Jart Voortman schreef op 14 juli 2010:

beste Bart Klink,

Allereerst mijn complimenten voor deze voortreffelijke website! De ernst waarmee je de dingen aanpakt bewonder ik. Tegelijk blijf je gelukkig een open persoonlijkheid – zo komt het tenminste bij mij over.
Ik ben Jart Voortman, geboren in 1953. Ik was 14 jaar predikant in verschillende protestantse kerken. In  1990 heb ik mijn ambt van predikant neergelegd, omdat de geloofsvragen, waarmee ik me geconfronteerd voelde, voor mij onverdraaglijk werden. Je kunt als predikant precies uitleggen wat er bij Bijbelse teksten in het Grieks en het Hebreeuws staat, maar als het over de grote vragen staat, sta je met lege handen. Er volgde een moeilijke periode van een paar jaar. Grootste winstpunt van die periode was dat ik zeker wist dat ik een gelovige was. Ik ben opnieuw predikant geworden. Sinds 2001 zit ik in het godsdienstonderwijs in België. In die rol heb ik meer het gevoel dat ik mezelf kan zijn. Als je meer over mij wilt weten. Ik heb ook een website: www.jartvoortman.be.

1
Nu over jou: jij hebt in fase de overgang gemaakt van gelovig christen, naar atheïst.
De laatste tijd ben ik ook wat aan het lezen over atheïsme en laat ik vooraf maar zeggen dat er een ding is dat mij in atheïsme en humanisme aanspreekt: dat is dat men teruggrijpt op de verworvenheden van de Verlichting: de gelijkwaardigheid van alle mensen, redelijkheid, mensenrechten, tolerantie, gewetensvrijheid en democratie. Bij godsdienstige mensen zijn deze waarden soms in minder goede handen (in dit opzicht zijn er echter voor niemand garanties). Godsdienst biedt blijkbaar een minder goede waarborg tegen maatschappelijke ontsporingen. Kijk naar Israel. De staat Israel staat geen nutsvoorzieningen toe in de bezette gebieden, breekt huizen af van Palestijnen, confisqueert huizen en ontzegt om administratieve redenen Palestijnen het recht om te wonen op de plek waar ze geboren zijn. Joodse extremisten zeggen simpel: God heeft het land aan ons gegeven. En er zijn helaas vele evangelische christenen die hun ogen sluiten voor het onrecht dat daar gebeurt en er zeker van zijn ‘dat God een plan heeft met Israël’.

2
Er zijn verschillende soorten atheïsten: atheïsten die vooral agnostisch zijn en atheïsten die zeggen dat er vanuit de wetenschap maar een levensopvatting logisch is: de atheïstische. Richard Dawkins zegt: we hebben nog niet alle vragen opgelost, maar we zijn druk bezig. Enige demagogie is deze man niet vreemd. Hij begint De blinde horlogemaker met: vroeger bevatte het leven geheimen. Nu niet meer. De geheimen zijn opgelost door Darwin en Wallace. In zelfzuchtige genen zegt hij (66): een aap is een apparaat dat in de bomen genen in stand houdt een vis is een apparaat dat in het water genen in stand houdt.
Denish D’Souza zegt over dit reductionisme:
degenen die uitsluitend op de natuurwetenschap afgaan zijn te vergelijken met iemand die alleen met een beroep op natuurkundige en chemische wetten een moord probeert te begrijpen. (het christendom is zo.., 303)
Ik voel me meer verwant met de seculiere schrijver Oliver Sacks die spreekt over de ‘volslagen ontoereikendheid van de mechanische geneeskunde en het mechanische wereldbeeld’ (ontwaken in v. 274). Het is volgens hem een doem als we zouden moeten denken dat de mens geen ziel heeft. In de grond van de zaak heeft de mens dan ook geen identiteit. De mens is op deze manier een veredelde Tourettepatient,  wiens persoonlijkheid voortdurend ten onder dreigt te gaan  in een eindeloze reeks impulsen (bijv. de man die zijn vrouw… 143).
Er zijn dus ook atheïsten die ik aardig vind. Ik kan je Anne Provoost aanbevelen, die je blijkbaar nog niet kent. Ze distantieert zich van het agressieve discours van Dawkins, Harris en Hitchins en stelt in haar preek ‘beminde ongelovigen’ dat er een verbond mogelijk is tussen atheïsten en gematigde gelovigen. Ook atheïsten hebben wat de Engelsen zo mooi uitdrukken ‘a sense of awe’. Zij weerhouden zich echter van de haast ‘om te benoemen’. Gelovigen vullen in. Atheïsten blijven aan deze kant van de grens. Maar voor hen bestaat er ook iets als het onpeilbare.
Provoost betoogt dat atheïsten niet moeten blijven steken in een negatief discours.  ‘We moeten een aantal begrippen terughalen. Woorden als redding en heil, hoop en troost… Liefde, vrede, opoffering, barmhartigheid, ik wil voor die woorden weer hoofdletters gebruiken’.
Goede preek denk ik dan. Amen!

