeggen.
Bij beide opties begint het daadwerkelijke scheppen dus met de scheiding van licht en donker (vers 3) *van de oerchaos* (vers 2), en dus *niet vanuit het niets*. Het idee van een schepping uit het niets vind je niet in Genesis. Veel gelovigen weten dit niet, dus voor hen zal dit rauw op het dak vallen. Voor mensen die bekend zijn met de taalkundige analyses van deze tekst is een schepping uit chaos in plaats vanuit het niets niets nieuws.
Zullen toekomstige Bijbelvertalers het *bara* uit Genesis 1:1 gaan vertalen met “scheiden”? De orthodoxen (die veelal creationist zijn) waarschijnlijk niet; zij hebben meestel niet veel op met kritisch historisch en taalkundig onderzoek van de Heilige Schrift. Andere vertalers misschien wel, afhankelijk van hoe sterk Van Woldes argumenten zijn. Mij maakt het niet uit. Ik blijf het een buitengewoon fascinerende mythe vinden, zeker als je het in het Hebreeuws kunt lezen, waar de woordspelingen, andere stilistische hulpmiddelen en theologische pointes evident zijn. Wie weet kom ik hier nog eens op terug.
### Weer een evolutionaire voorspelling die uitkomt
URL: https://www.deatheist.nl/weer-een-evolutionaire-voorspelling-die-uitkomt/
Last updated: 2009-09-27T11:26:21.000Z
Op grond van een goede wetenschappelijke theorie kun je voorspellingen doen over de werkelijkheid. Op basis van de evolutietheorie kun je bijvoorbeeld voorspellen hoe diersoorten verspreid moeten zijn over de aarde (biogeografie), over welke DNA-sequenties je in welke organismen moet aantreffen en wat voor structuren je mag verwachten in verschillende embryo’s. Misschien nog wel de meest tot de verbeelding sprekende voorspellingen kunnen gedaan worden over waar je bepaalde fossielen zou moeten aantreffen en welke eigenschappen deze fossielen dan hebben.
Waarschijnlijk is het bekendste recente voorbeeld daarvan *Tiktaalik roseae*, een prachtige overgangsvorm tussen spiervinnige vissen en de eerste tetrapoden (viervoetige landdieren). Paleontoloog Neil Shubin en zijn collega’s wisten op grond van hun evolutiebiologische kennis precies in welke aardlaag ze moesten zoeken en wat voor dier ze daar moesten aantreffen. De resultaten hiervan en de details van het onderzoek zijn terug te lezen in Shubins boek *Your inner fish* (Shubin, 2008). Sinds kort is er nog een prachtig voorbeeld van een uitgekomen evolutionaire voorspelling bijgekomen: een gevederde theropode dinosauriër ouder dan *Archaeopteryx*. Laat me dat uitleggen.
Het is al een tijdje de consensus onder paleontologen dat vogels afstammen van een bepaalde groep dinosauriërs: de Theropoda. Tot deze groep behoren ook befaamde dinosauriërgeslachten als *Tyrannosaurus* en *Velociraptor*. Sterker nog: volgens de moderne taxonomie *zijn* vogels dinosauriërs, omdat ze ontstaan zijn binnen de (andere) dinosauriërs. Vogels zijn dus de enige dinosauriërs die de meteorietinslag 65 miljoen jaar geleden overleefd hebben! In de anatomie van vogels en hun theropode voorouders zijn dan ook vele overeenkomsten te vinden. Het beroemdste fossiel uit deze overgang is *Archaeopteryx*: een onmiskenbare theropode, maar met complexe veren. Hij wordt daarom ook wel ‘een dinosaurus in vogelvermomming genoemd’. Over in hoeverre *Archaeopteryx* kon vliegen is nog steeds discussie. Er zijn wel theropoden met simpelere veren gevonden, maar die komen niet uit aardlagen ouder dan die van *Archaeopteryx*.
Toch is er een zeer klein, maar mondig, groepje paleontologen dat de dinosauriëroorsprong van vogels verwerpt, met als meest prominente Allan Feduccia. Zij menen dat vogels afstammen van een andere groep reptielen. Misschien wel hun voornaamste argument is de zogenaamde ‘temporele paradox’. Hun probleem is dit: waar zijn de theropoden met simpelere veren die *ouder* zijn dan *Archaeopteryx*? Die zouden er immers moeten zijn als vogels binnen de theropoden zijn ontstaan! Hun opponenten antwoordden: die zijn er wel, maar we hebben er *nog* geen fossielen van gevonden. Zij voorspelden dus dat we fossielen van gevederde theropode dinosauriërs moeten kunnen vinden die ouder zijn dan Archaeopteryx.
Jerry Coyne schreef hierover in zijn populaire boek over het bewijs voor evolutie, *Why evolution is true* (Coyne, 2009), het volgende: “All these nonflying feathered dinosaur fossils date between 135 and 110 million years ago — later than the 145-million-year old *Archaeopteryx*. That means that they could not be *Archaeopteryx*’s direct ancestors, but they could have been its cousins. Feathered dinosaurs probably continued to exist after one of their kin gave rise to birds. We should, then, be able to find even older feathered dinosaurs that were the ancestors of *Archaeopteryx*. The problem is that feathers are preserved only in special sediments — the fine-grained silt of quiet environments like lake beds or lagoons. And these conditions are very rare. But we can make another testable evolutionary prediction: someday we’ll find fossils of feathered dinosaurs that are older than *Archaeopteryx*.” (p. 44).
Die dag is nu aangebroken. In de *Nature* van 1 oktober beschrijven Hu *et al.* (2009) een fossiel van een gevederde theropode ouder dan Archaeopteryx: *Anchiornis huxleyi*. Van deze soort is al eerder een incompleet skelet beschreven (Xu *et al.*, 2008), maar het in *Nature* beschreven fossiel is erg compleet en laat duidelijk afdrukken van veren zien. De soortnaam is uiteraard een verwijzing naar Thomas Huxley, een van de vroege verdedigers van Darwins theorie. Het fossiel komt uit de Chinese provincie Liaoning, bekend om zijn uitstekende conservatie van fossielen. Vooral structuren als veren fossiliseren niet gemakkelijk, maar zijn in Liaoning goed bewaard gebleven.
De laag waarin het fossiel zat, is ongeveer 155 miljoen jaar oud (late Jura) en daarmee ouder dan *Archeopteryx*, waarvan de fossielen allemaal jonger zijn dan 150 miljoen jaar. *Anchiornis* had veren op de armen, de poten en zelfs de voeten, en had dus vier vleugels, wat ook al eerder aangetroffen werd bij de 120 miljoen jaar oude *Microraptor* (Xu *et al.*, 2003). De veren van *Anchiornis* waren echter minder aerodynamisch dan die van latere fossielen doordat ze symmetrisch waren, en niet asymmetrisch zoals die van *Archaeopteryx* en moderne vogels. *Anchiornis* kon dan waarschijnlijk ook niet vliegen, maar misschien wel neerglijden vanaf verhogingen. Zijn lange achterpoten wijzen er tevens op dat hij kon rennen.
Dit fossiel is slechts één van de vele fossielen uit de evolutionaire overgang tussen (niet-vogel-)dinosauriërs en vogels. Eind vorig jaar werd ook al *Epidexipteryx* beschreven (Zhang *et al*., 2008), en in de jaren daarvoor werden ook al vele gevederde dinosauriërs opgegraven, vooral in China (Zhou, 2004). Hiermee is deze transitie prachtig gedocumenteerd in het fossielenbestand. Dat er theropoden met simpele veren gevonden zijn in lagen *jonger* dan Archaeopteryx, laat zien dat evolutie van veren niet één rechte lijn is geweest van simpele oude naar complexe moderne veren. Vele theropoden hadden een verendeken waarmee ze niet konden vliegen, maar die waarschijnlijk wel diende voor isolatie en/of om indruk te maken.
Deze vondst bevestigt niet alleen de overgang van (niet-vogel-)dinosauriërs naar vogels, maar laat tevens zien dat op grond van de evolutietheorie toetsbare voorspellingen gedaan kunnen worden die vervolgens ook bevestigd worden. Het fossiel bevestigt niet alleen deze grote evolutionaire transitie, maar verschaft ook door zijn uitstekende conservatie veel informatie over de details van de complexe oorsprong van vogels.
**Referenties:**
Coyne, J. (2009) “Why evolution is true”, Oxford UP.
Zhang, F., Zhou, Z., Xu, X., Wang, X., Sullivan, C. (2008) "A bizarre Jurassic maniraptoran from China with elongate ribbon-like feathers", *Nature*, 455: 1105-1108.
Hu, D., Hou, L., Zhang, L., Xu, X. (2009) “A pre-Archaeopteryx troodontid theropod from China with long feathers on the metatarsus”, *Nature*, 461: 640-643.
Shubin., N. (2008) “Your Inner Fish: A Journey into the 3.5-Billion-Year History of the Human Body”, Pantheon Books (in het Nederlands vertaald als “De vis in ons”, Nieuw Amsterdam).
Xu, X., Zhou, Z., Wang, X., Kuang, X., Zhang, F. and Du, X. (2003). "Four-winged dinosaurs from China." *Nature*, 421: 335-340.
Xu, X., Zhao, Q., Norell, M., Sullivan, C., Hone, D., Erickson, G., Wang, X., Han, F., *et al*. (2009) "A new feathered maniraptoran dinosaur fossil that fills a morphological gap in avian origin", *Chinese Science Bulletin*, 54: 430–435.
### Een diepreligieuze ongelovige? Een recensie van Smedes’ “God én Darwin”
URL: https://www.deatheist.nl/een-diep-religieuze-ongelovige-een-recensie-van-smedes-god-en-darwin/
Last updated: 2009-06-20T10:45:40.000Z
De term “een diepreligieuze ongelovige” komt uit een citaat van Albert Einstein. Het is tevens de titel van het eerste hoofdstuk van het inmiddels beruchte boek *The God Delusion* (in het Nederlands vertaald als *God als Misvatting*) van Richard Dawkins, waarschijnlijk ’s werelds bekendste atheïst. Aan dit citaat moest ik vele malen denken tijdens het lezen van het voorlaatste hoofdstuk van het boekje *God én Darwin: Geloof kan niet om evolutie heen* van theoloog en godsdienstfilosoof Taede Smedes, net uitgegeven bij Nieuw Amsterdam. Hierop zal ik aan het einde terugkomen, eerst de rest van het boekje.
In het eerste hoofdstuk schetst Smedes een beknopte geschiedenis van de totstandkoming van de moderne evolutietheorie en de ontkrachting van dominee Paley’s beroemde ontwerpargument voor Gods bestaan. Hij legt ook goed uit in lekentaal wat de moderne evolutietheorie inhoudt. Vooral dat laatste siert Smedes: hij is wetenschappelijk goed geïnformeerd over evolutie, hetgeen helaas niet van alle theologen die het over evolutie hebben gezegd kan worden. Dit is een prima hoofdstuk, afgezien van een storende vertaalfout in het befaamde adagium van Theodosius Dobzhansky “Nothing in biology makes sense except in the light of evolution” (“biology” wordt vertaald met “evolutietheorie” p. 41).
Hoofdstuk twee gaat over Genesis en creationisme. Smedes legt duidelijk uit wat historisch-kritisch onderzoek heeft ontdekt over de totstandkoming van dit boek en dat er feitelijk twee scheppingsmythen in Genesis staan. Tevens analyseert hij de ontwikkeling van het creationisme, ook in Nederland. Hij laat duidelijk zien dat het een religieus gemotiveerde ideologische stroming is, en dat de wetenschappelijke pretenties slechts verhullingen daarvan zijn. In zijn omschrijving van hoe creationisten Genesis lezen gaat Smedes echter te kort door de bocht. Hij verwijt ze dat ze Genesis lezen als een krantenverslag (p.49) en meent dat ze het vermogen tot symbolisch denken ontberen (p.59). Ik denk dat dat onterecht is. Creationisten hebben wel degelijk weet van de symboliek in Genesis en de theologische pointes die gemaakt worden, maar geloven daarnaast dat het *ook* een historische realiteit beschrijft, dat het niet *alleen* symboliek is. Dit is altijd de gangbare lezing geweest, en exegetische ook de meest verantwoorde, zoals ik [hier](http://www.infidels.org/library/modern/bart%5Fklink/evolution.html?ref=deatheist.nl) betoogd heb.
Intelligent Design (ID) komt in hoofdstuk drie aan de orde. Ook hier laat Smedes goed zien dat deze stroming de facto een religieuze ideologie is. De centrale claim van ID is dat bepaalde biologische structuren niet evolutionair verklaard kunnen worden en daarom wel goddelijk ontworpen moeten zijn. Het probleem hiermee is dat het gebaseerd is op (vermeende) onwetendheid, en onwetendheid verdwijnt als wetenschap voortschrijdt. Het is daarom gedoemd om op een echec uit te draaien, zowel wetenschappelijk als theologisch. Smedes probeert tevens een onderscheid tussen creationisme en ID te maken, maar slaagt hier mijns inziens niet in. Ze verschillen van elkaar, maar slechts gradueel: ‘liberaal’ creationisme en conservatief ID lopen in elkaar over. Veruit de belangrijkste overeenkomst tussen deze opvattingen is de ideologische strijd tegen alles wat tegen traditioneel christelijke opvattingen ingaat, waaronder de evolutiebiologie.
In het daaropvolgende hoofdstuk neemt Smedes theïstische evolutie (TE) onder de loep. Dit is de meest gangbare opvatting voor mensen die evolutie willen accepteren en ook gelovig willen zijn. Kort gezegd houdt het in dat God schept door middel van evolutie. Het is de opvatting van onder andere (recentelijk) Cees Dekker en Andries Knevel, Rene Fransen, Kenneth Miller, Francis Collins en sommige theologen. Ik denk niet dat TE [houdbaar](https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/) is, en daarover heb ik in 2007 ook digitaal [gediscussieerd](https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/) met Smedes. Opvallend is dat Smedes ook niet zoveel in TE blijkt te zien. Hij heeft vooral moeite met Gods sturende hand die TE’ers veronderstellen, ze willen veelal doelgerichtheid in evolutie introduceren. Daarvoor is echter geen ruimte in het blinde evolutieproces, stelt Smedes terecht.
Maar hoe moeten we God en Darwin dan wél verbinden? Smedes’ antwoord is een *theologie van evolutie*. Daarover gaat het voorlaatste hoofdstuk, geschreven in de vorm van een interview met zichzelf. Hiermee bedoelt hij een theologische reflectie op evolutie, en dan vooral in de zin van waardering (Wat betekenen de bevindingen van evolutiebiologen voor ons?) en grensbewaking (Doen evolutiebiologen geen uitspraken buiten hun vakgebied?). Over dit hoofdstuk is veel te zeggen, maar ik zal me beperken tot enkele punten.
Is deze rol voor de theologie niet een laatste strohalm, een opportunistische wanhoopspoging om zich voor overbodigheid te behoeden? Volgens Smedes niet, want “geloof en theologie passen zich niet aan uit externe noodzaak, maar omdat er voortdurend dialoog is met de culturele omgeving” (pp. 114-115). Maar wat de interactie met de wetenschap betreft, is er duidelijk een monoloog: gelovigen hebben zich steeds moeten aanpassen aan de wetenschap, *nooit andersom*. Gelovigen die dit niet doen, zoals creationisten, maken zichzelf ongeloofwaardig. Deze ontwikkelingen zijn dus wel degelijk aanpassingen uit externe noodzaak. Zonder ontwikkelingen in de geologie, evolutiebiologie, astronomie en geschiedkunde hadden gelovigen waarschijnlijk nog steeds op grond van de Bijbel geloofd dat het universum slechts een paar duizend jaar geleden in een week geschapen is.
Een cruciale vraag die tot nu toe onbeantwoord is gebleven, is wat Smedes verstaat onder de woorden “geloven” en “God”. Gelukkig komt hier in dit hoofdstuk een antwoord op. Smedes omschrijft geloven als “het hebben van en handelen in overeenstemming met een intuïtie dat de werkelijkheid die zich, op welke wijze dan ook, aan onze zintuigen presenteert, niet de gehele werkelijkheid is” (p.115). Onder God verstaat hij “de naam die ik geef aan het mysterie achter en verborgen in onze waarneembare werkelijkheid” (p. 120).
Dit komt erg dicht in de buurt van wat Dawkins over Einstein citeert: “Aanvoelen dat achter al het ervaarbare iets schuilgaat dat ons verstand niet kan bevatten, iets waarvan de schoonheid en verhevenheid alleen indirect en als een flauwe weerschijn tot ons komen, is religiositeit. In dat opzicht ben ik gelovig.”. Dawkins voegt daar instemmend aan toe: “Wel, in dat opzicht is ook deze schrijver gelovig”. Smedes’ opvattingen hierover liggen dus erg dichtbij die van aartsatheïst Dawkins! Hij lijkt iets soortgelijks ook door te hebben als hij op pagina 116 schrijft dat zijn intuïtie van een begrensde waarneembare werkelijkheid ook bij atheïsten voorkomt.
Dawkins wijst er echter terecht op dat dit niet de invulling is die de meeste mensen aan de woorden “geloven” en “God” geven; voor veruit de meeste gelovigen is God méér dan een onbevattelijk mysterie. Het is een Wezen dat zich bemoeit met deze wereld: wonderen verricht, gebeden verhoort, zich openbaart in geschriften, morele richtlijnen geeft en een eeuwige gelukzaligheid belooft. Maakt de God van Smedes hem gelovig, of is hij eigenlijk een atheïst die zijn verwondering over de werkelijkheid graag met religieuze woorden duidt? Wat zijn intuïtie volgens hemzelf tot geloof maakt, is de “specifieke invulling of verwoording van die intuïtie” (p. 116). Ik kan dit niet overtuigend vinden: door opvattingen anders te verwoorden, verander je niets aan de opvattingen zelf. Waarschijnlijk kun je hierover eindeloos steggelen, maar ik denk dat zijn opvattingen door veel gelovigen als atheïstisch bestempeld zullen worden. Ze staan te ver af van hun religieuze belevingswereld, waarin een interveniërende God centraal staat.
Smedes beroept zich een aantal keer op een duidelijk onderscheid tussen metafysica en wetenschap. Ik denk dat een dergelijk onderscheid onhoudbaar is. Wie naar de geschiedenis van de wetenschap kijkt, ziet dat de wetenschap nu veel uitspraken doet over zaken die ooit als pure metafysica gezien werden. Lange tijd lag bijvoorbeeld de aard van ruimte en tijd uitsluitend in het domein van de metafysica, tegenwoordig (vooral sinds Einstein) is het voornamelijk het subject van natuurkundig onderzoek. Smedes zegt bijvoorbeeld dat het reduceren van verliefdheid tot hersenchemie metafysica is en geen wetenschap (p. 129). Reductie is echter heel gebruikelijk in de wetenschap: temperatuur is reduceerbaar tot de gemiddelde moleculaire kinetische energie en licht tot elektromagnetische geloven. Ik zie niet in waarom verliefdheid niet net zo goed reduceerbaar zou kunnen zijn tot hersenchemie, al zal dit een stuk complexer zijn dan de andere reeds succesvolle reducties. Grensbewakende theologen kunnen voortschrijdend neurowetenschappelijk inzicht niet tegenhouden. Sterker nog: er is lang niet altijd een harde grens die ze kunnen bewaken.
Hetzelfde geldt voor het leven na de dood, waarin Smedes opmerkelijk genoeg blijkt te geloven. Hij meent dat wetenschap niets kan zeggen over de mogelijkheid van een leven na de dood en dat atheïsten geen redenen hebben om deze mogelijkheid te verwerpen (p. 123). Als hij zich echter net zoveel in de neurowetenschappen had verdiept als in de evolutiebiologie, was hij waarschijnlijk tot een andere conclusie gekomen. Uit neurowetenschappelijk onderzoek is namelijk [overtuigend gebleken](https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/) dat alles wat wij doen, denken, voelen en ons maken tot de personen die wij zijn voortkomt uit de hersenen, en dus ook zal sterven met de hersenen. Ook de vraag naar een leven na de dood, die ooit puur theologisch/filosofisch was, blijkt dus wetenschappelijk te zijn geworden.
Tot slot spreekt Smedes zich regelmatig oordelend uit over wat zijns inziens theologisch verantwoord is, wat ‘echt geloof’ is, wat God is en wat Hij wel en niet kan. Ik heb echter nergens kunnen ontwaren op welke grond hij deze uitspraken doet, welke criteria hij hierbij hanteert. Dit boekje is waarschijnlijk niet de geschikte plaats om dat te doen, maar ik denk dat dit een kenmerkend probleem voor de theologie is. Hoe meer ik van theologen lees en met hen spreek, hoe meer ik het idee van bandeloosheid krijg. Dit lijkt ook nog eens aan mode onderhevig, want bepaalde theologische opvattingen blijken niet meer gepast, zonder dat daar sterke argumenten voor gegeven worden. Er wordt wild gespeculeerd over de aard van God en geloof, maar hoe kunnen we de waarheid van de ene of de andere theologische veronderstelling bepalen? Dergelijke bandeloosheid en modieuze overtuigingen zouden in de wetenschap direct afgestraft worden.
De enige theologen die wel een poging doen om theologie met wetenschappelijke scherpte te onderbouwen zijn wat Smedes noemt de “klassieke theïsten”, zoals Richard Swinburne. Daar is Smedes wars van, want de huidige theologie is dat “al lang voorbij” (p. 125). Maar wat zegt deze betichting van achterhaalde theologische mode over de *waarheid* van het klassiek theïsme? Ik denk overigens dat dit klassiek theïsme verre van uitstervende is, het ondergaat zelfs een reveil. Apologetiek is weer in, getuige de aandacht voor de opvattingen van mensen als Swinburne, Alvin Plantinga, William Lane Craig en Tim Keller, zowel onder godsdienstfilosofen als gewone christenen.
In het laatste hoofdstuk reflecteert Smedes op de mens en zijn positie in de kosmos. Vanuit evolutionair oogpunt zijn wij niet bijzonder stelt hij terecht, maar wel in het feit dat wij als enige soort in staat zijn om onze eigen geschiedenis en plek in het universum te contempleren. Dat is iets waar we zuinig op moeten zijn, het zou zonde zijn als de mens uit zou sterven. Hiermee kan ik volledig instemmen. Smedes sluit zijn boekje af met een prachtige passage uit het Bijbelboek Prediker (3:18-22), waarin staat dat de mens een dier is en beide hetzelfde lot treft: wederkeren tot stof. Daarom kan de mens het beste vreugde putten uit alles wat hij onderneemt. Ook hier kan ik me als atheïst volledig in vinden.
*God én Darwin* is leuk geschreven. Het is goed begrijpbaar voor een geïnteresseerde leek en leest gemakkelijk weg. Maar is Smedes in zijn missie geslaagd? Zijn God en Darwin te verenigen? Dit hangt volledig af van wat je onder het woordje 'God' verstaat, en dat is meteen mijn grootste probleem. Smedes’ invulling van dat woord is anders dan dat van de meeste gelovigen, en voor hen zal de relatie tussen God en Darwin problematisch blijven. Hoe moeten we Smedes’ religieuze opvattingen karakteriseren? Ik houd het op een diepreligieuze ongelovige.
### Het leed in de wereld en Gods bestaan
URL: https://www.deatheist.nl/het-leed-in-de-wereld-en-gods-bestaan/
Last updated: 2009-05-21T23:00:00.000Z
**Inleiding**
Is het vele leed in de wereld te rijmen met Gods bestaan? Dit is een oude vraag waarover iedereen die geïnteresseerd is in het bestaan van God wel eens heeft nagedacht. De Schotse filosoof David Hume citeert Epikouros (Epicurus), die leefde van 341 tot 270 v.C., al over dit probleem in zijn *Dialogues concerning natural religion*:
*“Is he \[God\] willing to prevent evil, but not able? then is he impotent. Is he able, but not willing? then is he malevolent. Is he both able and willing? Whence then is evil?”* (hoofdstuk X)
Sindsdien zijn er vele denkers geweest die zich over dit probleem hebben gebogen. Atheïsten hebben argumenten opgezet om te laten zien dat God niet te rijmen is met het kwaad en leed in de wereld. Theïsten hebben geprobeerd gaten te schieten in de geldigheid van deze atheïstische argumenten, of hebben geprobeerd te beargumenteren waarom God, ondanks zijn almacht, alwetendheid en algoedheid, toch het kwaad in de wereld toestaat. Zo’n poging om Gods bestaan te rechtvaardigen ondanks het kwaad in de wereld wordt een *theodicee* genoemd. Dit woord komt uit de titel van een boek van de filosoof Gottfried Wilhelm Leibniz en is een samenstelling van twee Griekse woorden: θεός (theos, "god") en δίκη (diké, "recht"). In de afgelopen decennia zijn aan atheïstische zijde argumenten ontwikkeld door wijsgeren als John Mackie, Richard Gale, Paul Draper, Bruce Russell en William Rowe. Aan theïstische zijde is Gods bestaan tegen deze argumenten verdedigd door filosofen als Richard Swinburne, Alvin Plantinga, Peter van Inwagen, John Hick, William Alston en Stephen Wykstra.
Traditioneel is dit probleem en het atheïstische argument dat daaruit volgt bekend als “Het probleem van het kwaad”. Ik spreek in dit artikel bewust over *leed* in plaats van *kwaad*, voornamelijk vanwege twee redenen. Ten eerste is kwaad abstract: we kennen vele manifestaties van het kwaad, maar wat is precies het kwaad *zelf*? Leed daarentegen is veel concreter, vrijwel iedereen heeft het zelf of van dichtbij meegemaakt. De andere reden is dat spreken over “het probleem van het kwaad” aan het kwaad mogelijk een ontologische status toekent: het veronderstelt dat het kwaad *op zichzelf bestaat*. Het Kwade wordt dan een tegenpool van het Goede. Afgezien van de vraag hoe plausibel dit überhaupt is, biedt het wel een mogelijkheid voor een theodicee. De gelovige zou kunnen beweren dat het Goede niet kan bestaan zonder het Kwade, net als dat een noordpool niet kan bestaan zonder een zuidpool. Het Kwade *moet* er dan wel zijn, anders kan het Goede niet bestaan. Door in plaats van over kwaad over leed te spreken, komt deze theodicee te vervallen.
Tot slot kan men beter spreken over het “argument *vanuit* het leed” (argument *from* suffering(/evil)) als het probleem van het lijden als een argument gebruikt wordt. Het gaat hier immers om een argument dat vertrekt *vanuit* het probleem van het leed, niet om het probleem van het leed *zelf*.
**Soorten argumenten**
In de godsdienstfilosofie wordt al een tijd een onderscheid gemaakt tussen twee vormen van dit argument: een *logisch argument* en een *bewijskrachtig / waarschijnlijkheidsargument* (in de Engelstalige literatuur respectievelijk aangeduid als *logical* en *evidential / probabilistic arguments*). Met het logische argument probeert men aan te tonen dat een almachtige, alwetende en algoede God *onmogelijk kan bestaan* omdat zijn bestaan *logisch onverenigbaar* is met het bestaande kwaad/leed. Als zo’n argument volledig succesvol is, zou dat betekenen dat God logisch gezien niet *kan* bestaan. Echter, wanneer er ook maar een kleine breuk in de logica kan worden aangetoond, verliest het argument zijn kracht. Veel godsdienstfilosofen menen dat dit argument waarschijnlijk nooit geheel waterdicht te krijgen is. Hierdoor wordt het tegenwoordig minder gebruikt, ofschoon er nog steeds atheïstische godsdienstfilosofen zijn die er mogelijkheden in zien.
Bij het bewijskrachtige of waarschijnlijkheidsargument wijst men erop dat het vele *bewijs* (evidentie) van leed in de wereld het bestaan van God *onwaarschijnlijk* maakt. Met dit argument, mits succesvol, is dus geen zekerheid te behalen dat God niet bestaat, maar wel *waarschijnlijk* te maken te maken dat Hij niet bestaat. Het is dus niet zo sterk als het logisch argument, maar mogelijk wel succesvoller. Het argument dat ik hieronder zal uitwerken is zo’n waarschijnlijkheidsargument.
Zelfs binnen deze twee categorieën zijn verschillende versies geformuleerd, de één sterker en geraffineerder dan de ander. Er kan dus niet gesproken worden over *het* argument vanuit het leed. De theïst zal zich dus moeten verweren tegen alle versies van dit argument.
**Soorten leed**
Een ander onderscheid dat vaak gemaakt wordt, is dat tussen moreel leed (of kwaad) en natuurlijk leed (of kwaad). Moreel leed is leed dat *bewust* veroorzaakt wordt, zoals moord, verkrachting of marteling. Het meest weerzinwekkende recente voorbeeld is waarschijnlijk Josef Fritzl. Deze Oostenrijker hield zijn dochter 24 jaar gevangen in zijn kelder, waar hij haar mishandelde, verkrachtte en bezwangerde, met zeven kinderen tot gevolg, waarvan hij er drie ook weer in de kelder opsloot. Een ander prominent voorbeeld is de Holocaust, waarbij onder andere zes miljoen onschuldige Joden op veelal gruwelijke wijze omkwamen.
Natuurlijk leed daarentegen is leed dat *niet bewust* wordt veroorzaakt. Dit leed wordt veroorzaakt door bijvoorbeeld natuurprocessen als aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tsunami’s en bosbranden. Een voorbeeld dat veel in de literatuur gebruikt wordt (afkomstig van William Rowe), is een hertje dat vast komt te zitten in een (door bliksem veroorzaakte) bosbrand, daarbij gruwelijk verbrandt en uiteindelijk na enkele lijdensvolle dagen aan zijn verwondingen overlijdt. Een ander voorbeeld is de ziekte van Tay-Sachs, die tot op heden ongeneesbaar is. Deze aandoening is genetisch en niet door iemands toedoen ontstaan. Bij de infantiele vorm lijkt er in de eerste paar levensmaanden niets aan de hand; het kindje en de band met de ouders ontwikkelen zich normaal. Daarna wordt het kind langzaam blind, doof, kan het niet meer slikken en raakt het verlamd. Het zal binnen vier jaar na de geboorte, na een lijdensweg, sterven. Nog een ander voorbeeld is het vele parasitisme dat in de natuur voorkomt. Hierbij worden organismen van binnenuit deels opgevreten, waarbij meestal pas na een lange lijdensweg de dood intreedt.
Bij het waarschijnlijkheidsargument wordt vooral gewezen op de *zinloosheid* van veel van dit leed en dat het *zoveel* voorkomt, hetgeen zeker geldt voor het natuurlijke leed. Theodicee’s die zich beroepen op een nut van dit leed (zie hieronder) werken dus *per definitie* niet.
**Het argument**
Het argument bestaat uit de premissen (vooronderstellingen) P1, P2 en P3 en de conclusie (C1);
P1: Er is *onnodig* en *veel* leed in de wereld, *ook dierlijk leed* (verbrand hertje, ziekte van Tay Sach enz.).
P2: Als God niet zou bestaan (atheïsme), is het *waarschijnlijk* dat er onnodig en veel leed in de wereld is.
P3: Als een almachtige, alwetende en liefdevolle God bestaat (theïsme), is het *onwaarschijnlijk* dat er onnodig en veel leed in de wereld is.
C1: P2 (atheïsme) is waarschijnlijker dan P3 (theïsme) gezien P1, ergo: God bestaat *waarschijnlijk* niet.
In een waarschijnlijkheidformulering ziet de conclusie er zo uit: *Pr(P1|P2) > Pr(P1|P3)*. In woorden zo: het leed in de wereld (P1) is waarschijnlijker gezien atheïsme (P2) dan theïsme (P3). Hierdoor is het waarschijnlijker dat atheïsme juist is dan dat theïsme juist is en bestaat God dus waarschijnlijk niet. Steeds als in dit artikel het woord “God” gebruikt wordt, wordt gedoeld op het theïstische godsbeeld: een almachtig, alwetend, algoed Wezen dat het gehele universum heeft geschapen en geeft om wat zich daarin afspeelt, in het bijzonder de mens.
Drie punten in deze argumentatie verdienen extra aandacht. Het eerste is dat het hier gaat om *zinloos* leed en dat dit *veel* voorkomt. Voor dit argument is het dus noodzakelijk dat er zinloos leed in de wereld is, anders gezegd: niet al het leed is zinvol. Het hertje dat verbrandt in het bos is een voorbeeld bij uitstek: het leed dat dit hertje moet doorstaan kan nergens toe dienen omdat het diertje snel overlijdt. Ook heeft niemand anders wat aan het leed dat dit diertje heeft moeten doorstaan. Hetzelfde geldt voor het kindje dat sterft aan Tay-Sachs. Tot welk doel dient het leed dat dit kindje doorstaat als het daarna zo jong sterft?
Het tweede punt is dat heel veel van dit leed ondergaan wordt door andere *dieren*. Ondanks het feit dat lang niet alle andere dieren kunnen lijden, kan een aanzienlijk deel dat vrijwel zeker, in ieder geval de andere zoogdieren. We hebben dan ook niet voor niets wetten die dieren beschermen tegen mishandeling. Vooral in de natuur wordt heel veel geleden door dieren, dit is veelal inherent aan evolutie. Evolutionair succes wordt immers niet bepaald door degene die het meest humaan is, maar door degene die het meeste nageslacht kan produceren. Dat gaat vaak ten koste van anderen. Denk aan een groep hyena’s die een zebra aanvalt en al begint te eten van het dier terwijl het nog leeft. Of denk aan de schroefwormvlieg (*Cochliomyia hominivorax*), een parasiet die zijn eitjes legt in de wonden of ogen van kleine zoogdieren (inclusief kinderen). De larven die uit de eitjes komen beginnen het vlees aan te vreten en trekken daarbij meer schroefwormvliegen aan, die ook weer vleesetende larven produceren. De wond wordt steeds groter, hetgeen uiteindelijk, na een intense lijdensweg, resulteert in de dood. Ook dit punt van dierlijk leed is belangrijk omdat hierdoor een aantal theodicee’s niet werken, zoals hieronder duidelijk zal worden.
Het derde punt is dat het een *waarschijnlijkheidsargument* is. Het doel van dit argument is dus niet aan te tonen dat God *onmogelijk* kan bestaan, maar dat het *onwaarschijnlijk* is dat Hij bestaat. Eventuele andere argumenten *buiten dit argument om* zouden Zijn bestaan waarschijnlijk(er) kunnen maken, maar dat doet niets af aan de kracht van *dit* argument. De conclusie C1 geldt dan ook alleen wanneer *sec* naar dit argument gekeken wordt.
**Kritiek op mogelijke verdedigingen tegen het argument**
Er zijn verscheidene manieren om dit argument te bekritiseren. Ten eerste kan de theïst de *geldigheid* van de argumenten aanvallen: hij kan proberen aan te tonen dat de conclusie niet logisch volgt uit de premissen. Deze strategie is succesvol gebleken bij sommige versies van het logische argument, maar werkt mijns inziens niet bij deze versie van het waarschijnlijkheidsargument. Een andere strategie, die mogelijk meer perspectief biedt voor de theïst, is het aanvallen van de *waarheid van de premissen*. Met P2 zal hij waarschijnlijk geen moeite hebben (zie ook het citaat aan het begin van dit artikel), maar met P1 en P3 mogelijk wel. Hij kan beweren dat P1 niet waar is omdat er geen zinloos leed in de wereld is of dat wij dit niet kunnen weten. Ook kan hij beweren dat P3 niet waar is omdat er goede redenen zijn dat God veel en zinloos leed toestaat, waarmee hij een theodicee opstelt. Hieronder zal ik op deze mogelijkheden van kritiek ingaan.
**P1 klopt niet**
De theïst zou kunnen beweren dat het vele zinloze leed in de wereld slechts schijnbaar is. Er zijn wel redenen die het schijnbaar zinloze leed zinvol maken, maar die weten wij niet. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, is een veelgehoorde reactie. Deze kritiek kent echter een aantal problemen. Ten eerste is er *prima facie* veel en onnodig leed, dus de bewijslast ligt bij verdediger om aan te tonen dat al het *vermeende* zinloze leed *in werkelijkheid* zinvol is. *Prima facie* is een technische term die gebruikt wordt in de rechtspraak en filosofie en betekent letterlijk “eerste gezicht”. Het gaat hier om een bewijs of een stelling die *op het eerste gezicht* evident is, tenzij er tegenbewijs aangedragen kan worden. Aangezien vermoedelijk iedereen het er wel over eens is dat veel leed in de wereld *prima facie* zinloos is, is het aan de theïst om aannemelijk te maken dat dit schijnbaar zinloze leed in werkelijkheid zinvol is. Hij zal dus moeten uitleggen wat het doel kan zijn van het leed dat een verbrand hertje of een Tay-Sachs kindje moet doorstaan. Ik heb daar een theïst (nog) niet in zien slagen. Tot die tijd is dit dus geen sterke kritiek, maar er zijn meerdere problemen.
Een samenhangend probleem is dat het op deze manier onmogelijk wordt schijnbaar zinloos leed te onderscheiden van werkelijk zinloos leed. Stel dat veel leed daadwerkelijk zinloos is, hoe kan een theïst die voor deze kritiek kiest hier ooit achterkomen? Dat is onmogelijk. Ook is het vreemd dat God niet duidelijk maakt aan gelovigen wat het doel is van al dit schijnbaar zinloze leed. Is het niet redelijk dat de theïst dit mag verwachten van God, die voorgesteld wordt als een goede Vader?
Tot slot leidt de opvatting dat al het leed zinvol is tot de ethische vraag: waarom zouden we iets doen aan het slechts schijnbaar zinloze leed? Waarom zullen we ons bijvoorbeeld inzetten om de ziekte van Tay-Sachs te genezen? Als al dat leed bijdraagt aan een groter goddelijk doel, wie zijn wij dan om wat aan het leed te doen? Deze ethische onverschilligheid is inherent aan de kritiek op P1\. Aan zinvol leed doe je immers niets; je laat bijvoorbeeld de tandarts gewoon zijn werk doen als hij gaat boren, ook al lijd je daar even onder. Deze kritiek lijkt filosofisch misschien aantrekkelijk om onder het atheïstische argument uit te komen, maar ik denk dat geen enkele theïst kan leven met deze consequentie van zijn kritiek. Samenvattend houdt de kritiek op P1 geen stand: er is daadwerkelijk veel zinloos leed in de wereld.
**P3 Klopt niet**
De andere optie voor de theïst is te beweren dat P3 niet klopt: God is gerechtvaardigd om zinloos leed in de wereld toe te laten, ondanks zijn almacht, alwetendheid en algoedheid. De theïst zet hiermee een theodicee op, en dit is wat theïsten ook al lange tijd gedaan hebben. Laten we eens kijken hoe sterk deze theodicee’s zijn.
*Vrije wil*
Deze theodicee is waarschijnlijk de populairste. De redenering gaat over het algemeen als volgt: God heeft geen robots willen scheppen, maar mensen met een vrije wil, en vrije mensen kunnen keuzes maken die tot leed leiden. Er zijn echter verscheidene problemen met deze theodicee. Ten eerste werkt het niet bij natuurlijk leed. Niemand heeft ervoor gekozen dat een kind de ziekte van Tay-Sachs krijgt, evenmin dat er aardbevingen, tsunami’s en parasieten zijn. Ten tweede is het helemaal niet duidelijk waarom de *mogelijkheid* tot een verkeerde keuze zou moeten leiden tot het ook *daadwerkelijk uitvoeren* van die keuze. Ik zou iemand *kunnen* vermoorden (die vrije keuze heb ik), maar ik *doe* dat niet. Maakt mij dit minder vrij? Geenszins. Is Josef Fritzl vrijer dan normale mensen omdat hij zijn mogelijkheid tot gruweldaden ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd? Evenmin. Tot slot is vrije wil moeilijk te rijmen met alwetendheid: hoe vrij is onze keuze als God al weet wat wij zullen kiezen? Een alwetende God zou bijvoorbeeld weten dat Josef Fritzl deze gruweldaden zou begaan (God kent immers de toekomst), hoe kon Fritzl dan nog anders handelen dan hij deed? Wie keuzes wil maken moet dat ook wel *kunnen* (*ought implies can*), en dat is uiterst problematisch met een alwetende God.
*Leerweg/spirituele groei*
Ook dit is een populaire theodicee: God laat het leed toe zodat wij daarvan kunnen leren of dat het leidt tot spirituele groei. Theïst John Hick spreekt *van soul-making*. Wederom zijn er evenwel problemen. Ten eerste werkt dit *per definitie* niet bij zinloos leed. Leed dat leidt tot lering of spirituele groei is immers zinvol en valt per definitie dus niet onder P1 van het argument. Ook hier illustreert de ziekte van Tay-Sachs dit punt: het kindje leert niets van zijn lijdensweg noch kan er spiritueel door groeien, want het sterft zeer jong. Ook werkt spirituele groei niet bij dieren omdat die in de theïstische traditie niet geacht worden dit te kunnen. Ook zal veel leed bij dieren niet leiden tot lering, want veelal resulteert het leed in de dood. Tot slot is het vreemd dat spirituele groei *überhaupt* nodig is, zeker als het blijkbaar leed daarvoor noodzakelijk is. Waarom heeft een perfecte en almachtige God niet meteen volledig spiritueel volgroeide mensen geschapen?
*Groter goed*
Ook de stelling dat het leed leidt tot een groter goed is een veelgehoorde theodicee. Soms wordt dit vergeleden met een tapijt waarin een afbeelding is geweven: vanaf de onderkant lijkt het een onbegrijpelijke wirwar van gekleurde draadjes, maar van bovenaf zie je dat deze wirwar resulteert in een mooie afbeelding. Het grote probleem met deze theodicee is dat het *per definitie* niet werkt voor zinloos leed, en de theïst uitkomt op het bekritiseren van P1, met alle problemen van dien (zie hierboven).
*Duivel*
Een theodicee die onder de wat orthodoxere gelovigen populair is, is het leed in de wereld toe te schrijven aan de Duivel. Het is niet God die dit leed veroorzaakt, maar satanische machten die dat doen. De grote vraag hierbij is echter: waarom staat God dit toe? Een almachtige God is volledig soeverein. Als de Duivel al macht heeft, dan heeft hij dit omdat God dit wil. God blijft dus (eind)verantwoordelijk voor het leed dat de Duivel veroorzaakt. Deze theodicee lost dus niets op.
*Zondeval*
Deze theodicee is al oud, Paulus schreef in Rom. 5:12 al dat door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood. God had de wereld (zeer) goed geschapen (Gen. 1), maar door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva is het mis gegaan. De schepping werd gebroken en leed kwam in de wereld. Hier zijn drie problemen mee. Het eerste is dat we op grond van de huidige wetenschappelijke kennis weten dat de zondeval een mythe is: er zijn nooit twee eerste mensen geweest (maar een geëvolueerde menselijke populatie) en de dood was er al ver voor de eerste mensen op aarde waren, zoals het fossielenbestand duidelijk laat zien. Maar ook al zou het geen mythe zijn -en dit is het tweede probleem-, is het rechtvaardig dat wij nu moeten lijden voor wat onze vermeende verre voorouders gedaan hebben? Het is onrechtvaardig iemand te straffen voor iets waar hij zelf geen invloed op heeft gehad, maar volgens deze theodicee is dit precies wat God heeft gedaan: wij zitten met de ellende vanwege de ongehoorzaamheid van Adam en Eva. Tot slot ontstaan ook hier problemen met Gods alwetendheid. Hij wist immers dat Adam en Eva zouden zondigen, maar toch heeft hij hen zó gemaakt dat ze het zouden doen. Hoe konden ze ook anders, als God in Zijn alwetendheid al wist dat dit zou gebeuren?
*Straf*
Een hele Bijbelse theodicee is dat leed een straf van God is; deze opvatting staat vooral in de profetische boeken. Als mensen zich goddeloos gedragen, is God gerechtvaardigd hen daarvoor te straffen. Hoe plausibel is dit? Zoals sommige Bijbelschrijvers al doorhadden, treft het leed ook de vromen, niet alleen de goddelozen. Tegenwoordig is dit ook voor iedereen duidelijk: kanker, tsunami’s en aardbevingen maken geen onderscheid tussen vromen en goddelozen. Niets wijst er dus op dat leed een straf is voor goddeloos gedrag, want het treft de vromen net zo hard. Daarnaast is de ernst van het leed niet proportioneel met de vermeende overtreding. Wat kan een klein kind voor iets vreselijks gedaan hebben dat het aan zoiets vreselijks als de ziekte van Tay-Sachs moet sterven? Tot slot is er geen enkel bewijs dat God direct ingrijpt om mensen te straffen, zoals gebruikelijk is in de Bijbel. Waarom worden slechte daden tegenwoordig niet door goddelijk ingrijpen gestraft, maar in Bijbelse tijden wel?
*Apocalyps*
Een andere oude theodicee is die van het Eind der Tijden, de Apocalyps. Deze tijd wordt beheerst door kwaadaardige machten, maar snel zal God ingrijpen om orde op zaken te stellen en het goede voorgoed laten overwinnen op het kwade. Deze opvatting komt veel in het Nieuwe Testament voor, en dat laat meteen het probleem ermee zien: mensen geloven al sinds het begin van onze jaartelling dat het einde der tijden nabij is. Nu leven we 2000 jaar later en nog steeds is er niets gebeurd, en het ziet er ook niet naar uit dat er snel iets gaat gebeuren. Waarom zouden we deze theodicee dan nog au sérieux nemen? Daarnaast laat deze theodicee onverklaard waarom God al het *huidige* zinloze leed toestaat en waarom ook andere dieren moeten lijden.
*Rechtvaardiging na de dood*
Volgens deze theodicee zal er een ultieme rechtvaardiging na de dood komen: de vromen zullen naar de hemel gaan waarin geen leed is, de goddelozen naar de hel waarin ze eeuwig gestraft zullen worden. Ook hier zijn echter verscheidene problemen mee. Ten eerste is het gezien de huidige kennis van de neurowetenschappen zeer onwaarschijnlijk dat we de lichamelijke dood kunnen overleven, zoals ik [hier](StofZijtGij.pdf) (PDF-bestand) heb betoogd. Er kan dus geen rechtvaardiging ná de dood zijn. Daarnaast stelt een hemel waarin geen leed is de gelovige voor een lastige vraag: als het blijkbaar mogelijk is om zonder leed te leven, waarom heeft God dat niet meteen gedaan? Waarom eerst dit aardse leven met al dat leed? Tot slot laat ook deze theodicee onverklaard waarom God al het *huidige* zinloze leed toestaat en waarom ook andere dieren moeten lijden.
*Geloofstest*
Het leed in de wereld als test van het geloof staat centraal in het boek Job: God laat de satan testen of Job Hem trouw blijft als hij wordt getroffen door zeer veel leed. Afgezien van het feit dat dit nogal sadistisch is, is het onzinnig als God alwetend is. Een alwetende God weet immers de uitkomst van de test al, wat de test onnodig maakt. Een ander probleem is dat je op grond hiervan zou verwachten dat gelovigen meer leed te verduren zouden krijgen dan ongelovigen, die hoeven immers niet getest te worden. Dit is echter niet het geval. Tot slot leidt leed soms tot de dood, bijvoorbeeld in het geval van een ernstige ziekte. Wat is dan het nut van zo’n geloofstest?
**Conclusie**
De grote hoeveelheid onnodig leed in de wereld is reëel en te verwachten in een wereld zonder God, maar niet in een wereld met God. De theodicee’s zijn niet overtuigend en kunnen het argument dus niet ontkrachten. Het leed in de wereld is derhalve een overtuigend argument tegen het bestaan van God en dus een goed argument voor atheïsme.
**Hoe gaat een atheïst met het leed om?**
Een atheïst hoeft het vele zinloze leed in de wereld niet te rijmen met het bestaan van God, maar dat betekent natuurlijk niet dat dit leed voor hem niet bestaat. Hij wil dit leed zo veel mogelijk bestrijden en waar het toch bestaat proberen te verzachten, des te meer omdat dit het enige leven is dat er is. Hij hoeft zich hierbij niet te geremd te voelen door een vermeend ondoorgrondelijk doel van dit leed: als het leed zinloos lijkt, moet je er wat aan proberen te doen. Hij meent dat we hiervoor alleen op onszelf en onze medemensen aangewezen zijn, niet op God.
**Literatuur**
Over dit onderwerp is zeer veel geschreven, zowel vanuit theïstisch als atheïstisch perspectief, onder andere door de moderne wijsgeren die in de inleiding genoemd worden. Voor atheïstisch perspectief kan ik in het bijzonder de volgende literatuur aanbevelen:
\- Bart Ehrman, *God’s problem: How the Bible Fails to Answer Our Most Important Question--Why We Suffer* (HarperOne, 2008)
\- Nicholas Everitt, *The non-existence of God* (Routledge, 2004), hoofdstuk 12
\- Daniel Howard-Snyder (ed.), *The Evidential Argument from Evil* (Indiana UP, 1996)
\- David Hume, *Dialogues concerning natural religion* (verschillende uitgevers, oorspronkelijk postuum uitgegeven in 1779), hoofdstuk X-XI
\- http://www.infidels.org/library/modern/nontheism/atheism/evil.html
### Wetenschapsorganisaties over evolutie en religie
URL: https://www.deatheist.nl/wetenschapsorganisaties-over-evolutie-en-religie/
Last updated: 2009-05-05T11:50:20.000Z
In de Engelstalige blogwereld is een interessante discussie gaande over wat wetenschapsorganisaties zeggen over de verhouding tussen wetenschap en religie, en in het bijzonder evolutie en christendom. Amerikaanse organisaties als de National Academy of Sciences (NAS) en de National Center for Science Education (NCSE) beweren dat evolutie en christendom (en wetenschap en religie in het algemeen) prima samengaan. Bioloog Jerry Coyne schreef hierover [een stuk](http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2009/04/22/truckling-to-the-faithful-a-spoonful-of-jesus-helps-darwin-go-down/?ref=deatheist.nl) op zijn blog waarin hij dit bekritiseerde en beargumenteerde dat dergelijke organisaties zich moeten onthouden van dit soort uitspraken. Atheïsten als bioloog [PZ Myers](http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/jerry%5Fcoyne%5Flobs%5Fanother%5Fbomb.php?ref=deatheist.nl), filosoof [Russell Blackford](http://metamagician3000.blogspot.com/2009/04/jerry-coyne-on-science-organisations.html?ref=deatheist.nl) en biochemicus [Larry Morgan](http://sandwalk.blogspot.com/2009/04/trouble-with-ncse.html?ref=deatheist.nl) sloten zich bij Coyne aan. Daarop volgde [een reactie](http://pandasthumb.org/archives/2009/04/generals-who-do.html?ref=deatheist.nl) van Richard Hoppe, ook een atheïst, die in het verweer kwam tegen deze kritiek. [PZ Myers](http://scienceblogs.com/pharyngula/2009/04/foot%5Fsoldiers%5Fwho%5Flack%5Fvision.php?ref=deatheist.nl) en een aantal anderen repliceerden Hoppe, die daar weer op [dupliceerde](http://pandasthumb.org/archives/2009/04/let-me-try-agai.html?ref=deatheist.nl), waarbij hij deels inbond. [PZ Myers](http://pandasthumb.org/archives/2009/04/weekend-update.html?ref=deatheist.nl) reageerde daar weer op, wat de discussie tot een soort van einde bracht, al wordt er hier en daar nog steeds over geblogd.
Dit is een interessante discussie omdat het om een belangrijke vraag gaat, zeker in de VS: moeten wetenschappelijke organisaties uitspraken doen over de relatie tussen wetenschap, evolutie in het bijzonder, en religie?
Over de verzoenbaarheid van wetenschap en religie zijn grosso modo drie standpunten:
1. Wetenschap en religie gaan niet samen en wetenschap trekt aan het kortste eind. Veel orthodoxere gelovigen, die veelal creationist zijn, kiezen voor dit standpunt. Soms beweren ze dat hun opvattingen wetenschappelijk onderbouwd zijn, maar de wetenschapswereld weet wel beter.
2. Wetenschap en religie gaan niet samen en religie trek aan het kortste eind. Veel atheïstische wetenschappers en filosofen huldigen deze opvatting. Bekend zijn Richard Dawkins en in ons eigen land Herman Philipse. Ik reken mijzelf ook hiertoe.
3. Wetenschap en religie gaan prima samen, ze hebben beide hun eigen domein waarover ze uitspraken doen of hebben beide hun eigen kijk op de werkelijkheid. Veel theïstische wetenschappers en theologen staan hier. Bekend zijn wetenschappers als Kenneth Miller en Cees Dekker en theologen John Haught en in ons land Taede Smedes.
Standpunt 1) is antiwetenschappelijk, maar 2) en 3) beide niet. Een wetenschapsorganisatie kan dus nooit achter 1) staan, maar hoe zit het met 2) en 3)? Amerikaanse wetenschapsorganisaties kiezen veelal voor 3), zoals hieronder zal blijken, maar moeten wetenschapsorganisaties hierover überhaupt uitspraken doen?
Laten we eens kijken naar wat Amerikaanse wetenschapsorganisaties hierover schrijven. De [NAS](http://nationalacademies.org/evolution/Compatibility.html?ref=deatheist.nl) schrijft hierover:
> *"Acceptance of the evidence for evolution can be compatible with religious faith. Today, many religious denominations accept that biological evolution has produced the diversity of living things over billions of years of Earth’s history. Many have issued statements observing that evolution and the tenets of their faiths are compatible. Scientists and theologians have written eloquently about their awe and wonder at the history of the universe and of life on this planet, explaining that they see no conflict between their faith in God and the evidence for evolution. Religious denominations that do not accept the occurrence of evolution tend to be those that believe in strictly literal interpretations of religious texts."*
en in [dit](http://www.nap.edu/openbook.php?record%5Fid=5787&page=58&ref=deatheist.nl) document:
> "*Can a person believe in God and still accept evolution? Many do. Most religions of the world do not have any direct conflict with the idea of evolution. Within the Judeo-Christian religions, many people believe that God works through the process of evolution. That is, God has created both a world that is ever-changing and a mechanism through which creatures can adapt to environmental change over time. At the root of the apparent conflict between some religions and evolution is a misunderstanding of the critical difference between religious and scientific ways of knowing. Religions and science answer different questions about the world. Whether there is a purpose to the universe or a purpose for human existence are not questions for science. Religious and scientific ways of knowing have played, and will continue to play, significant roles in human history. No one way of knowing can provide all of the answers to the questions that humans ask. Consequently, many people, including many scientists, hold strong religious beliefs and simultaneously accept the occurrence of evolution*."
Ze vermelden dat evolutie en geloof compatibel kunnen zijn en dat dit voor velen ook zo is –wat natuurlijk waar is-, maar niet ook dat ze dat volgen velen *niet* zijn. Ook blijkt de acceptatie van evolutie door wereldreligies vaak in de praktijk nogal tegen te vallen, getuige de enquêtes over acceptatie van evolutie onder gelovigen. De relatie tussen wetenschap en religie wordt als een “ogenschijnlijk conflict” (“apparent conflict”) voorgesteld, terwijl het volgens velen gaat om een *reëel* conflict. Ook wordt er gesteld dat religie een manier van kennisverwerving is (religious way of knowing), wat een *theologisch/filosofische* uitspraak is die op z’n minst discutabel is.
Ook de NCSE is een dergelijk opvatting toegedaan. Deze organisatie heeft als doel onderwijs in evolutie te ondersteunen en te verbeteren. Ze spelen tevens een belangrijke rol in de strijd tegen het creationisme, tot in de rechtszaal aan toe. Dat doen ze uitstekend en daarvoor verdienen ze alle lof. Maar ook zij kiezen expliciet voor standpunt 3), zoals hieruit blijkt:
> *"In public discussions of evolution and creationism, we are sometimes told that we must choose between belief in creation and acceptance of the theory of evolution, between religion and science. But is this a fair demand? Must I choose only one or the other, or can I both believe in God and accept evolution? Can I both accept what science teaches and engage in religious belief and practice? This is a complex issue, but theologians, clergy, and members of many religious traditions have concluded that the answer is, unequivocally, yes."*
En velen concluderen ook *unequivocally no*, maar dat wordt niet vermeld. Ook [de boeken](http://ncseweb.org/religion/bibliography-theology-evolution?ref=deatheist.nl) die de NSCE over deze kwestie aanraadt, bevat wel boeken die evolutie en geloof proberen te verzoenen (van auteurs als Collins, Haught en Polkinghorne), maar geen boeken van auteurs die menen dat ze strijdig zijn (zoals Dawkins, Dennett en Grayling).
Voor zover ik weet heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) geen officieel standpunt over wetenschap en religie, al hebben ze er debatten over georganiseerd (wat mij overigens prima lijkt). Wel heeft voormalig president van de KNAW Pieter Drenth een [opiniestuk](http://www.trouw.nl/opinie/podium/article1911762.ece/%5F%5FHoud%5FGod%5Fen%5FDarwin%5Fgescheiden.html?ref=deatheist.nl) geschreven waarin hij standpunt 3) kiest, maar dit deed hij op persoonlijke titel.
Wat mijn inziens cruciaal is in deze kwestie, is om te beseffen dat zowel standpunt 2) als 3) *filosofische* posities zijn, en *geen wetenschappelijke*. Het standpunt dat wetenschap en religie prima samengaan, wordt vaak voorgesteld als een wetenschappelijk neutrale positie, maar dat is het niet. Het is überhaupt geen *wetenschappelijke* positie. Het is dan ook onjuist dat wetenschapsorganisaties expliciet een filosofisch positie innemen door voor standpunt 3) te kiezen. Daarnaast geven ze een vertekend beeld door *wel* wetenschappers aan te halen die het compatibiliteitsstandpunt verdedigen, maar *niet* die het conflictstandpunt verdedigen. Daar komt nog bij dat er onder topwetenschappers [veel meer](http://www.stephenjaygould.org/ctrl/news/file002.html?ref=deatheist.nl) atheïsten dan gelovigen zijn. Vooral onder [topevolutiebiologen](http://www.americanscientist.org/issues/pub/evolution-religion-and-free-will/1?ref=deatheist.nl) zijn bijzonder weinig gelovigen en bijna niemand van hen denkt dat evolutie en religie een harmonieuze relatie hebben. Dit wijst op een negatieve correlatie tussen acceptatie van wetenschap (en evolutie in het bijzonder) en acceptatie van geloof, in tegenstelling tot wat de aangehaalde wetenschapsorganisaties willen doen geloven.
Wat zouden ze dan wel moeten doen? Moeten ze dan standpunt 2) kiezen? Nee, ze moeten *geen* standpunt in dezen kiezen, en dat is ook wat Coyne en de zijnen voorstellen. Wetenschapsorganisaties moeten uitspraken doen over wetenschap, niet over theologie en filosofie. Mensen die worstelen met deze kwestie kunnen ze verwijzen naar geestelijken of filosofen. Als ze toch een antwoord willen geven op de vraag naar de compatibiliteit tussen religie en wetenschap, dan moeten ze ook zo eerlijk zijn om te wijzen op het feit dat vele wetenschappers menen dat ze *niet* verenigbaar zijn.
In het onderwijs doet een dergelijke situatie zich voor. Wat moet je als docent met deze kwestie in de wetenschapslessen? Wat moet je met een student die zegt dat wat jij onderwijst strijdig is met zijn religieuze overtuigingen? Ik heb dit zelf meegemaakt en denk dat het juiste antwoord hetzelfde is als hierboven: in wetenschapslessen doe je uitspraken over wetenschap, niet over filosofie en theologie. Als je het tijdens de lessen wilt benoemen, geef dan aan dat verschillende mensen daar verschillend over denken, zonder zelf een bepaald standpunt daarover in te nemen of de discussie aan te gaan. Natuurlijk kun je *buiten* de lessen daarover prima discussiëren en je eigen mening daarover vertellen, zo lang maar duidelijk blijft dat dit filosofische/theologische uitspraken zijn, en geen wetenschappelijke. Tijdens filosofie-, levensbeschouwing- of godsdienstlessen ligt dat natuurlijk anders, dat zijn de ideale gelegenheden om dit soort kwesties te bespreken en te bediscussiëren.
### De kersttoespraak van 'onze' koningin
URL: https://www.deatheist.nl/de-kersttoespraak-van-onze-koningin/
Last updated: 2008-12-25T00:00:00.000Z
Zoals elk jaar hield de koningin der Nederlanden ook dit jaar weer een kersttoespraak. Daarin blikt ze terug op het afgelopen jaar en spreekt ze bemoedigende woorden voor het komende. Daar is natuurlijk niets mis mee, het gaat in principe alle Nederlanders aan. Helaas vindt ze het ook altijd nodig om haar eigen christelijke overtuiging daarbij te verkondigen. [Dit jaar](http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=27978&ref=deatheist.nl) sloot ze af met de woorden:” Generaties gaan, generaties komen; maar in Gods liefde blijven wij allen opgenomen.”
De toespraken van voorgaande jaren zijn terug te vinden op de [website](http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=4072&ref=deatheist.nl) van het koninklijk huis. Ook daarin heeft onze vorstin steevast gerefereerd aan de christelijke boodschap, zoals een kleine greep daaruit laat zien. In [2006](http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=17228&ref=deatheist.nl) sprak ze: “In het Kerstfeest vieren we dat het woord van God doorklinkt in donkere tijden en ons wil verlichten als een lamp op onze levensweg. Elke dag ervaren wij de kracht van het woord.”, in [2005](http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=12210&ref=deatheist.nl) “Het bijzondere van het kerstkind is dat het ons allen kan ontroeren en met vreugde vervullen.” en in [2004](http://www.koninklijkhuis.nl/content.jsp?objectid=4087&ref=deatheist.nl) “Jezus' geboorte en de weg die Hij is gegaan, richten ons oog op dat wat het leven inhoud geeft en waarde.”
Wat is hier mis mee? Heeft niet ook de koningin vrijheid van meningsuiting, waardoor ze dergelijke zaken mag verkondigen? Nee, want zij spreekt hier niet als persoon, maar uit hoofde van haar functie als staatshoofd van *alle* Nederlanders, en dat zijn al lang niet alleen maar christenen. Het “wij”, “allen” en “ons” uit haar toespraken behoren te slaan op alle Nederlanders, niet op alleen het christelijke deel daarvan. Van de bijna 16,5 miljoen inwoners die ons land nu telt, is slechts iets meer dan 7 miljoen christelijk, zoals blijkt uit een [rapport](http://www.wrr.nl/content.jsp?objectid=3840&ref=deatheist.nl) van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Daarnaast zijn bijna 1 miljoen Nederlanders moslim en behoort een kleine half miljoen tot overige religies. Dan blijven er nog ongeveer 8 miljoen Nederlanders over die niet tot een bepaalde religieuze club behoren. Beatrix spreekt met haar christelijke boodschap dus nog niet eens tot de helft van alle mensen waarvan zij het staatshoofd is.
Daarnaast zou zij als staatshoofd kerk en staat gescheiden moeten houden, zoals dat hoort in een seculiere natie, zoals de onze pleegt te zijn. Volgens de grondwet zijn de ministers verantwoordelijk voor wat de koningin doet en zegt, zij is immers onschendbaar. Met deze toespraak spreekt onze regering dus indirect een christelijke boodschap uit, hetgeen ongepast en onwenselijk is.
Misschien komt er met haar opvolger, prins Willem Alexander, een einde aan het koninklijke gepreek en zal deze koning zich eindelijk gaan richten tot *alle* Nederlanders. Gezien het christelijke verleden van ons koningshuis acht ik de kans echter klein, maar laten we juist met kerst de hoop niet verliezen.
Ik wens iedereen een gezellig en prettig midwinterfeest toe, want daarin vindt ook het Kerstfeest uiteindelijk zijn [oorsprong](Kerst.htm)!
### De inhoud van “Evolutie of schepping?” onder de loep
URL: https://www.deatheist.nl/de-inhoud-van-evolutie-of-schepping-onder-de-loep/
Last updated: 2008-11-30T00:00:00.000Z
Er is reeds aardig wat aandacht besteed aan het foldertje “[Evolutie of schepping? Wat geloof jij?](http://www.creatie.info/books/bookid/3?ref=deatheist.nl)”, dat [een groep creationisten](http://www.creatie.info/?ref=deatheist.nl) in februari 2009 bij zes miljoen Nederlandse huizen in de bus wil gaan doen. De reacties zijn wisselend. Vanuit conservatief christelijke kring is het initiatief voornamelijk toegejuicht, zoals onder andere blijkt uit [een aantal stukken](www.refdag.nl/dossier/3059/Darwinjaar.html) uit het Reformatorisch Dagblad hierover. Vanuit liberaal christelijke kring en van de wetenschappelijk onderlegden is er vooral kritiek. Beide reacties zijn begrijpelijk. Het volledig accepteren van evolutie heeft behoorlijke consequenties voor traditionele doctrines uit het christelijk geloof, waaronder de historiciteit van Adam en Eva, de zondeval, het evenbeeld Gods waarnaar de mens geschapen zou zijn en de goedheid van Gods schepping. Vooral conservatieve christenen zijn niet bereid dergelijke doctrines op te geven of ze ten minste in een ander licht te plaatsen. Ik ben al eens [eerder](HoudbaarheidTE.htm) uitgebreid op deze problematiek ingegaan en zal dat hier verder niet doen.
Anderzijds is de inhoud van het foldertje wetenschappelijk gezien compleet onhoudbaar, waardoor een wetenschappelijk onderlegde christen niets anders kan doen dan met kritiek komen. In dit stuk wil ook ik mij voornamelijk richten op de inhoud van het foldertje. Daarmee is namelijk van alles mis. Niet alleen bevat het een aantal suggestieve opmerkingen over wetenschap en evolutie, maar ook de nodige feitelijke onjuistheden. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is de inhoud volstrekte kolder. Het foldertje moet dan ook gezien worden als een poging tot het winnen van zieltjes van onwetende en goedgelovige mensen, niet als serieuze wetenschappelijke kritiek.
Het eerste punt dat gemaakt wordt is “Hoe we feiten uitleggen hangt af van wat we er over weten.” Hiermee wordt de suggestie gewekt, zoals ook in de rest van de folder duidelijk wordt, dat evolutiebiologen en creationisten op gelijke *gelovige* voet staan omdat ze slechts verschillen van interpretatie, terwijl ze hetzelfde waarnemen. Er is alleen sprake van een andere ‘bril’, zoals de auteurs illustreren met een plaatje. Dit is misleidend omdat niet elke interpretatie even houdbaar is. De interpretatie van creationisten wordt afgewezen in de wetenschappelijke wereld omdat ze in strijd is met heel veel kennis uit meerdere wetenschappelijke disciplines naast de evolutiebiologie (waaronder de geologie, astronomie, natuurkunde en geschiedkunde). De creationistische 'interpretatie' is ook afhankelijk van bovennatuurlijke verklaringen, hetgeen in de wetenschap niet geaccepteerd wordt.
Een ander plaatje dat hierbij gebruikt wordt, is ook erg suggestief. De persoon die naar de levende natuur kijkt als schepping wordt afgebeeld met een roze hart, maar de persoon die naar de levende natuur kijkt als het product van evolutie wordt afgebeeld met een donkergrijs hart. Wat de schrijvers ook duidelijk willen maken over iemand die evolutie accepteert, het is niet positief. Een tussenweg is blijkbaar evenmin mogelijk volgens hen, terwijl heel veel christenen de levende natuur zien als de door evolutie geproduceerde schepping.
Vervolgens wordt er een onderscheid gemaakt tussen “technische wetenschap” en “historische wetenschap”. Bij de eerste zijn herhaalbare experimenten mogelijk, bij de tweede niet. Volgens de schrijvers hangt de tweede soort sterk af van hoe je er naar kijkt. Evolutie wordt tot de “historische wetenschap” gerekend, implicerend dat het slechts een manier van kijken is. Hiermee zijn verscheidene dingen mis.
Ten eerste is de evolutiebiologie niet alleen een historische wetenschap. In vele laboratoria ter wereld worden experimenten gedaan waarin evolutie in herhaalbare experimenten wordt onderzocht (zoals het werk van de [onderzoeksgroep van Richard Lenski](http://myxo.css.msu.edu/index.html?ref=deatheist.nl)). Ten tweede kan ook historisch onderzoek betrouwbare kennis opleveren doordat ook *indirecte* waarneming mogelijk is. Door sporen uit het verleden te onderzoeken, is het vaak mogelijk te reconstrueren wat er in het verleden gebeurd is. Alle historici werken op deze manier, maar ook rechercheurs als ze een misdrijf willen oplossen waarbij ze niet zelf aanwezig waren. Als een evolutiebioloog onderzoek doet naar het evolutionaire verleden, is zijn werk [sterk vergelijkbaar met dat van een rechercheur](EvoDetective.pdf).
In het volgende stukje wordt de lezer gevraagd of het ontstaan van de mens uit een eencellige klopt “met wat je normaal om je heen ziet”. Natuurlijk klopt dit niet, dit proces heeft 3,5 miljard jaar geduurd! Grote uiterlijke evolutionaire veranderingen kosten in de meeste gevallen vele duizenden of miljoenen jaren. De veranderingen gaan te langzaam om in korte tijd te observeren. De vraag die hier gesteld wordt, is hierdoor vergelijkbaar met de vraag of het klopt dat je vingernagels groeien als je er voor een minuut naar kijkt. Gelukkig zijn er [meer dan genoeg](http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/?ref=deatheist.nl) indirecte waarnemingen die laten zien dat al het leven aan elkaar verwant is en uiteindelijk van eencelligen afstamt. Tot slot wordt evolutie voorgesteld als één lijn van eencellige naar mens, hetgeen een sterk [verouderd](http://evolutie.blog.com/4055834/?ref=deatheist.nl) en [onjuist](http://evolutie.blog.com/4055853/?ref=deatheist.nl) beeld van evolutie geeft.
Vervolgens wordt er ingegaan op fossielen, die op een bepaalde manier in de aardkorst voorkomen (in de oudste lagen alleen eencelligen en complexere organismen naarmate de lagen jonger worden). Ook hier wordt gesuggereerd dat het slechts een kwestie van interpretatie is. Volgens evolutiebiologen en geologen zijn de aardlagen en de fossielen erin veelal gedurende vele miljoenen jaren ontstaan. Volgens de creationisten zijn de fossielen het gevolg van één grote natuurramp (de Bijbelse zondvloedmythe natuurlijk). Hoe slimmer de dieren waren, hoe langer ze voor het wassende water konden vluchten naar hogere gebieden om zo in hogere (= meestal jongere) aardlagen terecht te komen.
Met deze ‘interpretatie’ van het fossielenbestand is een bijna eindeloze hoeveelheid problemen. Er is dan ook zo goed als geen enkele geoloog die dit serieus neemt. Gras kan bijvoorbeeld moeilijk vluchten voor het wassend water, maar toch komt het niet voor in de onderste oudste (= meestal onderste) aardlagen. Ook is er geen enkel spoor van mensen of andere zoogdieren te vinden in de onderste aardlagen, terwijl toch ten minste een paar van hen niet naar hogere gebieden zouden hebben kunnen vluchten (zoals oude en ernstige zieke mensen/dieren). Ook huizen en andere menselijke voorwerpen treffen we uitsluitend aan in de meest recente aardlagen, en ook deze konden natuurlijk niet vluchten, noch allemaal meegenomen worden. Tot slot zouden de aardlagen allemaal ongeveer even oud moeten zijn als ze door één grote vloed zijn ontstaan, maar dat zijn ze niet, zoals uit heel veel geologische onderzoek is gebleken.
Ook de fossiele bomen die door meerdere aardlagen heen steken kunnen natuurlijk niet onbesproken blijven. Volgens de creationisten is dit een probleem voor de evolutietheorie omdat “De evolutietheorie veronderstelt dat de aardlagen gedurende miljoenen jaren gevormd zijn.”. Ten eerste wordt dit niet verondersteld door de evolutietheorie: de ouderdom van aardlagen wordt *bepaald* door deugdelijk onderzoek door *experts* in *gespecialiseerde laboratoria*. Ten tweede worden aardlagen niet per definitie gevormd gedurende miljoenen jaren, maar kunnen ze ook snel ontstaan door bijvoorbeeld (periodieke) lokale overstromingen of vulkaanuitbarstingen. Dit is uitgebreid onderzocht door geologen en er is veel over bekend. Op deze manier kunnen ook bomen die door meerdere aardlagen heen steken worden verklaard, zoals [hier](http://www.talkorigins.org/faqs/polystrate/trees.html?ref=deatheist.nl) wordt uitgelegd.
De laatste aanval in het foldertje op de evolutiebiologie zijn de embryonale overeenkomsten. In het foldertje staat dat de overeenkomsten slechts gebaseerd zijn op de onnauwkeurige tekeningen van Ernst Haeckel, en niet op de werkelijkheid. Ook dit is [onjuist](http://ncseweb.org/creationism/analysis/icon-4-haeckels-embryos?ref=deatheist.nl), de embryonale overeenkomsten bestaan wel degelijk. Een mooi voorbeeld daarvan is de embryonale staart, die uitsteekt achter de zich ontwikkelende achterpoten. Alle dieren met poten hebben zo’n embryonale staart, ook als ze die niet meer hebben als ze geboren zijn, zoals wij. Op deze [foto’s en scans](http://embryo.soad.umich.edu/carnStages/stage16/stage16.html?ref=deatheist.nl) is dat duidelijk te zien bij de mens. Opmerkelijk genoeg is van die staart niets terug te zien in het plaatje hierover uit het foldertje, terwijl die naar eigen zeggen gemaakt is “naar een foto van echte embryo’s”. Deze creationisten doen dus hetzelfde als waarvan ze Haeckel beschuldigen: het onjuist weergeven van embryo’s in tekeningen.
Aan het einde van het foldertje wordt nog eens duidelijk dat de auteurs puur religieus gemotiveerd zijn, niet wetenschappelijk. Ze sluiten af met een stuk over Gods vermeende liefde voor de mens en stellen dat er volgens de evolutietheorie geen antwoord bestaat op vragen als “Waar kom ik vandaan?, Waarom ben ik hier? en Waar ga ik heen als ik sterf?”. Dit zijn vragen die deels wetenschappelijk en deels filosofisch of religieus van aard zijn. Het is aan ieder mens daar op zijn eigen manier mee om te gaan. Dat kan zowel met of zonder de acceptatie van evolutiebiologische kennis.
### Geloof en wetenschap: zeker een heet hangijzer
URL: https://www.deatheist.nl/geloof-en-wetenschap-zeker-een-heet-hangijzer/
Last updated: 2008-11-09T00:00:00.000Z
Hete hangijzers is een nu lopende serie discussieavonden, georganiseerd door de gezamenlijke kerken over de spreekwoordelijke hete hangijzers waarmee moderne christenen geconfronteerd worden. Initiatiefnemer is de inmiddels bekende natuurkundige Cees Dekker. De avonden zijn vrij toegankelijk en worden gehouden in de Delftse Zuiderkerk (Achterom 46), met onderwerpen variërend van de hel tot het probleem van het lijden en van homoseksualiteit tot wetenschap en geloof. Dit laatste onderwerp, wetenschap en geloof, werd besproken op dinsdagavond 4 november. Ik denk dat dit met recht een heet hangijzer genoemd kan worden: er zijn vele boeken over volgeschreven, het heeft geleid tot vele (verhitte) discussies en er zijn zelfs rechtszaken over gevoerd (creationisme in de VS).
Deze avond bestond, net als de andere avonden, uit de voordrachten van twee sprekers, waarna de gelegenheid bestond de sprekers vragen te stellen. De hele avond is opgenomen en [hier](http://www.hetehangijzers.nl/bestanden/4november%5Fhetehangijzers%5Fgeloof%5Fen%5Fwetenschap.zip?ref=deatheist.nl) als zip-bestand te downloaden. De eerste spreker was Ard Louis, een sympathieke (uit Nederlandse ouders geboren) natuurkundige van de Oxford Universiteit. De tweede spreker was de emeritus hoogleraar natuurkunde Arie van den Beukel, een van de grote namen in Nederland op het gebied van wetenschap en geloof. Met twee van zulke eminente wetenschappers moet zo’n avond wat de wetenschap betreft wel goed zitten.
Opvallend was dat Louis expliciet de 'God van de gaten' afwees: je moet niet met God op de proppen komen als we iets niet begrijpen. Dit is opmerkelijk, want de gehele stroming van *Intelligent Design* is op dit gedachtegoed gebaseerd. In Nederland is dit gedachtegoed vooral gepropageerd door Cees Dekker en de zijnen, onder andere in het boek ‘Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp' (Ten Have, 2005). Gelukkig heeft Cees Dekker hier sinds kort afstand van genomen: hij [gelooft nu](http://www.refdag.nl/artikel/1370886/Uitleg+Dekker+als+theistisch+evolutionist.html?ref=deatheist.nl) dat God de evolutie via natuurlijke processen heeft geleid, in theïstische evolutie dus (zie [hier](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/) voor een kritiek van mij op theïstische evolutie). Arie van den Beukel heeft zich lovend uitgelaten over de Intelligent Design-klassieker 'Darwin’s Black Box' van Michael Behe in het voorwoord van de Nederlandse vertaling ('De zwarte doos van Darwin' (Ten Have, 1997)). Ook sprak Louis lovend over Francis Collins, maar ook deze gaat uit van een 'God van de gaten' door te beweren dat er voor moraal geen goede evolutionaire verklaringen zijn en deze dus wel een goddelijke oorsprong moet hebben.
Omdat Louis niet in een 'God van de gaten' gelooft, zegt hij dat Gods hand niet terug te zien is in wat we *niet* begrijpen, maar juist in wat we *wel* begrijpen. Hij weersprak dan ook dat als we ergens een verklaring voor hebben, dit niet betekent dat God er niet ook nog achter kan zitten. Hij gaf als analogie dat wanneer water staat te koken, je dit kunt verklaren vanuit natuurkundige principes (mechanisme), maar ook vanuit een betekenis (ik heb zin in een kopje thee). Dit is natuurlijk zo, maar lang niet alles heeft naast een mechanistische verklaring ook een betekenis. De manier waarop schelpen geordend worden op het strand, is niet gedaan met een betekenis, maar puur het gevolg van bepaalde mechanismen. De vraag die je je dan ook altijd moet stellen is of er evidentie (*evidence*) is van een betekenis. In het geval van kokend water in de keuken is dat er zeker, maar waarom zouden we een betekenis aan het universum geven, naast de fysische mechanismen? Dat *mensen* ergens betekenis aan kunnen geven is duidelijk, maar waar is de evidentie betekenis *buiten* het menselijk handelen? Dat is de vraag die Louis had moeten beantwoorden. Tot dan toe is zijn opvatting dat we God naast natuurkundige principes mogen postuleren net zo overbodig en ongeloofwaardig als dat we Poseidon naast plaattektoniek postuleren ter verklaring van aardbevingen.
Ook viel hij het sciëntisme (door Louis 'wetenschapisme' genoemd) aan, de opvatting dat de wetenschappelijke methode de enige betrouwbare bron van kennis is. Hij bekritiseert dit met het klassieke weerwoord dat je niet van je partner houdt omdat je daar wetenschappelijk onderzoek naar gedaan hebt. Dat is natuurlijk zo in strikte zin, maar je gaat wel degelijk af op evidentie, al is dat niet zo systematisch als in wetenschappelijk onderzoek. De liefde blijkt immers uit dingen die je tegen elkaar zegt, die je voor elkaar doet, de blik in de ogen, enzovoort. Dit zijn allemaal tekenen (evidentie) waarop de liefde in een relatie gebaseerd is. De rechtspraak werkt ook niet strikt met de wetenschappelijke methode, maar is tevens gebaseerd op evidentie. Afgaan op evidentie en daar je opvattingen op baseren is dan ook een goed gevalideerde methode, maar hoe zit het met geloof? Waar is het bewijs dat geloof een goed gevalideerde methode is om tot betrouwbare kennis te komen? Verschillende gelovigen geloven verschillende dingen, maar hoe valt te beslissen wie gelijk heeft als we niet af kunnen gaan op evidentie?
Arie van den Beukel ging voornamelijk in op twee argumenten die volgens hem onterecht worden aangevoerd ter verdediging van de onverenigbaarheid tussen geloof en wetenschap. De eerste is de evolutietheorie, maar hier ging hij verder niet op in omdat dit het onderwerp is van een aparte avond. Dat evolutie wel degelijk problematisch is voor geloof heb ik [hier](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/) betoogd. Zijn andere punt was dat wonderen niet strijdig zijn met de natuurwetten omdat deze wetten niet onwrikbaar zijn; het is beter om ze te beschrijven als natuur*gewoontes*. Hierdoor was het lopen op water van Jezus niet strijdig met de natuurwetenschap: het is immers niet uit te sluiten op grond van de natuurgewoontes. Dit is in strikte zin misschien waar, maar hij gaat voorbij aan de waarschijnlijkheid. Van den Beukel merkt terecht op dat wanneer iemand zegt een steen omhoog te hebben zien gaan, dit de wenkbrauwen doet fronsen, maar dat geldt net zo goed voor Jezus vermeende wandeling over het water. Op grond van de natuurkunde mogen we zeggen dat dit onwaarschijnlijk is, zeker als deugdelijke evidentie ontbreekt. Wetenschap maakt wonderen niet onmogelijk, maar wel onwaarschijnlijk. In die zin is er dus wel degelijk een conflict, of in ieder geval frictie. Het is ook geen toeval dat wonderverhalen bijna altijd komen uit een tijd of regio waarin wetenschap niet of nauwelijks een rol speelt. Ook zinspeelde hij er nog even op dat natuurwetten een Wetgever impliceren, maar dat berust op het verhaspelen van twee verschillende betekenissen van het woord “wet” (*be*schrijven vs. *voor*schrijvend), een *equivocatio* dus.
Ik denk dat de vraag naar de relatie tussen wetenschap en geloof eigenlijk uit drie verschillende vragen bestaat: 1) hoe hebben ze zich in de geschiedenis tot elkaar verhouden, 2) hoe verhouden ze zich in het filosofische debat tot elkaar en 3) hoe verhouden ze zich bij individuele wetenschappers tot elkaar.
De eerste vraag, de historische, is uiterst complex. Hier zijn vele boeken over vol geschreven. Een bepaalde tijd was het een populaire opvatting dat wetenschap en geloof constant met elkaar in conflict waren, ook wel de ‘oorlogsthese’ genoemd. Historisch onderzoek van de laatste decennia heeft echter aangetoond dat dit beeld te simplistisch is. Veel grote wetenschappers waren gelovig en bedreven wetenschap ter ere van de Schepper, die de natuur zo ordelijk geschapen had dat zij bestudeerd kon worden. Dat neemt echter niet weg dat er wel degelijk conflicten waren en dat het de *religieuze* opvattingen waren die aanpast moesten worden. Het geocentrisme en alle religieuze opvattingen die daarmee samenhingen, moest radicaal op de schop toen de wetenschap had aangetoond dat het onjuist was. Waar Newton God nog nodig had om de hemellichamen af en toe bij te sturen, werd door verder wetenschappelijk onderzoek duidelijk dat God in deze functie overbodig was. De op de Bijbel gebaseerde ouderdom van de aarde is door de ontwikkeling van de geologie onhoudbaar gebleken, evenals de zondvloed uit Genesis. Darwin heeft Gods functie als Schepper van soorten overbodig gemaakt en laten zien dat het Bijbelse scheppingsverhaal historisch niet klopt. Hierdoor is ook de christelijke doctrine van de zondeval onhoudbaar geworden. Dit zijn slechts enkele voorbeelden, en dan zwijg ik nog maar wat de archeologie en historische Bijbelkritiek zeggen over de ontstaansgeschiedenis en betrouwbaarheid van de Bijbel.
Naast geschiedkundig (vraag 1) en sociologisch (vraag 3) oogpunt, kun je ook vanuit filosofisch oogpunt naar de relatie tussen geloof en wetenschap kijken (vraag 3). Ik heb dat hierboven al even gedaan door te stellen dat wetenschap geloof overbodig maakt. Voor zover geloof empirisch toetsbare beweringen doet, en dat is altijd in meer of mindere mate het geval, betreedt ze het domein van de wetenschap. Als iemand zegt een religieuze ervaring gehad te hebben en dat dit door God komt, kun je betogen dat er betere wetenschappelijke verklaringen zijn waarbij God niet nodig is. Hetzelfde geldt voor wonderen en ‘schepping’. Dit argument is uitgebreid uitgewerkt door Herman Philipse in zijn verzameling opstellen 'Atheistisch manifest & De onredelijkheid van religie' (Bert Bakker, 2004), waarnaar ik de lezer gaarne verwijs.
Wat de laatste vraag betreft, stelde Louis dat wetenschappers niet ongeloviger zijn dan niet-wetenschappers. In de vragenronde heb ik hem hierover een vraag gesteld, omdat uit onderzoek is gebleken dat dit onjuist is: wetenschappers zijn wel degelijk ongeloviger. Van de Amerikaanse topwetenschappers gelooft namelijk slechts 7% in een persoonlijke God, en dit percentage is gedaald door de decennia heen \[1\]. Uit een ander en recenter Amerikaans onderzoek kwam ook naar voren dat wetenschappers in het algemeen beduidend minder gelovig zijn \[2\], maar niet zo ongelovig als de topwetenschappers. Volgens de onderzoekers van deze studie \[2\] komt dit vooral doordat mensen bij wie religie in de opvoeding geen of een kleine rol heeft gespeeld, eerder wetenschapper worden. Een gelovige opvoeding verkleint dus de kans dat iemand zich ontwikkelt tot wetenschapper. Louis zei op de hoogte te zijn van dergelijk onderzoek, maar het is mij niet duidelijk geworden waarom hij dan toch beweert dat wetenschappers niet ongeloviger zijn dan niet-wetenschappers, terwijl dit feitelijk onjuist is.
Natuurlijk zeggen dergelijk cijfers op zichzelf niet of geloof en wetenschap wel of niet compatibel zijn (dat zou de drogreden *argumentum ad populum* zijn), maar het zegt wel degelijk wat over hoe de relatie tussen wetenschap en geloof beleefd wordt door wetenschappers. Als deze relatie harmonieus zou zijn, zou je niet zulke grote verschillen verwachten tussen wetenschappers en niet-wetenschappers. Ik denk dat dit te maken heeft met de houding die een wetenschapper heeft: hij is bereid alles kritisch te onderzoeken en baseert zich op evidentie. Dit is fundamenteel verschillend van de houding van een gelovige, zoals een christen, die bepaalde doctrines (Jezus is God geïncarneerd, hij is gestorven voor onze zonden, er is een leven na de dood, enz.) aanneemt. Hier is geen evidentie voor en je kunt het ook niet kritisch onderzoeken. Hierdoor zal een wetenschapper minder snel geneigd zijn religieuze doctrines te geloven. Als gelovige moet je eerst geloven en dan zien (Joh. 20:29; Heb. 11:1), als wetenschapper eerst zien dan geloven. Dit zijn twee fundamenteel verschillende houdingen.
Daarom denk ik dat de relatie tussen wetenschap en geloof altijd problematisch is en zal blijven. Dat is ze in het verleden geweest, kun je op grond van een filosofisch argument verdedigen en wordt zo beleefd door vele wetenschappers, zeker door de topwetenschappers. Het conflictmodel is te simplistisch, maar van frictie is zeker sprake. Het kan terecht een heet hangijzer genoemd worden.
**Referenties**
1\. Larson, E.L., Witham, L. (1998) Leading scientists still reject God, *Nature*, 394:313, [hier](http://www.stephenjaygould.org/ctrl/news/file002.html?ref=deatheist.nl) gratis beschikbaar.
2\. Howard Ecklund, E., Scheitle, C.P. (2007) Religion among Academic Scientists: Distinctions, Disciplines, and Demographic, Social Problems, 54:289–307.
### Degeneratie [2]
URL: https://www.deatheist.nl/degeneratie-2/
Last updated: 2008-08-20T00:00:00.000Z
*\[...\] er bestaat geen enige waarheid van de Koran of juiste uitleg ervan, maar slechts fragmentarische interpretaties die ideologisch gezien van belang zijn om persoonlijk voordeel te hebben van de macht van het boek en de godsdienst.*
\~ Michel Onfray \[1\]
In een eerder artikel \[2\] heb ik betoogd dat iedere poging om de moderne wetenschap te verenigen met het geloof in de judeo-christelijk-islamitische god onvermijdelijk een steeds abstracter beeld van die god tot gevolg heeft, wat uiteindelijk zal resulteren in een betekenisloos godsbeeld. Het door Stephen Jay Gould geopperde begrip NOMA (nonoverlapping magisteria), dat staat voor twee zich op strikt gescheiden domeinen oriënterende leerscholen - die van de religie en die van de wetenschap - is een achterhaalde poging om de kool en geit te sparen. Het domein van de wetenschap is het domein van het kenbare, wat volgens NOMA impliceert dat religie zich zou moeten beperken tot het onkenbare, maar religie beperkt zich niet uitsluitend tot het onkenbare. Tegenstrijdige verklaringen van fenomenen binnen het overlappende deel van beide domeinen zijn het gevolg. Dergelijke conflicten met de wetenschap hebben theologen ertoe genoopt het godsbegrip en de theologie steeds abstracter te maken. "God" zal bij het voortschrijden van de wetenschap uiteindelijke degenereren tot een betekenisloos begrip. (Het alternatief is een wereldvreemde, alle wetenschappelijke inzichten ontkennende opstelling, die - naar de tijd vordert - steeds moeizamer vol te houden zal zijn, en die ik daarom verder buiten beschouwing zal laten.) In dit artikel zal ik betogen dat de degeneratie van God ook zonder botsingen met de wetenschap onvermijdelijk is, wanneer de eigenschappen van God - zoals die in de Bijbel of de Koran zijn geopenbaard - aan de logica worden blootgesteld.
Vrije wil en de vermeende supereigenschappen van God
Een bekend argument tegen het bestaan van God is het [Probleem van het kwaad](http://www.freewebs.com/deatheist/Atheistische%5Fargumenten.htm?ref=deatheist.nl), dat waarschijnlijk afkomstig is van de Griekse filosoof Epicurus. Het argument komt voort uit de onverenigbaarheid van twee van de belangrijkste eigenschappen van God, te weten zijn algoedheid en zijn almacht. Het argument komt er kort gezegd op neer dat een almachtige en tevens algoede god niet een wereld kan hebben geschapen waarin zoveel kwaad voorkomt als in de wereld waarin wij leven. Diverse gelovigen hebben zich het probleem van het kwaad aangetrokken, en zo zijn er in de loop van de geschiedenis verschillende zogenaamde theodiceeën bedacht. Een theodicee (van het Klassieke Grieks: theos (God) en dikè (recht, rechtvaardiging): de "rechtvaardiging van God") is een redenering die een rechtvaardiging moet zijn voor (het geloof in het bestaan van) een God die zowel volmaakt goed als almachtig is, terwijl er toch kwaad in de wereld bestaat. De meeste van deze theodiceeën zijn ad hoc constructies die het probleem verplaatsen, of herdefiniëren, of zelfs nieuwe problemen en paradoxen oproepen. Bijvoorbeeld de theodicee van de vrije wil \[3\], die stelt dat God het bestaan van het kwaad in de wereld toestaat omdat de mens pas iets heeft aan zijn vrije wil als hij er ook iets mee te kiezen heeft. Het kwaad bestaat dus zodat de mens een keuze kan maken ertegen. Deze vrije wil is echter in tegenspraak met een andere aan God toegedichte eigenschap, zijn alwetendheid, en de christelijke doctrine van de predestinatie (voorbestemming), waardoor een nieuwe contradictie ontstaat.
Het Bijbelboek 1 Samuël stelt dat God alwetend is \[4\], maar ook uit Bijbelse voorspellingen omtrent de eindtijd kunnen we de vermeende alwetendheid van God afleiden. Volgens het boek Openbaringen is er in de hemel plaats voor 144000 maagdelijke mannen, van wie de identiteit al sinds het begin der tijden vast staat \[5\]. Ook zijn er meerdere Bijbelteksten die suggereren dat God vooraf weet of zelfs bepaalt hoe de toekomst zal verlopen \[6\]. Ook de kerkvaders Calvijn en Luther geloofden in predestinatie, de Bijbelse doctrine dat God in zijn soevereiniteit bepaalde individuen uitkiest om verlost te worden. Verder laat ook 'De leer der waarheid', gebaseerd op de Westminster Catechismus \[7\], geen misverstanden over de alwetendheid van God bestaan. Laten we eens aannemen dat God bestaat en dat hij werkelijk alwetend is. We kunnen dan dus aannemen dat hij de toekomst foutloos kan voorspellen. Wanneer God de toekomst foutloos kan voorspellen staat de toekomst onveranderlijk vast (want een alwetende God vergist zich nooit). Een onveranderlijke toekomst is echter in strijd met onze vrije wil. Wanneer alles wat er staat te gebeuren vastligt, kunnen wij daar niets aan veranderen, en kunnen wij dus geen vrije wil hebben. Het ontbreken van vrije wil impliceert echter dat er geen zonde kan bestaan. Mensen zonder vrij wil kunnen immers niet kiezen tussen goed en kwaad, en kunnen dus niet verantwoordelijk worden houden voor hun daden. De alwetendheid van God heeft nogal wat gevolgen die moeilijk te verenigen zijn met andere essentiële doctrines binnen het christendom:
1. Als er geen vrije wil bestaat, en dus ook geen zonde. Moeten we dan concluderen dat Jezus voor niets is gestorven aan het kruis?
2. Als alles al vast ligt, heeft bidden dan nog enige zin?
3. Valt Hitler, Stalin, Pol Pot en andere sadistische dictators en misdadigers nog iets kwalijk te nemen, als God de hele loop der geschiedenis al tot in detail heeft voorzien of zelfs voorbestemd?
4. Wat valt er eigenlijk nog te oordelen op de jongste dag, tijdens het laatste "oordeel"?
5. Een god die voorbestemde "zondaars" straft, is per definitie een onrechtvaardige god.
Behalve de onverenigbaarheid van de almacht en de algoedheid van God (het Probleem van het Kwaad), is er dus logisch gezien ook een probleem met de alwetendheid van God, die niet in overeenstemming kan zijn met de doctrine van de vrije wil. Sterker nog: zelfs Gods rechtvaardigheid en dus zijn vermeende algoedheid is onverenigbaar met zijn alwetendheid (zie het laatste punt hierboven). Het lijkt erop dat de gretigheid waarmee aan God allerlei supereigenschappen als algoedheid, alwetendheid, en almacht zijn toegedicht de gelovige parten gaat spelen zodra er wat logica op los gelaten wordt:
Gods alwetendheid botst met zijn algoedheid. Er zal hoe dan ook een keuze gemaakt moeten worden tussen deze twee. Kiest men voor zijn algoedheid, dan zal men de alwetendheid (en daarmee ook de almacht) van God moeten laten vervallen. Kiest men daarentegen voor zijn alwetendheid, dan stelt men impliciet dat God onrechtvaardig is volgens onze huidige morele normen. De gelovige kan hier natuurlijk tegenin brengen dat God zich niet hoeft te houden aan onze morele normen, maar dit is een ongeldige tegenwerping. Wanneer de gelovige beweert dat God goed en rechtvaardig is maar zich tegelijkertijd niet aan de normen houdt die daarvoor gelden, zijn de woorden 'goed' en 'rechtvaardig' binnen de christelijke context betekenisloze woorden geworden. Als alles wat God doet, uitsluitend goed is omdat God het doet, zijn wij overgeleverd aan zijn willekeur. Dit heeft niets meer te maken met de betekenis van de woorden 'goed' en 'rechtvaardig' zoals ze begrepen worden in menselijke taal, de taal waarin ook de bijbel geschreven is. De keuze om Gods alwetendheid te verdedigen heeft dus als implicatie dat niet kan volgehouden dat er sprake is een algoede of zelf maar rechtvaardige God. Zowel het laten vallen van Gods alwetendheid als het laten vallen van Gods algoedheid leiden onvermijdelijk tot een forse degeneratie van het godsbeeld.
Deze contradictie is natuurlijk ook veel gelovigen niet ontgaan, en vanzelfsprekend zit ze dat niet lekker. Er zijn voor dit probleem geen theodiceeën als zodanig bekend, maar uiteraard hebben theologen en leken zich er over gebogen. Deze mensen verdeel ik in drie groepen:
1. De onredelijken. De groep die het probleem niet onder ogen wenst te zien, en zegt: 'Niet over nadenken, want daardoor ga je twijfelen aan God, en dat is slecht. Je moet geloven als een kind.' Deze groep heeft aan Mattheüs 18:3 en Marcus 10:15 \[8\] genoeg, en met deze mensen ben je dan ook snel uitgepraat.
2. De woordgoochelaars. De groep die het probleem onder ogen ziet, maar geen concessies wenst te doen aan de supereigenschappen van God. Men komt echter ook niet met een geloofwaardige oplossing. Vaak is het gevolg een spagaatredenering gehuld in abstracte, wollige taal, of een (bijna) onnavolgbare en (volstrekt) onverifieerbare truc om onder het probleem uit te komen. Het probleem wordt niet opgelost, maar men poogt het ene gat met het andere te dichten, wat in het meest gunstige geval resulteert in een herdefiniëring van het probleem.
3. De groep die het probleem onder ogen ziet, en concessies doet aan de eigenschappen van God. Dit is mijns inziens de meest constructieve houding: de oplossingen die worden aangedragen zijn over het algemeen logischer (misschien moet ik zeggen: minder onlogisch) dan de vluchthypotheses en rookgordijnen die door de bovenstaande groep, de woordgoochelaars worden gepresenteerd. Echter, de aangedragen oplossingen hebben (of dat nou erkend wordt of niet) ontegenzeggelijk de degeneratie van het godsbeeld tot gevolg. Vaak worden er concessies gedaan aan Gods alwetendheid. Een voorbeeld van zo'n oplossing is het omstreden Scientia Media, ook wel Middle Knowledge of middenkennis genoemd.
De eerste groep, de onredelijken, zal ik verder in mijn argumentatie negeren. Omdat deze groep immuun is voor welk argument dan ook, zou dat verspilde moeite zijn. Van de twee andere groepen zal ik aan de hand van een aantal voorbeelden laten zien dat er, of geen sprake is van een daadwerkelijke oplossing, of (wanneer er werkelijk een oplossing voor het genoemde probleem - t.w. de onverenigbaarheid van vrije wil met de supereigenschappen algoedheid, alwetendheid en almacht van God wordt gegeven) degeneratie van het godsbeeld onvermijdelijk is.
Ad 2\. De woordgoochelaars
Het is ronduit vermakelijk om te zien in wat voor bochten deze lieden zich wringen om zonder de superioriteit van God aan te tasten toch een "oplossing" te verzinnen voor dit soort netelige problemen. Neem bijvoorbeeld een artikel op de website gotQuestions?org, waarin wordt ingegaan op de vragen 'Wat is voorbestemming?' en 'Is voorbestemming Bijbels?' \[9\]. De strekking van het artikel is dat voorbestemming Bijbels is (en dus waar), maar dat het niet onrechtvaardig is van God om bepaalde mensen wel en andere mensen niet te straffen door ze naar de hel te sturen. Dit gruwelijke gegeven wordt op als volgt verwoord:
Voorbestemming is de Bijbelse doctrine dat God in Zijn soevereiniteit bepaalde individuen uitkiest om verlost te worden.
Op de kritiek dat dit onrechtvaardig zou zijn van God, geeft men het volgende antwoord:
Het is belangrijk te onthouden dat niemand het verdient om gered te worden. We hebben allemaal gezondigd (Romeinen 3:23) en we verdienen allemaal een eeuwige bestraffing (Romeinen 6:23). Daarom zou het dus perfect rechtvaardig zijn als God ons allemaal een eeuwigheid in de hel zou laten doorbrengen. Maar, God kiest er voor om sommigen van ons te redden. Hij is niet onrechtvaardig tegenover hen die niet zijn uitverkoren omdat zij krijgen wat ze verdienen. Het feit dat God er voor kiest om voor sommigen genadig te zijn is niet oneerlijk tegenover de anderen. Niemand verdient ook maar iets van God – daarom kan niemand er bezwaar tegen hebben als ze niets van God krijgen.
Geen bezwaar hebben als men niets van God krijgt. Tja, dat klinkt redelijk, maar niet als je je realiseert dat dit een ongelofelijk eufemisme is voor eeuwige kwelling, de zwaarst voorstelbare straf voor zondigheid die volgens de Bijbelse doctrine is aangeboren, en waar je dus niets aan kan doen. Het probleem van de onrechtvaardigheid van God wordt hier geenszins opgelost. Er wordt om de hete brei (hoe toepasselijk) heen gedraaid, de hel wordt genegeerd, en de hemel wordt als bonus voor de uitverkorenen gepresenteerd. Bovendien maakt het volgens deze "uitleg" niet uit hoe je je in het leven gedraagt, want alles is voorbestemd, en daarmee is dus ook het probleem van de vrije wil niet opgelost. Wanneer we op dezelfde site kijken hoe die vraag moet worden beantwoord, worden we zwaar teleurgesteld. Op de pagina die is gewijd aan de vraag 'Hoe werken Gods soevereiniteit en de vrije wil van de mensheid samen in de verlossing?' wordt geen echt antwoord gepresenteerd. Er staat letterlijk \[10\]:
Het is voor ons onmogelijk om de relatie tussen Gods soevereiniteit en de vrije wil van de mens volledig te begrijpen. Alleen God weet precies hoe deze twee samenwerken. \[...\] God weet wie gered zal worden, God kiest wie gered zal worden, en we moeten voor Christus kiezen om gered te worden. Hoe deze drie zaken samenwerken is voor een eindig verstand als het onze onmogelijk om te bevatten (Romeinen 11:33-36).
Daar komt met op gotQuestions?com wel erg gemakkelijk mee weg. Men zegt niet gewoon dat men het niet weet, nee, het is zelfs onmogelijk om te weten. God heeft alleen gelovigen uitverkozen, dus heeft het wel degelijk zin om in God te geloven, maar God weet klaarblijkelijk al *vooraf* wie er gaat geloven, dus daar kun je als eenvoudige sterveling niets meer aan veranderen. De kern van het probleem blijft dus gewoon bestaan. Je staat al in het boek der levenden of je staat er niet in. Daar kun je niets aan veranderen. Het argument dat er alleen gelovigen in staan, en dat je daarom door te geloven er ook in komt te staan, zou inhouden dat je met terugwerkende kracht de geschiedenis (de samenstelling van het boek des levens door de Heilige Geest) kunt veranderen. Dat is inderdaad niet te bevatten. Niet omdat ons verstand dat niet aankan, maar omdat het een volstrekt onlogische en inconsistente redenatie is. Got Questions? Ja, ik heb er nog wel een paar. Nog steeds evenveel, eerlijk gezegd.
In het Katholiek Nieuwsblad, dossier geloofsvragen, stond op 8 februari 2002 een artikel dat antwoord probeert te geven op de vraag: 'Is God alwetend?' In het artikel reageert broeder Clemens Maria op een verontruste lezer die naar aanleiding van een eerder artikel over predestinatie schreef: 'Is God dan niet alwetend? U probeert ons een beperkte God aan te praten.' Een zeer terechte angst, waar broeder Clemens Maria zich met een prachtig staaltje woordgoochelarij probeert uit te redden \[11\]. Het is een in mijn ogen onlogisch betoog waarin wordt beweerd dat predestinatie iets anders is dan predeterminatie. Ik vertaal dit vrijelijk als volgt: predestinatie slaat op de eindtoestand; predeterminatie slaat ook op het verloop van de geschiedenis tot aan die eindtoestand. Alsof alwetendheid alleen op de eindtoestand slaat. Het lijkt mij meer een woordspelletje, waarbij alwetendheid op slinkse wijze wordt ontdaan van een deel van zijn betekenis (wat op zich al degeneratie van Gods alwetendheid impliceert) om het fenomeen vrije wil nog een plekje te gunnen. Daarnaast claimt broeder Clemens Maria te weten dat voor God alles zich in 'het nu' afspeelt. Verder: voor God is er geen verleden, heden en toekomst, voor God is alles 'nu'.
Maar de Eeuwige is niet in de tijd. Voor Hem is er geen verleden, geen toekomst: alles is actueel, nu.
In zijn woord (de Bijbel) legt God het aan ons uit als zijnde de "toekomst" (voorspellingen van profeten zijn hiervan een voorbeeld) omdat onze denkwijze tijdsgewijs verloopt. Omdat voor God alles 'nu' is, zou hij geen 'beurshandelaar met voorkennis' zijn. (Pure kolder natuurlijk: als God zou beleggen zou ie absoluut met voorkennis handelen, anders zou ie niet alwetend zijn.) Een ad hoc "verklaring" voor een netelig theologisch probleem, een staaltje (bijna) onnavolgbaar en (volstrekt) onverifieerbaar giswerk naar hoe God zijn kunstje van de alwetendheid flikt, maar dat niets afdoet aan de contradictie met onze vrije wil.
Nog een website die hardnekkig probeert vrije wil te combineren met de alwetendheid van God is 'Het Wonder, Inspiratiebron voor geïnteresseerden in 'Een Cursus in Wonderen'' van een organisatie die zich 'The Circle of Atonement' noemt. In een artikel op de website met de titel *'Zijn alle gebeurtenissen en omstandigheden in ons leven voorbestemd - of hebben we vrije keuze?* \[12\] probeert auteur Greg Mackie de op raadselachtige wijze de tegenstrijdigheid weg te redeneren, waar hij mijns inziens bepaald niet in slaagt. Door Mackie wordt een wel heel absurde bewijsvoering geleverd voor het bestaan van vrije wil naast voorbestemming. Hij betoogt dat de fysieke geschiedenis is vastgelegd in een draaiboek dat door de heilige geest is geschreven (op verzoek van de mens, en op basis van diens aanwijzingen / wensen), maar deze fysieke loop van de geschiedenis kan afwijkend worden ervaren via de visie van Christus in plaats van via de visie van het ego. Tijdens het ervaren van die loop van de geschiedenis (wat je kunt vergelijken met het afspelen van een film van je leven) biedt vrije wil c.q. vrije keuze de mogelijkheid om een afwijkend pad door het draaiboek nemen, door delen ervan over te slaan. De enige manier om dat te doen is door "het wonder". Kortom: hoewel het draaiboek al geschreven is (voorbestemming), is de persoonlijke beleving ervan en de snelheid van ieders reis erdoorheen aan de mens zelf (vrije keuze). Er zijn dus vele manieren waarop het draaiboek van de Heilige Geest zich daadwerkelijk in de wereld kan voltrekken. De auteur is zelf niet 100% zeker van zijn hypothese, maar het is een 'mogelijke verklaring':
Ik ben er niet helemaal zeker van of deze analogie wel klopt en het laat nog steeds allerlei vragen onbeantwoord hoe onze individuele 'boeken' allemaal op elkaar inwerken. Maar het geeft tenminste een mogelijke verklaring voor de vraag hoe we tegelijkertijd een vooraf vastgesteld draaiboek én werkelijk vrije keuze kunnen hebben.
Ook hier weer het oude "vertrouwde" element dat we het niet allemaal precies kunnen / hoeven weten:
Ik denk niet dat we precies hoeven te weten hoe het allemaal in elkaar zit, gelukkig maar. Wat we naar mijn mening wel moeten onthouden is:
1. Omdat het draaiboek al geschreven is en eindigt met onze verlossing, is onze terugkeer naar God onvermijdelijk. Als wij inderdaad al door het draaiboek heen zijn gereisd en we enkel een herinnering eraan herbeleven, zijn we al teruggekeerd. Aangezien de hele reis slechts een illusie is zijn we in feite nooit echt weggeweest.
2. Toch hebben we belangrijke keuzes te maken in deze wereld. We kunnen wonderen kiezen, wat onze waarneming van de gebeurtenissen en omstandigheden in ons leven zal transformeren tot een meer vreugdevolle waarneming en ons en onze broeders tevens zal helpen sneller onze gelukkige hereniging met God tegemoet te gaan.
Laten we dus wonderen kiezen. Laten we tijd besparen. En als we dat doen, laten we ons dan herinneren dat 'iedere samenvouwing van de tijd iedereen dichter bij de uiteindelijke verlossing van de tijd brengt, waarin de Zoon en de Vader Een zijn'.
De uitkomst is dus blijkbaar al bekend: we gaan allemaal terug naar God. Het enige dat we met onze vrije wil kunnen bepalen is de snelheid waarmee we dat doen. Door iets vaags met wonderen te doen kunnen we een kortere weg nemen. Wat het al dan niet versnellen van het draaiboek voor de duur van je leven betekent wordt niet duidelijk. Ik stel me zo voor dat wanneer ik geen 'wonderen kies' ik heel wat jaren (volgens het artikel kan dat aantal in de honderden lopen) extra nodig heb om die beloofde verlossing te bereiken. En dan maar hopen dat ik niet voor die tijd onder de trein kom ... of een natuurlijke dood sterf. Een ander ernstig bezwaar is dat alleen maar de loop door het draaiboek kunnen versnellen, maar van richting veranderen behoort niet tot de mogelijkheden, terwijl er dan juist pas sprake zou zijn van vrije keuze. Er kan bovendien geen sprake meer zijn van een eindoordeel, zoals in de Bijbel wordt verkondigd, en dus komt de noodzaak voor het lijden van Christus helemaal te vervallen. We komen immers aan het eind toch allemaal terug bij God?
Het hele 'wonderen kiezen' blijft extreem abstract. Het klinkt als een verlaat-de-gevangenis-zonder-betalen-kaart die je kunt gebruiken wanneer het van pas komt. Ik hoef de lezer er denk ik niet van te overtuigen dat dit soort prietpraat bepaald niet overtuigend is. Zeker niet voor de atheïst, maar ook niet voor de Bijbelvaste gelovige en de zichzelf serieus nemende theoloog, naar ik vermoed. Afgezien van het feit dat het een zeer onduidelijk, speculatief en ongeloofwaardig eind-goed-algoed-verhaal is, volkomen uit de lucht gegrepen en dus nergens op gebaseerd is, heeft de auteur essentiële christelijke leerstellingen laten degenereren tot het nulpunt. Zo is de rol van Jezus, en met name zijn kruisdood volkomen irrelevant geworden, en valt er voor God aan het einde der tijden niets te oordelen. Wellicht zonder het te weten, doet de auteur van deze ingewikkelde kronkelredenering een flinke duit in het zakje voor wat betreft de degeneratie van de christelijke religie. Misschien omdat hij zelf verstrikt is geraakt in zijn eigen woordgoocheltrucs?
Ad 3 (1). Scientia Media
Er is tevens een aantal denkers en/of theologen die de alwetendheid van God laten varen, om zo de doctrine van de vrije wil te redden. Luis De Molina was zo iemand. Luis De Molina (1535-1600) was een Spaanse Jezuïet, filosoof en theoloog, die zich vooral bezig hield met de relatie tussen de genade en de menselijke vrije wil \[13\]. Hij liep ook aan tegen de inconsistentie tussen de vrije wil van de mens met de alwetendheid van God, en dacht daarvoor een oplossing te hebben die hij Scientia Media noemde. Scientia Media (ook wel Middle Knowledge of middenkennis genoemd) komt op het volgende neer: God weet hoe mensen reageren onder bepaalde omstandigheden. Hij creëert die omstandigheden, en de mens kan dan uit vrije wil daar naar handelen. Wanneer iemand in de door God bepaalde omstandigheden uit vrije wil de genade aanvaardt, wordt die genade werkzaam. De specifieke "voorkennis" van God wordt door De Molina Scientia Media genoemd. Daarmee verzoende hij de alwetendheid van God met de vrije wil van de mens, volgens eigen zeggen.
Tegen Scientia Media is een aantal objecties in te brengen:
1. De alwetendheid (en dus impliciet de almacht) van God is door De Molina ingeperkt. Het beperken van de eigenschappen van God leidt tot degeneratie. God is niet meer alwetend, en dus ook niet meer almachtig.
2. Als je Scientia Media goed analyseert blijkt dat er nog steeds geen vrije wil te bestaan voor de mens. Er is t.a.v. de vrije wil dus helemaal niets verbeterd.Uit premisse 1 en 2 kunnen we afleiden dat de mens geen vrije wil heeft wanneer die 'bepaalde omstandigheden' zich voordoen, en uit premisse 3 kunnen we afleiden dat de invloed van de mens bij het scheppen van dergelijke omstandigheden eveneens nihil is. Per saldo is er t.a.v. de vrije wil niets veranderd.
1. We kunnen stellen dat wat God vooraf feilloos weet, door de mens niet vrij te kiezen is. Dat was immers waar het allemaal om te doen was, het oorspronkelijke probleem.
2. God weet volgens De Molina hoe de mens reageert in 'bepaalde omstandigheden'
3. God creëert dergelijke 'bepaalde omstandigheden'
De contradictie die er was, is nog onverminderd aanwezig, terwijl het godsbeeld dat door De Molina wordt neergezet een gedegenereerd godsbeeld is. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er binnen de diverse christelijke stromingen nogal wat strijd was en is omtrent middenkennis \[14\]\[15\]\[16\]. Volgens de leer der waarheid \[7\] is middenkennis in strijd met de gezonde rede.
Sommigen willen een middenkennis hebben, waardoor God zekere gewrochten weet, die uit zulke en zulke gebeurlijke oorzaken voortkomen, schoon de genoemde gewrochten bij God niet volstrekt bepaald zijn, maar alleen van de vrije wil van de mens afhangen; en deze noemen zij een Scientia Media, of middenkennis; doch welke een leer is, strijdig tegen het woord van God en de gezonde rede.
Een opmerkelijke objectie wanneer je bedenkt dat Gods alwetendheid in combinatie met vrije wil een contradictie oplevert, en derhalve ook niet bepaald van 'gezonde rede' getuigt.
Ad 3 (2). Foutieve vertaling uit de grondtekst
Naast het idee van de middenkennis bestaat bij sommigen ook nog het idee dat alwetendheid in de Bijbel (zoals bijv. geopperd in \[4\]) een foutieve vertaling uit de grondtekst is, en dat God feitelijk niet alwetend is \[17\]. God is dus helemaal niet alwetend, als we deze lezing mogen geloven. Dit lijkt mij ten opzichte van de algemene christelijke (en islamitische) doctrine een behoorlijke degeneratie van God. Immers, wanneer God niet alwetend is, is Hij impliciet ook niet meer almachtig! Twee forse stappen terug voor wat betreft de supereigenschappen van God, en het aantal nieuwe Bijbelse contradicties is niet van de lucht. (Vergelijk deze bewering met de voorbeeldteksten in de genoemde bronnen bij \[6\].)
Cherry picking
De term 'cherry picking' las ik voor het eerst in het boek 'The God Delusion' van Richard Dawkins. Hij doelt hiermee op het wel aanvaarden van bepaalde, goed van pas komende stukken van de bijbel of de christelijke doctrine, en het tegelijkertijd negeren of afwijzen van de wat ongemakkelijke onderdelen. Een sympathiek staaltje cherry picking vind ik bijvoorbeeld terug bij gelovigen die niet in de hel willen/kunnen geloven. Een prettige bijkomstigheid is in dit geval dat zij zichzelf in staat stellen respectvol te zijn tegenover ongelovigen, omdat zij de doctrine dat iedere ongelovige de hel verdient impliciet ook niet kunnen onderschrijven. Een lastige bijkomstigheid voor de gelovigen in kwestie is dat de auteur van de eerste brief van Petrus hen vermaant met de volgende woorden \[18\]:
Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest.
De auteur (Petrus, of iemand die zich als Petrus voordoet, want daar zijn Bijbelwetenschappers nog niet uit) stelt duidelijk dat het niet de bedoeling is een eigenmachtige uitleg te geven aan de Bijbel, en we mogen aannemen dat het weglaten van ongemakkelijke passages hem helemaal niet zal bevallen. Het voordeel voor de echte cherry picker is dat ook deze tekst gewoon kan worden genegeerd, en het probleem lost zich vanzelf op. Ondanks mijn sympathie voor de cherry pickers (met name hen die immorele concepten zoals een hel terzijde schuiven), moet mij van het hart dat zij feitelijk hun eigen geloof in elkaar zetten, een geloof dat vlees noch vis is. De oorspronkelijke doctrines zijn gedegenereerd tot een halfbakken mengelmoesje van de "fijne" aspecten van religie en die van het agnosticisme of atheïsme. Cherry picking bewerkstelligt de degeneratie van God. God wordt ondergeschikt gemaakt aan het persoonlijke ontwerp van de mens. (Althans, vanuit het geloof bezien; vanuit het oogpunt van een atheïst was religie altijd al een door de mens verzonnen fenomeen.) De weg naar het semantisch atheïsme (een term van Herman Philipse \[19\], die inhoudt dat God volledig is gedegenereerd tot een betekenisloos fenomeen, dat geen betekenis meer aan het leven kan geven) is hiermee ingezet. Als atheïst kan ik dat alleen maar toejuichen, en hopen dat het proces niet te veel tijd in beslag neemt.
Conclusie
Een logische analyse leert ons dat Gods vermeende supereigenschappen, alwetendheid en almacht botsen met de vrije wil van de mens, en daardoor impliciet ook met diens verantwoordelijkheid voor zijn gedachten, woorden en daden. Als God alle toekomstige wilshandelingen van mensen kent, zijn die wilshandelingen niet vrij. Dit heeft vergaande consequenties voor de rechtvaardigheid en dus de algoedheid van God. Immers, hoe kan hij mensen straffen die niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun daden? In het kort: Gods alwetendheid (en dus zijn almacht) conflicteert met zijn algoedheid. Dit probleem is de gelovigen ook niet ontgaan, en al eeuwen blijkt men pogingen te doen om hier een oplossing voor te vinden. Alle "oplossingen" tot nu toe hebben één ding gemeen: al ze al iets oplossen, hebben ze de degeneratie van het godsbeeld tot gevolg.
Het valt nog niet mee voor mensen om een theologie in elkaar te zetten en te suggereren dat er een onfeilbare goddelijke macht achter schuilgaat. Bij een logische analyse vallen de feilbare (want menselijke) bedenkers van de "heilige" teksten en doctrines toch al gauw weer door de mand, en moet men naarstig op zoek naar een ad hoc vluchthypothese, die óf A) naar alle waarschijnlijkheid gedoemd is uiteindelijk hetzelfde lot te ondergaan, óf B) degeneratie van het godsbeeld tot gevolg heeft (of beide).
**Noten**
1. Michel Onfray - *Atheologie, de hoofdzonden van jodendom, christendom en islam*, 2005, ISBN 90-5330-458-4, p. 195
2. Martin de Boer - [*Degeneratie*](http://www.freewebs.com/deatheist/Artikelen/DegeneratieNOMA.html?ref=deatheist.nl)
3. Wikipedia - *Theodicee van de vrije wil*, [http://nl.wikipedia.org/wiki/Theodicee#Theodicee\_van\_de\_vrije\_wil](http://nl.wikipedia.org/wiki/Theodicee?ref=deatheist.nl#Theodicee%5Fvan%5Fde%5Fvrije%5Fwil)
4. 1 Samuël 2:3:
*\[...\] want de HEER is een alwetende God*
5. Openbaringen 7:4, 13:8 en 14:1-5
6. Romeinen 8:29-30:
*Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.*
Marcus 13:27 / Matteüs 24:31:
*Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen*
Marcus 13:31 / Matteüs 24:36:
*Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het.*
Romeinen 8:29-30:
*Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.*
Romeinen 9:22-23:
*God heeft degenen die het voorwerp van zijn toorn zijn en die hij heeft bestemd voor de ondergang, met veel geduld verdragen omdat hij zijn toorn ook wil tonen en zijn macht kenbaar wil maken. En omdat hij zijn overweldigende majesteit wil tonen, heeft hij degenen die het voorwerp zijn van zijn barmhartigheid ertoe voorbestemd om in zijn majesteit te delen.*
Efeziërs 1:5:
*\[...\] en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden \[...\]*
Efeziërs 1:11:
*\[...\] waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, \[...\]*
Kolossenzen 3:12:
*Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft \[...\]*
1 Tessalonicenzen 1:4:
*God heeft u lief, broeders en zusters. Wij weten dat hij u heeft uitgekozen: onze verkondiging aan u overtuigde immers niet alleen door onze woorden, maar ook door de overweldigende kracht van de heilige Geest....*
1 Petrus 1:18-21:
*U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. Al voor de grondvesting van de wereld is hij door God uitgekozen, en nu is hij, aan het einde van de tijd, verschenen omwille van u.*
1 Petrus 2:8-9:
*Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd. Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.*
7. *De leer der waarheid*, gebaseerd op de Westminster Catechismus, [http://www.iclnet.org/pub/resources/text/nederlandse/chauny-leer0.html ](http://www.iclnet.org/pub/resources/text/nederlandse/chauny-leer0.html?ref=deatheist.nl):
*Vraag: Wat is de wetenschap of de kennis van God?*
*Antw. Die volmaaktheid, waardoor Hij alle dingen en de werkingen ervan, hetzij mogelijke, toekomende of tegenwoordige, op een oneindige, eeuwige onveranderlijke wijze ziet en weet; en welke alwetendheid genoemd wordt, Psalm 94:11, 44:22, Job 11:11, Psalm 139:2, 1 Joh. 3:20, Hand. 15:18, Jes. 66:18, 1 Kor. 3:20, Jer. 18:23, Job 34:21,22.*
*Vraag: Wat is Gods kennis van mogelijke dingen?*
*Antw. Dit is gegrond in de macht van God, dat Hij machtig is vele dingen te doen, die Hij nooit doen wil, en wordt genoemd enkele kennis, omdat die het verstaan, of de kennis is van beginselen, Psalm 78: 19-20, Matth. 3:9, Luk. 3:8, Jer. 32:17 en 27.*
*Vraag: Wat is Gods kennis van dingen, die zijn of wezen zullen?*
*Antw. Het is Gods kennis, gegrond op zijn bepaalde raad en wil, waardoor Hij die dingen, die van een staat van enkele mogelijkheid gebracht zullen worden tot een toekomend bestaan, door een daad van Zijn almacht kent door een enige, oneindige, volmaakte, eeuwige en onveranderlijke daad van Zijn verstand, en wordt genoemd de kennis van het gezicht, Hand. 15:18, Psalm 139:2, 11:4, 66:7, 33:13, Spr. 15:3, Psalm 94:9, 1 Sam. 16:7, Matth. 6:4\. Job 22:12, 15.*
*Vraag: Is er in God een middenkennis tussen die van enkele kennis, en die van het gezicht?*
*Antw. Sommigen willen een middenkennis hebben, waardoor God zekere gewrochten weet, die uit zulke en zulke gebeurlijke oorzaken voortkomen, schoon de genoemde gewrochten bij God niet volstrekt bepaald zijn, maar alleen van de vrije wil van de mens afhangen; en deze noemen zij een Scientia Media, of middenkennis; doch welke een leer is, strijdig tegen het woord van God en de gezonde rede, Filip. 2:13, Rom. 9:16, Joh. 5:21, Jak. 4:15 en 1:18.*
*Vraag: Hoe bewijst u Gods alwetendheid?*
*Antw. Hij, die alle dingen gemaakt heeft, en die overal tegenwoordig is, om ze te onderhouden, moet noodzakelijk alwetend zijn, Spr. 22:2, Psalm 94:9, Hand. 17:25, 27, 28 en 15:18.*
8. Mattheüs 18:3:
*\[Jezus\] zei: 'Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan.'*
Marcus 15:3:
*Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.*
9. gotQuestions?org, *Wat is voorbestemming? Is voorbestemming Bijbels?* , [http://www.gotquestions.org/Nederlands/voorbestemming.html](http://www.gotquestions.org/Nederlands/voorbestemming.html?ref=deatheist.nl)
10. gotQuestions?org, *Hoe werken God’s soevereiniteit en de vrije wil van de mensheid samen in de verlossing?*, [http://www.gotquestions.org/Nederlands/soeverein-vrije-wil.html](http://www.gotquestions.org/Nederlands/soeverein-vrije-wil.html?ref=deatheist.nl)
11. Katholiek Nieuwsblad, dossier geloofsvragen, *Is God alwetend?* \- broeder Clemens Maria, [http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel19/kn1919t.htm](http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel19/kn1919t.htm?ref=deatheist.nl)
12. Het Wonder, Inspiratiebron voor geïnteresseerden in 'Een Cursus in Wonderen', Greg Mackie - *Zijn alle gebeurtenissen en omstandigheden in ons leven voorbestemd - of hebben we vrije keuze?*, [http://www.het-wonder.nl/artikelen/Greg\_Zijn%20alle%20gebeurtenissen%20voorbestemd%20of%20hebben%20we%20vrij.html](http://www.het-wonder.nl/artikelen/Greg%5FZijn%20alle%20gebeurtenissen%20voorbestemd%20of%20hebben%20we%20vrij.html?ref=deatheist.nl)
13. WikiPedia - *Luis De Molina*, [http://nl.wikipedia.org/wiki/Luis\_de\_Molina](http://nl.wikipedia.org/wiki/Luis%5Fde%5FMolina?ref=deatheist.nl)
14. Reformatorisch Dagblad, *Dr. Van Asselt: In de godsleer vallen de beslissingen*, artikel van 27-06-2008 in het katern 'Kerk en Godsdienst', [http://www.refdag.nl/artikel/1349494/Dr+Van+Asselt+In+de+godsleer+vallen+de+beslissingen.html](http://www.refdag.nl/artikel/1349494/Dr+Van+Asselt+In+de+godsleer+vallen+de+beslissingen.html?ref=deatheist.nl)
15. Kerkgeschiedenis, *De Nederlands Gouden Eeuw (2), Arminius en Gomarus*, [http://kerkgeschiedenis.web-log.nl/kerkgeschiedenis/2008/05/de-nederlands-1.html](http://kerkgeschiedenis.web-log.nl/kerkgeschiedenis/2008/05/de-nederlands-1.html?ref=deatheist.nl)
16. The Internet Encyclopedia of Philosophy, *Middle Knowledge*, [http://www.iep.utm.edu/m/middlekn.htm](http://www.iep.utm.edu/m/middlekn.htm?ref=deatheist.nl)
17. *Gods alwetendheid*, een preek van Jogchum Reitsma, [http://home.hetnet.nl/\~jogreitsma/tekst/alwetend.html](http://home.hetnet.nl/%7Ejogreitsma/tekst/alwetend.html?ref=deatheist.nl)
18. 2 Petrus 1:20-21
19. Herman Philipse - *Atheïstisch Manifest en de Onredelijkheid van Religie*, 8e druk, 2007, ISBN 90-351-2654-8, p. 61
### Degeneratie
URL: https://www.deatheist.nl/degeneratie/
Last updated: 2008-07-29T00:00:00.000Z
*Theologians have grown grateful for small mercies,*
*and they do not much care what sort of god the man of science gives them,*
*so long as he gives them one at all*
\~ Bertrand Russell
Degeneratie, een pseudowetenschappelijk argument dat de onmogelijkheid van de evolutietheorie had moeten aantonen, werd in Nederland zo'n 10 jaar geleden geïntroduceerd door Peter M. Scheele, een gedreven evangelist en creationist, in zijn boek "Degeneratie, het einde van de evolutietheorie". Zijn 'theorie' is vrij vlot door diverse biologisch wetenschappelijk beter onderlegden onderuitgehaald. In dit artikel wil ik betogen dat het degeneratieargument nog wel degelijk van toepassing is, zij het op een ander fenomeen.
Het einde van de evolutietheorie?
"Op 24 november 1859 verscheen het boek 'The Origin of Species' van Charles Darwin in een oplagfe van 1.250 stuks. Het was op de dag van uitgifte uitverkocht.
Op 24 november 1997 is het boek 'Degeneratie, het einde van de evolutietheorie' verschenen in een oplage van 5.000 stuks, in een poging om het 'record van Darwin' te breken. Het was op de dag van uitgifte uitverkocht.
Er zijn meer dan 15.000 exemplaren van verkocht."
Met deze zwaar op het [*argumentum ad populum*](http://nl.wikipedia.org/wiki/Drogreden?ref=deatheist.nl#Ad%5Fpopulum%5F.28met%5Fhet%5Foog%5Fop%5Fhet%5Fvolk.29) steunende woorden opent Peter M. Scheele zijn website \[1\], die voornamelijk gewijd is aan zijn in 1997 uitgekomen boek met de (zeker voor een boek van een auteur zonder achtergrond in de biologie) pretentieuze titel: *"Degeneratie, het einde van de evolutietheorie"*. Het belangrijkste punt van het boek is dat het te onwaarschijnlijk zou zijn dat door een toevallige mutatie een functioneel eiwit kan ontstaan. Toevallige mutaties zouden derhalve hooguit resulteren in degeneratie, wat het onmogelijk maakt nieuwe soorten op te leveren. Zijn voornaamste lezersgroep, bestaande uit wetenschappelijk symmetrisch paradoxaal ingestelde creationisten, leken die Darwin en de moderne biologie om religieuze redenen toch al niet vertrouwden, grijpt deze wetenschappelijk klinkende pseudobiochemie en dito genetica met beide handen aan om hun geloof bevestigd te krijgen \[2\].
Gelukkig is het ongelijk van de auteur verbluffend eenvoudig aan te tonen door simpelweg te wijzen op de diverse observaties van gunstige mutaties, het ultieme empirische bewijs tegen de degeneratiehypothese van Scheele. Bijvoorbeeld de onlangs in slangen geobserveerde mutatie die ze resistent maakt tegen het gif van salamanders, die daardoor als voedsel dienen, terwijl de slangen er eerder dood aan gingen \[3\]. Verder staat in *The Counter-Creationism Handbook* van Mark Isaak \[4\] een aantal geobserveerde en in laboratoria herhaalbare voorbeelden van gunstige genenmutaties. "Ja, maar dat is micro-evolutie." hoor ik de doorgewinterde creationistische debater een ander bekend stokpaardje uit zijn (inmiddels tamelijk stoffige) hoge hoed toverend reeds tegensputteren. Dat klopt, maar dat was niet het onderwerp van discussie, en bovendien is het mechanisme dat micro-evolutie veroorzaakt tevens het mechanisme dat macro-evolutie veroorzaakt, namelijk random genenmutaties waarvan de meest gunstige door middel van natuurlijke selectie worden geselecteerd om te overleven. Door sceptici en biologisch beter onderlegden is het boek van Scheele dan ook zwaar bekritiseerd en onderuitgehaald \[5\]\[6\]\[7\]\[8\]. De poging van Scheele om de evolutietheorie te laten degenereren tot er uiteindelijk niets van over zou blijven is schromelijk mislukt, de meer dan 15.000 verkochte exemplaren ten spijt.
NOMA
De term NOMA komt uit de koker van de inmiddels overleden evolutiebioloog Stephen Jay Gould, en is een afkorting die staat voor nonoverlapping magisteria \[9\]. In de onderstaande uitleg van Gould wordt verwezen naar de encycliek *Humani Generis* van paus Pius XII \[10\] die geheel in overeenstemming zou zijn met zijn idee.
"The text of Humani Generis focuses on the magisterium (or teaching authority) of the Church — a word derived not from any concept of majesty or awe but from the different notion of teaching, for magister is Latin for 'teacher.' We may, I think, adopt this word and concept to express the central point of this essay and the principled resolution of supposed 'conflict' or 'warfare' between science and religion. No such conflict should exist because each subject has a legitimate magisterium, or domain of teaching authority — and these magisteria do not overlap (the principle that I would like to designate as NOMA, or 'nonoverlapping magisteria')."
Het idee is dat wetenschap en religie twee verschillende leren (magisteria) zijn die zich bewegen op niet overlappende territoria. De fenomenen waarmee religie zich bezig houdt raken niet aan de wetenschap, en vice versa: *"\[...\] we study how the heavens go, and they determine how to go to heaven \[...\]"* \[9\]. Dat klinkt allemaal heel nobel en mooi, maar wanneer je er wat beter over nadenkt blijkt NOMA niets meer te zijn dan een mislukte poging om de kool en de geit te sparen. Wanneer we de encycliek van paus Pius XII, de *Humani Generis*, erop naslaan, blijken er zelfs uitspraken in voor te komen die regelrecht met NOMA in strijd zijn, en die vandaag de dag nog steeds door de rooms-katholieke kerk worden gehanteerd. Zo beweert 'Father' Roderick Vonhögen, schrijver van de column 'Eerste hulp' op de internetkrant van het Katholiek Nieuwsblad, dat in Humani Generis van Pius XII expliciet staat dat Adam en Eva werkelijk hebben bestaan, omdat anders van erfzonde geen sprake kan zijn \[11\]:
"Staan Adam en Eva slechts symbool voor een heleboel voorouders (polygenisme)? 'Nee', zegt paus Pius XII in Humani Generis. Adam is wel degelijk de enige stamvader van de mensheid, en de erfzonde als gevolg van zijn zonde wordt van generatie op generatie doorgegeven aan zijn afstammelingen. Waarom is Pius XII daar zo stellig over? Het heeft te maken met de ernst van de eerste zonde, het eerste 'nee' tegen God. Als je vanuit de hypothese vertrekt dat er een heleboel verschillende stamouders zijn geweest, ontkracht je de impact van dat eerste 'nee' dat de hele menselijke geschiedenis heeft getekend. Maar de Kerk redeneert ook terug op basis van de verlossing door Jezus Christus. Als alleen sommige mensen af zouden stammen van hen die de eerste zonde begingen, en andere mensen niet, dan zou Jezus niet voor alle mensen hebben hoeven sterven."
Inderdaad vinden we in Humani Generis, onder punt 37, de tekst waaraan hierboven wordt gerefereerd:
"For the faithful cannot embrace that opinion which maintains that either after Adam there existed on this earth true men who did not take their origin through natural generation from him as from the first parent of all, or that Adam represents a certain number of first parents."
En even verderop struikelen we alweer over een passage die onmogelijk met NOMA is te verenigen. Pius XII beweert glashelder dat de rooms-katholieke kerk grenzen heeft vastgesteld, die door de biologie, de culturele en wijsgerige antropologie en ook de historische wetenschappen met voeten worden getreden. Met name die laatste discipline interpreteert de historische boeken van het Oude Testament veel te vrij worden geïnterpreteerd. Punt 38 van Humani Generis:
"Just as in the biological and anthropological sciences, so also in the historical sciences there are those who boldly transgress the limits and safeguards established by the Church. In a particular way must be deplored a certain too free interpretation of the historical books of the Old Testament."
Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat Pius XII het volkomen oneens zou zijn geweest met Gould, wanneer hij de kans had gekregen kennis te nemen van het idee van de nonoverlapping magisteria. De paus begeeft zich herhaaldelijk op het terrein van de wetenschap wanneer hij beweert dat "evolution has not been fully proved, even in the domain of natural sciences", of wanneer hij het heeft over de "fictitious tenets of evolution" en "false science" \[10\]. Het hele document van de paus is één grote waarschuwing tegen het heroverwegen van bestaande dogma's naar aanleiding van moderne ideeën van theologen, filosofen en wetenschappers, die hij in de titel van zijn schrijven ook "false opinions threatening to undermine the foundations of Catholic doctrine" noemt. Dit lijkt niet in overeenstemming te zijn met een uitspraak van paus Johannes Paulus II tijdens een toespraak tot de Pauselijke Academie van Wetenschappen op 22 oktober 1996, dat nieuwe kennis heeft geleid tot "the recognition of more than one hypothesis in the theory of evolution". Sommigen hebben dit geïnterpreteerd als de erkenning van de evolutietheorie door paus Johannes Paulus II, maar volgens kardinaal Christoph Schönborn is dat een grote vergissing \[12\]. Johannes Paulus II heeft een jaar later, in een andere toespraak duidelijk gesteld dat het duidelijk is dat "waarheid van het geloof over de schepping lijnrecht staat tegenover de theorieën van de materialistische filosofie \[=evolutie\]", aldus de kardinaal. En ook Benedictus XVI, de huidige paus, heeft tijdens de preek bij zijn installatie aangegeven dat mensen "geen betekenisloos product van evolutie" zijn. Hiermee is duidelijk dat de rooms-katholieke kerk bij monde van pausen zich wel degelijk op het terrein van de wetenschap begeeft, waarmee ze zich impliciet onmogelijk zullen kunnen verenigingen met het idee van NOMA van Gould. Het lijdt daarnaast geen twijfel dat ook creationisten als Peter M. Scheele zich niet zullen kunnen vinden in NOMA, gezien hun felle tegenstand tegen de evolutietheorie, waarmee ook zij zich op het terrein begeven van de wetenschap op basis van hun religie.
De tegenstanders van NOMA zijn niet alleen de religieuzen die een strikt letterlijke lezing van Bijbel of de Koran voorstaan. Er zijn ook wetenschappers die zich niet kunnen verenigen met het idee. Ook de atheïst Richard Dawkins heeft er grote moeite mee, en steekt dat niet onder stoelen of banken. In *The God Delusion* stelt hij dat de vraag of Jezus een vader had of niet, een wetenschappelijke vraag is \[13\]. Maagelijke conceptie is wetenschappelijk gezien heel, heel, heel onwaarschijnlijk. Bovendien zou Jezus, wanneer Maria zwanger zou zijn geworden voordat zij gemeenschap had gehad met een man, een vrouw zijn geweest. Maarten 't Hart (bioloog en schrijver) legt dit in zijn boek *De Schrift Betwist* op vermakelijke wijze uit \[14\]. Het komt er op neer dat wanneer een onbevruchte eicel zich spontaan zou gaan delen, deze cel alleen een X-chromosoom bevat. De Y-chromosoom wordt door de mannelijke zaadcel geleverd. Als zich uit deze eicel een kindje ontwikkelt, zal dat zonder twijfel een dochter zijn. (Dat zullen ze niet leuk vinden bij de SGP!) En hoe zit het met andere wonderen? Een wonder is per definitie iets wat een natuurwet overstijgt. Voor een heiligverklaring door de rooms-katholieke kerk is het nodig dat postuum door de kandidaat-heilige een aantal wonderen wordt verricht. Deze wonderen betreffen vaak een wonderbaarlijke genezing. Betreedt de kerk hier niet het territorium van de medische wetenschap? Een exorcist \[15\] zal beweren dat hij een demon uitdrijft, terwijl een zichzelf serieus nemende medicus daar op basis van de medische wetenschap een heel andere interpretatie bij zal geven. Het toeschrijven van psychische aandoeningen aan demonen, straffen van bovennatuurlijke machten, goden, of andere mystieke verschijnselen is in strijd met de moderne medische wetenschap. Wanneer vanuit een religie gebruik wordt gemaakt van uitdrijving van boze geesten of gebedsgenezing, overschrijdt deze religie de grenzen van het territorium van de wetenschap. En wat te denken van de transsubstantiatie? Volgens het Concilie van Trento bevindt het lichaam van Christus 'waarlijk, werkelijk en wezenlijk' in de hostie, en hetzelfde geldt voor de hemoglobine in de wijn \[16\]. Niet symbolisch of allegorisch, maar fysiek. En hier zou de wetenschap geen uitspraak over kunnen doen, omdat het niet tot het domein van de wetenschap valt? Alles wat binnen de stoffelijke wereld valt, is per definitie het domein van de wetenschap, en zodra religieuze claims deze stoffelijke wereld betreffen, kan er geen sprake zijn van NOMA.
Als de 'magisteria' elkaar per definitie niet zouden overlappen, zou Galileo Galilei niet tijdens een kerkelijk proces in 1633 zijn veroordeeld tot levenslang huisarrest, tot zijn dood in 1642, er zouden bovendien geen teleologische godsbewijzen zijn bedacht, Peter M. Scheele zou geen boek hebben geschreven over degeneratie, de EO zou geen fragmenten uit de natuurfilms van Sir David Attenborough hebben geschrapt, Paus Pius XII zou zich niet zo druk hebben gemaakt over "false opinions threatening to undermine the foundations of catholic doctrine", er zouden geen uitdrijvingen van demonen door priesters meer plaatsvinden, er zou geen doctrine van de transsubstantiatie bestaan, Maria zou een dochter hebben gekregen en haar vast geen Jezus genoemd hebben, en zou de SGP een vrouwvriendelijke partij zijn geweest. Kortom, de wereld zou er heel anders hebben uitgezien. Ik denk dat we kunnen stellen dat Victor J. Stenger gelijk heeft wanneer hij stelt dat "the Judeo-Christian-Islamic God is a nanosecond-by-nanosecond participant in each event that takes place in every cubic nanometer of the universe, from interactions of quarks inside atomic nuclei to the evolution of stars in the most distant galaxies \[17\]". Van NOMA kan derhalve geen sprake zijn, daar zijn vrienden en vijanden van de wetenschap het over eens.
Degeneratie
Wanneer van NOMA geen sprake kan zijn, zal op het terrein waar zowel de wetenschap als religie bepaalde claims doen, overeenstemming moeten zijn tussen dergelijke claims (tenzij men een obscuur soort relativisme aanhangt, en stelt dat er geen objectieve waarheid bestaat, maar dergelijke relativisten kan worden tegengeworpen dat die stellingname nooit objectief waar kan zijn). De wetenschappelijke methode is een systematische manier om kennis te vergaren, gebaseerd op waarnemingen, metingen, voorspellingen, experimenten, verificatie en falsificatie. Deze methode werkt het best op het gebied van bèta- of exacte wetenschappen omdat daar het best gemeten en geëxperimenteerd kan worden. Bij religie is deze methode onmogelijk, en is men afhankelijk van stokoude geschriften uit een tijd die door Christopher Hitchens "the bawling and fearful infancy of our species" wordt genoemd \[18\], oncontroleerbare openbaringen en andere miraculeuze ervaringen, aangevuld met redenatietechnieken, teneinde een consistente theorie op te zetten. Het moge derhalve duidelijk zijn dat op het terrein van waarheidsvinding de wetenschappelijke methode veruit het primaat heeft boven de theologie. Dat veel godsdienstigen dat niet willen accepteren is een ander verhaal, en het halsstarrig verzet tegen de wetenschappelijke vooruitgang dwingt hen tot doelbewuste onwetendheid of een bizarre intellectuele spagaat. Het erkennen van de wetenschappelijke vooruitgang daarentegen, heeft ontegenzeggelijk degeneratie van hun god tot gevolg. Waar paus Pius XII bang voor was toen hij de encycliek Humani Generis schreef, is in volle gang. Herman Philipse heeft het mijns inziens bijzonder treffend verwoord in zijn boek *Atheïstisch Manifest en de Onredelijkheid van Religie*, waar hij schrijft \[19\]:
"In de loop van de moderne geschiedenis hebben theologen het godsbegrip en de theologie steeds abstracter gemaakt teneinde botsingen met de wetenschap te vermijden."
Hierop is het citaat van Bertrand Russel, dat ik als inleiding heb gebruikt, geheel van toepassing. Door God in overeenstemming te laten zijn met de wetenschap, degenereert hij waar je bij staat. Zoals Pius XII al vaststelde kan er geen sprake zijn van erfzonde als Adam niet een historische figuur is geweest waarvan alle mensen afstammen. Door de evolutietheorie te erkennen, erkent men dat er geen sprake kan zijn van erfzonde. Zonder erfzonde is de mens niet afhankelijk van de genade van God, en was er geen enkele aanleiding voor verlossing, en dus ook niet voor een verlosser. Jezus stierf voor niets. Hiermee valt of staat het hele Christendom. Maar zelfs al zou een moderne godsdienstige koste wat kost willen blijven geloven in God, desnoods door al deze problematische zaken symbolisch of allegorisch te beschouwen, dan nog komt hij volgens Philipse in de problemen.
"Mijn these is nu dat alleen aan het onweerlegbaarheidsvereiste kan worden voldaan door het godsbegrip van elke inhoud te beroven. Men moet zeggen dat God volstrekt transcendent is ten opzichte van al het empirisch kenbare."
Pas in zo'n situatie is sprake van NOMA, nonoverlapping magisteria, omdat God zich hier in het transcendente domein bevindt, en niet langer in het door de wetenschap te onderzoeken domein van het kenbare, zoals Herman Philipse het verwoordt. Waarom is dit een probleem? Philipse:
"De woorden waarmee men hem beschrijft, zoals 'Vader', of 'oneindig goed', 'oneindig wijs', 'oneindig machtig', kunnen niet hun gewone betekenis hebben. Noch kunnen we uitleggen welke betekenis deze woorden wél hebben, want elke betekenisvolle uitleg verwijst direct of indirect naar het kenbare. Er is namelijk geen betekenisvolle beschrijvende term die niet verwijst naar iets wat mogelijkerwijs gekend zal worden. \[...\] Ook de moderne gelovige komt dus, als hij consequent is en aan het onweerlegbaarheidsvereiste voldoet, tot de slotsom dat aan het woord 'God' geen beschrijvende inhoud verleend kan worden. \[...\] Indien het woord 'God' geen beschrijvende inhoud heeft, is ook de uitspraak 'God bestaat' betekenisloos geworden."
Wanneer "God bestaat" een betekenisloze uitdrukking is geworden, ondergaan de drie houdingen ten opzichte van die uitdrukking, te weten gelovig (God bestaat), atheïstisch (God bestaat niet) en agnostisch (onthouding van een oordeel) hetzelfde lot: ze houden niets meer in. Herman Philipse noemt deze conclusie "semantisch atheïsme". God is volledig gedegenereerd tot een betekenisloos fenomeen, dat geen betekenis meer aan het leven kan geven.
Conclusie
Van NOMA is, gezien de religieuze claims binnen het domein waarvan ook de wetenschap claimt dat het haar domein is, geen sprake, de inspanningen van Stephen Jay Gould ten spijt. Voor beweringen die betrekking hebben op hetzelfde domein geldt dat ze onderling consistent dienen te zijn, en wanneer dergelijke beweringen uit verschillende disciplines afkomstig zijn, zal tussen deze disciplines overeenstemming moeten zijn aangaande die beweringen. Wanneer die consistentie en overeenstemming er niet zijn, is het noodzakelijk te kijken naar de methode op basis waarvan de beweringen in kwestie tot stand zijn gekomen. Wanneer de wetenschappelijke methode is toegepast, gebaseerd op waarnemingen, metingen, voorspellingen, experimenten, verificatie en falsificatie, bevestigd door empirisch bewijs, staat men vele malen sterker dan wanneer de bewering is gedaan op basis van oude dogma's, oncontroleerbare ervaringen en openbaringen, miraculeuze anekdotes, et cetera, op basis waarvan verreweg de meeste en de belangrijkste religieuze claims worden gedaan. Het staat daarom buiten kijf dat met betrekking tot waarheidsvinding de wetenschappelijke methode de voorkeur geniet, waardoor de wetenschap het primaat heeft boven religie. Theologen hebben het godsbegrip en de theologie steeds abstracter gemaakt om botsingen met de wetenschap te vermijden, en zullen dit moeten blijven doen naarmate de wetenschap voortschrijdt. Dit heeft degeneratie van het godsbegrip tot gevolg, en de godsdienstige rest niets anders dan te kiezen uit de volgende drie mogelijkheden:
1. kiezen voor bewuste onwetendheid,
2. vasthouden aan elkaar tegensprekende beweringen, of
3. de degeneratie van God en uiteindelijk de betekenisloosheid van God en daarmee het semantisch atheïsme erkennen.
Kiezen voor bewuste onwetendheid is een intellectueel uitermate onbevredigende uitweg. Men houdt zich van den domme, om maar te kunnen blijven geloven. De tweede optie kiezen staat gelijk aan het zichzelf dwingen in een hachelijke spagaatsituatie. Deze keuze is inconsistent en intellectueel onhoudbaar. Vaak resulteert de keuze voor een van deze twee opties in een vlucht in de pseudowetenschap, zoals de degeneratiehypothese van Peter M. Scheele of Intelligent Design. De enige intellectueel verantwoorde keuze leidt tot het erkennen dat naarmate de wetenschap voortschrijdt, God degenereert. Het begrip 'God' zal uiteindelijk een betekenisloos begrip zijn, en daarmee erkent men feitelijk het semantisch atheïsme.
**Noten**
1. *Degeneratie, het einde van de evolutietheorie*, [http://www.degeneratie.nl](http://www.degeneratie.nl/?ref=deatheist.nl)
2. *Christelijk hardhout*, een interview uit 2005 van Marc Peeperkoorn met onze huidige vice-premier André Rouvoet, die daarin er duidelijk blijk van geeft in zijn christelijke gretigheid de degeneratiehypothese van Scheele te hebben overgenomen, [http://www.christenunie.nl/nl/k/8447/news/view/41298/59042/Christelijk-hardhout.html](http://www.christenunie.nl/nl/k/8447/news/view/41298/59042/Christelijk-hardhout.html?ref=deatheist.nl)
3. PZ Myers - *Evolving proteins in snakes*, 30 juni 2008, [http://scienceblogs.com/pharyngula/2008/06/evolving\_proteins\_in\_snakes.php](http://scienceblogs.com/pharyngula/2008/06/evolving%5Fproteins%5Fin%5Fsnakes.php?ref=deatheist.nl)
4. Mark Isaak - *The Counter-Creationism Handbook* (2007, ISBN 978 0520 249264), p.52.
Zie ook de websites:
- [http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101.html](http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101.html?ref=deatheist.nl)
- [http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101\_1.html](http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101%5F1.html?ref=deatheist.nl)
- [http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101\_2.html](http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB101%5F2.html?ref=deatheist.nl)
5. Marcel Hulspas - *Degeneratie*, een boekbespreking van 'Degeneratie - het einde van de evolutietheorie' van Peter M. Scheele. Het artikel is verschenen in de Skepter (tijdschrift van de Stichting Skepsis) van maart 1998\. Zie ook: [http://www.skepsis.nl/degeneratie.html](http://www.skepsis.nl/degeneratie.html?ref=deatheist.nl)
6. Serge Hilfrich - *Over Degeneratie, enkele gedachten bij de dwalingen van een EO-programmamaker*, 2000, [http://www.xs4all.nl/\~helfrich/figments/degeneratie.html](http://www.xs4all.nl/%7Ehelfrich/figments/degeneratie.html?ref=deatheist.nl)
7. Fedor Steeman - *Meesteroplichter degeneratie*, een kritisch artikel over Scheele's boek op de website van Skepp, verschenen in 'Wonder en is gheen Wonder' - nr.2, jaargang 4, 2004\. Zie ook: [http://www.skepp.be/artikels/creationisme/meesteroplichter-degeneratie](http://www.skepp.be/artikels/creationisme/meesteroplichter-degeneratie?ref=deatheist.nl)
8. *Degeneratie*, een uitgebreide verhandeling over wat er allemaal schort aan Scheele's poging om de evolutietheorie onderuit te halen, op de website: 'Daarom: Evolutie!', [http://www.daaromevolutie.net/default.asp?segm=6&styp=2&what=cont](http://www.daaromevolutie.net/default.asp?segm=6&styp=2&what=cont&ref=deatheist.nl)
9. Stephen Jay Gould - *Nonoverlapping Magisteria*, 1997, [http://www.stephenjaygould.org/library/gould\_noma.html](http://www.stephenjaygould.org/library/gould%5Fnoma.html?ref=deatheist.nl)
10. Pius XII - *Humani Generis, Encyclical Letter Concerning Some False Opinions Which Threaten to Undermine the Foundations of Catholic Doctrine*, 12 august 1950, [http://www.newadvent.org/library/docs\_pi12hg.htm](http://www.newadvent.org/library/docs%5Fpi12hg.htm?ref=deatheist.nl)
11. Roderick Vonhögen - *Eerste hulp, Stamt de mensheid van Adam en Eva af?*, 29 april 2008, [http://www.katholieknieuwsblad.nl/dagboek/index.php?file=roderick&id=119](http://www.katholieknieuwsblad.nl/dagboek/index.php?file=roderick&id=119&ref=deatheist.nl)
12. Christoph Schönborn - *Evolutie door ontwerp, niet door toeval*, een artikel in het Katholiek Nieuwsblad van 29 juli 2005, [http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel22/kn2244d.htm](http://www.katholieknieuwsblad.nl/actueel22/kn2244d.htm?ref=deatheist.nl)
13. Richard Dawkins - *The God Delusion*, 2006, ISBN 9780593055489, p. 59
14. Maarten 't Hart - *De Schrift Betwist*, 2003, ISBN 9029515627, p. 92
15. Roderick Vonhögen - *Eerste hulp, Wat is een groot exorcisme?*, 26 juni 2008, [http://www.katholieknieuwsblad.nl/dagboek/index.php?file=roderick&id=158](http://www.katholieknieuwsblad.nl/dagboek/index.php?file=roderick&id=158&ref=deatheist.nl)
16. Michel Onfray - *Atheologie, de hoofdzonden van jodendom, christendom en islam*, 2005, ISBN 90-5330-458-4, p. 109
17. Victor J. Stenger - *God, the failed hypothesis*, 2007, ISBN 978-1-59102-481-1, Preface p. 12
18. Christopher Hitchens - *God is not great, the case against religion* , 2007, ISBN 978-1-84354-586-6, p. 64
19. Herman Philipse - *Atheïstisch Manifest en de Onredelijkheid van Religie*, 8e druk, 2007, ISBN 90-351-2654-8, p. 60
### Ventastega en de oorsprong van viervoeters
URL: https://www.deatheist.nl/ventastega-en-de-oorsprong-van-viervoeters/
Last updated: 2008-07-10T00:00:00.000Z
In het late deel van het Devoon, de geologische periode tussen circa 385 en 360 miljoen jaar geleden, vond er een bijzondere evolutionaire overgang plaats. In deze tijd zijn binnen een bepaalde groep vissen, de *Sarcopterygii* (spier- of kwastvinnigen) de eerste gewervelde dieren ontstaan die het land zijn geen kolonialiseren. Deze groep is onder biologen bekend als de *Tetrapoda*, oftewel de viervoeters. Deze overgang, die volgens creationisten nooit heeft plaatsgevonden, is weer wat beter bekend geworden door fossiel skeletmateriaal van de vroege tetrapode *Ventastega curonica*, beschreven in het tijdschrift *Nature* van 26 juni (Ahlberg *et al.*, 2008).
*Ventastega* is geen nieuwe soort, maar werd voor het eerst beschreven in 1994 aan de hand van vrij fragmentarisch materiaal (Ahlberg *et al.*, 1994). Verdere opgravingen hebben gelukkig meer onthuld van dit dier. Door de nieuwe vondsten is nu bijna de gehele schedel bekend, een groot deel van de schoudergordel en een deel van het bekken. Aan de hand hiervan hebben de onderzoekers kunnen bevestigen dat dit dier eigenschappen had die het tussen *Tiktaalik* en *Acanthostega* plaatsen in de fylogenetische boom. *Tiktaalik* en *Acanthostega* zijn ook vroege tetrapoden, maar al wat beter bekend.
Door vondsten als deze wordt de overgang van water naar land steeds beter gedocumenteerd. Nu er steeds meer fossielen van deze transitie bekend worden, wordt ook steeds duidelijker dat er niet één rechte lijn is geweest van vissen naar landdieren. Het blijkt dat tijdens het late Devoon verschillende soorten tetrapoden naast elkaar bestaan hebben, waarvan er een aantal doodlopende takken zijn. Het is dan ook onmogelijk om aan te wijzen wie precies een voorouder was van wie. Hedendaagse evolutiebiologen spreken daarom over mate van verwantschap: wie de meest recente gemeenschappelijke voorouder heeft met wie. Deze verwantschappen zijn relatief objectief met statistische technieken te bepalen en worden grafisch weergegeven met fylogenetische bomen.
Veel mensen denken nog steeds over evolutie als een lijn die van bacteriën naar mensen loopt, waarbij alle overgangsvormen keurig op die lijn liggen. Sommige leken denk zelfs dat wij afstammen van de huidige vissen en amfibieën, dat ook zij dus op die lijn liggen. Het werkelijke pad van evolutie laat zich echter beschrijven als een boom of struik, niet als een lijn. Deze boom kent vele vertakkingen, waarvan veruit de meeste doodlopend zijn. Wij hebben het geluk dat we, net als alle andere organismen om ons heen, nog steeds op een van de vele takken zitten die (nog) niet doodgelopen (uitgestorven) zijn.
De overgang van water naar land is ook gradueel gegaan, zoals de veranderingen in vorm van tetrapoden laten zien en ook blijkt uit de fossielen van *Ventastega*. *Ventastega* onderscheidt zich slechts in details van *Tiktaalik* en *Acanthostega*. Dit maakt de grens tussen vissen en landdieren vaag en min of meer willekeurig. De dieren die deze overgang illustreren, laten een mengeling zien van vis- en landdierkenmerken. Net als *Ventastega* is ook *Tiktaalik* hier een prachtig voorbeeld van (Daeschler *et al*., 2006). Dit dier had bijvoorbeeld vinnen, maar in die vinnen zitten deels dezelfde botten als in onze ledematen (Shubin *et al.*, 2006). Door naar de details van deze botten te kijken, is duidelijk geworden dat de vinnen gespierd waren en aardig wat bewegingsmogelijkheden hadden.
Ook wij zijn tetrapoden, ondanks dat we onze voorste voeten hebben verwisseld voor handen. Zelfs walvissen en slangen zijn viervoeters, omdat ze oorspronkelijk vier voeten hadden (wat nog te zien is aan hun embryonale ontwikkeling), maar deze secundair verloren hebben. Tegenwoordig classificeren biologen dieren op grond van afstammingsrelaties, niet op grond van uiterlijke kenmerken. Omdat mensen, walvissen en slangen afstammen van dieren met vier voeten, behoren ook deze tot de tetrapoden. Om te weten waar onze handen en voeten vandaan komen, moeten we dus kijken naar vroege tetrapoden, zoals *Tiktaalik* en *Ventastega*.
Ook in de schedel zijn de nodige veranderingen opgetreden. Dieren als *Tiktaalik* en *Ventastega* hadden geen kegelvormige kop met de ogen aan de zijkant, zoals stereotype vissen dat hebben, maar een platte kop met de ogen aan de bovenkant, vergelijkbaar met moderne amfibieën. Van *Tiktaalik* is ook bekend dat hij een nek had, waar door hij zijn hoofd onafhankelijk van zijn romp kon bewegen (vissen hebben geen nek en kunnen dit dus niet). Op grond van de fylogenetische positie van *Ventastega* is te verwachten dat ook dit dier een nek had, maar hiervan zijn nog geen fossielen beschreven. Door een platte kop, naar bovengerichte ogen, gespierde en bewegelijke vinnen waren deze dieren in staat om in ondiep water en later op moerassig land te leven. Het lopen op het land is dus ontstaan vanuit het poedelen door ondiep water en modder, zoals de vroege tetrapoden laten zien.
Wat vondsten als *Tiktaalik* en *Ventastega* ook mooi laten zien is het voorspellende karakter van evolutiebiologie. Evolutiebiologen weten in wat voor aardlagen ze moeten zoeken (uit het late Devoon en wat destijds de waterkant was) en wat voor mengeling van kenmerken ze mogen verwachten (vis-amfibie). Dit maakt evolutie ook vatbaar voor weerlegging, zoals dat hoort in de wetenschap. Vind één fossiel van een tetrapode uit een laag ouder dan het Devoon en het hele afstammingsverhaal van spiervinnige vis naar landdier kan overboord.
Tot slot is dit het zoveelste voorbeeld dat creationisten in het ongelijk stelt. Volgens hen zouden dieren als *Tiktaalik* en *Ventastega* nooit bestaan kunnen hebben, er heeft immers nooit een transitie van water naar land plaatsgevonden. Wat we echter aantreffen is een verscheidenheid aan dieren in de juiste aardlagen die zowel vis- als landdierkenmerken hebben, die deze overgang dus prachtig bewijzen. *Ventastega* is slechts één van de vele getuigen hiervan.
Referenties:
Ahlberg, P.E., Lukevis, E., Lebedev, O. (1994) The first tetrapod finds from the Devonian (Upper Famennian) of Latvia. *Phil. Trans. R. Soc. B* 343:303–328.
Ahlberg, P.E., Clack, J.A., Luksevics, E., Blom, H., Zupiņs, I. (2008) Ventastega curonica and the origin of tetrapod morphology, *Nature*, 453:1199-1204.
Daeschler, E.B., Shubin, N.H., Jenkins, F.A. Jr. (2006) A Devonian tetrapod-like fish and the evolution of the tetrapod body plan. *Nature*, 440:757-763.
Shubin, N.H., Daeschler, E.B., Jenkins, F.A. Jr. (2006) The pectoral fin of Tiktaalik roseae and the origin of the tetrapod limb. *Nature*, 440:764-771.
### Fossielen en hoe ze evolutie bewijzen, een recensie van Prothero's "Evolution"
URL: https://www.deatheist.nl/fossielen-en-hoe-ze-evolutie-bewijzen-een-recensie-van-prothero-s-evolution/
Last updated: 2008-07-10T00:00:00.000Z
Een vrij recent boek over evolutie is *Evolution: what the fossils say and why it matters* van [Donald R. Prothero](http://faculty.oxy.edu/prothero/?ref=deatheist.nl) (Columbia University Press, 2007). De auteur van dit boek is een paleontoloog van naam, zoals blijkt uit zijn vele publicaties en zijn vele ervaringen in het vak (waaraan hij regelmatig refereert in het boek). Ook is hij goed bekend met creationistische literatuur en heeft hij gedebatteerd met creationisten. Het boek is primair een bloemlezing van het fossiele bewijs voor evolutie, maar secundair ook een weerlegging van het creationisme. Gezien Prothero’s beroep en ervaring is hij dus de aangewezen persoon om een boek als dit te schrijven, en dat blijkt ook.
Wat meteen opvalt aan dit boek, nog afgezien van de inhoud, is dat het erg mooi is uitgegeven voor zijn prijs. Voor nog geen 17 euro (bij [The Book Depository](http://www.bookdepository.co.uk/WEBSITE/WWW/WEBPAGES/showbook.php?id=0231139624&ref=deatheist.nl), 25 euro bij [Bol](http://www.nl.bol.com/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/nl/-/EUR/BOL%5FDisplayProductInformation-Start?BOL%5FOWNER%5FID=1001004005502407&Section=BOOK%5FEN&ref=deatheist.nl)) krijg je een bijna 400 pagina’s tellend hardcover boek, gedrukt op mooi papier dat rijkelijk geïllustreerd is (met zelfs kleurenplaten in het midden).
Na een voorwoord van beroepsscepticus Michael Shermer wijdt Prothero een kort woord aan de gelovige lezer, die misschien zou denken dat evolutie een bedreiging vormt voor zijn geloof. Volgens Prothero is dit niet nodig: wetenschap en religie zijn twee verschillende domeinen (het NOMA-model van wijlen Stephen Jay Gould) en veel gelovigen, waaronder de paus, hebben geen enkel probleem met evolutie. Ondanks dat deze opvatting erg populair is (en bijna standaard in elk hedendaags boek over evolutie staat), is ze mijns inziens ongeloofwaardig, zoals ik [elders](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/) uitgebreid betoogd hebt. Religie in de vorm zoals de overweldigende meerderheid van de gelovigen die beleeft, doet namelijk wel degelijk uitspraken over zaken die in het domein van de wetenschap liggen en kunnen daar dus mee conflicteren. Ook de acceptatie van evolutie door de rooms-katholieke kerk gaat slechts in beperkte mate op. Enfin, hier valt zeker mee te leven gezien de rest van het boek.
De kern van dit boek vormen de fossielen (Deel II), maar alvorens Prothero daarover uitwijdt, besteedt hij eerst de nodige aandacht aan onderwerpen die nodig zijn om wetenschap, creationisme en evolutie te begrijpen (Deel I). In de eerste twee hoofdstukken legt hij helder uit hoe wetenschap werkt en waarom creationisme geen wetenschap is. In het derde hoofdstuk gaat hij in op hoe fossielen ontstaan, hoe ze gedateerd worden en waarom de creationistische ‘verklaring’ voor het fossielenbestand (de zondvloed) slechts op de lachspieren kan werken voor iemand met ook maar enig verstand van geologie. Hoofdstuk vier gaat over het ontstaan en de ontwikkeling van de moderne evolutiebiologie en de (standaard) bewijzen voor evolutie.
Deel I wordt besloten met een hoofdstuk over de manier waarop biologen tegenwoordig de levende wereld indelen: niet op grond van uiterlijke kenmerken, maar op grond van afstammingsrelaties (*cladistiek*). Vooral dit hoofdstuk is belangrijk omdat het laat zien dat de moderne indeling aanzienlijk verschilt van de indeling die in dagelijks leven gebruikt wordt (en de meeste niet-biologen weten niet beter dan dat). Traditionele categorieën als 'vis' en 'reptiel' zijn niet meer geldig, omdat ze niet alle afstammelingen includeren, zoals de moderne taxonomie vereist. Prothero legt dit allemaal helder uit, hetgeen ook belangrijk is voor het tweede deel van het boek.
Wat hiermee samenhangt, en steeds weer terugkomt in de rest van het boek, is dat veel mensen, inclusief creationisten, nog steeds denken dat evolutie een progressief proces is dat als één lijn gaat van microbe naar mens. Het hele idee van ontbrekende schakels, *missing links*, komt voort uit deze misvatting. Het werkelijke proces van evolutie laat zich echter beschrijven als een gigantische boom met bijna eindeloos veel vertakkingen, waarvan de nu nog levende organismen slechts de laatste uitlopers zijn. Dit boom- of struikpatroon is ook wat we aantreffen in het fossielenbestand: geen rechte lijnen, maar vele vertakkingen, die bijna allemaal doodlopend zijn. Veel van de onzin die creationisten verspreiden is op deze misvatting van evolutie gebaseerd of komt eruit voort.
Het grootse deel van het boek, Deel II, gaat over fossielen. Met de inhoud hiervan heeft Prothero mij weten te verbazen. Hij laat zien dat we van vele groepen organismen een uitgebreid fossielenverslag hebben, veel uitgebreider nog dan ik had verwacht. Na een bespreking van de eerste vormen van leven gaat hij in op de verscheidene groepen ongewervelden, van microfossielen tot de fossielen van degenkrabben. Mijn persoonlijke interesse gaat echter meer uit naar dieren mét wervelkolom: de vertebraten. Ook hier laat Prothero zien dat evolutionaire transities die creationisten voor onmogelijk houden vaak goed gedocumenteerd zijn in *the fossil record*. Hij gaat onder andere in op het ontstaan van landdieren, vogels, zoogdieren en de radiaties van vele groepen zoogieren (waaronder honden, katten, paarden en walvissen). De laatste groep fossielen die hij bespreekt, zijn die van de mensachtigen, misschien wel het meeste gevoelige onderwerp voor creationisten. In tegenstelling tot wat creationisten nietsvermoedende leken willen doen geloven, blijkt dat ook ons eigen ontstaan goed gedocumenteerd is in het fossielenverslag.
Het laatste hoofdstuk van het boek wijdt Prothero aan de vraag *why it all matters*. Hij geeft hiervoor een aantal redenen, waaronder dat ontkenning van evolutie een ontkenning van een groot deel van wetenschap is en dat creationisten hun religieuze opvattingen (ongrondwettelijk en soms zelfs agressief) aan anderen op willen dringen, ook in het onderwijs. Hij mist mijns inziens nog en belangrijke reden: evolutie is niet alleen een gewone tak van wetenschap, het gaat (onder andere) ook over waar wij vandaan komen en wat onze plek in de kosmos is. Dit maakt kennis hierover belangrijk voor ieder ontwikkeld mens, en alleen dit zou al genoeg reden moeten zijn om niemand deze kennis te onthouden. Tot slot is er een grandeur in de evolutionaire kijk op het leven, zoals Darwin zelfs reeds opmerkte aan het eind van zijn *On the Origin of Species* (en wat Prothero aan het eind van zijn boek ook citeert).
Dit boek laat niet alleen zien hoe overweldigend evolutie gedocumenteerd is in het fossielenbestand, het laat ook expliciet het faillissement van het creationisme zien. Prothero illustreert met vele voorbeelden hoe creationisten feiten verdraaien, zich beroepen op achterhaalde informatie, belangrijke informatie achterwege laten, wetenschappers uit context citeren waardoor een vertekend beeld ontstaat (*quote mining*) en in veel gevallen simpelweg niet begrijpen waar ze het over hebben. Bij elk eerlijk mens, en zeker bij elke wetenschapper, doet dit de nekharen overeind staan.
Afgezien van een paar kleine technische onjuistheden (o.a. hominid i.p.v. hominin, fylogenetische positie basale chordaten) is dit boek een schitterend naslagwerk voor iedereen die geïnteresseerd is in evolutie en fossielen. Naast de informatie in het boek zelf bevat het vele verwijzingen naar literatuur voor mensen die meer willen weten. Het is tevens een bron van informatie tegen creationistische claims over fossielen. Geen enkele eerlijke creationist zou dit boek kunnen lezen zonder de onhoudbaarheid van zijn eigen opvattingen in te zien.
### Een recensie van Ehrmans "God's problem": het lijden en Bijbelse antwoorden
URL: https://www.deatheist.nl/een-recensie-van-ehrmans-god-s-problem-het-lijden-en-bijbelse-antwoorden/
Last updated: 2008-06-23T00:00:00.000Z
Eén van de grootste problemen in het leven van elk mens is dat van het lijden. Elk mens wordt hiermee geconfronteerd, zij het de een (aanzienlijk) meer dan de ander. Dit gebeurt zowel op persoonlijke schaal (het verliezen van een geliefde, omgaan met ziekte) als op grote schaal (genocide, natuurrampen, epidemieën). Elk mens zal een manier moeten vinden om hiermee om te gaan. Voor de gelovige komt naast het leed zelf echter nog een extra probleem: hoe is dit leed te rijmen met een almachtige, alwetende en liefdevolle God?
Dit probleem, en de Bijbelse antwoorden op dit probleem, staan centraal in het meest recente boek van Bijbelwetenschapper Bart Ehrman: *God's Problem: How the Bible Fails to Answer Our Most Important Question--Why We Suffer* (HarperOne, 2008). Ehrman is een eminent nieuwtestamenticus aan de University of North Carolina at Chapel Hill. Hij is in zijn eigen vakgebied vooral bekend vanwege zijn introductie tot het Nieuwe Testament (*The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings*, 5e editie in 2007 uitgebracht bij OUP). Met zijn *Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why*(HarperOne, 2007) is hij ook bekend geworden bij een breder publiek. In dat boek laat hij aan een breed publiek zien wat nieuwtestamentici al vrij lang weten: het Nieuwe Testament (NT) is, op z’n zachts gezegd, niet foutloos overgeleverd van de originelen tot de huidige Bijbelvertalingen.
Ehrmans meeste recente boek, over het probleem van het lijden, dat hij terecht bestempelt als *God’s problem*, is een vrij persoonlijk boek, in tegenstelling tot zijn andere boeken. Hij vertelt niet alleen uitgebreid over hoe hij “kicking and screaming” van evangelisch christen, via liberaal christen, afvallig is geworden, maar ook over het leed dat hem en zijn naasten persoonlijk heeft getroffen. Dit combineert hij met zijn vakgebied als Bijbelwetenschapper door de Bijbelverhalen die een antwoord proberen te geven op Gods probleem historisch en kritisch te analyseren. De hoofdstukken in het boek (afgezien van inleiding en conclusie) hebben grosso mode dezelfde opbouw. Elk hoofdstuk begint met te benadrukken hoe groot Gods probleem is aan de hand van het vele grote en kleine leed dat de wereld kent. Vervolgens analyseert hij de Bijbelse antwoorden op dit probleem, waarbij hij *en passant* ingaat op een aantal andere Bijbelse kwesties (die overigens weinig nieuws bevatten voor degenen die bekend zijn met zijn andere werk). Hij sluit elk hoofdstuk af met zijn eigen oordeel over de gegeven antwoorden. Dit oordeel is altijd vernietigend (met uitzondering van Prediker, waarover later meer): God heeft een werkelijk probleem, de gelovige dus ook.
Het eerste antwoord dat hij analyseert is wat hij de klassieke opvatting over lijden noemt. Dit is niet, zoals vele hedendaagse gelovigen misschien zullen denken, dat leed te wijten is aan misbruikte vrije wil (daarover is in de Bijbel bijzonder weinig te vinden!), maar dat leed een straf van God is voor de zonden van mensen. Deze opvatting is prominent aanwezig in het Oude Testament (OT): het joodse volk wordt gestraft door God omdat ze zich niet aan Zijn wetten houden. Niet zelden komt dit door het aanbidden van andere goden (monotheïsme is pas later uitgevonden), waar de jaloerse Bijbelse God bijzonder slecht tegen kan. Deze opvatting is echter problematisch, vooral omdat dit in strijd is met het feit dat de vromen evenveel lijden als de zondaars.
De volgende opvatting die Ehrman bespreekt is *redemptive suffering* (verlossend lijden): leed leidt tot, of is zelfs noodzakelijk voor, iets positiefs. Dit blijkt uit een aantal verhalen uit het OT, maar staat daarin niet zo centraal als in het NT. Een centrale boodschap in het NT is immers dat door Jezus’ lijden aan het kruis hij de mens verlossing heeft gebracht. Ook deze opvatting is echter problematisch volgens Ehrman. Ofschoon het zo is dat leed *soms* kan leiden tot iets positiefs, is dit lang niet altijd het geval. Er is genoeg leed dat geen enkel nut dient.
Twee boeken uit de Bijbel die mij persoonlijk het meest boeien zijn Job en Prediker. Ook deze boeken proberen een antwoord te geven op Gods probleem, en uiteraard bespreekt Ehrman deze ook. Hij onderscheidt terecht de twee verschillende antwoorden die in Job te vinden zijn (dat er twee verschillende antwoorden zijn komt door de ontstaansgeschiedenis van het boek). Het eerste antwoord, te vinden in het prozaïsche deel aan het begin en eind van het boek, komt erop neer dat Jobs leed te wijten is aan een weddenschap die God heeft met de satan. De satan daagt God uit om te laten zien dat Job ook trouw blijft in tijd van grote tegenspoed, een *test of faith* dus. God stemt in en geeft de satan toestemming om Job het grootste leed te bezorgen (!), zolang hij er maar niet aan sterft. God wint de weddenschap en beloont Jobs trouw door zijn grote verlies te vervangen door nieuwe rijkdommen. “What kind of God is this?” (p. 172), die leed laat aanrichten om zijn punt te bewijzen, vraag Ehrman zich terecht af. Het tweede antwoord is te vinden in het poëtische deel van het boek Job. Hierin is het God zelf die direct een antwoord geeft op Jobs leed in de vorm van twee redes. Gods ‘antwoord’ komt in feite neer op een hautain “Wie ben jij als nietig mens om Mij ter verantwoording te roepen?”, waarmee Job inschikt. Dit is in wezen helemaal geen antwoord, maar een ontwijking van de vraag. Ehrman concludeert terecht dat ook in het boek Job geen zinnige oplossing te vinden is voor Gods probleem.
Het boek Prediker, mijn persoonlijke favoriet, is een opzienbarend boek. Niet alleen omdat het een leven na de dood resoluut weerspreekt en *carpe diem* als levensraad geeft, maar ook omdat het een ‘antwoord’ geeft op het probleem van het lijden dat mijns inziens het enige zinnige is: er is geen antwoord, lijden *doesn’t make sense*. Leed treft zowel goede als slechte mensen, er is geen onderscheid. Het is niet de schuld van God, maar inherent aan het bestaan. Het enige wat we eraan kunnen doen is het lijden zoveel mogelijk proberen te vermijden. Ehrman stemt in met de opvattingen van Prediker.
De laatste oplossing die Ehrman bespreekt voor Gods probleem is de *eschatologische*: de wereld bevindt zich in het eind der tijden en God zal snel ingrijpen om alles goed te maken. Deze opvatting leefde erg rond het begin van onze jaartelling en is zowel terug te vinden in het OT-boek Daniël als in het NT. Zelfs Jezus dacht (als we de evangeliën mogen geloven) dat de generatie waarin hij leefde de laatste zou zijn. Ook Paulus is deze opvatting toegedaan, gezien zijn (authentieke) brieven. Het probleem met deze opvatting is echter evident: het eind der tijden is nooit gekomen. In elke generatie zijn er mensen geweest die meenden dat de hunne de laatste was, maar elke keer zaten ze er naast.
Dit boek van Ehrman gaat over één van de belangrijkste en oudste vragen die mensen zichzelf gesteld hebben: waarom is er zoveel leed in de wereld? Voor de gelovige komt daar nog een vraag bij: hoe rijm ik dit leed met mijn geloof in God? Volgens Ehrman is dit niet te rijmen. Er is sprake van een groot en werkelijk probleem. De antwoorden die mensen hebben gegeven en die ook in de Bijbel te vinden zijn, zijn niet afdoende. De enige uitzondering daarop is het antwoord van Prediker: er is geen zinnig antwoord. Uit Ehrmans analyse blijkt ook dat de Bijbel niet één antwoord geeft, maar verschillende, die onderling tegenstrijdig zijn. Dit is overigens logisch als je beseft dat de Bijbel mensenwerk is, geschreven door auteurs met verschillende opvattingen die in verschillende tijden leefden.
In kan me volledig vinden in de conclusie van Ehrman. Het probleem van het lijden is misschien wel het oudste en meest krachtige argument tegen het bestaan van God. Dit komt des te meer doordat het een zeer persoonlijk en existentieel argument is, het probleem is letterlijk aan den lijve te ondervinden. Ik denk daarom ook dat het één van de belangrijkste redenen is waarom sommige mensen niet (meer) kunnen geloven in het bestaan van God. De meeste godsdienstfilosofische argumenten zijn zuiver beredenerend, maar het probleem van het lijden heeft ook een sterke emotionele component, wat het argument zo krachtig maakt.
Op grond van het bovenstaande zou je denken dan Ehrman een atheïst is, maar dat weerspreekt hij nadrukkelijk. Hij beschouwt zich als een agnost, en daar zit mijn enige probleem met dit boek. Hij schrijft hierover: “I don’t know if there is a God. I don’t call myself an atheist, because to declare affirmatively that there is no God (the declaration of atheists) takes far more knowledge (and chutzpah) than I have. How would *I* know if there’s a God?” (p. 125). Het lijkt erop dat hij hier twee fouten maakt. Ten eerste: een atheïst denkt niet noodzakelijk dat God niet bestaat, maar denkt niet dat God bestaat. Ten tweede denkt Ehrman blijkbaar dat het nodig is om heel wat meer kennis te hebben dan een sterfelijke vermag om niet te denken dat God bestaat, en zeker om te denken dat God niet bestaat. Hij vergeet hierbij echter dat het een kwestie van *waarschijnlijkheid* is, niet van absolute zekerheid. Geen enkele atheïst zal met absolute zekerheid kunnen zeggen dat God niet bestaat, maar dat betekent niet dat we het daarom maar in het midden moeten houden (agnosticisme). Zou Ehrman ook een agnost zijn wat het bestaan van Zeus, Osiris, Thor of de tandenfee betreft? Hij kan evenmin zeker weten dat zij niet bestaan, maar acht het ongetwijfeld waarschijnlijker dat ze niet bestaan dan dat ze wel bestaan, wat hem wat deze wezens betreft een 'atheïst' maakt. Zijn hele boek pleit voor de onwaarschijnlijkheid van God, wat hij zelf ook aangeeft. Waarom hij zich dan niet gewoon een atheïst noemt, blijft voor mij een raadsel.
Concluderend vind ik het een sterk boek. Ehrman laat zien dat het probleem van het lijden een groot en reëel probleem is, en dat de gegeven antwoorden niet afdoende zijn om het op te lossen. God is dus niet op redelijke wijze vrij te pleiten voor het leed in de wereld, het blijft een probleem voor Zijn bestaan, *God’s problem.*
### Pascals polis
URL: https://www.deatheist.nl/pascals-polis/
Last updated: 2026-08-26T06:47:39.000Z
*Door Martin de Boer*
> *Vandaag heeft de HEER u verzekerd*
> *dat u, zoals hij u heeft beloofd,*
> *zijn volk zult zijn, zijn kostbaar bezit.*
> Deuteronomium 26:18
**Pascals weddenschap**
In de loop der tijden hebben apologeten (zoals theologen en andere gelovigen) tal van godsbewijzen opgesteld om de ongelovigen te overtuigen van het bestaan van God, en/of het nut van geloven in God. Zo zijn er kosmologische argumenten, teleologische argumenten, ontologische argumenten, argumenten op basis van persoonlijke ervaringen (vermeende openbaringen en wonderen, troost, etc.) en ga zo maar door. Een heel curieus argument om in God te geloven is Pascals weddenschap, geopperd door de Fransman Blaise Pascal, een wiskundige, natuurkundige, christelijk filosoof, theoloog en apologeet (19 juni 1623 - 19 augustus 1662). Volgens sommigen is het woord weddenschap niet helemaal juist, en het wordt daarom ook wel Pascals gok of Pascals wedder genoemd. De Engelse term is 'Pascal's wager'. Het argument van Pascal komt feitelijk neer op het volgende: Als je er op gokt dat God bestaat, en het waar is, is een eeuwigheid van geluk en vreugde je deel. Als blijkt dat God niet bestaat, heb je in ieder geval niets verloren. Als je er daarentegen op gokt dat God niet bestaat, loop je het risico dat je voor eeuwig in de hel moet branden. Het risico van ongeloof is dus vele malen groter dan het risico van het geloof. Het is dus veiliger en daardoor verstandiger te gokken op Gods bestaan, gezien de mogelijke consequenties. Althans volgens de argumentatie van Blaise Pascal.
Pascal gaat hierbij voorbij aan een aantal essentiële zaken. Ten eerste vooronderstelt hij een god, zoals die ons door de Bijbel wordt voorgeschoteld. Hij kiest dus *a priori* al voor de christelijke God, zonder zich af te vragen hoe het zit met goden uit andere religies. Er zijn in de wereld duizenden (!) godsdiensten, en voor een deel daarvan zijn vergelijkbare weddenschappen op te stellen. Hoe groot is de kans dat Pascal de juiste godsdienst heeft uitgekozen? Men zou met hetzelfde argument ook de Islam kunnen postuleren als een "verstandige keuze".
Een tweede probleem is Pascals aanname dat een ongelovige er gewoon voor kan kiezen om in de christelijke god te geloven. Deze veronderstelling is volstrekt onjuist. Als iemand overtuigd is van de onjuistheid van een bepaalde propositie, is het onmogelijk er desondanks voor te kiezen diezelfde propositie toch maar te gaan geloven. De enige manier om iemand te doen geloven dat de propositie toch juist is, is door overtuigende argumenten aan te dragen, die de juistheid van de propositie bewijzen, of op z'n minst aannemelijk te maken. (Een belangrijke reden waarom gelovigen zo vaak op die "vrije wil" hameren, is, denk ik wel eens, om een eeuwige straf die de ongelovigen te wachten staat, te rechtvaardigen. Ongelovigen "hebben God afgewezen", en dus hebben ze het zelf zo gewild.)
De bovenstaande tegenwerpingen in ogenschouw nemende zou je zeggen dat dit argument, dat al uit 17e eeuw stamt, vandaag de dag niet meer serieus genomen wordt. Het tegendeel is echter waar. Hoe vaak horen we niet zeggen: "Wat als je sterft en je blijkt ongelijk te hebben, en je wordt naar de hel gestuurd? Hoe zou je je dan voelen?" Een dergelijke vraag lijkt verdacht veel op de argumentatie van Pascal, en is met dezelfde objecties van de hand te wijzen. Mensen die op basis van een dergelijk argument "geloven" worden door Multatuli in zijn *Gebed van een onwetende* terecht als 'laf' afgeschilderd \[1\]:
> Wie 't goede doet
> Opdat een God hem loonen zou maakt juist daardoor
> Het goede tot iets kwaads, tot handel. En wie boosheid vliedt,
> Uit vrees voor de ongenade van dien God, is ... laf!
**Een gedachte-experiment: Pascals polis**
Terug naar Pascal. Ik wil de lezer graag verleiden tot een gedachte-experiment. Stelt u zich eens voor dat Pascal niet een apologeet uit de 17e eeuw was, maar een 21e-eeuwse atheïst. En stel dat hij niet een argument vóór, maar juist tégen het geloven in de christelijke god wilde opstellen. Het is niet ondenkbaar dat Pascal op een zondagochtend zijn woonkamer inloopt, zijn televisie aanzet, en getrakteerd wordt op een uitzending van een publieke omroep met een evangelische inslag, waarin een Tv-dominee staat te preken: "Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, broeders en zusters, wij mogen ons zeker weten van Jezus' hulp." Je ergens zeker van weten. Dat zou een onderwerp zijn dat Pascal erg zou interesseren. Immers, de 17e-eeuwse Pascal was ook geïntrigeerd door de risico's die er kleven aan de keuze van (on)geloof, en met zijn weddenschap opperde hij ook een optie die je zou kunnen omschrijven als 'op safe spelen', 'de veiligste optie kiezen', of 'gaan voor zekerheid'. Het zou niet ondenkbaar zijn dat de 21e-eeuwse atheïstische Pascal uit ons gedachte-experiment, in plaats van met een weddenschap, met een verzekeringspolis op de proppen zou komen. Een zeer voor de hand liggende metafoor eigenlijk. Immers, het gros van de gelovigen wil 'zich zeker weten' van de genade van God, zekerheid dat zij recht hebben op een plekje aan de rechterhand Gods wanneer het hier op aarde allemaal over en uit is. Een klein offer (af en toe een saaie kerkdienst, op zondag niet naar het zwembad, geen seks voor het huwelijk, ...), maar een oneindig grote beloning (het paradijs). In "onze" Pascals metafoor goed te vergelijken met een prima op te brengen premie, maar als het zover komt: een grote uitkering! En de polisvoorwaarden, die staan in de Bijbel. Een zaligmakende verzekeringspolis. Laten we het *Pascals polis* noemen.