3
We verschillen fundamenteel van mening als het gaat over het paranormale.
Naar mijn mening kan het niet ontkend worden dat bepaalde ervaringen onverklaarbaar zijn.
De KRO zond destijds de serie Wonderen bestaan uit. In een van de uitzendingen komt een mevrouw aan het woord met een eigen schoonmaakbedrijf. Terwijl ze een keer aan het dweilen was, had ze niet goed opgelet. Achteruit schuifelend viel ze plotseling achterover van een trap. Terwijl ze kantelde en nergens zich aan vast kon klampen voelde ze twee handen in haar rug, die haar terugzetten op haar voeten. Maar er was niemand in de buurt! Haar collega zag het gebeuren. Totaal overstuur gingen ze aan tafel zitten. Dit kan niet; zij had moeten vallen.
Een ander verhaal: Laurens had een opa, die aan lager wal was geraakt. Hij kon het niet verwerken dat zijn vrouw van hem weggegaan was. Laurens’ ouders bezochten hem nog wel, maar als kind had Laurens zijn opa al jaren niet meer gezien. Op een vrijdag zei Laurens tegen zijn ouders: jullie moeten naar opa toe. Hij zeurde net zo lang totdat zijn ouders maar gingen. Die nacht had Laurens een droom: hij zag zijn opa voor zijn bed op de grond vallen. Hij kon de kamer precies beschrijven, maar was er zelf nog nooit geweest. De volgende dag kregen zijn ouders bericht dat opa voor zijn bed gevonden was: dood.
Een derde voorbeeld: Mevrouw A. is ’s ochtends op weg naar haar werk. Ze rijdt op de linkerrijbaan en dan gebeurt er  iets vreemds. Ze ziet rechts voor de auto haar hond rennen, druk blaffend alsof hij iets duidelijk wil maken. Mevrouw A. besluit rechts in te voegen. Een paar seconden later raast ze met grote snelheid langs een kettingbotsing op de linkerrijbaan.
Uiteraard zul jij ook wel eens verhalen hebben gehoord van wonderbaarlijke genezingen. Mijn leerlingen toon ik een video van Jan Westerhof, die 34 jaar was, progressieve MS had en in Nigeria genezing vond. Op de video zie je dat hij hem herinneringen ophalen met oude medepatiënten. Een heel indrukwekkend verhaal: iemand in een rolstoel - er wordt voor hem gebeden en je ziet hem opstaan uit zijn rolstoel.
Een ander bekend verhaal is het verhaal van Mattie Haaijer, die al bijna terminaal was en genezen werd van botkanker tijdens een dienst.
Hoe kun je deze ervaringen wetenschappelijk verklaren?
Aan een vooraanstaand atheïst, die jij ook met name noemt in je website, legde ik een andere onverklaarbare ervaring voor, die een niet-gelovige collega mij vertelde. Een aantal leerlingen wilden wel eens glaasje draaien. Het lukte, toen zei zij: goed jongens nu halen we onze handen van het glas af. Dat deden de leerlingen, maar het glas bleef bewegen. Ik ken deze collega erg goed; zij verzint dit niet. Ze heeft er ook geen belang bij om het mij te vertellen. Die bekende atheïstische prof reageerde met: ‘dat kan niet! dat kan niet!’ en vervolgens stak hij mij zijn verhaal af over de postulaten van de natuurwetenschap, die niet door een enkele anekdote onderuitgehaald kunnen worden. Dat verhaal kende ik al. Ik vond deze reactie ontluisterend, omdat er geen enkele openheid uit sprak. Het geeft ook geen blijk van een wetenschappelijke attitude. Ik las in een biografie over Niels Bohr: de vooruitgang van de wetenschap voert voort uit het benadrukken van moeilijkheden (Giulio Peruzzi, Bohr, Van kwantumsprong…, 117) Met andere woorden: doorbraken in de wetenschap komen door te focussen op wat men niet begrijpt. De houding van deze prof is tegengesteld: hij negeert.
Je noemt zelf bijnadoodervaringen (bde’s). Er zijn veel wetenschappelijke verklaringen voor deze ervaringen: een zuurstoftekort in de hersenen, prikkeling van de temporale hersenkwab, endorfinen, hallucinatie, enz. Al deze verklaringen zijn echter ontoereikend als bde’s informatie bevatten, die blijkt te kloppen. Michael Sabom is de eerste in de literatuur die het verschijnsel autoscopie bij uittredingservaringen in bde’s heeft onderzocht (herinneringen aan de dood).
Soms komt het voor dat in een bde, men overledenen ziet. Pim van Lommel vertelt het verhaal  van een jongen van 5 jaar die door een ontsteking in de hersenen in coma raakte. Tijdens zijn BDE ziet hij een meisje van ongeveer 10 jaar oud. Ze zegt: ‘ik ben je zus. Ik ben een maand na mijn geboorte gestorven. Mijn ouders noemden me Rietje’. De jongen komt bij en vertelt aan zijn ouders dat hij zijn overleden zus heeft gezien. De ouders verlaten totaal overstuur de ziekenkamer. Wat de jongen zegt klopt precies, maar ze hebben hem tot dan toe nooit iets verteld (eindeloos bewustzijn, 91). Een andere ervaring is die van een man die van zijn moeder op haar sterfbed het verhaal hoort van wie zijn echte vader is. Een behoorlijk schokkende ervaring. Zijn moeder laat hem een foto zien, die ze bewaard heeft. De zoon herkent het gezicht. Hij heeft hem tien jaar eerder gezien tijdens zijn bde en verbaasde zich er toen over, dat hij niet wist wie die vriendelijke man was… (eindeloos bewustzijn, 57,58).

4
In 1691 schreef Balthasar Bekker zijn De betoverde weereld. In dat boek rekent hij af met het geloof in bezetenheid. Het boek had een enorme impact en je kunt Balthasar Bekker een voorloper van de Verlichting noemen.
We zijn echter na de Verlichting te ver doorgeslagen.
Er zijn geheimenissen, zaken die ons verstand te boven gaan.
Als gelovige erken ik dat evolutie bestaat. Jij noemt het gelu-gen als bewijs van evolutie. Een ander voorbeeld is het  natuurlijke antibioticum Lysosime. Lysosime zorgt ervoor dat ons oog niet ontstoken raakt. Bij het onderzoek ernaar  ontdekte men dat naast het gen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van lysosime er bij de orde van de herkauwers een ander gen ligt dat oorspronkelijk een kopie was van het lysosime-gen. Omdat dat gen niets deed kon het vrij muteren. Totdat het opeens een functie kreeg bij de afbraak van cellulose. Vanuit afzonderlijke schepping is dit gegeven moeilijk te verklaren. We weten dat genverdubbeling bestaat en deze waarneming bevestigt het wetenschappelijke paradigma van evolutie.
In de kosmologie zijn er meer raadsels.
Een groot raadsel is hoe het kan dat de natuurconstanten precies de goede waarde hebben. Bij kleine afwijkingen zouden we niet kunnen bestaan. Zie hierover bijv. de bijdrage van Gerard Bodifee in de bundel Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?. Waarschijnlijk heb je wel gehoord van de voormalige atheïstische filosoof Antony Flew die om die reden religieus is geworden.
Onze kosmos lijkt op een breinaald die in weer en wind rechtop staat op een steen en maar niet om wil vallen.
Het kan uiteraard zijn dat er een verklaring komt voor deze onwaarschijnlijkheid. Het is bijvoorbeeld vrij absurd om over een verzameling cirkels te zeggen: hoe bestaat het! De diameter en de omtrek van al die cirkels hebben exact dezelfde verhouding! Dit kan geen toeval zijn! Op dezelfde manier kan er een samenhang zijn tussen de natuurconstanten, die wij nu als zeer onwaarschijnlijk ervaren.
Een ander punt is dat er zelfs niet een begin is van een verklaring voor het ontstaan van leven. Een levende cel is zo gecompliceerd, hoe kan zo iets spontaan door moeder natuur tot stand zijn gekomen?
Onlangs stond er in Natuurwetenschap en Techniek een bijdrage van Govert Schilling dat onze kosmos waarschijnlijk krioelt van leven. Het is gebaseerd op een vrij  roekeloze redenering. Pasteur rekende af met het idee van generatio spontana en 150 jaar later zijn er vele wetenschappers die dat niet zo’n gek idee vinden. Dit jaar verscheen oorverdovende stilte van Paul Davies. In dat boek komt hij met de eenvoudige redenering: als het leven op aarde spontaan is ontstaan, dan moet dat meerdere keren zijn ontstaan. Er moeten dus ergens op aarde plaatsen van schaduwleven zijn. Tot nog toe heeft men deze levensvormen niet gevonden. Het 50-jarige SETI-project heeft niets opgeleverd. Aan het eind van het boek stelt Davies de vraag: is er leven out there? Wetenschappelijk zou de conclusie kunnen zijn: het is niet waarschijnlijk.
Ik breng deze voorbeelden niet als een soort bewijs. Voor mij gaat het erom dat we op een aantal punten fundamenteel in het duister tasten.
In ieder geval: ik voel me als gelovige bepaald niet een antiquiteit als ik het zo beleef dat God aan de oorsprong van het leven staat en dat hij aan het begin en het einde van mijn leven staat.

5
Je doet een paar belangwekkende uitspraken over jezelf.
Het is voor jou een opluchting, dat niet meer geloven voor jou geen zwart gat is geworden. Integendeel, je beleeft de wereld om je heen intenser dan ooit te voren.
Je zegt: het geloof had mij een aantal (intellectuele) beperkingen opgelegd, die ik nu niet meer heb.
Dit is voor mij herkenbaar en ervaar ik als iets tragisch.
Ik heb in mijn leven veel christenen leren kennen en het is treurig om te merken, dat sommigen zelfs geprogrammeerd lijken te zijn: voor iedere gedachte een bewijsplaats uit de Bijbel. Ik heb zelf vroeger (maar dat is inmiddels heel lang geleden) ook het gevoel gehad, dat mijn christen-zijn mij belemmerde om vrij mens te zijn. Is dit gevoel noodzakelijk verbonden met geloven?
Voor mij toch niet. Het heeft veel te maken met hoe je tegen de Bijbel aankijkt. Voor mij zijn mijn denkbeelden over geloof altijd ontoereikend. De Bijbel is voor mij in de eerste plaats een getuigenis. Er zijn veel losse einden in de Bijbel. Het is niet realistisch om op basis van de Bijbel een gesloten dogmatiek en ethiek te ontwerpen. We kunnen geen blauwdruk maken van de wereld en God. Ons spreken over God is altijd gebrekkig. Het is opmerkelijk dat Paulus met zijn gedrevenheid dat ook een aantal keren zegt. Hij spreekt over de dwaasheid van het geloof  (1 Kor 1:18 e.v.) en de gebrekkigheid van de openbaring (1 Cor 13:9-12).
Ik ervaar dus niet dat mijn geloof mij beperkingen oplegt, maar ik denk wel dat er veel gelovigen zijn, die vooral in de beginfase van hun geloof dat zo ervaren.

Waar ik wat meer vragen bij heb is dat jij jouw atheïsme als een bevrijding ervaart.
Atheïsme kan niet troosten.
Er is zo iets als het menselijk tekort.
Wij mensen falen. In ons handelen en in onze gedachten zijn we niet altijd wie we zouden moeten zijn.
Alle godsdiensten gaan over verlossing.
En dan is er het zwarte gat waarin ons bestaan aan het eind lijkt op te lossen.
Voor een gelovige geldt: God heeft mij gewild, ik ga ergens naar toe en ik heb een taak. Voor mij is dat een heel andere levenshouding dan: je leeft maar een keer; geniet van je leven en probeer een beetje goed te doen. Ik bedoel dat niet als een karikatuur.
De hoop op het eeuwige leven is essentieel voor het christelijk geloof.

Met deze korte apologie, besef ik, zijn niet alle vragen opgelost.
Waarom gebeuren er zulke verschrikkelijke dingen in de wereld?
Waar is God in de geschiedenis, de natuur?
Ik erken die vragen.
Bij gelovigen bepalen deze vragen echter niet het zwaartepunt van hun levenshouding.

Bart, ik wens je succes in je verdere zoektocht, en als ik een beetje ondeugend mag eindigen: ik weet zeker dat er plaats voor jou is daarboven!

Met een hartelijke groet,

Jart Voortman
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dorekensveld 81
1501 Buizingen
België

 

 

Reactie:

Beste Jart Voortman,

Bedankt voor uw uitgebreide reactie. Hieronder zal ik op uw punten ingaan.

Wat u schrijft over Dawkins verdient enige nuance. In The Blind Watchmaker (begin van het voorwoord) schrijft hij niet dat “de geheimen van het leven” zijn opgelost door Darwin en Wallace, maar dat het mysterie van ons bestaan door hen is opgelost. Dawkins doelt hier op de oorsprongsvragen: waarom bestaan wij?, waar komen wij vandaan? Die vragen zijn inderdaad opgelost door Darwin en Wallace. Het leven behelst echter veel meer dan de oorsprongsvragen, en er blijven genoeg mysteriën over nadat de oorsprongsvraag is opgelost. Met de agressiviteit van Dawkins, Harris en Hitchens vind ik het overigens wel meevallen. Ze nemen geen blad voor de mond in hun kritiek en zijn mijns inziens af en toe te ongenuanceerd, maar van agressiviteit is nergens sprake.

Reductionisme is een complex filosofisch onderwerp waarover veel discussie is. Daar komt nog bij dat verschillende mensen onder dat begrip verschillende dingen verstaan, waardoor dit begrip eerst gepreciseerd moet worden voordat er een zinnige discussie over kan ontstaan. Ik denk dat de mens geen ziel heeft: er is geen immateriële substantie waarin onze persoonlijkheid gezeteld is en na de dood kan voortbestaan; onze persoonlijkheid zit volledig in onze sterfelijke hersenen. Ons wezen en ons gedrag wordt dan ook uiteindelijk bepaald door hersenchemie. Dit wil echter niet zeggen dat we ons wezen en gedrag (en dat van anderen) het beste kunnen begrijpen door hersenchemie. Het is niet zinvol om elkaar te beschouwen als biochemische robots, omdat de relatie tussen hersenchemie en gedrag daarvoor veel te complex is.