**De voorwaarden (1): Zalig door geloof of door goede werken?**
Laten we eens een paar voorwaarden uit de zaligmakende polis, genaamd de Bijbel, tegen het licht houden. Als we het over een zaligmakende polis hebben, en dan in het licht van het hiernamaals, moeten we dus op zoek naar die verzen (artikelen) in de Bijbel (polisvoorwaarden), die daar iets over zeggen. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om zalig te worden? Daar hebben verschillende volgelingen van Jezus een heel verschillende mening over. Als eerste hebben we uiteraard Paulus (aangenomen dat het werkelijk Paulus was die de brieven schreef die volgens de polisvoorwaarden aan hem worden toegeschreven), die bij herhaling betoogt dat men zalig wordt door het geloof, en niet door daden of het strikt volgen van de wet \[2\]\[3\]\[4\]\[5\]\[6\]. Naast Romeinen \[3\] wordt o.a. in de volgende boeken deze visie ondersteund: 1 en 2 Timoteüs, Titus, Kolossenzen \[4\], Efeziërs \[5\], Handelingen \[11\], 1 en 2 Korintiërs, Hebreeën, Filemon, Filippenzen, Galaten \[6\]\[7\], 1 en 2 Tessalonicenzen, het Lucas evangelie en het Marcus evangelie. Ook Maarten Luther (1483-1546) dacht er zo over. De mens kan volgens Luther niet gered worden door goede werken. Alleen het geloof (*sola fide*) kan de mens redden van het hellevuur.
Jacobus, de broeder van Jezus, is het echter helemaal niet met Paulus eens. Geloof alleen is onvoldoende. Hij legt sterk de nadruk op goede daden en het stipt volgen van de wetten die God heeft gegeven \[8\]\[9\]\[10\], inclusief zaken als besnijdenis \[11\]. Over het al dan niet volgen van de wetten van Mozes wordt door de Jacobus en Paulus een ware machtsstrijd gevoerd \[2\]. In een schrijven aan de Filippenzen gaat Paulus zelfs zover hij de aanhangers van Jacobus voor 'honden' uitmaakt \[12\].
Een derde visie op het al dan niet zalig worden, wordt gegeven in het boek Openbaring. Volgens dit boek stond aan het begin der tijden al vast \[13\] wie er naar de hemel gaan. Dat zijn namelijk de 'verzegelden', 144000 maagdelijke mannen, 12000 uit iedere stam van Israël \[14\]. Met de rest van de mensen loopt het slecht af \[15\]. Volgens de Jehova's getuigen zijn trouwens deze 'verzegelden' geen maagdelijke Joodse mannen, maar zijn het 144000 Jehova's getuigen \[16\]. Omdat van tevoren al vaststaat wie dat zijn (predestinatie), maakt het dus niet uit hoe je hebt geleefd: gelovig of niet gelovig, zondig of niet zondig. Je hebt er zelf geen enkele invloed op.
De polisvoorwaarden geven dus niet duidelijk aan wanneer de verzekeraar tot uitkering overgaat. Moet men geloven, goede werken verrichten, of het maar lekker op z'n beloop laten?
**De voorwaarden (2): gaan zonden over van geslacht op geslacht?**
En dan hebben we het eigenlijk alleen nog maar gehad over het eigen gedrag. Hoe gaat de verzekeraar om met sancties voor kinderen naar aanleiding van eventuele misdragingen door de ouders? M.a.w., kan men worden gestraft voor de fouten van voorouders? Heeft het zin om je te bekeren als je ouders goddeloze heidenen waren? De Bijbel leert ons dat God een jaloerse god is die het nageslacht van zondaars straft voor de zonden van hun ouders, tot in het derde en vierde geslacht, maar zijn liefde bewijst aan de kinderen van hen die God liefhebben, tot in het duizendste geslacht \[17\]\[18\]. Dergelijke polisvoorwaarden zijn nogal ambigu. Kunnen mijn kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen het schudden als ik op de sabbat wat hout sprokkel? En wat als overgrootvader wel een godvrezend man was? Mogen mijn achterkleinkinderen dan toch, ondanks mijn hout sprokkelen op de voorgeschreven rustdag, de liefde van God verwachten vanwege mijn overgrootvaders onbesproken gedrag?
De profeet Ezechiël, die in de 6e eeuw voor Chr. (tijdens koning Jechonja (= Jojachin)) in ballingschap is, leert ons dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden \[19\]. Maar Jeremia daarentegen, een profeet die niet in ballingschap is maar in Juda zit, beticht de profeten in ballingschap, waaronder ook Ezechiël zich bevindt, ervan valse profeten te zijn \[20\]. Hij doet dit in zijn brief aan de ballingen \[21\] waarin hij tegen deze 'valse profeten' tekeer gaat. Wellicht zijn zelfs *beide* profeten (Jeremia en Ezechiël) vals, want van beide heren zijn heel duidelijke profetieën *niet* uitgekomen. Jeremia voorspelt tot tweemaal toe over koning Jojakim dat deze met een ezelsbegrafenis zal worden begraven \[22\]\[23\], maar elders lezen we dat Jojakim op een nette manier bij zijn vaderen te ruste ging \[24\]. Ezechiël profeteert eerst op hoogdravende toon dat Nebukadnezar de stad Tyrus zal innemen \[25\], maar even later blijkt die voorspelling niet uit te komen, en draait het hele "feest" op een groot fiasco uit \[26\].
Wie zullen we geloven? Mozes \[17\]\[18\], Ezechiël \[19\] of Jeremia? Lijden of profiteren we door de daden van onze voorouders, of zijn we verantwoordelijk voor onze eigen daden? Uit de polisvoorwaarden is niet eenduidig af te leiden hoe het zit.
**De voorwaarden (3): is wat God ons ingeeft altijd goed?**
Laten we aannemen dat Ezechiël gelijk heeft, en dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden \[19\]. De moderne mens krijgt hier denk ik een gevoel van rechtvaardigheid bij (ook al zijn er tientallen Bijbelverzen die Ezechiël tegenspreken \[27\]). Hoe weten we zeker dat we niet onder invloed verkeren van een macht die groter is dan wij, nl. God zelf? Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen dat God halsstarrig maakt wie hij wil \[28\]. Als God zelf ons halsstarrig maakt, hoe kunnen wij stervelingen dan ooit weerstand bieden aan zijn almacht? En dat de gevolgen daarvan dramatisch kunnen zijn lezen we in Exodus, waar God de Farao bij herhaling halsstarrig maakt \[29\]. Vervolgens wordt het hele Egyptische volk aan de ene plaag na de andere blootgesteld. Dit heeft talloze doden tot gevolg (neem alleen al die onschuldige eerstgeborenen die sterven), en dat allemaal omdat God nota bene hoogstpersoonlijk de Farao halsstarrig maakt. Als God dat nou niet had gedaan, had de Farao de Israëlieten misschien wel zonder slag of stoot laten gaan, en was de Egyptenaren heel wat leed bespaard gebleven. We zullen het nooit precies weten, maar de invloed van God op de Farao zal zeker geen goed gedaan hebben.
Wanneer het volk Israël in de woestijn ronddoolt, gedraagt het zich niet altijd even goed. Voor straf moeten ze er veertig jaar blijven, lezen we in Exodus. Wat Exodus niet verhaalt, is dat het God in hoogst eigen persoon is die het volk in die tijd gruwelijke wetten voorschrijft, waardoor zij vreselijke zonden begaan. We weten dit dankzij Ezechiël, die schrijft: "\[God\] gaf hen zelfs slechte wetten, en regels die leidden tot de dood. \[...\] hun eerstgeborenen liet \[God\] hen offeren \[...\]" \[30\]. Dat is even slikken voor de aanhangers van de goddelijke-bevelstheorie van de moraal.
En als dan het volk Israël eenmaal het land Kanaän binnentrekt, na 40 jaar doelloos ronddwalen, kwakkels en manna eten, en slechte wetten van God op te volgen in de woestijn, volgt wederom een staaltje machtsvertoon van God over de ruggen van de onschuldige, argeloze autochtone bewoners van dat land. De volkeren die het land Kanaän bevolken, totdat ze door de Israëlieten onder leiding van Jozua worden uitgeroeid, worden nl. evenals de Farao door God zelf weerbarstig gemaakt, zodat Jozua een geldig excuus heeft voor de genocide die hij daar (in opdracht van God) pleegt \[31\]. Mogen we hieruit afleiden dat wanneer God deze autochtonen niet weerbarstig had gemaakt, er aanzienlijk wat minder bloed vergoten zou zijn? Dat lijkt wel heel aannemelijk, want waarom zou de Bijbel expliciet vermelden dat God de volkeren weerbarstig maakte?
En wat te denken van het verhaal in Samuël 24, waar David in opdracht van God \[32\] een volkstelling laat houden? Je zou zeggen dat David Gods wil uitvoert, en dus goed bezig is. Niet is minder waar. Het bleek een vooropgezet plan te zijn van God om David te kunnen straffen. De ziener Gad komt David het slechte nieuws brengen, en David mag uit drie vreselijke straffen kiezen: zeven jaar hongersnood, drie maanden op de vlucht voor een belager, of drie dagen de pest in het land. David kan niet kiezen, en God laat zeventigduizend onschuldigen (!) aan de pest overlijden \[33\]. Blijkbaar is wat God je ingeeft niet altijd goed. Had David ongehoorzaam moeten zijn en geen volkstelling moeten houden? Of zou God dan nog toorniger zijn geworden? Misschien waren er dan nog meer onschuldigen aan een gruwelijke ziekte overleden. Opvallend is het overigens dat een ander Bijbelboek, 1 Kronieken, een heel andere weergave van het verhaal geeft, waarin de schrijver doet voorkomen dat het niet God, maar Satan is die David aanzet tot de volkstelling \[34\]. Een niet geringe contradictie in onze polisvoorwaarden! De boosheid van God die volgt op deze volkstelling lijkt nu wel iets redelijker omdat David deed wat slecht is in de ogen van God, nl. doen wat de Satan hem ingaf. Toch moet wel gezegd worden dat het niet erg rechtvaardig is - althans volgens onze hedendaagse westerse normen - om zeventigduizend onschuldigen te straffen voor de fout van iemand anders \[35\]. Overigens redeneren sommige gelovigen die graag vasthouden aan de letterlijke waarheid van de Bijbel de contradictie tussen deze twee verhalen \[32\]\[34\] weg door te stellen dat God Satan gebruikte om David aan te zetten tot een volkstelling. Het probleem hiermee is dat God weer even onbetrouwbaar wordt als in de versie van Samuël.
Een heel bijzonder - en zeer verwarrend - verhaal vinden we in 1 Koningen (en in 2 Kronieken) over koning Achab van Israël. Achab heeft koning Josafat van Juda uitgenodigd, en wil met hem gezamenlijk ten strijde trekken tegen de stad Ramot in Gilead. Ze vragen maar liefst vierhonderd profeten van Achab om raad. Deze geven aan dat het een goed plan is. 'Trek op. God zal u de stad in handen geven,' zeggen ze. Josafat vraagt of er niet nog één extra profeet is die ze om advies kunnen vragen. Waarom vierhonderd niet genoeg is, maar vierhonderdeneen wel, wordt niet vermeld. De profeet Micha wordt opgetrommeld. De bode die Micha gaat halen vertelt hem dat alle vierhonderd andere profeten positief waren over de plannen van Achab, en hoopt dat Micha dezelfde boodschap zal geven. Maar Micha zegt: 'Zowaar de HEER leeft, ik zeg alleen wat mijn God mij in de mond legt.' Desalniettemin geeft ook Micha een positief advies aan Achab. Maar dan gebeurt er iets vreemds. Ondanks dat Achab blij zou moeten zijn met dit advies, dringt hij er bij Micha (waar ie een hekel aan blijkt te hebben vanwege zijn voor Achab ongunstige profetieën uit het verleden) op aan om toch vooral de waarheid te spreken. Opmerkelijk. Ruikt Achab onraad? En dan verandert Micha om onduidelijke redenen ineens zijn boodschap, wat ook opmerkelijk is want hij beweert toch louter te zeggen wat God hem in de mond legt. Is God ineens van mening veranderd, of is Micha een amateur? Vervolgens komt Micha met een verhaal dat God in de hemel een vergadering heeft gehouden met 'alle hemelse machten' (geesten) met als doel het overhalen van Achab om ten strijde te trekken tegen Ramot, Achabs ondergang tegemoet. De uitkomst van die vergadering zou een listig plan zijn waarin zou zijn opgenomen dat een van deze geesten met goedkeuring van God de profeten van Achab leugens zou influisteren met als resultaat dat zij Achab overhalen ten strijde te trekken. Hierdoor zal Achab zijn ondergang tegemoet gaan, wat het doel van het plan is. \[36\] We zien hier dat God en zijn hemelse machten opzettelijk leugens verspreiden! Wat nog het meest opmerkelijke is, is dat Micha zelf ook eerst een leugen vertelt, maar direct daarna honderdentachtig graden draait, en nota bene Gods listige plannetje aan Achab verraadt. Die trekt zich daar vervolgens niets van aan - wat wil je ook met zo'n warrige profetie - en trekt ten strijde, zijn ondergang tegemoet. Deze ondergang staat ook nog eens haaks op wat God eerder in 1 Koningen aan Elia zegt, nl. dat Achab geen onheil zal overkomen \[37\], maar dat terzijde.
In Jesaja zien we ook dat God de profeet de opdracht geeft het volk doof, blind en ongevoelig te maken, zodat ze niet zullen luisteren en 'geen herstel vinden' \[38\]. Johannes verwijst hier later naar terug wanneer Jezus ondanks zijn wonderen niet wordt geloofd, waaruit we mogen opmaken dat God zelf er voor zorgde dat Jezus wonderen niet werden geloofd \[39\]. En ook het evangelie van Marcus leert ons over de doelbewuste misleiding door van de menigte door Jezus, die in raadselen spreekt 'opdat ze scherp zien, maar geen inzicht krijgen, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, anders zouden ze zich bekeren en vergeving krijgen' \[40\].
Door God ingeplante halsstarrigheid (de Egyptische Farao), slechte wetten en regels (tijdens de 40 jaar durende zwerftocht van de Israëlieten door de woestijn), opdrachten van God die later bestraft worden (David), leugenachtige profeten, gebroken beloftes, en de doelbewuste misleiding door God en Jezus, nota bene om te voorkomen dat de mensen zich zouden bekeren, maken onze polis er niet degelijker op. Hoe moeten we dit rijmen met de aan God en Jezus toegedichte eigenschappen zoals liefde en rechtvaardigheid? En hoe weten we dat de polisvoorwaarden zelf geen misleiding zijn?
**De voorwaarden (4): komt onze polis ooit tot uitkering?**
Om tot uitkering te komen moet er minimaal een hiernamaals bestaan. In relatie tot dat hiernamaals staat er een zorgelijke passage in onze polisvoorwaarden. De schrijver van Prediker vertelt ons iets waar de meeste gelovigen het koud van zullen krijgen \[41\]. In Prediker 3 stelt hij dat mensen niet meer zijn dan dieren, en hen hetzelfde lot treft. Dood is dood. Over en uit. Niks hiernamaals. Nada. Alles is uit stof ontstaan, en alles keert weder tot stof. Alles is leegte. Tja, zo bezien zal onze polis nimmer tot uitkering komen ben ik bang. Of moeten we de schrijver van Prediker zien als zo'n profeet die een leugen kreeg ingefluisterd? Een halsstarrige? God maakt immers halsstarrig wie hij wil \[28\]?
Had onze polis inmiddels al niet heel lang geleden tot uitkering moeten komen? Immers, was het niet Jezus zelf die ons nota bene verzekerde dat het koninkrijk Gods zou komen voordat de generatie waartegen hij sprak zou zijn verdwenen \[42\]? Die generatie is toch allang voorbij? Hoe zit het eigenlijk met de houdbaarheidsdatum van onze polis? Ik weet wel dat Petrus heeft betoogd dat Jezus nog niet is teruggekeerd omdat hij 'geduld met ons heeft' en 'wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat' \[43\], maar dat steekt toch een beetje flauwtjes af bij de zekerheid waarmee Jezus hoogst persoonlijk zijn stellige beweringen doet, die bij herhaling in de evangeliën terugkomen \[42\]. Bovendien komen er door langer te wachten steeds meer mensen bij, en wordt de taak om iedereen te bekeren alsmaar groter, en moeilijker te volbrengen. Je zou veronderstellen dat hoe eerder Jezus terugkeert, des te meer de schade (in de vorm van verloren zielen) beperkt blijft. We zijn inmiddels met ruim zes miljard zielen op de planeet Aarde, waarvan een fors deel niet tot het christelijke geloof is bekeerd. En het aantal zielen groeit harder dan ooit.
**De verzekeringsagent raadplegen?**
We kunnen er niet omheen: of de polisvoorwaarden rammelen aan alle kanten, of ze zijn zo ingewikkeld dat we een verzekeringsagent, een specialist, nodig hebben om ze aan ons uit te leggen. Laten we positief blijven en van het laatste uitgaan: het is een fantastische verzekering, maar we hebben gewoon een specialist nodig die ons wegwijs maakt in de polisvoorwaarden. Rechtstreeks contact met de verzekeraar via e-mail, fax, telefoon, via de post of fysiek langsgaan bij het hoofdkantoor is niet mogelijk, dus op naar zo'n specialist dan maar! Maar wie? Een katholieke pastoor? Een protestantse dominee? Van welke kerk? Om de lezer een indruk te geven, in Nederland alleen al wemelt het van de protestantse kerkelijke organisaties \[44\]. De grootste is de Protestantse Kerk Nederland (PKN, een fusie tussen de Gereformeerde Kerken, (een deel van) de Nederlandse Hervormde Kerk en de Lutherse Kerk). Niet iedereen was blij met die fusie, waardoor weer nieuwe kerken ontstonden, zoals de Hersteld Hervormde Kerk (die trouwens zelf vinden dat ze de Nederlandse Hervormde Kerk voortzetten) en de Voortgezette Gereformeerde Kerk. Verder hebben we de Christelijk Gereformeerde Kerk (die tussen de gemeenten onderling ook nog bepaalde twistpunten hebben, waardoor dominees uit de ene gemeente beslist niet kunnen preken in een andere gemeente), Pinksterbewegingen, de migrantenkerk, evangelische groeperingen, baptisten, de Doopsgezinde Broederschap, de Apostolische Gemeente, de Zevende-dags-Adventisten, het Leger des Heils, de Mormonen (ten slotte ook een christelijke stroming), en een hele grote groep bevindelijke gemeenten. Bevindelijken menen een persoonlijke relatie met God te hebben. Die persoonlijke relatie beschermt ze echter niet tegen allerlei verschillen van mening en twistpunten, waardoor ze helaas niet samen door één kerkdeur kunnen. Dit levert dan ook weer een bonte verzameling kerkgemeenschappen op: De Gereformeerde Gemeente, Gereformeerde Gemeente in Nederland, Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, Oude Gereformeerde Gemeenten, hervormd-gereformeerden, Nederduits-hervormden, oud-hervormden, presbyteriaal-hervormden, vrij-gereformeerden, vrij-hervormden, vrij-oud-gereformeerden, vrijzinnig hervormden, confessioneel hervormden, de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken, Nederlands Gereformeerde Kerken (een afsplitsing van de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken), evangelische verenigingen en diverse huiskamerclubjes. In Zeeland hebben we zelfs al een atheïstische dominee, in de persoon van Klaas Hendrikse. Dus als we in ons eigen landje een specialist zoeken om ons de polisvoorwaarden uit te leggen, kunnen we te kust en te keur gaan bij een groot aantal geestelijken die er allemaal een andere mening op na houden. Als al die meningen evenveel waard zijn, moeten we tot de conclusie komen dat ze allemaal niets waard zijn, ben ik bang.
**Conclusie**
De lezer zal het met me eens zijn dat het een verstandige gewoonte is om bij het afsluiten van een verzekering altijd eerst de polisvoorwaarden goed door te nemen, en de kleine lettertjes te lezen, alvorens ergens een handtekening onder te zetten. Toch blijken er veel verzekerden te zijn die hun polisvoorwaarden niet grondig hebben gelezen, en er klakkeloos vanuit gaan dat het allemaal wel los loopt. Dit zijn in het gedachte-experiment, de polis van Pascal, de gelovigen die hun Bijbel niet goed hebben gelezen, of er ondanks de bedenkelijke voorwaarden, de tegenstrijdigheden, en de twistpunten tussen de theologen, blindelings op vertrouwen dat het allemaal wel goed zal komen. Maar komt het wel goed? De Pascal in ons gedachte-experiment zou u ongetwijfeld adviseren niet met deze verzekeraar in zee te gaan. Met zulke gammele, tegenstrijdige en onduidelijke voorwaarden is het maar zeer de vraag of we met een bonafide verzekeraar van doen hebben. En bovendien blijken alle specialisten er een eigen interpretatie op na te houden, zonder dat er ook maar een spoortje van enige regie vanuit het hoofdkantoor te ontdekken valt.
Een aantal tegenwerpingen door de godsdienstigen zijn natuurlijk eenvoudig te voorspellen. "Je moet je niet zo richten op de negatieve dingen. Je moet uitgaan van het positieve. God is liefde." Maar doen we dat ook met onze autoverzekering of onze opstalverzekering? Nee, dan pluizen we de voorwaarden goed uit als we verstandig zijn. En als er onduidelijkheden zijn, is het verstandig die eerst goed uit te zoeken. Tegen de tijd dat er moet worden uitgekeerd valt er niet meer over de polisvoorwaarde te discussiëren. We zouden er naar het oordeel van de verzekeraar wel eens helemaal naast kunnen zitten met onze interpretaties van de polisvoorwaarden. En wees nou eerlijk: met elkaar tegensprekende voorwaarden is er altijd een voorwaarde waaraan de verzekerde *niet* heeft voldaan, en dan staat die lang verwachte uitkering toch maar mooi op de tocht.
"Geloof is niet te vergelijken met een verzekering," is een andere te verwachten tegenwerping. Prima, maar geloof is ook niet te vergelijken met een weddenschap zoals die van de 17e-eeuwse Pascal, en hoe vaak wordt die - in onze 21e eeuw nota bene - niet nog steeds gebruikt als "argument" om een ongelovige te overtuigen? Als de vergelijking met een verzekering niet opgaat, dan gaat de vergelijking met een weddenschap zeker niet op. Eerlijk is eerlijk.
**Noten**
1. Multatuli, *Bloemlezing*, G.L. Funke, Amsterdam 1876, p.269-271
2. Randel McCraw Helms, *The Bible Against Itself*, 2006, ISBN 0-9655047-5-1, p.115-151
3. Romeinen 3:28
*Ik heb u er immers op gewezen dat een mens wordt vrijgesproken door te geloven, en niet door de wet na te leven.*
4. Kolossenzen 2:16-23
*Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwemaan en sabbat. Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is Christus. Laat u niet veroordelen door mensen die opgaan in zelfvernedering en engelenverering, zich verdiepen in visioenen of zich laten voorstaan op eigen bedenksels. Zulke mensen richten zich niet naar het hoofd, van waaruit God het hele lichaam, door gewrichtsbanden en pezen ondersteund en bijeengehouden, doet groeien. Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? 'Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af' – het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging.*
5. Efeziërs 2:8-9
*Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.*
6. Galaten 1:21
*Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn.*
7. Galaten 2:15-16
*Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken, weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven.*
8. Jacobus 2:24-26
*U ziet dus dat iemand rechtvaardig wordt verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof. Werd niet ook Rachab, de hoer, rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere weg liet vertrekken? Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder daden dood.*
9. Jacobus 1:26-27
*Wie meent dat hij God dient, terwijl hij zijn tong niet kan beteugelen, zit op een dwaalspoor, en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite. Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.*
10. Jacobus 2:19-22
*U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen. Dwaas, wilt u het bewijs dat geloof zonder daden nutteloos is? Werd het onze voorvader Abraham niet als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op het altaar wilde offeren? U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan, en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden.*
11. Handelingen 15:1-2
*Er kwamen enkele leerlingen uit Judea*(volgelingen van Jacobus)*, die betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered. Dit leidde tot grote onenigheid met Paulus en Barnabas en mondde uit in een felle woordenstrijd.*
12. Filippenzen 3:2
*Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze!*
13. Openbaring 13:8
*Alle mensen die op aarde leven zullen het beest aanbidden, iedereen van wie de naam niet vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven staat, het boek van het lam dat geslacht is.*
14. Openbaring 7:4-8
*Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël. Twaalfduizend uit de stam Juda die het zegel droegen, twaalfduizend uit de stam Ruben, twaalfduizend uit de stam Gad, twaalfduizend uit de stam Aser, twaalfduizend uit de stam Naftali, twaalfduizend uit de stam Manasse, twaalfduizend uit de stam Simeon, twaalfduizend uit de stam Levi, twaalfduizend uit de stam Issachar, twaalfduizend uit de stam Zebulon, twaalfduizend uit de stam Jozef en ten slotte twaalfduizend uit de stam Benjamin die het zegel droegen.*
15. Openbaring 20:15
*Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.*
16. http://nl.wikipedia.org/wiki/Jehova%27s\_getuigen#Ziel.2C\_opstanding\_en\_dood
17. Exodus 20:5-6
*Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.*
18. Exodus 34:6-7
*De HEER ging voor hem langs en riep uit: 'De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.'*
19. Ezechiël 18:20
*Iemand die zondigt zal sterven, maar een zoon hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn vader, en een vader hoeft niet te boeten voor de schuld van zijn zoon; wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.*
Dit is in overeenstemming met 2 Kronieken 25:4, waar staat:
*Maar hun kinderen doodde hij niet, want hij hield zich aan wat geschreven staat in het boek van Mozes, in de wet die door de HEER is opgelegd: 'Ouders zullen niet sterven om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, zal hij sterven.'*
20. Randel McCraw Helms, The Bible Against Itself, 2006, ISNB 0-9655047-5-1, p.40
21. Jeremia 29:8-23, een deel uit de brief van Jeremia aan de ballingen te Babel, waaruit blijkt dat Jeremia denkt dat de "profeten" in Babel leugens prediken, en door God met het zwaard, de pest en honger zullen worden getroffen.
*Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Laat je niet misleiden door je profeten en waarzeggers. Hecht geen geloof aan hun dromen; ze dromen slechts wat jullie wensen. *Wat ze jullie in mijn naam profeteren zijn leugens*. Ik heb hen niet gezonden – spreekt de HEER. Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren. Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven. Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik zal naar jullie luisteren. Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken. Ik zal me door jullie laten vinden – spreekt de HEER – en ik zal in je lot een keer brengen. Ik zal jullie samenbrengen uit alle volken en plaatsen waarheen ik je verbannen heb – spreekt de HEER – en je laten terugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik je heb laten wegvoeren. *Misschien zeggen jullie: "De HEER heeft ons toch ook in Babel profeten gegeven?"* Maar dit zegt de HEER over de koning die op de troon van David zit en over de hele bevolking van Jeruzalem, je volksgenoten die niet met jullie in ballingschap zijn gegaan, *dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik stuur het zwaard, de honger en de pest op hen \[de profeten in Babel, waarvan Ezechiël er één is\] af, ik zal met hen hetzelfde doen als met bedorven vijgen, die niet meer te eten zijn. Ik zal hen met het zwaard, de honger en de pest achtervolgen en hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde maken. Hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, ze zullen afschuw en ontzetting wekken en bespot worden door alle volken waarnaar ik hen zal verbannen. Want ze hebben niet naar mij geluisterd – spreekt de HEER –*, hoewel ik telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar hen zond.*
22. Jeremia 22:19 (SV)
*Met een ezelsbegrafenis zal hij begraven worden; men zal hem slepen en daarhenen werpen, verre weg van de poorten van Jeruzalem.*
23. Jeremia 36:29-31 (SV)
*Daarom zegt de HEERE alzo van Jójakim, den koning van Juda: Hij zal geen hebben, die op Davids troon zitte; en zijn dood lichaam zal weggeworpen zijn, des daags in de hitte, en des nachts in de vorst.*
24. 2 Koningen 24:6 (SV)
*En Jójakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jójachin werd koning in zijn plaats.*
25. Ezechiël 26:7-14
*Want dit zegt God, de HEER: Ik zal Nebukadnessar, de koning van Babylonië, de koning der koningen, naar jou, Tyrus, laten optrekken. Hij komt vanuit het noorden, met paarden, wagens en ruiters, met een groot en machtig leger. Hij zal je dochters op het vasteland vellen met zijn zwaard en tegen jou zal hij een belegeringswal en een bestormingsdam opwerpen, terwijl zijn soldaten door schilden worden beschermd. Met zijn stormram zal hij op je muren beuken, je torens zal hij met houwelen neerhalen. Met zo veel paarden komt hij op je af dat stofwolken je zullen bedekken; als hij je poorten binnenkomt zullen je muren beven door het geraas van de ruiters, de wielen en de wagens, alsof de stad wordt opengereten. De hoeven van zijn paarden zullen je straten kapot trappen, hij zal je bevolking doden met zijn zwaard, je machtige zuilen zullen tegen de grond gaan. Je rijkdommen worden geroofd, je handelswaren geplunderd, je muren neergehaald en je kostbare huizen afgebroken. Alle stenen, al het houtwerk en alle puin verdwijnen in zee. Je gezang zal ik doen verstommen, niemand zal de klank van je lieren nog horen. Ik maak een kale rots van je, een droogplaats voor netten, je zult nooit meer worden herbouwd. Ik, de HEER, heb gesproken – zo spreekt God, de HEER.*
26. Ezechiël 29:17-18
*Op de eerste dag van de eerste maand in het zevenentwintigste jaar richtte de HEER zich tot mij: 'Mensenkind, Nebukadnessar, de koning van Babylonië, heeft zijn leger afgebeuld in de strijd tegen Tyrus. De hoofden van zijn mannen zijn kaalgeschuurd en hun schouders zijn ontveld. Maar al die strijd tegen Tyrus heeft hem en zijn leger niets goeds gebracht.*
27. De volgende Bijbelverzen zijn in strijd met Ezechiël 18:20 en 2 Kronieken 25:4, omdat er onschuldigen worden gestraft voor de fouten van anderen met goedkeuring, in opdracht van, of zelfs rechtstreeks door God:
Genesis 3:16-18, Genesis 6:5, Exodus 20:5, Exodus 4:23, Exodus 7:23, Exodus 11:5, Exodus 34:7, Leviticus 26:22, Leviticus 26:29, Deuteronomium 2:34, Deuteronomium 3:6, Deuteronomium 5:9, Deuteronomium 20:14-16, Deuteronomium 23:2-3, Deuteronomium 28:54-57, Deuteronomium 28:32, Deuteronomium 28:50, Deuteronomium 32:25, Numeri 5:24, Numeri 14:8, Numeri 31:15-18, Jozua 6:20-21, Jozua 7:24-26, Jozua 8:24, Jozua 10:28, Jozua 10:35, Jozua 10:37, Jozua 10:39, Jozua 10:40, Jozua 11:11, Jozua 11:20, Jozua 11:21, Jozua 22:20, Jozua 23:5, Jozua 23:9, Rechters 20:48, Rechters 21:10, 1 Samuël 15:3, 2 Samuël 12:14-23, 2 Samuël 21:1-14, 2 Samuël 24:15, 1 Koningen 11:12, 1 Koningen 14:7-19, 1 Koningen 15:29-30, 1 Koningen 16:12-13, 1 Koningen 21:11-17, 1 Koningen 21:21, 1 Koningen 21:29, 2 Koningen 9:8-9, 2 Kronieken 21:14, 2 Kronieken 22:7-9, Psalm 21:11, Psalm 106:27, Psalm 137:9, Jesaja 14:21, Jesaja 13:16, Jesaja 13:18, Ester 9:10, Sirach 23:24, Hosea 14:1, Maleachi 2:3, Wijsheid 3:12, Wijsheid 18:5, Wijsheid 18:20, Jeremia 13:14, Jeremia 19:9, Jeremia 29:32, Ezechiël 20:25-26, Ezechiël 24:19-23, Ezechiël 29-31, Mattheüs 23:35, Romeinen 5:12, Romeinen 5:15, Romeinen 5:18, 1 Korintiërs 15:22, Openbaringen 2:23
28. Romeinen 9:18
*Dus God is barmhartig voor wie hij wil en maakt halsstarrig wie hij wil.*
29. Exodus 4:21
*Toen zei de HEER tegen Mozes: 'Nu je teruggaat naar Egypte, moeten jullie daar de farao alle wonderen laten zien waartoe ik je de macht heb gegeven. Ik zal ervoor zorgen dat hij hardnekkig weigert het volk te laten gaan.*
Exodus 7:3
*Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert, en ik zal in Egypte veel tekenen en wonderen verrichten.*
Exodus 9:12
*Maar de HEER zorgde ervoor dat de farao hardnekkig bleef weigeren naar Mozes en Aäron te luisteren, zoals hij tegen Mozes gezegd had.*
Exodus 10:1
*De HEER zei tegen Mozes: 'Ga naar de farao, want ik heb hem en zijn hovelingen zo halsstarrig gemaakt om in Egypte al deze wonderen te kunnen doen.*
Exodus 10:20
*Maar de HEER zorgde ervoor dat de farao hardnekkig bleef weigeren de Israëlieten te laten gaan.*
Exodus 10:27
*Maar de HEER zorgde ervoor dat de farao hardnekkig bleef weigeren hen te laten gaan.*
Exodus 11:9
*De HEER had tegen Mozes gezegd: 'De farao zal niet naar jullie luisteren. Zo kan ik des te meer wonderen in Egypte laten gebeuren.'*
Exodus 11:10
*Al deze wonderen hadden Mozes en Aäron daarna in het bijzijn van de farao verricht, en de HEER had ervoor gezorgd dat de farao hardnekkig bleef weigeren de Israëlieten uit zijn land weg te laten gaan.*
Exodus 14:4
*Ik zal ervoor zorgen dat hij onverzettelijk blijft, zodat hij jullie achtervolgt, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger ten val te brengen. Dan zullen de Egyptenaren beseffen dat ik de HEER ben.' De Israëlieten gehoorzaamden.*
Exodus 14:8
*De HEER zorgde ervoor dat de farao, de koning van Egypte, onverzettelijk bleef, zodat hij de achtervolging van de Israëlieten inzette, die onbevreesd vertrokken waren.*
Exodus 14:17
*Ik zal de Egyptenaren onverzettelijk maken zodat ze hen achterna gaan, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger, zijn wagens en zijn ruiters, ten val te brengen.*
Sirach 16:15
*De Heer heeft de farao halsstarrig gemaakt, opdat deze hem niet zou erkennen, maar de daden van de Heer in heel de wereld bekend zouden worden.*
30. Ezechiël 20:25-26
*Ik gaf hun zelfs slechte wetten, en regels die leidden tot de dood. Met hun eigen offergaven maakte ik hen onrein, hun eerstgeboren kinderen liet ik hen offeren, opdat ze in ontzetting zouden beseffen dat ik de HEER ben.*
31. Jozua 11:20
*De HEER had namelijk alle volken zo eigenzinnig gemaakt dat ze hoe dan ook oorlog tegen Israël wilden voeren. Daarom hoefden de Israëlieten die volken niet te sparen en konden ze die vernietigen. Ja, zo konden ze die volken uitroeien, zoals de HEER aan Mozes had opgedragen.*
32. 2 Samuël 24:1
*Opnieuw ontstak de HEER in toorn tegen Israël. Hij zette David tegen het volk op met de woorden: 'Ga in Israël en Juda een volkstelling houden.'*
33. 2 Samuël 24:11-15
*De HEER richtte zich tot de profeet Gad, de ziener van David: 'Ga naar David en zeg hem: "Dit zegt de HEER: Drie straffen leg ik je voor. Kies er een uit; die zal ik je opleggen."' Toen David de volgende morgen opstond, kwam Gad hem vragen: 'Wat hebt u liever: zeven jaar hongersnood in uw rijk, drie maanden op de vlucht voor een belager die u in het nauw drijft, of drie dagen de pest in uw land? Denk goed na wat voor antwoord ik moet geven aan degene die mij gezonden heeft.' David antwoordde: 'Ik ben in het nauw gedreven! Liever vallen wij in handen van de HEER, want groot is zijn mededogen, dan dat ik in mensenhanden val.' Diezelfde morgen nog liet de HEER in Israël de pest uitbreken, die duurde tot de vastgestelde tijd. Van Dan tot Berseba vonden zeventigduizend mensen de dood.*
34. 1 Kronieken 21:1
*Satan keerde zich tegen Israël en zette David ertoe aan in Israël een volkstelling te houden.*
35. 1 Kronieken 21:7-14
*Het was slecht in Gods ogen dat dit was gebeurd, daarom strafte hij Israël. Hierop zei David tegen God: 'Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.' De HEER sprak tot Gad, de ziener van David: 'Ga naar David en zeg hem: "Dit zegt de HEER: Hier heb je drie straffen. Kies er een uit; die zal ik je opleggen."' Gad ging naar David en zei tegen hem: 'Dit zegt de HEER: Alsjeblieft, wat heb je liever? Drie jaar hongersnood, drie maanden – voortdurend belaagd door het zwaard van je tegenstanders – opgejaagd worden door je vijanden, of drie dagen getroffen worden door het zwaard van de HEER: de pest in het land, een engel van de HEER die in het hele gebied van Israël dood en verderf zaait? Zegt u maar wat voor antwoord ik moet geven aan degene die mij gezonden heeft.' David antwoordde: 'Ik ben in het nauw gedreven! Liever val ik in handen van de HEER, wiens mededogen zeer groot is, dan dat ik in mensenhanden val.' De HEER liet in Israël de pest uitbreken. Zeventigduizend Israëlieten vonden de dood.*
36. 1 Koningen 22:22-23 (herhaald in 2 Kronieken 18:21-22)
*"Ik zal naar hem toe gaan en leugens spreken door de mond van al zijn profeten," zei de geest. "Doe dat," zei de HEER. "Het zal je beslist lukken." Welnu, zo heeft de HEER in de mond van al deze profeten van u leugens gelegd. Hij heeft het juist slecht met u voor.'*
37. 1 Koningen 21:28-29
*De HEER richtte zich tot Elia met de woorden: 'Heb je gezien hoe Achab zich voor mij vernedert? Omdat hij berouw toont, zal ik het onheil over zijn koningshuis niet tijdens zijn leven voltrekken, maar tijdens het leven van zijn zoon.'*
38. Jesaja 6:9-10:
*Toen zei \[de HEER\]: 'Ga en profeteer het volgende tegen dit volk: "Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet." Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.'*
39. Johannes 12:37-40:
*Ondanks de wondertekenen die \[Jezus\] voor hun ogen gedaan had, geloofden ze niet in hem. Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei: 'Heer, wie heeft onze boodschap geloofd? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?' Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd: 'Hij heeft hun ogen verblind en hun hart gesloten, anders zouden zij met hun ogen zien en met hun hart begrijpen, zij zouden zich omkeren en ik zou hen genezen.'*
40. Marcus 4:11-12:
*Hij zei tegen hen: 'Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen, "opdat ze scherp zien, maar geen inzicht hebben, opdat ze goed horen, maar niets begrijpen, anders zouden ze zich bekeren en vergeving krijgen."'*
41. Prediker 3:16-20:
*Niet meer dan de dieren zijn ze \[de mensen\], want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof.*
42. Mattheüs 24:30-34
*Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere. Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.*
Mattheüs 10:22-23
*Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered. Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn.*
Mattheüs 26:64 (Jezus spreekt de profetie uit dat de hogepriester zijn tweede komst zal meemaken)
*Jezus antwoordde: 'U zegt het. Maar ik zeg tegen u allen hier: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Machtige en hem zien komen op de wolken van de hemel.'*
Marcus 13:29-30
*Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren.*
Lucas 9:27
*Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.*
Lucas 21:32
*Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt.*
43. 2 Petrus 3:9
*De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.*
44. Willem Oosterbeek, *Gordel van God, Een voettocht langs 's Heeren wegen*, 2006, ISBN 90 6611 674 9
### De (on)vrijwilligheid van (on)geloof
URL: https://www.deatheist.nl/de-onvrijwilligheid-van-ongeloof/
Last updated: 2008-05-19T00:00:00.000Z
Kiezen voor Jezus, of kiezen voor God. Kan dat? God heeft ons vrije wil gegeven en hij wil dat wij in vrijheid voor hem kiezen, wordt vaak beweerd. Kunnen we vrijwillig de keuze maken om te gaan geloven in God? Ik durf te beweren van niet. En juist de mensen waarvan je zou mogen verwachten dat ze experts zijn op dit gebied, de gelovigen, blijken in de praktijk veel te gemakkelijk over dit probleem heen te stappen. Onterecht, naar mijn mening.
Begrippen
In het debat over geloof wordt er vaak op los gegoocheld met woorden en hun betekenissen. Dit levert onnodige spraakverwarring op. Om te voorkomen dat mijn betoog verzandt in een vage monoloog die meer weg heeft van een woordspelletje dan van een redevoering die daadwerkelijk hout snijdt, wil ik de betekenis van de belangrijkste termen binnen de context van mijn argumentatie vooraf definiëren.
De woorden 'geloof', 'ongeloof', 'gelovige' en 'ongelovige' worden vaak in verschillende betekenissen gehanteerd. (In de Koran, bijvoorbeeld, wordt de term 'ongelovige' niet alleen gebruikt voor atheïsten, maar feitelijk voor iedereen die niet islamitisch is.) Van Dale verwijst bij de betekenis van 'gelovig' naar het woord 'geloven', en geeft een aantal betekenissen van dat woord ('geloven'). De eerste betekenis die in de context van dit betoog relevant is, is:
> *vast overtuigd zijn dat iem. of iets niet alleen in de verbeelding, maar in werkelijkheid bestaat* (I)
Pas wanneer aan deze betekenis van het woord 'geloven' is voldaan, kan een andere betekenis van hetzelfde woord relevantie krijgen, t.w.:
> *vast vertrouwen op God en Gods woord; \[...\] overtuigd zijn van de waarheid van de goddelijke openbaring* (II)
Deze tweede betekenis sluit goed aan bij de betekenis die de Heidelberger Catechismus (een officieel leerstuk in de protestantse kerken) geeft van een 'waar geloof', in Zondag 7:
> Vr.21\. Wat is een waar geloof?
> Antw. Een waar geloof is niet alleen een stellig weten of kennis, waardoor ik alles voor waarachtig houd, wat ons God in Zijn Woord geopenbaard heeft, maar ook een vast vertrouwen, hetwelk de Heilige Geest door het Evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade, alleen om der verdienste van Christus wil.
Om een duidelijke scheiding aan te brengen tussen beide betekenissen (I en II) zal ik de volgende woordkeus hanteren. Voor geloven in de betekenis van I zal ik gebruik maken van de term 'geloven *aan*', en in het geval van betekenis II van de term 'geloven *in*'. Kortom, 'geloven *aan*' God betekent: geloven dat God niet alleen in de verbeelding, maar ook in werkelijkheid bestaat. En 'geloven *in*' God houdt in: vast vertrouwen op God en Gods woord, en overtuigd zijn van de waarheid van de goddelijke openbaring. 'Geloven *aan*' fungeert als een preconditie voor 'geloven *in*': wanneer iemand niet gelooft *aan* God, kan hij per definitie ook niet geloven *in* God. Wanneer we het woord 'gelovige' gebruiken, wordt over het algemeen bedoeld: iemand die gelooft *in* God, m.a.w. iemand die godsdienstig is. Om helder te zijn zal ik daarom verder het woord 'godsdienstige' gebruiken wanneer het gaat om iemand die gelooft *in* God.
We kunnen bij het bepalen van de te gebruiken terminologie ook vanaf de andere kant redeneren, en de betekenis van het woord 'ongelovig' als uitgangspunt nemen. Van Dale geeft wederom meerdere betekenissen. Ik pik de twee meest relevante er uit:
> *niet gelovend aan bepaalde, m.n. christelijke, godsdienstige waarheden* (III)
>
> *ongodsdienstig* (IV)
Ik vind betekenis III en IV beide niet sterk. Beide betekenissen laten ruimte voor de positie waarin iemand zich bevindt die wel *aan* God gelooft, maar niet *in* God gelooft. Met name bij de laatste (IV) is dat het geval. Mijn bezwaar tegen III is daarnaast ook, dat er a priori vanuit wordt gegaan dat er 'christelijke godsdienstige waarheden' zijn. Beide betekenissen geven naar mijn smaak niet duidelijk aan wat de betekenis van 'ongelovig' in de zin van 'atheïstisch' is. Een betere definitie van het woord 'ongelovig' (althans in de context van dit betoog) zou de omkering van de eerstgenoemde betekenis van het woord 'gelovig' (I) zijn, wat dan resulteert in:
> *niet overtuigd zijn dat iem. of iets in werkelijkheid bestaat, maar hooguit alleen in de verbeelding* (V)
Een iets sterkere variant van V, die mijn persoonlijke positie met betrekking tot een god (of goden) beter verwoordt, zou zijn:
> *overtuigd zijn dat goden alleen in de verbeelding, en niet in werkelijkheid bestaan* (VI)
De omkering van de tweede betekenis van het woord 'geloven' (II) resulteert in een positie waarin men wel gelooft *aan*, maar niet gelooft *in* God:
> *niet vertrouwen op God en Gods woord; \[...\] niet overtuigd zijn van de waarheid van de goddelijke openbaring* (VII)
Betekenis IV en VII van 'ongelovig' zijn voor mijn betoog niet relevant, in tegenstelling tot betekenis V (die mijns inziens het best aansluit op de zuivere betekenis van de term atheïsme) en VI (een sterkere vorm van V). Kortom: de atheïst is ongelovig in de betekenis van V (of VI). De atheïst gelooft niet *aan* een god of goden, en daaruit volgt noodzakelijkerwijs dat de atheïst ook niet gelooft *in* een god of goden, en dus ook zeker niet *godsdienstig* kan zijn.
Ook de term 'vrije wil' zou op voorhand al voor verwarring kunnen zorgen. De term 'vrije wil' wordt binnen een ander debat, namelijk dat over determinisme (niet te verwarren met predestinatie), in een heel specifieke betekenis gebruikt, die hier niet van toepassing is. Met vrije wil bedoel ik in de context van mijn betoog: vrije keuze. Ik zal ook zoveel mogelijk de term 'vrije keuze' gebruiken, om verwarring te voorkomen.
Nu ik de betekenis van de binnen de context van mijn betoog gebruikte begrippen heb uitgelegd, zal ik beginnen met mijn betoog. Ik zal betogen dat geloven (I) niet een kwestie van vrije keuze kan zijn.
Een valse suggestie
In de discussies met mijn godsdienstige medemens valt het me vaak op dat men lijkt te denken dat ongeloof een bewuste keuze is. Met andere woorden: ongelovigen zouden diep in hun hart wel weten dat er een god is, maar ze negeren het bewijs, of wijzen die god af, uit rebellie of uit teleurstelling in die god. (Welke god dat dan is, hangt van de godsdienstige in kwestie af, maar dat is voor dit betoog niet relevant.) Voorbeelden van uitspraken die door de godsdienstigen met evangelisatiedrang in dergelijke gevallen worden gedaan zijn: 'Ook jij kunt tot geloof komen. Je hoeft het namelijk alleen maar aan Hem te vragen. Hij zal je namelijk helpen als je dat echt van Hem vraagt', 'Ben je boos op God?', 'Je moet Jezus aannemen als je verlosser' of '[God wil dat we in vrijheid voor hem kiezen](http://meer.trouw.nl/vraag-het/antwoorden/god-wil-dat-mensen-vrijheid-voor-hem-kiezen?ref=deatheist.nl).' Kort geleden nog, las ik een artikel in het dagblad Trouw met de titel ['Geloof kan iedereen leren'](http://meer.trouw.nl/elftal/geloof-kan-iedereen-leren?ref=deatheist.nl) (23-4-2008) van Monic Slingerland. De eerste zin van het artikel: 'Geloven begint met een ontmoeting met God,' is tekenend voor de rest van het stuk. Verderop in het artikel wordt beweerd: '\[Geloven\] is een kwestie van kiezen.' Iets dreigender zijn uitspraken als: 'Wat als je na je dood voor je Schepper komt te staan en blijkt dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt, en er rest God niets dan Satan je je plaats te laten wijzen in de hel?' of 'Het is een kwestie van gered willen worden door Jezus of verloren gaan,' waarbij vanzelfsprekend op diezelfde hel wordt geduid. Dergelijke uitspraken roepen meteen een associatie op met de weddenschap van Pascal uit de 17e eeuw, die na meer dan driehonderd jaar nog steeds de kop op blijkt te blijven steken.
Wat is er mis met deze argumentatie? Feitelijk worden hier twee verschillende betekenissen van het woord 'geloven' door elkaar gebruikt, t.w. I en II. Dit zaait verwarring en vertroebelt de discussie. Wanneer iemand besluit te kiezen voor Jezus of voor God hebben we het over geloven in de betekenis van II. Dit is een wilsbesluit, en dus een *actie*, een *daad*. Echter, de voorwaarde waaraan minimaal moet zijn voldaan om überhaupt te kunnen beginnen aan deze daad - en deze voorwaarde is geloven in de betekenis van I - wordt volledig genegeerd. Alsof ik er op een goede dag voor kan kiezen om aan God te gaan geloven (I) en vervolgens te besluiten hem te gaan dienen (II). Voor wat betreft het laatste - het besluit om God te gaan dienen - ben ik het met de bovenstaande argumentatie eens: je zou er voor kunnen *kiezen* om God te *dienen* ... *mits* je aan de preconditie hebt voldaan dat je *aan* God gelooft! En daar zit 'm nu net het probleem: zonder geloven *aan* God, is geloven *in* God logisch onmogelijk. De apostel Paulus dacht tweeduizend jaar geleden voor dit probleem al de oplossing te hebben gevonden, door te stellen dat wij de eigenschappen van God (en dus zijn bestaan) kunnen herleiden uit zijn werken, namelijk de schepping. Dit is te lezen in de brief aan de Romeinen, Romeinen 1:19-21, waar Paulus schrijft:
> Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn, want hoewel ze God kennen, hebben ze hem niet de eer en de dank gebracht die hem toekomen.
De schrijver van het Bijbelboek Wijsheid meent, om dezelfde reden, ook dat 'wie niet van God weet' niet vrij te pleiten is. In Wijsheid 13:8-9 lezen we:
> Wie niet van God weet is een geboren dwaas. Zulke mensen zijn niet eens in staat om uit alle goede dingen die ze zien de Zijnde te kennen, of de maker te ontwaren in wat hij gemaakt heeft. \[...\] Ze zijn zo verdiept in het bestuderen van wat hij gemaakt heeft dat ze zich helemaal door het uiterlijk laten meeslepen, zo mooi is alles wat er te zien is. Desondanks zijn ze niet vrij te pleiten: als ze bij machte zijn om zo veel kennis op te doen dat ze de wereld kunnen doorvorsen, dan hadden ze hem die heerst over al die dingen toch allang moeten vinden?
Mijns inziens wordt er door zowel door Paulus als de schrijver van Wijsheid als door de daarvóór genoemde godsdienstigen met evangelisatiedrang iets cruciaals over het hoofd gezien in de argumentatie die zij bezigen. Er wordt namelijk *a priori* verondersteld dat God bestaat én dat men reeds *aan* hem gelooft (I). Immers, om aan 'Hem' te vragen of je tot geloof mag komen, vooronderstelt men al dat er een 'Hij' is om het aan te vragen. Om 'boos op God' te kunnen zijn moet je al vooronderstellen dat God überhaupt bestaat, en om onder de indruk te raken van een hel waartoe God je kan veroordelen, zul je ook op zijn minst moeten geloven dat er een hel en een God bestaan. Door *a priori* te stellen dat God bestaat en dat het alleen nog een kwestie is van acceptatie of afwijzing van Gods uitgestrekte hand, wekt men slechts de *suggestie* dat geloven een kwestie is van vrije keuze. Maar dit is een valse suggestie, omdat de voorwaarde voor geloof *in* God (geloven *aan* God) wordt genegeerd, dan wel met onbevredigende oplossing (zoals die van Paulus) wordt afgedaan. Immers, je zult, om de wereld als Gods schepping ('zijn werken', Romeinen 1:19-21) te kunnen interpreteren, eerst vast overtuigd moeten zijn dat God niet alleen in de verbeelding, maar ook in werkelijkheid bestaat (I). En in dat geval geloof je al *aan* God, en is Paulus' argumentatie overbodig geworden. Er is hier dus sprake van een drogreden, te weten een *petitio principii* (cirkelredenering). Paulus' argumentatie snijdt ook om een andere reden geen hout. Destijds kwam hij er wellicht goed mee weg, maar Paulus had Charles Darwin nooit ontmoet, of andere hedendaagse wetenschappers, en wist niets van de evolutietheorie waarmee het bovenstaande argument uit de brief aan de Romeinen voor wat betreft 'de schepping' moeiteloos kan worden ontkracht. En ook voor de andere 'werken' zijn door talloze moderne wetenschappers plausibele natuurlijke verklaringen gevonden. Het argument dat God de wereld wel moet hebben geschapen, omdat Paulus daar destijds nog geen betere verklaring voor had kan achteraf worden afgedaan als een *argumentum ad ignorantiam* drogreden (argument van onwetendheid).
De onvrijwilligheid van ongeloof
Paul Cliteur geeft in zijn boek Moreel Esperanto \[1\] een mooie metafoor die, denk ik, hout snijdt. Hij vergelijkt geloven *aan* met gevoelens van liefde, als volgt:
> Jan kan heel goed met Marie opschieten en zij ook met Jan. Ze kunnen goed met elkaar praten. Ze houden allebei van theater en muziek. Ze houden allebei van uitgaan. En vakanties? Beter kan niet. Allebei houden ze van een 'actieve vakantie': klimmen, zwemmen fietsen - hoe kan het beter? Maar Jan is niet 'verliefd' op Marie. Jan is verliefd op Tanja, zij het Tanja niet op hem. Wat zou het gemakkelijk zijn, verzucht Jan, als hij 'verliefd kon worden' op Marie. Dan zou immers de liefde wederzijds zijn. Hij doet zijn best, maar het lukt niet. Hij blijft verliefd op de onbereikbare Tanja. Liefde en geloof lijken in dit opzicht op elkaar. Liefde laat zich niet dwingen, geloof ook niet.
De gevoelens van liefde zijn niet af te dwingen, ook niet door een sanctie of een beloning. Je wordt niet verliefd op commando of op verzoek. Er is geen sprake van een wilsbesluit. En zo is gaan geloven *aan* God ook geen wilsbesluit. Er is geen sprake van een *actie* of een *daad*. Net zo goed als een christen of een islamiet zichzelf er onmogelijk toe kan dwingen om aan Zeus te geloven (in de betekenis van I), of aan Wodan, Thor, Baäl, of aan een willekeurige andere god, is het voor een atheïst onmogelijk om op een goede dag te besluiten om vanaf dat moment maar eens in Jahweh te gaan geloven. Het is derhalve onzinnig om te stellen dat iemand gelooft op basis van vrijwilligheid. Dit is wat ik bedoel met de onvrijwilligheid van geloof of ongeloof.
De gevolgen van het loslaten van het vrije-keuze-argument.
Waarom blijft deze argumentatie dan toch zo hardnekkig steeds weer de kop opsteken? Onbegrip? Onwetendheid? Onwil? Onbegrip door onwetendheid? Onwetendheid door onwil? Naast onnadenkendheid of napraterij, is de belangrijkste oorzaak er eentje die ons niet zou moeten verbazen. Een belangrijke motivatie om het op vrije keuze te gooien is dat de ongelovige moreel verantwoordelijk kan worden gehouden, en zijn ongeloof als een zonde kan worden gezien. Het is dan ineens een stuk eenvoudiger te verdedigen dat de atheïst na dit leven door die rechtvaardige God wordt gestraft voor zijn ongeloof. Niet *willen* geloven impliceert *schuld*, en de schuldigen verdienen *straf*. Of, om het met de woorden van Paulus te zeggen: 'Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn.' Frappant eigenlijk, dat met name binnen het christelijke geloof er steeds maar zo op wordt gehamerd dat de mens zo zondig is. Al bij de geboorte ben je zondig. Je kunt niets, maar dan ook niets goed doen. Zelfs je gedachten zijn zondig en verdorven. Iedere sterveling verdient de hel, vanwege zijn aangeboren zondigheid. Er is maar één ontsnappingsclausule: je moet in aanmerking zien te komen voor Gods genade. En die genade kun je maar op één manier krijgen: geloven *in* God (II). De Heidelberger Catechismus verwoordt het in Zondag 7 als volgt:
> Vr.20\. Worden dan alle mensen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam zijn verdoemd geworden?
> Antw. Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en al Zijn weldaden aannemen.
Maar om dat te kunnen, zo heb ik betoogd, dient men eerst *aan* God te geloven (I, de noodzakelijke preconditie voor II), en daarover heeft een mens *juist* geen directe controle. (Het christendom zet hiermee, is mijn conclusie, de zaak op zijn kop.)
Stel nu, dat de godsdienstige erkent dat (on)geloof inderdaad niet een kwestie is van vrije wil. Dan zal hij zich ook moeten realiseren dat de rechtvaardigheid van God in het geding is! Immers, wanneer er geen sprake is van vrije wil, kan er geen sprake zijn van schuld, en wanneer er geen sprake is van schuld, is straffen onrechtvaardig. En een straf die zo ondraaglijk is als de hel\[2\] is ronduit immoreel. Een bittere pil. Zijn er nog alternatieven?
Bewuste onwetendheid
In Wijsheid 3:11 lezen we het volgende:
> Wee degenen die wijsheid versmaden en onderricht afwijzen: hun hoop is ijdel, hun moeite vergeefs, en hun daden zijn zonder zin.
Natuurlijk kan men stellen dat God zich heeft geopenbaard in de Bijbel en dat iedereen er voor kan kiezen om daarvan kennis te nemen, of dat niet te doen en doelbewust onwetend te blijven. Zo bezien zou er wel degelijk sprake zijn van een wilsbesluit om God al dan niet te leren kennen, en tot geloof *aan* of zelfs geloof *in* God te komen. Ook dit argument is niet erg sterk. Ten eerste komt iemand niet tot geloof door een boek ergens over te lezen. Wie besluit de Edda te lezen wordt ook geen aanhanger van Odin, en wie de Bhagavad Gita leest zal ik niet meteen Shiva gaan aanbidden. Bovendien is het zo, dat de meeste atheïsten die deelnemen aan "het debat" de Bijbel wel degelijk gelezen en deze goed kennen. Het is onjuist om te stellen dat iedere atheïst achterover hangt tot iemand hem komt vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Ook de atheïst zoekt, net zo goed als de godsdienstige, naar 'de waarheid'. Sommige atheïsten zijn daar serieuzer in dan anderen (en daarin is men vrij), maar dit geldt evenzo voor gelovigen. Er zijn luie gelovigen die zonder slag of stoot aannemen wat ze wordt voorgeschoteld, maar er zijn er ook die kritische afwegingen maken. En hoewel het me opvalt dat veel atheïsten zich in de Bijbel hebben verdiept, zullen er ook zijn die er geen moeite voor hebben willen doen. Het al dan niet gelovig zijn aan het einde van de zoektocht zegt niets over de intensiteit ervan, noch over de integriteit, de oprechtheid of de bevlogenheid van de zoekende. Is het dan rechtvaardig om hen die wel degelijk kennis hebben gezocht (en gevonden), maar desondanks (misschien zelfs derhalve) niet tot geloof zijn gekomen naar de hel te zenden?
De paradox van de genade
Ook een veelgehoord argument is het volgende. Er wordt gesteld dat de mens zelf verantwoordelijk is voor het proberen om tot geloof te komen, maar dat God, of de Heilige Geest verantwoordelijk is voor het succes. In Efeziërs 2:8-9 schrijft Paulus in zijn brief aan de Efeziërs:
> Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan.
Wat Paulus hier eigenlijk schrijft bevestigt mijn stelling dat geloof of ongeloof helemaal geen zaak van vrije keuze is (zij het om een andere reden). Het is een geschenk van God volgens Paulus. Ook de Heidelberger Catechismus beaamt dit in Zondag 25:
> Vr.65\. Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?
> Antw. Van den Heiligen Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging des Heiligen Evangelies, en het sterkt door het gebruik van de Sacramenten.
Wat valt de ongelovige dan nog te verwijten? De godsdienstige kan 'zich er niet op laten voorstaan' volgens Paulus, en dus valt de ongelovige dan ook niets te verwijten. Het moge duidelijk zijn dat ook dit geen goed alternatief argument is om de bovengenoemde bittere pil te elimineren. Het bevestigt alleen maar mijn stelling van de onvrijwilligheid van (on)geloof, waarmee de rechtvaardigheid van de door de christenen gepostuleerde god in het geding komt.
Begrip van de openbaring door de Heilige Geest
'Atheïsten zijn per definitie niet in staat om de Bijbel te begrijpen omdat zij niet de Heilige Geest hebben ontvangen,' is ook een veelgehoord argument. Dit argument is vatbaar voor dezelfde fatale tegenwerping die ik hierboven noemde onder de paradox van de genade. Bovendien is hier sprake van een cirkelredenering. Wij weten van de Heilige Geest uit de openbaring van God, de Bijbel, die pas kan worden begrepen wanneer diezelfde Heilige Geest is ontvangen. Maar de Heilige Geest kan pas worden ontvangen wanneer iemand daar voor open staat, wat uiteraard pas kan na wetenschap te hebben verkregen van diezelfde Heilige Geest door de Bijbel te lezen.
If you can't beat 'em ...
Herinterpretatie is ook een manier om de eerder genoemde bittere pil weg te werken. Een straf zo erg als de hel, voor iets waar de beklaagde geen invloed op kan hebben is niet rechtvaardig, zo wordt min of meer erkent, en herinterpretatie van het fenomeen hel is soms het gevolg. Met name de wat modernere, meer gematigde godsdienstigen hanteren (gelukkig) een symbolische interpretatie, of geloven helemaal niet meer in een hel. Het probleem met herinterpretatie van de Bijbel is echter dat er geen goede methodologie voor bestaat: hoe herinterpreteer je als eenvoudige sterveling het door God geïnspireerde heilige boek, zijn openbaring aan de mensheid? En wie heeft daarvoor de autoriteit? Mag iedereen zomaar een eigen interpretatie hanteren, en bevindt men zich niet op het hellende vlak naar het ietsisme, en uiteindelijk misschien wel het atheïsme? Dit dilemma van de methodologie en autoriteit wordt door Prof. dr. mr. Herman Philipse het Scaliaans dilemma genoemd in zijn reeks colleges over godsdienstfilosofie \[3\]. Dit dilemma komt op het volgende neer: letterlijk uitgelegd bevatten openbaringen te veel onwaarheden of pijnpunten om te kunnen gelden als 100% betrouwbaar. Echter, voor modernisering van de openbaring ontbreekt ons de autoriteit (omdat die openbaring immers Gods woord is), en er bestaat bovendien geen goede methodologie voor.
Conclusie
1. (on)geloof (I) is onvrijwillig. Het is geen actie, geen wilsbesluit, maar een conclusie/realisatie op basis van verworven kennis en denkvermogen.
2. Uit 1 volgt dat straf voor ongeloof onrechtvaardig is, en dus is Gods rechtvaardigheid ernstig in het geding. Dit levert een inconsistent godsbeeld op, want God wordt immers door het christendom gepostuleerd als zijnde een rechtvaardige god \[4\].
3. Het probleem uit 2 is met rationele argumenten niet te ontkrachten, en herinterpretatie lijkt onvermijdelijk. Herinterpretatie levert een nieuw probleem op: hiervoor is geen autoriteit en geen methodologie waarover consensus bestaat beschikbaar.
Het godsbeeld dat algemeen geldt in het christendom, van een rechtvaardige God die genadig is, mits men oprecht in hem gelooft is inconsistent, en dus onhoudbaar. Dat beeld zal moeten worden bijgesteld, dan wel verworpen. Om de atheïst te bekeren tot het geloof (II), zal de evangelist het geloofwaardig, aannemelijk moeten maken dat God in de werkelijkheid bestaat (I). Om (aan) iets te geloven zijn goede, overtuigende redenen nodig, niet een opdracht ('accepteer God'). Men zal moeten komen met een consistente, falsificeerbare godhypothese die stand houdt tegenover de logica, de ratio, de voortschrijdende wetenschappelijke kennis, maar ook met één consistente interpretatie van de Bijbel. Niet een hypothese die steeds minder inhoud krijgt omdat deze keer op keer moet worden aangepast aan nieuwe wetenschappelijke inzichten, waarmee telkens weer geen overeenstemming blijkt te zijn. Dit kon nog wel eens een zware dobber worden, en ik verwacht daarom ook niet dat het gebeurt.
**Noten**
1. Paul Cliteur, *Moreel Esperanto*, 2007, ISBN 978-90-295-6321-5, p.239
2. Mattheüs 5:22; Mattheüs 5:29; Mattheüs 5:30; Mattheüs 10:28; Mattheüs 18:9; Mattheüs 23:33; Marcus 9:43; Marcus 9:45; Marcus 9:47; Lucas 12:5; Jakobus 3:6; Openbaring 14:10-11; Openbaring 20:10-15
3. Prof. dr. mr. Herman Philipse, *Godsdienstfilosofie*, 2006, ISBN 978-90-8530-050-2
4. Deuteronomium 32:4; 2 Kronieken 12:6; Ezra 9:15; Nehemia 9:8, 33; Psalm 11:7; Psalm 19:10; Psalm 25:8; Psalm 35:24; Psalm 67:5; Psalm 96:13; Psalm 98:9; Psalm 103:6; Psalm 112:4; Psalm 116:5; Psalm 119:75, 137, 144, 149, 156, 160, 172; Psalm 129:4; Psalm 143:1; Psalm 145:17; Jeremia 20:12; Esther (Grieks) 8:18; Wijsheid 12:15, 26; Sirach 18:2; Baruch 2:9; Handelingen 17:31; Romeinen 2:5; Romeinen 3:4, 25; 2 Tessalonicenzen 1:5-6; 1 Petrus 3:18; 1 Johannes 1:9; 1 Johannes 2:29; 1 Johannes 3:7; Openbaring 15:3; Openbaring 16:5, 7; Openbaring 19:2, 11
### John Haught en het ‘nieuwe atheïsme’: een kritische recensie van “God and the new atheism”
URL: https://www.deatheist.nl/john-haught-en-het-nieuwe-atheisme-een-kritische-recensie-van-god-and-the-new-atheism/
Last updated: 2026-08-24T17:44:25.000Z
Het artikel "John Haught en het ‘nieuwe atheïsme’: een kritische recensie van “God and the new atheism”" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RecensieHaught.pdf)[ te downloaden.](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/RecensieHaught.pdf)
### Debat: "Bijbel: History or Mystery", een impressie
URL: https://www.deatheist.nl/debat-bijbel-history-or-mystery-een-impressie/
Last updated: 2008-04-12T00:00:00.000Z
Op 10 april 2008 was ik aanwezig bij een debat tussen Everhard de Jong (hulpbisschop van Roermond en vervanger van Antione Bodar, die wegens ziekte niet aanwezig kon zijn), Prof. Eep Talstra (hoogleraar Oud Testament aan de VU in Amsterdam) en Bart Klink (atheïst, en veruit de Benjamin van het forum). Het debat was georganiseerd door een viertal samenwerkende christelijke en één van oorsprong katholieke (maar thans seculiere) studentenverenigingen, en vond plaats op de sociëteit van KSV Sint Franciscus Xaverius in Wageningen. De discussieleider was de burgemeester Van Rumund van Wageningen.
Na een inleiding door de burgervader van Wageningen, Geert van Rumund, zelf katholiek (volledige voornamen: Gerardus Johannes Maria), volgde een korte voorstelronde van de forumleden. Hulpbisschop Everhard de Jong kwam op mij over als een bevlogen katholiek. In zijn jeugd begon hij aan een technisch opleidingstraject, met het doel om ingenieur te worden, maar op een bepaald moment in zijn leven voelde hij zich geroepen toe het priesterschap. (Later op de avond ging hij hier dieper op in.) Hij volgde een priesteropleiding, en studeerde daarna filosofie aan de Pauselijke Universiteit van St. Thomas van Aquino te Rome, en promoveerde tot doctor in de filosofie aan de Catholic University in Washington DC. Na deze introductie mag men verwachten te maken te hebben heeft met een man met denkkracht en goede argumenten. De hoogleraar Oud Testament aan de VU, prof. Talstra, is een gelovige, een orthodox gereformeerde van de oude stempel, maar tevens wetenschapper die toegeeft dat de wetenschap haar eigen wetten heeft waaraan ook hij zich aan zal moeten houden. Veruit het jongste forumlid was Bart Klink. Deze jonge atheïst, student bewegingswetenschappen met een fascinatie voor religie en filosofie, en nog niet half zo oud als de jongste van de andere twee, gebruikte zijn introductietijd om een stukje uit het Bijbelboek Prediker voor te lezen, te weten Prediker 3:18-20:
Ik zeide bij mijzelf: Wat de mensenkinderen betreft, God wil hen schiften en laten zien, dat zij eigenlijk dieren zijn. Want het lot der mensenkinderen is gelijk het lot der dieren, ja, eenzelfde lot treft hen: gelijk dezen sterven, zo sterven genen, en allen hebben enerlei adem, waarbij de mens niets voor heeft boven de dieren; want alles is ijdelheid, alles gaat naar één plaats, alles is geworden uit stof, en alles keert weder tot stof.
Na het voorlezen van deze Bijbelpassage vroeg hij zich hardop af of de studenten van de vier christelijke studentenverenigingen bekend zouden zijn met deze Bijbeltekst, waarin mensen gelijk worden gesteld aan dieren, en waarin wordt gesteld dat alles uit stof is ontstaan en alles terugkeert tot stof.
Na de introductie begon het debat. Er werd steeds een stelling geprojecteerd, waarop de forumleden konden reageren. De eerste stelling had betrekking op de Bijbel als waarheid, en de contradictie van die stelling met de historische onjuistheid van grote delen van de Bijbel: "Wij kunnen ons niet beroepen op de 'waarheid' van de Bijbel. Veel feiten die in de Bijbel als waarheid worden gepresenteerd, zijn wetenschappelijk gezien onjuist (historisch, natuurwetenschappelijk)." De reacties van de forumleden waren typerend voor de rest van de avond. De hulpbisschop, Everhard de Jong, die zich in de loop van de avond profileerde als een iemand van het type straatvechter, hanteerde meteen al de strategie van het in verwarring brengen van de opponenten, door de retorische vraag te stellen: “Wat is waarheid?”. Volgens hem bestaat er naast een historische waarheid ook een fenomeen dat hij omschreef als “existentiële waarheid”. Voor zover ik het begreep bedoelde hij hiermee "datgene wat moreel waar is", bijvoorbeeld het gebod "Gij zult niet doden". Van hieruit kwam hij gelijk al op het onderwerp van de moraal. De Jong leek het standpunt te verdedigen dat de Bijbel (of anders God) de basis van onze moraal zou zijn. Bart Klink vroeg zich terecht af of De Jong sneller geneigd zou zijn te moorden wanneer het gebod "Gij zult niet doden" niet in de Bijbel voorkwam. Ik was geschokt te horen dat hij dit bevestigde: “Minder snel, inderdaad.” De zaal reageerde lacherig, in de veronderstelling dat de hulpbisschop (die een thuiswedstrijd speelde in de sociëteit van de Katholiek Studentenvereniging) een grapje maakte. Ik vraag me dit af, en was het eens met de reactie van Bart: "Dan hoop ik dat u gelovig blijft, in ieder geval voor de duur van deze avond." De discussie over moraal verliep verder vrij rommelig doordat 'straatvechter' Everhard de Jong Bart Klink niet de kans gaf uit te praten. Toen Bart wel de kans kreeg dankzij ingrijpen van de voorzitter, was de hulpbisschop zo vriendelijk om water in te schenken voor de forumleden, waarbij hij met zijn stevige postuur (no offence) tussen Bart en het publiek ging staan. Dit herhaalde hij later op de avond nog een paar keer. Ik denk dan: opzettelijke tactiek of onhandige vriendelijkheid? Ik geef hem het voordeel van de twijfel. Bart Klink wees hulpbisschop De Jong erop dat er in de Bijbel twee versies van de tien geboden staan, wat door De Jong werd afgedaan met: "Ach, die verschillen nauwelijks van elkaar." Een kanjer van een misser mijns inziens. Bart Klink moest de godsdienaar uitleggen wat de verschillen waren tussen de twee decalogen in Exodus. De protestantse professor, Eep Talstra, een bijzonder vriendelijk ogende man, die reële argumenten gaf, en vragen eerlijk beantwoorde, trok de historische en natuurwetenschappelijke waarheid van de Bijbel in twijfel, waarbij hij zei wat De Jong dacht maar niet hardop durfde uit te spreken, en waarbij hij Bart Klink feitelijk bijviel. Zijn redenen voor de ernstige twijfel over de wetenschappelijke juistheid van de Bijbel waren dat je (wetenschappelijk gezien) iets pas als waarheid mag bestempelen wanneer het vanuit andere, onafhankelijke bronnen wordt bevestigd. En die bevestiging is moeilijk te krijgen. Bart Klink haakte hierop in door te stellen dat bijvoorbeeld de exodus uit Egypte niet alleen onbevestigd is, maar dat archeologisch onderzoek dit zelfs gefalsificeerd heeft. Hij kreeg zijn opponenten niet zover dit openlijk toe te geven. Na de meningen van het forum werd het publiek in staat gesteld vragen te stellen aan de forumleden. Deze vragenronde leverde geen werkelijk interessante vragen op.
De tweede stelling was: "De verhalen van de Bijbel speelden zich in het verleden af. Wij kunnen ons geen goede voorstelling maken van de maatschappelijke context waarin die verhalen zich afspeelden. Dit maakt het onmogelijk om boodschappen voor deze tijd aan de verhalen te ontlenen." Tijdens deze ronde merkte Everhard de Jong op dat de Bijbel volgens hem onfeilbaar is, maar dat onze interpretatie van de Bijbel van tijd tot tijd onjuist blijkt te zijn en moet worden aangepast. Ik ben toen opgestaan met de vraag hoe de Bijbel onfeilbaar kan zijn, wanneer het zelf immers ook een verzameling interpretaties van mensen bevat. De hulpbisschop gaf toe dat de Bijbel inderdaad ook een verzameling interpretaties is, en dat interpretaties feilbaar zijn, maar toegeven dat de Bijbel dus ook feilbaar is, wilde hij niet. Nadien sprak hij mij in de pauze nog aan over deze vraag, en wilde weten of zijn antwoord bevredigend was geweest. Dit moest ik eerlijkheidshalve ontkennen. Hij vond dat vanzelfsprekend jammer, en ook terwijl we er over verder discussieerden konden we het niet eens worden. Voor lastige Bijbelinhoudelijke vragen die ik hem stelde verwees hij me door naar Talstra, iets wat hij ook bij Bart Klink deed tijdens het debat. Hij vond het jammer voor mij dat ik Jezus in mijn leven moest missen, maar ik heb hem gerustgesteld dat ik het niet als een gemis ervaar. Terwijl we terugliepen naar onze plaatsen riep hij me nog na dat hij voor me zou bidden. Ik was net niet ad rem genoeg om terug te roepen dat ik hij zich die moeite mocht getroosten.
Na de pauze vroeg de voorzitter, Van Rumund, alvorens de derde stelling te poneren, de forumleden wat minder beleefd te zijn, en het elkaar wat lastiger te maken. Deze derde stelling luidde: "We lezen de Bijbel om geïnspireerd te worden. Ieder beleeft dit op zijn of haar eigen manier en daarom verkondigt de Bijbel geen algemeen geldende normen. De Bijbel is dus een puur persoonlijke richtlijn voor het leven, geen 'wapen' tegen andersdenkenden." Voorzitter Van Rumund gaf aan zelf uitermate geïnspireerd te zijn door het 'onzegbare'. Voor ondergetekende een betekenisloze kreet, maar Van Rumund zelf werd zichtbaar opgetogen bij het uitspreken van het woord. Vervolgens richtte hij zich tot Bart met de vraag waardoor deze werd geïnspireerd. Bart gaf aan geïnspireerd te worden door velerlei dingen, zoals dit debat, muziek, het schrijven van artikelen, hoop ... "Hoop?", zo klonk de verbaasde burgemeester, "Heb jij hoop?" Dat klonk alsof Van Rumund het in Keulen had horen donderen. Een atheïst met hoop. Leg uit, leg uit. Bart: "Ja hoop. Zonder hoop kan een mens niet leven. Gelovigen denken misschien wel eens dat zij het monopoly hebben op hoop, maar dat is zeker niet waar." Applaus. En terecht.
De vierde stelling was: "Is de Bijbel Gods enige openbaring?" Bart Klink wees op de verschillende godsdiensten die er zijn, en die alle beweren het gelijk aan hun kant te hebben. Hoe kun je vaststellen welke religie het bij het juiste eind heeft, en welke objectieve methode gebruik je daarvoor? De Jong was van mening dat je verschillende godsdiensten prima met elkaar kon vergelijken, een afweging kon maken, en rationeel kon kiezen voor de beste godsdienst, wat uiteraard volgens hem het christendom moest zijn. Hij kwam echter niet met een objectieve methode, en werd daar door Bart Klink terecht op aangesproken, echter zonder bevredigend resultaat. Hoe kon De Jong zijn god, Jahweh, geloofwaardiger maken dan de goden uit de mythologie? Het beste waar De Jong mee kon komen om aan te tonen dat zijn god echt was, en alle andere niet, was de bewering dat zijn god daadwerkelijk ingrijpt in de wereld, terwijl andere goden dat niet doen. Om dit te bewijzen haalde hij het verhaal van Elia erbij uit 1 Koningen 18:20-39, waar Elia en vierhonderdvijftig profeten van Baäl een altaar bouwen met daarop een offer, en zowel Elia, als de profeten van Baäl hun eigen god aanroepen om het vuur van het altaar te laten ontbranden. "De god die antwoordt met vuur, is de ware God," aldus Elia in 1 Koningen 18:24\. Het is natuurlijk niet sterk om een Bijbeltekst aan te halen om te "bewijzen" dat jouw god de echte god is. Heel fijntjes wees Bart Klink de hulpbisschop nog even op het feit dat hij het laatste vers uit het verhaal was vergeten te vermelden. In 1 Koningen 18:40 laat Elia alle vierhonderdvijftig profeten afslachten, waarmee Bart maar weer eens te meer zijn parate Bijbelkennis demonstreerde. De Jong maakte hierop een wegwuivend gebaar. (Cherry picking?). Terecht gaf Bart Klink aan dat de argumenten op basis waarop Everhard de Jong kiest voor het christendom puur subjectief zijn. Een objectieve methode kon De Jong niet leveren. Professor Talstra was het ook niet eens met de benadering van De Jong (wat hij omschreef als 'shoppen' bij de diverse geloven en dan kiezen wat je het best bevalt), en gaf aan dat geloof vanbinnen uit komt. Hier zagen we de gelovige Talstra, niet de wetenschapper Talstra. Een tweesporige houding die ik moeilijk te begrijpen vind. Talstra is op het ene moment heel redelijk, rationeel en wetenschappelijk, en ziet ook heel helder de tekortkomingen van de Bijbel, terwijl hij anderzijds als gelovige "vanbinnen uit" praat. Dat maakte deze vriendelijk man voor mij on(be)grijpbaar. Verder was het opmerkelijk dat De Jong nog met een argumentum ad populum op de proppen kwam richting Bart Klink. Hij vroeg zich af of Bart van mening was dat alle christenen in de wereld niet goed bij hun hoofd waren. Zoveel gelovige christenen, dat kun je toch niet negeren. De wedervraag zat er natuurlijk aan te komen: of de hulpbisschop zelf dan misschien dacht dat 1,6 miljard moslims gek zijn.
Tot slot was er gelegenheid voor het publiek om nog een aantal vragen te stellen waarop het forum zou ingaan. Het niveau van de vragen was niet indrukwekkend. Met name de vragen richting Bart Klink waren dusdanig voor de hand liggend en eenvoudig te beantwoorden, dat, ondanks dat hij zich in het hol van de leeuw bevond, ik me kan voorstellen dat hij wel eens voor hetere vuren heeft gestaan. De meeste vragen waren voor Everhard de Jong. Tijdens het beantwoorden van een van de vragen weidde hij uit over het moment waarop hij een openbaring had gehad, die hem er toe bewoog om voor het priesterschap te kiezen. Op een bepaald moment kreeg hij een visioen waarin hij het woord 'priester' in neonlicht zag verschijnen. De zaal reageerde lacherig, en Bart Klink vroeg zich af hoeveel De Jong die avond had gedronken. Mijn indruk was dat dit visioen door de hulpbisschop zelf serieuzer werd genomen dan door zijn toehoorders.
Mijn eindconclusie van het debat is dat het een geslaagde avond was, met mijn complimenten voor de organisatie. Ondanks dat de forumleden De Jong en Talstra beide gelovig zijn, waren er voldoende verschillen van inzicht om het debat gaande te houden. De wetenschapper Talstra en Bart Klink waren het regelmatig eens, en vonden dan De Jong tegenover zich met een afwijkend standpunt. De protestant Talstra was het niet altijd eens met de atheïst Klink, maar ook niet altijd met zijn medegelovige De Jong. De argumenten voor de standpunten van de hulpbisschop vond ik persoonlijk onder de maat, zeker voor een doctor in de filosofie. Hij bezondigde zich aan drogredeneringen (argumentum ad populum, cirkelredeneringen) en deed regelmatig de vragen van zijn opponenten af met een grap. Een bevlogen man, dat wel, maar vooral gebaseerd op subjectieve gevoelens. Ook het geloof van Talstra leek te zijn gebaseerd op gevoel, en vertrouwen op een geloof "vanbinnen uit" in God. Zijn wetenschappelijke benaderingen van de Bijbel stonden soms haaks op wat gelovigen graag zouden willen horen, en ik ben er op deze avond niet achter gekomen hoe hij deze twee houdingen verenigt. Bart heeft het atheïsme op een waardige manier verdedigd, en demonstreerde daarbij een grote mate van parate kennis te hebben omtrent de Bijbel, aanverwante geschriften, en belangrijke historische gebeurtenissen aangaande de samenstelling van de Bijbel zoals we die nu kennen. Bovendien moedig dat hij het heeft aangedurfd deel te nemen aan de debat met twee gelovigen, georganiseerd door vier samenwerkende christelijke studentenverenigingen, voor een publiek dat voor veruit het overgrote deel bestond uit christenen. Petje af.
### Het grote debat
URL: https://www.deatheist.nl/het-grote-debat/
Last updated: 2026-08-24T18:08:12.000Z
Op donderdagavond 10 april was het dan zover: mijn eerste grote debat. Mijn twee opponenten waren theologische zwaargewichten: de gereformeerde prof. dr. Eep Talstra, hoogleraar Oud Testament aan de Vrije Universiteit en de rooms-katholieke dr. Everard de Jong, hulpbisschop van Roermond. Het debat werd geleid door de burgermeester van Wageningen, Geert van Rumund. Het onderwerp van de avond was “De Bijbel, history or mystery?” Aan de hand van vier stellingen hebben we dit onderwerp besproken. Ik was in de eerste instantie enigszins verbaasd dat de organisatie, een samenwerkingsverband van vier christelijke studentenverenigingen en één van oorsprong katholieke (maar thans seculiere), hiervoor ook een atheïst had uitgenodigd. Bij nader inzien echter vond ik het erg leuk dat ze bereid waren om ook een goddeloze over hun heilige boek te laten spreken. Ik heb de uitnodiging dan ook van harte aangenomen, des te meer omdat de Bijbel mij erg fascineert.
Omdat het debat in Wageningen plaatsvond, was het al een aardige klus om er vanuit Amsterdam te komen (vrij slecht bereikbaar met openbaar vervoer). Gelukkig kon ik met prof. Talstra, die ook uit Amsterdam komt, meerijden. In Wageningen werden we verwelkomd door de organisatie en stond ons een heerlijk diner te wachten. Bisschop De Jong kon daar helaas niet bij zijn; hij arriveerde pas vlak voor het debat.
Vanaf een uur of acht werd de zaal geopend en stroomde het publiek binnen. Het zaaltje zat rond half negen vol met een stuk of 150 studenten, waarvan het aantal atheïsten waarschijnlijk op één hand te tellen was. Een van die atheïsten (maar geen student) was Martin de Boer, die ook een aantal artikelen voor mijn site geschreven heeft. Ik begaf mij dus in het hol van de (christelijke) leeuw, maar voelde mij desalniettemin prima op mijn gemak.
Bij de voorstelronde kon ik het niet laten om een stukje voor te lezen uit Prediker, mijn favoriete Bijbelboek. In het stuk dat ik had gekozen (3:18-20) staat onder andere dat de mens een dier is, uit stof ontstaan is en tot stof zal wederkeren. *I couldn’t agree more.* Toen ik dat wilde citeren, kwam ik er tot enige ontzetting achter dat ik per abuis de routebeschrijving in mijn binnenjaszak had gedaan in plaats van mijn aantekeningen (inclusief Bijbelcitaten). Gelukkig kon ik de tekst opzoeken in de Bijbel die prof. Talstra had meegenomen.
Omdat het debat zelf ongeveer anderhalf uur zou duren en we vier stellingen zou bespreken, was er niet veel tijd per stelling. De tijd om uitgebreide argumentaties op te zetten was er dus niet. Elke stelling werd ingeleid door één van de debaters, waarop vervolgens de andere twee reageerden. Waarschijnlijk tegen de verwachtingen van de meeste mensen in, bleek de gereformeerde prof. Talstra het op een aanzienlijk aantal punten met mij eens te zijn. Mijn kritiek op de Bijbel vanuit wetenschappelijk oogpunt onderschreef hij volledig, maar wij verschilden over de implicaties daarvan. Volgens hem deed dit weinig af aan de Bijbel als openbaring Gods, ik dacht daar (uiteraard) anders over.
Bisschop De Jong probeerde zich meer te beroepen op rationele argumenten ter verdediging van de Bijbel als openbaring Gods. Hij was echter vaag over de interpretatieproblemen die zich voordeden door voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Waar hij wel duidelijk over was, is dat de Bijbel en vooral het beeld van Jezus (=God volgens christenen) dat daaruit voortvloeit veruit superieur is aan andere vermeende goddelijke openbaringen. Volgens prof. Talstra konden we niet een dergelijk "vergelijkend warenonderzoek” uitvoeren. Op mijn vraag hoe De Jong aan zijn criterium kwam om deze superioriteit te bepalen, kwam hij niet veel verder dan zijn persoonlijke voorkeur, hetgeen mijns inziens niet erg overtuigend was, aangezien andere gelovigen andere persoonlijke voorkeuren hebben en je dus op een patstelling uitkomt. Ook wees ik hem erop dat we niet zomaar kunnen doen alsof de evangeliën ons een betrouwbaar beeld van Jezus geven. Het vele historisch-kritisch onderzoek dat daarnaar verricht is, komt namelijk tot hele andere conclusies (zie Bart Ehrman, “The New Testament: A Historical Introduction to the Early Christian Writings”, Oxford UP, 2004). Het debat werd geëindigd met een aantal vragen uit de zaal.

Van links naar rechts: bisschop De Jong, burgermeester Van Rumund, Bart Klink, prof. Talstra
Na afloop heb ik nog een tijd staan praten met de bisschop en wat mensen uit het publiek. Van de bisschop kreeg ik een boekje met kritiek op de ‘new atheism’, een term die gebruik wordt voor de huidige populariteit van atheïstische boeken in vooral de VS (John Haught, 'God and the New Atheism: a critical response to Dawkins, Harris, and Hitchens', Westminster John Knox Press, 2008). Van prof. Talstra heb ik een boekje gekregen van zijn eigen hand ('Een roostervrije dag: vrije wandeling langs teksten en ervaringen', Kok-Kampen, 1998). Beide boeken wil ik zeker gaan lezen, al zal het waarschijnlijk nog even duren voordat ik daarvoor de tijd heb.
Samenvattend vond ik het een zeer geslaagd debat. Mijn beide opponenten waren erg sympathieke mannen waarmee ik een leuke avond heb gehad, ondanks onze levensbeschouwelijke verschillen. Na zo’n debat wordt vaak gevraagd of ik denk hiermee iemand overtuigd te hebben. Dat denk ik niet, en dat is volgens mij ook niet het doel van zo’n debat. Mijn voornaamste doel was de visie van een atheïst op de Bijbel te geven, christenen met kritiek op hun Heilige Schrift te confronteren en ze zo stof tot nadenken te geven. Ik denk dat dit doel zeker bereikt is.
### Fitna
URL: https://www.deatheist.nl/fitna/
Last updated: 2008-04-02T00:00:00.000Z
Fitna, de veelbesproken film van Geert Wilders, voldeed aardig aan mijn verwachtingen, het was weinig anders dan Wilders uitspraken geïllustreerd met grotendeels welbekend beeldmateriaal. Er werd geen Koran verscheurd en zelfs de profeet werd niet afgebeeld, laat staan beledigd. De lijn die hij trekt van orthodoxe moslims en islamitische landen naar Nederland met haar grotendeels gematigde moslims is echter te kort door de bocht en ongenuanceerd. Dat neemt niet weg dat een belangrijk punt als een paal boven water staat: de Koran bevat verwerpelijke passages waarmee gruweldaden gerechtvaardigd worden. Door bewust een paar dagen te wachten met mijn reactie op *Fitna,* heb ik mijzelf de tijd gegund om wat meer reacties af te wachten.
Velen hebben met enige opluchting gereageerd op het feit dat Nederlands moslims zich rustig gehouden hebben. De crisissituatie waar Balkenende zich op had voorbereid, heeft zich niet gemanifesteerd. Vanwaar deze opluchting? Vanwaar de voorbereidingen op een crisissituatie? Bewijst dit niet precies Wilders punt, namelijk de islam gewelddadige kanten heeft? Waren we net zo opgelucht toen christenen niet gingen rellen na Madonna’s kruisigingsact? Natuurlijk niet, we weten namelijk dondersgoed dat moslims heel wat lichter ontvlambaar zijn dan (moderne) christenen. Zelfs de regering geeft dit impliciet toe, getuige haar voorzorgmaatregelen.
De meeste moslims in Nederland hebben dus (gelukkig) rustig gereageerd. Opmerkelijk genoeg waren er een aantal mensen die de moslims hiervoor complimenten gaven. Dat heeft iets paternalistisch, alsof we een rustige moslim als een klein kind moeten complimenteren met iets dat een volwassen mens als volstrekt normaal beschouwt. De moslims hebben gewoon gereageerd als je van een normale Nederlands burger mag verwachten, daar hoort niets bijzonders aan te zijn. Enfin, laten we eens een paar van de rustige reacties bekijken.
Staatsecretaris en liberaal moslim Ahmed Aboutaleb wees er meteen op dat er ook passages in de Koran staan die pleiten tegen het vermoorden van andersdenkenden. Hoe sterk is deze tegenwerping? Totaal niet sterk, want die doet de gruwelijke en gewelddadige passages niet teniet. Het geeft slechts aan dat de Koran voor elk wat wils bevat, net als de Bijbel trouwens. Een gematigde moslim zal vooral de vredelievende passages aanhalen, maar een fundamentalistische moslim kan met net zoveel recht zich beroepen op gewelddadige teksten. *Cherry picking* noemen de Engelsen dat. Feit is dat er gewelddadige passages in de Koran staan en feit is ook dat deze worden gebruikt ter rechtvaardiging van geweld jegens andersdenkenden. Als dat niet Allah’s bedoeling is geweest, had Hij dat in Zijn alwetende wijsheid wel mogen bedenken toen Hij de Koran 'openbaarde' aan Mohammed. Alleen al door dergelijke passages is de Koran en verwerpelijk boek.