Ik denk dat er genoeg ervaringen zijn die onverklaard zijn, en misschien op dit moment zelfs onverklaarbaar. Beweren dat ze daardoor ook paranormaal zijn, is echter ongerechtvaardigd. Nog afgezien van dat dit er niet logisch uit volgt, is het probleem dat dit soort ervaringen ingaan tegen zeer veel goed bevestigde wetenschappelijke kennis. De wetten van de zwaartekracht of thermodynamica kun je niet even overtreden zonder dat het hele bouwwerk van de moderne natuurkunde in elkaar stort. Vergelijk het met een kruiswoordpuzzel: je kunt niet één woord veranderen zonder dat een heleboel andere moeten meeveranderen. Dit is waarschijnlijk ook wat de atheïstische hoogleraar waar uit het over had (Etienne Vermeersch?) bedoelt. Dit heeft niets te maken met een gebrek aan openheid, maar met het erkennen van de kracht van het bouwwerk waarop de gehele natuurwetenschap gebouwd is. Ook is deze conservatieve houding geen probleem voor de voortgang van de wetenschap: als zij op grond van elke anomalie haar fundamenten weg zou gooien, waren we nooit gekomen tot waar we nu zijn. Verandering, zelfs van fundamenten, is mogelijk, maar alleen als hier veel en deugdelijke evidentie voor is.

Het probleem met verhalen over vermeende paranormale gebeurtenissen is dat het vaak moeilijk is om te achterhalen wat er precies gebeurd is. Ik kan dan ook niet vanuit het niets ingaan op een casus die u in een paar regels beschrijft. Wat ik wel kan doen is erop wijzen dat vanuit de psychologie goed bekend is dat mensen vaak onbetrouwbaar zijn als ooggetuige en gemakkelijk dingen (re)construeren die nooit hebben plaatsgevonden, zonder dat ze dat bewust doen. Een dergelijke psychologische verklaring is a priori veel waarschijnlijker dan een waarbij fundamentele natuurwetten opgeven moeten worden. Om dat aannemelijk te maken, moet er veel en ondubbelzinnig evidentie zijn voor dat naturalistische verklaringen uitgesloten zijn. Een voorbeeld daarvan zou een geamputeerd been zijn dat na gebedsgenezing spontaan weer aangroeit. Dat is naturalistisch zeer onwaarschijnlijk en - voor zover ik weet - niet naturalistisch te verklaren. Waarom zien we dat nooit? Extraordinary claims require extraoridnary evidence!

Over de ‘finetuning’ van het universum valt ook veel te zeggen. Ten eerste lijkt het helemaal niet gefinetuned voor de mens: van het immense universum lijkt alleen ons kleine planeetje redelijk geschikt voor de mens, en het heeft 13,7 miljard jaar geduurd voordat die mens ontstaan is, waarbij toeval een belangrijke rol heeft gespeeld. Zwarte gaten nemen bijvoorbeeld een veel prominentere plek in het universum in. Misschien is het wel gefinetuned voor hen? Het uiteindelijke ontstaan van de mens lijkt daarom meer op een schitterend ongeluk dan op sporen van ontwerp. Daarnaast is het maar de vraag of het universum anders kan zijn dan het is. Daarover kunnen we helemaal geen uitspraken doen omdat we maar één universum kennen.

Het ontstaan van leven is inderdaad nog grotendeels een mysterie, maar wat wil dat zeggen? Zo veel dingen die ooit een mysterie waren zijn nu verklaard. Het is een drogreden om vanuit onwetendheid conclusies te trekken (argumentum ad ignorantiam). Overigens beweert niemand dat een cel in één keer ontstaan is. De afgelopen decennia is er bijvoorbeeld steeds meer bekend geworden over het ontstaan van celmembranen en nucleotiden. Nogmaals: dat iets op dit moment onverklaard is, wil niet zeggen dat het onverklaarbaar is, en al helemaal niet dat het dus bovennatuurlijk moet zijn. De wetenschapsgeschiedenis heeft keer op keer laten zien dat de gaten waarin God gestopt werd gedicht werden. Ook veel theologen zien geen heil meer in dit zoeken naar gaten in onze kennis om God daarin te plaatsen.

De intellectuele bevrijding die ik heb ervaren toen ik atheïst werd, komt niet doordat ik het juk van een benauwende dogmatiek heb afgeworpen – ik ben nooit orthodox geweest – maar is veel breder dan dat. Ook als je de Bijbel niet letterlijk neemt, zijn er genoeg vraagtekens te plaatsen bij het nemen van dit boek als een openbaring Gods. Na alles wat ik daarover gelezen had, kon ik niet anders concluderen dan dat het een volledig menselijk boek was, net als de heilige geschriften uit andere religies. Dat neemt overigens niet weg dat de Schrift, en vooral het Oude Testament, mij nog steeds na aan het hart ligt: ik waardeer het als literair werk, des te meer omdat ik het in de grondtaal kan lezen. De grootste intellectuele – en existentiële – last die van mijn schouders viel, was echter het probleem van het lijden. Voor een atheïst is het leed in de wereld niet minder, maar hij hoeft het niet te rijmen met het bestaan van een almachtige en liefdevolle God.

Atheïsme sec kan inderdaad niet troosten, daar is (mede)menselijkheid voor nodig. Atheïsme biedt niet de zoete illusie die vele religies bieden: een hiernamaals waarin alles pais en vree is. Een eeuwig voortbestaan na de dood lijkt mij persoonlijk overigens vreselijk, maar belangrijker is dat ik denk dat het een illusie is, hoe zoet die ook is. Ik prefereer de werkelijkheid, zoals we die kunnen benaderen met de beste middelen die we hebben, ook als die hard is. Dat is wat atheïsme biedt, niets meer en niets minder.

Ik wens u ook succes met uw verdere zoektocht en ben benieuwd naar een eventuele reactie. Laat ik eindigen met een Oudtestamentische boodschap waarin ik mij zeer goed kan vinden: Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Met vriendelijke groet,

Bart Klink
 

 

Wie zijn er online?

We hebben 85 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Hafid BouazzaHafid Bouazza, schrijver.

Citaat

I have something to say to the religionist who feels atheists never say anything positive: You are an intelligent human being. Your life is valuable for its own sake. You are not second-class in the universe, deriving meaning and purpose from some other mind. You are not inherently evil -- you are inherently human, possessing the positive rational potential to help make this a world of morality, peace and joy. Trust yourself.