Onze president Balkenende kwam dezelfde avond nog met een [persconferentie](http://www.rtl.nl/%28/actueel/rtlnieuws/binnenland/articleview/%29/components/actueel/rtlnieuws/2008/03%5Fmaart/27/binnenland/0327%5F2345%5Freactie%5Fbalkenende.xml?ref=deatheist.nl). Interessant vond ik vooral de volgende uitspraak: “Het probleem is niet de godsdienst, maar misbruik van godsdienst om haat en onverdraagzaamheid te zaaien.” Dit wordt vaak beweerd, maar is lang niet zo vanzelfsprekend als het klinkt. Het is namelijk helemaal niet duidelijk waaruit het onderscheid bestaat tussen *ge*bruik en *mis*bruik van een religie. Zoals ik hierboven reeds aangaf, kan zowel de fundamentalistische als de vredelievende moslim zich beroepen op de nodige Koranverzen. Als Balkenende met misbruik doelt op alles wat in strijd is met de mensenrechten, is zo’n beetje de gehele moslimgemeenschap in het Midden-Oosten schuldig aan misbruik, gezien de uitvoering van de barbaarse sharia. Deze uitspraak van Balkenende is net zo ongenuanceerd als Wilders uitspraken over de islam in Nederland.
Een ander veelgehoord verwijt is dat Wilders film racistisch zou zijn. Blijkbaar denken de lieden die dit beweren dat moslims een ras vormen. Dat doen ze niet. Moslims zijn aanhangers van een religieuze ideologie, ze zijn geen ras. Van racisme is hier dan ook totaal geen sprake, en een vergelijking met de Joden, die *als ras* werden gehaat door de nazi’s (en menig moslim), is daarmee ook misplaatst. Het bekritiseren van een religie is geen racisme. Wie dat wel denkt moet hoognodig een woordenboek raadplegen.
Ook menen sommigen dat *Fitna* haatzaaiend is. Er zijn zelfs figuren die op grond hiervan Wilders strafrechtelijk willen vervolgen. Is het niet ironisch dat juist het boek dat Wilders verwerpt zo vol staat met haatzaaiende passages? Is het niet ironisch dat juist in de landen waar het islamitisch recht geldt regelmatig haat wordt gezaaid jegens joden, homoseksuelen, ongelovigen en andere [varkens, apen, ezels en andere beesten](http://www.uvp.be/index.php?page=22&TextID=373&ref=deatheist.nl)? Eenieder die meent dat Wilders met dit filmpje haat zaait, zou zich des te meer druk moeten maken over de inhoud van de Koran en de praktijken in moslimlanden. Hier wordt duidelijk met twee maten gemeten.
De reacties [uit het buitenland](http://www.elsevier.nl/dossierhoofdstuk/asp/dossier/625/hoofdstuk/1/index.html?ref=deatheist.nl) zijn helemaal absurd. Moslims uit het Midden-Oosten hebben niets van doen met de islam in Nederland en hoeven zich dus niet druk te maken over het tweede deel van de film. Het eerste deel bevat slechts oud nieuws en zou dus ook niet voor veel commotie hoeven te zorgen. In Indonesië zijn de eerste zeloten desalniettemin al opgestaan om Wilders dood te wensen. Zijn deze mensen nou werkelijk zo stupide dat ze niet inzien dat ze hiermee zijn boodschap bevestigen? Een aantal andere moslimlanden hebben opgeroepen Nederlandse producten te verbieden, willen diplomatieke banden met ons land verbreken en weigeren Wilders toegang tot hun land. Ook dit is koren op Geerts molen. Opmerkelijk genoeg horen we noch onze regering noch de liberale moslims over deze overtrokken reactie van een zeer grote groep moslims. Het handjevol radicalen, zoals de problematische moslims vaak bagatelliserend worden bestempeld, is blijkbaar toch iets groter dan men wil denken.
Ik denk dat deze film twee belangrijke effecten teweeg heeft gebracht. Ten eerste heeft het voor een groot publiek duidelijk gemaakt dat er verwerpelijke passages in de Koran staan en dat het deze passages zijn waarop fundamentalisten zich beroepen. Ten tweede heeft het de Nederlandse moslims verplicht om in debat te gaan over de heikele kwesties die ontstaan wanneer de islam moet worden gecombineerd met een democratische rechtstaat, inclusief vrijheid van meningsuiting. Ondanks alle negatieve reacties op de *Fitna* denk ik dat vooral deze aanzet tot debat een belangrijke positieve bijdrage zal zijn.
### Astro TV
URL: https://www.deatheist.nl/astro-tv/
Last updated: 2008-03-14T00:00:00.000Z
Astro TV is een programma dat dagelijks wordt uitgezonden op NET5\. Kijkers kunnen opbellen “met al hun levensvragen” die vervolgens beantwoord zullen worden door de vrolijke astromuts [Sonia Pereira](http://www.sonia.nl/?ref=deatheist.nl), een ‘medium’ dat contact heeft met ‘gene zijde’. Het antwoord krijgt u uiteraard niet voor niets, elk gesprek kost 1,30 euro. Ook bent u niet direct in de uitzending als u belt, zoals gesuggereerd wordt, maar moet u eerst door een toevalsronde waar u slecht een kans van 1 op 10 hebt om door te komen. Voor elke poging betaalt u weer die 1.30 euro. Misleiding dus, en nog dure ook.
Ik kan het nooit laten om even een stukje te kijken als ik toevallig langs het programma zap. De antwoorden die gegeven wordt zijn meestal of onjuist, open deuren of zo vaag dat ze op bijna iedereen van toepassing kunnen zijn. Foute antwoorden worden meteen vergeten en vage antwoorden worden gemakkelijk door de beller zelf geïnterpreteerd als accuraat, waardoor het net lijkt alsof de astromuts werkelijk iets zinnigs verteld heeft.
Dit heeft iets vermakelijks, maar ook iets verwerpelijks. De mensen die bellen en in de uitzending komen zijn vaak geestelijk labiel (hebben net een dierbare verloren, zitten in financiële of relationele problemen enz.) en zijn daardoor een makkelijke prooi voor charlatans. Aangezien ze eerst door de toevalsronde moeten zijn gekomen (elke poging à 1,30 euro), zijn ze al het nodige geld kwijtgeraakt voordat ze überhaupt in de uitzending komen. En dat terwijl sommige mensen juist bellen omdat ze financieel in de problemen zitten! Het verbaast mij steeds weer hoe simpele zieltjes in deze oplichterij trappen. Het zijn trouwens vaak vrouwen die bellen (sorry dames, het is echt zo).
Om astromuts Sonia eens te confronteren met de onzin die ze uitkraamt, besloot ik een tijdje geleden te bellen teneinde in de uitzending te komen (ik wist toen nog niets van de selectieprocedure). Ik zou me voordoen als iemand die net zijn broertje verloren heeft, vlak na een ruzie met hem en wilde weten hoe het hem verging. Uiteraard zou Sonia mij vertellen dat hij in ‘het licht’ leeft, het goed met hem ging en ik me vooral nergens zorgen om hoefde te maken. Een dergelijk antwoord krijgen bellers namelijk steevast op zo’n vraag. Nooit iets negatiefs, alles is altijd pais en vree. Dat is namelijk wat de bellende mensen willen horen.
Vervolgens zou ik haar confronteren met het feit dat mijn broertje zonder geruzie in levende lijve naast mij zit en alles wat zij zojuist heeft gezegd dus onmogelijk waar kan zijn. Kortom: dat ze de boel aan het bedonderen is. Helaas is het me niet gelukt. Na drie keer niet door de selectieprocedure te zijn gekomen (en dus 3,90 euro lichter te zijn), besloot ik er niet verder geld aan te verkwanselen. Jammer, want het zou een mooie stunt zijn geweest als ik haar hier *en plein public* op kon wijzen.
Een ander onderdeel van Astro TV zijn de horoscopen. Iedereen is wel enigszins bekend met astrologie: de stand van de hemellichamen tijdens je geboorte bepalen in belangrijke mate je persoonlijkheid en levensloop. Gelukkig nemen niet veel mensen dit serieus, al zijn er nog steeds genoeg mensen en zelfs bedrijven die bij belangrijke beslissingen bij de sterrenwichelarij te rade gaan. Als je hierover even nadenkt, kom je al snel tot de conclusie dat dit wel onzin moet zijn
Slechts weinig mensen beseffen dat astrologie ons terugbrengt naar de tijd vóór Copernicus, waarin onze aardkloot het centrum van het universum was. We zijn niet de tweebenige apen in een uithoek van het heelal die op kosmische schaal niets voorstellen, zoals de moderne wetenschap heeft laten zien, maar het middelpunt van het universum waarom alles draait. Voor bepaalde mensen is dat blijkbaar een prettig idee, voor mensen met gezond verstand is het *humbug*, boerenbedrog.
[Hier](http://www.youtube.com/watch?v=haP7Ys9ocTk&ref=deatheist.nl) is een heel aardig experiment te zien van de Britse goochelaar en scepticus [Derren Brown](http://en.wikipedia.org/wiki/Derren%5FBrown?ref=deatheist.nl). Hij deed zich voor als een astroloog en trok voor een aantal jongeren (waarschijnlijk studenten) een uitgebreide persoonlijke horoscoop. De jongeren zijn duidelijk onder de indruk en zijn verbluft door de persoonlijke nauwkeurigheid. Later blijkt dat iedereen *exact dezelfde* horoscoop heeft gekregen en hij de horoscoop al gemaakt had voordat hij deze mensen ontmoette! Hun reactie daarop is prachtig.
Soortgelijke experimenten zijn [al vaker](http://www.rudolfhsmit.nl/a-murd2.htm?ref=deatheist.nl) uitgevoerd, sommige zelfs met de horoscoop van een (massa)moordenaar. De resultaten zijn steeds hetzelfde: een zeer groot deel van de ondervraagden meent dat de horoscoop precies op hem of haar slaat. Blijkbaar zit er altijd genoeg in een horoscoop waarin mensen zich kunnen vinden, ook al is deze voor een totaal ander persoon getrokken.
Ook kun je eens voor jezelf nagaan of mensen die op dezelfde tijd geboren zijn inderdaad zo veel op elkaar lijken wat betreft persoonlijkheid en levenloop, zoals de astrologie voorspelt. De meest gemakkelijk voorbeelden daarvan zijn natuurlijk tweelingen, omdat deze mensen (bijna exact) op dezelfde tijd geboren zijn. De twee tweelingen die ik ken voldoen totaal niet aan deze voorspelling. Zij verschillen net zoveel als mijn broertje en ik (3,5 jaar verschil).
Astrologie, dat volgens de Griekse herkomst van het woord “leer van de sterren” betekent, is een belediging van de werkelijke leer van de sterren, de astro*nomie*. Wie zich een beetje verdiept in de astronomie, zal versteld staan van de grandeur van het universum, van de ontelbare hoeveelheid hemellichamen, de gigantische afstanden en afmetingen en de onvoorstelbare ouderdom. Het leert ons tegelijkertijd zeer bescheiden te zijn over onze significantie in het heelal. Wie zou na het aanschouwen van de sterrenhemel met deze kennis in het achterhoofd nog terug willen naar de illusie van pre-Copernicaanse sterrenwichelarij?
### Godslastering
URL: https://www.deatheist.nl/godslastering/
Last updated: 2008-03-14T00:00:00.000Z
Godslastering, of met een mooi woord blasfemie, blijft de gemoederen bezighouden. De gelovigen willen het strafrechtelijke verbod erop behouden, voor de rest had dit ouderwetse verbod al veel eerder afgeschaft mogen worden. Het betreffende artikel is [147](http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/147.html?ref=deatheist.nl) (en [147a](http://www.wetboek-online.nl/wet/Sr/147a.html?ref=deatheist.nl)) uit het Wetboek van Strafrecht, en gaat om precies te zijn over *smalende* godslastering. Het is ingevoerd door Jan Donner, de grootvader van onze huidige minster Piet Hein Donner. Ondanks dat dit artikel nog steeds onderdeel is van onze wet, wordt het nauwelijks gebruikt. De laatste die op grond ervan werd aangeklaagd (door een SGP’er) was Gerard van het Reve in het befaamde [ezelsproces](http://nl.wikipedia.org/wiki/Godslastering?ref=deatheist.nl#Het%5Fezelsproces) in de jaren ‘60\. Hij was weliswaar godslasterlijk bezig geweest, maar niet *smalend* godlasterlijk en werd daarom vrijgesproken.
Volgens CDA-Kamerlid Sybrand van Haersma Buma dient het beledigen van het Opperwezen [expliciet verboden](http://www.nrc.nl/binnenland/article972988.ece/De%5Fvraag%5Fis%5Fwanneer%5Fgodslastering%5Fniet%5Fmeer%5Fverboden%5Fis?ref=deatheist.nl) te worden. Zijn partijgenoot minister Ernst Hirsch Ballin zei in [het NOS-journaal](http://player.omroep.nl/?aflid=6667668&ref=deatheist.nl) dat het niet God is die beschermd moet worden (“die staat er wel boven”), maar “de verhoudingen in onze samenleving”. Die moeten beschermd worden tegen uitlatingen “die zo beledigend en kwetsend zijn in wat mensen ten diepste dierbaar en heilig is”.
Het argument van Van Haersma Buma is helemaal te zot voor woorden in een land met een scheiding van kerk en staat. Daarnaast: waarom grijpt de Almachtige zelf niet in als Hij er zo’n probleem mee heeft? Volgens de Bijbel draait Hij er zijn goddelijke hand niet voor om om mensen en zelfs complete volkeren te af te (laten) slachten voor dingen die Hem niet zinnen. Het blijft nu opmerkelijk stil vanuit de hemel.
Is het argument van Hirsch Ballin dan wel overtuigend? Nee, want hier wordt onderscheid gemaakt tussen gelovigen en ongelovigen, hetgeen in strijd is met onze grondwet. Waarom zouden gelovigen wel expliciet beschermd moeten worden tegen uitlatingen die zij als beledigend of kwetsend ervaren, maar ongelovigen niet? Is het niet hoogst aanmatigend om te denken dat ongelovigen blijkbaar niets hebben dat hen ten diepste dierbaar is en dat expliciet wettelijk beschermd dient te worden?
Kan een ongelovige niet beledigd zijn door een Bijbelpassage als “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij bedrijven gruwelijk en afschuwelijk onrecht; niemand is er, die goed doet.” (Ps. 53:2)? Kan een ongelovige zich niet gekwetst voelen door het feit dat gelovigen vroom in de kerk zingen “De mensen die zich van God keren, \[...\] zij zijn als slangen vol venijn \[...\] Breek Gij, o God, hun tanden uit.” (Liedboek voor de kerken, Ps. 58). Of door onze minister president, die [meent](http://www.hourofpower.nl/video/17%5Ffebruari%5F2008?ref=deatheist.nl) dat je zonder geloof niet kunt functioneren? Dan zwijg ik nog over [de vele](http://www.faithfreedom.org/Articles/quran%5Fteaches.htm?ref=deatheist.nl) gruwelijke, kwetsende en beledigende passages over ongelovigen in de Koran. Moeten we daarom de Bijbel en Koran verbieden wegens *goddelozenlastering*? Gelovigen die Psalm 58 zingen vervolgen? Nee, dergelijke onzin moet je gewoon negeren of bekritiseren.
Daarnaast is het erg lastig te bepalen wanneer er precies sprake is van smalende godslastering. Dit ligt namelijk *in the eye of the beholder*. Aangezien we God niet persoonlijk kunnen raadplegen in deze kwestie, moeten we het doen met Zijn volgelingen. Bepaalde gelovigen zien elke kritiek op hun religieuze illusies al als een vorm van godslastering, waardoor het praktisch onmogelijk wordt om kritiek te uiten op hun opvattingen. Dit is *juist* hard nodig in een tijd van religieuze spanningen, zoals de huidige. Gelovigen zullen moeten accepteren dat ook hun opvattingen niet gevrijwaard zijn van kritiek. Dit geldt zeker voor vele moslims, die elke criticus van de islam meteen wegwimpelen als islamofoob, terwijl zijn gelijk meestal wereldwijd door moslims zelf bewezen wordt.
Ook kan een verbod op godslastering beperkend zijn in de academische vrijheid. Dat de judeo-christelijke stamgod Jahweh een polytheïstische geschiedenis heeft, zoals geschiedkundig onderzoek heeft laten zien, zal door bepaalde joden en christenen ongetwijfeld als godslasterlijk worden ervaren. Onderzoek naar de herkomst van de Koran dat uitkomt op een ander verhaal dan het traditioneel islamitische is een gotspe in de huidige islamitische wereld. Het zou immers godslasterlijk zijn om te twijfelen aan het door Mohammed direct verkregen Woord van Allah.
Samenvattend is er dus geen enkel goed argument om de wet op smalende godslastering te behouden. Daar is de meerderheid van het kabinet het ook wel over eens, maar de Partij van de Arbeid vindt dat het nu niet het juiste moment is om het af te schaffen. Ongetwijfeld zal *appeasement* daarbij een belangrijke rol spelen, ze moeten immers ook aan de christelijk coalitiegenoten denken. *Nu* is echter wel het juiste moment. *Juist* ten tijde van religieuze spanningen moeten opvattingen vrijuit bekritiseerd en bediscussieerd kunnen worden, zonder strafrechtelijke belemmeringen.
Tot slot: waarom zou er überhaupt een wetsartikel over godslastering moeten bestaan? Blasfemie is een slachtofferloze misdaad!
### Respect voor andersdenkenden is intrinsiek onmogelijk in de officiële christelijke en islamitische doctrine
URL: https://www.deatheist.nl/respect-voor-andersdenkenden-is-intrinsiek-onmogelijk-in-de-officiele-christelijke-en-islamitische-doctrine/
Last updated: 2008-02-10T00:00:00.000Z
Volgens de officiële christelijke doctrine gaan degenen die Jezus niet aannemen als hun verlosser, na hun dood naar de hel. En ook binnen de officiële islamitische doctrine is de hel de definitieve bestemming voor hen die ongelovig (andersgelovig) zijn \[1\]. Wat is die hel nou eigenlijk, en waar kunnen we dit fenomeen terugvinden in de Bijbel, de Koran, en andere geschriften binnen deze monotheïstische religies? Het woord *hel* komt niet voor in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV), maar in plaats daarvan is een aantal malen sprake van de *gehenna* \[2\]. Het woord gehenna is afgeleid van het Griekse *geenna*, wat via het Aramees is afgeleid van het Hebreeuwse woord *ge-hinnom*, dat *dal van Hinnom* betekent. Het Nederlandse woord hel heeft dus betrekking op het dal van Hinnom. Tijdens het koningschap van Salomo \[3\], Achaz \[4\] en Manasse \[5\] werden in het Hinnomdal gruwelijke mensenoffers gebracht aan de god Moloch, waarbij de slachtoffers vaak levend in het vuur werden geworpen. Vanwege de gruwelijkheden die daar plaatsvonden, gebruikt Jezus in Mattheüs 23:33 het woord gehenna, dat vaak vertaald wordt als hel \[6\], om de gruwelijkheid van het lot van verstokte zondaars te beschrijven. Het boek Openbaring spreekt van een poel van vuur en zwavel, waarin de pijniging eeuwig doorgaat, dag en nacht, zonder onderbreking \[7\]\[8\]. In Mattheüs 25:41 wordt gesproken van *'het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen'*.
Hetzelfde concept (in het Arabisch *djehennem* of *gahannam*) wordt ook in de Koran gebruikt om de plaats aan te duiden waar zondaars (waaronder de "ongelovigen") worden gekweld. De verhalen van de hel in het Nieuwe Testament en de Koran lopen sterk parallel. Het beeld van de hel is in de Koran veel verder uitgewerkt, en komt in veel soera’s \[9\] voor.
Ook in [Pascals weddenschap](http://www.freewebs.com/deatheist/Kritiek.htm?ref=deatheist.nl#Pascals%5Fweddenschap) komt het concept hel terug om te betogen dat je maar beter in God kunt geloven. De Fransman Blaise Pascal was een wiskundige, natuurkundige, christelijk filosoof, theoloog en apologeet, die leefde van 19 juni 1623 tot 19 augustus 1662\. Pascal zei feitelijk: 'Het geloof is een wijze weddenschap. Het moet toegegeven worden dat het geloof niet bewezen kan worden, maar welke schade zou het je kunnen berokkenen als je op de waarheid ervan gokt en het blijkt onwaar te zijn? Als je wint, win je alles; als je verliest, verlies je niets. Wed er daarom zonder aarzeling op dat Hij bestaat'. Pascal geeft dus toe dat Gods bestaan rationeel onwaarschijnlijk is. Maar hij richt zich op de consequenties van ongeloof of geloof. Hij stelt een weddenschap voor. Als je wedt dat God bestaat, en het is waar, is een eeuwigheid van geluk en vreugde je deel. Als het blijkt dat God niet bestaat, heb je in ieder geval niets verloren. Aan de andere kant, als je wedt dat God niet bestaat, loop je het risico dat je voor eeuwig in de hel moet branden. Het risico van ongeloof is dus vele malen groter dan het risico van het geloof. Het is dus veiliger en daardoor verstandiger te wedden op Gods bestaan, gezien de mogelijke consequenties. Althans, volgens de weddenschap van Blaise Pascal.
Pascal vooronderstelt dus een God die ongelovigen in een hiernamaals voor eeuwig kwelt, op de wijze die ook door Jezus wordt beschreven door naar de gehenna te verwijzen, en die we ook terugvinden in de [Heidelberger Catechismus](http://www.theologienet.nl/catechismus.htm?ref=deatheist.nl), een officieel leerstuk binnen de Nederlandse protestantse kerken. Ook hierin is sprake van een eeuwigdurende straf aan lichaam en ziel \[10\], van helse pijnen en benauwdheid \[11\], en van eeuwige verdoemenis \[12\] die de ongelovige ten deel zullen vallen. Alleen door het geloof in Jezus Christus kunnen wij verlost worden van deze kwellingen \[13\]\[14\].
Het concept hel, eeuwige kwelling in het hiernamaals voor de ongelovigen en andersgelovigen, is dus duidelijk een onderdeel van de doctrine van het christendom en de islam. Nu kunnen individuele aanhangers van deze religies daar op twee verschillende manieren mee omgaan. De eerste is de tekstuele interpretatie: je neemt min of meer voor waar aan wat er letterlijk staat geschreven, je neemt de officiële doctrine over. Je noemt jezelf tenslotte christen of moslim, en dus is dat de meest voor de hand liggende houding. Sommige gelovigen proberen tegen te werpen dat zij wel in een bepaalde vergelding in het hiernamaals geloven, maar dat het concept hel niet letterlijk moet worden geïnterpreteerd als een vuurpoel, en vergelijkingen met de gehenna of djehennem symbolisch zijn bedoeld, alleen maar om aan te geven *hoe erg* de hel is voor degenen die daar belanden. Feitelijk maakt dit niet zoveel uit met het letterlijke geloof in een vuurpoel, omdat de kwellingen in beide gevallen even gruwelijk zijn.
Je kunt ook zeggen dat je helemaal niet in een hel gelooft. In dat geval is er sprake van een afwijkende interpretatie van de openbaring zoals die in de desbetreffende heilige boeken is vastgelegd. Met name de wat modernere, meer gematigde gelovigen hanteren (gelukkig) een dergelijke interpretatie. In dit geval krijgt de gelovige echter te maken met wat Prof. dr. mr. Herman Philipse het *Scaliaans dilemma* noemt in zijn reeks colleges over godsdienstfilosofie \[15\]. Dit dilemma komt op het volgende neer: letterlijk uitgelegd bevatten openbaringen (de Bijbel / de Koran) te veel onwaarheden of pijnpunten om te kunnen gelden als 100% betrouwbaar. (In dit geval is het concept hel het pijnpunt.) Echter, voor modernisering van de openbaring ontbreekt ons de autoriteit (omdat die openbaring immers Gods woord is), en er bestaat bovendien geen goede methodologie voor. Hierdoor ontstaat een dilemma: de ongewijzigde letterlijke interpretatie wordt niet 100% geloofwaardig geacht, maar aanpassing vergt autoriteit en een goede methodologie, en die zijn er niet.
Het uitgangspunt voor mijn stelling is de officiële (!) doctrine van zowel het christendom als de islam. Mijn stelling is dat het onmogelijk is vol te houden dat in de dialoog met ongelovigen en andersgelovigen sprake is van wederzijds respect wanneer men die doctrine aanhangt. Wanneer een gelovige een (in zijn/haar ogen) algoede, rechtvaardige, perfecte, liefdevolle macht aanbidt, adoreert en liefheeft, die in het hiernamaals een plaats van eeuwige kwelling heeft geprepareerd voor ongelovigen of andersgelovigen, dan is het intrinsiek onmogelijk respect te hebben voor die andersdenkenden. Een gelovige die vindt dat zijn gesprekspartner, wanneer die niet hetzelfde geloof aanhangt, het eigenlijk verdient om eeuwig(!) gestraft te worden door middel van gruwelijke kwellingen, kan onmogelijk volhouden dat hij/zij respect heeft voor die gesprekspartner.
De gelovige kan natuurlijk beweren wel degelijk respect te hebben voor zijn ongelovige medemens, en hem/haar vanwege dat respect juist wil bekeren tot het geloof. Dit is een uitermate kromme redenering, vergelijkbaar met: 'ik respecteer kleurlingen mits ze zich blank schminken', of: 'ik respecteer homo's mits ze zich laten "genezen" tot hetero'. Er is in zo'n geval geen enkele sprake van respect. Integendeel: pseudorespect in ruil voor je ziel.
De gelovige (m/v) zou ook nog kunnen beweren dat hij wel degelijk respect heeft voor de ongelovige/andersgelovige en dat hij het volledig oneens is met het lot dat hen te wachten staat. In dat geval geeft de gelovige impliciet te kennen God/Allah niet een algoede en rechtvaardige god te vinden, wat in strijd is met de officiële doctrine, en waaruit automatisch volgt dat die gelovige bewust een kwaadaardige macht aanbidt. Hij loopt hiermee volgens de formele leer ook nog eens een grote kans hetzelfde lot te ondergaan als de ongelovige.
Een ander veelgehoord "excuus" is dat God helemaal niet wil dat de ongelovige naar de hel gaat, maar dat de ongelovige daar zelf voor heeft gekozen, en dus God geen keus laat. Hiertegen heb ik twee objecties. De eerste is dat God zelf in zijn almacht de spelregels heeft bepaald, en zelf het oordeel velt naar eigen goeddunken. God heeft dus altijd de keus. Mijn tweede objectie is dat hier een karikatuur wordt geschetst van de ongelovige. Er wordt gesuggereerd dat de ongelovige eigenlijk wel gelooft en dus best wel wéét dat God bestaat, maar er doelbewust en hardnekkig voor kiest om God af te wijzen. In werkelijkheid is de atheïst in de meest pure betekenis van het woord iemand die niet gelooft dat er een goddelijke macht bestaat zoals in het christendom, de islam en veel andere religies wordt gepostuleerd. Veel atheïsten zijn (ongetwijfeld net zoals veel gelovigen) op zoek naar de waarheid, en komen op een volkomen legitieme manier (vaak via wetenschappelijke kennis, rede en ratio) tot een andere conclusie. Atheïsten kúnnen domweg niet kiezen voor de hel, omdat ze überhaupt niet geloven dat er een hel bestaat. Nee, een karikatuur maken van je gesprekspartner in de dialoog getuigt ook niet bepaald van respect.
Het is ook mogelijk dat de gelovige zich onverschillig opstelt: ik heb respect voor iedereen, en wat er na de dood gebeurt met mijn medemensen die er een ander/geen geloof op na houden laat ik volledig over aan God/Allah. Deze houding getuigt eveneens van weinig respect: het laat je blijkbaar volledig koud wat er met het merendeel van je medemensen gebeurt.
Natuurlijk wil ik mij er niet aan bezondigen een karikatuur van de hedendaagse gelovige te maken. Veel moderne gelovigen houden er een zeer gematigde religie op na, en een fenomeen als de hel komt in hun wereldbeschouwing niet (meer) voor. Men selecteert uit een heilig boek datgene wat past op de persoonlijke moraal en moffelt datgene wat er ernstig mee in tegenspraak is weg, inclusief het Scaliaanse dilemma (zie boven) dat daarbij optreedt. Richard Dawkins noemt dit 'cherry picking' (vrij vertaald: 'de krenten uit de pap halen') \[16\]. Ik ben trouwens van mening dat dit de meest sympathieke groep is van de typen gelovigen die ik in dit artikel schets. Het is overigens tragisch dat de nuancering tussen deze typen in discussies tussen gelovigen en ongelovigen en tussen diverse schakeringen van gelovigen onderling altijd verloren gaat. Niet 'De Koran zegt', of 'De Bijbel zegt', maar 'Ik kies uit de Bijbel datgene waarin ik lees wat mij persoonlijk aanspreekt, en interpreteer dat op mijn manier, en mijn standpunt zegt dus meer over mij dan over de Bijbel' en dito (al vermoed ik met een geringere mate van vrijheid) voor de Koran.
Ik concludeer derhalve dat het onmogelijk is vast te houden aan de officiële doctrine die de eeuwige kwellingen van de hel als een rechtvaardig oordeel voor alle ongelovigen en andersgelovigen postuleert, en tegelijkertijd te beweren dat men respectvol de interreligieuze dialoog kan voeren. Wanneer gelovigen, die spreken als (officiële) vertegenwoordigers van dergelijke religies, open, eerlijk, ondubbelzinnig en respectvol de dialoog willen kunnen voeren met andere religies en atheïsten, zullen ze allereerst hun officiële leer moeten herzien, het Scaliaanse dilemma ten spijt.
**Noten**
1. Soera 3:12:
*"Zeg tegen hen die ongelovig zijn: 'Jullie zullen overwonnen en in de hel verzameld worden. Dat is pas een slechte rustplaats!'"*
2. Mattheüs 5:22; Mattheüs 5:29; Mattheüs 5:30; Mattheüs 10:28; Mattheüs 18:9; Mattheüs 23:33; Marcus 9:43; Marcus 9:45; Marcus 9:47; Lucas 12:5; Jakobus 3:6
3. 1 Koningen 11:7
4. 2 Kronieken 28:3
5. 2 Kronieken 33:6
6. In de Statenvertaling vinden we wel het woord *hel* terug, zowel in het OT als het NT. Vergelijk voor de vertaling van *hel* als *gehenna* bijvoorbeeld Marcus 9:43, Marcus 9:45, Jacobus 3:6, en Lucas 12:5 in de Statenvertaling met dezelfde verzen in de Nieuwe Bijbelvertaling. Vergelijk voor de vertaling van *hel* als *vuurpoel* bijvoorbeeld Openbaring 20:14 in de SV met hetzelfde vers in de NBV.
7. Openbaring 14:10-11
8. Openbaring 20:10-15
9. Soera's 3:16; 4:10; 4:29-30; 4:56; 4:119-121; 6:128; 7:40; 8:14; 8:36-37; 11:106; 14:49-51; 15:43-44; 18:100; 18:102; 26:94-95; 29:6-8; 56:41-44; 67:5-8;
10. Heidelberger Catechismus, zondag 4, vraag 11:
*"Vr.11\. Is dan God ook niet barmhartig?*
*Antw. God is wel barmhartig, maar Hij is ook rechtvaardig; daarom zo eist Zijn gerechtigheid dat de zonde, welke tegen de allerhoogste majesteit Gods gedaan is, ook met de hoogste, dat is met de *eeuwige straf aan lichaam en ziel gestraft worde*.*"
11. Heidelberger Catechismus, zondag 16, vraag 44:
*"Vr.44\. Waarom volgt daar: Nedergedaald ter helle?*
*Antw. Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste, dat mijn Heere Jezus Christus door Zijn *onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling*, in welke Hij in Zijn ganse lijden, (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was, mij van de *helse benauwdheid en pijn* verlost heeft*"
12. Heidelberger Catechismus, zondag 19, vraag 52:
*"Vr.52\. Wat *troost* u de wederkomst van Christus om te oordelen de levenden en de doden?*
*Antw. Dat ik in alle droefenis en vervolging met opgerichten hoofde even Denzelfde, Die Zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al den vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit den hemel verwacht, *Die al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen*, maar mij met alle uitverkorenen tot Zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal"*
13. Heidelberger Catechismus, zondag 23, vraag 60:
*"Vr.60\. Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?*
*Antw. Alleen door een waar geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie aanklaagt dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, *in zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem*"*
14. Heidelberger Catechismus, zondag 23, vraag 61:
*"Vr.61\. Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?*
*Antw. Niet dat ik vanwege de waardigheid mijns geloofs Gode aangenaam ben; maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is, en dat ik die *niet anders dan alleen door het geloof aannemen en mij toeëigenen kan*"*
15. Prof. dr. mr. Herman Philipse - Godsdienstfilosofie, 2006, ISBN 978-90-8530-050-2
16. Prof. Richard Dawkins - The God Delusion, 2006, ISBN 978-0-593-05548-9
### Het GULO-gen als bewijs voor evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/het-gulo-gen-als-bewijs-voor-evolutie/
Last updated: 2026-08-21T13:31:02.000Z
Het artikel "Het GULO-gen als bewijs voor evolutie" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/GULO.pdf) te downloaden.
### Wilders voor de Vrijheid?
URL: https://www.deatheist.nl/wilders-voor-de-vrijheid/
Last updated: 2007-12-12T00:00:00.000Z
Geert Wilders heeft weer [een nieuw hoogtepunt](http://www.elsevier.nl/nieuws/politiek/artikel/asp/artnr/183640/index.html?ref=deatheist.nl) bereikt in zijn rabiate kruistocht tegen de islam: hij wil [Artikel 1](http://www.wetboek-online.nl/wet/Gw/1.html?ref=deatheist.nl) van onze grondwet wijzigingen, en wel zo dat het legaal wordt om moslims te discrimineren. Zal dit er ooit doorkomen? Natuurlijk niet, daarvoor zijn er gelukkig nog genoeg mensen met gezond verstand en rechtvaardigheidsgevoel. Wat dit wel weer aantoont, is hoe belachelijk deze man zichzelf maakt.
Wilders heeft de 'Partij voor de Vrijheid' (PVV) opgericht, blijkbaar omdat vrijheid hem na aan het hart ligt. Hij beroept zich op zijn vrijheid om de islam te bekritiseren. Daar heeft hij het volste recht toe, net als iedere andere inwoner van een vrije democratische rechtsstaat. De manier waarop je die kritiek levert, is een kwestie van fatsoen. Als deze kritiek beledigend is voor bepaalde mensen, *so be it*. Ook moslims hebben dat te accepteren, hoe verwerpelijk ze het ook vinden.
Anderzijds heeft Wilders moslims te accepteren, hoe verwerpelijk hij hun gedachtegoed ook vindt. Zo lang ze binnen de grenzen van de Nederlandse wet blijven, hebben ze dezelfde vrijheden als iedere andere inwoner. Wilders is het daar niet mee eens. Hij wil moslims de vrijheid om een school te bouwen ontnemen, maar dat bij christenen en joden wel toestaan. Al eerder heeft hij aangegeven dat dit wat hem betreft ook geldt voor gebedshuizen en 'heilige' boeken. Je kunt echter iemand zijn vrijheid niet ontnemen omdat zijn gedachtegoed je niet aanstaat. In de Verlichting hadden veel denkers dat al door, waaronder Voltaire. Aan hem wordt de uitspraak toegeschreven: “Ik verafschuw uw ideeën, maar ik ben bereid te sterven voor uw recht ze te uiten.” Blijkbaar heeft Wilders niet door dat de voor iedereen geldende vrijheid van expressie, hoe abject die expressie ook moge zijn, fundamenteel is in onze samenleving (uiteraard mits ze binnen de grenzen van de wet blijven).
Wilders stelt: “Stuur moslims die problemen veroorzaken het land uit, met familie en al. Als een minderjarig moslimkind over de scheef gaat, dan moet het samen met de ouders het land uit worden gezet. Want de ouders zijn verantwoordelijk voor minderjarige kinderen.”
Dit voorstel is ronduit discriminatoir: je kunt iemand niet anders behandelen wegens diens levensovertuiging. Dit is in strijd met fundamentele mensenrechten, zoals die zijn vastgelegd in de [Universele verklaring van de Rechten van de Mens](http://www.unhchr.ch/udhr/lang/dut.htm?ref=deatheist.nl) (Artikel 2). Het is sowieso onzinnig om moslims het land uit te willen zetten, alleen al omdat veel moslims geboren en getogen zijn in dit land, waaronder autochtonen die zich bekeerd hebben. Naar welk land wil Wilders die uitzetten? Op welke (internationaal) juridische grond?
Daarnaast bestaan moslimkinderen niet, wat hij bedoelt zijn kinderen van islamitische ouders. Kinderen zijn nog niet in staat om te bepalen of een Tovenaar het universum heeft geschapen, wetten heeft geopenbaard en ons lot heeft bepaald, en zo ja, welke Tovenaar dat dan is. ‘Moslimkinderen’ kun je dus al helemaal niet op een dergelijke wijze behandelen.
Wilders beroept zich zo graag op culturele wortels van ons land, maar verzaakt fundamentele beginselen daarvan, waaronder de vrijheid en gelijkwaardigheid van iedere burger. De manier waarop Wilders omgaat met vrijheid is in strijd met het Verlichtingsgedachtegoed waar wij zoveel aan te danken hebben. Bovenal is hij een aanfluiting voor de naam van zijn Partij voor de *Vrijheid*.
### Een recensie van Francis Collins' "De taal van God"
URL: https://www.deatheist.nl/een-recensie-van-francis-collins-de-taal-van-god/
Last updated: 2007-12-02T00:00:00.000Z
Het heeft even geduurd, maar ik heb uiteindelijk het boek *De taal van God* van Francis Collins gelezen. Deze Nederlandse vertaling (uitgebracht door Ten Have) van het Engelstalige origineel *The Language of God* wordt ingeleid met een voorwoord van Cees Dekker, één van de Nederlandse verdedigers van Intelligent Design (al schijnt hij daar nu een beetje op terug te komen). Ironisch genoeg moet Collins niets hebben van Intelligent Design, zoals uit hoofdstuk 9 blijkt. Collins is een zeer eminente geneticus, vooral vermaard om zijn leiderschap bij het [Menselijk Genoom Project](http://en.wikipedia.org/wiki/Human%5FGenome%5FProject?ref=deatheist.nl). Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij evolutie volledig onderschrijft. Tevens is hij een evangelische christen. Om te laten zien dat dit prima samengaat, schreef hij dit boek, waarvan de titel verwijst naar het DNA als taal die God gebruikt heeft bij het scheppen van levende wezens.
Om meteen met de deur in huis te vallen: het boek viel mij tegen. Zijn bewijzen voor gemeenschappelijke afstamming zijn sterk en helder uitgelegd, maar vormen slechts een (zeer) beperkt deel van zijn boek. Wat dat betreft vind ik *Finding Darwin’s God* van Kenneth Miller veel sterker. Wie een toegankelijke en goede verdediging van evolutie en kritiek op creationisme zoekt, heeft meer aan het boek van Miller dan aan dat van Collins.
Wat mij vooral erg tegenviel is zijn Morele Wet, waar hij steeds op terugvalt. Hij stelt dat deze universele aanwezigheid van moraal in de mens niet evolutionair verklaard kan worden en tevens een sterk argument vormt voor het bestaan van een theïstische God. Hier valt heel veel kritiek op te leveren, zowel vanuit wetenschappelijk als filosofisch oogpunt. Ik zal hier verder niet op ingaan omdat bioloog Gert Korthof [dit reeds uitgereid gedaan heeft](http://home.planet.nl/~gkorthof/korthof83.htm?ref=deatheist.nl). De centrale fout is dat zijn morele-wet-argument een god-of-the-gaps-argument is, hetgeen hij juist zo aanvalt bij Intelligent Design (en terecht). Ik snap werkelijk niet dat hij dit niet zelf ingezien heeft! Ook gaat hij (mijns inziens te) uitgebreid in op zijn persoonlijke verhaal. De argumenten waarmee hij zijn theïstische wereldbeeld verdedigt (en atheïsme dus verwerpt), vind ik buitengewoon zwak. Godsdienstfilosofisch voert hij absoluut geen sterk betoog. Sam Harris laat dit duidelijk zien in [zijn recensie](http://www.truthdig.com/report/item/20060815%5Fsam%5Fharris%5Flanguage%5Fignorance/?ref=deatheist.nl) van Collins’ boek. Ik kan me goed vinden in Harris’ kritiek op het boek, behalve dat hij ook het positieve (de verdediging van evolutie en kritiek op creationisme) had moeten benoemen om een wat evenwichtiger beeld te schetsen.
Collins verdedigt theïstische evolutie (dat hij zelf *Biologos* noemt) als de manier om christendom en evolutie te verenigen. Hierbij gaat hij echter nauwelijks in op de vele (filosofische en theologische) problemen die dit standpunt met zich meebrengt (zie [hier](https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/) en [hier](https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/)). Hierdoor is zijn positie gemakkelijk te doorprikken voor zowel atheïsten als orthodoxe christenen.
Samenvattend: zijn verdediging van evolutie en kritiek op creationisme is zeker goed, maar de rest is weinig overtuigend.
Naar aanleiding van het vlak achter elkaar uitkomen van Collins’ *The Language of God* en Richard Dawkins’ *The God Delusion*, was er in het programma *Boeken* een klein debat tussen de atheïst Herman Philipse en christen Cees Dekker. Dit debat is [hier](http://boeken.vpro.nl/afleveringen/30576313/?ref=deatheist.nl) terug te kijken. [Hier](http://evolutie.blog.com/1344495/?ref=deatheist.nl) is een kritisch commentaar op het debat te vinden.
### Een recensie van Klaas Hendrikses "Geloven in een God die niet bestaat"
URL: https://www.deatheist.nl/een-recensie-van-klaas-hendrikses-geloven-in-een-god-die-niet-bestaat/
Last updated: 2007-11-14T00:00:00.000Z
Bij de meeste mensen die de titel van dit boek zullen lezen, zal meteen de vraag rijzen: "Dat kan toch niet?". Voor Klaas Hendrikse (1947), dominee te Middelburg en Zierikzee, kan dat echter wel. Deze atheïstische dominee heeft aardig wat stof doen opwaaien in christelijk Nederland. Toch is hij zeker niet de enige. Uit een IKON-onderzoek uit 2006 bleek namelijk dat één op de zes (!) dominees niet meer gelooft in het bestaan van God. Hendrikse is wel de meest prominente dominee die zich expliciet atheïst noemt. Hoe dit kan en hoe hij dit doet, legt hij uit in zijn boek *Geloven in een God die niet bestaat*, net uitgekomen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.
Hendrikse komt uit een atheïstisch nest en is ook zelf nooit gelovig geweest. Desondanks werd hij wel geraakt en geïntrigeerd door het geloof van anderen en ging hij theologie studeren, waarin zijn atheïsme bevestigd werd. Na zijn studie werd hij predikant bij een vrijzinnige gemeente, wat hij tot vandaag de dag nog steeds is. Zijn onorthodoxe opvattingen hebben nu gestalte gekregen in de vorm van een boek.
Hoe doet hij dat dan, geloven in een God die niet bestaat? Dit lijkt een onmogelijkheid, en dat is het volgens mij ook. Tenzij je een ongebruikelijke betekenis aan de woorden "God" en "geloven" geeft, en dat is ook wat Hendrikse doet. Hier zit meteen een probleem dat ik met Hendrikses opvatting heb: het leidt tot een Babylonische spraakverwarring. Woorden gebruiken op een andere manier dan de meeste andere mensen doen, komt de begrijpelijkheid niet ten goede. Veel aandacht heeft het in ieder geval wel opgeleverd en het hek is van de dam.
Geloven is voor Hendrikse "het vermogen om van een gebeurtenis een ervaring te maken", de "manier waarop iemand omgaat met wat er met hem en om hem heen gebeurt" (p. 91). God is voor hem een gebeurtenis: "*God gebeurt*". Zijn eigen vertaling van het Hebreeuwse *ehjeh asjer ehjeh*, het antwoord dat God geeft op de vraag wie Hij is (Ex. 3:13-14), is dan ook "Ga maar, dan ga ik met jullie mee." (p. 52). De God van Hendrikse zit niet *in* mensen, maar manifesteert zich in het verkeer *tussen* mensen (p.130), in alledaagse en bijzondere gebeurtenissen. Zonder mensen dus ook geen God, daar is Hendrikse als atheïst heel duidelijk over.
Van theologen die menen dat God 'anders bestaat' of 'niet bestaat, maar is', moet hij niets hebben. "Bellen blazen" noemt hij dat: "Zo blijft de godgeleerde buiten schot, snapt God zelf nauwelijks meer of hij nu wel of niet bestaat, en begrijpen gewonen mensen er al helemaal niets meer van." (p.33). Hier heeft hij zeker een punt. Theologen moeten duidelijk zijn in hun opvattingen en niet proberen te vluchten in vaag taalgebruik waarvan ze zelf waarschijnlijk niet eens weten wat ze er mee bedoelen.
De betekenis die hij verleent aan geloven in God weet hij op vele aansprekende en prachtige manieren te omschrijven in de loop van het boek. Veel van wat hij beschrijft, hebben gelovigen traditioneel aan God toegeschreven. Het zijn ervaringen en gebeurtenissen waar mensen het woord "God" op geplakt hebben. De ervaringen zouden heel goed voor iedereen hetzelfde kunnen zijn, al zijn de woorden daarvoor verschillend: "Of je het woord 'God' gebruikt, hangt af van de inhoud van je rugzak" (p. 116).
Een ander punt waar ik een probleem mee heb, is dat Hendrikse ook meent Bijbelse steun te hebben voor zijn geloof in een God die niet bestaat: "In het boek Exodus is van een bestaande God geen sprake. In het begin wisten ze het dus al: God bestaat niet." (p. 51). Het idee dat God zou bestaan, is volgens hem een heidense uitvinding. Het is mij een raadsel hoe hij dit vol kan houden na het boek Exodus gelezen te hebben. Daarin stuurt God plagen, verricht wonderen, verlangt offers enzovoort. Dat staat in schril contrast met Hendrikses God-die-niet-bestaat. Harry Kuitert geeft in het voorwoord dan ook aan hier niets van te geloven, en ik doe dat evenmin. Het lijkt er op dat Hendrikse zijn eigen opvattingen onterecht projecteert op de Bijbelse god Jahweh. Van Jahweh kun je veel zeggen, maar niet dat Hij in de ogen van de Bijbelschrijver niet bestond.
Ook verwijt hij zijn medeatheïsten dat bij hen van "echte argumenten eigenlijk nauwelijks sprake is" (p. 44) en dat zij een karikaturaal godsbeeld hebben. Hiermee gaat hij toch echt te kort door de bocht. Ik zal dat illustreren met twee prominente voorbeelden die hij ook aanhaalt. Richard Dawkins bestrijdt in zijn *God als Misvatting* een godsbeeld dat gemeengoed is onder gelovigen (vooral monotheïsten) en geeft daarvoor goede argumenten. Herman Philipse gaat in zijn *Atheïstisch Manifest* bij zijn argumentaties niet eens uit van een specifiek godsbeeld. Waar zowel Dawkins als Philipse met goede filosofische argumenten komen om hun atheïsme te onderbouwen, is bij Hendrikse nauwelijks sprake van enige onderbouwing van zijn atheïstische positie.
Wat heb je als atheïstische predikant je gemeente te vertellen? Ook hier staat voor Hendrikse niet God centraal, maar de mensen: "Niet bij God beginnen dus, maar bij jou en mij, bij het leven en de ervaringen van gewone mensen en zien of je bij de God van die mensen uit kunt komen." (p. 148-149). Als predikant ziet hij zichzelf gewoon als mens, niet alleen als spreker, maar vooral als luisteraar, gesprekspartner. Zo staat hij ook aan het sterfbed van mensen. Over God spreekt hij als verbeelding. Hij begrijpt ook goed waarom de kerken leeglopen en wil daar op deze manier bescheiden een verandering in brengen. Hij richt zich dan ook voornamelijk tot de kerkverlaters, de twijfelaars en de 'ietsisten', die op zoek zijn naar de gemeenschap van een kerk, maar zonder de traditionele dogma's. De enige manier om de kerk voor uitsterven te behoeden is het roer radicaal om te gooien, en dat is waar Hendrikse voor pleit.
*Geloven in een God die niet bestaat* is toegankelijk en persoonlijk geschreven, vaak mooi verwoord, maar zit filosofisch niet erg sterk in elkaar. Verwacht van Hendrikse geen godsdienstfilosofie, maar een intrigerend verhaal over hoe je over God kunt spreken als menselijke manifestatie en hoe je daar als predikant invulling aan kunt geven. Ondanks mijn gemengde gevoelens heb ik het boek met een glimlach gesloten.
### Minister Verhagen en mensenrechten
URL: https://www.deatheist.nl/minister-verhagen-en-mensenrechten/
Last updated: 2007-11-06T00:00:00.000Z
Uit het dagblad *De Pers* van 6 november blijkt dat onze minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen (CDA), het stevig opneemt voor de mensenrechten. Hij hekelt de manier waarop de islamitische wereld de Verenigde Naties gebruikt om met een beroep op vrijheid van godsdienst de belangen van de islam te behartigen. "Mensenrechten hebben immers betrekking op het individu en dat gaat ook op voor de vrijheid van godsdienst.", aldus Verhagen in *De Pers*.
Wat dit betreft niets dan lof voor deze minister. Ook islamitische landen dienen zich te houden aan mensenrechten, inclusief het recht op afvalligheid en het vrij kunnen uiten van kritiek op de islam. Als geen ander is het zijn taak om namens Nederland dit punt te maken. Hopelijk zullen zijn collega's in andere landen volgen. Mijn lof voor deze minister gaat nog verder wanneer hij te kennen geeft zich te verzetten tegen cultuurrelativisme, de opvatting dat onze westerse mensenrechten niet superieur zijn aan die van andere culturen, bijvoorbeeld die uit de moslimwereld. Paul Cliteur bekritiseert dit cultuurrelativisme ook uitgebreid in zijn boek *Moreel Esperanto* (De Arbeiderspers, 2007). "Mensenrechten gelden voor iedereen, altijd en overal", zo stelt Verhagen. *I couldn't agree more*.
Het is interessant om met deze opvattingen over mensenrechten in het achterhoofd eens te kijken naar de Bijbel, het boek dat Verhagen als vrome rooms-katholiek ziet als het Woord van God. In dit boek vinden we allerlei door God *himself* gegeven wetten, opdrachten en avonturen die op goddelijk commando uitgevoerd worden. Hoe is het hier gesteld met de mensenrechten? Niet erg best, zoals u waarschijnlijk al vermoedde. Laten we eens kijken naar enkele spraakmakende voorbeelden.
Ten eerste hebben we slavernij, dat niet alleen aangemoedigd wordt (Lev. 25:44-46), maar ook tot in details door goddelijke wetten gereguleerd wordt (o.a. Ex. 21:1-11). De slaaf mag bijvoorbeeld gerust geslagen worden, mits hij niet meteen sterft (Ex. 21:20-21). Ook de doodstraf (meestal door steniging) is een gebruikelijke Bijbelse straf voor onder andere godslastering (Lev. 24:16), homoseksualiteit (Lev. 20:13), het niet bloeden op de huwelijksnacht (Deut. 22:20-21) of het sprokkelen van hout op de Sabbat (Num. 15:32-36). Complete volkeren worden op het bevel Gods uitgeroeid, inclusief kinderen, baby's en het vee (o.a. 1 Sam. 15 en Joz. 6). Tot slot is er uiteraard nog de eeuwige foltering van de goddelozen in de hel. God heeft blijkbaar geen probleem met slavernij, de doodstraf, genocide en marteling.
Allah doet qua mensenrechtenschennis overigens niet veel onder voor de Bijbelse God, zoals uit de Koran blijkt. Vrouwen zijn niet gelijkwaardig aan mannen (soera 2:282 en 4:176) en afvalligen moeten vermoord worden (soera 4:88-89). Ook roept Allah op ongelovigen te doden (soera 8:12 en 9:5) en over de marteling van ongelovigen is de Koran zelfs nog sappiger dan de Bijbel, zoals blijkt uit onder andere soera 22:19-22.
Dit zijn slechts enkele van de vele gruwelijke en verwerpelijke voorbeelden die de Bijbel en Koran rijk zijn. Vaak proberen gelovigen dergelijke teksten te bagatelliseren door te stellen dat dit alleen in een bepaalde tijd of situatie golden, alsof dat het minder weerzinwekkend maakt. Waarschijnlijk zal ook Verhagen zoiets zeggen als hij geconfronteerd wordt met dergelijke passages. Zijn opvattingen over mensenrechten zijn hiermee echter volledig in strijd. Die gelden volgens hem immers "voor iedereen, altijd en overal", dus ook in Bijbelse tijden. Ayatollah Khomeini, Sadam Hoessein en zelfs Hitler en Stalin waren lieverdjes vergeleken bij de God die Verhagen aanbidt.
Ik onderschrijf Verhagens opvattingen over mensenrechten volledig, maar verwerp de goden van de Bijbel en Koran onder andere vanwege hun meedogenloze onmenselijkheid. Als Verhagen consequent zou zijn, zou hij hetzelfde moeten doen. Het is jammer dat God noch Allah bestaat, anders had Verhangen beiden kunnen aanklagen wegens mensenrechtenschennis.
### Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren
URL: https://www.deatheist.nl/stof-zijt-gij-en-tot-stof-zult-gij-wederkeren/
Last updated: 2026-08-21T12:51:05.000Z
Het artikel "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/StofZijtGij.pdf) te downloaden.
### Een symmetrische paradox
URL: https://www.deatheist.nl/een-symmetrische-paradox/
Last updated: 2007-10-21T00:00:00.000Z
Op 5-10-2007 stond een artikel in het Reformatorisch Dagblad \[1\], waaruit blijkt dat de [Raad van Europa](http://www.assembly.coe.int/Main.asp?link=/Documents/WorkingDocs/Doc07/EDOC11297.htm&ref=deatheist.nl) de regeringen van de 47 aangesloten landen oproept tot "krachtig verzet" tegen het opnemen van het creationisme in het onderwijs als een wetenschappelijke discipline. De Raad, die zich bezig dient te houden met het bevorderen van de mensenrechten, heeft echter niets te vertellen op het betrokken beleidsterrein en dus leiden de vastgelegde opvattingen helaas niet tot dwingende gevolgen. Desalniettemin een positief bericht. Zeker in vergelijking met het [debacle van de censuur](http://www1.freewebs.com/deatheist/Artikelen/EOevolutie.htm?ref=deatheist.nl) die de Evangelische Omroep (EO) heeft uitgeoefend op de natuurdocumentaire "The Life of Mammals", geschreven en gepresenteerd door Sir David Attenborough en uitgegeven door de BBC.
Een citaat uit het artikel in het Reformatorisch dagblad:
Het darwinisme "berust op feiten en heeft niets van doen met een goddelijke openbaring." "Intelligent Design, gepresenteerd op een geraffineerde wijze, probeert zijn benadering af te schilderen als wetenschappelijk en daarin schuilt het gevaar", menen de parlementariërs die zich achter de aanbeveling aan de lidstaten schaarden. De raad ziet Intelligent Design (terecht) als een Trojaans paard dat, wanneer het eenmaal de klaslokalen is binnengereden, een op de Bijbel gebaseerde visie zal blijken te bevatten. Er bestaat een "reëel risico" van "ernstige verwarring" bij kinderen als die deze visie op school voorgeschoteld krijgen als gelijkwaardig aan de evolutietheorie.
Nog een citaat:
De Raad van Europa, niet te verwarren met de EU, verbindt het creationisme vooral met "religieus extremisme."
Het is opvallend dat religieuze fanatici, als de ID-aanhangers hun stellingen in een wetenschappelijk ogend jasje steken, zich beroepen op (pseudo-)wetenschap of wetenschappers (vaak uit de context) citeren om hun propaganda kracht bij te zetten en zo het argeloze publiek te imponeren. (Iedereen met een IQ groter dan zijn/haar schoenmaat prikt hier doorheen zou je zeggen, maar dat blijkt niet altijd het geval te zijn.) Enkele jaren geleden las ik het boekje "A Search For The Spiritual, Exploring Real Christianity" van James Emery White, dat heel sterk de denkwijze van de Religious Right in de USA weergeeft. Een erg fout boekje, dat zich ook bedient van het te pas en te onpas citeren van wetenschappers om de argumenten kracht bij te zetten. Afgezien van Michael Behe (de ID-verdediger die we konden verwachten), werd tot mijn verbazing Stephen Hawking (een atheïst) ten tonele gevoerd met een tweetal uit de context gerukte uitspraken \[2\].
Van Albert Einstein wordt ook vaak beweerd dat hij gelovig zou zijn geweest (wellicht op basis van zijn uitspraak "God dobbelt niet"), maar dit blijkt niet correct te zijn. Einstein zei er zelf het volgende over:
Het was natuurlijk gelogen wat je hebt gelezen over mijn godsdienstige overtuigingen; het is een leugen die stelselmatig wordt herhaald. Ik geloof niet in een persoonlijke God. Ik heb dat ook nooit ontkend, maar juist helder te verstaan gegeven. Als er iets in mij is dat je godsdienstig zou kunnen noemen, dan is het mijn tomeloze verwondering over de structuur van de wereld, voor zover onze wetenschap die aan het licht kan brengen.
Over Charles Darwin wordt in evangelische kringen ook nog steeds beweerd, dat hij op zijn sterfbed tot 'inkeer' kwam, en afstand deed van zijn evolutietheorie en zijn agnostische wereldbeeld. De evangeliste Elizabeth Reid Cotton, beter bekend als Lady Hope (ze trouwde met de Britse admiraal Sir James Hope) heeft deze leugen naar alle waarschijnlijkheid verspreid. Ze beweerde dat ze bij Darwin was vlak voordat hij stierf. Deze leugens zijn door Darwins dochter Henrietta en zijn zoon Francis weerlegd \[3\]. Ook het verslag van zijn vrouw Emma, die aanwezig was toen hij stierf, is niet in overeenstemming met de bewering van Lady Hope. Darwin stierf vredig, niet lang na het uitspreken van de woorden: "I am not the least afraid to die."
De pseudowetenschapper en creationist [Kent Hovind](http://nl.wikipedia.org/wiki/Kent%5FHovind?ref=deatheist.nl) ging er tijdens zijn debatten en lezingen ook altijd prat op dat hij 15 jaar lang "science" teacher was geweest. Hij is de bedenker van het Creation Science Evangelism (vrij vertaald "christelijke wetenschap"), een term die op zichzelf al tegenstrijdig is. Wanneer wetenschap namelijk bedreven wordt binnen een vanuit de Bijbel bepaald kader, is er per definitie geen sprake meer van objectieve wetenschap. Binnen een dergelijke 'wetenschap' is men in sterke mate beperkt in het opstellen van een hypothese. Deze moet namelijk altijd in overeenstemming zijn met de Bijbel. En een hypothese die in overeenstemming is met de Bijbel is onmogelijk binnen dat systeem te falsificeren. Dat zou in tegenspraak zijn met het heilige onfeilbare woord van God. Je moet er niet aan denken, de Bijbel als basis voor de biologie. Dit zou niet alleen betekenen dat we onze kinderen tijdens de biologieles leren dat het leven zoals we dat kennen in een paar dagen is geschapen door een onzichtbare mythologische superontwerper. Het zou ook betekenen dat ze bijvoorbeeld zouden leren dat hazen herkauwers zijn \[4\], en vleermuizen vogels \[5\], dat slangen geen carnivoren zijn maar stof eten \[6\], en bovendien hun strottenhoofd zodanig is gevormd dat ze kunnen praten \[7\], evenals ezels overigens \[8\]. We zouden ze leren dat alle dieren zich seksueel voortplanten, en dat inteelt ongevaarlijk is, zoals het verhaal van Noach ons leert. (Er waren immers van elke onreine soort maar twee exemplaren en van elke reine soort veertien exemplaren aan boord \[9\], waarvan ook nog eens een aantal reine dieren werd geofferd nadat het water was gezakt \[10\]?). En ook zouden we op school leren dat carnivoren voor de zondvloed gewoon planten aten \[11\]\[12\], ondanks het feit dat hun gebitten, klauwen, lichaamsbouw geperfectioneerd lijken voor het jagen en doden van hun prooi (zoals we nota bene zelfs nog kunnen zien in het door de EO gecensureerde overblijfsel van de documentaire "The Life of Mammals" van Sir David Attenborough).
En het blijft niet bij de biologie. Bijbelgebaseerde astronomie zou ons wijsmaken dat er naast de zon en andere sterren nog een ander soort lichtbronnen in het universum voorkomt, want God schiep immers het licht eerder (op de eerste dag \[13\]) dan de hemellichamen (de vierde dag \[14\])? Verder zou het universum krimpen tot minder dan één tweemiljoenste deel van wat wetenschappers nu hebben berekend. Het meest vergelegen, voor ons zichtbare deel van het universum zou zich namelijk niet verder bij ons vandaan kunnen bevinden dan 6000 lichtjaar. De schepping vond namelijk volgens de op de Bijbel gebaseerde berekeningen van [James Ussher](http://en.wikipedia.org/wiki/James%5FUssher?ref=deatheist.nl) (1581-1656) zo'n 6000 jaar geleden plaats. Al het licht dat ons bereikt vanuit het universum kan dus ook niet ouder zijn dan 6000 jaar. Hieruit kunnen we afleiden dat de grens van het zichtbare deel van het universum zich niet verder dan 6000 lichtjaren van ons verwijderd bevindt. Dat is ongeveer een tweemiljoenste deel van de 13,7 miljard lichtjaar die is uitgerekend door astronomen die zich niet laten leiden door de letterlijke interpretatie van de Bijbel. Dat zou betekenen dat ofwel het Andromedasterrenstelsel niet zou kunnen bestaan omdat het (volgens de échte wetenschappers) 2,5 miljoen lichtjaar van ons verwijderd is, of dat wellicht ook deze berekening met een factor van 0,0000005 (een tweemiljoenste) zou moeten worden bijgesteld, waaruit zou volgen dat Andromeda zich 1,25 lichtjaar bij onze aarde vandaan bevindt. Overigens zijn astronomen het er momenteel over eens dat onze zon zich ongeveer 25000 lichtjaren vanaf het middelpunt van ons melkwegstelsel bevindt \[15\]. Onze eigen melkweg is dus domweg al veel te groot om daar nog een met de letterlijke Bijbeltekst in overeenstemming zijnde mouw aan te passen. Maar de science evangelists weten hier ongetwijfeld een pseudowetenschappelijke verklaring voor te geven. Verder zou de zon weer om de aarde draaien, immers, God liet niet de áárde stilstaan ten opzichte van de zon, maar hij liet de zon zélf stilstaan tijdens de slag bij Gibeon nadat Jozua daarom had gebeden \[16\].
En ook de natuurkunde, de scheikunde, en de geologie zoals we die nu kennen, lijken in de verste verte niet op een eventuele Bijbelgebaseerde variant. Radiometrische datering zou in de prullenbak verdwijnen, omdat daarmee is aangetoond dat de aarde aanzienlijk wat ouder is dan de heilige 6000 jaar van Ussher.
Wetenschappers zijn het lang niet altijd met elkaar eens, maar Bijbelgebaseerde wetenschap zou gezien het aantal contradicties in de Bijbel nog veel grotere verschillen van inzicht met zich mee brengen. Je moet er niet aan denken dat we het soort denkbeelden zoals hierboven beschreven 'equal time' zouden gunnen in onze scholen. Leerlingen (en leraren) zouden knettergek worden.
Religieuze fanatici, zoals creationisten, beroepen zich blijkbaar graag op (pseudo-)wetenschap, en doen hun uiterste best om hun Bijbels gedachtengoed van een wetenschappelijk sausje te voorzien. Hiermee probeert men het publiek te overtuigen van de correctheid ervan. Het moet allemaal heel wetenschappelijk en ingewikkeld klinken, want daar overtuig je mensen mee. Aan de andere kant zien we dat dezelfde mensen de échte wetenschappers (die ze vanzelfsprekend nog steeds als hun tegenstander zien, vanwege de strijdigheid met hun eigen "wetenschap") als dogmatisch. Rationalisten en atheïsten proberen ze als ideologische fanatici neer te zetten, met het doel om hen zwart te maken. Iemand als Alister McGrath (auteur van o.a. het boek "The Dawkins Delusion", dat hij schreef als een reactie op Richard Dawkins' "The God Delusion") weigert te snappen dat atheïsme niet een ideologie of een geloof is, maar juist de afwezigheid van geloof \[17\]. Om aan te geven hoe slecht atheïsten zijn, vergelijkt hij ze nota bene met religieuze mensen: "\[.. \] they’re just as bad as the religious \[...\]" \[18\]. Andries Knevel, een fan van McGrath, heeft ook meerdere malen uitspraken gedaan waarin hij atheïsme een ideologie noemt, en dat uiteraard niet om aan te tonen dat atheïsten goed volk zijn, maar in de denigrerende zin des woords. Hoe vaak horen we het niet: "Atheïsme is ook maar een geloof." Diverse religieuze fora op het internet zijn vergeven van de posts van creationisten die zelfs de evolutietheorie een "geloof" noemen, en ook dat is nooit complimenteus bedoeld.
Ziet u de symmetrie? De religieuze wil door zich een wetenschappelijk imago aan te meten de superioriteit van zijn gedachtengoed overtuigend maken, maar tegelijkertijd vergelijkt hij het atheïsme met een geloof, een ideologie of een religie, met als doel om de ongelovige zwart te maken, en noemt hij de wetenschap dogmatisch om het naar beneden te halen (terwijl dogma juist typisch een religieus verschijnsel is). Toont dit - wanneer we door deze gewiekstheid heen prikken - eigenlijk niet aan dat dit type gelovige diep van binnen vol ontzag opkijkt tegen de rationalist en de (echte) wetenschapper, en dat hij eigenlijk een laag zelfbeeld heeft? Paradoxaal, want als de Bijbel het allemaal bij het rechte eind heeft zoals hij wil betogen, waar komt dan de noodzaak vandaan om het in een wetenschappelijk jasje te steken, en te pas en te onpas wetenschappers - met of zonder hun instemming - ten tonele te voeren om je gelijk aan te tonen? En waarom vergelijk je iets waarvan je de inferioriteit wilt aantonen met iets wat je zelf als het hoogste goed beschouwt: geloof?
**Noten**
1. [Reformatorisch Dagblad artikel "Raad van Europa: Geen creationisme in onderwijs"](http://www.refdag.nl/artikel/1317982/Raad+van+Europa%3A+Geen+creationisme+in+onderwijs.html?ref=deatheist.nl)
2. James Emery White, *A Search For The Spiritual, Exploring Real Christianity*, 1998, ISBN 0-913367-14-1, pag. 29
3. [The Lady Hope Story: A Widespread Falsehood](http://www.stephenjaygould.org/ctrl/ladyhope.html?ref=deatheist.nl), Simon Yates
4. Deuteronomium 14:7: "Kamelen, hazen en klipdassen zijn herkauwers \[...\]"
5. Deuteronomium 14:11-18: "Alle vogelsoorten die rein zijn mag u eten. De volgende vogels mag u niet eten: de vale gier, de lammergier, de zwarte gier, de rode wouw en de verschillende soorten buizerds, \[...\] de verschillende soorten reigers, de hop en de vleermuis."
6. Gen 3:14: "God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang."
7. Genesis 3:1-5
8. Numeri 22:28-30
9. Genesis 7:2-3: "Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen"
10. Genesis 8:20: "Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels."
11. Genesis 1:30: "'Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.' En zo gebeurde het."
12. Genesis 9:3: "Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef ik je, zoals ik je ook de planten heb gegeven." Vanaf dit moment mag de mens vlees eten. Wellicht geldt dit ook voor de andere omnivoren en de carnivoren?
13. Genesis 1:3: "God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag."
14. Genesis 1:14-19: "God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag."
15. Stephen Hawking, *Het Heelal, Verleden En Toekomst Van Ruimte & Tijd*, ISBN 90-351-1783-2, 1999, pag. 47
16. Jozua 10:13: "En de zon stond stil en de maan bleef staan, tot Israël zijn vijanden had afgestraft."
17. Alister McGrath, *The Dawkins Delusion*, ISBN 0281059276, 2007, pag. 29, 48
18. McGrath, 2007, pag. 29
### De tien geboden uit hun context?
URL: https://www.deatheist.nl/de-tien-geboden-uit-hun-context/
Last updated: 2007-09-16T00:00:00.000Z
Critici van het geloof maken dikwijls gebruik van passages uit de Bijbel om hun kritiek te onderbouwen. Met name het oude testament bevat veel kwalijke teksten, en ook veel Christenen hebben moeite met sommige passages. (Er zijn er zelfs, die dit ook durven toegeven). Kritiek op de Bijbel staven met passages uit diezelfde Bijbel wordt niet altijd op prijs gesteld door gelovigen, en opvallend vaak wordt er gereageerd in de trant van: "Je gebruikt de tekst uit zijn context, je rukt het uit zijn verband, en je kritiek is daarom niet terecht." In sommige (maar zeker niet alle) gevallen is een dergelijke reactie geoorloofd, want eerlijk is eerlijk: sommige critici maken zich hier van tijd tot tijd wel degelijk schuldig aan.
Het omgekeerde is echter ook vaak het geval: menig Christen gebruikt te pas, maar zeker ook te onpas, passages uit de Bijbel om zijn/haar gelijk aan te tonen. In discussies over onze moraal zijn Christenen vaak geneigd om te verwijzen naar de tien geboden. "Als iedereen zich maar aan de tien geboden hield, dan zou de wereld er een stuk beter voor staan", is dan vaak de strekking van het betoog. Afgezien van de vraag of die hier aangehaalde tien geboden nu wel zo goed zijn als vaak wordt verondersteld \[1\], moeten we constateren dat zelfs hier een Bijbeltekst uit zijn context wordt gelezen. De tien geboden waar men op doelt zijn namelijk niet de definitieve tien geboden volgens het (volledige) verhaal van Mozes op de berg Sinaï, zoals verteld in het boek Exodus. Laten we de "gangbare" (door gelovigen vaak te berde gebrachte) tien geboden eens terug plaatsen in zijn context, en het volledige verhaal nog eens nalopen.
In Exodus 20:1-17 spreekt Jahweh de tien geboden die heden ten dage nog vaak worden aangehaald (de "gangbare" versie, de versie die de Christenen tegenwoordig nog steeds gebruiken in discussies over moraal):
1. Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden
2. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.
3. Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
4. Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag.
5. Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal.
6. Pleeg geen moord.
7. Pleeg geen overspel.
8. Steel niet.
9. Leg over een ander geen vals getuigenis af.
10. Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.
Deze geboden krijgt Mozes op de berg Sinaï in de vorm van twee stenen platen, door Jahweh hoogst persoonlijk geschreven \[2\].
Maar als Mozes na zijn afdaling van de berg Sinaï beneden aankomt, ziet hij het volk Israël dansen rond een gouden kalf, een afgodsbeeld, dat volgens het tweede gebod ten strengste is verboden. (Overigens konden de Israëlieten dat niet weten, want Mozes komt immers net de berg af met de stenen platen waarop ook dit gebod is geschreven, en ze hadden tot dusver alleen donderslagen, bliksemschichten en een schallende ramshoorn gehoord). Mozes wordt des duivels (excusez le mot), en gooit in zijn woede de platen met de tien geboden aan stukken \[3\]. Vervolgens vindt als straf voor deze afgoderij het nodige bloedvergieten plaats: ca. drieduizend Israëlieten (die niet van het tweede gebod konden weten, omdat Mozes ze nog bij zich had) vinden de dood \[4\]. Hierbij is het opvallend dat Aäron, die eigenhandig het kalf heeft gegoten \[5\], en dus actief medeplichtig is, er zonder een schrammetje vanaf komt. De welbespraakte \[6\], en door Jahweh als waardig en verantwoordelijk hoogwaardigheidsbekleder ingeschatte \[7\] Aäron zou "op de winkel" passen \[8\], en is dus verantwoordelijk, zou je zeggen. Deze Aäron (die volgens Exodus 28:41-43 door Jahweh al gedood zou worden als ie geen ondergoed onder zijn kledij zou dragen in de tempel), maakt een afgodsbeeld en komt er zonder kleerscheuren vanaf, terwijl drieduizend volksgenoten de doodstraf krijgen voor het maken van het kalf \[9\].
Na dit bloedbad vertelt Jahweh Mozes dat hij opnieuw twee stenen platen uit moet hakken, en daarmee opnieuw de berg moet opgaan. Dan zal Jahweh op die platen de tien geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die Mozes stukgegooid had \[10\]. In Exodus 34:14-26 worden deze nieuwe geboden beschreven, maar deze definitieve versie van de tien geboden blijkt heel anders te zijn dan de vernietigde versie van Exodus 20:1-17, in tegenstelling tot wat Jahweh Mozes verzekerde in Exodus 34:1: *"Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt"*. (Hier is dus feitelijk sprake van een contradictie.) De nieuwe versie (die volgens Exodus 34:1 de *vervanging* van de versie uit 20:1-17 is) luidt namelijk als volgt:
1. \[...\] jullie mogen niet voor een andere god neerknielen. De HEER, de Afgunstige, duldt immers geen andere goden naast zich \[11\].
2. Maak geen godenbeelden \[12\].
3. Vier steeds het feest van het Ongedesemde brood \[...\] \[13\].
4. Alles wat als eerste de moederschoot verlaat behoort Jahweh toe: ieder eerstgeboren mannelijk dier van je kudde, zowel van je runderen als van je schapen en geiten, elk eerstgeboren veulen van een ezel, en ook alle oudste zonen \[14\].
5. Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd \[15\].
6. Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt. Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen \[16\].
7. Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat \[...\] \[17\].
8. \[...\] van het offerdier voor het pesachfeest mag niets tot de volgende morgen bewaard worden \[17\].
9. De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen \[18\].
10. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder \[18\].
Vervolgens \[19\] wordt nogmaals bekrachtigd dat *deze* tien nieuwe regels de definitieve basis voor het verbond tussen Jahweh en zijn volk zijn: *"\[...\] En \[Mozes\] schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen."*
Wat opvalt is dat de meest zinnige regels, zoals niet stelen (het 8e gebod), niet moorden (het 6e gebod), geen overspel plegen (het 7e gebod), en niet liegen (het 9e gebod), helemaal niet in deze definitieve geboden voorkomen. Deze nieuwe geboden hebben dan ook weinig tot niets met moreel gedrag van doen, maar meer met het offeren van bezittingen aan Jahweh. Het is daarom ook goed te begrijpen dat iedereen die het tegenwoordig over *de* (!) tien geboden heeft, doelt op de vernietigde versie. Maar strikt genomen leest men dan wel degelijk Exodus 20:1-17 uit zijn context. Als men het volledige verhaal leest, zou men dan niet tot de conclusie moeten komen dat Jahweh bij nader inzien toch tien "betere" geboden had bedacht? In tegenstelling tot wat hij in Exodus 34:1 tegen Mozes zegt, laat hij Mozes immers een andere lijst uithakken \[20\]? Kortom, een almachtige, alwetende god geeft 10 geboden, staat toe dat deze worden vernietigd, en laat vervolgens 10 nieuwe geboden maken. Is het dan niet logisch te denken dat de tweede versie (waarvan expliciet nog eens wordt bekrachtigd dat *dít* "de tien geboden" zijn \[19\]) de correcte is, die de eerste vervangt?
Tegenwoordig wordt de versie uit Exodus 20 ook wel de *Ethische decaloog* genoemd, en de versie uit Exodus 34 de *Cultische* of *rituele decaloog*. Dit zou kunnen suggereren dat beide decalogen door Jahweh als aanvulling op elkaar zouden zijn gegeven. Deze suggestie is echter tegenstrijdig met Exodus 34:1, waar Jahweh duidelijk aan Mozes meedeelt de vernietigde geboden te herstellen. Bovendien zou het bijzonder merkwaardig zijn dat twee elkaar aanvullende decalogen deels dezelfde geboden bevatten. De eerste twee geboden in beide decalogen zijn gelijk, en ook het vierde gebod uit de ethische decaloog is identiek aan het vijfde gebod uit de cultische of rituele dialoog.
De "gangbare" versie van de tien geboden \[21\] aanhalen, om aan te tonen dat de Bijbel de basis voor onze moraal zou zijn, is een staaltje van uit de context gebruiken van een Bijbeltekst (en dus in strijd met het volledige verhaal uit Exodus). Overigens mogen we van geluk spreken dat de predikers van de Bijbelse moraal de "ethische" variant (zij het uit z'n verband gerukt) gebruiken om hun moraal op te baseren. Je moet er niet aan denken dat de definitieve versie \[22\] zou worden gebruikt in plaats van de door Mozes kapot gesmeten \[3\] versie. Er zou dan heel wat meer gestolen, gelogen, en gemoord worden door die mensen die de Bijbel als *de* basis van de moraal zien.
**Noten**
1. Zie [http://ffrf.org/nontracts/10comm.php](http://ffrf.org/nontracts/10comm.php?ref=deatheist.nl) op de website van Freedom From Religion Foundation voor een kritische verhandeling over de "gangbare" tien geboden.
2. Exodus 24:12 en Exodus 32:15-16.
3. Exodus 32:19.
4. Exodus 32:28.
5. Exodus 32:4, Exodus 32:24 en Exodus 32:35
6. Exodus 4:13-16.
7. Exodus 28.
8. Exodus 24:14.
9. Exodus 32:35.
10. Exodus 34:1.
11. Exodus 34:14, het eerste gebod uit de tweede versie van de tien geboden, gelijk aan het eerste gebod uit de eerste versie van Exodus 20.
12. Exodus 34:17, het tweede gebod, tweede versie. Dit gebod is gelijk aan het tweede gebod uit de versie van Exodus 20.
13. Exodus 34:18.
14. Exodus 34:19-20.
15. Exodus 34:21\. Het vijfde gebod, gelijk aan het vierde gebod uit Exodus 20.
16. Exodus 34:22-23.
17. Exodus 34:25.
18. Exodus 34:26.
19. Exodus 34:27-28.
20. Exodus 34:27.
21. Exodus 20:1-17, de ethische decaloog.
22. Exodus 34:14-26, de rituele decaloog.
### Steunverklaring Comité van ex-moslims
URL: https://www.deatheist.nl/steunverklaring-comite-van-ex-moslims/
Last updated: 2007-09-11T00:00:00.000Z
Als beheerder van *De Atheïst* onderteken ik [de steunverklaring bij de oprichting van het Comité van ex-moslims](http://www.steuncomite-exmoslims.nl/steunverklaring.html?ref=deatheist.nl). Iedereen heeft te allen tijde het recht om welke geloofsovertuiging of levensovertuiging dan ook te verlaten. Dit mag nooit enige consequenties hebben voor de vrijheden, rechten of veiligheid van de betreffende persoon. Als één van de meest fundamentele rechten in onze vrije democratische rechtsstaat moet dit te allen tijde onderschreven en verdedigd worden.
*Bart Klink*
*Beheerder van De Atheïst (www.deatheist.nl)*
### Repliek op de reactie van Bart Klink
URL: https://www.deatheist.nl/repliek-op-de-reactie-van-bart-klink/
Last updated: 2026-08-21T12:53:23.000Z
*Door Jan Riemersma*
Bart Klink, bedankt voor je [uitgebreide antwoord](https://www.deatheist.nl/overspeelt-de-atheist-zijn-kaarten-een-reactie-aan-jan-riemersma/). Ik zal proberen om je bezwaren te weerleggen.
We zijn het er over eens dat de menselijke kennis beperkt is. Zelfs onze sleutel tot de werkelijkheid, onze rationele steun, de logische regels, zijn een product van de natuur: het logische beginsel dat mensen niet op twee plekken tegelijk kunnen zijn en dat een wijzer van de klok niet tegelijkertijd linksom en rechtsom kan draaien, hoeft niet universeel waar te zijn. Dit is een tegenintuïtieve veronderstelling die echter stoelt op een eenvoudige redenering: als de werkelijkheid die wij bestuderen slechts kan worden beschreven door de fysica, dan heeft ze geen logische structuur, want: (1) er bestaan geen 'logische' deeltjes en krachten, en (2) de gehele fysische werkelijkheid is niet uniform (kwantumfysica wijkt bv. al sterk van onze werkelijkheid af).
De conclusie die je hier uit mag trekken is vrij ingrijpend voor onze kennis (en dit is belangrijk, en ik geloof dat Bart Klink dit over het hoofd ziet in zijn antwoord): dit betekent dat wij geen enkel (rationeel) middel hebben om te kunnen zeggen hoe groot de werkelijkheid, wat er kan bestaan en wat er mogelijk is. -In de logica zeg je, als je een tegenstelling kunt afleiden, dat je daaruit alles mag afleiden (ex falso quodlibet) wat je maar wilt. Zover mogen wij niet gaan, want de regels van de logica -dat hebben we immers zelf vastgesteld- zijn niet universeel geldig. Maar het principe is zondermeer waar: als je geen rationele middelen hebt om iets mee te zeggen over de werkelijkheid in zijn geheel, als je verstand duidelijk te beperkt is, dan moet je er rekening mee houden dat alles mogelijk is, en dat zelfs het 'ondenkbare' kan bestaan.
We kunnen de werkelijkheid het best verdelen in een deel dat qua structuur overeenkomt met onze werkelijkheid (op aarde) en waarop onze rationele regels wel van toepassing zijn (onze leefomgeving), en een 'buitengebied', dat is de rest van de werkelijkheid. Een dergelijke tweedeling kun je aanbrengen voor alle levende wezens: de koelkast hoort qua object tot het leefgebied van de kat (want hij kan er omheen lopen, aan krabben en hij weet zelfs dat er eten in bewaard wordt), maar qua 'concept' valt de koelkast buiten het leefgebied van de kat, want hij begrijpt het verschil tussen de koelkast en de boekenkast niet, hij weet niet wat stroom is, hij weet niet wat micro-organismen zijn, enz. Het is heel natuurlijk dat de mens een leefgebied heeft (en bij filosofen als Ruse, McCollin, Cherniak, Searle, vindt je deze gedachte ook terug om bepaalde beperkingen van de mens te verklaren).
In het buitengebied kan alles waar zijn. -Maar betekent dit dat God bestaat? Nee, niet rechtstreeks. Maar het betekent wel dat God heel goed zou kunnen bestaan. God is geen onmogelijk object.
Misschien is het verstandig om dit buitengebied eens te verkennen: wat kunnen we over dit buitengebied zeggen? De wetenschap die zich bezighoudt met dit buitengebied is de metafysica. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd de metafysica in de ban gedaan, in onze tijd is ze echter weer terug van weggeweest. -Hoe vreemd kan de werkelijkheid (in het buitengebied) zijn? Nou, in ieder geval zo vreemd, dat levensbeschouwelijke vragen over leven en dood er op een zinvolle manier beantwoord kunnen worden! Hierboven heb ik al gezegd dat als men verder nadenkt over vrij eenvoudige aannames, dat deze dan verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Een voorbeeld vinden we in de moderne natuurkunde: Einsteins theorie leidt tot de veronderstelling dat de werkelijkheid (wellicht) een blokuniversum is (zie: M.Lockwood, Labyrinth of Time, Oxford, 2005, p.53ff). In een blokuniversum vervalt het verschil tussen leven en dood! Einstein meende dat ons dagelijks leven een illusie is (en hij schijnt, op grond van deze gedachte, de ouders van zijn goede vriend Besso, te hebben willen troosten bij de dood van hun zoon). Een ander voorbeeld is het verschil tussen determinisme en indeterminisme: ons wordt vaak voorgehouden dat we geen vrije wil hebben, want wij zijn de speelbal van de natuurkrachten: de vrije wil is dus een illusie. Maar wie kan van zichzelf, in ernst, beweren dat de keuzes die hij maakt en het leven dat hij leeft een geestelijke dwaling is? Hetzelfde geldt voor ons 'ik'. Is het niet vreemd en bizar om van jezelf te moeten denken dat je niet bestaat en dat je bewuste leven niets anders is dan een boottochtje op de wervelingen van de natuurkrachten? -Dat is in ieder geval tegenintuïtief. Voor wat betreft de vrije wil zou dit moeten leiden tot de volgende aanname: de mens maakt wel degelijk zijn keuzes zelf, maar de werkelijkheid (in ons leefgebied althans) wordt bepaald door de fysica. Dit is onverenigbaar en onbegrijpelijk, maar er zit geen fout in de redenering.
De bovenstaande uitweiding moet voldoende zijn om iemand er van te overtuigen dat, gezien onze beperkingen, het helemaal niet 'fantastisch' is om te zeggen dat er meer is dan wij ons kunnen indenken. -Maar nu: bestaat God?
Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we God eerst definiëren (zoals Bart Klink en Herman Philipse) zeer terecht zeggen. Mijn definitie van God is de klassieke definitie van de oude filosofen zoals Al'Ghazali, Maimonides, Nicolaas van Cusa en Anselmus: God is (voor mensen) het grootst denkbare wezen, zo groot, dat wij zijn eigenschappen niet kunnen beschrijven. We kunnen deze God het best beschrijven als 'het transcendente'.
Eerst even iets over de redelijkheid van dit Godsbegrip. We hebben vastgesteld dat de werkelijkheid voor ons te complex en te groot is om te begrijpen: we kunnen echter wel een poging doen om nog iets te zeggen over dit buitengebied. Dit noopt ons tot het gebruik van onze aardse begrippen en onze beperkte concepten en denkbeelden. Gezien deze conceptuele beperkingen is deze (in de loop der tijden) ontwikkelde definitie zeer redelijk. Iets wat groter, hoger, en indrukwekkender is kunnen we maar moeilijk bedenken. Let wel: bij het beschrijven van God stuiten we duidelijk op onze beperkingen...
Bestaat deze God nu letterlijk? Het punt is dat in het buitengebied de vraag of iets letterlijk bestaat niet kan worden gebruikt. Als onze logische regels niet gelden, vervalt ook het begrip 'waarheid'. In het buitengebied kan iets wel én niet bestaan (absurd en onbegrijpelijk, maar de consequentie van het feit dat de werkelijkheid geen universele logische bouw heeft). Je kunt dus zeggen dat God bestaat (ook al is hij transcendent).
En nu kunnen we ook uitleggen waarom de kritiek van atheïsten zoals Philipse en Klink niet meer van toepassing is: hun positie is incoherent. Ze maken geen onderscheid bij het formuleren van hun kritiek tussen het leefgebied van de mens en het buitengebied. Daarmee vervalt de kritiek: ze is niet langer zinvol. Het epistemologische gevaar, dat wij onze kennis volledig tenietdoen, en dat wij onzin verkondigen, wordt opgeheven door het onderscheid tussen het leefgebied van de mens en het onbegrijpelijke buitengebied (en nogmaals, tegen dit onderscheid kan de atheïst geen bezwaar maken). Door te veronderstellen dat het transcendente bestaat (in het buitengebied) beweer je niet iets onzinnigs (in het eigen leefgebied).
Nu is er nog een vraag: wat merken wij van die God? In het buitengebied zou een dergelijk object misschien kunnen bestaan, maar in het binnengebied zou zijn bestaan volledig aan onze aandacht ontsnappen. Hij kan geen wonderen verrichten, enz. -Daar ben ik het volledig mee eens: als God een wonder zou verrichten, zoals die worden beschreven in de bijbel, dan zouden wij dat moeten merken. De bijbel is dan ook een mensenboek. En de meeste religies willen in dit opzicht al te fantastisch zijn: goden die vliegen, goden met slurven, enz. -Maar let wel: hieruit volgt niet dat God (zie boven) niet kan bestaan.
Maar kan deze God dan invloed uitoefenen op ons bestaan? Ik houd dat niet voor onmogelijk. Maar ons leefgebied ligt volledig ingebed in het buitengebied, het zijn geen absoluut gescheiden werelden. Als er bijvoorbeeld (metafysisch gezien) geen absoluut onderscheid kan worden gemaakt tussen 'stromende tijd' (de werkelijkheid zoals wij die beleven) en 'eeuwige tijd' (de werkelijkheid zoals die er uitziet volgens onze ratio), waarom zou dit 'transcendente' buitengebied dan geen invloed kunnen hebben op ons doen en laten? Maar dergelijke ideeën vereisen nog veel studie: wat zijn de grenzen van onze kennis? We weten het allemaal nog lang niet. Maar je kunt het beslist niet uistluiten.
Tenslotte nog een technische kwestie: je zou, uiteindelijk, kunnen zeggen dat ik vanuit ons leefgebied probeer te verwijzen naar een object (God) in het buitengebied. En dat is onmogelijk en komt feitelijk neer op semantisch atheïsme. Ik heb daartegen het volgende verweer: we weten niet, als we spreken over de allerkleinste deeltjes, de quanta, wat de ware aard is van een dergelijk deeltje: golfje of deeltje of geen van beide of alles tegelijk? De quanta zijn zeer mysterieus en voldoen niet aan onze gewone rationele regels. Toch kunnen we verwijzen naar quanta. Natuurkundigen doen dit dagelijks. We hebben het hier over een andere werkelijkheid, waarin objecten voorkomen die voor ons te lastig zijn om te begrijpen, en toch kunnen we er betekenisvol naar verwijzen. -Dus kunnen we ook betekenisvol verwijzen naar het 'transcendente'.
Tenslotte: is dit alles te fantastisch? Welnee, want er is geen maat voor het 'fantastische': zodra we spreken over zaken die ons begrip te boven gaan, lijkt alles ongrijpbaar en fantastisch. -Het enige wat belangrijk is, is dat we het onderscheid tussen het leefgebied en het buitengebied erkennen en goed in de gaten houden. Dat is de conceptuele sleutel tot mijn geloof in het bestaan van het transcendente, God.
### Overspeelt de atheïst zijn kaarten? Een reactie aan Jan Riemersma
URL: https://www.deatheist.nl/overspeelt-de-atheist-zijn-kaarten-een-reactie-aan-jan-riemersma/
Last updated: 2007-09-02T00:01:00.000Z
Jan Riemersma betoogt in zijn artikel "[Het is onmogelijk om aan te tonen dat God niet bestaat](https://www.deatheist.nl/het-is-onmogelijk-om-aan-te-tonen-dat-god-niet-bestaat/)", zoals de titel reeds suggereert, dat de atheïst zijn kaarten overspeelt. Ter verdediging hiervan voert hij een interessant argument aan: door onze evolutionaire ontstaansgeschiedenis zijn wij epistemologisch beperkt: "Het verstand van de mens is gefabriceerd om te kunnen overleven in bepaalde omstandigheden, niet om de waarheid omtrent de gehele werkelijkheid te achterhalen". De atheïst spreekt dan ook voor zijn beurt door uitspraken te doen over een werkelijkheid die niet volledig onderzocht is, zo stelt Riemersma. Aangezien logische regels evolutionaire constructies zijn (in ons geslepen door evolutie om te kunnen overleven) zou god een wezen kunnen zijn met onlogische of buitenlogische eigenschappen. Hierdoor zou god buiten ons kenbereik kunnen vallen en kunnen we dus onmogelijk stellen dat god niet bestaat, ergo: atheïsme is ongerechtvaardigd.
Hoe sterk is deze kritiek van Riemersma? Is atheïsme werkelijk ongerechtvaardigd omdat we epistemologisch beperkt zijn? Ofschoon zijn premissen mijns inziens juist zijn (het menselijk kenvermogen is beperkt en logische regels zijn evolutionaire constructies), is zijn conclusie (atheïsme is ongerechtvaardigd) dat niet.
Daarvoor wil ik eerst kort ingaan op de definitie van atheïsme. Ik zie atheïsme als de (bewuste) afwezigheid van het geloof in het bestaan god(en). Dit wordt ook wel zwak (of negatief of zacht) atheïsme genoemd en is atheïsme is ruime zin. Sterk (of positief of hard) atheïsme is ontkennend wat het bestaan van god(en) betreft: god(en) bestaat(n) niet. (zie verder [hier](https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/)) Het lijkt mij dan ook dat Riemersma's kritiek alleen opgaat voor sterk atheïsme, een zwakke atheïst probeert het niet-bestaan van god(en) immers niet aan te tonen. Ook het sterke atheïsme lijkt mij zijn kritiek te kunnen doorstaan, zoals ik hieronder zal laten zien.