~ Dan Barker

Jart Voortman schreef op 14 juli 2010:

beste Bart Klink,

Allereerst mijn complimenten voor deze voortreffelijke website! De ernst waarmee je de dingen aanpakt bewonder ik. Tegelijk blijf je gelukkig een open persoonlijkheid – zo komt het tenminste bij mij over.
Ik ben Jart Voortman, geboren in 1953. Ik was 14 jaar predikant in verschillende protestantse kerken. In  1990 heb ik mijn ambt van predikant neergelegd, omdat de geloofsvragen, waarmee ik me geconfronteerd voelde, voor mij onverdraaglijk werden. Je kunt als predikant precies uitleggen wat er bij Bijbelse teksten in het Grieks en het Hebreeuws staat, maar als het over de grote vragen staat, sta je met lege handen. Er volgde een moeilijke periode van een paar jaar. Grootste winstpunt van die periode was dat ik zeker wist dat ik een gelovige was. Ik ben opnieuw predikant geworden. Sinds 2001 zit ik in het godsdienstonderwijs in België. In die rol heb ik meer het gevoel dat ik mezelf kan zijn. Als je meer over mij wilt weten. Ik heb ook een website: www.jartvoortman.be.

1
Nu over jou: jij hebt in fase de overgang gemaakt van gelovig christen, naar atheïst.
De laatste tijd ben ik ook wat aan het lezen over atheïsme en laat ik vooraf maar zeggen dat er een ding is dat mij in atheïsme en humanisme aanspreekt: dat is dat men teruggrijpt op de verworvenheden van de Verlichting: de gelijkwaardigheid van alle mensen, redelijkheid, mensenrechten, tolerantie, gewetensvrijheid en democratie. Bij godsdienstige mensen zijn deze waarden soms in minder goede handen (in dit opzicht zijn er echter voor niemand garanties). Godsdienst biedt blijkbaar een minder goede waarborg tegen maatschappelijke ontsporingen. Kijk naar Israel. De staat Israel staat geen nutsvoorzieningen toe in de bezette gebieden, breekt huizen af van Palestijnen, confisqueert huizen en ontzegt om administratieve redenen Palestijnen het recht om te wonen op de plek waar ze geboren zijn. Joodse extremisten zeggen simpel: God heeft het land aan ons gegeven. En er zijn helaas vele evangelische christenen die hun ogen sluiten voor het onrecht dat daar gebeurt en er zeker van zijn ‘dat God een plan heeft met Israël’.

2
Er zijn verschillende soorten atheïsten: atheïsten die vooral agnostisch zijn en atheïsten die zeggen dat er vanuit de wetenschap maar een levensopvatting logisch is: de atheïstische. Richard Dawkins zegt: we hebben nog niet alle vragen opgelost, maar we zijn druk bezig. Enige demagogie is deze man niet vreemd. Hij begint De blinde horlogemaker met: vroeger bevatte het leven geheimen. Nu niet meer. De geheimen zijn opgelost door Darwin en Wallace. In zelfzuchtige genen zegt hij (66): een aap is een apparaat dat in de bomen genen in stand houdt een vis is een apparaat dat in het water genen in stand houdt.
Denish D’Souza zegt over dit reductionisme:
degenen die uitsluitend op de natuurwetenschap afgaan zijn te vergelijken met iemand die alleen met een beroep op natuurkundige en chemische wetten een moord probeert te begrijpen. (het christendom is zo.., 303)
Ik voel me meer verwant met de seculiere schrijver Oliver Sacks die spreekt over de ‘volslagen ontoereikendheid van de mechanische geneeskunde en het mechanische wereldbeeld’ (ontwaken in v. 274). Het is volgens hem een doem als we zouden moeten denken dat de mens geen ziel heeft. In de grond van de zaak heeft de mens dan ook geen identiteit. De mens is op deze manier een veredelde Tourettepatient,  wiens persoonlijkheid voortdurend ten onder dreigt te gaan  in een eindeloze reeks impulsen (bijv. de man die zijn vrouw… 143).
Er zijn dus ook atheïsten die ik aardig vind. Ik kan je Anne Provoost aanbevelen, die je blijkbaar nog niet kent. Ze distantieert zich van het agressieve discours van Dawkins, Harris en Hitchins en stelt in haar preek ‘beminde ongelovigen’ dat er een verbond mogelijk is tussen atheïsten en gematigde gelovigen. Ook atheïsten hebben wat de Engelsen zo mooi uitdrukken ‘a sense of awe’. Zij weerhouden zich echter van de haast ‘om te benoemen’. Gelovigen vullen in. Atheïsten blijven aan deze kant van de grens. Maar voor hen bestaat er ook iets als het onpeilbare.
Provoost betoogt dat atheïsten niet moeten blijven steken in een negatief discours.  ‘We moeten een aantal begrippen terughalen. Woorden als redding en heil, hoop en troost… Liefde, vrede, opoffering, barmhartigheid, ik wil voor die woorden weer hoofdletters gebruiken’.
Goede preek denk ik dan. Amen!