Mijn eerste probleem met Riemersma's kritiek is dat hij het woord "God" (soortnaam of eigennaam?) ongedefinieerd laat, waardoor het geenszins duidelijk is waar hij het over heeft. Hij vraag zich af of het niet zo zou kunnen zijn "dat God een soort onlogisch of misschien zelfs 'buitenlogisch' wezen is". Echter, zo lang hij niets zegt over de betekenis van het woord "God", blijft dit een onzinnige vraag. Het is net zo onzinnig om ons af te vragen of "krahsetu" (of een ander woord zonder betekenis) een soort onlogisch of misschien zelf 'buitenlogisch' wezen kan zijn. Alvorens hij zijn kritiek op het atheïsme op grond van het beperkte menselijk kenvermogen of de grenzen van de logica kan doen aanvangen, zal hij eerst duidelijk moeten maken wat hij onder het woord "God" verstaat". Tot dan toe is er sprake van semantisch atheïsme, om de uitdrukking van Philipse te gebruiken.
Voorts de vraag wat ons beperkte kenvermogen betekent voor het doen van uitspraken over de werkelijkheid. Zijn we hierdoor gedoemd tot het weerhouden van uitspraken? Misschien tot het weerhouden van *absolute* uitspraken, maar tussen absolute uitspraken en *anything goes* ligt een breed spectrum van waarschijnlijkheid. Dat is niet alleen het geval in het doen van (godsdienst)filosofische uitspraken, maar ook in het geval van wetenschappelijke en gerechtelijke. Het argument dat Riemersma aanvoert tegen een atheïst (je kunt niet zeggen dat god niet bestaat omdat je kenvermogen beperkt is) zou een advocaat ook kunnen aanvoeren tegen een gerechtelijke uitspraak. Ook het kenvermogen van rechters is immers beperkt. Een advocaat zou kunnen inbrengen dat de schuld van zijn cliënt niet bewezen kan worden omdat er allerlei buitenlogisch en empirisch ondetecteerbare fenomenen een rol gespeeld *kunnen* hebben in het betreffende misdrijf. Empirisch ondetecteerbare vierkant cirkels die misdaden plegen zijn immers niet uitgesloten als we Riemersma's redenering volgen. Hoe effectief zou een dergelijke verdediging zijn? Ik denkt totaal niet, en terecht.
We zullen namelijk moeten roeien met de riemen die we hebben. We zijn epistemologisch beperkt, en daar kunnen we nooit om heen. We kunnen epistemologisch gezien niets met het buitenlogische en empirisch ondetecteerbare, als het al bestaat. Ik zou niets eens weten wat ik me daarbij voor moet stellen, en ik vraag me af of er ook maar *iemand* is die dat kan, daar logica en empirisme zondanig fundamenteel zijn in ons denk- en waarnemingsvermogen dat we ons er niet buiten kunnen plaatsen.
Door deze beperking is het beste wat we kunnen doen het doen van uitspraken op grond van *waarschijnlijkheid*. In een rechtszaak wordt iemand schuldig bevonden als dit *beyond resonable doubt* kan worden aangetoond, niet als dit met absolute zekerheid kan worden gedaan. Wetenschap werkt wat dat betreft niet anders. Uitspraken zijn daarmee ook altijd tentatief, ze kunnen bijgesteld moeten worden op grond van nieuwe argumenten/bewijzen.
Ik denk dat dit voor de (sterke) atheïst ook opgaat. Hij meent niet met 100% zekerheid, *once and for all*, het bestaan van god(en) uit te kunnen sluiten. Daarmee zou hij inderdaad zijn kaarten overspelen. Wat hij wel meent, is dat (mits het woord "god" betekenis heeft!) god, *op grond van de huidige argumentatieve stand van zaken*, waarschijnlijk niet bestaat. Ondanks zijn beperkte kenvermogen kan hij dus uitspraken doen over het bestaan van god, zij het tentatieve. Meer dan dat *kan* hij niet, en meer dan dat *hoeft* hij ook niet, omdat *niemand* dat kan, over *geen enkele* propositie. Daarmee blijft (sterk) atheïsme een gerechtvaardigde, zij het tentatieve, positie.
### Het is onmogelijk om aan te tonen dat God niet bestaat
URL: https://www.deatheist.nl/het-is-onmogelijk-om-aan-te-tonen-dat-god-niet-bestaat/
Last updated: 2007-09-02T00:00:00.000Z
Afgelopen donderdag \[16 augustus\] was ik, in Leiden, ergens op een achteraf zaaltje boven een café, getuige van het debat tussen een theïst en een atheïst. Nu is dit niet de eerste keer dat ik een dergelijk debat bijwoon. En ik weet dan inmiddels ook dat zulke academische twisten over het bestaan van God allemaal volgens hetzelfde stramien verlopen. De theïst zegt dat 'het' allemaal niet zo gemakkelijk is en dat wetenschap alles doodslaat met zijn ééndimensionale methode; de atheïst zegt dat wetenschap heel erg redelijk is, dat we veel hebben bereikt, en dat theïsten niet in staat zijn om iets zinnigs over God te zeggen. Ook het debat in Leiden verliep volgens dit stramien: de atheïst (in dit geval niemand minder dan Herman Philipse) riep de theïst ter verantwoording en stelde hem een paar indringende vragen: welke eigenschappen heeft je god? (antwoord: weet niet...); waarom geloof je in deze god, en niet in een van de duizenden andere goden (antwoord: weet niet... ervaring?), enz. En de conclusie kon vrij snel worden getrokken: de theïst vertelt een sprookje. Het geloof in god is betekenisloos.
Ik heb nog nooit een debat meegemaakt tussen een theïst en een atheïst dat anders verliep. Het aardige is overigens dat als dr. Philipse de opponent is van de theïst, dat de aanval dan rechtstreeks en zonder overbodige plichtplegingen wordt ingezet: dat scheelt een hoop overbodig geklets. Iedereen weet toch al vantevoren hoe het afloopt: al vrij snel komt men tot de conclusie dat er over god niets te zeggen valt. En dat pleit niet voor de theïst, en Philipse laat niet na om vooral dit nietszeggende van de goden te benadrukken.
Dit debat is ook kenmerkend voor de vernietigende invloed die de wetenschap op de gelovige westerse mens heeft gehad. Uit en te na is benadrukt dat een wetenschapper eigenlijk niets kan met het geloof in een god (laat staan met de goden zelf). Geloof en wetenschap staan haaks op elkaar, en dus zul je moeten kiezen: het is hom of kuit.
Wat de atheïst verzwijgt is dat zijn eigen positie incoherent is. Hij verzwijgt dit niet met opzet, maar meer uit naïviteit: hij heeft het zelf ook niet in de gaten. Maar de gespletenheid van zijn positie komt duidelijk aan het licht als we hem een paar vragen stellen.
Geachte opponent, beste atheïst: zou het niet zo kunnen zijn dat de wetenschappers zich gewoon vergissen en dat God tóch een immaterieel object is? -Het antwoord van de atheïst zal luiden (klein lachje): iets wat niet materieel is, kan geen invloed op onze wereld hebben. Het antwoord is dus kort en krachtig: nee!
Geachte opponent, beste atheïst: zou het niet zo kunnen zijn dat God een soort onlogisch of misschien zelfs 'buitenlogisch' wezen is? Dat God eigenschappen heeft die voor ons onbegrijpelijk zijn. Dat God in staat is tot daden die voor ons logisch onmogelijk zijn? Zodat wij zijn werking niet met wetenschappelijke middelen kunnen achterhalen?- Het antwoord van de atheïst zal luiden(best een duidelijk klein lachje- ook enig hoofdschudden): het onlogische is het betekenisloze. Als God onlogisch is, dan kun jij hem ook niet kennen. Dan betekent het woord God helemaal niets!
Wat de atheïst niet ziet (en ook de theïst niet), is dat de atheïst hier twee heel verschillende richtingen uit de filosofie naast elkaar gebruikt: hij hangt het empirisme aan, de opvatting dat alles wat bestaat materieel is en moet kunnen worden gemeten, en hij hangt het logicisme aan, de opvatting dat de logische wetten het fundament zijn onder onze werkelijkheid. Merkwaardig, want dit zijn feitelijk twee fundamenten: een materieel en een logisch fundament. Het vreemde is dat de atheïst deze truc argeloos toepast. Een dubbel fundament. Merkwaardig. Hoe werkt dat? Niemand kan een huis bouwen dat op twee fundamenten rust. Eén van de twee moet dus nóg fundamenteler zijn, het kan niet anders. Ligt het logische fundament ten grondslag aan het empirische fundament? Dat is echter moeilijk: logische regels zijn niet materieel, je kunt het bestaan van logische regels niet meten. Er bestaan in de wereld alleen fysische krachten, maar geen logische krachten; er bestaan fysische deeltjes, maar geen logische deeltjes. Hoe kunnen de niet-materiële logische wetten de natuurwetten dan in de plooi houden? -Als de logische wetten echt zo belangrijk zijn en als deze wetten het verschil maken tussen wat mogelijk is en wat niet mogelijk is, dan moet de atheïst ons wel uitleggen hoe deze logische wetten dat doen. Of zijn het toch de engelen die 'snachts, als niemand het ziet, de hele werkelijkheid herschikken totdat alles weer logisch is?
De atheïst weet zelf ook wel dat dit onmogelijk is. Logische wetten zijn niet te vergelijken met natuurwetten: het zijn wetten van een andere orde. Logische wetten kunnen de natuurwetten niet beïnvloeden. Logische wetten zeggen iets over de manier waarop wij denken, en niet over de manier waarop de natuurwetten werkzaam zijn. De grote filosoof Kant noemde zulke wetten 'categorieën' en hij zei dat ze niet in de echte wereld voorkomen maar alleen in onze geest (brein).
Het aardige is dat we sinds Darwin zijn evolutietheorie heeft geformuleerd ook weten hoe deze regels in onze hersenen terecht gekomen zijn: de natuur heeft ze gemaakt opdat wij kunnen overleven op deze aarde. Schijnbaar zijn deze logische regels erg handig voor ons. Dit betekent wel dat we moeten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de logische regels. Ze zijn onmisbaar voor ons, dat staat buiten kijf. Zoals we onze ogen nodig hebben om te kunnen zien, hebben we de logische regels nodig om te kunnen nadenken. Maar zoals we met onze ogen bij lange na niet alles kunnen zien wat er bestaat, zo zouden we ook met de logische wetten niet alles hoeven te begrijpen wat er bestaat. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de werkelijkheid hier en daar een beetje onlogisch is. De natuurkundigen staren zich nu al zo'n kleine honderd jaar blind op de wereld van het allerkleinste: Richard Feynman zegt in zijn lectures dat de kwantummechanica noch door de leek noch door de professionele natuurkundige kan worden begrepen. De kwantummechanica kan niet worden beschreven met onze klassieke logica.
Wat er overblijft voor de atheïst is dus slechts één van de twee wereldbeelden, het empirisme. En de logische wetten zijn, via een evolutionaire omweg, voortgebracht door de natuurwetten. De empirische werkelijkheid is maar zo'n beetje wat ze is: er bestaan geen universele regels en wetten die aan de natuur ten grondslag liggen. Dit heet dat de empirische wereld 'contingent' is. Maar een echte atheïst zal hier niet direct warm of koud van worden. Hij zal bereid zijn om toe te geven dat God dan misschien -desnoods- een onlogisch wezen kan zijn (zoals bijvoorbeeld Nicolaas van Cusa stelde), maar wat wil de theïst hier mee bereiken: immers, als God een onlogisch wezen is, als hij onbegrijpelijke eigenschappen heeft, dan kan de gelovige hem ook niet begrijpen. Over een onlogische God kunnen we niets zinnigs zeggen. Zijn bestaan is nog steeds niet meetbaar of merkbaar. De empirische wereld, zelfs als ze contingent is, vormt een gesloten bastion waarin God niet kan doordringen. Zo hebben prominente atheïsten als Daniël Dennett en Richard Dawkins met verve betoogd dat de evolutietheorie bewijst dat God niet bestaat.
Maar hier heeft de atheïst het alweer bij het verkeerde eind. Wat de evolutietheorie zegt is dat de mens een beperkt wezen is. Het verstand van de mens is gefabriceerd om te kunnen overleven in bepaalde omstandigheden, niet om de waarheid omtrent de gehele werkelijkheid te achterhalen. Een mens moet bepaalde biologische doelen vervullen. En om die klus te klaren heeft de natuur het verstand van de mens voorzien van logische regels (altijd handig om te kijken of een lid uit de groep tegen je liegt: hoe kan hij nu in Italie geweest zijn terwijl hij in Mexico was?), een goede oog-hand coördinatie, een goed begrip van bewegende voorwerpen, enz. Maar zodra de omstandigheden drastisch veranderen is dit verstand onbruikbaar, dan heb je niet zo veel meer aan logische regels en een goede oog-hand coördinatie. De kwantumwereld, hiervoor al genoemd, is een goed voorbeeld van een wereld waarin de omstandigheden in belangrijke mate afwijken van die in onze gewone wereld. We kunnen hieruit maar één conclusie trekken, en dat is dat de werkelijkheid veel ingewikkelder is dan wij kunnen begrijpen.
De evolutietheorie zegt dus dat wij slechts een beperkt gebied van de werkelijkheid kunnen begrijpen: niet de gehele werkelijkheid. Zodra de omstandigheden veranderen, stuiten wij op de grenzen van ons begrip. De empirische wereld is contingent, wij weten werkelijk niet waarom de wereld is zoals zij is en wij weten ook niet hoe groot de werkelijkheid is. De atheïst spreekt gewoon voor zijn beurt: hij praat over een werkelijkheid die door ons niet volledig onderzocht is, en die wij hoogstwaarschijnlijk niet eens volledig kunnen onderzoeken. De atheïst kan niet zeggen dat God niet bestaat. Hij weet het echt niet, en onze empirische kennis bevestigt alleen wat de grote theologen uit alle tijden al zo vaak gezegd hebben: er is meer dan wij kunnen weten. Zou God een wezen met onlogische eigenschappen kunnen zijn? Jazeker, waarom niet. Nu we weten dat onze logische wetten alleen gelden in aardse omstandigheden (maar misschien zelfs daar niet), alwaar wij ze nodig hebben om onze aardse biologische doelen te vervullen, blijkt duidelijk dat we niet over middelen beschikken om op voorhand iets te zeggen over de gehele werkelijkheid.
Nu moeten we waakzaam zijn: de atheïst kan zijn laatste truc uitspelen. Hij zal ons er op wijzen dat wij inmiddels een groot deel van de werkelijkheid beschreven hebben. En het andere deel van de werkelijkheid, het deel dat we nog niet in kaart gebracht hebben, de onbekende werkelijkheid, daar kunnen we van zeggen dat die niet strijdig mag zijn met de bestaande empirische wetenschappen. En dus kunnen we wél, op basis van onze beste empirische theorieën, iets zeggen over de gehele werkelijkheid! -Maar hier maakt de atheïst weer gebruik van het idee dat hij over logische wetten beschikt die voor de gehele werkelijkheid gelden. Wie zegt dat in de werkelijkheid alles samenhangt? Samenhang is een menselijk begrip, een logisch begrip, en geen fysisch begrip. In een contingente werkelijkheid beschikt een atheïst niet over de middelen om de contingentie, de willekeur, mee op te heffen.
Is het mogelijk om wetenschappelijk aan te tonen dat God niet kan bestaan? Welnee, bij lange na niet. De contingente werkelijkheid is zeer groot, onbegrijpelijk en de moeilijkheidsgraad gaat ons ruimschoots boven de pet. Wie zegt dat wij de gehele werkelijkheid in kaart zullen kunnen brengen, die heeft misschien niets begrepen van zijn eigen empirische theorieën. De atheïst die zich zo graag beroept op de empirische wetenschappen is misschien niet altijd even bescheiden- maar de empirische theorieën en ook de empirie zelf, in al hun onbegrijpelijke pracht, nopen ons tot bescheidenheid. Over God is het laatste woord nog niet gesproken.
J.A.Riemersma is een godsdienstfilosoof.
Hij is promovendus bij de vakgroep van
Prof. Dr. Marcel Sarot aan de Universiteit van Utrecht.
Zijn proefschrift heet:
Metafysica, Religie en Empirie (Is er Ruimte voor God?)
250blz.
Adres:
j.a.riemersma
joke smitplein 52
3581PZ Utrecht
jriemersma@orange.nl
### Het offer van Jezus bewijst niet de genade van God, maar onderstreept zijn bloeddorstigheid
URL: https://www.deatheist.nl/het-offer-van-jezus-bewijst-niet-de-genade-van-god-maar-onderstreept-zijn-bloeddorstigheid/
Last updated: 2007-08-20T00:00:00.000Z
De god Jahweh uit de verhalen in het oude testament is een jaloerse god (zoals hij zelf zegt bij het openbaren van de tien geboden), die de kinderen straft voor de zonden die hun ouders begaan \[1\], een homofobe god \[2\], een god die bijzonder snel vertoornd is \[3\], massa’s onschuldige mensen straft voor de fouten van hun leiders \[4\], en hele volken uitroeit ten behoeve van een verbond met een klein volkje dat wordt geleid door Mozes, en later Jozua \[5\]. Allemaal zaken die wij tegenwoordig, nogal eufemistisch, als onethisch bestempelen. (Ook al zijn deze verhalen metaforen, gelijkenissen, en moeten we ze niet als historische gebeurtenissen zien, dan nog kun je je afvragen waarom de schrijvers van deze metaforische verhalen zo hun best hebben gedaan om Jahweh als een zo onredelijke, onethische, haatdragende, bloeddorstige god neer te zetten.) Maarten 't Hart geeft in zijn boek "De Schrift Betwist" een overzicht van de slachtpartijen onder het goedkeurende oog van Jahweh \[6\]. Niet iets om vrolijk van te worden.
Ik ken Christenen die hier eveneens moeite mee hebben, en oprecht en open genoeg zijn hun ongemak hieromtrent toe te geven. "In het nieuwe testament", zo wordt dan vaak gauw aangevoerd, "zien we een heel ander beeld van Jahweh. Een vergevingsgezinde god die zijn eigen zoon heeft gestuurd om voor onze zonden te boeten. Een god van genade." Ik heb deze plotsklapse verandering van het karakter van Jahweh met ingang van het jaar nul altijd erg opmerkelijk gevonden. Van een buitengewoon snel vertoornde, veeleisende, onredelijk zwaar straffende god, naar een liefdevolle, vergevingsgezinde, genadevolle vader. Maar klopt dit wel? Is deze god wel zo genadig? Waarom wil een algoede god een bloedoffer (de dood van zijn eigen zoon)? Waarom kan een almachtige god ons niet zonder dit offer vergeven? Waarom heeft een alwetende god geen begrip voor onze onmacht om foutloos te leven? Mogen wij van een goddelijke entiteit die al deze drie eigenschappen bezit niet *juíst* verwachten dat hij onze zonden vergeeft? Zonder ons op te zadelen met nóg een extra zonde (namelijk de marteling en moord op zijn enige zoon)? Zonder dat hij nóg meer bloed wil zien vloeien? En dan heb ik het nog niet eens over het antisemitisme dat het gevolg is van dit noodzakelijke offer. Eeuwenlang hebben de joden geleden vanwege die beruchte passage in de Bijbel: "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen" \[7\]. De Rooms-katholieke kerk heeft bijvoorbeeld pas in 1965 (!) formeel in het zgn. Nostra Aetate verklaard: *"Voor wat er gebeurd is in het Lijden (van Christus) kan de schuld niet gelegd worden bij al de joden die toen leefden zonder onderscheid noch bij de joden van vandaag"* \[8\]. Een (bijna) nobele uitspraak, maar wel wat laat. En ook belangrijke hervormers als Maarten Luther en Johannes Calvijn hebben de nodige antisemitische uitlatingen gedaan. Het gaat me er in dit artikel niet om met het vingertje te wijzen naar wie er dan ook maar fout was in een achter ons liggende periode (vergeving is ten slotte een onderwerp van dit artikel), maar een alwetende godheid had dit alles toch moeten zien aankomen?
Dit mensenoffer, waar het hele Christendom op is gebaseerd, was dat nou echt noodzakelijk? Als íemand dit offer had kunnen voorkomen, zou het dan niet die almachtige, alwetende, algoede goddelijke entiteit zijn? Híj is het immers die de regels van "het spel" helemaal zelf mag bepalen? Voor mij onderstreept deze kern van het Christendom, namelijk het noodzakelijke mensenoffer ten behoeve van de vergeving van onze "zonden", slechts het bloeddorstige karakter van Jahweh, waarmee ook het oude testament al was doordrenkt. De God van het nieuwe testament is dus eigenlijk helemaal consistent met die van het oude testament. Dat is één Bijbelse contradictie minder ...
**Noten**
1. Exodus 20:5 leert ons dat Jahweh zelf aangeeft een jaloerse god te zijn die nakomelingen van zondaars straft tot in het derde en vierde geslacht.
Genesis 7:21-23 vertelt het niet met zoveel woorden, maar we mogen aannemen dat tezamen met de zondaars die Jahweh verdelgt tijdens de wereldwijde zondvloed een aanzienlijke hoeveel onschuldige baby’s, peuters, kleuters, en oudere kinderen van diezelfde zondaars zijn verdronken.
2. Leviticus 20:13 zegt over homoseksuelen: *"Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten."*
3. In 2 Koningen 2:23-24 lezen we hoe de toorn van Jahweh een aantal kinderen een gruwelijke dood oplevert, nadat zij Elisa voor kaalkop hebben uitgemaakt. Een onschuldig 'vergrijp' wat desalniettemin tot gevolg heeft dat Jahweh twee berinnen uit het bos laat komen om 42 van de kinderen te verscheuren. Een buitenproportionele straf voor kinderen die een profeet kaalkop noemen (wat Elisa wellicht ook nog was!)
Jahweh doet in Exodus 4:24-26 een poging Mozes te doden. De Bijbel geeft daarvoor geen enkele reden. Mozes’ vrouw weet hem nog net te redden door hun zoons genitaliën te verminken met een scherpe steen. Dat stemt Jahweh weer gunstig.
In Numeri 15:32-36 wordt een man gestenigd voor het sprokkelen van hout op de sabbat. Geen enkele moderne gelovige in de westerse wereld van vandaag vindt dit een ethische reactie (mogen we hopen).
In 2 Samuël 6:7-6 probeert Uzza de ark van Jahweh te redden wanneer de ossen die het trekken op hol dreigen te slaan, en raakt daarbij de ark aan. Helaas, zelfs deze goed bedoelde daad komt Uzza zwaar te staan: hij wordt door de (wederom in toorn ontbrande) Jahweh doorkliefd.
Genesis 19:26, nog een voorbeeld dat de onredelijke, blinde woede van de oud-testamentische Jahweh illustreert: de vrouw van Lot die alleen maar vanwege het omkijken (!) naar haar door Jahweh verwoeste huis, in een zoutpilaar werd veranderd, waardoor Lot weduwnaar werd, en zijn dochters weeskinderen.
4. De hele mensheid wordt gestraft voor de zonde die Adam en Eva begaan in de Hof van Eden (Genesis 3:16-19). Het hele begrip erfzonde houdt in dat de mens bij zijn geboorte al als een zondaar wordt aangemerkt. De Heidelberger Catechismus, die door protestantse kerken wordt gebruikt tijdens het godsdienstonderwijs aan jongeren in de gemeente, gaat hier uitentreuren op in (met name in Zondag 3, vraag 6, 7, 8).
In Exodus 11 worden alle eerstgeborenen (zelfs die van de slaven, de gevangenen en al het vee) gedood, één van de plagen die Egypte treffen, omdat de Farao de Israëlieten niet wil laten gaan. Hoe kwaadaardig de Farao ook zou zijn geweest, je kunt onschuldige kinderen (en daarmee hun eveneens onschuldige ouders) toch niet straffen voor de fout van hun leider? Overigens is het merkwaardig dat Jahweh zélf nota bene de Farao (herhaaldelijk) onwillig maakt (Exodus 7:3, Exodus 9:12, Exodus 10:1, Exodus 10:27, Exodus 11:10), om zo maar meer plagen over ze uit te kunnen storten!
Wanneer koning David een volkstelling heeft gehouden straft Jahweh het onschuldige volk: er sterven volgens 2 Samuël 24:15 en 1 Kronieken 21:14 zeventigduizend mensen aan de pest. (Overigens was het volgens het 2e boek van Samuël nota bene Jahweh zelf die David hiertoe aanzette! Gek genoeg was het in 1 Kronieken de satan die dit deed.)
Toen David de vrouw van Uria, Batseba, had ingepikt (nadat hij Uria naar het front had gestuurd, een gewisse dood tegemoet) strafte Jahweh niet David zelf, maar doodde hij de onschuldige, pasgeboren zoon van David en Batseba (2 Samuël 12:13-18). Over het verdriet van Batseba wordt overigens in de Bijbel niet gerept.
5. Onder leiding van Jozua, en met de uitdrukkelijke opdracht van Jahweh wordt in land Kanaän etnische gezuiverd op een manier die zijn weerga niet kent. Dergelijke legerleiders worden tegenwoordig in Den Haag berecht voor oorlogsmisdaden, en misdaden tegen de menselijkheid. Deze gruwelijke wandaden worden Jozua klaarblijkelijk opgedragen door Jahweh in hoogst eigen persoon. Als goden voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zouden kunnen worden gedaagd, zou Jahweh er zeker voor in aanmerking komen.
In Jozua 6:21 wordt verslag gedaan van de volkerenmoord in Jericho: *"\[...\] en doodden alles wat erin was, zowel mannen als vrouwen, zowel kinderen als bejaarden, \[...\]"*.
In Jozua 8:2 geeft Jahweh Jozua een vrijbrief om Ai net zo te behandelen als Jericho: *"Doe met Ai en de koning hetzelfde als wat je met Jericho en de koning hebt gedaan."* In vers 24 wordt, nadat alle soldaten al zijn afgemaakt, ook de burgerbevolking (we mogen aannemen inclusief vrouwen en kinderen) vermoord: *"Daarna ging Israël opnieuw naar Ai en doodde het de rest van de bevolking."*
Jozua 10:28 vertelt ons dat ook de burgerbevolking van stad Makkena volledig wordt uitgemoord: *"Jozua had op dezelfde dag Makkeda ingenomen en de koning en alle inwoners gedood. Hij bracht iedereen die er woonde om, hij liet geen mens in leven."*
In Jozua 11:10-15 worden nog meer onschuldige burgers het slachtoffer van Jozua's genocide: *"Op zijn terugtocht ging Jozua naar Hasor. Die stad was destijds de machtigste van al die koninkrijken en dus nam Jozua haar in en doodde hij de koning. Hij doodde bovendien alle inwoners. De Israëlieten brachten iedereen die er woonde om, geen mens uitgezonderd. Jozua liet Hasor in vlammen opgaan en daarna nam hij de steden van de andere koningen in. Hij nam hen gevangen en doodde hen, en doodde eveneens alle inwoners. Hij bracht iedereen om, zoals Mozes, de dienaar van de HEER, had opgedragen. Maar Jozua liet alleen Hasor verbranden; alle andere, nu nog bestaande steden werden door de Israëlieten niet verbrand. Van deze steden maakten ze de goederen en het vee voor zichzelf buit, ze doodden echter alle mensen. Ze roeiden de inwoners zonder uitzondering uit. De HEER had dit aan zijn dienaar Mozes opgedragen, en Mozes had het aan Jozua opgedragen, en Jozua voerde het uit."*
Uit Jozua 11:19-20 blijkt ook nog eens dat Jahweh niets aan het toeval overlaat, en niet het risico wil lopen dat er te weinig bloed vloeit. We lezen daar: *"Er viel Israël niets zonder slag of stoot in handen. De HEER had namelijk alle volken zo eigenzinnig gemaakt dat ze hoe dan ook oorlog tegen Israël wilden voeren. Daarom hoefden de Israëlieten die volken niet te sparen en konden ze die vernietigen. Ja, zo konden ze die volken uitroeien, zoals de HEER aan Mozes had opgedragen."*
Jozua 11:21-22 vertelt dat de Enakieten worden uitgeroeid (genocide): *"Jozua roeide in die tijd ook de Enakieten uit die in de bergen van Juda woonden, in Hebron, Debir en Anab, en in de bergen van Israël. Hij doodde hen en liet hun steden aan de HEER. Er bleven in het land van Israël geen Enakieten meer over, behalve in Gaza, Gat en Asdod."*
6. Het hoofdstuk *Zeshonderdduizend doden*, in het boek *De Schrift Betwist* van Maarten 't Hart (ISBN 9029515627), berekent de auteur dat er (afgezien van de in Jozua beschreven genocide) nog ruim 600 000 mensen worden "nagelezen" (Bijbels voor "vermoord").
7. Mattheüs 27:25
8. De Nederlandse vertaling van de Nostra Aetate is te vinden op: [http://www.rkdocumenten.nl/index.php?docid=610](http://www.rkdocumenten.nl/index.php?docid=610&ref=deatheist.nl) (de Engelse vertaling van het Vaticaan is te vinden op: [http://www.vatican.va/archive/hist\_councils/ii\_vatican\_council/documents/vat-ii\_decl\_19651028\_nostra-aetate\_en.html](http://www.vatican.va/archive/hist%5Fcouncils/ii%5Fvatican%5Fcouncil/documents/vat-ii%5Fdecl%5F19651028%5Fnostra-aetate%5Fen.html?ref=deatheist.nl))
### EO misleidt haar kijkers
URL: https://www.deatheist.nl/eo-misleidt-haar-kijkers/
Last updated: 2007-07-31T00:00:00.000Z
Er is de afgelopen dagen behoorlijk wat ophef ontstaan over het feit dat evolutiebiologe Gerdien de Jong (Universiteit Utrecht) uitgebreid aan het licht heeft gebracht hoe de Evangelische Omroep (EO) natuurdocumentaires censureert. Dit deed zij op [evolutie.blog.com](http://evolutie.blog.com/1962396/?ref=deatheist.nl). De grote kranten hebben er ook over bericht en het heeft tevens teletekst en radio gehaald.
Het betreft de natuurdocumentaire "The Life of Mammals", geschreven en gepresenteerd door de wereldberoemde Sir David Attenborough en uitgegeven door de BBC. Deze documentaire is door de EO aangekocht en vertaald, zodat ook het Nederlandse publiek de prachtige serie kan bewonderen. Wat echter nergens vermeld wordt, is dat de kijker niet een *vertaling* van het origineel voorgeschoteld krijgt, maar een *gecensureerde versie daarvan*. In de EO-versie zijn alle verwijzingen naar evolutie en miljoenen jaren, zowel in beeld als geluid, systematisch verwijderd.
De reden daarvoor is dat [de meerderheid van de EO-achterban](http://www.katholieknederland.nl/actualiteit/2007/detail%5FobjectID590774%5FFJaar2007.html?ref=deatheist.nl) niet geconfronteerd wil worden met moderne biologische en geologische kennis, maar de voorkeur geeft aan een scheppingsmythe uit de bronstijd. Zij geloven dat het gehele universum in 6 dagen is geschapen, ongeveer in de tijd dat volgens de huidige wetenschap de landbouwrevolutie plaatsvond. Daarom zijn alle verwijzingen naar "evolutie" en "miljoenen jaren" taboe. De oorspronkelijk serie bestaat uit tien delen, die van de EO uit negen. Van het laatste deel moet de EO niets hebben omdat het over mensapen en de evolutie van de mens gaat.
Mijns inziens zijn er twee probleem met deze actie van de EO, een mogelijk juridische en een ethische.
Om met de eerste te beginnen: de EO heeft naar eigen zeggen een "goede afspraak" met de BBC over de aanpassingen in de documentaire. De vraag is echter of de BBC ook weet om *wat* voor aanpassingen het gaat. De aanpassingen zijn namelijk zeker niet onbeduidend en tasten een centraal thema aan. Daarnaast is het de vraag of Attenborough ook *zelf* toestemming heeft gegeven voor deze censuur in zijn serie. Gezien het feit dat Attenborough zich altijd (terecht) heeft verzet tegen het creationisme, lijkt mij dat onwaarschijnlijk. Misschien is dit echter juridisch niet noodzakelijk, al zal Attenborough zeker niet blij zijn met deze verminking van zijn werk.
Het ethische probleem vind ik echter veel belangrijker: de EO misleidt haar kijkers, al doet ze dat misschien legaal. "Misleiding" vind ik hier zeker gerechtvaardigd, omdat de kijker sterk de indruk krijgt dat het hier om een *vertaling* van het origineel gaat, niet om een *bewerking* daarvan. Het mag dan misschien zo zijn dat het BBC-logo op de achterkant (niet op de voorkant!) plaats heeft gemaakt voor het EO-logo, maar dat is geen reden om aan te nemen dat het om een verknipte versie gaat. Op de site van de EO staat over de serie: "Geschreven en gepresenteerd door David Attenborough.", maar nergens staat dat het ook bewerkt is door de EO. Op de plaatsen waar in het origineel Attenborough vertelt over evolutie, miljoenen jaren en continentale verschuiving, heeft de EO-versie een voice-over met een andere tekst dan in het origineel of is Attenboroughs verhaal weggehaald. De kijker krijgt dus *opzettelijk* wat anders (de EO-bewerking) voorgeschoteld dan hij verwacht (een vertaling van het origineel). Volgens de Grote Van Dale is misleiden: "op een verkeerd spoor brengen, opzettelijk een verkeerde voorstelling opwekken bij". Dat is hier zeker het geval. Om dit te voorkomen had de EO heel simpel kunnen vermelden dat het niet om een (zuivere) vertaling gaat, maar om een bewerking waaruit bepaalde dingen veranderd en weggeknipt zijn.
De reacties die door sommigen EO-aanhangers geplaatst zijn op de blog, zijn grofweg op te delen in twee categorieën. De eerste is dat de EO (klaarblijkelijk) juridisch deze bewerking heeft mogen uitvoeren, dus is er niets aan de hand. Dit mag dan misschien zo zijn, maar dat neemt niet weg dat de EO haar kijkers misleidt. Dat is misschien wettelijk toegestaan, maar daardoor zeker niet minder verwerpelijk.
De andere categorie reacties is erger. Blijkens hun reacties begrijpen veel EO-aanhangers niets van evolutie en de rol daarvan in de moderne biologie. Velen denken dat het een soort geloof is dat op gelijke voet staat met het creatiegeloof/creationisme. Het is geen wetenschap vs. geloof, maar geloof vs. geloof, menen zij. Ook denken velen dat de evolutietheorie wetenschappelijk al lang achterhaald is en op haar retour is.
Mensen die ook maar een beetje op de hoogte zijn van de moderne wetenschap, weten dat dit volstrekte kolder is. Evolutie is de ruggengraat van de moderne biologie en is als zodanig in de wetenschappelijke wereld algemeen aanvaard. Wereldwijd wordt er gigantisch veel onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van evolutie. Aan de resultaten van dat onderzoek zijn vele wetenschappelijke tijdschriften gewijd en de meest opzienbarende ontdekkingen halen zelfs tijdschriften als [*Nature*](http://www.nature.com/index.html?ref=deatheist.nl) en [*Science*](http://www.sciencemag.org/?ref=deatheist.nl), de meest prestigieuze wetenschapsbladen ter wereld. Het ontkennen van evolutie staat gelijk aan het ontkennen van een bolvormige aarde of een aarde die om de zon draait. Creationisme op gelijke voet stellen met evolutiebiologie is hetzelfde als scheikunde naast alchemie zetten of astrologie naast astronomie. Helaas beseffen veel mensen dit niet.
Het grote probleem met creationisten is vooral hun onwetendheid. Creationisten weten nauwelijks iets van moderne biologie en zijn blijven hangen in het herhalen van decenniaoude 'argumenten', die reeds honderden malen weerlegd zijn. De EO draagt bij aan deze vicieuze cirkel door bewust informatie over evolutie aan de kijkers te ontnemen. Ze houdt haar kijkers moedwillig onwetend over wat in de biologie algemeen aanvaarde kennis is. Waar zijn ze bang voor? Dat mensen er achter komen dat de natuur inderdaad een (letterlijke lezing van) de bijbel tegenspreekt? Zalig zijn de onwetenden, heeft de EO blijkbaar gedacht.
### Moderne wetenschap in de Bijbel?
URL: https://www.deatheist.nl/moderne-wetenschap-in-de-bijbel/
Last updated: 2007-07-30T00:00:00.000Z
Bioloog Ben Hobrink probeert met zijn boek 'Moderne wetenschap in de Bijbel' (Gideon, 2005) te bewijzen dat de Bijbel de wetenschap ver vooruit is, zoals ook uit de ondertitel blijkt ('De Bijbel is de wetenschap 3500 jaar vooruit'). Niet alleen is er volgens hem geen enkel conflict met modern wetenschappelijk inzicht, in de Bijbel zijn zelfs al wetenschappelijke feiten te vinden ver voordat de wetenschap ze heeft ontdekt. Daarmee probeert hij aan te tonen dat de Bijbel wel een goddelijke oorsprong moet hebben.
Het grote probleem is echter dat hij daarmee ingaat tegen wat nu de consensus is in de astronomie, geologie, biologie, archeologie en theologie. Blijkbaar verstaat hij onder 'moderne wetenschap' iets anders dan moderne wetenschappers doen. Zijn pretentie is dan ook niet bepaald bescheiden te noemen, zeker niet gezien het feit dat hij, blijkens zijn achtergrond, geen expert is op al deze gebieden, met uitzondering van de biologie. Zelfs zijn biologische kennis blijkt ver onder de maat, in ieder geval wat evolutie betreft.
Deze recensie is niet bedoeld als een complete weerlegging van zijn boek. Daartoe zou een boek geschreven moeten worden dat vele malen de omvang heeft van Hobrinks boek zelf, en daartoe ben ik ook niet competent. Ik zal hier slechts enkele voorbeelden uit zijn boek bekritiseren die vaak illustratief zijn voor de rest.
**Goddelijke hygiëne en de Thora**
In het eerste deel van zijn boek probeert Hobrink op grond van de reinheidswetten uit de Thora (1) aan te tonen hoe ver de Bijbel zijn tijd al vooruit was. Zo besteedt hij uitgebreid aandacht aan het baden en kleren wassen. Hobrink schrijft dat de Israëlieten zich enkele malen per week volledig moesten wassen, wat ook geldt voor hun kleren. Dit moest gebeuren in "schoon stromend water of in een schoon bad van minstens 250 liter, waarvan het water na gebruik kon wegvloeien" (p. 65). Blijkbaar heeft Hobrink er niet bij stilgestaan dat de Israëlieten dit moesten doen *toen ze in de woestijn zaten*. Hoe waarschijnlijk is het dat een rondtrekkend volk van 2 tot 3 miljoen mensen in de woestijn zich regelmatig kan baden in "schoon stromend water of in een schoon bad van minstens 250 liter"? Waar haalden ze, midden in de woestijn, al dat water vandaan?
Een ander voorbeeld dat Hobrink aanhaalt, is de besnijdenis, die nog steeds gebruikelijk is bij kinderen van joodse en islamitische ouders. Bij dit ritueel wordt de huid die over de eikel heen zit (de voorhuid) weggesneden. Volgens Hobrink heeft besnijdenis allerlei medische voordelen. Er zijn echter ook studies die dit voor het totaalplaatje in twijfel trekken (2). Daarnaast is er een kans op infectie (zeker onder primitieve omstandigheden!) en zijn er ethische bezwaren. Tot slot mist Hobrink een heel belangrijk punt: als het niet hebben van een voorhuid (zoals na besnijdenis) werkelijk zo gunstig is, waarom heeft God de penis dan geschapen *met* voorhuid? Waarom geen penis zonder voorhuid, zodat besnijdenis niet eens nodig is?
Uit deze en vele andere voorbeelden blijkt dat Hobrink erg gecharmeerd is van de Thora. Zijn voorbeelden zijn echter zeer selectief. Waarom vermeldt hij bij de reinheidswetten bijvoorbeeld niet het seksistische onderscheid tussen het aantal dagen dat een vrouw onrein is na het bevallen van een jongetje (40 dagen) en een meisje (80 dagen) (Lev. 12:2-5)? Waarom vermeldt Hobrink bij zijn bespreking van de sabbat (p. 306) niet dat overtreders gestenigd moeten worden, ook al betreft het slechts het sprokkelen van hout (Num. 15:32-36)? Waarom wijst Hobrink wel op de zorg voor gastarbeiders die staat voorgeschreven in de Thora (p. 307), maar niet op het aanmoedigen van slavernij, wat ook staat voorgeschreven in de Thora (Lev. 25:44-46)? Een slaaf mag volgens de Thora zelfs met een stok geslagen worden, mits hij niet overlijdt (Ex. 21:20-21).
**Wetenschap in de Bijbel?**
Hobrink geeft op meerdere plaatsen toe dat de Bijbel geen wetenschappelijke verhandeling is, maar blijft erop wijzen dat dit niet wil zeggen dat er geen wetenschap in staat. Integendeel, zo stelt hij, de Bijbel had vele wetenschappelijke feiten al juist *voordat* wetenschappers daar achter kwamen. Als dit werkelijk zo was, is het opmerkelijk dat mensen hier altijd pas achter komen *nadat* wetenschappers het betreffende ontdekt hebben. Waarom hebben wetenschappers iets moeten ontdekken als het al eeuwen in de Schrift te vinden is? Waarom wordt dit altijd pas *achteraf* geconstateerd? De meest logische verklaring is dan ook dat het *achteraf inleeswerk* is. Ik zal twee voorbeelden die Hobrink geeft kort behandelen.
Op pagina 146 en verder meent hij dat de watercyclus al beschreven wordt in Prediker 1:7:
> "Alle rivieren stromen naar zee en de zee raakt niet vol. Naar de plaats waar ze begonnen zijn keren de rivieren terug om opnieuw te gaan stromen."
Hierin meent Hobrink de watercyclus te zien: het water stroomt uit de rivieren naar de zee en eindigt weer bovenaan de rivier om de cyclus te hervatten. Hij citeert hier de Willibrordvertaling, niet de NBG'51 vertaling zoals hij in de rest van zijn boek doet. Dat is ook niet zo opmerkelijk, want uit de NBG'51 vertaling blijkt zijn punt niet:
> "Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer."
Deze vertaling drukt de strekking van het vers beter uit, zoals de *Word Biblical Commentary* bij dit vers aangeeft. Ook uit de context van dit vers blijkt namelijk dat de schrijver poëtische uitdrukkingen gebruikt om duidelijk te maken dat alles hetzelfde blijft, het spreekwoordelijke "er is niets nieuws onder de zon". De zon gaat altijd weer op en onder (v. 5), de wind blijft altijd waaien (v. 6) en het water altijd naar de zee stromen (v. 7). Wat hier beschreven wordt, is weinig bijzonders. Er is zeker geen goddelijke inspiratie nodig om tot dit inzicht te komen. Met de letterlijke lezing die Hobrink gebruikt om tot zijn watercylus te komen, blijft van de rest van de tekst niets heel. Wat voor natuurkundig inzicht moeten we bijvoorbeeld halen uit vers 5?
> "De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt."
De schrijver van dit vers probeert op poëtische wijze een punt te maken over de "ijdelheid der ijdelheden", niet over natuurwetenschap.
Een ander voorbeeld van moderne wetenschap in de Bijbel meent Hobrink te halen uit Jesaja 40:22:
> "Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde"
Volgens Hobrink bewijst dit dat de aarde rond is volgens de Bijbel. Daarvoor beroept hij zich echter wel op een andere vertaling (Statenvertaling) dan hij verder doet, omdat ook in dit geval uit andere vertalingen zijn punt niet blijkt. Zo spreekt de NBG'51 vertaling bijvoorbeeld over "het rond der aarde", de Willibrordvertaling over "het gewelf dat de aarde overspant", de Nieuwe Bijbelvertaling van "de schijf van de aarde" en de Groot Nieuws Bijbel ook van "de aardschijf". Deze andere vertalingen suggereren een platte aarde, zoals ook blijkt uit de context van de passage (NBV):
> "Hij troont boven de schijf van de aarde - haar bewoners zijn als sprinkhanen -, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen."
Het beeld dat hier opgeroepen wordt, is dat van een platte schijf waar de hemel als een koepel (tent) overheen staat. God staat boven op deze koepel en kijkt op ons neer gelijk wij op sprinkhanen neerkijken. Dit primitieve wereldbeeld is in overeenstemming met vele andere Bijbelse passages en met het gangbare wereldbeeld uit die tijd (3).
Hobrink schrijft dat "sommige wetenschappers in de vroege Middeleeuwen dachten dat de aarde plat was en op pilaren stond" (p. 152). Dat is ook niet zo verwonderlijk, want dat is ook wat er in de Bijbel staat (NBG'51 vertaling):
> "Hij doet de aarde van haar plaats wankelen, zodat haar zuilen schudden." (Job 9:6)
>
> "Al mogen de aarde en al haar bewoners wankelen, Ik ben het, die haar pilaren heb vastgezet." (Psalm. 75:3)
>
> "Want de grondvesten der aarde zijn des HEREN; Hij heeft daarop het aardrijk gesteld."(1 Sam. 14:5)"
>
> "ik zag: er stond een boom midden op de aarde, van grote hoogte; die boom was groot en sterk, zijn hoogte reikte tot aan de hemel, en hij was te zien tot aan het einde der gehele aarde;" (Dan. 4:10-11)
Deze boom kan niet in het midden van een bolvormige aarde staan, wel in het midden van een platte schijf. Op een ronde aarde is het überhaupt niet mogelijk dat er een "einde der gehele aarde" is, op een platte aarde wel.
Op pagina 155 maakt Hobrink het nog bonter door te beweren dat de weerstand tegen het heliocentrische wereldbeeld (de aarde draait om de zon, niet andersom) van Galileï niet gegrond was op een bepaalde Bijbelvisie. Dit verzet was echter wel degelijk religieus en Bijbels gegrond (4). Blijkbaar is hij ook niet op de hoogte van wat de vader van de Reformatie, Martin Luther, over Copernicus' heliocentrisme zei in zijn Tischreden (1539) "Deze gek \[Copernicus\] wil de hele wetenschap van de astronomie op zijn kop zetten maar de heilige schrift zegt ons dat Jozua beval dat de Zon moest stilstaan en niet de aarde".
**Evolutie of schepping**
Over dit onderwerp zouden we van Hobrink aardig wat mogen verwachten, hij is immers bioloog. Het blijkt echter dat Hobrink basale kennis van de evolutiebiologie ontbeert. Hij heeft niets eens de moeite genomen om een moderne introductie tot de evolutiebiologie ter hand te nemen (5). De enige wetenschappelijke literatuur die hij naast creationistische werken aanhaalt, komt bijna geheel uit de jaren 50 en 60!
Volgens Hobrink wil Darwins evolutietheorie zeggen "dat het leven op aarde niet is geschapen door een God, maar ontstaan is door puur toeval. Het leven heeft zich daarna vanzelf verder ontwikkeld van eencellig diertje tot de miljoenen soorten planten en dieren die we nu kennen." (p. 176). Darwins werk ging echter over het ontstaan van *soorten* (species), niet over het ontstaan van *leven*.
Ook denkt Hobrink blijkbaar dat de evolutietheorie puur toeval is. "Zou zoiets \[het oog\] door puur toeval kunnen ontstaan?", vraagt hij zich af op pagina 176\. Natuurlijk niet, er is ook geen evolutiebioloog die dat beweert. Hobrink had dat als bioloog zeker moeten weten. Hij negeert bijvoorbeeld volledig de kracht van natuurlijke selectie, wat alles behalve toeval is.
De rest van zijn 'argumenten' tegen de consensus in de biologie, geologie en astronomie zijn de 'argumenten' waar creationisten al decennia mee op de proppen komen. Ondanks dat ze reeds vele malen weerlegd zijn (6), blijven ze telkens weer de kop op steken, zoals ook in Hobrinks boek. Ik zal hier twee voorbeelden van zijn 'argumenten' behandelen.
Aapmensen
Doordat Hobrink ook niet op de hoogte is van de huidige stand van zaken in de evolutie van de mens, gaat hij maar in op één onderdeel: het fossiele mensachtige geslacht *Australopithecus*, waarvan hij ook nog alleen de soort *A. afarensis* (waarvan 'Lucy' het bekendste fossiel is) behandelt. Het feit dat er nog vele andere fossiele mensachtigen (7) gevonden zijn, negeert hij, evenals de genetische en anatomische overeenkomsten tussen ons en andere mensapen (8).
Zelfs over *A. afarensis* blijft hij ernstig in gebreke. Hij stelt samenvattend: "de Australopithecus had de hersens van een aap, had het gebit van een aap, liep als een aap en zag er uit als een aap. Het is gewoon een uitgestorven apensoort." (p. 192). Zonder uit te leggen wat hij onder 'aap' verstaat (een doodshoofdaapje verschilt anatomisch meer van een gorilla dan een mens van een chimpansee) meent hij blijkbaar dat er geen wezen bestaan heeft dat zowel lijkt op een chimpansee (de aap die nog het meeste op ons lijkt) en de moderne mens. Tussenvormen kunnen immers niet bestaan volgens Hobrink. Ironisch genoeg blijkt *A. afarensis* juist een prachtig voorbeeld te zijn van een overgangsvorm van aap naar mens. Om dat duidelijk te maken, zal ik de chimpansee nemen als voorbeeld van een aap (9).
De vorm van het gebit en de grootte van de hoektanden zitten bijvoorbeeld tussen dat van een chimpansee en de mens in. Dat geldt ook voor de verhouding tussen de armen en benen. Het bekken, de hoek tussen bovenbeen en onderbeen, de positie van het achterhoofdsgat en de positie van de grote tenen lijken meer op dat van een mens dan op dat van een chimpansee. Waarom vermeldt Hobrink dit niet? *A. afarensis* vertoont dus een mengeling van kenmerken van een chimpansee en een mens. Het is niet "gewoon een uitgestorven apensoort", maar een klassiek voorbeeld van een overgangsvorm.
Archeopteryx
Ook gaat Hobrink kort in op *Archeopteryx*, een overgangsvorm tussen reptielen (of beter: een bepaalde groep dinosauriërs) en moderne vogels. Volgens hem is deze overgangsvorm echter "een echte vogel" (p. 203). Opmerkelijk genoeg vermeldt hij wel de tanden en benige staart (typische reptielkenmerken), maar doet dit af door te zeggen dat die ook voorkomen bij enkele uitgestorven soorten. Maar dit is precies wat je zou verwachten als vogels zijn geëvolueerd uit reptielen! Verder verzuimt hij de vele andere reptielkenmerken van *Archeopteryx* te vermelden, waaronder de bouw van de ribben, de aanwezigheid van gastralia ('buikribben'), de vrije (niet-versmolten) middenhandsbeentjes, en de vrije middenvoetsbeentjes. Ook vermeldt hij niet dat vogels het ontwikkelingsprogramma hebben voor de aanleg van tanden, maar (gewoonlijk) geen tanden hebben (10). Waarom hebben moderne vogels een ontwikkelingsprogramma voor een reptielkenmerk? Tot slot is *Archeopteryx* slechts één voorbeeld uit de overgang van reptiel naar vogel, de vele andere overgangsvormen (11) vermeldt Hobrink niet eens.
**Geen fouten in de Bijbel?**
Als de Bijbel het door God geïnspireerde Woord is, een centrale stelling van zijn boek, mogen er volgens Hobrink ook geen fouten in staan. Alle vermeende fouten zijn slechts schijnbaar, volgens hem. Zoals we hierboven gezien hebben, is de Bijbel echter wel degelijk in strijd met moderne wetenschappelijke kennis en staan er dus fouten in.
Hobrink wijdt ook enkele pagina's aan de verschillende manuscripten waarop onze vertalingen gebaseerd zijn. Hij geeft ruiterlijk toe dat hier verschillen tussen bestaan, maar bagatelliseert deze vervolgens. Het klopt dat de meeste van deze verschillen niet tot verschillen in betekenis leiden, maar er zijn zeker ook verschillen die dat wel doen. Wat het Nieuwe Testament betreft zegt hij daarover "De verschillen gaan echter nooit over kernpunten van het geloof of over belangrijke geboden in de Bijbel" (p. 284). Dit is opmerkelijk omdat hij in de regel daarvoor 1 Joh. 5:7-8 aanhaalt. Deze passage, het zogenaamde *comma johanneum*, is de *enige passage in de gehele Bijbel* die de drie-eenheid, hét kernpunt van het christelijk geloof, expliciet weergeeft. Het is echter een middeleeuws invoeging geweest (12). Vele andere voorbeelden kunnen nog gegeven worden (13). Naast deze verschillen tussen manuscripten is er nog het probleem van de vertaling. Soms in het niet duidelijk hoe een bepaalde tekst vertaald moet worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er (aanzienlijke) verschillen kunnen bestaan tussen vertalingen, zoals hierboven ook al is gebleken (14).
**Archeologie en de Bijbel**
Volgens Hobrink is de archeologie volledig in overeenstemming met de Bijbel. Hij citeert een bron uit 1959 (!) waarin staat dat het een "onloochenbaar feit" is dat er "nooit één archeologische ontdekking is geweest die met de Bijbel in tegenspraak is" (p. 293). Dat was misschien 50 jaar geleden zo, maar tegenwoordig absoluut niet meer. Een beroemd voorbeeld is de stad Jericho, volgens de Bijbelverhalen een stad met stevige muren die door Jozua veroverd werd. Archeologische vondsten uit de tijd waarin dit gebeurd zou moeten zijn (late bronstijd), laten echter een klein en onversterkt Jericho zien (15). Er waren geen muren die Jozua in kon laten storten.
Een ander beroemd voorbeeld is de slavernij in en de uittocht uit Egypte. Hier is geen spoor van terug te vinden. De vele plagen die Egypte volgens de Bijbel te verduren heeft gekregen, zouden het land volledig voor lange tijd lam moeten leggen. Niets is echter minder waar. Vervolgens trekt Mozes met zijn volk uit Egypte de woestijn in, achtervolgd door de Farao met zijn paarden en wagens (Ex. 13), wat overigens niet mogelijk had kunnen zijn omdat alle paarden aan de pest gestorven waren (Ex. 9). Mozes trekt vervolgens met zijn volk, naar schatting 2 tot 3 miljoen mensen, 40 jaren door de woestijn. Ook hier is geen enkel spoor van te vinden. Hobrink weet dit en zegt dat afwezigheid van bewijs geen bewijs is van afwezigheid. Dit is juist, ware het niet dat archeologen wel in staat zijn geweest sporen van kleine nomadische groepen te vinden uit nog vroegere tijden. Het is vergelijkbaar met de situatie dat alle inwoners van Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag 40 jaar lang door België zouden trekken, zonder ook maar een spoor achter te laten. Hoe geloofwaardig zou dat zijn? Het ligt niet aan de beperkingen van de archeologie; de verhalen uit Exodus zijn simpelweg nooit gebeurd (in ieder geval niet zoals ze beschreven worden). Tegenwoordig zijn er zelfs archeologen die nog veel meer van de vermeende Bijbelse historie in twijfel trekken (16).
**Mozes als auteur van de Thora?**
Volgens Hobrink is er een overvloed aan bewijzen dat Mozes de Thora heeft geschreven. Hiermee gaat hij in tegen wat experts wereldwijd al lange tijd denken (17). De redenen waarom bijna geen enkele oudtestamenticus ter wereld meer in het mozaïsche auteurschap gelooft, zijn legio. Ik zal hier slechts enkele voorbeelden aanhalen:
- In de Thora wordt Mozes' eigen dood beschreven (Deut. 34).
- In Gen. 14:14 staat dat Abram een groep naar de stad Dan leidde, terwijl elders staat dat de stad pas zo heette in de tijd van de Richteren (18:29), lang na Mozes' dood.
- Er zijn overduidelijke tegenstrijdigheden in de Thora, zoals het aantal reine dieren dat Noach meegenomen zou hebben in de ark (volgens Gen. 7:2 zeven paar, maar volgens Gen. 6:19 en 7:8-9 één paar). Hoe kan één auteur zo achter elkaar twee tegenstrijdige dingen opschrijven?
- Er staan twee *verschillende* versies van de Tien Geboden (Ex. 20 en Ex. 34) in de Thora, die volgens de tekst zelf (Ex. 34:1) *hetzelfde* hadden moeten zijn. Kan één auteur zo'n grote vergissing gemaakt hebben?
- Nergens in de Thora zelf staat dat Mozes de gehele Thora geschreven heeft.
**Nawoord**
Ik wil nogmaals benadrukken dat ik met deze recensie niet pretendeer alles wat Hobrink schrijft te weerleggen. Dat is onmogelijk in een recensie en vereist diepgaande kennis van alle onderwerpen die hij aanhaalt. Volgens mij heeft geen enkele mens die, zeker ik niet. Wat ik wel heb willen doen is vraagtekens plaatsen bij zijn algemene stelling, namelijk dat de Bijbel niet strijdig is met de huidige wetenschappelijke kennis en op de wetenschap zelfs al ver vooruit liep.
Daarnaast heb ik willen aantonen dat Hobrink een zeer vertekend beeld geeft van 'moderne wetenschap', en daarmee dus een nietsvermoedende leek op het verkeerde been zet. De 'moderne wetenschap' van Hobrink is niet de wetenschap die je tegenkomt in prestigieuze wetenschapsbladen, op wetenschappelijke symposia, in onderzoekslaboratoria en aan universiteiten wereldwijd.
De Bijbel is niet foutloos en liep op de moderne wetenschap al helemaal niet vooruit. Het had Hobrink gesierd wat bescheidener pretenties te hebben, zeker als hij die in de verste verte niet waar kan maken. Schoenmaker, blijf bij je leest!
**Noten**
1) Dit zijn de eerste vijf boeken uit het christelijke oude testament of de joodse Tenach (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium).
2) Zie bijvoorbeeld R.S. van Howe (2004) "A cost-utility analysis of neonatal circumcision.", *Medical Decision Making*, 24:584-601.
3) R. M. Price en R. Finley, "[Heaven and Its Wonders, and Earth: The World the Biblical Writers Thought They Lived In](http://www.infidelguy.com/heaven%5Fsky.htm?ref=deatheist.nl)".
4) Dit is niet de geschikte plaats om hier uitgebreid op in te gaan. Zie voor een goed overzicht "God and Nature: Historical Essays on the Encounter between Christianity and Science" van D. C. Lindberg en R. L. Numbers (eds.) (University of California Press, 1986).
5) Bijvoorbeeld: "Evolution" van Mark Ridley (Blackwell Publishing, 2003), "Evolution" van Monroe Strickberger (Jones & Bartlett Publishers, 2000) en "Evolutionary analysis" van Scott Freeman en Jon Herron (Benjamin Cummings, 2003).
6) M. Isaak, "[Index to Creationist Claims](http://www.talkorigins.org/indexcc/list.html?ref=deatheist.nl)".
7) R. Lewin en R.A. Foley "Principles of human evolution, 2nd ed." (Blackwell Publishing, 2004).
8) S. Gibbs, M. Collard, B. Wood (2002) "Soft-tissue anatomy of the extant hominoids: a review and phylogenetic analysis." *Journal of Anatomy*, 200:3-49.
9) Technisch gezien zijn [ook wij apen](Mens%5Faap.htm), maar ik zal voor de duidelijkheid dat hier niet aanhouden.
10) M.P. Harris, S.M. Hasso, M.W. Ferguson, J.F. Fallon (2006) The development of archosaurian first-generation teeth in a chicken mutant, *Current Biology*, 16:371-377.
11) Zie bijvoorbeeld: Z. Zhou (2004) "The origin and early evolution of birds: discoveries, disputes, and perspectives from fossil evidence." *Naturwissenschaften*, 91:455-471.
12) "Johannine comma" in *The Anchor Bible Dictionary*
13) B.D. Ehrman, "Misquoting Jesus: The Story Behind Who Changed the Bible and Why" (HarperOne, 2005).
14) Een ander belangrijk voorbeeld is de vertaling van Genesis 1:1\. Volgens veel vertalingen moet dat zijn "In het begin schiep God de hemel en de aarde", maar andere vertalingen (bijv. de Leidsche, en die van de Jewish Publication Society (3rd ed.)) geven "Toen God begon met de schepping van hemel en aarde…". Over welke vertaling de juiste is, bestaat al eeuwen onenigheid onder de experts.
15) "Jericho" in *The Anchor Bible Dictionary*
16) Zie bijvoorbeeld I. Finkelstein en N.A. Silberman, "The Bible Unearthed: Archaeology's New Vision of Ancient Israel and the Origin of Its Sacred Texts" (Free press, 2002)
17) Zie bijvoorbeeld "Introduction to the Pentateuch" in M.B. Coogan (ed.), "The New Oxford Annotated Bible, Augmented Third Edition" (Oxford University Press, 2007) en "Torah" in *The Anchor Bible Dictionary*.
### De betekenis van het begrip "atheïsme"
URL: https://www.deatheist.nl/de-betekenis-van-het-begrip-atheisme/
Last updated: 2007-07-16T00:00:00.000Z
Uit gesprekken en discussies die ik soms voer met niet-atheïsten, blijkt veelvuldig dat mensen niet weten wat atheïsme precies inhoudt. Dit is ook niet geheel onterecht, daar er verscheidene definities in omloop zijn. Dit heeft ook zijn weerslag gevonden in de betekenis die woordenboeken aan het woord "atheïsme" hebben gegeven. Dit artikel heeft als doel helderheid te verschaffen over de betekenis van het begrip atheïsme en enkele misverstanden weg te nemen.
**Wat atheïsten *zelf* zeggen**
Opmerkelijk genoeg bestaat er onder atheïsten zelf een behoorlijke eensgezindheid over wat het begrip inhoudt. Dit kan het beste geïllustreerd worden aan de hand van wat atheïsten *zelf* over de definitie geschreven hebben. Ik begin met een citaat van een van de meest bekende atheïstische filosofen van dit moment, Michael Martin:
> *If you look up "atheism" in a dictionary, you will find it defined as the belief that there is no God. Certainly, many people understand "atheism" in this way. Yet this is not what the term means if one considers it from the point of view of its Greek roots. In Greek "a" means "without" or "not," and "theos" means "god." From this standpoint, an atheist is someone without a belief in God; he or she need not be someone who believes that God does not exist. Still, there is a popular dictionary meaning of "atheism" according to which an atheist is not simply one who holds no belief in the existence of a God or gods but is one who believes that there is no God or gods. This dictionary use of the term should not be overlooked. To avoid confusion, let us call it* positive atheism *and let us call the type of atheism derived from the original Greek roots* negative atheism*.* (1)
Elders schreef Martin al:
> *If you look up 'atheism' in the dictionary, you will probably find it defined as the belief that there is no God. Certainly many people understand atheism in this way. Yet many atheists do not, and this is not what the term means if one considers it from the point of view of its Greek roots. In Greek 'a' means 'without' or 'not' and 'theos' means 'god.' From this standpoint an atheist would simply be someone without a belief in God, not necessarily someone who believes that God does not exist. According to its Greek roots, then, atheism is a negative view, characterized by the absence of belief in God.* (2)
Michael Martin heeft ook het lemma "atheism" geschreven in de Engelstalige Encarta Encyclopedie. Daarin geeft hij als definitie:
> *The denial of or lack of belief in the existence of a god or gods.*
Anthony Flew, die overigens zichzelf momenteel niet meer beschouwt als een atheïst, schreef over de betekenis van het word:
> *The word \`atheism', however, has in this contention to be construed unusually. Whereas nowadays the usual meaning of 'atheist' in English is 'someone who asserts there is no such being as God,' I want the word to be understood not positively but negatively. I want the originally Greek prefix 'a' to be read in the same way in 'atheist' as it customarily is read in such other Greco-English words as 'amoral,' 'atypical,' and 'asymmetrical'. In this interpretation an atheist becomes: someone who is simply not a theist. Let us, for future ready reference, introduce the labels 'positive atheist' for the former and 'negative atheist' for the latter.* (3)
Gordon Stein schreef over de definitie van atheïsme:
> *When we examine the components of the word 'atheism,' we can see this distinction more clearly. The word is made up of 'a-' and '-theism.' Theism, we will all agree, is a belief in a God or gods. The prefix 'a-' can mean 'not' (or 'no') or 'without.' If it means 'not,' then we have as an atheist someone who is not a theist (i.e., someone who does not have a belief in a God or gods). If it means 'without,' then an atheist is someone without theism, or without a belief in God.* (4)
George Smith schreef in zijn boek over atheïsme:
> *"Theism" is defined as the "belief in a god or gods." The term "theism" is sometimes used to designate the belief in a particular kind of god-the personal god of monotheism-but as used throughout this book, "theism" signifies the belief in any god or number of gods. The prefix "a" means "without," so the term "a-theism" literally means "without theism," or without belief in a god or gods. Atheism, therefore, is the absence of theistic belief. One who does not believe in the existence of a god or supernatural being is properly designated as an atheist.*
>
> *Atheism is sometimes defined as "the belief that there is no God of any kind," or the claim that a god cannot exist". While these are categories of atheism, they do not exhaust the meaning of atheism - and they are somewhat misleading with respect to the basic nature of atheism. Atheism, in its basic form, is not a belief: it is the absence of belief. An atheist is not primarily a person who believes that a god does not exist; rather, he does not believe in the existence of a god.* (5)
Richard Carrier schrijft in zijn boek
>
> *In its most common meaning, as it is most often used and as it was originally conceived, atheism is the compound a-theism, which means the absence of theism, the absence of belief in a god. It is parallel to anoxia, the absence of oxygen in the blood, or agnosticism, the absence of knowledge, or anarchy, the absence of government. Atheism does not necessarily mean the outright denial of god, since the mere lack of belief is sufficient to make you an atheist. Many atheist will echo the creed "I don't believe in what I don't know to be true." This is called "negative atheism", "weak atheism" or "soft atheism" to distinguish is from positive, strong or hard atheism, which is the certainty or positive belief that there is no god. The negative atheist says, "There is no reason to believe." The positive atheist says, "Besides that, there are reasons to disbelieve."* (6)
Uit hetgeen atheïsten zelf schrijven, komt een duidelijke en eensgezinde definitie naar voren. Zij wijzen op de herkomst van het woord, waardoor het simpelweg "zonder god" (a + theos) betekent. Een atheïst is dus iemand zonder god, een goddeloze. Atheïsten wijzen er ook op dat dit niet alleen geldt voor één god, maar voor alle goden.
De meeste auteurs maken ook een onderscheid tussen zwak (of negatief of zacht) atheïsme en sterk (of positief of hard) atheïsme. Hierbij wordt het eerste gekenmerkt door de *afwezigheid* van het geloof in het bestaan god(en) en het tweede door de *ontkenning* van het bestaan van god(en). In andere woorden: een zwakke atheïst zegt: "Ik denk niet dat god(en) bestaat(n)", de sterke atheïst zegt: "Ik denk dat god(en) niet bestaat(n)". Daarmee zijn dus niet alle atheïsten sterke atheïsten. Zwak atheïsme is atheïsme in de *ruime* betekenis, sterk atheïsme is atheïsme in de *nauwe* betekenis. Bij *alle* atheïsten ontbreekt het geloof in het bestaan van god(en), maar *alleen* sterke atheïsten gaan nog een stap verder door ook het bestaan van god(en) te ontkennen. In het Nederlands bestaat er een taalkundig onderscheid tussen sterk en zwak atheïsme: zwakke atheïsten zijn *goddelozen*, sterke atheïsten zijn *godloochenaars* (godontkenners). Helaas betekent dit verschil in taalkunde volgens de woordenboeken niet een verschil in betekenis.
**Wat veel mensen denken en woordenboeken zeggen**
In tegenstelling tot wat atheïsten zelf hierover zeggen, leeft bij veel niet-atheïsten de opvatting dat een atheïst een ontkenner is van het bestaan van god(en), een godloochenaar. Zij denken daarmee dat een atheïst altijd een sterke atheïst is (hetgeen dus niet klopt). Deze opvatting over atheïsme is ook terug te vinden in veel woordenboeken.
In het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse taal (14e editie) staat onder "atheïsme":
> *ontkenning van het bestaan of de bestaanbaarheid van een (persoonlijke) god*
Zoals hierboven reeds is aangegeven, is dit alleen de definitie van sterk atheïsme. De definitie van zwak atheïsme, en daarmee atheïsme in ruime zin, ontbreekt.
In het Kramers Woordenboek Nederlands (21e druk) staat:
> *ontkenning van het bestaan van God of goden; het ontbreken van religieus gevoel*
Het laatste deel van deze definitie is uitzonderlijk en komt bij mijn weten alleen in dit woordenboek voor. Het probleem met dit deel van de definitie is dat niet duidelijk wat met "religieus gevoel" bedoeld wordt. Een atheïst zal bijvoorbeeld een gevoel van ontzag kunnen ervaren bij het aanschouwen van de natuur, of diep geraakt kunnen zijn door bepaalde muziek of bepaalde proza of poëzie. Een gelovige zal dit waarschijnlijk als een "religieus gevoel" beschrijven, maar voor een atheïst heeft het niets met religie te maken.
In het Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands staat:
> *levensbeschouwing die uitgaat van niet-bestaan of niet-bestaanbaarheid van een god*
Ook deze definitie is niet geheel juist omdat een levensbeschouwing veel breder is dan niet in het bestaan van god(en) geloven. Hier wordt hieronder nog verder op ingegaan.
Opmerkelijk genoeg doen de grote Engelstalige woordenboeken het meestal beter (7). De meeste van deze woordenboeken geven namelijk zowel de definitie van zwak als sterk atheïsme (in de trant van "disbelief in the existence of God or gods" en "denial of the existence of God or gods" respectievelijk). Nederlandse woordenboeken geven onterecht meestal alleen de laatste definitie.
**Veelgemaakte misverstanden**
Doordat veel mensen een verkeerd idee hebben van wat atheïsme inhoudt, is een aantal misverstanden ontstaan die vaak terugkomen. Deze worden hieronder kort uitgelegd.
*Atheïsme is een levensbeschouwing*
Zoals hierboven al is aangegeven, is atheïsme geen levensbeschouwing, maar een *onderdeel* van iemands levensbeschouwing. De manier waarop iemand zijn leven beschouwt, is immers meer dan zijn houding ten aanzien van het bestaan van god(en). Dat neemt echter niet weg dat de rest van iemands levensbeschouwing *beïnvloed kan worden* door zijn of haar atheïsme. Atheïsten kunnen onderling verschillen in levensbeschouwelijke opvattingen, het enige wat ze noodzakelijk gemeenschappelijk hebben is hun atheïsme.
*Atheïsme is een geloof/religie*
Nee, atheïsme is juist de *afwezigheid* van geloof. Atheïsme is net zo min een geloof als kaalheid een haarkleur is, zoals Don Hirschberg ooit eens opmerkte. Atheïsme heeft ook niet de eigenschappen die kenmerkend zijn voor een religie, zoals geloof in god(en), heilige boeken, heilige personen, rituelen, wetten of voorgangers.
*Je moet ook geloven om een atheïst te zijn*
Dit misverstand ontstaat wanneer er een spelletje gespeeld wordt met het woord "geloven". Het heeft namelijk grofweg twee betekenissen. Je kunt in iets geloven *omdat* daarvoor argumenten/bewijzen zijn of juist omdat er *geen* argumenten/bewijzen zijn. Gelovigen gebruiken de tweede betekenis van het woord: *ondanks* er geen argumenten/bewijzen zijn, geloven ze *toch* dat iets waar is ("Je moet het ook gelóven", is een veelgehoorde frase). Als een atheïst het woord in de mond neemt, doet hij dat in de eerste betekenis van het woord: hij denkt dat iets waar of niet waar is *omdat* hij daarvoor argumenten/bewijzen heeft. Om verwarring te voorkomen, kan hij beter het woord "denken" gebruiken.
*Een atheïst gelooft, want hij kan niet volstrekt zeker weten dat god(en) niet bestaat(n)*
Dit geldt sowieso niet voor een zwakke atheïst. Buiten de wiskunde en strikte logica is niets volstrekt zeker, dus dan is iedereen een gelovige ten aanzien van alles. Niemand gebruikt het woord "geloven" op die manier. Kennis is altijd gebaseerd op waarschijnlijkheid: hoe sterker de argumenten/bewijzen, hoe waarschijnlijker het is dat iets (niet) waar is. Een sterke atheïst beweert niet volstrekt zeker te weten dat god(en) niet bestaat(n), maar dat het veel *waarschijnlijker* is dat god(en) niet dan wel bestaat(n). Vergelijk het met het bestaan van elfjes. Niemand kan volstrekt zeker weten dat ze niet bestaan, maar niemand denkt dat ze bestaan op grond van waarschijnlijkheid. Voor een sterke atheïst vallen goden in dezelfde categorie als elfjes.
*Een atheïst ontkent het bestaan van het bovennatuurlijke, hij is een materialist*
Atheïsme zegt slechts wat over iemand opvattingen ten aanzien van het bestaan van god(en), niet over wat hij denkt over (vermeende) bovennatuurlijke in het algemeen. Alleen materialisten (in filosofische zin) of naturalisten ontkennen het bovennatuurlijke, daar zij denken dat alleen het materiele of natuurlijke bestaat. Een atheïst kan echter wel geloven in het bestaan van andere bovennatuurlijk zaken, bijvoorbeeld geesten of reïncarnatie. Een atheïst is dus niet automatisch een materialist/naturalist, ofschoon dit zeker geldt voor een deel van hen.
**Noten**
1) M. Martin (ed.) in "The Cambridge Companion to Atheism", pag. 1 (Cambridge University Press, 2007).
2) M. Martin in "Atheism,: A Philosophical Justification", pag. 463 (Temple University Press, 1990).
3) A.G.N. Flew in "God, Freedom, and Immortality: A Critical Analysis", pag. 14 (Prometheus Books, 1984).
4) Gordon Stein (ed.) in "An Anthology of Atheism and Rationalism", pag. 3 (Prometheus Books, 1989).
5) G.H. Smith in "Atheism: The Cases Against God", (Prometheus Books, 1980)
6) R. Carrier in "Sense and Goodness Without God: A Defense of Metaphysical Naturalism", pag. 254-255 (AuthorHouse, 2005).
7) A. Cline, "Dictionary Definition of Atheism", http://atheism.about.com/od/definitionofatheism/a/dict\_standard.htm
### Het homohuwelijk en de neutraliteit van de staat
URL: https://www.deatheist.nl/het-homohuwelijk-en-de-neutraliteit-van-de-staat/
Last updated: 2007-03-08T00:00:00.000Z
Het regeerakkoord van de nieuwe regering (PvdA, CDA en ChristenUnie) laat duidelijk zien dat er christelijke partijen hebben meegesproken, zoals blijkt uit de voorstellen over abortus, koopzondagen, euthanasie en het homohuwelijk. Vooral dit laatste onderwerp ligt gevoelig, wat de afgelopen weken heeft geleid tot vele discussies. De heikele kwestie is of trouwambtenaren mogen weigeren een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht te voltrekken op grond van gewetensbezwaren. De nieuwe regering onderschrijft dit.
De argumenten daarvoor zijn echter bijzonder slecht. Wat nog erger is, is dat het toestaan van een dergelijke weigering in strijd is met het eerste artikel van de Nederlandse Grondwet, er is immers geen sprake van gelijke behandeling in gelijke gevallen. De ingezonden brief van Daniel Beltzar in de Sp!ts van 7 maart is typerend voor de reden waarop vooral christenen de weigeringsmogelijkheid billijken. Hij meent dat "hoe je het ook wendt of keert" het huwelijk "is gemaakt en ontstaan om man en vrouw met elkaar te verbinden". Dit is misschien voor hem, *vanuit zijn persoonlijke religieuze opvattingen*, vanzelfsprekend, maar in dit land hebben we gelukkig een scheiding van kerk en staat. De staat is niet gebonden aan religieuze opvattingen, maar aan democratisch gekozen wetten.
Een volgend veelgebruikt argument zijn de gewetensbezwaren van de ambtenaar *zelf*, zijn *persoonlijke* opvatting in dezen. De grote fout in dit argument is dat de betreffende ambtenaar daar niet als persoon staat, *maar als vertegenwoordiger van de staat*. Vanwege deze reden draagt een ambtenaar (net als een rechter) een toga, een teken dat hij of zij daar staat als drager van een staatkundige functie, niet als persoon. Het is derhalve totaal irrelevant wat een ambtenaar voor persoonlijke opvattingen huldigt. Een ambtenaar die weigert de taken van zijn beroep uit te voeren, zal een andere baan moeten zoeken.
Tot slot is er nog het argument dat er naast de weigerende ambtenaren nog andere ambtenaren zijn die het huwelijk wel willen voltrekken. Dit is misschien het geval, maar gaat voorbij aan de principiële kwestie die hier in het geding is, namelijk de neutraliteit van de staat en de gelijke behandeling van haar burgers.
Samenvattend zijn de argumenten voor het weigeren van het huwen van homoseksuelen dus niet steekhoudend. Ze zijn in strijd met de neutraliteit van de staat en het eerste artikel van de Nederlandse Grondwet. Een vergelijkbare kwestie zou zich voordoen als een ambtenaar wegens gewetensbezwaren zou weigeren om twee negers te trouwen. Een dergelijke weigering zou verafschuwd worden, en terecht. Laten we daarom hopen dat de regering snel afstand neemt van de gênante en ongrondwettelijke mogelijkheid die vertegenwoordigers van de overheid in staat stelt haar burgers te discrimineren.
### De "Verklaring van Brussel"
URL: https://www.deatheist.nl/de-verklaring-van-brussel/
Last updated: 2007-02-15T00:00:00.000Z
Een paar dagen geleden ontving ik een e-mail van Martin de Boer waarin hij mij wees op de "Verklaring van Brussel":
*"Niet alleen Amerika's identiteit als seculiere staat heeft het tegenwoordig zwaar te verduren door de druk van de Christelijke lobby, de seculiere waarden van de Europese Gemeenschap staan nu ook onder vuur dankzij de Duitse Christen-democraat en bondskanselier Angela Merkel. Merkel heeft na een bezoek aan de Duitse paus Benedictus XVI gepleit dat er meer Christelijke waarden aan de Europese grondwet moeten worden toegevoegd. Volgend jaar neemt Duitsland het voorzitterschap van Europa over en Merkel is van plan om een 'Berlijnse Verklaring" op te stellen waarin vergrendeld staat dat Europa is gebaseerd op Christelijke waarden. Als reactie hierop heeft de European Humanist Federation samen met IHEU en de ultra-liberale Catholics for a free choice een "Brusselse verklaring" opgesteld van één pagina waarin benadrukt wordt dat de vrijheden die we in Europa genieten het gevolg zijn van een strikte scheiding van staat en kerk."*
Deze verklaring is een korte opsomming waarin een aantal waarden staan die waarschijnlijk iedere atheïst koestert. De [Nederlandse vertaling](https://www.iheu.org/v4e/html/dutch.html?ref=deatheist.nl) hiervan:
### Verklaring van Brussel
Wij, het volk van Europa, bevestigen hiermee onze gemeenschappelijke waarden. Deze zijn niet geworteld in één enkele cultuur of traditie maar gebaseerd op alle culturen van Europa.
> *Wij bevestigen de waarde, waardigheid en autonomie van elk individu en het recht voor iedereen op een zo groot mogelijke vrijheid die verenigbaar is met de rechten van anderen. Wij onderschrijven het belang van democratie en mensenrechten en proberen de meest volledige ontwikkeling van elk individu te bevorderen.*
>
> *We erkennen onze plicht tot zorg voor de gehele mensheid, inclusief toekomstige generaties en onze afhankelijkheid van en verantwoordelijkheid voor de natuurlijke wereld.*
>
> *Wij bevestigen de gelijkheid van mannen en vrouwen. Alle personen, onafhankelijk van ras, afkomst, religie of geloof, taal, geslacht, seksuele oriëntatie of capaciteiten moeten door de wet gelijk behandeld worden.*
>
> *Wij bevestigen het recht van een ieder zijn eigen godsdienst of geloof te kiezen en te volgen. Maar het geloof van een groep mag nooit worden gebruikt om de rechten van anderen te beknotten.*
>
> *Wij gaan ervan uit dat de staat neutraal moet zijn in zaken van religie en geloof, waarbij niemand wordt bevoordeeld maar ook niemand wordt gediscrimineerd*
>
> *Wij gaan ervan uit dat persoonlijke vrijheid gecombineerd dient te worden met sociale verantwoordelijkheid. Wij streven een samenleving na gebaseerd op rede en medemenselijkheid, waarin elke burger ten volle tot zijn recht kan komen.*
>
> *Wij bevestigen het belang van zowel tolerantie als ook vrijheid van meningsuiting.*
>
> *Wij bevestigen het recht van iedereen op een open en brede opvoeding.*
>
> *Wij verwerpen intimidatie, geweld, het aanzetten tot geweld bij discussies en proclameren dat conflicten moeten worden opgelost door onderhandelen en langs juridische weg.*
>
> *Wij houden het vrije onderzoek hoog op alle terreinen van het leven evenals het in dienst stellen van de wetenschap voor menselijk welzijn. Wij proberen de wetenschap creatief te gebruiken, niet destructief.*
>
> *Wij bevestigen de waarde van artistieke creativiteit en verbeeldingskracht en erkennen de transformerende kracht van kunst. Wij bevestigen het belang van literatuur, muziek en de visuele en uitvoerende kunsten voor de persoonlijke ontwikkeling en ontplooiing.*
De verklaring is [hier](https://www.iheu.org/v4e/html/sign%5Fdeclaration.html?ref=deatheist.nl) te tekenen. Meer informatie is te vinden op [de website van Vision for Europe](http://www.vision4europe.org/?ref=deatheist.nl).
### Theïstische evolutie is niet houdbaar
URL: https://www.deatheist.nl/theistische-evolutie-is-niet-houdbaar/
Last updated: 2026-08-21T12:55:43.000Z
\*\*Van dit artikel is tevens een [PDF-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Repliek%5FSmedes.pdf), met betere opmaak, beschikbaar.\*\*
Aan het eind van het vorige jaar schreef ik het artikel "De houdbaarheid van theïstische evolutie" (hierna: HTE) dat ik op mijn website www.deatheist.nl publiceerde. In dat artikel heb ik de these verdedigd dat evolutiebiologie en religie, in het bijzonder de christelijke, onverzoenbaar zijn. De positie die dit wel voor mogelijk houdt, theïstische evolutie (hierna: TE), is mijns inziens dus niet houdbaar. Het artikel heb ik onder de aandacht gebracht van onder andere theoloog Taede Smedes, beheerder van de website www.tasmedes.nl, die een reactie op mijn artikel heeft geschreven (1). Ik wil hem van harte bedanken voor zijn kritische beschouwing van mijn artikel, waarmee hij bijdraagt aan een discussie die reeds lange tijd gaande is en recentelijk weer meer aandacht krijgt. Hieronder volgt een repliek van mij op zijn reactie.
**Atheïsme als pendant van religieus fundamentalisme?**
Alvorens te beginnen met kritiek op mijn these, wijdt Smedes een paar woorden aan atheïsme, waar hij "een enorm zwak" voor heeft. Hij neemt echter afstand van de atheïsten "die menen te weten dat God niet bestaat", die hij ziet als "de atheïstische tegenhanger van fundamentalistisch gelovigen". Zonder hier al te ver over uit te weiden, wil ik hier, als atheïst, toch enige nuance aanbrengen. Ik denk dat er maar weinig atheïsten bestaan die "absoluut zeker \[zijn\] dat God niet bestaat". Ik ben ze in ieder geval nog nooit tegengekomen en ook vooraanstaande atheïsten, zowel nationaal en internationaal delen deze opvatting niet (2).
Ik ben dan ook geen atheïst omdat ik absoluut zeker weet dat goden niet bestaan, maar omdat ik de waarschijnlijkheid van hun bestaan (veel) kleiner acht dan hun niet-bestaan. In het dagelijks leven betekent dit gewoon dat ze niet bestaan. Op dezelfde grond verwerpt ieder weldenkend mens, ook de theïst, het bestaan van het Griekse pantheon, de tandenfee of elfjes, ofschoon niemand dat met absolute zekerheid kan doen. De atheïst onderscheidt zich van de theïst dat hij geen uitzondering maakt voor die ene God waarin de theïst wél gelooft. Ik denk niet dat dit ook maar iets te maken heeft met fundamentalisme.
**Theïstische evolutie: de definitie**
Een heldere definitie is essentieel voor een goede discussie. Daarom is het belangrijk daar eerst bij stil te staan. De definitie die ik heb gebruik in HTE komt uit een artikel (3) van Eugenie Scott, directrice van het gerenommeerde *National Center for Science Education*, dat zich al jaren bezighoudt met de schepping-evolutiekwestie. In dat artikel onderscheidt zij verschillende posities in het creatie-evolutiecontinuüm, waaronder dus theïstische evolutie. TE onderscheidt zich van de verschillende vormen van creationisme (inclusief Intelligent Design) in het gegeven dat ze biologische evolutie accepteert. Er is dus geen sprake van een conflict met de evolutiebiologie, zoals dat bij de verschillende vormen van creationisme wel het geval is. Dit, mijns inziens essentiële, onderscheid komt te vervallen als we de definitie aannemen die Smedes, in navolging van Peters & Hewlett (4), voorstelt: "TE is geen positie, maar een verzameling van posities die gemeenschappelijk hebben dat ze tot op zekere hoogte een verzoening van het christelijk geloof met evolutionaire biologie voorstaan." Wat is "tot op zeker hoogte"? Alle vormen van creationisme erkennen evolutie wel tot op zekere hoogte (bijvoorbeeld micro-evolutie, evolutie uitsluitend binnen de soort), wat zou betekenen dat praktische alle vormen van creationisme onder TE vallen. Deze definitie is mij daarom te vaag.
De definitie die ik, in navolging van Scott, voorsta, is scherper omdat het zich duidelijk onderscheidt van de verschillende vormen van creationisme door de acceptatie van de evolutiebiologie. Wat de houding *jegens de wetenschap* (evolutiebiologie in het bijzonder) betreft, is het dus een homogene groep. Dat neemt echter niet weg dat er binnen deze groep *theologische* verschillen kunnen bestaan, zoals Smedes zelf ook aangeeft. TE verschilt alleen van atheïstische/naturalistische evolutie in de opvatting dat God het proces gestuurd heeft. Vanwege deze duidelijke afbakening tussen atheïstische evolutie enerzijds en creationisme anderzijds, lijkt het mij de meest handige definitie om te (blijven) gebruiken.
**Mógelijke wetenschappelijke problemen**
Ten eerste stel ik niet *dat* er een conflict is "tussen TE en de resultaten van de natuurwetenschappen met name als het gaat om het beeld van de mens.", maar dat dit conflict pas *ontstaat* wanneer er een speciale plaats, gescheiden van de dieren, wordt gereserveerd voor de mens. Deze stap, een scheiding tussen de mens en het dierenrijk, is mijns inziens wetenschappelijk niet te rechtvaardigen (waarover later meer). De rooms-katholieke kerk heeft een dergelijk onderscheid altijd gemaakt (zie HTE). Ook Francis Collins maakt in zijn *The language of God* een dergelijk onderscheid (5).
Smedes vraagt verder terecht naar de aard van dit onderscheid, de menselijke uitzonderingspositie. Voor de rooms-katholieke kerk ligt dit in de ziel of geest (6). Paus Johannes Paulus II lijkt hieronder te verstaan de ervaring van metafysische kennis, zelfbewustzijn, zelfreflectie, moreel bewustzijn, vrijheid, esthetiek en religieuze ervaring (7). Francis Collins vindt dit onderscheid ook in moreel bewustzijn, zijn Moral Law, die niet via evolutionaire wegen ontstaan kan zijn. Over de vraag in hoeverre dit bij andere dieren aanwezig is, in het bijzonder bij onze naaste verwanten, de andere mensapen, valt te discussiëren. Een aantal van deze aspecten zijn zeker in een bepaalde mate bij mensapen aanwezig (8).
Wanneer we spreken over de verbinding met het dierenrijk, moeten we niet alleen kijken naar de dieren die *nu* (nog) leven, maar ook naar de dieren die reeds uitgestorven zijn. Vooral op dit punt wordt het onderscheid tussen mens en dier vaag. De mens is geen directe afstammeling van de chimpansee, maar wel van vele andere wezens, een lijn die teruggaat tot de gemeenschappelijke voorouder van de mens en de chimpansee. Mijn vraag is nu: wat zijn dit voor wezens, dieren of mensen? Onze generatie verschilt zeer weinig van de generatie voor ons, en die ook weer zeer weinig van de generatie daarvoor, tot de gemeenschappelijke voorouder met de chimpansee (en verder). Doordat evolutie met zeer kleine stapjes werkt, is het onmogelijk te stellen dat 'de mens' op een bepaald punt ontstaan is. Er is in de evolutie van de mensachtigen geen duidelijke lijn te trekken tussen mens en dier. Een dergelijk onderscheid is fundamenteel anti-evolutionair. Dat bedoel ik met het wetenschappelijk (biologisch) ongerechtvaardigde onderscheid tussen mens en dier. Ook de kenmerken die *op dit moment* misschien uniek menselijk zijn, moeten ergens in de loop der evolutie ontstaan zijn. Doordat al deze mensachtigen nu niet meer bestaan, is de uitzonderingspositie van de mens slechts een illusie. De kwestie over de rechten van dieren is interessant, maar laat ik hier verder buiten beschouwing.
**Filosofische problemen**
Ook hier geeft Smedes mijn stelling onjuist weer als hij schrijft dat ik meen "dat de moderne kosmologie God uitsluit, omdat een naturalistische verklaring volledig voldoet.". Ik beweer niet dat de moderne kosmologie God *uitsluit*, maar Hem tot *een overbodige hypothese maakt* omdat er goede naturalistische verklaringen zijn. Ook als die naturalistische verklaringen er (nog) niet zouden zijn, is de introductie van God niets meer dan een *asylum ignorantiae*, een toevlucht voor onwetendheid. God(en) als bovennatuurlijke vuller van de gaten in onze kennis is geen gerechtvaardigde stap.
Sluit dit het bestaan van God uit? Nee, net zo min als plaattektoniek het bestaan van Poseidon uitsluit en kernfusie in de zon het bestaan van Ra. Mijn punt is dat deze goden, net als de God van TE, overbodig zijn geworden en daarom met Ockhams scheermes 'weggesneden' mogen worden, waardoor er *a-theïstische* evolutie overblijft.
Wat betreft de deïstische God, die ik ook overbodig acht, doel ik op het kosmologische 'godsbewijs'. Smedes stelt: "Waarom een verklaring voor het begin van God voorwaarde is voor het spreken over God als begin van het universum ontgaat mij.". Dit is het voornaamste argument om in een deïstische God te geloven. Dit argument gaat, simpel gesteld, als volgt: 1 alles heeft een oorzaak, 2 niets kan zichzelf veroorzaken, 3 daarom moet elk gevolg een oorzaak hebben buiten zichzelf, 4 deze causale ketting kan niet tot in het oneindige doorgaan, 5 daarom moet er een eerste oorzaak zijn, 6 die eerste oorzaak is God. Er zijn verscheidene objecties aan te voeren ten aanzien van dit argument, maar in HTE heb ik slechts op de meest simpele gewezen: als alles een oorzaak moet hebben, geldt dat ook voor God. Als we echter een uitzondering mogen maken voor God, kunnen we dat net zo goed doen voor het universum zelf, wat epistemologisch en ontologisch eleganter is.
Wat betreft de teleologie geeft Smedes wederom mijn standpunt onjuist weer. Ook hier weer stel ik niet dat evolutie teleologie *uitsluit*, ik stel dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat er sprake is van teleologie, alles wijst erop dat evolutie een blind en algoritmisch proces is (9). Hiermee komt tevens een klassiek argument voor het bestaan van God te vervallen.
De manier waarop de door Smedes aangehaalde Peacocke omgaat met de teleologie, "het evolutieproces is de wijze waarop God in de wereld handelt", verandert hier weinig aan. Deze opvatting is niet strijdig met het blinde evolutieproces *sec*, maar maakt God wel overbodig. Waarom zouden we een 'Godfactor' introduceren als een puur naturalistische, *a-theïstische*, verklaring afdoende is? Natuurlijk sluit dit het bestaan van "de Grote Beweger", om Smedes' analogie van bewuste gasmoleculen in een buis te gebruiken, niet uit, maar welke reden is er om "de Grote Beweger" te postuleren *in the first place*? Mijns inziens geen. Smedes schijnt dit punt over het hoofd te zien.