3
We verschillen fundamenteel van mening als het gaat over het paranormale.
Naar mijn mening kan het niet ontkend worden dat bepaalde ervaringen onverklaarbaar zijn.
De KRO zond destijds de serie Wonderen bestaan uit. In een van de uitzendingen komt een mevrouw aan het woord met een eigen schoonmaakbedrijf. Terwijl ze een keer aan het dweilen was, had ze niet goed opgelet. Achteruit schuifelend viel ze plotseling achterover van een trap. Terwijl ze kantelde en nergens zich aan vast kon klampen voelde ze twee handen in haar rug, die haar terugzetten op haar voeten. Maar er was niemand in de buurt! Haar collega zag het gebeuren. Totaal overstuur gingen ze aan tafel zitten. Dit kan niet; zij had moeten vallen.
Een ander verhaal: Laurens had een opa, die aan lager wal was geraakt. Hij kon het niet verwerken dat zijn vrouw van hem weggegaan was. Laurens’ ouders bezochten hem nog wel, maar als kind had Laurens zijn opa al jaren niet meer gezien. Op een vrijdag zei Laurens tegen zijn ouders: jullie moeten naar opa toe. Hij zeurde net zo lang totdat zijn ouders maar gingen. Die nacht had Laurens een droom: hij zag zijn opa voor zijn bed op de grond vallen. Hij kon de kamer precies beschrijven, maar was er zelf nog nooit geweest. De volgende dag kregen zijn ouders bericht dat opa voor zijn bed gevonden was: dood.
Een derde voorbeeld: Mevrouw A. is ’s ochtends op weg naar haar werk. Ze rijdt op de linkerrijbaan en dan gebeurt er  iets vreemds. Ze ziet rechts voor de auto haar hond rennen, druk blaffend alsof hij iets duidelijk wil maken. Mevrouw A. besluit rechts in te voegen. Een paar seconden later raast ze met grote snelheid langs een kettingbotsing op de linkerrijbaan.
Uiteraard zul jij ook wel eens verhalen hebben gehoord van wonderbaarlijke genezingen. Mijn leerlingen toon ik een video van Jan Westerhof, die 34 jaar was, progressieve MS had en in Nigeria genezing vond. Op de video zie je dat hij hem herinneringen ophalen met oude medepatiënten. Een heel indrukwekkend verhaal: iemand in een rolstoel - er wordt voor hem gebeden en je ziet hem opstaan uit zijn rolstoel.
Een ander bekend verhaal is het verhaal van Mattie Haaijer, die al bijna terminaal was en genezen werd van botkanker tijdens een dienst.
Hoe kun je deze ervaringen wetenschappelijk verklaren?
Aan een vooraanstaand atheïst, die jij ook met name noemt in je website, legde ik een andere onverklaarbare ervaring voor, die een niet-gelovige collega mij vertelde. Een aantal leerlingen wilden wel eens glaasje draaien. Het lukte, toen zei zij: goed jongens nu halen we onze handen van het glas af. Dat deden de leerlingen, maar het glas bleef bewegen. Ik ken deze collega erg goed; zij verzint dit niet. Ze heeft er ook geen belang bij om het mij te vertellen. Die bekende atheïstische prof reageerde met: ‘dat kan niet! dat kan niet!’ en vervolgens stak hij mij zijn verhaal af over de postulaten van de natuurwetenschap, die niet door een enkele anekdote onderuitgehaald kunnen worden. Dat verhaal kende ik al. Ik vond deze reactie ontluisterend, omdat er geen enkele openheid uit sprak. Het geeft ook geen blijk van een wetenschappelijke attitude. Ik las in een biografie over Niels Bohr: de vooruitgang van de wetenschap voert voort uit het benadrukken van moeilijkheden (Giulio Peruzzi, Bohr, Van kwantumsprong…, 117) Met andere woorden: doorbraken in de wetenschap komen door te focussen op wat men niet begrijpt. De houding van deze prof is tegengesteld: hij negeert.
Je noemt zelf bijnadoodervaringen (bde’s). Er zijn veel wetenschappelijke verklaringen voor deze ervaringen: een zuurstoftekort in de hersenen, prikkeling van de temporale hersenkwab, endorfinen, hallucinatie, enz. Al deze verklaringen zijn echter ontoereikend als bde’s informatie bevatten, die blijkt te kloppen. Michael Sabom is de eerste in de literatuur die het verschijnsel autoscopie bij uittredingservaringen in bde’s heeft onderzocht (herinneringen aan de dood).
Soms komt het voor dat in een bde, men overledenen ziet. Pim van Lommel vertelt het verhaal  van een jongen van 5 jaar die door een ontsteking in de hersenen in coma raakte. Tijdens zijn BDE ziet hij een meisje van ongeveer 10 jaar oud. Ze zegt: ‘ik ben je zus. Ik ben een maand na mijn geboorte gestorven. Mijn ouders noemden me Rietje’. De jongen komt bij en vertelt aan zijn ouders dat hij zijn overleden zus heeft gezien. De ouders verlaten totaal overstuur de ziekenkamer. Wat de jongen zegt klopt precies, maar ze hebben hem tot dan toe nooit iets verteld (eindeloos bewustzijn, 91). Een andere ervaring is die van een man die van zijn moeder op haar sterfbed het verhaal hoort van wie zijn echte vader is. Een behoorlijk schokkende ervaring. Zijn moeder laat hem een foto zien, die ze bewaard heeft. De zoon herkent het gezicht. Hij heeft hem tien jaar eerder gezien tijdens zijn bde en verbaasde zich er toen over, dat hij niet wist wie die vriendelijke man was… (eindeloos bewustzijn, 57,58).

4
In 1691 schreef Balthasar Bekker zijn De betoverde weereld. In dat boek rekent hij af met het geloof in bezetenheid. Het boek had een enorme impact en je kunt Balthasar Bekker een voorloper van de Verlichting noemen.
We zijn echter na de Verlichting te ver doorgeslagen.
Er zijn geheimenissen, zaken die ons verstand te boven gaan.
Als gelovige erken ik dat evolutie bestaat. Jij noemt het gelu-gen als bewijs van evolutie. Een ander voorbeeld is het  natuurlijke antibioticum Lysosime. Lysosime zorgt ervoor dat ons oog niet ontstoken raakt. Bij het onderzoek ernaar  ontdekte men dat naast het gen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van lysosime er bij de orde van de herkauwers een ander gen ligt dat oorspronkelijk een kopie was van het lysosime-gen. Omdat dat gen niets deed kon het vrij muteren. Totdat het opeens een functie kreeg bij de afbraak van cellulose. Vanuit afzonderlijke schepping is dit gegeven moeilijk te verklaren. We weten dat genverdubbeling bestaat en deze waarneming bevestigt het wetenschappelijke paradigma van evolutie.
In de kosmologie zijn er meer raadsels.
Een groot raadsel is hoe het kan dat de natuurconstanten precies de goede waarde hebben. Bij kleine afwijkingen zouden we niet kunnen bestaan. Zie hierover bijv. de bijdrage van Gerard Bodifee in de bundel Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp?. Waarschijnlijk heb je wel gehoord van de voormalige atheïstische filosoof Antony Flew die om die reden religieus is geworden.
Onze kosmos lijkt op een breinaald die in weer en wind rechtop staat op een steen en maar niet om wil vallen.
Het kan uiteraard zijn dat er een verklaring komt voor deze onwaarschijnlijkheid. Het is bijvoorbeeld vrij absurd om over een verzameling cirkels te zeggen: hoe bestaat het! De diameter en de omtrek van al die cirkels hebben exact dezelfde verhouding! Dit kan geen toeval zijn! Op dezelfde manier kan er een samenhang zijn tussen de natuurconstanten, die wij nu als zeer onwaarschijnlijk ervaren.
Een ander punt is dat er zelfs niet een begin is van een verklaring voor het ontstaan van leven. Een levende cel is zo gecompliceerd, hoe kan zo iets spontaan door moeder natuur tot stand zijn gekomen?
Onlangs stond er in Natuurwetenschap en Techniek een bijdrage van Govert Schilling dat onze kosmos waarschijnlijk krioelt van leven. Het is gebaseerd op een vrij  roekeloze redenering. Pasteur rekende af met het idee van generatio spontana en 150 jaar later zijn er vele wetenschappers die dat niet zo’n gek idee vinden. Dit jaar verscheen oorverdovende stilte van Paul Davies. In dat boek komt hij met de eenvoudige redenering: als het leven op aarde spontaan is ontstaan, dan moet dat meerdere keren zijn ontstaan. Er moeten dus ergens op aarde plaatsen van schaduwleven zijn. Tot nog toe heeft men deze levensvormen niet gevonden. Het 50-jarige SETI-project heeft niets opgeleverd. Aan het eind van het boek stelt Davies de vraag: is er leven out there? Wetenschappelijk zou de conclusie kunnen zijn: het is niet waarschijnlijk.
Ik breng deze voorbeelden niet als een soort bewijs. Voor mij gaat het erom dat we op een aantal punten fundamenteel in het duister tasten.
In ieder geval: ik voel me als gelovige bepaald niet een antiquiteit als ik het zo beleef dat God aan de oorsprong van het leven staat en dat hij aan het begin en het einde van mijn leven staat.