Jammer genoeg gaat Smedes in zijn reactie niet in op het door mij aangehaalde probleem van de grote verspilling en het vele leed dat inherent is aan het evolutieproces. Hij volstaat met te verwijzen naar een boek van zijn hand (10). Dit betreur ik, juist omdat het een wezenlijk probleem is voor iemand die het idee van een liefdevolle, almachtige en voorzienige God wil verzoenen met het wrede evolutieproces, zoals (christelijke) aanhangers van TE gedwongen zijn te doen.
Wel meent Smedes dat ik op de stoel van God ga zitten doordat ik in HTE stel dat evolutie niet het proces is waarvan men zou verwachten dat het gebruikt wordt door een doelgerichte, almachtige en liefdevolle God. Hiervoor is een buitenperspectief nodig, zo stelt hij, en dat hebben wij als mensen niet. Natuurlijk hebben wij dat niet, maar dat is ook niet waarop ik mij baseer. Gelovigen menen dat God zich geopenbaard heeft in deze wereld, in het geval van christenen onder andere in de Bijbel. Op grond *daarvan* is wel degelijk iets te zeggen over *the mind of God*. Voor wie in Gen. 1 leest dat God Zijn eigen schepping als "goed" en zelfs "zeer goed" bestempelt, is het contrast met de werkelijkheid evident. Voor wie volhoudt dat God liefde is en kijkt wat er in de Bijbel over liefde staat (1 Kor. 13), is de discrepantie nog groter. Om dit in te zien hoef je niet over *the mind of God* te beschikken, maar slechts over Zijn vermeende openbaring.
**Theologische problemen**
De grootste problemen met TE zijn mijns inziens de theologische. Dit beslaat dan ook een substantieel deel van HTE en staat volgens Smedes "bol van de theologische onjuistheden". Hieronder wil ik laten zien waarom Smedes' kritiek grotendeels geen stand houdt. Alvorens daarmee te beginnen, is het zaak een onderscheid te maken tussen de oorspronkelijk betekenis van Gen. 1, de interpretatie die de schrijvers van het Nieuwe Testament daaraan gegeven hebben en de interpretatie van latere christenen. Deze laatste categorie is lastig eenduidig te bespreken vanwege de grote pluriformiteit binnen het christendom, zeker binnen het protestantisme. Daarom zal ik me wat deze categorie betreft beperken tot officiële documenten van de rooms-katholieke kerk en grote theologische geschriften uit het protestantisme.
De zondeval
Volgens Smedes is de zondeval "niet een van de centrale christelijke doctrines" die "bovendien in de Bijbel als zodanig (d.w.z. als term of als thema) niet voor \[komt\]". De vraag is dan natuurlijk wanneer een doctrine centraal is. De doctrine is in ieder geval centraal genoeg om de nodige aandacht te krijgen in de gezaghebbende drie "Formulieren van Enigheid", die bij hervormden en gereformeerden de belijdenisgeschriften vormen. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt de zondeval uitgebreid aan bod (Artikel 14), alsmede de erfzonde (Artikel 15). Evenzo worden in de Dordtse Leerregels beide doctrines genoemd (1-1). Ook de Heidelbergse Catechismus geeft de zondeval als antwoord op de vraag waar de "verdorven aard des mensen" vandaan komt (zondag 3, vraag 7). In HTE heb ik reeds gewezen op het belang dat de rooms-katholieke kerk, die ruim 1 miljard christenen vertegenwoordigt, hecht aan de zondeval (11).
De term "zondeval" komt inderdaad niet voor in de Bijbel, het is afgeleid van de hellenistische (vooral platoonse) traditie. Dat het als thema niet voorkomt, is echter onjuist. Er is al in Gen. 3 duidelijk sprake van ongehoorzaamheid aan God met verstrekkende gevolgen (12). S.J. de Vries schrijft hierover zelfs: "Although some scholars have denied it, the fall story also answers the question of the origin of sin and the origin of death." (13). Tot slot komt de zondeval (en mogelijk de erfzonde) zeerzeker in het NT voor (o.a. Rom. 5:12-21), zoals ik ook al in HTE heb laten zien. Het moge duidelijk zijn dat Smedes kritiek hier geen stand houdt en de doctrine van de zondeval een probleem blijft voor TE.
Wat betreft de invloed van Paulus op de ontwikkeling van het christendom heb ik me misschien wat te sterk uitgedrukt door te stellen dat "vele historici" hem beschouwen als "*de* grondlegger van het christendom". Er zijn echter wel degelijk historici die hem op dergelijke wijze beschouwen, zoals historicus Gerd Lüdemann, hoogleraar Geschiedenis en Literatuur van het Vroege Christendom aan de Georg-August-Universiteit in Göttingen, Duitsland (14). Ook Bart Ehrman schrijft in zijn veelgebruikte introductie tot het Nieuwe Testament over Paulus: "Nonetheless, for the entire history of Christianity from the first century to our own, no figure except Jesus has proved to be more important." (15). Tevens staat een aanzienlijk deel van het Nieuwe Testament op Paulus' naam, ofschoon de authenticiteit van een aantal brieven wordt betwijfeld (maar niet die van de Romeinenbrief). Het moge duidelijk zijn dat de invloed van Paulus op de ontwikkeling van het christendom zeker groot is geweest.
Smedes ontkent mijn stelling dat conservatieve christenen menen dat het lijden in de schepping het gevolg is van de zondeval en meent dat "nergens in de Bijbel \[wordt\] gezegd dat in de Tuin van Eden geen dood of lijden was". Dat de erfzonde en het lijden in de schepping met elkaar in verband worden gebracht, is een opvatting die ik vaak te horen heb gekregen, in de meeste gevallen van de wat meer conservatieve christenen. Het wordt door hen gebruikt als theodicee: het natuurlijke kwaad (aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, het gruwelijke moordgedrag van vele dieren, genetische aandoeningen enzovoort) was geen onderdeel van Gods oorspronkelijke schepping (die was immers "zeer goed"), maar is het gevolg van menselijke ongehoorzaamheid (zondeval). Hoe absurd deze opvatting ook moge zijn, ze wordt zeker verkondigd (16). Tevens lijkt Gen. 1:30 te suggereren dat alle dieren oorspronkelijk vegetariërs waren, waardoor het doden van andere dieren niet noodzakelijk was. Voor de intrede van de dood met de zondeval is zeker wel enige Bijbelse onderbouwing. Paulus schrijft in zijn Romeinenbrief (5:12) expliciet dat de dood door de zonde van één mens in de wereld gekomen is. Blijkbaar was de dood daarvoor nog niet in de wereld aanwezig.
De ziel
In mijn argument over de vermeende ziel heb ik niet gesproken over de ziel als "Bijbels concept". Ik doel op de ziel als theologisch concept, al had ik dat explicieter kunnen verwoorden. Ik ben me er terdege van bewust dat de ziel en een eventueel hiernamaals in de Bijbel geen eenduidige betekenis hebben (17) en dat de ontwikkeling van deze concepten zeker hellenistisch beïnvloed zijn. Desalniettemin komt het idee van een onsterfelijke *psuche*, door hellenistische invloed, wel in de Bijbel voor (zie o.a. Mat. 10:28, Op. 6:9, 20:4).
Het idee van een ziel die na de dood van het lichaam verder leeft, vormt zeker een onderdeel van het moderne christendom. *The New Catholic Encyclopedia* (2nd ed.) over de onsterfelijkheid van de ziel: "The doctrine that the human soul is immortal and will continue to exist after man's death and the dissolution of the body is one of the cornerstones of Christian philosophy and theology" (lemma "Immortality"). Wikipedia schrijft over de christelijke opvattingen over de ziel: "Most Christians regard the soul as the immortal essence of a human - the seat or locus of human will, understanding, and personality - and that after death, God either rewards or punishes the soul." (18).
Verder meent Smedes dat ik in HTE af en toe spreek "van de *mind* als Engelse pendant van 'ziel'.", wat uiteraard strikt taalkundig onjuist is. Ik gebruik de woorden uitwisselbaar omdat de betekenissen elkaar in grote mate overlappen (19). Het *Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands* geeft zelfs "geest" als tweede vertaalmogelijkheid van "soul". Ook wijlen Paus Johannes Paulus II lijkt in zijn eerder genoemde brief "soul" en "mind" door elkaar te gebruiken (20). Smedes meent dat met mind (geest) "hersenen plus bewustzijn" bedoeld wordt, maar geest wordt vaak juist gebruikt als antoniem van lichaam (inclusief hersenen dus) (21). Een duidelijk onderscheid, zoals Smedes meent (of lijkt te menen), bestaat dus niet. Smedes kritiek is dus slechts ten dele gerechtvaardigd, maar het probleem voor TE, dat ik in HTE schets, blijft bestaan.
Genesis als mythe
Smedes struikelt nogal over mijn benadering van de Bijbel en mijn verzet tegen een symbolische interpretatie daarvan. Alvorens op deze ongenuanceerde weergave van mijn standpunt in te gaan, wil ik eerst mijn gebruik van het woord "mythe" preciseren. Ik gebruik het woord niet omdat ik op een denigrerende toon wil spreken over de verhalen uit het begin van Genesis, maar omdat het mythen *zijn*, zoals *The Anchor Bible Dictionary* ook uitlegt: "The stories are properly termed "myths," that is, "sacred narratives that relate how the world and man came into their present form"" (lemma "Genesis, Book of"). De twee scheppingsverhalen uit Genesis zijn, wanneer ze van hun historische werkelijkheid beroofd worden, scheppingsmythen, net als de kosmogonische verhalen van vele andere primitieve volkeren. Daarnaast heb ik ook in HTE (noot 31) al duidelijk gemaakt dat ik "primitief" niet gebruik als waardeoordeel, maar in de zin van prewetenschappelijk. Ik snap dus niet waarom Smedes zo'n aanstoot neemt aan mijn taalgebruik in dezen.
Voorts heb ik nooit beweerd dat ik *de Bijbel* letterlijk interpreteer, maar heb ik betoogd dat de *scheppingsmythe(n)* en de *zondvloedmythe* als zodanig moeten worden opgevat. Er staat genoeg symboliek in de Bijbel en die moet natuurlijk niet letterlijk worden genomen. De vraag is echter of de scheppingsmythen en de zondvloedmythe symbolisch of letterlijk moeten worden opgevat, waarbij mijns inziens het laatste het geval is, zoals ik in HTE ook onderbouwd heb.
Volgens Smedes maak ik de fout door een 'binnen-Bijbels perspectief' te verwarren met een 'buiten-Bijbels perspectief': Adam is een historisch figuur *binnen* de Bijbel, maar niet *daarbuiten*. Hij trekt de vergelijking met de tovenaar Gandalf uit *The Lord of the Rings*, die binnen *The Lord of the Rings* een historisch figuur is, maar daarbuiten uiteraard niet. Met verbazing las ik deze vergelijking omdat het gevolg van deze vergelijking onmiskenbaar is: Genesis is fictie, net als *The Lord of the Rings* dat is. Met andere woorden: Genesis is een fantasie van oud-Hebreeuwse schrijvers net als *The Lord of the Rings* dat is van J.R.R. Tolkien. Dit geldt tevens voor de andere Bijbelpassages waarin gerefereerd wordt aan de verhalen uit het boek Genesis. Zelfs Jezus zou spreken over fictie in de passages waarin hij spreekt over de verhalen uit Genesis.
Natuurlijk denk ik als atheïst dat de Bijbel grotendeels fictie is. Misschien dat Smedes als 'bijna-atheïst' ook een dergelijke opvatting huldigt, maar christenen doen dat zeker niet, zoals ik hierboven aan de hand van de zondeval heb laten zien. Voor hen bestaat er een duidelijk onderscheid tussen de verhalen uit *The Lord of the Rings* en de verhalen uit de Bijbel, tussen puur fictieve verhalen en verhalen over heilsfeiten.
De lezing van Genesis in de loop der tijd
Smedes stelt dat een letterlijke lezing van de Bijbel (dus ook Genesis) "een uitvinding \[is\] die met name in Amerika in het begin van de 19de eeuw is opgekomen". Hij suggereert dat de letterlijke lezing, die ook ik in dit geval voorsta, hoofdzakelijk een aberrante, moderne opvatting is. Ook hier is het weer nuttig om een onderscheid te maken tussen de oorspronkelijke betekenis van Gen. 1, de interpretatie die de schrijvers van het Nieuwe Testament daaraan gegeven hebben en de interpretatie van latere (grote) christenen.
Er bestaat volgens mij geen enkele aanwijzing in de tekst van Genesis zelf dat de verhalen symbolisch opgevat moeten worden, zoals ik in HTE reeds heb opgemerkt. Tevens heb ik deze lezing in geen enkel Bijbelcommentaar terug kunnen vinden, integendeel: "These chapters are prescientific in the sense that they predate modern science, but not in the sense of having no interest in those types of questions. \[…\] Despite claims to the contrary (often in the interest of combating fundamentalism), such text indicate that Israel's thinkers were very interested in questions of the "how" of creation, and not just questions of the "who" and "why"" (22). Er is mijns inziens geen enkele reden om te denken dat de oude Hebreeërs twijfelden aan de historische werkelijkheid van de verhalen. In HTE heb ik al duidelijk laten zien dat de schrijver(s) van een aantal andere Bijbelboeken (ook in het NT) Genesis letterlijk lazen, alsmede Jezus zelf (voorzover de evangeliën dat representeren). De oudste traditionele lezing is dus de letterlijke.
Maar hoe zit het met de lezingen daarna? Is de symbolische lezing de traditionele, zoals Smedes schrijft? Het klopt dat een aantal prominente christenen Genesis symbolisch gelezen hebben, maar er zijn ook genoeg prominente christenen die het letterlijk gelezen hebben. Theophilus, patriarch van Antiochië leest Genesis zo letterlijk dat hij in zijn *Ad Autolychum* (eind tweede eeuw) aangeeft dat er 5698 jaren sinds de schepping zijn verstreken. De kerkvader Basilius de Grote (ca. 330 - 379) geeft in zijn *Hexaëmeron* blijk van een letterlijke lezing, zo ook de invloedrijke Ambrosius (ca. 339 - 397) in zijn *Hexaëmeron*. Zelfs de grote Thomas van Aquino lijkt in zijn *Summa Theologica* uit te gaan van een letterlijke interpretatie (Prima pars, Q. 74). Tot slot geven de vader van de Reformatie, Maarten Luther, en een andere grote kerkhervormer, Johannes Calvijn, in hun commentaren op Genesis blijk van een letterlijke lezing. Het is dan ook niet vreemd dat de opkomst en ontwikkeling van de geologie en evolutiebiologie in de achttiende en negentiende eeuw op veel weerstand stuitte van de gevestigde religieuze orde (23).
De voornaamste voorstanders van een symbolische lezing van Genesis waren Origenes en Augustinus, waarop Smedes dan ook wijst. In het geval van de laatste blijkt dit voornamelijk uit zijn *The Literal Interpretation of Genesis* uit het jaar 408\. In *The City of God* uit 419 verdedigt hij echter een jonge aarde: "They are deceived, too, by those highly mendacious documents which profess to give the history of many thousand years, though, *reckoning by the sacred writings, we find that not 6000 years have yet passed.*" (Boek XII, hoofdstuk 10, cursivering BK).
Op grond van het bovenstaande ben ik het niet met Smedes eens dat de symbolische lezing van Genesis de traditionele is. De oudste lezing is een letterlijke, slechts een beperkt aantal grote christenen heeft inderdaad een symbolische lezing voorgestaan, maar onder andere de twee grote reformatoren Luther en Calvijn lazen de tekst weer letterlijk. Daarnaast vraag ik me af of ook maar één van de symbolische uitleggers de historische werkelijkheid van de zondeval heeft ontkend, zoals TE vereist. Dit geldt in ieder geval niet voor Augustinus, die in zijn strijd tegen Pelagius de zondeval en erfzonde zeer serieus nam.
**Besluit**
De manier waarop Smedes de Bijbel leest, is niet representatief voor het christendom. Hierdoor is een groot aantal van mijn problemen met TE niet weerlegd door zijn reactie. Zoals ik hierboven heb laten zien, blijkt dat in ieder geval bepaalde elementen uit de scheppingsmythe (in het bijzonder de zondeval) nog steeds letterlijk worden opgevat. De Bijbel laat tevens zien dat de letterlijke lezing de oudste is en de geschiedenis laat zien dat een letterlijke lezing ook altijd prominent is aangehangen. Smedes' kritiek op mijn filosofische problemen is mijns inziens evenmin overtuigend en op de verzoenbaarheid van een liefdevolle, almachtige en voorzienige God met het wrede en blinde evolutieproces gaat hij nauwelijks in.
Daarom blijf ik bij mijn conclusies uit HTE dat TE voor de gelovige een dilemma oplevert: *of* hij neemt zijn religie serieus en komt in problemen met de evolutiebiologie, *of* hij neemt de evolutiebiologie serieus en komt in filosofische en theologische problemen. Mijns inziens is de enige houdbare optie nog steeds naturalistische evolutie, evolutie zonder enig goddelijk ingrijpen, *a-theïstisch*.
**Noten**
1) T.A. Smedes, "[De onhoudbaarheid van theïstische evolutie?](http://www.tasmedes.nl/index.php?option=com%5Fcontent&task=view&id=97&Itemid=49&ref=deatheist.nl)" (2006)
2) Herman Philipse spreekt en schrijft over de *waarschijnlijkheid* van het (niet-)bestaan van goden en Richard Dawkins begint in "God als Misvatting" (Nieuw Amsterdam, 2006) een hoofdstuk met de titel "Waarom er *vrijwel* zeker geen god bestaat" (cursivering BK). Beiden houden de mogelijkheid dat goden bestaan dus open, maar verwerpen haar totnogtoe op grond van waarschijnlijkheid. .
3) "[The Creation/Evolution Continuum](http://www.ncseweb.org/resources/articles/9213%5Fthe%5Fcreationevolution%5Fcontinu%5F12%5F7%5F2000.asp?ref=deatheist.nl)" van E.C. Scott, 2000.
4) T. Peters en M. Hewlett, "Evolution from Creation to New Creation: Conflict, Conversation, and Convergence" (Abingdon Press, 2003).
5) Ik heb dit boek helaas zelf nog niet kunnen lezen, waardoor ik aangewezen ben op Gert Korthofs recensie, [hier](http://home.planet.nl/%7Egkorthof/korthof83.htm?ref=deatheist.nl) te vinden.
6) Ziel (soul) en geest (mind) zijn beide vage begrippen die elkaar in betekenis overlappen, zie verder hieronder.
7) John Paul II, 1997, Message to the Pontifical Academy of Sciences, *Quarterly Review of Biology* 72:381-83.
8) Susan Blackmore, "Consciousness: an introduction" (Hodder & Stoughton, 2003), voornamelijk section four.
9) Zie hiervoor niet alleen "The Blind Watchmaker" van Richard Dawkins (W. W. Norton & Company, 1986), die ik in HTE reeds aanhaalde, maar ook "Darwins Dangerous Idea" van Daniel Dennett, waarvan de Nederlandse vertaling ("Darwins Gevaarlijke Idee") net opnieuw is uitgegeven (Olympus, 2006).
10) T.A. Smedes, "Chaos, Complexity, and God: Divine Action and Scientism" ( Peeters, 2004).
11) Zie o.a. alinea's 388 - 390 van de *Catechism of the Catholic Church* en het lemma "Original sin" in *The New Catholic Encyclopedia* (2nd ed.).
12) John. J. Collins, "Introduction to the Hebrew Bible" (Fortress Press, 2004).
13) Zie het lemma "Fall, the" in *The Interpreter's Dictionary of the Bible*.
14) G. Lüdemann, "Paul: The Founder of Christianity" (Prometheus Books, 2002).
15) B.D. Ehrman, "The New Testament" (OUP, 2003), pag. 285.
16) Zie bijvoorbeeld de websites van grote conservatieve christelijke organisaties als *Christian Answers Network* en *Answers in Genesis*.
17) Zie voor een uitgebreide discussie de lemmata "Body", "Dead, Abode of the" en "Dead" in *The Anchor Bible Dictionary* en het lemma "Soul" in *The Interpreter's Dictionary of the Bible*.
18) Lemma "Soul", citaat onttrokken op 3-1-2007.
19) Vergelijk de betekenissen die De Grote Van Dale geeft bij respectievelijk "ziel" en "geest": "het niet-stoffelijke, althans stoffelijk niet te bepalen beginsel op grond waarvan de mens leeft; in psychologische zin meer als het vermogen om gewaar te worden en te begeren, de zetel of bron van de gedachten, van het gevoel en de wil; het onbewuste, het niet logisch te beredeneren gevoels- en driftleven" en "datgene wat in de mens denkt, voelt en wil, als een onstoffelijke zelfstandigheid beschouwd".
20) John Paul II, op. cit., pag. 383.
21) Zie De Grote Van Dale en de term "mind-body/brain dualism" uit de filosofie van de geest.
22) T.E. Fretheim, "The Book of Genesis" in *The New Interpreters Bible Vol. 1*, (Abingdon Press, 1994), pag. 337.
23) P.J. Bowler , "Evolution, the history of an idea" (University of California Press, 1989).
### Wat gedachten bij het kerstverhaal
URL: https://www.deatheist.nl/wat-gedachten-bij-het-kerstverhaal/
Last updated: 2006-12-16T00:00:00.000Z
Het is weer bijna kerst en overal zijn de voorbereidingen te zien voor de kerstdagen. Velen, christenen en niet-christenen, associëren het kerstfeest met de geboorte van Jezus Christus. Daarnaast zijn er ook kanten aan het kerstfeest die niets met het christendom te maken hebben. Ook worden een aantal aspecten steevast met het christelijke kerstverhaal in verband gebracht die er helemaal geen deel van uit maken. Zelfs binnen het Bijbelse kerstverhaal zijn een paar opmerkelijke dingen te constateren. Een aantal gedachten over deze zaken wil ik hier, zo vlak voor kerst, aan de orde stellen.
Het christelijke kerstverhaal is, zo mogen we aannemen, gebaseerd op de Bijbel. Het is een compilatie van de verhaalsaspecten uit twee evangeliën, die volgens Matteüs en Lucas. In de andere twee komt het niet aan bod. Wie de schrijvers van de evangeliën waren is niet bekend, de namen die ze nu hebben zijn er pas later aan gegeven. Voor het gemak zal ik ze Matteüs en Lucas noemen.
**Wanneer werd Jezus geboren?**
Het antwoord hierop lijkt vanzelfsprekend: we leven in het jaar 2006 na Christus (n.C., AD, Anno Domini), dus werd Jezus 2006 jaar geleden geboren. Deze jaartelling is echter pas geïntroduceerd in 525 na Christus en is geen goede indicatie voor Jezus' geboortejaar. Wat zijn geboortejaar dan wel was, is lastig te bepalen doordat de evangeliën elkaar hierover tegenspreken. Lucas geeft aan dat Jezus geboren werd tijdens het bewind van Quirinius over Syrië, waarvan historici weten dat dat pas na 6 *na Christus* gebeurde. Matteus schrijft dat Jezus geboren werd tijdens de regering van Herodes, die echter in 4 *voor Christus* stierf. De twee geboortetijdstippen zijn dus onverzoenbaar.
**Waarom 25 december?**
Op 25 december vieren christenen de geboorte van Jezus, maar waarom eigelijk op die dag? In tegenstelling tot wat sommige mensen denken, staat in de Bijbel niet op welke dag Jezus geboren werd. Het is echter ook niet toevallig dat 25 december samenvalt met een feestdag die gevierd werd in het Romeinse rijk: Brumalia, de achtste en grootste dag van het feest Saturnalia. Het was de (weder)geboortedag van de zonnegod Mithras. Op dit feest was het al gebruikelijk om elkaar geschenken te geven.
Brumalia was de dag van de winterzonnewende, de midwinter, de dag waarop de dagen weer langer worden. De mythologische betekenis hiervan is logisch: de zonnegod is (weder)geboren. Het is daarom niet verwonderlijk dat kerst het feest van het Licht wordt genoemd. Het is tevens de geboortedag van andere goden als Dionysus, Adonis en Horus.
**De geslachtslijst van Jezus: afstammeling van David?**
Zowel Lucas (3: 23-38) als Matteüs (1:1-17) geven een geslachtslijst van Jezus. Matteüs traceert hem terug tot Abraham, Lucas zelfs tot Adam (die blijkbaar werd gezien als een historisch persoon). Wat meteen opvalt als deze twee genealogieën met elkaar vergeleken worden, is dat ze totaal niet overeenkomen. Wat echter nog interessanter is, is dat dit de genealogie van Jozef is, maar Jozef is niet de vader van Jezus! De maagdelijke ontvangenis maakt een bloedlijn via Jozef onmogelijk, *you can't have it both ways*.
Wat is dan het doel van de geslachtslijst? Het punt is dat zowel Lucas als Matteüs proberen aan te tonen dat Jezus van koning David afstamt. Matteüs noemt Jezus zelfs "zoon van David". Lucas geeft aan dat hiermee een 'profetie' in 'vervulling' gaat: "Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar" (1:69).
**De mythische maagdelijke geboorte**
Beide evangelieschrijvers zijn het er over eens dat Jezus is geboren uit de maagd Maria (Mat. 1:18-25, Luc. 1:26-38). Matteüs wil hiermee een oude 'profetie' (Jes. 7:14) tot vervulling brengen: "'De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven,' wat in onze taal betekent 'God met ons'.". Buiten het feit om dat Jezus geen Immanuël heette, is hier sprake van een vertaalfout. In de oorspronkelijk tekst uit Jesaja staat namelijk dat een jonge vrouw (*almah* in Hebreeuws) zwanger zou worden, niet een maagd (*bethulah* in Hebreeuws). *Almah* is in de Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament) vertaald met *parthenos*, wat een sterke associatie heeft met maagdelijkheid. Aangezien dit de tekst was die Matteüs voor handen had, meende hij (onterecht dus) dat Jezus geboren moest worden uit een maagd. De meeste moderne vertalingen vertalen *almah* uit Jes. 7:14 dan ook als jonge vrouw, maar in de Statenvertaling komt de onjuiste vertaling met maagd nog voor.
Naast de punten dat Jezus nooit Immanuël genoemd werd en dat *almah* ten onrechte vertaald is met maagd, is er nog een groter probleem met deze 'profetie': ze is uit haar context gerukt. Wie ook de context leest, ziet dat het hier om een teken gaat aan Achaz, koning van Juda, dat hij niet verslagen zal worden door de koningen Resin en Pekach. De naam Immanuël, God met ons, bevestigt deze belofte van God. Jezus' geboorte is ongeveer zeven eeuwen te laat voor dit teken. Opmerkelijk genoeg spreekt Lucas elders in zijn evangelie impliciet de maagdelijke ontvangenis tegen door te spreken over Jezus' moeder *en vader* (2:33, 2:48). Sommige kopieerders van de manuscripten van dit evangelie is dit ook opgevallen, zodat ze "zijn vader en moeder" hebben veranderd in "Jozef en zijn moeder". De oudste manuscripten laten zien dat deze ingreep onterecht is. Ook Paulus lijkt niet op de hoogte te zijn van de maagdelijke geboorte (Rom. 1:3, 8:3).
Een maagdelijke geboorte, een kind geboren uit een god enerzijds en een menselijke vrouw anderzijds, is een veelvoorkomend mythologisch concept. Het kwam veel voor in de heidense cultuur waarin het verhaal ontstaan is. Voorbeelden daarvan zijn de moeders van de farao's, Plato, Alexander de Grote, Apollonius, Perseus, Horus en Hercules. De tweede-eeuwse kerkvader en apologeet Justinus was zich ook van deze gelijkenissen bewust en deed ze af als het werk van de duivel. Het lijkt er dan ook op dat de maagdelijke geboorte een invoeging is om Jezus te kunnen laten concurreren met andere godmensen.
**De census ('volkstelling') die nooit heeft plaatsgevonden**
Volgens Lucas kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven in de plaats waar ze vandaan kwamen. Voor deze census (een registratie van alle burgers met het oog op het betalen van belastingen aan de Romeinse staat, soms volkstelling genoemd) moesten Jozef en Maria van Nazareth naar Bethlehem. Er zijn verscheidene problemen met dit verhaal, die al duidelijk worden op grond van het gezonde verstand. Het zou bijvoorbeeld tot gigantische logistieke problemen leiden als het gehele rijk op reis zou gaan. Het rijk zou volledig stil komen te liggen en waarschijnlijk zouden de primitieve wegen deze massamigratie nooit aankunnen. En hoe moest men in die tijd, waarin bijna iedereen analfabeet was, weten uit welke stad hun voorouders kwamen? Dit zou heden ten dage al voor velen een probleem zijn! Een census van een dergelijke omvang en op deze manier werd dan ook niet uitgevoerd door de Romeinen. Er bestaat, buiten dit Bijbelse verhaal, geen enkel bewijs dat de beschreven census ooit heeft plaatsgevonden. Daarnaast is het de vraag hoe de hoogzwangere Maria (te voet) een afstand af kan leggen die hemelsbreed al ongeveer 100 km is.
Waarom schrijft Lucas dan over deze census, die nooit heeft plaatsgevonden? Zoals we hierboven reeds gezien hebben, willen zowel Lucas als Matteüs duidelijk maken dat koning David Jezus' voorvader was. Omdat David uit Betlehem kwam, moest hij Jozef en Maria ook daarnaartoe laten gaan (Luc. 2:4). Matteüs (Mat. 2:5-6) voegt daaraan toe dat met een geboorte in Betlehem een 'profetie' (Mi. 5:1) in vervulling gaat: "En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.". Opmerkelijk hieraan is dat er expliciet gesproken wordt over een leider van het volk Israël, terwijl christenen menen dat Jezus er is voor de gehele mensheid. Voor Matteüs is de volkstelling niet nodig omdat hij ze niet naar Betlehem hoeft te laten reizen. Lucas' uitvinding van de volkstelling is dus noodzakelijk geweest om Jozef en Maria van Nazaret naar de stad van David te krijgen.
**Kindermoord**
Een ander verhaal, dat waarschijnlijk tevens een theologische creatie is, is de kindermoord door Herodes (Mat. 2:16). Omdat koning Herodes beangstigd werd door de aankondiging van de geboorte van de koning der Joden, besloot hij jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. Hierin ziet Matteüs (2:18) wederom het in vervulling gaan van de 'profetie' (Jer. 31:15) "Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer." Ook deze 'profetie' is weer uit haar context getrokken. Verder klopt het dat Herodes een bruut was (zijn vele slachtpartijen zijn goed gedocumenteerd door Josephus), maar er is geen enkele aanwijzing te vinden in de geschiedschrijving van deze kindermoord.
Vanwege de aankomende slachtpartij wordt in een droom aan Jozef verteld dat hij naar Egypte moet vluchten, zodat Matteüs (2:15) nog een andere 'profetie' (Hos. 11:1) "Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen." in 'vervulling' kan laten gaan. Wederom blijkt dat de 'profetie' uit zijn context is gehaald, het gaat hier om de uittocht van het volk Israël uit Egypte.
Tot slot wordt dit verhaal impliciet tegengesproken door Lucas. Volgens Lucas brachten zijn ouders Jezus 40 dagen (dan was hij pas rein volgens de Wet, Lev. 12:2-5) na zijn geboorte naar Jeruzalem (2:22). Volgens Matteüs echter zaten ze tot Herodes' dood in Egypte, wat langer duurde dan 40 dagen. De dreiging van moord op een belangrijk religieus (mythologisch) figuur in zijn babyjaren is ook een typisch mythologisch concept. Vergelijkbare verhalen doen zich voor bij onder andere Romulus en Remus, Oedipus, Perseus, Cyrus de Grote, Krishna en uiteraard Mozes. Het verhaal is door Matteüs verzonnen om Jezus theologische krediet te geven door middel van 'uitgekomen profetieën' en mythologie.
**De ster die een huis aanwees**
De ster is tevens een bekend aspect van het kerstverhaal, de geboorte van de koning van de Joden (Jezus) wordt vergezeld door een ster. De magiërs zagen een ster opkomen, volgden die op hun reis tot de ster bleef stilstaan boven het huis waarin Jezus geboren is (Mat. 2:2, 9). Deze magiërs waren, niet verwonderlijk, astrologen (!) die net als hedendaagse astrologen 'speciale kennis' hadden van het uitleggen van de loop der sterren en de consequenties voor het wereldgebeuren. Sommige bijbeluitleggers hebben de ster die de magiërs volgden proberen te verklaren als een astronomisch verschijnsel. Dat dergelijke verklaringen de plank misslaan, blijkt duidelijk uit het feit dat een ster (of een ander hemellichaam) nooit boven een huis stil kan staan of een route aan kan geven. De verklaring moet dan ook niet gezocht worden in de astronomie, maar in de mythologie.
In het primitieve wereldbeeld van Matteüs werden hemellichamen niet bewogen door natuurwetten, maar door direct goddelijk ingrijpen. Sterren waren geen reusachtige vuurballen vele lichtjaren hier vandaan, maar tekenen die speciaal voor de mens door God aan het hemelgewelf (in letterlijke zin) geplaatst waren. In oude tijden werden aardse gebeurtenissen vaak aangekondigd met hemelse tekenen. Matteüs wil dit ook duidelijk maken door de geboorte van de koning te vergezellen met een hemels teken.
**Kerststal of kersthuis?**
Het kerststalletje is ook een fenomeen dat vaak terug te vinden is in het kerstverhaal. Het staat bovendien vaak in kerken of is op ware grootte nagebouwd, inclusief os en ezel. Het wordt zelfs gebruikt om op de nederigheid van Gods incarnatie te wijzen: Hij werd niet glorieus in een paleis geboren, maar nederig tussen de dieren in een stal. Opmerkelijk genoeg wordt het niet genoemd in de Bijbel. Matteüs (2:11) vermeldt zelfs expliciet dat de magiërs een *huis* binnengingen. Het aantal magiërs wordt steevast gezet op drie, terwijl de Bijbel hier wederom niets over zegt. Misschien is dit aantal gekozen omdat ze drie geschenken meebrachten (goud, wierook en mirre). Ook van de os en de ezel is geen spoor terug te vinden in het bijbelse verhaal. Misschien komt het idee van een stal doordat Lucas schrijft over een voederbak waarin een kind ligt. Ofschoon wij een voederbak automatisch associëren met een stal, was dat destijds niet noodzakelijk. Het kwam namelijk regelmatig voor dat de dieren in de benedenverdieping van het huis werden gehouden, en dat dus ook de voederbak in het huis stond.
**Kerstboom**
De kerstboom is niet meer weg te denken bij het kerstfeest. Hij heeft, net als vele andere aspecten van kerst, een heidense oorsprong. De naaldboom blijft de hele winter groen en werd daarom door de oude Germanen gezien als bezitter van magische krachten. Het is vanwege deze heidense achtergrond dat de kerstboom lange tijd is geweerd door christenen. Blijkbaar hebben zij niet door dat veel andere aspecten van hun kerstfeest ook heidens zijn, of in ieder geval gedeeld worden door vele heidense religies. Heden ten dage staat de kerstboom in bijna elk huis, zelfs in veel kerken. Ook andere kerstgebruiken als hulsttakken en deurkransen hebben een heidense oorsprong.
**Kerst: historie of mythe?**
Wat van het kerstverhaal is historie en wat is mythe? Waarschijnlijk blijft er weinig historie over als het verhaal wordt ontdaan van alle mythologische aspecten. Uit het bovenstaande blijkt dat het kerstverhaal is doorspekt met mythe: geboorte op midwinter, Licht van de wereld, maagdelijke geboorte, astrologie, dreigende moord op het kindeke en 'uitgekomen profetieën'. Desondanks is er geen enkele reden om het feest daarom te verwerpen. Een mythe als deze is prachtig en zorgt voor heel wat saamhorigheid, gezelligheid en warmte in de koude winterdagen.
***Leve de mythe en een gezellig kerstfeest!***
### De houdbaarheid van theïstische evolutie
URL: https://www.deatheist.nl/de-houdbaarheid-van-theistische-evolutie/
Last updated: 2026-08-21T13:06:05.000Z
\*\*Van dit artikel is tevens een [PDF-versie](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/HoudbaarheidTE.pdf), met betere opmaak, beschikbaar.\*\*
Theïstische evolutie (TE) is de theologische opvatting dat God schept door middel van evolutie (1). Het is dan ook de vraag of dit scheppingsgeloof onder creationisme valt. In dit artikel zal het er niet onder gerekend worden omdat het in ieder geval niet gekant is tegen de evolutiebiologie, zoals de traditionele vormen van creationisme (die een bepaalde scheppingsmythe als historisch accuraat beschouwen) of de moderne variant daarvan (Intelligent Design). TE leidt tevens, als het goed is, niet tot problemen met bevindingen uit de moderne kosmologie en geologie.
Of de vermeende non-conflictueuze positie werkelijk niet in conflict komt met zowel de wetenschappelijke methodologie als bevindingen, zal later nog op aan de orde komen. Wat niettemin overduidelijk is, is dat de grove aanvechting van de huidige wetenschap-pelijke consensus in de biologie, astronomie, geologie en wetenschapsfilosofie, die zo kenmerkend is voor het creationisme, bij TE afwezig is. Dit is een groot voordeel van deze combinatie van religie en wetenschap. Dit geldt zeker in de VS, waar sprake is van een reeds langdurige aanval op de wetenschappelijke consensus. Dit offensief heeft heden ten dage zijn climax bereikt in de strijd over Intelligent Design, een verkapte vorm van creationisme. Voor de wetenschappelijke ontwikkeling is TE dus geen bedreiging. Het is misschien zelfs positief te noemen omdat het dit langdurige conflict tussen religie en wetenschap vermijdt. Hoe meer mensen in het kamp van TE komen, hoe minder de wetenschap te vrezen heeft.
De opvatting van TE wordt in meer of mindere mate in de meeste protestante denominaties gehuldigd, alsmede door de hedendaagse Rooms-katholieke kerk. De houding van Rome is echter niet altijd geweest wat het vandaag de dag is. *The Catholic Encyclopedia* (2) uit 1913 meent dat er geen overtuigend bewijs is voor gemeenschappelijke afstamming en beroept zich op goddelijke interventie voor de schepping van de eerste organismen en de mens (3). Paus Pius XII schrijft in zijn encycliek *Humani Generis* (1950) met erg veel scepticisme over evolutie (§ 36) en vermeldt expliciet dat de mensheid zijn oorsprong heeft in een individu (monogenisme, § 37), dus niet in een populatie. In dezelfde paragraaf wijst hij op de historische realiteit van de erfzonde, hetgeen tevens terug te vinden is in alinea 390 van de *Catechism of the Catholic Church*. Paus Johannes Paulus schreef in 1996 in zijn brief aan de pauselijke academie van wetenschappen (4) dat evolutie "meer is dan een hypothese", maar dat de menselijke geest niet via evolutionaire wegen ontstaan is. De huidige paus onderschreef in 2004, toen hij nog kardinaal was, een document waarin de huidige wetenschappelijke consensus over de oorsprong van de mens uiteengezet wordt (*Communion and Stewardship: Human Persons Created in the Image of God*). Opmerkelijk genoeg wordt hier ook gesproken over een "mensachtige populatie" (§ 63), een opvatting die Paus Pius XII expliciet verworpen heeft. De leer van de Rooms-katholieke kerk is dus zeker niet eenduidig en tevens niet vrij van conflicten met de wetenschap, zoals later verder zal blijken.
TE is tevens een opvatting die door veel niet-religieuzen wordt gepropageerd om religie en wetenschap te verzoenen. Voorbeelden hiervan zijn eminente geleerden als wijlen evolutiebioloog Stephen J. Gould en wetenschapsfilosoof Michael Ruse (5). Blijkbaar zien christenen die in TE geloven (en hun niet-religieuze gedachtegenoten) geen probleem tussen de scheppingsmythe(n) uit het bijbelboek Genesis en evolutie. Dit is een theologische kwestie die niet zonder problemen is. Conservatieve christen hebben hier veelvuldig op gewezen, en ook ik zal dat verderop doen. Ook roept het filosofische problemen op (6).
Deze twee soorten problemen, theologische en filosofische, zullen het hoofdonderwerp van dit artikel vormen. Een opvatting die geen wetenschappelijk probleem oplevert, hoeft immers nog niet waar te zijn. Er zal daarom worden gekeken naar de theologische en filosofische houdbaarheid van TE. Eerst zal worden gekeken naar de vraag of TE inderdaad niet in conflict komt met wetenschappelijke methodologie en bevindingen, zoals zij pretendeert. Ik zal hier de these verdedigen dat evolutie en scheppingsgeloof, in het bijzonder de variant die gebaseerd is op Genesis, niet verenigbaar zijn. Op filosofische en theologische gronden, niet wetenschappelijke, zal ik betogen dat TE niet houdbaar is.
Het moge duidelijk zijn dat hier niet het creationisme dat gelooft in een jonge aarde (slechts een paar duizend jaar oud) en 'zondvloedgeologie'(de geologische kolom is het resultaat van de zondvloed) verdedigd wordt. Dit is *wetenschappelijk* gezien volstrekt onhoudbaar. Dat wil echter niet zeggen dat deze creationisten ook op *theologisch* gebied fout zitten. Een aantal van de hieronder uiteengezette argumenten hebben bovengenoemde creationisten reeds lange tijd gebruikt in discussies met hun liberale geloofsgenoten.
**Geen wetenschappelijke conflicten?**
Wat altijd een gevoelig punt blijft is het ontstaan van de mens. Voor de conservatievere gelovigen is een link van de mens met de dierenwereld ondenkbaar. Ook sommige aanhangers van TE proberen voor de mens toch nog een speciale plaats te reserveren, gescheiden van de dieren. Hiermee begaan ze echter een stap die wetenschappelijk niet te rechtvaardigen is. Ook de mens heeft namelijk vele evolutionaire voorgangers gehad (7), net als de rest van de levende wezens. Er is geen gapend gat tussen de mens en de rest van het dierenrijk; die indruk wordt alleen gewekt doordat alle voorgangers van de mens nu niet meer leven. Hoe meer fossiele voorgangers opgegraven worden, des te meer wetenschappers beseffen dat de mens niet fundamenteel, maar gradueel verschilt van de andere dieren (levend en uitgestorven). Een grens tussen de moderne mens en zijn evolutionaire voorgangers is vaag, arbitrair en wetenschappelijk niet houdbaar (hooguit om conventionele redenen). Misschien wel het meest kenmerkende aspect van de moderne mens, beschaving, is het resultaat van culturele ontwikkeling, niet biologische. Er zijn immers nog steeds volkeren die biologisch niet van ons verschillen, maar toch nog in het stenen tijdperk leven.
Deze scheiding tussen de mens en andere dieren gaat vaak gepaard met een overdreven en onterecht antropocentrisme. De mens wordt de maatstaf waaraan de onvolledigheid van andere dieren wordt afgemeten. Dieren worden verdierlijkt en mensen vermenselijkt om het vermeende gat maar zo groot mogelijk te doen lijken (een overdreven antropomorfisering is overigens evenmin terecht). Mensen zouden de enige wezens zijn met verstand, empathie, een (rijk) emotioneel leven, altruïsme, moraal, cultuur, identiteit, wil en taal. Toch zijn al deze kenmerken in meer of mindere mate ook bij andere dieren aanwezig, vooral bij de mensapen, zoals bijvoorbeeld de boeken van Frans de Waal duidelijk laten zien. Alleen taal vormt hierop nog een mogelijke uitzondering, maar het is nog steeds niet duidelijk of dat komt door een mentaal of een anatomisch onvermogen (strottenhoofd).
Een ander mogelijk conflict tussen TE en de evolutiebiologie wordt gevormd door evolutionaire verklaringen van religie. Over dit onderwerp zijn de afgelopen jaren verscheidene boeken verschenen (8). Een aangrenzend onderzoeksveld is de zoektocht naar de neurologische basis van religieuze ervaringen, een wetenschapstak die eveneens in volle bloei is. Om met beide onderzoeksvelden niet in conflict te komen, zal TE de mogelijkheid van wetenschappelijke verklaringen ook op dit gebied moeten accepteren, ook al zijn deze op dit moment misschien nog niet afdoende voor een algehele verklaring.
In het verdere betoog ga ik ervan uit dat er ook daadwerkelijk geen conflict bestaat tussen wetenschappelijke bevindingen en methodologie enerzijds en TE anderzijds. Wanneer dit wel het geval is - hetgeen toch vaak voorkomt - , dient men TE op wetenschappelijke gronden te verwerpen. Wanneer wetenschappelijke problemen uitgebannen zijn, kunnen we ons volledig richten op de filosofisch en theologische houdbaarheid van TE. Hier liggen mijns inziens de grootste problemen.
**Filosofische problemen**
Als men werkelijk elk conflict met de wetenschap wil vermijden, is men gedwongen om elk bovennatuurlijk ingrijpen in het scheppingsproces achterwege te laten. De vraag rijst hier dan ook waar het *theïstische* aspect van TE op slaat: waarom niet gewoon spreken over (naturalistische) evolutie? Deze denktrant leidt daarmee tot deïsme, de opvatting dat God het universum in werking heeft gezet, maar het daarna op zijn beloop heeft gelaten. Deze deïstische God staat ver af van de persoonlijke God van bijvoorbeeld het christendom, die de mens tot oogappel van Zijn schepping heeft gemaakt.
Een klassiek argument voor het bestaan van God, het teleologische, dat op de doelmatigheid in de natuur wijst die alleen afkomstig kan zijn van de Schepper, komt hiermee tevens te vervallen. Evolutie werkt immers niet met doelen, zij is, naar de vermaarde analogie van Paley, een *blinde* horlogemaker (9). Sommigen proberen Gods scheppende hand nog te behouden door te menen dat de schijnbaar willekeurige mutaties door God gestuurd worden. Buiten het feit dat hier geen enkele evidentie voor is, snijdt het geen hout omdat een gerichte variatie de selectiemechanismen overbodig zou maken, hetgeen duidelijk niet het geval is. Daarnaast kan de vraag gesteld worden of God ook verantwoordelijk is voor de nadelige mutaties (en de daardoor mogelijk veroorzaakte aandoeningen). Kenneth Miller (10) bijvoorbeeld, die overigens het creationisme op uitmuntende wijze bekritiseert, probeert God te laten interveniëren via de kwantummechanica. Dit ingrijpen van God is dan misschien (principieel) onwaarneembaar voor de wetenschap, maar er is geen reden om Gods ingrijpen de voorkeur te geven boven naturalistische waarschijnlijkheid. Tevens laat het de vraag naar het nut van selectie en de verantwoordelijkheid voor nadelige mutaties onbeantwoord.
Zelfs een deïstische god is een onnodige hypothese voor het ontstaan van het universum. Voor zover we nu na kunnen gaan, is de ontstaansgeschiedenis van het universum een naturalistisch proces geweest. Alleen het meest prille begin vormt nog een groot raadsel voor wetenschappers. De 'god-hypothese' is ook hier echter overbodig omdat het geen enkele toegevoegde of verklarende waarde heeft. Wie stelt dat het universum een goddelijk begin moet hebben, blijft zitten met de vraag naar het begin van God. Wie stelt dat God geen begin nodig heeft, zal aannemelijk moeten maken waarom dat wel zou moeten gelden voor het universum, hetgeen nog niemand overtuigend is gelukt. Natuurlijk is het niet *logisch* uitgesloten dat God achter een naturalistisch proces als evolutie zit, maar evenmin is het logisch uitgesloten dat Poseidon achter plaattektoniek zit of Ra achter de kernfusie in de zon. Desondanks doen we geen beroep meer op deze goden als we spreken over aardbevingen of de zon. De zuinigheid aan hypothesen (het scheermes van Ockham) leidt ons daarom in dit geval tot atheïsme (eventuele andere argumenten voor het bestaan van god(en) worden hier buiten beschouwing gelaten).
Het volgende filosofische probleem is dat van de vermeende teleologie, de doelmatigheid in de natuur, met de mens als kroon op de schepping. Evolutie is namelijk een gigantisch langzaam, verspillend, meedogenloos en wreed proces, hetgeen, eufemistisch uitgedrukt, niet het meest elegante scheppingsproces is voor een doelgerichte, almachtige en liefdevolle Schepper. Als het uiteindelijke doel van de schepping de mens is, waarom heeft het ruim 3,5 miljard (3.500.000.000!) jaar geduurd sinds het ontstaan van leven voordat de mens ten tonele is verschenen? Deze vraag is nog verder uit te breiden met de leeftijd van het universum: waar zijn al die 13,7 miljard jaar voor nodig geweest?
Evolutie wordt in het Engels vaak een *tinkerer* genoemd, een prutser of knutselaar. Ze werkt niet op grond van doelmatigheid, maar door constant te kijken of nieuwe ideeën (mutanten) de strijd om het bestaan kunnen overleven (natuurlijke selectie). Doordat veruit het grootste deel van de mutanten niet bijdraagt aan het beoogde doel (de mens), omdat ze selectief neutraal of negatief zijn, is verspilling een noodzakelijk gevolg. Zo'n verspillend proces is lastig te rijmen met een doelgerichte, almachtige en alwetende God.
Voorts is er geen duidelijke progressieve lijn te zien in de evolutie richting mens, de vermeende kroon op de schepping. Evolutie is voor te stellen als een boom met vele vertakkingen, niet een rechte lijn naar de mens. De mens is slechts één van de vele takken in deze boom die (nog) niet uitgestorven is. De ontwikkeling van het leven is tevens vele malen onderbroken door golven van uitsterven (extincties) die soms zulke proporties aannamen dat grote delen van het dieren- en plantenrijk uitstierven (massa-extincties). De grootste massa-extinctie (tot nu toe) is die aan het eind van het Perm (251 miljoen jaar geleden) geweest, waarbij zeer grote delen van het leven omkwamen (11). Onder andere hierdoor hebben vele diersoorten geleefd ver voordat de mens op de aarde verscheen. Wat is het nut geweest van deze dieren, als het einddoel de mens en de natuur om hem heen is? Waartoe hebben de dinosauriërs geleefd, en de trilobieten? Deze hebben niet eens bijgedragen aan de evolutionaire tak naar de mens. Waarom schept God (indirect) complete ecosystemen om ze vervolgens weer te vernietigen? Ook hier is weer sprake van grote verspilling.
Daarnaast kan hierbij de vraag gesteld worden wat er was gebeurd als een astroïde de aarde 65 miljoen jaar geleden niet had geraakt. Waarschijnlijk hadden dan de dinosauriërs de aarde nog steeds gedomineerd en was de primatentak, die uiteindelijk de mens zou produceren, nooit tot bloei gekomen. Hoe is deze contingentie te rijmen met de vermeende voorzienigheid van de Schepper?
Nog lastiger wordt het met het vele lijden dat evolutie met zich meebrengt. Evolutie selecteert voor de best aangepaste, en dat is in veruit de meeste gevallen niet de aardigste. Hierdoor hebben de meest gruwelijke schepselen zich weten te ontwikkelen, die voor veel leed bij hun prooi of gastheer zorgen. Een voorbeeld daarvan is de schroefwormvlieg (Cochliomyia hominivorax), die zijn eitjes legt in wonden of ogen van zoogdieren (inclusief mensen). Wanneer de eitjes uitkomen, vreten de larven het omliggende weefsel aan, waardoor de wond groter wordt. Dit trekt nog meer soortgenoten aan, waardoor steeds meer weefsel wordt aangetast. Deze gruwelijke manier van parasitisme kan uiteindelijk tot een zeer pijnlijke dood lijden. Het hiv-virus, dat aids veroorzaakt, is tevens een groot evolutionair succes, maar zorgt voor onnoemelijk veel menselijk leed. Ook deze organismen zijn het resultaat van evolutie. Leed is niet een vervelende bijkomstigheid van evolutie, het is, net als verspilling, inherent aan het proces. Het is niet moeilijk in te zien dat dit in schril contrast staat met een liefdevolle Schepper. Hoe valt dit te rijmen? Gelovigen werpen dan vaak de ultieme ad-hocverklaring tegen: "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk". Er is echter een veel simpelere en elegantere verklaring: er zijn geen "Gods wegen", er is slechts de onverschillige, meedogenloze en naturalistische kracht van evolutie door natuurlijke selectie.
Concluderend kan gesteld worden dat evolutie niet het proces is waarvan men zou verwachten dat een doelgerichte, almachtige en liefdevolle God het zou gebruiken. Het is een langdurig, verspillend en wreed proces. Hierdoor is een naturalistische verklaring voor de herkomst van de levende natuur logischer dan een goddelijke, ofschoon de laatste uiteraard niet *logisch* uitgesloten is.
Het laatste probleem is dat om religie en wetenschap naast elkaar te kunnen laten gedijen, zoals vereist is voor theïstische evolutie, een radicale boedelscheiding noodzakelijk is. De eerder aangehaalde eminente evolutiebioloog S. J. Gould heeft dit idee verdedigd onder de naam *non-overlapping magisteria* (NOMA) (12), wetenschap en religie zijn twee verschillende, elkaar niet overlappende leergezaggebieden. De wetenschap bestrijkt het empirisch waarneembare (feiten en theorieën), religie de zinvragen en morele kwesties (13).
Om een dergelijke radicale scheiding vol te houden is een schizofrene geest nodig. Zowel historisch (14) als in het dagelijks leven zien we dat wetenschappelijke ontwikkelingen en religie elkaar beïnvloeden. Op persoonlijk vlak is een dergelijke wederzijdse beïnvloeding eveneens aanwezig. Wetenschappelijke ontwikkelingen hebben bijvoorbeeld zeker invloed op kwesties die voorheen volledig in het domein van religie lagen (abortus, euthanasie en seksuele oriëntatie, plaats van de mens in de kosmos, om er slechts een paar te noemen). De grens tussen de magisteria wordt tevens met voeten getreden door religie. Zij heeft in het verleden vele wetenschappelijk toetsbare beweringen gedaan en doet dat in mindere mate nog steeds, zoals in het geval van de zondeval (daarover later meer). In veruit de meeste gevallen hebben religieuze opvattingen dan ook moeten wijken voor voortschrijdend wetenschappelijk inzicht.
Om dergelijke conflicten te voorkomen, verwacht Gould van gelovigen dat ze niet mogen beweren dat God ingrijpt in de natuurlijke orde door middel van wonderen: "Thou shalt not mix the magisteria by claiming that God directly ordains important events in the history of nature by special interference knowable only through revelation and not accessible to science" (15). Gould heeft blijkbaar niet door dat dit *juist* een wezenlijk aspect is van religie: wat zou bijvoorbeeld het christendom zijn als Jezus niet op miraculeuze wijze is opgestaan uit de dood? Gould meent dat de Rooms-katholieke kerk NOMA omhelst, maar vergeet daarbij hoe vaak de kerk zich beroept op wonderen. Aan de grove schending van NOMA, door de zondeval letterlijk te nemen, wijdt Gould slechts een voetnoot. Er is geen sprake van twee gescheiden magisteria, NOMA is een politiek correcte schijnoplossing.
**Theologische problemen**
De grootste problemen met TE zijn misschien nog wel de theologische, zowel doctrinair als exegetisch. Deze zullen hieronder uiteengezet worden
De zondeval
Eén van de centrale christelijke doctrines is die van de zondeval, die wordt beschreven in Genesis 3\. God had Adam en Eva, de eerste twee mensen, verboden om van de "boom van de kennis van goed en kwaad" te eten. Door verleiding van de slang deden ze dit toch en beseften ze dat ze naakt waren. Toen ontstak de toorn van God: de slang moest in het vervolg op zijn buik kruipen, er ontstaat vijandschap tussen man en vrouw, de zwangerschap zal een zware last zijn, de man zal over de vrouw heersen, landbouw zal zwaar worden en de mens is niet meer onsterfelijk. Blijkbaar was dit alles voor de zondeval niet het geval. Het moge duidelijk zijn dat deze mythe niet te rijmen is met hedendaagse wetenschappelijke kennis. Volgens de christenen is door de zondeval de zonde in de wereld gekomen. Om de zondige mens weer te verzoenen met God, is Jezus gestorven aan het kruis.
Wat maakt de aanhanger van TE hiervan? Er zijn immers nooit twee eerste mensen geweest, noch een paradijs met een "boom van de kennis van goed en kwaad". Ook is de mens nooit onsterfelijk geweest. Daarnaast is de schepping niet 'gebroken' op een bepaald moment in de tijd, er is nooit een moment geweest dat alles pais en vree was. De hele zondeval kan dus nooit plaats hebben gevonden. Kan een symbolische uitleg dan misschien redding bieden? Het is allerminst duidelijk hoe die er uit moet zien als alle aspecten van de zondeval puur mythisch blijken te zijn. Daarnaast vatte Paulus, volgens vele historici *de* grondlegger van het christendom, de zondeval heel duidelijk niet symbolisch op:
> *Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd.* (Rom. 5:12) (16)
>
> *Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.* (1 Kor. 15 :21-22)
Het is duidelijk dat Paulus hier geen symbolische interpretatie geeft aan de zondeval. Er staat letterlijk dat de zonde in de wereld is gekomen door *één mens* (Gen. 3:6) , niet de mensheid of een mensachtige, zoals een symbolische uitleg vereist. Tevens maakt hij duidelijk dat door de zondeval de dood in de wereld is gekomen, en in het bijzonder de sterfelijkheid van de mens. Hij koppelt de zondeval ook aan de christelijke doctrine van de verzoening door Christus. Een symbolische uitleg laat dus niet alleen niets heel van de zondeval uit Genesis 3, maar is ook in strijd met de uitleg en betekenis die Paulus er aan geeft.
Opmerkelijk genoeg vermeldt Miller (17) niets over dit zondevalprobleem. Ruse (18) erkent het probleem echter wel en probeert met een oplossing te komen. Als voorwaarde stelt hij dat het Adam en Eva-verhaal metaforisch gezien moet worden, wat op zichzelf al niet zonder problemen is. Hij vervolgt door te stellen dat het evolutionaire mensbeeld, van een zelfzuchtige maar ook altruïstische mens, in wezen overeenkomt met het christelijke mensbeeld, van een zondige maar ook morele mens. Ruse heeft hierbij blijkbaar niet door wat de clou is van de zondeval: de mens *was* goed (is goed geschapen), maar is door een *keuze* zondig *geworden*. Dit is niet te rijmen met het evolutionaire mensbeeld, waarbij zelfzuchtigheid en altruïsme biologische eigenschappen zijn die er door de evolutie in zijn geslepen. De mens is dus nooit 'goed' geweest en zijn zelfzuchtigheid (zondigheid) is al helemaal niet het gevolg van een keuze op een bepaald moment in de tijd. De lamarckiaanse opvatting (overerving van verworven eigenschappen) die het christelijke mensbeeld nodig heeft, is sowieso onverenigbaar met de moderne, darwinistische evolutiebiologie die de evolutietheorie van Lamarck uitgesloten heeft.
Adam was geen metafoor
Een ander argument tegen een symbolische interpretatie van de scheppingsmythe is dat Adam in de rest van de bijbel beschouwd wordt als een historisch persoon, niet als een metafoor voor de mensheid. Dit blijkt onder andere uit de genealogieën die teruggaan op Adam. In Genesis 4-5 worden zijn nakomelingen met leeftijd vermeld. Ook in het eerste hoofdstuk van 1 Kronieken wordt over Adam en zijn nakomelingen gesproken als personen die echt geleefd hebben. Zelfs Jezus wordt in de geslachtslijst van het evangelie volgens Lucas als afstammeling van Adam beschouwd:
> *Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer dertig jaar was. Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef, die de zoon was van Eli, \[…\] zoon van Enos, de zoon van Set, de zoon van Adam, de zoon van God.* (Luc. 3:23-38)
Ook Jezus spreekt volgens het evangelie naar Mattheus over Adam en Eva als historische personen:
> *Hij zei: 'Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?'* (Mat. 19:4)
Hierboven hebben we al gezien dat ook Paulus spreekt over Adam als een historisch persoon. Dit komt het beste naar voren in Romeinen 5:12-19 en 1 Korintiërs 15:21-22, waar hij Adam in verband brengt met de zondeval en *eo ipso* ook met het verlossingswerk van Jezus. Naast deze twee plaatsen spreekt Paulus ook over Adam in Hand. 17: 26, 1 Kor 15:45 en 1 Tim. 2:13-14 (19).
De scheppingsdagen zijn letterlijke dagen
Vele theologen hebben sinds het (relatief) moderne inzicht van een oud heelal geprobeerd de scheppingsmythe uit Genesis te redden door de scheppingsdagen niet op te vatten als letterlijke, 24-uurs dagen, maar als lange perioden, eonen. Ook de aanhanger van TE is gedwongen deze of een andere figuurlijke uitleg te geven, wil hij niet in conflict komen met de astronomie, geologie en biologie. Er zijn echter meerdere argumenten te geven waarom dit exegetisch niet te rechtvaardigen is.
Ten eerste is er de betekenis van het Hebreeuwse woord *jom* (getranslitereerd). Dit wordt vertaald met dag, een woord dat meerdere betekenissen heeft, wat ook geldt voor het Hebreeuwse equivalent. Omdat het naast een 24-uurs periode ook een periode van onbepaalde tijd kan betekenen (20), zijn sommigen ervan overtuigd dat de schrijver van Genesis 1 geen 24 uur, maar een lange periode (i.e. miljoenen of miljarden jaren) bedoeld moet hebben. De betekenis wordt echter (grotendeels) bepaald/beperkt door de context. In het geval van de dagen uit Genesis 1 blijkt dat de schrijver 24-uurs dagen voor ogen had uit het feit dat hij er een ordinaal adjectief aan geeft (eerste dag, tweede dag enz.). Wanneer *jom* als lange periode bedoeld wordt, is dit nooit het geval.
Verder heb ik de opvatting dat jom in Genesis 1 gezien moet worden als een lange periode in geen enkel bijbelcommentaar terug kunnen vinden. Sommige commentaren wijzen het zelfs expliciet af. Gordon Wenham schrijft hierover: "There can be little doubt that here "day" has it basic sense of a 24-hour period" (21). Een andere commentator schrijft: "The interpretation of \[*jom*\] as aeon, a favourite resource of harmonists of science and revelation, is opposed to the plain sense of the passage, and has no warrant in \[Hebrew\] usages" (22). Nog een andere commentator schrijft: "Attempts to make \[the day\] still more flexible, to mean different aeons or stages in the known evolution of the world, and thus reconcile Genesis 1 with modern scientific theory, are misguided" (23).
Voorts wordt elke scheppingsdag afgesloten met de woorden "Het werd avond en het werd morgen. De \[x-e\] dag.". Het feit dat hier gesproken wordt over avond en morgen, laat zien dat de schrijver doelt op een normale dag, zoals iedereen die kent. Sommigen hebben opgemerkt dat het geen normale dag kan zijn omdat de zon, die voor de dag-nachtcyclus zorgt, pas later geschapen is (derde dag). Dit gaat echter niet op omdat de schrijver en zijn volk de zon en maan als *heersers* van dag en nacht zagen, maar het licht en donker bestaan daar onafhankelijk van (24).
Elders in de thora wordt de scheppingsweek gekoppeld aan de 7 x 24 uurs week.
> *Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. \[…\] Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard.* (Ex. 20:8-11)
>
> *Neem de sabbat in acht, want het is voor jullie een heilige dag. Wie hem schendt, moet ter dood gebracht worden; ieder die dan werkt, moet uit de gemeenschap gestoten worden. Zes dagen mag je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die aan de HEER gewijd is. Wie op sabbat werkt, moet ter dood gebracht worden." Generatie na generatie moeten de Israëlieten de sabbat in acht nemen en vieren. Voor mij en hen is die dag een teken van een eeuwigdurend verbond, want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zevende dag heeft hij gerust om op adem te komen.'* (Ex. 31:14-17)
Naast de gruwelijke en onproportionele straf die er staat op het werken op de sabbat, valt in beide passages op dat de schrijver de zeven dagen van de week koppelt aan de zeven dagen van het scheppingsverhaal uit Genesis 1\. Wie de scheppingsdagen wil zien als lange perioden van tijd, zal grote problemen ondervinden bij deze koppeling. Een week is een periode van 7 x 24 uur, zowel in Exodus 20 en 31 als Genesis 1.
Tot slot zijn er in Genesis 1 geen aanwijzingen te vinden die wijzen op symbolisch gebruik. De schrijver had zich niet duidelijker uit kunnen drukken om helder te maken dat hij op dagen van 24 uur doelt. Het verlengen van de dagen tot lange tijdsperioden zal TE evenwel niet kunnen redden omdat de scheppingsvolgorde niet overeenkomt met hedendaagse wetenschappelijke kennis.
En God zag dat het goed was
Een uitdrukking die herhaaldelijk terugkomt in de beschrijving van de scheppingsdagen uit Genesis 1 is "En God zag dat het goed was". Dit is een logische uitdrukking om de schepping van volmaakte schepselen te beschrijven. Het is echter een vreemde uitdrukking om een evolutionair proces te beschrijven. Evolutie is immers constant in beweging, het is nooit 'af', zodat retrospectief nooit gezegd kan worden "dat het goed was".
Conservatieve christenen kunnen zeggen dat het vele lijden in de schepping het gevolg is van de zondeval, maar de aanhanger van TE kan dat niet. De zondeval heeft immers nooit plaatsgevonden. Hieruit volgt dat alle schepselen, waarvan er vele voor veel leed bij andere zorgen, dus tot de oorspronkelijke schepping behoord hebben, die naar Gods eigen zeggen "goed was". Kan een liefdevolle God bijvoorbeeld de eerder genoemde schroefwormvlieg of het hiv-virus scheppen, en ook nog beweren "dat het goed was"?
Ad imaginem Dei
De bijbel leert een heel duidelijk onderscheid tussen mens en dier, hetgeen al begint in de scheppingsmythe uit Genesis 1 (vv. 26-29). De mens wordt op een andere dag dan de dieren geschapen. Hij is zelfs geschapen *ad imaginem Dei*, naar het evenbeeld van God. Hierdoor staat alleen de mens in een geprivilegieerde relatie tot zijn Schepper. God schiep de mens mannelijk en vrouwelijk, om te heersen over de aarde en de rest van de schepselen.
Waar moeten we het evenbeeld van God in de (theïstische) evolutie plaatsen? We hebben al eerder gezien dat een strikt onderscheid tussen mens en dier niet houdbaar is, de mens is immers gradueel ontstaan. Waren onze naaste fossiele verwanten, de Neanderthalers, ook naar Gods evenbeeld geschapen? Of de gemeenschappelijke voorouder van ons en de Neanderthalers, de *Homo heidelbergensis*? De *Homo ergaster/erectus*? De *Homo habilis*? De Australopitheken? Is de chimpansee misschien *een beetje* naar Gods evenbeeld geschapen?
De tweede scheppingsmythe, te vinden in Genesis 2, vertelt de herkomst van de mens anders. Nog voor de planten en de dieren formeerde God de mens (i.e. de man) uit aarde. Als helper voor de mens probeerde God eerst de dieren, maar die voldeden niet. Daarna bouwde Hij uit de rib (of zijde) van de mens de vrouw. Ook hier is weer een duidelijk onderscheid tussen mens en dier aanwezig. God formeerde de mens uit de aarde en de vrouw uit de mens, maar geen van beide formeerde hij uit mensachtigen, laat staan uit dieren.
De ziel
Een vergelijkbaar probleem als het hierboven genoemde is de introductie van de ziel (of geest). Van de mens wordt immers gedacht dat hij na zijn dood zijn lichaam achter zich zal laten om voor eeuwig in de hemel of hel te verblijven. De persoonlijkheid en het bewustzijn van de mens moeten dus gezeteld zijn in een immateriële ziel. Conservatieve christenen zien de mens als een vanaf het begin bezield schepsel. Hoe moet men dit in het licht van TE zien? Op welk punt wordt de ziel geïntroduceerd in de (theïstische) evolutie? Dit moet een volstrekt arbitrair moment geweest zijn, de evolutie van niet-mens naar mens is immers gradueel verlopen. Tevens hebben de moderne neurowetenschappen wel aangetoond dat alle eigenschappen die traditioneel aan de ziel worden toegeschreven (denken, voelen, willen enzovoort) in de hersenen zitten (25). Als het menselijk lichaam, inclusief de hersenen, door evolutie ontstaan is, is een goddelijke toevoeging van de ziel overbodig en onzinnig geworden.
Paus Johannes Paulus II gaat in zijn eerder genoemde brief (26) ook kort in op dit probleem. Hij weerspreekt expliciet dat de "mind" (27) een evolutionaire oorsprong kan hebben, er is sprake van een "ontologisch verschil". Hiermee komt hij in conflict met de evolutiebiologie, die wel degelijk laat zien dat onze "mind" een evolutionaire oorsprong heeft.
Als uitvlucht kan beweerd worden dat de mens niet het enige bezielde wezen is. Dit verplaatst het probleem echter alleen maar. Immers, niet alleen is de grens tussen mens en niet-mens vaag, maar dat geldt ook voor alle andere evolutionaire grenzen. Hebben de voorlopers van de mensapen dan een ziel gehad? De voorlopers van de zoogdieren, of de reptielen, of de vissen of uiteindelijk de bacteriën? En zelfs de bacteriën hebben nog simpelere evolutionaire voorlopers gehad. Weinig mensen zullen beweren dat bacteriën een ziel hebben, laat staan hun voorlopers. Het moment in de evolutie waarop men de ziel introduceert, is dan ook volledig willekeurig en niet te rechtvaardigen.
De zondvloed
De problemen met TE komen niet alleen in Genesis 1 en 2 voor, maar ook daarna. In Genesis 6-9 wordt het verhaal van de zondvloed beschreven. Als TE ook hier niet in strijd wil zijn met de wetenschappelijke consensus, zal ze het verhaal af moeten doen als een mythe, de aarde heeft immers nooit geheel onder water gestaan.
Ook op dit punt hebben sommigen het verhaal proberen te redden door te zeggen dat slechts op een lokale vloed gedoeld werd, niet een globale. Wanneer naar de betreffende tekst zelf gekeken wordt, blijkt dit echter onhoudbaar. In de tekst wordt constant benadrukt dat de vloed een totale en volledig vernietiging is. Hieronder volgen daar enkele voorbeelden van (accentuering BK):
> *'Ik \[God\] heb besloten een einde te maken aan het leven van *alle* mensen, want door hen is de aarde vol onrecht.* (Gen. 6:13)
>
> *Ik laat een grote vloed *over de aarde* komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om *alles onder de hemel* waarin levensadem is te vernietigen; *alles op aarde* zal omkomen.* (Gen. 6:17)
>
> *Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik *alles wat er bestaat* van de aardbodem wegvagen, *alles wat ik heb gemaakt*.'* (Gen. 7:4)
>
> *Het water bleef voortdurend toenemen, *zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan*. Tot vijftien el daarboven reikte het water, *de bergen stonden helemaal onder*. *Alles* wat op aarde leefde kwam om, *alles* wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook *alle* mensen. *Alles* wat op het land leefde en ademde vond de dood. *Alles* wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was. Honderdvijftig dagen lang was *de aarde helemaal met water bedekt*.* (Gen. 7:19-24)
Ofschoon het Hebreeuwse woord *eres* zowel (o.a.) de hele aarde als een (lokaal) stuk grond kan betekenen, blijkt uit de context dat het hier om de gehele aarde gaat. Dit wordt benadrukt door uitdrukkingen als "*alles onder de hemel*" en "*alles wat ik heb gemaakt*". Victor Hamilton: schrijft hier dan ook over "\[…\] the description has al the appearances of a universal condition rather than a local flood." (28). Daarnaast maakt de 'lokale-vloed-ínterpretatie' de kern van het verhaal ongeloofwaardig: waarom zou alleen het lokale stuk land overspoeld moeten worden? Waarom zouden Noach en de dieren überhaupt een schip moeten bouwen als de vloed slechts lokaal is? Ze zouden dan net zo goed naar een naburig stuk land kunnen vluchten, wat zeker geldt voor de vogels.
De 'lokale-vloed-interpretatie' is dus onhoudbaar, de schrijver(s) heeft zich zonder twijfel een globale vloed voorgesteld. Hij had dit niet duidelijker kunnen verwoorden dan hij heeft gedaan. Aangezien deze globale vloed nooit heeft plaatsgevonden, is het dus een typisch voorbeeld van een vloedmythe, zoals er zoveel zijn (29).
Een andere uitweg is de opvatting dat het verhaal symbolisch uitgelegd moet worden. De eerste objectie hiertegen is dat de context daar helemaal geen grond voor geeft, er is niets in de context die op symboliek zou kunnen wijzen. De tweede objectie is dat zowel Jezus, Paulus als Petrus (of degene die onder zijn naam schreef) over de zondvloed spreken als een historische realiteit.
> *Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.* (Mat. 24:37-39)
>
> *En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg*. ( Luc. 17:26-27)
>
> *Door zijn geloof bouwde Noach, toen hem te kennen was gegeven wat er zou gebeuren, nog voordat dit voor iemand zichtbaar was, gehoorzaam een ark om daarmee zijn huisgenoten te redden. Zo veroordeelde hij de wereld en verwierf hij de gerechtigheid die voortkomt uit het geloof.* (Heb. 11:7).
>
> *Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered.* (1 Pet. 3:19-21)
Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen. (2 Pet. 2:5)
De letterlijkheid van de bijbel en andere mythen
Tot slot is er nog de vraag waartoe de symbolische interpretatie van Genesis, waar men volgens TE tot gedwongen wordt, leidt. Wat in de bijbel dient symbolisch gelezen te worden en wat niet? De bijbel zelf geeft daar geen uitsluitsel over. Is Jezus bijvoorbeeld nog wel letterlijk opgestaan uit de dood, of moet dat op een één of andere manier ook symbolisch uitgelegd worden? Door verhalen symbolisch te gaan uitleggen, zonder dat de tekst daartoe aanleiding geeft, zaagt de gelovige de poten onder zijn eigen religieuze stoel vandaan. Wanneer de zogenaamde heilsfeiten beroofd worden van hun historische werkelijkheid, blijft er niets meer dan mythe over.
Daarop volgt de vraag waarom we de ene mythe zouden moeten verkiezen boven de andere. Vooral in het geval van scheppingsmythen is er sprake van een *embarras du choix* (30). Waarom zouden we de voorkeur geven aan de judeo-christelijke boven de honderden andere, als geen van alle meer historische werkelijkheid bevat dan zijn equivalenten uit andere culturen? Persoonlijke voorkeur op grond van emotie, cultuur of onwetendheid kan moeilijk als waarheidscriterium dienen.
**Nawoord**
Sommige aanhangers van TE hebben beweerd dat Genesis zodanig geschreven is dat het in zijn eigen tijd begrijpelijk zou zijn. God heeft het scheppingsverhaal geopenbaard in de taal van die cultuur, menen zij. Ook dit is geen overtuigende tegenwerping omdat het verhaal gemakkelijk zodanig geschreven had kunnen zijn dat het *en* begrijpelijk zou zijn voor zijn tijd *en* geen wetenschappelijke onjuistheden zou bevatten. Het verhaal zou bijvoorbeeld de *juiste* volgorde van schepping (evolutie) aan kunnen houden. Het zou kunnen beschrijven dat mensen uit dieren ontstaan zijn. Het verhaal zou, in plaats van 24-uurs dagen, kunnen spreken over zeer lange perioden. Waarom is Adam niet gebruikt als een metafoor in plaats van een vermeend historisch persoon? Dit zijn slechts enkele suggesties die prima in de cultuur van destijds hadden kunnen worden toegepast, en niet later aan wetenschappelijke falsificatie ten prooi zouden vallen.
Een andere tegenwerping die soms te berde wordt gebracht is dat de scheppings- en zondvloedverhalen uit Genesis niet letterlijk opgevat dienen te worden omdat dat tot allerlei wetenschappelijke of theologische absurditeiten zou leiden, waardoor TE wel het juiste alternatief *moet* zijn. Een veel logischer alternatief wordt hierbij over het hoofd gezien. De schrijver(s) van Genesis wist gewoon niet beter en schreef een verhandeling over hoe hij letterlijk dacht dat de wereld ontstaan was, zonder daarbij ook maar enig benul te hebben dat zijn opvattingen later onjuist zouden blijken te zijn. Genesis is ook in dit opzicht gewoon een scheppingsmythe, geschreven in een tijd met een primitief wereldbeeld. Men moet de verhalen lezen in de context van hun eigen tijd, en niet vanuit het huidige wetenschappelijke wereldbeeld triomfantelijk verkondigen dat het natuurlijk niet letterlijk waar kan zijn. Dit is dan ook op geen enkele manier een argument om een symbolische interpretatie (TE) te prefereren boven een letterlijke.
Tot slot nog een korte opmerking op het *argumentum ad populum* dat soms aangevoerd wordt ter verdediging van TE: veel christenen hebben geen probleem met evolutie, dus is er geen probleem. Het zou overbodig moeten zijn om te zeggen dat de waarheid van een stelling niet afhangt van het aantal mensen dat haar onderschrijft, maar van de kracht van de argumenten die haar schraagt.
Uit al het bovenstaande volgt dat de gelovige, en de christen in het bijzonder, voor een dilemma staat. De ene optie is dat hij zijn religie, inclusief het heilige boek, serieus neemt, maar dat leidt tot conflicten met de wetenschap. De andere optie is dat hij elk conflict met de wetenschap wil vermijden, maar dat reduceert het scheppingsverhaal tot een mythe en leidt tot deïsme of atheïsme. Conservatieve gelovigen kiezen vaak voor de eerste optie, met *wetenschappelijke onhoudbaarheid* tot gevolg. Theïstische evolutie is gedwongen te kiezen voor de laatste optie, met *filosofische* en *theologische onhoudbaarheid* tot gevolg.
Mijns inziens is de enige houdbare optie naturalistische evolutie, evolutie zonder enig goddelijk ingrijpen, *a-theïstisch*. De scheppingsverhalen, ook die uit Genesis, zijn niet meer dan mythen. Ze zijn geschreven door en voor primitieve (31) mensen, ter verklaring van hun eigen herkomst en het functioneren van de wereld. Dit neemt uiteraard niet weg dat ze grote literaire waarde hebben. Laten we de oorspronkelijk betekenis proberen te behouden in plaats van ze met allerlei kunstgrepen aan ons moderne wetenschappelijke wereldbeeld te conformeren.
**Noten**
1) "[The Creation/Evolution Continuum](http://www.ncseweb.org/resources/articles/9213%5Fthe%5Fcreationevolution%5Fcontinu%5F12%5F7%5F2000.asp?ref=deatheist.nl)" van E.C. Scott, 2000.
2) Zie [The Catholic Encyclopedia](http://www.newadvent.org/cathen/index.html?ref=deatheist.nl)
3) Ibid., lemma "Evolution, Catholics and"
4) John Paul II, 1997, Message to the Pontifical Academy of Sciences, *Quarterly Review of Biology* 72:381-83.
5) Zie respectievelijk de boeken "Rocks of Ages" (Ballantine Publishing Group, 1999) en "Can a Darwinian be a Christian" (CUP, 2001).
6) Ik zal hier niet de onverenigbaarheid van wetenschap en religie in het algemeen verdedigen. Dit is recentelijk onder andere gedaan door Herman Philipse in zijn bundel "Atheïstisch manifest en De Onredelijkheid van Religie" (Bert Bakker, 2004). Hier zal louter worden betoogd dat TE onhoudbaar is.
7) Zie voor een vrij recent overzicht "Principles of Human Evolution" van Roger Lewin en Robert Foley (Blackwell Publishing, 2003).
8) Zie o.a. "Darwin's Cathedral: Evolution, Religion, and the Nature of Society" van D.S. Wilson (University Of Chicago Press, 2003), "Religion Explained: The Evolutionary Origins of Religious Thought" van P. Boyer (Basic Books, 2002) en recentelijk "Breaking the Spell: Religion as a Natural Phenomenon" van D.C. Dennett (Viking Adult, 2006).
9) Zie voor een verdere uitwerking hiervan "The Blind Watchmaker" van Richard Dawkins (W. W. Norton & Company, 1986).
10) Zie zijn "Finding Darwin's God" (Harper Collins, 1999).
11) Rohde, R.A., Muller, R.A., 2005, Cycles in fossil diversity, *Nature* 434: 208-210.
12) Gould, op. cit.
13) De vraag of religie überhaupt wel iets zinnig te zeggen heeft op dit gebied laat ik hier verder buiten beschouwing.
14) Zie voor de beïnvloeding in het geval van de geologie en evolutiebiologie "Evolution, the history of an idea" van P.J. Bowler (University of California Press, 1989).
15) Gould, op. cit.
16) Alle aangehaalde bijbelpassages komen uit de Nieuwe Bijbelvertaling
17) Miller, op. cit.
18) Ruse, op. cit.
19 Hierbij moet wel vermeld worden dat 1 Tim. door velen wordt beschouwd als niet-authentiek. De andere passages komen echter wel uit brieven die over het algemeen als authentiek beschouwd worden (zie "The New Testament" van B.D. Ehrman (OUP, 2003)).
20) Er zijn nog meerdere betekenissen, maar die zijn hier irrelevant.
21) G.J. Wenham, Genesis 1-15 (volume 1) in *Word Biblical Commentary* (Word books, 1987).
22) Skinner, J., Genesis in *The International Critical Commentary* (T. & T. Clark, 1912).
23) Davidson, R., Genesis 1-11 in *The Cambridge Bible Commentary* (CUP, 1973).
24) Skinner, op. cit.
25) Zie voor een modern overzicht van de werking en structuur van de hersenen "Neurowetenschappen, een overzicht" van B. van Cranenburgh (Elzevier gezondheidszorg, 1998).
26) John Paul II, op. cit.
27) Een vaag begrip, dat volgens de meeste Engelstalige woordenboeken iets betekent als vermogen om te denken/redeneren. De "Oxford Advanced Learner's Dictionary of Current English" (OUP, 2000) geeft als (hier relevante) definitie: "1) ability to think, the part of a person that makes them able to be aware of things, to think and to feel 2) your ability to think and reason".
28) Hamilton, V.P. The Book of Genesis, chapters 1-17, in *The New International Commentary on the Old Testament*, Wm. B. Eerdmans Publishing Co. 1990.
29) Voor een aardig overzicht zie "[Flood Stories from Around the World](http://www.talkorigins.org/faqs/flood-myths.html?ref=deatheist.nl)" van Mark Isaak.
30) Wie daaraan twijfelt moet een encyclopedie over (scheppings)mythen raadplegen.
31) Niet als waardeoordeel, maar in de zin van prewetenschappelijk.
### Recensie van Richard Dawkins' "God Als Misvatting"
URL: https://www.deatheist.nl/recensie-van-richard-dawkins-god-als-misvatting/
Last updated: 2006-11-13T00:00:00.000Z
The God Delusion is het nieuwste boek van de wereldberoemde evolutiebioloog en atheïst Richard Dawkins (1941). Deze schrijver kreeg bekendheid met het inmiddels dertig jaar oude boek *The Selfish Gene* (Ned. vert. *Onze zelfzuchtige genen*), waarin hij het gen als eenheid van selectie postuleerde. Buiten wetenschappelijke kringen is hij voornamelijk bekend geworden vanwege zijn uitgesproken atheïsme. In zijn eerdere boeken schreef hij voornamelijk over evolutiebiologie, zijn eigen vakgebied. In zijn laatste boek richt hij zijn pijlen op religie, en wel op niet mis te verstane wijze. *The God Delusion* is al enige tijd uit en in de VS en het Verenigd Koninkrijk een bestseller geworden. Eind november komt de Nederlandse vertaling uit onder de titel *God Als Misvatting* bij Nieuw Amsterdam Uitgevers.
Dawkins begint met uiteen te zetten wat hij aanvalt. Niet de God van Einstein of Hawking, die God louter als metafoor gebruikten en zeker geen theïsten waren/zijn. De schrijver richt zijn pijlen op de theïst: "Een theïst gelooft in een bovennatuurlijk wezen dat na zich te hebben gekweten van zijn voornaamste taak - de schepping van het universum - nog altijd present is om toe te zien op het lot van zijn schepping en er invloed op uit te oefenen."
In het eerste hoofdstuk van zijn boek stelt Dawkins tevens de immens populaire opvatting aan de kaak dat je vanzelfsprekend respect moet hebben voor iemands geloof. Waarom is respect voor iemands geloofsovertuigingen vanzelfsprekend, hoe apert onwaar of verwerpelijk ze ook zijn? Waarom mag je wel iemands politieke of ethische opvattingen bekritiseren, maar zijn religieuze niet? Blijkbaar verdient een geloofsovertuiging meer respect dan welke andere overtuiging ook, simpelweg omdat het *geloof* is. Zelfs in de rechtspraak genieten religieuze opvattingen meer 'respect'. Dawkins haalt het voorbeeld aan waarbij het Amerikaanse Hooggerechtshof het gebruik van een illegale drugs toestaat, omdat het volgens aanhangers van een bepaalde religieuze groepering nodig is om God te begrijpen. Hij sluit het hoofdstuk af met: "Het is in het licht van de ongeëvenaarde arrogantie waarmee eerbied voor godsdienst wordt geëist, dat ik mijn disclaimer voor dit boek formuleer. Ik zal niet alles op alles zetten om mensen te beledigen, maar ik zal evenmin welke religie dan ook met fluwelen handschoenen aanpakken of het geloof milder benaderen dan ik andere zaken benader."
In het tweede hoofdstuk zet Dawkins uiteen waarom hij God beschouwt als een wetenschappelijke hypothese, een hypothese die het aflegt tegen de hypothese dat we in een goddeloos universum leven. Dit doet hij niet omdat de ene hypothese absoluut te bewijzen is of de andere absoluut te weerleggen is, maar door te kijken naar de *waarschijnlijkheid*. Een verwijt dat vaak gemaakt wordt jegens zowel de theïst en de atheïst, dat ze beiden het bestaan van God respectievelijk niet kunnen bewijzen noch weerleggen, wordt daarmee ontzenuwd. De agnosticus, die bovenstaand verwijt meestal maakt en daarmee denkt zelf de meest redelijke positie in te nemen, gaat voorbij aan dit punt van waarschijnlijkheid. Het bestaan van veel entiteiten is noch te bewijzen noch te weerleggen, maar dat wil echter niet zeggen dat het bestaan en niet-bestaan daarom ook even waarschijnlijk is. Wie kan bewijzen dat tandenfeeën, Moeder de Gans en het Vliegende Spaghettimonster niet bestaan? Ondanks de afwezigheid van absolute weerlegging is niemand agnostisch ten aanzien van deze wezens, we zijn allemaal atheïsten omdat we denken dat het niet-bestaan veel waarschijnlijker is dan het bestaan. Dawkins beargumenteert waarom God ook tot het bovenstaande rijtje behoort.
Ook de politiek correcte opvatting dat wetenschap en religie twee niet-overlappende expertisevelden (*non-overlapping magisteria*, *NOMA*) bestrijken, wordt in het tweede hoofdstuk flink van kritiek voorzien. Volgens NOMA bestrijkt de wetenschap het empirisch waarneembare (feiten en theorieën) en religie de zinvragen en morele kwesties. Deze these is verdedigd door eminente geleerden als (agnosticus) Stephen J. Gould en (atheïst) Michael Ruse, maar volgens Dawkins niet houdbaar. Hij vraag zich af waarom we juist bij theologen te rade moeten gaan voor antwoorden op de grote vragen: "Waarom niet de tuinman of de kok?" Wat voor expertise hebben theologen wel en anderen niet dat we juist naar hen moeten stappen? Evenzo vraagt Dawkins zich af waarom we voor moraal bij religie moeten zijn: "Het feit dat religie verder niets anders heeft bij te dragen tot de wijsheid van het mensdom is geen reden om godsdienst dan maar carte blanche te geven om ons voor te schrijven hoe we ons hebben te gedragen." Tot slot wijst Dawkins erop dat religie wel degelijk uitspraken doet, en ook moet doen, over het 'magisterium van de wetenschap', waarmee ze NOMA eigenhandig ten grave draagt.
In het derde hoofdstuk gaat Dawkins in op de argumenten voor het bestaan van God, van de vermeende bewijzen van de beroemde theoloog Thomas van Aquino tot de gok van de grote wiskundige Blaise Pascal. Dawkins laat achtereenvolgens zien waarom geen van deze argumenten steekhoudend zijn. Het laatste argument dat hij bekritiseert, is het argument dat gebruikmaakt van het theorema van Bayes. Hiermee wordt geprobeerd een getal te plakken op de waarschijnlijkheid van het bestaan van God, hetgeen Dawkins komisch noemt. Hij vindt het argument zo zwak, dat hij schrijft geaarzeld te hebben om het te bespreken. Veruit de meeste aandacht geeft Dawkins aan het teleologische argument, dat de complexiteit en doelmatigheid in de natuur ten tonele voert.
Dawkins wijst erop dat God als verklaring van de complexiteit en doelmatigheid een non-verklaring is. Door een complexe God te postuleren ter verklaring van de complexiteit van de natuur, rijst logischerwijs de vraag wie God schiep, hetgeen uitmondt in een oneindige regressie, zonder dat er ook maar iets verklaard wordt. Een veel eleganter en bevredigender alternatief is volgens Dawkins evolutie door natuurlijke selectie. Dit is Dawkins' eigen vakgebied en het onderwerp geweest van meerdere boeken, waaronder *The Blind Watchmaker* (Ned. vert.: *De blinde horlogemaker*) en *Climbing Mount Improbable* (Ned. vert.: *Het toppunt van onwaarschijnlijkheid*). Evolutie door natuurlijke selectie is het proces waarbij blinde natuurwetten door de kracht van cumulatieve selectie voor complexe en ogenschijnlijk doelbewuste producten kunnen zorgen.
Op grond van het falen van de argumenten voor het bestaan van God en de kracht van de naturalistische verklaring voor het universum, komt Dawkins in hoofdstuk vier tot de conclusie dat er vrijwel zeker geen God bestaat. Dit "vrijwel zeker" slaat op de *open mind* die hij behoort te behouden als wetenschapper: mocht er ooit deugdelijk bewijs komen dat God wél bestaat, zal ook hij zijn overtuiging moeten herzien. Tot die tijd is atheïsme de enige houdbare positie.
Dat Dawkins een wetenschapper is, en geen filosoof, blijkt onder andere uit het feit dat hij geen of weinig aandacht besteedt aan andere argumenten tegen het bestaan van God. Hij zou bijvoorbeeld uitvoeriger kunnen wijzen op de logische inconsistentie van de eigenschappen van God. Een ander interessant argument is het probleem van het waarheidscriterium: hoe te bepalen wat werkelijk door God geopenbaard is als verschillende gelovigen tegenstrijdige opvattingen huldigen? Ook gaat hij mijns inziens te weinig in op het feit dat de godsconceptie aan verandering onderhevig is en aangepast wordt aan de cultuur, een sterk argument dat de mens God heeft geschapen, en niet andersom. Tot slot had hij er nog op kunnen wijzen dat als de geest niet los kan bestaan van de hersenen, zoals de moderne neurowetenschappen hebben aangetoond, ook de Ultieme Geest, God zelf, niet zonder een immens brein kan bestaan.
In hoofdstuk vijf komt een vraag aan de orde die elke atheïst zichzelf stelt: als goden niet bestaan, hoe moeten we dan verklaren dat toch zovelen geloven? Het aantal verklaringen dat hiervoor gegeven is in de loop der tijd is enorm. Dawkins denkt dat religie een toevallig bijproduct is van de nuttige eigenschap die kinderen hebben om alles te geloven wat hun ouders en andere autoriteiten het vertellen. Hij pleit voor een memetische verklaring voor de verschillende religies. Memetica is een vrij recent verklaringsmodel voor de ontwikkeling van culturele fenomenen. Het komt van het woord *meme*, dat Dawkins zelf bedacht heeft in *The Selfish Gene*, de culturele equivalent van het gen. De religies die de beste eigenschappen hebben voor proliferatie zullen in de loop der tijd prevaleren
Hoofdstuk zes en zeven gaan over moraal. Moeten we ons daarvoor richten tot religie? Is zonder God niet alles geoorloofd? Dawkins' antwoord is uiteraard een duidelijk *nee*. Moraal heeft een goede evolutionaire verklaring en hoeft zeker niet geworteld te zijn in religie. Dit doet hij onder andere door te verwijzen naar de vele moreel verwerpelijke passages uit 'heilige' geschriften. Zijn punt is niet alleen dat een God die met een dergelijke moraal komt een gruwel is, maar dat veruit de meeste gelovigen er zelf niet (meer) naar handelen. Niemand (althans, in de beschaafde wereld) stenigt nog godslasteraars en meisjes die niet bloeden in de huwelijksnacht. Blijkbaar zijn gelovigen zelf in staat om te bepalen wat goede regels zijn om na te leven en welke niet, hetgeen betekent dat moraal onafhankelijk is van religie.
Men zou zich af kunnen vragen waarom Dawkins zo fel ageert tegen religie. Wat mankeert er aan geloven? Vanwaar dat vijandige? Hier gaat hij uitgebreid op in in de hoofdstukken acht en negen. Hij laat onder andere zien welke negatieve gevolgen religie kan hebben op de wetenschap, op andersdenkenden, op homoseksuelen en op familierelaties. Hij gebruikt vele voorbeelden om dit te illustreren, maar deze voorbeelden hebben vooral betrekking op de VS en in mindere mate Engeland. Het is huiveringwekkend om te zien dat het machtigste land ter wereld een groot en invloedrijk bolwerk van fundamentalistische christenen bevat. Desondanks spelen de meeste voorbeelden die hij aanhaalt (gelukkig) niet of nauwelijks in Nederland. De gematigde positie, die over het algemeen zo kenmerkend is voor Nederland, komt er echter niet kritiekloos vanaf. Volgens Dawkins werkt religie, hoe gematigd ook, fanatisme in de hand omdat het in wezen leert heilig en kritiekloos in iets te geloven zonder dat daar goede bewijzen of argumenten voor zijn.
Extra aandacht geeft hij aan religie en kinderen, waaraan hoofdstuk negen gewijd is. Ook hier weer illustreert hij aan de hand van voorbeelden wat religie met kinderen kan doen. Vooral in de VS zijn grote groepen erop gebrand kinderen zo vroeg mogelijk te indoctrineren, waarbij soms zelfs methoden worden gebruikt die kinderen nachtmerries bezorgen. Hij beschouwt deze indoctrinatie als een vorm van mentale kindermishandeling omdat de geestelijke vrijheid van het kind ernstig in het gedrang komt.
Een punt waarvoor Dawkins extra aandacht wil, is het labelen van kinderen met de religie van hun ouders: er bestaat niet zoiets als een katholiek meisje of een joods jongetje. Kinderen zijn te jong om over deze zaken hun positie te bepalen, net zo min als dat ze hun positie kunnen bepalen ten aanzien van economie of politiek. Dawkins schrijft: "Volgens mij zouden we ook allemaal spontaan een rilling moeten voelen wanneer we horen dat een klein kind wordt bestempeld als behorend tot een of andere godsdienst. \[…\] Alleen al het horen van termen als 'christelijk kind' of 'moslimkind' zou ons in de oren moeten klinken als het krassen van een vingernagel op een schoolbord."
Het laatste hoofdstuk gaat over het grote misverstand dat mensen die zonder God leven wel een grote leemte in hun leven moeten ervaren. Waar moet je bijvoorbeeld inspiratie en troost vandaan halen zonder God? Dawkins beargumenteert dat we ook hier God niet voor nodig hebben. Wetenschap, filosofie en humaniteit kunnen ons op *realistische* wijze vervullen met inspiratie, verwondering, troost en betekenis. "Een echt volwassen kijk op het leven \[…\] is dat het leven zo betekenisvol, zo gevuld en zo mooi is als we het zelf maken. En we kunnen het leven verdraaid mooi maken."
*God Als Misvatting* is een sterk en mooi boek, geschreven door een auteur die vol passie zijn opvattingen verdedigt. Ook bevat het boek een aantal gegevens waarvan ik nog niet op de hoogte was. "Als dit boek teweegbrengt wat ik hoop, dan zullen gelovige lezers die het openen atheïsten zijn als ze het weer neerleggen." schrijft Dawkins in zijn voorwoord, maar ook zelf wel inziend dat dit veel te optimistisch is. De echte fanatiekelingen zijn niet voor de rede vatbaar en zullen het boek waarschijnlijk niet eens openslaan (of open durven te slaan). Hij richt zich dan ook voornamelijk tot de vrije geesten die wél open staan voor andermans argumenten.
Door de vertaling is het boek het tweede recente boek in het Nederlands ter verdediging van het atheïsme. Ofschoon de bundel *Atheïstisch Manifest & De onredelijkheid van religie* van filosoof Herman Philipse filosofisch gezien geraffineerder in elkaar zit, vrees ik dat het minder indruk heeft gemaakt op de gemiddelde gelovige dan Dawkins' nieuwste boek kan bewerkstelligen. Dawkins betoog is persoonlijker, breder en toegankelijker voor leken op filosofisch gebied, maar is filosofisch minder diepgaand.
Tot slot nog een opmerking over de vertaling. Ik vind het jammer dat *The God Delusion* vertaald is als *God Als Misvatting*. Deze milde vertaling, zoals de vertaler het noemt, doet afbreuk aan de provocerende titel die Dawkins bewust gebruikt heeft. Een betere vertaling zou *God Als Waan* zijn geweest, omdat het woord "waan" precies omschrijft hoe Dawkins geloof beschouwt: een onjuiste, ongegronde mening omtrent iets, datgene waarvan men ten onrechte meent dat het waar of werkelijk is (Grote Van Dale). Of de oorspronkelijke titel een handige keus van Dawkins is geweest betwijfel ik. Het zal mensen, en vooral de gelovigen onder hen, eerder afschrikken dan motiveren het boek op te pakken. Ondanks de onjuist vertaalde titel is de Nederlandse vertaling aan te bevelen. Het maakt het boek toegankelijker, zeker voor lezers die niet al te bekend zijn met de Engelse taal (die Dawkins overigens prachtig schrijft en spreekt). Tevens is een Nederlandstalig boek gemakkelijker aan te bevelen aan vrienden, familie of belangstellenden.
Scherp, helder en passioneel als altijd laat Dawkins zonder ingewikkelde filosofische argumentaties zien dat goden hoogstwaarschijnlijk niet bestaan en dat we ook prima zonder kunnen. Het ideale kerstcadeau!
### De evolutiebioloog als detective
URL: https://www.deatheist.nl/de-evolutiebioloog-als-detective/
Last updated: 2026-08-21T13:37:49.000Z
Het artikel "De evolutiebioloog als detective" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/EvoDetective.pdf) te downloaden.
### Bekende atheïstische drogredenen?
URL: https://www.deatheist.nl/bekende-atheistische-drogredenen/
Last updated: 2006-07-21T00:00:00.000Z
De christelijke apologeet Willem Ouweneel meent dat er een aantal "atheïstische drogredenen" zijn, die hij bespreekt in de tweede appendix van zijn boek "De God die is, waarom ik geen atheïst ben". Nog zonder naar de verdere inhoud gekeken te hebben, viel mij al op hoe suggestief de titel is. De indruk wordt namelijk gewekt dat er zoiets bestaat als "atheïstische drogredenen". Bestaan er dan ook christelijke drogredenen, islamitische of hindoeïstische? Natuurlijk niet, er bestaan drogredenen, en die worden door allerlei mensen gebruikt, gelovig of niet. Veel van zijn voorbeelden kunnen mutatis mutandis ook door theïsten gebruikt worden, hetgeen ook vaak genoeg gebeurt. Op mijn site heb ik ook het een en ander over drogredenen geschreven en daarbij voorbeelden gebruikt die ik in discussie met theïsten ben tegengekomen. Ik spreek daarbij echter niet van 'theïstische drogeredenen'.
Uiteraard dienen drogredenen, vanwege hun ongeldige aard, altijd vermeden te worden en dient degene die er gebruik van maakt daarop gewezen te worden. Ik denk dat veruit het grootste deel van de drogredenen voortkomt uit onwetendheid en onkunde, niet uit het bewust proberen te misleiden van de opponent of het publiek.
Ik wil hier alleen laten zien dat Ouweneels lijstje van "atheïstische drogredenen" niet typisch atheïstisch drogredenen zijn en net zo goed door theïsten gebruikt worden (meestal onbewust). Soms zal ik de door hem gebruikte voorbeelden gebruiken om de onjuistheid of ongenuanceerdheid van zijn "atheïstische drogredenen" te laten zien. Ik ga echter verder niet uitgebreid in op de eventuele (on)waarheid van zijn voorbeelden.
**Het valse dilemma**
Ouweneel geeft hier als voorbeeld van dat iemand óf in de natuurwetenschap moet geloven, óf in het christendom. Hij noemt dit "slechts een debatteertruc" en stelt dat men "natuurlijk" in beide kan geloven.
Of het vermeende valse dilemma werkelijk een drogreden is, hangt af van de context waarin het gebruikt wordt. Er is in dit voorbeeld echter geen sprake van een drogreden, maar van een stelling, die niet "natuurlijk" ten gunste van zijn positie (dat geloof en wetenschap wél te verenigen zijn) uitvalt. Deze stelling kan vervolgens weer onderbouwd worden, uiteraard met geldige argument. De opvatting dat geloof en wetenschap wel of niet verenigbaar zijn, is een verdedigbare stelling, geen drogreden.
**Argumentum ad ignorantiam**
Dit is wél een (klassiek) voorbeeld van een drogreden. Een stelling is immers niet juist of onjuist puur en alleen doordat de opponent het tegendeel niet kan bewijzen. Ouweneel geeft als voorbeeld: "We kunnen niet bewijzen dat God bestaat, dus bestaat Hij niet." De ongeldigheid van deze redenering is zo evident, dat ik me moeilijk kan voorstellen dat hij haar ooit uit de mond van een atheïst heeft horen komen. Ik heb het in ieder geval nog nooit meegemaakt. Dat het hier gaat om een "atheïstische drogreden" is kul, daar het met een kleine wijziging een 'christelijke drogreden' zou kunnen worden ("We kunnen niet bewijzen dat God niet bestaat, dus bestaat Hij."). Een dergelijke redenering is niet "atheïstisch", ze is gewoon ongeldig, ongeacht wie haar gebruikt.
Ofschoon het voorbeeld dat Ouweneel aandraagt simpel is, en daardoor ook makkelijk te ontmaskeren, worden subtielere versies van deze drogreden juist veel door christenen gebruikt. Het hele idee van Intelligent Design komt namelijk hierop neer: evolutiebiologen kunnen voor systeem X (het oog, het bloedstollingsysteem enz.) geen naturalistische verklaring geven, *dus* moet het wel ontworpen zijn door de Ontwerper. Ook hierbij wordt uit (vermeende) onwetendheid een bepaalde conclusie getrokken, en dus gebruik gemaakt van een argumentum ad ignorantiam.
**Het hellende vlak**
Bij dit type drogreden wordt een stelling doorgetrokken tot haar gesuggereerde extreme en absurde consequenties, om daarmee de stelling zelf ongeloofwaardig te maken. Als voorbeeld hiervan noemt Ouweneel: "Als je op christelijke partijen stemt, zullen die, als ze eenmaal de meerderheid vormen, christelijke wetten maken en mensen in de gevangenis stoppen die bijvoorbeeld overspel of godslastering plegen".
Dit is alleen een drogreden als de gesuggereerde extreme consequenties ook niet daadwerkelijk doorgetrokken kunnen worden uit de stelling zelf. Ik zal dit illustreren met het voorbeeld dat Ouweneel zelf aandraagt. Als er in dit land een christelijke regering zou komen (CDA, Christenunie en SGP), heeft dit waarschijnlijk behoorlijke consequenties voor de wetgeving. Zo was het CDA altijd tegen het homohuwelijk, maar is de partij en tijd geleden met haar coalitiegenoten meegegaan in de invoering. Onze minister president heeft echter onlangs nog [publiekelijk toegegeven](http://www.coc.nl/dopage.pl?thema=buitenland&pagina=viewartikel&artikel%5Fid=883&ref=deatheist.nl) dat hij het hier niet mee eens is geweest. De Christenunie en de SGP zijn nog steeds tegen het homohuwelijk en discrimineren hiermee op grond van seksuele geaardheid. Dit is zowel in strijd is met de Nederlandse grondwet als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Nu zwijg ik nog over zaken als abortus, euthanasie, scheiding van kerk en staat en het bijzonder onderwijs.
De SGP wil zelfs nog een stap verder gaan en van Nederland een theocratie maken, volledig in lijn met de richtlijnen uit de bijbel. Ze staan ook voor de handhaving van [Artikel 36 uit de Nederlandse geloofsbelijdenis](http://www.theologienet.nl/nederlandse%5Fgeloofsbelijdenis.htm?ref=deatheist.nl#36), waarin onder andere letterlijk staat dat het de taak van de overheid is "om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst". Dit betekent dus inderdaad niet veel goeds voor alle niet-christenen!
Gelukkig is zelfs de SGP niet zo bijbelgetrouw dat ze achter alle bijbelse wetten staat. Dit zou immers betekenen dat overspelers en godslasteraars zelfs gedood moeten worden (zie resp. Lev. 20:10 en Lev. 24:16). Hetzelfde geldt voor homoseksuelen (Lev. 20:13), meisjes die niet bloeden op de huwelijksnacht (Deut. 22:20-21), iemand die hout sprokkelt op de Sabbat (Num. 15:32-36) en nog vele andere gevallen. Jezus is niet gekomen om deze wetten af te schaffen, maar wijst er op dat ze nagevolgd moeten worden tot het eind der hemel en aarde (Mat. 5:17-19).
Ironisch genoeg illustreert Ouweneels voorbeeld dus juist een mooi geval waartoe christelijke macht zou kunnen leiden, er vanuit gaande dat christenen willen leven volgens de door God geïnspireerde bijbel. Er is in dit geval dus geen sprake van een hellend vlak, maar van een mogelijke realiteit. Als christenen ooit aan de macht zullen komen in dit land, zal dat in het mildste geval discriminatoire wetten tot gevolg hebben, in het ergste geval een massaslachting (als alle bijbelse wetten worden geïmplementeerd). Gelukkig is de kans op een christelijke regering erg klein en zien de meeste christenen ook wel in dat vele bijbelse wetten verwerpelijk zijn.
**Beroep op consequenties**
Als voorbeeld draagt Ouweneel hier aan: "Het leven heeft geen zin of doel, dus bestaat God niet.".
Ook dit hoeft geen drogereden te zijn. Als immers *zonder te vooronderstellen dat God niet bestaat* aannemelijk gemaakt kan worden dat het leven geen zin of doel heeft, en dat er dáárom geen Doelgever is, is dat een geldige redenering. Als echter *vanuit* de vooronderstelling dat God niet bestaat beweerd wordt dat het leven geen zin of doel heeft, en God daarom niet bestaat, is er uiteraard wel sprake van een drogreden. Deze cirkelredenering is echter zo evident, dat ik me moeilijk kan voorstellen dat deze gebruikt wordt door atheïsten.
Een veel beter voorbeeld van een *argumentum ad consequentiam* wordt juist veel door (evangelische) christenen gebezigd: "Persoon X was eerst een crimineel/verslaafde/prostituee, maar heeft zich bekeerd tot het christendom en is nu een goed mens. Daarom bestaat God". Dit is een drogreden omdat het (positieve) gevolg (in dit geval van de bekering) geen argument is voor de waarheid van de propositie (in dit geval het bestaan van God).
**Argumentum ad populum**
Deze drogreden houdt in dat een stelling waar is omdat ze velen geloven dat ze waar is. Als voorbeeld geeft Ouweneel "Vijfennegentig procent van de wetenschappers gelooft in de evolutieleer, dus moet die wel waar zijn".
Deze drogreden verdient toch enige nuance, zeker in het geval van het aangedragen voorbeeld. Als degenen die aangedragen worden ter staving van de stelling *experts zijn op het betreffende gebied*, geeft dat zeker wel krediet aan die stelling. *Juist* deze experts zijn namelijk competent om de betreffende stelling op juistheid te beoordelen. Als dus in het geval van Ouweneels voorbeeld 95% procent *van de evolutiebiologen*, die geschoold zijn in de materie, er dagelijks mee bezig zijn en er wetenschappelijk onderzoek naar doen, meent dat de evolutieleer waar is, zegt dat meer dan als bijvoorbeeld 95% van alle wetenschappers (inclusief taalkundigen, technisch ingenieurs en anderen uit irrelevante vakgebieden) dat zegt. Dit zelfde principe wordt ook in de rechtspraak gebruikt: de visie van een expert (of nog beter: meerdere experts) is meer waard dan die van een willekeurig persoon.
Uiteraard is het belangrijkste hierbij *op welke grond* de betreffende groep mensen wel of niet gelooft in de stelling. In het geval van wetenschappelijke stellingen gaat het altijd om de kracht van het bewijsmateriaal. Op grond van dit bewijsmateriaal erkennen evolutiebiologen wereldwijd zo goed als unaniem dat evolutie een feit is en dat de moderne evolutietheorie daarvoor de beste verklaring biedt.
Is het feit dat zovelen gelovig zijn dan geen bewijs dat god(en) wel moet(en) bestaan? Nee, en wel vanwege een aantal redenen. Er is niet sprake van één geloof: de vele religies die de wereld kent (en heeft gekend!) verschillen hemelsbreed van elkaar en zijn vaak onderling onverenigbaar. Wie zijn in het geval van religie de experts? De gelovigen? Maar die zijn onderling gigantisch sterk verdeeld en spreken elkaar glashard tegen Wetenschappers die religies bestuderen? Maar dat kunnen ook atheïsten prima doen.
De belangrijkste reden is echter dat er geen duidelijke grond is waarop gelovigen zich baseren, er is geen algemeen geaccepteerd waarheidscriterium waaraan religieuze stellingen getoetst kunnen worden, zoals in de wetenschap wel het geval is. Is bijvoorbeeld Jezus God? De christen, met de bijbel in zijn hand beweert van wel. De moslim daarentegen, met de koran in zijn hand, beweert van niet. Er is geen criterium, dat beide religieuze partijen aanvaarden, om een dergelijke redetwist te beslechten. Het aantal aanhangers van een religieuze opvatting zegt alleen wat over de populariteit van die opvatting, niet over de waarheid daarvan. In de wetenschap ligt dat anders.
**Argumentum ad hominem**
Hierbij wordt niet het argument aangevallen, maar de persoon die het argument gebruikt. Als voorbeeld gebruikt Ouweneel hier: "Jij mag dan beweren dat God bestaat, maar dat doe je alleen omdat je anders niet met de realiteit van het leven weet om te gaan".
Of in dit geval sprake is van een drogreden, hang ook weer van de context af waarin het gebruikt wordt. Als iemand op zoek is naar de verklaring van godsdienst, is het toeschrijven van godsgeloof om met de realiteit van het leven om te kunnen gaan een mogelijke verklaring. Als argument tegen het bestaan van God natuurlijk niet, maar dat lijkt me evident.
Ook dit is geen typisch "atheïstische drogreden", christenen gebruiken het mutatis mutandis ook. Menig christen heeft bijvoorbeeld al beweerd dat ik als atheïst niet in God geloof omdat ik niet wil inzien dat ik in en in zondig ben, dat het aan mijn geweten zou gaan knagen of dat ik Gezag zou willen ontvluchten. Zie ook [dit artikel](http://www.cgk.nl/content/Christelijkgeloof/resourses/Atheisme-hoewerkthetenwaaromwerkthetzo.pdf?ref=deatheist.nl) op de site van "De Christelijke Gereformeerde Kerken", waarin de lachwekkende en wetenschappelijk onhoudbare stelling wordt besproken dat atheïsme voortkomt uit "gebrekkige vaderbinding".
**Argumentum ad verecundiam**
Dit is het autoriteitsargument: omdat een bepaald gezaghebbend persoon een stelling onderschrijft of weerspreekt, is ze (on)waar. Dit houdt verband met het hierboven besproken argumentum ad populum en dezelfde nuance is hier op zijn plaats. Als de betreffende persoon een expert is op het gebied van de stelling, is zijn visie wel degelijk relevant. Zoals ik hierboven al opgemerkt heb, wordt dit principe ook gehanteerd in onze rechtspraak.
**Pure fictie**
Dit noemt Ouweneel behorend "tot de gemeenste drogredenen", wat ik ook onderschrijf, mits deze fictie bewust gebruikt wordt. Ook hier denk ik weer dat er in de meeste gevallen sprake is van onwetendheid van de gebruiker: hij weet gewoon niet dat zijn argument fictief is. Door deze drogreden in zijn lijstje met "atheïstische drogredenen op te nemen", suggereert Ouweneel dat dit typisch atheïstisch is. Natuurlijk is dit humbug: er worden een hoop fictieve stelling de wereld in geholpen en verspreid, zowel door atheïsten als door theïsten. De klassieke stellingen "Er zijn geen overgangsvormen" en "Mutaties voegen nooit informatie toe" zijn nog op vele (christelijke!) creationistisch sites te vinden, ondanks het tegendeel al vele malen is aangetoond (zie resp. [hier](http://www.talkorigins.org/indexcc/CC/CC200.html?ref=deatheist.nl) en [hier](http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB102.html?ref=deatheist.nl)).
**Petitio Principii**
Deze drogreden staat beter bekend als de cirkelredenering: hetgeen bewezen moet worden is al reeds aangenomen. Ook dit is een drogreden die meestal onbewust gebruikt wordt, zeker ook door theïsten. Menig evangelist heeft mij bijvoorbeeld proberen te overtuigen van de waarheid van het christendom door naar de bijbel te verwijzen. Op mijn vraag waarom ik de bijbel zou moeten geloven, wordt dan als antwoord gegeven dat het door God geïnspireerd is. Hierbij wordt de waarheid van het christendom (waaronder de goddelijke inspiratie van de bijbel) echter al verondersteld en is de cirkel rond.
**Equivocatio**
Bij deze drogreden wordt gebruik gemaakt van de dubbelzinnigheid van een bepaald woord. Mijns inziens komt ook deze drogreden vaak voort uit onwetendheid van de dubbelzinnigheid van het woord. Theïsten maken evenzo vaak gebruik van deze drogreden, bijvoorbeeld door te spelen met het woordje "geloven". Als een atheïst bijvoorbeeld zegt: "Ik geloof niet dat God bestaat.", reageert de theïst triomfantelijk: "Kijk, jij hebt ook een geloof en bent dus ook een gelovige!". Dat de atheïst het woord gebruikt vanwege de *aanwezigheid* van bepaalde argumenten/bewijzen, maar de theïst juist vanwege de *afwezigheid* daarvan (vgl. Heb. 11:1), wordt daarbij volledig uit het oog verloren door de theïst. Om dit probleem met het woord "geloven" te vermijden, zeg ik dat ik *denk* dat god(en) niet bestaat.
**Non sequitur**
Bij deze drogreden volgt de conclusie niet logisch uit de premissen (vooronderstellingen). Ook dit is weer een drogreden die ook door theïsten gebezigd wordt. Een klassiek voorbeeld daarvan gaat over de moraliteit van een atheïst: "Omdat atheïsten niet in God geloven, kunnen ze geen moraal hebben, zonder God is alles geoorloofd." Hierbij wordt impliciet voorondersteld dat God nodig is voor moraal, een vooronderstelling die elke atheïst met kracht zal weerspreken. Dat het hooghouden van een moraal niet mogelijk is, volgt niet logisch uit de premisse dat God niet bestaat.
### Jesaja 53: een voorbeeld van een uitgekomen profetie?
URL: https://www.deatheist.nl/jesaja-53-een-voorbeeld-van-een-uitgekomen-profetie/
Last updated: 2006-06-08T00:00:00.000Z
Een vast terugkerend thema in discussie met christenen is het vermeende uitkomen van profetieën. Wat in het Oude Testament (OT) of Nieuwe Testament (NT) voorspeld is, gaat later in vervulling en zou op die manier de waarheid van de Bijbel bewijzen. In het bijzonder wordt er vaak gewezen op de bepaalde passages in het OT die Jezus voorspeld zouden hebben en daarmee bewijzen dat Jezus de Messias is.
Christenen hebben vele van dit soort Messiaanse 'profetieën' in het OT geïdentificeerd. Een veel gebruikt, en volgens sommigen één van de beste, voorbeeld daarvan is Jesaja 53\. Op het eerste gezicht lijkt veel van deze passage inderdaad op Jezus te slaan. Een diepere kijk leert echter wat anders. Hieronder zullen eerste enkele algemene opmerkingen gemaakt worden over Jesaja 53 en vermeende profetieën, daarna zal op elk vers afzonderlijk worden ingegaan om te laten zien dat het niet op Jezus kan slaan. De geciteerde Bijbelpassages komen uit de [Nieuwe Bijbelvertaling](http://www.nbv.nl/?ref=deatheist.nl). Soms wordt de [Statenvertaling](http://www.statenvertaling.net/bijbel/jesa/53.html?ref=deatheist.nl) (SV) erbij gehaald omdat die letterlijker is (wat overigens niet wil zeggen dat ze ook beter is). De betekenissen van Hebreeuwse woorden komen uit een [on-line Hebreeuws-Engels woordenboek](http://www.studylight.org/lex/heb/?ref=deatheist.nl).
**Het boek Jesaja**
Het boek Jesaja is een boek uit het Oude Testament, de joodse Tenach. Er is onder wetenschappers veel discussie over de integriteit van het boek. De meeste (kritische) wetenschappers denken dat het in verschillende delen is opgeschreven tussen grofweg 750 en 500 voor Christus. De conservatievere wetenschappers menen dat het hele boek geschreven is door de profeet Jesaja rond 740 v.C. Het is in ieder geval een Joods boek dat gericht is aan het Joodse volk.
**Algemene opmerkingen**
Wat meteen opvalt aan hoofdstuk 53 is dat het in de verleden tijd geschreven is. Zo begin vers 3 bijvoorbeeld met "Hij *werd* veracht…". Dit is vreemd als het hier om een profetie zou gaan, de voorspelde gebeurtenissen vinden immers in de toekomst plaats. Dan zou er in vers 3 dus gestaan moeten hebben "Hij *zal* veracht *worden*…". Het is dus logischer dat deze tekst verwijst naar iets wat al gebeurd is, in plaats van naar iets wat nog moet komen (zoals Jezus, die pas eeuwen later leefde).
Het boek Jesaja bevat wel degelijk passages die door de joden als Messiaans worden gezien, en ook daadwerkelijk naar de toekomst verwijzen. Een voorbeeld daarvan is Jes. 2:2-5, waar dan ook gesproken wordt met "zal" en "zullen". Aangezien Jezus niet aan de [Messiaanse verwachtingen](http://en.wikipedia.org/wiki/Jewish%5FMessiah?ref=deatheist.nl) voldeed, die onder andere in deze passages geschetst worden, erkennen joden hem niet als de Messias. Jesaja 2 verwijst naar de toekomst, Jesaja 53 niet.
Wat ook opvalt in deze tekst is dat degene naar wie verwezen wordt de "dienaar" ("knecht" in de SV) wordt genoemd (v. 11). Deze verwijzing naar dienaar wordt vaak gemaakt in het boek Jesaja. In veel gevallen verwijst deze dienaar overduidelijk naar het volk Israël, of een vertegenwoordiger daarvan: "*Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar, Israël, dat ik heb uitgekozen*" (Jes. 44:1) of "*Neem deze dingen ter harte, Jakob, neem ze ter harte, Israël, want jij bent mijn dienaar. Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar, Israël, ik zal je niet vergeten.*" (Jes. 44:21). Andere passages waaruit expliciet blijkt dat de dienaar op het Joodse volk slaat zijn bijvoorbeeld Jes. 41:8-9 en Jes. 49:3\. Het feit dat "dienaar" enkelvoud is, verandert daar dus niets aan (zie ook Jes. 43:10). Zelfs uit de verzen die er vlak voor (Jes. 52:1-2) en vlak na (Jes. 54) Jesaja 53 staan, blijkt dat er over het Joodse volk gesproken wordt. Gezien de context is het dus het meest logische dat de "dienaar" uit Jes. 53:1 ook op (eventueel een vertegenwoordiger van) het volk Israël slaat, niet op Jezus. Dat met deze "dienaar" Jezus wordt bedoeld, is sowieso vreemd omdat Jezus volgens de christelijke doctrine van de drie-eenheid God *zelf* is. Is God dan een dienaar van zichzelf?
Ook dient bij het lezen van Jesaja in het achterhoofd gehouden te worden dat het idee van zonde en verzoening/wegneming daarvan in het OT heel anders is dan in het NT. Zondigen is in het OT een ander incorrect behandelen. Die ander kan uiteraard God zijn, maar ook een medemens (zie bijv. Gen. 31:36 in de SV). Het idee dat ieder mens in zonde wordt geboren ten gevolge van de zonde van Adam (erfzonde, Rom. 5:12) is een christelijke uitvinding. Job was bijvoorbeeld "rechtschapen en onberispelijk", hij "meed het kwaad" en "zondigde niet" (Job 1). Zonden worden in het OT op verschillende manieren weggenomen, onder andere door middel van:
\- een bok (Lev. 16:21; Num. 28:22),
\- een verzoeningsrite (Lev. 16:30),
\- een lam te offeren (Lev. 19:22),
\- water met de as van een koe (Num. 19:9),
\- vergiffenis van de HEER (2 Kron. 7:14; Jer. 31:34; Mi. 7:18),
\- belijdenis (Ps. 32:5),
\- vergetelheid door God (Jes. 43:25),
\- door middel van trouw zijn en het goede doen (Ez. 33:16)
\- door vrijgevig te zijn (Dan. 4:24)
De christelijke leer dat alleen Jezus iemands zonden weg kan nemen is dus in strijd met het OT. Het schuldoffer waarover in Jesaja 53 gesproken wordt, hoeft hierdoor dus ook niet op Jezus te slaan.
Tevens dient in het achterhoofd gehouden te worden dat de huidige nummering van hoofdstukken en verzen niet in de grondtekst voorkomt (hier verschillen sommige vertalingen ook in). De joden hebben de betreffende passages uit Jesaja altijd laten beginnen bij wat in de Bijbel bekend is als Jes. 52:13, niet bij Jes. 53:1\. Wanneer het deel uit hoofdstuk 52 ook meegenomen wordt, wordt de ontoepasbaarheid op Jezus nóg groter.
Het is niet mijn bedoeling hier om uitgebreid uit te leggen hoe de verzen precies op het joodse volk slaan, dat hebben vele joodse rabbi's al gedaan (zie bijvoorbeeld [hier](http://www.qumran.org/js/texts/jes53.php?ref=deatheist.nl)). De bedoeling van dit artikel is te laten zien dat het niet op Jezus *kan* slaan, geen uitgekomen profetie is en dus geen argument is voor de waarheid van de Bijbel.
Tot slot nog een kritische opmerking die op heel veel 'profetieën' van toepassing is: schrijvers kunnen profetieën *laten* vervullen. Men kan een gebeurtenis zodanig aangepast weergeven (of zelfs verzinnen) dat het *lijkt* alsof het een vervulde profetie is, zeker wanneer er geen objectieve controle mogelijk is. Schrijvers die een profetie uit willen laten komen, zijn vaak bekend met de (vermeende) profetische tekst en kunnen daar rekening mee houden tijdens hun schrijven, zoals in het geval van de evangelieschrijvers. In het geval van Jezus is er ook geen enkele objectieve bron om de beschrijving van de gebeurtenissen te controleren. Ook kan een vermeende profetie (of een deel daarvan) zo vaag zijn dat er altijd wel een manier is om het te laten 'uitkomen'.
**Vers 1**
"*Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de HEER geopenbaard?*"
In plaats van "de macht van de HEER" is in de SV gekozen voor een letterlijke vertaling van "de arm des HEEREN". In het OT wordt deze uitdrukking gebruikt om behoud of overwinning van het joodse volk aan te duiden (vgl. bijv. Ex. 6:5; Ex. 15:16; Jes. 48:14; Jes. 52:10).
**Vers 2**
"*Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren.*"
Vlak voor deze passages staat zelf: "*zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens*" (Jes. 52:14). Er staat nergens in het NT dat Jezus zo onaantrekkelijk was zoals hier wordt beschreven, laat staan "gruwelijk" en "onmenselijk". Dit zou natuurlijk ook vreemd zijn voor de *mens*geworden God, die ook nog eens vele volgelingen had (volgens de evangeliën). Wanneer Jezus in films of tekeningen afgebeeld wordt, ziet hij er ook altijd uit als een normale man. Dit vers kan dus niet op Jezus slaan.
**Vers 3**
"*Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht.*"
Hoewel Jezus volgens de evangeliën door sommigen werd veracht, gold dit zeker niet voor iedereen. In Lucas 4:15 staat dat onderricht gaf in de synagoge en "door allen geprezen" werd. Volgens Johannes 12:12-13 liep "een grote menigte" Jezus tegemoet toe hij Jeruzalem in reed. Ook het bekende verhaal van de vijf broden en twee vissen laat zien dat Jezus veel aanhang had. Er hadden vijfduizend man met hem gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. Hij werd dus niet door "mensen gemeden".
Het woord voor "ziekten" dat hier in het Hebreeuws gebruikt wordt is "*choliy*", wat simpelweg "ziekte" betekent. Iemand die ziek is lijdt ook. Jezus was echter niet "vertrouwd met ziekten" en leed ook niet vanwege ziekten, maar vanwege mishandeling (kruisiging). Daarnaast zou de Messias volgens de joodse verwachtingen niet lijden, maar juist een machtige koning die het joodse volk zou verlossen van zijn vijanden. Het moge duidelijk zijn dat Jezus niet aan deze verwachting voldeed.
Ook staat nergens in het Nieuwe Testament dat Jezus "zijn gelaat verborg", wat aansluit bij vers 2\. Dit is ook onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk, voor iemand die veel predikte en kan dus niet op Jezus slaan.
**Vers 4**
"*Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.*"
Hier wordt wederom gesproken over "ziekten" (*choliy*), die Jezus dus niet had. Ook werd Jezus niet door God geslagen en vernedert, maar door de Romeinen. Het meest waarschijnlijke is wederom dat hier (een vertegenwoordiger van) het volk Israël bedoeld wordt omdat er veel vaker op die manier over het joodse volk gesproken wordt in het OT (vgl. Jes. 1:5-6; Jer. 1:19; Jer. 30:12-17; Klaagl. 2:11; Hos 6:1).
**Vers 5**
"*Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.*"
Op het eerste gezicht lijkt dit te slaan op Jezus, die volgens de christelijk doctrine immers is gestorven voor de zonden van de mensheid, onze zonden. Echter, er is hier geen sprake van de erfzonde waarvoor Jezus gestorven is, dat is een christelijke uitvinding (zie hierboven). Met "zonde", "*pesha*" in het Hebreeuws, wordt simpelweg "overtreding" of "opstandigheid" bedoeld (en ook zo vertaald in respectievelijk de SV en Willibrordvertaling). Het joodse volk overtrad geregeld Gods wetten, meestal met gruwelijke gevolgen. Dit komt overal in het OT terug. De schrijver van deze tekst heeft het over joodse volk en sprak daarom over "*onze* zonden". Het gaat hier om de zonden van het joodse volk dus, niet die van de mensheid (waarvoor Jezus gestorven is volgens christenen).
Ook staat hier niet dat hij gekruisigd is voor de zonden, maar is "doorboord" (of "verwond" in de SV). Sommigen menen dat dit doorboren slaat op de spijkers in Jezus' handen, en dus toch een verwijzing naar de kruisiging is. Hetzelfde woord (*chalal*) wordt echter ook gebruikt voor het (figuurlijk) verwonden van het hart (Ps. 109:22) of het verwonden van een monster (zeedraak in de SV) (Jes. 51:9). Men kan moeilijk volhouden dat er in deze gevallen sprake is van kruisiging. Het betekent gewoon verwonden. Op deze manier wordt vaker over het volk Israël gesproken (zie vers 4).
**Vers 6**
"*Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen.*"
Dit is wederom gericht aan het joodse volk. Als het op hele mensheid zou slaan, zoals de christenen menen, had dat er wel gestaan. Het is dezelfde manier van spreken over het joodse volk als in vers 4 en 5.
**Vers 7**
"*Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.*"
Dit zou slaan op de reactie van Jezus op de hogepriesters, oudsten en/of Pilatus. Volgens Mat. 27:11-14 zei hij niets, en zou daarmee de profetie hebben vervuld. Wat hierbij echter niet vermeld wordt is dat dit keihard tegengesproken wordt door de schrijvers van het evangelie volgens Lucas en Johannes. In Lucas staat:
"*Toen het dag werd, kwam de raad van oudsten van het volk bijeen, hogepriesters zowel als schriftgeleerden, en ze leidden hem voor in hun raadszitting. Ze zeiden: 'Als u de messias bent, zeg het ons dan.' Maar Jezus antwoordde: 'Als ik het u zeg, gelooft u mij toch niet. En als ik een vraag stel, antwoordt u toch niet. Maar vanaf nu zal de Mensenzoon gezeten zijn aan de rechterhand van de Almachtige.*'" (Luc. 22:66-69)
Volgens de schrijver van Johannes sprak Jezus zowel met de hogepriester…:
"*De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: 'Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.' Toen Jezus dat zei gaf een van de dienaren die erbij stonden, hem een klap in het gezicht: 'Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?' Jezus zei: 'Als ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat ik heb gezegd, waarom slaat u me dan?'*" (Joh. 18:19-23)
…als met Pilatus, waarmee hij zelfs in dialoog treedt:
"*Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: 'Bent u de koning van de Joden?' Jezus antwoordde: 'Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?' 'Ik ben toch geen Jood,' antwoordde Pilatus. 'Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd - wat hebt u gedaan?' Jezus antwoordde: 'Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.' Pilatus zei: 'U bent dus koning?' 'U zegt dat ik koning ben,' zei Jezus. 'Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat ik zeg.'*" (Joh. 18:33-37)
Jezus bleef dus allerminst stil, waardoor ook dit vers niet op hem kan slaan.
**Vers 8**
"*Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.*"
Veel van zijn tijdgenoten hadden wel degelijk oog voor Jezus, zie vers 3\. Ook hier wordt weer duidelijk dat het om de zonden van het joodse volk gaat ("de zonden van *mijn* volk"), niet om de zonden van de gehele mensheid. Ook dit vers kan dus niet op Jezus slaan.
**Vers 9**
"*Hij kreeg een graf bij misdadigers, zijn laatste rustplaats was bij de rijken; toch had hij nooit enig onrecht begaan, nooit bedrieglijke taal gesproken.*"
Hoewel Jezus volgens de evangeliën te midden van twee misdadigers gekruisigd werd, werd hij niet bij misdadigers begraven, zoals in dit vers staat. Volgens de canonieke evangeliën werd Jezus' lichaam opgehaald door Josef uit Arimatea en in een rotsgraf gelegd. Er staat niets over misdadigers bij wie hij zijn graf kreeg, zoals Jesaja 'profeteert'. De schrijver van Johannes vermeldt zelfs expliciet dat het gaat om "een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was." (Joh. 19:41). Hoewel Josef uit Arimatea volgens de schrijver van Matteüs een rijk man was, vond Jezus uiteraard niet zijn laatste rustplaats bij hem, zoals in dit vers staat
Dat hij geen "nooit enig onrecht begaan had" wil zeggen dat hij niets verkeerd had gedaan of geen geweld gebruikt heeft (het Hebreeuwse woord *chamac* kan beide betekenen). Jezus gebruikte echter wel geweld toen hij de mens uit de tempel verdreef (Mar. 11:15; Joh. 2:15). Daarnaast is Jezus niet de enige waarvan beweerd wordt dat nooit enige onrecht begaan had, meerdere mensen werden als zodanig gezien (zie bijvoorbeeld Job hierboven).
**Vers 10**
"*Maar de HEER wilde hem breken, hij maakte hem ziek. Hij offerde zijn leven voor hun schuld, om zijn nageslacht te zien en lang te leven. En door zijn toedoen slaagde wat de HEER wilde.*"
Jezus werd niet gebroken (of "verbrijzeld" in de SV) en was ook niet ziek (zie vers 1). Hoewel Jezus volgens de evangeliën geen kinderen had, wordt "nageslacht" door sommige apologeten geïnterpreteerd als "volgelingen". Dit is echte niet houdbaar omdat het Hebreeuws spreekt over zijn zaad (*zera*), wat duidelijk maakt dat het om fysiek nageslacht gaat (kinderen dus) (vgl. ook Gen. 15:2-5). Ook leefde Jezus niet lang ("de dagen verlengen" in de SV), hij werd immers rond zijn 33e gekruisigd. Als hier zou worden gedoeld op de eeuwigheid van Jezus/God, zoals sommigen menen, is het verlengen van dagen onzinnig. Ook dit vers kan dus niet op Jezus slaan.
**Vers 11**
"*Na het lijden dat hij moest doorstaan, zag hij het licht en werd met kennis verzadigd. Mijn rechtvaardige dienaar verschaft velen recht, hij neemt hun wandaden op zich.*"
Hier staat dat hij met kennis werd verzadigd. Dit is niet logisch als Jezus de mensgeworden God is, zoals de christen leren. Dit kan dus wederom niet op Jezus slaan.
**Vers 12**
"*Daarom ken ik hem een plaats toe onder velen en zal hij met machtigen delen in de buit, omdat hij zijn leven prijsgaf aan de dood en zich tot de zondaars liet rekenen. Hij droeg echter de schuld van velen en nam het voor zondaars op.*"
Wanneer kreeg Jezus een plaats toegekend onder velen? Wanneer deelde Jezus met de machtigen in de buit? Volgens christenen was Jezus zonder zonde, waardoor hij zich ook niet tot de zondaars kon laten rekenen. Het is volstrek onduidelijk hoe deze passages op Jezus kan slaan.
**Nawoord**
Geconcludeerd kan worden dat Jesaja 53 geen profetie is en al helemaal niet op Jezus kan slaan. Het meest waarschijnlijke is dat de tekst verwijst naar (eventueel een vertegenwoordiger van) het joodse volk, het volk Israël, dat destijds leefde. Op grond van het OT hebben joden altijd een [ander beeld](http://en.wikipedia.org/wiki/Jewish%5FMessiah?ref=deatheist.nl) gehad van de Messias. Jezus voldeed daar niet aan en werd daarom niet geaccepteerd door de joden, vandaag de dag nog steeds niet.
Alleen een bepaalde joodse sekte, die later zou uitgroeien tot het christendom, geloofde wel dat Jezus de Messias was. Om hun opvatting krediet te geven, zijn ze gaan zoeken in het OT welke passages op Jezus zouden kunnen slaan (het OT was bij hen bekend in het Grieks als de Septuaginta). Hierbij zijn veel passages uit de context gerukt en verkeerd geïnterpreteerd. Jesaja 53 is een voorbeeld van zo'n vermeende 'profetie' van Jezus.
Dergelijke andere 'profetieën', die de waarheid van Jezus als Messias moeten bewijzen en vaak door apologeten aangedragen worden, kunnen op eenzelfde manier ontleed en ontkracht worden. De Bijbel is niet het werk van God, maar een verzameling boeken door mensen geïnspireerd, geschreven en samengesteld.
### De zondeval gedateerd
URL: https://www.deatheist.nl/de-zondeval-gedateerd/
Last updated: 2006-04-22T00:00:00.000Z
God, de HEER, zei tegen de slang:
'Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden,
wilde dieren wenden zich af;
**op je buik zul je kruipen**
en stof zul je eten,
je hele leven lang.
(Gen. 3:14, NBV)
De meeste mensen zijn wel bekend met het verhaal van de zondeval. Adam en Eva leefden in een schitterend paradijs waar alles pais en vree was. Ze mochten van God van alle bomen eten, behalve van de "boom van kennis van goed en kwaad". Maar de slang verleidde Eva om toch te eten van de boom. Ze at er van en liet ook Adam er van eten. Op dat moment is de ellende in de wereld ontstaan en moest de slang op zijn buik kruipen, wat hij blijkbaar daarvoor niet deed.
Nu zijn er in het prestigieuze wetenschapsblad *Nature* net fossielen beschreven van een slang met poten. Als we het verhaal van de zondeval uit Genesis moeten geloven, zou dit dus wel eens de laatste slang geweest kunnen zijn die *niet* op zijn buik kroop. Het grote probleem met dit idee is dat de beschreven fossielen uit het Laat-Krijt komen, en dus tussen de 99 en 65 miljoen jaar oud zijn, terwijl de eerste (anatomisch moderne) mens pas zo'n 200.000 jaar geleden ontstaan is.
Uiteraard is het zondevalverhaal een mythe. Er is nooit een tuin van Eden geweest, noch twee eerste mensen. Ellende kwam ook al veel eerder voor dan het begin van de mensheid. Desalniettemin is de vondst zeker interessant. Niet alleen vanuit paleontologisch inzicht (meer kennis over de evolutie van slangen), maar het is ook de zoveelste tegenslag voor creationisten, die ondanks de groeiende hoeveelheid fossiele overgangsvormen stug blijven beweren dat alle dieren "naar hun aard" geschapen zijn. Dit gebeurde allemaal in zes dagen, een paar duizend jaar geleden. Een vogel die in bijna alle opzichten een reptiel was ([*Archaeopteryx*](http://www.talkorigins.org/faqs/archaeopteryx/info.html?ref=deatheist.nl)), zou niet kunnen bestaan. De vele [mensachtigen](http://www.talkorigins.org/faqs/homs/species.html?ref=deatheist.nl) die zowel 'aapachtige' eigenschappen hebben als die van een moderne mens, zouden niet kunnen bestaan. Ook de recent beschreven 'visvoeter', een dier met zowel vis- als landdierkenmerken (*Tiktaalik Roseae*) is een doorn in het oog van creationisten. Zo zijn er nog vele voorbeelden te geven van overgangsvormen. De meest primitieve slang, *Najash rionegrina* gedoopt door de onderzoekers, is de nieuwste aanwinst voor het fossielenbestand.
Het eerste deel van de naam is, ironisch genoeg, de naam voor slang in het Hebreeuws, de taal waarin Gnesis geschreven is. Het tweede deel slaat op de vindplaats, de provincie Rio Negro in Argentinië. Het dier is een slang op grond van de kenmerken van de schedel en diverse eigenschappen van de wervelkolom. Maar het dier had ook eigenschappen die slangen *niet* hebben, zoals twee heiligbeenwervels. De meest opvallende niet-slang eigenschap zijn echter de bekkengordel en de uit het lichaam stekende poten.
Het idee dat slangen van reptielen met poten afstammen, wordt al lange tijd onderschreven door wetenschappers. Er waren al meerdere fossielen gevonden die dit ondersteunen en het is ook al een tijdje bekend dat een slangembryo ontwikkelende poten heeft, die later weer afgebroken worden (net als een walvisembryo). Waar echter nog onduidelijkheid over bestond, was of de eerste slangen in de zee of op het land zijn ontstaan. Deze nieuwe vondst wijst er op dat ze op het land zijn ontstaan. Wat voor kromme redeneringen zouden creationisten nu weer bedenken om dit fossiel te verklaren?
Beschrijving van de oerslang Najash rionegrina:
Apesteguia, S., Zaher, H..A. (2006). Cretaceous terrestrial snake with robust hindlimbs and a sacrum. *Nature*, 440:1037-1040.
Beschrijving van de 'visvoeter' Tiktaalik Roseae:
Ahlberg, P.E., Clack, J.A. (2006). Palaeontology: a firm step from water to land. *Nature*, 440:747-749.
Daeschler, E.B., Shubin, N.H,, Jenkins, F.A. Jr. (2006). A Devonian tetrapod-like fish and the evolution of the tetrapod body plan. *Nature*, 440:757-763.
Shubin, N.H., Daeschler, E.B., Jenkins, F.A. Jr. (2006) The pectoral fin of Tiktaalik roseae and the origin of the tetrapod limb. *Nature*, 440:764-771.
Beschrijving van de embryonale poten van de slang (o.a.):
Cohn, M.J., Tickle, C. (1999). Developmental basis of limblessness and axial patterning in snakes. *Nature*, 399:474-479.
Bejder, L., Hall, B.K. (2002). Limbs in whales and limblessness in other vertebrates: mechanisms of evolutionary and developmental transformation and loss. *Evolution & Development*, 4:445-458.
### Waarom geloven zovelen in een God?
URL: https://www.deatheist.nl/waarom-geloven-zovelen-in-een-god/
Last updated: 2006-04-18T00:00:00.000Z
God bestaat natuurlijk niet. Noch de Joodse Jahweh, noch de Islamitische Allah, noch de Christelijke God. Er is net zoveel bewijs voor het bestaan van zo iemand, als voor kabouters, elfen of trollen. Het verbaast me daarom enorm, dat er toch nog zoveel mensen zijn die in één van die goden geloven. Merkwaardig genoeg maar in één van de drie, want wie in Allah gelooft noemt een Christen een ongelovige en vice versa. Waar komen al die wijdverbreide geloven dan toch vandaan?
Ik denk dat die geloven een bijproduct zijn van de van de evolutie van het menselijk brein. De filosoof Daniel Dennett noemt zoiets een 'emergent property', een eigenschap die tijdens een evolutionaire ontwikkeling ontstaat, niet doordat deze eigenschap een evolutionair voordeel oplevert, maar als gevolg van bijkomende factoren. Religie is zo ontstaan als gevolg van het feit dat het menselijke brein de neiging ontwikkelde om oorzaken te zoeken voor de verschijnselen die men waarnam. In de strijd om het bestaan is dit een nuttige eigenschap. Als de samenhang van oorzaken en gevolgen kan worden ingezien, kan de mens immers plannen leren maken. En doordat de vroege mens plannen ging maken kon hij zich bezig gaan houden met jagen, vissen en tenslotte zelfs met landbouw en veeteelt. Veel van het enorme succes van de diersoort mens kunnen we toeschrijven aan dit inzicht in oorzaak en gevolg: Als ik in het voorjaar graan zaai, heb ik in het najaar koren. Maar deze drang tot het zoeken van oorzaken voor allerlei verschijnselen was zo algemeen, dat er ook verklaringen gezocht werden voor allerlei zaken, die voor de vroege mens nog niet te verklaren waren. Waar kwam de bliksem en donder vandaan? En eb en vloed? En wat was de zon precies, die iedere dag verdween en 's ochtends weer tevoorschijn kwam? De drang tot verklaren, tot het zoeken van een oorzaak, was zó sterk dat een God werd bedacht, of lieve een heel legertje Goden. Alles wat niet verklaard kon worden, werd toegeschreven aan één van die Goden: Wodan, Donar, Zeus. Maar langzamerhand vonden we voor al die verschijnselen een natuurlijke verklaring en de Goden raakten gemarginaliseerd. De Joden waren de eerste die een einde maakten aan dit pantheon van veelsoortige Goden: Eén enkele God, Jahweh, moest voldoende zijn om alles te verklaren. Gek genoeg zijn in het Oude Testament nog sporen te herkennen van die andere Goden, Jahweh is daar niet de enige God, maar de hoogste boven alle anderen. Die God werd ook volmaakt. Waar de vele Goden onderling nog ruzie maakten en fouten begingen, is de enige God bij Joden, Moslims en Christenen volmaakt en eeuwig. Hij wordt de ultieme verklaringsgrond, want alles moet toch een oorzaak hebben. Toeval bestaat niet. Maar dat laatste blijkt onjuist. In de natuurkunde kennen we verschijnselen die geen enkele oorzaak hebben, zoals het uiteenvallen van een radioactief element als uranium. We kunnen de kans berekenen waarmee zoiets gebeurd, maar niet het moment waarop dit plaatsvindt. Daarmee vervalt ook de noodzaak om aan het ontstaan van ons heelal een oorzaak toe te kennen. En trouwens, als God de oorzaak van de schepping is, wat is dan de oorzaak van God? God heeft geen oorzaak, maar is eeuwig, zal de gelovige zeggen. Maar kan de schepping zelf dan ook niet eeuwig zijn en zonder oorzaak?
Ik gun ieder de troost en kracht die hij of zij in een godsdienst vindt, maar ik verafschuw de fascistoïde stellingname dat "onze God de enige ware is". Dat heeft al tot veel ellende geleid en die gedachte woekert helaas nog steeds voort.
### De staart van het staartenverhaal
URL: https://www.deatheist.nl/de-staart-van-het-staartenverhaal/
Last updated: 2026-08-21T12:59:49.000Z
Het artikel "De staart van het staartenverhaal" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Reactie%5FScheele.pdf) te downloaden.
### Stammen wij van apen af?
URL: https://www.deatheist.nl/stammen-wij-van-apen-af/
Last updated: 2026-08-25T17:22:48.000Z
Als je aan mensen vraagt wat zij onder evolutie verstaan, is een veelgehoord antwoord "dat we van apen afstammen". Ook creationisten menen vaak dat dit is wat evolutie betekent, hoewel Peter Scheele daarop een opvallende uitzondering vormt \[[1](#1)\]. Vaak wordt als weerwoord hierop gegeven "we stammen niet van apen af, maar delen een gemeenschappelijke voorouder met ze". Maar ook dit is deels onjuist. Ik zal hier proberen uit te leggen waarom beide opvattingen onjuist zijn en hoe het dan wel zit.
In het kort komt het er op neer dat wij *ook* apen zijn, we zijn een bepaald soort apen, net als de chimpansee of de gorilla. Biologisch gezien behoren we tot dezelfde groep, maar taalkundig gezien wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen de mens en de andere apensoorten. We stammen dus logischerwijs ook van *andere* apen af, maar niet van de andere *hedendaagse* apensoorten (zoals de chimpansee, gorilla, orang-oetan of gibbon). Met deze apensoorten delen we gemeenschappelijke voorouders. De apensoorten die onze voorouders waren, zijn inmiddels uitgestorven. Begrippen als "aapmens" en "missing link" ("ontbrekende schakel") zijn verouderd en onjuist. Deze kennis is terug te vinden in de recente literatuur over de evolutie van de mens of primaten \[[2](#2)\]. Hieronder zal ik dit uitgebreider uitleggen.
Om de achtergrond van het idee dat "we van apen afstammen" te begrijpen, moeten we eerst wat terug in de tijd. Lange tijd werd de indeling van de natuur gezien als een soort ladder: de planten stonden onderaan, dan kwamen de dieren en de mens stond helemaal bovenaan. Deze opvatting over de indeling van het leven werd bekend onder de naam *Great chain of being*. Voor 1859 (het jaar waarin Darwin zijn "*On the origin of species*" publiceerde) werd deze ladder gezien als de creatie van God, na 1859 als het product van evolutie. Evolutie werd gezien als de verklaring voor deze ordening, er zat continue progressie (vooruitgang) in van de laagste tot de hoogste trede van de ladder. Mensen stonden hoger op deze evolutionaire ladder dan dieren, en apen stonden net onder de mensen. Sommigen gingen zelfs zover dat ze de blanke, westerse mensen hoger op de ladder plaatsten dan mensen met andere huidskleuren en culturen. Evolutie werd dus gezien als een rechtlijnig, progressief proces van laag naar hoog, met de mens als hoogtepunt van de ladder, het onvermijdelijke eindpunt. Deze inmiddels sterk verouderde en onjuist opvatting kom je nog steeds vaak tegen, ook in veel woordenboeken als je onder "evolutie" kijkt.
Vanuit dit idee komen ook de begrippen als "aapmens" en "missing link" ("ontbrekende schakel"), die verwijzen naar de trede die de aap met de mens verbindt. Na de publicatie van Darwins boek, ging men op zoek naar deze ontbrekende schakel. Een van deze zoekers was de Nederlandse arts Eugène Dubois. Op Java vond hij in 1892 wat hij zocht: een schedeldak dat te primitief was voor een mens en een dijbeen dat duidelijk behoorde tot een wezen dat rechtop liep. Hij noemde het *Pithecanthropus erectus*, oftewel: rechtop lopende aapmens (tegenwoordig heet deze soort *Homo erectus*). Veel mensen denken nog steeds dat er zoiets bestaat als de ontbrekende schakel tussen mens en aap (en dus dier).
Tegenwoordig weten we dat dit een verkeerde voorstelling van zaken is. Evolutie is niet een rechte lijn van laag naar hoog, maar een gigantische boom (*Tree of life*) met allerlei takken (groepen dieren), waarvan een klein deel nu nog bestaat en veruit het grootste deel is uitgestorven. Het idee van een evolutionaire ladder heeft al een aardige tijd afgedaan. Er bestaat dus ook niet zoiets als een "aapmens" of "missing link" die tussen de aap en de mens in kan staan.
Net zoals in de meeste echte bomen, ontstaan takken door afsplitsing van andere takken. De oorspronkelijke tak van waaruit de twee (of meerdere) nieuwe takken zijn ontsproten, wordt de *gemeenschappelijke voorouder* (in het Engels *common ancestor*) van die takken genoemd. De takken die recent uit elkaar gegaan zijn, hebben dus ook een recente gemeenschappelijke voorouder. De meest recente gemeenschappelijke voorouder van onze tak, is die met de tak van de chimpansee. Zowel uit veel genetisch onderzoek als fossielen blijkt dat die tussen de 5 en 7 miljoen jaar geleden geleefd heeft. De gemeenschappelijke voorouder van de mens en de gorilla leefde iets eerder. Uiteindelijk deelt al het leven een gemeenschappelijke voorouder met elkaar die aan de oorsprong van de boom ligt.
De grote vraag blijft nu wat we onder "aap" verstaan, waarvan sommigen menen dat we er van afstammen en anderen dat we er een gemeenschappelijke voorouder mee hebben. De meeste mensen bedoelen daar de behaarde groep dieren mee die in bomen leven en (min of meer) op ons lijken. Volgens De Grote Van Dale is een aap een "vierhandig zoogdier van de onderorde Anthropoidea van de orde der primaten". Volgens de grote Winkler Prins encyclopedie (Encarta 2005) zijn apen eveneens de primaten die horen tot de onderorde Anthropoidea.
Wat is dan een 'primaat', een 'onderorde en 'Anthropoidea'? Dit zijn termen uit de *taxonomie*, de indeling van het leven die door biologen gemaakt wordt. Traditioneel werd deze indeling voornamelijk gemaakt op grond van uiterlijke kenmerken. Tegenwoordig wordt deze indeling niet alleen gemaakt op grond van anatomie en fysiologie, maar vooral op grond van genetica, de mate waarin de genen van verschillende dieren overeenkomen. Door naar de overeenkomsten en verschillen te kijken, is het mogelijk dieren in te delen in groepen, en die groepen weer in andere groepen, enzovoort. Deze taxonomie kent een rijke geschiedenis en is vaak gewijzigd. Door genetisch onderzoek en vondsten van fossielen bleek de mens veel nauwer verwant aan andere apen dan eerder gedacht. De moderne taxonomie behoort deze verwantschappen weer te geven. Hierdoor is de indeling regelmatig veranderd en is de mens steeds dichter bij andere apen en mensapen geclassificeerd. Ook nu nog is er geen gehele consensus over bepaalde aspecten van de classificatie. Een veelgebruikte (versimpelde) moderne taxonomische indeling voor de mens is hieronder weergegeven. De [Nederlandse Wikipedia](https://nl.wikipedia.org/wiki/Apen?ref=deatheist.nl) gebruikt het woord 'aap' voor de infraorde Simiiformes en geeft een mooi overzicht van de verdere indeling.
| **Taxonomische groep** | **Wetenschappelijke naam** | **Nederlandse naam** |
| ---------------------- | ---------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------ |
| Rijk | Animalia | Dieren |
| Phylum (stam) | Chordata | Chordadieren |
| Subphylum | Vertebrata | Gewervelden |
| Klasse | Mammalia | Zoogdieren |
| Orde | Primates | Aapachtigen |
| Suborde (onderorde) | Haplorrhini (vroeger Anthropoidea) \[[3](#3)\] | Apen en spookdieren (Tarsiidae) (in tegenstelling tot halfapen, Strepsirrhini) |
| Infraorde | Simiiformes | Apen van de Oude Wereld \[[4](#4)\] en mensapen |
| Superfamilie | Hominoidea | Mensapen |
| Familie | Hominidae \[[5](#5)\] | Oude naam voor mensachtigen, nu grote/echte mensapen |
| Tribus | Hominini \[[5](#5)\] | Mensachtigen |
| Geslacht | *Homo* | Mens |
| Soort | *Homo sapiens* | (anatomisch) Moderne mens |
Wat hieruit blijkt is dat *ook wij* tot de onderorde Anthropoidea (nu Haplorrhini) of infraorde Simiiformes behoren en dus apen zijn! Deze onderorde delen we met allerlei andere apensoorten, van klauwaapjes en grijpstaartapen tot chimpansees en gorilla's. Biologisch gezien behoren we in deze groep thuis omdat we zowel anatomisch als genetisch de meeste overeenkomsten hebben met de andere leden van deze groep en we er evolutionair gezien een gemeenschappelijke voorouder delen. Van de nu nog levende apensoorten zijn we het meest verwant aan de chimpansee (en bonobo), gorilla en orang-oetan, waardoor we samen met deze apen in de groep van de Hominidae ([5](#5)) zitten.
Aangezien onze (recente) evolutionaire voorouders ook in de groep van de Anthropoidea (Haplorrhini) zitten, is het dus correct om te zeggen dat we van *andere* apen afstammen. We kunnen het nog nauwkeuriger stellen door te zeggen dat onze meest recente voorouders *andere* mensapen (hominoiden) waren.
Hoewel we taalkundig ons vaak scheiden van de rest van de apen, is dit biologisch gezien dus onrechtvaardig. In de biologie behoren alle dieren die evolutionair het meest met elkaar verwant zijn tot één groep omdat ze allemaal van dezelfde gemeenschappelijke voorouder afstammen. Biologen noemen zo'n groep verwante dieren die van één gemeenschappelijke voorouder afstammen een *monofyletische groep*. Wanneer we de mens buiten de groep van de apen plaatsen, ondanks dat we dezelfde gemeenschappelijke voorouder hebben, is er sprake van een *parafyletische groep*, wat biologisch gezien dus onjuist is.
De term 'mensachtige' (hominine of *hominin* in het Engels) wordt tegenwoordig gebruikt voor uitgestorven soorten die nauwer verwant zijn aan de moderne mens dan aan de chimpansee \[[5](#5)\]. Het geslacht [*Australopithecus*](https://nl.wikipedia.org/wiki/Australopithecus?ref=deatheist.nl) is hiervan een bekend voorbeeld. Deze soorten worden vaak gezien als evolutionaire voorlopers van de mens, maar het is onmogelijk om dat in letterlijke zin vast te stellen. Wel is het duidelijk dat een aantal van deze soorten nauw verwant moeten zijn geweest aan onze voorlopers. Om die reden worden ze ook wel als voorloper gezien. Het zijn overgangsvormen in de zin dat ze een mix vertonen van primitieve ('aapachtige') en afgeleide ('mensachtige') kenmerken, zolas je op grond van evolutie mag verwachten.
In het Engels wordt vaak nog onderscheid gemaakt tussen *ape* en *monkey*. *Apes* zijn hierin de mensapen (Hominoidea) en *monkeys* de Apen van de Nieuwe Wereld en de Apen van de Oude Wereld ([4](#4)). Het opvallendste verschil tussen *monkeys* en *apes* is de staart, die de meeste *monkeys* wel hebben maar *apes* niet. Hoewel ook dit onderscheid biologisch onjuist is (namelijk niet monofyletisch), wordt het nog veel gebruikt, zeker buiten de wetenschappelijke literatuur. Eigenlijk zou de term *monkey* alleen gebruikt moeten worden voor de Simiiformes, zoals de [Engelse Wikipedia](https://en.wikipedia.org/wiki/Monkey?ref=deatheist.nl) nu ook doet.
*Concluderend kan dus gesteld worden dat we apen zijn, van andere apen afstammen en gemeenschappelijke voorouders hebben met andere huidige apen.*
**Noten:**
\[1\] Creationist Peter Scheele gaat op zijn site in op dezelfde inconsistentie als ik hier doe: http://www.degeneratie.nl/index.asp?PaginaID=1097
\[2\] Zie bijvoorbeeld:
Almécija, S., Hammond, A. S., Thompson, N. E., Pugh, K. D., Moyà-Solà, S., & Alba, D. M. (2021). Fossil apes and human evolution. *Science*, 372(6542), eabb4363.
Ayala, F. J., & Conde, C. J. C. (2017). *Processes in Human Evolution: The journey from early hominins to Neanderthals and modern humans*. Oxford University Press.
Cartmill, M. (2018). Hominidae: conceptual history. *The International Encyclopedia of Biological Anthropology*, 1–5.
Hawks, J. (2018). Hominini. *The International Encyclopedia of Biological Anthropology*, 1–4.
\[3\] Traditioneel wordt er onderscheid gemaakt tussen de Antropoidea (ook wel Simii genoemd) of 'echte' apen en de Prosimii of halfapen. Door genetisch onderzoek is gebleken dat deze indeling niet helemaal correct (niet monofyletsich) is, waardoor er een nieuwe indeling wordt gemaakt tussen Haplorrhini en Strepsirrhini. Ook de spelling Haplorhini komt voor. Die wordt verdedigd op grond van de samenstelling *haploûs* (ἁπλούς, 'enkelvoudig') en *rhinos* (ῥινός, 'neus'), waar maar één r in voorkomt. De dubbele r geniet echter de voorkeur omdat in dergelijke Griekse samenstellingen er sprake is van geminatie. Om dezelfde reden spellen we ook diarree (van διάρροια) met een dubbele r. Hetzelfde geldt overigens voor andere samenstellingen met -rhini, zoals Strepsirrhini) (halfapen), Platyrrhini (breedneusapen) en Catarrhini (smalneusapen).
\[4\] "Oude Wereld" en "Nieuwe wereld" slaan op de plaatsen waar de apen voorkomen. De Oude Wereld is Afrika en Azië, de Nieuwe Wereld is Noord- en Zuid-Amerika. Apen van de Oude en Nieuwe Wereld hebben een staart, mensapen niet.
\[5\] Vroeger werden alle mensachtigen (de moderne mens en soorten die bestaan hebben sinds de gemeenschappelijke voorouder met de chimpansee en nauwer verwant zijn aan de moderne mens) gegroepeerd onder de familie Hominidae en hominiden genoemd. Tegenwoordig verstaat men onder deze familienaam de mensachtigen, de chimpansee, gorilla, de orang-oetan en een aantal fossiele soorten die hieraan verwant zijn. Ze worden ook wel grote of echte mensapen genoemd. De subfamilie Homininae wordt nu gebruikt voor de gorilla's, chimpansees en mensachtigen, dus met uitsluiting van de orang-oetans omdat die minder nauw verwant zijn. Ze leven alleen in Afrika (de mens uitgezonderd). De mensachtigen (homininen) worden nu gezien als de tribus (stam) Hominini of zelfs als subtribus Hominina. Deze nieuwe indeling wordt steeds meer gebruikt (ook hier door mij), maar nog niet overal (en zeker niet in wat oudere literatuur). Verwarrend genoeg gebruikt de Nederlandse Wikipedia de term 'mensachtige' weer voor de familie Homininae, maar dit is m.i. (nog?) niet gebruikelijk. Let daarom altijd goed op wat er onder de termen 'Hominidae', 'Hominiae', 'Hominini', hominiden en homininen verstaan wordt. Vroeger werden mensachtigen hominiden (*hominids* in het Engels) genoemd, nu dus homininen (*hominins* in het Engels). In het Engels wordt soms ook de term *hominines* gebruikt voor de Homininae.
*Dit artikel uit 2006 heeft in 2022 een update gekregen wegens veranderde inzichten.*
### Een reactie op "Who's your daddy?!"
URL: https://www.deatheist.nl/een-reactie-op-who-s-your-daddy/
Last updated: 2005-11-19T00:00:00.000Z
Ex-atheïst Alex Griffioen daagt op zijn site [Who's your daddy?!](http://www.whosyourdaddy.nl/index.php?ref=deatheist.nl) atheïsten uit door naar de redenen te vragen waarom zij niet geloven. Met zijn site probeert hij het aannemelijk te maken dat de christelijke god de enige echte is. Tot nu toe staat er niet bijster veel op de site waarmee hij bovenstaand doel probeert te bereiken, slechts een aantal wist-je-dat-jes en twee artikelen. Ik neem aan dat er in de toekomst nog meer zal volgen. Hieronder geef ik alvast beknopt een reactie op zijn argumenten.
**De wist-je-dat-jes**
*"Tot op heden is niet één archeologische vondst in strijd met de geschiedenis volgens de Bijbel. In tegendeel. De Bijbel leidt soms zelfs tot verrassende ontdekkingen."*
Dit is simpelweg onjuist en getuigt van een behoorlijke onwetendheid op dit gebied. Hoewel er een aantal dingen uit de bijbel bevestigd zijn door archeologisch onderzoek (wat natuurlijk geen garantie is dat de rest waar is), zijn er ook zeer veel dingen juist weersproken. Een voorbeeld hiervan is de massale uittocht uit Egypte, waar nergens ook maar enig spoor van terug te vinden is, wat wel te verwachten zou zijn als het echt gebeurd was zoals beschreven. Deze uittocht wordt door de meeste archeologen dan ook [beschouwd als mythe](http://www.religioustolerance.org/chr%5Farhs.htm?ref=deatheist.nl). Daarnaast zijn er [nog vele voorbeelden](http://www.skepp.be:8080/skepp/artikels/creationisme/herzog%5Fbijbel?ref=deatheist.nl) te geven van inconsistenties tussen de bijbel en archeologie. Nu zwijg ik nog maar over de inconsistenties tussen de bijbelse scheppings- en vloedmythe en moderne astronomie, geologie en biologie.
*"Toen men omstreeks 1.500 v.C. nog geloofde dat de aarde gedragen werd door een reusachtig dier of mens, schreef Job al dat God de aarde had 'opgehangen boven het niets' (Job 26:7)."*
Wie wat verder kijkt dan alleen deze passage, zal er achter komen dat het bijbelse wereldbeeld totaal in strijd is met het moderne wereldbeeld. De schrijvers van de bijbelboeken geloofden in een platte aarde die stevig vaststond op pijlers. De hemel (het gewelf) stond daar als een stolp overheen. God woonde boven op deze stolp en kon daarvandaan naar beneden komen (zie het verhaal over de toren van Babel). Een dergelijk wereldbeeld was normaal in die tijd, men wist gewoon niet beter. In [dit artikel](http://www.infidelguy.com/heaven%5Fsky.htm?ref=deatheist.nl) wordt het bijbelse wereldbeeld uitgebreid besproken en met bijbelse passages onderbouwd.
Is de aarde volgens de bijbel opgehangen boven het niets? Niet echt:
U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet. (Ps. 104:5)
Vast staat de wereld, zij wankelt niet (Ps. 93:1)
Van de HEER zijn de pijlers der aarde waarop hij de wereld heeft vastgezet. (1 Sam. 2:8)
Al beeft de aarde met haar bewoners, ik heb haar op zuilen vastgezet. (Ps. 75:4)
*"Veel bekende kosmologen die de structuur en evolutie van het universum bestuderen, erkennen dat er een moment van schepping heeft plaatsgevonden."*
Een aantal kosmologen doet dit inderdaad, de meerderheid neemt het universum gewoon voor wat het is of probeert een naturalistisch verklaringsmechanisme te vinden. De American Astronomical Society (het grootste genootschap van professionele astronomen in de VS) heeft [afstand genomen](http://www.ncseweb.org/resources/news/2005/US/979%5Faas%5Fdenounces%5Fintelligent%5Fdes%5F9%5F20%5F2005.asp?ref=deatheist.nl) van "Intelligent Design". Schepping is geen wetenschap en hoort er ook niet in thuis (zie mijn artikel "[Waarom creationisme geen wetenschap is](http://www.freewebs.com/deatheist/Artikelen/Waarom%5Fcreationisme%5Fgeen%5Fwetenschap%5Fis.htm?ref=deatheist.nl)"
*"De kans dat leven ontstaat uit levenloze materie bedraagt 1:10^40.000 en is daarmee onmogelijk volgens wiskundige Sir Fred Hoyle (1915-2001)."*
Het is onmogelijk om voor het ontstaan van leven een kansberekening te maken. We hebben (in ieder geval op dit moment) geen idee hoe de allereerste levensvormen eruit gezien hebben, het zal in ieder geval niet te vergelijken zijn met een complete moderne cel. Daarnaast is het ontstaan van leven voor een groot deel chemie, dus geen toeval, maar wetmatigheid. Ook wordt er in dit soort kansberekening geen rekening gehouden met het massaal *simultaan* experimenteren met het ontstaan van leven dat de natuur miljoenen jaren heeft kunnen doen. Zie verder: [Lies, Damned Lies, Statistics, and Probability of Abiogenesis Calculations](http://www.talkorigins.org/faqs/abioprob/abioprob.html?ref=deatheist.nl).
*"Astronoom en wiskundige Sir Fred Hoyle zei ooit: "Er is geen verschil tussen het ontstaan van de cel door toeval en het ontstaan van een Boeing 747 door een orkaan die een schroothoop treft.""*
Dat klopt. Het ontstaan van de cel is ook geen toeval, maar het gevolg van natuurlijke wetmatigheid en selectie. Tevens is een moderne cel niet te vergelijken met de eerste vormen van leven. Zie verder hierboven en [hier](http://www.talkorigins.org/indexcc/CB/CB010%5F2.html?ref=deatheist.nl).
*"Moderne diepzeecamera's hebben enorme geisers ontdekt op de bodem van de oceanen. In de Bijbel sprak Job omstreeks 1.500 v.C. al over de bronnen op de bodem van de oceaan (Job 38:16)."*
Wie deze tekst in zijn context leest, zal zien dat deze zinnen een symbolische betekenis hebben, geen geologische. Als dit soort teksten als wetenschappelijke verhandelingen gelezen worden, wordt het volledige onzin (wat zijn bijvoorbeeld "poorten van de dood" en "de deuren van het diepste donker"?) en verliest het zijn poëtische betekenis. Daarnaast zijn geisers geen bronnen van de zee (waar Job het over heeft), maar plaatsen waar reeds aanwezig water tot het koopunt wordt verhit en daardoor opstijgt of uitbarst (simpel gesteld).
**Het artikel "God laat onschuldige mensen lijden"**
Hier wordt als theodicee (rechtvaardiging van God ten opzichte van het in de wereld bestaande kwaad) de zondeval en vrije wil gegeven. Ten eerste is er niets dat suggereert dat de zondeval meer is dan een mythe. Ten tweede is het onrechtvaardig iemand te laten boeten voor wat anderen (Adam en Eva) gedaan hebben, zonder dat diegen daar ook maar enige invloed op heeft. Ten derde komt heel veel kwaad van oorzaken die buiten onze wil liggen. [Hier](http://www.freewebs.com/deatheist/Atheistische%5Fargumenten.htm?ref=deatheist.nl#theodicee) ga ik verder in op het theodicee.
De verklaring die Anne Graham geeft snijdt ook geen hout. Het kwade treft iedereen, te allen tijde, onafhankelijk van staatsinrichting of vroomheid.
De oplossing van C.S. Lewis kan ook onmogelijk het lijden uitsluiten: heel veel lijden gaat buiten onze wil en mogelijkheden om. Dat neemt overigens niet weg dat een hoop leed wél te voorkomen is als de mens wat humaner zou zijn. Daar is geen godsdienst voor nodig, maar humaniteit.
**Het artikel "Er is geen bewijs voor God"**
Hier voert de auteur aan dat de betrouwbaarheid van de bijbel een bewijs is voor het bestaan van God. Hij beweert dat wie aan de bijbel twijfelt, op slag beroemd zou zijn. Blijkbaar is de schrijver onbekend met de rijke historie van [bijbelkritiek](http://en.wikipedia.org/wiki/Biblical%5Fcriticism?ref=deatheist.nl), met grote namen uit de beginperiode hiervan als Friedrich Schleiermacher (1768-1834), David Friedrich Strauss (1808-1874), and Ludwig Feuerbach (1804-1872). Bijbelkritiek vormt een groot onderdeel van hedendaagse theologie en wordt aan elke theologische faculteit gedoceerd. De opvatting dat de bijbel volledig betrouwbaar en onfeilbaar is, heeft reeds lang geleden afgedaan, en terecht. Wat zouden er veel beroemde mensen bijkomen als we de auteur mogen geloven!
Het besef dat veel ons verstand te boven gaat, is geen bewijs voor het bestaan van God, maar het bewijs van menselijke onwetendheid. God is slechts een *asylum ignorantiae* (toevlucht voor onwetendheid), geen bewijs voor het bovennatuurlijke. Momenten van diepe ontroering, ontzag en grote verbazing; besef van grootsheid, van gebeurtenissen die je niet onder woorden kunt brengen, van ontdekkingen van het onbekende, van ogenblikken waarin je het idee de wereld te kennen laat vallen vormen evenmin een bewijs voor het bestaan van God. Deze geweldige ervaringen kan iedereen hebben, een atheïst ook.
Ik blijf dus bij de titel van het artikel: er is geen bewijs voor God.
### Sporen van evolutie in de mens
URL: https://www.deatheist.nl/sporen-van-evolutie-in-de-mens/
Last updated: 2026-08-21T12:51:48.000Z
Het artikel "Sporen van evolutie in de mens" is [hier als PDF-bestand](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Sporen%5Fevolutie.pdf) te downloaden.
### Gij zult niet nadenken!
URL: https://www.deatheist.nl/gij-zult-niet-nadenken/
Last updated: 2005-07-20T00:00:00.000Z
In de bijbel wordt het gebruik van het gezonde verstand, het kritisch denken, het verkrijgen van kennis, nergens aangemoedigd. Integendeel zelfs, het wordt ontmoedigd. Dit blijkt uit vele passages waarvan ik er hier een aantal zal opsommen. Alle gebruikte passages in dit artikel komen uit de [Nieuwe Bijbel Vertaling](http://www.biblija.net/biblija.cgi?m=Gen%2B1%2C1-50%2C26&id18=1&pos=0&set=11&lang=nl&ref=deatheist.nl).
Het eerste voorbeeld staat al in het eerste bijbelboek. Hierin wordt door God verboden te eten van "de boom van kennis van goed en kwaad". De slang verleidde Eva door te vertellen dat *"God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad."* (Gen. 3:5). Deze daad tot het verkrijgen van kennis wordt door christenen nog steeds als in en in slecht gezien, nog steeds moet de gehele mensheid er voor boeten (erfzonde).
Ook verderop in het Oude testament worden wijsheid en kennis afgewezen. Volgens Prediker leidt een toename van wijsheid en kennis tot een toename van verdriet en smart:
Prediker 1
*12 Ik, Prediker, was koning van Israël in Jeruzalem. 13 Ik heb met heel mijn hart elke vorm van wijsheid onderzocht, want ik wilde alles wat onder de hemel gebeurt doorgronden. Het is een trieste bezigheid. Een kwelling is het, die de mens door God wordt opgelegd. 14 Ik heb alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het niet meer is dan lucht en najagen van wind. 15 Wat krom is kan niet recht worden gemaakt, en wat ontbreekt kan niet worden meegeteld. 16 Ik zei tegen mezelf: Ik heb meer en groter wijsheid verworven dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. Ik heb veel wijsheid en kennis opgedaan. 17 Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind. 18 Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.*
In het Nieuwe Testament komt de misology, het Engels voor de afkeer van verstand, nog duidelijker naar voren. De grote filosoof en wiskundige Bertrand Russell merkte dan ook al eens op *"So far as I can remember, there is not one word in the Gospels in praise of intelligence."*. De boodschap van Jezus is niet bedoeld voor wijzen of verstandigen, maar voor eenvoudigen, voor kinderen of baby's. Misschien richtte hij zich op deze doelgroep omdat alleen zij alles geloven wat hen verteld wordt?
Matheus 11
*25 In die tijd zei Jezus ook: 'Ik loof u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden, maar ze aan eenvoudige mensen* \[in andere vertalingen "kinderen" of "baby's", BK\] *hebt onthuld.*
Ook de bekende en vaak door christenen geciteerde uitspraak *"Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven."* (Joh. 20:29) is een voorbeeld van de afkeer van verstand. Deze uitspraak gaat regelrecht in tegen de wetenschappelijke methode, die gebaseerd is op 'eerst zien, dan geloven'. Met de 'niet zien, toch geloven methode' kan elk geloof gerechtvaardigd worden, ook dat in het bestaan van kaboutertjes. Vanuit dit principe is het namelijk onmogelijk zin van onzin te onderscheiden. Geloof kan alleen bestaan bij gratie van dit soort absurde ideeën. De bekende evolutiebioloog Richard Dawkins merkte hier al eens over op *"Faith is the great cop-out, the great excuse to evade the need to think and evaluate evidence. Faith is belief in spite of, even perhaps because of, the lack of evidence.".*
Ook Paulus, die in veel opzichten het christendom meer beïnvloed heeft dan Jezus zelf, schrijft in zijn brieven naar de verschillende gemeenten van de vroegchristelijke kerk meerdere malen dat vooral niet op het verstand vertrouwd moet worden. Er moet geloofd worden zonder bewijs.
Kolossenzen 2
*8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus.*
1 Korinthe 1
*18 De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. 19 Er staat namelijk geschreven: 'Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.' 20 Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? 21 Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. 22 De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, 23 maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. 24 Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, 25 want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.*
1 Korinthe 3
*18 Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. 19 Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: 'Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.' 20 En er staat ook geschreven: 'De Heer kent de gedachten van de wijzen; hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.'*
Hebreeën 11
*1 Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.*
De bovenstaande tekst uit Hebreeën, die veel aangehaald wordt ter verantwoording van geloof, zegt hetzelfde als Johannes 20 vers 29: geloof, ondanks dat er geen bewijs voor is.
Paulus gaat zelfs zover dat hij zegt dat je onbetrouwbaar mag zijn om zieltjes te winnen:
Romeinen 3
*7 Maar wanneer door mijn onbetrouwbaarheid Gods trouw alleen maar toeneemt en daardoor ook zijn eer, waarom word ik dan toch nog als een zondaar veroordeeld?*
1 Korinthe 20
*20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. 21 En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. 22 Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. 23 Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.*
De algemene trend is duidelijk: geloof, zonder verstand of bewijs, en wie niet gelooft is verdoemd (Mark.16:16). De bijbelse schrijvers steken deze absurde leer niet onder stoelen of banken.
Met al deze afkeer van verstand en kennis is het mij een raadsel hoe sommige christenen wetenschap kunnen beoefenen. Wetenschap is volledig gebaseerd op principes die de bijbel zo hard afwijst. In de wetenschap is het principe van 'eerst zien, dan geloven' misschien wel het belangrijkste, voor geloof is dit het meest funest en wordt daarom ook zo fanatiek afgewezen. In de wetenschap kom je met zo'n houding niet ver. Misschien laten christelijke wetenschappers zondags, bij het gaan naar de kerk hun verstand thuis.
Al deze teksten hadden makkelijk samengevat kunnen worden in het 'elfde gebod': *"Gij zult niet nadenken."*
### Waar een atheïst voor zou moeten staan
URL: https://www.deatheist.nl/waar-een-atheist-voor-zou-moeten-staan/
Last updated: 2026-08-26T06:42:32.000Z
### **Een gerechtvaardigde weeklacht**
Er is een veel gehoorde en gerechtvaardigde weeklacht dat atheïsten zich zo bezighouden met het benoemen en beargumenteren waar ze tegen zijn, dat mensen maar zelden te horen krijgen waar atheïsten vóór zijn.
Dit komt niet alleen van de religieuze critici van atheïsme, maar kan ook gevonden worden in de verwoording en persoonlijke gedachten van atheïsten zelf. Zelfs de namen die we gekozen hebben benadrukken meer waar we tegen zijn dan voor: *a*theïst, *a*gnosticus, *on*gelovig etc. Zelfs de term vrijdenker houdt het midden: het staan voor de vrijheid van het denken impliceert dat het denken vrij moet zijn van iets.
Natuurlijk, deze termen omvatten geen gehele waardesystemen. Ze beschouwen slechts een beperkte positie over een bepaald aspect. Ik ben alleen gelijk aan alle andere atheïsten in het feit dat ik niet geloof dat er goden zijn. Buiten dat kan ik opvallend verschillen van andere atheïsten in waarden en overtuigingen. Aan beide kanten van het politieke spectrum kun je quasi-conservatieve objectivisten en ultraliberale communisten vinden, die elkaar wederzijds haten. Deze twee groepen hebben bijna tegenovergestelde waarden, maar beide bestaan uit uitgesproken atheïsten. Ik ben het met geen van beide eens. Soortgelijke diversiteit kan gevonden worden in elke andere groep - devote christenen kunnen agnosten zijn, New Agers kunnen vrijdenkers zijn en ongelovigen kunnen van alles zijn, van nihilisten tot gekken.
Er is lang een oplossing geweest voor bovenstaand probleem dat te weinig mensen hebben uitgebuit. De term "seculier humanist" is een duidelijk verklaring van zowel waar men vóór staat als tegen is: seculier zijn betekent dat iemand onafhankelijk is van religie en humanist zijn betekent dat iemand voor menselijkheid staat. Natuurlijk hebben gelovigen deze term zodanig mateloos belasterd, vervloekt en zwart gemaakt en gelijk gesteld aan atheïsme, dat zelfs de meeste mensen het verschil tussen deze twee niet meer zien. Omdat zo weinigen deze term en waar het voor staat succesvol verdedigd hebben, is het voordeel van de naam verloren gegaan in het publiekelijk gesprek. Maar wat belangrijker is, is dat het onjuist is om te veronderstellen dat alle seculiere humanisten atheïsten zijn. Tegen een religieuze oplossing voor onze problemen zijn is wat anders dan geloven dat er geen god is.
Ik wil het hebben over atheïsten, zo algemeen als ik kan. Hoewel niemand een algemene verklaring kan schrijven voor waar elke atheïst voor staat - er zijn immers teveel soorten atheïsten - is het nog steeds mogelijk om te beschrijven waar sommige atheïsten voor staan. Hierbij heb ik de gewone soort Amerikaanse atheïst in gedachten waarvan ik er al vele heb ontmoet in mijn leven. Het is ook mogelijk om in overweging te geven waar alle atheïsten voor zouden moeten staan, en dit is uiteindelijk wat ik wil doen. Er zijn bepaalde waarden die gedeeld worden door bijna alle atheïsten die ik heb ontmoet en bestudeerd, waarden waarvan ik geloof dat ze niet alleen verenigbaar zijn met atheïsme, maar er zelfs noodzakelijk voor zijn. Bovendien: als ons gevraagd wordt: "Waar sta je voor?" helpt het om een antwoord op deze vraag klaar te hebben.
### **De ethiek van het denken**
Het is waarschijnlijk waar dat alle atheïsten staan voor de waarden van de rede en het vrijdenken. Ik wil een poging doen om deze waarden in meer substantiële termen uit te drukken. Er is de overtuiging dat **onderzoek en twijfel essentiële testen vormen tegen misleiding, zelfbedrog en dwaling**. Er is de overtuiging dat **logica en juiste empirische methoden de enige manier zijn waardoor de hele wereld overeenstemming kan bereiken over de waarheid van wat dan ook**. En er is de overtuiging dat **het beter is om goed tegen elkaar te zijn en te bouwen op de waarheid waarmee iedereen het eens is dan erop aandringen dat we allemaal dezelfde opvattingen hebben**. De woorden hierboven die ik in vet gezet heb zijn de dingen waarvan ik overtuigd ben dat alle atheïsten voor zouden moeten staan.
De eerste is de overtuiging dat "onderzoek en twijfel essentiële testen vormen tegen misleiding, zelfbedrog en dwaling". Zelfs gelovigen zullen soms aan deze waarde lippendienst bewijzen, maar vaak genoeg houden ze zich er niet aan. En in zoverre iemand deze waarde koestert, maar er niet naar leeft, leven ze immoreel, zelfs naar hun eigen maatstaf. Ik kan niet meer bijhouden hoe vaak ik christenen heb horen verklaren dat deze waarde een reden voor hen is is om de bijbel te lezen, maar haar onbezorgd negeren als ik hen vraag de Tao Te Ching te lezen. We moeten accepteren dat we gevoelig zijn voor dwaling op elk gebied waar we een gebrek aan twijfel hebben of nog geen betekeniswaardig onderzoek hebben gedaan. De eerlijke atheïst ziet opzettelijke onwetendheid en blind geloof als de gevaarlijkste zonden.
In tegenstelling tot theologische polemiek, is het niet absurd dat je voor twijfel staat. Je zou open moeten staan voor weerleggend bewijs van elke overtuiging die je hebt en je zou je moeten houden aan de regel dat je je mening laat leiden door het overwicht van het bewijs, niet door het overwicht van geloof, traditie of wens. Zelfs wanneer je geloof in een overtuiging bijzonder sterk is, is voorzichtigheid in orde. Liever dan het tegenstaand bewijs afwijzen en liever dan onrechtvaardig veel gewicht geven aan bevestigend bewijs, als je weet dat de feiten misschien onjuist of niet compleet kunnen zijn, moet je een degelijk onderzoek doen naar die feiten. Je zou je onzekerheid moeten toegeven, moeten accepteren dat het overwicht van het bewijs altijd beslist en dat alleen zorgvuldig onderzoek de zaak op kan lossen. Alle wetenschap wordt gedreven door dit principe. Het is voor een wetenschapper nooit afdoende geweest om geloof te hebben in een theorie. In plaats van dit geloof te gebruiken als rechtvaardiging voor geloofsovertuiging, gebruiken wetenschappers het als rechtvaardiging voor onderzoek. Overtuiging wordt niet verkondigd, op de een of andere manier, voordat een fatsoenlijk, weloverwogen onderzoek is voltooid. Dit is de reden waarom wetenschap vooruitgang boekt en religie niet. Ik geloof dat dit meer is dan een methode die gedeeld wordt door wetenschap, geschiedenis, journalistiek en strafrecht. Dit is de manier waarop mensen zouden moeten werken en ik denk dat de meeste atheïsten het hiermee eens zullen zijn.
Het volgende is de overtuiging dat "logica en juiste empirische methoden de enige manier zijn waardoor de hele wereld overeenstemming kan bereiken over de waarheid van wat dan ook" en dat "het beter is om goed tegen elkaar te zijn en te bouwen op de waarheid waarmee iedereen het eens is dan erop aandringen dat we allemaal dezelfde opvattingen hebben". Dit zijn verwante waarheden die atheïsten makkelijk kunnen accepteren en toepassen. Beide worden meestal afgewezen door gelovigen in god. Het is moeilijk aan te vechten dat bijna alle atheïsten voor wetenschap en rede staan, voor een hoge standaard voor empirisch onderzoek en redelijkheid in het denken. Ze geloven in het perfectioneren van zowel hun begrip van wetenschappelijke bevindingen als de wetenschappelijke methoden en in het aanslijpen van hun bekwaamheid om verstand en kritisch, empirisch denken op alle gebieden toe te passen, zelfs in hun dagelijks leven. Al de uren en jaren waarin gelovigen zich bezighouden met gebed en devotie, richten atheïsten zich op het bestuderen van het universum, het verfijnen van hun begrip van zaken en hun beheersing van helder en succesvol denken en het stellen van kritisch vragen.
Het staat buiten kijf dat wanneer er onopgeloste onenigheid bestaat over een kwestie, die niet op te lossen is als iedereen dezelfde dingen ziet en observeert, de wetenschappelijke en logische methoden toegepast moeten worden om de knoop door te hakken. Als er naast simpele observaties er geen overeenstemming bereikt wordt over wat er te zien is of wat het betekent, dan zijn wetenschap en logica de enige methoden die we kennen die aan iedereen het zelfde doorslaggevend bewijs kunnen onthullen. Als gewone observatie faalt om overeenstemming te brengen, en noch wetenschap, logica of equivalente standaarden van empirisch onderzoek toegepast kunnen worden, dan moeten beide partijen in eerlijkheid hun wederzijdse onwetendheid toegeven. Het is immers oneerlijk om vol te houden dat iemand fout zit als je niets voorhanden hebt om dat te bewijzen en logische en empirische methoden verschaffen de enige bekende wegen om iets aan iedereen te bewijzen (buiten beschouwing gelaten de krankzinnigen en irrationelen die elke vorm van gezond redeneren en principes van bewijsvoering afwijzen). De nederigheid om je eigen onwetendheid toe te geven en de wijsheid om niet teveel te veronderstellen zijn de deugden waaraan atheïsten niet moet vergeten veel waarde te hechten, zelfs wanneer ze altijd op zoek zijn om een einde te maken aan hun onwetendheid en voorbij hun veronderstellingen gaan door constant te blijven vragen en onderzoeken. Dit zal de manier waarop we onze medemensen behandelen beïnvloeden omdat het tot de conclusie leidt dat het beter is 'wees goed naar anderen zelfs wanneer je het niet met hen eens bent' als boodschap te verkondigen dan 'geloof in onze religie of wees verdoemd'. Het eerste brengt alleen maar vrede, leven en geluk en leert ons de waarde van respect en onderhandeling, maar het laatste brengt alleen maar scheiding, dood en ellende, en leert ons slechts tirannie en haat.