5
Je doet een paar belangwekkende uitspraken over jezelf.
Het is voor jou een opluchting, dat niet meer geloven voor jou geen zwart gat is geworden. Integendeel, je beleeft de wereld om je heen intenser dan ooit te voren.
Je zegt: het geloof had mij een aantal (intellectuele) beperkingen opgelegd, die ik nu niet meer heb.
Dit is voor mij herkenbaar en ervaar ik als iets tragisch.
Ik heb in mijn leven veel christenen leren kennen en het is treurig om te merken, dat sommigen zelfs geprogrammeerd lijken te zijn: voor iedere gedachte een bewijsplaats uit de Bijbel. Ik heb zelf vroeger (maar dat is inmiddels heel lang geleden) ook het gevoel gehad, dat mijn christen-zijn mij belemmerde om vrij mens te zijn. Is dit gevoel noodzakelijk verbonden met geloven?
Voor mij toch niet. Het heeft veel te maken met hoe je tegen de Bijbel aankijkt. Voor mij zijn mijn denkbeelden over geloof altijd ontoereikend. De Bijbel is voor mij in de eerste plaats een getuigenis. Er zijn veel losse einden in de Bijbel. Het is niet realistisch om op basis van de Bijbel een gesloten dogmatiek en ethiek te ontwerpen. We kunnen geen blauwdruk maken van de wereld en God. Ons spreken over God is altijd gebrekkig. Het is opmerkelijk dat Paulus met zijn gedrevenheid dat ook een aantal keren zegt. Hij spreekt over de dwaasheid van het geloof  (1 Kor 1:18 e.v.) en de gebrekkigheid van de openbaring (1 Cor 13:9-12).
Ik ervaar dus niet dat mijn geloof mij beperkingen oplegt, maar ik denk wel dat er veel gelovigen zijn, die vooral in de beginfase van hun geloof dat zo ervaren.

Waar ik wat meer vragen bij heb is dat jij jouw atheïsme als een bevrijding ervaart.
Atheïsme kan niet troosten.
Er is zo iets als het menselijk tekort.
Wij mensen falen. In ons handelen en in onze gedachten zijn we niet altijd wie we zouden moeten zijn.
Alle godsdiensten gaan over verlossing.
En dan is er het zwarte gat waarin ons bestaan aan het eind lijkt op te lossen.
Voor een gelovige geldt: God heeft mij gewild, ik ga ergens naar toe en ik heb een taak. Voor mij is dat een heel andere levenshouding dan: je leeft maar een keer; geniet van je leven en probeer een beetje goed te doen. Ik bedoel dat niet als een karikatuur.
De hoop op het eeuwige leven is essentieel voor het christelijk geloof.

Met deze korte apologie, besef ik, zijn niet alle vragen opgelost.
Waarom gebeuren er zulke verschrikkelijke dingen in de wereld?
Waar is God in de geschiedenis, de natuur?
Ik erken die vragen.
Bij gelovigen bepalen deze vragen echter niet het zwaartepunt van hun levenshouding.

Bart, ik wens je succes in je verdere zoektocht, en als ik een beetje ondeugend mag eindigen: ik weet zeker dat er plaats voor jou is daarboven!

Met een hartelijke groet,

Jart Voortman
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Dorekensveld 81
1501 Buizingen
België

 

 

Reactie:

Beste Jart Voortman,

Bedankt voor uw uitgebreide reactie. Hieronder zal ik op uw punten ingaan.

Wat u schrijft over Dawkins verdient enige nuance. In The Blind Watchmaker (begin van het voorwoord) schrijft hij niet dat “de geheimen van het leven” zijn opgelost door Darwin en Wallace, maar dat het mysterie van ons bestaan door hen is opgelost. Dawkins doelt hier op de oorsprongsvragen: waarom bestaan wij?, waar komen wij vandaan? Die vragen zijn inderdaad opgelost door Darwin en Wallace. Het leven behelst echter veel meer dan de oorsprongsvragen, en er blijven genoeg mysteriën over nadat de oorsprongsvraag is opgelost. Met de agressiviteit van Dawkins, Harris en Hitchens vind ik het overigens wel meevallen. Ze nemen geen blad voor de mond in hun kritiek en zijn mijns inziens af en toe te ongenuanceerd, maar van agressiviteit is nergens sprake.

Reductionisme is een complex filosofisch onderwerp waarover veel discussie is. Daar komt nog bij dat verschillende mensen onder dat begrip verschillende dingen verstaan, waardoor dit begrip eerst gepreciseerd moet worden voordat er een zinnige discussie over kan ontstaan. Ik denk dat de mens geen ziel heeft: er is geen immateriële substantie waarin onze persoonlijkheid gezeteld is en na de dood kan voortbestaan; onze persoonlijkheid zit volledig in onze sterfelijke hersenen. Ons wezen en ons gedrag wordt dan ook uiteindelijk bepaald door hersenchemie. Dit wil echter niet zeggen dat we ons wezen en gedrag (en dat van anderen) het beste kunnen begrijpen door hersenchemie. Het is niet zinvol om elkaar te beschouwen als biochemische robots, omdat de relatie tussen hersenchemie en gedrag daarvoor veel te complex is.

Ik denk dat er genoeg ervaringen zijn die onverklaard zijn, en misschien op dit moment zelfs onverklaarbaar. Beweren dat ze daardoor ook paranormaal zijn, is echter ongerechtvaardigd. Nog afgezien van dat dit er niet logisch uit volgt, is het probleem dat dit soort ervaringen ingaan tegen zeer veel goed bevestigde wetenschappelijke kennis. De wetten van de zwaartekracht of thermodynamica kun je niet even overtreden zonder dat het hele bouwwerk van de moderne natuurkunde in elkaar stort. Vergelijk het met een kruiswoordpuzzel: je kunt niet één woord veranderen zonder dat een heleboel andere moeten meeveranderen. Dit is waarschijnlijk ook wat de atheïstische hoogleraar waar uit het over had (Etienne Vermeersch?) bedoelt. Dit heeft niets te maken met een gebrek aan openheid, maar met het erkennen van de kracht van het bouwwerk waarop de gehele natuurwetenschap gebouwd is. Ook is deze conservatieve houding geen probleem voor de voortgang van de wetenschap: als zij op grond van elke anomalie haar fundamenten weg zou gooien, waren we nooit gekomen tot waar we nu zijn. Verandering, zelfs van fundamenten, is mogelijk, maar alleen als hier veel en deugdelijke evidentie voor is.

Het probleem met verhalen over vermeende paranormale gebeurtenissen is dat het vaak moeilijk is om te achterhalen wat er precies gebeurd is. Ik kan dan ook niet vanuit het niets ingaan op een casus die u in een paar regels beschrijft. Wat ik wel kan doen is erop wijzen dat vanuit de psychologie goed bekend is dat mensen vaak onbetrouwbaar zijn als ooggetuige en gemakkelijk dingen (re)construeren die nooit hebben plaatsgevonden, zonder dat ze dat bewust doen. Een dergelijke psychologische verklaring is a priori veel waarschijnlijker dan een waarbij fundamentele natuurwetten opgeven moeten worden. Om dat aannemelijk te maken, moet er veel en ondubbelzinnig evidentie zijn voor dat naturalistische verklaringen uitgesloten zijn. Een voorbeeld daarvan zou een geamputeerd been zijn dat na gebedsgenezing spontaan weer aangroeit. Dat is naturalistisch zeer onwaarschijnlijk en - voor zover ik weet - niet naturalistisch te verklaren. Waarom zien we dat nooit? Extraordinary claims require extraoridnary evidence!

Over de ‘finetuning’ van het universum valt ook veel te zeggen. Ten eerste lijkt het helemaal niet gefinetuned voor de mens: van het immense universum lijkt alleen ons kleine planeetje redelijk geschikt voor de mens, en het heeft 13,7 miljard jaar geduurd voordat die mens ontstaan is, waarbij toeval een belangrijke rol heeft gespeeld. Zwarte gaten nemen bijvoorbeeld een veel prominentere plek in het universum in. Misschien is het wel gefinetuned voor hen? Het uiteindelijke ontstaan van de mens lijkt daarom meer op een schitterend ongeluk dan op sporen van ontwerp. Daarnaast is het maar de vraag of het universum anders kan zijn dan het is. Daarover kunnen we helemaal geen uitspraken doen omdat we maar één universum kennen.

Het ontstaan van leven is inderdaad nog grotendeels een mysterie, maar wat wil dat zeggen? Zo veel dingen die ooit een mysterie waren zijn nu verklaard. Het is een drogreden om vanuit onwetendheid conclusies te trekken (argumentum ad ignorantiam). Overigens beweert niemand dat een cel in één keer ontstaan is. De afgelopen decennia is er bijvoorbeeld steeds meer bekend geworden over het ontstaan van celmembranen en nucleotiden. Nogmaals: dat iets op dit moment onverklaard is, wil niet zeggen dat het onverklaarbaar is, en al helemaal niet dat het dus bovennatuurlijk moet zijn. De wetenschapsgeschiedenis heeft keer op keer laten zien dat de gaten waarin God gestopt werd gedicht werden. Ook veel theologen zien geen heil meer in dit zoeken naar gaten in onze kennis om God daarin te plaatsen.

De intellectuele bevrijding die ik heb ervaren toen ik atheïst werd, komt niet doordat ik het juk van een benauwende dogmatiek heb afgeworpen – ik ben nooit orthodox geweest – maar is veel breder dan dat. Ook als je de Bijbel niet letterlijk neemt, zijn er genoeg vraagtekens te plaatsen bij het nemen van dit boek als een openbaring Gods. Na alles wat ik daarover gelezen had, kon ik niet anders concluderen dan dat het een volledig menselijk boek was, net als de heilige geschriften uit andere religies. Dat neemt overigens niet weg dat de Schrift, en vooral het Oude Testament, mij nog steeds na aan het hart ligt: ik waardeer het als literair werk, des te meer omdat ik het in de grondtaal kan lezen. De grootste intellectuele – en existentiële – last die van mijn schouders viel, was echter het probleem van het lijden. Voor een atheïst is het leed in de wereld niet minder, maar hij hoeft het niet te rijmen met het bestaan van een almachtige en liefdevolle God.

Atheïsme sec kan inderdaad niet troosten, daar is (mede)menselijkheid voor nodig. Atheïsme biedt niet de zoete illusie die vele religies bieden: een hiernamaals waarin alles pais en vree is. Een eeuwig voortbestaan na de dood lijkt mij persoonlijk overigens vreselijk, maar belangrijker is dat ik denk dat het een illusie is, hoe zoet die ook is. Ik prefereer de werkelijkheid, zoals we die kunnen benaderen met de beste middelen die we hebben, ook als die hard is. Dat is wat atheïsme biedt, niets meer en niets minder.

Ik wens u ook succes met uw verdere zoektocht en ben benieuwd naar een eventuele reactie. Laat ik eindigen met een Oudtestamentische boodschap waarin ik mij zeer goed kan vinden: Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Met vriendelijke groet,

Bart Klink
 

Wie zijn er online?

We hebben 85 gasten en geen leden online

Geef je mening

Welke positie over het bestaan van god(en) onderschrijft u?

Bekende atheïsten

Hafid BouazzaHafid Bouazza, schrijver.

Citaat

I have something to say to the religionist who feels atheists never say anything positive: You are an intelligent human being. Your life is valuable for its own sake. You are not second-class in the universe, deriving meaning and purpose from some other mind. You are not inherently evil -- you are inherently human, possessing the positive rational potential to help make this a world of morality, peace and joy. Trust yourself.

~ Dan Barker