### **De ethiek van het leven**
De waarden die de belangrijkste rol spelen in iemands leven zijn de waarden die voortkomen uit de betekenis die iemand heeft gevonden in zijn leven. Het is standaard retoriek van de gelovigen dat alleen god het leven betekenis kan geven, maar om dit werkelijk te geloven moet iemand eerst geloven dat menselijk leven, denken en geluk, zelfs liefde, van zichzelf waardeloos en betekenisloos zijn. Ik denk dat elke atheïst dit als absurd beschouwt. Zelfs als we het toevallige bijproduct zijn van een gigantische rubberen banden machine, is puur het feit dat ik leef en dat ik weet dat ik leef genoeg om mijn leven onmiddellijk van betekenis te voorzien. Op het moment dat ik geluk of liefde voel, is hun betekenis en waarde meteen duidelijk. Iets anders is niet nodig (zie [Onze Betekenis in het Leven](http://www.secweb.org/asset.asp?AssetID=113&ref=deatheist.nl)). Zoals alle atheïsten zullen weten, zullen al deze dingen ook zonder een god bestaan. Alles wat immers nodig is, is een persoon die kan leven, liefhebben en geluk kent.
Het ultieme doel van het leven is het te leven. Daar is niets mysterieus aan. Maar het leven zou het niet waard zijn om te leven als het geen geluk en liefde kent. Het is goed beargumenteerd sinds Aristoteles dat geluk het ultieme doel van het leven is, omdat dat het enige is wat we voor onszelf zoeken. Al het andere streven we na voor andere redenen, maar we zoeken geluk voor geen andere reden dan om gelukkig te zijn. Hoewel de prediker ervan houdt om het hedonisme, waarvan hij denkt dat het met zich meebrengt, aan te vallen, is in werkelijkheid zijn eigen religie gebaseerd op precies hetzelfde principe. Alle doelen in religie worden immers voor een andere reden gezocht, behalve het ultieme doel van eeuwig geluk. Wanneer een predikant zegt "aanbid god" en de gemeente vraag waarom en dit blijft vragen bij elk antwoord dat hij geeft, kan hij alleen een eind maken aan de ondervraging door hetzelfde ultieme antwoord te geven: "omdat het je gelukkig zal maken".
Geluk is dus de ultieme waarde waar alle atheïsten voor staan. Ze verschillen misschien eindeloos in de manier om het te bereiken, maar ze zullen het allemaal over eens zijn over de ultieme waarde van het eindproduct. Het is in dit verband dat de atheïst zich vaak met verlichte religieuze filosofie bezighoudt, want de manier waarop geluk bereikt kan worden ligt niet in geloof of ritueel. Het komt niet van een god en uiteindelijk is georganiseerde religie nutteloos. Geluk komt beter gezegd van begrip en bekwaamheid en de wijze atheïst staat evenzeer voor deze dingen als het andere. Geluk komt door hetgeen te realiseren wat zowel goed als makkelijk te verkrijgen is, bijvoorbeeld de ervaring van liefde, schoonheid, vriendschap, de vreugde van vele andere eenvoudige pleziertjes en van het zoeken en nastreven van de verschillende manieren om deze dingen te bereiken in ons leven. Geluk komt ook door te beseffen hoe ongeluk en obstakels weggenomen of ontweken kunnen worden en zich door deze kennis te laten leiden. Op deze manier leiden begrip en bekwaamheid tot geluk en dit is waarom de atheïst zoveel waarde hecht aan deze benadering van het leven en er naar streeft om ze te verwezenlijken en te beheersen.
### **De ethiek van ethiek**
Moraal is de favoriete leus van de gelovige. Het is ook polemisch populair om atheïsme gelijk te stellen aan de volledige afwezigheid van moraal, alsof het niet geloven in een god tegelijkertijd het niet geloven in morele standaards betekent. Elke navraag naar de overtuigingen van de echte atheïst zal bewijzen dat deze veronderstelling onjuist is. In feite bezit de atheïst vaak sterkere morele overtuigingen dan vrome gelovigen. Abraham, zoals het Oude Testament beweert, verliet zijn moraal slechts op commando van zijn god. Hij was bereid om een moord te plegen, zelfs zijn eigen zoon te vermoorden, als bewijs van zijn religieuze toewijding. Net als hij is menig gelovige bereid zijn moraal opzij te schuiven als hij denkt dat zijn god dat van hem vraagt of toestaat als hij denkt dat het voor 'het groter goed' van god is. Zo niet de atheïst. Als god aan mij zou verschijnen en mij zou vragen mijn zoon te vermoorden, zou ik zijn commando regelrecht afwijzen, zelfs als ik onweerlegbaar bewijs zou hebben dat god bestaat en hij de allerhoogste schepper en ultieme kracht van het universum is. Ik zou de dood verkiezen boven schending van rechtvaardigheid. Willen vermoorden is slecht, en als God wil vermoorden is hij slecht, en geen enkel goed mens zal een verdorven meester accepteren.
De vraag wat goed is, wat moreel is, wordt ingewikkeld door het feit dat we onwetend zijn van de meeste dingen die we zouden moeten weten als we de vraag willen beantwoorden. Ons vermogen om de toekomst te voorspellen is zeer beperkt, maar essentieel voor elk doorslaggevend antwoord op de vraag wat goed en fout is. Onze mogelijkheid om de geheime gedachten van anderen te weten te komen is ook beperkt en juist zo essentieel, enzovoort. Dus de mogelijkheid om het juiste te doen, zelfs om te weten wat het juiste is, zal afhangen van jouw wijsheid en kennis, die nooit volmaakt zal zijn. De mate waarin je werkelijk weet wat de consequenties zijn van wat je doet, en de betekenis van wat je verwezenlijkt wanneer je dat doet, zal de mate bepalen waarin je kunt nagaan wat goed of fout is in elke betreffende kwestie. Het is moeilijk om dat op papier te zetten.
De complexiteit van de morele opinie is, net als de complexiteit van elk ander vak of onderneming, vaak vervangen door regels waarvan verscheidene experts hebben geleerd dat ze het meest bruikbaar of universeel zijn. Maar omdat niemand ergens goed in kan zijn door slechts de regels te leren, komt werkelijke moraal niet daar uit. Het kan eerder gevonden worden in wijsheid en in bekwame intuïtie. Zelfs een schaakmeester moet veel meer weten dan de regels van schaken als hij een goede speler wil zijn. Maar in ethiek zijn zelfs de regels niet onwrikbaar, de uitzondering bevestigt de regel. Gij zult niet doodslaan, maar wat als je een schurk moet vermoorden om een onschuldige te redden? Elk stelsel van regels heeft last van de zwakke plek van dubbelzinnigheid. Wat wanneer je iemand per ongeluk vermoordt? Regels zijn bruikbaar omdat ze ons in staat stellen snel te reageren wanneer we geen tijd hebben om ergens goed over na te denken. Wanneer we deze regels maar lang genoeg uitoefenen, worden ze instinctief en dus zelfs effectiever, er in de eerste plaats van uitgaande dat de regels goed waren. Er zijn immers ook slechte ideeën die in de eerste instantie goed leken, en tot slechte gewoontes geleid hebben waarvan moeilijk af te komen is, zelfs wanneer we hun onvolkomenheid ontdekt hebben.
Atheïsten weten dit. Ze zoeken morele waarheid niet in regels, dat zijn slechts door mensen gemaakte hulpmiddelen om te handelen in de gevallen waarin men moet handelen zonder te denken. Zij zoeken het in ruimere principes. Ongeacht welke taal of filosofie een atheïst gebruikt om zijn morele overtuigingen te schetsen, is elke atheïst die ik gekend heb steeds teruggevallen op hetzelfde denkbeeld dat wereldwijd terugkomt, en te allen tijde geleerd is door religieuze en seculiere leiders: de beroemde "Gulden Regel". Jezus herhaalde een oude joods spreuk toe hij zei: "Behandel anderen zoals je zou willen dat ze jou behandelen" en Confucius tekende een oud Chinees gezegde op toe hij schreef: "Wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Alle atheïstische moraalsystemen lijken op verschillende manieren van dit kernprincipe af te stammen en daarom is het gepast om te zeggen dat alle atheïsten voor de Gulden Regel staan in de volste betekenis en strekking. Ik denk dat elke regel of overtuiging die dit principe schendt door de meeste atheïsten afgedankt zal worden als immoreel en dat ze meer naar dit ideaal leven dan veel gelovigen doen.
Ik heb mijn eigen overtuiging over waarom dit zo is en hier wil ik mee eindigen. Gelovigen beschuldigen atheïsten er altijd van dat ze geen redenen hebben om moraal te zijn, geen reden hebben om de Gulden Regel als hoogste morele ideaal te hebben. Het kan uitvoerig bewezen worden dat gelovigen geen betere reden hebben om moreel te zijn dan atheïsten, maar aan die taak wijd ik mijzelf ergens anders (zie [Redenen om moreel te zijn](http://www.infidels.org/library/modern/richard%5Fcarrier/moreland.html?ref=deatheist.nl)). Hier is het genoeg om uit te leggen waarom ik denk dat atheïsten voor de Gulden Regel staan, of in ieder geval waarom ze er voor zouden moeten staan. Wanneer we een slecht persoon zien, iemand die geen respect heeft voor de ander of hem mishandelt en ellende veroorzaakt in plaats van geluk, haten we hen. Deze gevoelens van afkeer zijn natuurlijk en onvermijdelijk, we kunnen immers niet zelf gelukkig zijn als we geen afkeer hebben van de vijanden van geluk. Maar het is niet zozeer de kwaaddoener zelf die we haten, maar meer het soort persoon dat zulke dingen doet. En dat is het hem juist. Wanneer we immers zo'n persoon worden, zullen dezelfde gevoelens van afkeer weer onvermijdelijk worden, maar nu zullen ze gevoelens van zelfafkeer worden. Iemand die zichzelf haat op elk niveau, zal altijd gehandicapt zijn, zelfs belemmerd zijn in zijn eigen zoektocht naar geluk. Hij zal zichzelf maar al te gemakkelijk tegenkomen in ellende en verlammende waanideeën. Zijn leven zal al te vaak moeilijk en onbevredigend zijn.
Maar kijk eens naar de andere kant van de zaak. Wanneer we een goed persoon zien, iemand die deugden uitdrukt die we graag zien, die geluk veroorzaakt in plaats van ellende, houden we van hem. Inderdaad, we houden van het soort persoon die dat zou doen en wanneer we zo'n persoon worden, gaan we van onszelf houden op de manier waarop dat zou moeten: met respect en bescheiden genoegen. We hoeven dan veel minder voor ons geluk te werken omdat oprecht zelfrespect uit zichzelf geluk brengt. De beantwoording in liefde, genegenheid en respect van anderen die onze deugden genereren, zullen onze sfeer van geluk uitbreiden en beschermen. In tegenstelling tot de slechte zal de goede mens in geluk terechtkomen en zal hij na tegenslag er bijna van nature weer bovenop komen. En zelfs in tijd van misère, als hij opgelet heeft zal de goede mens al weten wat gedaan moet worden om er weer bovenop te komen en hoe hij er het beste van kan maken tot die tijd. Zo is het dat de Gulden Regel slechts een uiting is van een basaal feit van de menselijke psychologie: als we belichamen wat we al reeds haten, zullen we onszelf haten en gehaat worden door anderen, maar als we uitdrukken waar we van houden en respecteren, dan zullen we van onszelf houden en onszelf respecteren, en beurtelings geliefd en gerespecteerd worden door anderen. We kunnen de Gulden Regel dus het eenvoudigst herformuleren: wees een held, geen schurk. Dit is de manier om gelukkig te zijn.
### **Conclusie**
Atheïsten zouden moeten staan voor onderzoek en twijfel. Ze zouden moeten staan voor logica en juiste empirische methoden als de enige opties die geschikt zijn om ware van valse feiten te onderscheiden naar ieders redelijk genoegen. Ze zouden moeten staan voor de bescheidenheid om onwetendheid toe te moeten geven en de wijsheid om niet te veel te veronderstellen. Ze zouden eveneens moeten staan voor de daaruit volgende politieke realiteit dat het vinden van overeenstemming en onderhandelen over verschillen veel wijzer en beter voor iedereen is dan keihard de tegenovergestelde positie te behouden om redenen die niet eens een keiharde positie rechtvaardigen in de eerste plaats. De atheïst zou moeten staan voor het gebruiken van geloof als rechtvaardiging voor onderzoek in plaats van overtuiging. De atheïst zou moeten staan voor geluk, en begrip en bekwaamheid die nodig zijn om dat te bereiken. Boven alles moeten atheïsten staan voor het zijn van een held voor zichzelf en zijn medemensen in plaats het zijn van een schurk. Ik geloof dat wanneer de redenen voor deze waarden werkelijk begrepen worden, elk mens zich eraan zal houden, zelfs als god zelf verschijnt en een eind zou maken aan alle discussie over zijn bestaan. Ik geloof zeker dat een atheïst zijn leven zo zou moeten leven zodat hij in alle oprechtheid kan zeggen: "zelfs als Gods bestaan bewezen zou zijn, zou ik alleen mijn begrip van de feiten veranderen, niet de waarden waardoor ik mijn gedrag en denkwijze laat leiden".
*Bovenstaande tekst is een vertaling van het essay* [*What an Atheist Ought to Stand For*](http://www.infidels.org/library/modern/richard%5Fcarrier/ought.html?ref=deatheist.nl)*, geschreven door* [*Richard Carrier*](http://www.infidels.org/library/modern/richard%5Fcarrier/?ref=deatheist.nl) *en gepubliceerd in de* [*Secular Web Libary*](http://www.infidels.org/library/?ref=deatheist.nl)*. Ik heb het artikel zo getrouw mogelijk proberen te vertalen, maar houd in het achterhoofd dat vertalingen altijd deels op interpretatie berusten. Mocht u menen dat ik hierbij een fout heb gemaakt, kunt u* [*contact*](https://www.deatheist.nl/contact/) *met mij opnemen*
### Intelligent Design is géén wetenschappelijk alternatief
URL: https://www.deatheist.nl/intelligent-design-is-geen-wetenschappelijk-alternatief/
Last updated: 2005-06-15T00:00:00.000Z
Nadat minister van onderwijs Maria van der Hoeven een gesprek had gehad met nano-technoloog Cees Dekker, schreef ze in [haar weblog](http://www2.minocw.nl/bewindslieden/weekboek%5Fm.jsp?year=2005&week=9&ref=deatheist.nl) het volgende:
*"Hij \[Cees Dekker\] is aanhanger van de 'intelligent design'-gedachte. Die komt er op neer komt dat er een 'designer', een schepper ten grondslag ligt aan alle bestaan hier op aarde. Ik vond het een boeiend gesprek. Tegenover mij zat iemand die wetenschap en persoonlijk geloof heel goed wist te combineren. Ikzelf geloof evenmin in 'toeval'. Wat islam, jodendom, christendom verbindt is de gedachte dat er een 'schepper' is, hoe die dan ook verder mag worden aangeduid. Ik zie mogelijkheden om hiermee verbindingen te scheppen. Die zouden vooral in het academisch debat gelegd kunnen worden. Als we erin slagen om wetenschappers van verschillende geloofsrichtingen met elkaar te verbinden, kan het uiteindelijk misschien zelfs wel worden toegepast op scholen en in lessen. Er zal door een paar van mijn ambtenaren nog met Dekker worden doorgepraat over hoe we dit debat vorm kunnen gaan geven."*
De minister wil dus een academisch debat over *Intelligent Design* (ID) om wetenschappers van verschillende geloofsrichtingen met elkaar te verbinden. Misschien wil ze het uiteindelijk zelfs wel in de lessen op school. Dit leidde tot een hevige kritiek op grond van rationele argumenten, maar ook op grond van emotionele.
In Nederland was ID, voordat de minister er mee kwam, vrijwel onbekend. In de verenigde Staten daarentegen, woedt het debat al veel langer, tot in de rechtszaal toe. De Nederlandse hoogleraren Cees Dekker en Ronald Meester schreven een tijd gelden in Skepter (het blad van [Stichting Skepsis](http://www.skepsis.nl/?ref=deatheist.nl)) een reactie op een artikel waarin Marcel Hulpas ID aan de kaak stelde. Hierin hielden ze een pleidooi "voor een open houding ten aanzien van de historische oorsprong van het leven". Dit leidde tot felle kritiek van onder meer collega-wetenschappers ([deze discussie is op de site van Skepsis te vinden](http://www.skepsis.nl/ontwerp.html?ref=deatheist.nl)). Eén van die critici is bioloog Gert Korthof, medeauteur van het boek [*Why Intelligent Design Fails: A Scientific Critique of the New Creationism*](http://home.planet.nl/%7Egkorthof/korthof68.htm?ref=deatheist.nl) en auteur van de site [*Was Darwin Wrong*](http://home.planet.nl/%7Egkorthof/?ref=deatheist.nl).
In de nu gevoerde discussie wordt steeds de suggestie gewekt dat ID een wetenschappelijk alternatief is voor de evolutietheorie. Als dit werkelijk zo was, hadden beide theorieën inderdaad evenveel recht om gedoceerd te worden. Het fundamentele punt echter is dat ID géén wetenschappelijke theorie is en de evolutietheorie wel. Derhalve is het volledig terecht dat ID geen plaats krijgt in de biologie.
Er zijn vast nog heel veel zaken die *nog* niet evolutietheoretische verklaard kunnen worden, of waar zelfs nog niet eens onderzoek naar verricht is. De wetenschap kent immers nog vele raadselen en onontgonnen gebieden. Daarnaast zijn er ook vele voorbeelden van zogenaamde 'onherleidbaar complexe' systemen, waar ID'ers zo graag mee pronken, waar wel degelijk goede evolutionaire verklaringen voor zijn. Het ID is gebaseerd op deze (vermeende) huidige wetenschappelijke onwetendheid. Het ID komt voort uit een *argumentum ad ignorantiam*, een argumentatie gebaseerd op de onwetendheid: *ik kan me niet voorstellen dat dit door natuurlijke mechanismen is ontstaan, dus moet er wel een ontwerper achter zitten.* Deze onwetendheid kan persoonlijk zijn, maar ook die van de huidige stand der wetenschap. De wetenschappelijke kennis blijft echter explosief groeien, zeker de kennis op het gebied van de moleculaire biologie, waar het ID zich vooral op richt. Het aantal wetenschappelijke publicaties over moleculaire evolutie is de afgelopen tien jaar toegenomen van ruim 300 tot ruim 20.000! Met als fundament (vermeende) onwetendheid staat het ID wetenschappelijk niet sterk.
Onwetendheid in de wetenschap behoort de basis te zijn voor nieuw onderzoek, voor de formulering van testbare hypothesen, nieuwe experimenten. ID'ers zien in plaats daarvan in deze onwetendheid de plaats waar de ontwerper geïntroduceerd moet worden. Ontwerper is in de wetenschap een dooddoener: je kunt er niet mee experimenteren, je kunt er geen toetsbare hypothesen over opstellen, je komt niets te weten over de mechanismen of de mogelijkheden van die ontwerper, enzovoort. Laat de ontwerper de evolutie duizenden jaren aanknoeien om op een goede dag ineens een bepaald 'onherleidbaar complex' systeem te introduceren? Hoe moeten we ons deze *deus ex machina* voorstellen? Wat is het gevolg van intelligent ontwerp en wat van blinde evolutionaire mechanismen? Wat voor onderzoeksprogramma levert 'ontwerp' op? Op dit soort vragen heb ik nog nooit een antwoord gehoord van ID'ers. Dit is precies de reden waarom ID niet in de wetenschap thuishoort, het is wetenschappelijk een zinloos en vruchteloos concept, zeker geen wetenschappelijk alternatief dus!
Om te voorkomen dat ID als religie of creationisme bestempeld wordt, beweren aanhangers vaak dat de intelligente ontwerper niet God hoeft te zijn, het zou bijvoorbeeld ook een buitenaards wezen kunnen zijn. Hiermee verplaatsen zij slechts het probleem: wat voor intelligente ontwerper heeft immers het buitenaards wezen ontworpen? Deze redenering kan worden voortgezet tot in het ongerijmde: als iets complex een ontwerper nodig heeft, heeft die ontwerper (die minstens zo complex is als hetgeen hij ontwerpt) ook weer een ontwerper nodig, en die ook weer. De enige mogelijkheid om deze *regressio ad infinitum* te beëindigen is te zeggen dat de ontwerper altijd al heeft bestaan, en wie kan dat anders zijn dan God? Het mooie van de evolutietheorie is juist dat zij complexiteit verklaart aan de hand van simpele natuurlijke mechanismen, die overal waargenomen kunnen worden en waarmee men kan experimenteren. Als de fijne afstemming van dit gehele universum een ontwerper nodig heeft, wie kan dit anders zijn dan God? ID'ers zijn allen gelovigen, voornamelijk christenen, en schromen er vaak zelfs niet voor om toe te geven dat hun motivatie religieus is: *"We are taking an intuition most people have \[the belief in God\] and making it a scientific and academic enterprise. We are removing the most important cultural roadblock to accepting the role of God as creator.* (Phillip Johnson, "Enlisting Science to Find the Fingerprints of a Creator", LA Times, 25 Mar. 2001.). En dit citaat is slechts één van [de vele voorbeelden](http://home.kc.rr.com/bnpndxtr/download/HorsesMouth-BP007.pdf?ref=deatheist.nl). Het moge duidelijk zijn dat de ontwerper niemand anders dan God kan zijn.
Intelligent Design is het klassieke *argument from design*, dat dominee William Paley in de 18e eeuw al formuleerde, gestoken in een nieuw, moleculair biologisch jasje. Het is een nieuwe en subtielere vorm van creationisme, en creationisme is nog altijd pseudo-wetenschap!
Zie ook:
[Waarom creationisme geen wetenschap is](https://www.deatheist.nl/waarom-creationisme-geen-wetenschap-is/)
[Kritiek op het teleologische argument (argument van ontwerp)](https://www.deatheist.nl/het-teleologische-argument-argument-van-ontwerp/)
### Het programma "God bestaat niet"
URL: https://www.deatheist.nl/het-programma-god-bestaat-niet/
Last updated: 2005-06-13T00:00:00.000Z
"[God bestaat niet](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=806&ref=deatheist.nl)" is een nieuw programma van de [RVU](http://www.rvu.nl/rvu.php?ref=deatheist.nl). Alleen de titel al leidde bij voorbaad tot enige reactie bij een aantal gelovigen, en de Nicolaaskerk betreurde dat zij de parochie ter beschikking had gesteld voor de opnames ([zie Katholiek Nederland](http://www.katholieknederland.nl/actualiteit/nieuws/nieuws%5F569101.html?ref=deatheist.nl)). Sinds de eerste aflevering op 6 juni kwamen de reacties pas echt op gang. De SGP en de ChristenUnie hebben zelfs [kamervragen](http://www.tweedekamer.christenunie.nl/index.php?Hoofd=/nieuws.php&tekstId=1046&ref=deatheist.nl) over het programma gesteld en willen het zo snel mogelijk van de buis. De RVU geeft zelf een uitgebreider [overzicht van alle reacties op het programma](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&n=843&ref=deatheist.nl). Ook een recensie van *De Atheïst* kan natuurlijk niet uitblijven.
Tot nu toe is slechts één aflevering uitgezonden waardoor deze recensie enigszins onder voorbehoud blijft. De algemene toon van het programma is in ieder geval wel duidelijk. Ik heb de eerste aflevering 'live' gezien en moest daarvoor tot middernacht op blijven (het begon ook nog eens een half uur later dan gepland). Vergelijk dit met de uitzendtijden van de christelijke omroepen, die zo'n beetje de gehele zondag mogen preken op de publieke omroep! Ik was teleurgesteld over de tussenstukjes (duiveltje op kansel enz). Dit haalde het niveau van het programma omlaag, waardoor de (sterke) essentie van deze aflevering ("je bent je hersenen") in diskrediet werd gebracht. Ik had een wat volwassener programma verwacht. *Als ze het serieuzer hadden aangepakt, zou het programma serieuzer worden genomen en zou de boodschap beter overkomen.* Ook van de [foto's op de site van Muntz en Van de Wint](http://www.muntzvandewint.com/site/indexframes%5F2.html?ref=deatheist.nl) zullen voor veel mensen godlasterend zijn. Begrijp me niet verkeerd, ik ben zeker niet tegen godslastering (een fundamenteel onderdeel van onze vrijheid van meningsuiting), maar in een programma als dit werkt het alleen maar averechts. *Op deze manier jaag je mensen tegen je in het harnas in plaats van ze aan het nadenken te zetten.* Dat vind ik jammer.
De BBC had het vorig jaar met de documentaires over atheïsme ([Jonathan Miller's Brief History of Disbelief](http://www.bbc.co.uk/bbcfour/documentaries/features/atheism.shtml?ref=deatheist.nl) ) serieuzer, genuanceerder en daarmee beter aangepakt. Deze documentaire geeft een veel volwassene indruk van het atheïsme, de geschiedenis ervan en de motivatie om niet in het bestaan van goden te geloven.
Ondanks deze kritiek ga ik de komende afleveringen zeker kijken. De interviews met de wetenschappers en filosofen lijken mij absoluut de moeite waard. De kinderachtige tussenstukjes neem ik wel voor lief.
Overzicht van de komende afleveringen:
[(2) 13 juni Psychiater Andries van Dantzig](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=808&ref=deatheist.nl)
[(3) 20 Juni Rechtspsycholoog Hans Crombag](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=809&ref=deatheist.nl)
[(4) 27 juni Psychiater en traumatoloog Carla Rus](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=810&ref=deatheist.nl)
[(5) 4 Juli Astrofysicus Vincent Icke](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=811&ref=deatheist.nl)
[(6) 11 juli Filosoof en psycholoog Jaap van Heerden](http://www.rvu.nl/rvu.php?i=4&l=0&n=812&ref=deatheist.nl)
### Slavernij in de Bijbel
URL: https://www.deatheist.nl/slavernij-in-de-bijbel/
Last updated: 2026-08-24T18:39:24.000Z
Gelovigen die de Bijbel als het Woord van God zien, verwijzen voor een goede moraal vaak naar de Bijbel. De Bijbel is Gods Woord en daar dienen we ons aan te houden, beweren ze. De passages over slavernij zien zij blijkbaar over het hoofd. Dit artikel laat het Bijbelse standpunt ten opzichte van slavernij zien. Lees en huiver!
De Bijbel heeft het veelvuldig over slavernij, zoals uit de onderstaande passages blijkt. God keurt slavernij goed en dringt soms zelfs aan op het houden van slaven. Ook staan er uitgebreid richtlijnen beschreven over hoe slaven behandeld moeten worden, wat hun rechten zijn en het seksueel misbruiken van slavinnen.
Soms proberen gelovigen deze passages te verbloemen door te beweren dat met ‘slaaf’ eigenlijk (dienst)knecht bedoeld wordt. Ofschoon het Hebreeuwse woord *eved* inderdaad zowel ‘knecht’ als ‘slaaf’ kan betekenen, maakt de context meestal duidelijk om welke betekenis het gaat. Hetzelfde geldt voor de Griekse woorden *doulos* en *pais* (dat ook nog ‘kind’ kan betekenen). De grote woordenboeken en commentaren zijn hier ook duidelijk over. Het Griekse *diakonos* betekent overigens ook ‘dienaar’, maar nooit 'slaaf'.
In de hieronder besproken passages is het zonneklaar dat het om slavernij gaat: de slaaf wordt gezien als eigendom waarmee bijna zonder restricties gedaan mag worden wat de eigenaar wil, waaronder slaan en bij vrouwen soms seks. Ook blijkt dat slaven soms het resultaat zijn van verovering, oorlogsbuit dus. Deze jonge vrouwen mogen als vrouw genomen worden door de veroveraar, wat feitelijk neerkomt op verkrachting en seksslavernij. De vergelijking met een modern, vrijwillig dienstverband, die door sommige goedpraters wordt gemaakt, is dan ook niet alleen volstrekte onjuist, maar zeer ongepast.
**Het toe-eigenen van slaven**
God geeft aan dat als je slaven nodig hebt, je die moet halen uit omringende landen. Deze slaven zijn je bezit en zullen voor altijd je slaaf blijven. Dit geldt echter niet voor het eigen volk (discriminatie dus).
> *Als slaven en slavinnen kun je mensen kopen uit de omringende volken, of vreemdelingen die bij jullie wonen of de nakomelingen die zij in jullie land hebben gekregen. Die slaven en slavinnen zijn je eigendom, je kunt hen als erfelijk bezit aan je nakomelingen nalaten; zij zullen voor altijd als slaaf voor je blijven werken. Maar je volksgenoten, de Israëlieten, je eigen verwanten, mag je nooit als slaven afbeulen. (*Leviticus 25:44-46*)*
Vrouwen mogen bij een verovering als buit worden gezien en mogen als eigen vrouw gemaakt worden. Van deze vrouwen is dus eerst de familie uitgemoord en daarna moeten ze met de dader mee om feitelijk als seksslavin te dienen.
> *Als u ten strijde trekt tegen de vijand, en de HEER, uw God, levert hem aan u uit, en u ziet onder de mensen die u krijgsgevangen maakt een mooi meisje dat bij u in de smaak valt en dat u tot uw vrouw wilt maken, en u neemt haar mee naar huis, dan moet zij haar hoofd kaalscheren, haar nagels knippen en de kleren die ze als krijgsgevangene droeg afleggen. Gedurende een maand mag ze in uw huis om haar vader en haar moeder treuren. Daarna mag u met haar slapen en kan ze uw vrouw worden. (*Deuteronomium 21:10-13 (zie ook Numeri 31:1-19)*)*
In de volgende passage uit de '10 geboden' wordt de slaaf (de vrouw overigens ook) op één lijn geplaatst met het huis, rund, ezel en andere eigendommen:
> *Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort. (*Exodus 20-17 (zie ook Deutronomium 5:21))
**De rechten van de slaaf en hun behandeling**
Slaven hebben zeer beperkte rechten die de meester bepaalt, zoals blijkt uit onderstaande passages. Slaven werden gezien als eigendommen en konden gekocht en weer verkocht worden.
> *Wanneer je een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij je zes jaar lang dienen; in het zevende jaar mag hij als vrij man vertrekken, zonder iets te hoeven betalen. Als hij alleen is gekomen, moet hij ook alleen weggaan; was hij getrouwd, dan mag zijn vrouw met hem meegaan. Als zijn meester hem een vrouw heeft gegeven en zij heeft hem zonen of dochters gebaard, blijven de vrouw en haar kinderen eigendom van de meester en moet de slaaf alleen weggaan. Mocht hij echter te kennen geven dat hij zo aan zijn meester en aan zijn vrouw en kinderen gehecht is dat hij niet als vrij man wil vertrekken, dan moet zijn meester hem naar het heiligdom brengen, hem tegen de deur of de deurpost zetten, en zijn oor met een priem doorboren. Hij blijft dan voorgoed zijn slaaf. (*Exodus 21:2-6)
> *Wanneer iemand zijn dochter als slavin verkoopt, kan zij niet vrijkomen zoals de mannelijke slaven. Als haar meester haar voor zichzelf bestemd had en zij hem niet meer aanstaat, moet hij haar laten terugkopen; hij heeft niet het recht haar aan derden te verkopen, omdat hij zijn verplichtingen tegenover haar niet is nagekomen. (*Exodus 21:7-8)
Als een man seks heeft met een slavin die voor een ander bestemd was, moet hij een ram offeren voor vergeving.
> *Als een man seksuele omgang heeft met een slavin die voor een andere man bestemd was, en ze was nog niet vrijgekocht of vrijgelaten, moet hij een schadeloosstelling betalen. Ze hoeven niet ter dood gebracht te worden, want de vrouw was nog niet vrij. De man moet als hersteloffer voor de HEER een ram naar de ingang van de ontmoetingstent brengen. Door de ram ten overstaan van de HEER te offeren, voltrekt de priester voor de man in kwestie de verzoeningsrite voor datgene waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt, en krijgt hij vergeving voor zijn zonde. (*Leviticus 19:20-22)
Een mannelijke slaaf moet worden besneden. Dit is op latere leeftijd erg pijnvol en destijds levensbedreigend.
> *In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht; iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden. Zo zal dit verbond met mij voorgoed zichtbaar zijn aan jullie lichaam. (*Genesis 17:12-13)
Hoewel een meester zijn slaaf mocht slaan, moet hij zware verwondingen aan de ogen en tanden voorkomen.
> *Wanneer iemand zijn slaaf of slavin zodanig in het oog treft dat dit verloren gaat, moet hij hem of haar als vergoeding voor dat oog vrijlaten. En als hij zijn slaaf of slavin een tand uitslaat, moet hij hem of haar als vergoeding voor die tand vrijlaten. (*Exodus 21:26-27)
Ook mag de slaaf niet zo erg geslagen worden dat die er aan overlijdt, hij moet nog minstens een paar dagen blijven leven.
> *Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok slaat en hij of zij sterft ter plekke, dan moet er vergelding plaatsvinden. Als de slaaf of slavin nog enkele dagen in leven blijft, gaat de eigenaar vrijuit; door het verlies van zijn eigendom is hij genoeg gestraft. (*Exodus 21:20-21)
In de volgende passage heeft Abraham seks met de slavin van zijn vrouw omdat zijn vrouw zelf geen kinderen kon krijgen en daar teleurgesteld om is.
> *Abrams vrouw Sarai baarde hem geen kinderen. Nu had zij een Egyptische slavin, Hagar. 'Luister,' zei Sarai tegen Abram, 'de HEER houdt mijn moederschoot gesloten. Je moest maar met mijn slavin slapen, misschien kan ik door haar nakomelingen krijgen.' Abram stemde met haar voorstel in en Sarai gaf hem haar Egyptische slavin Hagar tot vrouw; Abram woonde toen tien jaar in Kanaän. Hij sliep met Hagar en zij werd zwanger. Toen Hagar merkte dat ze zwanger was, verloor ze elk respect voor haar meesteres. Sarai zei tegen Abram: 'Voor het onrecht dat mij wordt aangedaan ben jij verantwoordelijk! Ik heb je mijn slavin ter beschikking gesteld, en nu ze weet dat ze zwanger is toont ze geen enkel respect meer voor mij. Laat de HEER maar beoordelen wie er in zijn recht staat: ik of jij.' Abram antwoordde: 'Het is jouw slavin, doe met haar wat je goeddunkt.' Toen maakte Sarai haar het leven zo zwaar dat ze vluchtte. (*Genesis 16:1-6)
Hier heeft Jakob seks met slavinnen waardoor de slavinnen zwanger werden. De slavinnen werden gebruikt om kinderen bij te verwekken.
> *Omdat Rachel geen kinderen van Jakob kreeg, was ze jaloers op haar zuster. 'Geef mij kinderen,' zei ze tegen Jakob, 'anders ga ik dood!' Jakob werd kwaad en antwoordde: 'Ik ben toch zeker God niet? Híj onthoudt jou het moederschap!' 'Neem mijn slavin Bilha dan,' zei ze, 'en slaap met haar. Als zij kinderen baart, zal ik die op mijn knieën nemen; dan krijg ik door haar toch nakomelingen.' Dus gaf ze hem haar slavin Bilha tot vrouw en Jakob sliep met haar. Bilha werd zwanger en baarde Jakob een zoon. Toen zei Rachel: 'God heeft mij recht gedaan: hij heeft mij verhoord en mij een zoon gegeven.' Daarom noemde ze hem Dan. Opnieuw werd haar slavin Bilha zwanger, en ze baarde Jakob nog een zoon. 'Ik heb een zware strijd met mijn zuster gevoerd,' zei Rachel, 'maar ik heb gewonnen.' Ze noemde het kind Naftali. Omdat Lea geen kinderen meer kreeg, gaf zij Jakob haar slavin Zilpa tot vrouw. En Zilpa, de slavin van Lea, baarde Jakob een zoon. 'Het geluk is met mij!' zei Lea, en ze noemde hem Gad. Toen haar slavin Zilpa Jakob een tweede zoon baarde, zei Lea: 'Wat ben ik nu gelukkig! Alle vrouwen zullen mij gelukkig prijzen.' Ze noemde het kind Aser. (*Genesis 30:1-13)
**Golden deze wetten alleen vroeger?**
Christenen proberen hier soms onderuit te komen door te beweren dat deze wetten alleen golden in *die* tijd, in *die* cultuur. Hoewel dit de wetten natuurlijk niet minder gruwelijk en mensonterend maakt, dacht Jezus hier toch heel anders over.
> *Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. (*Mattheüs 5:17-19)
> *Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt. (*Lucuas 16:17)
De Wet (de Wet is de Torah, de eerste vijf boeken van het Oude Testament: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deutronomium) waarin de meeste van deze passages over slavernij staan, blijft dus van kracht zolang de hemel en aarde bestaan, ook vandaag dus nog. Dit is ook niet zo gek gezien het feit dat Jezus een jood was die zich aan de Wet moest houden. In de tijd van Jezus was slavernij heel normaal, zoals ook blijkt uit een aantal Bijbelse passages uit het Nieuwe Testament (o.a. Mat. 18:25, Mar. 14:65). Jezus moest dus zeker ervan af geweten hebben, *toch veroordeelt hij het nergens.*
Verder blijkt uit vele passages dat God onveranderlijk is (o.a. Num. 31:19, Ez. 24:14, Jak 1:17). De moraal (waaronder dus het houden van slaven) die Hij toen had, heeft Hij dus nog steeds.
**God, slaverij en de Bijbel als moreel leidraad**
Uit het bovenstaande blijkt dus duidelijk dat God niet alleen geen moeite heeft met slavernij, maar dit zelfs sanctioneert en ertoe aanzet. Hoe is dit te rijmen met het idee van een almachtige en algoede God? Dat hier iets – op z’n zachts gezegd – nogal wringt, moge duidelijk zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat gelovigen verschillende pogingen hebben gedaan om dit theologisch-filosofische probleem om te lossen. Ik meen dat al deze pogingen onsuccesvol zijn. Hierboven hebben we al gezien dat de tegenwerping dat het slechts om (dienst)knechten in plaats van slaven gaat onhoudbaar is, evenals de vergelijking met een modern dienstverband.
Een veelgehoorde tegenwerping is dat je dit soort passages in hun eigen tijd moet zien, een tijd waarin slavernij normaal was. In vergelijking met de omringende volkeren en hun wetten was Israël met de Bijbelse wetten zo slecht nog niet. Dit is Bijbelwetenschappelijk waar, maar het theologisch-filosofische probleem is hiermee niet opgelost. Voor wie meent dat God algoed en onveranderlijk is, werkt deze relativering immers niet. Als moraal objectief is, wat door veel gelovigen beweerd wordt, werkt dit nog minder. Slavernij en verkrachting zijn óf objectief gruwelijk (los van tijd en plaats), maar dan zou een algoede God het nooit toestaan, óf God vond het destijds niet zo’n probleem, maar nu wel, maar dan is God veranderlijk en past Hij zich blijkbaar aan aan onze morele inzichten. Beide hoorns van het dilemma zijn problematisch.
Ook wordt soms tegengeworpen dat God het beter maakt dan de toen gelden praktijk, die nóg erger waren. Iets zeer gruwelijks wat minder gruwelijk maken, maakt het natuurlijk niet goed. De gelovige zit nu nog steeds met de problemen met de vorige tegenwerping.
Of er wordt gesteld dat afschaffing destijds onmogelijk was, de maatschappij en economie draaiden er te veel op. God had echter minstens die wens van afschaffing uit kunnen spreken, maar doet dat niet. Daarnaast zijn er ook [buiten de Bijbel in de oudheid](https://en.wikipedia.org/wiki/Timeline%5Fof%5Fabolition%5Fof%5Fslavery%5Fand%5Fserfdom?ref=deatheist.nl#Ancient%5Ftimes) pogingen om dit soort wetten af te schaffen of minstens te verbeteren. En verder: hoe kan iets onmogelijk zijn voor de Almachtige? Waarom zijn mensen later wél in staat gebleken te doen wat God blijkbaar niet kan?
Dit proces van afschaffing van slavernij ([abolitionisme](https://en.wikipedia.org/wiki/Abolitionism?ref=deatheist.nl)) heeft vele eeuwen geduurd, vond niet overal tegelijk plaats en is zelfs nu nog niet overal geheel voltrokken (dwangarbeid, seksuele uitbuiting komen nog voor). In het Westen begon het afschaffingsproces vooral in de 18e eeuw onder verschillende invloeden. De geschiedenis van de afschaffing is dus complex. Het zijn zowel gelovigen als ongelovigen geweest die hieraan bijgedragen hebben, op verschillende gronden. Gelovige abolitionisten vonden hiervoor vaak inspiratie in de Bijbel, ironisch genoeg hetzelfde boek waarmee slavernij eeuwenlang juist gerechtvaardigd is. Het idee dat slavernij juist door invloed van het christendom is afschaft, wordt eenvoudig weersproken door het feit dat in de Middeleeuwen – tien jaar van christelijke dominantie – de slavernij niet is afgeschaft, maar dat dit juist gebeurde in de tijd dat de invloed van het christendom *minder* werd ([Verlichting](https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting%5F%28stroming%29?ref=deatheist.nl)).
We zien dus dat de Bijbelse God een moraal afkondigt met gruwelijke wetten, maar dat kan niet als God algoed en almachtig is. De Bijbelse God kan daarmee niet de klassieke God van het theïsme zijn. Daarnaast zien we dat de Bijbel niet als een moreel leidraad kan dienen, want op grond van een *externe* maatstaf verwerpt ook de gelovige terecht dit soort slavernijwetten. Gelovigen kersenplukken dus uit de Bijbel voor hun moraal. We zijn slavernij als verwerpelijk gezien door een veranderde morele tijdsgeest, niet doordat we meer volgens de Bijbel zijn gaan leven. De mooie teksten uit de Bijbel kunnen hooguit ter morele inspiratie dienen, maar dan is op *externe* gronden al een keuze gemaakt welke teksten moreel navolgenswaardig zijn.
*Dit artikel heeft in 2022 een update gekregen.*
### De zin van het leven van een atheist
URL: https://www.deatheist.nl/de-zin-van-het-leven-van-een-atheist/
Last updated: 2005-03-28T00:00:00.000Z
Wat is de zin van het leven? Deze vraag heeft ons sinds mensenheugenis al beziggehouden. De antwoorden op deze vraag komen dan ook voor in een grote variëteit. Maar wat is het antwoord van een atheïst op deze vraag? Is het leven van een atheïst niet zinloos?
Van gelovigen krijg ik deze vraag vaak als reactie op mijn visie dat ik de mens zie als het product van ruim 3,5 miljard jaar blinde evolutie. Sinds het ontstaan van het leven uit chemische moleculen ruim 3,5 miljard jaar gelden, is het geëvolueerd tot de huidige diversiteit, compleet met al zijn complexiteit, schoonheid en wreedheid. De drijvende kracht hierachter zijn willekeurige mutaties en blinde selectiekrachten, niets meer en niets minder. Goddelijke inbreng is niet nodig, we zijn niet het gevolg van een doelbewuste scheppingsdaad van een liefdevolle God.
Dit stuit veel mensen tegen de borst, ze geloven liever dat er een liefdevolle Schepper is die om hen geeft en een doel met hen heeft dan het in blinde spel der natuur. Ik zie dit als *wishful thinking*: mensen denken dat iets is of zal zijn zoals ze *willen* of *hopen* dat het is. Er is echter niets dat suggereert dat de wereld zo werkt, in tegendeel zelfs. De liefdevolle Schepper valt dus af en de blinde natuur blijft over.
De conclusie hieruit is dat ons bestaan geen zin of doel heeft. Wat is de zin van het bestaan van de zandkorrels in mijn achtertuin? Wat is de zin van het bestaan van die ene bacterie, of die boom? Dit zijn zinloze vragen, net als de vraag naar de zin van ons eigen bestaan. Als gelovigen beweren dat de zin van ons bestaan God is, wat is dan de zin van het bestaan van God? Als God geen zin nodig heeft voor Zijn bestaan, waarom heeft ons bestaan dat dan wel nodig? Het bestaan van de mens is dus zinloos, net als dat van al het andere in het universum. Maakt dit mijn leven dan zinloos? Dat hoeft niet vanwege de unieke eigenschap van elk mens: *hij kan zijn eigen leven en dat van anderen zinvol maken.*
Zodra je doelen stelt in je leven, maak je het zinvol, daar is geen God voor nodig. Wat die doelen zijn kan elk mens zelf bepalen. Ik denk dat liefde hierbij de sleutel is, liefde voor de ander en voor jezelf, liefde om te leren en te doen, liefde voor idealen en waarheid, enzovoort Deze liefde kan het zinloze hoopje DNA, dat het recept vormt voor elk mens, uiteindelijk zinvol maken. Ieder mens kan zoeken naar zijn eigen liefdes en er naar streven. Voor mij zijn de liefdes het houden van anderen en van mijzelf, het streven naar kennis, waarheid en wijsheid, de kracht van de rede en de schoonheid en plezier van ervaring, de bewondering voor de grandeur van het universum en de bijna oneindige kracht van de menselijk wil om bijna elk leed te dragen en bijna elk probleem op te lossen. Zou het niet zinloos zijn als we de kans die de natuur ons heeft geboden niet aangrijpen? De kans om onze liefde te uiten en de wereld om ons heen te ontdekken en te bewonderen? Het aangrijpen van deze kans maakt mijn leven verre van zinloos.
Een andere vraag die ik wel eens krijg is of ik bang ben voor de dood. Er is geen reden waarom ik angst heb voor de dood, de dood is immers het einde van de angst zelf. De enige reden waarom ik niet dood wil is omdat ik van het leven hou. Ik probeer niet weg te vluchten in irrationele ideeën over een hiernamaals waar alles goed zal zijn. De hemel is iets waar we zelf aan moeten werken, hier en nu.
De zin van mijn leven is het nastreven van mijn liefdes en genieten van het leven. Carpe diem!
### Waarom creationisme geen wetenschap is
URL: https://www.deatheist.nl/waarom-creationisme-geen-wetenschap-is/
Last updated: 2005-03-15T00:00:00.000Z
**Samenvatting**
Creationisme is in de ruimste zin de opvatting dat alles geschapen is door een goddelijke schepper. Het creationisme heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt en geleid tot een grote verscheidenheid aan vormen die elkaar soms tegenspreken. Wetenschap is niet gebaseerd op materialisme, noch atheïsme, noch (filosofisch) naturalisme, maar op methodologisch naturalisme. Ze is gebaseerd op herhaalbaar waarneembare fenomenen in de natuur en doet toetsbare voorspellingen over deze fenomenen. Wetenschap is er om de natuur te verklaren: uit te leggen waarom dingen zijn zoals ze zijn en niet anders. Evolutie voldoet aan deze eisen, het creationisme niet. Het creationisme is geen wetenschap omdat het een beroep doet op wonderen, geen toetsbare voorspellingen doet of voorspellingen doet die in strijd zijn met waarnemingen, niets verklaart en in sommige vormen in strijd is met goed gefundeerde wetenschappelijke kennis uit verschillende disciplines.
**Inhoud**
[Inleiding](#Inleiding)
[De evolutie van het creationisme](#Evolutie)
[Vormen van creationisme](#Vormen)
[Naturalisme, materialisme, atheïsme en wetenschap](#Naturalisme)
[Wetenschap](#Wetenschap)
[Is creationisme dan wetenschap?](#Is)
[Heeft het creationisme dan nog iets te bieden?](#Heeft)
[Referenties](#Ref)
**Inleiding**
Creationisme is in meest ruime zin de opvatting dat alles geschapen is door een goddelijke schepper. Creationisten zijn hoofdzakelijk fundamentele christenen, hoewel de laatste tijd ook het islamitisch creationisme in opkomst is. Hoewel het traditionele creationisme in de laatste decennia steeds meer doodbloedt, is er een nieuwe vorm van creationisme in opkomst: het Intelligent Design (ID) oftewel Intelligent Ontwerp. Vooral in de Verenigde Staten is ID populair en ook in Nederland begint ze steeds meer aanhang te krijgen. Dat is de reden waarom er aan deze stroming extra aandacht zal worden geschonken in dit artikel. In de VS is er vanuit de wetenschappelijke hoek dan ook veel kritiek, geheel terecht. ID is, net als het oudere creationisme, een vorm van pseudo-wetenschap, hoewel het vaak subtieler geuit wordt. Aan de hand van dit artikel wordt geprobeerd uit te leggen waarom creationisme geen wetenschap is en dit ook nooit zal worden. Omdat het christelijk creationisme veruit het grootste aandeel heeft in het creationisme, zal hier de meest aandacht aan besteed worden.
Als eerste zal de ontwikkeling van het creationisme besproken worden. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een groot aantal opvattingen die vervolgens uiteen gezet worden. Daarna zal gekeken worden naar de relatie van wetenschap met naturalisme, materialisme en atheïsme. Daarop volgend zal worden ingegaan op de meest fundamentele aspecten van wetenschap, waaruit zal blijken dat zowel het traditionele creationisme als ID geen wetenschap is. Tot slot wordt er gekeken of het creationisme, ondanks het geen wetenschap is, überhaupt iets te bieden heeft en zal worden geëindigd met een kleine overdenking.
**De evolutie van het creationisme**
Hoewel de grote Van Dale creationisme definieert als "de opvatting dat het scheppingsverhaal strik letterlijk genomen moet worden", ligt dit in werkelijkheid toch iets genuanceerder. Het hedendaags creationisme heeft een lang proces van verandering doorgemaakt en heeft voor een grote variëteit aan opvattingen geleid. Men zou, ironisch genoeg, kunnen spreken van de evolutie van creationisme.
Hoewel de kloof tussen evolutie en creationisme vandaag de dag levensgroot is, is dit niet altijd zo geweest. Opmerkelijk genoeg waren sommige gelovigen na 1859 (het jaar waarin Darwin zijn *On The Origin Of Species* uitgaf) zelfs actieve pleitbezorgers van Darwin. Tot de eerste verdedigers van de evolutietheorie behoorden in de Verenigde Staten de theologisch orthodoxe botanist Asa Gray en de predikant en amateur-geoloog George Frederick Wright. In de tijd na Darwin werd de nadruk gelegd *op* een goddelijke schepping, niet het *hoe* van die schepping. Pas in de twintiger jaren van de vorige eeuw kwam er kritiek op deze zienswijze. Theïstische biologen kregen problemen met hun kerkelijke achterban en in een aantal staten kwam zelfs een verbod op het onderwijzen van evolutie in openbare scholen. In 1925 werd de biologieleraar John Scopes zelfs veroordeeld wegens het onderwijzen van evolutie in een openbare school. Deze veroordeling ging gelukkig niet door als gevolg van een technische fout. Vanaf toen verdween evolutie uit de schoolboeken. Toch interpreteerden sommige van deze vroegere anti-evolutionisten de scheppingsdagen als tijdvakken, niet als letterlijke dagen. Deze interpretatie ontstond pas later door het boek van John C. Whitcomb en Henry M. Morris, *The Genesis Flood* (1961). Hiermee won ook de 'vloedgeologie' aan populariteit. Dit is de opvatting dat de aardlagen en de fossielen daarin het gevolg zijn van een wereldwijde vloed: de zondvloedmythe uit het eerste bijbelboek Genesis. Later, ongeveer halverwege de 20e eeuw, drongen biologieleraren erop aan om hun vak vanuit een evolutionair perspectief te behandelen. Ook begon Amerika wetenschappelijk en technologisch achter te lopen op de voormalige Sovjet-Unie. Dit leidde tot een verandering van het onderwijspakket en wederom tot protest van voornamelijk de ouders van schoolgaande kinderen. In de jaren zestig kwam het huidige creationisme op. De strijd speelde zich af in zowel het onderwijs als de politiek. Waar de creationisten eerder evolutie geheel uit de boeken geschrapt wilden hebben, pleiten ze nu voor een gelijke behandeling van evolutie en creationisme. Dit leidde in de Amerikaanse staat Arkansas zelfs tot het aannemen van een wet die docenten in de biologie verplichtte om evenveel aandacht te besteden aan de scheppings'theorie' als aan de evolutietheorie. Dit stuitte op verzet van biologieleraren, de beweging voor burgerrechten en zelfs van verschillende religieuze leiders. Door één bepaald alternatief op te leggen als de te behandelen stof, schond de wet volgens hen de basisregel dat de staat geen enkele religie mag bevoordelen. De rechter gaf hen gelijk; creationisme was geen wetenschap maar een godsdienstige overtuiging en de wet werd ongeldig verklaard. Sindsdien is er qua wetgeving weinig meer bereikt, tot recentelijk creationisten gingen pleiten voor stickers op biologieboeken met de tekst
*"This textbook contains material on evolution. Evolution is a theory, not a fact, regarding the origin of living things. This material should be approached with an open mind, studied carefully and critically considered." (Vrije vertaling: Dit leerboek bevat stof over evolutie. Evolutie is een theorie, niet een feit, wat betreft de oorsprong van levende wezens. Deze stof moet onbevooroordeeld benaderd worden, aandachtig bestudeerd en kritisch beschouwd worden.)*
De rechter oordeelde dat deze stickers ongrondwettelijk waren en dus verwijderd moesten worden. De meest recente vorm van creationisme is Intelligent Design of kortweg ID.
Een uitgebreidere beschrijving van de geschiedenis van het creationisme kan gevonden worden in *Evolutie en schepping?* van Willem B. Drees (Berg, F, van der, 2003).
**Vormen van creationisme**
Deze evolutie van het creationisme heeft tot een verscheidenheid aan varianten van het creationisme geleid. Dit varieert van mensen die geloven in een platte aarde tot mensen die hun god zien als de veroorzaker van evolutie.
Creationisten die geloven in een platte aarde bestaan nog, hoewel het er maar weinig zijn. Hun gedachtegoed is gebaseerd op de letterlijke interpretatie van bijbelse passages zoals het zien van de hele wereld vanaf een berg (Mat. 4:8) en de vier hoeken van de aarde (o.a. Op. 7:1). Ook zijn er creationisten die wel accepteren dat de aarde bolvormig is, maar niet dat de zon het centrum van ons zonnestelsel is. Ze hangen dus een geocentrisch wereldbeeld aan, ondanks dat Copernicus en Galilei dit eeuwen geleden al hebben weerlegd (wat toen tot groot protest van de kerk leidde).
Iets minder extreem zijn de jonge aarde creationisten (in het Engels Young Earth Creationists of YEC's). Zij beweren op grond van een letterlijke interpretatie van de bijbel dat de aarde 6.000 tot 10.000 jaar oud is, het leven onafhankelijk is geschapen in 6 dagen van 24 uur en dat dood en verval in de wereld gekomen zijn door de zonde van Adam en Eva. Bekende Amerikaanse creationisten als Henry Morris, John Morris, Duane Gish, Ken Ham en Kent Hovind alias Dr. Dino behoren hiertoe. Zelfs binnen het jonge aarde creationisme verschillee de creationisten nog van opvattingen en gebruikt de ene creationist argumenten die de andere afwijst.
Oude aarde creationisten (Old-Earth Creationists) accepteren een oude aarde maar geloven wel dat het leven speciaal door God is gecreëerd. Ze geloven dat de verschillende soorten die God schiep geleidelijk evolueerden. Tussen de jonge en oude aarde creationisten zitten nog de zogenaamde restitutiecreationisten. Zij geloven in een lange periode tussen Genesis 1:1 en 1:2 en daarna 6 letterlijke (24 uurs) scheppingsdagen. Er zijn ook creationisten die geloven dat de dagen uit Genesis tijdvakken van duizenden tot miljarden jaren voorstellen. Hoewel dit al iets minder conflicten oplevert met de huidige wetenschap, is de volgorde van de tijdvakken nog steeds deels onjuist, zoals later in dit artikel nog zal blijken.
Intelligent Design creationisten blazen het oude argument van dominee Paley nieuw leven in door het in een modern jasje te steken. Aanhangers en verdedigers van ID hebben geen probleem met het feit *dat* er evolutie heeft plaatsgevonden, maar met de *verklaring* daarvoor. De enige wetenschappelijke verklaring (tot nu toe in ieder geval) voor evolutie is de darwinistische evolutietheorie. ID'ers menen echter dat de complexiteit van het leven zo overweldigend is en dat bepaalde biologische onderdelen (zogenaamde onherleidbare complexiteit of in het Engels irreducible complexity) onmogelijk geëvolueerd kunnen zijn op de darwinistische manier. Hier moet wel een intelligente Ontwerper achter zitten, ergo God.
Tot slot zijn er nog mensen die God zien als de veroorzaker van evolutie en menen dat God via evolutionaire mechanismen Zijn schepping onderhoudt. Dit levert geen conflict op met de wetenschap maar levert haar ook geen bijdrage. God is wetenschappelijk gezien een overbodige hypothese.
Meer informatie over de verschillende vormen van christelijk creationisme en hun aanhangers is te vinden in het artikel *What is Creationism?* van Mark Isaak (Isaak, 2002a).
De laatste tijd komt ook het islamitische creationisme op. Misschien wel de bekendste islamitische creationist is Harun Yahya. Ook in Nederland begint zijn populariteit toe te nemen, zoals een korte zoekactie op internet leert. Taner Edis biedt op zijn site meer informatie over islamitisch creationisme (Edis, 2005).
Naast christelijk en islamitisch creationisme zijn er meerdere vormen zoals dat van de raelianen, hindoes en andere groeperingen die in Nederland weinig voorstellen. Hier zal verder dan ook geen aandacht aan besteed worden. Voor meer informatie zie Isaak, 2002a.
Zoals hierboven hopelijk duidelijk is geworden, bestaan er grote verschillen tussen de verschillende creationistische opvattingen. ID'ers geloven bijvoorbeeld in een evolutie van miljoenen jaren terwijl jonge aarde creationisten steevast blijven geloven in een universum van slechts een paar duizend jaar oud en een schepping in zes dagen. Deze opvattingen staan haaks op elkaar en leiden soms zelfs onderling tot ridiculisering en beschuldigingen van ketterij. De opvattingen binnen het creationisme zijn dus inconsistent.
**Naturalisme, materialisme, atheïsme en wetenschap**
Hoewel de traditionele creationisten een probleem met evolutie hebben omdat het in strijd is met hun letterlijke interpretatie van hun scheppingsmythe, delen ze met de modernere creationisten het probleem dat God buiten spel gezet wordt. Soms wordt zelfs gemeend dat evolutie atheïstisch of naturalistisch/materialistisch is. Dit laatste verdient extra aandacht omdat het vaak gedacht wordt, maar onjuist is.
Er zijn twee vormen van naturalisme die op een subtiel, maar zeer belangrijk verschil duiden. De eerste vorm is methodologisch of wetenschappelijk naturalisme. Dit houdt in dat alle hypothesen en gebeurtenissen getoetst en verklaard moeten kunnen worden door te verwijzen naar natuurlijke oorzaken en gebeurtenissen (Forrest, 2000). Bovennatuurlijke verklaringen en oorzaken zoals een god, een schepper of wonderen horen hier dus niet bij, *maar worden ook niet uitgesloten*. Deze vorm van naturalisme wordt over het algemeen in de natuurwetenschappen gebruikt. Natuurlijke oorzaken en gebeurtenissen is het enige waar de natuurwetenschap wat mee kan. Met het bovennatuurlijke kan zij niets, het ligt buiten haar domein. Omdat het bovennatuurlijke niet wordt uitgesloten, is het prima mogelijk dat een goede wetenschapper, *buiten de wetenschap om*, ook nog in iets bovennatuurlijks gelooft. Het is zelfs zo dat vele verdedigers van evolutie gelovig zijn. Bekende voorbeelden hiervan zijn Alfred Russel Wallace, Theodosius Dobzhansky en Ronald Fisher, maar ook actieve wetenschappers van vandaag de dag als Kenneth R. Miller en Francisco J. Ayala. Het is dus onzin om te stellen dat evolutiebiologie of wetenschap in het algemeen atheïstisch of (filosofisch) naturalistisch is.
De tweede vorm is filosofisch of metafysisch naturalisme. Hoewel hier verschillende definities van zijn (Forrest, 2000), komt het er in het kort op neer dat het natuurlijke (het materiële) alles is wat bestaat. Materialisme komt over het algemeen op hetzelfde neer. Dit staat tegenover de opvatting dat er ook bovennatuurlijke of immateriële dingen bestaan, zoals goden, duivels, wonderen of een immateriële ziel. Omdat goden niet natuurlijk of materieel zijn, wordt hun bestaan ontkend. Filosofisch naturalisme impliceert dus atheïsme. Als men het over "naturalisme" heeft, wordt meestal het filosofisch naturalisme bedoeld.
Filosofisch naturalisme is een ontologische positie, ze doet een uitspraak over *wat bestaat*. Methodologisch naturalisme is een epistemologische methode, ze doet uitspraak over *wat we kunnen kennen*. Het naturalisme (beide vormen) heeft ons ontzettend veel samenhangende verklaringen gegeven voor wat voorheen onbekend was, het bovennatuurlijke daarentegen geen één. Wetenschap heeft door haar verzamelde kennis ons gigantisch vooruit gebracht op gebieden als landbouw, gezondheidszorg, techniek, communicatie, enzovoort. Het bovennatuurlijke heeft nergens toe geleid. Dat is de reden waarom het bovennatuurlijke wordt afgewezen als verklaring.
Het probleem bij beide vormen van naturalisme is dat er gediscussieerd kan worden over wat "natuurlijk" is. Dit probleem voert veel te ver voor dit artikel en wordt uitgebreid besproken in Augustine, 2001\. Voor het gemak versta ik onder het bovennatuurlijke wat er meestal onder verstaan wordt: het onverklaarbare, het ondoorgrondelijke. Het natuurlijke is de rest.
**Wetenschap**
Zoals hierboven hopelijk duidelijk is geworden, is wetenschap niet gebaseerd op (filosofisch) naturalisme, materialisme of atheïsme. Wetenschap is gebaseerd op methodologisch naturalisme: alles moet getoetst en verklaard kunnen worden aan de hand van natuurlijke oorzaken en gebeurtenissen. Filosofen blijven debatteren over de exacte definitie en aspecten van wetenschap (voor een uitgebreide analyse hiervan zie Chalmers, 1999). Voor het doel van dit artikel is dit echter niet van belang.
Als de wetenschappelijke methode iets verruimd wordt, is het ook mogelijk om dingen met een vermeende bovennatuurlijke oorzaak of onbekende oorzaak wetenschappelijk te onderzoeken (Isaak, 2002b).Voorbeelden waarbij dit gedaan wordt, zijn onderzoeken naar het effect van gebedsgenezing, telekinese (het verplaatsen van voorwerpen zonder ze aan te raken) en het wel of niet uitkomen van waarzeggingen en profetieën.
Het zijn slechts minimale veronderstellingen die aangenomen moeten worden om op deze manier wetenschap te bedrijven. Iedereen maakt deze veronderstellingen in het dagelijks leven, de meesten noemen het gewoon gezond verstand. Ten eerste veronderstellen we dat ons geheugen niet totaal gebrekkig is, met andere woorden: het verleden is (of was) echt. Daarnaast maken we de veronderstelling dat hoe dingen in het verleden gegaan zijn, ze dit waarschijnlijk in de toekomst ook doen. Kortom: er is een opeenvolging van fenomenen. Een voorbeeld hiervan is dat ik mijn hele leven al voeding binnen heb moeten krijgen om in leven te blijven en dit dus hoogst waarschijnlijk in de toekomst ook zal moeten gebeuren wil ik niet snel sterven. Ook gaan de meeste mensen ervan uit dat wij ons in een echte werkelijkheid bevinden en dat we daar een aardig beeld van vormen door die waar te nemen.
Deze veronderstellingen - een echt verleden, een voorspelbare toekomst en een waarneembare werkelijkheid - vormen de basis van de wetenschappelijke methode. Met deze veronderstellingen kunnen we regelmatigheden in de wereld ontdekken en voorspellingen over de toekomst doen. Dit is wat mensen dagelijks doen in hun leven, wetenschap doet dit ook. Op grond van deze regelmatigheden kan een wetenschappelijke *hypothese* worden opgesteld. Een hypothese is een veronderstelling die wordt aangenomen en getoetst kan worden op haar waarheid. Om de waarheid van een hypothese te kunnen toetsten, moeten er uit die hypothese *voorspellingen* voortkomen: als hypothese X waar is, zal 'dit of dat' blijken uit *experimenten* en/of *waarnemingen*. Als de voorspelling uitkomt, is de hypothese geverifieerd (bevestigd). Als de voorspelling niet uitkomt, is de hypothese gefalsificeerd (weerlegd) of is het experiment niet goed uitgevoerd. Dit kan leiden tot een gehele verwerping van de hypothese, een aanpassing daarvan, andere voorspellingen of een beter opgezet experiment. Een hypothese die geen toetsbare voorspellingen doet, is nutteloos in de wetenschap, haar (on)waarheid is namelijk niet te bepalen.
Hoewel een wetenschappelijke hypothese nooit 100% bewezen kan worden, kan het wel heel waarschijnlijk worden dat ze waar is. Als de voorspellingen keer op keer uit blijken te komen, het bewijs voor de hypothese zo groot is en dat ze, ondanks vele pogingen, niet weerlegd is, beschouwen wetenschappers de hypothese als een *theorie*. Vaak denken mensen bij het woord theorie aan een gissing, een opvatting of iets wat men denkt of vermoedt. In de wetenschap heeft het woord een hele andere betekenis. Een wetenschappelijke theorie geeft *een kloppende en samenhangende verklaring voor een wijde reeks waarneembare fenomenen*. Een theorie moet bijvoorbeeld aan de hand van mechanismen kunnen verklaren waarom dingen zijn zoals ze zijn en niet anders. In de natuurwetenschap is een theorie zonder mechanisme erg zwak. Het centrale mechanisme in bijvoorbeeld Darwins evolutietheorie is natuurlijke selectie. Dit verklaart waarom sommige individuen overleven en andere niet. Als een theorie niets uitsluit in haar verklaring, is ze net zo nutteloos als een ontoetsbare hypothese. Evolutie zou op heel veel verschillende manier gefalsificeerd kunnen worden, zie voor voorbeelden Theobald, 2004\. Een theorie kan worden aangepast, verbeterd, aangevuld (zoals bijvoorbeeld met de evolutietheorie gebeurde tijdens de 'synthese' met de moderne genetica) of kan worden verworpen als blijkt dat ze pertinent onjuist is of als er een betere theorie beschikbaar is. Het is essentieel dat een theorie geen tegenstrijdigheden bevat, en gefalsificeerd (weerlegd) en geverifieerd (bevestigd) moet kunnen worden door haar te toetsen. Ook een theorie kan dus per definitie nooit 100% bewezen worden. Een theorie moet ondersteund worden door empirisch (op waarneming berustend) bewijsmateriaal. Voor evolutie komt dit bewijs uit een hele reeks wetenschappelijke takken zoals: geologie, paleontologie, biogeografie, genetica, vergelijkende anatomie en fysiologie, moleculaire biologie en ontwikkelingsbiologie. Deze bewijzen kunnen in betreffende boeken, tijdschriften en opleidingen waaraan deze vakken gedoceerd worden, worden gevonden. Op internet is ook een grote opsomming te vinden in Theobalds *29+ Evidences Macroevolution: The Scientific Case for Common Descent* (Theobald, 2004)
Dit empirisch bewijsmateriaal kan zowel voortkomen uit *directe waarneming* als uit *indirecte waarneming*. Vooral die laatste is belangrijk als het gaat om gebeurtenissen uit het verleden. Als een gebeurtenis in het verleden heeft plaatsgevonden, kan de gebeurtenis zelf logischerwijs niet worden waargenomen, maar de gevolgen ervan vaak wel. Door middel van indirecte waarneming is het dan mogelijk (zo goed als dat gaat) het verleden te *reconstrueren*. Vergelijk dit met de manier waarop een rechercheur een moordzaak probeert op te lossen. Door naar de verschillenden bewijzen te kijken, kan hij achterhalen wat het meest waarschijnlijke verloop van de moord is geweest, zonder dat hij bij de moord zelf aanwezig was. Op een zelfde manier gaan wetenschappers te werk als zij het verleden (bijvoorbeeld de evolutie van het leven op aarde) proberen te reconstrueren. Waarnemingen moeten herhaalbaar zijn door anderen zodat ze kunnen kijken of het klopt. Een wonder is niet voor herhaalde waarneming vatbaar en is dus ongeschikt als wetenschappelijke verklaring. Tevens is bij een beroep doen op een wonder als verklaring alles mogelijk, het sluit niets uit. Dit maakt het wetenschappelijk nutteloos. Wonderen horen dus niet thuis in de wetenschap.
Wat ook nog vaak gedacht wordt, is dat een theorie een soort onbewezen feit of wet is. Dit is onjuist: een theorie is namelijk wat anders dan een (onbewezen) feit of wet. Feiten of wetten zijn de gegevens die verzameld worden door waarnemingen en experimenten. Een theorie geeft juist een *samenhangende verklaring* voor die feiten en biedt een kader waarin de feiten *geïnterpreteerd* kunnen worden. Een theorie kan dus feiten en wetten *bevatten*. Een mooi voorbeeld hiervan is de biologische evolutie en de evolutietheorie. Het feit dat er evolutie heeft plaatsgevonden en nog steeds plaatsvindt, is gebleken uit vele waarnemingen en experimenten (zie o.a. Theobald, 2004). Darwins evolutietheorie geeft een *verklaring* voor het feit dat er evolutie plaatsvindt.
Een ander belangrijk aspect is dat hypothesen en theorieën consistent moeten zijn met andere wetenschappelijke kennis. Dat wil zeggen dat ze er mee moeten samenhangen of in ieder geval niet mee in strijd moeten zijn.
**Is creationisme dan wetenschap?**
Nu hierboven het een en ander uiteen is gezet over wat wetenschap is en waar ze op gebaseerd is, kan er gekeken worden naar de vraag of het creationisme wetenschappelijk is. Volgens sommige creationisten en creationistische organisaties wel. Dit blijkt uit creationistische boeken als *The Scientific Case for Creation* (Thompson) en *Scientific Creationism* (Morris). Ook beweren sommige creationistische organisaties wetenschappelijk te zijn door te pronken met titels als *Institute for Creation Research (ICR)* en *Creation Science Evangelism* (voor meer voorbeelden en links zie Isaak 2002a). Andere creationisten geven toe dat creationisme een geloof is en menen dan dat evolutie ook een geloof is. Volgens hen is het dus geen kwestie van geloof tegen wetenschap, maar van geloof tegen geloof. Vreemd genoeg zijn de creationisten het er zelf dus niet over eens of het wel of geen wetenschap is.
Het creationisme heeft meerdere aspecten waardoor het zich buiten de wetenschap plaatst. Alle creationisten doen beroep op een wonder, namelijk een schepping door een hogere macht (die ingevuld wordt als God, of abstracter als 'ontwerper'). Hoe die wonderlijke schepping zich manifesteert in de wereld verschilt per soort creationisme. Sommige creationisten gaan uit van creatie *ex nihilo*, uit het niets. Dit is dus per definitie een wonder. Verder gebruiken ze andere wonderen in hun verklaring zoals een vloed waarbij zelfs de hoogste bergen onder water stonden. Anderen menen dat God op wonderbaarlijke wijze het evolutieproces heeft geleid, naturalistische verklaringen zijn namelijk niet voldoende volgens hen. Ook wordt soms door creationisten beweerd dat het universum en de aarde oud *lijken*: God heeft alles met een *schijnbare ouderdom* geschapen zodat alles oud lijkt, hoewel het in werkelijkheid slechts een paar duizend jaar oud is. Het probleem hiermee is dat de schijnbare ouderdom niet van de 'echte ouderdom' te onderscheiden is. Met deze manier van rederenen kan ook (het net zo absurde) beweerd worden dat God alles gisteren geschapen heeft en dat al onze herinneringen slechts schijn zijn. De problemen met wonderen als verklaring zijn hierboven al uiteengezet: ze verklaren niets, sluiten niets uit en zijn niet voor herhaalde waarneming vatbaar. Ze horen dan ook niet thuis in de wetenschap.
Kan een goddelijke ontwerper alleen moeilijke dingen maken (zoals het bloedstollingsysteem), nog moeilijkere of ook makkelijke dingen zoals water? Wat is het gevolg van ontwerp en wat van natuurprocessen? Waar kunnen we de Schepper observeren of er mee experimenteren? Waarom heeft de Schepper dingen geschapen zoals ze zijn en niet anders? Het creationisme heeft geen antwoord op deze vragen en heeft dus geen verklarende waarde. Hoewel de wetenschap haar kennis blijft uitbreiden door waarneming, onderzoek en experiment, komen creationisten niet verder dan dat "God heeft het gedaan".
Een ander groot probleem is dat voornamelijk het traditionele jonge aarde creationisme in strijd is met gigantisch veel fundamentele wetenschappelijke kennis. Met een schepping van het complete universum in zes dagen van 24 uur slechts een paar duizend jaar geleden, het ontkennen van gemeenschappelijke afstamming van al het leven en een wereldwijde vloed ter verklaring van het fossielenbestand, is het creationisme in strijd met fundamentele kennis uit voornamelijk de geologie, biologie en astronomie. Door middel van waarneming weten astronomen dat het heelal 13,7 miljard jaar oud is (Graham, 2003). Door middel van allerlei verschillende, onafhankelijke dateertechnieken weten geologen en astronomen dat de aarde en de rest van ons zonnestelsel 4,55 miljard jaar oud is (Stassen, 1997). De eerste vormen van leven zijn 3,5 miljard jaar oud. Daarna is het leven geëvolueerd via een proces van gemeenschappelijke afstamming met modificatie tot de huidige diversiteit van vandaag de dag (Miller et al, 2002). De eerste mensachtigen verschenen zo'n 6 a 7 miljoen jaar geleden en de moderne mens bestaat zo'n 160.000 jaar (Adriaens, 2005).
Tevens is nergens ook maar één aanwijzing te zien van een wereldwijde vloed, waarvan creationisten beweren dat het de oorzaak is van het fossielenbestand. Een van de weinige voorspellingen die het creationisme impliceert is dat we de gevolgen van de vloed kunnen waarnemen. Verschillende jaarlijkse afzettingen gaan honderdduizenden jaren terug zonder ook maar één enkel teken van een vloed. Hiernaast heeft de 'vloedgeologie', zoals creationisten dit noemen, nog veel meer problemen waarvan Mark Isaak in zijn *Problems with a Global Flood* een behoorlijke opsomming geeft (Isaak, 1998). De zondvloedmythe is in strijd met wat de aarde laat zien en is gebaseerd op wonderen. Het traditionele creationisme maakt zich dus belachelijk door fundamentele wetenschappelijke kennis uit de astronomie, geologie en biologie te vervangen door iets wat er volstrek mee in strijd is en ook nog eens is gebaseerd op wonderen.
Creationisten die de dagen uit Genesis 1 niet letterlijk opvatten maar als tijdvakken, hebben een soortgelijk probleem: de volgorde klopt niet. De volgorde uit Genesis 1 is: *begin: hemel (heelal?) en aarde -> licht -> hemel (atmosfeer?) -> land, landplanten en bomen -> zon, maan en sterren -> het leven in het water en het leven met vleugels -> landdieren -> mens.* De werkelijke volgorde is: *begin van het heelal -> zon en sterren -> primitieve aarde, maan en atmosfeer -> droog land -> leven in de zee -> een aantal landplanten -> landdieren -> leven met vleugels (later ook vogels) -> mens.* Genesis 1 vervangen door tijdvakken biedt dus geen soelaas, het blijft in strijd met goed gefundeerde wetenschappelijke kennis.
Een ander probleem dat creationisten hebben die hun opvattingen baseren op een bepaalde scheppingsmythe, is dat ze zullen moeten aantonen dat juist *hun* scheppingsmythe de juiste is. Er is een grote variëteit aan scheppingsmythen waarin de mens gelooft (of geloofd heeft) die onderling behoorlijk verschillen en vaak tegenstrijdig zijn. Zelfs het bijbelboek Genesis bevat twee scheppingsmythen die deels tegenstrijdig zijn. Hoe kan men nu bepalen waarom de ene scheppingsmythe juist is en de ander niet?
Het *Intelligent Design-creationisme* gaat iets subtieler te werk. Aanhangers hebben geen probleem met een oud heelal, een oude aarde en gemeenschappelijke afstamming van al het leven. Zelfs het zondvloedverhaal interpreteren ze meestal figuurlijk en gaan niet uit van een wereldwijde vloed (merk op dat dit in strijd is met andere creationistische opvattingen!). ID'ers wijzen op de complexiteit van de natuur en menen dat dit onmogelijk door darwinistische mechanismen ontstaan kan zijn. Er moet *dus* (merk op dat dit een drogreden is) wel een goddelijke ontwerper achter zitten, proclameren ze. Wat zij hiermee doen is niets anders dan (vermeende) onwetendheid vervangen door het woordje "God" of "ontwerper". Maar ook hier wordt niets mee verklaard, zoals bioloog Richard Dawkins al eens eerder verwoordde: *"I don't think God is an explanation at all. It's simply redescribing the problem."*.
De door ID'ers gebruikte begrippen 'ontwerp' en 'complexiteit' zijn subjectieve begrippen, ze hangen af van het bevattingsvermogen van een persoon en zijn sterk afhankelijk van de mate waarin wetenschap in staat is bepaalde dingen te verklaren. Zo beweren ID'ers bijvoorbeeld dat systemen als de zweephaar van de bacterie of het immuunsysteem *'onherleidbaar complex (irriducible complex (IC) in het Engels)'* zouden zijn. Dit wil zeggen dat deze systemen onmogelijk op darwinistische manier ontstaan kunnen zijn omdat, wanneer één onderdeel wordt weggenomen, het hele systeem niet meer functioneert. Deze systemen kunnen wel degelijk evolueren als in een keer meerdere onderdelen worden weggenomen, meerdere onderdelen worden toegevoegd, delen van systemen of zelfs complete systemen worden gekopieerd. Ook is het mogelijk dat door een mutatie de functie van een systeem verandert of er de onderdelen zelf evolueren. Al deze mechanismen zijn waargenomen in de natuur. Een uitgebreidere analyse en weerlegging van de onmogelijkheid dat deze vermeende onherleidbare complexe systemen kunnen evolueren voert te ver voor dit artikel, zie hiervoor bijvoorbeeld Dunkelberg, 2003\. ID'ers beweren dat er voor de zogenaamde onherleidbaar complexe systemen geen evolutionaire verklaringen bestaan, de wetenschap zou er geen raad mee weten. Niets is echter minder waar: voor de voorbeelden die ID'ers aanhalen bestaan wel degelijk evolutionaire modellen, die in meer of mindere mate experimenteel bevestigd zijn (zie voor voorbeelden Matzke, 2003 en Inlay, 2002).
Omdat de meeste creationisten wel door hebben dat er geen positieve bewijzen zijn die hun opvattingen staven, proberen ze dan ook voornamelijk aan te tonen dat evolutie niet deugt of dat de evolutietheorie ontoereikend is. Ze denken dat het weerleggen van de bewijzen voor de evolutie (wat overigens nog steeds niet gelukt is) automatisch argumenten zijn voor creatie. Dat is een grote filosofische fout (argumentum ad ignorantiam). De argumenten die creationisten aanvoeren zijn vaak gebaseerd op een totaal verkeerde conceptie van wat evolutie is en hoe het werkt. Ze vechten een zelfbedacht idee aan in plaats van de fenomenen waar wetenschappers het over hebben. Ook wordt in dit zelfbedachte idee evolutie vaak ten onrechte geassocieerd met communisme, racisme, harteloosheid, zinloosheid van het leven, immoraliteit, abortus, sociaal darwinisme, onderdrukken van zwakkeren, eugenetica (onderzoek naar de verbetering van het menselijk ras), zelfs met Hitler.
Concluderend kan gesteld worden dat het creationisme geen wetenschap is omdat het een beroep doet op wonderen, geen toetsbare voorspellingen doet of voorspellingen doet die in strijd zijn met waarnemingen, niets verklaart en in sommige vormen in strijd is met goed gefundeerde wetenschappelijke kennis uit verschuillende disciplines.
**Heeft het creationisme dan nog iets te bieden?**
De natuur om ons heen zit geweldig complex in elkaar, dit zal iedereen die er goed naar gekeken heeft bevestigen. Dit leidt bij velen tot verwondering; of dat een christen, moslim of atheïst is doet er niet toe. Het is logisch dat dit een verklaring vraagt, een *verklaring*. Een verklaring geeft weer *waarom dingen zijn zoals ze zijn en niet anders*. Het probleem met het creationisme is dat het dit niet doet. Het komt niet verder dan *dat* God alles geschapen heeft, het zegt niets of zeer weinig over het *hoe* en *waarom* God alles zo geschapen heeft zoals het is. ID'ers gaan een heel eind mee in de wetenschappelijke verklaring, maar halen God uit de kast als de wetenschap dingen niet afdoende kan verklaren. Ze vullen God in voor menselijke onwetendheid en creëren hiermee een 'God of the Gaps'. Op dit idee van een God die gebaseerd is op onze onwetendheid is ook kritiek vanuit theologische hoek: veel gelovigen vinden menselijke onwetendheid geen basis voor aanbidding.
Het enige wat het creationisme kan bieden is dat alles wat bestaat, en vooral de mens, een *doel* heeft. De mens is het product van een *doelbewuste Schepper*, een idee dat veel mensen aanspreekt. Dit stelt mensen gerust en biedt zingeving. De evolutietheorie biedt dat niet: ze kan ons alleen iets vertellen over wat we waarnemen. Wat we waarnemen is niet een doelbewust proces, maar een combinatie willekeurige mutaties en blinde natuurwetten die gunstige mutaties uitselecteren. Wat we waarnemen is dat de natuur geen goed of kwaad kent, noch doel of medelijden heeft, ze is volledig onverschillig. Dit beeld komt in conflict met het antropocentrische en antropomorfische wereldbeeld dat velen hebben en sinds Copernicus al een flinke klap heeft gekregen. De mens is niet het centrum van het universum noch de kroon der schepping, hoe graag sommigen dit ook willen. De natuur is, niets meer en niets minder. De mens is het product van 3,5 miljard jaar blinde evolutie.
Wil dit zeggen dat het leven zinloos is? Misschien wel, misschien is *het* leven inderdaad zinloos. Dit wil echter niet zeggen dat het leven van een individu zinloos hoeft te zijn. Zingeving heeft niets met oorsprong te maken, maar met doelen die in het leven gesteld worden. Iedereen kan doelen stellen dus kan iedereen het leven zinvol *maken*!
**Referenties**
Adriaens, Dominique, *Nota's bij de cursus Evolutie van de Primaten en de Mens*, 2005, Universiteit Gent, http://allserv.ugent.be/\~dadriaen/Cursus\_Primaten.pdf
Augustine, Keith, *A Defense of Naturalism*, 2001, http://www.infidels.org/library/modern/keith\_augustine/thesis.html
Berg, F, van der, *Schepping, wereldbeeld en levensbeschouwing*, Bureau Studium Generale UU, 2003, http://www.sg.uu.nl/schepping.php
Chalmers, Alan, *Wat heet wetenschap?*, 1999, Boom, Amsterdam
Dunkelberg, Pete, *Irreducible Complexity Demystified*, 2003, http://www.talkdesign.org/faqs/icdmyst/ICDmyst.html
Edis, Taner, *Critiques of Creationism*, laatst gewijzigd: 2005, http://www2.truman.edu/\~edis/writings/articles/
Forrest, Barbara, *Methodological Naturalism and Philosophical Naturalism: Clarifying the Connection*, Philo, Vol. 3, No. 2, http://www.infidels.org/library/modern/barbara\_forrest/naturalism.html
Graham, Sarah, *The Infant Universe, in Detail*, Scientific American, 2003, http://www.sciam.com/article.cfm?articleID=0000EF52-6483-1E49-967D809EC588EEDF&sc=I100322
Inlay, Matt, *Evolving Immunity, A Response to Chapter 6 of Darwin's Black Box*, 2002, http://www.talkdesign.org/faqs/Evolving\_Immunity.html
Isaak, Mark, *Problems with a Global Flood*, 1998, http://www.talkorigins.org/faqs/faq-noahs-ark.html
Isaak a, Mark, *What is Creationism?*, 2002a, http://www.talkorigins.org/faqs/wic.html
Isaak, Mark, *A Philosophical Premise of 'Naturalism'?*, 2002b, http://www.talkdesign.org/faqs/naturalism.html
Matzke, N. J., *Evolution in (Brownian) space: a model for the origin of the bacterial flagellum*, 2003, http://www.talkdesign.org/faqs/flagellum.html
Miller, Kenneth en Levine, Joseph, *Biology*, 2002, Pearson Prentice Hall
Stassen, Chris, *The Age of the Earth*, 1997, http://www.talkorigins.org/faqs/faq-age-of-earth.html
Theobald, Douglas L., *29+ Evidences Macroevolution: The Scientific Case for Common Descent*., Vers. 2.83\. 2004\. 12 Jan, 2004, http://www.talkorigins.org/faqs/comdesc/
### Geloofde Einstein in god?
URL: https://www.deatheist.nl/geloofde-einstein-in-god/
Last updated: 2005-02-03T00:00:00.000Z
Het antwoord is samenvattend: nee, hij omschreef zichzelf als een pantheïst of agnost.
Vaak wordt er door gelovigen tros verwezen naar Einstein, hij zou immers ook in (een) god geloofd hebben. Hoewel dit een drogreden (autoriteitsargument) is, willen gelovigen hiermee aangeven dat het redelijk is om in god te geloven. Wat nog erger is, is dat het manifest onjuist is. Dit artikel tracht aan de hand van enkele citaten te laten zien hoe Einstein dacht over god, moraal en het idee van een onsterfelijk ziel.
**Verkeerd geïnterpreteerde citaten**
Misschien wel het bekendste citaat van Einstein is *"God does not play dice"* (1) oftewel: "God dobbelt niet". Dat Einstein hiermee zou aangeven dat hij gelovig was, berust op een verkeerde interpretatie van dit citaat. Het citaat gaat over een aantal aspecten van een populaire interpretatie van de kwantumtheorie, die Einstein weigerde te accepteren. Einstein erkende de kwantumtheorie als het beste wetenschappelijke model om de beschikbare data te verklaren. Hij accepteerde echter niet dat de theorie compleet was of dat waarschijnlijkheid en toevalligheid essentiële onderdelen van de natuur zijn. Hij geloofde dat er een betere en completere theorie gevonden zou worden die niet gebaseerd is op waarschijnlijkheid en toevalligheid. *Dat* is waar de uitspraak "God dobbelt niet" op slaat.
Een ander bekend citaat van Einstein is *"Science without religion is lame, religion without science is blind."* (2). Wat Einstein hier met religie bedoelt blijkt uit de context van dit citaat:
*"In plaats van te vragen wat religie is, geef ik er de voorkeur aan te vragen wat het streven kenmerkt van iemand die bij mij de indruk wekt religieus te zijn: iemand die religieus verlicht is, komt op mij over als een mens die zich, naar beste vermogens heeft bevrijd van de ketenen van zijn zelfzuchtige verlangens en die in beslag wordt genomen door gedachten, gevoelens en neigingen waaraan hij zich vastklampt vanwege hun hechte, boven het persoonlijke uitstijgende waarde. Belangrijk lijkt mij de kracht van deze boven het persoonlijke uitstijgende inhoud en de diepgang van de overtuiging met betrekking tot de allesoverheersende zinvolheid, ongeacht of er enige poging wordt ondernomen deze inhoud te verenigen met een goddelijk wezen."* (3)
Einstein doelt hier dus niet op de traditionele religies (die zich weinig aantrekken van wetenschap of er zelfs tegen in gaan, en daardoor volgens Einstein blind zijn). Onder een religieus persoon verstaat hij iemand die bevrijd is van zijn zelfzuchtige verlangens en waarde hecht aan gedachten, gevoelens en neigingen die boven het persoonlijke uitstijgen.
Op het internet kwam ik ook nog een ander citaat tegen dat van Einstein zou moeten zijn:
*"Als dit universum in zijn miljoenvoudige orde en precisie het resultaat van een blind toeval zou zijn, dan is dat net zo geloofwaardig als wanneer een drukkerij explodeert en alle druklettertjes weer op de grond terecht komen in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek."*
Dit citaat zou het bewijs moeten zijn dat er wel een intelligente Ontwerper achter het universum zou moeten zitten. De bron van dit citaat is mij echter onbekend. Gezien Einsteins opvattingen over religie en het universum lijkt het mij onwaarschijnlijk dat dit werkelijk van hem is. Als het werkelijk van hem is, is het waarschijnlijk uit de context gerukt. Mocht iemand wel een bron hebben van dit citaat, hoor ik het graag.
**Einstein over god**
Hoe keek Einstein dan wel tegen god aan? Uit het volgende citaat blijkt dat hij zichzelf beschouwt als een agnost (iemand die meent dat we het antwoord op de vraag of god bestaat niet kennen of niet kunnen kennen):
*"My position concerning God is that of an agnostic. I am convinced that a vivid consciousness of the primary importance of moral principles for the betterment and ennoblement of life does not need the idea of a law-giver, especially a law-giver who works on the basis of reward and punishment."* (4)
Later omschrijft hij zichzelf als een pantheïst (iemand die gelooft dat de wereld (de stof) en god identiek zijn):
*"I believe in Spinoza's God who reveals Himself in the orderly harmony of what exists, not in a God who concerns himself with fates and actions of human beings."* (5)
Ook blijkt hieruit heel duidelijk dat hij niet gelooft in een god die zich bemoeit met het lot en handelen van mensen (zoals o.a. joden, christenen en moslims dat wel doen).
Einstein werd (en wordt nog steeds) vaak verkeerd geciteerd over zijn religieuze overtuigingen. In het volgende citaat noemt hij dit een leugen. Hij benadrukt hier dat hij niet gelooft in een persoonlijke god (zoals o.a. joden, christenen en moslims dat wel doen). Als er iets in hem is dat religieus genoemd kan worden, is het zijn bewondering voor de structuur van het heelal voor zover wetenschap dat kan onthullen.
*"It was, of course, a lie what you read about my religious convictions, a lie which is being systematically repeated. I do not believe in a personal God and I have never denied this but have expressed it clearly. If something is in me which can be called religious then it is the unbounded admiration for the structure of the world so far as our science can reveal it."* (6)
Uit het volgende citaat blijkt dat Einstein niet geloofde in de onsterfelijkheid van het individu en ethiek ziet als een exclusieve menselijke zorg (en dus niet die van god).
*"I do not believe in immortality of the individual, and I consider ethics to be an exclusively human concern with no superhuman authority behind it."* (7)
Nog veel meer citaten van Einstein over god, religie, wetenschap en ethiek kunnen gevonden worden op de site van de natuurkundige Prof. Arnold V. Lesikar (8)
**Conclusie**
Einstein geloofde niet in een god maar beschouwde zichzelf als een agnost of pantheïst. Tevens geloofde hij niet in de onsterfelijkheid van het individu en zag moraal als een menselijke zorg, niet een goddelijke. De bewering dat hij in (een) god geloofde is een leugen.
**Referenties**
(1) Citaat uit een onbekende bron
(2) Citaat uit: Science, Philosophy and Religion, A Symposium, published by the Conference on Science, Philosophy and Religion in Their Relation to the Democratic Way of Life, Inc., New York, 1941.
(3) Vrije vertaling, het volledige artikel (in het Engels) is hier te vinden: http://condor.stcloudstate.edu/\~lesikar/einstein/Einstein2b.html
(4) Citaat uit een brief aan M. Berkowitz, October 25, 1950; Einstein Archive 59-215
(5) Dit citaat kan gevonden worden in: Albert Einstein: Philosopher-Scientist edited by Paul Arthur Schilpp, The Open Court Publishing Co., La Salle, Illinois, Third Edition, 1970, pp 659 - 660.
(6) Dit citaat komt uit een brief van Einstein van 24 March 1954\. Het zit ook in het boek Albert Einstein: The Human Side van Helen Dukas and Banesh Hoffman, Princeton University Press.
(7) Albert Einstein: The Human Side van Helen Dukas and Banesh Hoffman, Princeton University Press.
(8) http://condor.stcloudstate.edu/\~lesikar/einstein/
### Evolutie met een staartje
URL: https://www.deatheist.nl/evolutie-met-een-staartje/
Last updated: 2026-08-21T13:36:43.000Z
In [dit PDF-artikel](https://www.deatheist.nl/content/files/2026/08/Evolutie%5Fstaartje.pdf) wordt betoogd hoe het menselijk staartbeentje en menselijke staarten bewijzen vormen voor evolutie. Het is tevens een voorbeeld van *on*intelligent ontwerp, en daarmee een doorn in het oog voor creationisten en ID'ers.